Heeft mijn kind dyslexie of niet? Wat je er als ouder of leerkracht over moet weten. [ Interview met dyslexie-expert drs. Kim Huiskamp ]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze experts interviewt over hun eigen onderzoek of werkveld. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, opvoeding en/of de ontwikkeling van kinderen (0-16 jaar). 

 

jongen_schrijven_handen_in_haarZodra je kind naar school gaat, komt hij al snel in aanraking met taal. In de kleutergroepen wordt er voorzichtig aandacht aan besteed en vanaf groep 3 begint het echte werk. Bij de meeste kinderen verloopt de taalontwikkeling zonder veel problemen; bij sommige kinderen zie je echter dat het lezen en spellen moeizamer gaat. Dat komt vaak in groep 3 en 4 naar boven. Bij deze kinderen zou er sprake kunnen zijn van dyslexie.

Over het onderwerp ‘dyslexie’ interviewde ik drs. Kim Huiskamp. Zij werkt als diagnosticus en behandelaar bij het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) in Maastricht.

In dit artikel vertelt ze uitgebreid wat dyslexie precies is (en wat niet), hoe je dyslexie bij jouw kind kunt herkennen, waarom het belangrijk is om de taalontwikkeling van je kind goed in de gaten te houden en – indien nodig – op tijd te starten met behandeling. Daarnaast vertelt ze welke mythes en vooroordelen er soms nog bestaan over dyslexie, waar dyslexie wel eens mee verward wordt en wat je als ouder kunt doen om het leesplezier van je kind te stimuleren.

 

Je bent expert op het gebied van dyslexie en leesvaardigheid. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan? 
meisje_wil_niet_lezen‘Ik ben eigenlijk toevallig met dyslexie in aanraking gekomen. Aan het einde van mijn opleiding psychologie heeft mijn stagebegeleidster mij in contact gebracht met prof. dr. Leo Blomert, expert op het gebied van dyslexie. Hij zocht mensen om een vakgroep te vormen om het dyslexieprotocol op poten te krijgen en dat wilde ik graag doen. Op die manier kon ik dus bij toeval in zijn werkgroep aan de slag. Daardoor kwam ik ook in aanraking met wetenschappelijk onderzoek naar dyslexie. Het onderwerp trok mij erg aan, maar ik merkte dat ik liever in een klinische setting werkte dan in een wetenschappelijke. Via Leo Blomert werd ik toen voorgesteld aan Patty Gerretsen, toentertijd directeur wetenschap van het RID. Zo ben ik uiteindelijk bij het RID terechtgekomen en daar werk ik nu al 15 jaar. Wat ik zo prettig vind aan werken met mensen met dyslexie is dat je echt iets voor iemand kunt betekenen. Iedereen in onze maatschappij krijgt te maken met lezen en schrijven en als je dyslexie hebt, kun je flinke problemen ondervinden op school, op je werk of zelfs privé. Met een gerichte behandeling en concrete tools, kun je kinderen (en volwassenen) met dyslexie echt helpen hun situatie te verbeteren. Het geeft me enorm veel voldoening dat ik op deze manier iets kan betekenen voor de kinderen, die bij ons komen.’

 


Curriculum Vitae
kim_huiskamp_fotoDrs. Kim Huiskamp studeerde neuro– en ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Maastricht. Daarna werkte ze een jaar als psycholoog / onderzoeksassistent aan dezelfde universiteit. Vervolgens maakte ze de overstap naar het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) in Maastricht. Ze werkte er een tijd als hoofd behandeling en vestigingsmanager; momenteel als diagnosticus en behandelaar.


 

Kun je uitleggen wat dyslexie precies is?
hersenen_kwabben‘Als je dyslexie hebt, dan heb je moeite met lezen en/of spelling. Sommige kinderen hebben alleen moeite met lezen, andere alleen met spellen en weer andere met allebei. De grootste groep van de kinderen met dyslexie heeft moeite met allebei.

In onze maatschappij maken we gebruik van het alfabetische schrift. Onze woorden zijn opgebouwd uit klanken. Als je het woord wil leren lezen en schrijven, dan zul je het woord moeten opdelen in klanken. Je gaat dan als het ware de klankstructuur van woorden ontcijferen.

In de hersenen zit een gebiedje (temporaal kwab*) dat de klankstructuur van woorden verwerkt, het helpt je met het in stukjes hakken van woorden. Dat gaat automatisch, onbewust.
*: Meer specifiek, de superieure temporale sulcus (STS) en planum temporale (PT) zijn betrokken bij de integratie van de letter-klank-koppeling. De visual word form area (VWFA) is betrokken bij directe woordherkenning.

Bij dyslexie is dat gebiedje wat minder goed toegerust om de klankinformatie te ontwarren. Die informatie loopt dan een beetje door elkaar. Je spreekt woorden misschien soms net een beetje verkeerd uit.
Bijvoorbeeld: Je hebt het dan niet over ‘doelwit’ maar over ‘doellid’.

En dat is eigenlijk nog maar het begin. Kinderen (of volwassenen) met dyslexie hebben er dus moeite mee om de klanken van elkaar te onderscheiden. De volgende stap is dat je de klanken gaat koppelen aan een letter, dus de klanken van losse letters. In groep 3 begin je daarmee: je leert welke klank bij welke letter hoort (bijv. ‘Dit is de letter ‘L’ en die klinkt zo…’).

Die letter-klank-koppeling zit weer in een ander gebiedje van die temporaal kwab. Dat gebiedje koppelt als het ware de auditieve (klank, die je hoort) en visuele informatie (letter, die je ziet) aan elkaar. Dat ‘koppelproces’ duurt eigenlijk jaren. Van groep 3 naar groep 8 maken kinderen daarin een stijgende lijn door. Die integratie duurt dus echt jaren en kan alleen optreden met onderwijs. Pas daarna wordt het een automatisch proces. Op het moment dat het automatisch is, kun je het zien van een letter niet meer als niet-letter zien. Op latere leeftijd gebeurt dat zelfs met hele woorden. Maar daar heb je dus wel training voor nodig. Een beginnende lezer kan dat nog niet met hele woorden. Daarom begin je op school eerst met het leren van de letters met bijbehorende klanken.’

 

Hoe ‘ontstaat’ dyslexie? 
loesje_dyslexie‘Je wordt met dyslexie geboren; het ontstaat dus eigenlijk niet echt. Het is ook erfelijk, wat betekent dat het vaker binnen families voorkomt.

Bij dyslexie zijn twee vaardigheden of processen verstoord: aan de ene kant is dat de klankverwerking (fonologische verwerking), aan de andere kant is dat de letter-klankkoppeling.

In groep 3 leren kinderen om te ‘decoderen’ oftewel om te ‘hakken & plakken’.
Bijvoorbeeld: ze leren dat het woord ‘kip’ uit 3 klanken bestaat: k – i – p.

In de hersenen gaat dat dan nog niet automatisch. De kinderen zullen er energie in moeten steken om dat goed te leren. Ze hebben op dat moment ook nog minder bronnen om het woordbeeld in hun geheugen op te slaan.

Als je het hele proces van het lezen en spellen hebt doorlopen, dan is het eindstation dat je een heel woord ziet en herkent. Je herkent het omdat het opgeslagen is in het ‘mentaal lexicon’. Hoe meer je daarin opgeslagen hebt, hoe automatischer het lezen en spellen gaat. Dat automatisme kun je trouwens ook krijgen als je dyslexie hebt. Maar omdat de basis van het aanleren lastiger is, duurt het langer om bij dat eindstation te komen.’

 

Hoe kunnen ouders dyslexie bij hun kind herkennen? 
jongen_in_klas_juffrouw_geen_zin‘Je kunt dyslexie eigenlijk pas echt herkennen vanaf dat je kind een tijdje in groep 3 zit, dus als je kind echt onderwijs krijgt op het gebied van lezen en schrijven. Bij kleuters zie je ook al wel eens dat ze moeite hebben met klankverwerking. Ze hebben dan bijv. moeite met het leren / benoemen van de kleuren, met links en rechts, ze hebben moeite met rijmen, ze vinden het lastig om de namen van klasgenootjes te onthouden of ze vinden het moeilijk om nieuwe liedjes te leren. Dat zijn allemaal dingen waarbij ze iets moeten doen op het gebied van klankverwerking. Een deel van de kinderen, dat hier moeite mee heeft, kan later moeite krijgen met lezen en schrijven. Dat hoeft echter niet perse. Het zijn dus geen harde criteria, eerder een aanwijzing om het goed in de gaten te houden. Andersom geldt dat ook: als je kind hier als kleuter geen moeite mee heeft, dan wil dat niet zeggen dat hij geen dyslexie kan hebben. Het kan op dyslexie wijzen, maar dat is niet één op één.

In groep 3 kijk je of leerlingen moeite hebben met het leren van letters, met het hakken en plakken, met het op tempo lezen van woorden en of leerlingen fonetisch blijven schrijven (= letterlijk schrijven van wat je hoort).

Het mag dus duidelijk zijn dat je lezen en spellen echt moet leren. Wil je dyslexie kunnen aantonen, dan moet je dus onderwijs hebben gehad. Als school merkt dat een kind moeite heeft met lezen en spellen, dan moet het ook extra onderwijs en aandacht op dat gebied aanbieden. Halverwege groep 3 kom je er misschien achter dat een leerling zich wat trager ontwikkelt op het gebied van taal en spelling. Dan is het belangrijk om uit te filteren waar dat door komt; een probleem op het gebied van lezen en spelling hoeft nl. niet altijd op dyslexie te wijzen. Basisscholen hebben daar een protocol voor.
Als school bijvoorbeeld op basis van de citoscores (bij score D of E) merkt dat het lezen van een leerling achterblijft, dan wordt er extra aandacht aan die leerling gegeven; bijv. door de leerling in een apart groepje te zetten en/of extra aandacht te geven op het gebied van lezen en/of spelling. Als de leerling dat een half jaar of heel jaar heeft gehad en dat blijkt onvoldoende effect te hebben gehad, dan kun je pas echt gaan onderzoeken of dyslexie een mogelijke oorzaak is.

Het is belangrijk om na te gaan wat precies de oorzaak is van de problemen die een leerling heeft op het gebied van lezen en spellen. Juist om te weten of het dyslexie kan zijn of niet. Een leerling kan bijvoorbeeld ook een algemeen leerprobleem hebben of er speelt iets anders dat hem belemmert in zijn leerproces. Denk bijvoorbeeld aan een trauma in de familie (bv. echtscheiding en daardoor verlies van motivatie om te leren of goed mee te doen op school). Dan kan een kind dus wel moeite met lezen en/of spelling hebben, maar niet door een onderliggende dyslexie. Vandaar dat het enerzijds zo belangrijk is om goed te onderzoeken wat precies de reden is dat een kind moeite heeft met lezen en/of spelling. Anderzijds is het daarom goed om een breder leerprofiel mee te nemen en om te beoordelen of de één-op-één-hulp in de klas goed genoeg heeft gewerkt. Uiteraard kunnen de lees- en spelmoeilijkheden ook nog andere oorzaken hebben of samenhangen met andere stoornissen.’
Daarover bij een volgende vraag meer.

 


Heb je het idee dat kinderen hun dyslexie kunnen verdoezelen, waardoor het voor ouders of leerkrachten lastig wordt om het te herkennen? 
meisje_juffrouw_samen_lezen‘Eerlijkgezegd lijkt het me voor een kind bijna niet te doen om dyslexie te verdoezelen. Ze kunnen wel verschillende strategieën laten zien om met hun lezen of spelling om te gaan. Ze trappen bijvoorbeeld op de rem en gaan heel langzaam lezen. Of ze gaan juist heel snel lezen en raden dan wat er staat. Kinderen met dyslexie hebben moeite met het technische leesproces; dat betekent in dit geval dat het ten koste gaat van de snelheid of van de nauwkeurigheid van het lezen.

Bij kinderen met veel compensatiemogelijkheden zien we wel eens dat ze met tekst lezen een hoger niveau behalen dan met woordlezen. Ze hebben dan steun aan de semantiek van de tekst; de inhoud en betekenis van de tekst helpt hen om de woorden in tekstverband te lezen.

Bij hoog-functionerende volwassenen zien we wel eens dat ze vooral vastlopen bij het lezen van onzinwoorden. Zij hebben door de jaren heen al zoveel woorden geleerd en opgeslagen (in hun mentaal lexicon), dat ze al veel woorden en teksten gewoon goed kunnen lezen.

Bij de beoordeling of een kind dyslexie heeft, weegt het lezen trouwens zwaarder dan spelling of schrijven. Lezen is namelijk een ‘puurdere’ maat van dyslexie vanwege het automatische proces. Daarom geeft het lezen meer de doorslag bij de beoordeling van dyslexie. Bij spelling is altijd gerichte aandacht nodig en kunnen dus ook weer andere dingen spelen, waarom kinderen er moeite mee hebben (denk aan motivatie en taakgerichtheid).’

 

Vanaf welke leeftijd kun je dyslexie laten onderzoeken? 
jongen_vrouw_huiswerk_maken‘Vanaf de leeftijd van ongeveer 8 jaar, dus pas bij kinderen in groep 4, kun je dyslexie betrouwbaar onderzoeken. Dus nog niet echt vanaf groep 3. Je moet kinderen namelijk de kans geven om het lees- en spelproces op gang te laten komen.

Merk je dat het kind al last heeft op dit gebied vanaf de kleuterklas (zie hierboven), dan zou je een leerling van groep 3 eventueel wel al kunnen laten onderzoeken. Maar dat zijn eerlijkgezegd wel de uitzonderingen.’

 

Waarom is het belangrijk om het op jonge leeftijd te laten onderzoeken?
meisje_vrouw_schrijven‘Als je van groep 3 naar groep 8 kijkt, dan worden de normen steeds strenger. Als jij je op een trager tempo ontwikkelt vergeleken met je groepsgenoten, zal het verschil daarom steeds groter worden. Dan ga je dus steeds meer achterlopen ten opzichte van de andere kinderen.

In de hogere groepen wordt ook steeds meer gebruik gemaakt van taal. Zo heb je in groep 4 nog wel het ‘kale’ rekenen, maar vanaf groep 5 komen ook steeds vaker verhaaltjessommen aan bod. Dan is het ook bij vakken als rekenen belangrijk om goed te kunnen lezen. En bij de hogere groepen komt alleen nog maar meer (talige) informatie op de leerling af. Ze hebben dan een bepaald functioneel leesniveau nodig om alles op een goede manier te kunnen verwerken en te begrijpen. Dat is niet alleen nodig bij vakken als begrijpend lezen en redactiesommen, maar ook bij vakken als geschiedenis of aardrijkskunde.
Het is misschien goed om in dit kader te weten dat het onderdeel ‘begrijpend lezen’ één van de onderdelen is, waarop bepaald wordt welk niveau van voortgezet onderwijs je aankunt. Als jij het technisch leesniveau hebt van iemand van groep 3 en je moet lezen op het niveau van eind groep 7, dan is het lastiger om de inhoud van tekst er op een goede manier uit te pikken, zeker als je al zo worstelt met de tekst die je leest. (Als de tekst je voorgelezen wordt, kan het natuurlijk weer anders zijn.)

Om op een goede manier te kunnen laten zien, wat er aan vaardigheden en kennis in je zit, is het dus belangrijk dat het gat tussen je leesniveau en je vaardigheden niet te groot is. Als dat wel het geval is, dan wordt het een stuk lastiger om te laten zien wat je kunt.’

 

Kun je van dyslexie genezen? 
meisje_leest_boek_MLP‘Helaas kun je niet van dyslexie genezen. Je zult altijd meer moeite met lezen en spellen blijven hebben dan anderen zonder dyslexie.

Ondanks dat gegeven kun je het gebiedje in de hersenen wel trainen, waardoor het lezen en spellen beter gaat. Dyslexie is dus niet te genezen, maar je kunt je lees- en spelvaardigheden wel verbeteren. En dat is goed nieuws.

Het is goed om te accepteren dat het lezen en spellen moeilijk voor je is en zal blijven. Je ziet dat sommige kinderen heel opgelucht zijn met diagnose (‘gelukkig, ik kan er niks aan doen’); er valt een last van hun schouders. Andere kinderen voelen zich er juist vervelend door; ze krijgen het gevoel dat ze anders zijn dan anderen, dat ze niet normaal zijn of dat ze niet meer degene zijn die ze waren. Kinderen, die moeite hebben om te accepteren dat ze dyslexie hebben, kunnen baat hebben bij ‘psycho-educatie’. Bij het RID geven we hen o.a. een boekje mee dat ze samen met hun ouders kunnen lezen: ze gaan dan samen vragen beantwoorden, thema’s bespreken en ze kunnen wat meer gerustgesteld worden. De inhoud van dit boekje komt dan ook in de behandeling aan bod. Ook is het goed om te weten dat heel beroemde of intelligente mensen dyslexie hadden (denk maar eens aan Einstein). Door dyslexie zo positief mogelijk te benaderen, proberen we kinderen er een andere mind-set over te geven.

Nadat je een dyslexiebehandeling hebt gehad, kan de dyslexie toch weer de kop op steken, bijvoorbeeld als je een nieuwe taal gaat leren. Daar hebben leerlingen met dyslexie doorgaans meer moeite mee. Het blijft een zwakkere plek.’

 


EXTRA
Drs. Kim Huiskamp raadt de volgende boeken aan om (evt. samen met je kind) over dyslexie te lezen.

Informatieve boeken voor ouders:
boeken_MPL_dyslexie‘Kinderen met dyslexie, een gids voor ouders’ – T. Braams
‘Houvast bij leesproblemen en dyslexie op de basisschool, leidraad voor ouders’ – A. Paternotte en J. Buitelaar
‘Mijn kind & Dyslexie’ – R. Krijnen
‘Mijn kind heeft dyslexie’ – M. Ceyssens

Informatieve boeken voor kinderen: 
‘Dyslexie’ – Z. van Mersbergen (Informatiereeks 3, nummer 54)
‘Een 2 voor dictee. Een verhaal over dyslexie’ – J. Breeman
‘Letters op de snelweg. Boekje over dyslexie’ – K. Terlouw
‘Ik heb dyslexie, nou en!’ – L. de Groot

Leesboeken geschikt voor dyslectische kinderen:
http://www.makkelijklezenplein.nl (informatie over leesboeken voor dyslectici)
http://www.zwijsen.nl (serie Zoeklicht)
http://www.inktvis.nl (serie Kokkel-reeks)

Leesboeken over dyslexie voor kinderen: 
‘Ik ben niet bom!’- M. van de Coolwijk
‘Schatkasten’ – H. van der Werff
‘Pudding Tarzan’ – O.L. Kirkegaard
‘De smoezenkampioen’– C. Slee
‘Heksie. Hoe vang je een heks? – M. Snoeij


 

Waar wordt dyslexie wel eens mee verward? 
meisje_dromend_aan_tafel‘Als kinderen zich bij ons aanmelden om te onderzoeken of er sprake is van dyslexie, dan wordt er niet alleen gekeken naar hoe het met lezen en spelling gaat, maar we kijken ook naar andere schoolvakken. Kinderen kunnen namelijk in het algemeen moeite hebben om nieuwe vaardigheden aan te leren of ze kunnen een algemeen leerprobleem hebben. Dan heb je een heel andere benadering nodig om het kind verder te helpen.

Soms kunnen kinderen een taalontwikkelingsstoornis (TOS) hebben. Ze hebben dan moeite met taal in het algemeen; niet alleen moeite met lezen en schrijven, maar ook moeite met taalbegrip, met de taalproductie (uitspraak) en/of ze hebben een lage woordenschat. Bij kinderen met TOS is er dus meer aan de hand; ze hebben een breder taalprobleem.

Verder is het goed om aandacht te hebben voor andere stoornissen, zoals AD(H)D. Een kind dat bijvoorbeeld moeite heeft om de aandacht ergens bij te houden, kan daardoor in de klas informatie of instructie mislopen. Ook kan een kind met een aandachtsprobleem het ene vak wel leuk vinden en het andere niet; dan heeft het bijvoorbeeld minder aandacht voor taal en dus minder oefening om het goed te ontwikkelen. Dat wil echter nog niet zeggen dat er sprake is van dyslexie.

Sommige kinderen lopen een ‘didactische achterstand’ op: ze liggen achter op de groep, maar dat kan komen omdat ze minder effectief onderwijs hebben genoten dan andere kinderen. Ook dat hoeft dus niet door een mogelijk onderliggende dyslexie te komen.

Hier blijkt in ieder geval uit hoe complex het geheel kan zijn. Dyslexie kan ook nog eens samen voorkomen bij één van deze stoornissen (comorbiditeit), maar dat hoeft natuurlijk niet. Het is ook mogelijk dat de lees- en spelproblemen, die je opmerkt, door een ander onderliggend probleem veroorzaakt worden dan door dyslexie.’

 

Welke mythes, onjuistheden of vooroordelen bestaan er over dyslexie? 
meisje_leest_in_boek‘Er bestaan wel een aantal mythes of vooroordelen over dyslexie:

(1) Dyslexie ontstaat door een zuurstoftekort bij de geboorte of door slecht samenwerkende hersenhelften.
Vroeger werd wel gedacht dat dyslexie kwam door een zuurstoftekort bij de geboorte, maar we weten inmiddels dat dat niet zo is. Er werd ook wel gedacht dat de twee hersenhelften niet goed samenwerkten. Dan moesten de kinderen evenwichtsoefeningen doen, waardoor de helften wel beter gingen samenwerken. Beide ideeën zijn inmiddels ontkracht door wetenschappelijk onderzoek en niet waar gebleken.

(2) Kinderen met dyslexie kunnen niet goed zien of horen.  
Als je kijkt naar de gebieden in de hersenen die bij klankverwerking betrokken zijn, dan zitten die min of meer tussen de auditieve en visuele cortex in. De informatie die in de auditieve cortex terechtkomt (klank), wordt gecombineerd met de informatie die in de visuele cortex terecht komt (letter). Bij kinderen met dyslexie gaat die verwerking ervan moeizamer. Een kind met dyslexie kan dus zowel goed horen als zien, alleen het verwerken van de combinatie klank en letter gaat moeizamer. Je kunt dyslexie dus niet oplossen door een bril of een hoorapparaat te dragen.

(3) ‘Mijn kind heeft niet zo’n zin in lezen en spelling en moet gewoon wat beter zijn best doen.’ 
Ouders kunnen soms de overtuiging hebben dat hun kind niet gemotiveerd is en gewoon wat beter zijn best zou moeten doen. Maar ik leg dan altijd uit dat kinderen niet ongemotiveerd worden geboren; het kind beslist niet bewust of actief dat het geen zin heeft om te leren. Als een kind geen zin heeft om te lezen, om huiswerk te maken of om iets te doen voor school, dan komt dat door een bepaalde wisselwerking met iets anders. Dingen die je lastig vindt of waar je moeite mee hebt, vind je gewoon niet zo leuk om te doen. De berg wordt dan te hoog. Gelukkig kun je de berg lager maken, zodat het te behalen doel niet meer onbereikbaar lijkt. Het kind krijgt dan het gevoel dat hij het misschien toch kan.

We zien ook wel eens kinderen, die voordat ze bij ons komen, al een heel traject hebben afgelegd. Ze zijn dan al op zoveel plekken geweest en hebben al zoveel onderzoeken gehad, dat ze al bijna geen zin meer hebben om nóg een onderzoek of behandeling te ondergaan. Deze kinderen zou je ‘behandelmoe’ kunnen noemen. Dat wil echter niet zeggen dat ze niet geholpen kunnen worden; ook bij deze kinderen kan dyslexie vastgesteld worden en ook zij kunnen nog steeds geholpen worden.

(4) ‘Laat maar, er is toch niks aan te doen.’ 
Sommige ouders denken: ‘het is dyslexie, er is niks aan te doen’. Dat is echter niet het geval. Ook kinderen met dyslexie kun je met de juiste begeleiding beter laten lezen en spellen. Het is daarbij vooral belangrijk om voor ogen te houden wat je kind wel nog kan ontwikkelen en wat er nog wel mogelijk is. Ga na welk doel je kunt stellen. Daarbij is belangrijk om juist de inspanning, die je kind doet, te belonen (growth mindset) en niet het resultaat (fixed mindset).’

 

Wat kunnen ouders doen als ze het vermoeden hebben, dat hun kind dyslexie heeft? 
voorlezen_vader_dochter_lachend‘Als ouders vermoeden dat hun kind moeite heeft met lezen of spellen of zich er zorgen over maken, dan is het belangrijk om dat aan te kaarten bij de leerkracht. Het is goed om het zelf ook in de gaten te houden. Bespreek het, zodat de leerkracht er aandacht voor heeft.

School heeft dan – indien nodig – mogelijkheden om extra hulp aan leerlingen te bieden. Citotoetsen helpen bij het signaleren ervan. Daarna kan een leerling doorverwezen worden voor extra zorg; dat zou evt. naar het RID kunnen. Daar wordt onderzocht of er wel / geen sprake is van dyslexie en indien dat inderdaad het geval is, kan de dyslexiebehandeling plaatsvinden.

Over het algemeen is het belangrijk dat ouders met een kind met dyslexie een omgeving creëren, waarin lezen een plek heeft. Creëer een omgeving waarin regelmatig gelezen wordt en waarin dat ook beloond wordt. Denk dan in termen van ‘quality time’: lekker samen op de bank zitten en een boekje (voor)lezen. Maak (voor)lezen dus een normaal onderdeel van je eigen levenssituatie.

Uiteraard kan het voor ouders nog best lastig zijn om het lezen voor hun kind weer leuk te maken. Ga dan op zoek naar de intrinsieke motivatie van je kind. Dat kun je doen door vooral boeken uit te zoeken die je kind zelf heel leuk, interessant of boeiend vindt. Laat de boeken aansluiten op de belevingswereld en interesses van je kind. Als je kind bijvoorbeeld fan is van dinosaurussen, dan lees je daar samen boeken over. Bij drukke gezinnen kan zo’n één-op één-momentje, waarin je aan je kind (voor)leest, zelfs een uitkomst zijn. Door het samen te doen, wordt het lezen alleen maar leuker. Hiermee kun je de leesmotivatie en het leesplezier van je kind absoluut stimuleren.

Geef het dus niet op en ga vooral door met lezen. Lezen onder dwang, bijv. tot huilens toe, is natuurlijk het andere uiterste. Dat laatste vergroot alleen maar de weerstand bij je kind. In de plaats daarvan is het beter om je kind zelf zijn boeken uit te laten kiezen. Ga samen naar de bibliotheek en maak er daarna samen een gezellig leesmoment van.
Goed om nog te weten is ook dat het geen probleem is om kinderen naar luisterboeken te laten luisteren of om software te gebruiken om boeken te laten voorlezen. Het is dan wel belangrijk dat kinderen het boek erbij houden en zelf meelezen. In de bibliotheek heb je ook een Makkelijk Lezen Plein, waar je boeken kunt vinden voor kinderen die wat meer moeite hebben met lezen.

 


Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend.
 Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?
Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Lees verder over gerelateerde thema’s:
Wist jij dit al over opvoeding en ouderschap…? Uitgebreide interviews met toonaangevende experts.’ 
– ‘11 tips om samen (voor)lezen nóg leuker te maken.
– ”Nog een keer lezen, nog een keer’- 5 eenvoudige tips om samen (voor)lezen met je kind nóg leuker te maken.
– ‘Waarom worden kinderen en tieners toch zo boos?‘. 
‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl. 

Boos zijn kun je leren! | 6 stappen om je kind te leren zijn boosheid te beheersen.

moeder_boos_op_dochterBoosheid is een emotie die erbij hoort, zowel voor kinderen als voor volwassenen. Wat kinderen echter moeten leren, is dat je niet zomaar alles kunt zeggen of doen als je boos bent. Ze moeten nog leren hoe ze hun boosheid in goede banen kunnen leiden. Wij als volwassenen spelen daarbij een belangrijke rol. In dit artikel deel ik 6 stappen waarmee je je kind kunt leren z’n boosheid te beheersen om zo woedeaanvallen te voorkomen! 

 

Stap 1: Bespreek met je kind het verschil tussen ‘boos zijn’ en ‘boos doen’.
Het is belangrijk dat je kind weet dat er een verschil bestaat tussen emotie en gedrag. Oftewel het verschil tussen ‘boos zijn’ en ‘boos doen’. Leg op een manier, die bij de leeftijd en leefwereld van je kind past, uit dat je niet zomaar alles kunt zeggen of doen als je boos bent, zoals schelden, schoppen, slaan of met speelgoed of de deuren gooien. Bespreek ook samen wat de gevolgen voor je kind kunnen zijn als het z’n boosheid wel afreageert op een ‘onwenselijke’ manier. Het is belangrijk dat je kind zich realiseert dat het weliswaar het gevoel kan hebben dat het gelijk heeft of in z’n recht staat, maar dat zijn manier van reageren er toch toe kan leiden dat het een standje of straf krijgt of dat er ruzie ontstaat. Laat je kind inzien dat het veel meer oplevert als het lukt om ondanks de boosheid toch rustig te reageren.

 

Stap 2: Maak je kind bewust dat het een keuze heeft
vader_troost_dochterHet is ook belangrijk dat je kind leert inzien dat het zelf kan kiezen hoe het naar een situatie kijkt en hoe het met zijn boosheid omgaat. Dit kun je doen door je kind eens te laten nadenken over een situatie, waarin het nog niet zo lang geleden boos werd. Schrijf op wat het toen allemaal deed, voelde en dacht. Vraag je kind hoe het op een andere, meer positieve manier tegen die situatie aan zou kunnen kijken. Je kind kan bijvoorbeeld opnieuw nadenken over de opmerking die over hem gemaakt werd, waar het zo boos over werd (bijv. het was als grapje bedoeld) of de duw die hij kreeg (bijv. de ander struikelde en viel per ongeluk tegen hem aan).

Probeer vervolgens samen met je kind te bedenken hoe het anders had kunnen reageren. Voor jonge kinderen is dat nog best lastig; dat kun je hem best uitleggen en voorzeggen. Een ouder kind kun je vragen om zich eens te verplaatsen in de ander en vanuit dat standpunt te beredeneren waarom de ander zo reageerde en wat er nodig zou zijn geweest om de situatie niet te laten escaleren. Het doel van dit soort gesprekken is om je kind meer inzicht te laten krijgen in dit soort situaties, zodat het er steeds bewuster mee om kan gaan.

 


joyce_grijs_aanjou_1
Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?

Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 


Stap 3: Maak afspraken over wat je kind wel en niet mag doen als het boos is.

Meestal weten kinderen vrij snel wat ze eigenlijk niet mogen doen als ze boos zijn. Denk aan uitschelden of kwetsen, pijn doen en spullen kapot maken. Wat we als volwassenen nogal eens vergeten, is hen ook te leren wat ze wél kunnen doen als ze boos zijn. Als je kind weet hoe het een lastige situatie kan aanpakken, dan geeft dat een gevoel van ‘controle’. Het weet dan beter wat het kan doen en welke stappen het kan zetten.

Hieronder een opsomming van dingen die je kind wel kan doen als het boos is:
jongen_hand_omhoog_stop– Zeggen ‘stop, hou op, ik vind het niet meer leuk’ (voor jongere kinderen).
– In je hoofd tot tien tellen.
– Aan een persoon denken die – in de ogen van je kind – altijd rustig reageert in lastige situaties.
– Op tijd aangeven dat je iets niet leuk of fijn vindt (bijv. omdat iemand een nare opmerking maakt). Als de ander dan toch doorgaat, dan kun je nogmaals aangeven dat je wil dat hij ermee stopt. Als de ander dan nog steeds doorgaat, haal je er een volwassene bij (bijv. de ouder of leerkracht).
– Aangeven dat je even weggaat om rustig te worden en er later op terug wilt komen. Je kind neemt even een time out om te voorkomen dat hij op dat moment dingen gaat zeggen of doen waar hij later spijt van heeft. Het is belangrijk dat je kind zich ook aan die afspraak houdt en na een tijdje terugkomt om het uit te praten.

Let op: er wordt vaak geadviseerd om een kind tegen een boksbal te laten slaan of in een kussen te laten schreeuwen als hij boos is. Dat is m.i. echter juist niet de bedoeling. Je wilt namelijk dat je kind zijn agressie op dat moment niet gaat uiten, maar dat hij zijn boosheid op tijd opmerkt en die op een rustige, positieve manier kanaliseert.

Lees ook: Waarom worden kinderen en tieners toch zo boos?

 

Stap 4: Kom er regelmatig even op terug
moeder_dochter_gesprek_aan_tafelAls je weet dat je kind het moeilijk vindt om zijn boosheid in goede banen te leiden, dan is het belangrijk om er regelmatig kort op terug te komen. Vraag je kind tussen neus en lippen door: ‘Ben je vandaag nog boos geweest?’. Als dit zo is, kun je je kind vragen uit te leggen wat er gebeurde, wat je kind wilde doen, hoe het heeft gereageerd en hoe het afliep.

Als je merkt dat je kind toch nog boos gereageerd heeft (wat zeker in het begin nog zal gebeuren), bespreek dan wat het anders had kunnen doen. Probeer dit zo te doen dat je kind het zelf zegt, zodat je als ouder een indruk krijgt van wat je kind weet. Het is goed om het op een rustige, ontspannen manier met je kind te bespreken. Kinderen hebben deze terugkoppeling echt nog nodig. Door de herhaling beklijft het beter en kunnen ze het ook steeds beter toepassen.

Als je hoort dat je kind – ondanks zijn boosheid – inderdaad rustig is gebleven en heeft toegepast wat jullie hebben afgesproken, geef je een welgemeend compliment en laat je je kind weten dat je vindt dat het goed bezig is. Vraag je kind wat het opleverde om zo te reageren of te handelen en of het misschien nog iets anders had willen of kunnen doen. Ook als je kind steeds beter met zijn boosheid omgaat, is het goed om er nog regelmatig even op terug te komen.

 

Stap 5: Reageer adequaat als je kind boos wordt…
Op het moment dat je kind boos is, is het belangrijk om hier goed als ouder op te reageren.

Dat doe je door de volgende stappen te doorlopen:
moeder_zit_met_boze_jongen1. Verplaats je in het probleem of de lastige situatie van je kind. Luister goed en aandachtig naar wat je kind zegt en veroordeel je kind niet.
2. Reageer met ‘ik-boodschappen’ en vraag dan of je constatering klopt. Je benoemt expliciet de boosheid van je kind. Je kind zal dan aangeven dat het inderdaad boos is (of juist niet) en vaak komt dan ook de reden van de boosheid naar boven. Bijv.: ‘Ik zie dat je boos wordt als ik dat zeg. Klopt dat?’
3. Geef aan dat je je goed kunt voorstellen (vanuit het perspectief van je kind) dat je kind om die reden boos werd.
4. Benoem dan wat je kind goed gedaan heeft in die situatie (bijv. ‘Wat goed dat je naar me toe bent gekomen, zodat ik je kan helpen’ of ‘Wat goed dat je me dit zo rustig uitlegt, terwijl ik zie dat je nog boos bent’). Ook als je kind toch dingen gedaan heeft die niet goed waren, moet het horen wat het wel goed gedaan heeft, ook al is het maar iets kleins.

Wat je kunt doen als je kind uit boosheid iets gedaan heeft wat niet past bij wat jullie hebben afgesproken, lees je hieronder. 

 


Goed om te weten
Vaak zie je dat je kind – nadat het boos was – verdrietig wordt en gaat huilen. Ook dat is normaal en niet erg. Je kunt je kind dan gewoon troosten. Je kind mag weten dat jij er voor hem bent.


 


Stap 6: Als je kind jullie afspraken niet nakomt…

Uiteraard mogen er consequenties volgen als je kind zich niet aan jullie afspraken heeft gehouden over wat wel en niet acceptabel gedrag is bij boosheid. Leg je kind goed uit dat er geen consequentie volgt vanwege het feit dat het zich boos voelde, maar vanwege de dingen die je kind niet meer mocht doen in z’n boosheid, zoals uitschelden, pijn doen of spullen kapot maken.

* Consequentie voor jonge kinderen
jongen_zit_op_stoelAls je kind zich niet aan de afspraken houdt en in zijn boosheid toch ontoelaatbaar gedrag vertoont, dan mag er een consequentie volgen. Denk dan aan een consequentie als even stil zitten op een stoeltje of in de hoek staan.

Goed om te weten
Deze consequenties kun je alleen toepassen als je dit volgens een aantal duidelijke regels doet. Dat houdt o.a. in dat de consequentie van korte duur is, dat je vooraf én achteraf duidelijk aangeeft waarom je kind die consequentie krijgt, dat je het na de consequentie weer goedmaakt met elkaar en dat je je kind zelf laat bedenken wat het in het vervolg anders kan doen. 

* Consequentie voor tieners
meisje_tiener_ligt_op_bed_slaapkamerBij tieners kun je op het moment van (dreigende) heftige boosheid een time out instellen. Op die manier neem je even letterlijk afstand van elkaar om allebei rustig te worden. Als je daarna weer met elkaar gaat praten, dan is het goed om de stappen te doorlopen zoals beschreven bij tip 5. Spreek af hoe jullie in het vervolg met deze situatie omgaan en op elkaar willen reageren. Eventueel herhaal je de gemaakte afspraken, voeg je nieuwe afspraken toe en bespreek je de consequentie(s). Je tiener kan daar natuurlijk in meedenken. Bij tieners houd je als ouder of leerkracht wel de regie, maar je manier van communiceren wordt steeds meer gelijkwaardig.

 


joyce_rosegrijs_staand_c

Wil je graag een thema-avond over opvoeden bijwonen?
Kijk dan in Joyce’ online Agenda voor een workshop, lezing of OpvoedParty bij jouw in de buurt.

Wil je Joyce graag uitnodigen om een thema-avond over opvoeden te geven?
Kijk dan hier voor mogelijke thema’s en/of neem contact met haar op.


 


Ten slotte…

De crux van deze aanpak zit hem erin dat je bovenstaande stappen consequent blijft toepassen. Hoe langer je met deze totale aanpak aan de slag gaat, hoe duidelijker het voor je kind wordt, hoe beter je kind zijn boosheid leert hanteren. Dat zorgt er overigens ook voor dat stap 6 steeds minder nodig is en uiteindelijk overbodig wordt.

Last but not least: Kijk eens wat vaker in de spiegel…
Kinderen van alle leeftijden leren veel van wat ze van anderen zien, dus ook hoe anderen omgaan met lastige situaties. Zo zullen ze ook van jou als ouder of leerkracht leren (en overnemen) hoe jíj reageert als je boos bent. Dat betekent dat jij je aan precies dezelfde afspraken zult moeten houden als die je voor je kind hebt gemaakt. Ook jij gaat dus niet iemand uitschelden, kwetsen, pijn doen of met voorwerpen gooien als je boos bent. Kortom, laat je kind zien hoe het op een goede manier boos kan zijn door het zelf ook zo aan te pakken. Wees op díe manier boos, zoals je graag ziet dat je kind het ook zou doen.

Lees ook het artikel: ‘Waarom worden kinderen en tieners toch zo boos?‘.


Dit artikel heb ik geschreven in opdracht van het CJG043.

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Joyce gebruikte voor dit artikel de volgende bronnen:
Psychogoed.nl
– Ouders.nl
– JMouders.nl

 

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘4 manieren om je kind te helpen met lastige emoties (+ 3 BONUSTIPS)’. Klik hier.
– ‘Waarom huil je nu alweer?’ (over: Hoe je ervoor zorgt dat je kind minder huilt.). Klik hier.
– ‘Voorkom ongewenst gedrag: Geef je kind positieve aandacht.’ Klik hier.
– ‘De time out: Hoe werkt die eigenlijk?’ (over: De time out in 5 stappen). Klik hier.
– ‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

logo_akse_coaching_klein_nieuw

 

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl. 

Heeft mijn kind autisme of niet? Wat je er als ouder en leerkracht over moet weten. [ Interview met orthopedagoge drs. Stephanie Voncken – Spierts ]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze experts interviewt over hun eigen onderzoek of werkveld. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, opvoeding en/of de ontwikkeling van kinderen (0-16 jaar). 


meisje_speelt_met_dinosVindt jouw kind het ook het fijnste om alles steeds zo veel mogelijk hetzelfde te houden?

Bijv. je kind wil het liefst altijd die ene broek aan of wil alleen maar uit die ene blauwe beker drinken.

Of is je kind wel eens helemaal uit zijn huisje als je van een bepaalde structuur afwijkt?
Bijv. Na het ontbijt gaat je kind niet naar school, zoals anders, maar naar de huisarts.

Of heeft je kind wel eens moeite om contact te maken met andere kinderen?
Bijv. Het heeft niet zoveel vriendjes en maakt best vaak ruzie met andere kinderen.

Of is je kind ook helemaal fan van één specifieke thema en wil hij met niks anders spelen dan met speelgoed dat binnen dat thema past?
Bijv. je kind is helemaal gek van dinosaurussen en precies welke naam bij welke dino hoort. Als hij ermee speelt, gaat hij er helemaal in op.

Dit zijn allemaal vragen over gedrag, die de meeste ouders (in meer of mindere mate) wel zullen herkennen van hun kind. Hier is ook eigenlijk helemaal niks mis mee; zowel ouders van een kind zonder autisme als met autisme zullen zich hierin herkennen. Je zou kunnen zeggen dat het gedrag, dat hierboven beschreven wordt, iets weg heeft van ‘autistisch trekjes’ en die hebben alle kinderen wel in bepaalde mate. Toch voldoen niet alle kinderen aan de kenmerken van autisme. Dat is o.a. afhankelijk van de mate waarin een kind aan bepaalde kenmerken voldoet, maar ook nog van andere factoren.

jongen_blokken_autismEn dat is precies waar dit artikel over gaat. Het gaat over de specifieke kenmerken van autisme bij kinderen – thuis en op school – en wat je als ouder of leerkracht kunt herkennen als een kind daadwerkelijk een vorm van autisme heeft (en wanneer dat niet het geval is).

Orthopedagoge drs. Stephanie Voncken – Spierts beantwoordt een aantal vragen over dit thema en legt het uitvoerig uit. Na het lezen van het artikel weet je wanneer je spreekt van ‘normaal’ gedrag, dat past bij de ontwikkeling van je kind en wanneer je kunt denken aan autisme. Ook lees je wat je thuis of op school kunt doen als je vermoedt dat je kind een vorm van autisme heeft en welke stappen je kunt ondernemen om je kind dan de juiste ondersteuning te bieden.

 


foto_stephanie_voncken_spierts_staandStephanie Voncken – Spierts heeft na haar universitaire opleiding ‘Pedagogische wetenschappen’ in Nijmegen gewerkt als intern begeleider, schoolconsultant en orthopedagoog. Ze volgde ook de opleiding tot orthopedagoog-generalist, rondde die met succes af en volgt sindsdien met regelmaat diverse nascholingscursussen en intervisiegroepen.

Op dit moment werkt ze als orthopedagoog / schoolconsultant bij vier reguliere basisscholen vanuit het bovenschools dienstencentrum van Stg. Mosalira (schoolbestuur in Limburg). Daarbij begeleidt ze voornamelijk leerkrachten en ouders in het vormgeven van passende zorg binnen school en thuis.

Stephanie is getrouwd en moeder van twee dochters: Julie (6) en Anne (4).


 


Je bent expert op het gebied van autisme bij kinderen. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan?

‘Via mijn eerste baan ben ik terecht gekomen als intern begeleider (IB-er) bij een school voor speciaal onderwijs. Op die school werkte ik met kinderen die autisme hadden. Ik vond het altijd al een interessante groep en heb er altijd affiniteit mee gehad. Later werkte ik er ook als orthopedagoog. Via die functie heb ik autisme goed leren kennen. Binnen mijn werk vind ik het een uitdaging om bij iedere persoon een passende aanpak te vinden.

Later werkte ik bij IRIS en deed daar diagnostiek en begeleiding bij de kinderen zelf. Door de begeleiding die je de kinderen geeft, zie je ze groeien. Dat is altijd heel mooi om te zien.

boek_geef_me_de_vijf_colette_de_bruinBij het werken met deze kinderen gebruikten we veelal een bepaalde basisaanpak; dat was de methodiek ‘Geef me de vijf’ (referentie vind je onderaan dit artikel). Met deze methode let je heel goed op een duidelijke communicatie met het kind; je zegt bijv. niet alleen maar wie wat gaat doen, maar ook waar, wanneer en hoe. We weten namelijk dat het voor kinderen met autisme belangrijk is om die informatie steeds compleet aangeboden te krijgen. Op die manier geef je dus heel duidelijk aan wat je van het kind verwacht. Het ene kind heeft meer behoefte aan deze aanpak dan het andere; je bekijkt dus per kind wat het nodig heeft.
Bijvoorbeeld: Het ene kind vindt het fijn om gesorteerde mapjes in zijn bureau te hebben, voor een ander kind kan het fijn zijn om aparte bakjes te hebben.

Er zit uiteraard wel overlap in. De basisprincipes komen iedere keer terug; de praktische uitvoering ervan kan per kind verschillen. Je houdt steeds goed in de gaten wat een kind op dit moment nodig heeft om goed te functioneren. Dat heeft ook te maken met de mate van autisme; het ene kind heeft meer sturing nodig dan het andere. In de begeleiding streef je er naar om een kind zo min mogelijk afhankelijk te maken van één leerkracht of begeleider. Je probeert te stimuleren dat ze de structuur van meerdere personen / leerkrachten kunnen accepteren.’

 

Je merkt dat er vaker gezegd wordt dat een kind ‘autistische trekjes’ heeft terwijl dat nog lang niet betekent dat het kind dan ook daadwerkelijk de diagnose ‘autisme(spectrumstoornis)’ heeft. Welke verschillen zie je tussen kinderen met autisme en kinderen zonder autisme?

‘Iedereen van ons heeft wel bepaalde ‘autistische trekjes’. Je kent vast wel een kind dat moeite heeft met veranderingen, dat een kind het lastig vindt om van de ene situatie over te gaan naar een andere situatie of volwassenen die graag zien dat voorwerpen netjes recht liggen. Maar als je alleen maar een paar trekjes hebt, die je wellicht ‘autistisch’ kunt noemen, dan wil dat nog niet zeggen dat je ook daadwerkelijk voldoet aan de diagnose ‘autisme(spectrumstoornis)’. Je zult dan aan meer kenmerken moeten voldoen dan alleen maar het hebben van een paar trekjes.

Je kunt autisme zien als een continuüm. Kinderen zonder autisme zitten dan links op het spectrum bij ‘geen of weinig autistische trekjes’ terwijl kinderen met autisme op hetzelfde spectrum zitten maar dan meer aan de rechterkant bij ‘veel autistische trekjes’. En binnen dat continuüm heb je nog behoorlijk veel verschillen en variatie.

Als er bij een kind daadwerkelijk sprake is van een vorm van autisme, dan ervaart dit kind (1) beperkingen in de sociale communicatie en interactie en ziet men (2) repetitief gedrag en specifieke interesses. Naar de praktijk vertaalt, ervaart een kind dan op de volgende gebieden duidelijk moeilijkheden:

 

1) Sociale contacten
jongen_eet_appel_zit_bij_boomKinderen met autisme hebben moeite met het aangaan, begrijpen en onderhouden van sociale contacten. Zowel in bekende als onbekende situaties vinden kinderen met autisme het lastiger om contacten aan te gaan. Als ze wel al contact gelegd hebben, dan zie je vaker dat ze graag de regie willen houden, ze willen veel zelf bepalen. Dat maakt hen minder handig in het samen spelen met andere kinderen. Ze kunnen zich ook moeilijker verplaatsen in de ander en/of ze vinden het lastig om naar hun eigen aandeel in een lastige situatie te kijken, bijv. als er iets fout gaat of als er ruzie ontstaat met een ander kind. Kinderen met autisme zijn vaak geneigd de schuld buiten zichzelf te leggen en vinden het lastig om te zien wat ze zelf verkeerd deden. Ze vinden het ook vaak lastig om in te schatten hoe de ander zich voelt. Je kunt een kind met autisme dan wel vragen wat ze zelf zouden voelen in die situatie.

Goed om te weten:
Bij jonge kinderen (bijv. bij peuters en kleuters) zonder een vorm van autisme is dit gedrag trouwens ook nog regelmatig zichtbaar. Op jonge leeftijd is het dan ook bijzonder moeilijk om een duidelijk onderscheid te maken tussen kinderen zonder en met autisme. Bij oudere kinderen (vanaf een jaar of 8 jaar) is dit verschil duidelijker waarneembaar.
Uiteraard is het altijd goed om als ouder en leerkracht alert te zijn op bepaalde signalen. Jonge kinderen ontwikkelen zich sowieso nog op deze gebieden, dus het wil niet altijd zeggen dat jonge kinderen, die moeite hebben op deze vlakken, ook daadwerkelijk een vorm van autisme hebben; het kan op deze jonge leeftijd echt nog binnen de normale ontwikkeling vallen. Als je bij leerlingen van groep 3-4 (7-8 jaar) sterke aanwijzingen hebt dat het gedrag niet meer terug te voeren is op de ontwikkeling, dan is het vanaf die leeftijd wel goed te onderzoeken en te diagnosticeren.

 

2) Communicatie
meisjes_praten_met_elkaar_op_grondKinderen met autisme laten vaak een beperkte wederkerige communicatie zien. Dit wil zeggen dat ze het lastiger vinden om een over-en-weer-gesprek te houden. Een gesprek met een kind met autisme voelt vaker als eenrichtingsverkeer aan; de ander moet het gesprek op gang houden. Een kind zonder een vorm van autisme zal zelf initiatieven nemen om een gesprek op gang te houden door zelf ook vragen te stellen of door nieuwe informatie aan het gesprek toe te voegen. Bijv. door te vertellen wat ze nog meer op een dag gedaan hebben als de ander vraagt hoe het in de speeltuin was.

Verder nemen kinderen met autisme taal vaak letterlijk. Ze vinden het lastiger om figuurlijk taalgebruik en grapjes te begrijpen en om de boodschap achter de boodschap te horen. Ook non-verbale tekens (bijv. gebaren of knipoog) kunnen zij lastiger begrijpen. Dat kan soms tot verwarring leiden.

 

3) Overzien van de omgeving
meisje_zit_omgedraaid_op_blokKinderen met autisme kunnen problemen hebben bij het overzien van hun omgeving. Ze kunnen moeilijker een situatie inschatten en vinden het lastiger om te weten hoe ze in een situatie kunnen handelen. Ze zijn geneigd om op details / deelaspecten te reageren en niet zo zeer op de situatie in zijn geheel.
Bijv. een kind met autisme zal in een groep met andere kinderen minder gericht zijn op de andere kinderen, maar juist wel op details (bijv. aandachtig kijken naar een sticker op het raam).

Naar aanleiding hiervan houden kinderen met autisme sterk vast aan bepaalde routines en vinden ze herhaling prettig. Doordat ze hun omgeving moeilijk kunnen overzien en begrijpen, zorgen vaste routines/patronen en herhaling (bijv. veelvuldig herhalen van hetzelfde spel, herhaling van bepaalde woorden en bewegingen) voor rust en voorspelbaarheid. Kinderen met autisme hebben dan ook vaak een aantal specifieke interessegebieden waar ze sterk op gericht zijn (zoals dinosaurussen, computerspellen etc.).

Kinderen zonder autisme kunnen uiteraard ook veel interesse hebben in één specifiek onderwerp; echter, kinderen zonder autisme hebben dan over het algemeen toch een bredere interesse en hebben de vaardigheid om snel van de ene naar de andere activiteit te switchen. Je ziet duidelijk meer variatie in waar ze zich mee bezig willen houden.

 

4) Gevoeligheid voor prikkels
Buckle ButtonsTot slot hebben kinderen met autisme in vergelijking met kinderen zonder autisme vaker een onder- en/of overgevoeligheid voor zintuiglijke prikkels. Zo kunnen zij bijv. overgevoelig zijn voor geluid of pijn.
Denk bijv. maar aan etiketten in kleding, die ze vervelend kunnen vinden of bepaalde kleding, die niet lekker zit (bijv. strakke broeken).

Qua ondergevoeligheid kun je denken aan kinderen, die hard vallen (en waarvan je het idee hebt dat ze zich echt pijn gedaan moeten hebben), maar niet gaan huilen. Of die juist prikkels gaan opzoeken, zoals hard op trommels slaan, rollen ed.

Soms zoeken kinderen met autisme ook specifieke zintuiglijke prikkels op. Zo kunnen ze het bijv. prettig vinden om frequent aan bepaalde voorwerpen te ruiken en te voelen.

Overigens, het is wel belangrijk om goed in het achterhoofd te houden dat het pas mogelijk is om daadwerkelijk de diagnose ‘autismespectrumstoornis’ te stellen als er zowel op school, thuis als in de vrije tijd op meerdere vlakken problemen worden gesignaleerd. Het is namelijk van invloed op alle leefgebieden; dus niet alleen thuis maar ook bij verenigingen zul je merken dat je kind met autisme anders op dingen of situaties reageert dan kinderen zonder autisme.

Als een kind maar één deelaspect laat zien (bijv. het kind is gevoelig voor zintuiglijke prikkels, maar is verder heel sociaal en laat een brede interesse zien), dan lijken er onvoldoende aanwijzingen om aan een vorm van autisme te denken. Doorgaans zie je bij kinderen met autisme dat ze kenmerken hebben die passen bij meerdere deelaspecten.
Bij twijfels is het echter altijd goed om verder naar het gedrag te kijken.’

 

Als orthopedagoog werkte je o.a. met kinderen op basisscholen. In een klas kunnen uiteraard ook kinderen zitten met (een lichte) vorm van autisme. Welke situaties op school zijn voor deze kinderen lastig? En zijn er ook situaties waarin deze kinderen juist voordelen hebben ten opzichte van kinderen zonder autisme?

kinderen_juffrouw_in_klas‘Als een kind de diagnose autisme krijgt, dan wordt eerst op de eigen reguliere basisschool alle begeleiding ingezet, die nodig is voor het kind. De expertise op de reguliere basisscholen groeit natuurlijk ook op dit gebied. Wel is de grootte van de groepen in het reguliere onderwijs vaak een probleem. Dit zorgt voor veel prikkels, die ondanks alle inzet van school, toch moeilijk zijn te reduceren. Verder merk je in de bovenbouw dat leerlingen met autisme het vaker moeilijker krijgen. Er wordt dan meer zelfstandigheid van de leerlingen verwacht, terwijl leerlingen met een vorm van autisme dit juist lastiger vinden. Extra ondersteuning op dit vlak is dan ook zeer wenselijk. Als een leerling, ondanks alle hulp op school, overvraagd blijft en in de knel komt, wordt bekeken of speciaal onderwijs een optie is.

Kinderen met autisme ervaren zowel voor- als nadelen in het reguliere basisonderwijs. De nadelen waar je aan kunt denken, zijn bijv.:

  • Ze zijn gevoeliger voor prikkels in hun omgeving en reageren op diverse prikkels. Dat komt omdat ze moeilijk onderscheid kunnen maken in welke prikkel belangrijk is en welke niet. Ze verliezen zich vaak in details of onbelangrijke prikkels. Hierdoor zijn kinderen met autisme niet altijd gericht op de instructie van de leerkracht of krijgen ze maar flarden van de instructie mee.kinderen_handen_voor_ogen_knipoogOok kunnen ze belemmeringen ervaren bij het begrijpen van de taal. Met name figuurlijke betekenissen of onderliggende betekenissen van taal vinden ze lastiger om te begrijpen. Dit geldt ook voor het begrijpen van grapjes en non-verbale gebaren (bijv. knipoog). Het is dus als leerkracht van belang om zo concreet en helder mogelijk in de communicatie te zijn. Wees kort en bondig en vermijd figuurlijk taalgebruik of grapjes. Zorg er verder voor dat het kind zich op de juiste prikkel richt (bijv. gerichte luisterhouding vragen, bijsturen bij afdwalen).
  • pictogrammen_schoolKinderen met autisme vinden plotselinge wijzigingen of veranderingen niet prettig. Ze willen graag weten wat er gaat gebeuren en wat er van hen verwacht wordt. Deze kinderen hebben baat bij een gevisualiseerd dagprogramma (bijv. door middel van pictogrammen) en zijn erbij gebaat als veranderingen op tijd worden aangekondigd. Voor sommige leerlingen is het voldoende om dat klassikaal te doen; andere leerlingen hebben er juist meer behoefte aan om het ook op hun bankje te zien. Dan kun je de planning m.b.v. plaatjes op het bankje plakken. Uiteraard is het belangrijk om ook bij het kind te checken of het begrijpt wat een specifieke afbeelding / picto betekent en wat er dan van hem verwacht wordt. Maak ook dan opnieuw duidelijk wat je concreet van het kind verwacht (wat gaat hij doen en waar, voor hoelang, met wie en hoe).Ook ‘lege momenten’ (bijv. als je klaar bent met je werk) zijn vaak lastig voor kinderen met autisme. Dit soort momenten geven namelijk een gevoel van onrust. Geef ook in dit soort situaties aan wat hij/zij concreet kan doen. Hoe concreter, hoe beter.
  • kinderen_pesten_jongenOok het sociale verkeer op school kan lastig zijn voor kinderen met autisme. Ze vinden het bijv. moeilijker om aansluiting met andere kinderen te vinden en lopen vaker alleen rond op het schoolplein. We zagen al dat wanneer deze kinderen wel contacten weten te leggen, dan vaker conflictsituaties met anderen ervaren, omdat ze het lastiger vinden om hun eigen spoor los te laten en rekening te houden met de ander. Ook zagen we al dat ze het lastiger vinden om naar hun eigen aandeel in een situatie te kijken, waardoor ze vaak de schuld buiten zichzelf leggen.Het kan deze kinderen goed helpen om sociale situaties voor hen voor te structureren (bijv. wat ga je doen tijdens het buitenspel, met wie ga je spelen, welke regels en afspraken). Daarnaast blijft het voortdurend van belang om kinderen met autisme inzicht en overzicht in sociale situaties te bieden. Bespreek en verwoord concreet de eigen gevoelens en de gevoelens van de ander; leer hen hoe ze in specifieke sociale situaties kunnen handelen. Een kind met autisme heeft hier nog meer oefening en herhaling in nodig dan andere kinderen.

 

Ook kunnen kinderen met autisme voordelen ervaren op school:

Ze hebben een sterk analytisch vermogen. Vanwege hun sterke detailwaarneming zien ze vaak zaken die kinderen zonder een vorm van autisme niet zo snel waarnemen.

meisje_steekt_vingen_op_klasZe beschikken vaak over een sterke feitenkennis. Echter, zodra er een beroep wordt gedaan op hun vermogen om samenhangen en verbanden te zien, kost dit kinderen met autisme vaak meer moeite. Vakken, zoals begrijpend lezen en rekenen (met name redactiesommen) zijn vaak lastiger voor kinderen met autisme. Als leerkracht is het dus van belang je van bovenstaand gegeven bewust te zijn en zaken – waar nodig – te verhelderen. Belangrijk is nog om te weten dat een hoge intelligentie een beschermende factor kan zijn. Maar ook dan merk je dat hoe complexer en minder eenduidig de informatie voor het kind is, hoe moeilijker het wordt, dus ook als deze leerling meer begaafd is.

De overstap van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs is natuurlijk een flinke overstap. Het is belangrijk dat leerlingen niet te afhankelijk zijn van een specifieke leerkracht, dat ze niet te veel beschermd zijn. Daar kun je gedurende de jaren op de basisschool gericht naar toe werken. Kinderen moeten namelijk ook zelf leren om structuur aan te brengen in hun werk, net als dat ze steeds zelfstandiger en zelfredzamer moeten (leren) worden.’

 

Het lijkt er vaak op dat kinderen met autisme duidelijk anders zijn dan andere kinderen, maar in de praktijk valt dat vaak nog helemaal niet zo op. Ook bestaat bijv. het idee dat een kind autisme heeft als het je niet of nauwelijks aankijkt. Bestaan er nog meer vooroordelen of mythes over autisme, die helemaal niet kloppen? En kun je aangeven hoe het dan wel zit?

jongen_voelt_aan_auto_autismeEr bestaan inderdaad vooroordelen rondom autisme (bijv. zeggen dat er sprake is van autisme als iemand je niet aankijkt of als hij/zij bepaalde herhaalde motorische bewegingen maakt, zoals heen en weer wiegen). Vaak komen dit soort gedragingen in meer of minder mate voor bij kinderen met autisme, maar een kind moet echt op meerdere vlakken en op alle leefgebieden opvallendheden laten zien (zie ook vraag 2 en 3) om aan autisme te kunnen denken. Het is dus altijd van belang om breed naar het gedrag van het kind te kijken en om te voorkomen dat je te veel inzoomt op enkele, specifieke gedragingen.
Bijv. Specifiek gedrag, zoals iemand niet aankijken, kan verschillende oorzaken hebben; denk maar aan angstproblematiek. 

‘Autisme ontstaat door een slechte opvoeding’
moeder_knuffelt_zoon_lachendWe weten van autisme dat er een grote erfelijkheidsfactor aan ten grondslag ligt, alleen is de biologische oorzaak op dit moment nog niet helemaal helder. Daar wordt wel uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Verder weten we dat de hersenen van kinderen met autisme anders functioneren en dat de omgeving weinig tot geen invloed heeft op het ontstaan ervan. Tenslotte weten we dat autisme niet komt door een verkeerde opvoeding komt; net zoals dat ook geldt voor andere ontwikkelingsstoornissen, zoals ADHD.

‘Kinderen met autisme zijn allemaal heel goed in één specifieke vaardigheid.’
meisje_speelt_met_dinosEr zijn inderdaad kinderen met autisme, die heel goed zijn in één ding, maar dat is absoluut geen prototype. Dat is dus niet het standaardbeeld van kinderen met autisme. Je ziet vaak dat kinderen met autisme sterke routines hebben, dat ze van herhaling houden en dat ze geboeid kunnen zijn door één ding.’

 

Er zijn natuurlijk ouders die zich op dit moment zorgen maken over hun kind en zich afvragen of het gedrag dat hun kind laat zien past binnen een ‘autismespectrumstoornis’. Wat is belangrijk voor deze ouders om te weten? Welke stappen kunnen ze ondernemen om er achter te komen of hun kind daadwerkelijk autisme heeft?

Als ouders het vermoeden hebben of erover twijfelen dat hun kind autisme heeft, dan is het belangrijk om dit met anderen te bespreken. Ouders kunnen bijv. contact leggen met de huisarts, de praktijkondersteuner of met maatschappelijk werk.

jongen_moeder_leerkracht_in_gesprek_schoolOok kunnen ouders het gesprek met school aangaan. Door gesprekken met leerkracht en/of IB-er te hebben, krijg je een goed beeld van hoe het kind op school functioneert. Als er tijdens deze gesprekken duidelijke signalen voor (of symptomen van) autisme zijn, dan kan via de huisarts, praktijkondersteuner, schoolarts of gemeente verwezen worden om verder onderzoek te laten doen en/of om meer begeleiding aan te vragen.

Bij hele jonge kinderen (0-4 jaar) is het uiteraard nog ontzettend moeilijk om te bepalen of specifiek gedrag wel of niet op een vorm van autisme wijst. Als er echter duidelijke signalen zijn (bijv. sterke zintuiglijke overgevoeligheid, zeer moeizaam om contact / communicatie met het kind te krijgen, sterke reacties op veranderingen), dan is het ook op die leeftijd aan te raden om dit op het consultatiebureau alvast te benoemen. Vervolgens kunnen ouders dan samen met de jeugdarts of verpleegkundige bekijken of vervolgstappen wenselijk zijn.’

 

Tenslotte, wat is het belangrijkste advies dat je aan alle ouders, die vermoeden dat hun kind autisme heeft, zou willen geven?

‘Ouders, die bij hun kind het vermoeden hebben van autisme, is mijn advies dit te bespreken en op basis van dat gesprek te bepalen of het wenselijk is om onderzoek te laten doen.

Qua aanpak kan ik de volgende zaken aanbevelen:

kinderen_bouwen_toren_blokken– Bied je kind een voorspelbare, overzichtelijke omgeving. Visualiseer het dagprogramma (m.b.v. pictogrammen), zodat het kind duidelijk weet wat er gaat gebeuren en wat er van hem verwacht wordt. Maak daarbij ook gebruik van de volgende 5 punten; benoem steeds wie het doet, wat hij doet, waar / wanneer / hoe hij het doet.
Bijvoorbeeld: je gaat nu 5 minuten hier op het kleed met je broertje met de blokken spelen, daarna gaan we eten.

Als je één van de 5 onderdelen niet duidelijk aangeeft, dan kan het kind toch iets anders gaan doen (zonder dat het echt snapt wat het dan verkeerd doet).
Leg het niet alleen auditief uit, maar maak het ook visueel. Blijf die aanpak steeds herhalen, ook bij situaties die er erg op lijken maar toch iets anders zijn. Kinderen zonder autisme vertalen dat makkelijker naar andere situaties dan kinderen met autisme.

ochtendritueel2Ook thuis kun je deze aanpak goed toepassen. Visualiseer bijv. het dagprogramma of een specifiekere situatie (zoals de stappen van het aankleden, het wc-gebruik of het tandenpoetsen). Oefen dat eerst samen, zodat je zeker weet dat je kind de picto’s begrijpt. Ook al zou je dezelfde picotgrammen gebruiken als op school, dan wil dat niet zeggen dat het voor een kind duidelijk is dat het thuis ook op die manier werkt. Of andersom: als je thuis goed geoefend hebt met je kind om naar de wc te gaan, dan wil dat niet zeggen dat je kind dat ook kan omzetten naar wc-gebruik op school.

– Voorkom plotselinge veranderingen. Uiteraard zullen er toch eens veranderingen voorkomen; kondig die dan tijdig aan. Geef dan ook opnieuw concreet aan wat er gaat gebeuren en wat je van het kind verwacht.

– Wees je ervan bewust dat je kind prikkelgevoelig kan zijn en op andere prikkels kan reageren dan je normaliter zou verwachten. Probeer prikkels waar het kind overgevoelig voor is te reduceren. Daar waar het kind geneigd is op minder belangrijke prikkels te reageren, kan het helpend zijn het kind te verhelderen welke prikkels belangrijk en welke minder belangrijk zijn in bepaalde situaties. Help het kind om zich op de juiste prikkels te richten.

Uiteraard ontkom je er niet aan om je kind toch eens iets te laten doen wat hij niet fijn vindt of waar hij stress door ervaart. Pak dat dan stap voor stap aan en neem je kind erin mee.
Bijv. als je kind alleen maar wijde joggingbroeken aan wil en jij zag graag dat hij ook eens een jeansbroek aandeed, dan is het goed om je kind in dat proces mee te nemen. Je gaat je kind dus niet van het ene moment op het andere dwingen om een jeansbroek aan te trekken, maar je laat je kind eerst zelf een (wijde) jeansbroek uitzoeken. Die kan hij thuis eerst eens heel even aantrekken, de volgende keer iets langer en zo verleng je dat stap voor stap. Zo’n verandering heeft dus tijd nodig.

– Wees alert op misverstanden in de communicatie en bied, indien nodig, extra uitleg en verheldering. Gebruik concrete en heldere taal. Voorkom ook dat je te veel in één keer vertelt, waardoor ze de kern niet meer uit de ‘woordenbrij’ kunnen halen. Wees dus kort en bondig en vermijd figuurlijk / abstract taalgebruik.

vader_praat_met_zoonOndersteun je kind bij het aangaan, begrijpen en onderhouden van sociale contacten. Bespreek en verwoord de gevoelens van het kind en de gevoelens van de ander en leer het kind hoe hij concreet in specifieke sociale situaties kan handelen. Hoe concreter, hoe beter.

– Probeer het aantal activiteiten van je kind uit te breiden door hem hier stap voor stap mee bekend te maken. Doe zaken voor en laat het kind stap voor stap meekijken en meedoen. Geef echter ook ruimte om de eigen voorkeuren / interesses te verkennen.

Het is ook goed om je als ouder of leerkracht te realiseren dat er geen eenduidige aanpak is. Ieder kind met autisme is uniek en bij ieder kind zal een passende aanpak gezocht dienen te worden. Samenwerking en afstemming met school kan hierin zeer helpend zijn.

Daarnaast is het van belang goed te kijken wat je kind wel en niet aankan. Ga zaken niet forceren en wees je ervan bewust dat je kind (mogelijk) anders is; blijf oog houden voor de eigenheid van je kind.

⇒ Blijf je ondanks deze tips vastlopen, trek dan aan de bel.’ 

 

Ben je op zoek naar aanvullende informatie over dit onderwerp?
– Kijk eens op de website van Balans of van de NVA (Nederlandse Vereniging voor Autisme)
– Het boek van Collete de Bruin geeft goede uitleg over autisme, incl. concrete tips aan ouders [de Bruin, C. (2009). Geef me de vijf. Graviant Educatieve Uitgaven].’

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend.
 Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Stephanie Voncken – Spierts gebruikte de volgende literatuur voor dit interview:
– American Psychiatric Association. (2013). Diagnostisc Statistical Manual of Mental Disorders, Fifth Edition.

 

Lees verder over gerelateerde thema’s:
– ‘Samen spelen, samen delen? – 5 tips om je kind te leren om met andere kinderen te spelen’. Klik hier
– ‘Sturing & verbinding: Waarom beide aspecten onmisbaar zijn in de opvoeding van jouw kind.’ Klik hier.
– ‘Laat dat nou! | 5 opvoedvalkuilen waar we allemaal intrappen én waardoor opvoeden onbedoeld lastiger wordt.’ Klik hier.
‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

‘Mijn kind eet zo slecht. Moet ik me zorgen maken?’ [Interview met eetexpert drs. Eline de Haan]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze onderzoekers interviewt over hun eigen onderzoek. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, met opvoeding en/of met de ontwikkeling van kinderen (0-12 jaar). 

jongen_wil_niet_eten_broccoli


Als je kind slecht eet, kun je je daar als ouder grote zorgen over maken.
Als het een keertje voorkomt natuurlijk nog niet zo zeer, maar wel als het vaker gebeurt of als het van kwaad tot erger lijkt te worden. De strijd aan tafel met je kind is alles behalve gezellig. En jij wil zo graag dat je kind goed eet. In het ideale geval zag je natuurlijk het liefst dat je kind gezond en gevarieerd at, maar de laatste tijd ben je al blij als je kind íets binnenkrijgt. Hoe zorg je er nou voor dat je kind beter gaat eten? Wat kun je dan doen en wat beter niet? En wanneer moet je je echt zorgen gaan maken? Wanneer zet je je zorgen om in actie?

⇒ In dit artikel geeft Eline de Haan (behandelcoördinator bij SeysCentra en cognitief gedragstherapeut VGCt) antwoord op deze veelvoorkomende vragen van ouders.

 


Eline, je bent expert op het gebied van eetproblemen / voedselweigering bij kinderen. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan? 

‘Ik heb orthopedagogiek gestuurd aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Tijdens mijn stage kwam ik voor het eerst in contact met het behandelcentrum. Toen daar later een vacature vrijkwam als behandelaar heb ik direct gesolliciteerd. Wat mij aansprak aan SeysCentra was het gedragstherapeutisch werken en het heel intensief met het kind en ouders bezig zijn. Daar ligt echt mijn hart.

Eerst werkte ik in het team zindelijkheidsproblematiek. Later werd ik behandelcoördinator op onze locatie in Malden (bij Nijmegen), waar wij kinderen met een selectieve/restrictieve voedselinnamestoornis (afgekort vanuit het Engels met ARFID) behandelen. ARFID is een relatief nieuwe diagnose in de DSM-5, het handboek voor de classificatie van psychische stoornissen. Vanuit SeysCentra behandelen wij deze kinderen. Dat deden we al ver voor de nieuwe term ARFID bekend werd.

Het mooie van het thema vind ik dat voeding en eten zo’n basale onderdelen van ons bestaan zijn. Het gaat echt om de eerste levensbehoefte. Daarnaast is het natuurlijk een essentieel onderdeel van ouderschap om je kind te kunnen voeden. Dat maakt dat we zowel nauw met de kinderen als hun ouders samenwerken. De cliënten, die bij SeysCentra komen, hebben een leeftijd van 2 tot 18 jaar.

meisje_wil_niet_eten5We zien o.a. kinderen, die problemen hebben met slikken of kauwen, die weinig interesse hebben in eten, die een sensorische overgevoeligheid hebben (bijv. ze vinden structuren, smaak, temperatuur, consistentie of geur van voeding zeer onprettig en/of niet te verdragen), die bang zijn voor mogelijk negatieve gevolgen van eten (bijv. verslikken, stikken, braken, buikpijn krijgen). De kinderen die wij zien, eten of weinig in hoeveelheid of heel erg selectief; een combinatie van beide komt ook voor.

Vaak zie je dat kinderen vanaf de geboorte al moeite hebben met voeding: ze hebben aan de beademing gelegen, ze hebben altijd moeite met voeding gehad, ze waren te vroeg geboren en/of te licht bij de geboorte, ze hadden last van ernstige reflux en/of een vertraagde maagontlediging (waardoor de voeding langer dan normaal in de maag blijft). Hierdoor ontwikkelt het kind een grote weerstand en/of angst voor voeding en het eten ervan. Uiteraard kunnen er ook andere oorzaken zijn dat kinderen ‘problematische eters’ worden; daarover hieronder meer.

Ik werk niet alleen met de kinderen zelf maar vaak ook met hun ouders. We leren dus niet alleen de kinderen om op een andere manier te eten, maar ook hoe de ouders anders om kunnen gaan met hun nu nog problematisch etende kind. Het direct kunnen werken met het kind én zijn ouder maakt mijn werk zo bijzonder en mooi.’

 


eline_de_haan
‘In het artikel ‘Mijn kind eet zo slecht. Moet ik me zorgen maken?’ is gedragswetenschapper Eline de Haan aan het woord. Momenteel werkt ze als behandelcoördinator bij SeysCentra in Malden. Eline heeft Pedagogische Wetenschappen gestudeerd aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en is cognitief gedragstherapeut VGCt.

SeysCentra is gespecialiseerd in de behandeling van ARFID (selectieve/restrictieve voedselinnamestoornis) en zindelijkheidsproblematiek. Hun aanpak is altijd op maat en seyscentra_logoin samenspraak met ouders. Het streven is om vanuit kennis en ervaring het probleem zo goed mogelijk te behandelen. De behandeling is wetenschappelijk onderbouwd en effectief bij kinderen en jongeren, met en zonder verstandelijke beperking.’


 

Alle kinderen maken wel eens een periode door, waarin ze niet zo goed eten. Meestal komt het dan binnen afzienbare tijd wel weer goed, waarna het kind weer beter eet. Toch kunnen ouders zich dan al behoorlijke zorgen maken. Wat zijn in jouw ogen de meest voorkomende redenen waarom kinderen een periode niet goed eten?

jongen_huilt_tijdens_voeren_moeder‘De belangrijkste reden waarom kinderen slechter gaan eten is de ‘peuterpuberteit’. Als kinderen 2-3 jaar zijn, treedt ‘autonomie-ontwikkeling’ op. Ze leren dan o.a. om ‘nee’ te zeggen, dat ze iets anders kunnen vinden dan hun ouders, dat ze invloed uit kunnen oefenen op hun omgeving en daarbij ook keuzes willen maken. Op het gebied van eten merken ze dat ook: ze bepalen zelf wat ze in hun mond stoppen. Dat hoort trouwens allemaal bij een gezonde, normale ontwikkeling; het gaat dus om kinderen die in de basis ‘goede eters’ zijn. Bijna alle kinderen maken zo’n fase door.

Tijdens de peuterpubertijd zegt een kind vaak nee tegen van alles; het gaat dan niet per se om het eten. Belangrijk is dan om niet te veel een strijd van het eten te maken. Uiteraard is het als ouder wel belangrijk om duidelijke kaders te schetsen. Je kunt je kind bijvoorbeeld keuzes geven binnen de grenzen die jij aangeeft. Daar horen dus ook goede afspraken bij. Soms kun je je kind zelf laten kiezen, maar niet altijd.

Ook bij oudere kinderen, die slechter gaan eten, kan het meer ontwikkelen van autonomie een rol spelen. Ze hebben dan bijv. bij een vriendje gezien dat er thuis vegetarisch wordt gegeten, waardoor ze zelf ook gaan nadenken over het eten en bijv. minder / geen vlees meer gaan eten. Kinderen willen hierin zelf keuzes maken. Ook dit hoeft niet zorgelijk te zijn.’

 

Als kinderen niet goed eten, zijn ouders al vrij snel ongerust en proberen ze hun kind te stimuleren om toch wat te eten. Wat vinden ouders in zo’n situatie het lastigste of moeilijkste? Zijn er ook dingen die ouders – onbewust– ‘verkeerd’ aanpakken, waardoor ze onbedoeld de kans groter maken dat hun kind slechter blijft eten of nóg slechter gaat eten?

jongen_walgt_van_soep‘Ouders vragen vaak aan hun kind: ‘Waarom vind je het niet lekker?’ en proberen dan iets aan het eten te veranderen, waardoor het kind het wellicht lekkerder vindt. Op die manier ga je te veel aandacht richten op het eten en bevestigen dat het mogelijk niet lekker is. Het ‘lekker vinden’ is eigenlijk niet zo belangrijk, maar een kind kan wel leren dat eten niet zo onprettig is als van tevoren voorgesteld wordt.

Andere ouders blijven hun kind maar stimuleren om toch nog wat te eten (bijv. blijven aansporen, ‘eet nou eens door’, ‘neem nog een hapje’). Dat heeft op een gegeven moment helemaal geen effect meer.

Ook eten ‘verstoppen’ (bijv. broodbeleg tussen brood) kan averechts werken. Vooral als je kind ineens totaal onverwacht iets in zijn eten vindt dat hij niet lekker of prettig vindt. Je kind kan daar echt van schrikken, hij raakt het vertrouwen in zijn eten kwijt. Hij dacht dat het eten veilig was, maar dat blijkt niet zo te zijn.

Het is dus belangrijk om open en eerlijk te zijn over het eten dat je je kind geeft. Bied het vooral aan zoals het er uit ziet. Dan leert het kind ook de smaak beter kennen.

Ook onderhandelen komt aan de eettafel vaak voor, alhoewel het niet echt een handige strategie is. Beter is het om je kind een gekaderde keuze te geven: als jij graag wil dat je kind min. 5 boontjes eet, dan vraag je ‘wil 5 of 7 boontjes?’. Je kind zal dan waarschijnlijk 5 boontjes kiezen. Stel ook vooral eisen waarvan je weet dat je ze als ouders kunt volhouden. Denk hierbij in kleine stappen.’

 

Eetstoornissen komen de laatste tijd steeds vaker in beeld door diverse programma’s op tv. Die bewustwording is natuurlijk hartstikke goed. Een mogelijk nadeel zou kunnen zijn dat ouders zich sneller zorgen maken over dat hun kind mogelijk een eetstoornis ontwikkelt. Kun je aangeven welke factoren kunnen wijzen op een beginnende eetstoornis?

meisje_kijkt_bedenkelijk_naar_paprika‘Je ziet verschillen tussen gewone ‘lastige eters’ en de ‘problematische eters’, waarbij de diagnose ARFID echt van toepassing is. De lastige eters eten een paar dagen per week niet goed, maar dan weer een dag wel. Sommige dingen eten ze niet, maar andere dingen weer wel. Dat gaat dus meer in golfbewegingen. De lastige eters komt meestal geen voedingsstoffen tekort en heeft een normaal gewicht.

Kinderen, waarbij de diagnose ARFID van toepassing is, eten veel te weinig, te weinig gevarieerd of slechts heel selectief. Soms krijgen ze wel genoeg calorieën binnen, maar dat ligt dan eerder aan de voeding die ze eten, dan aan de hoeveelheid. Vaak missen ze veel voedingsstoffen en hebben een te laag gewicht. Voor deze kinderen is eten dagelijks een probleem.

Eén van die factoren, die kan duiden op een eetstoornis, is als het veel te weinig of heel selectief eten langere tijd aanhoudt of dat je een duidelijk verschil ziet met hoe andere kinderen eten. Als ouder voel je dat vaak goed aan en merk je ook dat je je er al langere tijd zorgen over maakt. Bespreek dit altijd met het consultatiebureau of je huisarts.

kinderfeestje_high_teaBij oudere kinderen kan het zorgelijk zijn als ze in ‘sociale gelegenheden’ moeite hebben met eten, bijv. traktaties op school weigeren of ze zien heel erg op tegen het eetmoment op een verjaardagsfeestje (terwijl ze goed begrijpen dat het sociaal verwacht wordt dat ze dan toch iets eten).

Als je je zorgen maakt om het ‘slecht eten’ van je kind is het goed om eens bij te houden wat je kind ongeveer eet. Dat kun je doen door een week een eetdagboek bij te houden, maar dat kan ook door op te schrijven welke groentes je kind precies eet. Na een paar maanden houd je het opnieuw bij en vergelijk je de registraties van beide periodes met elkaar. Als je merkt dat je kind toch langzaam maar zeker stappen in de goede richting heeft gemaakt en je het vertrouwen hebt dat je kind beter leert eten, dan is het goed. Zo niet, dan is het belangrijk om aan de bel te trekken. Overleg je zorgen ook altijd met je huisarts of het consultatiebureau.

TIP: Kijk eens op de website van het Voedingscentrum om te checken wat kinderen van een specifieke leeftijd geadviseerd wordt om dagelijks te eten.’

 

Wat kunnen ouders zélf doen om de kans op het ontwikkelen van een eetstoornis bij hun ‘problematische eter’ te verkleinen? En wat kunnen ze beter achterwege laten?

‘Je kunt als ouder helaas niet altijd voorkómen dat je kind een eetstoornis ontwikkelt. Toch kun je gelukkig een aantal dingen doen om die kans zo klein mogelijk te maken:

  • Vaak zie je dat ‘problematische eters’ of kinderen met de diagnose ARFID een angst hebben ten aanzien van voeding. Het is dan goed om angsten van je kind te doorbreken en hem soms iets te laten doen wat hij een beetje spannend vindt. Ga de angst dus niet uit de weg, maar ga ‘m – in kleine stappen – aan.
  • gezin_samen_aan_tafel_lachenProbeer om alle gezinsleden aan tafel te laten zitten, dus ook je problematische eter die liever niet eet. Door samen aan tafel te zitten, leert je kind dat het eetmoment een gezellig, sociaal moment is. Je maakt dan de afspraak dat je kind niet perse iets hoeft te eten (mag natuurlijk wel), maar dat je wel verwacht dat hij gewoon met iedereen aan tafel zit.
  • Blijf eten dat je kind nu niet lust toch aanbieden. Herhalen is het devies.
  • Het is belangrijk om je kind te stimuleren om steeds een stapje verder te zetten. Als hij nu één hapje ergens van eet, kan hij ook twee hapjes eten. Zo kun je de hoeveelheid, van wat je kind eet, langzaam opbouwen. Denk daarbij in kleine stapjes.’

 


Tenslotte, wat is het belangrijkste advies dat je aan alle ouders, van een kind dat op dit moment niet goed eet, zou willen geven?

ouders_in_gesprek_met_professional‘Een kind dat nu slecht eet, en al lange tijd niet goed eet, gaat niet ineens goed eten; dat is nog niet zo snel opgelost. Heb dus geduld en denk in kleine stapjes. Heb ook vertrouwen op je eigen gevoel en je kundigheid als ouder.

En natuurlijk ook: als je je zorgen maakt, vraag dan om hulp. Betrek er mensen bij die met je mee kunnen denken. Probeer dat eerst laagdrempelig door je zorgen voor te leggen aan de huisarts of bij het consultatiebureau. Zij denken graag met je mee.’

 


tip_gezinWil jij als eerste Joyce’ waardevolle OpvoedTips ontvangen? 
Helemaal gratis en vrijblijvend. Klik dan hier.

Cadeau: Kort na je aanmelding van het e-zine ontvang je Joyce’ E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’ als cadeau. Dat is dus ook helemaal gratis en vrijblijvend. Je leest er hier meer over.


 

Wil je graag reageren op dit artikel? Dat mag!
Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

joyce_rosegrijs_staand_c
Heb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.


K
lik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle opvoedtips:
– ‘Vind ik niet lekker!’ (Over jouw rol aan tafel en hoe jij er voor kunt zorgen dat je kind beter eet.)’. Klik hier.
– ‘Help, mijn kind is een lastige eter! Wat nu?’ | 5 do’s & don’ts (Interview op L1 Radio). Klik hier
– ‘Aan tafel!’ (1) ‘Hoe maak je het weer gezellig aan tafel als je kind niet goed eet?’.
Klik hier
– ‘Snoep, snoep en nog eens snoep’ – Hoe je een eind maakt aan het gezeur over snoep.’ Klik hier

Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

logo_akse_coaching_klein_nieuw
Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

‘Doe het lekker zelf!’ | Wat je kunt doen als je kind brutaal tegen je is.

meisje_boos2De laatste tijd merk je dat je kind steeds vaker brutaal tegen je is. Als je hem iets vraagt om te doen, dan heeft hij altijd wel een weerwoord klaar. ‘Nee, echt niet. Doe het lekker zelf!’, zegt je zoon ineens. Of je dochter vraagt jou iets op een commanderende manier; een manier die jij absoluut niet fijn vindt. ‘Geef me die pen nu!’, zegt je dochter. Ook overdreven hard zuchten of met de ogen rollen als je iets vraagt, kun je tot brutale reacties rekenen. Soms krijg je zelfs het idee dat je kind gewoon geen respect meer voor jou heeft en dat is absoluut geen fijn gevoel…
Goed om te weten: of je een reactie van je kind brutaal vindt is vrij subjectief. Wat de ene ouder een brutale reactie vindt, vindt de andere ouder juist assertief. Houd bij het lezen van dit artikel een situatie voor ogen waarin jij vindt dat jouw kind brutaal is. 

Als kinderen wat ouder worden, dan komen ze langzaam maar zeker steeds vaker tegen je ‘in opstand’. Hoe aardig jij ook tegen je zoon of dochter bent, die opstand en dat weerwoord komt er. Gegarandeerd!

Dat is een manier om zich af te zetten tegen jou; hoewel dat natuurlijk niet fijn is, zeker niet voor jou als ouder, hoort dat bij zijn ontwikkeling.

Zodra je kind in de bovenbouw (basisschool) komt, zul je merken dat er ineens vaker brutale opmerkingen naar je hoofd geslingerd worden. Je kind zoekt op dit gebied steeds vaker grenzen op en gaat uitproberen wat er gebeurt als hij die opmerkingen maakt.
Uiteraard kunnen ook jongere kinderen wel eens brutaal tegen je zijn, alleen zal dat nog wat minder ‘hard’ of minder vaak voorkomen. Maar ook op die jongere leeftijd kun je onderstaand tips goed toepassen om te voorkomen dat het erger wordt.

Waarom is je kind eigenlijk brutaal tegen je?
Daar kunnen uiteenlopende redenen voor zijn.

meisje_boos_steekt_tong_uit– Je kind is boos door iets dat die zelfde dag of een tijdje geleden gebeurd is. Hij voelt zich boos op iemand of misschien wel machteloos over een specifieke situatie en reageert dat gevoel af op jou.

– Je hebt je kind geleerd om voor zichzelf op te komen en je kind experimenteert met manieren om dat te doen. Soms gaat dat nog niet helemaal goed en is zijn reactie te ‘assertief’ (in dit geval dus ‘te brutaal’).

– Jij wil dat je kind iets doet, maar je kind wil het gewoon niet.

– Je kind heeft niet door dat wat hij zegt of hoe hij het zegt kwetsend of pijnlijk voor jou kan zijn. Hij is zich nog van geen kwaad bewust.

– Hij heeft in het verleden voorbeelden gehad van hoe mensen met elkaar omgaan. Dat was behoorlijk assertief. Die manier van reageren heeft hij (onbewust) overgenomen. Voor hem is zo’n reactie nu normaal, waardoor hij ook op die manier op anderen reageert.
Welke reden komt jou het meest bekend voor? In welke situatie(s) is jouw kind vaker brutaal tegen jou? Zet je reactie onder dit artikel. 

Hoewel het dus bij de normale ontwikkeling van je ouder wordende kind hoort, hoef je brutale reacties natuurlijk niet te accepteren. Het is belangrijk dat je kind leert dat je dat gedrag niet prettig vindt én dat er andere manieren zijn om op elkaar te reageren.

Hoe je dat op een positieve en constructieve manier aanpakt, lees je hieronder. Ik geef je 5 stappen om thuis mee te starten. 

(1) Blijf zelf rustig & Geef het goede voorbeeld
vader_boos_op_zoonAls je kind brutaal tegen jou doet, dan zul je zelf waarschijnlijk merken dat je boos wordt. Dat is haast onvermijdelijk. Het belangrijke (en lastige…) aan die situatie is echter dat je juist op dát moment kunt laten zien hoe jij met jouw boosheid omgaat. Je kind leert dan niet alleen maar door van jou te horen hoe het zou  moeten, maar ziet het jou ook in praktijk toepassen.

Uiteraard houd je jouw eigen manier van reageren ook extra goed in de gaten. Let er op dat jij ook op een fijne manier blijft reageren op anderen (bijv. je partner), dus ook (of misschien wel: juist) als je boos of gefrustreerd bent.
Lees hier wat er gebeurt als je toch tegen je kind gaat schreeuwen. 

Kortom, blijf dus ook als jezelf boos bent rustig en respectvol naar je kind (en anderen). Op die manier ziet je kind jouw goede voorbeeld en leert in praktijk hoe het zijn boosheid kan reguleren.

 


joyce_grijs_aanjou_1
Maak je je zorgen over het brutale gedrag van je kind? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?

Neem dan contact met me op.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 


(2) Je kind mag zich boos voelen, maar niet boos doen.
dochter_boos_op_moederAls je kind brutaal tegen je doet, dan zit daar vaak een gevoel van boosheid en/of machteloosheid onder. En het gevoel van boos zijn is natuurlijk heel normaal en menselijk. Met dat gevoel is op zichzelf helemaal niks mis; dat heeft iedereen.

Alleen is dat boze gevoel iets anders dan ‘boos gedrag’. Ook als je boos bent, ga je nog steeds respectvol met de ander om. Je gaat je dan niet ineens brutaal gedragen of vervelende, kwetsende opmerkingen tegen de ander maken. Dat is niet in de haak.

Als je boos bent, kun je je dus niet zo maar laten gaan en mag je niet zo maar alles doen ‘omdat je boos bent’.  Je mag best laten merken dat je boos bent door wat harder te zeggen ‘ik ben heel erg boos!’, maar je mag niet brutaal zijn, kwetsende opmerkingen maken, iemand anders pijn doen, met speelgoed gooien etc.

Je boos voelen is dus iets heel anders dan je boos gedragen. Het eerste is helemaal geoorloofd; het tweede is niet toegestaan.

Dat is ook een belangrijk verschil om aan je kind uit te leggen. Leg je kind dat verschil duidelijk uit en laat hem weten wat hij wél kan doen als hij boos is.  Jij bent de aangewezen persoon om je kind te leren hoe hij zijn boosheid of machteloosheid op een goede manier inzet zonder daarbij brutaal of respectloos te handelen.

Bijvoorbeeld: 
– Als je kind heel boos is op een ander kind (en bang is dat hij iets vervelends gaat doen of zeggen), dan kan hij beter naar jou (of een andere volwassene) toegaan en jou vertellen wat er aan de hand is. Jij kunt de situatie dan samen met je kind gaan oplossen.
– Als je kind brutaal is tegen jou, dan reageer je daar op dat moment alleen maar heel kort op. Meer uitleg hierover lees je bij punt 3. 


(3) Brutaal gedrag van je kind is niet acceptabel. 

jongen_scheldt_tegen_vaderAls je vindt dat je kind brutaal tegen je doet, dan zeg je dat op een rustige manier tegen je kind. Je geeft aan dat hij het op een vriendelijke manier kan vragen en dat je dan naar hem zult luisteren. Die uitleg is heel belangrijk. Je kind zal van jou moeten leren hoe jij wil dat hij met jou omgaat.
Als hij dat van jou leert, dan zal hij ook eerder op een respectvolle manier met anderen kunnen omgaan. 

Zet je woorden om in daden
Nadat je dit tegen je kind gezegd hebt, ga je door met waar je mee bezig was. Je negeert verdere onvriendelijke opmerkingen of brutale opmerkingen en wacht totdat het verzoek, de vraag of de opmerking op een vriendelijke, niet-brutale manier tegen je gezegd wordt. Pas op dat moment ga je rustig in op de vraag van je kind. Op die manier leert je kind direct hoe hij tegen jou kan praten.

Realiseer je dat als je wel op je kind reageert als hij brutaal is, er voor je kind geen reden is om anders tegen jou te praten of om anders met jou om te gaan. 

 


(4) Benoem positieve reacties van je kind. 

vader_zoon_lachen_vasthoudenUiteraard zal je kind niet de hele dag door alleen maar brutaal op jou of anderen reageren. Je kind zal ook nog vaak genoeg op een aardige, vriendelijke en sympathieke manier reageren.

Het is goed om je kind op die momenten te laten merken dat je dat fijn vindt. Geef je kind daar dan een oprecht en specifiek compliment over. Je kind merkt daardoor dat jij ziet dat hij het kan, dat hij het goed doet. Daardoor wordt de kans groter dat hij vaker op die manier zal reageren.

TIP: Houd een hele week bij wanneer je kind op een aardige manier op anderen reageert en zet dat af tegen de brutale reacties. Als je dit consequent registreert, dan is de kans groot dat de balans doorslaat naar een groter aantal aardige reacties (in vergelijking met het aantal brutale reacties). Dergelijke registraties kunnen er voor zorgen dat je het probleem beter kunt relativeren.

Slaat de balans toch door naar het aantal brutale reacties en wil je dat graag veranderen?
Neem dan contact met me op, zodat we er samen voor gaan zorgen dat het brutale gedrag van je kind vermindert.

 


joyce_rosegrijs_staand_c

Wil je graag een thema-avond over opvoeden bijwonen?
Kijk dan in Joyce’ online Agenda voor een workshop, lezing of OpvoedParty bij jouw in de buurt.

Wil je Joyce graag uitnodigen om een thema-avond over opvoeden te geven?
Kijk dan hier voor mogelijke thema’s en/of neem contact met haar op.


 


(5) Praat met je kind over zijn brutaliteit.
Positive mother and boy resting in the kitchenAls jullie allebei rustig zijn, is het goed om kort met je kind over het voorval en zijn reactie op jou of zijn manier van communiceren terug te komen.

Neem je kind dan even apart, zodat jullie een persoonlijk gesprek kunnen voeren. Zorg voor een echt gesprek, waarin je je kind serieus neemt en waarin je dus niet alleen maar zegt wat je kind niet allemaal goed deed en wat jij niet fijn vindt. Dat mag je natuurlijk best benoemen, maar dat moet niet de boventoon voeren.

Vraag tijdens zo’n gesprek ook eens naar wat je kind vervelend vond aan de betreffende situatie, hoe hij zelf vond dat hij reageerde en hoe hij zelf denkt dat hij het anders had kunnen aanpakken. Luister dan goed naar je kind, zodat hij zich gehoord voelt en reageer begripvol. Als je kind zelf niet goed weet hoe hij het anders kan aanpakken, help hem dan op weg door hem concrete handvaten te geven.

Met deze 5 stappen leert je kind hoe jullie op een respectvolle manier met elkaar om kunnen gaan. Dat gaat natuurlijk niet van de ene op de andere dag, maar het lukt je wel door veel te herhalen en door consequent op het gedrag van je kind te reageren. Daardoor zal het langzaam maar zeker steeds beter gaan en zal je kind minder brutaal op jou (en anderen) reageren.

 


tip_gezinWil jij als eerste Joyce’ waardevolle OpvoedTips ontvangen? 
Helemaal gratis en vrijblijvend. Klik dan hier.

Cadeau: Kort na je aanmelding van het e-zine ontvang je Joyce’ E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’ als cadeau. Dat is dus ook helemaal gratis en vrijblijvend. Je leest er hier meer over.


 


Wil je graag reageren op dit artikel? Dat mag!

Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!
joyce_rosegrijs_staand_c
Heb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle opvoedtips:
– ‘4 manieren om je kind te helpen met lastige emoties (+ 3 BONUSTIPS)’. Klik hier.
– ‘Positief opvoeden: Start je opvoeding goed met deze 5 stappen.’ Klik hier.
– ‘Laat dat nou!’ (over: 5 opvoedvalkuilen waar we allemaal intrappen én waardoor opvoeden onbedoeld lastiger wordt). Klik hier.
– ‘Ach, het is maar een fase.’ (over: Hoe jouw verwachtingen over je kind je opvoeding in de weg kunnen zitten.). Klik hier.
‘Mijn peuter heeft een driftbui! Wat nu?’ | Minder driftbuien in slechts 5 stappen.’ Klik hier
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

Literatuur gebruikt voor dit artikel:
– ‘Hoe om te gaan met een brutaal kind‘. Nationale Hulpgids.
– M. Schiet. (2007). Opvoedencyclopedie. The House of Books: Vianen/Antwerpen.

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

Stranger Danger: Zou jouw kind met een vreemde meegaan? (5 tips om jou en je kind te helpen om met deze lastige situatie om te gaan)

telefoon_sos_functieIn het nieuws, in de krant en op internet kom je regelmatig verschrikkelijke berichten tegen over kinderen die kwijtraken. En na zo’n verschrikkelijk bericht, bijv. over Anne Faber – de jonge vrouw die tijdens een stukje fietsen meegenomen en vermoord werd – zijn we als ouders allemaal doodsbang dat het ook met één van onze kinderen gebeurt. We worden overspoeld met allemaal tips over wat we kunnen doen om dat te voorkómen. Zo is de SOS-functie instellen op je telefoon een veelvoorkomende tip (zie onderaan dit bericht hoe je ‘m instelt). Alleen hebben basisschoolkinderen (of jongere kinderen) meestal nog geen telefoon. GPS-horloges worden voorgesteld; maar die blijken dan weer gemakkelijk te hacken te zijn en daardoor extra gevaren voor je kind op te leveren.  Wat nu…?

=> Wat kun je wél doen als je je kind kwijt raakt én wat kun je je kind er zelf over leren?

Jonge kinderen laten zich helaas nog heel gemakkelijk weglokken, zelfs als we er als ouders heel dicht bij zijn. Ik wil jullie niet onnodig bang maken, maar deze filmpjes bewijzen helaas hoe gemakkelijk het is…

 


man_kidnapt_kind_met_puppy‘Gaan kinderen echt zó makkelijk mee?’ (Editie NL; dd. 10-9-2015)
‘In de Verenigde Staten ging een filmpje viral, waarin een man kinderen met behulp van een hondje meelokte. Editie NL keek of dat wel echt zo makkelijk gaat. En ja hoor…’

[Het filmpje met zelfde sociale experiment in Verenigde Staten.]


 

Deze situaties zijn natuurlijk in goed overleg met de ouder gebeurd en het is goed met de kinderen afgelopen, maar als het een echte situatie was geweest: wie weet wat er dan met de kinderen was gebeurd. Dat wil je als ouder gewoon nooit meemaken! 

Helaas kun je – hoe goed je ook oplet – niet 100% voorkómen dat je kind ooit in zo’n situatie terechtkomt. Je kunt er echter wel voor zorgen dat de kans zo klein mogelijk is én dat je kind weet wat hij in zo’n situatie kan doen.

Hieronder lees je alvast 5 tips, die je meteen thuis en samen met je kind kunt toepassen.

(1) Maak duidelijke afspraken met je kind. 
moeder_kind_gesprek_prettigLeg je kind uit wat het niet mag doen. Dan gaat het om afspraken als:
# Ga niet met onbekenden / vreemde mensen mee.
# Neem niks aan van onbekenden / vreemde mensen.
# Ga niet bij / met onbekenden / vreemde mensen naar binnen.
# Als je alleen bent en grote mensen vragen je om hulp, dan doe je dat niet. (Als volwassenen nl. écht hulp nodig hebben, vragen ze die wel aan andere volwassenen; lees ook dit artikel).

Leg daarnaast aan je kind uit wat het in deze situaties wél kan doen, zoals wat doe je als je papa / mama kwijt bent, als een onbekende je vraagt om mee te gaan, als iemand je een snoepje aanbiedt, als iemand je vraagt om mee naar binnen te gaan etc.
Daar lees je hieronder meer over.

 

(2) Bespreek met je kind dat dit soort situaties kunnen vóórkomen. 
vader_praat_liggend_met_zoonBespreek niet alleen de afspraken zoals hierboven (bijv. ‘Ga niet met onbekenden mee.’), maar leg uit hoe volwassenen dat aanpakken en hoe ze proberen om kinderen mee te lokken. Geef ook aan wat er daarna kan gebeuren. Je hoeft dan niet over alle mogelijke gevolgen in detail te treden (het is nl. erg angstaanjagend om te zeggen dat je kind verkracht of vermoord kan worden); vaak is het echt al voldoende om te zeggen dat je kind dan papa / mama misschien niet meer ziet. Dat is voor kinderen echt al erg genoeg!

Zodra je goede afspraken gemaakt hebt en je het idee hebt dat je kind begrijpt wat er kan gebeuren, is het goed (zoals de politieagente in het filmpje hieronder aangeeft) om eens af en toe aan je kind te vragen wat het zou doen als het papa of mama kwijtgeraakt is. Als je kind het niet weet, geef dan zelf aan wat jij fijn vindt wat je kind dan zou doen.
Daar lees je hieronder meer over. 

 


logo_groot_paars
Heb je een kleine of grote opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Neem dan contact met me op.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 

(3) Leer je kind dat hij/zij ‘nee’ mag zeggen.
jongen_hand_omhoog_stopHoewel we graag hebben dat kinderen goed naar ons als ouders en naar andere volwassenen luisteren, moeten ze ook leren dat ze in sommige situaties echt ‘nee’ mogen zeggen. Als je kind het gevoel krijgt ‘er klopt iets niet’, ‘dit is niet pluis’ of ‘ik vertrouw het niet helemaal’, dan moeten ze hun eigen gevoel volgen. Grote kans dat het dan ook echt niet helemaal goed zit.

Leg je kind uit dat – mocht het toch meegelokt worden of in een onprettige situatie terecht komen – in principe alle beleefdheidsregels van tafel mogen. Als een volwassene je iets laat doen wat je écht niet fijn vindt (en dan heb ik het over situaties buiten een gewone gezins- of schoolsituatie), dan mag je altijd duidelijk ‘nee’ zeggen. Werkt dat niet, dan mag je een stapje verder gaan en gaan schreeuwen (kabaal maken!), bijten, schoppen, slaan; alles wat nodig is om er maar voor te zorgen dat de volwassene wél stopt en jij weg kunt komen.

Zeg ook tegen je kind dat als hij twijfelt of hij met de onbekende mee kan gaan of als hij twijfelt om te doen wat de onbekende van hem vraagt, dat hij altijd kan zeggen: ‘ik ga naar mama / papa om te vragen of het mag’. Je kind kan op dat moment meteen naar jou toekomen, zodat jij de mogelijkheid krijgt om met hem mee te gaan en om samen met hem te gaan kijken.

(4) Zorg dat je kind jouw contactgegevens bij zich draagt als je kind van huis gaat.
Je kunt natuurlijk ook je kind ‘gewoon’ kwijt raken, zonder dat het meteen door iemand anders meegenomen is. Dat kan al als je met je kind in de speeltuin bent, in de stad, in een pretpark, op een station, op een kermis, in het zwembad, op het strand; noem maar op…

tag_kind_contactgegevensDan is het handig als je kind jouw contactgegevens bij zich draagt. Dat kun je doen door jouw telefoonnummer met pen op z’n hand of onderarm te schrijven. Je kunt ook een ‘tag’ kopen, die je bijv. aan de broek van je kind kunt vastmaken.
Voor in het zwembad is dit nog een optie: schrijf je telefoonnummer met pen op de onderarm en doe er nagellak overheen, zodat het er niet van af gaat. 

Maar dat is nog niet genoeg! Leg je kind ook uit wat het met dat telefoonnummer moet doen, want misschien is het nog te jong om een telefoon bij zich te hebben. Zeg tegen je kind dat het op zoek gaat naar een betrouwbaar persoon.
hulpdiensten.pngLeg ook uit welke mensen betrouwbaar zijn. Dat zijn meestal mensen in uniform, zoals een politieagent, ambulancepersoneel, brandweerman / -vrouw, beveiligers, parkeerwachten etc.

Alleen zijn die natuurlijk niet altijd overal aanwezig. Mochten ze er niet zijn, dan kan tegen je kind op zoek gaan naar ‘werkers’ (bijv. mensen in een winkel of achter een balie) of andere volwassenen mét kinderen.

Leg aan je kind uit dat het naar één van die volwassenen toegaat, vertel dat hij zijn vader / moeder kwijt is en of ze zijn vader / moeder voor hem willen bellen. Hij heeft het nummer immers bij de hand.
Deze laatste stappen lijken heel logisch voor ons volwassenen, maar kinderen hebben de uitleg over deze extra stappen echt nodig. Zeker als kinderen in paniek zijn, kunnen ze (net als volwassenen) minder helder nadenken. Juist daarom is het goed om ook deze stappen aan je kind te leren en om ze vaker samen te oefenen. 

jongen_nadenkend_verward_vraagtekensDaarnaast is het goed om je kind – zodra het daar oud genoeg voor is – jouw telefoonnummer uit zijn hoofd te laten leren. Dat wil niet zeggen dat hij een tag ed. niet meer bij zich hoeft te dragen, maar dat kan wel weer voor wat meer zekerheid bij je kind zorgen. Houd er ook dan nog rekening mee dat je kind zich in deze moeilijke situatie kan vergissen of het telefoonnummer helemaal kan vergeten, omdat het toch last heeft van paniek- of angstgevoelens.

 


politie_logoOok de politie heeft tips om vermissing te voorkomen én om je kind te vertellen wat het kan doen als het papa / mama niet meer ziet. Ze hebben speciaal een filmpje gemaakt, waarin kinderen zelf aan het woord komen over de afspraken, die ouders met hen hebben gemaakt.


 

(5) Oefen deze afspraken en situaties regelmatig met je kind. 
Het is goed om deze afspraken en situaties thuis – in de veilige en vertrouwde situatie – samen met je kind te oefenen. En dan zit het ‘m natuurlijk in de kracht van de herhaling!
Zo leert je kind wat er allemaal gezegd kan worden en op welke manieren geprobeerd wordt om je kind mee te lokken. Je kind kan dan ook doen wat jij hem geleerd hebt. Zo vindt het het waarschijnlijk al een stuk minder eng of vervelend om ‘nee’ te zeggen, hard te schreeuwen of van zich af te bijten / schoppen als dat zou moeten. Als je je kind het idee kan geven dat het weet wat het allemaal kan doen in dit soort nare situaties, dan is de kans kleiner dat je kind helemaal in paniek raakt.

Kortom, bespreek met je kind welke situaties zich kunnen voordoen én wat je kind dan kan doen. Houd het zo eenvoudig mogelijk (aangepast aan de leeftijd), zodat je kind het goed begrijpt en kan opvolgen. Op die manier weet je kind wat het kan doen in deze moeilijke situaties én is voor jou beter te voorspellen wat je kind doet, zodat je je kind beter kunt zoeken (en hopelijk vindt!).

 

Tenslotte…
meisjes_hangen_aan_rek_speeltuinZorg er voor dat je het ‘mogelijke probleem’ (dat er voor je kind nog helemaal niet is) niet groter maakt dan dat het is.
Je wilt namelijk niet dat je kind het vertrouwen in de mens helemaal kwijtraakt. Kinderen kunnen hier natuurlijk ook bang van worden en ook dat wil je graag voorkomen. Je wil toch het liefst dat je kind zorgeloos in de speeltuin kan spelen. En bedenk ook dat lang niet iedereen slecht is of slechte bedoelingen heeft met je kind.

=> Als je duidelijke afspraken maakt met je kind en je deze situaties regelmatig oefent, zal dat ervoor zorgen dat je kind steeds beter weet wat hij kan doen.


Aanvullend

social_experiment_ice_cream_carBekijk ook deze filmpjes met ‘social experiments’, waarin je ziet hoe gemakkelijk kinderen – ondanks al je waarschuwingen – toch doen wat vreemden van hen vragen:
‘Doe de voordeur niet open’ / ‘Laat geen vreemden in huis’.
‘Ga niet bij vreemden naar binnen.’
‘Stap niet in de auto van een vreemde.’

 


Maandelijks schrijft Joyce een artikel boordevol opvoedtips over belangrijke opvoedthema’s, waar ouders regelmatig tegenaan lopen.

tip_gezin=> Wil jij haar NIEUWSTE e-zine met alle opvoedtips lezen?
Klik dan hier en meld je GRATIS én vrijblijvend aan voor Joyce’ e-zine, boordevol praktische opvoedtips.  Het e-zine verstuurt ze steeds aan het begin van de maand.

CADEAU: Kort na je aanmelding ontvang je ook nog een mooi cadeau met extra opvoedtips. Je leest er hier meer over. 


 

joyce_grijs_aanjou_1Ik hoop van harte dat je deze tips op een goede manier kunt toepassen. Heb je hier vragen over, wil je meer weten over dit thema of heb je een opvoedvraag? Neem dan contact met me op. Je vindt m’n contactgegevens hieronder.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2017-2018. Joyce Akse/Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.
Geschreven door Joyce Akse van Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies.

 

logo_akse_coaching_groot_nieuwGa (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.


Lees verder over gerelateerde thema’s:
– ‘Mijn kind kan niet zonder zijn smart phone.’ – Hoe je het smart phone-gebruik van je kind in goede banen leidt. Lees hier.
– ‘Hoe leer je je kind om rekening te houden met anderen? (Over: 5 tips | Sociale vaardigheden)’ Lees hier.
– ‘Voorkom ongewenst gedrag: Geef je kind positieve aandacht.’ Lees hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed. 


Alle links naar de filmpjes op een rij:

– ‘Gaan kinderen echt zó makkelijk mee?’ (EditieNL): https://youtu.be/j0qBJ_OuOYo.
– Link naar Amerikaans ‘social experiment’: https://youtu.be/b5P1nhcweFI.
– Preventieregels vermissing (Politie; i.v.m. ‘De dag van het vermiste kind’; 25 mei): https://youtu.be/kew_BkZGJ3E.
– Social experiment ‘Doe de voordeur niet open’ / ‘Laat geen vreemden in huis’: https://youtu.be/bzEIRvxK3aE.
– Social experiment ‘Ga niet bij vreemden naar binnen.’: https://youtu.be/J3PN5wVHsjk.
– Social experiment ‘Stap niet in de auto van een vreemde’: https://youtu.be/Z0Kdta-dVKk.

Wil je de SOS-functie instellen op je telefoon? 
Klik dan hier voor meer informatie.

Stop met schreeuwen! (Over: Hoe je in 5 stappen minder schreeuwt tegen je kind)

ouders_schreeuwen_tegen_dochterSchreeuwen tegen onze kinderen: helaas, we doen het allemaal wel eens. En waarschijnlijk zouden we er ook allemaal meteen mee willen stoppen, liever gisteren dan vandaag. Je weet dat je het doet, je weet dat je het niet zou moeten doen… Je wil het niet doen, je vindt het vreselijk, maar je doet het toch. Het overkomt je steeds weer.

⇒ Hoe kun je eindelijk stoppen met schreeuwen tegen je kind? Hoe doe je dat toch?


Laten we eerst een stapje terug doen en nagaan wat er eigenlijk bij je kind gebeurt als je tegen hem schreeuwt.

Op het moment dat je tegen je kind schreeuwt, wil je eigenlijk heel erg duidelijk maken dat er iets gebeurd is dat niet mag, je geeft aan waarom het niet kan/mag, waarom je niet begrijpt dat hij dat gedaan heeft (of steeds maar weer doet), dat je echt wil dat hij er nu meteen mee stopt en dat er een consequentie volgt. Kortom, je wil je kind iets leren. Alleen zeg je dat allemaal tegen je kind met een gevoel van boosheid, onbegrip en frustratie.

Het punt is alleen dat je kind op die manier niet zal gaan leren wat jij graag wil. Je kind zal eerder schrikken van jouw boosheid, van jouw harde stem, van jouw boze blik en misschien ook wel van de woorden die je gebruikt. Door de boosheid zeg je misschien dingen die je beter niet had kunnen zeggen (je gebuikt misschien zelfs scheldwoorden etc.). Het is duidelijk dat het moeilijker is om je verbaal te beheersen wanneer je boos bent dan wanneer je rustig bent.

meisje_kijkt_boos_moeder_boze_vingerDoor die schrikreactie schiet je kind in een soort ‘overlevingsstand’ en gaat nadenken over ‘hoe kan ik hier zo snel mogelijk weg komen?’ of ‘hoe kan ik dit zo snel als mogelijk laten stoppen?’. Je kind staat dus totaal niet in de leerstand. Hij leert dus niets van wat je op dat moment schreeuwend zegt. Hij leert wel dat – zodra jij schreeuwt – hij moet stoppen met waar hij mee bezig was, maar waarom dat zo is – de exacte reden daarvan – is hem ontgaan.

Sterker nog, juist omdat je kind dat in zo’n situatie niet leert, is de kans aanwezig dat hij het binnenkort nog een keer doet. Niet omdat je kind niet ‘slim’ genoeg is, maar omdat je het als ouder op dat moment niet goed hebt aangepakt. (Laat ik maar gewoon zeggen zoals het is…) Schreeuwen tegen je kind werkt dus vaak averechts…

 


fb_omslagfoto_eboek_stop_met_schreeuwenWil je ervoor zorgen dat je minder schreeuwt tegen je kind? Bestel dan nu m’n GRATIS e-boek ‘Stop met schreeuwen’.

Bestellen is heel eenvoudig. Stuur een mailtje naar info@aksecoaching.nl en zet de titel van het e-boek in de onderwerpregel. Dan ontvang jij dit e-boek binnen enkele werkdagen in je mailbox.

Klik hier voor meer info.


 

moeder_wanhopig_schreeuwendDaarnaast gebeurt er nog iets anders. Als je vaker tegen je kind schreeuwt, raakt je kind er steeds meer aan gewend. Het raakt erdoor ‘gehard’; het schreeuwen raakt hem steeds minder. Na enkele jaren waarin je vaker geschreeuwd hebt, kan je kind zelfs onverschillig op je gaan reageren. Dat is waarschijnlijk een reactie, waarmee hij het bloed onder je nagels vandaan haalt, maar het is ook een teken dat je al te vaak tegen hem geschreeuwd hebt. Je krijgt dan het gevoel dat je andere technieken uit de kast moet halen om nog tot je kind door te kunnen dringen. En zo kan het incidenteel schreeuwen dat je nu nog doet van kwaad tot erger worden…

Een ander effect op onze kinderen is dat we hen leren dat het acceptabel is om te schreeuwen. Mama doet het, papa doet het, dus het mag. In situaties waarin je boos of gefrustreerd raakt, is het prima om te gaan schreeuwen.

⇒ Allemaal effecten van jouw geschreeuw, die je je kind liever niet wil leren. 

 

Gelukkig is er een 5-tal stappen, waar je zelf mee kunt beginnen om minder tegen je kind te schreeuwen. Deze stappen staan trouwens in willekeurige volgorde. Je kunt beginnen met de stap die voor jou het fijnste is. Deze 5 stappen lees je hieronder.

(1) Reageer op tijd op ongewenst gedrag van je kind. 
jongen_tekent_op_muur_moeder_boosHet is belangrijk om snel genoeg op ongewenst, lastig of vervelend gedrag van je kind te reageren. Zodra je kind dat gedrag vertoont, is het goed om er dus meteen op te reageren. Denk niet: ‘hij zal er zo wel mee stoppen’ of ‘nu is het nog niet zo erg’. Je kunt nl. niet voorspellen op welke manier het gedrag van je kind zich gaat ontwikkelen. Misschien stopt hij inderdaad wel binnen een minuut, maar misschien wordt het nog veel erger. En wat gebeurt er in het laatste geval met jouw boosheid? Juist, die wordt ook alleen maar erger…

Je wil natuurlijk wel dat je kind iets leert en je weet dat jij bepaald gedrag van je kind onprettig (of misschien wel onacceptabel) vindt. Je kunt je boodschap beter en duidelijker overbrengen als je nog rustig bent. Als je merkt dat je boos begint te worden of misschien zelfs al witheet van woede dan heb je te lang gewacht. De kans is groot dat je eerste reactie dan meteen te heftig is en dat je gaat schreeuwen. De kans op een leermoment is dan helaas verkeken.
Voorkom dat je pas op je kind reageert als je witheet van woede bent. Je leest er in dit artikel meer over

 


fb_opvoedcursus_stop_met_schreeuwenOpvoedcursus ‘Stop met Schreeuwen’
In deze opvoedcursus leer je hoe je binnen korte tijd minder gaat schreeuwen tegen je kind.

Je krijgt o.a. inzicht in / je leert:
– waarom je tegen je kind schreeuwt
– hoe je dat kunt verminderen
– hoe je kunt voorkómen dat je gaat schreeuwen
– hoe je op een andere manier met je kind kunt communiceren
– én nog veel meer…

Lees hier meer over m’n opvoedcursus ‘Stop met Schreeuwen’.


 


(2) Maak duidelijke afspraken met elkaar over hoe jullie in jullie gezin met elkaar omgaan.
gezin_overleg_thuis_aan_tafelGa eens met z’n allen om de tafel zitten en bespreek waar je als ouder tegen aanloopt. Geef aan dat je het niet fijn vindt dat jullie vaker zo tegen elkaar schreeuwen. Je zou willen dat dat op een andere manier ging. Vaak zullen je kinderen het daar mee eens zijn.

Spreek vervolgens af op welke manier jullie wél met elkaar willen praten. Geef bijv. aan dat jullie met elkaar praten door jullie ‘praatstem’ te gebruiken. Dat is bijv. een heel andere stem dan wanneer je zachtjes moet praten (‘je fluisterstem’) of wanneer je niet zo op het volume van je stem hoeft te letten (‘buiten-speel-stem’). Je kunt deze afspraak met een pictogram ondersteunen en ophangen op een plek waar jullie allemaal vaak komen (bijv. de keuken), zodat jullie regelmatig aan deze afspraak worden herinnerd.
Natuurlijk mag je de ‘praatstem’ anders noemen. Als voor jullie allemaal maar duidelijk is wat jullie bedoelen en hoe jullie vanaf dat moment met elkaar praten. 

 

(3) Als je voelt dat je boos wordt en toch gaat schreeuwen: STOP.
jongen_vinger_op_mond_stilZodra je voelt dat je boos wordt, stop je meteen met praten tegen je kind, ook al ben je midden in een zin. Dat is vooral in het begin natuurlijk heel lastig om te doen, vooral omdat je voor je gevoel misschien maar door blijft gaan. Toch zal er een moment komen waarop je denkt ‘ik ben nu (te) boos’ en dit moet stoppen; zeker als je er bewust mee aan de slag gaat. Heb er vertrouwen in dat dat moment komt.

Op dat moment geef je je kind een soort stopteken (bijv. je hand omhoog als een politieagent of een ‘time out’-teken zoals bij basketbal), je kunt je zelfs even helemaal omdraaien. Haal dan een paar keer diep adem, schud eens met je handen, tel in je hoofd langzaam tot 10, visualiseer iets waardoor jij rustig wordt ed. Draai je pas terug naar je kind zodra je je weer rustig voelt.
Als je merkt dat je op deze manier nog niet voldoende rustig bent geworden, loop dan even weg naar een plek waar je beter tot jezelf kunt komen (zeg dat ook tegen je kind). Ga ook dan pas weer terug als je merkt dat je rustig bent en je je emoties weer onder controle hebt. 

LET OP: Normaalgesproken loop je natuurlijk niet weg uit een lastige situatie, maar in dit geval gaat het belang van je kind voor op jouw gevoel en jouw emotie. Jij laat op deze manier zien hoe je je eigen heftige emoties probeert te beheersen en dat je emoties niet jou beheersen.

 

(4) Niemand hoeft te ‘winnen’.
moeder_opruimenSoms heb je als ouder het gevoel dat jij het laatste woord moet hebben, dat jij moet winnen. Want als jij niet wint, dan wint je kind en dan verlies jij. Dat kan toch niet.

⇒Als je er zo over denkt, hebben jullie eigenlijk allebei verloren…

Het is juist belangrijk om de lastige situatie, waarin jij en je kind op het punt staan te ontploffen, zo te veranderen dat jullie allebei ‘winnen’. Kijk de situatie bijv. eens van een afstandje, door de ogen van je kind. Wat deed je kind nou eigenlijk dat zo verkeerd was? Was het met kwade opzet of ging het per ongeluk? Was het iets dat je kind nog niet helemaal kon of juist iets dat hij hartstikke leuk vond, maar toch mis ging? Reageerde jij misschien wat te snel en te fel, terwijl er eigenlijk nog niet zo veel aan de hand was? Was je kind al moe of al een tijdje gefrustreerd (of ben jij dat zelf misschien wel)?

Het is belangrijk voor je kind om te weten dat jullie aan dezelfde kant staan, dat je hem wilt helpen en dat je hem begrijpt, ook al ben je het niet eens met wat er net gebeurd is. Probeer je rust te bewaren, verplaats je in je kind en zoek elkaar op om de band te herstellen. Later kun je altijd nog bespreken wat er mis ging in die ene situatie en kun je uitleggen hoe je graag zag dat hij het anders deed. Als je rustig bent en het dan bespreekt, staat je kind open om iets van jou te leren.

Hieronder lees je de laatste stap om te stoppen met schreeuwen.


joyce_grijs_aanjou_1
Heb je een kleine of grote opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Neem dan contact met me op.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 


En, last but not least: 

(5) Geef je kind én jezelf voldoende positieve aandacht.
vader_dochter_gekke_selfieZorg ervoor dat je regelmatig samen met je kind speelt. Dan gaat het om een korte tijd (ong. 5 min.) enkele keren (2-3x) per dag. In die tijd speel je met je kind en laat je je min of meer leiden door je kind. Laat je niet afleiden door je telefoon of andere apparaten en zorgt dat je helemaal beschikbaar bent voor je kind. Op die manier werk je aan jullie onderlinge band, die zal verbeteren (zelfs als die band nu al goed is). Dat maakt ook dat je kind nóg meer geneigd is om naar je te luisteren en minder ongewenst gedrag zal laten zien.
Lees hier op welke manieren je je kind positieve aandacht kunt geven.

De neiging om te gaan schreeuwen komt vaak door een gevoel van onrust bij jou als ouder. Die onrust hoeft echter niks met je kind te maken te hebben. Zorg dan ook dat je zelf voldoende rust, ontspanning en slaap krijgt. Hoe beter je voor jezelf zorgt, hoe beter je voor je kinderen kunt zorgen.

 

Wil je reageren op dit artikel?
Ga dan naar m’n Facebook-pagina en laat daar een bericht achter.

 


Wil jij ook Joyce’ waardevolle opvoedtips ontvangen? tip_gezinHelemaal gratis en vrijblijvend. Klik dan hier.

Cadeau: Kort na je aanmelding van het e-zine ontvang je Joyce’ E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’ als cadeau. Dat is dus ook helemaal gratis en vrijblijvend. Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_cIk hoop van harte dat je met deze informatie op een goede manier thuis aan de slag kunt.

Heb je hier vragen over, wil je meer weten over dit thema of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op. Je vindt m’n contactgegevens hieronder.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2017-2018. Joyce Akse/Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies.

Klik hier voor je dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

Lees verder over gerelateerde thema’s:
– ‘Je kind straf geven: Hoe het niet moet.’ Link naar artikel.
– ‘Nee, niet doen, dat mag niet!’ (Over: Grenzen stellen zonder ‘nee’ en ‘niet’)’. Link naar artikel.
– ‘Voorkom ongewenst gedrag: Geef je kind positieve aandacht.’ Link naar artikel.
– ‘Doorbreek het taboe: Opvoeden is niet altijd leuk en makkelijk.’ Link naar artikel.
– ‘Laat dat nou! | 5 opvoedvalkuilen waar we allemaal intrappen én waardoor opvoeden onbedoeld lastiger wordt.’ Link naar artikel.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed. 

 

 

logo_akse_coaching_groot_nieuw

Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

‘Hoe verbeter je het zelfvertrouwen van je kind?’ (Over: 4 ingrediënten voor een gezonde dosis zelfvertrouwen.)

meisje_bang_handenvoormondOuders vragen me wel eens hoe ze hun kind meer zelfvertrouwen kunnen geven.

Hun dochter (6) is dan bijvoorbeeld erg verlegen en zodra een onbekende haar aanspreekt, kruipt ze het liefst achter papa of mama weg.
Of hun zoon (8) is bang voor van alles en nog wat: hij vindt het niet fijn om samen met andere jongens te voetballen omdat hij bang is voor de bal, die hard op ‘m afkomt of voor de anderen die tegen hem aan botsen.
Of hun dochter (10) kan zich behoorlijk druk maken als ze een spreekbeurt moet houden voor de klas of als ze samen met een groepje een opdracht moet maken waar ze voor beoordeeld wordt; ze durft dan bijna niks te zeggen in het groepje en doet maar gewoon wat anderen zeggen.
Of hun zoon (12) durft zijn eigen mening niet te zeggen in het bijzijn van zijn vrienden; bang dat ze hem uitlachen of helemaal afwijzen; hij loopt gewoon mee met de anderen en doet daardoor wel eens dingen waar hij later spijt van heeft.

In dit artikel lees je hoe je er als ouder voor kunt zorgen dat je kind meer zelfvertrouwen krijgt. Dat lijkt misschien een onmogelijke opgave en dat lukt zeker niet van vandaag op morgen, maar het kan wel! Jij kunt er als ouder dan ook een belangrijke bijdrage aan leveren om het zelfvertrouwen van je kind te vergroten. Je leest in dit artikel met welke (basis)stappen je kunt beginnen.

ARTIKEL ‘Hoe verbeter je het zelfvertrouwen van je kind?’
Allereerst wil ik graag uitleggen wat ik precies bedoel met ‘zelfvertrouwen’. Zelfvertrouwen is het vertrouwen dat je in jezelf hebt, dat je in jezelf gelooft, dat je jezelf de moeite waard vindt, dat je positief in het leven staat en dat je de toekomst positief tegemoet ziet. Daarnaast geeft de mate van zelfvertrouwen weer in welke mate je (on)afhankelijk bent van wat anderen over je denken, dat je bij tegenslagen niet de schuld bij anderen neerlegt en dat anderen in je omgeving vertrouwen in je hebben.
kinderen_springen_omhoogAls je een gezonde basis zelfvertrouwen bezit, kun je niet alleen goed omgaan met successen, maar ook met tegenvallers. Het bepaalt (mede) de manier waarop je naar jezelf kijkt en hoe je jezelf behandelt. Als je voldoende zelfvertrouwen hebt, dan blijf je jezelf ontwikkelen en weet je waar je mogelijkheden liggen (en je benut die ook). Het zorgt er ook voor dat je rustig en kalm kunt handelen, ook als je tegenwerking ervaart. De moeilijkheden die je in je leven tegenkomt, ervaar je als een uitdaging, als iets om van te leren; niet als een groot probleem.
Zelfvertrouwen kan je als persoon een aantal dingen opleveren:
– Het geeft je veel positiviteit, het vergroot de waardering die je voor jezelf hebt, je blijft eerder trouw aan jezelf en aan je eigen normen en waarden.
– Je kunt er betere prestaties door leveren, je bereikt meer realistische doelen, je leidt een meer succesvol leven en je gaat uitdagingen aan in je leven.
– Het zorgt voor meer voldoening en het geeft je meer tevredenheid.
– Kinderen met een positief zelfbeeld zijn meestal vrolijk, kunnen goed samenwerken, zijn vaak goed op school en maken gemakkelijk vrienden.
Nuchter blijven
Een gezonde basis van zelfvertrouwen is nodig om de opdrachten, moeilijkheden en problemen in je leven durven aan te pakken. Als je voldoende zelfvertrouwen bezit, ga je problemen, die je in je leven tegenkomt, niet uit de weg. Maar je kunt natuurlijk niet overal goed in zijn. Het is goed om dat van jezelf te accepteren.
meisje_hoofd_tegen_muurEr zijn ook factoren, die voor een negatief zelfbeeld bij je kind kunnen zorgen:
– Als er vaak negatieve vergelijkingen gemaakt worden tussen broertjes en zusjes.
– Gebrek aan goede lichaamsverzorging en hygiëne.
– Onvoldoende lichaamsbeweging en conditie.
– Overgewicht.
– Negatief en pessimistisch denken.
– Veel ruzies en conflicten tussen ouders.
– Lichamelijke of emotionele verwaarlozing of mishandeling.

Zelfvertrouwen kun je ontwikkelen

Niemand wordt echt geboren met zelfvertrouwen, maar iedereen kan wel zelfvertrouwen ontwikkelen. Dat doen we door te ervaren dat iets lukt of juist niet. Zelfvertrouwen ontwikkelen we door levenservaring op te doen, door te beseffen waar onze valkuilen liggen en door te weten waar we goed in zijn.
Kortom, er zijn heel veel voordelen aan het hebben van een gezonde dosis zelfvertrouwen. Maar, als je kind dat nu niet heeft, hoe zorg je er dan voor dat hij dat wel krijgt…?

 

Als ouder kun je veel dingen doen om je kind meer zelfvertrouwen te geven. Hieronder lees je 5 manieren, waarmee je kunt starten:

(1) Accepteer je kind zoals hij is.
Iedereen is anders. Je kind heeft een eigen karakter, persoonlijkheid, specifieke eigenaardigheden, leuke en minder leuke eigenschappen en daar is helemaal niks mis mee. Misschien lijkt hij in sommige dingen op jou en in andere dingen juist meer op je partner. Dat is vaak leuk om te zien, maar als puntje bij paaltje komt, maakt het eigenlijk niet zo veel uit. Waardeer je kind vooral om wie hij zèlf is en om wat hij zèlf kan en doet. Dat kun je o.a. doen door hem complimentjes te geven, door je genegenheid te tonen, door te zeggen dat je van hem houdt en door hem te laten merken dat je het fijn vindt dat hij er is.
moeder_dochter_lachend_knuffelen

=> Kinderen met een positief zelfbeeld denken en geloven vooral goede dingen over zichzelf.
Dat gebeurt eerder als ze dikwijls worden geprezen, veel affectie en veel (positieve) aandacht van jou als ouder ontvangen.
Je hoeft je kind natuurlijk niet de hele tijd de hemel in te prijzen – liever niet zelfs – maar als je kind ergens blij mee is of trots over is, deel dan die blijdschap of trots met hem.

(2) Neem je kind serieus.

Neem je kind serieus, bijv. als hij je iets wil vertellen. Denk niet te snel ‘wat een gek verhaal’,  ‘dat klopt toch niet’ of ‘stel je niet zo aan’. Soms is het al genoeg om bij je kind te gaan zitten, hem aan te kijken en aandachtig naar hem te luisteren; soms zelfs zonder een echte woordelijke reactie. Laat je kind maar eens vertellen zonder dat jij hem in de rede valt en zonder dat jij vertelt wat je ervan vindt of wat jij zou doen. Je kunt uiteraard wel doorvragen om meer te weten te komen, maar sla daar niet in door. Verbaas je over wat je kind je allemaal kan vertellen, zodra hij de smaak te pakken heeft. Door dit soort gesprekken, waarin jij aandachtig naar je kind luistert, krijgt je kind een positieve bevestiging (‘ik mag er zijn’), wat weer bijdraagt aan meer zelfvertrouwen.

Sommige kinderen zijn er heel goed in om bepaalde verwachtingen over zichzelf te hebben,
die absoluut niet realistisch zijn. Ze verwachten heel veel van zichzelf, ze denken dat ze al van alles moeten kunnen en zien dan vooral wat ze (nog) allemaal niet kunnen. Praat over die verwachtingen met je kind en geef vooral aan wat je kind al wel kan.
 jongen_bij_bord_spierballen

Leer je kind ook dat hij door veel oefenen of door iets vaak te herhalen ergens beter in kan worden
, maar dat het best een tijd kan duren voordat hij iets goed onder de knie heeft. Op die manier leert je kind dat hij niet in één keer helemaal goed moet doen.

 


Je kunt je kind hierbij nog extra ondersteunen door samen realistische doelen te formuleren
; vooral het woord ‘realistisch’ is hierbij belangrijk. Vraag je kind bijv. hoe hij iets wil aanpakken zodat hij zijn doel kan bereiken. Formuleer samen kleine stappen, die hij – één voor één – zelf kan zetten om uiteindelijk zijn einddoel te bereiken. Juist als je kind merkt dat hij de doelen die hij stelt ook kan bereiken, draagt dat bij aan een gevoel van meer zelfvertrouwen.


(3) Geef je kind (gepaste) vrijheid.

jongens_plakken_fietsband_opaAlle kinderen hebben een bepaalde mate van vrijheid nodig. Ze leren bepaalde vaardigheden vooral door ze zelf te oefenen en zelf te doen. Als de tijd het toelaat en als je de mogelijkheid hebt, laat je kind dan eens zelf proberen om zijn naam te schrijven, om zijn veters te strikken, om een DVD op te zetten, om zijn tanden te poetsen, om zijn band te plakken etc. Kinderen vinden het vaak heerlijk om te merken dat ze iets helemaal zelf mogen doen.
Houd hierbij natuurlijk wel rekening met de leeftijd van je kind en zijn ontwikkelingsniveau. Niet alle kinderen hebben op dezelfde leeftijd dezelfde vaardigheden onder de knie.

Stimuleer je kind ook om nieuwe stappen te (durven) zetten en om iets nieuws uit te proberen.
Geef je kind de ruimte om zijn eigen fouten te maken. Uiteraard is het dan wel goed als jij als ouder in de buurt bent om samen een fout of probleem op te lossen. Maar ook hiervoor geldt: je kunt het dan helemaal voor je kind oplossen òf je kunt er samen met je kind over nadenken hoe hij het zelf kan oplossen. In het laatste geval zal het meer opleveren voor zijn positieve zelfbeeld en zal het hem meer zelfvertrouwen geven.

Datzelfde geldt natuurlijk ook voor keuzes maken.
Het is belangrijk voor je kind om te leren om zelf keuzes te maken. Let ook hier weer op de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van je kind. Een kind van 12 kan over het algemeen heel goed zijn eigen kleren uitzoeken, terwijl dat voor een kind van 2 nog te veel gevraagd is. Jonge kinderen kun je bijv. wel de keuze uit 2 sets kleding voorleggen en hen op die manier een keuze geven. Als je kind merkt dat jij hem bepaalde keuzes toevertrouwt, dan is dat ook goed voor het zelfvertrouwen van je kind.

(4) Bied grenzen, maak afspraken en spreek consequenties af.

vader_praat_liggend_met_zoonAan vrijheid geven zit natuurlijk ook een keerzijde. Te veel vrijheid en keuzes (of juist te weinig / overbescherming) zijn niet goed voor het zelfvertrouwen van je kind. Het is ontzettend belangrijk voor kinderen om te weten waar de grenzen liggen en daar kun je duidelijke afspraken over maken. Juist door deze grenzen leert je kind wat er wel/niet mag en welk gedrag toelaatbaar of gewenst is. Bied je kind duidelijkheid, maak afspraken over wat je van je kind verwacht en biedt structuur. Een positief zelfbeeld hangt samen met een opvoedsituatie, waarin sprake is van duidelijke grenzen en duidelijke afspraken. Op die manier zorg je voor een veilige, voorspelbare omgeving en help je je kind om de wereld om hem heen beter te begrijpen.

 


Als je kind zich niet aan jullie afspraken houdt, is het belangrijk om er consequenties aan te verbinden. Hoe je dat op een positieve, fijne en constructieve manier aanpakt, leer je o.a. in m’n opvoedcursus ‘Leren luisteren’.

 


Dit waren slechts 4 manieren om het zelfvertrouwen van je kind te vergroten.
Er zijn uiteraard ook nog andere manieren, waarop je dat – samen met je kind – kunt bewerkstelligen.


M’n vaste e-zine-abonnees lazen ook nog hoe je zelf het goede voorbeeld kunt geven, waardoor je kind ook meer zelfvertrouwen kan ontwikkelen.

Wil jij ook graag alle NIEUWSTE opvoedtips van Joyce lezen?
ezineJoyce stuurt maandelijks waardevolle, praktische opvoedtips naar haar e-zineabonnees. Het e-zine gaat steeds over een ander belangrijk opvoedthema, waar ouders vaker mee worstelen.
Het e-zine verstuurt ze 1x per maand. Kort na je aanmelding ontvang je alvast haar E-boek ‘5×5 OpvoedTips – Nóg meer genieten van opvoeden’ in je mailbox, zodat je meteen met de eerste praktische tips kunt beginnen. Zowel het e-zine als het e-boek ontvang je helemaal GRATIS én zonder verdere verplichtingen.
Klik dan hier en lees meer over Joyce’ e-zine en evt. hoe je je er GRATIS voor kunt aanmelden.


 


Heb je nog vragen of opmerkingen over dit thema?

Ik hoop van harte dat je met één (of meerdere) van deze tips aan de slag gaat.
Het zal er aan bijdragen dat je kind op een positieve manier naar zichzelf kijkt en meer zelfvertrouwen krijgt. Laat je me weten hoe het gegaan is?
Mail die dan vrijblijvend naar info@aksecoaching.nl of plaats je reactie onder dit bericht. Veel succes!
Met hartelijke groet,
Joyce Akse
http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

 

© 2016. Joyce Akse/Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.
Geschreven door Joyce Akse van Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies.

logo_akse_coaching_groot_nieuw

Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.


Lees verder over gerelateerde thema’s: 

– Samen spelen, samen delen? – 5 tips om je kind te leren om met andere kinderen te spelen. Klik hier.
– ‘Mijn kind kan niet zonder zijn smart phone.’ – Hoe je het smart phone-gebruik van je kind in goede banen leidt. Klik hier.
– ‘4 manieren om je kind te helpen met lastige emoties (+ 3 BONUSTIPS)’; klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

Joyce gebruikte o.a. onderstaande referenties voor dit artikel:

– J/M Ouders. Zelfvertrouwen. Klik hier.
– Mens en Samenleving. Wat is zelfvertrouwen? Klik hier.
– Ouders van Nu. 8x Zo boost je het zelfvertrouwen van je dochter. Klik hier.
– Roelofs, J. (2011). Zelfvertrouwen bij kinderen. Klik hier.
– Sanders, M.R., Markie-Dadds, C., & Turner, K.M.T. (2007). Zelfvertrouwen en sociale vaardigheden bij kinderen stimuleren (tipsheet). The University of Queensland: Australia.

‘Zit nou toch NIET stil!’ – Over: Hoe je je kind stimuleert om MEER te bewegen.

meisje_kijkt_tvDaar zit ze dan, je dochter van 5, al de hele ochtend voor de tv. Voor eventjes vond je het wel makkelijk dat ze lekker rustig naar haar favoriete tv-programma’s keek. Zo kon jij namelijk zelf nog even de bedden opmaken, de ontbijttafel afruimen, de was wegwerken en nog meer van dat soort klusjes. Maar nu wil je graag samen iets met je dochter gaan ondernemen. Je stelt voor om naar de winkel te fietsen en om samen boodschappen te gaan doen. Meestal vindt ze dat wel leuk om te doen, maar nu krijg je een stellig ‘nee’ te horen. Ook heeft ze totaal geen zin om buiten te spelen of om naar de speeltuin te gaan. Wat je ook voorstelt, ze blijft ‘nee’ zeggen. Je dochtertje is totaal niet in beweging te krijgen, terwijl je weet dat dat juist zo goed voor haar is…

Goed om te weten:
het idee van dit artikel is afkomstig van Nikki Krauwel (stagiaire bij Akse Coaching). Zij heeft dan ook een groot deel van dit artikel voor haar rekening genomen.

 


De afgelopen 20 jaar is het aantal kinderen dat te zwaar is verdubbeld, met allerlei risico’s van dien.
Overgewicht ontstaat voornamelijk uit de combinatie van twee factoren, namelijk (1) ongezonde voeding en (2) weinig beweging. Om op een goed gewicht te komen (of te blijven), is het enerzijds belangrijk om gezond en gevarieerd te eten en anderzijds om voldoende te bewegen. Als vader of moeder kun je al bij je jonge kind zorgen voor een goed eet- en beweegpatroon.

ScalesOvergewicht bij jonge kinderen (of zelfs obesitas) is vaak een voorspeller van overgewicht op latere leeftijd en vergroot de kans op hart- en vaatziekten.
Dit kun je o.a. tegengaan door voldoende te bewegen. Beweging kan ook vervelende ziekten zoals kanker en diabetes voorkomen. En dat is niet alles…

Bewegen is goed voor de spijsvertering, conditie, het afweersysteem, de ontwikkeling van de motoriek en zorgt voor sterkere spieren en botten van je kind. Je kind voelt zich veel energieker als het zich beweegt dan wanneer het zich niet beweegt. En – last but not least – vermindert bewegen ook nog eens stressvolle, angstige en depressieve gevoelens en is het goed voor het sociale leven van je kind. Overgewicht vergroot namelijk de kans op gepest worden en op buitensluiting door andere kinderen.
In dit artikel lees je hoe je je kind stimuleert om meer te bewegen.

 


TIP: Wil je weten of je kind op dit moment een goed gewicht heeft?
Klik dan hier om daar achter te komen. Kom daarna weer terug om dit artikel verder te lezen.



Sommige ouders vinden het best lastig om hun kind – met of zonder overgewicht – voldoende te laten bewegen.
De verleidingen van de spelcomputer, tv of tablets in huis zijn vaak erg groot. In dit artikel vind je 5 praktische tips waarmee je je kind gemakkelijker in beweging brengt.

 

1. Laat je kind elke dag voldoende bewegen.
Voldoende bewegen betekent dat je kind elke dag minstens één moment actief beweegt. Bewegen kan van alles betekenen, bijv. rennen, springen, lopen, klimmen, stoeien, met een bal spelen, touwtje springen en dansen. Kleine activiteiten, zoals iedere dag in de tuin spelen, maken al een heel verschil en dragen eraan bij dat je kind voldoende beweegt.

Uit onderzoek blijkt bijv. dat kinderen in de leeftijd van 3-5 jaar, die geen toegang hadden tot een tuin, dikker waren op 7-jarige leeftijd dan kinderen, die in diezelfde leeftijdscategorie wél toegang hadden tot een tuin (klik hier om het artikel te lezen).

 

Maar: hoe pak je dat aan?
kinderen_moeder_voetballen_in_tuin– Zorg dat je kind – als het naar buiten kijkt – ziet wat het kan doen: leg alvast een bal of zet een fiets, step of skippybal klaar, zodat je kind weet waar het mee kan beginnen. Zet natuurlijk ook weer niet te veel buiten, waardoor je kind niet meer weet wat het moet kiezen.

– Je kunt bewegingsspelletjes doen, waarbij jij zelf een beweging voordoet en je kind dit na doet; uiteraard kun je de rollen ook omdraaien. Plezier gegarandeerd!

– Je kunt je kind stimuleren om te bewegen door de bellen, die jij blaast, zoveel mogelijk door je kind door te laten prikken.

– Je kunt samen gaan fietsen, tikkertje of verstoppertje doen, touwtje springen of andere spelletjes, waarbij je kind veel kan bewegen.
Kinderen vinden het vaak heerlijk om samen met papa of mama iets te doen, dus neem ook echt even de tijd om samen buiten te gaan spelen (en dus om samen te bewegen).

 

2. Laat voldoende en actief bewegen niet van het weer afhangen.
meisjes_liggen_bij_paddestoelOok als het weer niet mee zit, zijn er nog best veel alternatieven om je kind te laten bewegen. Denk hierbij aan binnenspelletjes als verstoppertje spelen, ‘balletje hoog houden’ met een ballon, speel het spel ‘Twister’ of dans samen op de favoriete muziek van je zoon of dochter.
In het najaar kun je overigens ook prima naar buiten; dat hoef je niet alleen te reserveren voor het voorjaar en de zomer. In de herfst is het fijn om in het bos te wandelen en om samen verkleurde blaadjes, eikels, kastanjes of paddenstoelen te zoeken. Van de gevonden herfstschatten kun je thuis weer een mooie kijkdoos of grappige bosdiertjes maken.
In de winter, als er sneeuw valt, kun je een sneeuwpop maken, een wandeling door de sneeuw maken of gaan schaatsen.
Doe je kind dan oude kleren aan, zodat hij lekker zijn gang kan gaan. Daardoor kan je kind nog meer genieten van het samen buiten zijn. Dat bad komt later wel…
TIP: Ga naar IVN Scharrelkids en meld je aan voor de gratis ‘Paddenstoelen zoekkaart’.
Ga naar OERRR Natuurmonumenten en meld je aan voor informatie over allerlei leuke (buiten)activiteiten ed. (tegen een kleine betaling).
3. Neem voldoende beweging op in jullie dagprogramma.
Stimuleer je kind  om een sport te kiezen, die hij leuk vindt en die hij wekelijks kan beoefenen. Als je je kind liever geen lid maakt van een sportvereniging, dan kun je beweging ook opnemen in je eigen dag- en weekprogramma. Dit kan bij jonge kinderen, die nog niet naar school gaan, al heel simpel door ze mee te laten doen met wat jij zelf doet; kinderen vinden het vaak hartstikke leuk om je met allerlei klusjes te helpen. Ga bijv. wandelend of fietsend naar de supermarkt of laat je kind je volgen als je de trap op en af loopt. Ook bij het opruimen kun je je kind vragen om te helpen met het opbergen van speelgoed (lees hier hoe je je kind leert om op te ruimen); op die manier beweegt je kind natuurlijk ook.
4. Maak afspraken over niet-beweegtijd.
jongens_televisie_kijkenHet kan natuurlijk voorkomen dat je kind, net zoals het meisje van 5 hierboven, helemaal niet wil bewegen en alleen maar televisie wil kijken of computerspelletjes wil doen. Sommige kinderen vinden bewegen gewoon niet leuk, zien het als verplichting en denken dan aan de activiteiten die ze moeten doen tijdens de gymles (en waar ze misschien niet goed in zijn). Bewegen in en om het huis kan er natuurlijk heel anders uitzien dan wat er op school van je kind verwacht wordt.
Maak vooral duidelijke afspraken met je kind over de tijd, waarin je kind niet hoeft te bewegen, bijv. om televisie te kijken of achter de pc te zitten (de niet-beweegtijd) én over de beweegtijd. Als je hier samen afspraken over maakt, zorg je voor duidelijkheid bij je kind. Je kind weet dan wat het kan verwachten: wanneer hij/zij gaat bewegen en wanneer hij/zij ‘even bij mag komen’.
Zeg wanneer je hierover afspraken maakt bijvoorbeeld: ‘We lopen nu even naar de winkel om boodschappen doen. Als we terug zijn, ga ik koken en dan mag jij tv kijken. Zodra we gaan eten, gaat de televisie weer uit.’.

Zo heb je beweging en niet-beweegtijd gecombineerd en heb je een duidelijke afbakening voor je kind gemaakt. Misschien nog goed om te weten: het verminderen van zittende activiteiten kan al effectiever zijn in het voorkómen van overgewicht dan het stimuleren van sporten.

gezin_rent_hard_samenM’n e-zineabonnees lazen ook nog stap 5 over hoe je houding als ouder over wel/niet bewegen van invloed kan zijn op de houding van je kind en op welke manier je zelf het goede voorbeeld kunt geven.

=> Wil jij voortaan ook alle opvoedtips van Joyce lezen?
Klik dan hier en meld je GRATIS én vrijblijvend aan voor Joyce’ e-zine, boordevol praktische opvoedtips; het e-zine verstuurt ze steeds op de 1e dag van de maand. Kort na je aanmelding ontvang je alvast haar E-boek ‘5×5 OpvoedTips – Nóg meer genieten van opvoeden’ in je mailbox, zodat je meteen met de eerste praktische tips kunt beginnen. Ook het e-boek ontvang je GRATIS én zonder verdere verplichtingen.


KORTOM: om je kind een gezonde levensstijl aan te leren (én om overgewicht te voorkómen), is het belangrijk dat je kind voldoende beweegt. Laat je kind ervaren dat bewegen leuk is.

Lees hier verder over gerelateerde thema’s:
– Hoe je het apparaat- / beeldschermgebruik van je kind binnen de perken houdt (klik hier).
– Hoe je zicht houdt op het internetgebruik van je kind (klik hier).
– Hoe je je kind gezond, genoeg en gevarieerd laat eten (klik hier).

 

Vind je het lastig om bovenstaande tips uit te proberen? Of heb je deze aanpak al vaker toegepast, maar heb je het idee dat deze bij jou niet werkt? Ben je op zoek naar aanvullende informatie en tips om op een goede manier op het vervelende gedrag van je kind te reageren? Neem dan contact met me op.

 

Om op een positieve manier op te voeden, heb je hierboven een aantal basale tips gelezen, die van toepassing zijn in een specifieke situatie. Hiermee kun je alvast aan de slag om de opvoeding van je kind aan te pakken. Daarnaast zijn er natuurlijk nog andere manieren om de opvoeding van je kind aan te pakken. Wil je graag weten welke manieren er nog meer zijn of wil je weten welke manier het best past jou en je kind past?
Neem dan contact met me op (via joyce@aksecoaching.nl of +31-6-11107102), zodat ik er – samen met jou – voor kan zorgen dat jouw kind de opvoeding krijgt die het verdient en die bij jou, je kind en je gezin past.

 

Wil je reageren op dit artikel of dit thema?
Zet je reactie dan onder dit artikel.

 

Wil je graag meer tips over leren luisteren en positief opvoeden?
Kom dan eens naar een lezing of workshop, die ik over dit thema houd. Klik hier om te zien wanneer de volgende thema-avond gepland staat en/of stuur een e-mail naar info@aksecoaching.nl om er een samen met mij te organiseren.

Het is natuurlijk ook mogelijk om ‘op maat’ adviezen te krijgen in een gesprek één-op-één; we plannen dan samen een kennismakingsgesprek (dat kan o.a. bij mij op kantoor of via Skype).

Ik hoop van harte dat je op basis van deze tips op een leuke manier aan de slag kunt met opvoeden én dat je opvoeding op een fijne, rustige en plezierige manier kan verlopen. Ik wens jullie veel plezier samen!

Met vriendelijke groet, ook namens Nikki Krauwel,
Joyce Akse

 

© 2015. Joyce Akse/Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.
Geschreven door Joyce Akse van Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies.

logo_akse_coaching_groot_nieuw

 

=> Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Nikki gebruikte voor dit artikel de volgende referentie(s):
– ANP. (2015, september 16). Peuters met tuin zijn later minder dik. [Lees hier het artikel.]
– Marx, H., Westpalm van Hoorn, M., & Molenaar, H. (2009). Je peuter. Uitgeverij Het   Spectrum: Houten.
– NISB. Kinderen en ouders samen actief. [Lees hier het artikel.]
– Stichting Voedingscentrum Nederland. Gezond gewicht en bewegen voor kinderen van 4-13 jaar.  [Lees hier het artikel.]
– Van Wouwe, J. P., Renders, C. M., Bruil, J., & Hirasing, R. A. (2004). Overgewicht bij jonge  kinderen. Bijblijven, 20, 370-376. doi:10.1007/BF03059810.

‘Hoe voorkom je dat een restauranteigenaar zich met jouw kind bemoeit…?’ – 5 tips om gezellig met je kind in een restaurant te eten

Jmeisje_beteutert_wrijft_in_ooge zit vast ook wel eens gezellig met je kind in een restaurant. Stel nou dat je kind nog klein is, een peutertje van zo’n 2 jaar oud. Het is lekker druk in het restaurant en voor je dochtertje begint het echt etenstijd te worden. En dat betekent dat ze begint te zeuren, te huilen, niks is meer goed. Ze wil gewoon eten en dat wil ze nu. Jullie bestellen gauw 3 pannenkoeken. De serveerster probeert wel nog met jullie mee te denken en geeft aan dat het best even kan duren voordat de pannenkoeken klaar zijn, maar dat maakt jullie niks uit. Jullie hebben je dochtertje namelijk beloofd dat jullie pannenkoeken gingen eten en jullie komen graag je belofte na. Alleen blijkt na een tijdje dat de pannenkoeken inderdaad echt lang op zich laten wachten. Dat zorgt er voor dat jullie dochter blijft zeuren en huilen; dat minuutje huilen wordt 5 minuten, een kwartier, een half uur… En tot overmaat van ramp valt dan ineens de restauranteigenaar vreselijk uit naar jullie dochter. Jullie dochter is dan wel ineens stil en met haar het hele restaurant…

Je herkent dit verhaal misschien wel uit de media, want dit overkwam een ouderpaar met hun kindje vorige week in Maine, USA (lees hier het AD-artikel, dd. 21-7-’15). Het lijkt mij persoonlijk één van de gênantste dingen, die je als ouder kan gebeuren. Je wilt gezellig ergens gaan eten met je gezin; je hebt je kindje belooft om pannenkoeken te gaan eten. Helaas zat het jullie op de heenreis niet mee: jullie waren redelijk op tijd vertrokken, maar eenmaal op weg moesten jullie terug naar huis want in de hectiek van het vertrek waren jullie de luiertas vergeten; daarna konden jullie geen parkeerplek vinden, moesten jullie in het restaurant wachten totdat jullie een tafel kregen, totdat een serveerster de bestelling kwam opnemen en ga zo maar door. En ondanks al je inspanningen om nog enigszins op tijd te kunnen eten, lukt dat niet en gaan buitenstaanders zich ook nog eens met jouw kindje bemoeien…

Je kunt je dochtertje op zo’n moment heel goed begrijpen: ze heeft honger (dat heb je zelf inmiddels ook) en ze wil graag eten. Maar je weet ook dat je kind moet leren om te ‘wachten’. Dat kan het – zo jong als ze is – alleen nog niet goed en helaas is dit één van de momenten waarop ze het – noodgedwongen – leert. Je wilt haar in deze situatie ook niet teveel aandacht schenken, waardoor het zeuren en huilen alleen maar erger zou worden…

restaurant_druk_vol_gastenMaar je begrijpt de mensen om je heen ook heel goed: je bent je er namelijk heel erg van bewust dat er om je heen allemaal mensen rustig zitten te eten en willen genieten van hun avondje uit en van het lekkere hapje dat ze besteld hebben. Om tijdens dat etentje naar een huilend kind te moeten luisteren, is nou niet bepaald een pretje. En dat bewustzijn bereikt z’n top als de restauranteigenaar door het restaurant gaat schreeuwen om op die manier het huilen van jouw kind een halt toe te roepen. De restauranteigenaar bereikt daarmee wel wat ze wil – je dochtertje wordt stil – maar om nou te zeggen dat dat de manier is…?

Ik zal in dit conflict trouwens geen partij kiezen. Ik heb geen idee hoe het precies verlopen is en de verhalen van de ouders en van de restauranteigenaar lopen in de media aardig uiteen. Ik kan dan ook niet inschatten wie in deze situatie het meeste recht van spreken heeft.

In dit artikel geef ik je wel een aantal tips, waarmee jij kunt voorkomen dat een restauranteigenaar naar jouw kind begint te schreeuwen, dat andere restaurantbezoekers (te) veel last hebben van het gedrag van je kind en zodat jij gezellig en ontspannen met je partner en je kind in een restaurant kunt eten; dus ook als je kind nog jong is en ook als hij al honger begint te krijgen…

Hieronder lees je 5 tips voor een gezellig etentje in een restaurant, samen met je kind(eren):

1. Bereid je vertrek naar het restaurant voor
zappelin_vakantie_doeboekJe weet wat er bij jullie vertrek vanuit huis komt kijken: je weet wat je nodig hebt, leg jassen en zet schoenen al voor iedereen klaar, pak alle benodigdheden zoals een luiertas en handtas ruim van te voren in. Dat hoeft in principe nl. niet te wachten tot het laatste moment.
Je weet ook dat er bij een restaurantbezoek momenten komen, waarop jij en je kind moeten wachten en wachten is nou eenmaal niet leuk (beter gezegd: voor een kind is wachten saai en vervelend), helemaal als je honger hebt! Neem voor je kind dan ook (klein) speelgoed mee. Dat kan eigenlijk van alles zijn (bijv. een kleurboek met potloden of stiften, een lees- of doeboek, blokken, een pop, auto’s etc.), zo lang hij het maar leuk / interessant vindt en hij er voor zich op tafel mee kan spelen. Ga er alvast vanuit dat jij je kind op gang moet helpen (en evt. bezig moet houden), vooral als je kind nog jong is. Naarmate je kind ouder wordt, zal dat laatste steeds minder het geval zijn. Stel je er ook op in dat een diepgaand gesprek met je partner er waarschijnlijk niet van zal komen; mocht dat overigens wel lukken, dan is dat zeker mooi meegenomen!

Weet je kind eigenlijk wat er van hem verwacht wordt als hij in een restaurant zit?
Doe het ‘in een restaurant eten’ thuis eens na als je aan tafel zit te eten. Maak er een spelletje / toneelstukje van. Thuis kun je namelijk goed oefenen om even te wachten voordat het eten komt, je kunt als ‘serveerster’ alvast de bestelling opnemen, eerst wat drinken gaan brengen en daarna pas het ‘echte’ eten. Dit is ook een mooi moment om ‘netjes eten’ te leren; dus eten met bestek, niet met volle mond praten, aan tafel blijven zitten totdat (bijna) iedereen klaar is, met gewone stem praten (dus niet schreeuwen) etc. Als je deze afspraken thuis namelijk niet toepast, is het voor een kind vreemd om dat in een restaurant ineens wel allemaal te moeten doen.

2. Vertrek op tijd
peuter_bij_auto_klaar_voor_vertrekOp tijd vertrekken is met een gezin natuurlijk een hele uitdaging; dat zullen alle ouders kunnen beamen. In veel gezinnen is ‘vertrekken’ dan ook een vrij stressvolle bezigheid. Er is altijd nog wel iets dat op het laatste moment moet gebeuren: is het niet de luiertas, handtas of telefoon die je vergeet, dan is er wel iemand die nog gauw even naar de wc moet of een schone luier moet krijgen. Reken je daarom niet rijk maar ‘arm’ met je tijd. Als je denkt dat alle gezinsleden 10 min. nodig hebben om in de auto te zitten, reken dan vanaf nu het dubbele aan die tijd.

Zeg tegen je kind dat hij nog 15 min. de tijd heeft om zich klaar te maken óf om in de auto te zitten (ook als je kind nog niet kan klokkijken). Geef ook aan dat je verwacht dat hij in die tijd zijn jas en schoenen aan doet, zijn tanden poetst en naar de wc gaat. Al met al moet iedereen dus best veel doen… Houd de tijd en de voortgang dan ook goed in de gaten. Zeg ook wanneer iedereen nog 5 min. heeft, dan 2 min., nog 1 minuut. Dat hoef je natuurlijk niet als een ‘sergeant’ aan te pakken, maar ook op een rustige manier kun je zo iedereen bij de les houden.


jongen_eet_niet_welCursus ‘Eet met Plezier’
Joyce organiseert regelmatig de cursus ‘Eet met Plezier’. Deze is speciaal voor ouders van kinderen tussen 1-12 jaar. Het doel van deze cursus is om jou als ouder te leren hoe je je kind leert om gezond, gevarieerd en genoeg te laten eten.
Kijk hier of de cursus binnenkort ook bij jou in de buurt wordt gegeven. 


Reken ook de tijd voordat je bij een restaurant bent ruim in: je kunt onderweg om moeten rijden door een wegomleiding, de dichtstbijzijnde parkeerplaats kan vol staan, waardoor je langer naar een plek moet zoeken en langer nodig hebt om naar het restaurant te lopen, je moet onderweg misschien nog tanken etc. In het restaurant is het ook niet altijd vanzelfsprekend dat je meteen een tafel krijgt. Misschien moet je wachten totdat er een tafel vrij komt of duurt het even voordat de serveerster jullie de kaart brengt, om de drankjes vraagt of vraagt wat jullie willen eten. Allemaal aspecten die je zelf niet echt in de hand hebt, maar waar je je wel op kunt voorbereiden door voldoende tijd in te plannen. Op die manier probeer je in ieder geval aan tafel te zitten vlak vóór het moment dat je kind grote honger krijgt.

3. Wat doe je als je door omstandigheden toch later bent?
gezin_aan_tafel_blij_helpendZorg er voor dat je – just in case – kleine (gezonde) snacks in je tas hebt. Dat kan van alles zijn, bijv. stukjes komkommer of wortel, snoeptomaatjes, reepjes paprika, crackers etc. Zorg ook voor een drinkbeker met sap (liefst zonder suiker) of water. Dit is natuurlijk alleen bedoeld om het ergste hongergevoel weg te werken (dus geef alles met mate), dus niet om je kind een flinke portie te geven, zodat zijn honger weg is.

4. Laat de maaltijd niet te lang duren.
Als je weet dat je kind nog geen zitvlees heeft, dwing het dan niet om langer dan nodig is aan tafel te blijven zitten. Je maakt hier natuurlijk wel duidelijke afspraken over. Je kunt bijv. afspreken dat iedereen aan tafel blijft zitten totdat iedereen klaar is. Je kunt je natuurlijk afvragen of je oudste dochter van 6, die goed door eet, moet wachten tot je jongste van 2 ook eindelijk genoeg heeft gegeten… Maar alles staat en valt met wat jullie thuis afspreken, uitvoeren en dus ook in het restaurant kunnen aanhouden.

5. Wat kun je verder nog meenemen om het restaurantbezoek aangenaam te laten verlopen?
Ik vind het persoonlijk erg handig om vochtige doekjes (‘knoeidoei’ of ‘snoetenpoetsers’) mee te nemen. Daarmee veeg ik niet alleen de snoetjes en handjes van m’n kinderen schoon, maar ook de ergste vlekken op hun kleren en pak ik er de etensresten mee weg die op tafel, op hun stoel of op de grond terecht zijn gekomen. Nou zijn mijn kinderen de ergste knoeifase inmiddels wel ontgroeid, maar toch vind ik het een fijn idee om de tafel waar ik met m’n gezin heb gegeten weer redelijk netjes achter te laten. En natuurlijk mag je na afloop nog gewoon zien dat er een gezin gegeten en gesmuld heeft… 😉
Ook (wegwerp)slabbers vind ik nog steeds erg handig; het houdt de ergste vlekken tegen op de kleding van m’n kinderen en na het etentje neem ik ze weer (redelijk) schoon mee naar huis of naar de volgende bestemming.


ezineM’n e-zineabonnees ontvingen bij dit artikel ook nog eens 2 aanvullende tips om mn. lastige eters ook op vakantie lekker te laten eten én een aantal afspraken, die je wat betreft het wel/niet eten met je kind kunt maken.
=> Wil jij in het vervolg ook
alle opvoedtips van Joyce lezen?
Klik dan hier en meld je GRATIS én vrijblijvend aan voor Joyce’ e-zine, boordevol praktische opvoedtips; het e-zine verstuurt ze steeds op de 1e dag van de maand. Kort na je aanmelding ontvang je alvast haar Mini E-boek ‘5×5 OpvoedTips – Nóg meer genieten van opvoeden’ in je mailbox, zodat je meteen met de eerste praktische tips kunt beginnen. Ook het e-boek ontvang je GRATIS én zonder verdere verplichtingen.



Vind je het lastig om bovenstaande tips uit te proberen?
Of heb je deze aanpak al vaker toegepast, maar heb je het idee dat deze bij jou niet werkt? Ben je op zoek naar aanvullende informatie en tips om op een goede manier op het vervelende gedrag van je kind te reageren? Neem dan contact met me op.

contactOm op een positieve manier op te voeden, heb je hierboven een aantal basale tips gelezen, die van toepassing zijn in een specifieke situatie. Hiermee kun je alvast aan de slag om de opvoeding van je kind aan te pakken. Daarnaast zijn er natuurlijk nog andere manieren om de opvoeding van je kind aan te pakken. Wil je graag weten welke manieren er nog meer zijn of wil je weten welke manier het best past jou en je kind past?
Neem dan contact met me op (via joyce@aksecoaching.nl of +31-6-11107102), zodat ik er – samen met jou – voor kan zorgen dat jouw kind de opvoeding krijgt die het verdient en die bij jou, je kind en je gezin past.

Wil je reageren op dit artikel of dit thema?
Zet je reactie dan onder dit artikel.

Wil je graag meer tips over leren luisteren en positief opvoeden?
Kom dan eens naar een lezing of workshop, die ik over dit thema houd. Klik hier om te zien wanneer de volgende thema-avond gepland staat en/of stuur een e-mail naar info@aksecoaching.nl om er een samen met mij te organiseren.

Het is natuurlijk ook mogelijk om ‘op maat’ adviezen te krijgen in een gesprek één-op-één; we plannen dan samen een kennismakingsgesprek (dat kan o.a. bij mij op kantoor of via Skype).

Ik hoop van harte dat je op basis van deze tips op een leuke manier aan de slag kunt met opvoeden én dat je opvoeding op een fijne, rustige en plezierige manier kan verlopen. Ik wens jullie veel plezier samen!

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

© 2015. Joyce Akse/Akse Coaching, alle rechten voorbehouden. Geschreven door Joyce Akse van Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies.

logo_akse_coaching_klein_nieuw=> Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.