Peuterpuberteit: 10 domeinen om samen met je kind te overwinnen.

meisje_lachend_peuterToen je kindje nog een baby (0-1 jaar) was, ging het allemaal eigenlijk heel gemakkelijk.  Af en toe waren er wel wat dingetjes waar je even wat mee moest, zoals de hapjes die je baby niet meteen wilde eten of het doorslapen dat niet meteen wilde lukken, maar over het algemeen viel het reuze mee. Ook als dreumes (1-2 jaar) had je weinig met je kindje te stellen. Je kindje deed over het algemeen wel wat je zei, hij vond het fijn om je te helpen, om met je te kletsen, om me je te spelen en hij knuffelde je graag. Het was echt een lieverd!

Nu je kindje echter de peuterleeftijd (2-3 jaar) heeft bereikt, lijkt alles ineens heel anders. Natuurlijk is je kindje nu ook nog wel lief, maar sommige situaties zijn echt een stuk lastiger. Het is niet vanzelfsprekend meer dat je kindje meteen naar je luistert. Hij kan ook soms om onverklaarbare redenen een driftbui krijgen. Hij huilt soms heel hard, terwijl je niet goed begrijpt wat er nou aan vooraf ging. Verder wil hij op de gekste momenten van alles ‘zelluf’ doen, terwijl hij dat nog helemaal niet kan. Als je aanbiedt om te helpen, dan mag dat echt niet. Maar ondertussen is hij wel enorm gefrustreerd als het hem inderdaad niet lukt. Wat is er toch met hem aan de hand…?

De kans is groot dat je kind midden in de peuterpuberteit zit.

Op deze jonge leeftijd gebeurt er ontzettend veel met je kindje en daar staan we als ouder vaak helemaal niet bij stil. Je kindje ontwikkelt zich op allerlei gebieden en dat gaat in rap tempo. Je kunt je misschien wel voorstellen dat het voor je kindje ook niet allemaal even makkelijk is.

⇒ Hieronder vind je een overzicht van wat je kindje allemaal leert en wat daar voor je kindje (en jou) lastig aan is. Per domein geef ik je steeds één praktische tip om direct thuis toe te passen én geef ik je één leestip voor als je verder wil lezen over dat specifieke onderwerp. Onderaan het artikel geef ik je nog 5 extra opvoedtips. Op basis van deze informatie én tips leer je je peuter en zijn frustratie, boosheid en emoties niet alleen beter begrijpen, maar kun je er ook op een positieve manier op reageren. Daar komen ze…

 

(1) De sociale ontwikkeling van je peuter:
kinderen_spelen_op_grond_leidstersKinderen vinden het doorgaans heel fijn om met andere kinderen te spelen. Bij jonge peuters is dat vaak nog niet echt ‘samen’ spelen, maar eerder naast elkaar spelen. Naarmate je kindje ouder wordt, zal hij ook steeds meer echt samen spelen met andere kindjes.
Kinderen leren van het omgaan met anderen, van volwassenen én van andere kinderen.  Kinderen kijken naar elkaar, imiteren elkaar en leren zo nieuwe vaardigheden of nieuwe spelletjes. Vandaar dat het voor de sociale ontwikkeling van je kind belangrijk is om hem van jongs af aan met andere kinderen te laten spelen.

TIP: Wacht niet om je kindje met andere kinderen te laten spelen totdat hij naar de basisschool gaat. Spreek nu al regelmatig af met ouders van jonge kinderen uit de buurt, met vrienden die zelf ook jonge kinderen hebben of meld je kind aan voor de kinder- of peuteropvang. Op die manier krijgt je kindje de kans om te leren samen spelen.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘Hoe leer je je kind om rekening te houden met anderen?‘.

 

(2) Egocentrisme: Je peuter is bijzonder egocentrisch ingesteld.
kinderen_maken_ruzie_om_xylofoon_ouders_op_bankJonge kinderen zien de wereld vooral vanuit hun eigen standpunt. Ze zijn heel erg egocentrisch ingesteld en kunnen zich nog niet verplaatsen in het standpunt van een ander. Voor je peuter betekent dat wanneer hij iets wil, hij dat onmiddellijk wil. Hij houdt er geen rekening mee of het op dat moment kan en of jij dat als ouder wel goed vindt. Hij wil het hebben (of doen) en hij wil het nu!
Je kindje kan ook nog niet inschatten dat een ander iets zou ‘kunnen willen’. Je peuter denkt echt alleen nog maar vanuit zichzelf: ‘ik wil dat speeltje nu’ en houdt er geen rekening mee dat het andere kindje al een tijdje heel leuk met dat speeltje aan het spelen is en het vervelend kan vinden dat hij het van hem afpakt. Met alle gevolgen van dien…

TIP: Ga bij je kindje zitten als het samen met een ander kindje speelt  en leg uit wat er gebeurt; ‘ondertitel’ het, als het ware. Leg uit dat je kind niet zo maar iets mag afpakken, maar dat hij het wel eerst kan vragen. Als het kindje het dan afgeeft, dan mag hij het hebben. Zo niet, dan moet hij wachten totdat het kindje ermee klaar is. Doe voor wat ‘om de beurt’ is en wat ‘samen spelen’ precies inhoudt.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘Samen spelen, samen delen‘.

 

(3) Je peuter wordt langzaam maar zeker zindelijk. 
jongen_zit_op_potje_02Veel kinderen worden als peuter zindelijk. Dat betekent dat ze actieve controle krijgen over hun eigen blaas en darmen. Natuurlijk gebeuren er ook wel eens ongelukjes, die tot frustratie en boosheid kunnen leiden; niet alleen bij je kind, maar ook bij jou als ouder. Realiseer je dat alle kinderen in hun eigen tempo zindelijk worden. Het is nergens voor nodig om het te overhaasten. Ook jouw kindje zal na verloop van tijd zindelijk zijn.

TIP: Stel je tijdens en na de zindelijkheidstraining in op ongelukjes. Ga er van uit dat ze gaan gebeuren. Dat is helemaal niet erg en ze horen er echt bij. Het ene kind heeft er meer last van dan het andere. Zorg er voor dat je als ouder niet boos, maar er juist rustig op reageert. Bij een ontspannen aanpak zonder strijd leert je kindje op een fijne manier om zijn blaas en darmen te beheersen en om op zichzelf te vertrouwen.

Verder lezen: Wil je graag checken of je kindje wel / niet klaar is om zindelijk te worden? Klik dan hier om een korte test te doen.
Wil je graag starten met het stimuleren van de zindelijkheid van je kind of merk je dat het nog best moeilijk is om je kindje zindelijk te maken (of te houden)? Lees dan meer over mijn cursus ‘Tijd voor Zindelijkheid’.

 


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 


(4) De spraak- / taalontwikkeling van je peuter: 

peuter8Gemiddeld genomen zeggen kinderen rond hun eerste jaar hun eerste woordje. Meestal is dat ‘papa’ of ‘mama’. Ze leren daarna steeds meer woordjes. Je ziet dat ze op deze leeftijd ook nog regelmatig gebruik maken van non-verbale communicatie; door te wijzen of een bepaalde gezichtsuitdrukking weet je als ouder vaak al wat je kindje bedoelt.

TIP: Om de taal- / spraakontwikkeling van je kindje te stimuleren kun je bijvoorbeeld steeds benoemen wat je doet, benoemen wat je pakt of benoemen wat je aan je kindje geeft. Op die manier leert je kind steeds beter wat de klanken die hij van jou hoort betekenen en koppelt hij ze aan voorwerpen, kleuren, vormen ed. Daarna zal hij het ook steeds vaker zelf proberen te zeggen.

Verder lezen: Lees het artikel ‘5 tips om nóg beter met je baby, dreumes en peuter te communiceren‘ (gastbijdrage van Esther Sluijsmans).

 

(5) Motorische ontwikkeling van je peuter: Lekker bewegen.
Werk in opdrachtOok op dit gebied zet je kindje letterlijk en figuurlijk grote stappen. Hij begint met een paar losse stapjes en dat worden er langzaam maar zeker steeds meer. Hij leert ook te springen, te rennen, met een bal te gooien en te vangen, tegen een bal te schoppen of zijn evenwicht te bewaren. Als je kindje wat ouder is, leert hij ook te hinkelen, huppelen of koprollen. Je kunt hem op dit gebied doorgaans goed stimuleren en aanmoedigen. Kijk wat je kindje kan / wil doen en probeer hem er – indien nodig – bij te helpen of doe het hem vaker voor.

TIP: Geef je kindje de mogelijkheid om veel te bewegen en om lekker actief te spelen. Juist door te doen, leert je kindje op deze leeftijd enorm veel. Laat je kindje ook dagelijks buitenspelen (bij voorkeur 2 uur per dag). Dat kan in je eigen tuin of in een speeltuin bij jou in de buurt. Aangezien peuters nog geen gevaar zien, is het wel belangrijk om een oogje in het zeil te houden.

Verder lezen: Lees ook m’n artikel ‘Is het erg als kinderen niet buiten spelen? (Interview op L1 Radio)‘.

 

(6) Emotionele ontwikkeling van je peuter: Driftbuien. 
jongen_driftbui_achteroverJe kind leert steeds beter wat zijn emoties zijn. Hij gaat er ook – onbewust – steeds meer mee experimenteren. Hij zal meer momenten hebben van groot verdriet en heftig huilen; ook merk je nu dat je kind soms ineens heel bang kan zijn (denk aan bang voor honden, spoken, monsters, heksen etc.).
Ook boosheid kan op deze leeftijd in alle heftigheid voorbijkomen. Vooral tussen 15 maanden en 3 jaar hebben de meeste kinderen last van ongecontroleerde uitbarstingen, de zg. driftbuien. Wat je dan aan je peuter merkt of ziet, is dat hij plots ongeduldig wordt, geen teleurstelling kan verdragen of geen ‘nee’ van jou kan horen. Met andere woorden: je peuter zou het liefst zijn eigen gang gaan, maar dat kan op dat moment niet. Als reactie barst je kindje in woede (of tranen) uit en gaat flink tegen je te keer. Sommige peuters gaan dan schreeuwen, krijsen, slaan, schoppen of houden een tijdje hun adem in (‘breath holding spells’).

TIP: Op het moment van een driftbui heeft je kind jou nodig om zijn emoties onder controle te krijgen en om tot bedaren te komen. Daarom is het ontzettend belangrijk dat jij rustig blijft op het moment dat je kind een driftbui heeft. Houd hem dan in de gaten (evt. op een afstandje), zodat hij zichzelf niet (onbedoeld) pijn gaat doen.

Verder lezen: In m’n  artikel ‘M’n kind heeft vaker driftbuien. Wat nu?’ lees je meer praktische tips over hoe je met een driftbui omgaat.

 

(7) Eten: Bang voor nieuwe dingen
peuter3Jonge kinderen kunnen soms bang zijn / worden voor nieuwe dingen; dat noemen we ‘neofobie’. Ze willen dan ineens niet meer eten; ze weigeren dan bijvoorbeeld om iets te eten dat ze niet kennen. Als je daar als ouder te veel in meegaat of als je je kind niet op een positieve manier stimuleert, dan zie je vaak dat kinderen steeds meer eten gaan weigeren. De maaltijd mondt uit in een machtsstrijd tussen ouder en kind. De gezelligheid aan tafel is dan ver te zoeken.

TIP: Voorkom dat je je kind gaat dwingen om toch iets te eten. Dwingen werkt helaas averechts. Houd oog voor wat je kind wél goed doet aan tafel en benoem dat. Als je kind weet wat hij goed doet, dan is de kans groter dat hij dat opnieuw of vaker zal gaan doen.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips)’.

 


fb_cursus_help_mijn_kind_luistert_niet
Cursus ‘Help, mijn kind luistert niet!?’
Wil je graag weten hoe je ervoor zorgt dat je kind beter én sneller naar je luistert?
Op een positieve, liefdevolle en constructieve manier.

=> Dan is deze cursus precies wat je zoekt.
=> Vraag nu GRATIS Les 1 van deze cursus aan.

Lees hier wat je allemaal van deze cursus mag verwachten.


 


(8) Slapen: Dutjes & monsters

meisje_huilend_uit_bedSlapen is op alle leeftijden heel belangrijk, dus ook voor je peuter. Ook op dit gebied van slaap verandert er van alles voor je kind: je jonge peuter gaat van twee naar één dutje en je oudere peuter gaat van één naar geen middagslaapje. Kort na zo’n verandering zal je kindje eraan moeten wennen dat hij wat minder slaap krijgt. Dat betekent niet alleen dat je kindje sneller of vroeger moe is, maar ook dat je kindje minder kan verdragen of prikkelbaarder is. Een mogelijk gevolg is dat een drift- of huilbui sneller kan optreden.
Daarbij is het voor je peuter nog bijna onmogelijk om feit en fictie uit elkaar te halen. Het heeft nog zo’n levendige fantasie dat het echt gelooft dat er een krokodil onder zijn bed ligt of dat er monsters / heksen op zijn kamer zijn. Je kind kan daar echt heel erg bang van worden.

TIP: Het heeft geen zin om te zeggen dat je kind zich ‘niet moet aanstellen’ of dat monsters / heksen niet bestaan. Voor je kindje bestaan ze namelijk wel en zijn ze echt. Hij gelooft er echt in (‘magisch denken‘). Neem daarom de zorgen van je peuter serieus, ga echter niet mee in zijn angst en stel hem uiteraard gerust. Kijk bijvoorbeeld samen onder zijn bed, zodat hij zeker weet dat daar niks ligt of jaag alle monsters met speciale ‘Monsterspray’ zijn kamer uit.

Verder lezen: In m’n artikel ‘Het middagdutje: Wanneer kan mijn kind het dutje ’s middags overslaan? (Incl. checklist)‘ lees je of je peuter er klaar voor is om het middagdutje over te slaan en hoe je dat kunt aanpakken. In m’n artikel ‘Ga nou toch lekker slapen, liefje! – 5 tips om je kind te leren slapen‘ lees je hoe je er voor zorgt dat je kindje ’s avonds rustig in slaap valt.

 

(9) Cognitieve ontwikkeling van je peuter: 
voorlezen_moeder_kind_op_bedMet de cognitieve ontwikkeling van je peuter bedoel ik zijn leervermogen. Hij leert allerlei nieuwe vaardigheden: hij leert steeds beter te begrijpen wat er om hem heen gebeurt, hij kan zijn geheugen steeds beter gebruiken en leert om kleine problemen aan te pakken en op te lossen. Ook kan hij steeds langer ergens zijn aandacht bij houden en zich langer op een taakje concentreren.

TIP: Om de cognitieve ontwikkeling van je peuter te stimuleren is het goed om dagelijks met je kindje te lezen. In de bibliotheek vind je allerlei (prenten)boeken, die uitermate geschikt zijn voor jonge kinderen. De thema’s in deze boeken sluiten vaak heel mooi aan op de belevingswereld van je kindje. Daarbij is samen lezen een mooie, gezellige één-op-één-activiteit, die kinderen doorgaans heel fijn vinden om samen met papa of mama te doen. Samen lezen vergroot ook nog eens zijn aandachtspanne en concentratievermogen en stimuleert zijn taal- / spraakontwikkeling. Dus door regelmatig voor te lezen, sla je heel makkelijk een aantal vliegen in één klap.

Verder lezen: Lees ook m’n artikel ‘Nog een keer lezen, nog een keer’- 5 eenvoudige tips om samen (voor)lezen met je kind nóg leuker te maken‘.

 

(10) Grote zus of broer worden: 
ouderschap_zwangere_buik_oudste_dochter2Veel kinderen worden op deze leeftijd ineens grote broer of grote zus. Dat is voor henzelf een grote omslag. Ineens moeten ze de aandacht, die ze altijd van papa en mama kregen, delen met een ander kindje. Het ene kindje gaat makkelijker met deze verandering om dan het andere.

TIP: Bereid je peuter goed voor op de komst van zijn broertje of zusje. Laat hem waar mogelijk helpen met de veranderingen in huis. Als hij bijvoorbeeld in een andere kamer gaat slapen, kan hij zelf zijn knuffels naar de nieuwe kamer verhuizen. Als hij in een ander (groter) bed gaat slapen, dan kan hij zelf een mooi dekbedovertrek uitzoeken. Laat je peuter ook helpen met de inrichting van de babykamer. Als de baby er eenmaal is, kun je je kindje een cadeautje geven ‘namens de baby’.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘Hoera, er komt een kindje bij! – 5 tips over hoe je je oudste voorbereidt op een broertje of zusje.‘.

 

Wat kun je nog meer doen als ouder om de frustraties, boosheid en heftige emoties van je peuter het hoofd te bieden? 

[A] Bewaar je rust, ook in uitdagende opvoedsituaties. 
moeder_meisje_lachend_bosProbeer zo veel als mogelijk rustig op je kindje te reageren, ook tijdens een pittige of heftige opvoedsituatie. Je kindje mag best aan jou merken dat een grens is bereikt en dat je niet altijd zo maar meegaat in wat je kindje wil. Het is belangrijk om hem dat op een rustige manier duidelijk te maken.

[B] Geef je kind duidelijkheid: ‘zeg wat je doet, doe wat je zegt’. 
Als je in allerlei situaties op dezelfde manier op je kindje reageert, dan weet hij steeds beter wat hij van jou kan verwachten en wat de bedoeling is. Dat vinden kinderen fijn; dat geeft hen rust en vertrouwen. Houd je vast aan de uitdrukking ‘zeg wat je doet, doe wat je zegt’: leg uit wat je gaat doen of wat je van je kindje verwacht en zorg er – op een fijne, liefdevolle manier voor – dat dat ook gebeurt.

[C] Geef je kind voldoende positieve aandacht. 
Speel met je kind, zodat je je kind voldoende positieve aandacht kunt geven. Alle kinderen hebben dat nodig. Probeer dan aan te sluiten bij wat je kind op dat moment aan het doen is. Uiteraard is dat ook een mooie gelegenheid om je kind iets nieuws te leren. Als je kind met de duplo aan het spelen is, kun je samen een ‘superhoge’ toren; zo hoog mogelijk (totdat hij omvalt). Of je probeert samen een puzzel te maken; eerst eentje die past bij zijn leeftijd en dan – afhankelijk van hoe het je kindje afgaat – maak je de puzzel wat makkelijker of juist wat moeilijker. Zo kun je je peuter stimuleren, op een manier en op het niveau dat goed bij hem past.
Ook als iets bij het spelen niet meteen lukt of als het je kindje niet zo leuk lijkt te vinden, hoeft dat niet te betekenen dat hij dat nooit meer gaat doen. Juist door het toch nog eens klaar te leggen, door het vaker te doen of door het regelmatig samen te oefenen, gaat het hem steeds beter af én is de kans groot dat hij het steeds leuker gaat vinden.

[D] Accepteer dat het de ene dag beter gaat dan de andere. De peuterpuberteit kan voor ouders best een heftige periode zijn. Onderschat het niet. Maar wees ook realistisch: er zijn niet alleen dagen waarop het niet lekker loopt, er zitten ook hele fijne dagen tussen. En bedenk: liep het vandaag niet zo lekker? Begin dan morgen weer met frisse moed en een schone lei.

[E] Vergeet niet dat je kindje nog altijd heel lief kan zijn en op momenten heel fijn is in de omgang. Ook als hij nu regelmatig een driftbui heeft of veel huilt, zijn er nog altijd momenten waarop je veel plezier aan hem beleeft en hij jou veel liefde geeft. Geniet van deze momenten. Laat die fijne momenten niet overschaduwen door de lastige(re) opvoedmomenten.

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

Referenties van gebruikte literatuur voor dit artikel: 
– Voorkom myopie bij jouw kind, met het gratis myopie-pakket. [ Klik hier. ]
– Woolfson, R. (2001). De pientere peuter. Uitgeverij Cantecleer: Baarn.

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips).
– ‘10 basistips om je baby, kind of tiener lekker te laten slapen.
– ‘Het middagdutje: Wanneer kan mijn kind het dutje ’s middags overslaan? (Incl. checklist)
– ‘Boos zijn kun je leren! | 6 stappen om je kind te leren zijn boosheid te beheersen.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

logo_akse_coaching_groot_nieuwGa (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

10 redenen waarom baby’s huilen (en wat je dan kunt doen).

baby_huilt_mamma_troostBaby’s kunnen natuurlijk nog niet met ons praten, maar gelukkig kunnen ze wel met ons communiceren. Dat doen ze door middel van huilen. Het huilen van baby’s heeft een duidelijke signaalfunctie, waarmee ze aangeven ‘er is iets aan de hand’. Het is dan ook belangrijk om op het huilen van je baby te reageren. Zo leert hij dat je er voor hem bent als er iets met hem aan de hand is.

Soms is het nog best lastig om te ontdekken waarom je baby precies huilt. Dat kan dan best een puzzel zijn. Toch zijn het gelukkig niet oneindig veel mogelijkheden en kun je ze in ong. 10 categorieën verdelen. De 10 veelvoorkomende redenen voor het huilen van baby’s heb ik hier voor je op een rijtje gezet. Een aantal van deze redenen ken je vast al, maar ongetwijfeld staan er ook redenen tussen waar jij nog niet bij stil gestaan hebt. Deze lijst kun je heel goed gebruiken om te beoordelen waarom je baby huilt.

⇒ Hier volgen 10 veelvoorkomende redenen waarom baby’s huilen:

 

1. Je baby is moe.
baby_wrijft_in_oogjeWanneer je baby moe is, gaat hij in z’n oogjes wrijven, misschien ook wel gapen. Voorkom dat je baby te moe wordt, let goed op zijn signalen en leg ‘m in z’n bedje, zodat hij lekker in slaap kan vallen. Als je baby te lang huilt als hij moe is, raakt hij steeds meer overstuur en wordt het lastiger om ‘m rustig in slaap te laten vallen.

 

2. Je baby heeft honger.
Four months old babyWanneer je baby honger heeft, maakt hij o.a. kleine smakgeluidjes of gaat hij op z’n knuistjes sabbelen. Je ziet dat hij met zijn mondje gaat ‘zoeken’. Wanneer je dat bij je kindje ziet, weet je dat je baby honger heeft en dat het moment is aangebroken om hem te voeden.

 

3. Je baby is overprikkeld en heeft te veel prikkels gehad.
Als je een drukke, onrustige dag hebt gehad, kan je baby overprikkeld raken. Dat wil niet persé zeggen dat hij op te veel plekken is geweest of te veel mensen heeft gezien, maar meer dat hij er allerlei dingen zijn gebeurd, die hij niet kon voorspellen.
Uiteraard zie je hier duidelijke verschillen tussen baby’s; de ene baby gaat hier beter mee om dan de andere.
⇒ Als je merkt dat je baby onrustig is geworden door het te veel aan prikkels, zorg dan voor meer voorspelbaarheid en regelmaat.

Hieronder lees je ook nog dat je baby kan huilen omdat hij onderprikkeld is, een regeldag heeft, 6-8 weken oud is of huidhonger heeft. Lees gauw verder om precies te weten wat ik hiermee bedoel.

 


ouderschap_baby04

Heb jij vragen over je baby of je prille ouderschap?
Lijkt je baby vaker ontroostbaar of slaapt je baby weinig? Wil je leren welke signalen je baby je allemaal geeft, zodat je goed op zijn behoeftes kunt aansluiten? Heb je andere vragen over je baby of je ouderschap, waar je graag persoonlijk advies van Joyce over zou willen krijgen?
Lees dan hier op welke manier Joyce jou zou kunnen helpen.

Wil je regelmatig nieuws en (realistische) tips ontvangen over zwangerschap, baby’s, de kraamtijd en meer?
Volg dan ‘Blije baby Blije ouders’ op Facebook.


 


4. Je baby is ‘onderprikkeld’ en heeft te weinig prikkels.
baby_huilend_ligt_alleen_in_bed
Stel: Je baby heeft net geslapen, hij ligt nu wakker in zijn bedje en er gebeurt niks. Hij hoort niks en hij ziet niet zoveel. Er is niemand in de buurt om met hem te knuffelen. Dat is een behoorlijk saaie omgeving. Ook baby’s die ontzettend veel in de box liggen (en met wie maar weinig gespeeld wordt), kunnen onderprikkeld raken.

Je baby is vanuit de buik gewend om steeds geluiden te horen, bijv. het kloppen van je hart, het ruisen van het bloed door je aderen en het rommelen van je maag. Vandaar dat een stille ruimte eigenlijk een heel vreemde gewaarwording is voor je baby. Uiteraard zie je ook op dit gebied duidelijke verschillen tussen baby’s; de ene baby gaat hier beter mee om dan de andere.
Vandaar dat je baby ook kan gaan huilen door onderprikkeling.

 

 

5. Je baby heeft een regeldag.
baby_huilend_3
Net als je denkt dat je samen met je baby een mooi ritme hebt opgebouwd, is je baby zomaar ineens onrustig, huilerig en wil hij alleen maar drinken of bij je zijn. Dat zijn momenten waarop je kindje ‘groeit’ en zich ontwikkelt; dat kan een lichamelijk groei zijn, maar ook een mentale. Dat wordt ook wel een ‘regeldag’ genoemd.

Het is normaal dat je kindje op een regeldag meer wil drinken; het heeft dan gewoon meer energie nodig. Als je borstvoeding geeft, gaat je lichaam bij die hogere vraag ‘automatisch’ meer melk aanmaken.
Regeldagen komen op ‘vaste’ momenten na de geboorte voor: rond 9-10 dagen, rond 3-4 weken, rond 3 maanden en rond 6 maanden.

 

6. Je baby heeft pijn.
Je baby huilt wanneer hij pijn heeft. Dan heeft huilen een heel duidelijke signaalfunctie. Je baby geeft dan aan: ‘help me, ik heb pijn, zorg dat de pijn stopt’. Die pijn kan natuurlijk heel divers zijn: het kan variëren van iets onschuldigs (zoals een windje dat dwarszit) tot echte pijn (zoals misknippen bij nageltjes knippen).

 

7. Je baby wil graag bij jou zijn.
baby_bij_mama_huid_op_huid2
Baby’s hebben behoefte aan aanraking en lichamelijk contact. Dat wordt ook wel ‘huidhonger’ genoemd. Daarom wordt zeker kort na de bevalling aangeraden om je baby dagelijks op jouw blote huid te leggen (zg. ‘kangaroeën’).

Ook als je baby wat ouder is, blijft het belangrijk om je baby vaak bij je te pakken en met hem te knuffelen. Dat lichamelijke contact is zelfs essentieel voor een goede ontwikkeling van je kindje. Aangezien de behoefte aan contact van baby’s zo groot is, gaan ze er ook om huilen als ze er behoefte aan hebben. Pak je baby daarom gewoon op en knuffel ‘m. Je hoeft ook niet bang te zijn dat je je baby hierdoor zou verwennen, want dat kan op deze jonge leeftijd nog helemaal niet.

⇒ Je kunt je kind in ieder geval niet verwennen door ‘te veel’ te knuffelen, dus doe dat gerust!

 


baby_ingbakerd_hydrofiele_doek

Workshop ‘Blije baby & Blije ouders’
Joyce geeft regelmatig workshops, waarin ze je leert hoe je op een positieve en fijne manier omgaat met je baby en dan vooral als je baby’tje moeilijk slaapt en/of veel huilt. Deze workshops heten ‘Blije baby & Blije ouders’.

Je leest hier of Joyce deze workshop binnenkort ook bij jou in de buurt geeft.


 

 

8. Je baby is 6-8 weken oud en zit in zijn huilpiek.
baby_huilen_grafiekWat veel ouders niet weten, is dat baby’s na hun geboorte steeds meer gaan huilen. De piek van het huilen is dan rond 6-8 weken na de geboorte (na de ‘uitgerekende datum’ om preciezer te zijn). Na die piek wordt het huilen ook weer geleidelijk aan minder. Dat is het normale verloop van huilen bij baby’s.

 

9. Je baby is geschrokken.
Als je baby plotseling een hard geluid hoort of wanneer je je baby te plots oppakt, dan kan je kindje schrikken. Ook van de schrik kan je kindje gaan huilen.

 

10. Je baby is ziek.
baby_slaapt_bij_mam_op_schouder
Als je baby koorts heeft of als het ziek is, dan voelt het zich niet prettig en gaat het huilen. Ook dan geeft het op die manier aan jou aan dat het je nodig heeft. Als je kindje ziek is, is het goed om ‘m veel bij je te pakken. Het heeft jou dan echt nodig.

 

Je kunt vast ook nog wel andere redenen bedenken waarom je baby huilt, zoals wanneer je baby het te warm of juist te koud heeft. Mijn advies aan ouders is om altijd – in ieder geval even – bij je baby te gaan kijken wanneer hij huilt, al is het alleen maar om te zien of alles in orde is. Zoals uit dit artikel duidelijk mag worden, is er eigenlijk altijd wel een reden voor het huilen van je baby en ben jíj nou eenmaal degene die het probleem voor je baby kan oplossen. Bijkomend voordeel hiervan is dat je baby leert dat jij er voor hem bent en dat jij probeert om hem te helpen. Hij leert dat hij op je kan rekenen als er iets aan de hand is.

 

Heb je het gevoel dat je baby best veel huilt en vrij weinig slaapt?
Lees dan m’n artikel ‘Hoe je in 5 stappen het huilen van je baby vermindert. ‘ met waardevolle achtergrondinformatie en praktische tips over hoe je je baby effectief troost, beter laat slapen en minder laat huilen.

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies‘.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Websites of literatuur, die Joyce gebruikte voor het schrijven van dit artikel:
– Wat zijn regeldagen?. Ouders van Nu. Klik hier.

 

Lees meer artikelen van Joyce over gerelateerde thema’s:
– ‘Waarom huilt mijn kindje toch zo? Over: Hoe je huilen bij baby’s vermindert.’ Klik hier.
– ‘Wat je echt moet weten over het huilen, troosten en slapen van baby’s.‘ [Interview met onderzoeker dr. Roos Rodenburg.]
– ‘Wat ze je vooraf niet vertellen over je zwangerschap, bevalling en kraamtijd…‘.
– ‘Ode aan de hydrofiele doek – Waarom juist deze doek zo onmisbaar is als je jonge kinderen hebt.
– ‘Wat zit er in je kolftas?’ – Lijst met onmisbare dingen voor als je buitenshuis gaat kolven.’ Klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.
© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

 

logo_akse_coaching_groot_nieuwGa (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Heeft mijn kind autisme of niet? Wat je er als ouder en leerkracht over moet weten. [ Interview met orthopedagoge drs. Stephanie Voncken – Spierts ]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze experts interviewt over hun eigen onderzoek of werkveld. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, opvoeding en/of de ontwikkeling van kinderen (0-16 jaar). 


meisje_speelt_met_dinosVindt jouw kind het ook het fijnste om alles steeds zo veel mogelijk hetzelfde te houden?

Bijv. je kind wil het liefst altijd die ene broek aan of wil alleen maar uit die ene blauwe beker drinken.

Of is je kind wel eens helemaal uit zijn huisje als je van een bepaalde structuur afwijkt?
Bijv. Na het ontbijt gaat je kind niet naar school, zoals anders, maar naar de huisarts.

Of heeft je kind wel eens moeite om contact te maken met andere kinderen?
Bijv. Het heeft niet zoveel vriendjes en maakt best vaak ruzie met andere kinderen.

Of is je kind ook helemaal fan van één specifieke thema en wil hij met niks anders spelen dan met speelgoed dat binnen dat thema past?
Bijv. je kind is helemaal gek van dinosaurussen en precies welke naam bij welke dino hoort. Als hij ermee speelt, gaat hij er helemaal in op.

Dit zijn allemaal vragen over gedrag, die de meeste ouders (in meer of mindere mate) wel zullen herkennen van hun kind. Hier is ook eigenlijk helemaal niks mis mee; zowel ouders van een kind zonder autisme als met autisme zullen zich hierin herkennen. Je zou kunnen zeggen dat het gedrag, dat hierboven beschreven wordt, iets weg heeft van ‘autistisch trekjes’ en die hebben alle kinderen wel in bepaalde mate. Toch voldoen niet alle kinderen aan de kenmerken van autisme. Dat is o.a. afhankelijk van de mate waarin een kind aan bepaalde kenmerken voldoet, maar ook nog van andere factoren.

jongen_blokken_autismEn dat is precies waar dit artikel over gaat. Het gaat over de specifieke kenmerken van autisme bij kinderen – thuis en op school – en wat je als ouder of leerkracht kunt herkennen als een kind daadwerkelijk een vorm van autisme heeft (en wanneer dat niet het geval is).

Orthopedagoge drs. Stephanie Voncken – Spierts beantwoordt een aantal vragen over dit thema en legt het uitvoerig uit. Na het lezen van het artikel weet je wanneer je spreekt van ‘normaal’ gedrag, dat past bij de ontwikkeling van je kind en wanneer je kunt denken aan autisme. Ook lees je wat je thuis of op school kunt doen als je vermoedt dat je kind een vorm van autisme heeft en welke stappen je kunt ondernemen om je kind dan de juiste ondersteuning te bieden.

 


foto_stephanie_voncken_spierts_staandStephanie Voncken – Spierts heeft na haar universitaire opleiding ‘Pedagogische wetenschappen’ in Nijmegen gewerkt als intern begeleider, schoolconsultant en orthopedagoog. Ze volgde ook de opleiding tot orthopedagoog-generalist, rondde die met succes af en volgt sindsdien met regelmaat diverse nascholingscursussen en intervisiegroepen.

Op dit moment werkt ze als orthopedagoog / schoolconsultant bij vier reguliere basisscholen vanuit het bovenschools dienstencentrum van Stg. Mosalira (schoolbestuur in Limburg). Daarbij begeleidt ze voornamelijk leerkrachten en ouders in het vormgeven van passende zorg binnen school en thuis.

Stephanie is getrouwd en moeder van twee dochters: Julie (6) en Anne (4).


 


Je bent expert op het gebied van autisme bij kinderen. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan?

‘Via mijn eerste baan ben ik terecht gekomen als intern begeleider (IB-er) bij een school voor speciaal onderwijs. Op die school werkte ik met kinderen die autisme hadden. Ik vond het altijd al een interessante groep en heb er altijd affiniteit mee gehad. Later werkte ik er ook als orthopedagoog. Via die functie heb ik autisme goed leren kennen. Binnen mijn werk vind ik het een uitdaging om bij iedere persoon een passende aanpak te vinden.

Later werkte ik bij IRIS en deed daar diagnostiek en begeleiding bij de kinderen zelf. Door de begeleiding die je de kinderen geeft, zie je ze groeien. Dat is altijd heel mooi om te zien.

boek_geef_me_de_vijf_colette_de_bruinBij het werken met deze kinderen gebruikten we veelal een bepaalde basisaanpak; dat was de methodiek ‘Geef me de vijf’ (referentie vind je onderaan dit artikel). Met deze methode let je heel goed op een duidelijke communicatie met het kind; je zegt bijv. niet alleen maar wie wat gaat doen, maar ook waar, wanneer en hoe. We weten namelijk dat het voor kinderen met autisme belangrijk is om die informatie steeds compleet aangeboden te krijgen. Op die manier geef je dus heel duidelijk aan wat je van het kind verwacht. Het ene kind heeft meer behoefte aan deze aanpak dan het andere; je bekijkt dus per kind wat het nodig heeft.
Bijvoorbeeld: Het ene kind vindt het fijn om gesorteerde mapjes in zijn bureau te hebben, voor een ander kind kan het fijn zijn om aparte bakjes te hebben.

Er zit uiteraard wel overlap in. De basisprincipes komen iedere keer terug; de praktische uitvoering ervan kan per kind verschillen. Je houdt steeds goed in de gaten wat een kind op dit moment nodig heeft om goed te functioneren. Dat heeft ook te maken met de mate van autisme; het ene kind heeft meer sturing nodig dan het andere. In de begeleiding streef je er naar om een kind zo min mogelijk afhankelijk te maken van één leerkracht of begeleider. Je probeert te stimuleren dat ze de structuur van meerdere personen / leerkrachten kunnen accepteren.’

 

Je merkt dat er vaker gezegd wordt dat een kind ‘autistische trekjes’ heeft terwijl dat nog lang niet betekent dat het kind dan ook daadwerkelijk de diagnose ‘autisme(spectrumstoornis)’ heeft. Welke verschillen zie je tussen kinderen met autisme en kinderen zonder autisme?

‘Iedereen van ons heeft wel bepaalde ‘autistische trekjes’. Je kent vast wel een kind dat moeite heeft met veranderingen, dat een kind het lastig vindt om van de ene situatie over te gaan naar een andere situatie of volwassenen die graag zien dat voorwerpen netjes recht liggen. Maar als je alleen maar een paar trekjes hebt, die je wellicht ‘autistisch’ kunt noemen, dan wil dat nog niet zeggen dat je ook daadwerkelijk voldoet aan de diagnose ‘autisme(spectrumstoornis)’. Je zult dan aan meer kenmerken moeten voldoen dan alleen maar het hebben van een paar trekjes.

Je kunt autisme zien als een continuüm. Kinderen zonder autisme zitten dan links op het spectrum bij ‘geen of weinig autistische trekjes’ terwijl kinderen met autisme op hetzelfde spectrum zitten maar dan meer aan de rechterkant bij ‘veel autistische trekjes’. En binnen dat continuüm heb je nog behoorlijk veel verschillen en variatie.

Als er bij een kind daadwerkelijk sprake is van een vorm van autisme, dan ervaart dit kind (1) beperkingen in de sociale communicatie en interactie en ziet men (2) repetitief gedrag en specifieke interesses. Naar de praktijk vertaalt, ervaart een kind dan op de volgende gebieden duidelijk moeilijkheden:

 

1) Sociale contacten
jongen_eet_appel_zit_bij_boomKinderen met autisme hebben moeite met het aangaan, begrijpen en onderhouden van sociale contacten. Zowel in bekende als onbekende situaties vinden kinderen met autisme het lastiger om contacten aan te gaan. Als ze wel al contact gelegd hebben, dan zie je vaker dat ze graag de regie willen houden, ze willen veel zelf bepalen. Dat maakt hen minder handig in het samen spelen met andere kinderen. Ze kunnen zich ook moeilijker verplaatsen in de ander en/of ze vinden het lastig om naar hun eigen aandeel in een lastige situatie te kijken, bijv. als er iets fout gaat of als er ruzie ontstaat met een ander kind. Kinderen met autisme zijn vaak geneigd de schuld buiten zichzelf te leggen en vinden het lastig om te zien wat ze zelf verkeerd deden. Ze vinden het ook vaak lastig om in te schatten hoe de ander zich voelt. Je kunt een kind met autisme dan wel vragen wat ze zelf zouden voelen in die situatie.

Goed om te weten:
Bij jonge kinderen (bijv. bij peuters en kleuters) zonder een vorm van autisme is dit gedrag trouwens ook nog regelmatig zichtbaar. Op jonge leeftijd is het dan ook bijzonder moeilijk om een duidelijk onderscheid te maken tussen kinderen zonder en met autisme. Bij oudere kinderen (vanaf een jaar of 8 jaar) is dit verschil duidelijker waarneembaar.
Uiteraard is het altijd goed om als ouder en leerkracht alert te zijn op bepaalde signalen. Jonge kinderen ontwikkelen zich sowieso nog op deze gebieden, dus het wil niet altijd zeggen dat jonge kinderen, die moeite hebben op deze vlakken, ook daadwerkelijk een vorm van autisme hebben; het kan op deze jonge leeftijd echt nog binnen de normale ontwikkeling vallen. Als je bij leerlingen van groep 3-4 (7-8 jaar) sterke aanwijzingen hebt dat het gedrag niet meer terug te voeren is op de ontwikkeling, dan is het vanaf die leeftijd wel goed te onderzoeken en te diagnosticeren.

 

2) Communicatie
meisjes_praten_met_elkaar_op_grondKinderen met autisme laten vaak een beperkte wederkerige communicatie zien. Dit wil zeggen dat ze het lastiger vinden om een over-en-weer-gesprek te houden. Een gesprek met een kind met autisme voelt vaker als eenrichtingsverkeer aan; de ander moet het gesprek op gang houden. Een kind zonder een vorm van autisme zal zelf initiatieven nemen om een gesprek op gang te houden door zelf ook vragen te stellen of door nieuwe informatie aan het gesprek toe te voegen. Bijv. door te vertellen wat ze nog meer op een dag gedaan hebben als de ander vraagt hoe het in de speeltuin was.

Verder nemen kinderen met autisme taal vaak letterlijk. Ze vinden het lastiger om figuurlijk taalgebruik en grapjes te begrijpen en om de boodschap achter de boodschap te horen. Ook non-verbale tekens (bijv. gebaren of knipoog) kunnen zij lastiger begrijpen. Dat kan soms tot verwarring leiden.

 

3) Overzien van de omgeving
meisje_zit_omgedraaid_op_blokKinderen met autisme kunnen problemen hebben bij het overzien van hun omgeving. Ze kunnen moeilijker een situatie inschatten en vinden het lastiger om te weten hoe ze in een situatie kunnen handelen. Ze zijn geneigd om op details / deelaspecten te reageren en niet zo zeer op de situatie in zijn geheel.
Bijv. een kind met autisme zal in een groep met andere kinderen minder gericht zijn op de andere kinderen, maar juist wel op details (bijv. aandachtig kijken naar een sticker op het raam).

Naar aanleiding hiervan houden kinderen met autisme sterk vast aan bepaalde routines en vinden ze herhaling prettig. Doordat ze hun omgeving moeilijk kunnen overzien en begrijpen, zorgen vaste routines/patronen en herhaling (bijv. veelvuldig herhalen van hetzelfde spel, herhaling van bepaalde woorden en bewegingen) voor rust en voorspelbaarheid. Kinderen met autisme hebben dan ook vaak een aantal specifieke interessegebieden waar ze sterk op gericht zijn (zoals dinosaurussen, computerspellen etc.).

Kinderen zonder autisme kunnen uiteraard ook veel interesse hebben in één specifiek onderwerp; echter, kinderen zonder autisme hebben dan over het algemeen toch een bredere interesse en hebben de vaardigheid om snel van de ene naar de andere activiteit te switchen. Je ziet duidelijk meer variatie in waar ze zich mee bezig willen houden.

 

4) Gevoeligheid voor prikkels
Buckle ButtonsTot slot hebben kinderen met autisme in vergelijking met kinderen zonder autisme vaker een onder- en/of overgevoeligheid voor zintuiglijke prikkels. Zo kunnen zij bijv. overgevoelig zijn voor geluid of pijn.
Denk bijv. maar aan etiketten in kleding, die ze vervelend kunnen vinden of bepaalde kleding, die niet lekker zit (bijv. strakke broeken).

Qua ondergevoeligheid kun je denken aan kinderen, die hard vallen (en waarvan je het idee hebt dat ze zich echt pijn gedaan moeten hebben), maar niet gaan huilen. Of die juist prikkels gaan opzoeken, zoals hard op trommels slaan, rollen ed.

Soms zoeken kinderen met autisme ook specifieke zintuiglijke prikkels op. Zo kunnen ze het bijv. prettig vinden om frequent aan bepaalde voorwerpen te ruiken en te voelen.

Overigens, het is wel belangrijk om goed in het achterhoofd te houden dat het pas mogelijk is om daadwerkelijk de diagnose ‘autismespectrumstoornis’ te stellen als er zowel op school, thuis als in de vrije tijd op meerdere vlakken problemen worden gesignaleerd. Het is namelijk van invloed op alle leefgebieden; dus niet alleen thuis maar ook bij verenigingen zul je merken dat je kind met autisme anders op dingen of situaties reageert dan kinderen zonder autisme.

Als een kind maar één deelaspect laat zien (bijv. het kind is gevoelig voor zintuiglijke prikkels, maar is verder heel sociaal en laat een brede interesse zien), dan lijken er onvoldoende aanwijzingen om aan een vorm van autisme te denken. Doorgaans zie je bij kinderen met autisme dat ze kenmerken hebben die passen bij meerdere deelaspecten.
Bij twijfels is het echter altijd goed om verder naar het gedrag te kijken.’

 

Als orthopedagoog werkte je o.a. met kinderen op basisscholen. In een klas kunnen uiteraard ook kinderen zitten met (een lichte) vorm van autisme. Welke situaties op school zijn voor deze kinderen lastig? En zijn er ook situaties waarin deze kinderen juist voordelen hebben ten opzichte van kinderen zonder autisme?

kinderen_juffrouw_in_klas‘Als een kind de diagnose autisme krijgt, dan wordt eerst op de eigen reguliere basisschool alle begeleiding ingezet, die nodig is voor het kind. De expertise op de reguliere basisscholen groeit natuurlijk ook op dit gebied. Wel is de grootte van de groepen in het reguliere onderwijs vaak een probleem. Dit zorgt voor veel prikkels, die ondanks alle inzet van school, toch moeilijk zijn te reduceren. Verder merk je in de bovenbouw dat leerlingen met autisme het vaker moeilijker krijgen. Er wordt dan meer zelfstandigheid van de leerlingen verwacht, terwijl leerlingen met een vorm van autisme dit juist lastiger vinden. Extra ondersteuning op dit vlak is dan ook zeer wenselijk. Als een leerling, ondanks alle hulp op school, overvraagd blijft en in de knel komt, wordt bekeken of speciaal onderwijs een optie is.

Kinderen met autisme ervaren zowel voor- als nadelen in het reguliere basisonderwijs. De nadelen waar je aan kunt denken, zijn bijv.:

  • Ze zijn gevoeliger voor prikkels in hun omgeving en reageren op diverse prikkels. Dat komt omdat ze moeilijk onderscheid kunnen maken in welke prikkel belangrijk is en welke niet. Ze verliezen zich vaak in details of onbelangrijke prikkels. Hierdoor zijn kinderen met autisme niet altijd gericht op de instructie van de leerkracht of krijgen ze maar flarden van de instructie mee.kinderen_handen_voor_ogen_knipoogOok kunnen ze belemmeringen ervaren bij het begrijpen van de taal. Met name figuurlijke betekenissen of onderliggende betekenissen van taal vinden ze lastiger om te begrijpen. Dit geldt ook voor het begrijpen van grapjes en non-verbale gebaren (bijv. knipoog). Het is dus als leerkracht van belang om zo concreet en helder mogelijk in de communicatie te zijn. Wees kort en bondig en vermijd figuurlijk taalgebruik of grapjes. Zorg er verder voor dat het kind zich op de juiste prikkel richt (bijv. gerichte luisterhouding vragen, bijsturen bij afdwalen).
  • pictogrammen_schoolKinderen met autisme vinden plotselinge wijzigingen of veranderingen niet prettig. Ze willen graag weten wat er gaat gebeuren en wat er van hen verwacht wordt. Deze kinderen hebben baat bij een gevisualiseerd dagprogramma (bijv. door middel van pictogrammen) en zijn erbij gebaat als veranderingen op tijd worden aangekondigd. Voor sommige leerlingen is het voldoende om dat klassikaal te doen; andere leerlingen hebben er juist meer behoefte aan om het ook op hun bankje te zien. Dan kun je de planning m.b.v. plaatjes op het bankje plakken. Uiteraard is het belangrijk om ook bij het kind te checken of het begrijpt wat een specifieke afbeelding / picto betekent en wat er dan van hem verwacht wordt. Maak ook dan opnieuw duidelijk wat je concreet van het kind verwacht (wat gaat hij doen en waar, voor hoelang, met wie en hoe).Ook ‘lege momenten’ (bijv. als je klaar bent met je werk) zijn vaak lastig voor kinderen met autisme. Dit soort momenten geven namelijk een gevoel van onrust. Geef ook in dit soort situaties aan wat hij/zij concreet kan doen. Hoe concreter, hoe beter.
  • kinderen_pesten_jongenOok het sociale verkeer op school kan lastig zijn voor kinderen met autisme. Ze vinden het bijv. moeilijker om aansluiting met andere kinderen te vinden en lopen vaker alleen rond op het schoolplein. We zagen al dat wanneer deze kinderen wel contacten weten te leggen, dan vaker conflictsituaties met anderen ervaren, omdat ze het lastiger vinden om hun eigen spoor los te laten en rekening te houden met de ander. Ook zagen we al dat ze het lastiger vinden om naar hun eigen aandeel in een situatie te kijken, waardoor ze vaak de schuld buiten zichzelf leggen.Het kan deze kinderen goed helpen om sociale situaties voor hen voor te structureren (bijv. wat ga je doen tijdens het buitenspel, met wie ga je spelen, welke regels en afspraken). Daarnaast blijft het voortdurend van belang om kinderen met autisme inzicht en overzicht in sociale situaties te bieden. Bespreek en verwoord concreet de eigen gevoelens en de gevoelens van de ander; leer hen hoe ze in specifieke sociale situaties kunnen handelen. Een kind met autisme heeft hier nog meer oefening en herhaling in nodig dan andere kinderen.

 

Ook kunnen kinderen met autisme voordelen ervaren op school:

Ze hebben een sterk analytisch vermogen. Vanwege hun sterke detailwaarneming zien ze vaak zaken die kinderen zonder een vorm van autisme niet zo snel waarnemen.

meisje_steekt_vingen_op_klasZe beschikken vaak over een sterke feitenkennis. Echter, zodra er een beroep wordt gedaan op hun vermogen om samenhangen en verbanden te zien, kost dit kinderen met autisme vaak meer moeite. Vakken, zoals begrijpend lezen en rekenen (met name redactiesommen) zijn vaak lastiger voor kinderen met autisme. Als leerkracht is het dus van belang je van bovenstaand gegeven bewust te zijn en zaken – waar nodig – te verhelderen. Belangrijk is nog om te weten dat een hoge intelligentie een beschermende factor kan zijn. Maar ook dan merk je dat hoe complexer en minder eenduidig de informatie voor het kind is, hoe moeilijker het wordt, dus ook als deze leerling meer begaafd is.

De overstap van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs is natuurlijk een flinke overstap. Het is belangrijk dat leerlingen niet te afhankelijk zijn van een specifieke leerkracht, dat ze niet te veel beschermd zijn. Daar kun je gedurende de jaren op de basisschool gericht naar toe werken. Kinderen moeten namelijk ook zelf leren om structuur aan te brengen in hun werk, net als dat ze steeds zelfstandiger en zelfredzamer moeten (leren) worden.’

 

Het lijkt er vaak op dat kinderen met autisme duidelijk anders zijn dan andere kinderen, maar in de praktijk valt dat vaak nog helemaal niet zo op. Ook bestaat bijv. het idee dat een kind autisme heeft als het je niet of nauwelijks aankijkt. Bestaan er nog meer vooroordelen of mythes over autisme, die helemaal niet kloppen? En kun je aangeven hoe het dan wel zit?

jongen_voelt_aan_auto_autismeEr bestaan inderdaad vooroordelen rondom autisme (bijv. zeggen dat er sprake is van autisme als iemand je niet aankijkt of als hij/zij bepaalde herhaalde motorische bewegingen maakt, zoals heen en weer wiegen). Vaak komen dit soort gedragingen in meer of minder mate voor bij kinderen met autisme, maar een kind moet echt op meerdere vlakken en op alle leefgebieden opvallendheden laten zien (zie ook vraag 2 en 3) om aan autisme te kunnen denken. Het is dus altijd van belang om breed naar het gedrag van het kind te kijken en om te voorkomen dat je te veel inzoomt op enkele, specifieke gedragingen.
Bijv. Specifiek gedrag, zoals iemand niet aankijken, kan verschillende oorzaken hebben; denk maar aan angstproblematiek. 

‘Autisme ontstaat door een slechte opvoeding’
moeder_knuffelt_zoon_lachendWe weten van autisme dat er een grote erfelijkheidsfactor aan ten grondslag ligt, alleen is de biologische oorzaak op dit moment nog niet helemaal helder. Daar wordt wel uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Verder weten we dat de hersenen van kinderen met autisme anders functioneren en dat de omgeving weinig tot geen invloed heeft op het ontstaan ervan. Tenslotte weten we dat autisme niet komt door een verkeerde opvoeding komt; net zoals dat ook geldt voor andere ontwikkelingsstoornissen, zoals ADHD.

‘Kinderen met autisme zijn allemaal heel goed in één specifieke vaardigheid.’
meisje_speelt_met_dinosEr zijn inderdaad kinderen met autisme, die heel goed zijn in één ding, maar dat is absoluut geen prototype. Dat is dus niet het standaardbeeld van kinderen met autisme. Je ziet vaak dat kinderen met autisme sterke routines hebben, dat ze van herhaling houden en dat ze geboeid kunnen zijn door één ding.’

 

Er zijn natuurlijk ouders die zich op dit moment zorgen maken over hun kind en zich afvragen of het gedrag dat hun kind laat zien past binnen een ‘autismespectrumstoornis’. Wat is belangrijk voor deze ouders om te weten? Welke stappen kunnen ze ondernemen om er achter te komen of hun kind daadwerkelijk autisme heeft?

Als ouders het vermoeden hebben of erover twijfelen dat hun kind autisme heeft, dan is het belangrijk om dit met anderen te bespreken. Ouders kunnen bijv. contact leggen met de huisarts, de praktijkondersteuner of met maatschappelijk werk.

jongen_moeder_leerkracht_in_gesprek_schoolOok kunnen ouders het gesprek met school aangaan. Door gesprekken met leerkracht en/of IB-er te hebben, krijg je een goed beeld van hoe het kind op school functioneert. Als er tijdens deze gesprekken duidelijke signalen voor (of symptomen van) autisme zijn, dan kan via de huisarts, praktijkondersteuner, schoolarts of gemeente verwezen worden om verder onderzoek te laten doen en/of om meer begeleiding aan te vragen.

Bij hele jonge kinderen (0-4 jaar) is het uiteraard nog ontzettend moeilijk om te bepalen of specifiek gedrag wel of niet op een vorm van autisme wijst. Als er echter duidelijke signalen zijn (bijv. sterke zintuiglijke overgevoeligheid, zeer moeizaam om contact / communicatie met het kind te krijgen, sterke reacties op veranderingen), dan is het ook op die leeftijd aan te raden om dit op het consultatiebureau alvast te benoemen. Vervolgens kunnen ouders dan samen met de jeugdarts of verpleegkundige bekijken of vervolgstappen wenselijk zijn.’

 

Tenslotte, wat is het belangrijkste advies dat je aan alle ouders, die vermoeden dat hun kind autisme heeft, zou willen geven?

‘Ouders, die bij hun kind het vermoeden hebben van autisme, is mijn advies dit te bespreken en op basis van dat gesprek te bepalen of het wenselijk is om onderzoek te laten doen.

Qua aanpak kan ik de volgende zaken aanbevelen:

kinderen_bouwen_toren_blokken– Bied je kind een voorspelbare, overzichtelijke omgeving. Visualiseer het dagprogramma (m.b.v. pictogrammen), zodat het kind duidelijk weet wat er gaat gebeuren en wat er van hem verwacht wordt. Maak daarbij ook gebruik van de volgende 5 punten; benoem steeds wie het doet, wat hij doet, waar / wanneer / hoe hij het doet.
Bijvoorbeeld: je gaat nu 5 minuten hier op het kleed met je broertje met de blokken spelen, daarna gaan we eten.

Als je één van de 5 onderdelen niet duidelijk aangeeft, dan kan het kind toch iets anders gaan doen (zonder dat het echt snapt wat het dan verkeerd doet).
Leg het niet alleen auditief uit, maar maak het ook visueel. Blijf die aanpak steeds herhalen, ook bij situaties die er erg op lijken maar toch iets anders zijn. Kinderen zonder autisme vertalen dat makkelijker naar andere situaties dan kinderen met autisme.

ochtendritueel2Ook thuis kun je deze aanpak goed toepassen. Visualiseer bijv. het dagprogramma of een specifiekere situatie (zoals de stappen van het aankleden, het wc-gebruik of het tandenpoetsen). Oefen dat eerst samen, zodat je zeker weet dat je kind de picto’s begrijpt. Ook al zou je dezelfde picotgrammen gebruiken als op school, dan wil dat niet zeggen dat het voor een kind duidelijk is dat het thuis ook op die manier werkt. Of andersom: als je thuis goed geoefend hebt met je kind om naar de wc te gaan, dan wil dat niet zeggen dat je kind dat ook kan omzetten naar wc-gebruik op school.

– Voorkom plotselinge veranderingen. Uiteraard zullen er toch eens veranderingen voorkomen; kondig die dan tijdig aan. Geef dan ook opnieuw concreet aan wat er gaat gebeuren en wat je van het kind verwacht.

– Wees je ervan bewust dat je kind prikkelgevoelig kan zijn en op andere prikkels kan reageren dan je normaliter zou verwachten. Probeer prikkels waar het kind overgevoelig voor is te reduceren. Daar waar het kind geneigd is op minder belangrijke prikkels te reageren, kan het helpend zijn het kind te verhelderen welke prikkels belangrijk en welke minder belangrijk zijn in bepaalde situaties. Help het kind om zich op de juiste prikkels te richten.

Uiteraard ontkom je er niet aan om je kind toch eens iets te laten doen wat hij niet fijn vindt of waar hij stress door ervaart. Pak dat dan stap voor stap aan en neem je kind erin mee.
Bijv. als je kind alleen maar wijde joggingbroeken aan wil en jij zag graag dat hij ook eens een jeansbroek aandeed, dan is het goed om je kind in dat proces mee te nemen. Je gaat je kind dus niet van het ene moment op het andere dwingen om een jeansbroek aan te trekken, maar je laat je kind eerst zelf een (wijde) jeansbroek uitzoeken. Die kan hij thuis eerst eens heel even aantrekken, de volgende keer iets langer en zo verleng je dat stap voor stap. Zo’n verandering heeft dus tijd nodig.

– Wees alert op misverstanden in de communicatie en bied, indien nodig, extra uitleg en verheldering. Gebruik concrete en heldere taal. Voorkom ook dat je te veel in één keer vertelt, waardoor ze de kern niet meer uit de ‘woordenbrij’ kunnen halen. Wees dus kort en bondig en vermijd figuurlijk / abstract taalgebruik.

vader_praat_met_zoonOndersteun je kind bij het aangaan, begrijpen en onderhouden van sociale contacten. Bespreek en verwoord de gevoelens van het kind en de gevoelens van de ander en leer het kind hoe hij concreet in specifieke sociale situaties kan handelen. Hoe concreter, hoe beter.

– Probeer het aantal activiteiten van je kind uit te breiden door hem hier stap voor stap mee bekend te maken. Doe zaken voor en laat het kind stap voor stap meekijken en meedoen. Geef echter ook ruimte om de eigen voorkeuren / interesses te verkennen.

Het is ook goed om je als ouder of leerkracht te realiseren dat er geen eenduidige aanpak is. Ieder kind met autisme is uniek en bij ieder kind zal een passende aanpak gezocht dienen te worden. Samenwerking en afstemming met school kan hierin zeer helpend zijn.

Daarnaast is het van belang goed te kijken wat je kind wel en niet aankan. Ga zaken niet forceren en wees je ervan bewust dat je kind (mogelijk) anders is; blijf oog houden voor de eigenheid van je kind.

⇒ Blijf je ondanks deze tips vastlopen, trek dan aan de bel.’ 

 

Ben je op zoek naar aanvullende informatie over dit onderwerp?
– Kijk eens op de website van Balans of van de NVA (Nederlandse Vereniging voor Autisme)
– Het boek van Collete de Bruin geeft goede uitleg over autisme, incl. concrete tips aan ouders [de Bruin, C. (2009). Geef me de vijf. Graviant Educatieve Uitgaven].’

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend.
 Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Stephanie Voncken – Spierts gebruikte de volgende literatuur voor dit interview:
– American Psychiatric Association. (2013). Diagnostisc Statistical Manual of Mental Disorders, Fifth Edition.

 

Lees verder over gerelateerde thema’s:
– ‘Samen spelen, samen delen? – 5 tips om je kind te leren om met andere kinderen te spelen’. Klik hier
– ‘Sturing & verbinding: Waarom beide aspecten onmisbaar zijn in de opvoeding van jouw kind.’ Klik hier.
– ‘Laat dat nou! | 5 opvoedvalkuilen waar we allemaal intrappen én waardoor opvoeden onbedoeld lastiger wordt.’ Klik hier.
‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

Samen opvoeden na scheiding: Hoe doe je dat? [Interview met scheidingsexpert dr. Inge van der Valk]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze experts interviewt over hun eigen onderzoek of werkveld. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, opvoeding en/of de ontwikkeling van kinderen (0-16 jaar).

 

Opvoeden is niet altijd makkelijk. Het kan al lastig zijn als je een goede relatie hebt met je partner en als je het over het algemeen met elkaar eens bent over de opvoeding van jullie kinderen.

moeder_brengt_kind_naar_vaderMaar wat kun je doen als je het niet meer goed met elkaar kunt vinden en als je merkt dat je relatie steeds slechter wordt? Wellicht denk je op dit moment zelfs al na over de mogelijkheid om te gaan scheiden. Je denkt misschien wel dat je je na een scheiding vast fijner en gelukkiger voelt. En is het niet zo dat als jíj goed in je vel zit dat dat ook beter is voor je kind…? Of werkt dat zo helemaal niet…?

En als je inderdaad zou gaan scheiden, wat heeft dat dan voor effect op je kind(eren)? En hoe blijf je op een goede manier samen opvoeden: je bent dan wel geen partner meer van elkaar maar jullie zullen toch contact met elkaar moeten onderhouden om alles rondom de kinderen goed te kunnen regelen. Hoe gaat dat dan?

⇒ In dit artikel geeft dr. Inge van der Valk – onderzoeker en expert op het gebied van scheiding & opvoeding – alle antwoorden op deze vragen.

 

Je bent expert op het gebied van scheidingen en het effect ervan op kinderen. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan?

‘Grappig dat je dat vraagt, want bij sociale wetenschappers zoals ik vraagt men zich vaker af wat het onderwerp dat ze bestuderen te maken heeft met wat ze zelf meegemaakt hebben. Voor mij had de keuze van dit onderwerp eigenlijk twee redenen:

Scheiding en kinderen vond ik – nu nog steeds trouwens – een heel interessant onderwerp, omdat er zoveel aspecten bij komen kijken. Denk maar aan de onderlinge ouderlijke relatie, de opvoeding en de ouder-kind-relatie.

moeder_dochter_buiten_in_gesprekEen andere reden waarom ik dit onderwerp zo interessant vond, had te maken met wat ik in mijn eigen jeugd om me heen zag gebeuren. We woonden vroeger in een leuke straat; het was een jonge buurt, het was er gezellig en de buren werden vaak kennissen van elkaar. Er werden ook regelmatig feestjes gegeven. Die bleken soms iets te gezellig, waardoor onderling nieuwe relaties ontstonden. Dat resulteerde helaas ook in scheidingen en ‘losse’ ouders, die overbleven in onze straat. Dat kreeg ik als kind natuurlijk allemaal niet zo mee, maar wat me toen wél opviel, was dat de kinderen met wie ik speelde zo maar ineens weg waren. Die verhuisden dan uit het niets ergens anders heen, samen met hun moeder. In die tijd begon ik me al af te vragen hoe dat precies zat: waarom gingen sommige ouders uit elkaar en waarom konden ze niet bij elkaar blijven? Waarom lukte dat andere ouders wel? Wat deden zij anders dan de ouders die scheidden?’

 


inge_van_der_valkDr. Inge van der Valk werkt bij de onderzoeksgroep Jeugd & Gezin van de Universiteit Utrecht en heeft als expertise kinderen & scheiding. Zij studeerde psychologie en promoveerde op een langlopend onderzoek naar de samenhang tussen ouderlijke conflicten, echtscheiding en het functioneren van jongeren.

Zij werkt samen met andere onderzoekers binnen de sociale wetenschappen, met onderzoekers familierecht en met professionals uit de praktijk. Daarnaast heeft zij meegewerkt aan de Richtlijn Scheiding en problemen van jeugdigen en aan de Wegwijzer ondersteuning scheidingskinderen (NJi). Momenteel is zij bezig met een groot onderzoek naar het thuisgevoel van kinderen na scheiding.
Kijk voor meer informatie over dit onderzoek op http://www.uu.nl/waarhoorikthuis. 


 


Wat zijn volgens jou de meestvoorkomende redenen dat ouders gaan scheiden? Zitten daar ook wel eens redenen tussen, die met de opvoeding van de kinderen te maken hebben? En is een scheiding ook wel eens te voorkómen?

gezin_kijkt_verveeld

‘De meest voorkomende redenen, die ouders zelf noemen om te gaan scheiden, zijn dat ze op elkaar uitgekeken waren (vooral als ze eerst hadden samengewoond), dat ze geen vertrouwen meer in elkaar hadden (vaak na overspel; ook dat kwam vaker voor als ze eerst hadden samengewoond) en dat hun karakters te veel botsten.
Deze redenen komen op nagenoeg dezelfde manier voor bij mannen als bij vrouwen. Uiteraard kunnen deze redenen in sommige gezinnen overlappen en samen voorkomen.

In het kader van partnerkeuzen en relaties wordt vaak gezegd dat ‘opposites attract’ (= tegenpolen trekken elkaar aan), maar dat blijkt in het dagelijks leven toch niet zo handig te zijn. Vooral als je samen een huishouden runt of een kind gaat opvoeden, blijkt het beter te gaan als je meer op elkaar lijkt. Dan heb je minder onenigheid over deze zaken en loopt het binnen het gezin gewoon soepeler.

De opvoeding van kinderen wordt door ouders dus zelf niet expliciet als reden voor hun scheiding genoemd. Ook op basis van onderzoek kan ik niet zeggen dat alleen ‘de opvoeding’ een oorzaak is voor een scheiding. Je kunt je echter wel voorstellen dat de manier van opvoeden te maken heeft met een grotere, onderliggende factor, zoals de botsende karakters, die ik al eerder noemde, of zoals de sociaalculturele verschillen tussen ouders. De oorzaak van de scheiding is dan vaak een optelsom van meerdere oorzaken.

Ouderschap kan ook een bijkomende stressfactor zijn en op die manier drukken op de relatie. Dat zie je vaker gebeuren bij gezinnen, waarin er iets met een kind aan de hand is, zoals een autismespectrumstoornis (ASS) of als een kind ernstig ziek is. Dan wordt er ontzettend veel gevraagd van het gezamenlijke ouderschap. Als je dan als ouder – om wat voor reden dan ook – niet kunt voldoen aan die vraag dan wordt de kans op een scheiding groter.

man_vrouw_relatietherapieJe vraagt ook of een scheiding wel eens te voorkómen is: dat is zeker zo. Je wordt namelijk niet op een ochtend wakker met een slecht huwelijk. Relatie-ondersteuning kan heel zinvol zijn, zeker wanneer je dat in een vroeg stadium inzet. Ook wanneer partners uiteindelijk toch beslissen om te scheiden, is het goed om samen met een onafhankelijke derde stil te staan bij de relatiegeschiedenis, bij onderlinge patronen en bij communicatiestijlen.

Uit onderzoek weten we ook dat ouders meestal niet gelukkiger worden door een scheiding. Het geluksniveau blijft na een scheiding eigenlijk redelijk stabiel. Dat heeft ermee te maken dat je na een scheiding wel minder contact hebt met je partner, maar je neemt nog steeds jezelf mee.

Daarbij wordt het gezamenlijk opvoeden van de kinderen na een scheiding gewoon complexer. Daar vergissen ouders zich vaak enorm in. Een scheiding blijkt dan ook meestal geen oplossing te zijn voor de onderlinge conflicten; die gaan erna nog gewoon door. Soms verergeren de conflicten dan zelfs. De onderlinge tegenstellingen tussen de (ex-)partners worden na een scheiding nog meer aangezet.

Dat zijn dan ook allemaal redenen om relatieondersteuning te zoeken op het moment dat je relatie niet lekker loopt, ook als je later toch besluit om te gaan scheiden. Dan leer je namelijk hoe je beter met elkaar kunt communiceren. Dat is erg belangrijk voor gezamenlijk ouderschap na jullie scheiding. Hoe beter je met elkaar kunt blijven communiceren, hoe minder conflicten je hebt.’


Wat is over het algemeen het effect op kinderen als hun ouders gaan scheiden? Wat merk je dan bij kinderen? En het lijkt vaak alsof een scheiding alleen maar negatief kan uitpakken voor kinderen, maar is dat eigenlijk wel zo? Zijn er situaties waarin een scheiding ook positieve aspecten kent voor kinderen?

gezin_pratend_op_bank‘Als ouders relatieproblemen hebben, dan zien we dat jonge kinderen vaker slaapproblemen hebben, (weer) in bed gaan plassen of op hun duim gaan zuigen of dat ze zelfs opstandig / oppositioneel gedrag vertonen. Oudere kinderen zijn in een dergelijke situatie vaker opstandig of boos (externaliserend probleemgedrag) of zijn verdrietig of trekken zich meer terug (internaliserend probleemgedrag). Het externaliserende gedrag zien we vaker bij jongens, het internaliserende juist meer bij meisjes.

In onderzoek zien we dat op korte termijn een scheiding vaak een effect heeft op kinderen, maar dat is dan wel afhankelijk van een aantal factoren. De leeftijd van de kinderen speelt o.a. mee, net als de mate waarin de kinderen het zelf zagen aankomen en de manier waarop het hen verteld wordt.

Over het algemeen zie je (op korte termijn) vooral veel emoties, zoals stress, boosheid en verdriet. Sommige kinderen richten die emoties vooral naar binnen (internaliserend), andere juist naar buiten (externaliserend); soms zijn ze vooral boos op één van de twee ouders en soms op beide. Ze ervaren vaak ook meer onrust, die te maken kan hebben met alle veranderingen die door de scheiding op stapel staan.

Meestal gaat het na ongeveer 2 jaar weer ‘goed’ met kinderen van wie de ouders gescheiden zijn (bij ong. 87% van de kinderen met gescheiden ouders). Ze doen het dan weer net zo goed als kinderen uit intacte gezinnen.

Een kleiner deel van de kinderen (ong. 15 a 20%) vertoont echter ook nog op langere termijn problemen. Deze kinderen gaan dan bijv. externaliserend of juist internaliserend probleemgedrag vertonen, ze hebben een lager zelfbeeld, lagere schoolprestaties en/of een lager schoolniveau en hebben minder goede relaties met anderen (vrienden of romantische relaties).

Vaak hebben dit soort gevolgen te maken met het oudersysteem. Ouders blijven dan conflicten met elkaar hebben, juridische procedures blijven doorgaan en ouders betrekken hun kind(eren) veel bij hun onderlinge conflicten. Juist dat soort gedragingen van ouders zorgt voor een groter risico op problemen bij de kinderen, zoals loyaliteitsproblemen (= kinderen voelen zich dan tussen de ouders instaan), parentificatie (= kinderen nemen een deel van de ouderrol op zich) en ouder-kind-allianties (= kinderen hebben dan met de ene ouder een veel sterkere band dan met de andere, wat soms de vorm van een ‘verbond’ aanneemt).

Het effect van een scheiding is voor kinderen haast nooit positief. De meeste kinderen willen gewoon het liefst dat hun ouders bij elkaar blijven of – zelfs jaren later nog – weer bij elkaar komen. Realiseer je ook dat we uit onderzoek weten dat kinderen al tevreden zijn als hun ouders een ‘middelmatig’ huwelijk hebben (‘good enough marriage’); kinderen houden nou eenmaal van stabiliteit en veiligheid.

ouders_vechten_kind_oren_dichtDe enige uitzondering op deze regel is een klein percentage kinderen, bij wie er echt sprake was van grote problematiek binnen het gezin en een groot gevoel van onveiligheid. In zulke gezinnen was dan vaak sprake van langdurig hevige conflicten, geweld, verslaving of misbruik. Dan kan scheiding een opluchting zijn en kan het kind zelfs meer rust geven. Maar dit zijn echt de uitzonderingen en komen waarschijnlijk bij minder dan 5% van de gezinnen / kinderen voor.

Daarbij komt nog dat conflicten tussen ouders meestal niet ophouden na een scheiding, ze verergeren vaak nog en ook dat kan langdurig het geval zijn. Bij complexe scheidingen, waarbij sprake is van veel conflicten en vaak ook juridische procedures, zie je vaak dat de ene ouder de ander gaat diskwalificeren om zelf als ‘betere’ ouder over te komen. Ze proberen zichzelf min of meer goed te praten door hun eigen kant positief te benoemen, maar dan wel ten koste van hun ex-partner. Dat komt vaak voort uit onverwerkte emoties rondom de scheiding.

Kinderen en jongeren noemen zelf wel eens wat oppervlakkige voordelen van de scheiding, bijv. dat ze twee slaapkamers hebben, dat ze 2x cadeaus krijgen voor hun verjaardag en kerst, dat ze 2x op vakantie gaan etc. Maar je kunt je voorstellen dat dit alleen een voordeel is bij ‘harmonieuze’ scheidingen, dus wanneer ouders nog goed met elkaar kunnen communiceren. Deze ‘voordelen’ hebben ook weer behoorlijk sterke keerzijdes en ook deze kinderen geven vaak aan dat ze nog steeds het liefst zagen dat hun ouders weer bij elkaar waren. Vandaar dat er niet echt voordelen van een scheiding te noemen zijn.

Neemt niet weg dat ouders er wel zoveel mogelijk voor kunnen zorgen dat de situatie voor hun kind(eren) in elk geval niet negatief is. En dit hebben ze voor een groot deel zelf in de hand, mn. door samen goed ouders te blijven en weinig conflicten te hebben.’

 


In de media wordt vrij veel aandacht geschonken aan scheidingen, co-ouderschap, mediatie ed. Je kunt er dus best veel over opzoeken en lezen. Zit daar ook wel eens verkeerde informatie tussen? Bestaan er zg. ‘mythes’ over scheidingen, co-ouderschap, mediatie ed., die je graag zou willen ontkrachten / doorbreken?

ouders_ruzie_dochters_ongelukkig‘Wat het verhaal over scheidingen lastig maakt, is dat er niet maar één soort scheiding is; het zijn allemaal verschillende situaties. En dat geldt vooral voor complexe scheidingen. Dat betekent ook meteen dat het moeilijk is om algemeen geldende informatie te geven. Met name bij veel ouderlijke conflicten is het maatwerk. Er is helaas nog veel handelingsverlegenheid bij professionals rondom de meest complexe scheidingen. Daarbij komt nog eens dat er een gebrek is aan multidisciplinaire samenwerking. Soms bestaat er wederzijds wantrouwen vanuit disciplines. De transitie en transformatie in de jeugdzorg hebben voor onrust gezorgd en dat heeft weer versnippering in de hand gewerkt. En er is minder aandacht voor preventie.’

 

Er is een aantal mythes dat ik regelmatig voorbij zie komen:

 

(1) ‘Als ik als ouder gelukkiger ben door een scheiding, dan is dat ook beter voor mijn kind(eren)’.
Mother and daughter in forest together‘Deze gedachte klopt helaas niet. Vergeet niet dat een scheiding een rigoureuze beslissing is. Als een huwelijk middelmatig is, dan is dat voor de kinderen prima. Dat wil zeggen: in onderzoek zien we dat het welbevinden* van deze kinderen net zo hoog is als de kinderen van wie de ouders een gelukkig huwelijk hebben.
* Concreet betekent dat deze kinderen net zo weinig internaliserend en externaliserend probleemgedrag laten zien, dat hun zelfbeeld, schoolprestaties en schoolniveau even hoog zijn en hun relaties met anderen net zo goed zijn als kinderen uit gelukkige gezinnen.’

 

(2) ‘Scheiden is een oplossing’.
ex_ouders_bestaan_niet‘Ook dat is een mythe. Scheiden lijkt een eindpunt, maar je kunt het eerder zien als een nieuwe manier van samen verder gaan. Ouders vergissen zich nl. vaak in hoe lastig het is om na scheiding nog samen goed ouders te zijn. Als je geen partners meer bent maar nog wel ouders dan is het samen opvoeden juist lastig, omdat je eerder tegenstellingen tegenkomt; die worden juist na een scheiding vaak uitvergroot. En je moet na een scheiding nog veel meer dingen met elkaar gaan overleggen, die eerst min of meer vanzelfsprekend waren: wanneer ga je met de kinderen op vakantie, wanneer zie je de kinderen met feestdagen, wat doe je bij belangrijke beslissingen of bij problemen van je kind, wat doen jullie als er een nieuwe partner bij komt, hoe hou je elkaar op de hoogte van de dagelijkse beslommeringen of belangrijke ontwikkelingen. Dat blijft ook na een scheiding doorgaan. Ouders denken er vaak te makkelijk over.’

 

(3) ‘Co-ouderschap is beter voor kinderen’ (d.w.z. 50-50% verdeling over ouders)
vader_loopt_met_kinderen_op_stoep‘Dat is een lastige mythe. Het lijkt er namelijk op dat we dat inderdaad zo terugvinden in onderzoek. Maar, het onderzoek waarin dat naar voren komt, is een onderzoek waarbij ouders dat zélf aangaven. Je kunt je voorstellen dat je juist bij ouders, die goed met elkaar communiceren, hoort dat het co-ouderschap goed gaat. Als je goed met elkaar kunt communiceren, kun je ook beter alles op elkaar afstemmen en is de kans van slagen van co-ouderschap veel groter. Dus co-ouderschap zou wel eens alleen goed kunnen werken als ouders goed met elkaar communiceren. We weten echter niet hoe het zit bij ouders die niet of moeizaam met elkaar communiceren.

Als je het aan de kinderen zelf vraagt, dan zou je zelfs op andere conclusies uitkomen. Zij zijn namelijk degenen die wekelijks van het ene naar het andere huis gaan. Zij zitten juist met vragen als ‘waar hoor ik thuis?’. Het is belangrijk om uit te zoeken hoe kinderen zelf het co-ouderschap van hun ouders ervaren en – als dat toch niet ideaal zou zijn – wat zij zelf fijner vinden of wat zij zelf denken dat beter voor hen zou werken. Er zijn ook wel gezinnen bekend waarbij de kinderen steeds in hetzelfde huis blijven wonen en waar de ouders wisselen, maar daarvan is niet bekend wat dat voor effect heeft op de kinderen of de ouders.

Om te weten op welke manier co-ouderschap positief is voor de kinderen, maar ook bij ouders die moeizaam met elkaar communiceren, hebben we dus echt nog meer onderzoek nodig.’

 

(4) ‘Je moet niet gaan scheiden, want dat is slecht voor de kinderen.’
jongen_tussen_vader_moeder‘Dat is vaak een maatschappelijke opvatting, die niet perse klopt. In ong. 80% van de kinderen gaat het na verloop van tijd weer net zo goed als kinderen van intacte gezinnen. Slechts bij 15-20% van de kinderen gaat het langere tijd niet goed.

In dit kader is er wel nog een ding dat me dwarszit en dat zit ‘m in de term ‘vechtscheiding’. Dat is een term die in de media veelvuldig voorkomt. Ik begrijp wel dat de media graag de excessen benoemen en de grootste probleemgevallen eruit pikken. Dat is voor hen uiteraard het interessantst!

Maar, deze negatieve berichtgeving heeft vaak een negatieve uitwerking op de ouders. Het lijkt daardoor alsof we als maatschappij zeggen dat een scheiding zo negatief is voor de betrokken kinderen, dat straalt af op de ouders, zij gaan zich schuldig voelen, dat heeft een negatief effect op hun manier van opvoeden en dus een negatief effect op de ontwikkeling van het kind. Zelfs de ouders, die het relatief goed doen, hebben hierdoor last van schuldgevoelens. Die eenzijdige informatie in de media kan dus behoorlijk polariserend werken.

Ik vind het dan ook belangrijk om te benadrukken dat de overgrote meerderheid van de ouders heel goed met de scheiding omgaat en redelijk in staat is tot constructieve, respectvolle co-parenting.’

 


Stel er zijn ouders, die dit interview lezen, die al een tijdje overwegen om te gaan scheiden. Wat zou je deze ouders willen adviseren? Welke stappen kunnen ze zetten om tot een gedegen beslissing te komen? En als ze dan inderdaad beslissen om te gaan scheiden: wat is dan belangrijk om tegen de kinderen te zeggen (en wat juist niet)? Welke boodschap werkt in zo’n situatie het beste voor de kinderen?

man_vrouw_relatietherapie2‘Voor ouders is het vooral belangrijk dat ze gaan praten: met elkaar, met vrienden, familie, noem maar op. Ga samen met je partner naar een relatietherapeut, een mediator of een andere deskundige. Probeer dit via de huisarts te doen, zodat je het misschien vergoed kunt krijgen. Zoek informatie op, o.a. van de Rijksoverheid en het juridisch loket, zodat je weet wat er allemaal bij een scheiding komt kijken.
Onder aan dit artikel vind je een lijst met aanvullende mogelijkheden om gedegen informatie te verzamelen.

Als je het je kinderen gaat vertellen, dan is het belangrijk om het gesprek in een bekende en veilige omgeving te houden. Zoek een rustig moment uit en voer het gesprek bij voorkeur samen met je partner. Geef een korte uitleg over de situatie en zorg dat het een eenduidig verhaal is. Houd daarbij natuurlijk rekening met de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van je kind. Benadruk tijdens het gesprek dat je kind geen enkele schuld heeft aan de scheiding, dat de liefde voor je kind blijft bestaan en dat jullie ervoor gaan zorgen dat jullie beiden de kinderen blijven zien.

ouders_praten_met_kinderenGeef je kind daarna zeker twee dagen de tijd om de boodschap aan te laten komen. Het ene kind heeft daar meer tijd voor nodig dan het andere. Zorg dat je in de tijd erna aanwezig en beschikbaar bent voor je kind, zodat hij zijn vragen kan stellen en evt. zorgen kan uiten. Luister naar je kind, hoe is het voor hem / haar, erken zijn emoties, zorg dat hij ruimte krijgt om zijn mening te geven of zijn gevoel te uiten. Geef je kind ook een stem in de nieuwe situatie. Je kind hoeft niet over zaken mee te beslissen, maar je kunt wel rekening houden met wat voor je kind het prettigst of minst vervelend is. Geef je kind de tijd en ruimte voor elke verandering, die staat te gebeuren.

Verder is het voor je kind fijn om een steunfiguur te hebben bij wie hij – naast zijn ouders – terecht kan. Bespreek samen met je kind wie dat kan zijn, daar kun je als ouder vooraf al over nadenken, het liefst natuurlijk iemand die je kind goed kent.

Licht ook de school in (en belangrijke anderen). Ga samen in gesprek over hoe je kind het aan de klas wil gaan vertellen. Stem het goed af met de leerkracht, zodat hij/zij ook weet hoe je kind het graag zou willen, bijv. samen met de leerkracht. Door zo’n gesprek in de klas weten ook de klasgenoten wat er met je kind aan de hand is; zeker in de oudere groepen realiseren kinderen zich dat dit lastig is.’

 


Ook als je van elkaar gescheiden bent, blijf je samen ‘ouder’ van je kinderen. Hoe kun je ervoor zorgen dat je dat op een goede manier samen blijft doen? Zijn er dan onderwerpen die je met elkaar moet bespreken en waar je het eens over moet worden? Op welke manier betrek je de kinderen er bij? En wat kun je doen als het ‘co-ouderschap’ niet prettig verloopt?

vader_kinderen_gesprek• ‘De beste voorspeller voor goede co-ouderschap na de scheiding is hoe goed je samen opvoedde voor de scheiding. Maar realiseer je ook dat je kunt leren om op een positieve manier met elkaar te communiceren. Ga daar het liefst voor de scheiding al mee aan de slag.

• Ga op een respectvolle manier met elkaar om. Net als bij een goede relatie geldt: wees coulant en ruimhartig, slik onbelangrijke ergernissen in. Prent jezelf in dat je dan weliswaar geen partners meer bent, maar dat je samen wel nog altijd goede ouders kunt zijn. En daar zijn niet alleen de kinderen maar ook jij en je ex-partner bij gebaat.

• Gun je kind een goede band met de andere ouder. Betrek je kind niet in de eventuele onderlinge problemen. Probeer ten allen tijde te voorkomen dat er kampen ontstaan; daar is vooral je kind niet bij gebaat.

• Zolang er nog veel emoties spelen, is het belangrijk om er ruimte aan te geven; geef jezelf die ruimte en werk eraan. Laat de onderlinge problemen niet de boventoon voeren, maar ga er juist mee aan de slag. Voorkom dat de kinderen betrokken worden bij jullie onderlinge problemen.

• Zorg goed voor jezelf.

• Vergeet niet dat je ook na een scheiding een rouwproces moet doorlopen. Neem daar voldoende tijd voor, anders kan het je nog jarenlang blijven achtervolgen. Door dit proces goed te doorlopen kun je na verloop van tijd goed afscheid nemen van de periode met je partner.’

 


Tot slot: wat is jouws inziens het belangrijkste dat ouders op het gebied van scheiding moeten weten?

ouders_kind_coparenting‘Er is bijna geen kind dat blij is wanneer de ouders uit elkaar gaan. Voor jouzelf maar zeker ook voor je kind is een scheiding lastig: de personen, die geacht worden om zijn/haar leven lang voor een fijn, liefdevol en veilig klimaat te zorgen, lijken nu ineens alles overhoop te gooien.

De meeste ouders kunnen na een scheiding nog prima samen opvoeders zijn en afzonderlijk van elkaar een goed en veilig thuis bieden voor hun kinderen. Het is belangrijk om ‘schuldenvrij’ te denken. Dus: een ‘goede’ scheiding is absoluut mogelijk. Je kinderen verdienen dit; jij en je ex-partner trouwens ook. Er valt op dit gebied wel nog veel te winnen. Voorkom dat het kind tussen jullie als ouders in komt te staan.

Mocht een ‘goede’ scheiding onverhoopt toch niet vanzelf gaan, dan kun je daar ondersteuning bij zoeken. Dat is bijzonder zinvol; doe het op tijd, dus liefst voordat het een conflictueuze scheiding wordt.’

 

Aanvullende informatie over dit onderwerp:
– Neem een kijkje op de site van Villa Pinedo; daar vind je vragen van ouders met antwoorden van jongeren en de verhalen van jongeren zelf. Dan zie je waar jongeren en andere ouders tegen aan lopen. Dat kan jou als ouder helpen om onnodige valkuilen en problemen te voorkomen.
– Wat betreft de hulp kun je o.a. denken aan buurtteams, aan Wegwijzer ‘Kind en Scheiding of aan ‘Ouderschap blijft’. Op http://www.nji.nl vind je een overzicht van allerlei programma’s ter ondersteuning van kinderen en ouders.
– Het Platform ‘Scheiding zonder schade’ (o.l. André Rouvoet) besteedt veel aandacht aan het ondersteunen van gescheiden ouders in hun ouderschap en in hun relatie.
– Een ander initiatief, dat momenteel wordt opgezet, is het ‘Besluit met Muisjes’; dat gaat zich vooral bezig houden met ouderschap en stress na een scheiding.
– Vraag ook je huisarts om raad; hij/zij kent het lokale aanbod en kan je daarin goed adviseren.’

 

Wil je graag reageren op dit artikel? Dat mag!
Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij als eerste Joyce’ waardevolle OpvoedTips ontvangen? 
Helemaal gratis en vrijblijvend. Klik dan hier.

Cadeau: Kort na je aanmelding van het e-zine ontvang je Joyce’ E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’ als cadeau. Dat is dus ook helemaal gratis en vrijblijvend. Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_c
Heb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.


K
lik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘3 Goede Voornemens voor Ouders (of: Hoe houd je het ouderschap goed vol?)’. Klik hier.
– ‘Als je de balans kwijt raakt…’ | Hoe houd je alle ballen in de lucht zonder stress. [Gastbijdrage van drs. Agathe Hania-Akse]. Klik hier.
– ‘Doorbreek het taboe: Opvoeden is niet altijd leuk en makkelijk.’ Klik hier.
– ‘Positief opvoeden: Start je opvoeding goed met deze 5 stappen.’ Klik hier.
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

logo_akse_coaching_klein_nieuw
Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

‘Mijn kind kan niet zonder zijn smart phone.’ – Hoe je het smart phone-gebruik van je kind in goede banen leidt.

logo_radio_l1_liveLuister hier naar de informatie en opvoedtips over hoe je als ouder om kunt gaan met het smart phone gebruik van je kind / puber, bijv. op vakantie, die ik gaf in het L1 Radioprogramma van Ruud & Kirsten.

Hieronder kun je nalezen wat er tijdens het gesprek aan bod kwam, inclusief EXTRA opvoedtips:
Ik vertelde o.a. dat het gebruik van smart phones niet meer uit deze tijd weg te denken is. Voor jongeren is het ontzettend belangrijk om contact te hebben met hun vrienden en leeftijdsgenoten (dat was voor het smart phone-tijdperk trouwens ook al zo!) en daar kunnen ze hun telefoon goed voor gebruiken. Het is voor jongeren nou eenmaal belangrijk om met vrienden te kunnen communiceren en om erbij te horen.

meisje_smartphone_vakantieJe kunt je als ouder tegen het gebruik van smart phones verzetten, maar dat werkt vaak alleen maar averechts. Je kunt uiteraard wel een open gesprek met je kind aangaan en bespreken wat je kind wel/niet mag. Behandel je kind dan als een ‘partner in crime’ en ga samen op zoek naar een oplossing.

Bespreek bijv. welke vakantiefoto’s je op Facebook of Instagram plaatst (mag dat wel of niet in zwembroek of bikini?), mag je tijdens je vakantie posten dat je in een superhotel slaapt (waardoor iedereen weet dat je op dat moment niet thuis bent…) en hoe ga je – los van de vakantie – om met opmerkingen over de kleding of het uiterlijk van andere kinderen / jongeren (denk dan bijv. aan cyberpesten en onbeschoft taalgebruik). Vooral bij de jongere social media-gebruikers is het belangrijk dat je regelmatig samen naar de vriendenlijst kijkt, zodat je weet wie de posts van je kind kan lezen. Helaas hebben niet alle social media-gebruikers de juiste intenties (denk maar aan kinderlokkers, loverboys ed.)…

meisje_kijkt_op_smartphoneIn zo’n gesprek met je kind is het belangrijk om een goede balans te vinden tussen vertrouwen geven en ‘willen controleren’. Benader je kind vanuit interesse, net zoals je ook samen over zijn/haar activiteiten ‘in real life’ praat. Probeer de wereld van je kind zo goed mogelijk te begrijpen.

Afspraken, die je met je kind kunt maken, zijn bijv. ´geen smart phones aan tafel / tijdens het eten’ en ‘geen smart phones na bedtijd’. Die afspraken werken natuurlijk alleen als ze voor het hele gezin gelden, dus ook voor papa & mama. Je hebt in dezen echt een voorbeeldfunctie.

KORTOM: verbied het gebruik van smart phones (en social media) NIET, maar ga het gesprek aan en bepaal samen welke grenzen jouw gezin nodig heeft. Zorg dat jij als ouder ook een Facebook-, Twitter-, Instagram- en YouTube-account (etc) hebt, zodat je nóg beter weet wat je ermee kunt en welke gevaren of voor- en nadelen er aan zitten.

Wil je meer weten over dit onderwerp? Lees dan ook (één van) de volgende artikelen:
‘Hoe voed je je kind op met de nieuwe media? 10 praktische tips én meer!’
‘Beeldschermgebruik door kinderen (of: Hoe voorkom je dat een beeldscherm je nieuwe oppas wordt?)’
social_kids_slegers
Een interessant boek voor verdere verdieping over dit thema is ‘Social kids – Je kind op social media’ van Marlies Slegers. Misschien zelfs leuk om mee op vakantie te nemen!

Veel succes met deze tips en alvast een fijne vakantie!

Mvg, Joyce Akse
www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2015. Joyce Akse/Akse Coaching, alle rechten voorbehouden. Geschreven door Joyce Akse van Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies.

logo_radio_l1_liveKlik hier om het L1 Radio-interview te beluisteren.

 

cropped-logo_akse_coaching_groot_nieuw.pngGa (terug) naar de website van  ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

‘Negeren werkt toch helemaal niet, of wel…?’ (of: De ins en outs van negeren)

jongen_ligt_schrijftHeeft jouw kind dat ook wel eens gedaan: je zoon maakt z’n huiswerk aan de keukentafel en klikte steeds de punt van z’n pen er uit, dan weer in, dan weer uit, in, uit. Gek werd je ervan! Hij merkte dat je het vervelend vond en ging er toen nog eens extra lang, hard en snel mee door.
Of je bent met je dochter in de winkel, ze zit in het karretje en ze maakt steeds dat ene vervelende geluid. Je hebt haar al vaker gezegd dat ze dat geluid niet moet maken, maar nu iedereen het kan horen, vind je het nóg vervelender. Je zegt dat ze er mee moet stoppen, maar daardoor lijkt ze het alleen maar vaker en harder te gaan doen. Ze haalt echt het bloed onder je nagels vandaan…

Tja, wat kun je nou het beste doen in zo’n situatie…?
Antwoord: helemaal niks!

jongen_steekt_tong_uitJe kind is de hele dag bezig; het doet over het algemeen allemaal leuke dingen en kan zich lekker bezig houden, maar soms zijn er van die momenten dat het tussen jullie niet lekker loopt. Je kind laat dan gedrag zien dat jij behoorlijk vervelend vindt. Dat vervelende gedrag is vaak bedoeld om jouw aandacht te trekken of om jouw reactie uit te lokken. Hieronder vind je een lijstje met gedragingen, die ik bedoel.

Ik heb het over gedrag als:
– zeuren, bijv. om een snoepje of om opgetild te worden.
– gekke gezichten trekken
– irritante geluidjes of vervelende bewegingen
– vloeken
– jengelen

Dit zijn allemaal gedragingen, die je het beste kunt aanpakken door ze te negeren. Maar let op: het is absoluut geen onuitputtelijke lijst van gedragingen. Je kunt dan ook niet zo maar elk gedrag negeren. Het gaat specifiek om vervelend of irritant gedrag, waar je kind in principe niks mee beschadigt of waar hij niemand pijn mee doet, maar jij vindt het wel behoorlijk onprettig.
Zodra je kind met z’n gedrag wel anderen pijn doet of beschadigt, is negeren geen geschikte aanpak. Je leest hieronder wat je in dat geval wél kunt doen.

Negeren houdt meer in dan alleen maar niet naar je kind kijken. Negeren is:
– geen reactie geven op het vervelende gedrag van je kind, dus ook niet non-verbaal
– geen oogcontact maken
– neutraal kijken
– weglopen uit de situatie of je omdraaien

 


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 

Goed om te weten: negeren kan ontzettend goed werken om vervelend gedrag van je kind te laten stoppen omdat je dan totaal geen aandacht geeft aan het vervelende gedrag. Door geen aandacht aan gedrag te geven, zal het gedrag ‘uitdoven’ oftewel minder vaak voorkomen en uiteindelijk zelfs verdwijnen. Dat geldt voor zowel goed als vervelend gedrag: als je je kind nooit zegt wat het goed doet (bijv. ‘wat fijn dat je meteen naar me luisterde’, ‘wat heb je netjes opgeruimd’, ‘wat heb je je snel aangekleed’ ed.), dan is de kans klein dat hij ermee door zal gaan. Door wél aandacht te geven aan gedrag (of dat nou vervelend of goed gedrag is) blijft gedrag vaak bestaan. Geef je wél aandacht aan het klikken met de pen of aan het vervelende geluid dat je kind maakt, dan is de kans groot dat je kind ermee door blijft gaan; geef je er geen aandacht aan – negeer je het dus – dan zal je kind er eerder mee stoppen.

moeder_kind_gesprek_prettigOm over na te denken: kinderen hebben aandacht nodig en ze vinden het – net als volwassenen – fijn om positieve aandacht te krijgen (bijv. samen spelen, een aai over de bol, een knipoog, een compliment); veel fijner dan negatieve aandacht (bijv. mopperen, schelden, straffen). Kinderen hebben die aandacht nou eenmaal nodig. Maar, als ze geen (of te weinig) positieve aandacht krijgen, dan vragen ze wel negatieve. Echter, je kind wil véél liever jouw positieve aandacht. Geef die ook!


Het is nog niet zo eenvoudig om het negeren consequent vol te houden
, omdat onze communicatie voor 70% non-verbaal is. Die ene frons, die diepe zucht, de deur die je uit ergernis net iets harder dichtdoet dan normaal, zetten je kind juist aan om door te gaan met zeuren of om opnieuw te beginnen. Zodra je start met het negeren van specifiek vervelend gedrag van je kind is het belangrijk om door te zetten. Het lastige van ‘negeren’ is ook nog eens dat het gedrag eerst zal toenemen en daarna pas gaat afnemen. Juist daardoor kan negeren – voor je gevoel – averechts werken.

 


joyce_rosegrijs_staand_c

Wil je graag een thema-avond over opvoeden bijwonen?
Kijk dan in Joyce’ online Agenda voor een workshop, lezing of OpvoedParty bij jouw in de buurt.

Wil je Joyce graag uitnodigen om een thema-avond over opvoeden te geven?
Kijk dan hier voor mogelijke thema’s en/of neem contact met haar op.


 


kind_winkel_kijkt_zielig_vragendStel:
je kind vraagt om een snoepje, maar omdat jullie binnen een half uurtje gaan eten, geef je het hem niet. Hoewel je hem duidelijk gezegd hebt dat hij het snoepje niet krijgt, blijft hij er om vragen; hij blijft er dus om doorzeuren. Je hebt besloten om z’n vraag te negeren, maar ondanks dat blijft hij doorgaan. Jij begint nu langzaam te twijfelen: je gaat twijfelen over je aanpak, je vindt jezelf toch wel erg streng nu, wat maakt dat ene snoepje nou uit én je wil graag dat het zeuren stopt. Deze factoren zorgen er voor dat je uiteindelijk toch dat ene snoepje aan je kind geeft. Je kind leert dan dat – als hij maar lang genoeg doorzeurt – hij toch krijgt wat hij wil.

Kortom, als je weet dat je deze aanpak – om wat voor reden dan ook – niet kunt volhouden
, dan moet je er niet aan beginnen. Ben je er toch aan begonnen, dan moet je juist volhouden. Bij negeren is het dus alles of niets en geen gulden middenweg. Bij negeren geldt dus heel duidelijk: ‘wie A zegt, moet ook B zeggen’ en ‘de aanhouder wint, jij bent de aanhouder!’.

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over. 


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl.

Geschreven door Joyce Akse van Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies.

© 2015-2019. Joyce Akse/Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.


Voor dit artikel heb ik de volgende referentie(s) gebruikt:
– Gouwerok, M. (2004). Hét peuter-opvoedboek over: Slapen, eten en luisteren. Kinderen/Jonge Gezinnen BV: Alphen aan de Rijn.
– Marx, Westpalm van Hoorn en Molenaar. (2009). Je peuter. Spectrum: Houten.
– Negeren: hoe & wat?. Website De OpvoedDesk.nl. Klik hier voor het artikel.
– Schiet, M. (2007). Opvoedencyclopedie. The House of Books: Amsterdam.
– Turner, Sanders & Markie-Dadds. (2011). Gepast negeren. Triple P International.
– Straffen, belonen en negeren. Website Mens en Maatschappij Klik hier voor het artikel.

logo_akse_coaching_klein_nieuw
Ga (terug) naar de website van Akse Coaching

5 tips om nóg beter met je baby, dreumes en peuter te communiceren [Gastbijdrage van Esther Sluijsmans]

baby_pak_me_opVoor dit artikel heb ik een gastauteur gevraagd om haar kennis en expertise op het gebied van communicatie met jonge kinderen (0-3 jaar) te delen. Ze heet Esther Sluijsmans en ze werkt als babycoach & babygebarendocente.

In dit artikel geeft ze je informatie over hoe je met jonge kinderen kunt communiceren en hoe hun taalontwikkeling verloopt. Ze geeft je maar liefst 5 handige tips om de communicatie van je kind nóg meer te stimuleren.

Ik wens je alvast veel leesplezier over de communicatie met jouw (jonge) kind en aan Esther natuurlijk hartelijk dank voor al haar waardevolle informatie!
Kijk voor meer informatie over Esther Sluijsmans, babycoach bij Babycoaching Esther.

 


baby_1-2_maanden_slapendDe communicatie met hele jonge kinderen kan soms lastig zijn, omdat ze je woordelijk niks tot heel weinig kunnen vertellen. Een baby kan natuurlijk nog niet praten en kan je als ouder dus nog helemaal niks – met woorden – vertellen. Dat betekent echter nog niet dat een baby je niets duidelijk kan maken. Als je weet hoe je baby je toch iets duidelijk kan maken, ben je alerter op alle signalen.

Al vóór de geboorte komt je baby in aanraking met stemgeluiden. In de baarmoeder hoort de baby namelijk de stemmen van zijn ouders. Hij voelt zich prettig en veilig wanneer hij hun stem hoort.

Zodra je baby geboren is, herkent hij het stemgeluid van de moeder of vader. Ook reageert hij sterk op warmte en geur. Het stemgeluid, de warmte en geuren van bekende mensen maken, hem rustig en geven hem een veilig gevoel. Als een baby zich niet op zijn gemak voelt, dan is huilen de enige manier om dat duidelijk te maken. Een baby huilt niet bewust. Hij huilt wanneer hij je duidelijk probeert te maken dat er iets is, bijv. dat hij zich ongemakkelijk of niet prettig voelt.

 

Als je baby 2-3 maanden oud is, begint hij een aantal geluiden te maken. Hij leert ook andere vormen van non-verbale communicatie in te zetten om je iets duidelijk te maken. Hij keert bijvoorbeeld zijn hoofd af of verbreekt het oogcontact wanneer hij klaar is met spelen; hij gaapt en wrijft in zijn oogjes wanneer hij moe is. Als je deze signalen herkent, dan kun je hierop reageren en dit gedrag benoemen; hiermee geef je aan dat je hem begrepen hebt. Een leuk spel in deze periode is ‘samen praten’. Praat of maak gekke geluiden tegen je baby. Geef hem de tijd om te reageren, misschien maakt hij geluidjes terug. 

 

moeder_huilendebabyNa 3-5 maanden maakt je kindje steeds meer geluiden. Hij herkent bekende stemmen goed. Hij begrijpt de emotionele toon van je woorden: zo kent hij het verschil tussen lieve, koesterende woorden en een verbiedende stem. De non-verbale communicatie wordt ook steeds uitgebreider. Je baby gaat zijn lichaam steeds bewuster inzetten om je iets duidelijk te maken. Hij leert zwaaien. Dit gebaar wordt sterk beloond. Iedereen zwaait terug wanneer er afscheid genomen wordt. Of hij reikt zijn armen omhoog. Hij wil door iemand worden opgepakt. Hij reikt naar de fles of borst als hij honger heeft.
Dit zijn allemaal eenvoudige babygebaren, die je kindje al vroeg leert gebruiken om duidelijk te maken wat hij/zij wil.

 

Vanaf 6 maanden gaat je baby woorden en handelingen steeds beter begrijpen. Taal wordt gekoppeld aan handelingen en voorwerpen. Hij begrijpt taal als: ‘we gaan slapen’, ‘we gaan eten’, ‘waar is de poes?’ en ‘daar is beer’. Omdat hij steeds beter begrijpt wat er om hem heen gebeurt, maar er nog niets over kan vertellen, is het extra belangrijk om in te gaan op de non-verbale signalen van een kind. Hierdoor kun je frustratie en driftbuien voorkomen bij de baby. Denk hierbij aan babygebaren, wijzen, kijken, ergens naar toe tijgeren of rollen. Ook begint je baby te begrijpen dat hij een eigen persoontje is. Zijn geheugen is beter geworden. Hij kan beseffen dat zijn ouders er even niet zijn. Dit kan leiden tot eenkennigheid, de angst voor vreemde mensen of de angst om alleen gelaten te worden.

baby_wijst

Vanaf één jaar begrijpt je baby meer taal, situaties en handelingen. Hij gaat ook meer geluidjes oefenen om de taal van papa en mama te leren spreken. Ergens tussen de 12-18 maanden is het ineens zover: de klanken veranderen eindelijk in woorden. En hoe leuk is het dan als één van die eerste woordjes mama of papa is. Een grote mijlpaal! Woorden als bal, poes en aai kunnen snel volgen.

Wees je ervan bewust dat een kind veel meer begrijpt dan hij kan uiten. Door middel van wijzen, kijken, een woordje of brabbel probeert hij zich te uiten en komt hij vaak al een heel eind. Toch kunnen er nog vaak huil- of driftbuien ontstaan, omdat hij zich onbegrepen voelt en niet duidelijk kan maken wat hij graag wil.

 


ws_comm_margraten_06Joyce & Esther geven samen regelmatig de workshop ‘Hoe zeg je dat?’ over zowel de taal- en spraakontwikkeling als de sociaal-emotionele ontwikkeling van jonge kinderen (0-4 jaar). 

Wil je ook graag onze workshop bijwonen?
Kijk dan in deze online Agenda wanneer we deze workshop weer verzorgen.
Lees ook wat andere ouders van onze workshop vonden.


 

Als een kind 18 maanden oud is, begrijpt hij steeds meer opdrachtjes. De ontwikkeling van de woordenschat gaat rond deze leeftijd razendsnel. Soms leert hij wel 10 woordjes per week bij.

De klankontwikkeling is op deze leeftijd echter nog niet helemaal ontwikkeld. Je kindje vereenvoudigt klanken of spreekt ze nog niet goed uit. Hij zegt ‘paa’ tegen paard, ‘lápu’ is slapen. Daarnaast gaat hij woorden combineren: hij gaat zinnetjes van 2 woorden maken (de tweewoordzinnen). Hierdoor kunnen zinnen verschillende betekenissen krijgen. Bijvoorbeeld, ‘papa ete’ kan betekenen “papa eet” of “papa ik wil eten”.

Het kind praat nog veelal in het hier-en-nu en hij gebruikt nog altijd zijn non-verbale communicatie. Het blijft daarom belangrijk om als ouder niet alleen goed naar je kindje te luisteren, maar ook om naar ‘m te kijken. Zo kun je vaak nóg beter begrijpen wat hij bedoelt en kun je mogelijke frustraties en huil- en driftbuien voorkómen.

5 tips om nóg beter met je kindje (tot 3 jaar) te communiceren:

 

baby_met_boek_babygebaren1. Probeer altijd te begrijpen wat je kind bedoelt. 
Kijk naar de gebaren en lichaamstaal van een kind. Luister naar de woorden van je kind, terwijl je je kind aankijkt en geduldig wacht tot het uitgesproken is. Geef je kind de tijd om te reageren. Ben je ervan bewust dat een jong kind nog niet zo snel kan reageren. Wacht bijvoorbeeld 5 tellen voordat je de volgende vraag stelt.

2. Herhaal wat je kind zegt in correct Nederlands.
Zegt je kind ‘oot’, zeg dat: goed zo ‘brood’. Het is beter om geen kinderachtige taal gebruiken. Een hond is een hond en geen ‘woefwoef’.

3. Zing liedjes met eenvoudige gebaren.
Denk maar eens aan liedjes als ‘in de maneschijn’, ‘visje, visje in het water’, of ‘klap eens in de handen’. Ondersteun ook je spraak met gebaren. Gebaren kunnen een handig hulpmiddel zijn voor kinderen wanneer ze nog niet kunnen spreken of nog niet zo duidelijk kunnen spreken.

4. Vertel steeds wat je aan het doen bent en benoem voorwerpen, bijvoorbeeld: ‘we gaan nu tandenpoetsen’, ‘dit is jouw beer’, ‘we pakken de jas en gaan wandelen’.

5. Lees vaak samen met je kind, liefst op een vast tijdstip (bijv. voor het slapengaan). Blader samen met je kind door een prentenboek of eigen fotoboek en moedig hem aan om te vertellen.

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2013-2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Esther Sluijsmans gebruikte onderstaande referenties voor dit artikel:
http://kindentaal.logopedie.nl/site/taalontwikkeling
http://www.logopedie.nl/bestanden/kindentaal/folderdef.pdf
– Meijer-Molier, N. (2011). Zie je wat ik zeg? Ontdek hoe je baby kan communiceren met babygebaren. Succesboeken.nl: The Netherlands.


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:

– ‘Voorkom ongewenst gedrag: Geef je kind positieve aandacht.’ Klik hier.
– ‘Mijn peuter heeft een driftbui! Wat nu?’ | Minder driftbuien in slechts 5 stappen. Klik hier.
– ‘Help, mamma gaat weg…!?’ (over: hoe je afscheid nemen gemakkelijker maakt voor jou én je kind; 1-6 jaar). Klik hier.
– ‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.