Peuterpuberteit: 10 domeinen om samen met je kind te overwinnen.

meisje_lachend_peuterToen je kindje nog een baby (0-1 jaar) was, ging het allemaal eigenlijk heel gemakkelijk.  Af en toe waren er wel wat dingetjes waar je even wat mee moest, zoals de hapjes die je baby niet meteen wilde eten of het doorslapen dat niet meteen wilde lukken, maar over het algemeen viel het reuze mee. Ook als dreumes (1-2 jaar) had je weinig met je kindje te stellen. Je kindje deed over het algemeen wel wat je zei, hij vond het fijn om je te helpen, om met je te kletsen, om me je te spelen en hij knuffelde je graag. Het was echt een lieverd!

Nu je kindje echter de peuterleeftijd (2-3 jaar) heeft bereikt, lijkt alles ineens heel anders. Natuurlijk is je kindje nu ook nog wel lief, maar sommige situaties zijn echt een stuk lastiger. Het is niet vanzelfsprekend meer dat je kindje meteen naar je luistert. Hij kan ook soms om onverklaarbare redenen een driftbui krijgen. Hij huilt soms heel hard, terwijl je niet goed begrijpt wat er nou aan vooraf ging. Verder wil hij op de gekste momenten van alles ‘zelluf’ doen, terwijl hij dat nog helemaal niet kan. Als je aanbiedt om te helpen, dan mag dat echt niet. Maar ondertussen is hij wel enorm gefrustreerd als het hem inderdaad niet lukt. Wat is er toch met hem aan de hand…?

De kans is groot dat je kind midden in de peuterpuberteit zit.

Op deze jonge leeftijd gebeurt er ontzettend veel met je kindje en daar staan we als ouder vaak helemaal niet bij stil. Je kindje ontwikkelt zich op allerlei gebieden en dat gaat in rap tempo. Je kunt je misschien wel voorstellen dat het voor je kindje ook niet allemaal even makkelijk is.

⇒ Hieronder vind je een overzicht van wat je kindje allemaal leert en wat daar voor je kindje (en jou) lastig aan is. Per domein geef ik je steeds één praktische tip om direct thuis toe te passen én geef ik je één leestip voor als je verder wil lezen over dat specifieke onderwerp. Onderaan het artikel geef ik je nog 5 extra opvoedtips. Op basis van deze informatie én tips leer je je peuter en zijn frustratie, boosheid en emoties niet alleen beter begrijpen, maar kun je er ook op een positieve manier op reageren. Daar komen ze…

 

(1) De sociale ontwikkeling van je peuter:
kinderen_spelen_op_grond_leidstersKinderen vinden het doorgaans heel fijn om met andere kinderen te spelen. Bij jonge peuters is dat vaak nog niet echt ‘samen’ spelen, maar eerder naast elkaar spelen. Naarmate je kindje ouder wordt, zal hij ook steeds meer echt samen spelen met andere kindjes.
Kinderen leren van het omgaan met anderen, van volwassenen én van andere kinderen.  Kinderen kijken naar elkaar, imiteren elkaar en leren zo nieuwe vaardigheden of nieuwe spelletjes. Vandaar dat het voor de sociale ontwikkeling van je kind belangrijk is om hem van jongs af aan met andere kinderen te laten spelen.

TIP: Wacht niet om je kindje met andere kinderen te laten spelen totdat hij naar de basisschool gaat. Spreek nu al regelmatig af met ouders van jonge kinderen uit de buurt, met vrienden die zelf ook jonge kinderen hebben of meld je kind aan voor de kinder- of peuteropvang. Op die manier krijgt je kindje de kans om te leren samen spelen.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘Hoe leer je je kind om rekening te houden met anderen?‘.

 

(2) Egocentrisme: Je peuter is bijzonder egocentrisch ingesteld.
kinderen_maken_ruzie_om_xylofoon_ouders_op_bankJonge kinderen zien de wereld vooral vanuit hun eigen standpunt. Ze zijn heel erg egocentrisch ingesteld en kunnen zich nog niet verplaatsen in het standpunt van een ander. Voor je peuter betekent dat wanneer hij iets wil, hij dat onmiddellijk wil. Hij houdt er geen rekening mee of het op dat moment kan en of jij dat als ouder wel goed vindt. Hij wil het hebben (of doen) en hij wil het nu!
Je kindje kan ook nog niet inschatten dat een ander iets zou ‘kunnen willen’. Je peuter denkt echt alleen nog maar vanuit zichzelf: ‘ik wil dat speeltje nu’ en houdt er geen rekening mee dat het andere kindje al een tijdje heel leuk met dat speeltje aan het spelen is en het vervelend kan vinden dat hij het van hem afpakt. Met alle gevolgen van dien…

TIP: Ga bij je kindje zitten als het samen met een ander kindje speelt  en leg uit wat er gebeurt; ‘ondertitel’ het, als het ware. Leg uit dat je kind niet zo maar iets mag afpakken, maar dat hij het wel eerst kan vragen. Als het kindje het dan afgeeft, dan mag hij het hebben. Zo niet, dan moet hij wachten totdat het kindje ermee klaar is. Doe voor wat ‘om de beurt’ is en wat ‘samen spelen’ precies inhoudt.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘Samen spelen, samen delen‘.

 

(3) Je peuter wordt langzaam maar zeker zindelijk. 
jongen_zit_op_potje_02Veel kinderen worden als peuter zindelijk. Dat betekent dat ze actieve controle krijgen over hun eigen blaas en darmen. Natuurlijk gebeuren er ook wel eens ongelukjes, die tot frustratie en boosheid kunnen leiden; niet alleen bij je kind, maar ook bij jou als ouder. Realiseer je dat alle kinderen in hun eigen tempo zindelijk worden. Het is nergens voor nodig om het te overhaasten. Ook jouw kindje zal na verloop van tijd zindelijk zijn.

TIP: Stel je tijdens en na de zindelijkheidstraining in op ongelukjes. Ga er van uit dat ze gaan gebeuren. Dat is helemaal niet erg en ze horen er echt bij. Het ene kind heeft er meer last van dan het andere. Zorg er voor dat je als ouder niet boos, maar er juist rustig op reageert. Bij een ontspannen aanpak zonder strijd leert je kindje op een fijne manier om zijn blaas en darmen te beheersen en om op zichzelf te vertrouwen.

Verder lezen: Wil je graag checken of je kindje wel / niet klaar is om zindelijk te worden? Klik dan hier om een korte test te doen.
Wil je graag starten met het stimuleren van de zindelijkheid van je kind of merk je dat het nog best moeilijk is om je kindje zindelijk te maken (of te houden)? Lees dan meer over mijn cursus ‘Tijd voor Zindelijkheid’.

 


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 


(4) De spraak- / taalontwikkeling van je peuter: 

peuter8Gemiddeld genomen zeggen kinderen rond hun eerste jaar hun eerste woordje. Meestal is dat ‘papa’ of ‘mama’. Ze leren daarna steeds meer woordjes. Je ziet dat ze op deze leeftijd ook nog regelmatig gebruik maken van non-verbale communicatie; door te wijzen of een bepaalde gezichtsuitdrukking weet je als ouder vaak al wat je kindje bedoelt.

TIP: Om de taal- / spraakontwikkeling van je kindje te stimuleren kun je bijvoorbeeld steeds benoemen wat je doet, benoemen wat je pakt of benoemen wat je aan je kindje geeft. Op die manier leert je kind steeds beter wat de klanken die hij van jou hoort betekenen en koppelt hij ze aan voorwerpen, kleuren, vormen ed. Daarna zal hij het ook steeds vaker zelf proberen te zeggen.

Verder lezen: Lees het artikel ‘5 tips om nóg beter met je baby, dreumes en peuter te communiceren‘ (gastbijdrage van Esther Sluijsmans).

 

(5) Motorische ontwikkeling van je peuter: Lekker bewegen.
Werk in opdrachtOok op dit gebied zet je kindje letterlijk en figuurlijk grote stappen. Hij begint met een paar losse stapjes en dat worden er langzaam maar zeker steeds meer. Hij leert ook te springen, te rennen, met een bal te gooien en te vangen, tegen een bal te schoppen of zijn evenwicht te bewaren. Als je kindje wat ouder is, leert hij ook te hinkelen, huppelen of koprollen. Je kunt hem op dit gebied doorgaans goed stimuleren en aanmoedigen. Kijk wat je kindje kan / wil doen en probeer hem er – indien nodig – bij te helpen of doe het hem vaker voor.

TIP: Geef je kindje de mogelijkheid om veel te bewegen en om lekker actief te spelen. Juist door te doen, leert je kindje op deze leeftijd enorm veel. Laat je kindje ook dagelijks buitenspelen (bij voorkeur 2 uur per dag). Dat kan in je eigen tuin of in een speeltuin bij jou in de buurt. Aangezien peuters nog geen gevaar zien, is het wel belangrijk om een oogje in het zeil te houden.

Verder lezen: Lees ook m’n artikel ‘Is het erg als kinderen niet buiten spelen? (Interview op L1 Radio)‘.

 

(6) Emotionele ontwikkeling van je peuter: Driftbuien. 
jongen_driftbui_achteroverJe kind leert steeds beter wat zijn emoties zijn. Hij gaat er ook – onbewust – steeds meer mee experimenteren. Hij zal meer momenten hebben van groot verdriet en heftig huilen; ook merk je nu dat je kind soms ineens heel bang kan zijn (denk aan bang voor honden, spoken, monsters, heksen etc.).
Ook boosheid kan op deze leeftijd in alle heftigheid voorbijkomen. Vooral tussen 15 maanden en 3 jaar hebben de meeste kinderen last van ongecontroleerde uitbarstingen, de zg. driftbuien. Wat je dan aan je peuter merkt of ziet, is dat hij plots ongeduldig wordt, geen teleurstelling kan verdragen of geen ‘nee’ van jou kan horen. Met andere woorden: je peuter zou het liefst zijn eigen gang gaan, maar dat kan op dat moment niet. Als reactie barst je kindje in woede (of tranen) uit en gaat flink tegen je te keer. Sommige peuters gaan dan schreeuwen, krijsen, slaan, schoppen of houden een tijdje hun adem in (‘breath holding spells’).

TIP: Op het moment van een driftbui heeft je kind jou nodig om zijn emoties onder controle te krijgen en om tot bedaren te komen. Daarom is het ontzettend belangrijk dat jij rustig blijft op het moment dat je kind een driftbui heeft. Houd hem dan in de gaten (evt. op een afstandje), zodat hij zichzelf niet (onbedoeld) pijn gaat doen.

Verder lezen: In m’n  artikel ‘M’n kind heeft vaker driftbuien. Wat nu?’ lees je meer praktische tips over hoe je met een driftbui omgaat.

 

(7) Eten: Bang voor nieuwe dingen
peuter3Jonge kinderen kunnen soms bang zijn / worden voor nieuwe dingen; dat noemen we ‘neofobie’. Ze willen dan ineens niet meer eten; ze weigeren dan bijvoorbeeld om iets te eten dat ze niet kennen. Als je daar als ouder te veel in meegaat of als je je kind niet op een positieve manier stimuleert, dan zie je vaak dat kinderen steeds meer eten gaan weigeren. De maaltijd mondt uit in een machtsstrijd tussen ouder en kind. De gezelligheid aan tafel is dan ver te zoeken.

TIP: Voorkom dat je je kind gaat dwingen om toch iets te eten. Dwingen werkt helaas averechts. Houd oog voor wat je kind wél goed doet aan tafel en benoem dat. Als je kind weet wat hij goed doet, dan is de kans groter dat hij dat opnieuw of vaker zal gaan doen.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips)’.

 


fb_cursus_help_mijn_kind_luistert_niet
Cursus ‘Help, mijn kind luistert niet!?’
Wil je graag weten hoe je ervoor zorgt dat je kind beter én sneller naar je luistert?
Op een positieve, liefdevolle en constructieve manier.

=> Dan is deze cursus precies wat je zoekt.
=> Vraag nu GRATIS Les 1 van deze cursus aan.

Lees hier wat je allemaal van deze cursus mag verwachten.


 


(8) Slapen: Dutjes & monsters

meisje_huilend_uit_bedSlapen is op alle leeftijden heel belangrijk, dus ook voor je peuter. Ook op dit gebied van slaap verandert er van alles voor je kind: je jonge peuter gaat van twee naar één dutje en je oudere peuter gaat van één naar geen middagslaapje. Kort na zo’n verandering zal je kindje eraan moeten wennen dat hij wat minder slaap krijgt. Dat betekent niet alleen dat je kindje sneller of vroeger moe is, maar ook dat je kindje minder kan verdragen of prikkelbaarder is. Een mogelijk gevolg is dat een drift- of huilbui sneller kan optreden.
Daarbij is het voor je peuter nog bijna onmogelijk om feit en fictie uit elkaar te halen. Het heeft nog zo’n levendige fantasie dat het echt gelooft dat er een krokodil onder zijn bed ligt of dat er monsters / heksen op zijn kamer zijn. Je kind kan daar echt heel erg bang van worden.

TIP: Het heeft geen zin om te zeggen dat je kind zich ‘niet moet aanstellen’ of dat monsters / heksen niet bestaan. Voor je kindje bestaan ze namelijk wel en zijn ze echt. Hij gelooft er echt in (‘magisch denken‘). Neem daarom de zorgen van je peuter serieus, ga echter niet mee in zijn angst en stel hem uiteraard gerust. Kijk bijvoorbeeld samen onder zijn bed, zodat hij zeker weet dat daar niks ligt of jaag alle monsters met speciale ‘Monsterspray’ zijn kamer uit.

Verder lezen: In m’n artikel ‘Het middagdutje: Wanneer kan mijn kind het dutje ’s middags overslaan? (Incl. checklist)‘ lees je of je peuter er klaar voor is om het middagdutje over te slaan en hoe je dat kunt aanpakken. In m’n artikel ‘Ga nou toch lekker slapen, liefje! – 5 tips om je kind te leren slapen‘ lees je hoe je er voor zorgt dat je kindje ’s avonds rustig in slaap valt.

 

(9) Cognitieve ontwikkeling van je peuter: 
voorlezen_moeder_kind_op_bedMet de cognitieve ontwikkeling van je peuter bedoel ik zijn leervermogen. Hij leert allerlei nieuwe vaardigheden: hij leert steeds beter te begrijpen wat er om hem heen gebeurt, hij kan zijn geheugen steeds beter gebruiken en leert om kleine problemen aan te pakken en op te lossen. Ook kan hij steeds langer ergens zijn aandacht bij houden en zich langer op een taakje concentreren.

TIP: Om de cognitieve ontwikkeling van je peuter te stimuleren is het goed om dagelijks met je kindje te lezen. In de bibliotheek vind je allerlei (prenten)boeken, die uitermate geschikt zijn voor jonge kinderen. De thema’s in deze boeken sluiten vaak heel mooi aan op de belevingswereld van je kindje. Daarbij is samen lezen een mooie, gezellige één-op-één-activiteit, die kinderen doorgaans heel fijn vinden om samen met papa of mama te doen. Samen lezen vergroot ook nog eens zijn aandachtspanne en concentratievermogen en stimuleert zijn taal- / spraakontwikkeling. Dus door regelmatig voor te lezen, sla je heel makkelijk een aantal vliegen in één klap.

Verder lezen: Lees ook m’n artikel ‘Nog een keer lezen, nog een keer’- 5 eenvoudige tips om samen (voor)lezen met je kind nóg leuker te maken‘.

 

(10) Grote zus of broer worden: 
ouderschap_zwangere_buik_oudste_dochter2Veel kinderen worden op deze leeftijd ineens grote broer of grote zus. Dat is voor henzelf een grote omslag. Ineens moeten ze de aandacht, die ze altijd van papa en mama kregen, delen met een ander kindje. Het ene kindje gaat makkelijker met deze verandering om dan het andere.

TIP: Bereid je peuter goed voor op de komst van zijn broertje of zusje. Laat hem waar mogelijk helpen met de veranderingen in huis. Als hij bijvoorbeeld in een andere kamer gaat slapen, kan hij zelf zijn knuffels naar de nieuwe kamer verhuizen. Als hij in een ander (groter) bed gaat slapen, dan kan hij zelf een mooi dekbedovertrek uitzoeken. Laat je peuter ook helpen met de inrichting van de babykamer. Als de baby er eenmaal is, kun je je kindje een cadeautje geven ‘namens de baby’.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘Hoera, er komt een kindje bij! – 5 tips over hoe je je oudste voorbereidt op een broertje of zusje.‘.

 

Wat kun je nog meer doen als ouder om de frustraties, boosheid en heftige emoties van je peuter het hoofd te bieden? 

[A] Bewaar je rust, ook in uitdagende opvoedsituaties. 
moeder_meisje_lachend_bosProbeer zo veel als mogelijk rustig op je kindje te reageren, ook tijdens een pittige of heftige opvoedsituatie. Je kindje mag best aan jou merken dat een grens is bereikt en dat je niet altijd zo maar meegaat in wat je kindje wil. Het is belangrijk om hem dat op een rustige manier duidelijk te maken.

[B] Geef je kind duidelijkheid: ‘zeg wat je doet, doe wat je zegt’. 
Als je in allerlei situaties op dezelfde manier op je kindje reageert, dan weet hij steeds beter wat hij van jou kan verwachten en wat de bedoeling is. Dat vinden kinderen fijn; dat geeft hen rust en vertrouwen. Houd je vast aan de uitdrukking ‘zeg wat je doet, doe wat je zegt’: leg uit wat je gaat doen of wat je van je kindje verwacht en zorg er – op een fijne, liefdevolle manier voor – dat dat ook gebeurt.

[C] Geef je kind voldoende positieve aandacht. 
Speel met je kind, zodat je je kind voldoende positieve aandacht kunt geven. Alle kinderen hebben dat nodig. Probeer dan aan te sluiten bij wat je kind op dat moment aan het doen is. Uiteraard is dat ook een mooie gelegenheid om je kind iets nieuws te leren. Als je kind met de duplo aan het spelen is, kun je samen een ‘superhoge’ toren; zo hoog mogelijk (totdat hij omvalt). Of je probeert samen een puzzel te maken; eerst eentje die past bij zijn leeftijd en dan – afhankelijk van hoe het je kindje afgaat – maak je de puzzel wat makkelijker of juist wat moeilijker. Zo kun je je peuter stimuleren, op een manier en op het niveau dat goed bij hem past.
Ook als iets bij het spelen niet meteen lukt of als het je kindje niet zo leuk lijkt te vinden, hoeft dat niet te betekenen dat hij dat nooit meer gaat doen. Juist door het toch nog eens klaar te leggen, door het vaker te doen of door het regelmatig samen te oefenen, gaat het hem steeds beter af én is de kans groot dat hij het steeds leuker gaat vinden.

[D] Accepteer dat het de ene dag beter gaat dan de andere. De peuterpuberteit kan voor ouders best een heftige periode zijn. Onderschat het niet. Maar wees ook realistisch: er zijn niet alleen dagen waarop het niet lekker loopt, er zitten ook hele fijne dagen tussen. En bedenk: liep het vandaag niet zo lekker? Begin dan morgen weer met frisse moed en een schone lei.

[E] Vergeet niet dat je kindje nog altijd heel lief kan zijn en op momenten heel fijn is in de omgang. Ook als hij nu regelmatig een driftbui heeft of veel huilt, zijn er nog altijd momenten waarop je veel plezier aan hem beleeft en hij jou veel liefde geeft. Geniet van deze momenten. Laat die fijne momenten niet overschaduwen door de lastige(re) opvoedmomenten.

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

Referenties van gebruikte literatuur voor dit artikel: 
– Voorkom myopie bij jouw kind, met het gratis myopie-pakket. [ Klik hier. ]
– Woolfson, R. (2001). De pientere peuter. Uitgeverij Cantecleer: Baarn.

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips).
– ‘10 basistips om je baby, kind of tiener lekker te laten slapen.
– ‘Het middagdutje: Wanneer kan mijn kind het dutje ’s middags overslaan? (Incl. checklist)
– ‘Boos zijn kun je leren! | 6 stappen om je kind te leren zijn boosheid te beheersen.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

logo_akse_coaching_groot_nieuwGa (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Omgaan met stress | 5 praktische tips om je stressgevoel aan te pakken.

moeder_werken_met_kinderenWe hebben allemaal wel eens een gevoel van stress: jijzelf, je partner, je familie, je vrienden. Iedereen herkent dat wel. En dat is helemaal niet erg. Stress hoort nou eenmaal bij het leven.
Dat geldt natuurlijk niet alleen voor volwassenen, maar ook voor kinderen. In dit artikel zal ik me vooral concentreren op de stress bij volwassenen, meer specifiek nog bij ouders.

⇒ In dit artikel leg ik je uit wat stress precies is, hoe het ontstaat, hoe je bij jezelf kunt merken of je wel / geen last hebt van stress en geef ik je praktische tips om je stressgevoelens te verminderen. Want dat kan!

Nu het Coronavirus rondwaart, kan dat extra stressgevoelens bij je oproepen. Dus dat je nu stress ervaart, is echt niet vreemd. Je hele leven – en het leven van iedereen om je heen – staat als het ware ‘op zijn kop’. Je normale ritme is verstoord. Je werkt nu misschien nog thuis (en dus niet in je normale werkomgeving) en je hebt er waarschijnlijk andere taken bij gekregen. Denk maar eens aan het helpen van je kinderen met hun schoolwerk. Verder verlopen je sociale contacten nu op een andere manier; niet meer door persoonlijk contact door bezoekjes over en weer, maar via beeldbellen of tekstberichtjes.Al met al gaat het om enorme veranderingen. Als je daar dan ook nog een eventuele dreiging bij ervaart (‘als ik maar niet ziek word’ of ‘als ik maar voldoende inkomen houd’), dan kan dat samengaan met stress. Je hebt (veel) minder controle over jouw eigen situatie en dat kan je een hopeloos of angstig gevoel geven.

⇒ Realiseer je dat het normaal is om juist nu stress te ervaren. Angst, bezorgdheid en onzekerheid over je gezondheid, je eigen (financiële) situatie of die van mensen in je omgeving is normaal en hoort erbij.

Uiteraard is het coronavirus, de maatregelen met alle bijbehorende veranderingen niet de enige reden om op dit moment stress te ervaren. Er zijn nog veel andere redenen of oorzaken, die bij jou stress kunnen opleveren. Je leest er hieronder meer over.

Wat is stress eigenlijk? 
vrouw_handen_voor_ogenEen beetje gestresst zijn of een beetje spanning voelen is trouwens helemaal niet erg. Sterker nog, dat is op bepaalde momenten heel normaal en juist positief. Veel mensen zijn bijv. gespannen als ze een presentatie moeten geven, wanneer ze een examen hebben of voordat ze op vakantie gaan. Je bent dan extra alert, je let goed op en je kunt snel reageren. Zodra de spannende situatie voorbij is, zakt het gespannen gevoel weer.

Soms kan het gestresste gevoel ook te veel worden of te lang duren. Bijvoorbeeld op momenten dat er te veel van je gevraagd wordt, als je problemen hebt (thuis of op je werk), als je je grote zorgen maakt of als je te weinig steun ervaart uit je omgeving. Zulke situaties geven extra spanning of geven gevoelens van stress, die langere tijd duren.

 


Een stressreactie is een normale reactie op buitengewone omstandigheden, zeker als het om onverwachte gebeurtenissen gaat, die ook nog eens ingrijpend zijn.


 


Welke factoren kunnen bij jou stress veroorzaken? 

man_zit_op_bed_handen_voor_ogenStress heeft invloed op je manier van denken, je emoties (gevoelens), je lichaam en je gedrag. Het is belangrijk om erop te letten of je stress ervaart, zodat je er iets aan kunt doen.

Er zijn heel wat factoren of situaties, die stress kunnen veroorzaken. Ik geef je er hier een kort overzicht van:

Onzekerheid: Je voelt je onzeker en/of je maakt je zorgen over je huidige situatie (bijv. over je gezondheid, de gezondheid van mensen in je omgeving, je werk, je contract, je financiële situatie).
Nare gebeurtenissen: Je maakt op dit moment iets naars mee of hebt dat in het verleden meegemaakt (zoals relatieproblemen, huiselijk geweld / mishandeling, een scheiding, overlijden, ongeluk, beroving, inbraak, aanranding).
Ziekte: Jij of één van je naasten is ziek.
Gebrek aan steun / hulp: Je ervaart weinig steun van anderen en/of je bent alleenstaande ouder.

Het is lastig te voorspellen welke factor of situatie voor jou het meest stressvol zal zijn. Iedereen reageert namelijk anders op deze specifieke factoren en situaties.

⇒ Herken je één of meerdere factoren, die bij jou op dit moment vooral stress opleveren?

 

 


Stress in je lichaam

Wat gebeurt er in je lichaam als je gestresst bent?
sympathisch_zeuwstelselAls je gestresst bent, nemen je hartslag, bloeddruk, ademhaling en spierspanning toe, je spijsvertering vertraagt en je pupillen worden wijder: je lichaam komt in een staat van paraatheid. Hierdoor kun je spannende situaties beter aan.

Het sympathisch zenuwstelsel zorgt bijna onmiddellijk voor de ‘vecht- of vluchtreactie’, die ons lichaam klaarstoomt voor actie. Onze spieren spannen zich aan en onze bloeddruk en hartslag gaan omhoog, waardoor je je hart voelt bonzen in je borstkas. De pupillen verwijden zich. Het bloed wordt onttrokken aan onze organen en naar de spieren gestuurd. De spijsvertering gaat op een laag pitje. We beginnen te zweten, zodat het lichaam na explosieve actie weer afkoelt. Het systeem is zo afgesteld dat het liever te vaak afgaat dan één keer te weinig. We schrikken dus liever tien keer van een tuinslang in het gras dan dat we één keer te laks reageren op een echte slang.

Wat gebeurt er in je hersenen als je gestresst bent?
– De HPA-as: 
hpa-asDe Hypothalamus-hypofyse-bijnier-as (Hypothalamic-Pituitary-Adrenal axis’ in het Engels)  speelt een belangrijke rol in de stressrespons. Het geeft een langzame respons op stress: het duurt ongeveer 30 minuten voordat cortisol in het bloed gemeten kan worden.
De HPA-as werkt als volgt: Na een stressvolle gebeurtenis scheidt de hypothalamus een hormoon (CRH) uit, dat er op zijn beurt voor zorgt dat de hypofyse een ander hormoon (ACTH of corticotropine) uitscheidt. Deze stof zorgt er vervolgens voor dat de bijnieren (o.a.) cortisol produceren. 

Hoewel cortisol als stresshormoon een slechte naam heeft, is het wel degelijk nuttig. Het laat de bloedsuikerspiegel stijgen en de stofwisseling een tandje bijzetten. Daardoor komt er meer energie vrij om met de stressvolle situatie om te gaan.

hersenen_limbisch_systeem– De hippocampus: 
De hippocampus is een hersengebied dat belangrijk is voor leren, onthouden en navigeren. Het functioneert normaalgesproken als een ‘uitknop’ voor de stressreactie. Het gebiedje merkt verhoogde cortisolspiegels op en schroeft de aanmaak van dat hormoon vervolgens terug. Chronische stress beschadigt de hippocampus echter, waardoor het cortisolniveau hoog blijft, waardoor de hippocampus nog meer beschadigt; een vicieuze cirkel, waardoor o.a. je geheugen slechter gaat functioneren.

– De amygdala: 
De amygdala is een hersengebied dat continu een oogje in het zeil houdt voor gevaar. Het is verantwoordelijk voor het sturen en verwerken van emoties en staat in verbinding met de hippocampus. Eén van de belangrijkste emoties, die de amygdala reguleert, is angst. De manier waarop we emoties en stress beleven in het dagelijks leven wordt hierin opgeslagen.

De hippocampus en amygdala maken deel uit van een belangrijk systeem dat emoties reguleert; het zg. ‘limbische systeem’. Dit systeem is bijzonder nuttig, omdat het ons in staat stelt om in noodsituaties adequaat te handelen. Het reageert niet alleen op levensbedreigende situaties, maar   ook op bedreigingen van meer psychische aard.


 

 

Langdurige stress
Als jouw gevoel van stress langere tijd aanhoudt, dan kan dat behoorlijke gevolgen hebben. Je lichaam geeft je als het ware ‘waarschuwingssignalen’, waardoor je kunt herkennen dt je last hebt van stress.Deze signalen kunnen erop wijzen dat je last hebt van stress:
vader_piekert_kinderen_op_bankDenken: je bent sneller afgeleid, je hebt moeite om je te concentreren, je bent vergeetachtig(er), je piekert veel.- Emoties: je kunt je moeilijk(er) ontspannen, je reageert sneller emotioneel (sneller prikkelbaar of geïrriteerd, boos of huilen), en/of je hebt gevoelens van somberheid en angst.- Lichaam: je voelt je vermoeid(er) of juist heel energiek; je hebt een gespannen gevoel; je voelt rusteloos; je zweet meer; je schrikt sneller; je hebt meer last van hoofdpijn, maagklachten, nek- of rugklachten; je eetlust is veranderd; je hebt moeite met slapen; je hebt minder weerstand (je bent sneller verkouden of grieperig); je hebt verhoogde spierspanning; en/of je hebt pijn op de borst en/of hartkloppingen.- Gedrag: je zondert je meer af, je hebt meer moeite om taken af te maken, je raakt vaker / sneller betrokken in ruzies of discussies, je kunt minder (of niet meer) genieten van de mooie dingen in je leven.

Stress is ongezond als het lang aanhoudt of hevig is en het je niet lukt om ervan te herstellen. Van chronische en hevige stress kun je psychisch en lichamelijk ziek worden.
Door stress gaan mensen ook vaak ongezonder leven: meer (of opnieuw starten met) roken, ongezonder eten, meer alcohol drinken of minder bewegen. Langdurige stress kan leiden tot een burn-out en verhoogt de kans op hart- en vaatziekten.
Stress & Opvoeden: Geen goede combinatie.

moeder_druk_in_huis_kinderenJe kunt je voorstellen dat ook opvoeden en gevoelens van stress niet goed samengaan. Als jij als ouder niet goed in vel zit, omdat je je langere tijd gestresst voelt, dan werkt dat door in jouw manier van opvoeden.

Een aantal voorbeelden: 
– Je bent sneller geïrriteerd, je kunt minder van je kind(eren) hebben en je reageert sneller boos, kwaad of gefrustreerd op je kind.
– Je hebt minder energie, waardoor je minder zin hebt om leuke activiteiten met je kind te ondernemen.
– Je piekert meer, waardoor het je minder goed lukt om met je volledige aandacht bij je kind te zijn.

Vandaar dat het niet alleen voor jezelf, maar ook voor je kind(eren) belangrijk is om je stressniveau te verbeteren.

Opvoeden zelf kan ook stress opleveren. Bijvoorbeeld als je het idee hebt dat je kind zich steeds maar vervelend of lastig gedraagt en je dat zelf niet kunt veranderen, als je het idee hebt dat je kind niet naar je luistert of jou niet serieus neemt, als je kind brutaal tegen je is of jou pijn doet (door te slaan of door kwetsende opmerkingen te maken), als je kind al langere tijd slecht eet en jij je zorgen maakt over zijn groei en ontwikkeling, als je kind al een tijdje slecht slaapt en dat niet alleen een wissel trekt op je kind zelf, maar ook op jou of andere leden van het gezin. En ga zo maar door.
Dit zijn overigens allemaal onderwerpen, die je goed met opvoedcoaching aan kunt pakken en die je binnen relatief korte tijd op kunt lossen. Deze ‘opvoedstress’ kun je gelukkig snel en makkelijk aanpakken. Je leest er hier meer over.

 

Vandaar dat het – zeker voor ouders – zo belangrijk is om goed om te gaan met jouw eigen stressgevoelens.

 

⇒ In dit artikel geef ik je 5 tips om beter om jouw huidige stressgevoelens aan te pakken en om ze te verminderen. Onderaan dit artikel vind je ook nog een mooie BONUSTIP. Hier komen ze.

 

(1) Zorg goed voor jezelf.
man_ligt_op_grond_ontspannenAls je veel gevoelens van stress ervaart, dan is het belangrijk om goed voor jezelf te zorgen. Zeker als ouder is dat erg belangrijk, want je weet: ‘als je goed voor jezelf zorgt, kun je ook beter voor anderen, voor je kinderen, zorgen’.

Om goed voor jezelf te zorgen is het belangrijk dat je voldoende slaapt, voldoende rust neemt, (extra) gezond eet, voldoende beweegt (dagelijks 30 min. actief bewegen) en voldoende momenten van ontspanning creëert.

Zoek een manier op die er voor zorgt dat jij ontspant. Dat is natuurlijk voor iedereen anders. Enkele mogelijkheden zijn: naar (rustige, ontspannende) muziek luisteren, een boek lezen, je hobby beoefenen, wandelen, sporten, douchen of rustig in bad liggen, puzzelen, de tijd nemen om rustig te koken etc.

Val je moeilijk in slaap (omdat je meer piekert of door je stressgevoelens) of slaap je zeer onrustig, lees dan voordat je gaat slapen een ontspannend boek of doe een rustige activiteit. Schakel ook voor het slapen op tijd af: lees vlak voordat je gaat slapen geen nieuwsberichten meer en drink dan het liefst geen alcohol en koffie. Juist op het gebied van slapen is regelmaat erg belangrijk: sta op vaste tijden op en ga op vaste tijden naar bed.

Voordelen voor je kind
Je kind heeft er daadwerkelijk baat bij als jij goed voor jezelf zorgt. Jij kunt daardoor namelijk met meer rust op je kind reageren, je kind meer onverdeelde aandacht geven en consequenter op je kind reageren. Neem dus ook jouw rust- en ontspanningsmomenten serieus en plan ze in. Niet alleen voor jezelf, maar ook voor het welbevinden van je kind.

 


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 

 

(2) Bedenk wat de oorzaak is van jouw stressgevoel én denk na over oplossingen.
vrouw_zit_rustig_op_bankUiteraard is het niet genoeg om de oorzaak van je stressgevoel te weten. De problemen lossen zich nou eenmaal niet vanzelf op. Vandaar dat het ook belangrijk is om na te denken over oplossingen en om daarmee aan de slag te gaan. Bedenk wat je allemaal zélf kunt doen om de stressvolle situatie op te lossen of op een andere manier aan te pakken.

Vraag jezelf gedurende de dag vaker af wat je op dat moment kunt doen om je leven op dat moment – hoe klein ook – voor jezelf te verbeteren en fijner te maken.

Verder is het belangrijk om de emoties of gevoelens van stress, die je voelt te benoemen en te erkennen. Je hebt er niks aan om ze weg te wuiven; sta er juist bij stil. Je kunt jezelf helpen door een troostende gedachte toe te voegen, zoals:
Het is okay om deze gevoelens te ervaren. Ik ben niet de enige. Veel mensen ervaren deze gevoelens op dit moment.
En vervolgens: ‘Ik doe wat ik kan in mijn leven, ik heb geen invloed op zaken waar ik geen controle op heb.
Bedenk dat ook heel nare emoties te verdragen zijn en weer over zullen gaan.

Uiteraard is (meer) roken en/of alcohol- / drugsgebruik géén goede manier om met je stressgevoelens om te gaan. Merk je dat je de neiging hebt om toch naar deze middelen te grijpen? Neem dan direct contact op met je huisarts of met een andere, vertrouwde professional.

EXTRA TIP: Schrijf aan het einde van de dag 3 dingen, situaties of momenten op waar je (oprecht) dankbaar voor bent, waar je blij van werd, wat lekker liep, waar je tevreden over was. Door op die manier naar je dag te kijken, merk je dat alle dagen – hoe moeilijk ze ook kunnen zijn – ook mooie, fijne en positieve momenten in zich hebben. Dat zal jou al na enkele dagen een beter gevoel over je leven van dit moment geven.

 

(3) Houd vast aan je dagelijkse routines, je regelmaat en je structuur. 
vrouw_man_gezond_eten

Er is op dit moment misschien best veel waar je voor je gevoel minder of geen grip op hebt. Kijk dan waar je nog wél grip op hebt; dat geldt o.a. voor je eigen structuur en je eigen handelingen. Dat kan vertrouwen geven in je huidige manier van leven en het geeft je hoop.

 

Vandaar dat het vasthouden aan je dagelijkse routines en gewoontes belangrijk voor je kunnen zijn. Denk dan aan opstaan op vaste tijden, eten op vaste momenten op de dag, je werktijden plannen, op een vast tijdstip naar bed gaan ed.

 

Maak een planning van hoe je dag er uit ziet en zorg voor afwisseling in je planning. Wissel je actieve momenten af met momenten van ontspanning.


Zorg dat er ook momenten tussen zitten, waarop je positieve aandacht kunt geven aan je kind(eren). Je kinderen hebben jou ook nodig en ze vinden het doorgaans geweldig om met jou samen te spelen of om samen iets te doen.
Wil je graag weten hoe je je kind meer positieve aandacht kunt geven? Lees dan m’n artikel ‘Voorkom ongewenst gedrag: Geef je kind positieve aandacht..

vrouw_man_kijken_op_telefoon_verschriktLet trouwens op dat je die afwisseling niet te veel zoekt in de social media. Het is heel verleidelijk om even je telefoon erbij te pakken op de momenten dat je rust neemt, maar juist dan zul je berichten over het coronavirus of andere (negatieve) nieuwsberichten tegenkomen. Als je merkt dat die berichten een negatief effect hebben op jouw stemming of je stressgevoel verhogen, dan is het beter om het lezen van die berichten te beperken. Uiteraard mag je zeker nog het nieuws volgen, maar beperk dat tot max. 1x per dag.

 

(4) Praat erover.
vriendinnen__hartje_zonnebloemenPraat over je situatie met iemand die je vertrouwt en met wie je goed kunt praten. Dat helpt jou om alles goed op een rijtje te zetten, om je zorgen te bespreken of om bepaalde gebeurtenissen beter te verwerken.

Heb je op dit moment niemand in je omgeving met wie je jouw gevoelens wilt/kunt delen?
Schrijf dan op waar je mee zit en waar je tegen aanloopt. Ook dat helpt je om je gedachtes op een rijtje te zetten. Je kunt dat in een dagboek doen en iedere dag op een vast moment de gevoelens van dat moment of die dag noteren.

Pieker je veel over jouw lastige situatie?
Geef jezelf dan 1x per dag de mogelijkheid om bijv. 15 minuten over de situatie na te denken. Stop er daarna mee en ga iets doen dat je fijn vindt.

Daarnaast is het goed om juist nu het contact met je vrienden te onderhouden en om gewoon even bij te kletsen. Je kunt daarvoor al heel makkelijk samen een afspraak maken om bijvoorbeeld even bij te kletsen tijdens beeldbellen. Stuur ook af en toe gewoon eens een appje met een kort berichtje of vraag hoe het met de ander gaat.

 


fb_opvoedcursus_stop_met_schreeuwenCursus ‘Stop met Schreeuwen’
In deze cursus voor ouders leer je hoe je binnen korte tijd minder gaat schreeuwen tegen je kind.

Je krijgt o.a. inzicht in / je leert:
– waarom je tegen je kind schreeuwt
– hoe je dat kunt verminderen
– hoe je kunt voorkómen dat je gaat schreeuwen
– hoe je op een andere manier met je kind kunt communiceren
– én nog veel meer…

Lees hier meer over m’n cursus ‘Stop met Schreeuwen’.


 

 

(5) Leer je kind hoe het met stress om kan gaan door het goede voorbeeld te geven.
vader_zoon_gesprek_op_bankJe kind merkt aan jou dat er iets anders is. Het zal alleen vaak niet begrijpen wat dat dan precies is. Probeer het je kind zo goed mogelijk uit te leggen, natuurlijk op een manier die past bij zijn leeftijd of ontwikkelingsniveau. Maak het probleem niet groter dan het is (maar voorkom dat je het bagatelliseert). Wees eerlijk en realistisch in je uitleg, die je je kind geeft. Je wil namelijk graag voorkomen dat je kind onnodig bang wordt en zich ook grote zorgen gaat maken.

Het helpt kinderen als je als ouder het goede voorbeeld geeft in moeilijke situaties. Laat zien dat je de lastige, spannende of stressvolle situatie met zelfvertrouwen en op een verstandige manier aangaat. Ook dat is belangrijk om aan je kind uit te leggen: zeg tegen je kind wat je allemaal doet om de stressvolle situatie zo goed mogelijk aan te pakken.

Maakt je kind zich ook wel eens zorgen, bijvoorbeeld over het coronavirus, of heeft het er regelmatig vragen over? Dan lees je in m’n artikel ‘Je kind en het coronavirus: Hoe praat je samen over alle veranderingen?‘ hoe je e.e.a. samen bespreekt.

 

BONUSTIP:
Heb je het idee dat iemand anders het op dit moment moeilijk heeft of veel stress ervaart?
vrouwen_praten_serieus_gesprekVraag er dan naar en geef aan dat je je zorgen over hem/haar maakt. Luister goed als de ander vertelt waar hij mee zit. Vraag wat hij nodig heeft of waar je mee kunt helpen. Vaak is luisteren al genoeg; soms is concrete hulp bijzonder welkom. Denk dan aan hulp bij een taak of klusje in huis, boodschappen halen, de kinderen een middagje opvangen, een maaltijd koken ed.

⇒ Heb jij op dit moment – in meer of mindere mate – last van stressgevoelens? Waar zou jij zelf het meest mee geholpen zijn?

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Gebruikte literatuur, websites ed. voor het schrijven van dit artikel:
– ‘Ik wil beter omgaan met stress’. Thuisdokter. Klik hier.
– ‘Wat doet stress met je lichaam en brein?’.  Psychologie Magazine. Klik hier.
– ‘Stress’. Psychologie Magazine. Klik hier.
– ‘Stress’. CJG Zuidplas. Klik hier.
– ‘Omgaan met stress door het Coronavirus (Covid-19)’. MUMC+. (Dit betreft een pdf-document. Selecteer en kopieer de titel naar uw browser om het document op te zoeken.)
– ‘Tips omgaan met stress door het coronavirus’. Gezond Idee. Gezond leven. MUMC+. Klik hier.
– ‘It is normal to feel sad, stressed, confused, scared or angry during a crisis.
Talking to people you trust can help. Contact your friends and family.’ Klik hier.
– ‘Piekeren: hippocampus, amygdala en prefrontale cortex’.  Mens en Samenleving. Klik hier.
– ‘Hypothalamus-hypofyse-bijnier-as’. Wikipedia. Klik hier.

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘Hoe kom je deze Corona-tijd op een positieve manier door…? Speciaal voor ouders en opvoeders.
– ‘Als je kind teleurgesteld is… | 5 stappen om je kind te leren met teleurstellingen om te gaan.
– ‘Als je de balans kwijt raakt…’ | Hoe houd je alle ballen in de lucht zonder stress. [Interview met burn-outexpert drs. Agathe Hania-Akse]
– ‘Stop met schreeuwen! (Over: Hoe je in 5 stappen minder schreeuwt tegen je kind)‘.
– ‘Heb je het druk? Zet jezelf op je to do-lijstje.

Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

 

logo_akse_coaching_groot_nieuwGa (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Wat gebeurt er allemaal met je kind tijdens de adolescentie? Van kindertijd naar jong volwassenheid. [Overzichtsartikel]

kinderen_jongeren_lachend_op_bankVanaf het moment dat je kind / tiener gaat ‘puberen’ verandert er veel; niet alleen voor je tiener, maar ook voor jou als ouder. In dit ‘overzichtsartikel’ wil ik je een samenvatting geven van wat er in deze periode allemaal voor je tiener verandert. Zoals je zult lezen, is dat echt ontzettend veel: op maar liefst 8 domeinen maakt je tiener een enorme ontwikkeling door.
Je begrijpt dat ik in dit artikel niet alle domeinen even uitgebreid zal bespreken, maar daar zal ik in latere artikelen nog wel eens op terugkomen.

Mijn doel van dit artikel is om jou als ouder een overzicht te geven van wat er op dit moment allemaal met jouw tiener gebeurt en waarom hij/zij zich soms – maar lang niet altijd – zo lastig / vervelend / moeilijk kan gedragen. Ik hoop van harte dat dit artikel bijdraagt aan een groter begrip. Uiteraard mag je ook in dit artikel weer mooie praktische tips verwachten, zodat je weet hoe je met sommige lastige opvoedsituaties kunt omgaan.
In de toekomst zal ik over de onderdelen, die je in dit artikel leest, nog meer artikelen schrijven en dan losse thema’s verder uitdiepen.

Pubers, Tieners & Adolescenten
In de volksmond wordt er vaak over ‘pubers’ gesproken. De puberteit gaat strikt genomen alleen over de hormonale veranderingen, die kinderen van deze leeftijd ondergaan. Dat doet echter onvoldoende recht aan álle veranderingen, die er bij je kind gaan spelen. Vandaar dat ik deze term zo veel mogelijk probeer te vermijden.
De officiële en meer adequate term, die voor deze leeftijdsgroep gebruikt wordt, is ‘adolescent’. Ook het woord ‘tiener’ zal ik in dit artikel gebruiken voor kinderen in de leeftijd van 10 t/m 19 jaar.

Leeftijd van adolescenten
Vaak wordt gedacht dat de adolescentieperiode loopt van 12 t/m 18 jaar. Voordat je kind 13 jaar oud is, zit hij nog op de basisschool en zie je hem waarschijnlijk nog als kind. Vanaf 18 jaar mag je kind o.a. officieel gaan stemmen en auto rijden en wordt hij geacht zich te gedragen als een volwassene.

Toch weten we uit onderzoek dat (o.a.) de hersenontwikkeling van adolescenten op de leeftijd van 18 jaar nog niet voltooid is. Sterker nog, de hersenontwikkeling loopt nog tot een jaar of 25 (je leest er hieronder meer over). Dat betekent voor jou als ouder dat ook je ‘jong volwassen’ kind af en toe nog wel wat hulp kan gebruiken. Dus ook op die leeftijd ben je als ouder echt nog niet overbodig. 😉

 

De adolescentie begint dus al eerder dan 12 jaar en eindigt later dan 18 jaar. Grofweg kun je de adolescentieperiode indelen in 4 stadia of fasen. Elke fase heeft z’n eigen kenmerken, die ik hieronder kort voor je uiteenzet.

(1) Vroege adolescentie (10 – 14 jaar): 
meisjes_tablet_lachendHet gedrag van je tiener wordt op deze leeftijd beïnvloed door hormonen én door het proces van de hersenrijping. Daardoor is hij emotioneler en reageert hij gevoeliger op allerlei dingen. Tegelijkertijd denken tieners minder goed (of beter gezegd: ‘anders’) na, waardoor ze impulsief kunnen handelen. Ook is hij in deze fase erg gericht op het bevredigen van directe behoeftes. Als je tiener ergens zin in heeft, dan wil hij dat het liefst direct, meteen, onmiddellijk. Ook het proces van losmaking van  de ouders hoort bij deze vroege fase.

(2) Midden adolescentie (14 – 16 jaar): 
kinderen_tieners_groep_op_bankJe tiener is nu – meer dan anders – geneigd om risico’s te nemen. Het draait allemaal om het krijgen van kicks en om experimenteren. Het probleem daarbij is dat hij op deze leeftijd nog niet de consequenties van zijn gedrag kan overzien. Desgevraagd kan hij de mogelijke risico’s wel benoemen, maar dat roept nu (nog) geen emoties op; dus ondanks dat hij de risico’s (in theorie) kent, wil dat niet zeggen dat hij het risicovolle gedrag (in praktijk) achterwege zal laten. Ook emoties voeren in deze fase nog steeds de boventoon.

(3) Late adolescentie (16 – 22 jaar) 
kinderen_tieners_staand_in_park_rokenJe tiener krijgt steeds meer grip op zijn eigen handelen en zijn gedrag. Hij is in staat om weloverwogen keuzes te maken, zijn gedrag te evalueren en zich aan te passen aan sociale situaties. Je merkt dat het gedrag van je tiener in een betere balans raakt en je ziet dat hij zich steeds zelfstandiger en onafhankelijker gaat gedragen. Er worden meer weloverwogen beslissingen genomen, omdat ze nu ook steeds beter de langetermijneffecten van hun gedrag in overweging nemen.

(4) Jong volwassenheid (18 – 25 jaar)
studenten_lachen_papierenJongvolwassenen groeien toe naar zelfstandigheid. Ze zijn met zichzelf bezig en gaan door met ontdekken wie ze zijn; de ontwikkeling van hun eigen identiteit gaat nog door. Jongeren kijken soms nog kritisch naar zichzelf: wat kan ik, hoe zie ik eruit? Toch zijn ze als jong volwassene minder onzeker en kwetsbaar dan in de adolescentie. Op deze leeftijd worden hun vriendschappen nog hechter en wordt de invloed van hun vriendenkring groter dan die van hun ouders. Ze worden zelfstandig, gaan misschien studeren, op kamers wonen en/of gaan werken.

 

Hieronder vind je een overzicht van alle veranderingen, die je tiener tijdens de adolescentie gaat doormaken. Uiteraard komen deze veranderingen niet voor alle tieners op hetzelfde moment of op dezelfde manier voor; bij sommige tieners zul je van het ene domein meer ‘last’ hebben en van het andere merk je nagenoeg niks. Die individuele verschillen zijn er zeker en hoeven niet direct problematisch te zijn.

 

(1) Lichamelijke veranderingen & Groei
ive_had_to_reprogram_my_voice_recognitionHet meest opvallende aan de adolescentie is misschien nog wel de groeispurt; daardoor groeien ze ineens ontzettend hard (soms wel 10 cm per jaar) en neemt hun gewicht toe. Op sommige momenten heb je het idee dat het eten niet aan te slepen is en dat de koelkast nooit lang vol is. Je tiener heeft voor zijn groei brandstof nodig en dat merk je ook als ouder op deze manier heel duidelijk.
Meisjes beginnen gemiddeld genomen eerder met de groeispurt dan jongens.

Het lichaam van je tiener raakt tijdens de adolescentie onder invloed van hormonen. Hij/zij krijgt niet alleen puisten, maar begint ook naar zweet te ruiken, krijgt meer lichaamsbeharing en wordt geslachtsrijp. Meisjes worden o.a. voor het eerst ongesteld, krijgen borstvorming en rondere vormen; jongens krijgen o.a. een zwaardere stem, een ander postuur, meer spiermassa, hun eerste ochtenderectie en natte dromen.

Rond de leeftijd van 18 jaar zijn de meeste tieners uitgegroeid en is de lichamelijke ontwikkeling grotendeels ten einde; de hersenontwikkeling gaat dan nog wel een tijdje door.

⇒ Je tiener kan met periodes enorm veel groeien. Zorg ervoor dat hij juist dan gezonde voeding binnenkrijgt. Dat stimuleert niet alleen een gezonde groei, maar ook gezonde eetgewoonten en een gezonde leefstijl. Daar heeft je tiener niet alleen nu, maar ook als volwassene nog veel profijt van.
Eet jouw tiener op dit moment (nog) niet goed? Lees dan het artikel ‘‘Vind ik niet lekker!’ (Over jouw rol aan tafel en hoe jij er voor kunt zorgen dat je kind beter eet.)‘. 


(2) Verandering in de ouder-kind relatie

jongen_tiener_luistert_niet_naar_oudersDe relatie tussen jou en je tiener verandert van een ‘verticale’ relatie naar een meer ‘horizontale’ relatie. Als je kind de adolescentiefase nog niet bereikt heeft, ben jij als ouder gezaghebbend: jij beslist uiteindelijk wat er wel of niet gebeurt en wat je kind wel of niet mag (liefst natuurlijk met een positieve opvoedaanpak). Jullie relatie is dan ‘verticaal’; jij staat als ouder qua gezag ‘boven’ je kind.

Jullie relatie en onderlinge verhoudingen veranderen naarmate je kind een adolescent wordt. Formeel heb je natuurlijk ook nog het gezag over je kind en ben je nog steeds verantwoordelijk voor je kind, je tiener zal nu steeds vaker zijn eigen stem laten gelden en misschien wel tegen je in protest komen. Je merkt dat je steeds meer naar de mening van je tiener gaat luisteren en steeds vaker water bij de wijn gaat doen (wat iets anders is dan je tiener steeds zijn zin geven of hem alles laten doen wat hij wil). Jullie relatie wordt steeds meer ‘horizontaal’; jullie staan steeds meer op gelijk niveau.
Uiteraard merk je dat bij iedere tiener op een andere manier en in meer of mindere mate. 

Deze verandering, die jullie relatie ondergaat, is belangrijk voor de ontwikkeling van je tiener. Op deze manier maakt hij zich steeds wat meer van je los om later – als hij nog weer een paar jaar ouder is – op eigen benen te kunnen staan. Het proces dat daarvoor nodig is, vindt plaats tijdens de adolescentie.

Het is normaal dat tieners zich soms terugtrekken en je nog maar weinig vertellen; dit hoort bij het volwassen worden. In tegenstelling tot wat veel wordt gedacht, zijn dit geen bedreigingen voor een goede relatie met ouders, maar zijn het juist signalen dat je tiener op weg is naar volwassenheid.

Juist bij tieners is het belangrijk om een veilige omgeving te creëren en steun te bieden, zodat je tiener zich volledig kan ontwikkelen. Bovendien ben je als ouder van belang voor de gezondheid van je kind, mn. als het gaat om sporten, gezond eten en mediagebruik.

⇒ Je tiener heeft jou als ouder nog steeds nodig. Jij bent enerzijds ontzettend belangrijk voor je tiener om steun, emotionele warmte en liefde te geven en anderzijds om duidelijke regels op te stellen (evt. in samenspraak met je tiener), waar je tiener zich aan dient te houden.
Ook in de ogen van je tiener is de steun van ouders belangrijk. Ze vinden het doorgaans meer dan gewoon dat ouders regels hebben en afspraken maken. Kernwoorden hierin zijn duidelijke communicatie, begrip, aandacht en positieve feedback.

Om verantwoord gedrag te ontwikkelen, moet je tiener verantwoordelijkheid krijgen.  Je kunt je tiener geleidelijk aan meer vrijheid geven, uiteraard alleen als hij laat zien dat hij die vrijheid aankan.

meisje_tiener_moeder_lachend_op_bank

⇒ Ook al wil je tiener steeds meer een eigen leven gaan leiden, hij is nog lang geen volwassen. We weten dat tieners, van wie de ouders weten waar ze zijn, minder in de problemen komen. Zorg er dus voor dat je weet waar en met wie je tiener is en spreek af dat hij je op tijd iets laat weten indien er iets verandert.

⇒  Blijf met je tiener praten. Soms lijkt dat wel een onmogelijke opgave, maar kies er je momenten voor uit. Bijv. tijdens het avondeten, een autoritje, tijdens het afwassen of vlak voor het slapengaan.

⇒ Wat je nog meer kunt doen:
Blijf dingen samen doen met je tiener: denk dan aan een stukje fietsen, naar het zwembad of naar de bioscoop gaan. Blijf betrokken bij je tiener: ga naar wedstrijden of uitvoeringen van je kind. Kijk samen tv of een video en praat erover. Betrek je tiener ook bij regelzaken in huis: laat je tiener bijv. meedenken over jullie vakantie. Vraag je tiener om hulp, bijvoorbeeld met je computer of je mobiele telefoon. Kook samen; laat je tiener bedenken wat je gaat eten.

Kortom, het is normaal dat je tiener je van zich afduwt, maar vergeet niet dat hij je ook nu nog heel hard nodig heeft.

 

 


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 


(3) Vrienden vs. Ouders

kinderen_tieners_lachend_zittend_op_grondNu je tiener ouder wordt, merk je dat hij steeds minder thuis is en steeds meer naar zijn vrienden trekt. Hij is nog best wel eens thuis, maar vooral om te eten, te slapen en voor de schone was. 😉 En als hij dan eens thuis is, brengt hij het meest van zijn tijd door – liefst alleen – op zijn slaapkamer. Je mag ook niet zo maar meer zijn kamer binnenkomen; hij heeft een briefje met ‘verboden voor ouders en zusjes’ op de deur gehangen. De privacy van je tiener wordt belangrijker voor hem.

Je merkt ook dat je steeds minder weet van je kind; hij komt niet meer als eerste naar jou, maar bespreekt zijn beslommeringen nu eerder met zijn vrienden. Sterker nog, hij heeft zelfs dingen die hij het liefst geheim houdt en helemaal niet met jou bespreekt.

Het contact met vrienden, klasgenoten of leeftijdgenoten wordt steeds belangrijker voor je tiener. Ook dat is een opvallende verandering in deze periode. Daarom is het ook niet vreemd dat je tiener niet zonder zijn telefoon lijkt te kunnen. Dat is namelijk zijn directe ‘life line’ met zijn vrienden. En natuurlijk kleven er ook nadelen aan deze apparaten, maar je weet vast nog wel dat je zelf vroeger urenlang aan de telefoon hing en met een van je vriend(inn)en aan het bellen was (en je eigen moeder ook niet begreep waar het hele gesprek nou alweer over ging. ‘Jullie hebben elkaar toch net nog op school gezien?’).

Vooral het communiceren met vrienden geeft je tiener een positief gevoel. Het nadeel ervan is dat ze ook teleurgesteld en afgewezen kunnen worden door hun vrienden. Tieners zijn juist daar extra gevoelig voor. Dit heeft te maken met de onzekerheid over hun zelfbeeld, de drang om ergens bij te horen en om vooral niet op te vallen.
Bij heftige en/of herhaalde afwijzingen is er sprake van pesten. Juist omdat pubers graag ergens bij willen horen, gaan ze onder groepsdruk ook zelf pesten. Met name cyberpesten is een toenemend  probleem onder tieners. 

⇒ Maar vergis je niet: als ouder blijf je ook nu nog heel belangrijk voor je tiener. Jouw mening en goedkeuring doet er nog steeds toe, ook al laat je tiener dat niet zo merken. Blijf dus ook nu jouw mening, overwegingen en ideeën met je tiener delen, zodat hij die hoort en in zijn beslissingen mee kan nemen.

⇒ Maak duidelijke afspraken over het telefoongebruik van je tiener. Verbieden is geen optie, dat komt jullie relatie namelijk absoluut niet ten goede. Duidelijke afspraken zijn echter onmisbaar; denk daarbij aan ‘geen apparaten tijdens het eten’ en ‘geen apparaten op de slaapkamer’.
Wil je graag weten hoe je dat thuis aanpakt? Lees dan m’n artikel ‘Welke afspraken maak je met je kind of tiener over gamen en telefoongebruik?‘.

 

hersenstichting_vereenvoudigde_versie_anatomie_hersenen

(4) Hersenontwikkeling: 
Tijdens de adolescentie maakt de hersenontwikkeling een cruciale fase door. Deze ontwikkeling loopt vanaf de geboorte tot de leeftijd van 25/26 jaar*. En dan hebben we het vooral over de ‘prefrontale cortex’; het voorste deel van je brein (het deel dat grofweg achter je voorhoofd ligt).
* Ook na die leeftijd blijven de hersenen nog veranderen, maar niet meer zo ingrijpend als tijdens de adolescentie.

In deze fase is de communicatie tussen verschillende hersengebieden nog niet in balans. Tijdens de  vroege adolescentie zijn de hersenen volop in verbouwing: ‘overbodige’ hersencellen worden afgevoerd (volgens het ‘use it or lose it’-principe) en verbindingen tussen de overblijvende hersencellen worden steeds sterker. Door dit proces wordt de communicatie tussen de hersencellen geoptimaliseerd. Deze optimalisatie verloopt niet in alle hersengebieden tegelijkertijd; de prefrontale cortex is bijvoorbeeld als laatste aan de beurt.

Tijdens de adolescentie vinden er ontwikkelingen in de hersenen plaats op drie niveaus: cognitief, emotioneel en sociaal. De cognitieve ontwikkeling zorgt ervoor dat je kunt denken, leren en rationeel redeneren (prefrontale cortex). De emotionele ontwikkeling zorgt ervoor dat je intense emoties beter kunt controleren (o.a. subcorticale gebieden). En de sociale ontwikkeling zorgt voor meer inzicht in jezelf en anderen (o.a. prefrontale cortex. De ontwikkeling op deze drie niveaus wordt aangestuurd door enerzijds de emotionele en anderzijds de rationele  hersengebieden.
Verderop in dit artikel lees je hier meer over.

Deze ontwikkelingen treden dus allemaal op tijdens de adolescentie en hebben tijd nodig. Hierdoor zie je aan je tiener dat hij meer risicovol gedrag vertoont, waarvan hij de consequenties nog niet kan overzien (zeker niet op de lange termijn) en dat hij vaker de grenzen opzoekt. Tieners zijn in deze periode ook meer gevoelig voor beloning (en juist minder voor straf).

⇒ Benoem wat je tiener goed doet. Geef ‘m liever een compliment dan dat je ‘m straf geeft. Die boodschap komt niet alleen beduidend beter aan bij jouw tiener (en tieners in het algemeen), maar zorgt ook voor een fijnere sfeer in huis.

⇒ Je tiener kan zich nog niet zo goed in een ander verplaatsen en heeft daardoor niet altijd door dat hij/zij een ander met zijn/haar opmerking(en) kan kwetsen. Reageer in zo’n situatie niet direct heel emotioneel, maar leg je tiener uit dat die opmerking jou pijn gedaan heeft. Zo leert je tiener wat hij beter wel en niet kan zeggen.

⇒ Ook al wil je tiener steeds meer als volwassene behandeld worden, hij is het nog niet. Dat betekent ook dat jij als ouder de komende jaren nog zijn ‘prefrontale cortex’ bent en je tiener moet helpen bij het weerstaan van verleidingen, met sociale omgangsvormen, overzien van de consequenties van zijn gedrag (wat in praktijk kan betekenen dat hij iets nog niet mag doen), met gepaste verantwoordelijkheden ed.

⇒ Wat je als ouder nog meer kunt doen:
– Probeer je tiener te begrijpen: Alleen al begrip voor de ingrijpende veranderingen in het hoofd (en lichaam) van je tiener, zal helpen om de adolescentie samen en in goede harmonie door te komen.
– Bied structuur en veiligheid: De adolescentie is een verwarrende fase, waarin je tiener zich losmaakt en  tegelijkertijd een veilige plek en grenzen nodig heeft. Een veilige, stabiele basis helpt je tiener op weg naar volwassenheid.

 

(5) Emotionele ontwikkeling
meisje_tiener_verdrietig_moeder_troostDoor de ontwikkeling in het subcorticale deel van de hersenen van je tiener, merk je dat hij vaker emotioneel reageert en misschien zelfs vaker huilt. Maar dat is nog niet alles. Je merkt nu ook dat je tiener gevat uit de hoek kan komen of ineens chagrijnig, geïrriteerd of brutaal op je reageert. Ook stemmingswisselingen kunnen hun intrede doen.

Door zijn hersenontwikkeling merk je aan je tiener dat hij steeds beter leert om zijn emoties onder controle te hebben en te beheersen. Uiteraard gaat dat met vallen en opstaan.

⇒ Als ouder kun je je tiener hierin ondersteunen: 
– Laat zien dat je bij je tiener betrokken bent en dat je er voor hem bent.
– Laat zien dat je trots bent op hoe goed je tiener zijn best doet.
– Laat je tiener eens naar zichzelf kijken door hem te confronteren met zijn gedrag, gevoelens en drijfveren.
– Toon begrip en belangstelling voor de interesses en hobby’s van je tiener.

 


joyce_rosegrijs_staand_c

Wil je graag een thema-avond over opvoeden bijwonen?
Kijk dan in Joyce’ online Agenda voor een workshop, lezing of OpvoedParty bij jouw in de buurt.

Wil je Joyce graag uitnodigen om een thema-avond over opvoeden te geven?
Kijk dan hier voor mogelijke thema’s en/of neem contact met haar op.


 


(6) Het slaappatroon van je tiener verandert

meisje_tiener_met_telefoon_in_bedHet slaappatroon van je tiener verandert: het stofje dat voor het ‘slaperige gevoel’ zorgt (melatonine) wordt tijdens de adolescentie pas later op de dag aangemaakt. Daardoor is je tiener later moe en valt hij later in slaap. Toch heeft hij nog steeds voldoende slaap nodig (ong. 9-10 uur per dag) en zal hij ’s ochtends weer op tijd uit bed moeten komen om op tijd op school te zijn. Je kunt je voorstellen dat als je later in slaap valt het moeilijker is om ’s ochtends op tijd wakker te worden…
Ook het veranderende slaap- / waakpatroon komt door veranderingen in de hersenen, omdat het slaaphormoon (in de pijnappelklier) op een later tijdstip wordt afgegeven. 

⇒ Zorg ervoor dat je tiener op tijd naar bed gaat en voldoende uren slaapt. Leg je tiener al van jongs af aan uit dat het belangrijk is om op tijd naar bed te gaan; dat komt zijn humeur, concentratie, cijfers op school en lichamelijke groei alleen maar ten goede. Als je dat toen nog niet zo zeer hebt gedaan, kun je er ook nu nog gewoon mee beginnen.

⇒ Probeer regelmatige bedtijden aan te houden, zowel door de week als in het weekend. Vermijd vanaf een uur voor het slapen het gebruik van computers, tablets & smartphones, cafeïne en intensief sporten. Je kunt o.a. met je tiener afspreken dat zijn telefoon bij het slapen niet op zijn slaapkamer ligt.

 

(7) Cognitieve ontwikkeling & Schoolperikelen
Female Home Tutor Helping Boy With StudiesOok op cognitief gebied maken tieners een grote ontwikkeling door. Ze kunnen al duidelijk beter plannen en systematisch werken dan kinderen in de basisschoolleeftijd. Tieners kunnen beter van tevoren bedenken hoe ze iets het beste kunnen aanpakken; ze kunnen vooral goed plannen voor iets wat hier en nu moet gebeuren. Ze hebben echter nog moeite met plannen voor over een week of een maand. Ook dat heeft weer te maken met de hersenontwikkeling, met name de prefrontale cortex. Het plannen gaat dus wel al beter dan in de kindertijd, maar nog lang niet zoals een volwassene het zou aanpakken. Dus ook op dit gebied heeft je tiener af en toe nog jouw hulp nodig.

Huiswerk maken
Verstandig huiswerk maken betekent vooruit werken en niet pas een dag van tevoren beginnen met leren. Als tieners eenmaal aan het huiswerk beginnen, kunnen ze systematisch te werk gaan. Vaak beginnen ze echter te laat om de stof nog goed door te kunnen nemen. Daardoor kunnen ze in de knoei komen: ze halen onvoldoendes en/of raken gedemotiveerd.

De meeste scholieren hebben wel de intentie om het goed te doen op school en willen serieus omgaan met hun schoolwerk. Toch blijft het ook nu belangrijk om een oogje in het zeil te houden.

meisje_tiener_telefoon_stiekem_huiswerkVeel ouders ervaren dat hun tiener tijdens het huiswerk maken afgeleid wordt door de sociale media (via computer en mobiele telefoon), waardoor ze moeite hebben om zich te concentreren op hun huiswerk. Uit onderzoek blijkt dat de schoolresultaten door deze afleiding achteruit kunnen gaan.

⇒ Informeer regelmatig bij je tiener of het huiswerk af is (dat kan soms best lastig zijn, zeker als het niet goed gaat). Ook al laten ze het niet altijd merken, je tiener waardeert het toch wel als je aandacht voor hem hebt. Probeer een positief en begripvol standpunt in te nemen.

⇒ Spreek duidelijk met je tiener af wanneer hij huiswerk maakt en wanneer dat niet hoeft. Op die momenten kan hij dus andere dingen doen.

⇒ Ontdek samen met je tiener wat het beste voor hem werkt m.b.t. zijn telefoon. Voor de ene tiener werkt het beter om elk half uur 5 minuutjes op zijn telefoon te kijken; voor de andere is het beter om de telefoon weg te laten tot het huiswerk helemaal af is. Bijna alle tieners hebben hier hun ouders voor nodig; uit zichzelf kunnen ze zich nl. maar moeilijk beheersen.

 

(8) Ontwikkeling van zijn identiteit 
meisje_tiener_twee_gezichtenTieners zijn tijdens de adolescentie bezig om zichzelf en hun eigen identiteit te ontdekken. Ze kijken kritisch naar zichzelf, waardoor ze zich onzeker kunnen voelen en kwetsbaar zijn.

Ze gaan niet alleen op zoek naar het antwoord op de vraag ‘wie ben ik eigenlijk?’, maar ze ontdekken ook hun persoonlijke talenten en kwaliteiten op school, hun seksuele identiteit, hun culturele identiteit, hun religieuze identiteit, welk beroep ze later willen uitoefenen, hoe anderen tegen hen aankijken en ze moeten zichzelf (met alle veranderingen die nu optreden) leren accepteren. Ook de jeugdcultuur heeft op deze leeftijd veel invloed; tieners kijken op naar idolen en trendsetters en zien hen als voorbeeld.

Al met al kan deze zoektocht behoorlijk stressvol zijn en kan het het dagelijks functioneren van tieners beïnvloeden. Het ontwikkelen van een sterke identiteit is een complexe opgave, waar tieners dagelijks mee bezig kunnen zijn.
Op basis van onderzoek weten we dat tieners met een sterke identiteit sterke positieve relaties met vrienden en ouders hebben en dat ze minder kans hebben op het ontwikkelen van een depressie.

Tijdens de adolescentie merk je dat je tiener zichzelf steeds beter leert kennen, dat hij zich steeds beter kan inleven in anderen, dat hij steeds beter kan samenwerken, dat hij steeds beter luistert, beter kan doorzetten en dat hij beter ongeschreven regels oppikt.

⇒ Als het je als ouder lukt om onafhankelijk gedrag en initiatieven van je tiener aan te moedigen, dan verloopt de identiteitsontwikkeling soepeler.

 

Tot zover de bespreking van de 8 domeinen die bij jouw tiener in ontwikkeling zijn. Zoals je hebt kunnen lezen, gebeurt er dus behoorlijk wat. Geen wonder dat hij af en toe boos wordt, uit zijn slof schiet, erg moe is of alles vervelend vindt. Hopelijk heb je in dit artikel aanknopingspunten gevonden over hoe je op een positieve manier met het gedrag van je tiener kunt omgaan.
Hieronder vind je nog meer artikelen, die ik schreef over tieners. Wellicht zit daar nog eentje bij die je ook interessant vindt. 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 


Joyce gebruikte / las voor dit artikel o.a. de volgende bronnen

– Brochure ‘Puberhersenen in ontwikkeling’. Hersenstichting. Klik hier.
– ‘Een sterke identiteit geeft adolescenten mentale veerkracht’. Universiteit Utrecht. Klik hier.
– Keijsers, L. (2013). ‘Waarom tieners zo irritant kunnen zijn en hoe je daar als ouder mee kunt leren leven.’. Tielt: Uitgeverij Lannoo NV.
– Crone, E. (2019). ‘Waarom doen pubers zo vaak domme dingen?’. Universiteit van Nederland. Klik hier.
– Keijsers, L. (2018). Hoe worden we van irritante pubers leuke individuen?. Universiteit van Nederland. Klik hier.
– ‘Alles over het puberbrein.’ Ouders van Nu. Klik hier.
– ‘Puberteit’. Opvoedinformatie. Klik hier
– ‘Wat gebeurt er in de puberteit in je hersenen?’. SchoolTV. Klik hier.


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:

– ‘Hoe je in slechts 5 stappen de emotionele veerkracht van je kind of tiener stimuleert‘ [incl. korte test].
– ‘Waarom worden kinderen en tieners toch zo boos?‘.
– ‘Welke afspraken maak je met je kind of tiener over gamen en telefoongebruik?‘.
– ‘Sturing & verbinding: Waarom beide aspecten onmisbaar zijn in de opvoeding van jouw kind.
– ‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.

 

Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

logo_akse_coaching_klein_nieuw

 

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

 

Het middagdutje: Wanneer kan mijn kind het dutje ’s middags overslaan? (Incl. checklist)

meisje_wakker_in_bedOuders vragen me wel eens wanneer het het beste moment is om hun kind het middagdutje te laten overslaan. Zoals je misschien wel vermoedt, is het helaas niet mogelijk om daar een exacte leeftijd voor te geven. Dat is echt voor ieder kind verschillend…

Echter, naarmate kinderen ouder worden, hebben ze wel allemaal steeds wat minder slaap nodig. Hieronder vind je kort een algemene richtlijn voor het aantal uren slaap dat jonge kinderen per 24 uur nodig hebben:
– 1 jaar: ong. 14 uur per dag*
– 2 jaar: ong. 13 uur per dag
– 3-4 jaar: ong. 12 uur per dag
* dag = etmaal. Let op: Het gaat hier om de uren dat kinderen daadwerkelijk slapen, dus niet ‘alleen maar’ in bed liggen.

Vaak zie je dat dreumesen rond de leeftijd van 1,5 jaar van twee slaapjes naar één slaapje (overdag) gaan. Rond een jaar of 3 zie je dat kinderen het middagslaapje gaan overslaan.

Het middagdutje kan soms echter ook nog bij kleuters (4-5 jaar) voorkomen; ook dat is geen enkel probleem, juist omdat er grote verschillen in de slaapbehoeften van kinderen kunnen bestaan.

jongen_boek_staart_naar_bladzijde

Wat ook mogelijk is, is dat kinderen van ong. 3 jaar geen middagdutje meer nodig hebben, maar dat diezelfde kinderen – zodra ze in groep 1 zitten – vermoeid raken door alle nieuwigheden en bezigheden op school en ze daardoor juist weer meer behoefte hebben aan slaap. Ook dat is helemaal niet erg! Daar mag je best aan toe geven, bijv. door je kind ’s middags een powernap van 20-30 min. te laten doen. Je kind heeft zijn slaap dan extra hard nodig, omdat hij door de dag veel nieuwe indrukken opdoet. Juist door voldoende te slapen kan hij die indrukken op een goede manier in zijn hersenen verwerken.

CHECKLIST ‘Is mijn kind er klaar voor om het middagdutje over te slaan?’
Ondanks de grote verschillen, die er op het gebied van slaapbehoefte tussen kinderen kunnen bestaan, is er een aantal richtlijnen, dat voor alle kinderen geldt en waar je als ouder goed rekening mee kunt houden.

 

Beantwoord onderstaande vragen maar eens:

checklist(1) Heeft je kind ’s middags duidelijke signalen van vermoeidheid (bijv. veel gapen, in de ogen wrijven, rustig of stil worden, of juist hyperactief gedrag vertonen)?
(2) Valt je kind – als je hem ’s middags niet naar bed zou brengen – toch gewoon in slaap (bijv. op de bank of tijdens het spelen)?
(3) Slaapt je kind nu nog vrij lang ’s middags (ong. 1,5 uur of langer)?
(4) Als je je kind ’s middags in bed ligt, valt hij dan vrij snel (binnen 20 min.) in slaap?
(5) Vindt je kind het zelf nog fijn om ’s middags te gaan slapen?
(6) Valt je kind ’s avonds moeilijker (of later) in slaap, slaapt het ’s nacht slechter door of wordt het ’s ochtends erg vroeg wakker, wanneer hij ’s middags een dutje heeft gedaan
?

⇒ Heb je op de meeste vragen (1 t/m 5) ‘ja’ geantwoord en op vraag 6 ‘nee’?
Dan is je kind er op dit moment waarschijnlijk nog niet aan toe om het middagdutje over te slaan. Laat hem voorlopig nog gewoon zijn middagdutje doen. Bekijk over een maand opnieuw of je kind er dan evt. wél aan toe is om het middagdutje te gaan overslaan.

⇒ Heb je op de meeste vragen (1 t/m 5) ‘nee’ geantwoord en op vraag 6 ‘ja’?
Dan is je kind er waarschijnlijk wél aan toe om het middagdutje over te slaan. Je leest in dit artikel hoe je dat op een positieve manier aanpakt.

 

Bij alle kinderen komt ineens het moment dat ze het middagslaapje gaan overslaan. Afgaande van jouw antwoorden op de korte checklist hierboven (vraag 1 t/m 6) ga ik er voor de rest van het artikel van uit dat jouw kind er inderdaad aan toe is om het middagdutje over te gaan slaan.

⇒ Ik geef je in dit artikel 3 adviezen, die jou zullen helpen om de overgang van wél een middagdutje naar géén middagdutje zo goed mogelijk te laten verlopen.

 


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 

(1) Begin op een moment dat voor jullie beiden goed uitkomt. moeder_troost_dochter3

Stap op een goed, rustig en makkelijk moment over op het nieuwe slaappatroon. Denk daarbij aan een vakantie of aan een rustige periode, waarin voor je kind weinig verandert of weinig tot niks spannends gebeurt. In het ideale geval zou je graag zien dat er niks anders dan anders is, behalve het nieuwe slaappatroon.

Als je kind namelijk het middagdutje gaat overslaan en zo met een nieuw slaappatroon begint, dan heeft hij echt even tijd nodig om er aan te wennen. Je zult merken dat je kind in het begin eerder op de daf moe is, zeker aan het einde van de dag of bij het avondeten. Sommige kinderen zijn prikkelbaarder en kunnen minder goed tegen onverwachte gebeurtenissen. Het is goed om daar alvast rekening mee te houden, zodat je weet wat je kunt verwachten. Het is belangrijk dat jij dan voldoende energie en geduld hebt om om je kind bij zijn vermoeidheid te helpen.

 

(2) Regelmaat, duidelijkheid en herkenbaarheidvoorlezen_vader_zoon

Voor je kind is het belangrijk dat er een regelmaat zit in zijn nieuwe slaapritme. Hij gaat nu namelijk per dag een paar uurtjes minder slapen en daar zal hij zelf – of eigenlijk zijn lichaam – aan moet wennen.

Probeer dan ook zo veel mogelijk regelmaat te brengen in het ‘nieuwe’ slaappatroon van je kind. Niet alleen een vast en herkenbaar bedritueel is dan belangrijk, maar ook een vaste bedtijd.

Probeer zijn bedtijd ’s avonds de komende tijd te vervroegen (bijv. een half uur tot een uur eerder) naar een tijdstip dat voor jullie realistisch gezien haalbaar is. Dat kan evt. betekenen dat jullie ’s avonds ook wat eerder gaan eten of dat hij meteen na het eten naar bed gaat. Op die manier zorg je er namelijk voor dat je kind per dag toch voldoende slaap krijgt, waardoor hij het overdag beter kan volhouden.

Een nieuw ritme is echt even wennen, voor het hele gezin, maar hoe consequenter je daarmee om kunt gaan, hoe eerder je kind eraan gewend is. Wennen aan een nieuw ritme heeft echt tijd nodig. Ook regelmaat en duidelijkheid zijn daarin onmisbare onderdelen. Gun je kind dat.

 

TIP: Zodra je het middagdutje achterwege gaat laten, is het het beste om vanaf dat moment het middagdutje niet meer terug te laten komen.* Zie dat moment dus als een ‘point of no return’.
Twijfel je hierover? Dan is je kind (of jij zelf) er misschien toch nog niet helemaal klaar voor. Wacht dan gewoon nog een paar weken. Er is bijna nooit haast bij het overslaan van het middagdutje. Om de overgang zo goed mogelijk te laten verlopen, is het belangrijk dat je kind er aan toe is én dat jij klaar bent om de verandering door te voeren en je kind er op een positieve manier bij te begeleiden.
* Behalve met hoge uitzonderingen als je kind ziek is of als je ziet dat je kind tijdelijk toch meer slaap nodig heeft, omdat hij (bijv.) net naar groep 1 is gegaan. Laat je kind in het laatste geval ’s middags een powernap doen van 20-30 minuten.

 


joyce_rosegrijs_staand_c

Wil je graag een thema-avond over opvoeden bijwonen?
Kijk dan in Joyce’ online Agenda voor een workshop, lezing of OpvoedParty bij jouw in de buurt.

Wil je Joyce graag uitnodigen om een thema-avond over opvoeden te geven?
Kijk dan hier voor mogelijke thema’s en/of neem contact met haar op.


 

(3) Las ’s middags een rustmomentje in. moeder_dochter_kleuren_tekenen

Het kan voor je kind fijn zijn om op het moment, waarop hij normaalgesproken een dutje ging doen, een rustmomentje in te lassen. Ga samen lekker op de bank zitten en lees je kind een boekje voor, maak samen een tekening aan de keukentafel of laat hem een kort filmpje kijken. Dat hoeft echt niet lang te duren.* Na dat rustmoment heeft je kind zijn batterij weer enigszins opgeladen en kan hij weer lekker gaan spelen.
* Probeer te voorkomen dat je kind ’s middags in slaap valt. Dat kan zeker in zo’n overgangsfase nog best lastig zijn. Hoe minder hij nu ’s middags slaapt, hoe sneller hij aan zijn nieuwe ritme gewend is.

=> Op basis van deze tips zal je kind binnen 3-4 weken gewend zijn aan een slaappatroon zonder middagdutje.

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019-2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Joyce gebruikte / las voor dit artikel o.a. de volgende bronnen:
– ‘Hoeveel slaap heeft een baby nodig?’ [Klik hier].
– ‘Alles over het middagdutje’. Ouders van Nu. [Klik hier].

 

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
Slaap kindje slaap’ – Hoe een bedritueel je kind helpt om beter in slaap te laten vallen.
– ‘Ga nou toch lekker slapen, liefje!’ – 5 tips om je kind te leren slapen.
Uitslapen als je kinderen hebt…?’ – Zorg er in 3 stappen voor dat je kind langer slaapt.
– ‘Als je kind moeilijk in slaapt valt op vakantie…’ | 7 praktische tips om dat snel te verbeteren (incl. BONUStips).
– ‘Sturing & verbinding: Waarom beide aspecten onmisbaar zijn in de opvoeding van jouw kind.
– ‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier.
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

 

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

Help, de klok gaat om! | Hoe je je kind binnen een week laat wennen aan de nieuwe tijd. [Zomertijd & Wintertijd]

zomertijd_wintertijd_rode_wekkersTwee keer per jaar gaat de klok om: in het najaar gaat de klok een uur achteruit, in het voorjaar een uur vooruit.
Kun je niet goed onthouden, wanneer de klok vooruit of achteruit moet? Bekijk dan dit leuke filmpje van het Klokhuis en dan vergeet je het nooit meer. 

Sommige kinderen (en volwassenen) moeten hier echt even aan wennen. Hoe je de overgang naar de nieuwe tijd voor je kind zo makkelijk en fijn mogelijk maakt, lees je in dit artikel.

 

Van zomertijd naar wintertijd (najaar)
In het laatste weekend van oktober zetten we allemaal de klok een uur achteruit. Dat betekent dat je in dat weekend van zaterdag op zondag een uurtje extra kunt slapen. Heerlijk! Alleen wordt het daardoor ’s avonds wel eerder donker…

Voor het slapen van je kind betekent dat het volgende: 
jongen_slaapt_bed_wekkerAls je kind normaalgesproken (bijv.) om 19.00 uur naar bed gaat, dan breng je je kind – vanaf het moment dat de wintertijd in gaat – eigenlijk al om 18.00 uur naar bed. Dat uur verschil is best groot, want je kind heeft voorlopig nog niet het gevoel dat het om 19u moe is (zijn lichaam is nl. nog ingesteld op 18u). Aangezien het belangrijk is voor kinderen om dagelijks op nagenoeg hetzelfde tijdstip naar bed te gaan, is het goed om in de dagen voordat de wintertijd ingaat de bedtijd van je kind stap voor stap aan te passen. Daar kun je het beste in de week ervoor mee beginnen. Je brengt je kind dan steeds wat vroeger naar bed.

 

Hieronder een voorbeeldschema (ervan uitgaande dat je kind om 19u naar bed gaat):
– Zondag: 19.00 uur
– Maandag: 18.45 uur
– Dinsdag: 18.45 uur
– Woensdag: 18.30 uur
– Donderdag: 18.30 uur
– Vrijdag: 18.15 uur
– Zaterdag: 18.15 uur
(Deze nacht gaat de klok een uur achteruit.)
– Zondag: je kind gaat nu om 18.00 uur oude tijd en dus om 19.00u nieuwe tijd naar bed.

Op deze manier is je kind vanaf de zondag dat de wintertijd ingaat al vrij goed gewend aan de nieuwe tijd. En dit tijdstip houd je vanaf nu weer gewoon aan.

jongen_slaapt_slaaptrainer’s Ochtends werkt het natuurlijk precies andersom: je kind kan nu een uurtje langer slapen, maar is ook dat nog niet meteen gewend. Je kind is dan waarschijnlijk eerder (nl. nog op z’n oude tijd) wakker. Het beste zou zijn om je kind in de week voordat de klok omgaat steeds wat langer te laten slapen (in hetzelfde tempo als ’s avonds), maar dan is helaas de kans groot dat je kind niet op tijd op school of de opvang komt. Dus dat is door de week vaak praktisch niet haalbaar. Probeer dat dan wel op de zaterdag en zondag te doen.

Hoe je ervoor zorgt dat je kind langer in bed blijft liggen, lees je in mijn artikel ‘Uitslapen als je kinderen hebt…?‘. 

 


joyce_grijs_aanjou_1
Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed slaapt, luistert of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?

Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 

 

Van wintertijd naar zomertijd (voorjaar)
In het laatste weekend van maart zetten we allemaal de klok een uur vooruit. Dat betekent dat je in dat weekend helaas een uurtje minder kunt slapen, maar wel dat de dagen langer worden en het steeds langer licht blijft. 

Voor het slapen van je kind betekent dat het volgende: 
meisje_gaapt_bed_wekkerAls je kind normaalgesproken (bijv.) om 19.00 uur naar bed gaat, dan breng je je kind – vanaf het moment dat de zomertijd in gaat – eigenlijk pas om 20.00 uur naar bed. Dat uur verschil is best groot, want je kind heeft al een uur eerder het gevoel dat het moe is en naar bed ‘wil’. Ook nu is het uiteraard belangrijk voor je kind om dagelijks op nagenoeg hetzelfde tijdstip naar bed te gaan; vandaar dat je in de dagen voordat de zomertijd ingaat de bedtijd van je kind iets gaat aanpassen. Daar kun je dus het beste al in de week ervoor mee beginnen. Je brengt je kind dan steeds wat later naar bed.

 

Hieronder een voorbeeldschema (ook weer ervan uitgaande dat je kind om 19u naar bed gaat): 
– Zondag: 19.00 uur
– Maandag: 19.15 uur
– Dinsdag: 19.15 uur
– Woensdag: 19.30 uur
– Donderdag: 19.30 uur
– Vrijdag: 19.45 uur
– Zaterdag: 19.45 uur
(Deze nacht gaat de klok een uur vooruit.
– Zondag: je kind gaat nu om 20.00 uur oude tijd en dus om 19.00u nieuwe tijd naar bed. 

Op deze manier is je kind vanaf de zondag dat de zomertijd ingaat al vrij goed gewend aan de nieuwe tijd. En dit tijdstip kun je vanaf nu ook weer blijven aanhouden. 

Als je merkt dat je kind al eerder echt moe is en omvalt van de slaap, dan breng je ‘m toch iets eerder naar bed. Dan weet je dat je bij de volgende keer dat de klok omgaat, je iets eerder moet beginnen met het aanpassen van het schema. Je kind heeft dan gewoon wat meer tijd nodig om aan de nieuwe tijd te wennen en baat bij een wat langere voorbereiding.

’s Ochtends werkt het natuurlijk weer precies andersom: je kind moet nu en uurtje eerder uit bed, maar is ook dat nog niet meteen gewend. Het beste zou zijn om je kind in de week voordat de klok omgaat steeds wat eerder wakker te maken (in hetzelfde tempo als ’s avonds). Dat is natuurlijk niet zo fijn (zeker in het weekend niet), omdat dat je misschien het gevoel hebt dat je je kind onnodig vroeg wakker maakt en van zijn slaap beroofd. Maar, in de week erna is je kind er wel blij mee; en jij waarschijnlijk ook…

 


joyce_rosegrijs_staand_c

Wil je graag een thema-avond over opvoeden bijwonen?
Kijk dan in Joyce’ online Agenda voor een workshop, lezing of OpvoedParty bij jouw in de buurt.

Wil je Joyce graag uitnodigen om een thema-avond over opvoeden te geven?
Kijk dan hier voor mogelijke thema’s en/of neem contact met haar op.


 

Extra tips 
Houd steeds jullie normale dagprogramma aan. Vanaf het moment dat je de klok omgezet hebt, ga je meteen mee in de nieuwe tijden. Je gaat dus ook direct vanaf het moment dat de zomer- of wintertijd is ingegaan op de nieuwe tijden opstaan, eten, naar bed etc. Je past je dus direct en helemaal aan aan de nieuwe tijden. Op die manier ben je zelf – net als je kind – het snelste aan de nieuwe tijd gewend.

 

Belangrijk voor kinderen, die vaker moeite hebben met slapen
meisje_slaapt_in_bedAls je kind een periode heeft, waarin het moeilijker slaapt, dan is het altijd belangrijk om extra aandacht te besteden aan de volgende punten:
– Je kind heeft overdag voldoende licht nodig, dus laat je kind lekker veel buiten spelen (min. 30 minuten per dag).
– Je kind heeft overdag voldoende beweging nodig, dus zorg voor actieve spelletjes (maar zorg juist voor rustige activiteiten vlak voor het slapengaan).
– Maak het in het uur voordat je kind gaat slapen al wat (schemer)donker in huis: gordijnen dicht, schemerlampje aan.
– Zorg voor een duidelijk bedritueel, dat jullie iedere avond – ongeacht de verandering in zomer- / wintertijd – in dezelfde volgorde doorlopen. Daarin mag een boek voorlezen natuurlijk niet ontbreken.
Je leest er o.a. meer over in m’n artikel ‘Zo slaapt je kind wél bij zomerse temperaturen!‘.  

 

De klok omzetten is echt geen drama 
O ja, en laten we er vooral niet te dramatisch over doen. Ik hoor bijv. ook best vaak dat ouders hun kind in het weekend wel eens een uurtje later naar bed laten gaan. En dan doe je natuurlijk precies hetzelfde. Het nadeel hiervan is wel meteen dat je kind dan ieder weekend een ‘jetlag’ heeft en daar in de dagen erna – dus door de week, als je kind naar school gaat – weer van moeten bijkomen. En net als het er weer van bijgekomen is, is het weekend en mag het weer een uurtje langer opblijven… 😉
Deze wekelijkse verandering van bedtijd is misschien nog wel vervelender dan dat 2x per jaar de klok ‘abrupt’ omgezet wordt (en waarna de tijd gewoon hetzelfde blijft). Je kind heeft op het gebied van slaap ontzettend veel profijt van een vaste bedtijd, dus ook in het weekend… Voorkom een wekelijkse jetlag en breng je kind ook in het weekend op hetzelfde tijdstip naar bed.

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij ook Joyce’ nieuwste OpvoedTips lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Lees meer artikelen van Joyce boordevol waardevolle OpvoedTips:
– ‘Zo slaapt je kind wél bij zomerse temperaturen!‘ [over: Makkelijker in slaap vallen als het warm is.]
– ‘Waarom mogen kinderen op vakantie langer opblijven? (+ 7 tips om ook op vakantie lekker in slaap te vallen)’. Klik hier.
– ‘Uitslapen als je kinderen hebt…?’ – Zorg er in 3 stappen voor dat je kind langer slaapt.’ Klik hier.
– ‘Waarom huilt mijn kindje toch zo? Over: Hoe je huilen bij baby’s vermindert.’ Klik hier.
– ”Slaap kindje slaap’ (over: Hoe een bedritueel je kind helpt om beter in slaap te laten vallen)’. Klik hier.
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

 

Joyce gebruikte de volgende berichten, artikelen of video’s voor dit artikel: 
– ‘Snapje? ft. Wouter Hamel – Zomertijd en Wintertijd | Het Klokhuis’. Klik hier.
– ‘Slaaptips voor de overgang naar de zomertijd en wintertijd’. Klik hier.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl. 

Heeft mijn kind autisme of niet? Wat je er als ouder en leerkracht over moet weten. [ Interview met orthopedagoge drs. Stephanie Voncken – Spierts ]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze experts interviewt over hun eigen onderzoek of werkveld. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, opvoeding en/of de ontwikkeling van kinderen (0-16 jaar). 


meisje_speelt_met_dinosVindt jouw kind het ook het fijnste om alles steeds zo veel mogelijk hetzelfde te houden?

Bijv. je kind wil het liefst altijd die ene broek aan of wil alleen maar uit die ene blauwe beker drinken.

Of is je kind wel eens helemaal uit zijn huisje als je van een bepaalde structuur afwijkt?
Bijv. Na het ontbijt gaat je kind niet naar school, zoals anders, maar naar de huisarts.

Of heeft je kind wel eens moeite om contact te maken met andere kinderen?
Bijv. Het heeft niet zoveel vriendjes en maakt best vaak ruzie met andere kinderen.

Of is je kind ook helemaal fan van één specifieke thema en wil hij met niks anders spelen dan met speelgoed dat binnen dat thema past?
Bijv. je kind is helemaal gek van dinosaurussen en precies welke naam bij welke dino hoort. Als hij ermee speelt, gaat hij er helemaal in op.

Dit zijn allemaal vragen over gedrag, die de meeste ouders (in meer of mindere mate) wel zullen herkennen van hun kind. Hier is ook eigenlijk helemaal niks mis mee; zowel ouders van een kind zonder autisme als met autisme zullen zich hierin herkennen. Je zou kunnen zeggen dat het gedrag, dat hierboven beschreven wordt, iets weg heeft van ‘autistisch trekjes’ en die hebben alle kinderen wel in bepaalde mate. Toch voldoen niet alle kinderen aan de kenmerken van autisme. Dat is o.a. afhankelijk van de mate waarin een kind aan bepaalde kenmerken voldoet, maar ook nog van andere factoren.

jongen_blokken_autismEn dat is precies waar dit artikel over gaat. Het gaat over de specifieke kenmerken van autisme bij kinderen – thuis en op school – en wat je als ouder of leerkracht kunt herkennen als een kind daadwerkelijk een vorm van autisme heeft (en wanneer dat niet het geval is).

Orthopedagoge drs. Stephanie Voncken – Spierts beantwoordt een aantal vragen over dit thema en legt het uitvoerig uit. Na het lezen van het artikel weet je wanneer je spreekt van ‘normaal’ gedrag, dat past bij de ontwikkeling van je kind en wanneer je kunt denken aan autisme. Ook lees je wat je thuis of op school kunt doen als je vermoedt dat je kind een vorm van autisme heeft en welke stappen je kunt ondernemen om je kind dan de juiste ondersteuning te bieden.

 


foto_stephanie_voncken_spierts_staandStephanie Voncken – Spierts heeft na haar universitaire opleiding ‘Pedagogische wetenschappen’ in Nijmegen gewerkt als intern begeleider, schoolconsultant en orthopedagoog. Ze volgde ook de opleiding tot orthopedagoog-generalist, rondde die met succes af en volgt sindsdien met regelmaat diverse nascholingscursussen en intervisiegroepen.

Op dit moment werkt ze als orthopedagoog / schoolconsultant bij vier reguliere basisscholen vanuit het bovenschools dienstencentrum van Stg. Mosalira (schoolbestuur in Limburg). Daarbij begeleidt ze voornamelijk leerkrachten en ouders in het vormgeven van passende zorg binnen school en thuis.

Stephanie is getrouwd en moeder van twee dochters: Julie (6) en Anne (4).


 


Je bent expert op het gebied van autisme bij kinderen. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan?

‘Via mijn eerste baan ben ik terecht gekomen als intern begeleider (IB-er) bij een school voor speciaal onderwijs. Op die school werkte ik met kinderen die autisme hadden. Ik vond het altijd al een interessante groep en heb er altijd affiniteit mee gehad. Later werkte ik er ook als orthopedagoog. Via die functie heb ik autisme goed leren kennen. Binnen mijn werk vind ik het een uitdaging om bij iedere persoon een passende aanpak te vinden.

Later werkte ik bij IRIS en deed daar diagnostiek en begeleiding bij de kinderen zelf. Door de begeleiding die je de kinderen geeft, zie je ze groeien. Dat is altijd heel mooi om te zien.

boek_geef_me_de_vijf_colette_de_bruinBij het werken met deze kinderen gebruikten we veelal een bepaalde basisaanpak; dat was de methodiek ‘Geef me de vijf’ (referentie vind je onderaan dit artikel). Met deze methode let je heel goed op een duidelijke communicatie met het kind; je zegt bijv. niet alleen maar wie wat gaat doen, maar ook waar, wanneer en hoe. We weten namelijk dat het voor kinderen met autisme belangrijk is om die informatie steeds compleet aangeboden te krijgen. Op die manier geef je dus heel duidelijk aan wat je van het kind verwacht. Het ene kind heeft meer behoefte aan deze aanpak dan het andere; je bekijkt dus per kind wat het nodig heeft.
Bijvoorbeeld: Het ene kind vindt het fijn om gesorteerde mapjes in zijn bureau te hebben, voor een ander kind kan het fijn zijn om aparte bakjes te hebben.

Er zit uiteraard wel overlap in. De basisprincipes komen iedere keer terug; de praktische uitvoering ervan kan per kind verschillen. Je houdt steeds goed in de gaten wat een kind op dit moment nodig heeft om goed te functioneren. Dat heeft ook te maken met de mate van autisme; het ene kind heeft meer sturing nodig dan het andere. In de begeleiding streef je er naar om een kind zo min mogelijk afhankelijk te maken van één leerkracht of begeleider. Je probeert te stimuleren dat ze de structuur van meerdere personen / leerkrachten kunnen accepteren.’

 

Je merkt dat er vaker gezegd wordt dat een kind ‘autistische trekjes’ heeft terwijl dat nog lang niet betekent dat het kind dan ook daadwerkelijk de diagnose ‘autisme(spectrumstoornis)’ heeft. Welke verschillen zie je tussen kinderen met autisme en kinderen zonder autisme?

‘Iedereen van ons heeft wel bepaalde ‘autistische trekjes’. Je kent vast wel een kind dat moeite heeft met veranderingen, dat een kind het lastig vindt om van de ene situatie over te gaan naar een andere situatie of volwassenen die graag zien dat voorwerpen netjes recht liggen. Maar als je alleen maar een paar trekjes hebt, die je wellicht ‘autistisch’ kunt noemen, dan wil dat nog niet zeggen dat je ook daadwerkelijk voldoet aan de diagnose ‘autisme(spectrumstoornis)’. Je zult dan aan meer kenmerken moeten voldoen dan alleen maar het hebben van een paar trekjes.

Je kunt autisme zien als een continuüm. Kinderen zonder autisme zitten dan links op het spectrum bij ‘geen of weinig autistische trekjes’ terwijl kinderen met autisme op hetzelfde spectrum zitten maar dan meer aan de rechterkant bij ‘veel autistische trekjes’. En binnen dat continuüm heb je nog behoorlijk veel verschillen en variatie.

Als er bij een kind daadwerkelijk sprake is van een vorm van autisme, dan ervaart dit kind (1) beperkingen in de sociale communicatie en interactie en ziet men (2) repetitief gedrag en specifieke interesses. Naar de praktijk vertaalt, ervaart een kind dan op de volgende gebieden duidelijk moeilijkheden:

 

1) Sociale contacten
jongen_eet_appel_zit_bij_boomKinderen met autisme hebben moeite met het aangaan, begrijpen en onderhouden van sociale contacten. Zowel in bekende als onbekende situaties vinden kinderen met autisme het lastiger om contacten aan te gaan. Als ze wel al contact gelegd hebben, dan zie je vaker dat ze graag de regie willen houden, ze willen veel zelf bepalen. Dat maakt hen minder handig in het samen spelen met andere kinderen. Ze kunnen zich ook moeilijker verplaatsen in de ander en/of ze vinden het lastig om naar hun eigen aandeel in een lastige situatie te kijken, bijv. als er iets fout gaat of als er ruzie ontstaat met een ander kind. Kinderen met autisme zijn vaak geneigd de schuld buiten zichzelf te leggen en vinden het lastig om te zien wat ze zelf verkeerd deden. Ze vinden het ook vaak lastig om in te schatten hoe de ander zich voelt. Je kunt een kind met autisme dan wel vragen wat ze zelf zouden voelen in die situatie.

Goed om te weten:
Bij jonge kinderen (bijv. bij peuters en kleuters) zonder een vorm van autisme is dit gedrag trouwens ook nog regelmatig zichtbaar. Op jonge leeftijd is het dan ook bijzonder moeilijk om een duidelijk onderscheid te maken tussen kinderen zonder en met autisme. Bij oudere kinderen (vanaf een jaar of 8 jaar) is dit verschil duidelijker waarneembaar.
Uiteraard is het altijd goed om als ouder en leerkracht alert te zijn op bepaalde signalen. Jonge kinderen ontwikkelen zich sowieso nog op deze gebieden, dus het wil niet altijd zeggen dat jonge kinderen, die moeite hebben op deze vlakken, ook daadwerkelijk een vorm van autisme hebben; het kan op deze jonge leeftijd echt nog binnen de normale ontwikkeling vallen. Als je bij leerlingen van groep 3-4 (7-8 jaar) sterke aanwijzingen hebt dat het gedrag niet meer terug te voeren is op de ontwikkeling, dan is het vanaf die leeftijd wel goed te onderzoeken en te diagnosticeren.

 

2) Communicatie
meisjes_praten_met_elkaar_op_grondKinderen met autisme laten vaak een beperkte wederkerige communicatie zien. Dit wil zeggen dat ze het lastiger vinden om een over-en-weer-gesprek te houden. Een gesprek met een kind met autisme voelt vaker als eenrichtingsverkeer aan; de ander moet het gesprek op gang houden. Een kind zonder een vorm van autisme zal zelf initiatieven nemen om een gesprek op gang te houden door zelf ook vragen te stellen of door nieuwe informatie aan het gesprek toe te voegen. Bijv. door te vertellen wat ze nog meer op een dag gedaan hebben als de ander vraagt hoe het in de speeltuin was.

Verder nemen kinderen met autisme taal vaak letterlijk. Ze vinden het lastiger om figuurlijk taalgebruik en grapjes te begrijpen en om de boodschap achter de boodschap te horen. Ook non-verbale tekens (bijv. gebaren of knipoog) kunnen zij lastiger begrijpen. Dat kan soms tot verwarring leiden.

 

3) Overzien van de omgeving
meisje_zit_omgedraaid_op_blokKinderen met autisme kunnen problemen hebben bij het overzien van hun omgeving. Ze kunnen moeilijker een situatie inschatten en vinden het lastiger om te weten hoe ze in een situatie kunnen handelen. Ze zijn geneigd om op details / deelaspecten te reageren en niet zo zeer op de situatie in zijn geheel.
Bijv. een kind met autisme zal in een groep met andere kinderen minder gericht zijn op de andere kinderen, maar juist wel op details (bijv. aandachtig kijken naar een sticker op het raam).

Naar aanleiding hiervan houden kinderen met autisme sterk vast aan bepaalde routines en vinden ze herhaling prettig. Doordat ze hun omgeving moeilijk kunnen overzien en begrijpen, zorgen vaste routines/patronen en herhaling (bijv. veelvuldig herhalen van hetzelfde spel, herhaling van bepaalde woorden en bewegingen) voor rust en voorspelbaarheid. Kinderen met autisme hebben dan ook vaak een aantal specifieke interessegebieden waar ze sterk op gericht zijn (zoals dinosaurussen, computerspellen etc.).

Kinderen zonder autisme kunnen uiteraard ook veel interesse hebben in één specifiek onderwerp; echter, kinderen zonder autisme hebben dan over het algemeen toch een bredere interesse en hebben de vaardigheid om snel van de ene naar de andere activiteit te switchen. Je ziet duidelijk meer variatie in waar ze zich mee bezig willen houden.

 

4) Gevoeligheid voor prikkels
Buckle ButtonsTot slot hebben kinderen met autisme in vergelijking met kinderen zonder autisme vaker een onder- en/of overgevoeligheid voor zintuiglijke prikkels. Zo kunnen zij bijv. overgevoelig zijn voor geluid of pijn.
Denk bijv. maar aan etiketten in kleding, die ze vervelend kunnen vinden of bepaalde kleding, die niet lekker zit (bijv. strakke broeken).

Qua ondergevoeligheid kun je denken aan kinderen, die hard vallen (en waarvan je het idee hebt dat ze zich echt pijn gedaan moeten hebben), maar niet gaan huilen. Of die juist prikkels gaan opzoeken, zoals hard op trommels slaan, rollen ed.

Soms zoeken kinderen met autisme ook specifieke zintuiglijke prikkels op. Zo kunnen ze het bijv. prettig vinden om frequent aan bepaalde voorwerpen te ruiken en te voelen.

Overigens, het is wel belangrijk om goed in het achterhoofd te houden dat het pas mogelijk is om daadwerkelijk de diagnose ‘autismespectrumstoornis’ te stellen als er zowel op school, thuis als in de vrije tijd op meerdere vlakken problemen worden gesignaleerd. Het is namelijk van invloed op alle leefgebieden; dus niet alleen thuis maar ook bij verenigingen zul je merken dat je kind met autisme anders op dingen of situaties reageert dan kinderen zonder autisme.

Als een kind maar één deelaspect laat zien (bijv. het kind is gevoelig voor zintuiglijke prikkels, maar is verder heel sociaal en laat een brede interesse zien), dan lijken er onvoldoende aanwijzingen om aan een vorm van autisme te denken. Doorgaans zie je bij kinderen met autisme dat ze kenmerken hebben die passen bij meerdere deelaspecten.
Bij twijfels is het echter altijd goed om verder naar het gedrag te kijken.’

 

Als orthopedagoog werkte je o.a. met kinderen op basisscholen. In een klas kunnen uiteraard ook kinderen zitten met (een lichte) vorm van autisme. Welke situaties op school zijn voor deze kinderen lastig? En zijn er ook situaties waarin deze kinderen juist voordelen hebben ten opzichte van kinderen zonder autisme?

kinderen_juffrouw_in_klas‘Als een kind de diagnose autisme krijgt, dan wordt eerst op de eigen reguliere basisschool alle begeleiding ingezet, die nodig is voor het kind. De expertise op de reguliere basisscholen groeit natuurlijk ook op dit gebied. Wel is de grootte van de groepen in het reguliere onderwijs vaak een probleem. Dit zorgt voor veel prikkels, die ondanks alle inzet van school, toch moeilijk zijn te reduceren. Verder merk je in de bovenbouw dat leerlingen met autisme het vaker moeilijker krijgen. Er wordt dan meer zelfstandigheid van de leerlingen verwacht, terwijl leerlingen met een vorm van autisme dit juist lastiger vinden. Extra ondersteuning op dit vlak is dan ook zeer wenselijk. Als een leerling, ondanks alle hulp op school, overvraagd blijft en in de knel komt, wordt bekeken of speciaal onderwijs een optie is.

Kinderen met autisme ervaren zowel voor- als nadelen in het reguliere basisonderwijs. De nadelen waar je aan kunt denken, zijn bijv.:

  • Ze zijn gevoeliger voor prikkels in hun omgeving en reageren op diverse prikkels. Dat komt omdat ze moeilijk onderscheid kunnen maken in welke prikkel belangrijk is en welke niet. Ze verliezen zich vaak in details of onbelangrijke prikkels. Hierdoor zijn kinderen met autisme niet altijd gericht op de instructie van de leerkracht of krijgen ze maar flarden van de instructie mee.kinderen_handen_voor_ogen_knipoogOok kunnen ze belemmeringen ervaren bij het begrijpen van de taal. Met name figuurlijke betekenissen of onderliggende betekenissen van taal vinden ze lastiger om te begrijpen. Dit geldt ook voor het begrijpen van grapjes en non-verbale gebaren (bijv. knipoog). Het is dus als leerkracht van belang om zo concreet en helder mogelijk in de communicatie te zijn. Wees kort en bondig en vermijd figuurlijk taalgebruik of grapjes. Zorg er verder voor dat het kind zich op de juiste prikkel richt (bijv. gerichte luisterhouding vragen, bijsturen bij afdwalen).
  • pictogrammen_schoolKinderen met autisme vinden plotselinge wijzigingen of veranderingen niet prettig. Ze willen graag weten wat er gaat gebeuren en wat er van hen verwacht wordt. Deze kinderen hebben baat bij een gevisualiseerd dagprogramma (bijv. door middel van pictogrammen) en zijn erbij gebaat als veranderingen op tijd worden aangekondigd. Voor sommige leerlingen is het voldoende om dat klassikaal te doen; andere leerlingen hebben er juist meer behoefte aan om het ook op hun bankje te zien. Dan kun je de planning m.b.v. plaatjes op het bankje plakken. Uiteraard is het belangrijk om ook bij het kind te checken of het begrijpt wat een specifieke afbeelding / picto betekent en wat er dan van hem verwacht wordt. Maak ook dan opnieuw duidelijk wat je concreet van het kind verwacht (wat gaat hij doen en waar, voor hoelang, met wie en hoe).Ook ‘lege momenten’ (bijv. als je klaar bent met je werk) zijn vaak lastig voor kinderen met autisme. Dit soort momenten geven namelijk een gevoel van onrust. Geef ook in dit soort situaties aan wat hij/zij concreet kan doen. Hoe concreter, hoe beter.
  • kinderen_pesten_jongenOok het sociale verkeer op school kan lastig zijn voor kinderen met autisme. Ze vinden het bijv. moeilijker om aansluiting met andere kinderen te vinden en lopen vaker alleen rond op het schoolplein. We zagen al dat wanneer deze kinderen wel contacten weten te leggen, dan vaker conflictsituaties met anderen ervaren, omdat ze het lastiger vinden om hun eigen spoor los te laten en rekening te houden met de ander. Ook zagen we al dat ze het lastiger vinden om naar hun eigen aandeel in een situatie te kijken, waardoor ze vaak de schuld buiten zichzelf leggen.Het kan deze kinderen goed helpen om sociale situaties voor hen voor te structureren (bijv. wat ga je doen tijdens het buitenspel, met wie ga je spelen, welke regels en afspraken). Daarnaast blijft het voortdurend van belang om kinderen met autisme inzicht en overzicht in sociale situaties te bieden. Bespreek en verwoord concreet de eigen gevoelens en de gevoelens van de ander; leer hen hoe ze in specifieke sociale situaties kunnen handelen. Een kind met autisme heeft hier nog meer oefening en herhaling in nodig dan andere kinderen.

 

Ook kunnen kinderen met autisme voordelen ervaren op school:

Ze hebben een sterk analytisch vermogen. Vanwege hun sterke detailwaarneming zien ze vaak zaken die kinderen zonder een vorm van autisme niet zo snel waarnemen.

meisje_steekt_vingen_op_klasZe beschikken vaak over een sterke feitenkennis. Echter, zodra er een beroep wordt gedaan op hun vermogen om samenhangen en verbanden te zien, kost dit kinderen met autisme vaak meer moeite. Vakken, zoals begrijpend lezen en rekenen (met name redactiesommen) zijn vaak lastiger voor kinderen met autisme. Als leerkracht is het dus van belang je van bovenstaand gegeven bewust te zijn en zaken – waar nodig – te verhelderen. Belangrijk is nog om te weten dat een hoge intelligentie een beschermende factor kan zijn. Maar ook dan merk je dat hoe complexer en minder eenduidig de informatie voor het kind is, hoe moeilijker het wordt, dus ook als deze leerling meer begaafd is.

De overstap van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs is natuurlijk een flinke overstap. Het is belangrijk dat leerlingen niet te afhankelijk zijn van een specifieke leerkracht, dat ze niet te veel beschermd zijn. Daar kun je gedurende de jaren op de basisschool gericht naar toe werken. Kinderen moeten namelijk ook zelf leren om structuur aan te brengen in hun werk, net als dat ze steeds zelfstandiger en zelfredzamer moeten (leren) worden.’

 

Het lijkt er vaak op dat kinderen met autisme duidelijk anders zijn dan andere kinderen, maar in de praktijk valt dat vaak nog helemaal niet zo op. Ook bestaat bijv. het idee dat een kind autisme heeft als het je niet of nauwelijks aankijkt. Bestaan er nog meer vooroordelen of mythes over autisme, die helemaal niet kloppen? En kun je aangeven hoe het dan wel zit?

jongen_voelt_aan_auto_autismeEr bestaan inderdaad vooroordelen rondom autisme (bijv. zeggen dat er sprake is van autisme als iemand je niet aankijkt of als hij/zij bepaalde herhaalde motorische bewegingen maakt, zoals heen en weer wiegen). Vaak komen dit soort gedragingen in meer of minder mate voor bij kinderen met autisme, maar een kind moet echt op meerdere vlakken en op alle leefgebieden opvallendheden laten zien (zie ook vraag 2 en 3) om aan autisme te kunnen denken. Het is dus altijd van belang om breed naar het gedrag van het kind te kijken en om te voorkomen dat je te veel inzoomt op enkele, specifieke gedragingen.
Bijv. Specifiek gedrag, zoals iemand niet aankijken, kan verschillende oorzaken hebben; denk maar aan angstproblematiek. 

‘Autisme ontstaat door een slechte opvoeding’
moeder_knuffelt_zoon_lachendWe weten van autisme dat er een grote erfelijkheidsfactor aan ten grondslag ligt, alleen is de biologische oorzaak op dit moment nog niet helemaal helder. Daar wordt wel uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Verder weten we dat de hersenen van kinderen met autisme anders functioneren en dat de omgeving weinig tot geen invloed heeft op het ontstaan ervan. Tenslotte weten we dat autisme niet komt door een verkeerde opvoeding komt; net zoals dat ook geldt voor andere ontwikkelingsstoornissen, zoals ADHD.

‘Kinderen met autisme zijn allemaal heel goed in één specifieke vaardigheid.’
meisje_speelt_met_dinosEr zijn inderdaad kinderen met autisme, die heel goed zijn in één ding, maar dat is absoluut geen prototype. Dat is dus niet het standaardbeeld van kinderen met autisme. Je ziet vaak dat kinderen met autisme sterke routines hebben, dat ze van herhaling houden en dat ze geboeid kunnen zijn door één ding.’

 

Er zijn natuurlijk ouders die zich op dit moment zorgen maken over hun kind en zich afvragen of het gedrag dat hun kind laat zien past binnen een ‘autismespectrumstoornis’. Wat is belangrijk voor deze ouders om te weten? Welke stappen kunnen ze ondernemen om er achter te komen of hun kind daadwerkelijk autisme heeft?

Als ouders het vermoeden hebben of erover twijfelen dat hun kind autisme heeft, dan is het belangrijk om dit met anderen te bespreken. Ouders kunnen bijv. contact leggen met de huisarts, de praktijkondersteuner of met maatschappelijk werk.

jongen_moeder_leerkracht_in_gesprek_schoolOok kunnen ouders het gesprek met school aangaan. Door gesprekken met leerkracht en/of IB-er te hebben, krijg je een goed beeld van hoe het kind op school functioneert. Als er tijdens deze gesprekken duidelijke signalen voor (of symptomen van) autisme zijn, dan kan via de huisarts, praktijkondersteuner, schoolarts of gemeente verwezen worden om verder onderzoek te laten doen en/of om meer begeleiding aan te vragen.

Bij hele jonge kinderen (0-4 jaar) is het uiteraard nog ontzettend moeilijk om te bepalen of specifiek gedrag wel of niet op een vorm van autisme wijst. Als er echter duidelijke signalen zijn (bijv. sterke zintuiglijke overgevoeligheid, zeer moeizaam om contact / communicatie met het kind te krijgen, sterke reacties op veranderingen), dan is het ook op die leeftijd aan te raden om dit op het consultatiebureau alvast te benoemen. Vervolgens kunnen ouders dan samen met de jeugdarts of verpleegkundige bekijken of vervolgstappen wenselijk zijn.’

 

Tenslotte, wat is het belangrijkste advies dat je aan alle ouders, die vermoeden dat hun kind autisme heeft, zou willen geven?

‘Ouders, die bij hun kind het vermoeden hebben van autisme, is mijn advies dit te bespreken en op basis van dat gesprek te bepalen of het wenselijk is om onderzoek te laten doen.

Qua aanpak kan ik de volgende zaken aanbevelen:

kinderen_bouwen_toren_blokken– Bied je kind een voorspelbare, overzichtelijke omgeving. Visualiseer het dagprogramma (m.b.v. pictogrammen), zodat het kind duidelijk weet wat er gaat gebeuren en wat er van hem verwacht wordt. Maak daarbij ook gebruik van de volgende 5 punten; benoem steeds wie het doet, wat hij doet, waar / wanneer / hoe hij het doet.
Bijvoorbeeld: je gaat nu 5 minuten hier op het kleed met je broertje met de blokken spelen, daarna gaan we eten.

Als je één van de 5 onderdelen niet duidelijk aangeeft, dan kan het kind toch iets anders gaan doen (zonder dat het echt snapt wat het dan verkeerd doet).
Leg het niet alleen auditief uit, maar maak het ook visueel. Blijf die aanpak steeds herhalen, ook bij situaties die er erg op lijken maar toch iets anders zijn. Kinderen zonder autisme vertalen dat makkelijker naar andere situaties dan kinderen met autisme.

ochtendritueel2Ook thuis kun je deze aanpak goed toepassen. Visualiseer bijv. het dagprogramma of een specifiekere situatie (zoals de stappen van het aankleden, het wc-gebruik of het tandenpoetsen). Oefen dat eerst samen, zodat je zeker weet dat je kind de picto’s begrijpt. Ook al zou je dezelfde picotgrammen gebruiken als op school, dan wil dat niet zeggen dat het voor een kind duidelijk is dat het thuis ook op die manier werkt. Of andersom: als je thuis goed geoefend hebt met je kind om naar de wc te gaan, dan wil dat niet zeggen dat je kind dat ook kan omzetten naar wc-gebruik op school.

– Voorkom plotselinge veranderingen. Uiteraard zullen er toch eens veranderingen voorkomen; kondig die dan tijdig aan. Geef dan ook opnieuw concreet aan wat er gaat gebeuren en wat je van het kind verwacht.

– Wees je ervan bewust dat je kind prikkelgevoelig kan zijn en op andere prikkels kan reageren dan je normaliter zou verwachten. Probeer prikkels waar het kind overgevoelig voor is te reduceren. Daar waar het kind geneigd is op minder belangrijke prikkels te reageren, kan het helpend zijn het kind te verhelderen welke prikkels belangrijk en welke minder belangrijk zijn in bepaalde situaties. Help het kind om zich op de juiste prikkels te richten.

Uiteraard ontkom je er niet aan om je kind toch eens iets te laten doen wat hij niet fijn vindt of waar hij stress door ervaart. Pak dat dan stap voor stap aan en neem je kind erin mee.
Bijv. als je kind alleen maar wijde joggingbroeken aan wil en jij zag graag dat hij ook eens een jeansbroek aandeed, dan is het goed om je kind in dat proces mee te nemen. Je gaat je kind dus niet van het ene moment op het andere dwingen om een jeansbroek aan te trekken, maar je laat je kind eerst zelf een (wijde) jeansbroek uitzoeken. Die kan hij thuis eerst eens heel even aantrekken, de volgende keer iets langer en zo verleng je dat stap voor stap. Zo’n verandering heeft dus tijd nodig.

– Wees alert op misverstanden in de communicatie en bied, indien nodig, extra uitleg en verheldering. Gebruik concrete en heldere taal. Voorkom ook dat je te veel in één keer vertelt, waardoor ze de kern niet meer uit de ‘woordenbrij’ kunnen halen. Wees dus kort en bondig en vermijd figuurlijk / abstract taalgebruik.

vader_praat_met_zoonOndersteun je kind bij het aangaan, begrijpen en onderhouden van sociale contacten. Bespreek en verwoord de gevoelens van het kind en de gevoelens van de ander en leer het kind hoe hij concreet in specifieke sociale situaties kan handelen. Hoe concreter, hoe beter.

– Probeer het aantal activiteiten van je kind uit te breiden door hem hier stap voor stap mee bekend te maken. Doe zaken voor en laat het kind stap voor stap meekijken en meedoen. Geef echter ook ruimte om de eigen voorkeuren / interesses te verkennen.

Het is ook goed om je als ouder of leerkracht te realiseren dat er geen eenduidige aanpak is. Ieder kind met autisme is uniek en bij ieder kind zal een passende aanpak gezocht dienen te worden. Samenwerking en afstemming met school kan hierin zeer helpend zijn.

Daarnaast is het van belang goed te kijken wat je kind wel en niet aankan. Ga zaken niet forceren en wees je ervan bewust dat je kind (mogelijk) anders is; blijf oog houden voor de eigenheid van je kind.

⇒ Blijf je ondanks deze tips vastlopen, trek dan aan de bel.’ 

 

Ben je op zoek naar aanvullende informatie over dit onderwerp?
– Kijk eens op de website van Balans of van de NVA (Nederlandse Vereniging voor Autisme)
– Het boek van Collete de Bruin geeft goede uitleg over autisme, incl. concrete tips aan ouders [de Bruin, C. (2009). Geef me de vijf. Graviant Educatieve Uitgaven].’

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend.
 Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Stephanie Voncken – Spierts gebruikte de volgende literatuur voor dit interview:
– American Psychiatric Association. (2013). Diagnostisc Statistical Manual of Mental Disorders, Fifth Edition.

 

Lees verder over gerelateerde thema’s:
– ‘Samen spelen, samen delen? – 5 tips om je kind te leren om met andere kinderen te spelen’. Klik hier
– ‘Sturing & verbinding: Waarom beide aspecten onmisbaar zijn in de opvoeding van jouw kind.’ Klik hier.
– ‘Laat dat nou! | 5 opvoedvalkuilen waar we allemaal intrappen én waardoor opvoeden onbedoeld lastiger wordt.’ Klik hier.
‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

Hoera, er komt een kindje bij! – 5 tips over hoe je je oudste voorbereidt op een broertje of zusje.

Yes, je bent weer zwanger! Jij en je partner zijn waarschijnlijk door het dolle heen, want er komt weer een kindje bij. Je hebt al een oudste (of misschien meerdere kindjes) en nu wordt jullie gezin uitgebreid met een nieuwe baby. Wat heerlijk!

ouderschap_zwangere_buik_oudste_dochter2Jullie als ouders weten nu al een beetje wat je te wachten staat, omdat jullie het hele traject van een baby verwachten, al eens doorlopen hebben. Alleen, dat kindje dat jullie toen verwachtten, is nu zelf waarschijnlijk een jaar of 2-3 en heeft nog nooit ervaren hoe het is om een broertje of zusje te krijgen. Voor sommige kinderen is dat totaal geen probleem en die gaan goed om met alle veranderingen, die zich voordoen; andere kinderen vinden die veranderingen nog best lastig en hebben er wat meer begeleiding bij nodig. Het is dan handig om je kindje goed voor te bereiden op wat er allemaal staat te gebeuren.

 

⇒ Hieronder vind je 5 tips over wat je wél (en één tip over wat je beter níet) kunt doen in de voorbereiding van je oudste kind op de komst van de baby.

 

1. Lees samen boekjes over zwangerschap en baby’s.
voorlezen_moeder_aan_kindEr bestaan veel leuke boekjes voor peuters, kleuters en oudere kinderen over zwangerschap, baby’s en grote zus/broer worden. Daarin wordt dan vaak de groeiende, dikke buik van mama besproken, wat er allemaal gaat gebeuren als het baby’tje er eenmaal is en ook welke leuke en minder leuke kanten er aan zitten.

Ik zet hieronder alvast een paar titels, die ik graag samen met mijn oudste twee kinderen las toen ze wisten dat ze oudere broer & zus gingen worden:
– ‘Kleine Pluis’ (Dick Bruna)
– ‘Een baby’ (E. van Lieshout & M. Witke)
– ‘Wat zit er in je buik, mama?’ (Sam Lloyd)
– ‘Saar wordt grote zus’, ‘Kas wordt grote broer’ of ‘Kas krijgt een zusje’ (Pauline Oud)
– ‘We krijgen een baby’ (W. Kloosterman-Coster)
– ‘Rikki wordt grote broer’ (Guido van Genechten)
Met deze lijst kun je alvast een begin maken als je naar de bibliotheek of de boekwinkel gaat. Maar er zijn natuurlijk nog veel meer leuke boekjes over dit thema.

Naar aanleiding van het lezen van deze boeken kun je ook een kort gesprekje met je oudste(n) hebben, uiteraard aangepast aan zijn leeftijd en denkniveau. Op die manier kun je nóg beter uitleggen en laten zien wat er allemaal gaat gebeuren. Daarnaast is samen lezen ontzettend fijn om te doen, goed voor het versterken van jullie onderlinge band en voor de ontwikkeling van je kind. Ik wens jullie samen alvast veel leesplezier.

 

2. Licht je kindje zo snel mogelijk in. 
baby_cupcakes_jongen_meisjeJe kunt je kindje op een leuke manier laten weten dat er een broertje of zusje komt. Je kunt het natuurlijk gewoon vertellen, maar je kunt hem ook een kleinigheidje cadeau doen.
Bijv. een knuffeltje dat hij alvast van de baby krijgt waarmee ‘de baby’ aangeeft dat hij zo blij is met zijn grote broer/ zus of iets dat heel duidelijk voor een baby’tje is (vraag dan bijv. ‘voor wie zou dat kunnen zijn?’). Als je oudste nog vrij jong is, dan kan de laatste optie nog best lastig zijn. 

Sommige kinderen hebben een uitgesproken idee of een sterke voorkeur voor een broertje óf een zusje. Uiteraard kan die wens dan maar twee kanten op gaan: de wens komt in vervullen of … niet…
Als je weet dat je kindje er moeite mee heeft of een bijzonder sterke voorkeur heeft (en daardoor straks wellicht tegendraads of negatief op de baby gaat reageren), dan zou je hem op dit vlak goed kunnen helpen door hem vooraf te laten weten of hij een broertje of zusje krijgt. Als hij dat rond 20-weken zwangerschap te horen zou krijgen, dan heeft hij nog ong. 20 weken om aan dat idee te wennen.
Eerste voorwaarde hiervoor is natuurlijk wel dat je het zelf wil weten…

3. Laat je kindje helpen met de voorbereidingen.
Sommige kindjes vinden het best lastig dat er van alles gaat veranderen. Ze houden het liefst alles bij het oude. Dat is ook helemaal niet erg. Geef je kindje daarom zo veel mogelijk tijd om aan al die veranderingen te wennen. Zodra je je kindje hebt verteld dat hij een broertje / zusje krijgt, kun je alle veranderingen langzaamaan – het liefst één voor één – gaan doorvoeren. Betrek je kindje er dan steeds zo veel mogelijk bij. Leg ze ook steeds aan hem uit. Hoe logisch het voor jou ook allemaal mag zijn, voor jouw kindje is het dat niet. Hij maakt nu alles voor het eerst mee. Voor hem is alles helemaal nieuw.

Hieronder volgen 2 voorbeelden, waar je je kindje bij kunt betrekken:

(1) Betrek je kindje bij het uitzoeken van nieuwe babykleertjes. 
Als je nieuwe kleertjes voor je baby gaat kopen of als je kleertjes krijgt van andere ouders, dan zul je op een bepaald moment waarschijnlijk een setje kleertjes gaan uitkiezen dat je baby direct na de geboorte aankrijgt. Zoek daar 2 setjes voor uit en laat je oudere kind dan kiezen. Dat wordt dan het setje dat je baby na de geboorte aankrijgt.
Bijv. ‘Welk van deze 2 setjes vind jij het mooiste voor de baby?’. Als je kindje gekozen heeft, dan kun je reageren met ‘Wat fijn dat je die gekozen hebt. Ik weet zeker dat de baby die heel mooi gaat vinden.’ 

Op deze manier geef je je kindje het gevoel dat hij ook bij al het nieuws betrokken wordt en langzaamaan wat grip krijgt op de veranderingen.


ouderschap_baby04Heb jij vragen over je baby of je prille ouderschap?
Lijkt je baby vaker ontroostbaar of slaapt je baby weinig? Wil je leren welke signalen je baby je allemaal geeft, zodat je goed op zijn behoeftes kunt aansluiten? Heb je andere vragen over je baby of je ouderschap, waar je graag persoonlijk advies van Joyce over zou willen krijgen?
Lees dan hier op welke manier Joyce jou zou kunnen helpen.

Wil je regelmatig nieuws en (realistische) tips ontvangen over zwangerschap, baby’s, de kraamtijd en meer?
Volg dan ‘Blije baby Blije ouders’  op Facebook.


(2) Neem je kindje een keer mee naar de verloskundige om samen ‘in de buik’ te kijken.
zwanger_ouders_kind_echoJe kindje zal het – naarmate jouw buik groeit – steeds interessanter vinden dat er een baby in jouw buik groeit. Je kindje zal het misschien wel eens willen aanraken, aaien of een kusje geven.

Je kindje zal echter bij het zien van de echo echt nog niet goed weten wat het ziet (behalve dan zwarte/witte/grijze beelden die wat bewegen), maar meestal weet een verloskundige wel hoe ze je kindje er bij kan betrekken. Benader je oudste tijdens dat bezoek in ieder geval heel positief.

Kies hier natuurlijk wel het goede consult voor uit. Als het een consult is waar jullie serieuze onderwerpen willen bespreken, die misschien wat langer gaan duren of waarbij je je aandacht echt bij het gesprek wil hebben, dan is dat gesprek misschien niet zo handig om je kindje mee naar toe te nemen.

 

4. Laat je kindje zo snel als mogelijk in zijn nieuwe kamer slapen. 
Vaak zie je dat – zodra de baby in aantocht is – het oudste kindje naar een andere slaapkamer en een ander bed verhuist. Dat is heel normaal. Je wil alleen wel graag voorkomen dat je kindje het gevoel krijgt dat het ‘plaats moet maken’ voor de baby en dat de baby zijn kamer en bed ‘inpikt’. Dat kan namelijk vervelende of jaloerse gevoelens bij je oudste oproepen. Dat wil je natuurlijk niet.

vader_klust_meisje_autootjeUiteraard kost de aanschaf of het opknappen van een nieuw bed, kast ed. en eventueel het ‘slaap-klaar’ maken van de ruimte zelf nog best wat tijd. Misschien heeft zijn nieuwe slaapkamer een likje verf nodig, een ander behang of een nieuwe vloer; probeer dat allemaal zo gauw mogelijk te doen. Hoe eerder dat namelijk klaar is, hoe sneller je kindje in zijn nieuwe kamer kan slapen. Je wilt namelijk het liefst dat je kindje goed gewend is aan zijn nieuwe bed en kamer, voordat zijn broertje of zusje komt. Daarnaast zal hij dan ook niet meer de link leggen tussen zijn nieuwe kamer en de geboorte van de baby; dat ligt dan zo ver uit elkaar dat dat voor je oudste echt niks meer met elkaar te maken heeft.

Ga tijdens deze werkzaamheden regelmatig met je oudste in zijn nieuwe kamer kijken. Ook al is die nog niet af, vertel hem/haar dan dat dat de nieuwe ‘grote jongens- / meisjeskamer’ wordt en vertel hem waar het bed komt, de kast, de lamp etc. Zo laat je je oudste alvast wennen aan zijn nieuwe kamer.


baby_ingbakerd_hydrofiele_doekWorkshop ‘Blije baby & Blije ouders’
Joyce geeft regelmatig workshops, waarin ze je leert hoe je op een positieve en fijne manier omgaat met je baby en dan vooral als je baby’tje moeilijk slaapt en/of veel huilt. Deze workshops heten ‘Blije baby & Blije ouders’.

Je leest hier of Joyce deze workshop binnenkort ook bij jou in de buurt geeft. 


Als het eenmaal zo ver is en je oudste naar zijn nieuwe slaapkamer kan verhuizen, is het goed om hem ook te laten helpen met het verhuizen van kleine, lichte spullen. Hij kan bijv. zelf heel goed zijn knuffels (of andere kleine dingen) van zijn oude naar zijn nieuwe slaapkamer brengen en daar een nieuw plekje geven. Laat hem voor de eerste nacht ook zijn lievelingsdekbed of -kussen uitzoeken, zodat hij zich helemaal op z’n gemak en prettig voelt in zijn nieuwe kamer. Ook dat mag allemaal gepaard gaan met veel positieve aanmoediging van jouw kant.

Zodra zijn slaapkamer helemaal klaar is en hij daar ook al een beetje gewend is, is het leuk voor je oudste om te helpen met het inrichten van de babykamer. Je kunt hem dan laten helpen met het klaarzetten van een paar knuffeltjes voor de baby, alle luiers in de la van de commode te leggen etc.

 

5. Laat je baby een cadeautje geven aan zijn grote broer / zus.
Zodra je baby geboren is, zal je oudste heel nieuwsgierig zijn naar het baby’tje dat al die tijd in je buik zat. Als je kindje zijn kleine broertje of zusje voor het eerst ziet, is het ontzettend fijn om hem dan een cadeautje namens de baby te geven. Dat zal hem een fijn en speciaal gevoel.

jongen_shirt_theres_no_buddy_like_a_brotherDe baby kan na de geboorte natuurlijk nog vrij weinig; in de ogen van je oudste kind kan hij misschien zelfs nog helemaal niks. Het is dan ook niet gek dat je oudste na een korte inspectie al ‘genoeg’ heeft van de baby. Hij heeft zijn broertje/zusje dan wel gezien en wil graag gaan spelen. Laat hem dat dan gewoon doen. Dwing je kind niet om steeds naar de baby te komen of om de baby een kusje te geven. Dat komt echt vanzelf wel. Misschien niet op korte termijn, maar zeker als je baby wat ouder is en er enige interactie mogelijk is.

Als je het idee hebt dat je oudste toch echt wat te weinig aandacht voor de baby heeft, dan kun je dat stimuleren door samen met de baby bij je oudste te gaan zitten en te zeggen ‘kijk, hij kijkt naar jou’, ‘hij wil graag zien wat zijn grote broer / zus allemaal doet. Doe het hem maar voor, dan weet hij straks ook hoe het moet.’ Moedig je oudste kind dan ook aan bij wat hij op dat moment aan het doen is.

En vergeet niet dat er vanaf de geboorte van je baby al zo veel aandacht naar de baby uitgaat, dat ook je oudste nog steeds aandacht mag (moet!) krijgen. Zeg tegen je oudste regelmatig dat de baby heel blij is met zo’n grote broer of zus als hij/zij.

Laat je oudste helpen met het uitpakken van cadeautjes dat het bezoek meebrengt, met het aankleden van de baby, met het verschonen of het in bad doen (uiteraard alleen wat past bij de leeftijd van de oudste). Jonge kindjes kunnen goed helpen met het geven van de speen of met het geven van een knuffeltje aan de baby; oudere kinderen kunnen evt. kleren of de luier verschonen. Je oudste zal dat graag doen als zijn handelingen – hoe onhandig misschien ook – positief worden ontvangen. Probeer dus de – ook als het niet helemaal goed gaat – de positieve kant te benadrukken en ga er van uit dat je oudste het echt wel goed bedoelt.
Al deze activiteiten mogen natuurlijk alleen uitgevoerd worden onder toezicht van een volwassene.

 

Wat je beter achterwege kunt laten… 
baby_meisjes_lachend_knuffelenProbeer te voorkomen dat je alle veranderingen, die nu staan te gebeuren, ophangt aan de baby. Dat is op zich wel heel logisch om te doen (sterker nog, het is gewoon zo), maar voor je oudste kan dat best vervelend zijn. Het draait dan ineens wel heel erg om die baby… Zorg dat je oudste tijdens je zwangerschap én na de geboorte nog steeds jouw aandacht krijgt door regelmatig één-op-één met elkaar te spelen.

Verder is het belangrijk dat je je oudste nergens toe dwingt; je mag je oudste best op een fijne manier stimuleren om naar de baby te gaan, om een liedje voor de baby te zingen of iets anders, maar heb daar geduld mee. Als je oudste dat niet wil doen (om wat voor reden dan ook), laat hem dan maar gewoon. Heb het vertrouwen dat dat dan wel komt als de baby wat ouder is.

 


Maandelijks schrijft Joyce een artikel boordevol opvoedtips over belangrijke opvoedthema’s, waar ouders regelmatig tegenaan lopen.

tip_gezin=> Wil jij haar NIEUWSTE e-zine met alle opvoedtips lezen?
Klik dan hier en meld je GRATIS én vrijblijvend aan voor Joyce’ e-zine, boordevol praktische opvoedtips.  Het e-zine verstuurt ze steeds aan het begin van de maand.

CADEAU: Kort na je aanmelding ontvang je ook nog een mooi cadeau met extra opvoedtips. Je leest er hier meer over. 


joyce_grijs_aanjou_1Ik hoop van harte dat je deze tips op een goede manier thuis kunt toepassen. Heb je hier vragen over, wil je meer weten over dit thema of heb je een opvoedvraag? Neem dan contact met me op. Je vindt m’n contactgegevens hieronder.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2017-2018. Joyce Akse/Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.
Geschreven door Joyce Akse van Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies.

logo_akse_coaching_groot_nieuwGa (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Lees verder over gerelateerde thema’s:
– ‘Voorkom ongewenst gedrag: Geef je kind positieve aandacht.’ Lees hier.
– ‘Waarom krijgt zij altijd meer dan ik…? (over: 5 tips om jaloezie op een positieve manier aan te pakken.)’ Lees hier.
– ‘Wat zit er in je verzorgingstas? Lijst met onmisbare dingen voor als je met je baby de deur uit gaat.’ Lees hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.