Heeft mijn kind dyslexie of niet? Wat je er als ouder of leerkracht over moet weten. [ Interview met dyslexie-expert drs. Kim Huiskamp ]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze experts interviewt over hun eigen onderzoek of werkveld. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, opvoeding en/of de ontwikkeling van kinderen (0-16 jaar). 

 

jongen_schrijven_handen_in_haarZodra je kind naar school gaat, komt hij al snel in aanraking met taal. In de kleutergroepen wordt er voorzichtig aandacht aan besteed en vanaf groep 3 begint het echte werk. Bij de meeste kinderen verloopt de taalontwikkeling zonder veel problemen; bij sommige kinderen zie je echter dat het lezen en spellen moeizamer gaat. Dat komt vaak in groep 3 en 4 naar boven. Bij deze kinderen zou er sprake kunnen zijn van dyslexie.

Over het onderwerp ‘dyslexie’ interviewde ik drs. Kim Huiskamp. Zij werkt als diagnosticus en behandelaar bij het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) in Maastricht.

In dit artikel vertelt ze uitgebreid wat dyslexie precies is (en wat niet), hoe je dyslexie bij jouw kind kunt herkennen, waarom het belangrijk is om de taalontwikkeling van je kind goed in de gaten te houden en – indien nodig – op tijd te starten met behandeling. Daarnaast vertelt ze welke mythes en vooroordelen er soms nog bestaan over dyslexie, waar dyslexie wel eens mee verward wordt en wat je als ouder kunt doen om het leesplezier van je kind te stimuleren.

 

Je bent expert op het gebied van dyslexie en leesvaardigheid. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan? 
meisje_wil_niet_lezen‘Ik ben eigenlijk toevallig met dyslexie in aanraking gekomen. Aan het einde van mijn opleiding psychologie heeft mijn stagebegeleidster mij in contact gebracht met prof. dr. Leo Blomert, expert op het gebied van dyslexie. Hij zocht mensen om een vakgroep te vormen om het dyslexieprotocol op poten te krijgen en dat wilde ik graag doen. Op die manier kon ik dus bij toeval in zijn werkgroep aan de slag. Daardoor kwam ik ook in aanraking met wetenschappelijk onderzoek naar dyslexie. Het onderwerp trok mij erg aan, maar ik merkte dat ik liever in een klinische setting werkte dan in een wetenschappelijke. Via Leo Blomert werd ik toen voorgesteld aan Patty Gerretsen, toentertijd directeur wetenschap van het RID. Zo ben ik uiteindelijk bij het RID terechtgekomen en daar werk ik nu al 15 jaar. Wat ik zo prettig vind aan werken met mensen met dyslexie is dat je echt iets voor iemand kunt betekenen. Iedereen in onze maatschappij krijgt te maken met lezen en schrijven en als je dyslexie hebt, kun je flinke problemen ondervinden op school, op je werk of zelfs privé. Met een gerichte behandeling en concrete tools, kun je kinderen (en volwassenen) met dyslexie echt helpen hun situatie te verbeteren. Het geeft me enorm veel voldoening dat ik op deze manier iets kan betekenen voor de kinderen, die bij ons komen.’

 


Curriculum Vitae
kim_huiskamp_fotoDrs. Kim Huiskamp studeerde neuro– en ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Maastricht. Daarna werkte ze een jaar als psycholoog / onderzoeksassistent aan dezelfde universiteit. Vervolgens maakte ze de overstap naar het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) in Maastricht. Ze werkte er een tijd als hoofd behandeling en vestigingsmanager; momenteel als diagnosticus en behandelaar.


 

Kun je uitleggen wat dyslexie precies is?
hersenen_kwabben‘Als je dyslexie hebt, dan heb je moeite met lezen en/of spelling. Sommige kinderen hebben alleen moeite met lezen, andere alleen met spellen en weer andere met allebei. De grootste groep van de kinderen met dyslexie heeft moeite met allebei.

In onze maatschappij maken we gebruik van het alfabetische schrift. Onze woorden zijn opgebouwd uit klanken. Als je het woord wil leren lezen en schrijven, dan zul je het woord moeten opdelen in klanken. Je gaat dan als het ware de klankstructuur van woorden ontcijferen.

In de hersenen zit een gebiedje (temporaal kwab*) dat de klankstructuur van woorden verwerkt, het helpt je met het in stukjes hakken van woorden. Dat gaat automatisch, onbewust.
*: Meer specifiek, de superieure temporale sulcus (STS) en planum temporale (PT) zijn betrokken bij de integratie van de letter-klank-koppeling. De visual word form area (VWFA) is betrokken bij directe woordherkenning.

Bij dyslexie is dat gebiedje wat minder goed toegerust om de klankinformatie te ontwarren. Die informatie loopt dan een beetje door elkaar. Je spreekt woorden misschien soms net een beetje verkeerd uit.
Bijvoorbeeld: Je hebt het dan niet over ‘doelwit’ maar over ‘doellid’.

En dat is eigenlijk nog maar het begin. Kinderen (of volwassenen) met dyslexie hebben er dus moeite mee om de klanken van elkaar te onderscheiden. De volgende stap is dat je de klanken gaat koppelen aan een letter, dus de klanken van losse letters. In groep 3 begin je daarmee: je leert welke klank bij welke letter hoort (bijv. ‘Dit is de letter ‘L’ en die klinkt zo…’).

Die letter-klank-koppeling zit weer in een ander gebiedje van die temporaal kwab. Dat gebiedje koppelt als het ware de auditieve (klank, die je hoort) en visuele informatie (letter, die je ziet) aan elkaar. Dat ‘koppelproces’ duurt eigenlijk jaren. Van groep 3 naar groep 8 maken kinderen daarin een stijgende lijn door. Die integratie duurt dus echt jaren en kan alleen optreden met onderwijs. Pas daarna wordt het een automatisch proces. Op het moment dat het automatisch is, kun je het zien van een letter niet meer als niet-letter zien. Op latere leeftijd gebeurt dat zelfs met hele woorden. Maar daar heb je dus wel training voor nodig. Een beginnende lezer kan dat nog niet met hele woorden. Daarom begin je op school eerst met het leren van de letters met bijbehorende klanken.’

 

Hoe ‘ontstaat’ dyslexie? 
loesje_dyslexie‘Je wordt met dyslexie geboren; het ontstaat dus eigenlijk niet echt. Het is ook erfelijk, wat betekent dat het vaker binnen families voorkomt.

Bij dyslexie zijn twee vaardigheden of processen verstoord: aan de ene kant is dat de klankverwerking (fonologische verwerking), aan de andere kant is dat de letter-klankkoppeling.

In groep 3 leren kinderen om te ‘decoderen’ oftewel om te ‘hakken & plakken’.
Bijvoorbeeld: ze leren dat het woord ‘kip’ uit 3 klanken bestaat: k – i – p.

In de hersenen gaat dat dan nog niet automatisch. De kinderen zullen er energie in moeten steken om dat goed te leren. Ze hebben op dat moment ook nog minder bronnen om het woordbeeld in hun geheugen op te slaan.

Als je het hele proces van het lezen en spellen hebt doorlopen, dan is het eindstation dat je een heel woord ziet en herkent. Je herkent het omdat het opgeslagen is in het ‘mentaal lexicon’. Hoe meer je daarin opgeslagen hebt, hoe automatischer het lezen en spellen gaat. Dat automatisme kun je trouwens ook krijgen als je dyslexie hebt. Maar omdat de basis van het aanleren lastiger is, duurt het langer om bij dat eindstation te komen.’

 

Hoe kunnen ouders dyslexie bij hun kind herkennen? 
jongen_in_klas_juffrouw_geen_zin‘Je kunt dyslexie eigenlijk pas echt herkennen vanaf dat je kind een tijdje in groep 3 zit, dus als je kind echt onderwijs krijgt op het gebied van lezen en schrijven. Bij kleuters zie je ook al wel eens dat ze moeite hebben met klankverwerking. Ze hebben dan bijv. moeite met het leren / benoemen van de kleuren, met links en rechts, ze hebben moeite met rijmen, ze vinden het lastig om de namen van klasgenootjes te onthouden of ze vinden het moeilijk om nieuwe liedjes te leren. Dat zijn allemaal dingen waarbij ze iets moeten doen op het gebied van klankverwerking. Een deel van de kinderen, dat hier moeite mee heeft, kan later moeite krijgen met lezen en schrijven. Dat hoeft echter niet perse. Het zijn dus geen harde criteria, eerder een aanwijzing om het goed in de gaten te houden. Andersom geldt dat ook: als je kind hier als kleuter geen moeite mee heeft, dan wil dat niet zeggen dat hij geen dyslexie kan hebben. Het kan op dyslexie wijzen, maar dat is niet één op één.

In groep 3 kijk je of leerlingen moeite hebben met het leren van letters, met het hakken en plakken, met het op tempo lezen van woorden en of leerlingen fonetisch blijven schrijven (= letterlijk schrijven van wat je hoort).

Het mag dus duidelijk zijn dat je lezen en spellen echt moet leren. Wil je dyslexie kunnen aantonen, dan moet je dus onderwijs hebben gehad. Als school merkt dat een kind moeite heeft met lezen en spellen, dan moet het ook extra onderwijs en aandacht op dat gebied aanbieden. Halverwege groep 3 kom je er misschien achter dat een leerling zich wat trager ontwikkelt op het gebied van taal en spelling. Dan is het belangrijk om uit te filteren waar dat door komt; een probleem op het gebied van lezen en spelling hoeft nl. niet altijd op dyslexie te wijzen. Basisscholen hebben daar een protocol voor.
Als school bijvoorbeeld op basis van de citoscores (bij score D of E) merkt dat het lezen van een leerling achterblijft, dan wordt er extra aandacht aan die leerling gegeven; bijv. door de leerling in een apart groepje te zetten en/of extra aandacht te geven op het gebied van lezen en/of spelling. Als de leerling dat een half jaar of heel jaar heeft gehad en dat blijkt onvoldoende effect te hebben gehad, dan kun je pas echt gaan onderzoeken of dyslexie een mogelijke oorzaak is.

Het is belangrijk om na te gaan wat precies de oorzaak is van de problemen die een leerling heeft op het gebied van lezen en spellen. Juist om te weten of het dyslexie kan zijn of niet. Een leerling kan bijvoorbeeld ook een algemeen leerprobleem hebben of er speelt iets anders dat hem belemmert in zijn leerproces. Denk bijvoorbeeld aan een trauma in de familie (bv. echtscheiding en daardoor verlies van motivatie om te leren of goed mee te doen op school). Dan kan een kind dus wel moeite met lezen en/of spelling hebben, maar niet door een onderliggende dyslexie. Vandaar dat het enerzijds zo belangrijk is om goed te onderzoeken wat precies de reden is dat een kind moeite heeft met lezen en/of spelling. Anderzijds is het daarom goed om een breder leerprofiel mee te nemen en om te beoordelen of de één-op-één-hulp in de klas goed genoeg heeft gewerkt. Uiteraard kunnen de lees- en spelmoeilijkheden ook nog andere oorzaken hebben of samenhangen met andere stoornissen.’
Daarover bij een volgende vraag meer.

 


Heb je het idee dat kinderen hun dyslexie kunnen verdoezelen, waardoor het voor ouders of leerkrachten lastig wordt om het te herkennen? 
meisje_juffrouw_samen_lezen‘Eerlijkgezegd lijkt het me voor een kind bijna niet te doen om dyslexie te verdoezelen. Ze kunnen wel verschillende strategieën laten zien om met hun lezen of spelling om te gaan. Ze trappen bijvoorbeeld op de rem en gaan heel langzaam lezen. Of ze gaan juist heel snel lezen en raden dan wat er staat. Kinderen met dyslexie hebben moeite met het technische leesproces; dat betekent in dit geval dat het ten koste gaat van de snelheid of van de nauwkeurigheid van het lezen.

Bij kinderen met veel compensatiemogelijkheden zien we wel eens dat ze met tekst lezen een hoger niveau behalen dan met woordlezen. Ze hebben dan steun aan de semantiek van de tekst; de inhoud en betekenis van de tekst helpt hen om de woorden in tekstverband te lezen.

Bij hoog-functionerende volwassenen zien we wel eens dat ze vooral vastlopen bij het lezen van onzinwoorden. Zij hebben door de jaren heen al zoveel woorden geleerd en opgeslagen (in hun mentaal lexicon), dat ze al veel woorden en teksten gewoon goed kunnen lezen.

Bij de beoordeling of een kind dyslexie heeft, weegt het lezen trouwens zwaarder dan spelling of schrijven. Lezen is namelijk een ‘puurdere’ maat van dyslexie vanwege het automatische proces. Daarom geeft het lezen meer de doorslag bij de beoordeling van dyslexie. Bij spelling is altijd gerichte aandacht nodig en kunnen dus ook weer andere dingen spelen, waarom kinderen er moeite mee hebben (denk aan motivatie en taakgerichtheid).’

 

Vanaf welke leeftijd kun je dyslexie laten onderzoeken? 
jongen_vrouw_huiswerk_maken‘Vanaf de leeftijd van ongeveer 8 jaar, dus pas bij kinderen in groep 4, kun je dyslexie betrouwbaar onderzoeken. Dus nog niet echt vanaf groep 3. Je moet kinderen namelijk de kans geven om het lees- en spelproces op gang te laten komen.

Merk je dat het kind al last heeft op dit gebied vanaf de kleuterklas (zie hierboven), dan zou je een leerling van groep 3 eventueel wel al kunnen laten onderzoeken. Maar dat zijn eerlijkgezegd wel de uitzonderingen.’

 

Waarom is het belangrijk om het op jonge leeftijd te laten onderzoeken?
meisje_vrouw_schrijven‘Als je van groep 3 naar groep 8 kijkt, dan worden de normen steeds strenger. Als jij je op een trager tempo ontwikkelt vergeleken met je groepsgenoten, zal het verschil daarom steeds groter worden. Dan ga je dus steeds meer achterlopen ten opzichte van de andere kinderen.

In de hogere groepen wordt ook steeds meer gebruik gemaakt van taal. Zo heb je in groep 4 nog wel het ‘kale’ rekenen, maar vanaf groep 5 komen ook steeds vaker verhaaltjessommen aan bod. Dan is het ook bij vakken als rekenen belangrijk om goed te kunnen lezen. En bij de hogere groepen komt alleen nog maar meer (talige) informatie op de leerling af. Ze hebben dan een bepaald functioneel leesniveau nodig om alles op een goede manier te kunnen verwerken en te begrijpen. Dat is niet alleen nodig bij vakken als begrijpend lezen en redactiesommen, maar ook bij vakken als geschiedenis of aardrijkskunde.
Het is misschien goed om in dit kader te weten dat het onderdeel ‘begrijpend lezen’ één van de onderdelen is, waarop bepaald wordt welk niveau van voortgezet onderwijs je aankunt. Als jij het technisch leesniveau hebt van iemand van groep 3 en je moet lezen op het niveau van eind groep 7, dan is het lastiger om de inhoud van tekst er op een goede manier uit te pikken, zeker als je al zo worstelt met de tekst die je leest. (Als de tekst je voorgelezen wordt, kan het natuurlijk weer anders zijn.)

Om op een goede manier te kunnen laten zien, wat er aan vaardigheden en kennis in je zit, is het dus belangrijk dat het gat tussen je leesniveau en je vaardigheden niet te groot is. Als dat wel het geval is, dan wordt het een stuk lastiger om te laten zien wat je kunt.’

 

Kun je van dyslexie genezen? 
meisje_leest_boek_MLP‘Helaas kun je niet van dyslexie genezen. Je zult altijd meer moeite met lezen en spellen blijven hebben dan anderen zonder dyslexie.

Ondanks dat gegeven kun je het gebiedje in de hersenen wel trainen, waardoor het lezen en spellen beter gaat. Dyslexie is dus niet te genezen, maar je kunt je lees- en spelvaardigheden wel verbeteren. En dat is goed nieuws.

Het is goed om te accepteren dat het lezen en spellen moeilijk voor je is en zal blijven. Je ziet dat sommige kinderen heel opgelucht zijn met diagnose (‘gelukkig, ik kan er niks aan doen’); er valt een last van hun schouders. Andere kinderen voelen zich er juist vervelend door; ze krijgen het gevoel dat ze anders zijn dan anderen, dat ze niet normaal zijn of dat ze niet meer degene zijn die ze waren. Kinderen, die moeite hebben om te accepteren dat ze dyslexie hebben, kunnen baat hebben bij ‘psycho-educatie’. Bij het RID geven we hen o.a. een boekje mee dat ze samen met hun ouders kunnen lezen: ze gaan dan samen vragen beantwoorden, thema’s bespreken en ze kunnen wat meer gerustgesteld worden. De inhoud van dit boekje komt dan ook in de behandeling aan bod. Ook is het goed om te weten dat heel beroemde of intelligente mensen dyslexie hadden (denk maar eens aan Einstein). Door dyslexie zo positief mogelijk te benaderen, proberen we kinderen er een andere mind-set over te geven.

Nadat je een dyslexiebehandeling hebt gehad, kan de dyslexie toch weer de kop op steken, bijvoorbeeld als je een nieuwe taal gaat leren. Daar hebben leerlingen met dyslexie doorgaans meer moeite mee. Het blijft een zwakkere plek.’

 


EXTRA
Drs. Kim Huiskamp raadt de volgende boeken aan om (evt. samen met je kind) over dyslexie te lezen.

Informatieve boeken voor ouders:
boeken_MPL_dyslexie‘Kinderen met dyslexie, een gids voor ouders’ – T. Braams
‘Houvast bij leesproblemen en dyslexie op de basisschool, leidraad voor ouders’ – A. Paternotte en J. Buitelaar
‘Mijn kind & Dyslexie’ – R. Krijnen
‘Mijn kind heeft dyslexie’ – M. Ceyssens

Informatieve boeken voor kinderen: 
‘Dyslexie’ – Z. van Mersbergen (Informatiereeks 3, nummer 54)
‘Een 2 voor dictee. Een verhaal over dyslexie’ – J. Breeman
‘Letters op de snelweg. Boekje over dyslexie’ – K. Terlouw
‘Ik heb dyslexie, nou en!’ – L. de Groot

Leesboeken geschikt voor dyslectische kinderen:
http://www.makkelijklezenplein.nl (informatie over leesboeken voor dyslectici)
http://www.zwijsen.nl (serie Zoeklicht)
http://www.inktvis.nl (serie Kokkel-reeks)

Leesboeken over dyslexie voor kinderen: 
‘Ik ben niet bom!’- M. van de Coolwijk
‘Schatkasten’ – H. van der Werff
‘Pudding Tarzan’ – O.L. Kirkegaard
‘De smoezenkampioen’– C. Slee
‘Heksie. Hoe vang je een heks? – M. Snoeij


 

Waar wordt dyslexie wel eens mee verward? 
meisje_dromend_aan_tafel‘Als kinderen zich bij ons aanmelden om te onderzoeken of er sprake is van dyslexie, dan wordt er niet alleen gekeken naar hoe het met lezen en spelling gaat, maar we kijken ook naar andere schoolvakken. Kinderen kunnen namelijk in het algemeen moeite hebben om nieuwe vaardigheden aan te leren of ze kunnen een algemeen leerprobleem hebben. Dan heb je een heel andere benadering nodig om het kind verder te helpen.

Soms kunnen kinderen een taalontwikkelingsstoornis (TOS) hebben. Ze hebben dan moeite met taal in het algemeen; niet alleen moeite met lezen en schrijven, maar ook moeite met taalbegrip, met de taalproductie (uitspraak) en/of ze hebben een lage woordenschat. Bij kinderen met TOS is er dus meer aan de hand; ze hebben een breder taalprobleem.

Verder is het goed om aandacht te hebben voor andere stoornissen, zoals AD(H)D. Een kind dat bijvoorbeeld moeite heeft om de aandacht ergens bij te houden, kan daardoor in de klas informatie of instructie mislopen. Ook kan een kind met een aandachtsprobleem het ene vak wel leuk vinden en het andere niet; dan heeft het bijvoorbeeld minder aandacht voor taal en dus minder oefening om het goed te ontwikkelen. Dat wil echter nog niet zeggen dat er sprake is van dyslexie.

Sommige kinderen lopen een ‘didactische achterstand’ op: ze liggen achter op de groep, maar dat kan komen omdat ze minder effectief onderwijs hebben genoten dan andere kinderen. Ook dat hoeft dus niet door een mogelijk onderliggende dyslexie te komen.

Hier blijkt in ieder geval uit hoe complex het geheel kan zijn. Dyslexie kan ook nog eens samen voorkomen bij één van deze stoornissen (comorbiditeit), maar dat hoeft natuurlijk niet. Het is ook mogelijk dat de lees- en spelproblemen, die je opmerkt, door een ander onderliggend probleem veroorzaakt worden dan door dyslexie.’

 

Welke mythes, onjuistheden of vooroordelen bestaan er over dyslexie? 
meisje_leest_in_boek‘Er bestaan wel een aantal mythes of vooroordelen over dyslexie:

(1) Dyslexie ontstaat door een zuurstoftekort bij de geboorte of door slecht samenwerkende hersenhelften.
Vroeger werd wel gedacht dat dyslexie kwam door een zuurstoftekort bij de geboorte, maar we weten inmiddels dat dat niet zo is. Er werd ook wel gedacht dat de twee hersenhelften niet goed samenwerkten. Dan moesten de kinderen evenwichtsoefeningen doen, waardoor de helften wel beter gingen samenwerken. Beide ideeën zijn inmiddels ontkracht door wetenschappelijk onderzoek en niet waar gebleken.

(2) Kinderen met dyslexie kunnen niet goed zien of horen.  
Als je kijkt naar de gebieden in de hersenen die bij klankverwerking betrokken zijn, dan zitten die min of meer tussen de auditieve en visuele cortex in. De informatie die in de auditieve cortex terechtkomt (klank), wordt gecombineerd met de informatie die in de visuele cortex terecht komt (letter). Bij kinderen met dyslexie gaat die verwerking ervan moeizamer. Een kind met dyslexie kan dus zowel goed horen als zien, alleen het verwerken van de combinatie klank en letter gaat moeizamer. Je kunt dyslexie dus niet oplossen door een bril of een hoorapparaat te dragen.

(3) ‘Mijn kind heeft niet zo’n zin in lezen en spelling en moet gewoon wat beter zijn best doen.’ 
Ouders kunnen soms de overtuiging hebben dat hun kind niet gemotiveerd is en gewoon wat beter zijn best zou moeten doen. Maar ik leg dan altijd uit dat kinderen niet ongemotiveerd worden geboren; het kind beslist niet bewust of actief dat het geen zin heeft om te leren. Als een kind geen zin heeft om te lezen, om huiswerk te maken of om iets te doen voor school, dan komt dat door een bepaalde wisselwerking met iets anders. Dingen die je lastig vindt of waar je moeite mee hebt, vind je gewoon niet zo leuk om te doen. De berg wordt dan te hoog. Gelukkig kun je de berg lager maken, zodat het te behalen doel niet meer onbereikbaar lijkt. Het kind krijgt dan het gevoel dat hij het misschien toch kan.

We zien ook wel eens kinderen, die voordat ze bij ons komen, al een heel traject hebben afgelegd. Ze zijn dan al op zoveel plekken geweest en hebben al zoveel onderzoeken gehad, dat ze al bijna geen zin meer hebben om nóg een onderzoek of behandeling te ondergaan. Deze kinderen zou je ‘behandelmoe’ kunnen noemen. Dat wil echter niet zeggen dat ze niet geholpen kunnen worden; ook bij deze kinderen kan dyslexie vastgesteld worden en ook zij kunnen nog steeds geholpen worden.

(4) ‘Laat maar, er is toch niks aan te doen.’ 
Sommige ouders denken: ‘het is dyslexie, er is niks aan te doen’. Dat is echter niet het geval. Ook kinderen met dyslexie kun je met de juiste begeleiding beter laten lezen en spellen. Het is daarbij vooral belangrijk om voor ogen te houden wat je kind wel nog kan ontwikkelen en wat er nog wel mogelijk is. Ga na welk doel je kunt stellen. Daarbij is belangrijk om juist de inspanning, die je kind doet, te belonen (growth mindset) en niet het resultaat (fixed mindset).’

 

Wat kunnen ouders doen als ze het vermoeden hebben, dat hun kind dyslexie heeft? 
voorlezen_vader_dochter_lachend‘Als ouders vermoeden dat hun kind moeite heeft met lezen of spellen of zich er zorgen over maken, dan is het belangrijk om dat aan te kaarten bij de leerkracht. Het is goed om het zelf ook in de gaten te houden. Bespreek het, zodat de leerkracht er aandacht voor heeft.

School heeft dan – indien nodig – mogelijkheden om extra hulp aan leerlingen te bieden. Citotoetsen helpen bij het signaleren ervan. Daarna kan een leerling doorverwezen worden voor extra zorg; dat zou evt. naar het RID kunnen. Daar wordt onderzocht of er wel / geen sprake is van dyslexie en indien dat inderdaad het geval is, kan de dyslexiebehandeling plaatsvinden.

Over het algemeen is het belangrijk dat ouders met een kind met dyslexie een omgeving creëren, waarin lezen een plek heeft. Creëer een omgeving waarin regelmatig gelezen wordt en waarin dat ook beloond wordt. Denk dan in termen van ‘quality time’: lekker samen op de bank zitten en een boekje (voor)lezen. Maak (voor)lezen dus een normaal onderdeel van je eigen levenssituatie.

Uiteraard kan het voor ouders nog best lastig zijn om het lezen voor hun kind weer leuk te maken. Ga dan op zoek naar de intrinsieke motivatie van je kind. Dat kun je doen door vooral boeken uit te zoeken die je kind zelf heel leuk, interessant of boeiend vindt. Laat de boeken aansluiten op de belevingswereld en interesses van je kind. Als je kind bijvoorbeeld fan is van dinosaurussen, dan lees je daar samen boeken over. Bij drukke gezinnen kan zo’n één-op één-momentje, waarin je aan je kind (voor)leest, zelfs een uitkomst zijn. Door het samen te doen, wordt het lezen alleen maar leuker. Hiermee kun je de leesmotivatie en het leesplezier van je kind absoluut stimuleren.

Geef het dus niet op en ga vooral door met lezen. Lezen onder dwang, bijv. tot huilens toe, is natuurlijk het andere uiterste. Dat laatste vergroot alleen maar de weerstand bij je kind. In de plaats daarvan is het beter om je kind zelf zijn boeken uit te laten kiezen. Ga samen naar de bibliotheek en maak er daarna samen een gezellig leesmoment van.
Goed om nog te weten is ook dat het geen probleem is om kinderen naar luisterboeken te laten luisteren of om software te gebruiken om boeken te laten voorlezen. Het is dan wel belangrijk dat kinderen het boek erbij houden en zelf meelezen. In de bibliotheek heb je ook een Makkelijk Lezen Plein, waar je boeken kunt vinden voor kinderen die wat meer moeite hebben met lezen.

 


Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend.
 Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?
Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Lees verder over gerelateerde thema’s:
Wist jij dit al over opvoeding en ouderschap…? Uitgebreide interviews met toonaangevende experts.’ 
– ‘11 tips om samen (voor)lezen nóg leuker te maken.
– ”Nog een keer lezen, nog een keer’- 5 eenvoudige tips om samen (voor)lezen met je kind nóg leuker te maken.
– ‘Waarom worden kinderen en tieners toch zo boos?‘. 
‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl. 

‘Super. Goed gedaan, zeg!’ (over: Hoe je waardevolle complimenten geeft aan je kind.)

kinderen_groep_duim_omhoogComplimentjes geven is fijn, complimentjes ontvangen ook. Als jij je kind een complimentje geeft, krijgt je kind daar een positief gevoel van. Het voelt zich fijn en misschien wel trots op zichzelf.

Een belangrijke reden om je kind een compliment te geven is om te laten weten dat je het fijn vindt wat je kind doet of heeft gedaan. Als je kind weet wat jij fijn vindt, dan is de kans groter dat hij dat nog eens zal doen. Je mag er namelijk van uit gaan dat je kind jou graag wil helpen en jou blij wil maken (ook al voelt dat misschien niet altijd zo…). Door het geven van complimentjes kun je je kind dus stimuleren om iets (vaker) te doen van wat jij fijn vindt.

Het ene compliment is echter het andere niet. Een goed compliment is duidelijk, specifiek en oprecht. Je kind moet begrijpen waar het compliment over gaat en wat hij precies goed heeft gedaan. Je kind voelt vaak heel goed aan of je het compliment wel/niet meent.

Je hoort vaak ouders tegen hun kind zeggen ‘goed gedaan’ of ‘super’. En dat is natuurlijk altijd wel fijn om te horen, maar daar leert je kind niet veel van. Het nadeel van dergelijke algemene uitspraken is dat je kind dan nog steeds niet weet wat hij precies goed gedaan heeft of wat jij precies super vindt. Vandaar dat een goed compliment ook altijd een korte uitleg of beschrijving bevat.

 

Hieronder volgt een aantal voorbeelden van complimenten, die specifiek, duidelijk  en concreet zijn:
moeder_geeft_meisje_dikke_duim– ‘Wat eet je netjes met mes en vork.’
– ‘Wat heb je die zon mooi rond getekend.’ of ‘Ik zie dat je goed je best gedaan hebt om binnen de lijntjes te kleuren. Dat ziet er heel netjes uit zo.’
– ‘Wat knap dat je je sok al aangetrokken hebt.’
– ‘Wat fijn dat je de tafel al hebt gedekt. Nu kunnen we allemaal nog sneller aan tafel.’
– ‘Wat goed van je om al te beginnen met het opruimen van je speelgoed. Dan vallen we er tenminste niet over.’
De oprechtheid van het compliment zit ‘m natuurlijk in de manier waarop je het tegen je kind zegt. Het is – ook bij een compliment geven – de toon die de muziek maakt!

Ik realiseer me heel goed dat de kans groot is dat dit niet de manier is waarop jij gewend bent om je kind een compliment te geven. Misschien heb jij er sowieso wel eens moeite mee om complimenten te geven, laat staan dat je het ook nog eens op zo’n ‘gekunstelde’ manier zou moeten doen (als je complimenten geven inderdaad nog best lastig vindt, dan vind je onderaan dit artikel extra tips). Je vindt het misschien niet nodig of overdreven of misschien voel je je er zelf gewoon onprettig bij en dan lijkt dit een grote omweg om te laten merken dat je iets fijn vindt. Het voelt voor jou dan onnatuurlijk aan. Wellicht helpt het je om deze complimenten anders te zien: wat je met deze manier van complimenten geven eigenlijk doet, is het fijne gedrag dat je kind laat zien expliciet benoemen. Je wijst hem expliciet op dat prettige gedrag, zodat hij weet wat hij goed doet. Daardoor stimuleer je hem om ermee door te gaan en maak je de kans groter dat hij het in de nabije toekomst nóg een keer zal doen.

moeder_piekert_kind_met_knuffelAls je voor je gevoel (te) vaak met je kind in de clinch ligt, discussies hebt of ruzie maakt, dan is het soms nog knap lastig om iets positiefs of goeds aan je kind te ontdekken. Toch doet iedereen altijd wel iets goed, dus jouw kind ook. Zorg er daarom voor dat jou dat fijne gedrag opvalt en zeg het meteen tegen je kind. Daardoor vergroot je de kans dat jouw kind dat fijne, positieve en gewenste gedrag vaker laat zien.

TIP: Heb je er moeite mee om de positieve kanten van je kind te zien? Ga er dan eens een week lang extra goed op letten en schrijf iedere dag min. één positieve eigenschap, vaardigheid of handeling op. Dat kan in het begin iets heel kleins zijn, zoals ‘je hebt meteen toen ik het vroeg de tafel gedekt’, ‘je hebt maar liefst een half uur zelf met de Knex gespeeld’ of ‘je had de slappe lach samen met je zusje’.

Uit onderzoek blijkt dat complimenten effectief kunnen zijn om er o.a. voor te zorgen dat je kind beter naar je luistert. Toch zijn niet alle complimenten alleen maar positief; sommige complimenten kunnen zelfs een negatief effect hebben op de interne motivatie van je kind. Als je te grote of opgeblazen complimenten geeft aan je kind, dan is de kans groot dat je kind uitdagingen juist eerder uit de weg gaat of eerder opgeeft (‘het lukt me nu toch niet meer om m’n ouders zo trots op me te maken als toen…’).

Er komen dan ook steeds meer aanwijzingen waaruit blijkt dat het echt uitmaakt wat voor soort compliment je precies aan je kind geeft. Hieronder lees je op welke manier je juist wel complimenten kunt geven.

Goede complimenten voldoen aan een aantal specifieke kenmerken:

(1) Wees oprecht.
kinderen_duim_omhoogGeef alleen een compliment als je het echt meent. Je kind merkt dat aan je; waarschijnlijk niet bewust, maar hij kan er wel een fijn of juist vervelend gevoel van krijgen.
Als je namelijk niet oprecht bent bij het geven van een compliment, kan je kind het gevoel krijgen dat je hem zielig vindt, hem probeert te manipuleren of dat je hem niet begrijpt. Ook dat zijn juist weer punten waardoor het geven van een compliment averechts kan werken.

(2) Wees specifiek en beschrijf op een realistische manier wat je kind (goed) gedaan heeft.
Zeg dus liever ‘Wat knap dat jij je veters helemaal zelf hebt gestrikt!’, ‘Wat goed dat je alvast uit jezelf naar boven bent gegaan om je om te kleden.’ en niet ‘Goed gedaan!’ of ‘Ik heb nog nooit iemand zo mooi piano horen spelen als jij!’.

(3) Geef liever een compliment over het gedrag van je kind dan over z’n persoon.
Als je een compliment geeft over het gedrag van je kind, dan zeg je iets over datgene wat je kind doet (bijv. tekenen, spelen, fietsen, rennen). Geef je een compliment over de persoon van je kind, dan zeg je iets over eigenschappen van je kind, bijv. over zijn karakter, persoonlijkheid, intelligentie (bijv. ‘wat ben je toch mooi’, ‘wat ben je toch slim’). Als je te vaak complimenten geeft over je kind als persoon, dan kan je kind daar juist erg onzeker van worden en daardoor juist gaan onderpresteren. Probeer dus te voorkomen dat je te vaak iets zegt over eigenschappen van je kind en geef liever een compliment over zijn gedrag.
En natuurlijk mag je af en toe toch nog wel eens tegen je kind zeggen dat je hem mooi, lief of slim vindt, maar (gezien de mogelijke negatieve effecten) voorkom dat je dat te vaak doet of overdrijft…

vader_zoon_high_fiveHet gaat er hierbij juist om dat je je kind (stimu)leert om zich op een positieve manier te gedragen en dus dat je laat weten wat jij positief gedrag vindt. Wat dat betreft werkt het ook nog eens goed om gedrag te benoemen dat nog kan veranderen of wat je kind nog kan ontwikkelen (bijv. de moeite die hij ergens voor gedaan heeft of de strategieën die je kind gebruikt).

Er zijn veel onderzoeken gedaan naar het effect van het geven van complimenten. Als je hier verder over wilt lezen, dan vind je onderaan dit artikel een aantal links en referenties, die ik voor dit artikel heb gebruikt en waar je verder in kunt lezen.

 


M’n vaste e-zine-abonnees lazen in dit artikel ook nog wanneer je juist beter géén complimenten kunt geven, wat je kunt doen als je het zelf lastig vindt om complimenten te geven en als je merkt dat je kind het lastig vindt om complimentjes te ontvangen.

tip_gezinWil jij ook graag alle opvoedtips van Joyce lezen?
Meld je dan aan voor het GRATIS e-zine, dat ze 1x per maand naar haar abonnees stuurt. Haar e-zine (digitaal magazine) staat boordevol praktische en waardevolle opvoedtips, steeds over een ander belangrijk opvoedthema.
Kort na je aanmelding ontvang je alvast haar GRATIS E-boek ‘5×5 OpvoedTips – Nóg meer genieten van je kind’ in je mailbox, zodat je meteen met de eerste praktische tips kunt beginnen.
Het e-zine verstuurt ze op de 1e dag van de maand. Zowel het e-zine als het e-boek ontvang je helemaal GRATIS, vrijblijvend  én zonder verdere verplichtingen.
Klik hier om meer te lezen over Joyce’ e-zine, bijv. welke thema’s je zoal mag verwachten.


Ik hoop van harte dat je met één (of meerdere) van deze tips aan de slag gaat. Het zal er aan bijdragen dat je je kind (nòg) meer stimuleert om ‘gewenst’ gedrag te laten zien en jullie relatie (nog) fijner wordt. Laat je me weten hoe het gegaan is?

Heb je vragen of opmerkingen over dit thema?
Mail die dan vrijblijvend naar info@aksecoaching.nl of plaats je reactie onder dit bericht.

Veel succes!
Mvg, Joyce Akse

http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

Geschreven door Joyce Akse van Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies.
© 2016. Joyce Akse/Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

cropped-logo_akse_coaching_klein_nieuw.pngGa (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Wil je weten hoe opvoedcoach Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’ jou kan helpen om meer rust thuis en in je gezin te geven, zodat je (nóg) meer van je kind(eren) kunt genieten?
Ga dan naar www.aksecoaching.nl en/of neem contact met haar op via onderstaande contactgegevens.

Lees verder over gerelateerde thema’s: 
– ‘Ik zeg het nou nog één keer…! (of: Hoe voorkom je dat je kind niet naar je luistert.)’. Klik hier.
– ‘Voorkom ongewenst gedrag: Geef je kind positieve aandacht.’ Klik hier.
– ‘In 5 stappen naar minder stress én positiever opvoeden.’ Klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

Joyce gebruikte o.a. onderstaande referenties voor dit artikel:
– Brummelman, E. (2013). Sommige complimenten kunnen averechts werken bij kinderen met lage zelfwaardering. Lees het artikel.
– Dewar, G. (2008). The effects of praise: What scientific studies reveal about the right way to praise kids. Parenting Science. Lees het artikel.
– Nationale Zorggids. (2014). Kind niet altijd gebaat bij veel complimenten. Lees het artikel.
– Sanders, M.R., Markie-Dadds, C., & Turner, K.M.T. (2007). Tafeldraaiboek. The University of Queensland: Australia.

‘Zit nou toch NIET stil!’ – Over: Hoe je je kind stimuleert om MEER te bewegen.

meisje_kijkt_tvDaar zit ze dan, je dochter van 5, al de hele ochtend voor de tv. Voor eventjes vond je het wel makkelijk dat ze lekker rustig naar haar favoriete tv-programma’s keek. Zo kon jij namelijk zelf nog even de bedden opmaken, de ontbijttafel afruimen, de was wegwerken en nog meer van dat soort klusjes. Maar nu wil je graag samen iets met je dochter gaan ondernemen. Je stelt voor om naar de winkel te fietsen en om samen boodschappen te gaan doen. Meestal vindt ze dat wel leuk om te doen, maar nu krijg je een stellig ‘nee’ te horen. Ook heeft ze totaal geen zin om buiten te spelen of om naar de speeltuin te gaan. Wat je ook voorstelt, ze blijft ‘nee’ zeggen. Je dochtertje is totaal niet in beweging te krijgen, terwijl je weet dat dat juist zo goed voor haar is…

Goed om te weten:
het idee van dit artikel is afkomstig van Nikki Krauwel (stagiaire bij Akse Coaching). Zij heeft dan ook een groot deel van dit artikel voor haar rekening genomen.

 


De afgelopen 20 jaar is het aantal kinderen dat te zwaar is verdubbeld, met allerlei risico’s van dien.
Overgewicht ontstaat voornamelijk uit de combinatie van twee factoren, namelijk (1) ongezonde voeding en (2) weinig beweging. Om op een goed gewicht te komen (of te blijven), is het enerzijds belangrijk om gezond en gevarieerd te eten en anderzijds om voldoende te bewegen. Als vader of moeder kun je al bij je jonge kind zorgen voor een goed eet- en beweegpatroon.

ScalesOvergewicht bij jonge kinderen (of zelfs obesitas) is vaak een voorspeller van overgewicht op latere leeftijd en vergroot de kans op hart- en vaatziekten.
Dit kun je o.a. tegengaan door voldoende te bewegen. Beweging kan ook vervelende ziekten zoals kanker en diabetes voorkomen. En dat is niet alles…

Bewegen is goed voor de spijsvertering, conditie, het afweersysteem, de ontwikkeling van de motoriek en zorgt voor sterkere spieren en botten van je kind. Je kind voelt zich veel energieker als het zich beweegt dan wanneer het zich niet beweegt. En – last but not least – vermindert bewegen ook nog eens stressvolle, angstige en depressieve gevoelens en is het goed voor het sociale leven van je kind. Overgewicht vergroot namelijk de kans op gepest worden en op buitensluiting door andere kinderen.
In dit artikel lees je hoe je je kind stimuleert om meer te bewegen.

 


TIP: Wil je weten of je kind op dit moment een goed gewicht heeft?
Klik dan hier om daar achter te komen. Kom daarna weer terug om dit artikel verder te lezen.



Sommige ouders vinden het best lastig om hun kind – met of zonder overgewicht – voldoende te laten bewegen.
De verleidingen van de spelcomputer, tv of tablets in huis zijn vaak erg groot. In dit artikel vind je 5 praktische tips waarmee je je kind gemakkelijker in beweging brengt.

 

1. Laat je kind elke dag voldoende bewegen.
Voldoende bewegen betekent dat je kind elke dag minstens één moment actief beweegt. Bewegen kan van alles betekenen, bijv. rennen, springen, lopen, klimmen, stoeien, met een bal spelen, touwtje springen en dansen. Kleine activiteiten, zoals iedere dag in de tuin spelen, maken al een heel verschil en dragen eraan bij dat je kind voldoende beweegt.

Uit onderzoek blijkt bijv. dat kinderen in de leeftijd van 3-5 jaar, die geen toegang hadden tot een tuin, dikker waren op 7-jarige leeftijd dan kinderen, die in diezelfde leeftijdscategorie wél toegang hadden tot een tuin (klik hier om het artikel te lezen).

 

Maar: hoe pak je dat aan?
kinderen_moeder_voetballen_in_tuin– Zorg dat je kind – als het naar buiten kijkt – ziet wat het kan doen: leg alvast een bal of zet een fiets, step of skippybal klaar, zodat je kind weet waar het mee kan beginnen. Zet natuurlijk ook weer niet te veel buiten, waardoor je kind niet meer weet wat het moet kiezen.

– Je kunt bewegingsspelletjes doen, waarbij jij zelf een beweging voordoet en je kind dit na doet; uiteraard kun je de rollen ook omdraaien. Plezier gegarandeerd!

– Je kunt je kind stimuleren om te bewegen door de bellen, die jij blaast, zoveel mogelijk door je kind door te laten prikken.

– Je kunt samen gaan fietsen, tikkertje of verstoppertje doen, touwtje springen of andere spelletjes, waarbij je kind veel kan bewegen.
Kinderen vinden het vaak heerlijk om samen met papa of mama iets te doen, dus neem ook echt even de tijd om samen buiten te gaan spelen (en dus om samen te bewegen).

 

2. Laat voldoende en actief bewegen niet van het weer afhangen.
meisjes_liggen_bij_paddestoelOok als het weer niet mee zit, zijn er nog best veel alternatieven om je kind te laten bewegen. Denk hierbij aan binnenspelletjes als verstoppertje spelen, ‘balletje hoog houden’ met een ballon, speel het spel ‘Twister’ of dans samen op de favoriete muziek van je zoon of dochter.
In het najaar kun je overigens ook prima naar buiten; dat hoef je niet alleen te reserveren voor het voorjaar en de zomer. In de herfst is het fijn om in het bos te wandelen en om samen verkleurde blaadjes, eikels, kastanjes of paddenstoelen te zoeken. Van de gevonden herfstschatten kun je thuis weer een mooie kijkdoos of grappige bosdiertjes maken.
In de winter, als er sneeuw valt, kun je een sneeuwpop maken, een wandeling door de sneeuw maken of gaan schaatsen.
Doe je kind dan oude kleren aan, zodat hij lekker zijn gang kan gaan. Daardoor kan je kind nog meer genieten van het samen buiten zijn. Dat bad komt later wel…
TIP: Ga naar IVN Scharrelkids en meld je aan voor de gratis ‘Paddenstoelen zoekkaart’.
Ga naar OERRR Natuurmonumenten en meld je aan voor informatie over allerlei leuke (buiten)activiteiten ed. (tegen een kleine betaling).
3. Neem voldoende beweging op in jullie dagprogramma.
Stimuleer je kind  om een sport te kiezen, die hij leuk vindt en die hij wekelijks kan beoefenen. Als je je kind liever geen lid maakt van een sportvereniging, dan kun je beweging ook opnemen in je eigen dag- en weekprogramma. Dit kan bij jonge kinderen, die nog niet naar school gaan, al heel simpel door ze mee te laten doen met wat jij zelf doet; kinderen vinden het vaak hartstikke leuk om je met allerlei klusjes te helpen. Ga bijv. wandelend of fietsend naar de supermarkt of laat je kind je volgen als je de trap op en af loopt. Ook bij het opruimen kun je je kind vragen om te helpen met het opbergen van speelgoed (lees hier hoe je je kind leert om op te ruimen); op die manier beweegt je kind natuurlijk ook.
4. Maak afspraken over niet-beweegtijd.
jongens_televisie_kijkenHet kan natuurlijk voorkomen dat je kind, net zoals het meisje van 5 hierboven, helemaal niet wil bewegen en alleen maar televisie wil kijken of computerspelletjes wil doen. Sommige kinderen vinden bewegen gewoon niet leuk, zien het als verplichting en denken dan aan de activiteiten die ze moeten doen tijdens de gymles (en waar ze misschien niet goed in zijn). Bewegen in en om het huis kan er natuurlijk heel anders uitzien dan wat er op school van je kind verwacht wordt.
Maak vooral duidelijke afspraken met je kind over de tijd, waarin je kind niet hoeft te bewegen, bijv. om televisie te kijken of achter de pc te zitten (de niet-beweegtijd) én over de beweegtijd. Als je hier samen afspraken over maakt, zorg je voor duidelijkheid bij je kind. Je kind weet dan wat het kan verwachten: wanneer hij/zij gaat bewegen en wanneer hij/zij ‘even bij mag komen’.
Zeg wanneer je hierover afspraken maakt bijvoorbeeld: ‘We lopen nu even naar de winkel om boodschappen doen. Als we terug zijn, ga ik koken en dan mag jij tv kijken. Zodra we gaan eten, gaat de televisie weer uit.’.

Zo heb je beweging en niet-beweegtijd gecombineerd en heb je een duidelijke afbakening voor je kind gemaakt. Misschien nog goed om te weten: het verminderen van zittende activiteiten kan al effectiever zijn in het voorkómen van overgewicht dan het stimuleren van sporten.

gezin_rent_hard_samenM’n e-zineabonnees lazen ook nog stap 5 over hoe je houding als ouder over wel/niet bewegen van invloed kan zijn op de houding van je kind en op welke manier je zelf het goede voorbeeld kunt geven.

=> Wil jij voortaan ook alle opvoedtips van Joyce lezen?
Klik dan hier en meld je GRATIS én vrijblijvend aan voor Joyce’ e-zine, boordevol praktische opvoedtips; het e-zine verstuurt ze steeds op de 1e dag van de maand. Kort na je aanmelding ontvang je alvast haar E-boek ‘5×5 OpvoedTips – Nóg meer genieten van opvoeden’ in je mailbox, zodat je meteen met de eerste praktische tips kunt beginnen. Ook het e-boek ontvang je GRATIS én zonder verdere verplichtingen.


KORTOM: om je kind een gezonde levensstijl aan te leren (én om overgewicht te voorkómen), is het belangrijk dat je kind voldoende beweegt. Laat je kind ervaren dat bewegen leuk is.

Lees hier verder over gerelateerde thema’s:
– Hoe je het apparaat- / beeldschermgebruik van je kind binnen de perken houdt (klik hier).
– Hoe je zicht houdt op het internetgebruik van je kind (klik hier).
– Hoe je je kind gezond, genoeg en gevarieerd laat eten (klik hier).

 

Vind je het lastig om bovenstaande tips uit te proberen? Of heb je deze aanpak al vaker toegepast, maar heb je het idee dat deze bij jou niet werkt? Ben je op zoek naar aanvullende informatie en tips om op een goede manier op het vervelende gedrag van je kind te reageren? Neem dan contact met me op.

 

Om op een positieve manier op te voeden, heb je hierboven een aantal basale tips gelezen, die van toepassing zijn in een specifieke situatie. Hiermee kun je alvast aan de slag om de opvoeding van je kind aan te pakken. Daarnaast zijn er natuurlijk nog andere manieren om de opvoeding van je kind aan te pakken. Wil je graag weten welke manieren er nog meer zijn of wil je weten welke manier het best past jou en je kind past?
Neem dan contact met me op (via joyce@aksecoaching.nl of +31-6-11107102), zodat ik er – samen met jou – voor kan zorgen dat jouw kind de opvoeding krijgt die het verdient en die bij jou, je kind en je gezin past.

 

Wil je reageren op dit artikel of dit thema?
Zet je reactie dan onder dit artikel.

 

Wil je graag meer tips over leren luisteren en positief opvoeden?
Kom dan eens naar een lezing of workshop, die ik over dit thema houd. Klik hier om te zien wanneer de volgende thema-avond gepland staat en/of stuur een e-mail naar info@aksecoaching.nl om er een samen met mij te organiseren.

Het is natuurlijk ook mogelijk om ‘op maat’ adviezen te krijgen in een gesprek één-op-één; we plannen dan samen een kennismakingsgesprek (dat kan o.a. bij mij op kantoor of via Skype).

Ik hoop van harte dat je op basis van deze tips op een leuke manier aan de slag kunt met opvoeden én dat je opvoeding op een fijne, rustige en plezierige manier kan verlopen. Ik wens jullie veel plezier samen!

Met vriendelijke groet, ook namens Nikki Krauwel,
Joyce Akse

 

© 2015. Joyce Akse/Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.
Geschreven door Joyce Akse van Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies.

logo_akse_coaching_groot_nieuw

 

=> Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Nikki gebruikte voor dit artikel de volgende referentie(s):
– ANP. (2015, september 16). Peuters met tuin zijn later minder dik. [Lees hier het artikel.]
– Marx, H., Westpalm van Hoorn, M., & Molenaar, H. (2009). Je peuter. Uitgeverij Het   Spectrum: Houten.
– NISB. Kinderen en ouders samen actief. [Lees hier het artikel.]
– Stichting Voedingscentrum Nederland. Gezond gewicht en bewegen voor kinderen van 4-13 jaar.  [Lees hier het artikel.]
– Van Wouwe, J. P., Renders, C. M., Bruil, J., & Hirasing, R. A. (2004). Overgewicht bij jonge  kinderen. Bijblijven, 20, 370-376. doi:10.1007/BF03059810.