Heeft mijn kind dyslexie of niet? Wat je er als ouder of leerkracht over moet weten. [ Interview met dyslexie-expert drs. Kim Huiskamp ]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze experts interviewt over hun eigen onderzoek of werkveld. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, opvoeding en/of de ontwikkeling van kinderen (0-16 jaar). 

 

jongen_schrijven_handen_in_haarZodra je kind naar school gaat, komt hij al snel in aanraking met taal. In de kleutergroepen wordt er voorzichtig aandacht aan besteed en vanaf groep 3 begint het echte werk. Bij de meeste kinderen verloopt de taalontwikkeling zonder veel problemen; bij sommige kinderen zie je echter dat het lezen en spellen moeizamer gaat. Dat komt vaak in groep 3 en 4 naar boven. Bij deze kinderen zou er sprake kunnen zijn van dyslexie.

Over het onderwerp ‘dyslexie’ interviewde ik drs. Kim Huiskamp. Zij werkt als diagnosticus en behandelaar bij het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) in Maastricht.

In dit artikel vertelt ze uitgebreid wat dyslexie precies is (en wat niet), hoe je dyslexie bij jouw kind kunt herkennen, waarom het belangrijk is om de taalontwikkeling van je kind goed in de gaten te houden en – indien nodig – op tijd te starten met behandeling. Daarnaast vertelt ze welke mythes en vooroordelen er soms nog bestaan over dyslexie, waar dyslexie wel eens mee verward wordt en wat je als ouder kunt doen om het leesplezier van je kind te stimuleren.

 

Je bent expert op het gebied van dyslexie en leesvaardigheid. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan? 
meisje_wil_niet_lezen‘Ik ben eigenlijk toevallig met dyslexie in aanraking gekomen. Aan het einde van mijn opleiding psychologie heeft mijn stagebegeleidster mij in contact gebracht met prof. dr. Leo Blomert, expert op het gebied van dyslexie. Hij zocht mensen om een vakgroep te vormen om het dyslexieprotocol op poten te krijgen en dat wilde ik graag doen. Op die manier kon ik dus bij toeval in zijn werkgroep aan de slag. Daardoor kwam ik ook in aanraking met wetenschappelijk onderzoek naar dyslexie. Het onderwerp trok mij erg aan, maar ik merkte dat ik liever in een klinische setting werkte dan in een wetenschappelijke. Via Leo Blomert werd ik toen voorgesteld aan Patty Gerretsen, toentertijd directeur wetenschap van het RID. Zo ben ik uiteindelijk bij het RID terechtgekomen en daar werk ik nu al 15 jaar. Wat ik zo prettig vind aan werken met mensen met dyslexie is dat je echt iets voor iemand kunt betekenen. Iedereen in onze maatschappij krijgt te maken met lezen en schrijven en als je dyslexie hebt, kun je flinke problemen ondervinden op school, op je werk of zelfs privé. Met een gerichte behandeling en concrete tools, kun je kinderen (en volwassenen) met dyslexie echt helpen hun situatie te verbeteren. Het geeft me enorm veel voldoening dat ik op deze manier iets kan betekenen voor de kinderen, die bij ons komen.’

 


Curriculum Vitae
kim_huiskamp_fotoDrs. Kim Huiskamp studeerde neuro– en ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Maastricht. Daarna werkte ze een jaar als psycholoog / onderzoeksassistent aan dezelfde universiteit. Vervolgens maakte ze de overstap naar het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) in Maastricht. Ze werkte er een tijd als hoofd behandeling en vestigingsmanager; momenteel als diagnosticus en behandelaar.


 

Kun je uitleggen wat dyslexie precies is?
hersenen_kwabben‘Als je dyslexie hebt, dan heb je moeite met lezen en/of spelling. Sommige kinderen hebben alleen moeite met lezen, andere alleen met spellen en weer andere met allebei. De grootste groep van de kinderen met dyslexie heeft moeite met allebei.

In onze maatschappij maken we gebruik van het alfabetische schrift. Onze woorden zijn opgebouwd uit klanken. Als je het woord wil leren lezen en schrijven, dan zul je het woord moeten opdelen in klanken. Je gaat dan als het ware de klankstructuur van woorden ontcijferen.

In de hersenen zit een gebiedje (temporaal kwab*) dat de klankstructuur van woorden verwerkt, het helpt je met het in stukjes hakken van woorden. Dat gaat automatisch, onbewust.
*: Meer specifiek, de superieure temporale sulcus (STS) en planum temporale (PT) zijn betrokken bij de integratie van de letter-klank-koppeling. De visual word form area (VWFA) is betrokken bij directe woordherkenning.

Bij dyslexie is dat gebiedje wat minder goed toegerust om de klankinformatie te ontwarren. Die informatie loopt dan een beetje door elkaar. Je spreekt woorden misschien soms net een beetje verkeerd uit.
Bijvoorbeeld: Je hebt het dan niet over ‘doelwit’ maar over ‘doellid’.

En dat is eigenlijk nog maar het begin. Kinderen (of volwassenen) met dyslexie hebben er dus moeite mee om de klanken van elkaar te onderscheiden. De volgende stap is dat je de klanken gaat koppelen aan een letter, dus de klanken van losse letters. In groep 3 begin je daarmee: je leert welke klank bij welke letter hoort (bijv. ‘Dit is de letter ‘L’ en die klinkt zo…’).

Die letter-klank-koppeling zit weer in een ander gebiedje van die temporaal kwab. Dat gebiedje koppelt als het ware de auditieve (klank, die je hoort) en visuele informatie (letter, die je ziet) aan elkaar. Dat ‘koppelproces’ duurt eigenlijk jaren. Van groep 3 naar groep 8 maken kinderen daarin een stijgende lijn door. Die integratie duurt dus echt jaren en kan alleen optreden met onderwijs. Pas daarna wordt het een automatisch proces. Op het moment dat het automatisch is, kun je het zien van een letter niet meer als niet-letter zien. Op latere leeftijd gebeurt dat zelfs met hele woorden. Maar daar heb je dus wel training voor nodig. Een beginnende lezer kan dat nog niet met hele woorden. Daarom begin je op school eerst met het leren van de letters met bijbehorende klanken.’

 

Hoe ‘ontstaat’ dyslexie? 
loesje_dyslexie‘Je wordt met dyslexie geboren; het ontstaat dus eigenlijk niet echt. Het is ook erfelijk, wat betekent dat het vaker binnen families voorkomt.

Bij dyslexie zijn twee vaardigheden of processen verstoord: aan de ene kant is dat de klankverwerking (fonologische verwerking), aan de andere kant is dat de letter-klankkoppeling.

In groep 3 leren kinderen om te ‘decoderen’ oftewel om te ‘hakken & plakken’.
Bijvoorbeeld: ze leren dat het woord ‘kip’ uit 3 klanken bestaat: k – i – p.

In de hersenen gaat dat dan nog niet automatisch. De kinderen zullen er energie in moeten steken om dat goed te leren. Ze hebben op dat moment ook nog minder bronnen om het woordbeeld in hun geheugen op te slaan.

Als je het hele proces van het lezen en spellen hebt doorlopen, dan is het eindstation dat je een heel woord ziet en herkent. Je herkent het omdat het opgeslagen is in het ‘mentaal lexicon’. Hoe meer je daarin opgeslagen hebt, hoe automatischer het lezen en spellen gaat. Dat automatisme kun je trouwens ook krijgen als je dyslexie hebt. Maar omdat de basis van het aanleren lastiger is, duurt het langer om bij dat eindstation te komen.’

 

Hoe kunnen ouders dyslexie bij hun kind herkennen? 
jongen_in_klas_juffrouw_geen_zin‘Je kunt dyslexie eigenlijk pas echt herkennen vanaf dat je kind een tijdje in groep 3 zit, dus als je kind echt onderwijs krijgt op het gebied van lezen en schrijven. Bij kleuters zie je ook al wel eens dat ze moeite hebben met klankverwerking. Ze hebben dan bijv. moeite met het leren / benoemen van de kleuren, met links en rechts, ze hebben moeite met rijmen, ze vinden het lastig om de namen van klasgenootjes te onthouden of ze vinden het moeilijk om nieuwe liedjes te leren. Dat zijn allemaal dingen waarbij ze iets moeten doen op het gebied van klankverwerking. Een deel van de kinderen, dat hier moeite mee heeft, kan later moeite krijgen met lezen en schrijven. Dat hoeft echter niet perse. Het zijn dus geen harde criteria, eerder een aanwijzing om het goed in de gaten te houden. Andersom geldt dat ook: als je kind hier als kleuter geen moeite mee heeft, dan wil dat niet zeggen dat hij geen dyslexie kan hebben. Het kan op dyslexie wijzen, maar dat is niet één op één.

In groep 3 kijk je of leerlingen moeite hebben met het leren van letters, met het hakken en plakken, met het op tempo lezen van woorden en of leerlingen fonetisch blijven schrijven (= letterlijk schrijven van wat je hoort).

Het mag dus duidelijk zijn dat je lezen en spellen echt moet leren. Wil je dyslexie kunnen aantonen, dan moet je dus onderwijs hebben gehad. Als school merkt dat een kind moeite heeft met lezen en spellen, dan moet het ook extra onderwijs en aandacht op dat gebied aanbieden. Halverwege groep 3 kom je er misschien achter dat een leerling zich wat trager ontwikkelt op het gebied van taal en spelling. Dan is het belangrijk om uit te filteren waar dat door komt; een probleem op het gebied van lezen en spelling hoeft nl. niet altijd op dyslexie te wijzen. Basisscholen hebben daar een protocol voor.
Als school bijvoorbeeld op basis van de citoscores (bij score D of E) merkt dat het lezen van een leerling achterblijft, dan wordt er extra aandacht aan die leerling gegeven; bijv. door de leerling in een apart groepje te zetten en/of extra aandacht te geven op het gebied van lezen en/of spelling. Als de leerling dat een half jaar of heel jaar heeft gehad en dat blijkt onvoldoende effect te hebben gehad, dan kun je pas echt gaan onderzoeken of dyslexie een mogelijke oorzaak is.

Het is belangrijk om na te gaan wat precies de oorzaak is van de problemen die een leerling heeft op het gebied van lezen en spellen. Juist om te weten of het dyslexie kan zijn of niet. Een leerling kan bijvoorbeeld ook een algemeen leerprobleem hebben of er speelt iets anders dat hem belemmert in zijn leerproces. Denk bijvoorbeeld aan een trauma in de familie (bv. echtscheiding en daardoor verlies van motivatie om te leren of goed mee te doen op school). Dan kan een kind dus wel moeite met lezen en/of spelling hebben, maar niet door een onderliggende dyslexie. Vandaar dat het enerzijds zo belangrijk is om goed te onderzoeken wat precies de reden is dat een kind moeite heeft met lezen en/of spelling. Anderzijds is het daarom goed om een breder leerprofiel mee te nemen en om te beoordelen of de één-op-één-hulp in de klas goed genoeg heeft gewerkt. Uiteraard kunnen de lees- en spelmoeilijkheden ook nog andere oorzaken hebben of samenhangen met andere stoornissen.’
Daarover bij een volgende vraag meer.

 


Heb je het idee dat kinderen hun dyslexie kunnen verdoezelen, waardoor het voor ouders of leerkrachten lastig wordt om het te herkennen? 
meisje_juffrouw_samen_lezen‘Eerlijkgezegd lijkt het me voor een kind bijna niet te doen om dyslexie te verdoezelen. Ze kunnen wel verschillende strategieën laten zien om met hun lezen of spelling om te gaan. Ze trappen bijvoorbeeld op de rem en gaan heel langzaam lezen. Of ze gaan juist heel snel lezen en raden dan wat er staat. Kinderen met dyslexie hebben moeite met het technische leesproces; dat betekent in dit geval dat het ten koste gaat van de snelheid of van de nauwkeurigheid van het lezen.

Bij kinderen met veel compensatiemogelijkheden zien we wel eens dat ze met tekst lezen een hoger niveau behalen dan met woordlezen. Ze hebben dan steun aan de semantiek van de tekst; de inhoud en betekenis van de tekst helpt hen om de woorden in tekstverband te lezen.

Bij hoog-functionerende volwassenen zien we wel eens dat ze vooral vastlopen bij het lezen van onzinwoorden. Zij hebben door de jaren heen al zoveel woorden geleerd en opgeslagen (in hun mentaal lexicon), dat ze al veel woorden en teksten gewoon goed kunnen lezen.

Bij de beoordeling of een kind dyslexie heeft, weegt het lezen trouwens zwaarder dan spelling of schrijven. Lezen is namelijk een ‘puurdere’ maat van dyslexie vanwege het automatische proces. Daarom geeft het lezen meer de doorslag bij de beoordeling van dyslexie. Bij spelling is altijd gerichte aandacht nodig en kunnen dus ook weer andere dingen spelen, waarom kinderen er moeite mee hebben (denk aan motivatie en taakgerichtheid).’

 

Vanaf welke leeftijd kun je dyslexie laten onderzoeken? 
jongen_vrouw_huiswerk_maken‘Vanaf de leeftijd van ongeveer 8 jaar, dus pas bij kinderen in groep 4, kun je dyslexie betrouwbaar onderzoeken. Dus nog niet echt vanaf groep 3. Je moet kinderen namelijk de kans geven om het lees- en spelproces op gang te laten komen.

Merk je dat het kind al last heeft op dit gebied vanaf de kleuterklas (zie hierboven), dan zou je een leerling van groep 3 eventueel wel al kunnen laten onderzoeken. Maar dat zijn eerlijkgezegd wel de uitzonderingen.’

 

Waarom is het belangrijk om het op jonge leeftijd te laten onderzoeken?
meisje_vrouw_schrijven‘Als je van groep 3 naar groep 8 kijkt, dan worden de normen steeds strenger. Als jij je op een trager tempo ontwikkelt vergeleken met je groepsgenoten, zal het verschil daarom steeds groter worden. Dan ga je dus steeds meer achterlopen ten opzichte van de andere kinderen.

In de hogere groepen wordt ook steeds meer gebruik gemaakt van taal. Zo heb je in groep 4 nog wel het ‘kale’ rekenen, maar vanaf groep 5 komen ook steeds vaker verhaaltjessommen aan bod. Dan is het ook bij vakken als rekenen belangrijk om goed te kunnen lezen. En bij de hogere groepen komt alleen nog maar meer (talige) informatie op de leerling af. Ze hebben dan een bepaald functioneel leesniveau nodig om alles op een goede manier te kunnen verwerken en te begrijpen. Dat is niet alleen nodig bij vakken als begrijpend lezen en redactiesommen, maar ook bij vakken als geschiedenis of aardrijkskunde.
Het is misschien goed om in dit kader te weten dat het onderdeel ‘begrijpend lezen’ één van de onderdelen is, waarop bepaald wordt welk niveau van voortgezet onderwijs je aankunt. Als jij het technisch leesniveau hebt van iemand van groep 3 en je moet lezen op het niveau van eind groep 7, dan is het lastiger om de inhoud van tekst er op een goede manier uit te pikken, zeker als je al zo worstelt met de tekst die je leest. (Als de tekst je voorgelezen wordt, kan het natuurlijk weer anders zijn.)

Om op een goede manier te kunnen laten zien, wat er aan vaardigheden en kennis in je zit, is het dus belangrijk dat het gat tussen je leesniveau en je vaardigheden niet te groot is. Als dat wel het geval is, dan wordt het een stuk lastiger om te laten zien wat je kunt.’

 

Kun je van dyslexie genezen? 
meisje_leest_boek_MLP‘Helaas kun je niet van dyslexie genezen. Je zult altijd meer moeite met lezen en spellen blijven hebben dan anderen zonder dyslexie.

Ondanks dat gegeven kun je het gebiedje in de hersenen wel trainen, waardoor het lezen en spellen beter gaat. Dyslexie is dus niet te genezen, maar je kunt je lees- en spelvaardigheden wel verbeteren. En dat is goed nieuws.

Het is goed om te accepteren dat het lezen en spellen moeilijk voor je is en zal blijven. Je ziet dat sommige kinderen heel opgelucht zijn met diagnose (‘gelukkig, ik kan er niks aan doen’); er valt een last van hun schouders. Andere kinderen voelen zich er juist vervelend door; ze krijgen het gevoel dat ze anders zijn dan anderen, dat ze niet normaal zijn of dat ze niet meer degene zijn die ze waren. Kinderen, die moeite hebben om te accepteren dat ze dyslexie hebben, kunnen baat hebben bij ‘psycho-educatie’. Bij het RID geven we hen o.a. een boekje mee dat ze samen met hun ouders kunnen lezen: ze gaan dan samen vragen beantwoorden, thema’s bespreken en ze kunnen wat meer gerustgesteld worden. De inhoud van dit boekje komt dan ook in de behandeling aan bod. Ook is het goed om te weten dat heel beroemde of intelligente mensen dyslexie hadden (denk maar eens aan Einstein). Door dyslexie zo positief mogelijk te benaderen, proberen we kinderen er een andere mind-set over te geven.

Nadat je een dyslexiebehandeling hebt gehad, kan de dyslexie toch weer de kop op steken, bijvoorbeeld als je een nieuwe taal gaat leren. Daar hebben leerlingen met dyslexie doorgaans meer moeite mee. Het blijft een zwakkere plek.’

 


EXTRA
Drs. Kim Huiskamp raadt de volgende boeken aan om (evt. samen met je kind) over dyslexie te lezen.

Informatieve boeken voor ouders:
boeken_MPL_dyslexie‘Kinderen met dyslexie, een gids voor ouders’ – T. Braams
‘Houvast bij leesproblemen en dyslexie op de basisschool, leidraad voor ouders’ – A. Paternotte en J. Buitelaar
‘Mijn kind & Dyslexie’ – R. Krijnen
‘Mijn kind heeft dyslexie’ – M. Ceyssens

Informatieve boeken voor kinderen: 
‘Dyslexie’ – Z. van Mersbergen (Informatiereeks 3, nummer 54)
‘Een 2 voor dictee. Een verhaal over dyslexie’ – J. Breeman
‘Letters op de snelweg. Boekje over dyslexie’ – K. Terlouw
‘Ik heb dyslexie, nou en!’ – L. de Groot

Leesboeken geschikt voor dyslectische kinderen:
http://www.makkelijklezenplein.nl (informatie over leesboeken voor dyslectici)
http://www.zwijsen.nl (serie Zoeklicht)
http://www.inktvis.nl (serie Kokkel-reeks)

Leesboeken over dyslexie voor kinderen: 
‘Ik ben niet bom!’- M. van de Coolwijk
‘Schatkasten’ – H. van der Werff
‘Pudding Tarzan’ – O.L. Kirkegaard
‘De smoezenkampioen’– C. Slee
‘Heksie. Hoe vang je een heks? – M. Snoeij


 

Waar wordt dyslexie wel eens mee verward? 
meisje_dromend_aan_tafel‘Als kinderen zich bij ons aanmelden om te onderzoeken of er sprake is van dyslexie, dan wordt er niet alleen gekeken naar hoe het met lezen en spelling gaat, maar we kijken ook naar andere schoolvakken. Kinderen kunnen namelijk in het algemeen moeite hebben om nieuwe vaardigheden aan te leren of ze kunnen een algemeen leerprobleem hebben. Dan heb je een heel andere benadering nodig om het kind verder te helpen.

Soms kunnen kinderen een taalontwikkelingsstoornis (TOS) hebben. Ze hebben dan moeite met taal in het algemeen; niet alleen moeite met lezen en schrijven, maar ook moeite met taalbegrip, met de taalproductie (uitspraak) en/of ze hebben een lage woordenschat. Bij kinderen met TOS is er dus meer aan de hand; ze hebben een breder taalprobleem.

Verder is het goed om aandacht te hebben voor andere stoornissen, zoals AD(H)D. Een kind dat bijvoorbeeld moeite heeft om de aandacht ergens bij te houden, kan daardoor in de klas informatie of instructie mislopen. Ook kan een kind met een aandachtsprobleem het ene vak wel leuk vinden en het andere niet; dan heeft het bijvoorbeeld minder aandacht voor taal en dus minder oefening om het goed te ontwikkelen. Dat wil echter nog niet zeggen dat er sprake is van dyslexie.

Sommige kinderen lopen een ‘didactische achterstand’ op: ze liggen achter op de groep, maar dat kan komen omdat ze minder effectief onderwijs hebben genoten dan andere kinderen. Ook dat hoeft dus niet door een mogelijk onderliggende dyslexie te komen.

Hier blijkt in ieder geval uit hoe complex het geheel kan zijn. Dyslexie kan ook nog eens samen voorkomen bij één van deze stoornissen (comorbiditeit), maar dat hoeft natuurlijk niet. Het is ook mogelijk dat de lees- en spelproblemen, die je opmerkt, door een ander onderliggend probleem veroorzaakt worden dan door dyslexie.’

 

Welke mythes, onjuistheden of vooroordelen bestaan er over dyslexie? 
meisje_leest_in_boek‘Er bestaan wel een aantal mythes of vooroordelen over dyslexie:

(1) Dyslexie ontstaat door een zuurstoftekort bij de geboorte of door slecht samenwerkende hersenhelften.
Vroeger werd wel gedacht dat dyslexie kwam door een zuurstoftekort bij de geboorte, maar we weten inmiddels dat dat niet zo is. Er werd ook wel gedacht dat de twee hersenhelften niet goed samenwerkten. Dan moesten de kinderen evenwichtsoefeningen doen, waardoor de helften wel beter gingen samenwerken. Beide ideeën zijn inmiddels ontkracht door wetenschappelijk onderzoek en niet waar gebleken.

(2) Kinderen met dyslexie kunnen niet goed zien of horen.  
Als je kijkt naar de gebieden in de hersenen die bij klankverwerking betrokken zijn, dan zitten die min of meer tussen de auditieve en visuele cortex in. De informatie die in de auditieve cortex terechtkomt (klank), wordt gecombineerd met de informatie die in de visuele cortex terecht komt (letter). Bij kinderen met dyslexie gaat die verwerking ervan moeizamer. Een kind met dyslexie kan dus zowel goed horen als zien, alleen het verwerken van de combinatie klank en letter gaat moeizamer. Je kunt dyslexie dus niet oplossen door een bril of een hoorapparaat te dragen.

(3) ‘Mijn kind heeft niet zo’n zin in lezen en spelling en moet gewoon wat beter zijn best doen.’ 
Ouders kunnen soms de overtuiging hebben dat hun kind niet gemotiveerd is en gewoon wat beter zijn best zou moeten doen. Maar ik leg dan altijd uit dat kinderen niet ongemotiveerd worden geboren; het kind beslist niet bewust of actief dat het geen zin heeft om te leren. Als een kind geen zin heeft om te lezen, om huiswerk te maken of om iets te doen voor school, dan komt dat door een bepaalde wisselwerking met iets anders. Dingen die je lastig vindt of waar je moeite mee hebt, vind je gewoon niet zo leuk om te doen. De berg wordt dan te hoog. Gelukkig kun je de berg lager maken, zodat het te behalen doel niet meer onbereikbaar lijkt. Het kind krijgt dan het gevoel dat hij het misschien toch kan.

We zien ook wel eens kinderen, die voordat ze bij ons komen, al een heel traject hebben afgelegd. Ze zijn dan al op zoveel plekken geweest en hebben al zoveel onderzoeken gehad, dat ze al bijna geen zin meer hebben om nóg een onderzoek of behandeling te ondergaan. Deze kinderen zou je ‘behandelmoe’ kunnen noemen. Dat wil echter niet zeggen dat ze niet geholpen kunnen worden; ook bij deze kinderen kan dyslexie vastgesteld worden en ook zij kunnen nog steeds geholpen worden.

(4) ‘Laat maar, er is toch niks aan te doen.’ 
Sommige ouders denken: ‘het is dyslexie, er is niks aan te doen’. Dat is echter niet het geval. Ook kinderen met dyslexie kun je met de juiste begeleiding beter laten lezen en spellen. Het is daarbij vooral belangrijk om voor ogen te houden wat je kind wel nog kan ontwikkelen en wat er nog wel mogelijk is. Ga na welk doel je kunt stellen. Daarbij is belangrijk om juist de inspanning, die je kind doet, te belonen (growth mindset) en niet het resultaat (fixed mindset).’

 

Wat kunnen ouders doen als ze het vermoeden hebben, dat hun kind dyslexie heeft? 
voorlezen_vader_dochter_lachend‘Als ouders vermoeden dat hun kind moeite heeft met lezen of spellen of zich er zorgen over maken, dan is het belangrijk om dat aan te kaarten bij de leerkracht. Het is goed om het zelf ook in de gaten te houden. Bespreek het, zodat de leerkracht er aandacht voor heeft.

School heeft dan – indien nodig – mogelijkheden om extra hulp aan leerlingen te bieden. Citotoetsen helpen bij het signaleren ervan. Daarna kan een leerling doorverwezen worden voor extra zorg; dat zou evt. naar het RID kunnen. Daar wordt onderzocht of er wel / geen sprake is van dyslexie en indien dat inderdaad het geval is, kan de dyslexiebehandeling plaatsvinden.

Over het algemeen is het belangrijk dat ouders met een kind met dyslexie een omgeving creëren, waarin lezen een plek heeft. Creëer een omgeving waarin regelmatig gelezen wordt en waarin dat ook beloond wordt. Denk dan in termen van ‘quality time’: lekker samen op de bank zitten en een boekje (voor)lezen. Maak (voor)lezen dus een normaal onderdeel van je eigen levenssituatie.

Uiteraard kan het voor ouders nog best lastig zijn om het lezen voor hun kind weer leuk te maken. Ga dan op zoek naar de intrinsieke motivatie van je kind. Dat kun je doen door vooral boeken uit te zoeken die je kind zelf heel leuk, interessant of boeiend vindt. Laat de boeken aansluiten op de belevingswereld en interesses van je kind. Als je kind bijvoorbeeld fan is van dinosaurussen, dan lees je daar samen boeken over. Bij drukke gezinnen kan zo’n één-op één-momentje, waarin je aan je kind (voor)leest, zelfs een uitkomst zijn. Door het samen te doen, wordt het lezen alleen maar leuker. Hiermee kun je de leesmotivatie en het leesplezier van je kind absoluut stimuleren.

Geef het dus niet op en ga vooral door met lezen. Lezen onder dwang, bijv. tot huilens toe, is natuurlijk het andere uiterste. Dat laatste vergroot alleen maar de weerstand bij je kind. In de plaats daarvan is het beter om je kind zelf zijn boeken uit te laten kiezen. Ga samen naar de bibliotheek en maak er daarna samen een gezellig leesmoment van.
Goed om nog te weten is ook dat het geen probleem is om kinderen naar luisterboeken te laten luisteren of om software te gebruiken om boeken te laten voorlezen. Het is dan wel belangrijk dat kinderen het boek erbij houden en zelf meelezen. In de bibliotheek heb je ook een Makkelijk Lezen Plein, waar je boeken kunt vinden voor kinderen die wat meer moeite hebben met lezen.

 


Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend.
 Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?
Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Lees verder over gerelateerde thema’s:
Wist jij dit al over opvoeding en ouderschap…? Uitgebreide interviews met toonaangevende experts.’ 
– ‘11 tips om samen (voor)lezen nóg leuker te maken.
– ”Nog een keer lezen, nog een keer’- 5 eenvoudige tips om samen (voor)lezen met je kind nóg leuker te maken.
– ‘Waarom worden kinderen en tieners toch zo boos?‘. 
‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl. 

Wat gebeurt er allemaal met je kind tijdens de adolescentie? Van kindertijd naar jong volwassenheid. [Overzichtsartikel]

kinderen_jongeren_lachend_op_bankVanaf het moment dat je kind / tiener gaat ‘puberen’ verandert er veel; niet alleen voor je tiener, maar ook voor jou als ouder. In dit ‘overzichtsartikel’ wil ik je een samenvatting geven van wat er in deze periode allemaal voor je tiener verandert. Zoals je zult lezen, is dat echt ontzettend veel: op maar liefst 8 domeinen maakt je tiener een enorme ontwikkeling door.
Je begrijpt dat ik in dit artikel niet alle domeinen even uitgebreid zal bespreken, maar daar zal ik in latere artikelen nog wel eens op terugkomen.

Mijn doel van dit artikel is om jou als ouder een overzicht te geven van wat er op dit moment allemaal met jouw tiener gebeurt en waarom hij/zij zich soms – maar lang niet altijd – zo lastig / vervelend / moeilijk kan gedragen. Ik hoop van harte dat dit artikel bijdraagt aan een groter begrip. Uiteraard mag je ook in dit artikel weer mooie praktische tips verwachten, zodat je weet hoe je met sommige lastige opvoedsituaties kunt omgaan.
In de toekomst zal ik over de onderdelen, die je in dit artikel leest, nog meer artikelen schrijven en dan losse thema’s verder uitdiepen.

Pubers, Tieners & Adolescenten
In de volksmond wordt er vaak over ‘pubers’ gesproken. De puberteit gaat strikt genomen alleen over de hormonale veranderingen, die kinderen van deze leeftijd ondergaan. Dat doet echter onvoldoende recht aan álle veranderingen, die er bij je kind gaan spelen. Vandaar dat ik deze term zo veel mogelijk probeer te vermijden.
De officiële en meer adequate term, die voor deze leeftijdsgroep gebruikt wordt, is ‘adolescent’. Ook het woord ‘tiener’ zal ik in dit artikel gebruiken voor kinderen in de leeftijd van 10 t/m 19 jaar.

Leeftijd van adolescenten
Vaak wordt gedacht dat de adolescentieperiode loopt van 12 t/m 18 jaar. Voordat je kind 13 jaar oud is, zit hij nog op de basisschool en zie je hem waarschijnlijk nog als kind. Vanaf 18 jaar mag je kind o.a. officieel gaan stemmen en auto rijden en wordt hij geacht zich te gedragen als een volwassene.

Toch weten we uit onderzoek dat (o.a.) de hersenontwikkeling van adolescenten op de leeftijd van 18 jaar nog niet voltooid is. Sterker nog, de hersenontwikkeling loopt nog tot een jaar of 25 (je leest er hieronder meer over). Dat betekent voor jou als ouder dat ook je ‘jong volwassen’ kind af en toe nog wel wat hulp kan gebruiken. Dus ook op die leeftijd ben je als ouder echt nog niet overbodig. 😉

 

De adolescentie begint dus al eerder dan 12 jaar en eindigt later dan 18 jaar. Grofweg kun je de adolescentieperiode indelen in 4 stadia of fasen. Elke fase heeft z’n eigen kenmerken, die ik hieronder kort voor je uiteenzet.

(1) Vroege adolescentie (10 – 14 jaar): 
meisjes_tablet_lachendHet gedrag van je tiener wordt op deze leeftijd beïnvloed door hormonen én door het proces van de hersenrijping. Daardoor is hij emotioneler en reageert hij gevoeliger op allerlei dingen. Tegelijkertijd denken tieners minder goed (of beter gezegd: ‘anders’) na, waardoor ze impulsief kunnen handelen. Ook is hij in deze fase erg gericht op het bevredigen van directe behoeftes. Als je tiener ergens zin in heeft, dan wil hij dat het liefst direct, meteen, onmiddellijk. Ook het proces van losmaking van  de ouders hoort bij deze vroege fase.

(2) Midden adolescentie (14 – 16 jaar): 
kinderen_tieners_groep_op_bankJe tiener is nu – meer dan anders – geneigd om risico’s te nemen. Het draait allemaal om het krijgen van kicks en om experimenteren. Het probleem daarbij is dat hij op deze leeftijd nog niet de consequenties van zijn gedrag kan overzien. Desgevraagd kan hij de mogelijke risico’s wel benoemen, maar dat roept nu (nog) geen emoties op; dus ondanks dat hij de risico’s (in theorie) kent, wil dat niet zeggen dat hij het risicovolle gedrag (in praktijk) achterwege zal laten. Ook emoties voeren in deze fase nog steeds de boventoon.

(3) Late adolescentie (16 – 22 jaar) 
kinderen_tieners_staand_in_park_rokenJe tiener krijgt steeds meer grip op zijn eigen handelen en zijn gedrag. Hij is in staat om weloverwogen keuzes te maken, zijn gedrag te evalueren en zich aan te passen aan sociale situaties. Je merkt dat het gedrag van je tiener in een betere balans raakt en je ziet dat hij zich steeds zelfstandiger en onafhankelijker gaat gedragen. Er worden meer weloverwogen beslissingen genomen, omdat ze nu ook steeds beter de langetermijneffecten van hun gedrag in overweging nemen.

(4) Jong volwassenheid (18 – 25 jaar)
studenten_lachen_papierenJongvolwassenen groeien toe naar zelfstandigheid. Ze zijn met zichzelf bezig en gaan door met ontdekken wie ze zijn; de ontwikkeling van hun eigen identiteit gaat nog door. Jongeren kijken soms nog kritisch naar zichzelf: wat kan ik, hoe zie ik eruit? Toch zijn ze als jong volwassene minder onzeker en kwetsbaar dan in de adolescentie. Op deze leeftijd worden hun vriendschappen nog hechter en wordt de invloed van hun vriendenkring groter dan die van hun ouders. Ze worden zelfstandig, gaan misschien studeren, op kamers wonen en/of gaan werken.

 

Hieronder vind je een overzicht van alle veranderingen, die je tiener tijdens de adolescentie gaat doormaken. Uiteraard komen deze veranderingen niet voor alle tieners op hetzelfde moment of op dezelfde manier voor; bij sommige tieners zul je van het ene domein meer ‘last’ hebben en van het andere merk je nagenoeg niks. Die individuele verschillen zijn er zeker en hoeven niet direct problematisch te zijn.

 

(1) Lichamelijke veranderingen & Groei
ive_had_to_reprogram_my_voice_recognitionHet meest opvallende aan de adolescentie is misschien nog wel de groeispurt; daardoor groeien ze ineens ontzettend hard (soms wel 10 cm per jaar) en neemt hun gewicht toe. Op sommige momenten heb je het idee dat het eten niet aan te slepen is en dat de koelkast nooit lang vol is. Je tiener heeft voor zijn groei brandstof nodig en dat merk je ook als ouder op deze manier heel duidelijk.
Meisjes beginnen gemiddeld genomen eerder met de groeispurt dan jongens.

Het lichaam van je tiener raakt tijdens de adolescentie onder invloed van hormonen. Hij/zij krijgt niet alleen puisten, maar begint ook naar zweet te ruiken, krijgt meer lichaamsbeharing en wordt geslachtsrijp. Meisjes worden o.a. voor het eerst ongesteld, krijgen borstvorming en rondere vormen; jongens krijgen o.a. een zwaardere stem, een ander postuur, meer spiermassa, hun eerste ochtenderectie en natte dromen.

Rond de leeftijd van 18 jaar zijn de meeste tieners uitgegroeid en is de lichamelijke ontwikkeling grotendeels ten einde; de hersenontwikkeling gaat dan nog wel een tijdje door.

⇒ Je tiener kan met periodes enorm veel groeien. Zorg ervoor dat hij juist dan gezonde voeding binnenkrijgt. Dat stimuleert niet alleen een gezonde groei, maar ook gezonde eetgewoonten en een gezonde leefstijl. Daar heeft je tiener niet alleen nu, maar ook als volwassene nog veel profijt van.
Eet jouw tiener op dit moment (nog) niet goed? Lees dan het artikel ‘‘Vind ik niet lekker!’ (Over jouw rol aan tafel en hoe jij er voor kunt zorgen dat je kind beter eet.)‘. 


(2) Verandering in de ouder-kind relatie

jongen_tiener_luistert_niet_naar_oudersDe relatie tussen jou en je tiener verandert van een ‘verticale’ relatie naar een meer ‘horizontale’ relatie. Als je kind de adolescentiefase nog niet bereikt heeft, ben jij als ouder gezaghebbend: jij beslist uiteindelijk wat er wel of niet gebeurt en wat je kind wel of niet mag (liefst natuurlijk met een positieve opvoedaanpak). Jullie relatie is dan ‘verticaal’; jij staat als ouder qua gezag ‘boven’ je kind.

Jullie relatie en onderlinge verhoudingen veranderen naarmate je kind een adolescent wordt. Formeel heb je natuurlijk ook nog het gezag over je kind en ben je nog steeds verantwoordelijk voor je kind, je tiener zal nu steeds vaker zijn eigen stem laten gelden en misschien wel tegen je in protest komen. Je merkt dat je steeds meer naar de mening van je tiener gaat luisteren en steeds vaker water bij de wijn gaat doen (wat iets anders is dan je tiener steeds zijn zin geven of hem alles laten doen wat hij wil). Jullie relatie wordt steeds meer ‘horizontaal’; jullie staan steeds meer op gelijk niveau.
Uiteraard merk je dat bij iedere tiener op een andere manier en in meer of mindere mate. 

Deze verandering, die jullie relatie ondergaat, is belangrijk voor de ontwikkeling van je tiener. Op deze manier maakt hij zich steeds wat meer van je los om later – als hij nog weer een paar jaar ouder is – op eigen benen te kunnen staan. Het proces dat daarvoor nodig is, vindt plaats tijdens de adolescentie.

Het is normaal dat tieners zich soms terugtrekken en je nog maar weinig vertellen; dit hoort bij het volwassen worden. In tegenstelling tot wat veel wordt gedacht, zijn dit geen bedreigingen voor een goede relatie met ouders, maar zijn het juist signalen dat je tiener op weg is naar volwassenheid.

Juist bij tieners is het belangrijk om een veilige omgeving te creëren en steun te bieden, zodat je tiener zich volledig kan ontwikkelen. Bovendien ben je als ouder van belang voor de gezondheid van je kind, mn. als het gaat om sporten, gezond eten en mediagebruik.

⇒ Je tiener heeft jou als ouder nog steeds nodig. Jij bent enerzijds ontzettend belangrijk voor je tiener om steun, emotionele warmte en liefde te geven en anderzijds om duidelijke regels op te stellen (evt. in samenspraak met je tiener), waar je tiener zich aan dient te houden.
Ook in de ogen van je tiener is de steun van ouders belangrijk. Ze vinden het doorgaans meer dan gewoon dat ouders regels hebben en afspraken maken. Kernwoorden hierin zijn duidelijke communicatie, begrip, aandacht en positieve feedback.

Om verantwoord gedrag te ontwikkelen, moet je tiener verantwoordelijkheid krijgen.  Je kunt je tiener geleidelijk aan meer vrijheid geven, uiteraard alleen als hij laat zien dat hij die vrijheid aankan.

meisje_tiener_moeder_lachend_op_bank

⇒ Ook al wil je tiener steeds meer een eigen leven gaan leiden, hij is nog lang geen volwassen. We weten dat tieners, van wie de ouders weten waar ze zijn, minder in de problemen komen. Zorg er dus voor dat je weet waar en met wie je tiener is en spreek af dat hij je op tijd iets laat weten indien er iets verandert.

⇒  Blijf met je tiener praten. Soms lijkt dat wel een onmogelijke opgave, maar kies er je momenten voor uit. Bijv. tijdens het avondeten, een autoritje, tijdens het afwassen of vlak voor het slapengaan.

⇒ Wat je nog meer kunt doen:
Blijf dingen samen doen met je tiener: denk dan aan een stukje fietsen, naar het zwembad of naar de bioscoop gaan. Blijf betrokken bij je tiener: ga naar wedstrijden of uitvoeringen van je kind. Kijk samen tv of een video en praat erover. Betrek je tiener ook bij regelzaken in huis: laat je tiener bijv. meedenken over jullie vakantie. Vraag je tiener om hulp, bijvoorbeeld met je computer of je mobiele telefoon. Kook samen; laat je tiener bedenken wat je gaat eten.

Kortom, het is normaal dat je tiener je van zich afduwt, maar vergeet niet dat hij je ook nu nog heel hard nodig heeft.

 

 


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 


(3) Vrienden vs. Ouders

kinderen_tieners_lachend_zittend_op_grondNu je tiener ouder wordt, merk je dat hij steeds minder thuis is en steeds meer naar zijn vrienden trekt. Hij is nog best wel eens thuis, maar vooral om te eten, te slapen en voor de schone was. 😉 En als hij dan eens thuis is, brengt hij het meest van zijn tijd door – liefst alleen – op zijn slaapkamer. Je mag ook niet zo maar meer zijn kamer binnenkomen; hij heeft een briefje met ‘verboden voor ouders en zusjes’ op de deur gehangen. De privacy van je tiener wordt belangrijker voor hem.

Je merkt ook dat je steeds minder weet van je kind; hij komt niet meer als eerste naar jou, maar bespreekt zijn beslommeringen nu eerder met zijn vrienden. Sterker nog, hij heeft zelfs dingen die hij het liefst geheim houdt en helemaal niet met jou bespreekt.

Het contact met vrienden, klasgenoten of leeftijdgenoten wordt steeds belangrijker voor je tiener. Ook dat is een opvallende verandering in deze periode. Daarom is het ook niet vreemd dat je tiener niet zonder zijn telefoon lijkt te kunnen. Dat is namelijk zijn directe ‘life line’ met zijn vrienden. En natuurlijk kleven er ook nadelen aan deze apparaten, maar je weet vast nog wel dat je zelf vroeger urenlang aan de telefoon hing en met een van je vriend(inn)en aan het bellen was (en je eigen moeder ook niet begreep waar het hele gesprek nou alweer over ging. ‘Jullie hebben elkaar toch net nog op school gezien?’).

Vooral het communiceren met vrienden geeft je tiener een positief gevoel. Het nadeel ervan is dat ze ook teleurgesteld en afgewezen kunnen worden door hun vrienden. Tieners zijn juist daar extra gevoelig voor. Dit heeft te maken met de onzekerheid over hun zelfbeeld, de drang om ergens bij te horen en om vooral niet op te vallen.
Bij heftige en/of herhaalde afwijzingen is er sprake van pesten. Juist omdat pubers graag ergens bij willen horen, gaan ze onder groepsdruk ook zelf pesten. Met name cyberpesten is een toenemend  probleem onder tieners. 

⇒ Maar vergis je niet: als ouder blijf je ook nu nog heel belangrijk voor je tiener. Jouw mening en goedkeuring doet er nog steeds toe, ook al laat je tiener dat niet zo merken. Blijf dus ook nu jouw mening, overwegingen en ideeën met je tiener delen, zodat hij die hoort en in zijn beslissingen mee kan nemen.

⇒ Maak duidelijke afspraken over het telefoongebruik van je tiener. Verbieden is geen optie, dat komt jullie relatie namelijk absoluut niet ten goede. Duidelijke afspraken zijn echter onmisbaar; denk daarbij aan ‘geen apparaten tijdens het eten’ en ‘geen apparaten op de slaapkamer’.
Wil je graag weten hoe je dat thuis aanpakt? Lees dan m’n artikel ‘Welke afspraken maak je met je kind of tiener over gamen en telefoongebruik?‘.

 

hersenstichting_vereenvoudigde_versie_anatomie_hersenen

(4) Hersenontwikkeling: 
Tijdens de adolescentie maakt de hersenontwikkeling een cruciale fase door. Deze ontwikkeling loopt vanaf de geboorte tot de leeftijd van 25/26 jaar*. En dan hebben we het vooral over de ‘prefrontale cortex’; het voorste deel van je brein (het deel dat grofweg achter je voorhoofd ligt).
* Ook na die leeftijd blijven de hersenen nog veranderen, maar niet meer zo ingrijpend als tijdens de adolescentie.

In deze fase is de communicatie tussen verschillende hersengebieden nog niet in balans. Tijdens de  vroege adolescentie zijn de hersenen volop in verbouwing: ‘overbodige’ hersencellen worden afgevoerd (volgens het ‘use it or lose it’-principe) en verbindingen tussen de overblijvende hersencellen worden steeds sterker. Door dit proces wordt de communicatie tussen de hersencellen geoptimaliseerd. Deze optimalisatie verloopt niet in alle hersengebieden tegelijkertijd; de prefrontale cortex is bijvoorbeeld als laatste aan de beurt.

Tijdens de adolescentie vinden er ontwikkelingen in de hersenen plaats op drie niveaus: cognitief, emotioneel en sociaal. De cognitieve ontwikkeling zorgt ervoor dat je kunt denken, leren en rationeel redeneren (prefrontale cortex). De emotionele ontwikkeling zorgt ervoor dat je intense emoties beter kunt controleren (o.a. subcorticale gebieden). En de sociale ontwikkeling zorgt voor meer inzicht in jezelf en anderen (o.a. prefrontale cortex. De ontwikkeling op deze drie niveaus wordt aangestuurd door enerzijds de emotionele en anderzijds de rationele  hersengebieden.
Verderop in dit artikel lees je hier meer over.

Deze ontwikkelingen treden dus allemaal op tijdens de adolescentie en hebben tijd nodig. Hierdoor zie je aan je tiener dat hij meer risicovol gedrag vertoont, waarvan hij de consequenties nog niet kan overzien (zeker niet op de lange termijn) en dat hij vaker de grenzen opzoekt. Tieners zijn in deze periode ook meer gevoelig voor beloning (en juist minder voor straf).

⇒ Benoem wat je tiener goed doet. Geef ‘m liever een compliment dan dat je ‘m straf geeft. Die boodschap komt niet alleen beduidend beter aan bij jouw tiener (en tieners in het algemeen), maar zorgt ook voor een fijnere sfeer in huis.

⇒ Je tiener kan zich nog niet zo goed in een ander verplaatsen en heeft daardoor niet altijd door dat hij/zij een ander met zijn/haar opmerking(en) kan kwetsen. Reageer in zo’n situatie niet direct heel emotioneel, maar leg je tiener uit dat die opmerking jou pijn gedaan heeft. Zo leert je tiener wat hij beter wel en niet kan zeggen.

⇒ Ook al wil je tiener steeds meer als volwassene behandeld worden, hij is het nog niet. Dat betekent ook dat jij als ouder de komende jaren nog zijn ‘prefrontale cortex’ bent en je tiener moet helpen bij het weerstaan van verleidingen, met sociale omgangsvormen, overzien van de consequenties van zijn gedrag (wat in praktijk kan betekenen dat hij iets nog niet mag doen), met gepaste verantwoordelijkheden ed.

⇒ Wat je als ouder nog meer kunt doen:
– Probeer je tiener te begrijpen: Alleen al begrip voor de ingrijpende veranderingen in het hoofd (en lichaam) van je tiener, zal helpen om de adolescentie samen en in goede harmonie door te komen.
– Bied structuur en veiligheid: De adolescentie is een verwarrende fase, waarin je tiener zich losmaakt en  tegelijkertijd een veilige plek en grenzen nodig heeft. Een veilige, stabiele basis helpt je tiener op weg naar volwassenheid.

 

(5) Emotionele ontwikkeling
meisje_tiener_verdrietig_moeder_troostDoor de ontwikkeling in het subcorticale deel van de hersenen van je tiener, merk je dat hij vaker emotioneel reageert en misschien zelfs vaker huilt. Maar dat is nog niet alles. Je merkt nu ook dat je tiener gevat uit de hoek kan komen of ineens chagrijnig, geïrriteerd of brutaal op je reageert. Ook stemmingswisselingen kunnen hun intrede doen.

Door zijn hersenontwikkeling merk je aan je tiener dat hij steeds beter leert om zijn emoties onder controle te hebben en te beheersen. Uiteraard gaat dat met vallen en opstaan.

⇒ Als ouder kun je je tiener hierin ondersteunen: 
– Laat zien dat je bij je tiener betrokken bent en dat je er voor hem bent.
– Laat zien dat je trots bent op hoe goed je tiener zijn best doet.
– Laat je tiener eens naar zichzelf kijken door hem te confronteren met zijn gedrag, gevoelens en drijfveren.
– Toon begrip en belangstelling voor de interesses en hobby’s van je tiener.

 


joyce_rosegrijs_staand_c

Wil je graag een thema-avond over opvoeden bijwonen?
Kijk dan in Joyce’ online Agenda voor een workshop, lezing of OpvoedParty bij jouw in de buurt.

Wil je Joyce graag uitnodigen om een thema-avond over opvoeden te geven?
Kijk dan hier voor mogelijke thema’s en/of neem contact met haar op.


 


(6) Het slaappatroon van je tiener verandert

meisje_tiener_met_telefoon_in_bedHet slaappatroon van je tiener verandert: het stofje dat voor het ‘slaperige gevoel’ zorgt (melatonine) wordt tijdens de adolescentie pas later op de dag aangemaakt. Daardoor is je tiener later moe en valt hij later in slaap. Toch heeft hij nog steeds voldoende slaap nodig (ong. 9-10 uur per dag) en zal hij ’s ochtends weer op tijd uit bed moeten komen om op tijd op school te zijn. Je kunt je voorstellen dat als je later in slaap valt het moeilijker is om ’s ochtends op tijd wakker te worden…
Ook het veranderende slaap- / waakpatroon komt door veranderingen in de hersenen, omdat het slaaphormoon (in de pijnappelklier) op een later tijdstip wordt afgegeven. 

⇒ Zorg ervoor dat je tiener op tijd naar bed gaat en voldoende uren slaapt. Leg je tiener al van jongs af aan uit dat het belangrijk is om op tijd naar bed te gaan; dat komt zijn humeur, concentratie, cijfers op school en lichamelijke groei alleen maar ten goede. Als je dat toen nog niet zo zeer hebt gedaan, kun je er ook nu nog gewoon mee beginnen.

⇒ Probeer regelmatige bedtijden aan te houden, zowel door de week als in het weekend. Vermijd vanaf een uur voor het slapen het gebruik van computers, tablets & smartphones, cafeïne en intensief sporten. Je kunt o.a. met je tiener afspreken dat zijn telefoon bij het slapen niet op zijn slaapkamer ligt.

 

(7) Cognitieve ontwikkeling & Schoolperikelen
Female Home Tutor Helping Boy With StudiesOok op cognitief gebied maken tieners een grote ontwikkeling door. Ze kunnen al duidelijk beter plannen en systematisch werken dan kinderen in de basisschoolleeftijd. Tieners kunnen beter van tevoren bedenken hoe ze iets het beste kunnen aanpakken; ze kunnen vooral goed plannen voor iets wat hier en nu moet gebeuren. Ze hebben echter nog moeite met plannen voor over een week of een maand. Ook dat heeft weer te maken met de hersenontwikkeling, met name de prefrontale cortex. Het plannen gaat dus wel al beter dan in de kindertijd, maar nog lang niet zoals een volwassene het zou aanpakken. Dus ook op dit gebied heeft je tiener af en toe nog jouw hulp nodig.

Huiswerk maken
Verstandig huiswerk maken betekent vooruit werken en niet pas een dag van tevoren beginnen met leren. Als tieners eenmaal aan het huiswerk beginnen, kunnen ze systematisch te werk gaan. Vaak beginnen ze echter te laat om de stof nog goed door te kunnen nemen. Daardoor kunnen ze in de knoei komen: ze halen onvoldoendes en/of raken gedemotiveerd.

De meeste scholieren hebben wel de intentie om het goed te doen op school en willen serieus omgaan met hun schoolwerk. Toch blijft het ook nu belangrijk om een oogje in het zeil te houden.

meisje_tiener_telefoon_stiekem_huiswerkVeel ouders ervaren dat hun tiener tijdens het huiswerk maken afgeleid wordt door de sociale media (via computer en mobiele telefoon), waardoor ze moeite hebben om zich te concentreren op hun huiswerk. Uit onderzoek blijkt dat de schoolresultaten door deze afleiding achteruit kunnen gaan.

⇒ Informeer regelmatig bij je tiener of het huiswerk af is (dat kan soms best lastig zijn, zeker als het niet goed gaat). Ook al laten ze het niet altijd merken, je tiener waardeert het toch wel als je aandacht voor hem hebt. Probeer een positief en begripvol standpunt in te nemen.

⇒ Spreek duidelijk met je tiener af wanneer hij huiswerk maakt en wanneer dat niet hoeft. Op die momenten kan hij dus andere dingen doen.

⇒ Ontdek samen met je tiener wat het beste voor hem werkt m.b.t. zijn telefoon. Voor de ene tiener werkt het beter om elk half uur 5 minuutjes op zijn telefoon te kijken; voor de andere is het beter om de telefoon weg te laten tot het huiswerk helemaal af is. Bijna alle tieners hebben hier hun ouders voor nodig; uit zichzelf kunnen ze zich nl. maar moeilijk beheersen.

 

(8) Ontwikkeling van zijn identiteit 
meisje_tiener_twee_gezichtenTieners zijn tijdens de adolescentie bezig om zichzelf en hun eigen identiteit te ontdekken. Ze kijken kritisch naar zichzelf, waardoor ze zich onzeker kunnen voelen en kwetsbaar zijn.

Ze gaan niet alleen op zoek naar het antwoord op de vraag ‘wie ben ik eigenlijk?’, maar ze ontdekken ook hun persoonlijke talenten en kwaliteiten op school, hun seksuele identiteit, hun culturele identiteit, hun religieuze identiteit, welk beroep ze later willen uitoefenen, hoe anderen tegen hen aankijken en ze moeten zichzelf (met alle veranderingen die nu optreden) leren accepteren. Ook de jeugdcultuur heeft op deze leeftijd veel invloed; tieners kijken op naar idolen en trendsetters en zien hen als voorbeeld.

Al met al kan deze zoektocht behoorlijk stressvol zijn en kan het het dagelijks functioneren van tieners beïnvloeden. Het ontwikkelen van een sterke identiteit is een complexe opgave, waar tieners dagelijks mee bezig kunnen zijn.
Op basis van onderzoek weten we dat tieners met een sterke identiteit sterke positieve relaties met vrienden en ouders hebben en dat ze minder kans hebben op het ontwikkelen van een depressie.

Tijdens de adolescentie merk je dat je tiener zichzelf steeds beter leert kennen, dat hij zich steeds beter kan inleven in anderen, dat hij steeds beter kan samenwerken, dat hij steeds beter luistert, beter kan doorzetten en dat hij beter ongeschreven regels oppikt.

⇒ Als het je als ouder lukt om onafhankelijk gedrag en initiatieven van je tiener aan te moedigen, dan verloopt de identiteitsontwikkeling soepeler.

 

Tot zover de bespreking van de 8 domeinen die bij jouw tiener in ontwikkeling zijn. Zoals je hebt kunnen lezen, gebeurt er dus behoorlijk wat. Geen wonder dat hij af en toe boos wordt, uit zijn slof schiet, erg moe is of alles vervelend vindt. Hopelijk heb je in dit artikel aanknopingspunten gevonden over hoe je op een positieve manier met het gedrag van je tiener kunt omgaan.
Hieronder vind je nog meer artikelen, die ik schreef over tieners. Wellicht zit daar nog eentje bij die je ook interessant vindt. 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 


Joyce gebruikte / las voor dit artikel o.a. de volgende bronnen

– Brochure ‘Puberhersenen in ontwikkeling’. Hersenstichting. Klik hier.
– ‘Een sterke identiteit geeft adolescenten mentale veerkracht’. Universiteit Utrecht. Klik hier.
– Keijsers, L. (2013). ‘Waarom tieners zo irritant kunnen zijn en hoe je daar als ouder mee kunt leren leven.’. Tielt: Uitgeverij Lannoo NV.
– Crone, E. (2019). ‘Waarom doen pubers zo vaak domme dingen?’. Universiteit van Nederland. Klik hier.
– Keijsers, L. (2018). Hoe worden we van irritante pubers leuke individuen?. Universiteit van Nederland. Klik hier.
– ‘Alles over het puberbrein.’ Ouders van Nu. Klik hier.
– ‘Puberteit’. Opvoedinformatie. Klik hier
– ‘Wat gebeurt er in de puberteit in je hersenen?’. SchoolTV. Klik hier.


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:

– ‘Hoe je in slechts 5 stappen de emotionele veerkracht van je kind of tiener stimuleert‘ [incl. korte test].
– ‘Waarom worden kinderen en tieners toch zo boos?‘.
– ‘Welke afspraken maak je met je kind of tiener over gamen en telefoongebruik?‘.
– ‘Sturing & verbinding: Waarom beide aspecten onmisbaar zijn in de opvoeding van jouw kind.
– ‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.

 

Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

logo_akse_coaching_klein_nieuw

 

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.