Peuterpuberteit: 10 domeinen om samen met je kind te overwinnen.

meisje_lachend_peuterToen je kindje nog een baby (0-1 jaar) was, ging het allemaal eigenlijk heel gemakkelijk.  Af en toe waren er wel wat dingetjes waar je even wat mee moest, zoals de hapjes die je baby niet meteen wilde eten of het doorslapen dat niet meteen wilde lukken, maar over het algemeen viel het reuze mee. Ook als dreumes (1-2 jaar) had je weinig met je kindje te stellen. Je kindje deed over het algemeen wel wat je zei, hij vond het fijn om je te helpen, om met je te kletsen, om me je te spelen en hij knuffelde je graag. Het was echt een lieverd!

Nu je kindje echter de peuterleeftijd (2-3 jaar) heeft bereikt, lijkt alles ineens heel anders. Natuurlijk is je kindje nu ook nog wel lief, maar sommige situaties zijn echt een stuk lastiger. Het is niet vanzelfsprekend meer dat je kindje meteen naar je luistert. Hij kan ook soms om onverklaarbare redenen een driftbui krijgen. Hij huilt soms heel hard, terwijl je niet goed begrijpt wat er nou aan vooraf ging. Verder wil hij op de gekste momenten van alles ‘zelluf’ doen, terwijl hij dat nog helemaal niet kan. Als je aanbiedt om te helpen, dan mag dat echt niet. Maar ondertussen is hij wel enorm gefrustreerd als het hem inderdaad niet lukt. Wat is er toch met hem aan de hand…?

De kans is groot dat je kind midden in de peuterpuberteit zit.

Op deze jonge leeftijd gebeurt er ontzettend veel met je kindje en daar staan we als ouder vaak helemaal niet bij stil. Je kindje ontwikkelt zich op allerlei gebieden en dat gaat in rap tempo. Je kunt je misschien wel voorstellen dat het voor je kindje ook niet allemaal even makkelijk is.

⇒ Hieronder vind je een overzicht van wat je kindje allemaal leert en wat daar voor je kindje (en jou) lastig aan is. Per domein geef ik je steeds één praktische tip om direct thuis toe te passen én geef ik je één leestip voor als je verder wil lezen over dat specifieke onderwerp. Onderaan het artikel geef ik je nog 5 extra opvoedtips. Op basis van deze informatie én tips leer je je peuter en zijn frustratie, boosheid en emoties niet alleen beter begrijpen, maar kun je er ook op een positieve manier op reageren. Daar komen ze…

 

(1) De sociale ontwikkeling van je peuter:
kinderen_spelen_op_grond_leidstersKinderen vinden het doorgaans heel fijn om met andere kinderen te spelen. Bij jonge peuters is dat vaak nog niet echt ‘samen’ spelen, maar eerder naast elkaar spelen. Naarmate je kindje ouder wordt, zal hij ook steeds meer echt samen spelen met andere kindjes.
Kinderen leren van het omgaan met anderen, van volwassenen én van andere kinderen.  Kinderen kijken naar elkaar, imiteren elkaar en leren zo nieuwe vaardigheden of nieuwe spelletjes. Vandaar dat het voor de sociale ontwikkeling van je kind belangrijk is om hem van jongs af aan met andere kinderen te laten spelen.

TIP: Wacht niet om je kindje met andere kinderen te laten spelen totdat hij naar de basisschool gaat. Spreek nu al regelmatig af met ouders van jonge kinderen uit de buurt, met vrienden die zelf ook jonge kinderen hebben of meld je kind aan voor de kinder- of peuteropvang. Op die manier krijgt je kindje de kans om te leren samen spelen.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘Hoe leer je je kind om rekening te houden met anderen?‘.

 

(2) Egocentrisme: Je peuter is bijzonder egocentrisch ingesteld.
kinderen_maken_ruzie_om_xylofoon_ouders_op_bankJonge kinderen zien de wereld vooral vanuit hun eigen standpunt. Ze zijn heel erg egocentrisch ingesteld en kunnen zich nog niet verplaatsen in het standpunt van een ander. Voor je peuter betekent dat wanneer hij iets wil, hij dat onmiddellijk wil. Hij houdt er geen rekening mee of het op dat moment kan en of jij dat als ouder wel goed vindt. Hij wil het hebben (of doen) en hij wil het nu!
Je kindje kan ook nog niet inschatten dat een ander iets zou ‘kunnen willen’. Je peuter denkt echt alleen nog maar vanuit zichzelf: ‘ik wil dat speeltje nu’ en houdt er geen rekening mee dat het andere kindje al een tijdje heel leuk met dat speeltje aan het spelen is en het vervelend kan vinden dat hij het van hem afpakt. Met alle gevolgen van dien…

TIP: Ga bij je kindje zitten als het samen met een ander kindje speelt  en leg uit wat er gebeurt; ‘ondertitel’ het, als het ware. Leg uit dat je kind niet zo maar iets mag afpakken, maar dat hij het wel eerst kan vragen. Als het kindje het dan afgeeft, dan mag hij het hebben. Zo niet, dan moet hij wachten totdat het kindje ermee klaar is. Doe voor wat ‘om de beurt’ is en wat ‘samen spelen’ precies inhoudt.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘Samen spelen, samen delen‘.

 

(3) Je peuter wordt langzaam maar zeker zindelijk. 
jongen_zit_op_potje_02Veel kinderen worden als peuter zindelijk. Dat betekent dat ze actieve controle krijgen over hun eigen blaas en darmen. Natuurlijk gebeuren er ook wel eens ongelukjes, die tot frustratie en boosheid kunnen leiden; niet alleen bij je kind, maar ook bij jou als ouder. Realiseer je dat alle kinderen in hun eigen tempo zindelijk worden. Het is nergens voor nodig om het te overhaasten. Ook jouw kindje zal na verloop van tijd zindelijk zijn.

TIP: Stel je tijdens en na de zindelijkheidstraining in op ongelukjes. Ga er van uit dat ze gaan gebeuren. Dat is helemaal niet erg en ze horen er echt bij. Het ene kind heeft er meer last van dan het andere. Zorg er voor dat je als ouder niet boos, maar er juist rustig op reageert. Bij een ontspannen aanpak zonder strijd leert je kindje op een fijne manier om zijn blaas en darmen te beheersen en om op zichzelf te vertrouwen.

Verder lezen: Wil je graag checken of je kindje wel / niet klaar is om zindelijk te worden? Klik dan hier om een korte test te doen.
Wil je graag starten met het stimuleren van de zindelijkheid van je kind of merk je dat het nog best moeilijk is om je kindje zindelijk te maken (of te houden)? Lees dan meer over mijn cursus ‘Tijd voor Zindelijkheid’.

 


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 


(4) De spraak- / taalontwikkeling van je peuter: 

peuter8Gemiddeld genomen zeggen kinderen rond hun eerste jaar hun eerste woordje. Meestal is dat ‘papa’ of ‘mama’. Ze leren daarna steeds meer woordjes. Je ziet dat ze op deze leeftijd ook nog regelmatig gebruik maken van non-verbale communicatie; door te wijzen of een bepaalde gezichtsuitdrukking weet je als ouder vaak al wat je kindje bedoelt.

TIP: Om de taal- / spraakontwikkeling van je kindje te stimuleren kun je bijvoorbeeld steeds benoemen wat je doet, benoemen wat je pakt of benoemen wat je aan je kindje geeft. Op die manier leert je kind steeds beter wat de klanken die hij van jou hoort betekenen en koppelt hij ze aan voorwerpen, kleuren, vormen ed. Daarna zal hij het ook steeds vaker zelf proberen te zeggen.

Verder lezen: Lees het artikel ‘5 tips om nóg beter met je baby, dreumes en peuter te communiceren‘ (gastbijdrage van Esther Sluijsmans).

 

(5) Motorische ontwikkeling van je peuter: Lekker bewegen.
Werk in opdrachtOok op dit gebied zet je kindje letterlijk en figuurlijk grote stappen. Hij begint met een paar losse stapjes en dat worden er langzaam maar zeker steeds meer. Hij leert ook te springen, te rennen, met een bal te gooien en te vangen, tegen een bal te schoppen of zijn evenwicht te bewaren. Als je kindje wat ouder is, leert hij ook te hinkelen, huppelen of koprollen. Je kunt hem op dit gebied doorgaans goed stimuleren en aanmoedigen. Kijk wat je kindje kan / wil doen en probeer hem er – indien nodig – bij te helpen of doe het hem vaker voor.

TIP: Geef je kindje de mogelijkheid om veel te bewegen en om lekker actief te spelen. Juist door te doen, leert je kindje op deze leeftijd enorm veel. Laat je kindje ook dagelijks buitenspelen (bij voorkeur 2 uur per dag). Dat kan in je eigen tuin of in een speeltuin bij jou in de buurt. Aangezien peuters nog geen gevaar zien, is het wel belangrijk om een oogje in het zeil te houden.

Verder lezen: Lees ook m’n artikel ‘Is het erg als kinderen niet buiten spelen? (Interview op L1 Radio)‘.

 

(6) Emotionele ontwikkeling van je peuter: Driftbuien. 
jongen_driftbui_achteroverJe kind leert steeds beter wat zijn emoties zijn. Hij gaat er ook – onbewust – steeds meer mee experimenteren. Hij zal meer momenten hebben van groot verdriet en heftig huilen; ook merk je nu dat je kind soms ineens heel bang kan zijn (denk aan bang voor honden, spoken, monsters, heksen etc.).
Ook boosheid kan op deze leeftijd in alle heftigheid voorbijkomen. Vooral tussen 15 maanden en 3 jaar hebben de meeste kinderen last van ongecontroleerde uitbarstingen, de zg. driftbuien. Wat je dan aan je peuter merkt of ziet, is dat hij plots ongeduldig wordt, geen teleurstelling kan verdragen of geen ‘nee’ van jou kan horen. Met andere woorden: je peuter zou het liefst zijn eigen gang gaan, maar dat kan op dat moment niet. Als reactie barst je kindje in woede (of tranen) uit en gaat flink tegen je te keer. Sommige peuters gaan dan schreeuwen, krijsen, slaan, schoppen of houden een tijdje hun adem in (‘breath holding spells’).

TIP: Op het moment van een driftbui heeft je kind jou nodig om zijn emoties onder controle te krijgen en om tot bedaren te komen. Daarom is het ontzettend belangrijk dat jij rustig blijft op het moment dat je kind een driftbui heeft. Houd hem dan in de gaten (evt. op een afstandje), zodat hij zichzelf niet (onbedoeld) pijn gaat doen.

Verder lezen: In m’n  artikel ‘M’n kind heeft vaker driftbuien. Wat nu?’ lees je meer praktische tips over hoe je met een driftbui omgaat.

 

(7) Eten: Bang voor nieuwe dingen
peuter3Jonge kinderen kunnen soms bang zijn / worden voor nieuwe dingen; dat noemen we ‘neofobie’. Ze willen dan ineens niet meer eten; ze weigeren dan bijvoorbeeld om iets te eten dat ze niet kennen. Als je daar als ouder te veel in meegaat of als je je kind niet op een positieve manier stimuleert, dan zie je vaak dat kinderen steeds meer eten gaan weigeren. De maaltijd mondt uit in een machtsstrijd tussen ouder en kind. De gezelligheid aan tafel is dan ver te zoeken.

TIP: Voorkom dat je je kind gaat dwingen om toch iets te eten. Dwingen werkt helaas averechts. Houd oog voor wat je kind wél goed doet aan tafel en benoem dat. Als je kind weet wat hij goed doet, dan is de kans groter dat hij dat opnieuw of vaker zal gaan doen.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips)’.

 


fb_cursus_help_mijn_kind_luistert_niet
Cursus ‘Help, mijn kind luistert niet!?’
Wil je graag weten hoe je ervoor zorgt dat je kind beter én sneller naar je luistert?
Op een positieve, liefdevolle en constructieve manier.

=> Dan is deze cursus precies wat je zoekt.
=> Vraag nu GRATIS Les 1 van deze cursus aan.

Lees hier wat je allemaal van deze cursus mag verwachten.


 


(8) Slapen: Dutjes & monsters

meisje_huilend_uit_bedSlapen is op alle leeftijden heel belangrijk, dus ook voor je peuter. Ook op dit gebied van slaap verandert er van alles voor je kind: je jonge peuter gaat van twee naar één dutje en je oudere peuter gaat van één naar geen middagslaapje. Kort na zo’n verandering zal je kindje eraan moeten wennen dat hij wat minder slaap krijgt. Dat betekent niet alleen dat je kindje sneller of vroeger moe is, maar ook dat je kindje minder kan verdragen of prikkelbaarder is. Een mogelijk gevolg is dat een drift- of huilbui sneller kan optreden.
Daarbij is het voor je peuter nog bijna onmogelijk om feit en fictie uit elkaar te halen. Het heeft nog zo’n levendige fantasie dat het echt gelooft dat er een krokodil onder zijn bed ligt of dat er monsters / heksen op zijn kamer zijn. Je kind kan daar echt heel erg bang van worden.

TIP: Het heeft geen zin om te zeggen dat je kind zich ‘niet moet aanstellen’ of dat monsters / heksen niet bestaan. Voor je kindje bestaan ze namelijk wel en zijn ze echt. Hij gelooft er echt in (‘magisch denken‘). Neem daarom de zorgen van je peuter serieus, ga echter niet mee in zijn angst en stel hem uiteraard gerust. Kijk bijvoorbeeld samen onder zijn bed, zodat hij zeker weet dat daar niks ligt of jaag alle monsters met speciale ‘Monsterspray’ zijn kamer uit.

Verder lezen: In m’n artikel ‘Het middagdutje: Wanneer kan mijn kind het dutje ’s middags overslaan? (Incl. checklist)‘ lees je of je peuter er klaar voor is om het middagdutje over te slaan en hoe je dat kunt aanpakken. In m’n artikel ‘Ga nou toch lekker slapen, liefje! – 5 tips om je kind te leren slapen‘ lees je hoe je er voor zorgt dat je kindje ’s avonds rustig in slaap valt.

 

(9) Cognitieve ontwikkeling van je peuter: 
voorlezen_moeder_kind_op_bedMet de cognitieve ontwikkeling van je peuter bedoel ik zijn leervermogen. Hij leert allerlei nieuwe vaardigheden: hij leert steeds beter te begrijpen wat er om hem heen gebeurt, hij kan zijn geheugen steeds beter gebruiken en leert om kleine problemen aan te pakken en op te lossen. Ook kan hij steeds langer ergens zijn aandacht bij houden en zich langer op een taakje concentreren.

TIP: Om de cognitieve ontwikkeling van je peuter te stimuleren is het goed om dagelijks met je kindje te lezen. In de bibliotheek vind je allerlei (prenten)boeken, die uitermate geschikt zijn voor jonge kinderen. De thema’s in deze boeken sluiten vaak heel mooi aan op de belevingswereld van je kindje. Daarbij is samen lezen een mooie, gezellige één-op-één-activiteit, die kinderen doorgaans heel fijn vinden om samen met papa of mama te doen. Samen lezen vergroot ook nog eens zijn aandachtspanne en concentratievermogen en stimuleert zijn taal- / spraakontwikkeling. Dus door regelmatig voor te lezen, sla je heel makkelijk een aantal vliegen in één klap.

Verder lezen: Lees ook m’n artikel ‘Nog een keer lezen, nog een keer’- 5 eenvoudige tips om samen (voor)lezen met je kind nóg leuker te maken‘.

 

(10) Grote zus of broer worden: 
ouderschap_zwangere_buik_oudste_dochter2Veel kinderen worden op deze leeftijd ineens grote broer of grote zus. Dat is voor henzelf een grote omslag. Ineens moeten ze de aandacht, die ze altijd van papa en mama kregen, delen met een ander kindje. Het ene kindje gaat makkelijker met deze verandering om dan het andere.

TIP: Bereid je peuter goed voor op de komst van zijn broertje of zusje. Laat hem waar mogelijk helpen met de veranderingen in huis. Als hij bijvoorbeeld in een andere kamer gaat slapen, kan hij zelf zijn knuffels naar de nieuwe kamer verhuizen. Als hij in een ander (groter) bed gaat slapen, dan kan hij zelf een mooi dekbedovertrek uitzoeken. Laat je peuter ook helpen met de inrichting van de babykamer. Als de baby er eenmaal is, kun je je kindje een cadeautje geven ‘namens de baby’.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘Hoera, er komt een kindje bij! – 5 tips over hoe je je oudste voorbereidt op een broertje of zusje.‘.

 

Wat kun je nog meer doen als ouder om de frustraties, boosheid en heftige emoties van je peuter het hoofd te bieden? 

[A] Bewaar je rust, ook in uitdagende opvoedsituaties. 
moeder_meisje_lachend_bosProbeer zo veel als mogelijk rustig op je kindje te reageren, ook tijdens een pittige of heftige opvoedsituatie. Je kindje mag best aan jou merken dat een grens is bereikt en dat je niet altijd zo maar meegaat in wat je kindje wil. Het is belangrijk om hem dat op een rustige manier duidelijk te maken.

[B] Geef je kind duidelijkheid: ‘zeg wat je doet, doe wat je zegt’. 
Als je in allerlei situaties op dezelfde manier op je kindje reageert, dan weet hij steeds beter wat hij van jou kan verwachten en wat de bedoeling is. Dat vinden kinderen fijn; dat geeft hen rust en vertrouwen. Houd je vast aan de uitdrukking ‘zeg wat je doet, doe wat je zegt’: leg uit wat je gaat doen of wat je van je kindje verwacht en zorg er – op een fijne, liefdevolle manier voor – dat dat ook gebeurt.

[C] Geef je kind voldoende positieve aandacht. 
Speel met je kind, zodat je je kind voldoende positieve aandacht kunt geven. Alle kinderen hebben dat nodig. Probeer dan aan te sluiten bij wat je kind op dat moment aan het doen is. Uiteraard is dat ook een mooie gelegenheid om je kind iets nieuws te leren. Als je kind met de duplo aan het spelen is, kun je samen een ‘superhoge’ toren; zo hoog mogelijk (totdat hij omvalt). Of je probeert samen een puzzel te maken; eerst eentje die past bij zijn leeftijd en dan – afhankelijk van hoe het je kindje afgaat – maak je de puzzel wat makkelijker of juist wat moeilijker. Zo kun je je peuter stimuleren, op een manier en op het niveau dat goed bij hem past.
Ook als iets bij het spelen niet meteen lukt of als het je kindje niet zo leuk lijkt te vinden, hoeft dat niet te betekenen dat hij dat nooit meer gaat doen. Juist door het toch nog eens klaar te leggen, door het vaker te doen of door het regelmatig samen te oefenen, gaat het hem steeds beter af én is de kans groot dat hij het steeds leuker gaat vinden.

[D] Accepteer dat het de ene dag beter gaat dan de andere. De peuterpuberteit kan voor ouders best een heftige periode zijn. Onderschat het niet. Maar wees ook realistisch: er zijn niet alleen dagen waarop het niet lekker loopt, er zitten ook hele fijne dagen tussen. En bedenk: liep het vandaag niet zo lekker? Begin dan morgen weer met frisse moed en een schone lei.

[E] Vergeet niet dat je kindje nog altijd heel lief kan zijn en op momenten heel fijn is in de omgang. Ook als hij nu regelmatig een driftbui heeft of veel huilt, zijn er nog altijd momenten waarop je veel plezier aan hem beleeft en hij jou veel liefde geeft. Geniet van deze momenten. Laat die fijne momenten niet overschaduwen door de lastige(re) opvoedmomenten.

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

Referenties van gebruikte literatuur voor dit artikel: 
– Voorkom myopie bij jouw kind, met het gratis myopie-pakket. [ Klik hier. ]
– Woolfson, R. (2001). De pientere peuter. Uitgeverij Cantecleer: Baarn.

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips).
– ‘10 basistips om je baby, kind of tiener lekker te laten slapen.
– ‘Het middagdutje: Wanneer kan mijn kind het dutje ’s middags overslaan? (Incl. checklist)
– ‘Boos zijn kun je leren! | 6 stappen om je kind te leren zijn boosheid te beheersen.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

logo_akse_coaching_groot_nieuwGa (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

‘Mijn kind eet zo slecht. Moet ik me zorgen maken?’ [Interview met eetexpert drs. Eline de Haan]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze onderzoekers interviewt over hun eigen onderzoek. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, met opvoeding en/of met de ontwikkeling van kinderen (0-12 jaar). 

jongen_wil_niet_eten_broccoli


Als je kind slecht eet, kun je je daar als ouder grote zorgen over maken.
Als het een keertje voorkomt natuurlijk nog niet zo zeer, maar wel als het vaker gebeurt of als het van kwaad tot erger lijkt te worden. De strijd aan tafel met je kind is alles behalve gezellig. En jij wil zo graag dat je kind goed eet. In het ideale geval zag je natuurlijk het liefst dat je kind gezond en gevarieerd at, maar de laatste tijd ben je al blij als je kind íets binnenkrijgt. Hoe zorg je er nou voor dat je kind beter gaat eten? Wat kun je dan doen en wat beter niet? En wanneer moet je je echt zorgen gaan maken? Wanneer zet je je zorgen om in actie?

⇒ In dit artikel geeft Eline de Haan (behandelcoördinator bij SeysCentra en cognitief gedragstherapeut VGCt) antwoord op deze veelvoorkomende vragen van ouders.

 


Eline, je bent expert op het gebied van eetproblemen / voedselweigering bij kinderen. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan? 

‘Ik heb orthopedagogiek gestuurd aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Tijdens mijn stage kwam ik voor het eerst in contact met het behandelcentrum. Toen daar later een vacature vrijkwam als behandelaar heb ik direct gesolliciteerd. Wat mij aansprak aan SeysCentra was het gedragstherapeutisch werken en het heel intensief met het kind en ouders bezig zijn. Daar ligt echt mijn hart.

Eerst werkte ik in het team zindelijkheidsproblematiek. Later werd ik behandelcoördinator op onze locatie in Malden (bij Nijmegen), waar wij kinderen met een selectieve/restrictieve voedselinnamestoornis (afgekort vanuit het Engels met ARFID) behandelen. ARFID is een relatief nieuwe diagnose in de DSM-5, het handboek voor de classificatie van psychische stoornissen. Vanuit SeysCentra behandelen wij deze kinderen. Dat deden we al ver voor de nieuwe term ARFID bekend werd.

Het mooie van het thema vind ik dat voeding en eten zo’n basale onderdelen van ons bestaan zijn. Het gaat echt om de eerste levensbehoefte. Daarnaast is het natuurlijk een essentieel onderdeel van ouderschap om je kind te kunnen voeden. Dat maakt dat we zowel nauw met de kinderen als hun ouders samenwerken. De cliënten, die bij SeysCentra komen, hebben een leeftijd van 2 tot 18 jaar.

meisje_wil_niet_eten5We zien o.a. kinderen, die problemen hebben met slikken of kauwen, die weinig interesse hebben in eten, die een sensorische overgevoeligheid hebben (bijv. ze vinden structuren, smaak, temperatuur, consistentie of geur van voeding zeer onprettig en/of niet te verdragen), die bang zijn voor mogelijk negatieve gevolgen van eten (bijv. verslikken, stikken, braken, buikpijn krijgen). De kinderen die wij zien, eten of weinig in hoeveelheid of heel erg selectief; een combinatie van beide komt ook voor.

Vaak zie je dat kinderen vanaf de geboorte al moeite hebben met voeding: ze hebben aan de beademing gelegen, ze hebben altijd moeite met voeding gehad, ze waren te vroeg geboren en/of te licht bij de geboorte, ze hadden last van ernstige reflux en/of een vertraagde maagontlediging (waardoor de voeding langer dan normaal in de maag blijft). Hierdoor ontwikkelt het kind een grote weerstand en/of angst voor voeding en het eten ervan. Uiteraard kunnen er ook andere oorzaken zijn dat kinderen ‘problematische eters’ worden; daarover hieronder meer.

Ik werk niet alleen met de kinderen zelf maar vaak ook met hun ouders. We leren dus niet alleen de kinderen om op een andere manier te eten, maar ook hoe de ouders anders om kunnen gaan met hun nu nog problematisch etende kind. Het direct kunnen werken met het kind én zijn ouder maakt mijn werk zo bijzonder en mooi.’

 


eline_de_haan
‘In het artikel ‘Mijn kind eet zo slecht. Moet ik me zorgen maken?’ is gedragswetenschapper Eline de Haan aan het woord. Momenteel werkt ze als behandelcoördinator bij SeysCentra in Malden. Eline heeft Pedagogische Wetenschappen gestudeerd aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en is cognitief gedragstherapeut VGCt.

SeysCentra is gespecialiseerd in de behandeling van ARFID (selectieve/restrictieve voedselinnamestoornis) en zindelijkheidsproblematiek. Hun aanpak is altijd op maat en seyscentra_logoin samenspraak met ouders. Het streven is om vanuit kennis en ervaring het probleem zo goed mogelijk te behandelen. De behandeling is wetenschappelijk onderbouwd en effectief bij kinderen en jongeren, met en zonder verstandelijke beperking.’


 

Alle kinderen maken wel eens een periode door, waarin ze niet zo goed eten. Meestal komt het dan binnen afzienbare tijd wel weer goed, waarna het kind weer beter eet. Toch kunnen ouders zich dan al behoorlijke zorgen maken. Wat zijn in jouw ogen de meest voorkomende redenen waarom kinderen een periode niet goed eten?

jongen_huilt_tijdens_voeren_moeder‘De belangrijkste reden waarom kinderen slechter gaan eten is de ‘peuterpuberteit’. Als kinderen 2-3 jaar zijn, treedt ‘autonomie-ontwikkeling’ op. Ze leren dan o.a. om ‘nee’ te zeggen, dat ze iets anders kunnen vinden dan hun ouders, dat ze invloed uit kunnen oefenen op hun omgeving en daarbij ook keuzes willen maken. Op het gebied van eten merken ze dat ook: ze bepalen zelf wat ze in hun mond stoppen. Dat hoort trouwens allemaal bij een gezonde, normale ontwikkeling; het gaat dus om kinderen die in de basis ‘goede eters’ zijn. Bijna alle kinderen maken zo’n fase door.

Tijdens de peuterpubertijd zegt een kind vaak nee tegen van alles; het gaat dan niet per se om het eten. Belangrijk is dan om niet te veel een strijd van het eten te maken. Uiteraard is het als ouder wel belangrijk om duidelijke kaders te schetsen. Je kunt je kind bijvoorbeeld keuzes geven binnen de grenzen die jij aangeeft. Daar horen dus ook goede afspraken bij. Soms kun je je kind zelf laten kiezen, maar niet altijd.

Ook bij oudere kinderen, die slechter gaan eten, kan het meer ontwikkelen van autonomie een rol spelen. Ze hebben dan bijv. bij een vriendje gezien dat er thuis vegetarisch wordt gegeten, waardoor ze zelf ook gaan nadenken over het eten en bijv. minder / geen vlees meer gaan eten. Kinderen willen hierin zelf keuzes maken. Ook dit hoeft niet zorgelijk te zijn.’

 

Als kinderen niet goed eten, zijn ouders al vrij snel ongerust en proberen ze hun kind te stimuleren om toch wat te eten. Wat vinden ouders in zo’n situatie het lastigste of moeilijkste? Zijn er ook dingen die ouders – onbewust– ‘verkeerd’ aanpakken, waardoor ze onbedoeld de kans groter maken dat hun kind slechter blijft eten of nóg slechter gaat eten?

jongen_walgt_van_soep‘Ouders vragen vaak aan hun kind: ‘Waarom vind je het niet lekker?’ en proberen dan iets aan het eten te veranderen, waardoor het kind het wellicht lekkerder vindt. Op die manier ga je te veel aandacht richten op het eten en bevestigen dat het mogelijk niet lekker is. Het ‘lekker vinden’ is eigenlijk niet zo belangrijk, maar een kind kan wel leren dat eten niet zo onprettig is als van tevoren voorgesteld wordt.

Andere ouders blijven hun kind maar stimuleren om toch nog wat te eten (bijv. blijven aansporen, ‘eet nou eens door’, ‘neem nog een hapje’). Dat heeft op een gegeven moment helemaal geen effect meer.

Ook eten ‘verstoppen’ (bijv. broodbeleg tussen brood) kan averechts werken. Vooral als je kind ineens totaal onverwacht iets in zijn eten vindt dat hij niet lekker of prettig vindt. Je kind kan daar echt van schrikken, hij raakt het vertrouwen in zijn eten kwijt. Hij dacht dat het eten veilig was, maar dat blijkt niet zo te zijn.

Het is dus belangrijk om open en eerlijk te zijn over het eten dat je je kind geeft. Bied het vooral aan zoals het er uit ziet. Dan leert het kind ook de smaak beter kennen.

Ook onderhandelen komt aan de eettafel vaak voor, alhoewel het niet echt een handige strategie is. Beter is het om je kind een gekaderde keuze te geven: als jij graag wil dat je kind min. 5 boontjes eet, dan vraag je ‘wil 5 of 7 boontjes?’. Je kind zal dan waarschijnlijk 5 boontjes kiezen. Stel ook vooral eisen waarvan je weet dat je ze als ouders kunt volhouden. Denk hierbij in kleine stappen.’

 

Eetstoornissen komen de laatste tijd steeds vaker in beeld door diverse programma’s op tv. Die bewustwording is natuurlijk hartstikke goed. Een mogelijk nadeel zou kunnen zijn dat ouders zich sneller zorgen maken over dat hun kind mogelijk een eetstoornis ontwikkelt. Kun je aangeven welke factoren kunnen wijzen op een beginnende eetstoornis?

meisje_kijkt_bedenkelijk_naar_paprika‘Je ziet verschillen tussen gewone ‘lastige eters’ en de ‘problematische eters’, waarbij de diagnose ARFID echt van toepassing is. De lastige eters eten een paar dagen per week niet goed, maar dan weer een dag wel. Sommige dingen eten ze niet, maar andere dingen weer wel. Dat gaat dus meer in golfbewegingen. De lastige eters komt meestal geen voedingsstoffen tekort en heeft een normaal gewicht.

Kinderen, waarbij de diagnose ARFID van toepassing is, eten veel te weinig, te weinig gevarieerd of slechts heel selectief. Soms krijgen ze wel genoeg calorieën binnen, maar dat ligt dan eerder aan de voeding die ze eten, dan aan de hoeveelheid. Vaak missen ze veel voedingsstoffen en hebben een te laag gewicht. Voor deze kinderen is eten dagelijks een probleem.

Eén van die factoren, die kan duiden op een eetstoornis, is als het veel te weinig of heel selectief eten langere tijd aanhoudt of dat je een duidelijk verschil ziet met hoe andere kinderen eten. Als ouder voel je dat vaak goed aan en merk je ook dat je je er al langere tijd zorgen over maakt. Bespreek dit altijd met het consultatiebureau of je huisarts.

kinderfeestje_high_teaBij oudere kinderen kan het zorgelijk zijn als ze in ‘sociale gelegenheden’ moeite hebben met eten, bijv. traktaties op school weigeren of ze zien heel erg op tegen het eetmoment op een verjaardagsfeestje (terwijl ze goed begrijpen dat het sociaal verwacht wordt dat ze dan toch iets eten).

Als je je zorgen maakt om het ‘slecht eten’ van je kind is het goed om eens bij te houden wat je kind ongeveer eet. Dat kun je doen door een week een eetdagboek bij te houden, maar dat kan ook door op te schrijven welke groentes je kind precies eet. Na een paar maanden houd je het opnieuw bij en vergelijk je de registraties van beide periodes met elkaar. Als je merkt dat je kind toch langzaam maar zeker stappen in de goede richting heeft gemaakt en je het vertrouwen hebt dat je kind beter leert eten, dan is het goed. Zo niet, dan is het belangrijk om aan de bel te trekken. Overleg je zorgen ook altijd met je huisarts of het consultatiebureau.

TIP: Kijk eens op de website van het Voedingscentrum om te checken wat kinderen van een specifieke leeftijd geadviseerd wordt om dagelijks te eten.’

 

Wat kunnen ouders zélf doen om de kans op het ontwikkelen van een eetstoornis bij hun ‘problematische eter’ te verkleinen? En wat kunnen ze beter achterwege laten?

‘Je kunt als ouder helaas niet altijd voorkómen dat je kind een eetstoornis ontwikkelt. Toch kun je gelukkig een aantal dingen doen om die kans zo klein mogelijk te maken:

  • Vaak zie je dat ‘problematische eters’ of kinderen met de diagnose ARFID een angst hebben ten aanzien van voeding. Het is dan goed om angsten van je kind te doorbreken en hem soms iets te laten doen wat hij een beetje spannend vindt. Ga de angst dus niet uit de weg, maar ga ‘m – in kleine stappen – aan.
  • gezin_samen_aan_tafel_lachenProbeer om alle gezinsleden aan tafel te laten zitten, dus ook je problematische eter die liever niet eet. Door samen aan tafel te zitten, leert je kind dat het eetmoment een gezellig, sociaal moment is. Je maakt dan de afspraak dat je kind niet perse iets hoeft te eten (mag natuurlijk wel), maar dat je wel verwacht dat hij gewoon met iedereen aan tafel zit.
  • Blijf eten dat je kind nu niet lust toch aanbieden. Herhalen is het devies.
  • Het is belangrijk om je kind te stimuleren om steeds een stapje verder te zetten. Als hij nu één hapje ergens van eet, kan hij ook twee hapjes eten. Zo kun je de hoeveelheid, van wat je kind eet, langzaam opbouwen. Denk daarbij in kleine stapjes.’

 


Tenslotte, wat is het belangrijkste advies dat je aan alle ouders, van een kind dat op dit moment niet goed eet, zou willen geven?

ouders_in_gesprek_met_professional‘Een kind dat nu slecht eet, en al lange tijd niet goed eet, gaat niet ineens goed eten; dat is nog niet zo snel opgelost. Heb dus geduld en denk in kleine stapjes. Heb ook vertrouwen op je eigen gevoel en je kundigheid als ouder.

En natuurlijk ook: als je je zorgen maakt, vraag dan om hulp. Betrek er mensen bij die met je mee kunnen denken. Probeer dat eerst laagdrempelig door je zorgen voor te leggen aan de huisarts of bij het consultatiebureau. Zij denken graag met je mee.’

 


tip_gezinWil jij als eerste Joyce’ waardevolle OpvoedTips ontvangen? 
Helemaal gratis en vrijblijvend. Klik dan hier.

Cadeau: Kort na je aanmelding van het e-zine ontvang je Joyce’ E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’ als cadeau. Dat is dus ook helemaal gratis en vrijblijvend. Je leest er hier meer over.


 

Wil je graag reageren op dit artikel? Dat mag!
Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

joyce_rosegrijs_staand_c
Heb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.


K
lik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle opvoedtips:
– ‘Vind ik niet lekker!’ (Over jouw rol aan tafel en hoe jij er voor kunt zorgen dat je kind beter eet.)’. Klik hier.
– ‘Help, mijn kind is een lastige eter! Wat nu?’ | 5 do’s & don’ts (Interview op L1 Radio). Klik hier
– ‘Aan tafel!’ (1) ‘Hoe maak je het weer gezellig aan tafel als je kind niet goed eet?’.
Klik hier
– ‘Snoep, snoep en nog eens snoep’ – Hoe je een eind maakt aan het gezeur over snoep.’ Klik hier

Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

logo_akse_coaching_klein_nieuw
Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

‘Mijn kind heeft vaker driftbuien! Wat nu?’ | Minder driftbuien in slechts 5 stappen.

‘Je vraagt je kind wat hij wil drinken. Hij geeft aan dat hij graag sap wil drinken en je geeft hem dat in zijn blauwe beker; de beker waar hij gisteren zo graag uit dronk. Maar zodra je kind de beker ziet, wordt hij ineens heel boos en schreeuwt het uit: ‘nee, nee, nee!’. Hij laat zich op de grond vallen en bonkt met zijn hoofd op de grond, ondertussen heel hard huilend. Je snapt niet wat er aan de hand is. Je geeft hem toch wat hij gevraagd heeft…? Wanneer je kind na een tijdje uitgeraasd is, zegt hij ineens, nog zachtjes nasnikkend: ‘roene beke’. Hij wilde sap drinken uit zijn groene beker…’

jongen_driftbui_achteroverHierboven las je een voorbeeld van een kind dat – zo maar uit het niets – een driftbui krijgt. Alle kinderen tussen 1 en 4 jaar hebben wel eens een driftbui. Dat komt bij veel jonge kinderen voor en is dus eigenlijk heel normaal. Deze periode wordt ook wel de ‘peuterpuberteit’ genoemd. Als jouw kind het wel eens heeft, hoe je je er dus ook niet meteen zorgen om te maken. Natuurlijk verschilt per kind wel hoe heftig de driftbui is, wat hij tijdens een driftbui precies doet en hoe lang een driftbui duurt.
Na deze leeftijd komen driftbuien trouwens ook nog wel eens voor, maar dan minder vaak of minder heftig.

Toch zijn er ook veel overeenkomsten in de driftbuien. Kijk maar eens naar de redenen waarom kinderen een driftbui kunnen krijgen:
– Je kind wil iets zelf kunnen beslissen (bijv. ik wil niet de blauwe maar de groene beker).
– Je kind wil dat er iets gebeurt (bijv. tv kijken), maar dat kan op dat moment niet (want hij gaat naar bed).
– Je kind wil iets krijgen / hebben (bijv. een snoepje of een koekje), maar dat kan op dat moment niet (want jullie gaan zo eten).
– Je kind wil iets ZELF doen (bijv. schoenen dichtmaken), maar dat lukt nog niet.

Dit zijn allemaal situaties, waarin je kind te maken krijgt met een gevoel van frustratie, boosheid, teleurstelling en/of onmacht. Het is voor jonge kinderen nog heel lastig om met deze situaties om te gaan.

Een aantal redenen, waarom jonge kinderen (1-3 jaar) dat zo lastig vinden, zijn o.a.: 
– Jonge kinderen beginnen nu de eerste stappen te zetten richting zelfstandig worden en onafhankelijk zijn. Natuurlijk kan dat nog lang niet helemaal, maar op deze leeftijd proberen ze wel uit wat ze zelf kunnen doen en wat niet.
– Je kind bekijkt de situaties, waarmee hij te maken krijgt, nog helemaal vanuit zijn eigen standpunt. Hij is nog ‘egocentrisch’ ingesteld en begrijpt niet dat jij het anders kunt zien of er anders over kunt denken.
– Jonge kinderen vinden het lastig om te wachten of om iets uit te stellen. Ze willen het nu.

⇒ Allemaal aspecten, die horen bij deze leeftijd en ontwikkelingsfase, maar die het voor je kind (en jou) soms behoorlijk lastig maken.

Een driftbui kan behoorlijk heftig zijn, niet alleen voor je kind maar ook voor jou. Je kind gaat bijvoorbeeld…
meisje_huilend_uit_bed– Schreeuwen, krijsen of huilen
– Jou pijn doen (bijv. slaan, schoppen, bijten, krabben)
– Met speelgoed of voorwerpen gooien.
– Zichzelf pijn doen (bijv. krabben, haren uittrekken, hoofdbonken)
– Adem inhouden (zg. ‘breath holding spells’) tot flauwvallen aan toe.

En hoewel nagenoeg alle kinderen een periode hebben, waarin ze vaker een driftbui krijgen, heeft je kind jou nodig om de heftige emoties in die situaties te leren beheersen.

⇒ Hieronder lees je wat jij kunt doen als je kind een driftbui heeft en met 5 welke stappen je dan het beste kunt beginnen. Onderaan het artikel geef ik je ook nog eens 3 bonustips.

Wat kun jij doen als je kind een driftbui heeft?

(1) Probeer zelf rustig te blijven. 
jongen_ligt_op_grond_huilend_vrouwHet is belangrijk om niet in de heftige emotie van je kind mee te gaan. Als je boos wordt of zelf gefrustreerd raakt, is de kans groot dat die emotie overslaat op je kind en de situatie alleen maar heftiger wordt. Als jij rustig blijft, is de kans groot dat je kind ook eerder rustig wordt. Realiseer je dat jouw emotie ‘aanstekelijk’ werkt en door je kind overgenomen kan worden; dat geldt zowel voor de positieve als de negatieve emoties.

Verder is het voor jou makkelijker – als je rustig bent – om te kijken of je je kind kunt afleiden. Afleiden lukt het beste op het moment dat je kind nog geen driftbui heeft. Je kent je kind natuurlijk als geen ander en kunt daardoor goed inschatten wanneer hij een driftbui zou kunnen krijgen. Probeer je kind dan af te leiden of op andere gedachten te brengen. Voorkom echter dat je je kind zijn zin gaat geven om te voorkomen dat hij een driftbui krijgt; dat werkt namelijk averechts en zorgt juist voor meer driftbuien (daarover hieronder meer).

(2) Blijf bij je kind in de buurt en laat je kind uitrazen.
jongen_ligt_op_de_grond_huilendHierboven las je al dat sommige kinderen zich pijn kunnen gaan doen tijdens een driftbui. Dat wil je natuurlijk graag voorkomen. Daarom is het belangrijk dat je in de buurt van je kind blijft tijdens een driftbui, zodat je kunt voorkomen dat hij ergens tegen aan valt of zich op een andere manier bezeert.

Voor sommige kinderen kan het tijdens een driftbui helpen als je vraagt ‘wil je een knuffel?’ of ‘zal ik je een knuffel geven?’. Als je kind dan ‘ja’ zegt, dan kun je hem een knuffel geven. Als je kind ‘nee’ zegt, zeg dan: ‘Kom dan een knuffel bij me halen als je er klaar voor bent.’ Je kind weet dan dat hij bij je terecht kan op het moment dat hij er zelf aan toe is. Je kunt dan bij hem weggaan en de kans is groot dat je kind dan binnen niet al te lange tijd zijn knuffel bij je komt halen.

Houd wel goed in de gaten dat je tijdens een driftbui niet te lang door blijft gaan met vragen stellen of dat je te veel aandacht aan je kind blijft schenken. Dat werkt doorgaans averechts, waardoor de driftbui juist langer kan duren…

Je merkt al dat het omgaan met driftbuien behoorlijk maatwerk is. Het is belangrijk om de juiste balans te vinden in hoe je op je kind reageert.


joyce_grijs_aanjou_1
Maak je je zorgen over de driftbuien van je kind? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?

Neem dan contact met me op.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


(3) Accepteer dat je nu geen contact kunt maken met je kind.  
meisje_huilend_moeder_handeninhaarSommige kinderen laten zich tijdens een driftbui vrij goed kalmeren als je rustig tegen ze praat. Jouw rust kalmeert hen dan (zoals bij punt 2).

Bij andere kinderen werkt dit echter niet of onvoldoende. Zij blijven dan in de driftbui hangen. Het enige dat je dan kunt doen, is accepteren dat je op dat moment geen contact krijgt met je kind. Ga dan niet door met praten en blijf vooral niet aandringen op knuffelen etc. Neem wat afstand en laat je kind uitrazen.

Uiteraard blijf je ook nu nog steeds in de buurt om in de gaten te houden dat je kind zich niet bezeert (zie punt 2).

(4) Maak het weer goed met elkaar. 
vader_dochter_knuffelDe driftbui is na een tijdje gelukkig ten einde. Je kind is nu wat rustiger en snikt nog wat na.

Realiseer je dat je kind net in een heftige situatie zat en waarschijnlijk niet precies weet wat er met hem gebeurde. Sommige kinderen worden zelf ook overvallen door de driftbui, alle emoties en de heftigheid ervan. Ze moeten nog leren hoe ze de situatie anders aan kunnen pakken of hoe ze kunnen voorkomen dat er een driftbui ontstaat.

Vaak eindigt een driftbui in huilen. Je kind is dan oprecht verdrietig. En hoewel jij dan misschien nog boos op je kind bent of gefrustreerd door de situatie, is het prima om je kind dan te troosten (dus ook als dat voor jou op dat moment tegenstrijdig voelt).

(5) Praat kort na over wat er gebeurd is. 
moeder_praat_dochterAls de driftbui ten einde is en je je kind getroost hebt, dan laat je je kind even iets anders doen. Gewoon even lekker spelen. Zodra jullie – na een tijdje – allebei gekalmeerd zijn, is het goed om kort met elkaar te bespreken wat er gebeurde. Neem je kind gezellig bij je op schoot en vraag nog eens aan je kind waarom hij zo boos, gefrustreerd of verdrietig werd, hoe hij het de volgende keer anders kan aanpakken en hoe jij hem daarbij kunt helpen.

Uiteraard is je kind nog jong en de kans is groot dat hij het zelf niet goed weet en/of het je niet goed kan vertellen. Help je kind dan en probeer het voor hem te ‘ondertitelen’. Dat heeft je kind nodig om de situatie beter te leren begrijpen. Uiteraard is het voor deze jonge kinderen nodig om dit iedere keer dat het voorkomt kort te herhalen.

Hieronder lees je ook nog 3 mooie BONUStips. Lees dus gauw verder.


joyce_rosegrijs_staand_c

Wil je graag een thema-avond over opvoeden bijwonen?
Kijk dan in Joyce’ online Agenda voor een workshop, lezing of OpvoedParty bij jouw in de buurt.

Wil je Joyce graag uitnodigen om een thema-avond over opvoeden te geven?
Kijk dan hier voor mogelijke thema’s en/of neem contact met haar op.


Maar dat was nog niet alles! Hier volgen nog 3 handige BONUStips:

(1) Geef je kind niet zijn zin.
jongen_huilt_moeder_tilt_hem_opJe kind heeft behoefte aan duidelijke afspraken en aan het naleven van die afspraken. Het maakt dan eigenlijk niet zo veel uit of je vóór de driftbui ‘ja’ of ‘nee’ hebt gezegd, als je antwoord ná de driftbui maar hetzelfde is als ervoor. Als je je antwoord na de driftbui namelijk verandert, dan leert je kind (onbewust) dat het door een driftbui zijn zin krijgt. Dat zorgt er weer voor dat zijn driftbuien vaker zullen voorkomen en dat wil je natuurlijk niet. Houd je dus aan de afspraken, die je (vooraf aan de driftbui) met je kind gemaakt hebt.

(2) Wees voorspelbaar voor je kind.
vader_praat_met_zoon.jpgAls je kind weet wat er gaat gebeuren, als hij weet wat je van hem verwacht en als je duidelijk genoeg bent, dan kan je kind voorspellen wat er gaat gebeuren. Daar houden kinderen van. Daardoor krijgen ze meer grip op de wereld en op wat er om hen heen gebeurt. Die grip en duidelijkheid zorgen voor een fijn en veilig gevoel.

Dat betekent ook dat het fijn is als je veel aan je kind uitlegt, bijv. wat jullie die dag gaan doen. Zo weet je kind bijv. dat hij even kan gaan spelen, maar dat jullie daarna ergens naar toe gaan.

(3) Geef je kind veel positieve aandacht. 
moeder_helpt_zoonAlle kinderen hebben behoefte aan positieve aandacht van hun ouders. Dat kun je o.a. doen door elke dag een paar keer kort met je kind te spelen. Sluit dan aan bij wat je kind aan het doen is.

In periodes waarin je kind vaker driftbuien heeft, kan het voor jou misschien moeilijker zijn om positief op je kind te reageren en om leuk met je kind te spelen. Probeer dat juist in die periode toch te doen; je kind heeft het dan namelijk extra hard nodig. Als je vaker leuk met je kind kunt spelen, merk dat je kind niet alleen maar driftbuien heeft en ‘moeilijk doet’,  maar ook nog steeds heel lief, aardig en vriendelijk kan zijn. Vergeet niet dat je kind namelijk ook heel veel momenten heeft waarop hij rustig en lief speelt en dus helemaal geen driftbuien heeft.

⇒ Met deze aanpak merk je dat de driftbui binnen een aantal minuten voorbij zal zijn.

 

Wil je graag reageren op dit artikel? Dat mag!
Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking! 

 


Wil jij ook Joyce’ waardevolle opvoedtips ontvangen? tip_gezinHelemaal gratis en vrijblijvend. Klik dan hier.

Cadeau: Kort na je aanmelding van het e-zine ontvang je Joyce’ E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’ als cadeau. Dat is dus ook helemaal gratis en vrijblijvend. Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op. Je vindt m’n contactgegevens hieronder.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.
Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle opvoedtips: 
– ‘Positief opvoeden: Start je opvoeding goed met deze 5 stappen.’ Klik hier.
– ‘Laat dat nou!’ (over: 5 opvoedvalkuilen waar we allemaal intrappen én waardoor opvoeden onbedoeld lastiger wordt). Klik hier.
– ‘Stop met schreeuwen!’ (over: Hoe je in 5 stappen minder schreeuwt tegen je kind.)Klik hier. Klik hier.
– ‘Ach, het is maar een fase.’ (over: Hoe jouw verwachtingen over je kind je opvoeding in de weg kunnen zitten.). Klik hier.
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.


Gebruikte literatuur voor dit artikel: 

– Marx, Westpalm van Hoorn & Molenaar (2007). Je peuter. Houten: Het Spectrum.
– Schiet, M. (2007). Opvoedencyclopedie. Vianen/Antwerpen: The House of Books.
– Woolfson, R.C. (2001). De pientere peuter. Baarn: Cantecleer.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

Ach, het is een fase. (of: Hoe je verwachtingen jouw opvoeding in de weg kunnen zitten.)

Als ouder heb je waarschijnlijk bepaalde opvattingen en ideeën over hoe je de opvoeding van jouw kinderen wilt aanpakken. Daarnaast heb je ideeën over hoe jij je als ouder en hoe je kind zich zou moeten gedragen. Alle ouders hebben zulke ideeën en opvattingen in meer of mindere mate en die kunnen zowel bewust als onbewust zijn. Alleen pakken sommige opvattingen niet altijd even handig voor je uit; sterker nog, sommige opvattingen of verwachtingen kunnen je opvoeding behoorlijk in de weg zitten…

Hieronder lees je een aantal voorbeelden van opvattingen over de opvoeding (Sanders, 2009), waar je je het als ouder onbedoeld (en onnodig) moeilijk mee maakt:

 

(1) ‘Het is maar een fase.’
moeder_wanhopig_schreeuwendAls je zoon zich een tijd lastig gedraagt en je dat met andere ouders bespreekt, dan krijg je vaak de reactie: ‘Ach, dat heeft mijn dochter ook gehad. Maak je niet druk, het is maar een fase.’

In deze opmerking zit eigenlijk verscholen: ‘Laat je kind maar, je kunt er toch niks aan te doen’. En dat terwijl jij misschien al weken of zelfs maanden tegen dat lastige gedrag aanloopt en je er ontzettend graag een oplossing voor zou willen krijgen. En de oplossing, die je hoort, is alleen maar: wacht maar totdat het overgaat. En als je zoon dat gedrag nu al 3 maanden of nog langer laat zien, wanneer gaat het dan eindelijk over…?

Andere uitingen, die lijken op dit zg. ‘faseprobleem’, zijn dat ouders het idee hebben dat hun dochter nu even extra lastig is omdat het in de (peuter)puberteit zit, of omdat hun zoon net naar groep 5, 6 of 7 (etc.) is gegaan. Of als ze het idee hebben dat hun kind op bepaalde vlakken gewoon moeilijker is dan andere kinderen, want hun kind is nog nooit aan tafel blijven zitten tijdens het eten, of het heeft altijd al een ochtendhumeur gehad, of het had altijd al een opvliegend karakter… En ga zo maar door.

Het voordeel aan deze uitingen is, is dat je de situatie accepteert zoals die is. Het nadeel is alleen dat je niet gaat proberen om er iets aan te doen. En ik ben ervan overtuigd dat er voor alle lastige gedragingen, die kinderen laten zien, een opvoedaanpak mogelijk is waardoor dat lastige gedrag verdwijnt.
Dan heb ik het echt niet alleen maar over een strenge opvoedaanpak met veel regels en consequenties; integendeel! Juist een positieve, liefdevolle aanpak zou er wel eens voor kunnen zorgen dat je kind veel minder lastig gedrag laat zien. 

 

(2) ‘Mijn kind doet het expres, gewoon om mij te pesten.’
vrouw_kwaad_vinger_omhoogAls je als ouder deze opvatting hebt, dan leg je eigenlijk alle schuld van het ongewenste gedrag dat je kind laat zien bij je kind. Dat je dochter gaat huilen of schreeuwen als het iets niet mag of als het haar zusje pijn doet, lijkt dan haar bewuste keuze. Je denkt misschien ook wel dat je kind het vooral doet om jouw aandacht te krijgen of om je op de kast te jagen. Je gaat er dan impliciet van uit dat je kind zich bewust is van zijn eigen gedrag én van jouw reactie erop. Het lijkt er dan op dat je kind zijn eigen gedrag bewust inzet en dat hij precies weet wat hij doet om bij jou die ene reactie uit te lokken.

Deze opvatting zorgt ervoor dat je als ouder nog sneller boos wordt op je kind of extra opvliegend op hem reageert waardoor de situatie eerder escaleert.

 


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 


(3) ‘Ik ben het helemaal zelf schuld dat mijn kind zich zo gedraagt.’

moeder_down_meisje_huiltMet deze opvatting leg je de schuld van het ongewenste gedrag dat je kind laat zien helemaal bij jezelf. Dus, je wijt het niet willen luisteren of het tegendraadse karakter van je kind helemaal aan jouw eigen gedrag. Je wilt het graag oplossen en denkt dan ‘als ik haar gedrag nou eens helemaal negeer’, ‘als ik nou zelf eens niet ga schreeuwen’ of ‘vanaf nu reageer ik iedere keer consequent op haar gedrag, dan zal het wel veranderen’, maar omdat je dan vaak al in een negatieve spiraal zit, is de kans klein dat je die veranderingen op het juiste moment inzet en ze het gewenste effect zullen hebben. Je gaat jezelf vervolgens nog meer verwijten maken, wat mogelijk tot gevolg heeft dat je je schuldig of somber gaat voelen over de hele opvoedsituatie. En dat maakt het alleen maar extra moeilijk om geduldig, rustig en consequent te zijn.


⇒ De opvattingen, die je hierboven gelezen hebt, zijn dan ook alle drie niet realistisch.
Het zijn allemaal opvattingen, die iedereen wel in meer of mindere mate heeft, maar waar je in de opvoeding eigenlijk niks aan hebt. Sterker nog, ze houden je meestal tegen om iets aan het ongewenste gedrag van je zoon of dochter te doen.

 

Hieronder lees je hoe je er op een andere manier tegen aan kunt kijken. Op die manier maak je de opvoeding van je kind(eren) net iets gemakkelijker voor jezelf.

A. Ongewenst gedrag is geen fase.
moeder_praat_met_zoonRealiseer je dat het ongewenste gedrag van je kind géén fase is. Realiseer je ook dat je als ouder een grote invloed kunt uitoefenen op het gedrag van je kind. Als jij wilt dat je kind zich anders gedraagt, dan ben jij degene die het gedrag van je kind kunt veranderen. Als je het op de goede manier aanpakt, dan merk je vanzelf dat je er controle over hebt en dat je het ongewenste gedrag tot een minimum kunt beperken.


B. Je kind gedraagt zich niet met opzet lastig en doet dat al helemaal niet om jou pesten.

Bij de opvatting ‘mijn kind doet expres lastig, om mij te pesten’ vraag je je misschien af: ‘maar het is toch míjn kind dat zo reageert en niet iemand anders, dus is het toch logisch dat mijn kind de volledige schuld krijgt?’ Op zich klopt het natuurlijk dat het je kind is dat zo reageert, maar de crux zit ‘m in het woordje ‘reageert’. Jouw kind reageert ergens op, op een situatie of op iemand, bijv. op je partner, op jezelf of op een vervelend gevoel.

De manier waarop iets loopt of de manier waarop jij iets tegen je kind zegt, zorgt voor een bepaalde reactie van je kind. Het is belangrijk om te erkennen dat niet alleen je kind maar ook jij (of je partner) een rol spelen in de manier waarop je kind zich gedraagt. Het gaat dus o.a. om de wisselwerking, de interactie van jullie als gezin, die van invloed is op het gedrag van je kind.
Daarnaast zijn er natuurlijk nog meer factoren, die een rol kunnen spelen in het ongewenste gedrag van je kind.

 


joyce_rosegrijs_staand_c

Wil je graag een thema-avond over opvoeden bijwonen?
Kijk dan in Joyce’ online Agenda voor een workshop, lezing of OpvoedParty bij jouw in de buurt.

Wil je Joyce graag uitnodigen om een thema-avond over opvoeden te geven?
Kijk dan hier voor mogelijke thema’s en/of neem contact met haar op.


 

C. Opvoeden is een complex geheel van factoren.
Er spelen veel factoren mee, waardoor een kind ongewenst gedrag laat zien. Je hebt als ouder veel invloed op het gedrag van je kind, maar je kunt daarmee niet voor 100% het ongewenste gedrag van je kind verklaren. Er zijn ook andere factoren, die invloed uitoefenen op het gedrag van je kind. Zo spelen ook invloeden van buitenaf een rol, zoals leeftijdgenootjes, vriendjes en vriendinnetjes. Ook de mate waarin een kind meekan met de lessen op school speelt mee of de programma’s, die je kind op televisie of internet ziet, de computerspelletjes die hij speelt etc. Het is belangrijk om na te gaan welke van deze factoren de grootste rol speelt, zodat je weet waar je kunt beginnen om het ongewenste gedrag van je zoon of dochter aan te pakken.


Het mooie aan opvoeden is, dat je iedere dag met een schone lei kunt beginnen.


 

⇒ Ook al heb je vandaag iets gedaan dat niet handig was voor je kind, je partner of jezelf, morgen krijg je weer een nieuwe kans om het anders te doen!

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

 

http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2014-2018. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie

 

Referentie horend bij dit artikel:
– Sanders, Markie-Dadds, & Turner. (2009). Positief Opvoeden. Triple P International Pty. Ltd: Australia.

 

Lees meer over gerelateerde opvoedthema’s:
– ‘Sturing & verbinding: Waarom beide aspecten onmisbaar zijn in de opvoeding van jouw kind.
– ‘Hoe je in slechts 5 stappen de emotionele veerkracht van je kind of tiener stimuleert.‘ [incl. korte test].
– ‘Als je de balans kwijt raakt…’ | Hoe houd je alle ballen in de lucht zonder stress. [Interview met burn-outexpert drs. Agathe Hania-Akse]
– ‘Doorbreek het opvoedtaboe: Opvoeden is niet altijd leuk en makkelijk.’ Klik hier.
– ‘Laat dat nou! | 5 opvoedvalkuilen waar we allemaal intrappen én waardoor opvoeden onbedoeld lastiger wordt.’ Klik hier.
– ‘Voorkom ongewenst gedrag: Geef je kind positieve aandacht.’ Klik hier.
Klik hier voor meer waardevolle OpvoedTips, o.a. over (leren) luisteren, eten en slapen.

logo_akse_coaching_klein_nieuw

 

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.