Heeft mijn kind dyslexie of niet? Wat je er als ouder of leerkracht over moet weten. [ Interview met dyslexie-expert drs. Kim Huiskamp ]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze experts interviewt over hun eigen onderzoek of werkveld. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, opvoeding en/of de ontwikkeling van kinderen (0-16 jaar). 

 

jongen_schrijven_handen_in_haarZodra je kind naar school gaat, komt hij al snel in aanraking met taal. In de kleutergroepen wordt er voorzichtig aandacht aan besteed en vanaf groep 3 begint het echte werk. Bij de meeste kinderen verloopt de taalontwikkeling zonder veel problemen; bij sommige kinderen zie je echter dat het lezen en spellen moeizamer gaat. Dat komt vaak in groep 3 en 4 naar boven. Bij deze kinderen zou er sprake kunnen zijn van dyslexie.

Over het onderwerp ‘dyslexie’ interviewde ik drs. Kim Huiskamp. Zij werkt als diagnosticus en behandelaar bij het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) in Maastricht.

In dit artikel vertelt ze uitgebreid wat dyslexie precies is (en wat niet), hoe je dyslexie bij jouw kind kunt herkennen, waarom het belangrijk is om de taalontwikkeling van je kind goed in de gaten te houden en – indien nodig – op tijd te starten met behandeling. Daarnaast vertelt ze welke mythes en vooroordelen er soms nog bestaan over dyslexie, waar dyslexie wel eens mee verward wordt en wat je als ouder kunt doen om het leesplezier van je kind te stimuleren.

 

Je bent expert op het gebied van dyslexie en leesvaardigheid. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan? 
meisje_wil_niet_lezen‘Ik ben eigenlijk toevallig met dyslexie in aanraking gekomen. Aan het einde van mijn opleiding psychologie heeft mijn stagebegeleidster mij in contact gebracht met prof. dr. Leo Blomert, expert op het gebied van dyslexie. Hij zocht mensen om een vakgroep te vormen om het dyslexieprotocol op poten te krijgen en dat wilde ik graag doen. Op die manier kon ik dus bij toeval in zijn werkgroep aan de slag. Daardoor kwam ik ook in aanraking met wetenschappelijk onderzoek naar dyslexie. Het onderwerp trok mij erg aan, maar ik merkte dat ik liever in een klinische setting werkte dan in een wetenschappelijke. Via Leo Blomert werd ik toen voorgesteld aan Patty Gerretsen, toentertijd directeur wetenschap van het RID. Zo ben ik uiteindelijk bij het RID terechtgekomen en daar werk ik nu al 15 jaar. Wat ik zo prettig vind aan werken met mensen met dyslexie is dat je echt iets voor iemand kunt betekenen. Iedereen in onze maatschappij krijgt te maken met lezen en schrijven en als je dyslexie hebt, kun je flinke problemen ondervinden op school, op je werk of zelfs privé. Met een gerichte behandeling en concrete tools, kun je kinderen (en volwassenen) met dyslexie echt helpen hun situatie te verbeteren. Het geeft me enorm veel voldoening dat ik op deze manier iets kan betekenen voor de kinderen, die bij ons komen.’

 


Curriculum Vitae
kim_huiskamp_fotoDrs. Kim Huiskamp studeerde neuro– en ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Maastricht. Daarna werkte ze een jaar als psycholoog / onderzoeksassistent aan dezelfde universiteit. Vervolgens maakte ze de overstap naar het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) in Maastricht. Ze werkte er een tijd als hoofd behandeling en vestigingsmanager; momenteel als diagnosticus en behandelaar.


 

Kun je uitleggen wat dyslexie precies is?
hersenen_kwabben‘Als je dyslexie hebt, dan heb je moeite met lezen en/of spelling. Sommige kinderen hebben alleen moeite met lezen, andere alleen met spellen en weer andere met allebei. De grootste groep van de kinderen met dyslexie heeft moeite met allebei.

In onze maatschappij maken we gebruik van het alfabetische schrift. Onze woorden zijn opgebouwd uit klanken. Als je het woord wil leren lezen en schrijven, dan zul je het woord moeten opdelen in klanken. Je gaat dan als het ware de klankstructuur van woorden ontcijferen.

In de hersenen zit een gebiedje (temporaal kwab*) dat de klankstructuur van woorden verwerkt, het helpt je met het in stukjes hakken van woorden. Dat gaat automatisch, onbewust.
*: Meer specifiek, de superieure temporale sulcus (STS) en planum temporale (PT) zijn betrokken bij de integratie van de letter-klank-koppeling. De visual word form area (VWFA) is betrokken bij directe woordherkenning.

Bij dyslexie is dat gebiedje wat minder goed toegerust om de klankinformatie te ontwarren. Die informatie loopt dan een beetje door elkaar. Je spreekt woorden misschien soms net een beetje verkeerd uit.
Bijvoorbeeld: Je hebt het dan niet over ‘doelwit’ maar over ‘doellid’.

En dat is eigenlijk nog maar het begin. Kinderen (of volwassenen) met dyslexie hebben er dus moeite mee om de klanken van elkaar te onderscheiden. De volgende stap is dat je de klanken gaat koppelen aan een letter, dus de klanken van losse letters. In groep 3 begin je daarmee: je leert welke klank bij welke letter hoort (bijv. ‘Dit is de letter ‘L’ en die klinkt zo…’).

Die letter-klank-koppeling zit weer in een ander gebiedje van die temporaal kwab. Dat gebiedje koppelt als het ware de auditieve (klank, die je hoort) en visuele informatie (letter, die je ziet) aan elkaar. Dat ‘koppelproces’ duurt eigenlijk jaren. Van groep 3 naar groep 8 maken kinderen daarin een stijgende lijn door. Die integratie duurt dus echt jaren en kan alleen optreden met onderwijs. Pas daarna wordt het een automatisch proces. Op het moment dat het automatisch is, kun je het zien van een letter niet meer als niet-letter zien. Op latere leeftijd gebeurt dat zelfs met hele woorden. Maar daar heb je dus wel training voor nodig. Een beginnende lezer kan dat nog niet met hele woorden. Daarom begin je op school eerst met het leren van de letters met bijbehorende klanken.’

 

Hoe ‘ontstaat’ dyslexie? 
loesje_dyslexie‘Je wordt met dyslexie geboren; het ontstaat dus eigenlijk niet echt. Het is ook erfelijk, wat betekent dat het vaker binnen families voorkomt.

Bij dyslexie zijn twee vaardigheden of processen verstoord: aan de ene kant is dat de klankverwerking (fonologische verwerking), aan de andere kant is dat de letter-klankkoppeling.

In groep 3 leren kinderen om te ‘decoderen’ oftewel om te ‘hakken & plakken’.
Bijvoorbeeld: ze leren dat het woord ‘kip’ uit 3 klanken bestaat: k – i – p.

In de hersenen gaat dat dan nog niet automatisch. De kinderen zullen er energie in moeten steken om dat goed te leren. Ze hebben op dat moment ook nog minder bronnen om het woordbeeld in hun geheugen op te slaan.

Als je het hele proces van het lezen en spellen hebt doorlopen, dan is het eindstation dat je een heel woord ziet en herkent. Je herkent het omdat het opgeslagen is in het ‘mentaal lexicon’. Hoe meer je daarin opgeslagen hebt, hoe automatischer het lezen en spellen gaat. Dat automatisme kun je trouwens ook krijgen als je dyslexie hebt. Maar omdat de basis van het aanleren lastiger is, duurt het langer om bij dat eindstation te komen.’

 

Hoe kunnen ouders dyslexie bij hun kind herkennen? 
jongen_in_klas_juffrouw_geen_zin‘Je kunt dyslexie eigenlijk pas echt herkennen vanaf dat je kind een tijdje in groep 3 zit, dus als je kind echt onderwijs krijgt op het gebied van lezen en schrijven. Bij kleuters zie je ook al wel eens dat ze moeite hebben met klankverwerking. Ze hebben dan bijv. moeite met het leren / benoemen van de kleuren, met links en rechts, ze hebben moeite met rijmen, ze vinden het lastig om de namen van klasgenootjes te onthouden of ze vinden het moeilijk om nieuwe liedjes te leren. Dat zijn allemaal dingen waarbij ze iets moeten doen op het gebied van klankverwerking. Een deel van de kinderen, dat hier moeite mee heeft, kan later moeite krijgen met lezen en schrijven. Dat hoeft echter niet perse. Het zijn dus geen harde criteria, eerder een aanwijzing om het goed in de gaten te houden. Andersom geldt dat ook: als je kind hier als kleuter geen moeite mee heeft, dan wil dat niet zeggen dat hij geen dyslexie kan hebben. Het kan op dyslexie wijzen, maar dat is niet één op één.

In groep 3 kijk je of leerlingen moeite hebben met het leren van letters, met het hakken en plakken, met het op tempo lezen van woorden en of leerlingen fonetisch blijven schrijven (= letterlijk schrijven van wat je hoort).

Het mag dus duidelijk zijn dat je lezen en spellen echt moet leren. Wil je dyslexie kunnen aantonen, dan moet je dus onderwijs hebben gehad. Als school merkt dat een kind moeite heeft met lezen en spellen, dan moet het ook extra onderwijs en aandacht op dat gebied aanbieden. Halverwege groep 3 kom je er misschien achter dat een leerling zich wat trager ontwikkelt op het gebied van taal en spelling. Dan is het belangrijk om uit te filteren waar dat door komt; een probleem op het gebied van lezen en spelling hoeft nl. niet altijd op dyslexie te wijzen. Basisscholen hebben daar een protocol voor.
Als school bijvoorbeeld op basis van de citoscores (bij score D of E) merkt dat het lezen van een leerling achterblijft, dan wordt er extra aandacht aan die leerling gegeven; bijv. door de leerling in een apart groepje te zetten en/of extra aandacht te geven op het gebied van lezen en/of spelling. Als de leerling dat een half jaar of heel jaar heeft gehad en dat blijkt onvoldoende effect te hebben gehad, dan kun je pas echt gaan onderzoeken of dyslexie een mogelijke oorzaak is.

Het is belangrijk om na te gaan wat precies de oorzaak is van de problemen die een leerling heeft op het gebied van lezen en spellen. Juist om te weten of het dyslexie kan zijn of niet. Een leerling kan bijvoorbeeld ook een algemeen leerprobleem hebben of er speelt iets anders dat hem belemmert in zijn leerproces. Denk bijvoorbeeld aan een trauma in de familie (bv. echtscheiding en daardoor verlies van motivatie om te leren of goed mee te doen op school). Dan kan een kind dus wel moeite met lezen en/of spelling hebben, maar niet door een onderliggende dyslexie. Vandaar dat het enerzijds zo belangrijk is om goed te onderzoeken wat precies de reden is dat een kind moeite heeft met lezen en/of spelling. Anderzijds is het daarom goed om een breder leerprofiel mee te nemen en om te beoordelen of de één-op-één-hulp in de klas goed genoeg heeft gewerkt. Uiteraard kunnen de lees- en spelmoeilijkheden ook nog andere oorzaken hebben of samenhangen met andere stoornissen.’
Daarover bij een volgende vraag meer.

 


Heb je het idee dat kinderen hun dyslexie kunnen verdoezelen, waardoor het voor ouders of leerkrachten lastig wordt om het te herkennen? 
meisje_juffrouw_samen_lezen‘Eerlijkgezegd lijkt het me voor een kind bijna niet te doen om dyslexie te verdoezelen. Ze kunnen wel verschillende strategieën laten zien om met hun lezen of spelling om te gaan. Ze trappen bijvoorbeeld op de rem en gaan heel langzaam lezen. Of ze gaan juist heel snel lezen en raden dan wat er staat. Kinderen met dyslexie hebben moeite met het technische leesproces; dat betekent in dit geval dat het ten koste gaat van de snelheid of van de nauwkeurigheid van het lezen.

Bij kinderen met veel compensatiemogelijkheden zien we wel eens dat ze met tekst lezen een hoger niveau behalen dan met woordlezen. Ze hebben dan steun aan de semantiek van de tekst; de inhoud en betekenis van de tekst helpt hen om de woorden in tekstverband te lezen.

Bij hoog-functionerende volwassenen zien we wel eens dat ze vooral vastlopen bij het lezen van onzinwoorden. Zij hebben door de jaren heen al zoveel woorden geleerd en opgeslagen (in hun mentaal lexicon), dat ze al veel woorden en teksten gewoon goed kunnen lezen.

Bij de beoordeling of een kind dyslexie heeft, weegt het lezen trouwens zwaarder dan spelling of schrijven. Lezen is namelijk een ‘puurdere’ maat van dyslexie vanwege het automatische proces. Daarom geeft het lezen meer de doorslag bij de beoordeling van dyslexie. Bij spelling is altijd gerichte aandacht nodig en kunnen dus ook weer andere dingen spelen, waarom kinderen er moeite mee hebben (denk aan motivatie en taakgerichtheid).’

 

Vanaf welke leeftijd kun je dyslexie laten onderzoeken? 
jongen_vrouw_huiswerk_maken‘Vanaf de leeftijd van ongeveer 8 jaar, dus pas bij kinderen in groep 4, kun je dyslexie betrouwbaar onderzoeken. Dus nog niet echt vanaf groep 3. Je moet kinderen namelijk de kans geven om het lees- en spelproces op gang te laten komen.

Merk je dat het kind al last heeft op dit gebied vanaf de kleuterklas (zie hierboven), dan zou je een leerling van groep 3 eventueel wel al kunnen laten onderzoeken. Maar dat zijn eerlijkgezegd wel de uitzonderingen.’

 

Waarom is het belangrijk om het op jonge leeftijd te laten onderzoeken?
meisje_vrouw_schrijven‘Als je van groep 3 naar groep 8 kijkt, dan worden de normen steeds strenger. Als jij je op een trager tempo ontwikkelt vergeleken met je groepsgenoten, zal het verschil daarom steeds groter worden. Dan ga je dus steeds meer achterlopen ten opzichte van de andere kinderen.

In de hogere groepen wordt ook steeds meer gebruik gemaakt van taal. Zo heb je in groep 4 nog wel het ‘kale’ rekenen, maar vanaf groep 5 komen ook steeds vaker verhaaltjessommen aan bod. Dan is het ook bij vakken als rekenen belangrijk om goed te kunnen lezen. En bij de hogere groepen komt alleen nog maar meer (talige) informatie op de leerling af. Ze hebben dan een bepaald functioneel leesniveau nodig om alles op een goede manier te kunnen verwerken en te begrijpen. Dat is niet alleen nodig bij vakken als begrijpend lezen en redactiesommen, maar ook bij vakken als geschiedenis of aardrijkskunde.
Het is misschien goed om in dit kader te weten dat het onderdeel ‘begrijpend lezen’ één van de onderdelen is, waarop bepaald wordt welk niveau van voortgezet onderwijs je aankunt. Als jij het technisch leesniveau hebt van iemand van groep 3 en je moet lezen op het niveau van eind groep 7, dan is het lastiger om de inhoud van tekst er op een goede manier uit te pikken, zeker als je al zo worstelt met de tekst die je leest. (Als de tekst je voorgelezen wordt, kan het natuurlijk weer anders zijn.)

Om op een goede manier te kunnen laten zien, wat er aan vaardigheden en kennis in je zit, is het dus belangrijk dat het gat tussen je leesniveau en je vaardigheden niet te groot is. Als dat wel het geval is, dan wordt het een stuk lastiger om te laten zien wat je kunt.’

 

Kun je van dyslexie genezen? 
meisje_leest_boek_MLP‘Helaas kun je niet van dyslexie genezen. Je zult altijd meer moeite met lezen en spellen blijven hebben dan anderen zonder dyslexie.

Ondanks dat gegeven kun je het gebiedje in de hersenen wel trainen, waardoor het lezen en spellen beter gaat. Dyslexie is dus niet te genezen, maar je kunt je lees- en spelvaardigheden wel verbeteren. En dat is goed nieuws.

Het is goed om te accepteren dat het lezen en spellen moeilijk voor je is en zal blijven. Je ziet dat sommige kinderen heel opgelucht zijn met diagnose (‘gelukkig, ik kan er niks aan doen’); er valt een last van hun schouders. Andere kinderen voelen zich er juist vervelend door; ze krijgen het gevoel dat ze anders zijn dan anderen, dat ze niet normaal zijn of dat ze niet meer degene zijn die ze waren. Kinderen, die moeite hebben om te accepteren dat ze dyslexie hebben, kunnen baat hebben bij ‘psycho-educatie’. Bij het RID geven we hen o.a. een boekje mee dat ze samen met hun ouders kunnen lezen: ze gaan dan samen vragen beantwoorden, thema’s bespreken en ze kunnen wat meer gerustgesteld worden. De inhoud van dit boekje komt dan ook in de behandeling aan bod. Ook is het goed om te weten dat heel beroemde of intelligente mensen dyslexie hadden (denk maar eens aan Einstein). Door dyslexie zo positief mogelijk te benaderen, proberen we kinderen er een andere mind-set over te geven.

Nadat je een dyslexiebehandeling hebt gehad, kan de dyslexie toch weer de kop op steken, bijvoorbeeld als je een nieuwe taal gaat leren. Daar hebben leerlingen met dyslexie doorgaans meer moeite mee. Het blijft een zwakkere plek.’

 


EXTRA
Drs. Kim Huiskamp raadt de volgende boeken aan om (evt. samen met je kind) over dyslexie te lezen.

Informatieve boeken voor ouders:
boeken_MPL_dyslexie‘Kinderen met dyslexie, een gids voor ouders’ – T. Braams
‘Houvast bij leesproblemen en dyslexie op de basisschool, leidraad voor ouders’ – A. Paternotte en J. Buitelaar
‘Mijn kind & Dyslexie’ – R. Krijnen
‘Mijn kind heeft dyslexie’ – M. Ceyssens

Informatieve boeken voor kinderen: 
‘Dyslexie’ – Z. van Mersbergen (Informatiereeks 3, nummer 54)
‘Een 2 voor dictee. Een verhaal over dyslexie’ – J. Breeman
‘Letters op de snelweg. Boekje over dyslexie’ – K. Terlouw
‘Ik heb dyslexie, nou en!’ – L. de Groot

Leesboeken geschikt voor dyslectische kinderen:
http://www.makkelijklezenplein.nl (informatie over leesboeken voor dyslectici)
http://www.zwijsen.nl (serie Zoeklicht)
http://www.inktvis.nl (serie Kokkel-reeks)

Leesboeken over dyslexie voor kinderen: 
‘Ik ben niet bom!’- M. van de Coolwijk
‘Schatkasten’ – H. van der Werff
‘Pudding Tarzan’ – O.L. Kirkegaard
‘De smoezenkampioen’– C. Slee
‘Heksie. Hoe vang je een heks? – M. Snoeij


 

Waar wordt dyslexie wel eens mee verward? 
meisje_dromend_aan_tafel‘Als kinderen zich bij ons aanmelden om te onderzoeken of er sprake is van dyslexie, dan wordt er niet alleen gekeken naar hoe het met lezen en spelling gaat, maar we kijken ook naar andere schoolvakken. Kinderen kunnen namelijk in het algemeen moeite hebben om nieuwe vaardigheden aan te leren of ze kunnen een algemeen leerprobleem hebben. Dan heb je een heel andere benadering nodig om het kind verder te helpen.

Soms kunnen kinderen een taalontwikkelingsstoornis (TOS) hebben. Ze hebben dan moeite met taal in het algemeen; niet alleen moeite met lezen en schrijven, maar ook moeite met taalbegrip, met de taalproductie (uitspraak) en/of ze hebben een lage woordenschat. Bij kinderen met TOS is er dus meer aan de hand; ze hebben een breder taalprobleem.

Verder is het goed om aandacht te hebben voor andere stoornissen, zoals AD(H)D. Een kind dat bijvoorbeeld moeite heeft om de aandacht ergens bij te houden, kan daardoor in de klas informatie of instructie mislopen. Ook kan een kind met een aandachtsprobleem het ene vak wel leuk vinden en het andere niet; dan heeft het bijvoorbeeld minder aandacht voor taal en dus minder oefening om het goed te ontwikkelen. Dat wil echter nog niet zeggen dat er sprake is van dyslexie.

Sommige kinderen lopen een ‘didactische achterstand’ op: ze liggen achter op de groep, maar dat kan komen omdat ze minder effectief onderwijs hebben genoten dan andere kinderen. Ook dat hoeft dus niet door een mogelijk onderliggende dyslexie te komen.

Hier blijkt in ieder geval uit hoe complex het geheel kan zijn. Dyslexie kan ook nog eens samen voorkomen bij één van deze stoornissen (comorbiditeit), maar dat hoeft natuurlijk niet. Het is ook mogelijk dat de lees- en spelproblemen, die je opmerkt, door een ander onderliggend probleem veroorzaakt worden dan door dyslexie.’

 

Welke mythes, onjuistheden of vooroordelen bestaan er over dyslexie? 
meisje_leest_in_boek‘Er bestaan wel een aantal mythes of vooroordelen over dyslexie:

(1) Dyslexie ontstaat door een zuurstoftekort bij de geboorte of door slecht samenwerkende hersenhelften.
Vroeger werd wel gedacht dat dyslexie kwam door een zuurstoftekort bij de geboorte, maar we weten inmiddels dat dat niet zo is. Er werd ook wel gedacht dat de twee hersenhelften niet goed samenwerkten. Dan moesten de kinderen evenwichtsoefeningen doen, waardoor de helften wel beter gingen samenwerken. Beide ideeën zijn inmiddels ontkracht door wetenschappelijk onderzoek en niet waar gebleken.

(2) Kinderen met dyslexie kunnen niet goed zien of horen.  
Als je kijkt naar de gebieden in de hersenen die bij klankverwerking betrokken zijn, dan zitten die min of meer tussen de auditieve en visuele cortex in. De informatie die in de auditieve cortex terechtkomt (klank), wordt gecombineerd met de informatie die in de visuele cortex terecht komt (letter). Bij kinderen met dyslexie gaat die verwerking ervan moeizamer. Een kind met dyslexie kan dus zowel goed horen als zien, alleen het verwerken van de combinatie klank en letter gaat moeizamer. Je kunt dyslexie dus niet oplossen door een bril of een hoorapparaat te dragen.

(3) ‘Mijn kind heeft niet zo’n zin in lezen en spelling en moet gewoon wat beter zijn best doen.’ 
Ouders kunnen soms de overtuiging hebben dat hun kind niet gemotiveerd is en gewoon wat beter zijn best zou moeten doen. Maar ik leg dan altijd uit dat kinderen niet ongemotiveerd worden geboren; het kind beslist niet bewust of actief dat het geen zin heeft om te leren. Als een kind geen zin heeft om te lezen, om huiswerk te maken of om iets te doen voor school, dan komt dat door een bepaalde wisselwerking met iets anders. Dingen die je lastig vindt of waar je moeite mee hebt, vind je gewoon niet zo leuk om te doen. De berg wordt dan te hoog. Gelukkig kun je de berg lager maken, zodat het te behalen doel niet meer onbereikbaar lijkt. Het kind krijgt dan het gevoel dat hij het misschien toch kan.

We zien ook wel eens kinderen, die voordat ze bij ons komen, al een heel traject hebben afgelegd. Ze zijn dan al op zoveel plekken geweest en hebben al zoveel onderzoeken gehad, dat ze al bijna geen zin meer hebben om nóg een onderzoek of behandeling te ondergaan. Deze kinderen zou je ‘behandelmoe’ kunnen noemen. Dat wil echter niet zeggen dat ze niet geholpen kunnen worden; ook bij deze kinderen kan dyslexie vastgesteld worden en ook zij kunnen nog steeds geholpen worden.

(4) ‘Laat maar, er is toch niks aan te doen.’ 
Sommige ouders denken: ‘het is dyslexie, er is niks aan te doen’. Dat is echter niet het geval. Ook kinderen met dyslexie kun je met de juiste begeleiding beter laten lezen en spellen. Het is daarbij vooral belangrijk om voor ogen te houden wat je kind wel nog kan ontwikkelen en wat er nog wel mogelijk is. Ga na welk doel je kunt stellen. Daarbij is belangrijk om juist de inspanning, die je kind doet, te belonen (growth mindset) en niet het resultaat (fixed mindset).’

 

Wat kunnen ouders doen als ze het vermoeden hebben, dat hun kind dyslexie heeft? 
voorlezen_vader_dochter_lachend‘Als ouders vermoeden dat hun kind moeite heeft met lezen of spellen of zich er zorgen over maken, dan is het belangrijk om dat aan te kaarten bij de leerkracht. Het is goed om het zelf ook in de gaten te houden. Bespreek het, zodat de leerkracht er aandacht voor heeft.

School heeft dan – indien nodig – mogelijkheden om extra hulp aan leerlingen te bieden. Citotoetsen helpen bij het signaleren ervan. Daarna kan een leerling doorverwezen worden voor extra zorg; dat zou evt. naar het RID kunnen. Daar wordt onderzocht of er wel / geen sprake is van dyslexie en indien dat inderdaad het geval is, kan de dyslexiebehandeling plaatsvinden.

Over het algemeen is het belangrijk dat ouders met een kind met dyslexie een omgeving creëren, waarin lezen een plek heeft. Creëer een omgeving waarin regelmatig gelezen wordt en waarin dat ook beloond wordt. Denk dan in termen van ‘quality time’: lekker samen op de bank zitten en een boekje (voor)lezen. Maak (voor)lezen dus een normaal onderdeel van je eigen levenssituatie.

Uiteraard kan het voor ouders nog best lastig zijn om het lezen voor hun kind weer leuk te maken. Ga dan op zoek naar de intrinsieke motivatie van je kind. Dat kun je doen door vooral boeken uit te zoeken die je kind zelf heel leuk, interessant of boeiend vindt. Laat de boeken aansluiten op de belevingswereld en interesses van je kind. Als je kind bijvoorbeeld fan is van dinosaurussen, dan lees je daar samen boeken over. Bij drukke gezinnen kan zo’n één-op één-momentje, waarin je aan je kind (voor)leest, zelfs een uitkomst zijn. Door het samen te doen, wordt het lezen alleen maar leuker. Hiermee kun je de leesmotivatie en het leesplezier van je kind absoluut stimuleren.

Geef het dus niet op en ga vooral door met lezen. Lezen onder dwang, bijv. tot huilens toe, is natuurlijk het andere uiterste. Dat laatste vergroot alleen maar de weerstand bij je kind. In de plaats daarvan is het beter om je kind zelf zijn boeken uit te laten kiezen. Ga samen naar de bibliotheek en maak er daarna samen een gezellig leesmoment van.
Goed om nog te weten is ook dat het geen probleem is om kinderen naar luisterboeken te laten luisteren of om software te gebruiken om boeken te laten voorlezen. Het is dan wel belangrijk dat kinderen het boek erbij houden en zelf meelezen. In de bibliotheek heb je ook een Makkelijk Lezen Plein, waar je boeken kunt vinden voor kinderen die wat meer moeite hebben met lezen.

 


Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend.
 Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?
Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Lees verder over gerelateerde thema’s:
Wist jij dit al over opvoeding en ouderschap…? Uitgebreide interviews met toonaangevende experts.’ 
– ‘11 tips om samen (voor)lezen nóg leuker te maken.
– ”Nog een keer lezen, nog een keer’- 5 eenvoudige tips om samen (voor)lezen met je kind nóg leuker te maken.
– ‘Waarom worden kinderen en tieners toch zo boos?‘. 
‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl. 

Peuterpuberteit: 10 domeinen om samen met je kind te overwinnen.

meisje_lachend_peuterToen je kindje nog een baby (0-1 jaar) was, ging het allemaal eigenlijk heel gemakkelijk.  Af en toe waren er wel wat dingetjes waar je even wat mee moest, zoals de hapjes die je baby niet meteen wilde eten of het doorslapen dat niet meteen wilde lukken, maar over het algemeen viel het reuze mee. Ook als dreumes (1-2 jaar) had je weinig met je kindje te stellen. Je kindje deed over het algemeen wel wat je zei, hij vond het fijn om je te helpen, om met je te kletsen, om me je te spelen en hij knuffelde je graag. Het was echt een lieverd!

Nu je kindje echter de peuterleeftijd (2-3 jaar) heeft bereikt, lijkt alles ineens heel anders. Natuurlijk is je kindje nu ook nog wel lief, maar sommige situaties zijn echt een stuk lastiger. Het is niet vanzelfsprekend meer dat je kindje meteen naar je luistert. Hij kan ook soms om onverklaarbare redenen een driftbui krijgen. Hij huilt soms heel hard, terwijl je niet goed begrijpt wat er nou aan vooraf ging. Verder wil hij op de gekste momenten van alles ‘zelluf’ doen, terwijl hij dat nog helemaal niet kan. Als je aanbiedt om te helpen, dan mag dat echt niet. Maar ondertussen is hij wel enorm gefrustreerd als het hem inderdaad niet lukt. Wat is er toch met hem aan de hand…?

De kans is groot dat je kind midden in de peuterpuberteit zit.

Op deze jonge leeftijd gebeurt er ontzettend veel met je kindje en daar staan we als ouder vaak helemaal niet bij stil. Je kindje ontwikkelt zich op allerlei gebieden en dat gaat in rap tempo. Je kunt je misschien wel voorstellen dat het voor je kindje ook niet allemaal even makkelijk is.

⇒ Hieronder vind je een overzicht van wat je kindje allemaal leert en wat daar voor je kindje (en jou) lastig aan is. Per domein geef ik je steeds één praktische tip om direct thuis toe te passen én geef ik je één leestip voor als je verder wil lezen over dat specifieke onderwerp. Onderaan het artikel geef ik je nog 5 extra opvoedtips. Op basis van deze informatie én tips leer je je peuter en zijn frustratie, boosheid en emoties niet alleen beter begrijpen, maar kun je er ook op een positieve manier op reageren. Daar komen ze…

 

(1) De sociale ontwikkeling van je peuter:
kinderen_spelen_op_grond_leidstersKinderen vinden het doorgaans heel fijn om met andere kinderen te spelen. Bij jonge peuters is dat vaak nog niet echt ‘samen’ spelen, maar eerder naast elkaar spelen. Naarmate je kindje ouder wordt, zal hij ook steeds meer echt samen spelen met andere kindjes.
Kinderen leren van het omgaan met anderen, van volwassenen én van andere kinderen.  Kinderen kijken naar elkaar, imiteren elkaar en leren zo nieuwe vaardigheden of nieuwe spelletjes. Vandaar dat het voor de sociale ontwikkeling van je kind belangrijk is om hem van jongs af aan met andere kinderen te laten spelen.

TIP: Wacht niet om je kindje met andere kinderen te laten spelen totdat hij naar de basisschool gaat. Spreek nu al regelmatig af met ouders van jonge kinderen uit de buurt, met vrienden die zelf ook jonge kinderen hebben of meld je kind aan voor de kinder- of peuteropvang. Op die manier krijgt je kindje de kans om te leren samen spelen.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘Hoe leer je je kind om rekening te houden met anderen?‘.

 

(2) Egocentrisme: Je peuter is bijzonder egocentrisch ingesteld.
kinderen_maken_ruzie_om_xylofoon_ouders_op_bankJonge kinderen zien de wereld vooral vanuit hun eigen standpunt. Ze zijn heel erg egocentrisch ingesteld en kunnen zich nog niet verplaatsen in het standpunt van een ander. Voor je peuter betekent dat wanneer hij iets wil, hij dat onmiddellijk wil. Hij houdt er geen rekening mee of het op dat moment kan en of jij dat als ouder wel goed vindt. Hij wil het hebben (of doen) en hij wil het nu!
Je kindje kan ook nog niet inschatten dat een ander iets zou ‘kunnen willen’. Je peuter denkt echt alleen nog maar vanuit zichzelf: ‘ik wil dat speeltje nu’ en houdt er geen rekening mee dat het andere kindje al een tijdje heel leuk met dat speeltje aan het spelen is en het vervelend kan vinden dat hij het van hem afpakt. Met alle gevolgen van dien…

TIP: Ga bij je kindje zitten als het samen met een ander kindje speelt  en leg uit wat er gebeurt; ‘ondertitel’ het, als het ware. Leg uit dat je kind niet zo maar iets mag afpakken, maar dat hij het wel eerst kan vragen. Als het kindje het dan afgeeft, dan mag hij het hebben. Zo niet, dan moet hij wachten totdat het kindje ermee klaar is. Doe voor wat ‘om de beurt’ is en wat ‘samen spelen’ precies inhoudt.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘Samen spelen, samen delen‘.

 

(3) Je peuter wordt langzaam maar zeker zindelijk. 
jongen_zit_op_potje_02Veel kinderen worden als peuter zindelijk. Dat betekent dat ze actieve controle krijgen over hun eigen blaas en darmen. Natuurlijk gebeuren er ook wel eens ongelukjes, die tot frustratie en boosheid kunnen leiden; niet alleen bij je kind, maar ook bij jou als ouder. Realiseer je dat alle kinderen in hun eigen tempo zindelijk worden. Het is nergens voor nodig om het te overhaasten. Ook jouw kindje zal na verloop van tijd zindelijk zijn.

TIP: Stel je tijdens en na de zindelijkheidstraining in op ongelukjes. Ga er van uit dat ze gaan gebeuren. Dat is helemaal niet erg en ze horen er echt bij. Het ene kind heeft er meer last van dan het andere. Zorg er voor dat je als ouder niet boos, maar er juist rustig op reageert. Bij een ontspannen aanpak zonder strijd leert je kindje op een fijne manier om zijn blaas en darmen te beheersen en om op zichzelf te vertrouwen.

Verder lezen: Wil je graag checken of je kindje wel / niet klaar is om zindelijk te worden? Klik dan hier om een korte test te doen.
Wil je graag starten met het stimuleren van de zindelijkheid van je kind of merk je dat het nog best moeilijk is om je kindje zindelijk te maken (of te houden)? Lees dan meer over mijn cursus ‘Tijd voor Zindelijkheid’.

 


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 


(4) De spraak- / taalontwikkeling van je peuter: 

peuter8Gemiddeld genomen zeggen kinderen rond hun eerste jaar hun eerste woordje. Meestal is dat ‘papa’ of ‘mama’. Ze leren daarna steeds meer woordjes. Je ziet dat ze op deze leeftijd ook nog regelmatig gebruik maken van non-verbale communicatie; door te wijzen of een bepaalde gezichtsuitdrukking weet je als ouder vaak al wat je kindje bedoelt.

TIP: Om de taal- / spraakontwikkeling van je kindje te stimuleren kun je bijvoorbeeld steeds benoemen wat je doet, benoemen wat je pakt of benoemen wat je aan je kindje geeft. Op die manier leert je kind steeds beter wat de klanken die hij van jou hoort betekenen en koppelt hij ze aan voorwerpen, kleuren, vormen ed. Daarna zal hij het ook steeds vaker zelf proberen te zeggen.

Verder lezen: Lees het artikel ‘5 tips om nóg beter met je baby, dreumes en peuter te communiceren‘ (gastbijdrage van Esther Sluijsmans).

 

(5) Motorische ontwikkeling van je peuter: Lekker bewegen.
Werk in opdrachtOok op dit gebied zet je kindje letterlijk en figuurlijk grote stappen. Hij begint met een paar losse stapjes en dat worden er langzaam maar zeker steeds meer. Hij leert ook te springen, te rennen, met een bal te gooien en te vangen, tegen een bal te schoppen of zijn evenwicht te bewaren. Als je kindje wat ouder is, leert hij ook te hinkelen, huppelen of koprollen. Je kunt hem op dit gebied doorgaans goed stimuleren en aanmoedigen. Kijk wat je kindje kan / wil doen en probeer hem er – indien nodig – bij te helpen of doe het hem vaker voor.

TIP: Geef je kindje de mogelijkheid om veel te bewegen en om lekker actief te spelen. Juist door te doen, leert je kindje op deze leeftijd enorm veel. Laat je kindje ook dagelijks buitenspelen (bij voorkeur 2 uur per dag). Dat kan in je eigen tuin of in een speeltuin bij jou in de buurt. Aangezien peuters nog geen gevaar zien, is het wel belangrijk om een oogje in het zeil te houden.

Verder lezen: Lees ook m’n artikel ‘Is het erg als kinderen niet buiten spelen? (Interview op L1 Radio)‘.

 

(6) Emotionele ontwikkeling van je peuter: Driftbuien. 
jongen_driftbui_achteroverJe kind leert steeds beter wat zijn emoties zijn. Hij gaat er ook – onbewust – steeds meer mee experimenteren. Hij zal meer momenten hebben van groot verdriet en heftig huilen; ook merk je nu dat je kind soms ineens heel bang kan zijn (denk aan bang voor honden, spoken, monsters, heksen etc.).
Ook boosheid kan op deze leeftijd in alle heftigheid voorbijkomen. Vooral tussen 15 maanden en 3 jaar hebben de meeste kinderen last van ongecontroleerde uitbarstingen, de zg. driftbuien. Wat je dan aan je peuter merkt of ziet, is dat hij plots ongeduldig wordt, geen teleurstelling kan verdragen of geen ‘nee’ van jou kan horen. Met andere woorden: je peuter zou het liefst zijn eigen gang gaan, maar dat kan op dat moment niet. Als reactie barst je kindje in woede (of tranen) uit en gaat flink tegen je te keer. Sommige peuters gaan dan schreeuwen, krijsen, slaan, schoppen of houden een tijdje hun adem in (‘breath holding spells’).

TIP: Op het moment van een driftbui heeft je kind jou nodig om zijn emoties onder controle te krijgen en om tot bedaren te komen. Daarom is het ontzettend belangrijk dat jij rustig blijft op het moment dat je kind een driftbui heeft. Houd hem dan in de gaten (evt. op een afstandje), zodat hij zichzelf niet (onbedoeld) pijn gaat doen.

Verder lezen: In m’n  artikel ‘M’n kind heeft vaker driftbuien. Wat nu?’ lees je meer praktische tips over hoe je met een driftbui omgaat.

 

(7) Eten: Bang voor nieuwe dingen
peuter3Jonge kinderen kunnen soms bang zijn / worden voor nieuwe dingen; dat noemen we ‘neofobie’. Ze willen dan ineens niet meer eten; ze weigeren dan bijvoorbeeld om iets te eten dat ze niet kennen. Als je daar als ouder te veel in meegaat of als je je kind niet op een positieve manier stimuleert, dan zie je vaak dat kinderen steeds meer eten gaan weigeren. De maaltijd mondt uit in een machtsstrijd tussen ouder en kind. De gezelligheid aan tafel is dan ver te zoeken.

TIP: Voorkom dat je je kind gaat dwingen om toch iets te eten. Dwingen werkt helaas averechts. Houd oog voor wat je kind wél goed doet aan tafel en benoem dat. Als je kind weet wat hij goed doet, dan is de kans groter dat hij dat opnieuw of vaker zal gaan doen.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips)’.

 


fb_cursus_help_mijn_kind_luistert_niet
Cursus ‘Help, mijn kind luistert niet!?’
Wil je graag weten hoe je ervoor zorgt dat je kind beter én sneller naar je luistert?
Op een positieve, liefdevolle en constructieve manier.

=> Dan is deze cursus precies wat je zoekt.
=> Vraag nu GRATIS Les 1 van deze cursus aan.

Lees hier wat je allemaal van deze cursus mag verwachten.


 


(8) Slapen: Dutjes & monsters

meisje_huilend_uit_bedSlapen is op alle leeftijden heel belangrijk, dus ook voor je peuter. Ook op dit gebied van slaap verandert er van alles voor je kind: je jonge peuter gaat van twee naar één dutje en je oudere peuter gaat van één naar geen middagslaapje. Kort na zo’n verandering zal je kindje eraan moeten wennen dat hij wat minder slaap krijgt. Dat betekent niet alleen dat je kindje sneller of vroeger moe is, maar ook dat je kindje minder kan verdragen of prikkelbaarder is. Een mogelijk gevolg is dat een drift- of huilbui sneller kan optreden.
Daarbij is het voor je peuter nog bijna onmogelijk om feit en fictie uit elkaar te halen. Het heeft nog zo’n levendige fantasie dat het echt gelooft dat er een krokodil onder zijn bed ligt of dat er monsters / heksen op zijn kamer zijn. Je kind kan daar echt heel erg bang van worden.

TIP: Het heeft geen zin om te zeggen dat je kind zich ‘niet moet aanstellen’ of dat monsters / heksen niet bestaan. Voor je kindje bestaan ze namelijk wel en zijn ze echt. Hij gelooft er echt in (‘magisch denken‘). Neem daarom de zorgen van je peuter serieus, ga echter niet mee in zijn angst en stel hem uiteraard gerust. Kijk bijvoorbeeld samen onder zijn bed, zodat hij zeker weet dat daar niks ligt of jaag alle monsters met speciale ‘Monsterspray’ zijn kamer uit.

Verder lezen: In m’n artikel ‘Het middagdutje: Wanneer kan mijn kind het dutje ’s middags overslaan? (Incl. checklist)‘ lees je of je peuter er klaar voor is om het middagdutje over te slaan en hoe je dat kunt aanpakken. In m’n artikel ‘Ga nou toch lekker slapen, liefje! – 5 tips om je kind te leren slapen‘ lees je hoe je er voor zorgt dat je kindje ’s avonds rustig in slaap valt.

 

(9) Cognitieve ontwikkeling van je peuter: 
voorlezen_moeder_kind_op_bedMet de cognitieve ontwikkeling van je peuter bedoel ik zijn leervermogen. Hij leert allerlei nieuwe vaardigheden: hij leert steeds beter te begrijpen wat er om hem heen gebeurt, hij kan zijn geheugen steeds beter gebruiken en leert om kleine problemen aan te pakken en op te lossen. Ook kan hij steeds langer ergens zijn aandacht bij houden en zich langer op een taakje concentreren.

TIP: Om de cognitieve ontwikkeling van je peuter te stimuleren is het goed om dagelijks met je kindje te lezen. In de bibliotheek vind je allerlei (prenten)boeken, die uitermate geschikt zijn voor jonge kinderen. De thema’s in deze boeken sluiten vaak heel mooi aan op de belevingswereld van je kindje. Daarbij is samen lezen een mooie, gezellige één-op-één-activiteit, die kinderen doorgaans heel fijn vinden om samen met papa of mama te doen. Samen lezen vergroot ook nog eens zijn aandachtspanne en concentratievermogen en stimuleert zijn taal- / spraakontwikkeling. Dus door regelmatig voor te lezen, sla je heel makkelijk een aantal vliegen in één klap.

Verder lezen: Lees ook m’n artikel ‘Nog een keer lezen, nog een keer’- 5 eenvoudige tips om samen (voor)lezen met je kind nóg leuker te maken‘.

 

(10) Grote zus of broer worden: 
ouderschap_zwangere_buik_oudste_dochter2Veel kinderen worden op deze leeftijd ineens grote broer of grote zus. Dat is voor henzelf een grote omslag. Ineens moeten ze de aandacht, die ze altijd van papa en mama kregen, delen met een ander kindje. Het ene kindje gaat makkelijker met deze verandering om dan het andere.

TIP: Bereid je peuter goed voor op de komst van zijn broertje of zusje. Laat hem waar mogelijk helpen met de veranderingen in huis. Als hij bijvoorbeeld in een andere kamer gaat slapen, kan hij zelf zijn knuffels naar de nieuwe kamer verhuizen. Als hij in een ander (groter) bed gaat slapen, dan kan hij zelf een mooi dekbedovertrek uitzoeken. Laat je peuter ook helpen met de inrichting van de babykamer. Als de baby er eenmaal is, kun je je kindje een cadeautje geven ‘namens de baby’.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘Hoera, er komt een kindje bij! – 5 tips over hoe je je oudste voorbereidt op een broertje of zusje.‘.

 

Wat kun je nog meer doen als ouder om de frustraties, boosheid en heftige emoties van je peuter het hoofd te bieden? 

[A] Bewaar je rust, ook in uitdagende opvoedsituaties. 
moeder_meisje_lachend_bosProbeer zo veel als mogelijk rustig op je kindje te reageren, ook tijdens een pittige of heftige opvoedsituatie. Je kindje mag best aan jou merken dat een grens is bereikt en dat je niet altijd zo maar meegaat in wat je kindje wil. Het is belangrijk om hem dat op een rustige manier duidelijk te maken.

[B] Geef je kind duidelijkheid: ‘zeg wat je doet, doe wat je zegt’. 
Als je in allerlei situaties op dezelfde manier op je kindje reageert, dan weet hij steeds beter wat hij van jou kan verwachten en wat de bedoeling is. Dat vinden kinderen fijn; dat geeft hen rust en vertrouwen. Houd je vast aan de uitdrukking ‘zeg wat je doet, doe wat je zegt’: leg uit wat je gaat doen of wat je van je kindje verwacht en zorg er – op een fijne, liefdevolle manier voor – dat dat ook gebeurt.

[C] Geef je kind voldoende positieve aandacht. 
Speel met je kind, zodat je je kind voldoende positieve aandacht kunt geven. Alle kinderen hebben dat nodig. Probeer dan aan te sluiten bij wat je kind op dat moment aan het doen is. Uiteraard is dat ook een mooie gelegenheid om je kind iets nieuws te leren. Als je kind met de duplo aan het spelen is, kun je samen een ‘superhoge’ toren; zo hoog mogelijk (totdat hij omvalt). Of je probeert samen een puzzel te maken; eerst eentje die past bij zijn leeftijd en dan – afhankelijk van hoe het je kindje afgaat – maak je de puzzel wat makkelijker of juist wat moeilijker. Zo kun je je peuter stimuleren, op een manier en op het niveau dat goed bij hem past.
Ook als iets bij het spelen niet meteen lukt of als het je kindje niet zo leuk lijkt te vinden, hoeft dat niet te betekenen dat hij dat nooit meer gaat doen. Juist door het toch nog eens klaar te leggen, door het vaker te doen of door het regelmatig samen te oefenen, gaat het hem steeds beter af én is de kans groot dat hij het steeds leuker gaat vinden.

[D] Accepteer dat het de ene dag beter gaat dan de andere. De peuterpuberteit kan voor ouders best een heftige periode zijn. Onderschat het niet. Maar wees ook realistisch: er zijn niet alleen dagen waarop het niet lekker loopt, er zitten ook hele fijne dagen tussen. En bedenk: liep het vandaag niet zo lekker? Begin dan morgen weer met frisse moed en een schone lei.

[E] Vergeet niet dat je kindje nog altijd heel lief kan zijn en op momenten heel fijn is in de omgang. Ook als hij nu regelmatig een driftbui heeft of veel huilt, zijn er nog altijd momenten waarop je veel plezier aan hem beleeft en hij jou veel liefde geeft. Geniet van deze momenten. Laat die fijne momenten niet overschaduwen door de lastige(re) opvoedmomenten.

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

Referenties van gebruikte literatuur voor dit artikel: 
– Voorkom myopie bij jouw kind, met het gratis myopie-pakket. [ Klik hier. ]
– Woolfson, R. (2001). De pientere peuter. Uitgeverij Cantecleer: Baarn.

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips).
– ‘10 basistips om je baby, kind of tiener lekker te laten slapen.
– ‘Het middagdutje: Wanneer kan mijn kind het dutje ’s middags overslaan? (Incl. checklist)
– ‘Boos zijn kun je leren! | 6 stappen om je kind te leren zijn boosheid te beheersen.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

logo_akse_coaching_groot_nieuwGa (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

11 tips om samen (voor)lezen nóg leuker te maken.

voorlezen_vader_dochtersTijdens een van de vorige edities van de Nationale Voorleesdagen heb ik dagelijks een handige voorleestip gestuurd naar alle Facebookfans van Akse Coaching. Allerlei handige tips, die je meteen thuis kon toepassen.

Waarom eigenlijk deze tips? Nou eigenlijk om 2 belangrijke redenen:
(1) zodat je als ouder zelf de ontwikkeling van je kind kunt stimuleren en
(2) zodat je het samen (voor)lezen met je kind nóg leuker kunt maken.
Die 11 handige tips heb ik in dit artikel nog eens kort voor je op een rijtje gezet.


BOEK_magie_vh_voorlezen_StgLezen_vanderPennen_Backx_1999‘Voorlezen is niet alleen leuk en leerzaam, het zal voor veel kinderen ook (onbewust) een gevoel van warmte en knusheid oproepen. Lekker onder de wol, samen op de bank, gezellig op schoot, daar genieten kinderen van. Even staan ze in het middelpunt van de aandacht. Het geeft een vertrouwd en veilig gevoel. Wat er wordt voorgelezen, is eigenlijk niet eens het belangrijkste. Het gaat vooral om de intieme, gezellige sfeer, het gevoel van geborgenheid.’
(uit: Van der Pennen, W., & Backx, P. (1999). De magie van het voorlezen. Stichting Lezen.)



In dit artikel geef ik je dus maar liefst 11 handige voorleestips.
Bij sommige tips staat enige uitleg, bij andere tips zie je een link waarmee je een kort filmpje bekijken. Helemaal onderaan dit artikel vind je nog 2 andere artikelen, die ik schreef over voorlezen: in het ene artikel lees je waarom samen (voor)lezen de ontwikkeling van je kind stimuleert (en welke voordelen het precies heeft, voor je kind én voor jou) en in het andere artikel geef ik je 5 basale én eenvoudige tips om het voorlezen met je kind nóg leuker te maken.

Ik hoop van harte dat je na het lezen van deze tips op een leuke manier aan de slag kunt met het samen (voor)lezen aan je zoon of dochter. Zet onderaan dit artikel wat je van de tips vond. Ik wens je alvast veel (voor)leesplezier!

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse


jongen_bril_stropdas_leest_boekVoorleestip 1: ‘Kies een boek dat past bij de ontwikkeling en belangstelling van je kind.’
Bij lezen (voorlezen, samen lezen of zelfstandig lezen) gaat het er vooral om dat je kind het leuk vindt om te doen. Laat je kind dus zelf een aantal boeken uitzoeken; die passen namelijk per definitie bij z’n interesse. Zoek als ouder ook zelf een aantal boeken uit voor je kind. Thuis mogen uiteraard alle boeken aan bod komen en dan merkt je kind vanzelf wel of het boek dat hij zelf had uitgekozen bij hem past.
Het is overigens ook niet erg om een boek te lezen dat te moeilijk of juist te gemakkelijk is voor je kind of om een boek vaker te herhalen. Als je kind het boek leuk of interessant vindt en daardoor dat boek regelmatig pakt om (samen) te lezen, dan is dàt natuurlijk waar het om gaat: je kind leest!

VoorleesTip 2: ‘Lees rustig en duidelijk de tekst voor.’
Maak daarbij gebruik van de mogelijkheden van je stem, maar het is niet nodig om er toneelstukjes van te maken.

vrouw_verstopt_achter_boekVoorleesTip 3: ‘Let op hoe je het boek vasthoudt. Laat je gezicht er niet achter verdwijnen.’

Kijk dit filmpje over hoe je je kind bij het voorlezen kunt betrekken.

VoorleesTip 4: ‘Lees het boek zelf eerst een keer (gedeeltelijk) door en vertel vooraf kort iets over de inhoud van het verhaal.’

Wil je meer weten over hoe je het voorlezen van een boek kunt voorbereiden? Kijk dan dit korte filmpje.

voorlezen_moeder_aan_zoonVoorleesTip 5: ‘Vlak voor het slapengaan is een goed moment om voor te lezen.’
Als je je baby (6-12 mndn) voorleest vlak voordat hij gaat slapen, dan onthoudt hij de informatie uit het boek beter. Lees er meer over in dit artikel.

VoorleesTip 6: ‘Laat kinderen als ze uit school komen even bijkomen door een boek voor te lezen.’
‘Oudere kinderen, die ’s middags moe van school komen, kunnen door een kwartiertje voorlezen tot zichzelf komen. De verleiding is vaak groot om een kind, dat zichzelf in de weg zit en niet tot spelen komt, naar een filmpje of de tv te laten kijken. Op zich geen groot bezwaar, maar is het niet veel leuker om even samen te lezen? Knus op schoot of lekker op de bank tegen pappa of mamma aan.’

voorlezen_moeder_baby2VoorleesTip 7: ‘Begin zo vroeg mogelijk met voorlezen. Wacht dus niet totdat je kind naar school gaat.’
‘Jonge kinderen, die thuis voorgelezen worden, hebben een betere start in groep 1; sterker nog, die voorsprong behouden ze de rest van de basisschool. De effecten duren zelfs nog langer: als volwassene hebben ze namelijk vaker een hoger onderwijsniveau dan kinderen die vroeger niet zijn voorgelezen.’

Wil je weten hoe je de taalontwikkeling van je kind tijdens het voorlezen actief kunt stimuleren? Kijk dan dit korte filmpje.

VoorleesTip 8: ‘Neem altijd een voorleesboek(je) mee.’
‘Zorg dat je altijd een voorleesboek(je) bij je hebt; je kunt namelijk overal voorlezen. Bijv. onderweg, in de trein en in de auto. Je kunt ook de wachttijd ‘inkorten’ in de wachtkamer van de dokter, op het consultatiebureau of bij de kapper.’

voorlezen_vader_dochter_lachendVoorleesTip 9: ‘Voorlezen is een cadeautje’
‘Gebruik voorlezen liever niet als straf, maar juist als ‘beloning’. Zeg dus liever niet ‘omdat je niet naar me luisterde, lees ik je vandaag niet meer voor’, maar zeg juist ‘omdat je me zo goed geholpen hebt, wil ik je graag een verhaaltje voorlezen. Kom maar mee.’

VoorleesTip 10: ‘Voorlezen ondersteunt je kind in z’n sociaal-emotionele ontwikkeling.’
‘Kinderen kunnen ineens heel erg bang voor iets zijn, zonder dat je als ouder goed begrijpt waarom. Ze hebben dan iets gezien, gehoord of meegemaakt, waar ze nog niet goed van weten hoe ze daarmee om moeten gaan. Door verhalen voor te lezen, die gaan over angstgevoelens, gevoelens van onzekerheid of jaloezie, kunnen kinderen hun eigen gevoelens leren herkennen en verwerken. Ze kunnen je langzaam maar zeker ook steeds beter vertellen wat er aan de hand is. Met behulp van een boek kun je je kind voorbereiden op allerlei emotionele gebeurtenissen, zoals bang zijn, zindelijk worden, gaan logeren of het krijgen van een broertje of zusje.’

Wil je weten hoe je samen met je kind over een boek kunt napraten? Kijk dan dit korte filmpje.

VoorleesTip 11: ‘Stop op tijd, maar ook weer niet te vroeg.’
Wanneer je merkt dat aandacht van je kind verslapt, stop dan met voorlezen. Kies een ander moment of pak een ander boek.


voorlezen_moeder_aan_kindNog meer over tips:
– Ik heb eerder reeds twee artikelen geschreven over samen (voor)lezen:
* Artikel 1: ‘Ja, ik wil … voorlezen! – Waarom samen (voor)lezen de ontwikkeling van je kind stimuleert’
* Artikel 2: ‘Nog een keer lezen, nog een keer – 5 eenvoudige tips om samen (voor)lezen met je kind nóg leuker te maken.’

Naast voorleestips stuur ik maandelijks praktische opvoedtips rond, helemaal GRATIS én vrijblijvend. Wil jij die graag ontvangen? Meld je dan nu aan voor m’n e-zine, boordevol opvoedtips. Dat kan heel gemakkelijk via mijn website. Als je je er nu voor aanmeldt, ontvang je er ook nog eens m’n GRATIS Mini E-boek ‘5×5 OpvoedTips – Nóg meer genieten van opvoeden’ bij, ook GRATIS én vrijblijvend.

logo_akse_coaching_klein_nieuwGa nu (terug) naar de website van Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies.

© 2015. Joyce Akse/Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.
Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

‘Nog een keer lezen, nog een keer’- 5 eenvoudige tips om samen (voor)lezen met je kind nóg leuker te maken.

voorlezen_mama_kindHoewel je waarschijnlijk wel weet dat voorlezen erg belangrijk is voor de ontwikkeling van je kind (lees ook dit artikel), is samen (voor)lezen ook een uitgelezen kans om de band met je kind te versterken. Toch hebben sommige ouders moeite met voorlezen, omdat ze bijvoorbeeld denken dat voorlezen aan jongere kinderen geen zin heeft omdat ze toch nog niet alles van het verhaal begrijpen of dat voorlezen juist erg moeilijk is: je moet allemaal stemmetjes gebruiken en bijna toneel gaan spelen, wil je kind voorlezen leuk vinden. Gelukkig zijn beide gedachtes niet waar. Jonge kinderen begrijpen vaak meer van een verhaal dan we denken, ook al kennen ze nog niet alle woorden die in het verhaal voorkomen. Sterker nog, daar leren ze juist van. Daarnaast is het helemaal niet nodig om toneel te gaan spelen of allemaal stemmetjes te gaan gebruiken om het verhaal of het boek aantrekkelijk te maken voor je kind. Lekker samen op de bank gaan zitten en dan rustig voorlezen is vaak al voldoende. Als je dit een paar keer doet, merk je al gauw dat je kind enorm geniet van samen (voor)lezen.

Hieronder vind je 5 basale en eenvoudige voorleestips, die je thuis tijdens het voorlezen kunt inzetten om het samen (voor)lezen nóg leuker te maken.

 


facebook_f2Naast de tips uit dit artikel heb ik alle volgers van Joyce Akse Opvoedcoachop Facebook tijdens de Nationale Voorleesdagen 2015 iedere dag een handige voorleestip gegeven. Deze tips vind je hier allemaal op een rij.


 


Voorleestip 1: Nog een keer!

voorlezen_moeder_aan_kindMaak van jullie voorleesmoment een vaste gewoonte. Kies daarvoor de tijd die voor jou én je kind goed uitkomt, bijvoorbeeld ’s middags samen op de bank of voor het slapen gaan.
Houd er rekening mee dat je kind minder graag zal lezen als net z’n favoriete tv-programma er op is. Kies dus een moment dat ook voor je kind goed uitkomt.

Vooral bij jonge kinderen is het goed om van het voorlezen een vast ritueel te maken; dat doe je door het voorlezen steeds op dezelfde manier te beginnen. Je kind weet dan wat er gaat komen.
Je merkt al gauw dat je kind voorkeuren zal ontwikkelen voor bepaalde boeken en wil die dan graag vaak lezen; nog een keer en nog een keer… Hoewel je er als ouder af en toe misschien wel een beetje gek van wordt…, is het voor je kind juist fijn om steeds dat ene spannende of grappige boek te lezen. Dat biedt je kind namelijk houvast, veiligheid en herkenning. Iedere keer als jullie het boek samen lezen, hoort, ziet, ontdekt en begrijpt je kind weer iets nieuws uit het boek.

Voorleestip 2: Vast moment op de dag

voorlezen_moeder_aan_zoonDoor de dag zijn er altijd wel momenten waarop je samen kunt lezen. Voor het slapengaan is in veel gezinnen een vast moment om samen te lezen. Daarnaast kun je natuurlijk andere momenten inlassen om samen te lezen, zoals na het eten. Je kunt het voorlezen ook gebruiken als rustmoment, bijvoorbeeld als je kind erg actief is geweest of veel indrukken heeft opgedaan. Ook als je kind wat extra aandacht nodig heeft, bijv. als het hangerig of ziek is, kan samen lezen erg fijn zijn.

Voorleestip 3: In alle rust

Ga samen op een rustige plek zitten. Zet de radio, televisie, telefoon en andere apparaten uit, want die leiden jou en je kind alleen maar af. Zorg ervoor dat jullie allebei prettig zitten.

Voorleestip 4: Interactie tijdens het lezen

voorlezen_moeder_aan_dochterGeef je kind tijdens het voorlezen de ruimte om te reageren op wat je voorleest. Las af en toe een pauze in en kijk daarbij naar je kind of kijk je kind tussendoor even aan (afhankelijk van hoe je zit). Laat je kind vragen stellen over het boek of het verhaal en ga er op in. Geef je kind dus ook gelegenheid om iets te zeggen tijdens het voorlezen. Het gaat er (vooral bij jonge kinderen) om dat het praat, dus alle opmerkingen over het verhaal zijn goed.

Verder is het goed om – als het boek uit is – nog even na te praten over het verhaal. Dat hoeft geen overhoring te zijn om te checken of je kind wel goed heeft opgelet ;-), maar laat je kind eens vertellen wat er zou gebeuren als het verhaal toch nog verder ging of laat je kind het verhaal navertellen aan een broertje, zusje, opa of oma.
Voor oudere kinderen, die zelf al goed kunnen lezen (en die moeilijk te vermurwen zijn om samen te lezen), is het belangrijk om interesse te tonen in de boeken die ze lezen. Ook dat heeft namelijk een positief effect op de leesmotivatie van het kind.

Voorleestip 5: Het goede voorbeeld geven

moeder_leest_boek_kind_huiswerkLast but not least: het is goed als kinderen hun ouders zien lezen én dat er boeken, kranten en tijdschriften in huis zijn. Hierdoor leert het kind dat het lezen van boeken een vanzelfsprekende dagbesteding is. Het is dus belangrijk om je kind te laten zien dat je leest door regelmatig een boek, tijdschrift of krant te lezen als je kind in de buurt is.

Maak met je kind goede afspraken over jouw eigen leesmoment. Bijvoorbeeld: jij gaat een kwartier in je boek lezen en in die tijd gaat je kind zelf spelen. Als het kwartier afgelopen is, leg je je boek weg en ga jij met je kind meespelen. In het begin zal je kind je in die tijd best nog wel eens storen door je iets te vragen of door iets te zeggen waar hij/zij een reactie op verwacht. Leg dan nog één keer duidelijk uit wat de bedoeling is. Als je zelf regelmatig een boek leest waar je kind bij is en je je zelf én je kind aan de afspraak houdt, dan zul je steeds minder gestoord worden en weet je kind steeds beter wat de afspraak is. Je hebt dan door de dag even de kans om weg te duiken in je boek, je hebt dan even een momentje voor jezelf en je kind wordt erna ‘beloond’ met samen spelen (of samen lezen?) met pappa of mamma. Heerlijk toch!

TIP: Lees ook dit artikel over welke voordelen samen (voor)lezen heeft voor de ontwikkeling van je kind en hoe het de ontwikkeling stimuleert.

Veel (voor)leesplezier!

facebook_f2Wil je graag meer tips krijgen over voorlezen? Klik dan hier.
Ga ook eens naar de Facebookpagina van Akse Coaching en LIKE de pagina. Ik geef daar regelmatig GRATIS tips over opvoeden, ouderschap en kinderen en vul die tips aan nog extra aan tijdens themaweken, zoals o.a. de Nationale Voorleesdagen.


Heb je het gevoel dat je ondanks deze tips nog steeds niet op een prettige manier kunt voorlezen of je kind kunt stimuleren om samen te lezen? Of vind je het lastig om met deze adviezen aan de slag te gaan? Neem dan contact met me op (joyce@aksecoaching.nl), zodat ik er voor kan zorgen dat ook jij op een fijne manier samen met je kind kunt voorlezen, waardoor ook jij de ontwikkeling van je kind nóg meer kunt stimuleren.

En dan nu jouw reactie en ideeën: hoe vaak lees jij voor aan je kind? En wanneer doe je dat? Vind je kind (voor)lezen leuk? En wat vind jij er zelf van? Hoe reageert je kind tijdens het voorlezen? En met welke van de bovenstaande tips wil je het liefst direct aan de slag? Zet jouw reactie hieronder.

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga nu (terug) naar de website van Akse Coaching.

Voor dit artikel heeft Joyce de volgende referenties gebruikt:
– Stichting Lezen. (2014). Ouders betrekken bij het lezen. Over het hoe en waarom van het betrekken van ouders bij de leesopvoeding thuis. Stichting Lezen, Amsterdam.
– Van der Pennen, W., & Backx, P. (1999). De magie van het voorlezen. Stichting Lezen.
– Website van Boekstart over ‘Voorleestips’ (link).
– Website van de Nationale Voorleesdagen 2015 (link).

‘Ja, ik wil … voorlezen!’ – Waarom samen (voor)lezen de ontwikkeling van je kind stimuleert

voorlezen_meisje_tussen_oudersVoorlezen is ontzettend belangrijk voor kinderen. Dat weet iedereen; toch…?
Maar wat betekent dat eigenlijk? Waarom is samen (voor)lezen zo belangrijk voor kinderen? Welke voordelen zitten er eigenlijk aan, niet alleen voor je kind, maar ook voor jou? En welke aspecten van de ontwikkeling van je kind stimuleer je er eigenlijk mee? Dat lees je allemaal in dit artikel.

 


Wist je al dat ouders een belangrijke rol spelen in (o.a.) de leesvaardigheid van kinderen…?
Uit onderzoek blijkt dat ouders een essentiële rol spelen in de leesopvoeding van hun kinderen. Kinderen van ouders, die zelf veel lezen, veel boeken bezitten, voorlezen aan hun kinderen, helpen met het kiezen van boeken, met hun kinderen naar de bibliotheek of boekwinkel gaan en praten over boeken, zijn gemotiveerder om te lezen, lezen meer en zijn leesvaardiger. 


 

Hieronder vind je een kort overzicht van de vele voordelen van voorlezen en samen lezen aan jonge én oudere kinderen.
Als je op zoek bent naar concrete voorleestips om het voorlezen aan je kind nóg leuker te maken, klik dan hier.


Voorlezen aan baby’s en jonge kind(eren)

voorlezen_moeder_baby2Als je samen met je baby op schoot een boekje leest, dan stimuleer je z’n taal- en spraakontwikkeling. Daarnaast verhoogt voorlezen het concentratievermogen van je kind, waar je baby z’n leven lang plezier van heeft. Ouders, die een vroege start maken met voorlezen en vol enthousiasme de voorleesroutine doorzetten, hebben op termijn kinderen die meer voorlopen in de taalontwikkeling.

Baby’s kunnen ook meer dan je denkt. Al vanaf de eerste dag luistert je baby naar je stem. In het eerste jaar ontwikkelt een kind zich snel en leert het veel nieuwe dingen. Met voorlezen kun je dan ook niet vroeg genoeg beginnen.

 


joyce_grijs_aanjou_1

Heb je een kleine of grote opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil? Neem dan contact met me op.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 

Voorlezen aan oudere kinderen

voorlezen_vader_aan_dochterOok oudere kinderen, die leren lezen of die zelf al kunnen lezen, hebben er baat bij om te luisteren naar (voorgelezen) teksten en verhalen. Als je luistert naar een kind dat zelf al kan lezen, hoor je meestal wel dat het al best goed leest, maar het lezen op zich is nog niet hetzelfde als de manier waarop volwassenen lezen. De intonatie klopt bijvoorbeeld nog niet helemaal, net als het meenemen van de interpunctie ed. Vandaar dat voorlezen aan kinderen, die zelf al kunnen lezen, de afstand kan overbruggen tussen wat een kind (technisch) aankan en wat het zal gaan kunnen.

Ga (of blijf) zeker ook voorlezen aan kinderen, die moeite hebben met (de techniek van) lezen. Voor deze kinderen is het extra belangrijk om van volwassenen te horen hoe lezen in z’n werk gaat.

Je kunt voorlezen aan je (oudere) kind afwisselen met zelf lezen door je kind. Lees bijvoorbeeld eerst een bladzijde zelf voor en laat je kind daarna een bladzijde (of alinea) hardop lezen. Zo hoort je kind hoe een ervaren lezer leest en kan het daarna zijn eigen leesvaardigheid oefenen. En het leuke hiervan is dat je op deze manier toch weer even samen bezig bent en dat gezellige één-op-één-moment hebt.

 

Belangrijke voordelen van voorlezen op een rijtje

meisje_leest_boek_lacht_ligt1. Je kind heeft net als alle andere kinderen behoefte aan positieve momenten samen met (één van) z’n ouders. Samen lezen is een ideaal (én gemakkelijk in te passen) moment om de band met je kind te versterken.
2. Voorlezen geeft je kind informatie over de wereld om hem/haar heen.
3. Door voor te lezen aan je kind oefen je de luistervaardigheid en het concentratievermogen.
4. Voorlezen prikkelt de fantasie en sociaal-emotionele vaardigheden van je kind.
5. Voorlezen stimuleert de taal- en spraakontwikkeling van je kind.
6. Voorlezen stimuleert je kind om mee te denken over het aanpakken van problemen.
7. Voorlezen heeft een gunstig effect op het zelf leren lezen.
8. Voorlezen maakt je kind vertrouwd met allerlei soorten verhalen en verhaalpatronen.

 

Nu je weet welke voordelen voorlezen en samen lezen heeft en op welke aspecten van de ontwikkeling van je kind het positief werkt, kan niets je nog weerhouden om gezellig met je kind te gaan lezen. Dus: pak een boek en lees je kind voor. Gewoon doen! 😉
Als je graag wil weten hoe je het voorlezen kunt aanpakken en hoe je op een goede manier aan je kind kunt voorlezen, klik dan hier.
Wil je graag nóg meer tips over voorlezen? Klik dan hier.


En dan nu jouw reactie en ideeën:
Hoe vaak lees jij voor aan je kind? En wanneer doe je dat? Vind je kind (voor)lezen leuk? En wat vind jij er zelf van? Hoe reageert je kind tijdens het voorlezen? En met welke van de bovenstaande tips wil je het liefst direct aan de slag?
Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


Wil jij ook Joyce’ waardevolle opvoedtips ontvangen? tip_gezinHelemaal gratis en vrijblijvend. Klik dan hier.

Cadeau: Kort na je aanmelding van het e-zine ontvang je Joyce’ E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’ als cadeau. Dat is dus ook helemaal gratis en vrijblijvend. Je leest er hier meer over.


 

Vragen & Opmerkingen voor Joyce
Heb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op. Je vindt m’n contactgegevens hieronder.

joyce_rosegrijs_staand_c
Ik wens je veel (voor)leesplezier!

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2015-2019. Joyce Akse/Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.
Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.


Klik hier voor je dagelijkse portie OpvoedInspiratie (GRATIS).

Lees ook andere artikelen van Joyce, die bij dit thema aansluiten: 
‘Nog een keer lezen, nog een keer’- 5 eenvoudige tips om samen (voor)lezen met je kind nóg leuker te maken.
– ‘11 tips om samen (voor)lezen nóg leuker te maken.
– ‘Positief opvoeden: Start je opvoeding goed met deze 5 stappen.
– ‘Voorkom ongewenst gedrag: Geef je kind positieve aandacht.
Klik hier voor meer GRATIS OpvoedTips. 

Voor dit artikel heeft Joyce de volgende referenties gebruikt:
– Stichting Lezen. (2014). Ouders betrekken bij het lezen. Over het hoe en waarom van het betrekken van ouders bij de leesopvoeding thuis. Stichting Lezen, Amsterdam.
– Van der Pennen, W., & Backx, P. (1999). De magie van het voorlezen. Stichting Lezen.
– Website van Boekstart over ‘Waarom voorlezen?’ (link).
– Website van de Nationale Voorleesdagen (link).

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga nu (terug) naar de website van Akse Coaching.

 

‘Slaap kindje slaap’ – Hoe een bedritueel je kind helpt om beter in slaap te laten vallen.

meisjes_slapendinbedVaak hoor ik van ouders dat hun kind niet naar bed wil en niet wil gaan slapen. Ze merken dat hun kind – juist bij het naar bed brengen – maar niet wil luisteren. Hun kind gaat dan bijv. wegrennen, alles heel langzaam doen / treuzelen, of het protesteert en moppert bij alles wat je dan wil doen.

Bij sommige kinderen is het naar bed brengen of het in slaap vallen lastig, moeilijk of ronduit frustrerend. Het grote nadeel ervan is dat het tot een (in)slaapprobleem kan leiden. Het is voor alle kinderen belangrijk om goed te slapen. Daardoor hebben ze overdag genoeg energie om goed mee te doen op school en om op een leuke manier met hun vriendjes te spelen. 

jongen_slaapt_in_bed6Over het algemeen hebben we slaap nodig om de gebeurtenissen van de dag ervoor te verwerken (in de hersenen), om nieuwe informatie op te slaan en om te kunnen leren. Goed slapen bij jonge kinderen kan een grote invloed hebben op de gezondheid en het welbevinden in het latere leven van die kinderen. Daarom kan een gebrek aan (of een verstoorde) slaap, vooral als het op belangrijke momenten in de ontwikkeling gebeurt, belangrijke gevolgen hebben voor hun algemene gezondheid later in het leven.

⇒ Slaapproblemen kunnen o.a. voorkomen worden door te werken met een vast slaapritueel en duidelijke afspraken. Je kunt je kind natuurlijk niet dwingen om in slaap te vallen, maar je kunt er wel voor zorgen dat duidelijk is wat de bedoeling is, waardoor je de kans zo groot mogelijk maakt dat je kind toch gaat slapen.

Hoe ziet een goed slaap- / bedritueel eruit?
meisje_gaapt_met_wekker_in_handHet slaapritueel begint met een vast tijdstip, waarop je kind naar bed gaat (zie hieronder enkele onderzoeksresultaten). Uit onderzoek blijkt dat het belangrijk is om kinderen op een vast tijdstip naar bed te brengen. Het tijdstip zelf is niet doorslaggevend, als er maar regelmaat in zit.
Het effect is gemeten op diverse cognitieve testen en het is groter bij meisjes dan bij jongens. Echter, zowel jongens als meisjes met een vaste bedtijd presteerden beter dan jongens en meisjes zonder een vaste bedtijd.

Om een passend tijdstip te bepalen, kijk je goed naar je eigen kind. Daarvoor neem je niet alleen zijn leeftijd mee, maar ook hoe je kind zich overdag gedraagt. Als je kind overdag hangerig is, makkelijk huilt of snel uit zijn doen is, dan is het goed om hem eerder naar bed te brengen. Ook wanneer je kind aan het eind van de dag vaak druk wordt, dan is de kans groot dat het dan al erg moe is.

 



joyce_grijs_aanjou_1Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?

Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 


Daarnaast bestaat een goed slaap- / bedritueel uit een aantal vaste onderdelen.
Hieronder vind je een voorbeeld van een bedritueel.

jongen_tandenpoetsen_spiegel1. Naar de wc
2. Pyjama aandoen
3. Tanden poetsen
4. Glaasje water drinken
5. In bed leggen
6. Verhaaltje voorlezen
7. Rustig muziekje aanzetten
8. Knuffel geven & Welterusten zeggen


De volgorde van dit voorbeeld staat natuurlijk niet vast en kun je dus naar eigen inzicht en eigen voorkeur invullen.
Zorg er wel voor dat – zodra je de onderdelen en de volgorde ervan – bepaald hebt, die onderdelen én de volgorde steeds hetzelfde zijn. Daardoor wordt het ritueel herkenbaar en weet je kind steeds beter wat hij voor het slapengaan kan verwachten. Die herkenning en voorspelbaarheid dragen er aan bij dat je kind makkelijker in slaap valt.

bedritueelTIP: Maak het bedritueel voor je kind nóg duidelijker en inzichtelijker door gebruik te maken van pictogrammen. Hierdoor kan je kind zelf goed zien wat de volgende stap is én is de kans groter dat hij ook zelf aan de volgende stap begint.

Het is belangrijk dat je je kind tijd geeft om aan het bedritueel te wennen, vooral als je er pas mee begint of als je er iets aan hebt veranderd. Dat duurt nou eenmaal een tijdje. Hoe duidelijker het bedritueel is en hoe consequenter jij er als ouder mee omgaat, hoe eerder je kind er aan gewend is.

Om het bedritueel thuis goed in te zetten, kun je gebruikmaken van het bekende motto: Zeg wat je doet en doe wat je zegt’.

jongen_slaapt_in_bed5In het geval van het bedritueel betekent dat: vertel je kind wat er gaat gebeuren en hou je aan die afspraak. Geef bijv. 5 min. voordat je je kind naar bed brengt al aan dat je hem zo naar bed gaat brengen (‘zeg wat je doet’). Je kind is dan nog met iets anders bezig, maar weet daardoor dat hij er nog even mee door kan gaan (hij hoeft er dus niet acuut mee te stoppen) én dat hij er zo meteen mee gaat stoppen. Je kunt vlak voor zijn bedtijd nog eens herhalen: ‘nog 1 minuut en dan breng ik je naar bed’.

 


joyce_rosegrijs_staand_c

Wil je graag een thema-avond over opvoeden bijwonen?
Kijk dan in Joyce’ online Agenda voor een workshop, lezing of OpvoedParty bij jouw in de buurt.

Wil je Joyce graag uitnodigen om een thema-avond over opvoeden te geven?
Kijk dan hier voor mogelijke thema’s en/of neem contact met haar op.


 


Zodra de afgesproken tijd aangebroken is, breng je je kind naar bed.
Het is belangrijk dat je niet afwijkt van wat je vooraf hebt aangegeven (‘doe wat je zegt’), ook als je kind zelf nog geen klok kan kijken. Bedenk dus van te voren goed wat je tegen je kind zegt en met hem afspreekt en houd je daar aan.

Ook bij alle andere onderdelen houd je je aan dit motto. Als je de volgorde van hierboven aanhoudt, dan gaat je kind na dat het de pyjama aanheeft eerst zijn tanden poetsen en dus niet eerst een verhaaltje lezen.

Het effect van een bedritueel merk je meestal niet meteen, maar pas na een paar dagen. Houd het zeker één tot twee weken vol en verander in die week niks aan de onderdelen of de volgorde ervan. Geef je kind (en jezelf) dus echt voldoende tijd om aan het ritueel te wennen.

 

Om de kans zo groot mogelijk te maken dat je kind ’s avonds lekker in slaap valt, ’s nachts goed doorslaapt en ’s ochtends lang genoeg slaapt, zijn er maar liefst 10 voorwaarden, die er samen voor zorgen dat je kind lekker gaat slapen.
⇒ Die lees je in m’n artikel ‘10 basistips om je baby, kind of tiener lekker te laten slapen.‘.


Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_cHeeft je kind moeite met slapen, eten of luisteren, heb je vragen over het thema van dit artikel of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2014-2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

Gebruikte literatuur voor dit artikel:
– Kelly, Kelly, & Sacker (2013). Time for bed: Associations with cognitive performance in 7-year-old children: a longitudinal population-based study. Journal of Epidemiology and Community Health.

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘Het middagdutje: Wanneer kan mijn kind zijn dutje ’s middags overslaan?‘ (Incl. checklist) [https://wp.me/p45vDm-pSh]
– ‘Ga nou toch lekker slapen, liefje!‘ (5 tips om je kind te leren slapen). 
– ‘Als je kind moeilijk in slaapt valt op vakantie…‘ | 7 praktische tips om dat snel te verbeteren (incl. BONUStips).
– ‘Uitslapen als je kinderen hebt…?‘ (Zorg er in 3 stappen voor dat je kind langer slaapt.)
– ‘Sturing & verbinding: Waarom beide aspecten onmisbaar zijn in de opvoeding van jouw kind.
– ‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.