Heeft mijn kind dyslexie of niet? Wat je er als ouder of leerkracht over moet weten. [ Interview met dyslexie-expert drs. Kim Huiskamp ]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze experts interviewt over hun eigen onderzoek of werkveld. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, opvoeding en/of de ontwikkeling van kinderen (0-16 jaar). 

 

jongen_schrijven_handen_in_haarZodra je kind naar school gaat, komt hij al snel in aanraking met taal. In de kleutergroepen wordt er voorzichtig aandacht aan besteed en vanaf groep 3 begint het echte werk. Bij de meeste kinderen verloopt de taalontwikkeling zonder veel problemen; bij sommige kinderen zie je echter dat het lezen en spellen moeizamer gaat. Dat komt vaak in groep 3 en 4 naar boven. Bij deze kinderen zou er sprake kunnen zijn van dyslexie.

Over het onderwerp ‘dyslexie’ interviewde ik drs. Kim Huiskamp. Zij werkt als diagnosticus en behandelaar bij het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) in Maastricht.

In dit artikel vertelt ze uitgebreid wat dyslexie precies is (en wat niet), hoe je dyslexie bij jouw kind kunt herkennen, waarom het belangrijk is om de taalontwikkeling van je kind goed in de gaten te houden en – indien nodig – op tijd te starten met behandeling. Daarnaast vertelt ze welke mythes en vooroordelen er soms nog bestaan over dyslexie, waar dyslexie wel eens mee verward wordt en wat je als ouder kunt doen om het leesplezier van je kind te stimuleren.

 

Je bent expert op het gebied van dyslexie en leesvaardigheid. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan? 
meisje_wil_niet_lezen‘Ik ben eigenlijk toevallig met dyslexie in aanraking gekomen. Aan het einde van mijn opleiding psychologie heeft mijn stagebegeleidster mij in contact gebracht met prof. dr. Leo Blomert, expert op het gebied van dyslexie. Hij zocht mensen om een vakgroep te vormen om het dyslexieprotocol op poten te krijgen en dat wilde ik graag doen. Op die manier kon ik dus bij toeval in zijn werkgroep aan de slag. Daardoor kwam ik ook in aanraking met wetenschappelijk onderzoek naar dyslexie. Het onderwerp trok mij erg aan, maar ik merkte dat ik liever in een klinische setting werkte dan in een wetenschappelijke. Via Leo Blomert werd ik toen voorgesteld aan Patty Gerretsen, toentertijd directeur wetenschap van het RID. Zo ben ik uiteindelijk bij het RID terechtgekomen en daar werk ik nu al 15 jaar. Wat ik zo prettig vind aan werken met mensen met dyslexie is dat je echt iets voor iemand kunt betekenen. Iedereen in onze maatschappij krijgt te maken met lezen en schrijven en als je dyslexie hebt, kun je flinke problemen ondervinden op school, op je werk of zelfs privé. Met een gerichte behandeling en concrete tools, kun je kinderen (en volwassenen) met dyslexie echt helpen hun situatie te verbeteren. Het geeft me enorm veel voldoening dat ik op deze manier iets kan betekenen voor de kinderen, die bij ons komen.’

 


Curriculum Vitae
kim_huiskamp_fotoDrs. Kim Huiskamp studeerde neuro– en ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Maastricht. Daarna werkte ze een jaar als psycholoog / onderzoeksassistent aan dezelfde universiteit. Vervolgens maakte ze de overstap naar het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) in Maastricht. Ze werkte er een tijd als hoofd behandeling en vestigingsmanager; momenteel als diagnosticus en behandelaar.


 

Kun je uitleggen wat dyslexie precies is?
hersenen_kwabben‘Als je dyslexie hebt, dan heb je moeite met lezen en/of spelling. Sommige kinderen hebben alleen moeite met lezen, andere alleen met spellen en weer andere met allebei. De grootste groep van de kinderen met dyslexie heeft moeite met allebei.

In onze maatschappij maken we gebruik van het alfabetische schrift. Onze woorden zijn opgebouwd uit klanken. Als je het woord wil leren lezen en schrijven, dan zul je het woord moeten opdelen in klanken. Je gaat dan als het ware de klankstructuur van woorden ontcijferen.

In de hersenen zit een gebiedje (temporaal kwab*) dat de klankstructuur van woorden verwerkt, het helpt je met het in stukjes hakken van woorden. Dat gaat automatisch, onbewust.
*: Meer specifiek, de superieure temporale sulcus (STS) en planum temporale (PT) zijn betrokken bij de integratie van de letter-klank-koppeling. De visual word form area (VWFA) is betrokken bij directe woordherkenning.

Bij dyslexie is dat gebiedje wat minder goed toegerust om de klankinformatie te ontwarren. Die informatie loopt dan een beetje door elkaar. Je spreekt woorden misschien soms net een beetje verkeerd uit.
Bijvoorbeeld: Je hebt het dan niet over ‘doelwit’ maar over ‘doellid’.

En dat is eigenlijk nog maar het begin. Kinderen (of volwassenen) met dyslexie hebben er dus moeite mee om de klanken van elkaar te onderscheiden. De volgende stap is dat je de klanken gaat koppelen aan een letter, dus de klanken van losse letters. In groep 3 begin je daarmee: je leert welke klank bij welke letter hoort (bijv. ‘Dit is de letter ‘L’ en die klinkt zo…’).

Die letter-klank-koppeling zit weer in een ander gebiedje van die temporaal kwab. Dat gebiedje koppelt als het ware de auditieve (klank, die je hoort) en visuele informatie (letter, die je ziet) aan elkaar. Dat ‘koppelproces’ duurt eigenlijk jaren. Van groep 3 naar groep 8 maken kinderen daarin een stijgende lijn door. Die integratie duurt dus echt jaren en kan alleen optreden met onderwijs. Pas daarna wordt het een automatisch proces. Op het moment dat het automatisch is, kun je het zien van een letter niet meer als niet-letter zien. Op latere leeftijd gebeurt dat zelfs met hele woorden. Maar daar heb je dus wel training voor nodig. Een beginnende lezer kan dat nog niet met hele woorden. Daarom begin je op school eerst met het leren van de letters met bijbehorende klanken.’

 

Hoe ‘ontstaat’ dyslexie? 
loesje_dyslexie‘Je wordt met dyslexie geboren; het ontstaat dus eigenlijk niet echt. Het is ook erfelijk, wat betekent dat het vaker binnen families voorkomt.

Bij dyslexie zijn twee vaardigheden of processen verstoord: aan de ene kant is dat de klankverwerking (fonologische verwerking), aan de andere kant is dat de letter-klankkoppeling.

In groep 3 leren kinderen om te ‘decoderen’ oftewel om te ‘hakken & plakken’.
Bijvoorbeeld: ze leren dat het woord ‘kip’ uit 3 klanken bestaat: k – i – p.

In de hersenen gaat dat dan nog niet automatisch. De kinderen zullen er energie in moeten steken om dat goed te leren. Ze hebben op dat moment ook nog minder bronnen om het woordbeeld in hun geheugen op te slaan.

Als je het hele proces van het lezen en spellen hebt doorlopen, dan is het eindstation dat je een heel woord ziet en herkent. Je herkent het omdat het opgeslagen is in het ‘mentaal lexicon’. Hoe meer je daarin opgeslagen hebt, hoe automatischer het lezen en spellen gaat. Dat automatisme kun je trouwens ook krijgen als je dyslexie hebt. Maar omdat de basis van het aanleren lastiger is, duurt het langer om bij dat eindstation te komen.’

 

Hoe kunnen ouders dyslexie bij hun kind herkennen? 
jongen_in_klas_juffrouw_geen_zin‘Je kunt dyslexie eigenlijk pas echt herkennen vanaf dat je kind een tijdje in groep 3 zit, dus als je kind echt onderwijs krijgt op het gebied van lezen en schrijven. Bij kleuters zie je ook al wel eens dat ze moeite hebben met klankverwerking. Ze hebben dan bijv. moeite met het leren / benoemen van de kleuren, met links en rechts, ze hebben moeite met rijmen, ze vinden het lastig om de namen van klasgenootjes te onthouden of ze vinden het moeilijk om nieuwe liedjes te leren. Dat zijn allemaal dingen waarbij ze iets moeten doen op het gebied van klankverwerking. Een deel van de kinderen, dat hier moeite mee heeft, kan later moeite krijgen met lezen en schrijven. Dat hoeft echter niet perse. Het zijn dus geen harde criteria, eerder een aanwijzing om het goed in de gaten te houden. Andersom geldt dat ook: als je kind hier als kleuter geen moeite mee heeft, dan wil dat niet zeggen dat hij geen dyslexie kan hebben. Het kan op dyslexie wijzen, maar dat is niet één op één.

In groep 3 kijk je of leerlingen moeite hebben met het leren van letters, met het hakken en plakken, met het op tempo lezen van woorden en of leerlingen fonetisch blijven schrijven (= letterlijk schrijven van wat je hoort).

Het mag dus duidelijk zijn dat je lezen en spellen echt moet leren. Wil je dyslexie kunnen aantonen, dan moet je dus onderwijs hebben gehad. Als school merkt dat een kind moeite heeft met lezen en spellen, dan moet het ook extra onderwijs en aandacht op dat gebied aanbieden. Halverwege groep 3 kom je er misschien achter dat een leerling zich wat trager ontwikkelt op het gebied van taal en spelling. Dan is het belangrijk om uit te filteren waar dat door komt; een probleem op het gebied van lezen en spelling hoeft nl. niet altijd op dyslexie te wijzen. Basisscholen hebben daar een protocol voor.
Als school bijvoorbeeld op basis van de citoscores (bij score D of E) merkt dat het lezen van een leerling achterblijft, dan wordt er extra aandacht aan die leerling gegeven; bijv. door de leerling in een apart groepje te zetten en/of extra aandacht te geven op het gebied van lezen en/of spelling. Als de leerling dat een half jaar of heel jaar heeft gehad en dat blijkt onvoldoende effect te hebben gehad, dan kun je pas echt gaan onderzoeken of dyslexie een mogelijke oorzaak is.

Het is belangrijk om na te gaan wat precies de oorzaak is van de problemen die een leerling heeft op het gebied van lezen en spellen. Juist om te weten of het dyslexie kan zijn of niet. Een leerling kan bijvoorbeeld ook een algemeen leerprobleem hebben of er speelt iets anders dat hem belemmert in zijn leerproces. Denk bijvoorbeeld aan een trauma in de familie (bv. echtscheiding en daardoor verlies van motivatie om te leren of goed mee te doen op school). Dan kan een kind dus wel moeite met lezen en/of spelling hebben, maar niet door een onderliggende dyslexie. Vandaar dat het enerzijds zo belangrijk is om goed te onderzoeken wat precies de reden is dat een kind moeite heeft met lezen en/of spelling. Anderzijds is het daarom goed om een breder leerprofiel mee te nemen en om te beoordelen of de één-op-één-hulp in de klas goed genoeg heeft gewerkt. Uiteraard kunnen de lees- en spelmoeilijkheden ook nog andere oorzaken hebben of samenhangen met andere stoornissen.’
Daarover bij een volgende vraag meer.

 


Heb je het idee dat kinderen hun dyslexie kunnen verdoezelen, waardoor het voor ouders of leerkrachten lastig wordt om het te herkennen? 
meisje_juffrouw_samen_lezen‘Eerlijkgezegd lijkt het me voor een kind bijna niet te doen om dyslexie te verdoezelen. Ze kunnen wel verschillende strategieën laten zien om met hun lezen of spelling om te gaan. Ze trappen bijvoorbeeld op de rem en gaan heel langzaam lezen. Of ze gaan juist heel snel lezen en raden dan wat er staat. Kinderen met dyslexie hebben moeite met het technische leesproces; dat betekent in dit geval dat het ten koste gaat van de snelheid of van de nauwkeurigheid van het lezen.

Bij kinderen met veel compensatiemogelijkheden zien we wel eens dat ze met tekst lezen een hoger niveau behalen dan met woordlezen. Ze hebben dan steun aan de semantiek van de tekst; de inhoud en betekenis van de tekst helpt hen om de woorden in tekstverband te lezen.

Bij hoog-functionerende volwassenen zien we wel eens dat ze vooral vastlopen bij het lezen van onzinwoorden. Zij hebben door de jaren heen al zoveel woorden geleerd en opgeslagen (in hun mentaal lexicon), dat ze al veel woorden en teksten gewoon goed kunnen lezen.

Bij de beoordeling of een kind dyslexie heeft, weegt het lezen trouwens zwaarder dan spelling of schrijven. Lezen is namelijk een ‘puurdere’ maat van dyslexie vanwege het automatische proces. Daarom geeft het lezen meer de doorslag bij de beoordeling van dyslexie. Bij spelling is altijd gerichte aandacht nodig en kunnen dus ook weer andere dingen spelen, waarom kinderen er moeite mee hebben (denk aan motivatie en taakgerichtheid).’

 

Vanaf welke leeftijd kun je dyslexie laten onderzoeken? 
jongen_vrouw_huiswerk_maken‘Vanaf de leeftijd van ongeveer 8 jaar, dus pas bij kinderen in groep 4, kun je dyslexie betrouwbaar onderzoeken. Dus nog niet echt vanaf groep 3. Je moet kinderen namelijk de kans geven om het lees- en spelproces op gang te laten komen.

Merk je dat het kind al last heeft op dit gebied vanaf de kleuterklas (zie hierboven), dan zou je een leerling van groep 3 eventueel wel al kunnen laten onderzoeken. Maar dat zijn eerlijkgezegd wel de uitzonderingen.’

 

Waarom is het belangrijk om het op jonge leeftijd te laten onderzoeken?
meisje_vrouw_schrijven‘Als je van groep 3 naar groep 8 kijkt, dan worden de normen steeds strenger. Als jij je op een trager tempo ontwikkelt vergeleken met je groepsgenoten, zal het verschil daarom steeds groter worden. Dan ga je dus steeds meer achterlopen ten opzichte van de andere kinderen.

In de hogere groepen wordt ook steeds meer gebruik gemaakt van taal. Zo heb je in groep 4 nog wel het ‘kale’ rekenen, maar vanaf groep 5 komen ook steeds vaker verhaaltjessommen aan bod. Dan is het ook bij vakken als rekenen belangrijk om goed te kunnen lezen. En bij de hogere groepen komt alleen nog maar meer (talige) informatie op de leerling af. Ze hebben dan een bepaald functioneel leesniveau nodig om alles op een goede manier te kunnen verwerken en te begrijpen. Dat is niet alleen nodig bij vakken als begrijpend lezen en redactiesommen, maar ook bij vakken als geschiedenis of aardrijkskunde.
Het is misschien goed om in dit kader te weten dat het onderdeel ‘begrijpend lezen’ één van de onderdelen is, waarop bepaald wordt welk niveau van voortgezet onderwijs je aankunt. Als jij het technisch leesniveau hebt van iemand van groep 3 en je moet lezen op het niveau van eind groep 7, dan is het lastiger om de inhoud van tekst er op een goede manier uit te pikken, zeker als je al zo worstelt met de tekst die je leest. (Als de tekst je voorgelezen wordt, kan het natuurlijk weer anders zijn.)

Om op een goede manier te kunnen laten zien, wat er aan vaardigheden en kennis in je zit, is het dus belangrijk dat het gat tussen je leesniveau en je vaardigheden niet te groot is. Als dat wel het geval is, dan wordt het een stuk lastiger om te laten zien wat je kunt.’

 

Kun je van dyslexie genezen? 
meisje_leest_boek_MLP‘Helaas kun je niet van dyslexie genezen. Je zult altijd meer moeite met lezen en spellen blijven hebben dan anderen zonder dyslexie.

Ondanks dat gegeven kun je het gebiedje in de hersenen wel trainen, waardoor het lezen en spellen beter gaat. Dyslexie is dus niet te genezen, maar je kunt je lees- en spelvaardigheden wel verbeteren. En dat is goed nieuws.

Het is goed om te accepteren dat het lezen en spellen moeilijk voor je is en zal blijven. Je ziet dat sommige kinderen heel opgelucht zijn met diagnose (‘gelukkig, ik kan er niks aan doen’); er valt een last van hun schouders. Andere kinderen voelen zich er juist vervelend door; ze krijgen het gevoel dat ze anders zijn dan anderen, dat ze niet normaal zijn of dat ze niet meer degene zijn die ze waren. Kinderen, die moeite hebben om te accepteren dat ze dyslexie hebben, kunnen baat hebben bij ‘psycho-educatie’. Bij het RID geven we hen o.a. een boekje mee dat ze samen met hun ouders kunnen lezen: ze gaan dan samen vragen beantwoorden, thema’s bespreken en ze kunnen wat meer gerustgesteld worden. De inhoud van dit boekje komt dan ook in de behandeling aan bod. Ook is het goed om te weten dat heel beroemde of intelligente mensen dyslexie hadden (denk maar eens aan Einstein). Door dyslexie zo positief mogelijk te benaderen, proberen we kinderen er een andere mind-set over te geven.

Nadat je een dyslexiebehandeling hebt gehad, kan de dyslexie toch weer de kop op steken, bijvoorbeeld als je een nieuwe taal gaat leren. Daar hebben leerlingen met dyslexie doorgaans meer moeite mee. Het blijft een zwakkere plek.’

 


EXTRA
Drs. Kim Huiskamp raadt de volgende boeken aan om (evt. samen met je kind) over dyslexie te lezen.

Informatieve boeken voor ouders:
boeken_MPL_dyslexie‘Kinderen met dyslexie, een gids voor ouders’ – T. Braams
‘Houvast bij leesproblemen en dyslexie op de basisschool, leidraad voor ouders’ – A. Paternotte en J. Buitelaar
‘Mijn kind & Dyslexie’ – R. Krijnen
‘Mijn kind heeft dyslexie’ – M. Ceyssens

Informatieve boeken voor kinderen: 
‘Dyslexie’ – Z. van Mersbergen (Informatiereeks 3, nummer 54)
‘Een 2 voor dictee. Een verhaal over dyslexie’ – J. Breeman
‘Letters op de snelweg. Boekje over dyslexie’ – K. Terlouw
‘Ik heb dyslexie, nou en!’ – L. de Groot

Leesboeken geschikt voor dyslectische kinderen:
http://www.makkelijklezenplein.nl (informatie over leesboeken voor dyslectici)
http://www.zwijsen.nl (serie Zoeklicht)
http://www.inktvis.nl (serie Kokkel-reeks)

Leesboeken over dyslexie voor kinderen: 
‘Ik ben niet bom!’- M. van de Coolwijk
‘Schatkasten’ – H. van der Werff
‘Pudding Tarzan’ – O.L. Kirkegaard
‘De smoezenkampioen’– C. Slee
‘Heksie. Hoe vang je een heks? – M. Snoeij


 

Waar wordt dyslexie wel eens mee verward? 
meisje_dromend_aan_tafel‘Als kinderen zich bij ons aanmelden om te onderzoeken of er sprake is van dyslexie, dan wordt er niet alleen gekeken naar hoe het met lezen en spelling gaat, maar we kijken ook naar andere schoolvakken. Kinderen kunnen namelijk in het algemeen moeite hebben om nieuwe vaardigheden aan te leren of ze kunnen een algemeen leerprobleem hebben. Dan heb je een heel andere benadering nodig om het kind verder te helpen.

Soms kunnen kinderen een taalontwikkelingsstoornis (TOS) hebben. Ze hebben dan moeite met taal in het algemeen; niet alleen moeite met lezen en schrijven, maar ook moeite met taalbegrip, met de taalproductie (uitspraak) en/of ze hebben een lage woordenschat. Bij kinderen met TOS is er dus meer aan de hand; ze hebben een breder taalprobleem.

Verder is het goed om aandacht te hebben voor andere stoornissen, zoals AD(H)D. Een kind dat bijvoorbeeld moeite heeft om de aandacht ergens bij te houden, kan daardoor in de klas informatie of instructie mislopen. Ook kan een kind met een aandachtsprobleem het ene vak wel leuk vinden en het andere niet; dan heeft het bijvoorbeeld minder aandacht voor taal en dus minder oefening om het goed te ontwikkelen. Dat wil echter nog niet zeggen dat er sprake is van dyslexie.

Sommige kinderen lopen een ‘didactische achterstand’ op: ze liggen achter op de groep, maar dat kan komen omdat ze minder effectief onderwijs hebben genoten dan andere kinderen. Ook dat hoeft dus niet door een mogelijk onderliggende dyslexie te komen.

Hier blijkt in ieder geval uit hoe complex het geheel kan zijn. Dyslexie kan ook nog eens samen voorkomen bij één van deze stoornissen (comorbiditeit), maar dat hoeft natuurlijk niet. Het is ook mogelijk dat de lees- en spelproblemen, die je opmerkt, door een ander onderliggend probleem veroorzaakt worden dan door dyslexie.’

 

Welke mythes, onjuistheden of vooroordelen bestaan er over dyslexie? 
meisje_leest_in_boek‘Er bestaan wel een aantal mythes of vooroordelen over dyslexie:

(1) Dyslexie ontstaat door een zuurstoftekort bij de geboorte of door slecht samenwerkende hersenhelften.
Vroeger werd wel gedacht dat dyslexie kwam door een zuurstoftekort bij de geboorte, maar we weten inmiddels dat dat niet zo is. Er werd ook wel gedacht dat de twee hersenhelften niet goed samenwerkten. Dan moesten de kinderen evenwichtsoefeningen doen, waardoor de helften wel beter gingen samenwerken. Beide ideeën zijn inmiddels ontkracht door wetenschappelijk onderzoek en niet waar gebleken.

(2) Kinderen met dyslexie kunnen niet goed zien of horen.  
Als je kijkt naar de gebieden in de hersenen die bij klankverwerking betrokken zijn, dan zitten die min of meer tussen de auditieve en visuele cortex in. De informatie die in de auditieve cortex terechtkomt (klank), wordt gecombineerd met de informatie die in de visuele cortex terecht komt (letter). Bij kinderen met dyslexie gaat die verwerking ervan moeizamer. Een kind met dyslexie kan dus zowel goed horen als zien, alleen het verwerken van de combinatie klank en letter gaat moeizamer. Je kunt dyslexie dus niet oplossen door een bril of een hoorapparaat te dragen.

(3) ‘Mijn kind heeft niet zo’n zin in lezen en spelling en moet gewoon wat beter zijn best doen.’ 
Ouders kunnen soms de overtuiging hebben dat hun kind niet gemotiveerd is en gewoon wat beter zijn best zou moeten doen. Maar ik leg dan altijd uit dat kinderen niet ongemotiveerd worden geboren; het kind beslist niet bewust of actief dat het geen zin heeft om te leren. Als een kind geen zin heeft om te lezen, om huiswerk te maken of om iets te doen voor school, dan komt dat door een bepaalde wisselwerking met iets anders. Dingen die je lastig vindt of waar je moeite mee hebt, vind je gewoon niet zo leuk om te doen. De berg wordt dan te hoog. Gelukkig kun je de berg lager maken, zodat het te behalen doel niet meer onbereikbaar lijkt. Het kind krijgt dan het gevoel dat hij het misschien toch kan.

We zien ook wel eens kinderen, die voordat ze bij ons komen, al een heel traject hebben afgelegd. Ze zijn dan al op zoveel plekken geweest en hebben al zoveel onderzoeken gehad, dat ze al bijna geen zin meer hebben om nóg een onderzoek of behandeling te ondergaan. Deze kinderen zou je ‘behandelmoe’ kunnen noemen. Dat wil echter niet zeggen dat ze niet geholpen kunnen worden; ook bij deze kinderen kan dyslexie vastgesteld worden en ook zij kunnen nog steeds geholpen worden.

(4) ‘Laat maar, er is toch niks aan te doen.’ 
Sommige ouders denken: ‘het is dyslexie, er is niks aan te doen’. Dat is echter niet het geval. Ook kinderen met dyslexie kun je met de juiste begeleiding beter laten lezen en spellen. Het is daarbij vooral belangrijk om voor ogen te houden wat je kind wel nog kan ontwikkelen en wat er nog wel mogelijk is. Ga na welk doel je kunt stellen. Daarbij is belangrijk om juist de inspanning, die je kind doet, te belonen (growth mindset) en niet het resultaat (fixed mindset).’

 

Wat kunnen ouders doen als ze het vermoeden hebben, dat hun kind dyslexie heeft? 
voorlezen_vader_dochter_lachend‘Als ouders vermoeden dat hun kind moeite heeft met lezen of spellen of zich er zorgen over maken, dan is het belangrijk om dat aan te kaarten bij de leerkracht. Het is goed om het zelf ook in de gaten te houden. Bespreek het, zodat de leerkracht er aandacht voor heeft.

School heeft dan – indien nodig – mogelijkheden om extra hulp aan leerlingen te bieden. Citotoetsen helpen bij het signaleren ervan. Daarna kan een leerling doorverwezen worden voor extra zorg; dat zou evt. naar het RID kunnen. Daar wordt onderzocht of er wel / geen sprake is van dyslexie en indien dat inderdaad het geval is, kan de dyslexiebehandeling plaatsvinden.

Over het algemeen is het belangrijk dat ouders met een kind met dyslexie een omgeving creëren, waarin lezen een plek heeft. Creëer een omgeving waarin regelmatig gelezen wordt en waarin dat ook beloond wordt. Denk dan in termen van ‘quality time’: lekker samen op de bank zitten en een boekje (voor)lezen. Maak (voor)lezen dus een normaal onderdeel van je eigen levenssituatie.

Uiteraard kan het voor ouders nog best lastig zijn om het lezen voor hun kind weer leuk te maken. Ga dan op zoek naar de intrinsieke motivatie van je kind. Dat kun je doen door vooral boeken uit te zoeken die je kind zelf heel leuk, interessant of boeiend vindt. Laat de boeken aansluiten op de belevingswereld en interesses van je kind. Als je kind bijvoorbeeld fan is van dinosaurussen, dan lees je daar samen boeken over. Bij drukke gezinnen kan zo’n één-op één-momentje, waarin je aan je kind (voor)leest, zelfs een uitkomst zijn. Door het samen te doen, wordt het lezen alleen maar leuker. Hiermee kun je de leesmotivatie en het leesplezier van je kind absoluut stimuleren.

Geef het dus niet op en ga vooral door met lezen. Lezen onder dwang, bijv. tot huilens toe, is natuurlijk het andere uiterste. Dat laatste vergroot alleen maar de weerstand bij je kind. In de plaats daarvan is het beter om je kind zelf zijn boeken uit te laten kiezen. Ga samen naar de bibliotheek en maak er daarna samen een gezellig leesmoment van.
Goed om nog te weten is ook dat het geen probleem is om kinderen naar luisterboeken te laten luisteren of om software te gebruiken om boeken te laten voorlezen. Het is dan wel belangrijk dat kinderen het boek erbij houden en zelf meelezen. In de bibliotheek heb je ook een Makkelijk Lezen Plein, waar je boeken kunt vinden voor kinderen die wat meer moeite hebben met lezen.

 


Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend.
 Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?
Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Lees verder over gerelateerde thema’s:
Wist jij dit al over opvoeding en ouderschap…? Uitgebreide interviews met toonaangevende experts.’ 
– ‘11 tips om samen (voor)lezen nóg leuker te maken.
– ”Nog een keer lezen, nog een keer’- 5 eenvoudige tips om samen (voor)lezen met je kind nóg leuker te maken.
– ‘Waarom worden kinderen en tieners toch zo boos?‘. 
‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl. 

Een surprise maken: Broodnodige inspiratie voor de last-minute knutselaars.

sint_surprise_stressNu Sinterklaas in het land is en we weer volop in het Sinterklaasfeest zitten, is ook de tijd van surprises aangebroken. Misschien heeft jouw kind ook wel een lootje getrokken in de klas of doe je zelf mee aan surprise op het werk.

En misschien ben jij ook wel iemand die niet zo van knutselen houdt en dit soort klusjes het liefst tot het laatste moment bewaart…? Of je had in deze periode zo veel te doen dat het niet anders kon dan op het laatste moment die surprise te maken…

Speciaal voor alle ‘last-minute surpriseknutselaars’ – oud én jong – heb ik meer dan 15 leuke én makkelijke surprises voor je  op een rijtje gezet.
En helemaal onderaan geef ik je alvast een paar tips voor volgend jaar… 😉 

⇒ Laat je me weten welke surprise je hebt uitgekozen? 

 

Wat heb je voor deze surprises (meestal) nodig: 
– 1 of 2 schoenendozen
– lege wc-rolletjes of lege rolletjes keukenpapier
– schaar, plaksel / lijm, plakband
– gekleurd papier
– (kleur)potloden, (kleur)stiften
– evt. een computer met (kleuren)printer

 

sint_surprise_paard_schimmel

(1) Het paard van Sinterklaas

 

 

 

 

20181203_222457(2) Het grote boek van Sinterklaas 

 

 

 

 

sint_surprise_stoomboot

(3) De stoomboot van Sinterklaas 

 

 

 

sint_surprise_taart
(4) Verjaardagstaart / Feesttaart

 

 

 

 

sint_surprise_koffer
(5) ‘We gaan op reis’-koffer

 

 

 

 

 

(6) Voor de sporters:

sint_surprise_tennisbaan– De echte tenniskampioen!

 

 

 

 

 

 

 

sint_surprise_voetbalveld– Voor de voetballiefhebbers

 

 

 

sint_surprise_minion
(7) Voor de Minion-fan

 

 

 

 

sint_surprise_unicorn
(8) Voor de Unicorn_fan

 

 

 

 

 

sint_surprise_LOL
(9) Een ‘L.O.L.-surprise’-surprise

 

 

 

 

sint_surprise_open_haard
(10) Je handjes warmen aan de open haard

 

 

 

 

 

sint_surprise_haai
(11) Dieren: 

– Haai:

 

sint_surprise_hond
– Hond:

 

 

 

sint_surprise_krokodil
– Krokodil:

 

 

 

 

sint_surprise_gitaar
(12) Muziek: 

– Gitaar:

 

 

 

20191204_161601– Muziek- / geluidsboxen:

 

 

 

sint_surprise_lego
(13) Lego: 

 

 

 

sint_surprise_minecraft
(14) Minecraft: 

 

 

 

 

 

sint_surprise_kasteel
(15) Ridder- of prinsessenkasteel: 

 

 

 

 

 

Laat je me weten welke surprise je het leukste vond en/of welke je hebt uitgekozen om zelf te maken? Ik ben heel benieuwd!

En dan nu nog 5 tips, die je mee kunt nemen voor volgend jaar: 

(1) Zorg dat je steeds 2-4 lege schoenendozen in huis hebt. Dan heb je vaak de basis van een mooie surprise al klaar.

(2) Naast schoenendozen is het handig om lege wc-rolletjes en lege rollen van het keukenpapier in huis te hebben. Begin daar op tijd mee te sparen, zodat je ze eind november op voorraad hebt.
En wil je niet je hele huis vol hebben liggen met knutselspullen? Bewaar die dan in de schoenendozen, die je toch al ging bewaren… 😉 

(3) Zoek leuke plaatjes op met behulp van Google Afbeeldingen of Pinterest en print die uit. Dat scheelt je weer een hoop tekenwerk…

(4) Varieer met de kleuren: is er op de afbeelding een zwarte gitaar en een rode Lego-blok te zien, maar heb je die kleuren (papier) niet in huis? Pak dan gewoon een andere kleur (papier), die je wel in huis hebt. Ook met een andere kleur kun je namelijk nog steeds hele leuke surprises van maken. Zo makkelijk kan het dus zijn!

(5) Maar ja, nu ben je dus in alle stress, die ene superleuke maar makkelijke surprise aan het uitzoeken… Je merkt al: dat levert je stress op. En zeg nou zelf, het was toch eigenlijk fijner geweest als je eerder was begonnen. Toch?
Begin volgende keer dan ook gewoon wat eerder. Plan het in en houd je aan je planning. Dan heb jij volgend jaar de allermooiste, meest originele en super netjes afgewerkte surprise van de hele klas of van de hele afdeling. Moet lukken! 😉

 

Heb je toch nog niet genoeg aan deze tips? Of kun je toch nog wat meer inspiratie gebruiken? Bekijk dan ook de volgende pagina’s voor meer inspiratie:
– ’50 leuke en makkelijke Sinterklaassurprises’. Klik hier.
– ‘Sinterklaas surprise maken? Check deze 25 leuke & makkelijke surprise ideeën.’ Klik hier.
– En niet te vergeten: kijk op Pinterest en gebruik heel eenvoudige trefwoorden als ‘Sinterklaas’, ‘surprise’, ‘boot’ etc.

 

sint_surprise_meisje_eet_pepernoot.jpgWil je graag reageren op dit artikel? Dat mag!
Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 



tip_gezinWil jij ook Joyce’ waardevolle opvoedtips ontvangen?
Helemaal gratis en vrijblijvend. Klik dan hier.

Cadeau: Kort na je aanmelding van het e-zine ontvang je Joyce’ E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’ als cadeau. Dat is dus ook helemaal gratis en vrijblijvend. Je leest er hier meer over. 


joyce_rosegrijs_staand_c

 

Heb je vragen over je kind die niet goed naar je luistert en/of die niet wil eten of slapen? Of heb je misschien een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op of lees hier wat ik voor je zou kunnen betekenen.

Ik wens je iedereen in ieder geval een fijn Sinterklaasfeest met mooie surprises en een gezellige Pakjesavond!

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

 

http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse/Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor je dagelijkse portie OpvoedInspiratie.

Kijk ook eens op Pinterest voor meer overheerlijke inspiratie. 

 

Lees ook andere artikelen van Joyce over ‘SinterKerstenNieuw’ boordevol waardevolle opvoedtips: 
– ‘Hoe houd je het Sinterklaasfeest leuk, voor je kind én voor jezelf? (4 handige tips, 4 dringende vragen, 1 vrolijke Sinterklaas Aftelkalender)‘.
– De magie van Sinterklaas (over: Waarom je kind in Sinterklaas gelooft; of de kerstman, de Paashaas, sprookjes…). Klik hier.
– De decembermaand: Gezellig met het hele gezin en toch niet duur?!. Klik hier.
– Pakjesstress in de drukke Decembermaand [Joyce te gast bij L1mburg Centraal]. Klik hier.
– Druk, druk, druk…? (Praktische adviezen over hoe je tijdens drukke periodes rust én overzicht houdt.). Klik hier. 
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

cropped-logo_akse_coaching_groot_nieuw.pngGa (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Hoe veters strikken jou een vrije avond oplevert. (of: Hoe leer je je kind nieuwe vaardigheden?)

Deze blog gaat o.a. over hoe je je kind nieuwe vaardigheden kunt aanleren. Je leest hoe je dat op een leuke en aantrekkelijke manier (voor je kind) kunt doen. Je kind zal met plezier aan de slag gaan en misschien houd jij er die felbegeerde vrije avond aan over. Je leest in dit artikel ook hoe je op een goede manier een gedrags- / stickerkaart inzet, zodat ‘ie echt werkt en jij en je kind er veel plezier van beleven.

HOE VETERS STRIKKEN JOU EEN VRIJE AVOND OPLEVERT jongen_veters_strikken
Deze keer is de titel van m’n blogartikel er eentje met een kwinkslag, maar daarom natuurlijk niet met minder opvoedtips. Dit artikel gaat namelijk over het aanleren van nieuwe vaardigheden bij je kind en dat dat jou echt een vrije avond opleveren. Wil je weten hoe? Lees dan snel verder.

Naarmate je kind ouder wordt, leert hij steeds nieuwe dingen. Soms gaat dat bijna vanzelf en soms kan je kind er wel wat hulp bij gebruiken. Denk bijvoorbeeld eens aan vaardigheden als:
– aankleden
– speelgoed opruimen
– op de stoel blijven zitten tijdens het eten
– met mes en vork eten
– in bed blijven liggen nadat pappa of mamma het licht uit hebben gedaan
– jas en schoenen aandoen
– tanden poetsen
– veters strikken etc.


Dit zijn allemaal vaardigheden, die voor je kind nog best lastig kunnen zijn.
Het gaat dus om vaardigheden die hij/zij nog moet leren en nog niet meteen zelf kan. Om één van deze (of andere) vaardigheden aan te leren, is het handig om een gedragskaart te gebruiken. Daarmee moedig je je kind net wat meer aan om de nieuwe vaardigheden te leren en om ze goed uit te voeren. Voor het aanleren van nieuwe vaardigheden kun je op een leuke én makkelijke manier een gedragskaart gebruiken.


Een gedragskaart kun je gebruiken om je kind op een leuke en vooral positieve manier nieuw gedrag of nieuwe vaardigheden aan te leren, die je kind van te voren nog niet
goed (genoeg) in de vingers had. Je kind kan met het uitvoeren van de nieuwe vaardigheid steeds iets verdienen, bijvoorbeeld een sticker. Die sticker werkt dus als een beloning. Je kind krijgt daardoor het gevoel dat hij echt iets presteert.

Spreek goed af met je kind wat hij moet laten zien of moet doen om een sticker te verdienen. Het is belangrijk dat je kind vooraf weet wat je van hem verwacht. Hij moet dus precies weten wat de bedoeling is en wat jij van hem verwacht om (wél) te doen. Schrijf dat ook duidelijk op de gedragskaart. Jij, je partner, de oppas (en als je kind kan lezen, ook je kind) weten dan precies om welk gedrag of welke vaardigheid het gaat.
moeder_praat_met_zoonSchrijf dat vooral op in positieve termen, zodat je kind weet wat het wèl moet doen.
TIP: Voorkom omschrijvingen waar het woordje ‘niet’ in zit. Lees ook dit artikel

Om het effect van een sticker zo groot mogelijk te maken en aan de nieuwe vaardigheid te koppelen, is het belangrijk om de sticker meteen op te plakken nadat je kind de nieuwe vaardigheid heeft uitgevoerd.
Twijfel je of je kind precies weet wat de bedoeling, laat het hem dan in zijn eigen woorden vertellen.


S
preek af in welke situaties je kind een sticker kan verdienen. Je kind kan bijvoorbeeld alleen een sticker verdienen door netjes op de stoel te blijven zitten tijdens het eten. Het geldt dan in principe niet als het op die stoel blijft zitten tijdens het kleuren, puzzelen of als het daar een spelletje doet. Je moet je zelf steeds afvragen wat je wilt dat je kind leert: wil je dat je kind in het algemeen op een stoel kan blijven zitten of gaat het er specifiek om dat je kind tijdens het eten op een stoel blijft zitten (bijv. totdat iedereen klaar is met eten, totdat hij aan jullie gevraagd heeft of hij mag opstaan). Je wil ook graag dat je kind het nieuwe gedrag voor lange tijd (altijd?) laat zien en niet alleen dat hij een volle gedragskaart heeft.
Mochten andere situaties ook een probleem zijn, begin dan toch met één specifieke situatie. Later als de eerste gedragskaart vol is, kun je dat evt. uitbouwen met een andere situatie.


In het begin is het belangrijk dat je kind merkt hoe de gedragskaart werkt.
Daarom krijgt hij in het begin ook snel – naast een sticker – een EXTRA (maar kleine) beloning. Dat stimuleert je kind nog wat meer om goed zijn best te doen: om een sticker te verdienen én om die extra beloning te krijgen. Als je kind na een paar keer weet wat de bedoeling is, dan moeten er eerst wat meer stickers verdiend worden voordat hij die extra beloning kan krijgen.
Denk voor deze extra beloningen aan samen een verhaaltje voorlezen, een extra (lang) verhaaltje lezen voor het slapengaan, samen een taart bakken, samen een rondje fietsen of wandelen, naar het speelveldje om de hoek gaan, samen een spelletje doen of een gerecht laten uitkiezen voor het avondeten ed.


Het effect van een gedragskaart kan nog eens extra worden versterkt door naar een ‘grote’ beloning toe te werken, bijv. als de kaart helemaal vol is.
Je kind heeft bij een volle kaart echt een bijzondere prestatie geleverd: hij heeft dan maar liefst 24x iets gedaan wat hij voorheen nog niet kon of niet deed! Je kind heeft het daarom echt wel verdiend om iets leuks doen, iets wat hij (liefst helemaal aan het begin van de gedragskaart) zelf heeft uitgekozen, iets waar hij zich gedurende de rit op kan verheugen. Deze grotere beloning kan bijvoorbeeld een activiteit zijn die leuk is voor je kind om te doen, maar die geen of weinig geld kost. Als je het geen probleem vindt om hier wel een grotere beloning voor te geven, dan kan dat natuurlijk; dat is uiteraard helemaal aan jou.
Voorbeelden hiervan zijn: gaan logeren bij zijn beste vriendje of vriendinnetje, met het hele gezin gaan picknicken, naar de (binnen)speeltuin, naar het zwembad, naar de dierentuin etc.
Laat je kind vooral zelf kiezen welke activiteit hij het leukste vindt; dan zal hij er ook harder voor werken om die beloning te krijgen.


Het is belangrijk om je te realiseren dat deze beloningen vrij snel moeten volgen op het moment dat je kind voldoende stickers heeft verdiend.
Dus als je aan ziet komen dat de kaart bijna vol is, spreek dan alvast dat logeerpartijtje (onder voorbehoud) af of haal de ingrediënten voor de taart alvast in huis. De beloning volgt natuurlijk pas als je kind echt de hele kaart vol heeft. Doe je het eerder, dan is het effect van de grotere beloning en het ‘ergens naar toe werken’ weg.


En als je kind er inderdaad voor kiest om bij een vriendje of vriendinnetje te gaan logeren, dan heb jij dus een heerlijk avondje vrij!
paar_danst_innig
Plan dat avondje vrij ook als zodanig in en ga op die avond alleen dingen doen die jij leuk vindt en die jouw batterij opladen. Alleen dan wordt het een echte win-win-situatie.


Heb je meerdere kinderen?
– Vraag dan of ze ook mee mogen logeren.
– Laat je andere kinderen evt. ook stickers verdienen. Je zult merken dat zodra eentje begint met het verdienen van stickers (en daar allemaal leuke extraatjes voor krijgt), je andere kind(eren) dat ook graag wil(len). Als je de goede vaardigheden uitkiest, die van ongeveer dezelfde moeilijkheidsgraad voor je andere kind zijn, dan zal de gedragskaart ongeveer even snel vol zijn en kunnen de grote beloningen tegelijkertijd gepland worden.


Aanvullende informatie bij het gebruik van de gedragskaart:
Happy friends– In plaats van stickers kun je je kind natuurlijk ook stempels, sterretjes of punten laten verdienen. Het maakt in principe niet uit wat je kiest, zorg er wel voor dat je kind het leuk vindt om die te verdienen.
– Geef je kind ook steeds een complimentje als hij een sticker verdient. Zeg dan expliciet wat het goed gedaan heeft. Blijf dat ook doen tijdens de afbouwfase.
– Afbouwen kan vanaf het moment dat je kind een week lang iedere keer of iedere dag achter elkaar z’n doel haalt. Je kunt er dan van uit gaan dat hij de vaardigheid heeft geleerd. Besteed dan wat minder aandacht aan het krijgen van de stickers. Als je kind weer slaagt en zelf naar een sticker vraagt, mag je hem die uiteraard gewoon geven; hij heeft ‘m per slot van rekening verdiend! Je hoeft hem er nu alleen niet meer iedere keer aan te herinneren en je mag het in deze fase dus best een keer ‘vergeten’. Op die manier gaat het afbouwen ongemerkt en haast vanzelf.
– Gebruik de gedragskaart over het algemeen (voor één vaardigheid) voor een niet te lange periode: een paar weken is lang genoeg.
– Zodra je kind de vaardigheid echt onder de knie heeft, is het beter om niet meer iedere keer een sticker of complimentje te geven. Er zijn dan misschien weer nieuwe vaardigheden die je kind kan leren. 😉
– Mocht het een keer niet lukken om de sticker te bemachtigen, geef dan geen kritiek en neem (absoluut!) geen stickers af, die je kind al verdiend had. Wacht tot de volgende mogelijkheid zich aandoet en moedig je kind dan (nóg) iets meer aan.
– Zorg ervoor dat de beloning die je kind kiest binnen bepaalde grenzen blijft. Het hoeven echt geen grote of dure beloningen te zijn. Extra tijd met pappa, mamma, één-op-één of met het hele gezin doorbrengen zijn vaak al een groot genot voor je kind.
– Let er natuurlijk wel op dat het nieuwe gedrag of de nieuwe vaardigheden, die je je kind wil aanleren, bij z’n leeftijd (en de daarbij passende motoriek) passen. Als je je kind iets wil leren waar hij lichamelijk of cognitief nog niet klaar voor is, dan werkt de gedragskaart niet en raken je kind en jij alleen maar gefrustreerd…
Print de gedragskaart vervolgens uit en gebruik ‘m bij jou thuis. Hang de kaart op een goed zichtbare plek op, het liefst in de buurt waar je kind de nieuwe vaardigheid meestal zal gaan uitvoeren.
Met vriendelijke groet,
Joyce Akse


ezineM’n e-zineabonnees ontvingen bij dit artikel ook nog eens extra waardevolle informatie over dit thema.
Wil jij in het vervolg ook alle opvoedtips van Joyce lezen?
Klik dan hier en meld je GRATIS én vrijblijvend aan voor Joyce’ e-zine, boordevol praktische opvoedtips; het e-zine verstuurt ze steeds op de 1e dag van de maand. Kort na je aanmelding ontvang je alvast haar E-boek ‘5×5 OpvoedTips – Nóg meer genieten van opvoeden’ in je mailbox, zodat je meteen met haar eerste praktische tips aan de slag kunt. Ook het e-boek ontvang je GRATIS én zonder verdere verplichtingen.


joyce_rosegrijs_staand_cDr. Joyce Akse helpt ouders om (nóg) meer van hun kinderen te genieten. Het is als ouder ontzettend moeilijk om steeds consequent, geduldig en begripvol te zijn; voor je het weet ben je wéér aan het zeuren, dreigen of schreeuwen. Joyce heeft jarenlang bestudeerd hoe ouders en kinderen het beste tot hun recht komen en op welke manieren opvoeding effectief is én positief werkt. Kijk op haar website www.aksecoaching.nl voor meer informatie.
© 2014-2018. Joyce Akse/Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.
Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.


logo_akse_coaching_klein_nieuw
Ga nu (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.


©
De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.