Heeft mijn kind dyslexie of niet? Wat je er als ouder of leerkracht over moet weten. [ Interview met dyslexie-expert drs. Kim Huiskamp ]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze experts interviewt over hun eigen onderzoek of werkveld. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, opvoeding en/of de ontwikkeling van kinderen (0-16 jaar). 

 

jongen_schrijven_handen_in_haarZodra je kind naar school gaat, komt hij al snel in aanraking met taal. In de kleutergroepen wordt er voorzichtig aandacht aan besteed en vanaf groep 3 begint het echte werk. Bij de meeste kinderen verloopt de taalontwikkeling zonder veel problemen; bij sommige kinderen zie je echter dat het lezen en spellen moeizamer gaat. Dat komt vaak in groep 3 en 4 naar boven. Bij deze kinderen zou er sprake kunnen zijn van dyslexie.

Over het onderwerp ‘dyslexie’ interviewde ik drs. Kim Huiskamp. Zij werkt als diagnosticus en behandelaar bij het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) in Maastricht.

In dit artikel vertelt ze uitgebreid wat dyslexie precies is (en wat niet), hoe je dyslexie bij jouw kind kunt herkennen, waarom het belangrijk is om de taalontwikkeling van je kind goed in de gaten te houden en – indien nodig – op tijd te starten met behandeling. Daarnaast vertelt ze welke mythes en vooroordelen er soms nog bestaan over dyslexie, waar dyslexie wel eens mee verward wordt en wat je als ouder kunt doen om het leesplezier van je kind te stimuleren.

 

Je bent expert op het gebied van dyslexie en leesvaardigheid. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan? 
meisje_wil_niet_lezen‘Ik ben eigenlijk toevallig met dyslexie in aanraking gekomen. Aan het einde van mijn opleiding psychologie heeft mijn stagebegeleidster mij in contact gebracht met prof. dr. Leo Blomert, expert op het gebied van dyslexie. Hij zocht mensen om een vakgroep te vormen om het dyslexieprotocol op poten te krijgen en dat wilde ik graag doen. Op die manier kon ik dus bij toeval in zijn werkgroep aan de slag. Daardoor kwam ik ook in aanraking met wetenschappelijk onderzoek naar dyslexie. Het onderwerp trok mij erg aan, maar ik merkte dat ik liever in een klinische setting werkte dan in een wetenschappelijke. Via Leo Blomert werd ik toen voorgesteld aan Patty Gerretsen, toentertijd directeur wetenschap van het RID. Zo ben ik uiteindelijk bij het RID terechtgekomen en daar werk ik nu al 15 jaar. Wat ik zo prettig vind aan werken met mensen met dyslexie is dat je echt iets voor iemand kunt betekenen. Iedereen in onze maatschappij krijgt te maken met lezen en schrijven en als je dyslexie hebt, kun je flinke problemen ondervinden op school, op je werk of zelfs privé. Met een gerichte behandeling en concrete tools, kun je kinderen (en volwassenen) met dyslexie echt helpen hun situatie te verbeteren. Het geeft me enorm veel voldoening dat ik op deze manier iets kan betekenen voor de kinderen, die bij ons komen.’

 


Curriculum Vitae
kim_huiskamp_fotoDrs. Kim Huiskamp studeerde neuro– en ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Maastricht. Daarna werkte ze een jaar als psycholoog / onderzoeksassistent aan dezelfde universiteit. Vervolgens maakte ze de overstap naar het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) in Maastricht. Ze werkte er een tijd als hoofd behandeling en vestigingsmanager; momenteel als diagnosticus en behandelaar.


 

Kun je uitleggen wat dyslexie precies is?
hersenen_kwabben‘Als je dyslexie hebt, dan heb je moeite met lezen en/of spelling. Sommige kinderen hebben alleen moeite met lezen, andere alleen met spellen en weer andere met allebei. De grootste groep van de kinderen met dyslexie heeft moeite met allebei.

In onze maatschappij maken we gebruik van het alfabetische schrift. Onze woorden zijn opgebouwd uit klanken. Als je het woord wil leren lezen en schrijven, dan zul je het woord moeten opdelen in klanken. Je gaat dan als het ware de klankstructuur van woorden ontcijferen.

In de hersenen zit een gebiedje (temporaal kwab*) dat de klankstructuur van woorden verwerkt, het helpt je met het in stukjes hakken van woorden. Dat gaat automatisch, onbewust.
*: Meer specifiek, de superieure temporale sulcus (STS) en planum temporale (PT) zijn betrokken bij de integratie van de letter-klank-koppeling. De visual word form area (VWFA) is betrokken bij directe woordherkenning.

Bij dyslexie is dat gebiedje wat minder goed toegerust om de klankinformatie te ontwarren. Die informatie loopt dan een beetje door elkaar. Je spreekt woorden misschien soms net een beetje verkeerd uit.
Bijvoorbeeld: Je hebt het dan niet over ‘doelwit’ maar over ‘doellid’.

En dat is eigenlijk nog maar het begin. Kinderen (of volwassenen) met dyslexie hebben er dus moeite mee om de klanken van elkaar te onderscheiden. De volgende stap is dat je de klanken gaat koppelen aan een letter, dus de klanken van losse letters. In groep 3 begin je daarmee: je leert welke klank bij welke letter hoort (bijv. ‘Dit is de letter ‘L’ en die klinkt zo…’).

Die letter-klank-koppeling zit weer in een ander gebiedje van die temporaal kwab. Dat gebiedje koppelt als het ware de auditieve (klank, die je hoort) en visuele informatie (letter, die je ziet) aan elkaar. Dat ‘koppelproces’ duurt eigenlijk jaren. Van groep 3 naar groep 8 maken kinderen daarin een stijgende lijn door. Die integratie duurt dus echt jaren en kan alleen optreden met onderwijs. Pas daarna wordt het een automatisch proces. Op het moment dat het automatisch is, kun je het zien van een letter niet meer als niet-letter zien. Op latere leeftijd gebeurt dat zelfs met hele woorden. Maar daar heb je dus wel training voor nodig. Een beginnende lezer kan dat nog niet met hele woorden. Daarom begin je op school eerst met het leren van de letters met bijbehorende klanken.’

 

Hoe ‘ontstaat’ dyslexie? 
loesje_dyslexie‘Je wordt met dyslexie geboren; het ontstaat dus eigenlijk niet echt. Het is ook erfelijk, wat betekent dat het vaker binnen families voorkomt.

Bij dyslexie zijn twee vaardigheden of processen verstoord: aan de ene kant is dat de klankverwerking (fonologische verwerking), aan de andere kant is dat de letter-klankkoppeling.

In groep 3 leren kinderen om te ‘decoderen’ oftewel om te ‘hakken & plakken’.
Bijvoorbeeld: ze leren dat het woord ‘kip’ uit 3 klanken bestaat: k – i – p.

In de hersenen gaat dat dan nog niet automatisch. De kinderen zullen er energie in moeten steken om dat goed te leren. Ze hebben op dat moment ook nog minder bronnen om het woordbeeld in hun geheugen op te slaan.

Als je het hele proces van het lezen en spellen hebt doorlopen, dan is het eindstation dat je een heel woord ziet en herkent. Je herkent het omdat het opgeslagen is in het ‘mentaal lexicon’. Hoe meer je daarin opgeslagen hebt, hoe automatischer het lezen en spellen gaat. Dat automatisme kun je trouwens ook krijgen als je dyslexie hebt. Maar omdat de basis van het aanleren lastiger is, duurt het langer om bij dat eindstation te komen.’

 

Hoe kunnen ouders dyslexie bij hun kind herkennen? 
jongen_in_klas_juffrouw_geen_zin‘Je kunt dyslexie eigenlijk pas echt herkennen vanaf dat je kind een tijdje in groep 3 zit, dus als je kind echt onderwijs krijgt op het gebied van lezen en schrijven. Bij kleuters zie je ook al wel eens dat ze moeite hebben met klankverwerking. Ze hebben dan bijv. moeite met het leren / benoemen van de kleuren, met links en rechts, ze hebben moeite met rijmen, ze vinden het lastig om de namen van klasgenootjes te onthouden of ze vinden het moeilijk om nieuwe liedjes te leren. Dat zijn allemaal dingen waarbij ze iets moeten doen op het gebied van klankverwerking. Een deel van de kinderen, dat hier moeite mee heeft, kan later moeite krijgen met lezen en schrijven. Dat hoeft echter niet perse. Het zijn dus geen harde criteria, eerder een aanwijzing om het goed in de gaten te houden. Andersom geldt dat ook: als je kind hier als kleuter geen moeite mee heeft, dan wil dat niet zeggen dat hij geen dyslexie kan hebben. Het kan op dyslexie wijzen, maar dat is niet één op één.

In groep 3 kijk je of leerlingen moeite hebben met het leren van letters, met het hakken en plakken, met het op tempo lezen van woorden en of leerlingen fonetisch blijven schrijven (= letterlijk schrijven van wat je hoort).

Het mag dus duidelijk zijn dat je lezen en spellen echt moet leren. Wil je dyslexie kunnen aantonen, dan moet je dus onderwijs hebben gehad. Als school merkt dat een kind moeite heeft met lezen en spellen, dan moet het ook extra onderwijs en aandacht op dat gebied aanbieden. Halverwege groep 3 kom je er misschien achter dat een leerling zich wat trager ontwikkelt op het gebied van taal en spelling. Dan is het belangrijk om uit te filteren waar dat door komt; een probleem op het gebied van lezen en spelling hoeft nl. niet altijd op dyslexie te wijzen. Basisscholen hebben daar een protocol voor.
Als school bijvoorbeeld op basis van de citoscores (bij score D of E) merkt dat het lezen van een leerling achterblijft, dan wordt er extra aandacht aan die leerling gegeven; bijv. door de leerling in een apart groepje te zetten en/of extra aandacht te geven op het gebied van lezen en/of spelling. Als de leerling dat een half jaar of heel jaar heeft gehad en dat blijkt onvoldoende effect te hebben gehad, dan kun je pas echt gaan onderzoeken of dyslexie een mogelijke oorzaak is.

Het is belangrijk om na te gaan wat precies de oorzaak is van de problemen die een leerling heeft op het gebied van lezen en spellen. Juist om te weten of het dyslexie kan zijn of niet. Een leerling kan bijvoorbeeld ook een algemeen leerprobleem hebben of er speelt iets anders dat hem belemmert in zijn leerproces. Denk bijvoorbeeld aan een trauma in de familie (bv. echtscheiding en daardoor verlies van motivatie om te leren of goed mee te doen op school). Dan kan een kind dus wel moeite met lezen en/of spelling hebben, maar niet door een onderliggende dyslexie. Vandaar dat het enerzijds zo belangrijk is om goed te onderzoeken wat precies de reden is dat een kind moeite heeft met lezen en/of spelling. Anderzijds is het daarom goed om een breder leerprofiel mee te nemen en om te beoordelen of de één-op-één-hulp in de klas goed genoeg heeft gewerkt. Uiteraard kunnen de lees- en spelmoeilijkheden ook nog andere oorzaken hebben of samenhangen met andere stoornissen.’
Daarover bij een volgende vraag meer.

 


Heb je het idee dat kinderen hun dyslexie kunnen verdoezelen, waardoor het voor ouders of leerkrachten lastig wordt om het te herkennen? 
meisje_juffrouw_samen_lezen‘Eerlijkgezegd lijkt het me voor een kind bijna niet te doen om dyslexie te verdoezelen. Ze kunnen wel verschillende strategieën laten zien om met hun lezen of spelling om te gaan. Ze trappen bijvoorbeeld op de rem en gaan heel langzaam lezen. Of ze gaan juist heel snel lezen en raden dan wat er staat. Kinderen met dyslexie hebben moeite met het technische leesproces; dat betekent in dit geval dat het ten koste gaat van de snelheid of van de nauwkeurigheid van het lezen.

Bij kinderen met veel compensatiemogelijkheden zien we wel eens dat ze met tekst lezen een hoger niveau behalen dan met woordlezen. Ze hebben dan steun aan de semantiek van de tekst; de inhoud en betekenis van de tekst helpt hen om de woorden in tekstverband te lezen.

Bij hoog-functionerende volwassenen zien we wel eens dat ze vooral vastlopen bij het lezen van onzinwoorden. Zij hebben door de jaren heen al zoveel woorden geleerd en opgeslagen (in hun mentaal lexicon), dat ze al veel woorden en teksten gewoon goed kunnen lezen.

Bij de beoordeling of een kind dyslexie heeft, weegt het lezen trouwens zwaarder dan spelling of schrijven. Lezen is namelijk een ‘puurdere’ maat van dyslexie vanwege het automatische proces. Daarom geeft het lezen meer de doorslag bij de beoordeling van dyslexie. Bij spelling is altijd gerichte aandacht nodig en kunnen dus ook weer andere dingen spelen, waarom kinderen er moeite mee hebben (denk aan motivatie en taakgerichtheid).’

 

Vanaf welke leeftijd kun je dyslexie laten onderzoeken? 
jongen_vrouw_huiswerk_maken‘Vanaf de leeftijd van ongeveer 8 jaar, dus pas bij kinderen in groep 4, kun je dyslexie betrouwbaar onderzoeken. Dus nog niet echt vanaf groep 3. Je moet kinderen namelijk de kans geven om het lees- en spelproces op gang te laten komen.

Merk je dat het kind al last heeft op dit gebied vanaf de kleuterklas (zie hierboven), dan zou je een leerling van groep 3 eventueel wel al kunnen laten onderzoeken. Maar dat zijn eerlijkgezegd wel de uitzonderingen.’

 

Waarom is het belangrijk om het op jonge leeftijd te laten onderzoeken?
meisje_vrouw_schrijven‘Als je van groep 3 naar groep 8 kijkt, dan worden de normen steeds strenger. Als jij je op een trager tempo ontwikkelt vergeleken met je groepsgenoten, zal het verschil daarom steeds groter worden. Dan ga je dus steeds meer achterlopen ten opzichte van de andere kinderen.

In de hogere groepen wordt ook steeds meer gebruik gemaakt van taal. Zo heb je in groep 4 nog wel het ‘kale’ rekenen, maar vanaf groep 5 komen ook steeds vaker verhaaltjessommen aan bod. Dan is het ook bij vakken als rekenen belangrijk om goed te kunnen lezen. En bij de hogere groepen komt alleen nog maar meer (talige) informatie op de leerling af. Ze hebben dan een bepaald functioneel leesniveau nodig om alles op een goede manier te kunnen verwerken en te begrijpen. Dat is niet alleen nodig bij vakken als begrijpend lezen en redactiesommen, maar ook bij vakken als geschiedenis of aardrijkskunde.
Het is misschien goed om in dit kader te weten dat het onderdeel ‘begrijpend lezen’ één van de onderdelen is, waarop bepaald wordt welk niveau van voortgezet onderwijs je aankunt. Als jij het technisch leesniveau hebt van iemand van groep 3 en je moet lezen op het niveau van eind groep 7, dan is het lastiger om de inhoud van tekst er op een goede manier uit te pikken, zeker als je al zo worstelt met de tekst die je leest. (Als de tekst je voorgelezen wordt, kan het natuurlijk weer anders zijn.)

Om op een goede manier te kunnen laten zien, wat er aan vaardigheden en kennis in je zit, is het dus belangrijk dat het gat tussen je leesniveau en je vaardigheden niet te groot is. Als dat wel het geval is, dan wordt het een stuk lastiger om te laten zien wat je kunt.’

 

Kun je van dyslexie genezen? 
meisje_leest_boek_MLP‘Helaas kun je niet van dyslexie genezen. Je zult altijd meer moeite met lezen en spellen blijven hebben dan anderen zonder dyslexie.

Ondanks dat gegeven kun je het gebiedje in de hersenen wel trainen, waardoor het lezen en spellen beter gaat. Dyslexie is dus niet te genezen, maar je kunt je lees- en spelvaardigheden wel verbeteren. En dat is goed nieuws.

Het is goed om te accepteren dat het lezen en spellen moeilijk voor je is en zal blijven. Je ziet dat sommige kinderen heel opgelucht zijn met diagnose (‘gelukkig, ik kan er niks aan doen’); er valt een last van hun schouders. Andere kinderen voelen zich er juist vervelend door; ze krijgen het gevoel dat ze anders zijn dan anderen, dat ze niet normaal zijn of dat ze niet meer degene zijn die ze waren. Kinderen, die moeite hebben om te accepteren dat ze dyslexie hebben, kunnen baat hebben bij ‘psycho-educatie’. Bij het RID geven we hen o.a. een boekje mee dat ze samen met hun ouders kunnen lezen: ze gaan dan samen vragen beantwoorden, thema’s bespreken en ze kunnen wat meer gerustgesteld worden. De inhoud van dit boekje komt dan ook in de behandeling aan bod. Ook is het goed om te weten dat heel beroemde of intelligente mensen dyslexie hadden (denk maar eens aan Einstein). Door dyslexie zo positief mogelijk te benaderen, proberen we kinderen er een andere mind-set over te geven.

Nadat je een dyslexiebehandeling hebt gehad, kan de dyslexie toch weer de kop op steken, bijvoorbeeld als je een nieuwe taal gaat leren. Daar hebben leerlingen met dyslexie doorgaans meer moeite mee. Het blijft een zwakkere plek.’

 


EXTRA
Drs. Kim Huiskamp raadt de volgende boeken aan om (evt. samen met je kind) over dyslexie te lezen.

Informatieve boeken voor ouders:
boeken_MPL_dyslexie‘Kinderen met dyslexie, een gids voor ouders’ – T. Braams
‘Houvast bij leesproblemen en dyslexie op de basisschool, leidraad voor ouders’ – A. Paternotte en J. Buitelaar
‘Mijn kind & Dyslexie’ – R. Krijnen
‘Mijn kind heeft dyslexie’ – M. Ceyssens

Informatieve boeken voor kinderen: 
‘Dyslexie’ – Z. van Mersbergen (Informatiereeks 3, nummer 54)
‘Een 2 voor dictee. Een verhaal over dyslexie’ – J. Breeman
‘Letters op de snelweg. Boekje over dyslexie’ – K. Terlouw
‘Ik heb dyslexie, nou en!’ – L. de Groot

Leesboeken geschikt voor dyslectische kinderen:
http://www.makkelijklezenplein.nl (informatie over leesboeken voor dyslectici)
http://www.zwijsen.nl (serie Zoeklicht)
http://www.inktvis.nl (serie Kokkel-reeks)

Leesboeken over dyslexie voor kinderen: 
‘Ik ben niet bom!’- M. van de Coolwijk
‘Schatkasten’ – H. van der Werff
‘Pudding Tarzan’ – O.L. Kirkegaard
‘De smoezenkampioen’– C. Slee
‘Heksie. Hoe vang je een heks? – M. Snoeij


 

Waar wordt dyslexie wel eens mee verward? 
meisje_dromend_aan_tafel‘Als kinderen zich bij ons aanmelden om te onderzoeken of er sprake is van dyslexie, dan wordt er niet alleen gekeken naar hoe het met lezen en spelling gaat, maar we kijken ook naar andere schoolvakken. Kinderen kunnen namelijk in het algemeen moeite hebben om nieuwe vaardigheden aan te leren of ze kunnen een algemeen leerprobleem hebben. Dan heb je een heel andere benadering nodig om het kind verder te helpen.

Soms kunnen kinderen een taalontwikkelingsstoornis (TOS) hebben. Ze hebben dan moeite met taal in het algemeen; niet alleen moeite met lezen en schrijven, maar ook moeite met taalbegrip, met de taalproductie (uitspraak) en/of ze hebben een lage woordenschat. Bij kinderen met TOS is er dus meer aan de hand; ze hebben een breder taalprobleem.

Verder is het goed om aandacht te hebben voor andere stoornissen, zoals AD(H)D. Een kind dat bijvoorbeeld moeite heeft om de aandacht ergens bij te houden, kan daardoor in de klas informatie of instructie mislopen. Ook kan een kind met een aandachtsprobleem het ene vak wel leuk vinden en het andere niet; dan heeft het bijvoorbeeld minder aandacht voor taal en dus minder oefening om het goed te ontwikkelen. Dat wil echter nog niet zeggen dat er sprake is van dyslexie.

Sommige kinderen lopen een ‘didactische achterstand’ op: ze liggen achter op de groep, maar dat kan komen omdat ze minder effectief onderwijs hebben genoten dan andere kinderen. Ook dat hoeft dus niet door een mogelijk onderliggende dyslexie te komen.

Hier blijkt in ieder geval uit hoe complex het geheel kan zijn. Dyslexie kan ook nog eens samen voorkomen bij één van deze stoornissen (comorbiditeit), maar dat hoeft natuurlijk niet. Het is ook mogelijk dat de lees- en spelproblemen, die je opmerkt, door een ander onderliggend probleem veroorzaakt worden dan door dyslexie.’

 

Welke mythes, onjuistheden of vooroordelen bestaan er over dyslexie? 
meisje_leest_in_boek‘Er bestaan wel een aantal mythes of vooroordelen over dyslexie:

(1) Dyslexie ontstaat door een zuurstoftekort bij de geboorte of door slecht samenwerkende hersenhelften.
Vroeger werd wel gedacht dat dyslexie kwam door een zuurstoftekort bij de geboorte, maar we weten inmiddels dat dat niet zo is. Er werd ook wel gedacht dat de twee hersenhelften niet goed samenwerkten. Dan moesten de kinderen evenwichtsoefeningen doen, waardoor de helften wel beter gingen samenwerken. Beide ideeën zijn inmiddels ontkracht door wetenschappelijk onderzoek en niet waar gebleken.

(2) Kinderen met dyslexie kunnen niet goed zien of horen.  
Als je kijkt naar de gebieden in de hersenen die bij klankverwerking betrokken zijn, dan zitten die min of meer tussen de auditieve en visuele cortex in. De informatie die in de auditieve cortex terechtkomt (klank), wordt gecombineerd met de informatie die in de visuele cortex terecht komt (letter). Bij kinderen met dyslexie gaat die verwerking ervan moeizamer. Een kind met dyslexie kan dus zowel goed horen als zien, alleen het verwerken van de combinatie klank en letter gaat moeizamer. Je kunt dyslexie dus niet oplossen door een bril of een hoorapparaat te dragen.

(3) ‘Mijn kind heeft niet zo’n zin in lezen en spelling en moet gewoon wat beter zijn best doen.’ 
Ouders kunnen soms de overtuiging hebben dat hun kind niet gemotiveerd is en gewoon wat beter zijn best zou moeten doen. Maar ik leg dan altijd uit dat kinderen niet ongemotiveerd worden geboren; het kind beslist niet bewust of actief dat het geen zin heeft om te leren. Als een kind geen zin heeft om te lezen, om huiswerk te maken of om iets te doen voor school, dan komt dat door een bepaalde wisselwerking met iets anders. Dingen die je lastig vindt of waar je moeite mee hebt, vind je gewoon niet zo leuk om te doen. De berg wordt dan te hoog. Gelukkig kun je de berg lager maken, zodat het te behalen doel niet meer onbereikbaar lijkt. Het kind krijgt dan het gevoel dat hij het misschien toch kan.

We zien ook wel eens kinderen, die voordat ze bij ons komen, al een heel traject hebben afgelegd. Ze zijn dan al op zoveel plekken geweest en hebben al zoveel onderzoeken gehad, dat ze al bijna geen zin meer hebben om nóg een onderzoek of behandeling te ondergaan. Deze kinderen zou je ‘behandelmoe’ kunnen noemen. Dat wil echter niet zeggen dat ze niet geholpen kunnen worden; ook bij deze kinderen kan dyslexie vastgesteld worden en ook zij kunnen nog steeds geholpen worden.

(4) ‘Laat maar, er is toch niks aan te doen.’ 
Sommige ouders denken: ‘het is dyslexie, er is niks aan te doen’. Dat is echter niet het geval. Ook kinderen met dyslexie kun je met de juiste begeleiding beter laten lezen en spellen. Het is daarbij vooral belangrijk om voor ogen te houden wat je kind wel nog kan ontwikkelen en wat er nog wel mogelijk is. Ga na welk doel je kunt stellen. Daarbij is belangrijk om juist de inspanning, die je kind doet, te belonen (growth mindset) en niet het resultaat (fixed mindset).’

 

Wat kunnen ouders doen als ze het vermoeden hebben, dat hun kind dyslexie heeft? 
voorlezen_vader_dochter_lachend‘Als ouders vermoeden dat hun kind moeite heeft met lezen of spellen of zich er zorgen over maken, dan is het belangrijk om dat aan te kaarten bij de leerkracht. Het is goed om het zelf ook in de gaten te houden. Bespreek het, zodat de leerkracht er aandacht voor heeft.

School heeft dan – indien nodig – mogelijkheden om extra hulp aan leerlingen te bieden. Citotoetsen helpen bij het signaleren ervan. Daarna kan een leerling doorverwezen worden voor extra zorg; dat zou evt. naar het RID kunnen. Daar wordt onderzocht of er wel / geen sprake is van dyslexie en indien dat inderdaad het geval is, kan de dyslexiebehandeling plaatsvinden.

Over het algemeen is het belangrijk dat ouders met een kind met dyslexie een omgeving creëren, waarin lezen een plek heeft. Creëer een omgeving waarin regelmatig gelezen wordt en waarin dat ook beloond wordt. Denk dan in termen van ‘quality time’: lekker samen op de bank zitten en een boekje (voor)lezen. Maak (voor)lezen dus een normaal onderdeel van je eigen levenssituatie.

Uiteraard kan het voor ouders nog best lastig zijn om het lezen voor hun kind weer leuk te maken. Ga dan op zoek naar de intrinsieke motivatie van je kind. Dat kun je doen door vooral boeken uit te zoeken die je kind zelf heel leuk, interessant of boeiend vindt. Laat de boeken aansluiten op de belevingswereld en interesses van je kind. Als je kind bijvoorbeeld fan is van dinosaurussen, dan lees je daar samen boeken over. Bij drukke gezinnen kan zo’n één-op één-momentje, waarin je aan je kind (voor)leest, zelfs een uitkomst zijn. Door het samen te doen, wordt het lezen alleen maar leuker. Hiermee kun je de leesmotivatie en het leesplezier van je kind absoluut stimuleren.

Geef het dus niet op en ga vooral door met lezen. Lezen onder dwang, bijv. tot huilens toe, is natuurlijk het andere uiterste. Dat laatste vergroot alleen maar de weerstand bij je kind. In de plaats daarvan is het beter om je kind zelf zijn boeken uit te laten kiezen. Ga samen naar de bibliotheek en maak er daarna samen een gezellig leesmoment van.
Goed om nog te weten is ook dat het geen probleem is om kinderen naar luisterboeken te laten luisteren of om software te gebruiken om boeken te laten voorlezen. Het is dan wel belangrijk dat kinderen het boek erbij houden en zelf meelezen. In de bibliotheek heb je ook een Makkelijk Lezen Plein, waar je boeken kunt vinden voor kinderen die wat meer moeite hebben met lezen.

 


Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend.
 Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?
Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Lees verder over gerelateerde thema’s:
Wist jij dit al over opvoeding en ouderschap…? Uitgebreide interviews met toonaangevende experts.’ 
– ‘11 tips om samen (voor)lezen nóg leuker te maken.
– ”Nog een keer lezen, nog een keer’- 5 eenvoudige tips om samen (voor)lezen met je kind nóg leuker te maken.
– ‘Waarom worden kinderen en tieners toch zo boos?‘. 
‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl. 

Peuterpuberteit: 10 domeinen om samen met je kind te overwinnen.

meisje_lachend_peuterToen je kindje nog een baby (0-1 jaar) was, ging het allemaal eigenlijk heel gemakkelijk.  Af en toe waren er wel wat dingetjes waar je even wat mee moest, zoals de hapjes die je baby niet meteen wilde eten of het doorslapen dat niet meteen wilde lukken, maar over het algemeen viel het reuze mee. Ook als dreumes (1-2 jaar) had je weinig met je kindje te stellen. Je kindje deed over het algemeen wel wat je zei, hij vond het fijn om je te helpen, om met je te kletsen, om me je te spelen en hij knuffelde je graag. Het was echt een lieverd!

Nu je kindje echter de peuterleeftijd (2-3 jaar) heeft bereikt, lijkt alles ineens heel anders. Natuurlijk is je kindje nu ook nog wel lief, maar sommige situaties zijn echt een stuk lastiger. Het is niet vanzelfsprekend meer dat je kindje meteen naar je luistert. Hij kan ook soms om onverklaarbare redenen een driftbui krijgen. Hij huilt soms heel hard, terwijl je niet goed begrijpt wat er nou aan vooraf ging. Verder wil hij op de gekste momenten van alles ‘zelluf’ doen, terwijl hij dat nog helemaal niet kan. Als je aanbiedt om te helpen, dan mag dat echt niet. Maar ondertussen is hij wel enorm gefrustreerd als het hem inderdaad niet lukt. Wat is er toch met hem aan de hand…?

De kans is groot dat je kind midden in de peuterpuberteit zit.

Op deze jonge leeftijd gebeurt er ontzettend veel met je kindje en daar staan we als ouder vaak helemaal niet bij stil. Je kindje ontwikkelt zich op allerlei gebieden en dat gaat in rap tempo. Je kunt je misschien wel voorstellen dat het voor je kindje ook niet allemaal even makkelijk is.

⇒ Hieronder vind je een overzicht van wat je kindje allemaal leert en wat daar voor je kindje (en jou) lastig aan is. Per domein geef ik je steeds één praktische tip om direct thuis toe te passen én geef ik je één leestip voor als je verder wil lezen over dat specifieke onderwerp. Onderaan het artikel geef ik je nog 5 extra opvoedtips. Op basis van deze informatie én tips leer je je peuter en zijn frustratie, boosheid en emoties niet alleen beter begrijpen, maar kun je er ook op een positieve manier op reageren. Daar komen ze…

 

(1) De sociale ontwikkeling van je peuter:
kinderen_spelen_op_grond_leidstersKinderen vinden het doorgaans heel fijn om met andere kinderen te spelen. Bij jonge peuters is dat vaak nog niet echt ‘samen’ spelen, maar eerder naast elkaar spelen. Naarmate je kindje ouder wordt, zal hij ook steeds meer echt samen spelen met andere kindjes.
Kinderen leren van het omgaan met anderen, van volwassenen én van andere kinderen.  Kinderen kijken naar elkaar, imiteren elkaar en leren zo nieuwe vaardigheden of nieuwe spelletjes. Vandaar dat het voor de sociale ontwikkeling van je kind belangrijk is om hem van jongs af aan met andere kinderen te laten spelen.

TIP: Wacht niet om je kindje met andere kinderen te laten spelen totdat hij naar de basisschool gaat. Spreek nu al regelmatig af met ouders van jonge kinderen uit de buurt, met vrienden die zelf ook jonge kinderen hebben of meld je kind aan voor de kinder- of peuteropvang. Op die manier krijgt je kindje de kans om te leren samen spelen.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘Hoe leer je je kind om rekening te houden met anderen?‘.

 

(2) Egocentrisme: Je peuter is bijzonder egocentrisch ingesteld.
kinderen_maken_ruzie_om_xylofoon_ouders_op_bankJonge kinderen zien de wereld vooral vanuit hun eigen standpunt. Ze zijn heel erg egocentrisch ingesteld en kunnen zich nog niet verplaatsen in het standpunt van een ander. Voor je peuter betekent dat wanneer hij iets wil, hij dat onmiddellijk wil. Hij houdt er geen rekening mee of het op dat moment kan en of jij dat als ouder wel goed vindt. Hij wil het hebben (of doen) en hij wil het nu!
Je kindje kan ook nog niet inschatten dat een ander iets zou ‘kunnen willen’. Je peuter denkt echt alleen nog maar vanuit zichzelf: ‘ik wil dat speeltje nu’ en houdt er geen rekening mee dat het andere kindje al een tijdje heel leuk met dat speeltje aan het spelen is en het vervelend kan vinden dat hij het van hem afpakt. Met alle gevolgen van dien…

TIP: Ga bij je kindje zitten als het samen met een ander kindje speelt  en leg uit wat er gebeurt; ‘ondertitel’ het, als het ware. Leg uit dat je kind niet zo maar iets mag afpakken, maar dat hij het wel eerst kan vragen. Als het kindje het dan afgeeft, dan mag hij het hebben. Zo niet, dan moet hij wachten totdat het kindje ermee klaar is. Doe voor wat ‘om de beurt’ is en wat ‘samen spelen’ precies inhoudt.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘Samen spelen, samen delen‘.

 

(3) Je peuter wordt langzaam maar zeker zindelijk. 
jongen_zit_op_potje_02Veel kinderen worden als peuter zindelijk. Dat betekent dat ze actieve controle krijgen over hun eigen blaas en darmen. Natuurlijk gebeuren er ook wel eens ongelukjes, die tot frustratie en boosheid kunnen leiden; niet alleen bij je kind, maar ook bij jou als ouder. Realiseer je dat alle kinderen in hun eigen tempo zindelijk worden. Het is nergens voor nodig om het te overhaasten. Ook jouw kindje zal na verloop van tijd zindelijk zijn.

TIP: Stel je tijdens en na de zindelijkheidstraining in op ongelukjes. Ga er van uit dat ze gaan gebeuren. Dat is helemaal niet erg en ze horen er echt bij. Het ene kind heeft er meer last van dan het andere. Zorg er voor dat je als ouder niet boos, maar er juist rustig op reageert. Bij een ontspannen aanpak zonder strijd leert je kindje op een fijne manier om zijn blaas en darmen te beheersen en om op zichzelf te vertrouwen.

Verder lezen: Wil je graag checken of je kindje wel / niet klaar is om zindelijk te worden? Klik dan hier om een korte test te doen.
Wil je graag starten met het stimuleren van de zindelijkheid van je kind of merk je dat het nog best moeilijk is om je kindje zindelijk te maken (of te houden)? Lees dan meer over mijn cursus ‘Tijd voor Zindelijkheid’.

 


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 


(4) De spraak- / taalontwikkeling van je peuter: 

peuter8Gemiddeld genomen zeggen kinderen rond hun eerste jaar hun eerste woordje. Meestal is dat ‘papa’ of ‘mama’. Ze leren daarna steeds meer woordjes. Je ziet dat ze op deze leeftijd ook nog regelmatig gebruik maken van non-verbale communicatie; door te wijzen of een bepaalde gezichtsuitdrukking weet je als ouder vaak al wat je kindje bedoelt.

TIP: Om de taal- / spraakontwikkeling van je kindje te stimuleren kun je bijvoorbeeld steeds benoemen wat je doet, benoemen wat je pakt of benoemen wat je aan je kindje geeft. Op die manier leert je kind steeds beter wat de klanken die hij van jou hoort betekenen en koppelt hij ze aan voorwerpen, kleuren, vormen ed. Daarna zal hij het ook steeds vaker zelf proberen te zeggen.

Verder lezen: Lees het artikel ‘5 tips om nóg beter met je baby, dreumes en peuter te communiceren‘ (gastbijdrage van Esther Sluijsmans).

 

(5) Motorische ontwikkeling van je peuter: Lekker bewegen.
Werk in opdrachtOok op dit gebied zet je kindje letterlijk en figuurlijk grote stappen. Hij begint met een paar losse stapjes en dat worden er langzaam maar zeker steeds meer. Hij leert ook te springen, te rennen, met een bal te gooien en te vangen, tegen een bal te schoppen of zijn evenwicht te bewaren. Als je kindje wat ouder is, leert hij ook te hinkelen, huppelen of koprollen. Je kunt hem op dit gebied doorgaans goed stimuleren en aanmoedigen. Kijk wat je kindje kan / wil doen en probeer hem er – indien nodig – bij te helpen of doe het hem vaker voor.

TIP: Geef je kindje de mogelijkheid om veel te bewegen en om lekker actief te spelen. Juist door te doen, leert je kindje op deze leeftijd enorm veel. Laat je kindje ook dagelijks buitenspelen (bij voorkeur 2 uur per dag). Dat kan in je eigen tuin of in een speeltuin bij jou in de buurt. Aangezien peuters nog geen gevaar zien, is het wel belangrijk om een oogje in het zeil te houden.

Verder lezen: Lees ook m’n artikel ‘Is het erg als kinderen niet buiten spelen? (Interview op L1 Radio)‘.

 

(6) Emotionele ontwikkeling van je peuter: Driftbuien. 
jongen_driftbui_achteroverJe kind leert steeds beter wat zijn emoties zijn. Hij gaat er ook – onbewust – steeds meer mee experimenteren. Hij zal meer momenten hebben van groot verdriet en heftig huilen; ook merk je nu dat je kind soms ineens heel bang kan zijn (denk aan bang voor honden, spoken, monsters, heksen etc.).
Ook boosheid kan op deze leeftijd in alle heftigheid voorbijkomen. Vooral tussen 15 maanden en 3 jaar hebben de meeste kinderen last van ongecontroleerde uitbarstingen, de zg. driftbuien. Wat je dan aan je peuter merkt of ziet, is dat hij plots ongeduldig wordt, geen teleurstelling kan verdragen of geen ‘nee’ van jou kan horen. Met andere woorden: je peuter zou het liefst zijn eigen gang gaan, maar dat kan op dat moment niet. Als reactie barst je kindje in woede (of tranen) uit en gaat flink tegen je te keer. Sommige peuters gaan dan schreeuwen, krijsen, slaan, schoppen of houden een tijdje hun adem in (‘breath holding spells’).

TIP: Op het moment van een driftbui heeft je kind jou nodig om zijn emoties onder controle te krijgen en om tot bedaren te komen. Daarom is het ontzettend belangrijk dat jij rustig blijft op het moment dat je kind een driftbui heeft. Houd hem dan in de gaten (evt. op een afstandje), zodat hij zichzelf niet (onbedoeld) pijn gaat doen.

Verder lezen: In m’n  artikel ‘M’n kind heeft vaker driftbuien. Wat nu?’ lees je meer praktische tips over hoe je met een driftbui omgaat.

 

(7) Eten: Bang voor nieuwe dingen
peuter3Jonge kinderen kunnen soms bang zijn / worden voor nieuwe dingen; dat noemen we ‘neofobie’. Ze willen dan ineens niet meer eten; ze weigeren dan bijvoorbeeld om iets te eten dat ze niet kennen. Als je daar als ouder te veel in meegaat of als je je kind niet op een positieve manier stimuleert, dan zie je vaak dat kinderen steeds meer eten gaan weigeren. De maaltijd mondt uit in een machtsstrijd tussen ouder en kind. De gezelligheid aan tafel is dan ver te zoeken.

TIP: Voorkom dat je je kind gaat dwingen om toch iets te eten. Dwingen werkt helaas averechts. Houd oog voor wat je kind wél goed doet aan tafel en benoem dat. Als je kind weet wat hij goed doet, dan is de kans groter dat hij dat opnieuw of vaker zal gaan doen.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips)’.

 


fb_cursus_help_mijn_kind_luistert_niet
Cursus ‘Help, mijn kind luistert niet!?’
Wil je graag weten hoe je ervoor zorgt dat je kind beter én sneller naar je luistert?
Op een positieve, liefdevolle en constructieve manier.

=> Dan is deze cursus precies wat je zoekt.
=> Vraag nu GRATIS Les 1 van deze cursus aan.

Lees hier wat je allemaal van deze cursus mag verwachten.


 


(8) Slapen: Dutjes & monsters

meisje_huilend_uit_bedSlapen is op alle leeftijden heel belangrijk, dus ook voor je peuter. Ook op dit gebied van slaap verandert er van alles voor je kind: je jonge peuter gaat van twee naar één dutje en je oudere peuter gaat van één naar geen middagslaapje. Kort na zo’n verandering zal je kindje eraan moeten wennen dat hij wat minder slaap krijgt. Dat betekent niet alleen dat je kindje sneller of vroeger moe is, maar ook dat je kindje minder kan verdragen of prikkelbaarder is. Een mogelijk gevolg is dat een drift- of huilbui sneller kan optreden.
Daarbij is het voor je peuter nog bijna onmogelijk om feit en fictie uit elkaar te halen. Het heeft nog zo’n levendige fantasie dat het echt gelooft dat er een krokodil onder zijn bed ligt of dat er monsters / heksen op zijn kamer zijn. Je kind kan daar echt heel erg bang van worden.

TIP: Het heeft geen zin om te zeggen dat je kind zich ‘niet moet aanstellen’ of dat monsters / heksen niet bestaan. Voor je kindje bestaan ze namelijk wel en zijn ze echt. Hij gelooft er echt in (‘magisch denken‘). Neem daarom de zorgen van je peuter serieus, ga echter niet mee in zijn angst en stel hem uiteraard gerust. Kijk bijvoorbeeld samen onder zijn bed, zodat hij zeker weet dat daar niks ligt of jaag alle monsters met speciale ‘Monsterspray’ zijn kamer uit.

Verder lezen: In m’n artikel ‘Het middagdutje: Wanneer kan mijn kind het dutje ’s middags overslaan? (Incl. checklist)‘ lees je of je peuter er klaar voor is om het middagdutje over te slaan en hoe je dat kunt aanpakken. In m’n artikel ‘Ga nou toch lekker slapen, liefje! – 5 tips om je kind te leren slapen‘ lees je hoe je er voor zorgt dat je kindje ’s avonds rustig in slaap valt.

 

(9) Cognitieve ontwikkeling van je peuter: 
voorlezen_moeder_kind_op_bedMet de cognitieve ontwikkeling van je peuter bedoel ik zijn leervermogen. Hij leert allerlei nieuwe vaardigheden: hij leert steeds beter te begrijpen wat er om hem heen gebeurt, hij kan zijn geheugen steeds beter gebruiken en leert om kleine problemen aan te pakken en op te lossen. Ook kan hij steeds langer ergens zijn aandacht bij houden en zich langer op een taakje concentreren.

TIP: Om de cognitieve ontwikkeling van je peuter te stimuleren is het goed om dagelijks met je kindje te lezen. In de bibliotheek vind je allerlei (prenten)boeken, die uitermate geschikt zijn voor jonge kinderen. De thema’s in deze boeken sluiten vaak heel mooi aan op de belevingswereld van je kindje. Daarbij is samen lezen een mooie, gezellige één-op-één-activiteit, die kinderen doorgaans heel fijn vinden om samen met papa of mama te doen. Samen lezen vergroot ook nog eens zijn aandachtspanne en concentratievermogen en stimuleert zijn taal- / spraakontwikkeling. Dus door regelmatig voor te lezen, sla je heel makkelijk een aantal vliegen in één klap.

Verder lezen: Lees ook m’n artikel ‘Nog een keer lezen, nog een keer’- 5 eenvoudige tips om samen (voor)lezen met je kind nóg leuker te maken‘.

 

(10) Grote zus of broer worden: 
ouderschap_zwangere_buik_oudste_dochter2Veel kinderen worden op deze leeftijd ineens grote broer of grote zus. Dat is voor henzelf een grote omslag. Ineens moeten ze de aandacht, die ze altijd van papa en mama kregen, delen met een ander kindje. Het ene kindje gaat makkelijker met deze verandering om dan het andere.

TIP: Bereid je peuter goed voor op de komst van zijn broertje of zusje. Laat hem waar mogelijk helpen met de veranderingen in huis. Als hij bijvoorbeeld in een andere kamer gaat slapen, kan hij zelf zijn knuffels naar de nieuwe kamer verhuizen. Als hij in een ander (groter) bed gaat slapen, dan kan hij zelf een mooi dekbedovertrek uitzoeken. Laat je peuter ook helpen met de inrichting van de babykamer. Als de baby er eenmaal is, kun je je kindje een cadeautje geven ‘namens de baby’.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘Hoera, er komt een kindje bij! – 5 tips over hoe je je oudste voorbereidt op een broertje of zusje.‘.

 

Wat kun je nog meer doen als ouder om de frustraties, boosheid en heftige emoties van je peuter het hoofd te bieden? 

[A] Bewaar je rust, ook in uitdagende opvoedsituaties. 
moeder_meisje_lachend_bosProbeer zo veel als mogelijk rustig op je kindje te reageren, ook tijdens een pittige of heftige opvoedsituatie. Je kindje mag best aan jou merken dat een grens is bereikt en dat je niet altijd zo maar meegaat in wat je kindje wil. Het is belangrijk om hem dat op een rustige manier duidelijk te maken.

[B] Geef je kind duidelijkheid: ‘zeg wat je doet, doe wat je zegt’. 
Als je in allerlei situaties op dezelfde manier op je kindje reageert, dan weet hij steeds beter wat hij van jou kan verwachten en wat de bedoeling is. Dat vinden kinderen fijn; dat geeft hen rust en vertrouwen. Houd je vast aan de uitdrukking ‘zeg wat je doet, doe wat je zegt’: leg uit wat je gaat doen of wat je van je kindje verwacht en zorg er – op een fijne, liefdevolle manier voor – dat dat ook gebeurt.

[C] Geef je kind voldoende positieve aandacht. 
Speel met je kind, zodat je je kind voldoende positieve aandacht kunt geven. Alle kinderen hebben dat nodig. Probeer dan aan te sluiten bij wat je kind op dat moment aan het doen is. Uiteraard is dat ook een mooie gelegenheid om je kind iets nieuws te leren. Als je kind met de duplo aan het spelen is, kun je samen een ‘superhoge’ toren; zo hoog mogelijk (totdat hij omvalt). Of je probeert samen een puzzel te maken; eerst eentje die past bij zijn leeftijd en dan – afhankelijk van hoe het je kindje afgaat – maak je de puzzel wat makkelijker of juist wat moeilijker. Zo kun je je peuter stimuleren, op een manier en op het niveau dat goed bij hem past.
Ook als iets bij het spelen niet meteen lukt of als het je kindje niet zo leuk lijkt te vinden, hoeft dat niet te betekenen dat hij dat nooit meer gaat doen. Juist door het toch nog eens klaar te leggen, door het vaker te doen of door het regelmatig samen te oefenen, gaat het hem steeds beter af én is de kans groot dat hij het steeds leuker gaat vinden.

[D] Accepteer dat het de ene dag beter gaat dan de andere. De peuterpuberteit kan voor ouders best een heftige periode zijn. Onderschat het niet. Maar wees ook realistisch: er zijn niet alleen dagen waarop het niet lekker loopt, er zitten ook hele fijne dagen tussen. En bedenk: liep het vandaag niet zo lekker? Begin dan morgen weer met frisse moed en een schone lei.

[E] Vergeet niet dat je kindje nog altijd heel lief kan zijn en op momenten heel fijn is in de omgang. Ook als hij nu regelmatig een driftbui heeft of veel huilt, zijn er nog altijd momenten waarop je veel plezier aan hem beleeft en hij jou veel liefde geeft. Geniet van deze momenten. Laat die fijne momenten niet overschaduwen door de lastige(re) opvoedmomenten.

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

Referenties van gebruikte literatuur voor dit artikel: 
– Voorkom myopie bij jouw kind, met het gratis myopie-pakket. [ Klik hier. ]
– Woolfson, R. (2001). De pientere peuter. Uitgeverij Cantecleer: Baarn.

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips).
– ‘10 basistips om je baby, kind of tiener lekker te laten slapen.
– ‘Het middagdutje: Wanneer kan mijn kind het dutje ’s middags overslaan? (Incl. checklist)
– ‘Boos zijn kun je leren! | 6 stappen om je kind te leren zijn boosheid te beheersen.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

logo_akse_coaching_groot_nieuwGa (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Je kind en het coronavirus: Hoe praat je samen over alle veranderingen?

gezin_dochter_bed_neus_snuitenZo maar ineens zitten we allemaal binnen, in huis. We werken thuis, onze kinderen gaan niet meer (of slechts deels) naar school, alle activiteiten zijn stopgezet, je kunt geen bezoek meer ontvangen, er zijn allerlei voorzorgsmaatregelen getroffen en ga zo maar door.
Gelukkig worden de maatregelen wel langzaamaan steeds meer versoepeld, maar het is toch nog steeds niet helemaal zoals het was…

Lekker rustig, zou je zeggen. Ja, in theorie. Maar in praktijk voelt dat heel anders. Omdat dat onzichtbare virus daar buiten ergens rondwaart, zorgt dat voor stress, voor zorgen, voor angst, misschien wel voor paniek. Het fijne, ontspannen en vertrouwde gevoel dat je normaalgesproken hebt, is nu een stuk minder aanwezig.

Onze kinderen krijgen het net zo goed mee als wij. Tenminste, afhankelijk van hun leeftijd weten ze wel / niet zo goed wat er speelt, maar ze weten wel dát er iets aan de hand is. Ze horen allemaal dat er iets is met een ‘Coronavirus’, dat je er ziek van kunt worden, dat sommigen er zelfs aan dood gaan. Mijn dochtertje zei deze week zelfs huilend tegen me: ‘Mama, ik ben bang dat je dood gaat.’.

En het vervelende is dat je die angst niet helemaal weg kunt nemen. Misschien herken je die angst van je kind zelf ook wel. Je weet dat de kans heel klein is, maar je hoort er zoveel over. Je krijgt de hele dag door updates met nieuwe besmettingen, een nieuw aantal doden; in China, in Italië, in Nederland. Dat is gewoon beangstigend. En als het dat voor ons als volwassenen al zo is, hoe moet dat dan zijn voor onze kinderen…? Voor kinderen, die ook ineens alles om zich heen zien veranderen. Hoe praat je daar eigenlijk over met je kind, over deze situatie, over het Coronavirus, wat vertel je wel en wat niet, hoe voorkom je dat je kind (te) bang wordt…

⇒ Dat heb ik allemaal voor je op een rijtje gezet. In dit artikel lees je dan ook op welke manier je het beste met je kind over dit onderwerp kunt praten en hoe je ervoor zorgt dat je kind niet onnodig bang wordt. Dat kun je al in slechts 5 stappen aanpakken. Je leest ze hieronder.

 

(1) Wees open en eerlijk tegen je kind.
moeder_praat_met_zoonWees reëel over het gevaar; gebruik daar dan wel uitsluitend goede informatiebronnen voor. Baseer je uitspraken alleen op basis van informatie, die afkomstig is van virologen, epidemiologen, artsen en wetenschappers op dit vlak.

⇒ Voor jezelf en voor tieners is het goed om de informatie van het RIVM aan te houden.

⇒ Voor kinderen, die jonger zijn (basisschoolleeftijd) kun je dagelijks – liefst samen – het Jeugdjournaal kijken. De informatie, die daarin gegeven wordt, wordt al goed aangepast aan wat kinderen kunnen behappen en willen weten. Naar aanleiding van het (samen) kijken kan je kind natuurlijk vragen hebben; bespreek die het liefst direct na het kijken van het programma.

Probeer de komende tijd – als het even kan – na het Jeugdjournaal kort even iets anders te doen, iets luchtigers, zodat je kind ook weer op andere gedachten komt. Het is zeker niet erg om het er dagelijks even over te hebben en om het nieuws erover te volgen, maar dat hoeft natuurlijk niet de hele dag door. En zeker niet vlak voor het slapengaan…
Komt je kind moeilijk in slaap? Lees dan m’n artikel ‘10 basistips om je kind of tiener lekker te laten slapen‘. 

Sluit daarom de dag met je kind op een fijne manier af; lees een boek voor, lees samen een boek (bijv. om en om een regel) en/of vraag wat zijn 3 fijnste momenten van de dag waren. Op die manier valt je kind in slaap zonder al die berichten over het Coronavirus op zijn netvlies.

TIP: Wil je voorkomen dat je kind de hele dag ondergedompeld wordt in ‘coronanieuws’, maar wil je wel graag dat het toch een beetje op de hoogte blijft?
Kijk dan alleen – samen – naar het Jeugdjournaal in de ochtend.

⇒ Dus: over het algemeen is het belangrijk om je nu extra goed aan de feiten te houden. Maak er geen ander verhaal van, bagatelliseer het probleem niet (voorkom uitspraken als ‘het valt wel mee’ of ‘er is niks aan de hand’) én blaas het niet onnodig op (voorkom opmerkingen als ‘opa en oma gaan er misschien wel dood aan.’).

 

 

(2) Leer je kind wat het zelf kan doen om de kans op ziekte te verkleinen.
meisje_wast_haar_handenZoals je weet, is het ontzettend belangrijk om nu alle voorzorgsmaatregelen serieus te nemen en goed uit te voeren. Dat kun je kinderen heel goed leren, ook jonge kinderen. Neem eventuele ongerustheid bij je kind weg door de nieuwe maatregelen als een nieuw, vast ritueel in te voegen. Pak het dan zo veel mogelijk op een leuke, speelse manier aan, die goed bij jouw kind past.

– Handen wassen
Het is belangrijk om regelmatig je handen te wassen; per keer duurt dat bij voorkeur min. 20 tellen. Dat is waarschijnlijk langer dan dat jij of je kind het voorheen zou doen. Zing de komende tijd steeds een leuk liedje als je samen met je kind je handen wast. Spreek af dat jullie je handen blijven wassen, zolang het liedje duurt. Dat kan steeds hetzelfde liedje zijn of elke keer een ander; kijk maar wat je kind het fijnste vindt. Je kunt natuurlijk ook een timer zetten, die je vooraf aan het handen wassen aanzet.
⇒ Zorg dat je kind op vaste momenten zijn handen wast (bijv. altijd voor het eten, na het toiletbezoek, na het buitenspelen). Dan wordt het veel eerder en gemakkelijker een gewoonte en denkt je kind er ook eerder uit zichzelf aan.

– Hoesten & Niezen
Iedereen hoest of niest voortaan in z’n elleboogplooi. Ook dat kun je je kind goed leren. In plaats van ‘hand voor je mond’ zeg je nu ‘hoest / nies in je elleboog’.

– Snottebellen 
Als je kind verkouden is en vaker een snottebel heeft, dan is het belangrijk om daar nu een papieren zakdoekje voor te gebruiken. Na één keer snuiten gooi je het zakdoekje meteen in de prullenbak. Als je dan per ongeluk nog snot aan je handen hebt, is het goed om je handen te wassen.

– Afstand houden
Hoewel het virus bij kinderen doorgaans weinig ziekteverschijnselen veroorzaakt, weten deskundigen nog niet precies hoe het virus zich verspreidt. Vandaar dat het belangrijk is dat ook kinderen afstand houden van elkaar (min. 1,5 meter).
Het lastige is alleen dat wanneer je kind lekker aan het spelen is, het niet bezig is om afstand van andere kinderen te houden. Vandaar dat het nu niet handig is om je kind in een volle speeltuin te laten spelen. Ook weet je niet zeker of de andere kinderen, die er spelen, wel/geen klachten hebben. Voorlopig geldt hiervoor dan ook: ‘better safe than sorry…’.

– Goed voorbeeld doet goed volgen
Als jij je vanaf nu ook netjes aan alle voorzorgsmaatregelen houdt, dan zal je kind dat makkelijker van je overnemen en toepassen. Kinderen leren nl. heel goed van wat jij doet, misschien wel meer dan van wat je zegt. Ze krijgen eerder een gevoel van ‘zo doen we dat hier / zo is dat gebruikelijk’. Vandaar dat jouw voorbeeld hierin zo belangrijk is.

 


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 

(3) Maak je kind niet onnodig bang. 
jongen_bang_handen_voor_hoofdBij punt 1 gaf ik aan dat het belangrijk is om eerlijk en open te zijn tegen je kind. Het gevaar zit ‘m er alleen in dat je je kind te veel informatie geeft (en wellicht is dat informatie, die het nog niet goed kan behappen), waardoor je kind (te) bang wordt. Vooral jonge kinderen weten nog niet precies wanneer iets werkelijkheid en wanneer iets fantasie is en kunnen heel makkelijk hun ‘eigen werkelijkheid’ maken; de mogelijkheid bestaat dat die heel anders of misschien wel veel heftiger is dan de werkelijke situatie.
Misschien heeft jouw kind ook al wel huilend tegen jou gezegd dat het bang is dat je dood gaat…?

Luister dus goed naar de vraag van je kind en geef alleen antwoord op die vraag. Voorkom dat je vervolgens te veel gaat uitweiden of onderwerpen aandraagt, waar je kind misschien nog helemaal niet aan gedacht heeft. Als je kind doorvraagt, mag je uiteraard gewoon antwoord blijven geven. Je kind mag weten wat er speelt, maar pas je informatie aan aan wat je kind – gezien zijn leeftijd, ontwikkelingsniveau en gevoelsleven – nog goed aankan.

Verder is het belangrijk om de gevoelens en emoties van je kind serieus te nemen. Het is nou eenmaal een onbekende, onzekere tijd met veel veranderingen, waar iedereen anders op reageert. Ook je kind heeft zijn eigen gevoelens en emoties; het is goed om er serieus mee om te gaan.
Wil je weten hoe je omgaat met lastige emoties van je kind? Klik dan hier.

Probeer ook te voorkomen dat je je eigen zorgen te vaak bespreekt waar je kind bij is. Als je merkt dat je kind zich grote zorgen maakt (of misschien is jouw kind sowieso een kind dat sneller bang is of zich sneller zorgen maakt), bespreek dan je eigen zorgen alleen met je partner of met andere volwassenen; liefst op een moment waarop je kind er niet bij is of in bed ligt.

 


coron_coronas_op_gezinsvakantie_elineclaeysEXTRA TIP
Bekijk dit korte filmpje (gemaakt door Eline Claeys) over de familie Corona. Hierin wordt op een begrijpelijke manier uitgelegd hoe het coronavirus zich heeft verspreid én wat je kind kan doen om te ‘helpen’.


 

(4) Zorg voor voldoende contact, beweging & ontspanning. 
kinderen_spelen_ninja_touwenVoor je kind verandert er nu ontzettend veel. Hij kan niet meer naar school, waardoor hij z’n klasgenootjes, vriendjes en leerkracht(en) minder ziet. Hij mag niet meer naar opa & oma toe gaan én opa & oma mogen niet meer langskomen voor een bezoekje of voor hun vaste oppasdag. Alle vaste activiteiten, zoals de voetbaltraining, de muziekles, het zwemmen (etc.) zijn weggevallen. Dat is echt een ingrijpende verandering en dan ook nog eens van de één op de andere dag. Gelukkig gaan de meeste kinderen daar flexibel mee om.

Toch blijft het belangrijk om het contact, beweging en ontspanning in de dag van je kind op te nemen.
– Neem de tijd om met anderen te beeld- / videobellen; denk aan opa & oma, klasgenootjes, vriendjes, klasgenootjes. Prik een datum en tijd en laat je kind even bijkletsen.

– Waarschijnlijk heeft je kind nu ook schoolwerk om thuis te maken, maar ook bij je kind kan de boog niet de hele dag gespannen staan. Hij heeft ontspanning en beweging nodig. Laat je kind iedere dag buiten spelen, ga naar het bos om te wandelen of maak een fietstochtje door je eigen omgeving. (Uiteraard probeer je dan wel het directe contact met anderen zoveel mogelijk te vermijden.)
In dit artikel lees je hoe je je kind kunt stimuleren om (meer) buiten te spelen.

– Niet alleen volwassenen maar ook kinderen hebben tijd nodig om te ontspannen. Dat doen kinderen al bijna automatisch op allerlei manieren: gewoon even lekker vrij spelen, een boekje lezen, buiten spelen. Even lekker kunnen doen wat je zelf wil; zonder dagschema, zonder opdrachten.

– Daarnaast heb je misschien nog wat tijd om samen met je kind andere dingen te doen. Vraag ook je kind eens wat hij leuk zou vinden om – thuis, samen met jou – te doen.
Wil je weten hoe je o.a. deze componenten – naast het schoolwerk – in je dag kunt verwerken? Klik dan hier

⇒ Als je deze 3 componenten in de dag van je kind kunt verwerken, dan merk je dat je kind zich de rest van de dag prettig(er) voelt en lekker(der) in z’n vel zit. 

 


(5) Let op de helpers en alle mooie acties. 

rogers_look_for_the_helpersAls je weet dat je kind zich snel zorgen maakt over of bang wordt van wat het op tv ziet, dan zeg tegen je kind dat het vanaf nu gaat letten op alle positieve aspecten, die voorbij komen. Er zijn namelijk altijd wel mensen te zien, die anderen willen helpen. Bij al het slechte nieuws is er dus ook altijd iets positiefs te zien. Help je kind om daar naar op zoek te gaan.

Denk maar eens aan het landelijke applaus dat alle zorgverleners kregen, aan de tekeningen en kaartjes die naar ouderen gestuurd worden, aan alle hulp die ouderen krijgen aangeboden, aan het voedsel dat door restaurants aan voedselbanken geschonken wordt en ga zo maar door.

⇒ Zo blijft je kind wel op de hoogte van wat er speelt, maar kijkt het door een heel andere bril. Op die manier houdt je kind er – ondanks alle onzekerheid en narigheid – toch een fijner gevoel aan over.

⇒ Wanneer je deze 5 stappen in acht neemt, dan weet ik zeker dat je het er thuis met je kind(eren) op een fijne manier over het coronavirus kunt hebben én dat je kind zich al gauw minder zorgen zal maken. 

 


Merk je dat je het lastig vindt om je kind of tiener naar je te laten luisteren, dat hij minder goed eet of slaapt?

Neem dan contact met me op. Ik heb meerdere manieren om ervoor te zorgen dat jouw opvoedaanpak weer positief, fijn én effectief wordt én dat jouw kind binnen enkele weken al beter naar je luistert, beter eet en/of beter slaapt. Je leest er hier meer over.


Wil je graag reageren op dit artikel?

Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

Referenties, gebruikte website en/of artikelen:
– Vis & Leclaire. (2020). ‘Hoe je met je kinderen over het coronavirus praat.’. NRC.nl. Klik hier
– ‘Zo praat je met je kind over coronavirus: ‘Benadruk wat het zelf kan doen’. (2020). Nu.nl. Klik hier
– ‘Omgaan met de gevolgen van het coronavirus.’ (2020). NJi. Klik hier.

 

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘Ik mag hier ook nooit iets!‘ | Hoe je je kind of tiener steeds wat meer vrijheid geeft.
– ‘Boos zijn kun je leren!‘ | 6 stappen om je kind te leren zijn boosheid te beheersen.
‘Ik moet het mijn kind eerst 10x vragen…‘ – Hoe je je kind in 5 stappen leert om beter naar je te luisteren.
– ‘Welke afspraken maak je met je kind of tiener over gamen en telefoongebruik?
– ‘Stop met schreeuwen!‘ (Over: Hoe je in 5 stappen minder schreeuwt tegen je kind)
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

logo_akse_coaching_groot_nieuwGa (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Het middagdutje: Wanneer kan mijn kind het dutje ’s middags overslaan? (Incl. checklist)

meisje_wakker_in_bedOuders vragen me wel eens wanneer het het beste moment is om hun kind het middagdutje te laten overslaan. Zoals je misschien wel vermoedt, is het helaas niet mogelijk om daar een exacte leeftijd voor te geven. Dat is echt voor ieder kind verschillend…

Echter, naarmate kinderen ouder worden, hebben ze wel allemaal steeds wat minder slaap nodig. Hieronder vind je kort een algemene richtlijn voor het aantal uren slaap dat jonge kinderen per 24 uur nodig hebben:
– 1 jaar: ong. 14 uur per dag*
– 2 jaar: ong. 13 uur per dag
– 3-4 jaar: ong. 12 uur per dag
* dag = etmaal. Let op: Het gaat hier om de uren dat kinderen daadwerkelijk slapen, dus niet ‘alleen maar’ in bed liggen.

Vaak zie je dat dreumesen rond de leeftijd van 1,5 jaar van twee slaapjes naar één slaapje (overdag) gaan. Rond een jaar of 3 zie je dat kinderen het middagslaapje gaan overslaan.

Het middagdutje kan soms echter ook nog bij kleuters (4-5 jaar) voorkomen; ook dat is geen enkel probleem, juist omdat er grote verschillen in de slaapbehoeften van kinderen kunnen bestaan.

jongen_boek_staart_naar_bladzijde

Wat ook mogelijk is, is dat kinderen van ong. 3 jaar geen middagdutje meer nodig hebben, maar dat diezelfde kinderen – zodra ze in groep 1 zitten – vermoeid raken door alle nieuwigheden en bezigheden op school en ze daardoor juist weer meer behoefte hebben aan slaap. Ook dat is helemaal niet erg! Daar mag je best aan toe geven, bijv. door je kind ’s middags een powernap van 20-30 min. te laten doen. Je kind heeft zijn slaap dan extra hard nodig, omdat hij door de dag veel nieuwe indrukken opdoet. Juist door voldoende te slapen kan hij die indrukken op een goede manier in zijn hersenen verwerken.

CHECKLIST ‘Is mijn kind er klaar voor om het middagdutje over te slaan?’
Ondanks de grote verschillen, die er op het gebied van slaapbehoefte tussen kinderen kunnen bestaan, is er een aantal richtlijnen, dat voor alle kinderen geldt en waar je als ouder goed rekening mee kunt houden.

 

Beantwoord onderstaande vragen maar eens:

checklist(1) Heeft je kind ’s middags duidelijke signalen van vermoeidheid (bijv. veel gapen, in de ogen wrijven, rustig of stil worden, of juist hyperactief gedrag vertonen)?
(2) Valt je kind – als je hem ’s middags niet naar bed zou brengen – toch gewoon in slaap (bijv. op de bank of tijdens het spelen)?
(3) Slaapt je kind nu nog vrij lang ’s middags (ong. 1,5 uur of langer)?
(4) Als je je kind ’s middags in bed ligt, valt hij dan vrij snel (binnen 20 min.) in slaap?
(5) Vindt je kind het zelf nog fijn om ’s middags te gaan slapen?
(6) Valt je kind ’s avonds moeilijker (of later) in slaap, slaapt het ’s nacht slechter door of wordt het ’s ochtends erg vroeg wakker, wanneer hij ’s middags een dutje heeft gedaan
?

⇒ Heb je op de meeste vragen (1 t/m 5) ‘ja’ geantwoord en op vraag 6 ‘nee’?
Dan is je kind er op dit moment waarschijnlijk nog niet aan toe om het middagdutje over te slaan. Laat hem voorlopig nog gewoon zijn middagdutje doen. Bekijk over een maand opnieuw of je kind er dan evt. wél aan toe is om het middagdutje te gaan overslaan.

⇒ Heb je op de meeste vragen (1 t/m 5) ‘nee’ geantwoord en op vraag 6 ‘ja’?
Dan is je kind er waarschijnlijk wél aan toe om het middagdutje over te slaan. Je leest in dit artikel hoe je dat op een positieve manier aanpakt.

 

Bij alle kinderen komt ineens het moment dat ze het middagslaapje gaan overslaan. Afgaande van jouw antwoorden op de korte checklist hierboven (vraag 1 t/m 6) ga ik er voor de rest van het artikel van uit dat jouw kind er inderdaad aan toe is om het middagdutje over te gaan slaan.

⇒ Ik geef je in dit artikel 3 adviezen, die jou zullen helpen om de overgang van wél een middagdutje naar géén middagdutje zo goed mogelijk te laten verlopen.

 


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 

(1) Begin op een moment dat voor jullie beiden goed uitkomt. moeder_troost_dochter3

Stap op een goed, rustig en makkelijk moment over op het nieuwe slaappatroon. Denk daarbij aan een vakantie of aan een rustige periode, waarin voor je kind weinig verandert of weinig tot niks spannends gebeurt. In het ideale geval zou je graag zien dat er niks anders dan anders is, behalve het nieuwe slaappatroon.

Als je kind namelijk het middagdutje gaat overslaan en zo met een nieuw slaappatroon begint, dan heeft hij echt even tijd nodig om er aan te wennen. Je zult merken dat je kind in het begin eerder op de daf moe is, zeker aan het einde van de dag of bij het avondeten. Sommige kinderen zijn prikkelbaarder en kunnen minder goed tegen onverwachte gebeurtenissen. Het is goed om daar alvast rekening mee te houden, zodat je weet wat je kunt verwachten. Het is belangrijk dat jij dan voldoende energie en geduld hebt om om je kind bij zijn vermoeidheid te helpen.

 

(2) Regelmaat, duidelijkheid en herkenbaarheidvoorlezen_vader_zoon

Voor je kind is het belangrijk dat er een regelmaat zit in zijn nieuwe slaapritme. Hij gaat nu namelijk per dag een paar uurtjes minder slapen en daar zal hij zelf – of eigenlijk zijn lichaam – aan moet wennen.

Probeer dan ook zo veel mogelijk regelmaat te brengen in het ‘nieuwe’ slaappatroon van je kind. Niet alleen een vast en herkenbaar bedritueel is dan belangrijk, maar ook een vaste bedtijd.

Probeer zijn bedtijd ’s avonds de komende tijd te vervroegen (bijv. een half uur tot een uur eerder) naar een tijdstip dat voor jullie realistisch gezien haalbaar is. Dat kan evt. betekenen dat jullie ’s avonds ook wat eerder gaan eten of dat hij meteen na het eten naar bed gaat. Op die manier zorg je er namelijk voor dat je kind per dag toch voldoende slaap krijgt, waardoor hij het overdag beter kan volhouden.

Een nieuw ritme is echt even wennen, voor het hele gezin, maar hoe consequenter je daarmee om kunt gaan, hoe eerder je kind eraan gewend is. Wennen aan een nieuw ritme heeft echt tijd nodig. Ook regelmaat en duidelijkheid zijn daarin onmisbare onderdelen. Gun je kind dat.

 

TIP: Zodra je het middagdutje achterwege gaat laten, is het het beste om vanaf dat moment het middagdutje niet meer terug te laten komen.* Zie dat moment dus als een ‘point of no return’.
Twijfel je hierover? Dan is je kind (of jij zelf) er misschien toch nog niet helemaal klaar voor. Wacht dan gewoon nog een paar weken. Er is bijna nooit haast bij het overslaan van het middagdutje. Om de overgang zo goed mogelijk te laten verlopen, is het belangrijk dat je kind er aan toe is én dat jij klaar bent om de verandering door te voeren en je kind er op een positieve manier bij te begeleiden.
* Behalve met hoge uitzonderingen als je kind ziek is of als je ziet dat je kind tijdelijk toch meer slaap nodig heeft, omdat hij (bijv.) net naar groep 1 is gegaan. Laat je kind in het laatste geval ’s middags een powernap doen van 20-30 minuten.

 


joyce_rosegrijs_staand_c

Wil je graag een thema-avond over opvoeden bijwonen?
Kijk dan in Joyce’ online Agenda voor een workshop, lezing of OpvoedParty bij jouw in de buurt.

Wil je Joyce graag uitnodigen om een thema-avond over opvoeden te geven?
Kijk dan hier voor mogelijke thema’s en/of neem contact met haar op.


 

(3) Las ’s middags een rustmomentje in. moeder_dochter_kleuren_tekenen

Het kan voor je kind fijn zijn om op het moment, waarop hij normaalgesproken een dutje ging doen, een rustmomentje in te lassen. Ga samen lekker op de bank zitten en lees je kind een boekje voor, maak samen een tekening aan de keukentafel of laat hem een kort filmpje kijken. Dat hoeft echt niet lang te duren.* Na dat rustmoment heeft je kind zijn batterij weer enigszins opgeladen en kan hij weer lekker gaan spelen.
* Probeer te voorkomen dat je kind ’s middags in slaap valt. Dat kan zeker in zo’n overgangsfase nog best lastig zijn. Hoe minder hij nu ’s middags slaapt, hoe sneller hij aan zijn nieuwe ritme gewend is.

=> Op basis van deze tips zal je kind binnen 3-4 weken gewend zijn aan een slaappatroon zonder middagdutje.

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019-2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Joyce gebruikte / las voor dit artikel o.a. de volgende bronnen:
– ‘Hoeveel slaap heeft een baby nodig?’ [Klik hier].
– ‘Alles over het middagdutje’. Ouders van Nu. [Klik hier].

 

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
Slaap kindje slaap’ – Hoe een bedritueel je kind helpt om beter in slaap te laten vallen.
– ‘Ga nou toch lekker slapen, liefje!’ – 5 tips om je kind te leren slapen.
Uitslapen als je kinderen hebt…?’ – Zorg er in 3 stappen voor dat je kind langer slaapt.
– ‘Als je kind moeilijk in slaapt valt op vakantie…’ | 7 praktische tips om dat snel te verbeteren (incl. BONUStips).
– ‘Sturing & verbinding: Waarom beide aspecten onmisbaar zijn in de opvoeding van jouw kind.
– ‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier.
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

 

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

Als je kind moeilijk in slaapt valt op vakantie… | 7 praktische tips om dat snel te verbeteren (incl. BONUStips)

boek_welterusten_kleine_beerJe kent het wel: na een lange autorit of vliegreis zijn jullie eindelijk aangekomen op jullie vakantiebestemming. Jullie kwamen aan het eind van de middag aan en gingen al snel aan tafel om een hapje te eten. De kinderen hadden in de tussentijd wat tijd om het jullie huisje te verkennen en om met hun speelgoed te spelen. Na het avondeten breng je de kinderen toch al vrij snel naar bed. Je dacht nog: na zo’n reis, die toch best vermoeiend was voor ze, zullen ze lekker snel in slaap vallen…

boek_het_konijn_dat_in_slaap_wil_vallenAls je kinderen net in bed liggen, kun jij ook eindelijk op een heerlijke ligstoel neerploffen. Maar helaas! Nog geen minuut later hoor je het eerste stemmetje al. Je dochter roept: ‘mama, ik kan niet slapen’. Je gaat even kijken om haar een kus te geven en dan ga je weer terug. Maar je zit nog niet of je hoort je zoon: ‘mama, ik ben bang, mama, kom nou!’ Natuurlijk ga je ook even naar hem toe; ook hij heeft natuurlijk even je geruststelling nodig. Zo, nu terug naar je… Maar je bent nog niet weg bij je zoon of je dochter roept alweer. Je merkt dat je er een beetje kriegelig van begint te worden. Waarom gaan ze nou niet gewoon slapen? Ze zijn toch moe…? Thuis hebben ze hier nooit last van. Waarom nu wel ineens? Jij bent zelf ook doodop en wilt nu echt even kunnen zitten… 

 

boek_fien_milo_samen_op_stap

Heerlijk zo samen op vakantie: je gaat er lekker met z’n allen tussenuit om een beetje bij te komen van alle dagelijkse beslommeringen. Even in een andere omgeving, tot rust komen of juist lekker actief bezig zijn, maar wel echt even er uit. Dat gun je niet alleen je kinderen, maar ook jezelf. Ook jij hebt die dagen nodig om weer even bij te tanken en tot rust te komen. En daar hoort natuurlijk ook bij dat je wat tijd voor jezelf hebt.

boek_muis_gaat_op_vakantieOp zich is een vakantie daar bij uitstek geschikt voor. Alleen merk je juist dan hoe fijn kinderen de gewoontes en structuur van thuis vinden en hoe lastig het soms kan zijn als het anders gaat dan anders, juist bij het naar bed brengen. Op vakantie is dan ineens zoveel anders, vooral voor de kinderen. Ook wij merken dat soms nog wel; zo’n eerste nacht in een vreemd bed is toch altijd weer even wennen. En als wij er al last van hebben, dan is dat voor onze kinderen zeker wennen, om niet te zeggen dat het voor hen gewoon behoorlijk ingrijpend kan zijn.

 



boek_kleine_zevenslaper_kan_niet_slapenBONUS
In dit artikel vind je allerlei afbeeldingen van (prenten)boeken. Die gaan allemaal over thema’s, die te maken hebben met ‘(niet) slapen’, ‘vakantie’ en ‘reizen’.

Leuk, gezellig én ontspannend om samen met je kind te lezen! Een heerlijk één-op-één-moment met je kind, zeker voor het slapengaan. Gewoon doen, op vakantie én thuis.


 

Het ‘in slaap vallen’ op vakantie is voor de meeste kinderen echt wennen. Laten we eerst eens kijken naar de redenen waarom dat voor kinderen – vooral op vakantie – zo lastig kan zijn:

  • boek_pip_posy_lievelingsknuffelVeel dingen op vakantie zijn anders dan dat ze gewend zijn: ze liggen in een ander bed, in een andere kamer, er is een andere temperatuur, een andere geur, noem maar op.
  • Ze kunnen iets missen wat ze op vakantie niet hebben, maar thuis wel: ze missen bepaalde personen (bijv. opa, oma, vriendjes), bepaalde spullen (bijv. favoriete speelgoed) of ze missen gewoon het ‘thuis zijn’ (ze hebben last van heimwee).
  • boek_er_ligt_een_krokodil_onder_mijn_bedZe voelen zich niet helemaal prettig of zijn misschien ziek.
  • Ze hebben een actieve of vermoeiende dag gehad, waardoor ze nog een beetje hyper zijn en juist daarom de slaap niet kunnen vatten.
  • Vaak gaan kinderen op vakantie bijna iedere dag op een ander tijdstip naar bed en raken daardoor uit hun slaap-waakritme.

Op dat soort momenten zie je vaak dat kinderen ’s avonds gaan huilen en/of om hun ouders roepen. Dat kan gelukkig anders!

 



joyce_grijs_aanjou_1Maak je je zorgen over je kind dat niet goed slaapt (niet alleen op vakantie, maar ook thuis)? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?

Neem dan contact met me op.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 

In dit artikel geef ik je maar liefst 7 tips om je kind – ook op vakantie – lekker in slaap te te laten vallen:

 

boek_kas_bij_opa_en_oma(1) Laat je kind vooraf aan jullie vakantie alvast wennen aan ‘niet in het eigen bed slapen’.
Dat kun je doen door hem/haar vaker bij opa & oma, familie of misschien wel een vriendje te laten logeren. Voor je kind vaak een hele belevenis en echt een uitje om naar toe te leven én om met mooie verhalen van terug te komen.

 

boek_op_reis_met_de_auto(2) Bereid je kind goed voor op jullie vakantie:
Begin min. een week van te voren thuis alvast boekjes en verhaaltjes voor te lezen, die gaan over ‘op vakantie gaan’. Je kind weet dan beter wat hem/haar te wachten staat.
In de bibliotheek zijn er vaak veel boekjes voor alle leeftijden over dit onderwerp te vinden. Laat je kind ook zelf een paar spulletjes (zoals knuffels, pyjama) in het koffer doen.

TIP In de zomervakantie kun je zelfs GRATIS gebruik maken van de VakantieBieb. Op die manier kun je (online) boeken lezen voor kinderen en volwassenen. 

 

boek_ga_je_mee_op_reis(3) Maak een goede planning
Zorg dat je – als het even kan – ruim vóór bedtijd in je vakantiehuisje, camping, appartement of hotel bent. Dan ziet je kind waar hij gaat slapen en kan hij wennen aan zijn nieuwe slaapkamer. Laat je kind ook lekker rondlopen in jullie nieuwe ‘vakantievertrek’, zodat hij alles kan ontdekken.

 

boek_monkie.jpg(4) Bekend maakt bemind
Neem een aantal vertrouwde slaapspulletjes van thuis mee en laat je kind (evt. met jouw hulp) zijn ‘nieuwe’ slaapkamer inrichten: je kind kan al van jongs af aan zijn eigen pyjama en knuffels op bed leggen, hij kan zelfs helpen met de kleren in de kast te leggen etc. Ook kleine kinderen kunnen dat dus al heel goed doen samen met papa of mama.

 

boek_anna_gaat_slapen(5) Houd je vast aan jullie bedritueel
Als het bedtijd is, houd je zo veel mogelijk hetzelfde bedritueel aan als thuis. Handel dus ook op vakantie alle activiteiten, zoals naar de wc gaan,  tanden poetsen, pyjama aan doen, verhaaltje voorlezen etc., in dezelfde volgorde en op dezelfde manier af als thuis. Dat zorgt voor herkenning en vertrouwen bij je kind.

 

boek_pien_en_patrick_gaan_vliegen(6) Waar is mama / papa?
Als je kind slaapt, dan ben jij hoogstwaarschijnlijk niet op zijn kamer of bij zijn bed. Laat je kind daarom zien waar jij wél bent als hij slaapt. Geef ook duidelijk aan dat je gewoon in het huisje, de kamer of bij de caravan blijft. Zo weet je kind dat je niet helemaal weg bent als hij slaapt. Dat geeft je kind een veilig gevoel.

 

(7) Spreek af dat je weer terugkomt.
boek_slaap_kindje_slaapAls je kind gaat huilen zodra jij weg bent, spreek je af dat – zodra hij even rustig is en zonder te huilen in bed ligt – je hem een extra kusje komt geven (één kusje: niet meer, niet minder).
Wacht eerst even (10-30 sec.) vanaf het moment dat je kind niet meer huilt (of rustig is) en ga dan terug om dat ene kusje te geven. Houd je dus aan die afspraak, zodat je kind er echt op kan vertrouwen.
Ga daarna weer terug naar je kind, maar wel pas als je kind ietsje langer rustig bleef (bijv. één minuut). Bouw dat langzaam op en wacht dus steeds wat langer voordat je naar je kind teruggaat. Zodra je kind slaapt, hoef je natuurlijk niet meer terug te gaan.
Je kind krijgt op die manier het vertrouwen dat je in de buurt bent en dat je niet ineens verdwenen bent. Dit hele proces kan best even duren, zeker in het begin, maar uiteindelijk valt je kindje echt rustig in slaap.

TIP: Heb je pas een kindje gekregen? Dan kun je het boek ‘Slaap Kindje Slaap’ GRATIS aanvragen bij Lemniscaat (klik hier). 

 

Wil je graag reageren op dit artikel? Dat mag!
Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij als eerste Joyce’ waardevolle OpvoedTips ontvangen? 
Helemaal gratis en vrijblijvend. Klik dan hier.

Cadeau: Kort na je aanmelding van het e-zine ontvang je Joyce’ E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’ als cadeau. Dat is dus ook helemaal gratis en vrijblijvend. Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_c
Heb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 


K
lik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘10 basistips om je baby, kind of tiener lekker te laten slapen.
– ‘Slaap kindje slaap’ (over: Hoe een bedritueel je kind helpt om beter in slaap te laten vallen). Klik hier.
– Zo slaapt je kind wél bij zomerse temperaturen! [over: Makkelijker in slaap vallen als het warm is.]. Klik hier.
– ‘Uitslapen als je kinderen hebt…?’ – Zorg er in 3 stappen voor dat je kind langer slaapt. Klik hier.
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

Hoe overleef je een vliegvakantie met je kind…? | Een ontspannen vlucht in 5 stappen.

Family traveling by airplaneOk, ik geef het meteen toe: de titel van dit artikel is misschien een beetje vreemd. Om je maar meteen op het goede pad te zetten: dit is géén artikel, waarin ik je tips geef over hoe je een vliegtuigramp overleeft. Hoewel het vliegen met jonge kinderen soms best wel een ramp kan zijn… En op dat gebied heb ik zelf ook al best wat meegemaakt…

We hebben inmiddels nu zo’n 7x met onze kinderen gevlogen (binnen Europa). Tijdens twee van die vluchten kwam het voor dat één van onze kinderen plotseling moest overgeven en dat één heel lang heel hard krijste…

In het eerste geval zei ons slachtoffertje – na wat gekronkel op de stoel – ineens ‘ik kan niet hoesten’; twee tellen later zat ze onder… Dat bleek achteraf trouwens gewoon ‘wagenziekte’ te zijn. Door het dalen was ze misselijk geworden. Na het opruimen, verschonen en omkleden was er gelukkig niks meer aan de hand.

jongen_huilt_in_vliegtuigHet tweede incident bleek echter wat minder onschuldig; hij was al wat ziekjes voordat we vertrokken en dat bleek achteraf ook echt een griep te zijn, met bijbehorende neusverkoudheid, verstopte oortjes etc. Echt niet leuk! Vandaar ook dat het heel begrijpelijk was dat hij bij het dalen ontzettend moest huilen en krijsen. Begrijpelijk, maar geen pretje. Voor hem niet, voor ons als ouders niet en waarschijnlijk ook voor onze medepassagiers niet…

Toevallig waren m’n kinderen in beide situaties 2 jaar en dus echt nog jong. Ondanks onze voorbereiding vooraf wisten ze nog niet goed wat er in het vliegtuig / tijdens het vliegen allemaal gebeurde en konden ze ook nog niet goed vertellen wat er op dat moment met henzelf aan de hand was.

Toen ze wat ouder werden, werd dat gelukkig anders. Ze begrepen beter wat de bedoeling was én ze konden ons beter duidelijk maken wat er aan de hand was. Daardoor konden wij ook weer beter op hen inspelen.

Als ouder kan er tijdens dit soort gebeurtenissen van alles met je gebeuren. Van de ene kant wil je je kind natuurlijk helpen als het zich niet prettig voelt of als het ziek is. Maar van de andere kant voel je je misschien wel wat opgelaten; je wil je medepassagiers namelijk niet tot last zijn. Dat gevoel kan er voor zorgen dat jij niet op de manier reageert zoals je kind van jou gewend is, waardoor je kind zich nóg ongemakkelijker voelt en jullie elkaar versterken in jullie ongemak. Geen fijne situatie, maar gelukkig wel één die je met de juiste voorbereidingen goed kunt voorkomen.

⇒ Daarom onderstaande tips, die jou als ouder helpen om de vlucht met je kind zo prettig mogelijk te laten verlopen. 

 

1. Bereid Je Voor. 
Een goede voorbereiding is echt ontzettend belangrijk. Die begint natuurlijk al thuis: lees samen boekjes over op vakantie gaan met het vliegtuig, zodat je kind een indruk krijgt van wat er gaat gebeuren.

Hierbij enkele leestips: 
boek_pien_en_patrick_gaan_vliegen– ‘Op reis met het vliegtuig’ (Winters & Meirink; Willewete)
– ‘Pien en Patrick gaan vliegen (Albregts, Rood & Meirink)
– ‘Ga je mee op reis?’ (Kuiper & de Wolf)
– ‘Er was eens een vosje’ (Spee)
– ‘Kaatje in het vliegtuig’ (Slegers)
– ‘De piloot’ (Slegers)
– ‘Ontdek de wereld met Nijntje’ (Bruna; luisterboek)

Leg ook heel praktisch uit wat je van je kind verwacht. Geef aan wat er allemaal gebeurt op het vliegveld (voor vertrek), in het vliegtuig en nadat je geland bent. Al met al zijn dat heel veel stapjes die voor jou misschien heel logisch zijn, maar die je kind nog nooit of nog maar enkele keren heeft meegemaakt.

Neem natuurlijk ook wat speelgoed mee, zodat je kind wat te doen heeft tijdens de vlucht. Als je kind er oud genoeg voor is, kan hij thuis alvast zelf wat uitzoeken. Spreek vooraf af hoeveel je kind mee mag nemen.

TIP. Laat je kind zijn speelgoed in een (kinder)rugzak doen en zorg dat het allemaal niet te zwaar is. Je kind kan zijn rugzak tijdens het lopen op het vliegveld zelf op zijn rug houden. Je maakt je kind zo ook zelf verantwoordelijk voor zijn eigen spullen en hij voelt zich misschien zelfs een echte passagier. Hij kan dan namelijk ook zelf zijn rugzak op de band leggen, net zoals papa en mama dat met hún spullen doen. Natuurlijk help je je kind daar bij en let jij ook op dat hij er goed aan denkt.

Welk speelgoed kun je meenemen tijdens de vlucht?
– Kleurboeken en -potloden
– Autootjes (liefst aan één stuk, zodat er geen onderdelen kwijtraken) en/of een pop (evt. met 2 setjes kleren, zodat je kind kan wisselen met de kleertjes)
– Voorleesboeken
– Puzzel- / activiteitenboeken (denk dan ook aan een potlood, gum of pen).
– Spelletje (kaarten, kwartet, Uno etc.)

Wat is verder nog handig om mee te nemen (handbagage)? 
meisje_misselijk_in_vliegtuig– Een extra setje schone kleren voor het geval je kind gaat overgeven.
– Een slabber en theedoek. Als je ziet aankomen dat je kind zich niet lekker voelt of dat het gaat overgeven, dan kun je de doek over hem heen leggen en het op die manier enigszins opvangen.
– Een plastic zak om de vieze kleren, vieze slabber of doek in te doen.
– Papieren doekjes en/of billendoekjes om het ‘overgeefsel’ mee op te ruimen.

 


joyce_grijs_aanjou_1Vind je het lastig om je kind naar je te laten luisteren? Eet of slaapt je kind slecht? Of heb je misschien een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Neem dan contact met me op.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 

 

2. Boek handige plaatsen in het vliegtuig.
meisje_kijkt_uit_raam_vliegtuigIedereen wil natuurlijk het liefst zo veel mogelijk ruimte in het vliegtuig, helemaal als je met kinderen vliegt. Daarbij willen de meeste kinderen graag aan het raampje zitten. Voor oudere kinderen is dat ook best leuk; zo kunnen ze de wereld weer vanuit een heel ander perspectief zien. Zij begrijpen ook wel dat ze tijdens het vliegen heel hoog in de lucht zijn.

Jonge kinderen hebben daar echter nog geen idee van. Zij begrijpen nog niet goed wat ze zien. Als je kind tijdens het vliegen naar buiten kijkt, ziet hij een stralend blauwe lucht en daaronder witte wolken. Maar weet je kind echt wel wat het ziet? Waarschijnlijk niet; tenminste, het kan het zich echt nog maar heel moeilijk voorstellen. Daarom is dat aan het raampje zitten en naar buiten kijken voor jonge kinderen maar weinig (of hooguit kort) interessant.

Vandaar dat ik zou adviseren om een jong kindje tussen jou en je partner in te laten zitten. Zo kan je kind niet alleen toch eens af en toe door het raampje naar buiten kijken, maar kunnen jullie ook allebei (evt. om de beurt) met je kind bezig zijn.

Als je meer kinderen hebt, dan is het het handigst om ‘om en om’ te gaan zitten, dus ‘kind – volwassene – kind – volwassene – kind’. Dan zit er min. één ouder naast een kind en kun je hem/haar ergens mee helpen als dat nodig is.

gezin_in_vliegtuigDaarbij heb je juist aan het gangpad de meeste plek en kun je je kind het gemakkelijkst laten bewegen zonder dat andere passagiers er veel last van hebben.

Maar goed, dit moet natuurlijk ook kúnnen. Als de stoelen in het vliegtuig al bezet zijn als jij gaat boeken, dan heb je nog maar weinig keus en moet je het doen met wat er over is.

TIP. Boek je vlucht zo vroeg mogelijk én check al enkele dagen voordat je gaat vliegen online in, zodat je zeker weet dat je de stoelen hebt die jij het fijnste vindt. 

 


3. Kauwen en slikken voorkomt oorpijn.

kind_neussprayZorg voor wat eten en drinken in je handbagage, zodat je kind wat kan eten en/of drinken tijdens het stijgen en dalen. Dat kan een boterham zijn, een tussendoortje of een flesje water (of misschien mag je kind nu ook een paar kauwsnoepjes, zoals Fruittella). Door het kauwen en slikken heeft je kind minder last van oorpijn.

TIP. Uiteraard mag je maar zeer beperkt water van thuis meenemen in het vliegtuig. Zorg daarom dat je een leeg flesje bij je hebt, dat je ná alle veiligheidscontroles met water kunt vullen. Dan heb je in het vliegtuig in ieder geval altijd wat te drinken bij de hand.

Is je kind vooraf aan jullie reis verkouden?
Als je kind verkouden is tijdens jullie vliegreis, gebruik dan vlak voor het boarden een neusspray (evt. de zoutoplossing), zodat de neus, oren en holtes niet onnodig verstopt zitten.

TIP. Let wel even op de hoeveelheid ‘vloeistof’, die je mee mag nemen in je handbagage. Koop een klein flesje neusspray, dat makkelijk in je handbagage (evt. in een speciaal plastic zakje) mee mag.

 


4. Wees realistisch. 

meisje_speelt_met_moeder_in_vliegtuigStel je er op in dat je tijdens de reis weinig tot niks voor jezelf kunt doen. Je (jonge) kind gaat zich namelijk niet ineens een uur aan een stuk zelf vermaken; dat is gewoon niet realistisch. Stel je er daarom op in dat jij je kind op een leuke manier gaat bezig houden.

Voor je kind is een korte vlucht van 1-2 uur al heel lang en hij heeft die afleiding gewoon nodig. Je mag trouwens best eens een paar keer samen heen en weer lopen door het vliegtuig (als er niet te veel turbulentie is), zodat je kind uit zijn stoel komt en wat beweging krijgt. Tijdens die wandeling heeft je kind vaak veel te zien en waarschijnlijk ook nog wat aanspraak hier en daar. Gezellig, toch?

 


joyce_rosegrijs_staand_c

Wil je graag een thema-avond over opvoeden bijwonen, bijv. over ‘leren luisteren’, ‘leren eten’ of ‘leren slapen’?
Kijk dan in Joyce’ online Agenda voor een workshop, lezing of OpvoedParty bij jouw in de buurt.

Wil je Joyce graag uitnodigen om een thema-avond over opvoeden te geven?
Kijk dan hier voor mogelijke thema’s en/of neem contact met haar op.


 


5. Blijf rustig & Verontschuldig je (niet)

Voor je (jonge) kind is vliegen en in een vliegtuig zitten waarschijnlijk iets nieuws: dit doet hij niet iedere dag. En hoewel het vliegen of vliegtuigen misschien ontzettend interessant vindt, hoeft het ‘in een vliegtuig zitten’ echt niet leuk voor hem te zijn.

Als je kind moet overgeven…
Dat is absoluut geen pretje, voor niemand, ook niet voor je kind. Het overkomt je kind; hij doet het echt niet expres. Stel je kind dan gerust, verschoon het zodra dat veilig kan en geef het een dikke knuffel. Geef er daarna niet meer te veel aandacht aan om te voorkómen dat je kind het vliegen te veel met het overgeven gaat associëren; dat werkt alleen maar angsten in de hand die niet nodig zijn en die je daardoor kunt voorkomen.

Als je kind hard gaat huilen…
baby_huilt_in_vliegtuigAls je kind ‘uit het niets’ gaat huilen, krijsen of schreeuwen, dan is dat een teken dat er iets aan de hand is. Misschien heeft je kind wel last van zijn oren of voelt het zich niet lekker. Vooral bij jonge kinderen blijft dat toch altijd een beetje giswerk, zeker in situaties die voor je kind nieuw zijn.
Blijf ook dan rustig en probeer je kind te troosten. Zie dit gedrag niet als een schreeuw om aandacht of als vervelend gedrag, maar als een teken van ‘ik voel me niet prettig’. Je kind heeft jou nu nodig om hem te troosten of gerust te stellen.
Je hoeft je voor dit gedrag trouwens niet te verontschuldigen bij je medepassagiers. Je hebt hier namelijk te maken met een jong kind dat zich niet prettig voelt en dat niet precies weet wat er aan de hand is. Dat is heel normaal en helemaal niks om je voor te schamen of om je voor te verontschuldigen.

TIP: Uiteraard mag je hier als ouders ook afwisselen, zodat deze lastige situatie niet alleen op één ouder neer komt. Het kan echt behoorlijk heftig zijn! Verdeel dit dus, zodat de een even bij kan komen en het later weer met frisse moed kan overnemen.


Wanneer je je wel kunt verontschuldigen…

NuisanceUiteraard verontschuldig je je wel voor je kind als je kind iets (per ongeluk of met opzet) verkeerd doet of iets doet waar een andere passagier last van heeft (bijv. herhaaldelijk tegen de stoel aan duwen), als je kind ‘gewoon’ vervelend doet (bijv. hard schreeuwen zonder aanleiding), als het niet naar je luistert of als het andere passagiers lastig valt. Dat kan namelijk nooit de bedoeling zijn!

 

 


tip_gezinWil jij ook als eerste Joyce’ waardevolle OpvoedTips ontvangen?
Helemaal GRATIS en vrijblijvend. Klik dan hier.

Cadeau: Kort na je aanmelding van het e-zine ontvang je Joyce’ E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’ als cadeau. Dat is dus ook helemaal gratis en vrijblijvend. Je leest er hier meer over.


 


Wil je graag reageren op dit artikel? Dat mag!

Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

Heb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?
Neem dan contact met me op.

joyce_rosegrijs_staand_c

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

 

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle opvoedtips: 

– ‘Positief opvoeden: Start je opvoeding goed met deze 5 stappen.’ Klik hier.
– ‘Laat dat nou!’ (over: 5 opvoedvalkuilen waar we allemaal intrappen én waardoor opvoeden onbedoeld lastiger wordt). Klik hier.
– ‘Stop het gezeur, geruzie en gedoe op de achterbank – 4 handige tips voor onderweg’.
Klik hier.
– ‘Stranger Danger: Zou jouw kind met een vreemde meegaan? (5 tips om jou en je kind te helpen om met deze lastige situatie om te gaan)’. Klik hier.
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw


Ga (terug) naar de
website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

‘Mijn kind kan niet zonder zijn smart phone.’ – Hoe je het smart phone-gebruik van je kind in goede banen leidt.

logo_radio_l1_liveLuister hier naar de informatie en opvoedtips over hoe je als ouder om kunt gaan met het smart phone gebruik van je kind / puber, bijv. op vakantie, die ik gaf in het L1 Radioprogramma van Ruud & Kirsten.

Hieronder kun je nalezen wat er tijdens het gesprek aan bod kwam, inclusief EXTRA opvoedtips:
Ik vertelde o.a. dat het gebruik van smart phones niet meer uit deze tijd weg te denken is. Voor jongeren is het ontzettend belangrijk om contact te hebben met hun vrienden en leeftijdsgenoten (dat was voor het smart phone-tijdperk trouwens ook al zo!) en daar kunnen ze hun telefoon goed voor gebruiken. Het is voor jongeren nou eenmaal belangrijk om met vrienden te kunnen communiceren en om erbij te horen.

meisje_smartphone_vakantieJe kunt je als ouder tegen het gebruik van smart phones verzetten, maar dat werkt vaak alleen maar averechts. Je kunt uiteraard wel een open gesprek met je kind aangaan en bespreken wat je kind wel/niet mag. Behandel je kind dan als een ‘partner in crime’ en ga samen op zoek naar een oplossing.

Bespreek bijv. welke vakantiefoto’s je op Facebook of Instagram plaatst (mag dat wel of niet in zwembroek of bikini?), mag je tijdens je vakantie posten dat je in een superhotel slaapt (waardoor iedereen weet dat je op dat moment niet thuis bent…) en hoe ga je – los van de vakantie – om met opmerkingen over de kleding of het uiterlijk van andere kinderen / jongeren (denk dan bijv. aan cyberpesten en onbeschoft taalgebruik). Vooral bij de jongere social media-gebruikers is het belangrijk dat je regelmatig samen naar de vriendenlijst kijkt, zodat je weet wie de posts van je kind kan lezen. Helaas hebben niet alle social media-gebruikers de juiste intenties (denk maar aan kinderlokkers, loverboys ed.)…

meisje_kijkt_op_smartphoneIn zo’n gesprek met je kind is het belangrijk om een goede balans te vinden tussen vertrouwen geven en ‘willen controleren’. Benader je kind vanuit interesse, net zoals je ook samen over zijn/haar activiteiten ‘in real life’ praat. Probeer de wereld van je kind zo goed mogelijk te begrijpen.

Afspraken, die je met je kind kunt maken, zijn bijv. ´geen smart phones aan tafel / tijdens het eten’ en ‘geen smart phones na bedtijd’. Die afspraken werken natuurlijk alleen als ze voor het hele gezin gelden, dus ook voor papa & mama. Je hebt in dezen echt een voorbeeldfunctie.

KORTOM: verbied het gebruik van smart phones (en social media) NIET, maar ga het gesprek aan en bepaal samen welke grenzen jouw gezin nodig heeft. Zorg dat jij als ouder ook een Facebook-, Twitter-, Instagram- en YouTube-account (etc) hebt, zodat je nóg beter weet wat je ermee kunt en welke gevaren of voor- en nadelen er aan zitten.

Wil je meer weten over dit onderwerp? Lees dan ook (één van) de volgende artikelen:
‘Hoe voed je je kind op met de nieuwe media? 10 praktische tips én meer!’
‘Beeldschermgebruik door kinderen (of: Hoe voorkom je dat een beeldscherm je nieuwe oppas wordt?)’
social_kids_slegers
Een interessant boek voor verdere verdieping over dit thema is ‘Social kids – Je kind op social media’ van Marlies Slegers. Misschien zelfs leuk om mee op vakantie te nemen!

Veel succes met deze tips en alvast een fijne vakantie!

Mvg, Joyce Akse
www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2015. Joyce Akse/Akse Coaching, alle rechten voorbehouden. Geschreven door Joyce Akse van Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies.

logo_radio_l1_liveKlik hier om het L1 Radio-interview te beluisteren.

 

cropped-logo_akse_coaching_groot_nieuw.pngGa (terug) naar de website van  ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Hoe voed je je kind op met de nieuwe media? 10 praktische tips én meer!

tablet_gezinTijdens de Week van de MediaWijsheid en Media Ukkie Dagen geef ik alle ouders, die me op Facebook volgen, doorgaans een aantal extra tips over de mediaopvoeding van kinderen. Hieronder vind je deze andere tips netjes bij elkaar op een rij, zodat je er meteen mee aan de slag kunt.


Voor wie zijn deze tips bedoeld?
De tips zijn bedoeld voor ouders, die graag meer willen weten over het omgaan met de nieuwe media en apparaten (door hun kinderen) en/of ouders die zich wel eens zorgen maken over het mediagebruik van hun kind(eren).
Deze tips zijn geschikt voor ouders van jonge en oudere kinderen, zelfs ouders van pubers.


Waarom heb ik tips over mediaopvoeding voor je op een rijtje gezet?
(1) Omdat de nieuwe media en apparaten (ipad, smart phones, laptops etc.) niet meer weg te denken zijn uit onze maatschappij,
(2) Omdat onze kinderen niet beter weten dan dat die nieuwe media en apparaten er gewoon bij horen,
(3) Omdat ouders het vaak nog knap lastig vinden om het mediagebruik van hun kind(eren) in goede banen te leiden.

quickscanHoe zit het op dit moment eigenlijk met jouw mediaopvoeding?
Voordat je aan de slag gaat met de tips, die hieronder staan, is het misschien goed om eens te checken of je op dit moment al op de goede weg zit wat betreft de mediaopvoeding van jouw kind(eren). Je kunt daarvoor alvast deze ‘quickscan’ doen.
Kom na het invullen van de quickscan weer terug naar deze tips en lees dan gauw verder. Als je wil, mag je de uitkomst van jouw quickscan onder dit bericht plaatsen.

Dan volgen nu 10 tips, waarmee jij er voor kunt zorgen dat je kind op een goede manier met de nieuwe media omgaat. Helemaal onderaan vind je links naar filmpjes met aanvullende tips over mediaopvoeding.

 

Tip 1: Ontdek samen met je kind wat alle nieuwe media te bieden hebben.
tablet_moederdochterSpeel eerst het spelletje of de app eens zelf, zodat je weet wat je kind allemaal kan tegenkomen en kan zien en welke opdrachten er gevraagd worden. Probeer te achterhalen welke apps, spelletjes of programma’s er allemaal zijn voor jonge kinderen en dan natuurlijk ook welke geschikt zijn voor een bepaalde leeftijd en welke (nog) niet.
Laat je kind dus niet altijd maar alleen op je iPad, smart phone of laptop een spelletje spelen, maar weet wat je kind doet en kijkt én doe/kijk mee! Kinderen leren het meest door dingen samen met hun ouders/opvoeders te doen.  
En bedenk dat meekijken of meespelen niet persé ter controle is, maar benader je kind vooral ook uit interesse. Je wil toch ook graag weten wat je kind ‘in real life’ gedaan heeft…? 😉

 

Tip 2: Lees samen leuke boekjes over de nieuwe media
boekje_mijn_computer_is_leukHet is altijd leuk om met je kind te lezen over onderwerpen, die je kind interessant vindt en die hem boeien. Zo zijn er ook leuke boekjes over de nieuwe media, bijv. het boekje ‘Mijn computer is leuk’. Dit voorleesboekje biedt op een speelse manier mediaopvoedondersteuning aan ouders met jonge kinderen (2,5 – 6 jaar). Tijdens het voorlezen van ‘Mijn computer is leuk’ kom je als ouder met je kind aan de praat over o.a. spelletjes en skypen, reclame, op tijd stoppen met de computer en lekker buiten spelen. Het boekje ‘Mijn computer is leuk!’ kun je hier gratis downloaden.
Wil je meer weten over samen (voor)lezen? Klik dan hier.

 


joyce_grijs_aanjou_1
Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed slaapt, luistert of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?

Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 

Tip 3: Leg de link tussen de media en de werkelijke wereld.
Speel na wat je in media hebt gezien of gedaan en maak daardoor de ervaring voor je kind levensecht.

 

Tip 4: Wees kritisch op wat je je kind voorzet.
Kies voor kwaliteit en let erop dat het aanbod past bij de interesse van je kind. Probeer als het kan eerst een gratis versie, voor je de volledige versie van een app aanschaft. Maak ook eens gebruik van de beoordelingen op sites als http://www.bibliotheek.nl/app en http://www.digidreumes.nl. Alle apps op deze sites zijn volgens onafhankelijke criteria door kenners beoordeeld.

 

Tip 5: Hoeveel beeldschermtijd mogen kinderen eigenlijk hebben?
tv_kijken_jongenVaak vragen ouders zich af hoeveel beeldschermtijd goed of slecht is voor hun kind. Onder ‘beeldschermtijd’ valt alles wat via een beeldscherm gaat, dus computeren, spelen op de tablet én tv-kijken. Hoe lang mag een peuter of kleuter op de tablet? Mag een baby tv-kijken?
Hier zijn in Nederland geen officiële richtlijnen voor. In veel gevallen is het maken van afspraken een kwestie van gezond verstand.
Wel zijn er adviezen, bijvoorbeeld van Mijn Kind Online (onderdeel van Stichting Kennisnet) en de American Academy of Pediatrics:

– tot 2 jaar: 5 minuten per dag samen tv-kijken en een paar keer per week samen surfen;
– 2 – 4 jaar: 5 à 10 minuten per keer, tot maximaal 30 minuten per dag;
– 4 – 6 jaar: 10 à 15 minuten per keer, tot maximaal 1 uur per dag;
– 6 – 8 jaar: maximaal 1 uur per dag, verdeeld over periodes van maximaal 30 minuten;
– 8 – 10 jaar: maximaal 1 à 1½ uur beeldschermtijd per dag;
– 10 – 12 jaar: maximaal 2 uur beeldschermtijd per dag;
– 12 jaar en ouder: maximaal 3 uur beeldschermtijd per dag.
Je leest hier meer over deze leeftijdsindeling.

 

Tip 6: Weet welke media geschikt zijn voor jouw kind.
Kies de media, die inhoudelijk passen bij de leeftijd, ontwikkeling en leefwereld van je kind. Iedere leeftijdsfase heeft zijn eigen kenmerken; laat tv-programma’s, apps, games of websites daarop aansluiten. Zorg er dus voor dat je als ouder goed geïnformeerd bent, bijv. via websites als mijnkindonline.nl, mybee.nl, mediasmarties.nl en mediaopvoeding.nl.
Hier vind je een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingskenmerken van kinderen van 0 t/m 3 jaar.
Hier vind je een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingskenmerken van kinderen van 4 t/m 6 jaar. 

 


joyce_rosegrijs_staand_c

Wil je graag een thema-avond over opvoeden bijwonen?
Kijk dan in Joyce’ online Agenda voor een workshop, lezing of OpvoedParty bij jouw in de buurt.

Wil je Joyce graag uitnodigen om een thema-avond over opvoeden te geven?
Kijk dan hier voor mogelijke thema’s en/of neem contact met haar op.


 

Tip 7: Zorg voor voldoende afwisseling in wat je kind doet.
moeder_speelt_kinderenOver de vraag of jonge kinderen wel met een beeldscherm moeten opgroeien, zijn de meningen verdeeld. De ene deskundige spreekt van ‘digitale dementie’ als kleintjes alleen maar tweedimensionaal spelen op een computer; de ander vindt juist dat kinderen in een gedigitaliseerde samenleving als de onze al op jonge leeftijd vertrouwd moeten worden gemaakt met een beeldscherm.
Zeker is dat begrenzing in alle gevallen een goed idee is. Spelen op een beeldscherm of een programma op tv kijken is een leuk tijdverdrijf, maar dan wel náást alle andere leuke dingen die een kind kan doen. En niet te vaak of te lang. Beschouw het als een extraatje, naast buiten spelen, knutselen en een spannend boek (voor)lezen.
Als ouder heb je in die begrenzing een belangrijke rol. Je kind kan soms al flink bedelen om op de computer of tablet te mogen. Vertel je kind duidelijk hoe lang het achter de computer mag en welke sites of apps het wel en niet mag aanklikken. Door mediagedrag van jongs af aan bespreekbaar en beheersbaar te maken, leg je de basis voor een gezonde mediarelatie met je kind.

 

Tip 8: Geef zelf het goede voorbeeld.
moeder_belt_laptop_kind_eet_knoeitGeef zelf het goede voorbeeld. Houd je telefoon niet bij je als je bijv. samen met je gezin aan tafel zit om te eten. Je kunt met elkaar afspreken dat iedereen z’n telefoon tijdens het eten op ‘stil’ zet en op een plek ‘uit het zicht’ legt. Het is belangrijk dat niet alleen de kinderen, maar ook ouders zich aan die afspraak houden. Op die manier heb je tijdens het eten veel meer aandacht voor elkaar en voor het eten. Kinderen kopiëren het gedrag van hun ouders. Media zijn leuk, maar laat zien dat er meer is.

 

Tip 9: Hoe leer ik mijn kind om op tijd te stoppen met het spelen van spelletjes via de media?
Wees duidelijk en maak afspraken. Houd je kind aan die afspraken.
Het is goed om als ouder ook de tijd in de gaten te houden en 5 minuten voordat de tijd om is, je kind er aan te herinneren dat hij nog 5 minuten heeft en dan moet stoppen. Zeg dat niet vanuit een andere kamer, maar loop naar je kind toe en raak ‘m even aan. De kans is dan groter dat je kind daadwerkelijk hoort wat je zegt. Dit kun je 1 minuut voordat de tijd om is nogmaals kort herhalen. Je kind kan zich nu goed voorbereiden op het stoppen van het spelen en heeft dus geen extra tijd meer nodig om het spelletje ‘nog even’ af te maken. Als de tijd om is, laat je je kind het apparaat zelf wegleggen. Lukt dat niet, dan kun jij dat als ouder voor je kind doen.
Help je kind om zijn gedrag te begrenzen: leg geen tablet op de keukentafel, die kinderen vrij kunnen pakken en/of installeer (tijdelijk) een tijdslot. Leg uit dat er ook veel andere leuke dingen zijn die hij kan doen en wees consequent; ook als het jou wel even goed uitkomt als hij een spelletje op je smart phone of tablet speelt.

 

Tip 10: Hoe zorg ik ervoor dat m’n kind ook andere activiteiten heeft dan alleen maar online spelletjes spelen?
ipad_jongensVijf handige tips om je kind te helpen niet te veel gebruik te maken van de nieuwe media:
(1) Zorg ervoor dat ander speelgoed of materiaal, waar je kind graag mee speelt of graag mee bezig is, direct beschikbaar is. Het makkelijkst is als het kind het ziet èn zelf kan pakken.
(2) Leg alle smart phones, tablets, laptops etc. uit het zicht van je kind.
(3) Maak duidelijke afspraken over het gebruik van alle apparaten.
(4) Maak deze afspraken op een rustig moment, dus op een moment dat er geen conflict is.
(5) Deze afspraken houden het volgende in…’
Deze tips heb ik uitgebreider beschreven in het artikel ‘Beeldschermgebruik door kinderen (of: Hoe voorkom je dat een beeldscherm je nieuwe oppas wordt?)’. 

 

ntr_academie_cursus_mediaopvoedingVia internet kun je de 10-stappencursus ‘Mediaopvoeding’ van de NTR volgen. Hieronder vind je alle links naar de 10 lessen, zodat je met de les kunt beginnen die jou het meest aanspreekt. Elke les duurt slechts enkele minuten; je hebt deze cursus dus vrij snel helemaal doorlopen. Misschien goed om te weten dat de onderwerpen, die tijdens deze cursus aan bod komen, vooral bedoeld zijn voor oudere kinderen, pubers en jongeren en (nog) niet zo zeer van toepassing zijn op jonge kinderen.

  1. Inzicht in mediagebruik: Weet wat je kind allemaal doet op internet’.
  2. Afspraken maken: Hoe lang mag er gespeeld worden en welke regels gelden er?’.
  3. Social media: Waar moet je op letten als je iets op Facebook zet?’.
  4. Chatten: Hoe zorg je dat het leuk blijft en veilig?’.
  5. Games: Leuk, maar stel een tijdlimiet en bied alternatieven’.
  6. Cyberpesten: Van uitschelden op Whatsapp tot dreigtweets en haatcampagnes’.
  7. Kansen: Een bron van informatie en mogelijkheid om zelf iets te maken’.
  8. Internet en seks: Praat erover en wees alert’.
  9. Verslaving: Hoe houd je het mediagebruik van je kind binnen de perken?’.
  10. 10 tips: de belangrijkste adviezen uit de cursus op een rijtje’.

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij ook Joyce’ nieuwste OpvoedTips lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

Joyce heeft voor dit artikel de volgende referenties en/of websites gebruikt:

11 tips om samen (voor)lezen nóg leuker te maken.

voorlezen_vader_dochtersTijdens een van de vorige edities van de Nationale Voorleesdagen heb ik dagelijks een handige voorleestip gestuurd naar alle Facebookfans van Akse Coaching. Allerlei handige tips, die je meteen thuis kon toepassen.

Waarom eigenlijk deze tips? Nou eigenlijk om 2 belangrijke redenen:
(1) zodat je als ouder zelf de ontwikkeling van je kind kunt stimuleren en
(2) zodat je het samen (voor)lezen met je kind nóg leuker kunt maken.
Die 11 handige tips heb ik in dit artikel nog eens kort voor je op een rijtje gezet.


BOEK_magie_vh_voorlezen_StgLezen_vanderPennen_Backx_1999‘Voorlezen is niet alleen leuk en leerzaam, het zal voor veel kinderen ook (onbewust) een gevoel van warmte en knusheid oproepen. Lekker onder de wol, samen op de bank, gezellig op schoot, daar genieten kinderen van. Even staan ze in het middelpunt van de aandacht. Het geeft een vertrouwd en veilig gevoel. Wat er wordt voorgelezen, is eigenlijk niet eens het belangrijkste. Het gaat vooral om de intieme, gezellige sfeer, het gevoel van geborgenheid.’
(uit: Van der Pennen, W., & Backx, P. (1999). De magie van het voorlezen. Stichting Lezen.)



In dit artikel geef ik je dus maar liefst 11 handige voorleestips.
Bij sommige tips staat enige uitleg, bij andere tips zie je een link waarmee je een kort filmpje bekijken. Helemaal onderaan dit artikel vind je nog 2 andere artikelen, die ik schreef over voorlezen: in het ene artikel lees je waarom samen (voor)lezen de ontwikkeling van je kind stimuleert (en welke voordelen het precies heeft, voor je kind én voor jou) en in het andere artikel geef ik je 5 basale én eenvoudige tips om het voorlezen met je kind nóg leuker te maken.

Ik hoop van harte dat je na het lezen van deze tips op een leuke manier aan de slag kunt met het samen (voor)lezen aan je zoon of dochter. Zet onderaan dit artikel wat je van de tips vond. Ik wens je alvast veel (voor)leesplezier!

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse


jongen_bril_stropdas_leest_boekVoorleestip 1: ‘Kies een boek dat past bij de ontwikkeling en belangstelling van je kind.’
Bij lezen (voorlezen, samen lezen of zelfstandig lezen) gaat het er vooral om dat je kind het leuk vindt om te doen. Laat je kind dus zelf een aantal boeken uitzoeken; die passen namelijk per definitie bij z’n interesse. Zoek als ouder ook zelf een aantal boeken uit voor je kind. Thuis mogen uiteraard alle boeken aan bod komen en dan merkt je kind vanzelf wel of het boek dat hij zelf had uitgekozen bij hem past.
Het is overigens ook niet erg om een boek te lezen dat te moeilijk of juist te gemakkelijk is voor je kind of om een boek vaker te herhalen. Als je kind het boek leuk of interessant vindt en daardoor dat boek regelmatig pakt om (samen) te lezen, dan is dàt natuurlijk waar het om gaat: je kind leest!

VoorleesTip 2: ‘Lees rustig en duidelijk de tekst voor.’
Maak daarbij gebruik van de mogelijkheden van je stem, maar het is niet nodig om er toneelstukjes van te maken.

vrouw_verstopt_achter_boekVoorleesTip 3: ‘Let op hoe je het boek vasthoudt. Laat je gezicht er niet achter verdwijnen.’

Kijk dit filmpje over hoe je je kind bij het voorlezen kunt betrekken.

VoorleesTip 4: ‘Lees het boek zelf eerst een keer (gedeeltelijk) door en vertel vooraf kort iets over de inhoud van het verhaal.’

Wil je meer weten over hoe je het voorlezen van een boek kunt voorbereiden? Kijk dan dit korte filmpje.

voorlezen_moeder_aan_zoonVoorleesTip 5: ‘Vlak voor het slapengaan is een goed moment om voor te lezen.’
Als je je baby (6-12 mndn) voorleest vlak voordat hij gaat slapen, dan onthoudt hij de informatie uit het boek beter. Lees er meer over in dit artikel.

VoorleesTip 6: ‘Laat kinderen als ze uit school komen even bijkomen door een boek voor te lezen.’
‘Oudere kinderen, die ’s middags moe van school komen, kunnen door een kwartiertje voorlezen tot zichzelf komen. De verleiding is vaak groot om een kind, dat zichzelf in de weg zit en niet tot spelen komt, naar een filmpje of de tv te laten kijken. Op zich geen groot bezwaar, maar is het niet veel leuker om even samen te lezen? Knus op schoot of lekker op de bank tegen pappa of mamma aan.’

voorlezen_moeder_baby2VoorleesTip 7: ‘Begin zo vroeg mogelijk met voorlezen. Wacht dus niet totdat je kind naar school gaat.’
‘Jonge kinderen, die thuis voorgelezen worden, hebben een betere start in groep 1; sterker nog, die voorsprong behouden ze de rest van de basisschool. De effecten duren zelfs nog langer: als volwassene hebben ze namelijk vaker een hoger onderwijsniveau dan kinderen die vroeger niet zijn voorgelezen.’

Wil je weten hoe je de taalontwikkeling van je kind tijdens het voorlezen actief kunt stimuleren? Kijk dan dit korte filmpje.

VoorleesTip 8: ‘Neem altijd een voorleesboek(je) mee.’
‘Zorg dat je altijd een voorleesboek(je) bij je hebt; je kunt namelijk overal voorlezen. Bijv. onderweg, in de trein en in de auto. Je kunt ook de wachttijd ‘inkorten’ in de wachtkamer van de dokter, op het consultatiebureau of bij de kapper.’

voorlezen_vader_dochter_lachendVoorleesTip 9: ‘Voorlezen is een cadeautje’
‘Gebruik voorlezen liever niet als straf, maar juist als ‘beloning’. Zeg dus liever niet ‘omdat je niet naar me luisterde, lees ik je vandaag niet meer voor’, maar zeg juist ‘omdat je me zo goed geholpen hebt, wil ik je graag een verhaaltje voorlezen. Kom maar mee.’

VoorleesTip 10: ‘Voorlezen ondersteunt je kind in z’n sociaal-emotionele ontwikkeling.’
‘Kinderen kunnen ineens heel erg bang voor iets zijn, zonder dat je als ouder goed begrijpt waarom. Ze hebben dan iets gezien, gehoord of meegemaakt, waar ze nog niet goed van weten hoe ze daarmee om moeten gaan. Door verhalen voor te lezen, die gaan over angstgevoelens, gevoelens van onzekerheid of jaloezie, kunnen kinderen hun eigen gevoelens leren herkennen en verwerken. Ze kunnen je langzaam maar zeker ook steeds beter vertellen wat er aan de hand is. Met behulp van een boek kun je je kind voorbereiden op allerlei emotionele gebeurtenissen, zoals bang zijn, zindelijk worden, gaan logeren of het krijgen van een broertje of zusje.’

Wil je weten hoe je samen met je kind over een boek kunt napraten? Kijk dan dit korte filmpje.

VoorleesTip 11: ‘Stop op tijd, maar ook weer niet te vroeg.’
Wanneer je merkt dat aandacht van je kind verslapt, stop dan met voorlezen. Kies een ander moment of pak een ander boek.


voorlezen_moeder_aan_kindNog meer over tips:
– Ik heb eerder reeds twee artikelen geschreven over samen (voor)lezen:
* Artikel 1: ‘Ja, ik wil … voorlezen! – Waarom samen (voor)lezen de ontwikkeling van je kind stimuleert’
* Artikel 2: ‘Nog een keer lezen, nog een keer – 5 eenvoudige tips om samen (voor)lezen met je kind nóg leuker te maken.’

Naast voorleestips stuur ik maandelijks praktische opvoedtips rond, helemaal GRATIS én vrijblijvend. Wil jij die graag ontvangen? Meld je dan nu aan voor m’n e-zine, boordevol opvoedtips. Dat kan heel gemakkelijk via mijn website. Als je je er nu voor aanmeldt, ontvang je er ook nog eens m’n GRATIS Mini E-boek ‘5×5 OpvoedTips – Nóg meer genieten van opvoeden’ bij, ook GRATIS én vrijblijvend.

logo_akse_coaching_klein_nieuwGa nu (terug) naar de website van Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies.

© 2015. Joyce Akse/Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.
Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

‘Nog een keer lezen, nog een keer’- 5 eenvoudige tips om samen (voor)lezen met je kind nóg leuker te maken.

voorlezen_mama_kindHoewel je waarschijnlijk wel weet dat voorlezen erg belangrijk is voor de ontwikkeling van je kind (lees ook dit artikel), is samen (voor)lezen ook een uitgelezen kans om de band met je kind te versterken. Toch hebben sommige ouders moeite met voorlezen, omdat ze bijvoorbeeld denken dat voorlezen aan jongere kinderen geen zin heeft omdat ze toch nog niet alles van het verhaal begrijpen of dat voorlezen juist erg moeilijk is: je moet allemaal stemmetjes gebruiken en bijna toneel gaan spelen, wil je kind voorlezen leuk vinden. Gelukkig zijn beide gedachtes niet waar. Jonge kinderen begrijpen vaak meer van een verhaal dan we denken, ook al kennen ze nog niet alle woorden die in het verhaal voorkomen. Sterker nog, daar leren ze juist van. Daarnaast is het helemaal niet nodig om toneel te gaan spelen of allemaal stemmetjes te gaan gebruiken om het verhaal of het boek aantrekkelijk te maken voor je kind. Lekker samen op de bank gaan zitten en dan rustig voorlezen is vaak al voldoende. Als je dit een paar keer doet, merk je al gauw dat je kind enorm geniet van samen (voor)lezen.

Hieronder vind je 5 basale en eenvoudige voorleestips, die je thuis tijdens het voorlezen kunt inzetten om het samen (voor)lezen nóg leuker te maken.

 


facebook_f2Naast de tips uit dit artikel heb ik alle volgers van Joyce Akse Opvoedcoachop Facebook tijdens de Nationale Voorleesdagen 2015 iedere dag een handige voorleestip gegeven. Deze tips vind je hier allemaal op een rij.


 


Voorleestip 1: Nog een keer!

voorlezen_moeder_aan_kindMaak van jullie voorleesmoment een vaste gewoonte. Kies daarvoor de tijd die voor jou én je kind goed uitkomt, bijvoorbeeld ’s middags samen op de bank of voor het slapen gaan.
Houd er rekening mee dat je kind minder graag zal lezen als net z’n favoriete tv-programma er op is. Kies dus een moment dat ook voor je kind goed uitkomt.

Vooral bij jonge kinderen is het goed om van het voorlezen een vast ritueel te maken; dat doe je door het voorlezen steeds op dezelfde manier te beginnen. Je kind weet dan wat er gaat komen.
Je merkt al gauw dat je kind voorkeuren zal ontwikkelen voor bepaalde boeken en wil die dan graag vaak lezen; nog een keer en nog een keer… Hoewel je er als ouder af en toe misschien wel een beetje gek van wordt…, is het voor je kind juist fijn om steeds dat ene spannende of grappige boek te lezen. Dat biedt je kind namelijk houvast, veiligheid en herkenning. Iedere keer als jullie het boek samen lezen, hoort, ziet, ontdekt en begrijpt je kind weer iets nieuws uit het boek.

Voorleestip 2: Vast moment op de dag

voorlezen_moeder_aan_zoonDoor de dag zijn er altijd wel momenten waarop je samen kunt lezen. Voor het slapengaan is in veel gezinnen een vast moment om samen te lezen. Daarnaast kun je natuurlijk andere momenten inlassen om samen te lezen, zoals na het eten. Je kunt het voorlezen ook gebruiken als rustmoment, bijvoorbeeld als je kind erg actief is geweest of veel indrukken heeft opgedaan. Ook als je kind wat extra aandacht nodig heeft, bijv. als het hangerig of ziek is, kan samen lezen erg fijn zijn.

Voorleestip 3: In alle rust

Ga samen op een rustige plek zitten. Zet de radio, televisie, telefoon en andere apparaten uit, want die leiden jou en je kind alleen maar af. Zorg ervoor dat jullie allebei prettig zitten.

Voorleestip 4: Interactie tijdens het lezen

voorlezen_moeder_aan_dochterGeef je kind tijdens het voorlezen de ruimte om te reageren op wat je voorleest. Las af en toe een pauze in en kijk daarbij naar je kind of kijk je kind tussendoor even aan (afhankelijk van hoe je zit). Laat je kind vragen stellen over het boek of het verhaal en ga er op in. Geef je kind dus ook gelegenheid om iets te zeggen tijdens het voorlezen. Het gaat er (vooral bij jonge kinderen) om dat het praat, dus alle opmerkingen over het verhaal zijn goed.

Verder is het goed om – als het boek uit is – nog even na te praten over het verhaal. Dat hoeft geen overhoring te zijn om te checken of je kind wel goed heeft opgelet ;-), maar laat je kind eens vertellen wat er zou gebeuren als het verhaal toch nog verder ging of laat je kind het verhaal navertellen aan een broertje, zusje, opa of oma.
Voor oudere kinderen, die zelf al goed kunnen lezen (en die moeilijk te vermurwen zijn om samen te lezen), is het belangrijk om interesse te tonen in de boeken die ze lezen. Ook dat heeft namelijk een positief effect op de leesmotivatie van het kind.

Voorleestip 5: Het goede voorbeeld geven

moeder_leest_boek_kind_huiswerkLast but not least: het is goed als kinderen hun ouders zien lezen én dat er boeken, kranten en tijdschriften in huis zijn. Hierdoor leert het kind dat het lezen van boeken een vanzelfsprekende dagbesteding is. Het is dus belangrijk om je kind te laten zien dat je leest door regelmatig een boek, tijdschrift of krant te lezen als je kind in de buurt is.

Maak met je kind goede afspraken over jouw eigen leesmoment. Bijvoorbeeld: jij gaat een kwartier in je boek lezen en in die tijd gaat je kind zelf spelen. Als het kwartier afgelopen is, leg je je boek weg en ga jij met je kind meespelen. In het begin zal je kind je in die tijd best nog wel eens storen door je iets te vragen of door iets te zeggen waar hij/zij een reactie op verwacht. Leg dan nog één keer duidelijk uit wat de bedoeling is. Als je zelf regelmatig een boek leest waar je kind bij is en je je zelf én je kind aan de afspraak houdt, dan zul je steeds minder gestoord worden en weet je kind steeds beter wat de afspraak is. Je hebt dan door de dag even de kans om weg te duiken in je boek, je hebt dan even een momentje voor jezelf en je kind wordt erna ‘beloond’ met samen spelen (of samen lezen?) met pappa of mamma. Heerlijk toch!

TIP: Lees ook dit artikel over welke voordelen samen (voor)lezen heeft voor de ontwikkeling van je kind en hoe het de ontwikkeling stimuleert.

Veel (voor)leesplezier!

facebook_f2Wil je graag meer tips krijgen over voorlezen? Klik dan hier.
Ga ook eens naar de Facebookpagina van Akse Coaching en LIKE de pagina. Ik geef daar regelmatig GRATIS tips over opvoeden, ouderschap en kinderen en vul die tips aan nog extra aan tijdens themaweken, zoals o.a. de Nationale Voorleesdagen.


Heb je het gevoel dat je ondanks deze tips nog steeds niet op een prettige manier kunt voorlezen of je kind kunt stimuleren om samen te lezen? Of vind je het lastig om met deze adviezen aan de slag te gaan? Neem dan contact met me op (joyce@aksecoaching.nl), zodat ik er voor kan zorgen dat ook jij op een fijne manier samen met je kind kunt voorlezen, waardoor ook jij de ontwikkeling van je kind nóg meer kunt stimuleren.

En dan nu jouw reactie en ideeën: hoe vaak lees jij voor aan je kind? En wanneer doe je dat? Vind je kind (voor)lezen leuk? En wat vind jij er zelf van? Hoe reageert je kind tijdens het voorlezen? En met welke van de bovenstaande tips wil je het liefst direct aan de slag? Zet jouw reactie hieronder.

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga nu (terug) naar de website van Akse Coaching.

Voor dit artikel heeft Joyce de volgende referenties gebruikt:
– Stichting Lezen. (2014). Ouders betrekken bij het lezen. Over het hoe en waarom van het betrekken van ouders bij de leesopvoeding thuis. Stichting Lezen, Amsterdam.
– Van der Pennen, W., & Backx, P. (1999). De magie van het voorlezen. Stichting Lezen.
– Website van Boekstart over ‘Voorleestips’ (link).
– Website van de Nationale Voorleesdagen 2015 (link).