10 basistips om je kind of tiener beter naar je te laten luisteren

Alle kinderen luisteren wel eens niet naar hun ouders. Dat hoort erbij. Er kunnen allerlei redenen zijn waarom je kind niet naar je luistert. Je kind is bijvoorbeeld zo druk aan het spelen, zit helemaal in een game of gaat zo op in zijn boek dat hij je echt niet hoort. Hij heeft dan helemaal niet door dat je tegen hem praat. En dat is ook heel begrijpelijk. Sterker nog, het is eigenlijk helemaal niet zo erg, want je kunt je goed voorstellen dat je kind in zo’n situatie niet naar je luistert. Je kind doet het niet expres.

Het wordt pas vervelend als je het idee hebt dat je kind wél expres niet naar je luistert of als het niet luisteren te vaak gebeurt. Dan kan de frustratie bij jou als ouder langzaam maar zeker gaan oplopen. Uiteraard zou je heel graag zien dat je kind wél naar je luistert, zonder dat jij eerst gefrustreerd raakt, zonder dat jij je stem moet gaan verheffen of zonder dat jij moet gaan dreigen met allerlei consequenties of straffen. En dat kan!

⇒ In dit artikel geef ik je 10 basistips, die er samen voor gaan zorgen dat je kind beter naar je luistert. Het zijn misschien niet altijd de meest voordehand liggende tips, maar m.i. horen ze er wel allemaal bij. Hier komen ze:

 

1. Zorg voor duidelijke afspraken in huis. Family Sitting On Sofa In Lounge Next To Open Fire Eating Pizza
Duidelijkheid is een ontzettend belangrijk onderdeel van opvoeden. Kinderen vinden dat zo fijn. Uiteraard vinden ze dat niet bewust fijn, maar we weten uit onderzoek dat er wel bij varen als ze weten waar ze aan toe zijn. (Net als volwassenen eigenlijk.)

Zorg dat je vooral afspraken maakt over thema’s, die je zelf enorm belangrijk vindt. Dus als je kind zich er niet aan zou houden, dan gaan je haren recht overeind staan. Denk maar aan afspraken als ‘we doen elkaar geen pijn’ of ‘als we het ergens niet mee eens zijn, dan zeggen we dat op een rustige manier’ (we gaan dus niet schreeuwen, slaan ed.).

En als je een afspraak met je kind hebt gemaakt, dan is het natuurlijk belangrijk dat je je  kind eraan houdt. Dus denk goed na waar je precies afspraken over maakt. Vanaf het moment dat je de afspraak hebt gemaakt, moet je bereid zijn om je kind eraan te houden.
In dit kader helpt het principe ‘Zeg wat je doet, doe wat je zegt.’ erg goed. Als je niet bereid bent om te doen wat je zegt, dan kun je het ook beter niet zeggen of beter niet die afspraak maken.

Dit klinkt op zich natuurlijk ontzettend eenvoudig, maar in praktijk is dit vaak nog behoorlijk lastig. Neemt niet weg dat het voor je kind (en dus ook voor jou) belangrijk blijft om duidelijkheid te krijgen. Er zit alleen één addertje onder het gras: de afspraken die je met je kind maakt, gelden voor iedereen in het gezin, dus ook voor jou…

⇒ Kortom: gun je kind jouw duidelijkheid.

 

2. Pas consequenties toe
moeder_vinger_naar_dochter_armen_over_elkaarZoals je bij punt 1 las, is het belangrijk om je kind (en jezelf) aan de gemaakte afspraak te houden. Maar dat is nog niet alles. Als je kind zich er (herhaaldelijk) niet aan houdt, dan is het belangrijk dat je je kind een consequentie geeft. Uiteraard is het nu niet de bedoeling om je kind zo maar allerlei consequenties te geven. Een goede consequentie past bij de situatie, waarin je kind zich niet aan de afspraak hield.
Bijvoorbeeld: als je kind toch met de bal blijft spelen, terwijl je al 2x hebt gezegd dat dat binnen niet mag, dan mag je de bal best een tijdje wegnemen.

Dit voorbeeld is een consequentie die past bij de situatie en die je kind (zeker vanaf een jaar of 2) goed begrijpt. Houd de consequenties wel altijd passend, logisch, reëel en eerlijk. Het gaat echt niet om de intensiteit of duur van de straf maar om de boodschap, die je je kind wil geven. Daarbij pak je ook nooit zo maar iets weg of geef je je kind nooit zomaar ‘uit het niets’ een consequentie; je zorgt altijd voor een leermoment. Je legt je kind kort en bondig uit wat je doet én waarom.
Een consequentie als ‘zonder eten naar bed’ is dus nooit passend, logisch of eerlijk.

⇒ Wees bereid om consequenties toe te passen als je kind zich niet aan jullie afspraak houdt.
Meer weten? Lees dan m’n artikel ‘Nee, niet doen, dat mag niet!’ over grenzen stellen zonder ‘nee’ of ‘niet’.

 

 


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 

3. Voorkom dat je in een opvoedvalkuil trapt.
kind_winkel_kijkt_zielig_vragendIedere ouder trapt er wel eens in: een opvoedvalkuil. Je bent je er misschien niet echt bewust van, maar onbewust pak je dan een situatie onhandig aan, waardoor je kind juist niet leert om naar je te luisteren. Sterker nog, deze tactieken werken vaak averechts.

Ik geef je hieronder 3 voorbeelden:
– ‘Je wil dat je kind iets voor je doet en je vraagt het hem een paar keer. Je kind doet het echter niet. Pas op het moment dat je echt boos wordt en gaat schreeuwen, komt je kind  pas in actie.’
– Of: ‘Je geeft je kind een hele lange of juist vage instructie, waardoor het voor je kind helemaal niet duidelijk is wat je precies van hem verwacht. En jij je maar afvragen waarom je kind niet doet wat jij hem vraagt…’
– Of: ‘Jullie zijn in de winkel en je kind wil graag iets lekkers kopen. Jij geeft aan dat je dat niet wil kopen. Dan gaat je kind ineens heel hard huilen, schreeuwen en krijsen. Midden in de winkel. Gauw leg je het lekkers in het karretje. Dan houd je kind tenminste op met dat geschreeuw.’
⇒ Herken je misschien één van deze voorbeelden?

In deze voorbeelden leert je kind helaas niet om naar je te luisteren. Het leert wél om (1) pas in actie te komen op het moment dat jij boos wordt of gaat schreeuwen (dus niet als je het rustig vraagt), (2) je kind weet wel dat je iets van hem gevraagd hebt, maar begrijpt je instructie gewoon niet en kan het daardoor simpelweg niet doen, en (3) je kind leert dat hij door te gaan huilen, schreeuwen of krijsen toch krijgt wat hij wilde.

=> Kortom: voorkom dat je in deze opvoedvalkuilen trapt. Uit deze voorbeelden haal je dat (1) het belangrijk is van je kind te verwachten dat hij bij de 1e of 2e keer dat je het vraagt in actie komt (en niet pas na 10x vragen of nadat je boos bent geworden), dat (2) je een korte, duidelijke instructie geeft, die je kind kan begrijpen én uitvoeren, en dat (3) je je aan je afspraak houdt, dus als je gezegd hebt dat je kind iets niet mag of krijgt dan blijft dat zo, ongeacht het daaropvolgende gedrag of de reactie van je kind (zie ook punt 1 van dit artikel).
Je leest meer over dit thema in m’n artikel ‘Laat dat nou! | 5 opvoedvalkuilen waar we allemaal intrappen én waardoor opvoeden onbedoeld lastiger wordt.’.

 

4. Geef je kind voldoende positieve aandacht
vader_zoon_spelen_aan_zeeDit punt is eigenlijk het aller-, aller-, allerbelangrijkste in de opvoeding en mag dus absoluut niet ontbreken. Helaas gaat het nog wel eens mis, om de eenvoudige reden dat we als ouders soms bang zijn om onze kinderen te ‘verwennen’. We zijn bang om ons kind ‘te veel’ positieve aandacht te geven. Toch bestaat er niet zo iets als ‘te veel’ positieve aandacht geven. Verwennen is op deze manier dan ook echt niet mogelijk.

Stel het je als volgt voor: je kind begint iedere ochtend met een leeg rugzakje dat dagelijks met positieve aandacht gevuld moet worden. Die positieve aandacht geef je je kind o.a. door samen tijd door te brengen met je kind (ook één-op-één) en door regelmatig met je kind te spelen (sluit dan aan bij wat je kind aan het doen is). Verder is het belangrijk om je kind te laten weten wat hij goed doet en dat ook op dát moment specifiek en expliciet te benoemen.

=> Kortom: wees niet bang om je kind positieve aandacht te geven. Je kind heeft dat heel hard nodig.
Meer weten? Lees dan m’n artikel ‘Voorkom ongewenst gedrag: Geef je kind positieve aandacht’ over hoe je je kind voldoende positieve aandacht kunt geven. 

5. Zorg dat je kind zich gezien en gehoord voelt.
moeder_troost_zoonNog zo’n onmisbaar concept binnen (positief) opvoeden, waardoor je kind beter naar je gaat luisteren, is om er als ouder voor te zorgen dat je kind zich gezien en gehoord voelt. Het is zo belangrijk dat je kind zich door jou begrepen voelt.

Als er iets aan de hand is waardoor je kind van slag, verdrietig of misschien wel boos is, dan is het goed om te laten merken dat je graag wil weten wat er precies met je kind aan de hand is. Je gaat op zoek naar de emotie van je kind en je probeert die te benoemen: ‘ik zie dat je verdrietig / boos / teleurgesteld bent’. Je kind zal dan aangeven of dat klopt (of niet). Klopt je inschatting niet, dan zegt je kind zelf wat hoe hij zich wel voelt of – als je kind daar nog te jong voor is – dan benoem je zelf een andere emotie, die het evt. ook kan zijn. Daarna verplaats je je in je kind en benoem je dat je kunt invoelen waarom je kind zich inderdaad zo voelt.

Door deze aanpak voelt je kind zich echt gezien en gehoord. Je zult merken dat de eerst nog zo heftige reactie van je kind nu al een stuk minder is en dat je kind al veel rustiger is. Zodra dat gebeurd is, kun je het met je kind hebben over wat er wel en niet mag. Zo lang je kind nog in de heftige emotie zit, is je kind niet ontvankelijk voor jouw woorden of input.
O ja, opmerkingen als ‘stel je niet aan’, ‘waarom huil je nú alweer’ of ‘er is toch niks gebeurd’ doen nooit recht aan de emotie van je kind. Met dit soort opmerkingen wals je juist over de emoties van je kind heen en neem je zijn emoties niet serieus. 

⇒ Schenk eerst aandacht aan de emotie van je kind. Daardoor voelt je kind zich gezien en gehoord. Daarna is er ruimte om het over de situatie en zijn gedrag te hebben.
Als je meer wil lezen over dit thema, lees dan m’n artikel ‘4 manieren om je kind te helpen met lastige emoties (+ 3 BONUSTIPS)‘.

 

 


Autoritatief opvoeden
De eerste 5 tips gaan voornamelijk over ‘structuur, regelmaat en duidelijkheid’ (punten 1, 2 & 3; dimensie 1) enerzijds en over ‘warmte & betrokkenheid’ (punten 4 & 5; dimensie 2) anderzijds. Als beide dimensies in voldoende mate in de opvoeding aanwezig zijn, dan is er sprake van ‘autoritatief opvoeden’.
⇒ Uit onderzoek weten we dat kinderen, die autoritatief opgevoed worden, de grootste kans hebben om zich optimaal te ontwikkelen. Vandaar dat deze punten zo belangrijk zijn. In het belang van je kind mogen ze niet ontbreken in een positieve opvoeding.


 

6. Zorg dat je kind voldoende slaapt.
meisje_slaapt_met_knuffelIedere ouder heeft al wel eens ervaren dat te weinig slapen echt een flinke wissel op je kan trekken. Na een periode van slecht of weinig slapen, ben je overdag niet alleen ontzettend moe, maar kun je ook minder hebben van anderen om je heen, ben je prikkelbaarder, heb je een korter lontje, ben je sneller boos en gefrustreerd, kun je je minder goed concentreren, heb je minder energie, ben je sneller ziek en ga zo maar door. Dat geldt voor kinderen natuurlijk net zo; daarnaast hebben zij de slaap hard nodig voor hun groei en ontwikkeling. Je kunt je wel voorstellen dat kinderen, die goed en voldoende slapen, overdag beter naar hun ouders luisteren.

⇒ Kortom: een goede nachtrust en voldoende slaap zijn onmisbaar. Vandaar dat het zo belangrijk is dat je kind voldoende slaap krijgt.
Als je graag wil lezen hoe je ervoor zorgt dat je kind beter slaapt, lees dan m’n artikel ‘Lekker slapen! Praktische tips voor kinderen en hun ouders.’.

 

 


fb_cursus_help_mijn_kind_luistert_niet
Cursus ‘Help, mijn kind luistert niet!?’
Wil je graag weten hoe je ervoor zorgt dat je kind beter én sneller naar je luistert?
Op een positieve, liefdevolle en constructieve manier.

=> Dan is deze cursus precies wat je zoekt.
=> Vraag nu GRATIS Les 1 van deze cursus aan.

Lees hier wat je allemaal van deze cursus mag verwachten.


 

7. Zorg voor een gezonde leefstijl van je kind.
Dit is eigenlijk een zijspoortje, maar ik vind deze zo belangrijk dat ik ‘m toch in deze lijst opneem. Bij een positieve opvoeding hoort m.i. namelijk ook een gezonde leefstijl. Als je kind gezonde voeding binnenkrijgt, voldoende beweegt en veel buiten speelt, dan is de kans groot dat je kind lekker(der) in zijn vel zit en op een fijne manier door het leven gaat. Kinderen, die lekker in hun vel zitten, zijn eerder geneigd om naar hun ouders te luisteren.
In het artikel ‘Overgewicht bij kinderen: Wat is het precies en wat kun je er aan doen?‘ lees je wat het voor gevolgen voor kinderen kan hebben als ze overgewicht hebben en daardoor (vaak) niet optimaal in hun vel zitten. 

8. Samen opvoeden
man_vrouw_in_gesprekVoor partners kan het soms nog best een uitdaging zijn om qua opvoeding op één lijn te zitten. De verschillen in jullie aanpak kunnen komen doordat jullie zélf allebei een andere opvoedaanpak hebben genoten; en misschien wil je de aanpak, die je zelf  als kind kreeg, graag overnemen óf juist helemaal niet. Of jij hebt over specifieke opvoedtheorieën gelezen en wil die graag toepassen, maar je merkt dat je partner daar totaal niet achter staat.

Nou hoef je als partners echt niet altijd exact dezelfde opvoedaanpak te hanteren, maar het is voor je kind wel het fijnst als hij weet waar hij aan toe is en dat hij weet wat hij van jullie kan verwachten. Vandaar dat het fijn is als je het over een aantal basisthema’s eens kunt worden. Hoe meer jullie aanpak of ideeën uit elkaar liggen, hoe moeilijker het zal zijn om het met elkaar eens te worden. Dat lukt dus ook niet met één gesprekje. Neem daar de tijd voor en bespreek in alle eerlijkheid en openheid hoe jullie beiden over de opvoeding (en specifieke onderwerpen daarbinnen) denken en leg uit hoe dat komt. Pas als je weet waar de ideeën en redeneringen van de ander vandaan komen, kun je verder. Op die manier is de kans het grootst dat jullie over veel opvoedthema’s consensus bereiken.

⇒ Blijf in het belang van jullie kind open en eerlijk over jullie opvoedaanpak communiceren.
Lees meer over dit thema in m’n artikel ‘Ruzie over de opvoeding: Zo los je het op!’.

 

 

9. Zorg goed voor jezelf
gezin_op_de_fietsBij punten 6 en 7 gaf ik al aan dat het voor je kind belangrijk is om een gezonde leefstijl te hebben en om voldoende te slapen. Dat geldt voor jou als ouder natuurlijk net zo goed. Ook voor jou is het namelijk belangrijk om voldoende te slapen, gezond te eten en voldoende te bewegen. Misschien ken je de uitdrukking ook wel: ‘als je goed voor jezelf zorgt, dan kun je beter voor anderen zorgen’. En misschien komt er bij jou als volwassene nog wel bij dat je de mate van (chronische) stress probeert te beperken.

⇒ Zorg er voor dat je actief aandacht besteedt aan je eigen gezondheid. Ook daarin geef je je kind een belangrijk voorbeeld. En zeg nou zelf: als jij lekker in je vel zit, kun je de opvoeding van je kind weer net een stapje beter aan. Toch…?
Lees meer over dit thema in m’n artikel ‘3 Goede Voornemens voor Ouders (of: Hoe houd je het ouderschap goed vol?)’.

 

 

10. Last but not least: Blijf zelf rustig.
kinderen_apen_ouders_in_alles_naWelke lastige opvoedsituatie zich ook voordoet, het is altijd belangrijk dat jij als ouder rustig probeert te blijven. Jij geeft je kind altijd een voorbeeld van hoe je in leuke, fijne  of juist lastige situaties kunt reageren. Uiteraard heb je liever niet dat je kind gaat schreeuwen, schelden of tieren als hij boos, verdrietig, gefrustreerd of teleurgesteld is; doe dat dan zelf ook niet. Je kind ziet jou namelijk als voorbeeld. En vergis je niet: ook al zeg je nog zo vaak tegen je kind dat het belangrijk is om rustig te blijven, als je dat zelf niet doet, heeft je uitspraak weinig waarde. Je kent de volgende uitspraak misschien wel: ‘Je kind doet zoals jij doet, niet zoals je zegt’.
Als je meer wil lezen over hoe je zelf kunt stoppen met schreeuwen en wil leren hoe je op een positieve manier met je kind kunt communiceren, vraag dan GRATIS mijn e-book ‘Stop met Schreeuwen’ aan. 

Heb je het idee dat je de meeste van deze punten al toepast in jouw opvoeding, maar heb je het idee dat het gedrag van je kind nog steeds niet goed hanteerbaar is?
Neem dan contact met me op, zodat we samen kunnen kijken waar het mis gaat, wat er anders kan en hoe je de relatie met je kind (nóg) beter maakt.

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips).
– ‘10 basistips om je baby, kind of tiener lekker te laten slapen.
– ‘Peuterpuberteit: 10 domeinen om samen met je kind te overwinnen.
– ‘10 redenen waarom baby’s huilen (en wat je dan kunt doen).
– ‘Sturing & verbinding: Waarom beide aspecten onmisbaar zijn in de opvoeding van jouw kind.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

logo_akse_coaching_groot_nieuwGa (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Heeft mijn kind dyslexie of niet? Wat je er als ouder of leerkracht over moet weten. [ Interview met dyslexie-expert drs. Kim Huiskamp ]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze experts interviewt over hun eigen onderzoek of werkveld. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, opvoeding en/of de ontwikkeling van kinderen (0-16 jaar). 

 

jongen_schrijven_handen_in_haarZodra je kind naar school gaat, komt hij al snel in aanraking met taal. In de kleutergroepen wordt er voorzichtig aandacht aan besteed en vanaf groep 3 begint het echte werk. Bij de meeste kinderen verloopt de taalontwikkeling zonder veel problemen; bij sommige kinderen zie je echter dat het lezen en spellen moeizamer gaat. Dat komt vaak in groep 3 en 4 naar boven. Bij deze kinderen zou er sprake kunnen zijn van dyslexie.

Over het onderwerp ‘dyslexie’ interviewde ik drs. Kim Huiskamp. Zij werkt als diagnosticus en behandelaar bij het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) in Maastricht.

In dit artikel vertelt ze uitgebreid wat dyslexie precies is (en wat niet), hoe je dyslexie bij jouw kind kunt herkennen, waarom het belangrijk is om de taalontwikkeling van je kind goed in de gaten te houden en – indien nodig – op tijd te starten met behandeling. Daarnaast vertelt ze welke mythes en vooroordelen er soms nog bestaan over dyslexie, waar dyslexie wel eens mee verward wordt en wat je als ouder kunt doen om het leesplezier van je kind te stimuleren.

 

Je bent expert op het gebied van dyslexie en leesvaardigheid. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan? 
meisje_wil_niet_lezen‘Ik ben eigenlijk toevallig met dyslexie in aanraking gekomen. Aan het einde van mijn opleiding psychologie heeft mijn stagebegeleidster mij in contact gebracht met prof. dr. Leo Blomert, expert op het gebied van dyslexie. Hij zocht mensen om een vakgroep te vormen om het dyslexieprotocol op poten te krijgen en dat wilde ik graag doen. Op die manier kon ik dus bij toeval in zijn werkgroep aan de slag. Daardoor kwam ik ook in aanraking met wetenschappelijk onderzoek naar dyslexie. Het onderwerp trok mij erg aan, maar ik merkte dat ik liever in een klinische setting werkte dan in een wetenschappelijke. Via Leo Blomert werd ik toen voorgesteld aan Patty Gerretsen, toentertijd directeur wetenschap van het RID. Zo ben ik uiteindelijk bij het RID terechtgekomen en daar werk ik nu al 15 jaar. Wat ik zo prettig vind aan werken met mensen met dyslexie is dat je echt iets voor iemand kunt betekenen. Iedereen in onze maatschappij krijgt te maken met lezen en schrijven en als je dyslexie hebt, kun je flinke problemen ondervinden op school, op je werk of zelfs privé. Met een gerichte behandeling en concrete tools, kun je kinderen (en volwassenen) met dyslexie echt helpen hun situatie te verbeteren. Het geeft me enorm veel voldoening dat ik op deze manier iets kan betekenen voor de kinderen, die bij ons komen.’

 


Curriculum Vitae
kim_huiskamp_fotoDrs. Kim Huiskamp studeerde neuro– en ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Maastricht. Daarna werkte ze een jaar als psycholoog / onderzoeksassistent aan dezelfde universiteit. Vervolgens maakte ze de overstap naar het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) in Maastricht. Ze werkte er een tijd als hoofd behandeling en vestigingsmanager; momenteel als diagnosticus en behandelaar.


 

Kun je uitleggen wat dyslexie precies is?
hersenen_kwabben‘Als je dyslexie hebt, dan heb je moeite met lezen en/of spelling. Sommige kinderen hebben alleen moeite met lezen, andere alleen met spellen en weer andere met allebei. De grootste groep van de kinderen met dyslexie heeft moeite met allebei.

In onze maatschappij maken we gebruik van het alfabetische schrift. Onze woorden zijn opgebouwd uit klanken. Als je het woord wil leren lezen en schrijven, dan zul je het woord moeten opdelen in klanken. Je gaat dan als het ware de klankstructuur van woorden ontcijferen.

In de hersenen zit een gebiedje (temporaal kwab*) dat de klankstructuur van woorden verwerkt, het helpt je met het in stukjes hakken van woorden. Dat gaat automatisch, onbewust.
*: Meer specifiek, de superieure temporale sulcus (STS) en planum temporale (PT) zijn betrokken bij de integratie van de letter-klank-koppeling. De visual word form area (VWFA) is betrokken bij directe woordherkenning.

Bij dyslexie is dat gebiedje wat minder goed toegerust om de klankinformatie te ontwarren. Die informatie loopt dan een beetje door elkaar. Je spreekt woorden misschien soms net een beetje verkeerd uit.
Bijvoorbeeld: Je hebt het dan niet over ‘doelwit’ maar over ‘doellid’.

En dat is eigenlijk nog maar het begin. Kinderen (of volwassenen) met dyslexie hebben er dus moeite mee om de klanken van elkaar te onderscheiden. De volgende stap is dat je de klanken gaat koppelen aan een letter, dus de klanken van losse letters. In groep 3 begin je daarmee: je leert welke klank bij welke letter hoort (bijv. ‘Dit is de letter ‘L’ en die klinkt zo…’).

Die letter-klank-koppeling zit weer in een ander gebiedje van die temporaal kwab. Dat gebiedje koppelt als het ware de auditieve (klank, die je hoort) en visuele informatie (letter, die je ziet) aan elkaar. Dat ‘koppelproces’ duurt eigenlijk jaren. Van groep 3 naar groep 8 maken kinderen daarin een stijgende lijn door. Die integratie duurt dus echt jaren en kan alleen optreden met onderwijs. Pas daarna wordt het een automatisch proces. Op het moment dat het automatisch is, kun je het zien van een letter niet meer als niet-letter zien. Op latere leeftijd gebeurt dat zelfs met hele woorden. Maar daar heb je dus wel training voor nodig. Een beginnende lezer kan dat nog niet met hele woorden. Daarom begin je op school eerst met het leren van de letters met bijbehorende klanken.’

 

Hoe ‘ontstaat’ dyslexie? 
loesje_dyslexie‘Je wordt met dyslexie geboren; het ontstaat dus eigenlijk niet echt. Het is ook erfelijk, wat betekent dat het vaker binnen families voorkomt.

Bij dyslexie zijn twee vaardigheden of processen verstoord: aan de ene kant is dat de klankverwerking (fonologische verwerking), aan de andere kant is dat de letter-klankkoppeling.

In groep 3 leren kinderen om te ‘decoderen’ oftewel om te ‘hakken & plakken’.
Bijvoorbeeld: ze leren dat het woord ‘kip’ uit 3 klanken bestaat: k – i – p.

In de hersenen gaat dat dan nog niet automatisch. De kinderen zullen er energie in moeten steken om dat goed te leren. Ze hebben op dat moment ook nog minder bronnen om het woordbeeld in hun geheugen op te slaan.

Als je het hele proces van het lezen en spellen hebt doorlopen, dan is het eindstation dat je een heel woord ziet en herkent. Je herkent het omdat het opgeslagen is in het ‘mentaal lexicon’. Hoe meer je daarin opgeslagen hebt, hoe automatischer het lezen en spellen gaat. Dat automatisme kun je trouwens ook krijgen als je dyslexie hebt. Maar omdat de basis van het aanleren lastiger is, duurt het langer om bij dat eindstation te komen.’

 

Hoe kunnen ouders dyslexie bij hun kind herkennen? 
jongen_in_klas_juffrouw_geen_zin‘Je kunt dyslexie eigenlijk pas echt herkennen vanaf dat je kind een tijdje in groep 3 zit, dus als je kind echt onderwijs krijgt op het gebied van lezen en schrijven. Bij kleuters zie je ook al wel eens dat ze moeite hebben met klankverwerking. Ze hebben dan bijv. moeite met het leren / benoemen van de kleuren, met links en rechts, ze hebben moeite met rijmen, ze vinden het lastig om de namen van klasgenootjes te onthouden of ze vinden het moeilijk om nieuwe liedjes te leren. Dat zijn allemaal dingen waarbij ze iets moeten doen op het gebied van klankverwerking. Een deel van de kinderen, dat hier moeite mee heeft, kan later moeite krijgen met lezen en schrijven. Dat hoeft echter niet perse. Het zijn dus geen harde criteria, eerder een aanwijzing om het goed in de gaten te houden. Andersom geldt dat ook: als je kind hier als kleuter geen moeite mee heeft, dan wil dat niet zeggen dat hij geen dyslexie kan hebben. Het kan op dyslexie wijzen, maar dat is niet één op één.

In groep 3 kijk je of leerlingen moeite hebben met het leren van letters, met het hakken en plakken, met het op tempo lezen van woorden en of leerlingen fonetisch blijven schrijven (= letterlijk schrijven van wat je hoort).

Het mag dus duidelijk zijn dat je lezen en spellen echt moet leren. Wil je dyslexie kunnen aantonen, dan moet je dus onderwijs hebben gehad. Als school merkt dat een kind moeite heeft met lezen en spellen, dan moet het ook extra onderwijs en aandacht op dat gebied aanbieden. Halverwege groep 3 kom je er misschien achter dat een leerling zich wat trager ontwikkelt op het gebied van taal en spelling. Dan is het belangrijk om uit te filteren waar dat door komt; een probleem op het gebied van lezen en spelling hoeft nl. niet altijd op dyslexie te wijzen. Basisscholen hebben daar een protocol voor.
Als school bijvoorbeeld op basis van de citoscores (bij score D of E) merkt dat het lezen van een leerling achterblijft, dan wordt er extra aandacht aan die leerling gegeven; bijv. door de leerling in een apart groepje te zetten en/of extra aandacht te geven op het gebied van lezen en/of spelling. Als de leerling dat een half jaar of heel jaar heeft gehad en dat blijkt onvoldoende effect te hebben gehad, dan kun je pas echt gaan onderzoeken of dyslexie een mogelijke oorzaak is.

Het is belangrijk om na te gaan wat precies de oorzaak is van de problemen die een leerling heeft op het gebied van lezen en spellen. Juist om te weten of het dyslexie kan zijn of niet. Een leerling kan bijvoorbeeld ook een algemeen leerprobleem hebben of er speelt iets anders dat hem belemmert in zijn leerproces. Denk bijvoorbeeld aan een trauma in de familie (bv. echtscheiding en daardoor verlies van motivatie om te leren of goed mee te doen op school). Dan kan een kind dus wel moeite met lezen en/of spelling hebben, maar niet door een onderliggende dyslexie. Vandaar dat het enerzijds zo belangrijk is om goed te onderzoeken wat precies de reden is dat een kind moeite heeft met lezen en/of spelling. Anderzijds is het daarom goed om een breder leerprofiel mee te nemen en om te beoordelen of de één-op-één-hulp in de klas goed genoeg heeft gewerkt. Uiteraard kunnen de lees- en spelmoeilijkheden ook nog andere oorzaken hebben of samenhangen met andere stoornissen.’
Daarover bij een volgende vraag meer.

 


Heb je het idee dat kinderen hun dyslexie kunnen verdoezelen, waardoor het voor ouders of leerkrachten lastig wordt om het te herkennen? 
meisje_juffrouw_samen_lezen‘Eerlijkgezegd lijkt het me voor een kind bijna niet te doen om dyslexie te verdoezelen. Ze kunnen wel verschillende strategieën laten zien om met hun lezen of spelling om te gaan. Ze trappen bijvoorbeeld op de rem en gaan heel langzaam lezen. Of ze gaan juist heel snel lezen en raden dan wat er staat. Kinderen met dyslexie hebben moeite met het technische leesproces; dat betekent in dit geval dat het ten koste gaat van de snelheid of van de nauwkeurigheid van het lezen.

Bij kinderen met veel compensatiemogelijkheden zien we wel eens dat ze met tekst lezen een hoger niveau behalen dan met woordlezen. Ze hebben dan steun aan de semantiek van de tekst; de inhoud en betekenis van de tekst helpt hen om de woorden in tekstverband te lezen.

Bij hoog-functionerende volwassenen zien we wel eens dat ze vooral vastlopen bij het lezen van onzinwoorden. Zij hebben door de jaren heen al zoveel woorden geleerd en opgeslagen (in hun mentaal lexicon), dat ze al veel woorden en teksten gewoon goed kunnen lezen.

Bij de beoordeling of een kind dyslexie heeft, weegt het lezen trouwens zwaarder dan spelling of schrijven. Lezen is namelijk een ‘puurdere’ maat van dyslexie vanwege het automatische proces. Daarom geeft het lezen meer de doorslag bij de beoordeling van dyslexie. Bij spelling is altijd gerichte aandacht nodig en kunnen dus ook weer andere dingen spelen, waarom kinderen er moeite mee hebben (denk aan motivatie en taakgerichtheid).’

 

Vanaf welke leeftijd kun je dyslexie laten onderzoeken? 
jongen_vrouw_huiswerk_maken‘Vanaf de leeftijd van ongeveer 8 jaar, dus pas bij kinderen in groep 4, kun je dyslexie betrouwbaar onderzoeken. Dus nog niet echt vanaf groep 3. Je moet kinderen namelijk de kans geven om het lees- en spelproces op gang te laten komen.

Merk je dat het kind al last heeft op dit gebied vanaf de kleuterklas (zie hierboven), dan zou je een leerling van groep 3 eventueel wel al kunnen laten onderzoeken. Maar dat zijn eerlijkgezegd wel de uitzonderingen.’

 

Waarom is het belangrijk om het op jonge leeftijd te laten onderzoeken?
meisje_vrouw_schrijven‘Als je van groep 3 naar groep 8 kijkt, dan worden de normen steeds strenger. Als jij je op een trager tempo ontwikkelt vergeleken met je groepsgenoten, zal het verschil daarom steeds groter worden. Dan ga je dus steeds meer achterlopen ten opzichte van de andere kinderen.

In de hogere groepen wordt ook steeds meer gebruik gemaakt van taal. Zo heb je in groep 4 nog wel het ‘kale’ rekenen, maar vanaf groep 5 komen ook steeds vaker verhaaltjessommen aan bod. Dan is het ook bij vakken als rekenen belangrijk om goed te kunnen lezen. En bij de hogere groepen komt alleen nog maar meer (talige) informatie op de leerling af. Ze hebben dan een bepaald functioneel leesniveau nodig om alles op een goede manier te kunnen verwerken en te begrijpen. Dat is niet alleen nodig bij vakken als begrijpend lezen en redactiesommen, maar ook bij vakken als geschiedenis of aardrijkskunde.
Het is misschien goed om in dit kader te weten dat het onderdeel ‘begrijpend lezen’ één van de onderdelen is, waarop bepaald wordt welk niveau van voortgezet onderwijs je aankunt. Als jij het technisch leesniveau hebt van iemand van groep 3 en je moet lezen op het niveau van eind groep 7, dan is het lastiger om de inhoud van tekst er op een goede manier uit te pikken, zeker als je al zo worstelt met de tekst die je leest. (Als de tekst je voorgelezen wordt, kan het natuurlijk weer anders zijn.)

Om op een goede manier te kunnen laten zien, wat er aan vaardigheden en kennis in je zit, is het dus belangrijk dat het gat tussen je leesniveau en je vaardigheden niet te groot is. Als dat wel het geval is, dan wordt het een stuk lastiger om te laten zien wat je kunt.’

 

Kun je van dyslexie genezen? 
meisje_leest_boek_MLP‘Helaas kun je niet van dyslexie genezen. Je zult altijd meer moeite met lezen en spellen blijven hebben dan anderen zonder dyslexie.

Ondanks dat gegeven kun je het gebiedje in de hersenen wel trainen, waardoor het lezen en spellen beter gaat. Dyslexie is dus niet te genezen, maar je kunt je lees- en spelvaardigheden wel verbeteren. En dat is goed nieuws.

Het is goed om te accepteren dat het lezen en spellen moeilijk voor je is en zal blijven. Je ziet dat sommige kinderen heel opgelucht zijn met diagnose (‘gelukkig, ik kan er niks aan doen’); er valt een last van hun schouders. Andere kinderen voelen zich er juist vervelend door; ze krijgen het gevoel dat ze anders zijn dan anderen, dat ze niet normaal zijn of dat ze niet meer degene zijn die ze waren. Kinderen, die moeite hebben om te accepteren dat ze dyslexie hebben, kunnen baat hebben bij ‘psycho-educatie’. Bij het RID geven we hen o.a. een boekje mee dat ze samen met hun ouders kunnen lezen: ze gaan dan samen vragen beantwoorden, thema’s bespreken en ze kunnen wat meer gerustgesteld worden. De inhoud van dit boekje komt dan ook in de behandeling aan bod. Ook is het goed om te weten dat heel beroemde of intelligente mensen dyslexie hadden (denk maar eens aan Einstein). Door dyslexie zo positief mogelijk te benaderen, proberen we kinderen er een andere mind-set over te geven.

Nadat je een dyslexiebehandeling hebt gehad, kan de dyslexie toch weer de kop op steken, bijvoorbeeld als je een nieuwe taal gaat leren. Daar hebben leerlingen met dyslexie doorgaans meer moeite mee. Het blijft een zwakkere plek.’

 


EXTRA
Drs. Kim Huiskamp raadt de volgende boeken aan om (evt. samen met je kind) over dyslexie te lezen.

Informatieve boeken voor ouders:
boeken_MPL_dyslexie‘Kinderen met dyslexie, een gids voor ouders’ – T. Braams
‘Houvast bij leesproblemen en dyslexie op de basisschool, leidraad voor ouders’ – A. Paternotte en J. Buitelaar
‘Mijn kind & Dyslexie’ – R. Krijnen
‘Mijn kind heeft dyslexie’ – M. Ceyssens

Informatieve boeken voor kinderen: 
‘Dyslexie’ – Z. van Mersbergen (Informatiereeks 3, nummer 54)
‘Een 2 voor dictee. Een verhaal over dyslexie’ – J. Breeman
‘Letters op de snelweg. Boekje over dyslexie’ – K. Terlouw
‘Ik heb dyslexie, nou en!’ – L. de Groot

Leesboeken geschikt voor dyslectische kinderen:
http://www.makkelijklezenplein.nl (informatie over leesboeken voor dyslectici)
http://www.zwijsen.nl (serie Zoeklicht)
http://www.inktvis.nl (serie Kokkel-reeks)

Leesboeken over dyslexie voor kinderen: 
‘Ik ben niet bom!’- M. van de Coolwijk
‘Schatkasten’ – H. van der Werff
‘Pudding Tarzan’ – O.L. Kirkegaard
‘De smoezenkampioen’– C. Slee
‘Heksie. Hoe vang je een heks? – M. Snoeij


 

Waar wordt dyslexie wel eens mee verward? 
meisje_dromend_aan_tafel‘Als kinderen zich bij ons aanmelden om te onderzoeken of er sprake is van dyslexie, dan wordt er niet alleen gekeken naar hoe het met lezen en spelling gaat, maar we kijken ook naar andere schoolvakken. Kinderen kunnen namelijk in het algemeen moeite hebben om nieuwe vaardigheden aan te leren of ze kunnen een algemeen leerprobleem hebben. Dan heb je een heel andere benadering nodig om het kind verder te helpen.

Soms kunnen kinderen een taalontwikkelingsstoornis (TOS) hebben. Ze hebben dan moeite met taal in het algemeen; niet alleen moeite met lezen en schrijven, maar ook moeite met taalbegrip, met de taalproductie (uitspraak) en/of ze hebben een lage woordenschat. Bij kinderen met TOS is er dus meer aan de hand; ze hebben een breder taalprobleem.

Verder is het goed om aandacht te hebben voor andere stoornissen, zoals AD(H)D. Een kind dat bijvoorbeeld moeite heeft om de aandacht ergens bij te houden, kan daardoor in de klas informatie of instructie mislopen. Ook kan een kind met een aandachtsprobleem het ene vak wel leuk vinden en het andere niet; dan heeft het bijvoorbeeld minder aandacht voor taal en dus minder oefening om het goed te ontwikkelen. Dat wil echter nog niet zeggen dat er sprake is van dyslexie.

Sommige kinderen lopen een ‘didactische achterstand’ op: ze liggen achter op de groep, maar dat kan komen omdat ze minder effectief onderwijs hebben genoten dan andere kinderen. Ook dat hoeft dus niet door een mogelijk onderliggende dyslexie te komen.

Hier blijkt in ieder geval uit hoe complex het geheel kan zijn. Dyslexie kan ook nog eens samen voorkomen bij één van deze stoornissen (comorbiditeit), maar dat hoeft natuurlijk niet. Het is ook mogelijk dat de lees- en spelproblemen, die je opmerkt, door een ander onderliggend probleem veroorzaakt worden dan door dyslexie.’

 

Welke mythes, onjuistheden of vooroordelen bestaan er over dyslexie? 
meisje_leest_in_boek‘Er bestaan wel een aantal mythes of vooroordelen over dyslexie:

(1) Dyslexie ontstaat door een zuurstoftekort bij de geboorte of door slecht samenwerkende hersenhelften.
Vroeger werd wel gedacht dat dyslexie kwam door een zuurstoftekort bij de geboorte, maar we weten inmiddels dat dat niet zo is. Er werd ook wel gedacht dat de twee hersenhelften niet goed samenwerkten. Dan moesten de kinderen evenwichtsoefeningen doen, waardoor de helften wel beter gingen samenwerken. Beide ideeën zijn inmiddels ontkracht door wetenschappelijk onderzoek en niet waar gebleken.

(2) Kinderen met dyslexie kunnen niet goed zien of horen.  
Als je kijkt naar de gebieden in de hersenen die bij klankverwerking betrokken zijn, dan zitten die min of meer tussen de auditieve en visuele cortex in. De informatie die in de auditieve cortex terechtkomt (klank), wordt gecombineerd met de informatie die in de visuele cortex terecht komt (letter). Bij kinderen met dyslexie gaat die verwerking ervan moeizamer. Een kind met dyslexie kan dus zowel goed horen als zien, alleen het verwerken van de combinatie klank en letter gaat moeizamer. Je kunt dyslexie dus niet oplossen door een bril of een hoorapparaat te dragen.

(3) ‘Mijn kind heeft niet zo’n zin in lezen en spelling en moet gewoon wat beter zijn best doen.’ 
Ouders kunnen soms de overtuiging hebben dat hun kind niet gemotiveerd is en gewoon wat beter zijn best zou moeten doen. Maar ik leg dan altijd uit dat kinderen niet ongemotiveerd worden geboren; het kind beslist niet bewust of actief dat het geen zin heeft om te leren. Als een kind geen zin heeft om te lezen, om huiswerk te maken of om iets te doen voor school, dan komt dat door een bepaalde wisselwerking met iets anders. Dingen die je lastig vindt of waar je moeite mee hebt, vind je gewoon niet zo leuk om te doen. De berg wordt dan te hoog. Gelukkig kun je de berg lager maken, zodat het te behalen doel niet meer onbereikbaar lijkt. Het kind krijgt dan het gevoel dat hij het misschien toch kan.

We zien ook wel eens kinderen, die voordat ze bij ons komen, al een heel traject hebben afgelegd. Ze zijn dan al op zoveel plekken geweest en hebben al zoveel onderzoeken gehad, dat ze al bijna geen zin meer hebben om nóg een onderzoek of behandeling te ondergaan. Deze kinderen zou je ‘behandelmoe’ kunnen noemen. Dat wil echter niet zeggen dat ze niet geholpen kunnen worden; ook bij deze kinderen kan dyslexie vastgesteld worden en ook zij kunnen nog steeds geholpen worden.

(4) ‘Laat maar, er is toch niks aan te doen.’ 
Sommige ouders denken: ‘het is dyslexie, er is niks aan te doen’. Dat is echter niet het geval. Ook kinderen met dyslexie kun je met de juiste begeleiding beter laten lezen en spellen. Het is daarbij vooral belangrijk om voor ogen te houden wat je kind wel nog kan ontwikkelen en wat er nog wel mogelijk is. Ga na welk doel je kunt stellen. Daarbij is belangrijk om juist de inspanning, die je kind doet, te belonen (growth mindset) en niet het resultaat (fixed mindset).’

 

Wat kunnen ouders doen als ze het vermoeden hebben, dat hun kind dyslexie heeft? 
voorlezen_vader_dochter_lachend‘Als ouders vermoeden dat hun kind moeite heeft met lezen of spellen of zich er zorgen over maken, dan is het belangrijk om dat aan te kaarten bij de leerkracht. Het is goed om het zelf ook in de gaten te houden. Bespreek het, zodat de leerkracht er aandacht voor heeft.

School heeft dan – indien nodig – mogelijkheden om extra hulp aan leerlingen te bieden. Citotoetsen helpen bij het signaleren ervan. Daarna kan een leerling doorverwezen worden voor extra zorg; dat zou evt. naar het RID kunnen. Daar wordt onderzocht of er wel / geen sprake is van dyslexie en indien dat inderdaad het geval is, kan de dyslexiebehandeling plaatsvinden.

Over het algemeen is het belangrijk dat ouders met een kind met dyslexie een omgeving creëren, waarin lezen een plek heeft. Creëer een omgeving waarin regelmatig gelezen wordt en waarin dat ook beloond wordt. Denk dan in termen van ‘quality time’: lekker samen op de bank zitten en een boekje (voor)lezen. Maak (voor)lezen dus een normaal onderdeel van je eigen levenssituatie.

Uiteraard kan het voor ouders nog best lastig zijn om het lezen voor hun kind weer leuk te maken. Ga dan op zoek naar de intrinsieke motivatie van je kind. Dat kun je doen door vooral boeken uit te zoeken die je kind zelf heel leuk, interessant of boeiend vindt. Laat de boeken aansluiten op de belevingswereld en interesses van je kind. Als je kind bijvoorbeeld fan is van dinosaurussen, dan lees je daar samen boeken over. Bij drukke gezinnen kan zo’n één-op één-momentje, waarin je aan je kind (voor)leest, zelfs een uitkomst zijn. Door het samen te doen, wordt het lezen alleen maar leuker. Hiermee kun je de leesmotivatie en het leesplezier van je kind absoluut stimuleren.

Geef het dus niet op en ga vooral door met lezen. Lezen onder dwang, bijv. tot huilens toe, is natuurlijk het andere uiterste. Dat laatste vergroot alleen maar de weerstand bij je kind. In de plaats daarvan is het beter om je kind zelf zijn boeken uit te laten kiezen. Ga samen naar de bibliotheek en maak er daarna samen een gezellig leesmoment van.
Goed om nog te weten is ook dat het geen probleem is om kinderen naar luisterboeken te laten luisteren of om software te gebruiken om boeken te laten voorlezen. Het is dan wel belangrijk dat kinderen het boek erbij houden en zelf meelezen. In de bibliotheek heb je ook een Makkelijk Lezen Plein, waar je boeken kunt vinden voor kinderen die wat meer moeite hebben met lezen.

 


Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend.
 Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?
Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Lees verder over gerelateerde thema’s:
Wist jij dit al over opvoeding en ouderschap…? Uitgebreide interviews met toonaangevende experts.’ 
– ‘11 tips om samen (voor)lezen nóg leuker te maken.
– ”Nog een keer lezen, nog een keer’- 5 eenvoudige tips om samen (voor)lezen met je kind nóg leuker te maken.
– ‘Waarom worden kinderen en tieners toch zo boos?‘. 
‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl. 

Overgewicht bij kinderen: Wat is het precies en wat kun je er aan doen? [ Interview met expert gezondheidsbevordering dr. Jessica Gubbels ]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze experts interviewt over hun eigen onderzoek of werkveld. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, opvoeding en/of de ontwikkeling van kinderen (0-16 jaar). 


kinderen_eten_pizzaAls ouder wil je niets liever dan dat je kind goed in zijn vel zit.
Voor kinderen met overgewicht kan dat best lastig zijn. De kans is groot dat ze dagelijks de lichamelijke én mentale gevolgen van hun overgewicht ervaren. Vandaar dat het ontzettend belangrijk is om je kind te helpen om van zijn overgewicht af te komen. Maar hoe doe je dat…?

Ik praatte erover met gezondheidswetenschapper dr. Jessica Gubbels en legde haar een aantal vragen over dit thema voor. In dit interview lees je dan ook veel informatie en praktische tips waar jij als ouder thuis mee aan de slag kunt.

Na het lezen van dit artikel weet je wat overgewicht precies is, welke gevolgen kinderen er zelf van kunnen ervaren en wat je als ouder wel én niet kunt doen om het overgewicht van je kind aan te pakken. Daarnaast lees je hoe je het thuis op een positieve manier met je kind over zijn overgewicht kunt hebben, welke mythes er rondom dit onderwerp bestaan en voor welke valkuilen je als ouder moet oppassen.

 

Je bent expert op het gebied van gezondheidsbevordering van jonge kinderen en hun families. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan?
kinderen_spelen_buiten_vergrootglas‘Ik ben zelf al sinds mijn jeugd bezig geweest met kinderen en hun ontwikkeling. Ik deed vrijwilligerswerk bij de scouting en kindervakantiewerk bij ons in het dorp. Als promovendus ben ik gestart bij het KOALA geboorte cohort; dat was een onderzoek waarbij we kinderen over de tijd volgden. Bij mijn promotieonderzoek richtte ik me op de invloed die de thuissituatie van kinderen kan hebben op hun overgewicht en dan specifiek op de regels die ouders hanteren op het gebied van voeding en eten. Zo wilde ik o.a. weten welke regels ze precies in huis hadden, welke kinderen vaker of juist minder vaak overgewicht hebben, welke kinderen meer of juist minder bewegen.

jongens_bank_gamen_zitten_overgewichtIk ontdekte een aantal patronen; bijvoorbeeld dat kinderen die veel tv kijken vaak ook een ongezond eetpatroon hebben. Deze kinderen lopen dus eigenlijk een dubbel risico om overgewicht te krijgen. Het omgekeerde zagen we ook: kinderen, die meer bewegen, eten gezonder. We zagen dus dat specifieke gedragingen ‘clusteren’, ze hangen met elkaar samen. Naar aanleiding daarvan wisten we dus ook dat je bij de aanpak van overgewicht niet alleen naar het eetpatroon moet kijken maar ook naar andere factoren zoals beweging, tv kijken ed. Dit onderzoek hebben we vervolgens uitgebreid naar andere instellingen waar gezinnen veel mee te maken hebben, zoals de kinderopvang, peuterspeelzalen, scholen; ook onderzoeken we nu naar wat ouders al kunnen doen tijdens de zwangerschap om te zorgen dat hun kinderen gezond en fit worden.

Ik ben me er tijdens mijn studie en eigen onderzoek steeds meer bewust van geworden dat de kinder- en jeugdtijd een heel belangrijke periode is. In die tijd wordt bij uitstek een routekaart uitgestippeld voor de rest van je leven. We weten uit onderzoek dat het op latere leeftijd lastig is om los te weken van ongezonde gewoontes en patronen, die je in de kindertijd opdoet.

We weten ook uit onderzoek dat wanneer kinderen overgewicht hebben ze een grote kans hebben om op latere leeftijd overgewicht te hebben. De leeftijd van 2-6 jaar blijkt daarbij de belangrijkste periode. Het gewicht in de peuter- en kleuterleeftijd is dus een belangrijke voorspeller van het gewicht als volwassene.

In praktijk heeft dat te maken met het gedrag dat op die jonge leeftijd wordt aangeleerd. Je leert op die leeftijd natuurlijk ontzettend veel, niet alleen op het gebied van spraak, taal en motoriek maar ook op het gebied van voeding en eten, zoals het leren kennen van smaken. Wanneer je bepaalde smaken in je kinder- en jeugdtijd niet hebt leren kennen, dan kan het lastig zijn om die later in je te leven te leren waarderen.

Dat lijkt misschien een sombere boodschap, maar het is vooral ook hoopgevend: juist in de kindertijd kun je dus veel invloed uitoefenen op gezonde eet- en leefpatronen, waar kinderen later in hun leven nog veel plezier aan kunnen beleven. In die periode leer je gewoontes en patronen aan, die je vaak je hele leven houdt. Vandaar dat het belangrijk is om de basis voor een gezonde leefstijl al in de kinder- en jeugdtijd te leggen.’

 


pasfoto_jessica_gubbelsJessica Gubbels is universitair docent en onderzoeker bij de afdeling Gezondheidsbevordering van de Universiteit Maastricht. Na haar bacheloropleiding Gezondheidswetenschappen, volgde ze de master Health Education and Promotion in Maastricht.
Vervolgens deed ze een promotieonderzoek op basis van het KOALA geboortecohort onderzoek, waarin het gedrag en de gezondheid van kinderen langdurig gevolgd worden. Na haar promotie bleef ze werkzaam aan de Universiteit Maastricht. Ze geeft les in diverse bachelor en master programma’s aan de faculteit Health, Medicine and Life sciences. Haar onderzoek richt zich met name op de leefstijl en gezondheid van kinderen en hun gezin. Ze begeleidt diverse onderzoekers in binnen- en buitenland, waaronder Libanon, Uganda en Sudan. Daarnaast is ze lid van adviescommissies over bewegen bij kinderen en voeding bij zwangere vrouwen binnen de Gezondheidsraad.

Jessica is getrouwd en moeder van vier kinderen: Jasmijn (9), Fenna (8), Emmie (6) en Willem (3).


 


Wat is overgewicht bij kinderen precies?

jongen_staat_voor_groeimeter‘Strikt genomen bedoelen we met ‘overgewicht’ dat een kind te zwaar is ten opzichte van zijn lengte; het gaat daarbij dus altijd om de verhouding tussen de lengte en het gewicht van een kind (Body Mass Index; BMI). Daar kleven wel een aantal nadelen aan. Kinderen groeien bijvoorbeeld altijd met ‘horten en stoten’, dus soms zijn ze een tijdje wat zwaarder ten opzichte van hun lengte, dan weer wat lichter en dan is de verhouding weer in orde. Het meten van het gewicht is ook gevoelig voor ‘foutjes’: het maakt – zeker bij jonge kinderen – uit of hij pas gegeten heeft of net een volle luier heeft. Daarbij heeft ieder kind een andere lichaamsbouw met meer of minder spier- of vetmassa.

Het is goed om je te realiseren dat er deels een genetische component kan meespelen bij overgewicht. Die genetische component heeft niet alleen effect op de lichaamsbouw, het gewicht en het makkelijk krijgen van overgewicht, maar ook op gedrag. We weten bijvoorbeeld dat het voor sommige mensen moeilijker is om met specifiek gedrag te stoppen dan voor andere en dat het voor sommige mensen fijner is om te bewegen dan voor anderen. Er zit zelfs een erfelijke component in sportief gedrag; voor sommigen gaat sporten veel gemakkelijker dan voor anderen. Zij worden bijvoorbeeld beloond in hun lijf, terwijl anderen het eerder als straf ervaren.

Het is belangrijk om met al deze factoren rekening te houden wanneer je het gewicht van een kind beoordeeld. Je kunt dus niet zo maar alle kinderen met elkaar vergelijken; het gaat echt om individuele kinderen. Het is belangrijk om het gewicht van kinderen over een langere periode in de gaten te houden (bijvoorbeeld een paar maanden), zodat je geen verregaande conclusies trekt op basis van een momentopname. Ook heel snelle stijgingen of dalingen in gewicht zijn belangrijk om in de gaten te houden, dan kan er namelijk iets ernstigers aan de hand zijn dan ‘gewoon’ aankomen of iets lichter worden.’

 

Wanneer spreek je van overgewicht en wanneer heb je het over obesitas (bij kinderen)?
jongens_gewicht_overgewicht‘Je hebt verschillende gradaties in overgewicht; we spreken van overgewicht en ernstig overgewicht (oftewel obesitas). Bij volwassenen komt ook ‘morbide obesitas’ voor, maar bij kinderen gelukkig bijna niet.
Je bepaalt het overgewicht op basis van de BMI. Dat is makkelijk te bepalen, maar helaas is dat een vrij onnauwkeurige maat. Bovendien verschilt het bij kinderen en jongeren per leeftijd en ook tussen jongens en meisjes, wat een gezond BMI is. Vandaar dat het belangrijk is om dan vooral verder te gaan kijken: wat is er thuis precies aan de hand en waar komt het overgewicht door. Houd verder ook goed in de gaten hoe het met het kind zelf gaat, of het lekker in zijn vel zit en hoe het zich ontwikkelt.’

 

Wat merk je of zie je aan een kind met overgewicht?
jongen_overgewicht_buikomvang_meten‘Aan de buitenkant zie je dat kinderen dikker zijn en dat hun kleding niet goed meer past. Kinderen met ernstig overgewicht kunnen soms ook al lichamelijke klachten krijgen, waar soms zelfs al medicatie voor nodig is. Dat betekent dat kinderen echt duidelijk ziek kunnen worden van hun overgewicht. Zelfs ziektes, gerelateerd aan overgewicht, die vroeger aangeduid werden als ‘ouderdomsziekte’ (zoals diabetes type 2) komen nu al voor bij kinderen. Op lange termijn zie je dat kinderen met overgewicht later grotere kans hebben op hart- en vaatziektes, hoge bloeddruk, kanker, verminderd functioneren van allerlei organen (o.a. de lever) en eerder overlijden.

Er zijn trouwens ook andere ziektes, waar kinderen overgewicht door kunnen krijgen. Dat zijn bepaalde erfelijke, aangeboren ziektes, die een hele andere achtergrond hebben. Hun overgewicht hoort dan eigenlijk bij het onderliggende ziektebeeld. Dat komt dan vaak niet door wat ze eten of door te weinig bewegen, maar wel door hun stofwisseling en andere factoren. Vaak hebben kinderen met een dergelijke ziekte ook nog andere lichamelijke of mentale klachten en zitten dan al in een intensief medisch traject. Dat zijn overigens ziektes die veel minder vaak voorkomen.

De uiterlijke en lichamelijke gevolgen zijn eigenlijk maar een deel van de gevolgen van overgewicht voor een kind. Het kind kan ook op andere manieren last hebben van zijn overgewicht. Het merkt bijvoorbeeld dat het minder goed mee kan doen tijdens de gymles of tijdens het spelen met vriendjes. Kinderen met overgewicht zitten vaak niet zo goed in hun vel, worden vaker gepest, trekken zich meer terug en kunnen zelfs een negatieve stemming of depressieachtige klachten ontwikkelen. Ook weten we dat kinderen met overgewicht vaker last hebben van depressieve klachten. Ook op de lange termijn zijn er vaak negatieve gevolgen voor de mentale gezondheid.

Gelukkig kun je veel ongedaan maken. Dat doe je o.a. door de bepaalde gewoontes om te buigen en door meer te bewegen. Dan is er gelukkig nog veel te redden. Al is dat wel makkelijker gezegd dan gedaan, zodra patronen eenmaal ingesleten zijn.’

 

Hoe vaak komt overgewicht voor bij kinderen?
meisje_overgewicht_bij_dokter‘Hoe vaak overgewicht voorkomt, is afhankelijk van de leeftijd, van bepaalde regio’s waar kinderen wonen en van bepaalde landen. Gemiddeld genomen zie je bij ongeveer 10-15% van alle kinderen in Nederland overgewicht en neemt het percentage toe met de leeftijd. Obesitas komt doorgaans voor bij minder dan 5% van alle kinderen; ook dat loopt sterk op met de leeftijd, dus de kans op obesitas wordt groter naarmate je ouder wordt. Tegenwoordig zie je dat overgewicht en obesitas over de algehele populatie toeneemt, dus zelfs bij kinderen.’

 

Wat zijn volgens jou de meestvoorkomende redenen dat het voor ouders nog best lastig is om hun kind een gezond eetpatroon aan te leren?
meisje_overgewicht_eet_toetje‘Wat ouders tijdens het eten doen, dus de regels die ze hebben of wat ze tijdens het eten tegen hun kind zeggen, zijn vaak vaste gewoontes of patronen. Daar spelen ook factoren als stress, tijdsdruk en hun eigen opvoeding in mee. Soms weten ouders ook wel dat ze het beter anders kunnen aanpakken, maar dan vervallen ze toch in een patroon van dingen die minder goed zijn. Je ziet ook dat ouders soms in een vicieuze cirkel met hun kind terechtkomen: het kind doet iets dat niet gewenst is (bijv. het kind kijkt veel tv) en ouders gaan dat verbieden of beperken. Dat maakt dat het kind het juist meer wil gaan doen. Dat is lastig om te doorbreken. We weten dat een negatieve aanpak vaak niet goed werkt. Stimuleren van wat wél goed gaat, werkt veel beter, weten we uit onderzoek.

Ouders kunnen ook andere dingen doen om ervoor te zorgen dat hun kind een gezonde leefstijl of gezond eetpatroon ontwikkelt. Denk maar eens aan samen bewegen, samen gezond eten, samen activiteiten ondernemen, het goede voorbeeld geven en een compliment geven als kinderen iets nieuws proeven. Betrek je kind bij het proces van eten: samen boodschappen doen, samen koken, samen de maaltijd voorbereiden.

Het is goed om met je kind te praten over waarom je bepaalde keuzes maakt, waarom je het belangrijk vindt dat er groente gegeten wordt (bijv. je wordt er sterk / fit / gezond van). Als je alleen tegen je kind zegt dat hij het moet eten omdat het gezond is, dan is dat niet voldoende. Dat komt neer op ‘omdat ik het zeg’ en dat is te dwingend. Het is belangrijk om je kind meer uitleg te geven. Sluit bijvoorbeeld aan bij de belevingswereld van je kind: ‘wat zou jouw idool of superheld eten om gezond of fit te blijven?’.

Praat er al van jongs af aan over met je kind; zelfs met peuters is dat al belangrijk. Als je je kind hierbij helpt, over voeding praat, dan heeft dat een positief effect op wat je kind eet. Als je kind ouder is, kun je je kind steeds meer bij het proces van voorbereiden en koken laten helpen. Tieners kunnen bijvoorbeeld zelf een recept uitzoeken of zelfstandig koken. Op die manier maak je er voor je kind iets positiefs van in plaats van iets dat moet.

Ouders kunnen ook bepaalde valkuilen tegenkomen. Als je kind niet goed eet, dan kun je je daar zorgen over maken. Je bent bang dat je kind te weinig eet en te weinig gezonde voeding binnenkrijgt. Als het kind bij het avondeten niet goed gegeten heeft, dan bieden ouders vaak erna nog wat anders aan, bijvoorbeeld een boterham. Het kind is natuurlijk ook niet gek en weet tijdens het avondeten: ‘zo meteen komt er iets beters, dus ik ga het warme eten nu echt niet eten’.

Het is goed om je te realiseren dat het tijd kost om bepaalde dingen te leren eten. Je moet soms wel 10-15 keer iets proeven om het te leren eten. Gezonde gewoontes aanleren kost nou eenmaal tijd.

Vaak zeggen ouders tegen hun kind ‘eet je bordje leeg’, maar ook dat kun je beter achterwege laten. Als ouder bepaal je namelijk wél wat en wanneer er gegeten wordt, maar het kind bepaalt zelf hoeveel het eet. Daarmee luistert je kind naar zijn eigen honger- en verzadigingsgevoel. Als je kind dat namelijk niet doet, leert je kind niet wanneer het genoeg gegeten heeft. Veel mensen houden daar hun hele leven last van, dat ze niet eten omdat ze honger hebben, maar doorgaan tot het op is.

Het is goed om te weten dat je op verschillende manieren controle kunt uitoefenen op het gedrag van je kind. Dat kan o.a. door middel van ‘overt control’ en ‘covert control’. Overt control is de controle die je expliciet uit en die je kind merkt; als ouder verbied of beperk je je kind om iets te doen. Bij covert control is dat veel minder het geval. Uit onderzoek weten we dat covert control beter werkt; overt control werkt soms niet zo goed. Een voorbeeld hiervan is dat je je kind expliciet verbiedt om niet meer te snoepen (overt control) of dat je het snoep niet in huis haalt, zodat je kind thuis niet kán snoepen (covert control). Het effect is hetzelfde (‘je kind krijgt geen snoep’), maar de aanpak is duidelijk anders, en de resultaten op lange termijn vaak ook.

Het is ook af te raden om eten als straf of beloning te gebruiken. Bijvoorbeeld: ‘als je nu niet naar me luistert, krijg je straks geen toetje’ of ‘als je niet zeurt in de winkel, geef ik je thuis een snoepje’. Met een dergelijke aanpak leg je onbedoeld een relatie tussen emotie en eten en koppel je het eten los van het honger- en verzadigingsgevoel. Hierdoor gaan kinderen toch eten wanneer ze slecht in hun vel zitten, terwijl ze eigenlijk geen honger hebben. Op latere leeftijd zijn dit vaak de stress-eters: zodra mensen stress hebben grijpen ze naar de chips of andere ongezonde dingen.’

 

Wat kunnen ouders concreet doen om hun kind een gezonde leefstijl te bieden? 
meisjes_buiten_sporten‘We weten uit onderzoek dat een vaste structuur aanhouden het makkelijker maakt om nieuwe gewoontes aan te leren. Zo kun je dus het beste een vast moment op de dag aanhouden om fruit te eten en om samen te bewegen. Kinderen varen wel bij structuur; die duidelijkheid vinden ze fijn. Dat maakt het makkelijker om te doen en vol te houden.

Zorg dat je gezond gedrag van je kind stimuleert. Geef je kind bijvoorbeeld een compliment wanneer het iets nieuws proeft. Dan zie je je kind als het ware ‘groeien’.
Je kind eet natuurlijk niet alleen thuis, maar ook op andere plekken, zoals school, opvang, bij opa en oma tijdens het oppassen. Vaak zie je dat in elke context andere afspraken of eetgewoontes gelden. Als de verschillen in aanpak ongunstig voor het kind uitpakken, dan zal het er op de plek waar iets niet mag er tegenin gaan. Voor het kind is het gewoon moeilijker te begrijpen dat het op de ene plek wel en op de andere plek niet mag. Ook voor ouders onderling is het belangrijk om zo veel mogelijk op één lijn te zitten: als het kind van de ene ouder zijn bord moet leeg eten en van de andere ouder hoeft dat niet, dan ondermijn je elkaars gezag en is het voor je kind erg onduidelijk wat nu precies de bedoeling is. Dat werkt niet.

We weten ook uit onderzoek dat wanneer de opvang en ouders qua eetgewoontes niet op een lijn zitten, het kind over het algemeen ongezonder eet. Probeer daarom de gezonde eetgewoontes ook af te stemmen op de andere plekken waar je kind regelmatig is. Dat is in praktijk natuurlijk best lastig, maar wel belangrijk voor je kind. Ga erover in gesprek en probeer op één lijn te komen.

Verder is het natuurlijk belangrijk om het goede voorbeeld te geven. Eet als ouder zelf gezond en zorg dat je voldoende beweegt.

Blijf deze tips volhouden. Het is echt een weg van de lange adem. En wees mild voor jezelf. Niemand maakt altijd alleen maar verantwoorde keuzes, dat hoeft ook niet. Het is als ouder echt niet altijd makkelijk, en het laatste wat je wilt is dat het een obsessie voor jou of je kind wordt.’

 

In de media wordt tegenwoordig regelmatig aandacht geschonken aan gezondheid, leefstijl, overgewicht en je kunt op internet veel tips over dit onderwerp vinden. Zit daar ook wel eens verkeerde informatie tussen?
dieten_diversen‘De eerste mythe, die ik vaak tegenkom, heeft te maken met wat een gezond voedingspatroon precies is. Vooral in de social media komt verkeerde informatie veel voor. Daar is ineens iedereen expert. Er zijn bijvoorbeeld verschillende meningen over hoe je gezond kunt blijven; die worden op social media ineens gepresenteerd als dé waarheid, terwijl dat niet op wetenschappelijk onderzoek gebaseerd is. Dat geldt o.a. voor allerlei diëten en diverse aanpakken. Er is nou eenmaal niet één makkelijke oplossing die voor iedereen werkt. Als dat wel zo was, dan bestond er geen probleem meer op het gebied van overgewicht. Het is goed om kritisch te kijken naar wat er precies gezegd wordt.

Voor professionals is het belangrijk om te blijven kijken naar wat werkt bij dit kind en dit gezin. Er is geen magische of simpele oplossing.

Voor ouders is het belangrijk dat ze zich realiseren dat het gevaarlijk kan zijn om op basis van bepaalde diëten specifieke voedingswaarden weg te laten. Zeker kinderen in de groei hebben nou eenmaal een uitgebreid palet aan voedingsstoffen nodig. Als ze die niet of onvoldoende binnenkrijgen, kunnen ze bepaalde tekorten oplopen waar ze ziek van worden. Alle dieet-hypes, die voorbijkomen, kunnen dan gevaarlijk zijn.
Bijvoorbeeld: als je een specifiek dieet volgt, dan ga je bepaalde voedingsstoffen weglaten. Bij een veganistisch eetpatroon zijn dat bijvoorbeeld zuivelproducten en bij het paleo-dieet eet je zo min mogelijk koolhydraten. Kinderen, die veganistisch of vegetarisch eten kunnen bijvoorbeeld een tekort aan vitamine B12 krijgen; deze vitamine is essentieel voor de aanleg van het zenuwstelsel.

Voor kinderen zul je dus goed moet kijken waar je de ontbrekende voedingsstof mee gaat vervangen. Kijk daar heel goed naar, want alle voedingsstoffen zijn nodig voor kinderen in de groei. Als je iets weglaat, moet je ze vervangen door een ander voedingsmiddel of heb je soms zelfs supplementen nodig om hun voeding op een goede, verantwoorde manier aan te vullen.

Ongeacht het dieet waar je je kind aan wilt houden, zul je dagelijks heel bewust moeten kijken of je kind wel voldoende van alle voedingsstoffen binnenkrijgt. Als je kind geen vlees eet, kun je dat bijvoorbeeld aanvullen met peulvruchten en noten. Een diëtist kan helpen met kijken hoe je kind toch alles binnen krijgt.

Maar vergis je niet: we hebben het nu vooral over de bekende ‘specifieke’ diëten, die veel in de media terechtkomen en waar over het algemeen veel aandacht aan wordt besteed. Daarbij mogen we echter één groep niet vergeten, namelijk de groep mensen die weinig groente en/of veel ongezonde voedingsmiddelen eet. Ook zij missen namelijk een deel van de gezonde voeding. En dat is op dit moment een behoorlijk grote groep. Deze groep haalt de aanbevolen dagelijks hoeveelheid vezels, groente fruit ook niet en missen dus ook belangrijke voedingsstoffen. Het Voedingscentrum adviseert o.a. 250 gram groente per dag, maar dat haalt bijna niemand. Slechts 16% van alle volwassenen eet voldoende groenten en maar 13% procent eet voldoende fruit. Dat advies komt trouwens niet zo maar uit de lucht vallen; dat is gebaseerd op advies van de Gezondheidsraad én wetenschappelijk onderzoek.

kind_overgewichtWat je ook vaak tegen komt, is dat mensen een verkeerd beeld hebben van wat overgewicht precies is en of hun eigen kind overgewicht heeft. Ouders weten soms niet wat een realistisch beeld is van wat het gewicht van een kind zou moeten zijn. Zelfs als hun kind te zwaar is, ziet de meerderheid van de ouders dat niet en ondernemen ze geen actie, met alle gevolgen van dien. Dat zie je vooral bij ouders van jongere kinderen. Bij oudere kinderen zie je soms het omgekeerde: ouders denken dat het kind te zwaar is terwijl dit niet het geval is. Beiden situaties zijn uiteraard zorgelijk.

In het verlengde daarvan zie je ook dat kinderen zelf niet goed weten wat een gezond gewicht is. Zowel jongens als meisjes denken bijvoorbeeld dat ze te dik zijn; dat zie je vooral bij tieners, maar ook al bij leerlingen uit de bovenbouw van de basisschool. Kinderen en tieners zijn al bezig met hun gewicht, met dik zijn en met diëten. De media spelen daar wel een rol in: op basis van filmpjes in de social media of beelden op tv krijgen ze een idee van hoe ze eruit zouden moeten zien. Ze kunnen niet goed inschatten of dat realistisch of zelfs gezond is (of niet).’

 

Wat kun je ouders, die twijfelen over het gewicht van hun kind, adviseren? Welke concrete stappen kunnen zij ondernemen om hun kind te helpen om evt. overgewicht te verminderen? 
‘Als ouders het vermoeden hebben dat hun kind overgewicht heeft, dan kunnen ze een aantal stappen zetten, afhankelijk van de leeftijd van hun kind en de situatie:

vader_geeft_dochter_high_fiveOuders kunnen natuurlijk starten met het toepassen van de tips uit dit artikel. Ze kunnen een begin maken met ‘niet meer verbieden’. Je moet als ouder zeker grenzen stellen, maar het is belangrijk om dat op een positieve manier in te steken. Maar vaak zijn gezinnen als er sprake van overgewicht is dit punt al gepasseerd, en zitten ze in die negatieve spiraal. Het kan dan goed zijn om hulp te zoeken.

Ouders kunnen bij diverse hulpverleners aan de bel trekken. Dat is absoluut geen teken van zwakte; het is juist sterk als je hulp inschakelt wanneer je merkt dat het je zelf niet lukt om de situatie te veranderen. Het consultatiebureau en jeugdgezondheidsarts houden bijvoorbeeld de groei van je kind in de gaten en kan je op dit gebied verder helpen. Ook kun je terecht bij je huisarts, een leefstijlcoach of het CJG.Er zijn dus meerdere mogelijkheden, afhankelijk van de specifieke vraag die je als ouder hebt over je kind.

Realiseer je dat je kind er zélf weinig aan kan doen dat het overgewicht heeft. Op dit moment is het hebben van overgewicht eigenlijk een normale reactie op de omgeving waar we met zijn allen in zitten. Er wordt veel reclame gemaakt voor ongezond eten en we bewegen met z’n allen te weinig. De hele omgeving stuurt dus als het ware in de richting van overgewicht. Dat maakt het ook moeilijk voor een kind om uit zichzelf gezond te eten en genoeg te bewegen. Daar kun je het kind dus niet de schuld van geven, maar je kunt hem wel hulp bieden.’

 

En hoe kunnen ouders dat het beste met hun kind bespreken? 
gezin_dochter_op_bed_chips‘Als je hulp gaat zoeken voor je kind, dan is het goed om dat op een positieve manier met je kind te bespreken. Het is vooral belangrijk om de nadruk te leggen op hoe belangrijk het is om lekker in je vel zitten, om je fijn te voelen in je eigen lijf en om sterk en fit te zijn. Bespreek met je kind hoe jullie er samen voor kunnen zorgen dat je kind weer lekker in zijn vel zit. Dan heb je een heel ander gesprek dan wanneer je aangeeft dat je kind te dik is en daar wat aan moet doen, of dat je kind niet mag gamen of juist moet gaan sporten omdat hij te dik is. Kritiek van je ouders op je gewicht en daardoor een verstoorde relatie heeft op de langere termijn misschien veel negatievere gevolgen dan die paar kilo te veel.

Voorkom dus dat je ingaat op het uiterlijk van je kind. Voor kinderen is dat namelijk absoluut niet fijn. Ze zijn zich er vaak al bewust van omdat ze bijvoorbeeld gepest worden of er opmerkingen van vriendjes over krijgen. Als je er als ouder dan ook nog eens over begint, dan is dat extra vervelend.

Ga er dus wel over in gesprek, ga het onderwerp niet uit de weg, laat het geen taboe zijn, maar let op de formulering die je in de gesprekken met je kind hierover gebruikt. Het is enerzijds belangrijk om het samen te bespreken en anderzijds dat je kind zich niet bekritiseerd voelt. Ga vervolgens samen kijken hoe het weer de goede kant op gaat. Blijf in gesprek met je kind, zonder je kind verwijten te maken en zonder dat je kind het gevoel heeft zich te moeten verdedigen.’

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend.
 Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?
Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Lees verder over gerelateerde thema’s:
Wist jij dit al over opvoeding en ouderschap…? Uitgebreide interviews met toonaangevende experts.’ 
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips).
Vind ik niet lekker!‘ (Over jouw rol aan tafel en hoe jij er voor kunt zorgen dat je kind beter eet.)
Ik huil, dus ik snoep‘ – 5 tips om te voorkómen dat je kind een ‘emotie-eter’ wordt.
‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl. 

Hoe kom je deze Corona-tijd op een positieve manier door…? Speciaal voor ouders en opvoeders.

fb_zo_bewaar_je_thuis_de_rust_in_coronatijdWe zitten nu al een aantal weken thuis, binnen, in huis. Door alle Corona-maatregelen mogen we namelijk niet meer naar buiten (behalve voor boodschappen en een frisse neus) en mogen we niet meer naar ons werk (m.u.v. vitale beroepen).

Deze verandering kan behoorlijk veel impact op je hebben: je dagelijkse dagindeling of weekstructuur is zo maar ineens overhoop gegooid en er wordt van je verwacht dat je je aanpast en je een nieuwe dagindeling of structuur eigen maakt. Dat is behoorlijk ingrijpend en dat gaat voor de meeste mensen echt niet vanzelf. Zoals je misschien zelf ook wel gemerkt hebt, kunnen deze veranderingen niet alleen ingrijpend maar ook behoorlijk frustrerend zijn. Die gevoelens van frustratie en onrust neem je ook mee in de reactie naar de mensen om je heen, zoals je partner en je kinderen, en in hoe je met bepaalde situaties omgaat.

Daarbij wordt niet alleen van ons verwacht dat we thuiswerken, maar hebben we nu ook 24/7 onze kinderen (en evt. partner) om ons heen; uiteraard hebben zij onze aandacht nodig. Onze kinderen krijgen bijv. opdrachten van school, die de ene dag beter gaan dan de andere. Dat heeft enerzijds te maken met hun eigen motivatie en concentratie, anderzijds met evt. technische problemen (denk maar aan het vastlopen van de computer, de wifi die eruit ligt, documenten die plots verdwijnen of websites die niet meer toegankelijk zijn). Dat kan oplopen tot behoorlijk frustrerende situaties. En die komen meestal op het moment dat jij net lekker bezig bent met je eigen werk. Help!

⇒ Hoe kun je er nou voor zorgen dat je thuis op een goede manier je werk kunt doen zonder te veel frustraties over en weer…? Daar geef ik je in dit artikel een aantal waardevolle en praktische tips voor.
Houd je bij het uitvoeren en toepassen van deze tips natuurlijk wel aan alle Corona-maatregelen.

 

1. Maak duidelijke afspraken met elkaar.
gezin_aan_tafel_keuken_papierenSpreek met elkaar af wanneer jullie werken (voor school, voor je werk) en wanneer jullie andere dingen kunnen doen. Het is handig om samen een dagschema af te spreken, zodat voor iedereen duidelijk is wat er door de dag gebeurt. Voor kinderen voelt het fijn en vertrouwd als ze zoveel mogelijk dezelfde dagstructuur hebben als die ze gewend zijn. Uiteraard is de structuur nu zeker niet hetzelfde als wanneer ze naar school zouden gaan, maar je kunt die structuur wel zo veel mogelijk nabootsen.
In m’n artikel ‘Zo wordt schoolwerk kinderspel!‘ lees je hoe je je kind die structuur kunt bieden. 

Maak afspraken over wanneer je kinderen jou om hulp kunnen vragen; mag dat de hele tijd tussendoor of wil je liever dat ze meerdere vragen bij elkaar verzamelen, misschien zelfs even opschrijven en die dan in één keer aan je stellen. Je kunt ook met je kind afspreken dat jij ieder half uur bij je kind gaat kijken om te vragen hoe het met zijn schoolwerk gaat en je dan eventuele vragen kunt beantwoorden. Zorg er in ieder geval voor dat je vaak genoeg beschikbaar bent voor je kind, zodat je kind zijn vragen kan stellen. Dat voorkomt frustratie van beide kanten.

Maak afspraken over de momenten waarop je echt niet gestoord mag worden, bijv. wanneer je met collega’s, cliënten of opdrachtgevers belt of wanneer je een belangrijke deadline hebt. Zorg dat je vlak voor die afspraak alle vragen van je kind(eren) hebt beantwoord en zorg dat ze een tijdje vooruit kunnen met hun werk. Je kunt er ook voor kiezen om je kind(eren) dan even pauze te geven en juist dan iets te gaan doen wat ze ontzettend leuk vinden en graag een tijdje mee spelen.

gezin_helpen_met_huiswerkAls je partner ook thuis werkt, dan stem je deze werkzaamheden bij voorkeur af met het werk van je partner. Het is het fijnste als jullie het begeleiden van het schoolwerk onderling verdelen, bijv. de een aan het begin van de ochtend, de ander aan het eind van de ochtend. Op die manier weet je zelf wanneer je de werkzaamheden kunt doen waar je niet bij gestoord mag worden én weten de kinderen dat jij op die momenten niet beschikbaar bent (en je partner kan hen op dat moment begeleiden met hun schoolwerk).

Maak afspraken over hoe jullie met elkaar omgaan. Bijv. ‘Als we het niet met elkaar eens zijn (of als we iets niet fijn vinden), dan zeggen we dat op een rustige manier tegen elkaar’ (i.p.v. niet schreeuwen). Geef in zo’n afspraak altijd aan wat je verwacht dat je kind doet, zodat je kind weet wat hij wél kan doen.
Merk je dat jij veel tegen je kind schreeuwt? Lees dan in m’n artikel ‘Stop met Schreeuwen’ hier hoe je dat vermindert en/of vraag m’n gratis e-book ‘Stop met Schreeuwen’ aan. 

Normaalgesproken zou je op je werk natuurlijk niet bezig zijn met het helpen van je kind(eren) en gaat het helpen nu ten koste van je werktijd. Het is goed om voor jezelf in te plannen wanneer je evt. nog een uurtje (of langer) je werk ‘inhaalt’. Denk dan bijv. aan een uurtje ’s avonds doorwerken. Als je voor jezelf weet dat je je werk kunt inhalen, dan geeft je dat overdag meer rust en dat zorgt er ook weer voor dat je je kind(eren) op een fijnere manier – namelijk met meer rust – kunt helpen.

Evalueer na een week hoe het gaat met alle nieuwe afspraken, die jullie (samen) gemaakt hebben. Als jullie hebben gemerkt dat de afspraken op punten niet goed werken, dan pas je ze aan op een manier waarop ze wel voor jullie werken. Werk dan weer 3-4 dagen volgens de nieuwe afspraken. Verander de afspraken dus niet te snel, want jullie hebben allemaal een aantal dagen nodig om aan de nieuwe afspraken te wennen en om ze in praktijk goed toe te passen. 

vrouw_bank_notitieboekje_theeTIP: Merk je dat het overdag toch nog niet al te best gaat? Schrijf dan aan het einde van de dag 3 dingen op die er die dag wél goed gingen. Als je dat iedere dag doet, heb je na een week maar liefst 21 dingen genoteerd. Zo word je heel bewust van de positieve dingen, die in je gezin gebeuren en kun je steeds meer met een positieve bril naar je thuissituatie kijken. Wat er nu thuis gebeurt, is namelijk niet alleen kommer en kwel; er gaan ook dingen goed en er zijn ook iedere dag fijne, positieve momenten. Het is goed om je daar bewust van te zijn en om daar bij stil te staan.

 


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed naar je luistert, niet goed slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil? 
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 


2. Zorg voor voldoende beweging & ontspanning. 

gezin_fietsen_door_bosHet is goed om dagelijks voor voldoende ontspanning en beweging te zorgen. Gelukkig mogen we als gezin wel nog naar buiten om een frisse neus te halen, dus dat betekent dat we dagelijks een wandelingetje mogen maken of een stukje mogen fietsen. Dat kun je heel goed samen met je kinderen doen.

Voor kinderen zijn er nu veel mogelijkheden om thuis te bewegen; er zijn behoorlijk wat tv-programma’s en video’s op YouTube met oefeningen voor kinderen. Ook lekker buiten spelen draagt natuurlijk bij aan voldoende beweging.
In m’n artikelen ‘Is het erg als kinderen niet buiten spelen?‘ en ‘Zit nou toch NIET stil!‘ lees je hoe je het buiten spelen van je kind kunt stimuleren. 

Je kunt jullie gezamenlijke wandeling als ontspanning zien, maar je kunt daarbij nog voor extra momenten van ontspanning zorgen. Denk dan aan iedere avond in je boek lezen, een warm bad nemen, wat langer douchen, naar je favoriete muziek luisteren, beeldbellen met vriend(inn)en, een feelgood-film kijken etc. Het maakt niet uit wat je precies doet, als jij er maar van kunt ontspannen.

Het is het handigste om deze activiteiten op een vast moment op de dag te doen. Bijv. meteen na het ontbijt, na de lunch of vlak na het avondeten. Op die manier komt deze activiteit het gemakkelijkste in je nieuwe patroon en lukt het je beter om het dagelijks te doen.

TIP: Loop iedere dag een ‘Daily Mile‘ en laat één van je kinderen een route uitzetten van ong. 1,5 km (zo’n 3000 stappen) bij jullie in de buurt. Met een stappenteller-app op je telefoon kun je bijhouden of je tijdens je wandeling voldoende stappen hebt gezet. Dat laatste kun je ook heel goed aan je (oudere) kind overlaten. 

 


3. Zorg voor voldoende slaap.
gezin_lachend_in_bedJe merkt waarschijnlijk wel dat het momenteel een behoorlijk belastende en vermoeiende periode is. Er wordt veel van je gevraagd op alle gebied: niet alleen kost het aanpassen naar een nieuw ritme veel energie (waar je de balans inmiddels misschien toch al wel in hebt gevonden), maar je hebt nu ook de hele tijd mensen om je heen, die meer en een langere tijd van je vragen dan anders. Daarbij heb je misschien het gevoel dat je minder af krijgt voor je werk of raak je sneller afgeleid door alles wat er om je heen gebeurt. Dat is geen fijn gevoel.

Om voldoende energie te hebben, voldoende je rust te kunnen bewaren en je goed te kunnen concentreren, heb je voldoende slaap nodig. Neem dus voldoende rust, ga op tijd naar bed en slaap voldoende uren. Dat komt jou, je gezin en je werk overdag alleen maar ten goede.
Heb je zelf moeite met slapen? Lees dan m’n artikel ‘Slapen voor gevorderden [1]: 7 tips om makkelijker in slaap te vallen én meer te slapen‘ voor waardevolle informatie en praktische tips om direct thuis toe te passen.

Ook voor kinderen is het belangrijk om voldoende slaap te krijgen. Probeer voor je kind zoveel mogelijk dezelfde bedtijden ’s avonds aan te houden; het liefst sta je ook ’s ochtends op hetzelfde tijdstip op. Zorg daarbij o.a. voor een duidelijk en herkenbaar bedritueel.
In m’n artikel ‘10 basistips om je baby, kind of tiener lekker te laten slapen.‘ lees je wat je nog meer kunt om de kans zo groot mogelijk te maken dat je kind goed en voldoende slaapt. 

 


4. Zorg voor voldoende tijd alleen. 

meisje_leest_in_slaapkamer_alleenNu je 24/7 bij elkaar op de lip zit, is de kans groter dat er irritaties over en weer ontstaan. Niet omdat je elkaar nu ineens niet meer aardig vindt, maar simpelweg omdat je meer van elkaar ziet en meer bij elkaar in de buurt bent. Vandaar dat het goed is om per dag even wat afstand van elkaar te nemen. En dan heb ik het niet over 1,5 meter ;-), maar over je even van elkaar afzonderen. Reserveer daar het liefst ook een vast moment van de dag voor, bijv. na de lunch. Heeft niet iedereen een eigen slaapkamer of heb je niet voldoende kamers in huis waar iedereen alleen kan zitten, spreek dan af waar ieders vaste plekje wordt. Dat plekje kun je leuk aankleden door er kussens of dekens te leggen, zodat het ook voor je kind aantrekkelijk wordt om er even lekker te zitten of te gaan liggen.

⇒ Spreek met elkaar af dat je op een vast moment op de dag allemaal even in een andere ruimte iets voor jezelf doet. Kinderen kunnen die tijd heel goed invullen door dan even een half uurtje in hun boek te lezen. 

 


5. Zorg voor gezonde voeding. 

groente_fruit_appelvorm.jpgOm je goed te voelen en je weerstand op peil te houden, is het belangrijk dat jij en je gezin gezond eten. Dat betekent niet alleen dat je ervoor zorgt dat jullie dagelijks voldoende fruit, groente en vezelrijke voeding binnenkrijgen, maar ook dat jullie regelmatig eten. Houd daarvoor dezelfde eetmomenten aan als anders, zoals een ontbijt, lunch, avondeten en 2x een tussendoortje per dag. Als je gezonde voeding in dezelfde hoeveelheden en op dezelfde eetmomenten aanhoudt als dat je voorheen deed, dan voorkom je allerlei ongezonde eetgewoontes.

 


Goed om te weten: Door gezond te eten, genoeg te slapen en regelmatig te bewegen, blijft je weerstand zo hoog mogelijk. Met een goede weerstand is je lichaam beter in staat om ziekmakende bacteriën en virussen te bestrijden en word je vaak minder snel of hevig ziek. Mocht je toch ziek worden, dan herstel je meestal sneller. (Voedingscentrum)


 


Merk je dat je het lastig vindt om je baby, kind of tiener goed te laten slapen, goed te laten eten of goed naar je te laten luisteren?

Neem dan contact met me op. Ik heb meerdere manieren om ervoor te zorgen dat jouw opvoedaanpak weer positief, fijn én effectief wordt én dat jouw kind binnen enkele weken al beter naar je luistert, beter eet en/of beter slaapt. Hierdoor zal ook de band met je kind verder verbeteren. Je leest hier informatie over mijn opvoedcoaching.
Ook online opvoedcoaching behoort tot de mogelijkheden. 


Wil je graag reageren op dit artikel?

Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

Literatuur en websites gebruikt voor dit artikel: 
– ‘Coronavirus & voeding’. (2020). Voedingscentrum. Klik hier.

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘Zo wordt schoolwerk kinderspel! [incl. GRATIS downloads]
– ‘Je kind en het coronavirus: Hoe praat je samen over alle veranderingen?‘.
– ‘Als je kind teleurgesteld is… | 5 stappen om je kind te leren met teleurstellingen om te gaan.
‘Ik moet het mijn kind eerst 10x vragen…‘ – Hoe je je kind in 5 stappen leert om beter naar je te luisteren.
– ‘Welke afspraken maak je met je kind of tiener over gamen en telefoongebruik?
– ‘Stop met schreeuwen!‘ (Over: Hoe je in 5 stappen minder schreeuwt tegen je kind)
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

logo_akse_coaching_groot_nieuwGa (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Zo wordt schoolwerk kinderspel! [incl. GRATIS downloads]

moeder_zoon_werk_schoolwerkNou ja, kinderspel wordt het misschien niet, maar je kunt het jezelf wel makkelijker maken. O.a. door een dagschema* voor je kind te gebruiken.
* Of dagstructuur, dagindeling, dagprogramma. Je snapt wel wat ik bedoel… 😉

He bah, een dagschema, denk je misschien… Wellicht ben jij één van de ouders, die totaal niet van de structuur is. Je hebt liever de vrijheid om te zien wat er gebeurt en daar kun je doorgaans goed op inspelen. En dat mag!
Voor de ouders, die structuur van nature al fijn vinden: dit is helemaal je ding.


Toch weten we uit onderzoek dat alle kinderen baat hebben bij structuur en duidelijkheid.
Dat geldt voor kinderen van alle leeftijden, dus zowel voor basisschoolleerlingen, voor tieners in het voortgezet onderwijs als voor kinderen die nog niet naar school gaan.En zeker nu de normale dagstructuur van naar school of de opvang gaan, weggevallen is én ze wellicht hier en daar ook de onzekerheid meekrijgen over het corona-virus, is het belangrijk om thuis een duidelijke structuur aan te brengen.

Als kinderen namelijk weten waar ze aan toe zijn, dan heeft dat niet alleen als voordeel dat ze zich vertrouwd en veilig voelen, maar ook dat je thuis minder discussies hebt over wat ze wanneer mogen doen.
gezin_eet_ontbijt_samen

Waarschijnlijk heb je vast al wel een bepaalde structuur in huis. Denk maar eens aan de eetmomenten. Doorgaans zul jij ook wel de volgende eetmomenten aanhouden: ontbijt, tussendoortje (’s ochtends), lunch, tussendoortje (’s middags) en avondeten.

Je kind is waarschijnlijk goed gewend aan deze vaste eetmomenten, zeker op de dagen dat het naar school gaat. Dus ook in deze situatie, waarin je kind zijn schoolwerk niet op school maar thuis maakt, is het goed om deze vaste momenten aan te blijven houden.

Tussen de eetmomenten door kun je natuurlijk heel goed allerlei andere activiteiten inplannen. Normaalgesproken doe je dat waarschijnlijk wat meer ‘uit de losse pols’, maar nu is het handig om de tijden beter in de gaten te houden. Op die manier zorg je er namelijk voor dat er voldoende afwisseling zit in de dagindeling van je kind. Zo heeft je kind niet alleen voldoende tijd om zijn schoolwerk te maken, maar heeft hij ook voldoende tijd om te bewegen en te spelen. Want ook die laatste twee componenten blijven belangrijk.

Laten we nu eens kijken naar hoe zo’n dagschema er precies uit kan zien. Hieronder zie je een voorbeeld van een dagschema voor basisschoolleerlingen.

Dagschema voor basisschoolleerlingen:

  • 08.00u: Ontbijt
  • 08.30u: Schoolwerk (bijv. boek lezen, taal, rekenen)
  • 10.00u: Tussendoortje
  • 10.15u: Samen bewegen / Buiten spelen
  • 10.30u: Schoolwerk (bijv. spelling, schrijven) en/of klusjes doen
  • 12.00u: Lunch
  • 13.00u: Samen bewegen / buitenspelen
  • 13.30u: Schoolwerk (bijv. nieuwsbegrip, wereldoriëntatie, Engels) en/of klusjes doen
  • 15.00u: Tussendoortje
  • 15.30u: Vrij spelen
  • 17.30u: Avondeten
  • Vanaf 18.00u: Avondprogramma & Naar bed

 


PRINT dit dagschema uit.fb_houd_je_kind_aan_een_duidelijk_dagritme

Dit dagschema heb ik speciaal voor jou in een mooi jasje gegoten en kun je nu ook downloaden. Hang het vervolgens op op een duidelijk zichtbare plek (bijv. in de keuken, in de woonkamer), in ieder geval op de plek waar je kind meestal zijn schoolwerk doet. Zo ziet je kind zelf ook precies wanneer hij wat gaat doen.

Dit schema vergroot op die manier niet alleen zijn zelfstandigheid (hij kan de planning nl. al enigszins zelf in de gaten houden), maar hij weet daardoor ook beter waar hij precies aan toe is.

Klik hier om het dagschema te downloaden, zodat je het thuis kunt gebruiken.


 


Schoolwerk: De vakken & onderwerpen

Probeer er achter te komen wat de dagindeling op school is, dus in welke volgorde de vakken op school aangeboden worden. Kinderen weten dat vaak wel, dus vraag het gewoon aan je kind. Als je die dagindeling weet, dan kun je die thuis ook aanhouden. Dat is waarschijnlijk alleen maar fijn voor je kind. Zo is je kind ook niet de hele tijd met hetzelfde bezig en kan het de vakken regelmatig afwisselen.
Op het schema dat je hierboven ziet, heb ik de indeling van de vakken aangehouden zoals m’n eigen kinderen ze nu – min of meer – in hun eigen klas aanhouden (groep 4 en 6).

Klusjes
gezin_huishoudelijke_klusjes_samenWaarschijnlijk zal het schoolwerk minder tijd in beslag nemen dan de tijd dat je kind op school is. Je kind zal dus dagelijks best wat tijd over hebben. Die tijd kan je kind goed besteden aan klusjes; denk dan aan z’n eigen bed opmaken, pyjama / vuile kleding opruimen, slaapkamer opruimen, tafel dekken (en afruimen), vaatwasser inruimen (of uitruimen), een kamer afstoffen etc. Bij het uitkiezen van de klusjes kijk je uiteraard wel goed naar wat je kind redelijkerwijs op een goede manier kan uitvoeren.
Het is prima om je kind klusjes in huis te laten doen; kinderen vinden het vaak fijn om een handje mee te helpen in huis. Als klusjes echter echt te moeilijk zijn, dan werkt dat alleen maar (onnodige) frustraties in de hand en die wil je graag voorkomen.

 


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 


Spelen & Bewegen
gezin_werk_prive_balansJe ziet dat het schoolwerk in dit schema regelmatig afgewisseld wordt met bewegen & buiten spelen. Dat is ook hard nodig. Je mag nl. niet van je kind verwachten dat hij/zij de hele tijd stil op een stoel blijft zetten en rustig aan één stuk door al zijn werk maakt. Dat is echt niet realistisch! Sterker nog, dat gebeurt op school ook niet. Vandaar ook dat het heel belangrijk is om het ‘denkwerk’ af te wisselen met beweging en (buiten) spelen.

Avondprogramma
Na het avondeten heb ik het dagschema ‘los gelaten’. Uiteraard geldt dat eigenlijk ook al voor het tijdstip waarop jullie ’s avonds gaan eten. Dat mag je uiteraard helemaal zelf weten.
Het verdere avondprogramma – na het avondeten – zal vooral afhankelijk zijn van de leeftijd van je kind(eren). Jonge kinderen gaan doorgaans vlak na het eten naar bed; kinderen op de basisschool zullen nog even iets anders kunnen doen en gaan dus wat later naar bed. Uiteraard zullen tieners na het avondeten nóg meer tijd hebben om andere dingen te doen voordat ze daadwerkelijk gaan slapen. Vandaar dat ik het deel na het avondeten verder niet heb gespecificeerd.

Voor tieners
meisje_moe_denkt_aan_bed_tieerVoor tieners verandert het slaappatroon heel duidelijk. Dat kun je dus al merken vanaf groep 6-7. Daardoor zijn ze in de avond later moe en – logischerwijs – ’s ochtends later wakker of – als ze toch bijtijds uit bed moeten – gewoon moe. Het is dan ook niet zo vreemd om met je tiener af te spreken dat zijn dagschema een uurtje later start en dat hij dus een uurtje later aan zijn schoolwerk mag beginnen. Uiteraard gaat het schema dan ook een uurtje langer door.
Kijk even of dat realistisch gezien mogelijk / haalbaar is. Als dit onenigheid met de andere kinderen in huis in de hand werkt of als er andere onoverkomelijke problemen door ontstaan, dan kun je deze optie beter achterwege laten en de gewone schooltijden aanhouden.
Ook de vakken, die ik in het voorbeeld-dagschema hierboven noemde, gelden natuurlijk niet meer voor tieners. Aangezien zij al iets beter – dan basisschoolleerlingen – hun planning kunnen maken, kunnen zij best hun eigen vakken in dit schema inpassen; maar ook dan kan het nog steeds fijn zijn als jij als ouder om af en toe een handje hulp biedt.
In dit artikel lees je meer over (o.a.) het veranderende slaappatroon van tieners.

fb_zo_voorkom_je_dat_je_kind_de_hele_dag

Jonge kinderen
Net als oudere kinderen gaan ook baby’s, dreumesen en peuters nog steeds niet naar de kinder- of peuteropvang of naar hun gastouder. Jouw kindje waarschijnlijk ook niet…

Daarbij komt nog dat jij (en/of je partner) waarschijnlijk thuis moeten werken. En dat terwijl je kindje veel aandacht van je vraagt.

Misschien ben je wel geneigd om je kindje wat langer – dan je eigenlijk lief is – tv te laten kijken. Of misschien wil jouw kindje nu zelf wel heel graag tv kijken of een computerspelletje doen, terwijl jij weet dat er heel veel ander speelgoed is waar je kindje leuk mee kan spelen.

Uiteraard is het niet erg als je kindje per dag even tv kijkt of even een computerspelletje speelt. Dat mag best! Het is alleen belangrijk dat het niet te lang aan één stuk is én dat het goed afgewisseld wordt met andere activiteiten.
Om ervoor te zorgen dat er voldoende afwisseling in de dag van jouw kleintje zit, kun je het schema aanhouden dat ik bij deze alinea heb geplaatst.
KLIK HIER om de ‘kindversie’ van dit schema GRATIS te downloaden.

Hoe je dat verder precies met je dreumes of peuter aanpakt, lees je hier
.

jongens_dreumes_spelen_afpakken


O ja: en is je kind eerder klaar met zijn schoolwerk dan het dagschema aangeeft?

Dan mag daar natuurlijk meteen ‘vrij spelen’ – of iets anders dat je kind leuk vindt – voor in de plaats komen. 😉


Merk je dat je het lastig vindt om je kind of tiener naar je te laten luisteren?

Neem dan contact met me op. Ik heb meerdere manieren om ervoor te zorgen dat jouw opvoedaanpak weer positief, fijn én effectief wordt. Je leest er hier meer over.


Wil je graag reageren op dit artikel?

Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:

– ‘Ik mag hier ook nooit iets!‘ | Hoe je je kind of tiener steeds wat meer vrijheid geeft.
– ‘Boos zijn kun je leren!‘ | 6 stappen om je kind te leren zijn boosheid te beheersen.
‘Ik moet het mijn kind eerst 10x vragen…‘ – Hoe je je kind in 5 stappen leert om beter naar je te luisteren.
– ‘Welke afspraken maak je met je kind of tiener over gamen en telefoongebruik?
– ‘Stop met schreeuwen!‘ (Over: Hoe je in 5 stappen minder schreeuwt tegen je kind)
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

logo_akse_coaching_groot_nieuw

Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Wat gebeurt er allemaal met je kind tijdens de adolescentie? Van kindertijd naar jong volwassenheid. [Overzichtsartikel]

kinderen_jongeren_lachend_op_bankVanaf het moment dat je kind / tiener gaat ‘puberen’ verandert er veel; niet alleen voor je tiener, maar ook voor jou als ouder. In dit ‘overzichtsartikel’ wil ik je een samenvatting geven van wat er in deze periode allemaal voor je tiener verandert. Zoals je zult lezen, is dat echt ontzettend veel: op maar liefst 8 domeinen maakt je tiener een enorme ontwikkeling door.
Je begrijpt dat ik in dit artikel niet alle domeinen even uitgebreid zal bespreken, maar daar zal ik in latere artikelen nog wel eens op terugkomen.

Mijn doel van dit artikel is om jou als ouder een overzicht te geven van wat er op dit moment allemaal met jouw tiener gebeurt en waarom hij/zij zich soms – maar lang niet altijd – zo lastig / vervelend / moeilijk kan gedragen. Ik hoop van harte dat dit artikel bijdraagt aan een groter begrip. Uiteraard mag je ook in dit artikel weer mooie praktische tips verwachten, zodat je weet hoe je met sommige lastige opvoedsituaties kunt omgaan.
In de toekomst zal ik over de onderdelen, die je in dit artikel leest, nog meer artikelen schrijven en dan losse thema’s verder uitdiepen.

Pubers, Tieners & Adolescenten
In de volksmond wordt er vaak over ‘pubers’ gesproken. De puberteit gaat strikt genomen alleen over de hormonale veranderingen, die kinderen van deze leeftijd ondergaan. Dat doet echter onvoldoende recht aan álle veranderingen, die er bij je kind gaan spelen. Vandaar dat ik deze term zo veel mogelijk probeer te vermijden.
De officiële en meer adequate term, die voor deze leeftijdsgroep gebruikt wordt, is ‘adolescent’. Ook het woord ‘tiener’ zal ik in dit artikel gebruiken voor kinderen in de leeftijd van 10 t/m 19 jaar.

Leeftijd van adolescenten
Vaak wordt gedacht dat de adolescentieperiode loopt van 12 t/m 18 jaar. Voordat je kind 13 jaar oud is, zit hij nog op de basisschool en zie je hem waarschijnlijk nog als kind. Vanaf 18 jaar mag je kind o.a. officieel gaan stemmen en auto rijden en wordt hij geacht zich te gedragen als een volwassene.

Toch weten we uit onderzoek dat (o.a.) de hersenontwikkeling van adolescenten op de leeftijd van 18 jaar nog niet voltooid is. Sterker nog, de hersenontwikkeling loopt nog tot een jaar of 25 (je leest er hieronder meer over). Dat betekent voor jou als ouder dat ook je ‘jong volwassen’ kind af en toe nog wel wat hulp kan gebruiken. Dus ook op die leeftijd ben je als ouder echt nog niet overbodig. 😉

 

De adolescentie begint dus al eerder dan 12 jaar en eindigt later dan 18 jaar. Grofweg kun je de adolescentieperiode indelen in 4 stadia of fasen. Elke fase heeft z’n eigen kenmerken, die ik hieronder kort voor je uiteenzet.

(1) Vroege adolescentie (10 – 14 jaar): 
meisjes_tablet_lachendHet gedrag van je tiener wordt op deze leeftijd beïnvloed door hormonen én door het proces van de hersenrijping. Daardoor is hij emotioneler en reageert hij gevoeliger op allerlei dingen. Tegelijkertijd denken tieners minder goed (of beter gezegd: ‘anders’) na, waardoor ze impulsief kunnen handelen. Ook is hij in deze fase erg gericht op het bevredigen van directe behoeftes. Als je tiener ergens zin in heeft, dan wil hij dat het liefst direct, meteen, onmiddellijk. Ook het proces van losmaking van  de ouders hoort bij deze vroege fase.

(2) Midden adolescentie (14 – 16 jaar): 
kinderen_tieners_groep_op_bankJe tiener is nu – meer dan anders – geneigd om risico’s te nemen. Het draait allemaal om het krijgen van kicks en om experimenteren. Het probleem daarbij is dat hij op deze leeftijd nog niet de consequenties van zijn gedrag kan overzien. Desgevraagd kan hij de mogelijke risico’s wel benoemen, maar dat roept nu (nog) geen emoties op; dus ondanks dat hij de risico’s (in theorie) kent, wil dat niet zeggen dat hij het risicovolle gedrag (in praktijk) achterwege zal laten. Ook emoties voeren in deze fase nog steeds de boventoon.

(3) Late adolescentie (16 – 22 jaar) 
kinderen_tieners_staand_in_park_rokenJe tiener krijgt steeds meer grip op zijn eigen handelen en zijn gedrag. Hij is in staat om weloverwogen keuzes te maken, zijn gedrag te evalueren en zich aan te passen aan sociale situaties. Je merkt dat het gedrag van je tiener in een betere balans raakt en je ziet dat hij zich steeds zelfstandiger en onafhankelijker gaat gedragen. Er worden meer weloverwogen beslissingen genomen, omdat ze nu ook steeds beter de langetermijneffecten van hun gedrag in overweging nemen.

(4) Jong volwassenheid (18 – 25 jaar)
studenten_lachen_papierenJongvolwassenen groeien toe naar zelfstandigheid. Ze zijn met zichzelf bezig en gaan door met ontdekken wie ze zijn; de ontwikkeling van hun eigen identiteit gaat nog door. Jongeren kijken soms nog kritisch naar zichzelf: wat kan ik, hoe zie ik eruit? Toch zijn ze als jong volwassene minder onzeker en kwetsbaar dan in de adolescentie. Op deze leeftijd worden hun vriendschappen nog hechter en wordt de invloed van hun vriendenkring groter dan die van hun ouders. Ze worden zelfstandig, gaan misschien studeren, op kamers wonen en/of gaan werken.

 

Hieronder vind je een overzicht van alle veranderingen, die je tiener tijdens de adolescentie gaat doormaken. Uiteraard komen deze veranderingen niet voor alle tieners op hetzelfde moment of op dezelfde manier voor; bij sommige tieners zul je van het ene domein meer ‘last’ hebben en van het andere merk je nagenoeg niks. Die individuele verschillen zijn er zeker en hoeven niet direct problematisch te zijn.

 

(1) Lichamelijke veranderingen & Groei
ive_had_to_reprogram_my_voice_recognitionHet meest opvallende aan de adolescentie is misschien nog wel de groeispurt; daardoor groeien ze ineens ontzettend hard (soms wel 10 cm per jaar) en neemt hun gewicht toe. Op sommige momenten heb je het idee dat het eten niet aan te slepen is en dat de koelkast nooit lang vol is. Je tiener heeft voor zijn groei brandstof nodig en dat merk je ook als ouder op deze manier heel duidelijk.
Meisjes beginnen gemiddeld genomen eerder met de groeispurt dan jongens.

Het lichaam van je tiener raakt tijdens de adolescentie onder invloed van hormonen. Hij/zij krijgt niet alleen puisten, maar begint ook naar zweet te ruiken, krijgt meer lichaamsbeharing en wordt geslachtsrijp. Meisjes worden o.a. voor het eerst ongesteld, krijgen borstvorming en rondere vormen; jongens krijgen o.a. een zwaardere stem, een ander postuur, meer spiermassa, hun eerste ochtenderectie en natte dromen.

Rond de leeftijd van 18 jaar zijn de meeste tieners uitgegroeid en is de lichamelijke ontwikkeling grotendeels ten einde; de hersenontwikkeling gaat dan nog wel een tijdje door.

⇒ Je tiener kan met periodes enorm veel groeien. Zorg ervoor dat hij juist dan gezonde voeding binnenkrijgt. Dat stimuleert niet alleen een gezonde groei, maar ook gezonde eetgewoonten en een gezonde leefstijl. Daar heeft je tiener niet alleen nu, maar ook als volwassene nog veel profijt van.
Eet jouw tiener op dit moment (nog) niet goed? Lees dan het artikel ‘‘Vind ik niet lekker!’ (Over jouw rol aan tafel en hoe jij er voor kunt zorgen dat je kind beter eet.)‘. 


(2) Verandering in de ouder-kind relatie

jongen_tiener_luistert_niet_naar_oudersDe relatie tussen jou en je tiener verandert van een ‘verticale’ relatie naar een meer ‘horizontale’ relatie. Als je kind de adolescentiefase nog niet bereikt heeft, ben jij als ouder gezaghebbend: jij beslist uiteindelijk wat er wel of niet gebeurt en wat je kind wel of niet mag (liefst natuurlijk met een positieve opvoedaanpak). Jullie relatie is dan ‘verticaal’; jij staat als ouder qua gezag ‘boven’ je kind.

Jullie relatie en onderlinge verhoudingen veranderen naarmate je kind een adolescent wordt. Formeel heb je natuurlijk ook nog het gezag over je kind en ben je nog steeds verantwoordelijk voor je kind, je tiener zal nu steeds vaker zijn eigen stem laten gelden en misschien wel tegen je in protest komen. Je merkt dat je steeds meer naar de mening van je tiener gaat luisteren en steeds vaker water bij de wijn gaat doen (wat iets anders is dan je tiener steeds zijn zin geven of hem alles laten doen wat hij wil). Jullie relatie wordt steeds meer ‘horizontaal’; jullie staan steeds meer op gelijk niveau.
Uiteraard merk je dat bij iedere tiener op een andere manier en in meer of mindere mate. 

Deze verandering, die jullie relatie ondergaat, is belangrijk voor de ontwikkeling van je tiener. Op deze manier maakt hij zich steeds wat meer van je los om later – als hij nog weer een paar jaar ouder is – op eigen benen te kunnen staan. Het proces dat daarvoor nodig is, vindt plaats tijdens de adolescentie.

Het is normaal dat tieners zich soms terugtrekken en je nog maar weinig vertellen; dit hoort bij het volwassen worden. In tegenstelling tot wat veel wordt gedacht, zijn dit geen bedreigingen voor een goede relatie met ouders, maar zijn het juist signalen dat je tiener op weg is naar volwassenheid.

Juist bij tieners is het belangrijk om een veilige omgeving te creëren en steun te bieden, zodat je tiener zich volledig kan ontwikkelen. Bovendien ben je als ouder van belang voor de gezondheid van je kind, mn. als het gaat om sporten, gezond eten en mediagebruik.

⇒ Je tiener heeft jou als ouder nog steeds nodig. Jij bent enerzijds ontzettend belangrijk voor je tiener om steun, emotionele warmte en liefde te geven en anderzijds om duidelijke regels op te stellen (evt. in samenspraak met je tiener), waar je tiener zich aan dient te houden.
Ook in de ogen van je tiener is de steun van ouders belangrijk. Ze vinden het doorgaans meer dan gewoon dat ouders regels hebben en afspraken maken. Kernwoorden hierin zijn duidelijke communicatie, begrip, aandacht en positieve feedback.

Om verantwoord gedrag te ontwikkelen, moet je tiener verantwoordelijkheid krijgen.  Je kunt je tiener geleidelijk aan meer vrijheid geven, uiteraard alleen als hij laat zien dat hij die vrijheid aankan.

meisje_tiener_moeder_lachend_op_bank

⇒ Ook al wil je tiener steeds meer een eigen leven gaan leiden, hij is nog lang geen volwassen. We weten dat tieners, van wie de ouders weten waar ze zijn, minder in de problemen komen. Zorg er dus voor dat je weet waar en met wie je tiener is en spreek af dat hij je op tijd iets laat weten indien er iets verandert.

⇒  Blijf met je tiener praten. Soms lijkt dat wel een onmogelijke opgave, maar kies er je momenten voor uit. Bijv. tijdens het avondeten, een autoritje, tijdens het afwassen of vlak voor het slapengaan.

⇒ Wat je nog meer kunt doen:
Blijf dingen samen doen met je tiener: denk dan aan een stukje fietsen, naar het zwembad of naar de bioscoop gaan. Blijf betrokken bij je tiener: ga naar wedstrijden of uitvoeringen van je kind. Kijk samen tv of een video en praat erover. Betrek je tiener ook bij regelzaken in huis: laat je tiener bijv. meedenken over jullie vakantie. Vraag je tiener om hulp, bijvoorbeeld met je computer of je mobiele telefoon. Kook samen; laat je tiener bedenken wat je gaat eten.

Kortom, het is normaal dat je tiener je van zich afduwt, maar vergeet niet dat hij je ook nu nog heel hard nodig heeft.

 

 


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 


(3) Vrienden vs. Ouders

kinderen_tieners_lachend_zittend_op_grondNu je tiener ouder wordt, merk je dat hij steeds minder thuis is en steeds meer naar zijn vrienden trekt. Hij is nog best wel eens thuis, maar vooral om te eten, te slapen en voor de schone was. 😉 En als hij dan eens thuis is, brengt hij het meest van zijn tijd door – liefst alleen – op zijn slaapkamer. Je mag ook niet zo maar meer zijn kamer binnenkomen; hij heeft een briefje met ‘verboden voor ouders en zusjes’ op de deur gehangen. De privacy van je tiener wordt belangrijker voor hem.

Je merkt ook dat je steeds minder weet van je kind; hij komt niet meer als eerste naar jou, maar bespreekt zijn beslommeringen nu eerder met zijn vrienden. Sterker nog, hij heeft zelfs dingen die hij het liefst geheim houdt en helemaal niet met jou bespreekt.

Het contact met vrienden, klasgenoten of leeftijdgenoten wordt steeds belangrijker voor je tiener. Ook dat is een opvallende verandering in deze periode. Daarom is het ook niet vreemd dat je tiener niet zonder zijn telefoon lijkt te kunnen. Dat is namelijk zijn directe ‘life line’ met zijn vrienden. En natuurlijk kleven er ook nadelen aan deze apparaten, maar je weet vast nog wel dat je zelf vroeger urenlang aan de telefoon hing en met een van je vriend(inn)en aan het bellen was (en je eigen moeder ook niet begreep waar het hele gesprek nou alweer over ging. ‘Jullie hebben elkaar toch net nog op school gezien?’).

Vooral het communiceren met vrienden geeft je tiener een positief gevoel. Het nadeel ervan is dat ze ook teleurgesteld en afgewezen kunnen worden door hun vrienden. Tieners zijn juist daar extra gevoelig voor. Dit heeft te maken met de onzekerheid over hun zelfbeeld, de drang om ergens bij te horen en om vooral niet op te vallen.
Bij heftige en/of herhaalde afwijzingen is er sprake van pesten. Juist omdat pubers graag ergens bij willen horen, gaan ze onder groepsdruk ook zelf pesten. Met name cyberpesten is een toenemend  probleem onder tieners. 

⇒ Maar vergis je niet: als ouder blijf je ook nu nog heel belangrijk voor je tiener. Jouw mening en goedkeuring doet er nog steeds toe, ook al laat je tiener dat niet zo merken. Blijf dus ook nu jouw mening, overwegingen en ideeën met je tiener delen, zodat hij die hoort en in zijn beslissingen mee kan nemen.

⇒ Maak duidelijke afspraken over het telefoongebruik van je tiener. Verbieden is geen optie, dat komt jullie relatie namelijk absoluut niet ten goede. Duidelijke afspraken zijn echter onmisbaar; denk daarbij aan ‘geen apparaten tijdens het eten’ en ‘geen apparaten op de slaapkamer’.
Wil je graag weten hoe je dat thuis aanpakt? Lees dan m’n artikel ‘Welke afspraken maak je met je kind of tiener over gamen en telefoongebruik?‘.

 

hersenstichting_vereenvoudigde_versie_anatomie_hersenen

(4) Hersenontwikkeling: 
Tijdens de adolescentie maakt de hersenontwikkeling een cruciale fase door. Deze ontwikkeling loopt vanaf de geboorte tot de leeftijd van 25/26 jaar*. En dan hebben we het vooral over de ‘prefrontale cortex’; het voorste deel van je brein (het deel dat grofweg achter je voorhoofd ligt).
* Ook na die leeftijd blijven de hersenen nog veranderen, maar niet meer zo ingrijpend als tijdens de adolescentie.

In deze fase is de communicatie tussen verschillende hersengebieden nog niet in balans. Tijdens de  vroege adolescentie zijn de hersenen volop in verbouwing: ‘overbodige’ hersencellen worden afgevoerd (volgens het ‘use it or lose it’-principe) en verbindingen tussen de overblijvende hersencellen worden steeds sterker. Door dit proces wordt de communicatie tussen de hersencellen geoptimaliseerd. Deze optimalisatie verloopt niet in alle hersengebieden tegelijkertijd; de prefrontale cortex is bijvoorbeeld als laatste aan de beurt.

Tijdens de adolescentie vinden er ontwikkelingen in de hersenen plaats op drie niveaus: cognitief, emotioneel en sociaal. De cognitieve ontwikkeling zorgt ervoor dat je kunt denken, leren en rationeel redeneren (prefrontale cortex). De emotionele ontwikkeling zorgt ervoor dat je intense emoties beter kunt controleren (o.a. subcorticale gebieden). En de sociale ontwikkeling zorgt voor meer inzicht in jezelf en anderen (o.a. prefrontale cortex. De ontwikkeling op deze drie niveaus wordt aangestuurd door enerzijds de emotionele en anderzijds de rationele  hersengebieden.
Verderop in dit artikel lees je hier meer over.

Deze ontwikkelingen treden dus allemaal op tijdens de adolescentie en hebben tijd nodig. Hierdoor zie je aan je tiener dat hij meer risicovol gedrag vertoont, waarvan hij de consequenties nog niet kan overzien (zeker niet op de lange termijn) en dat hij vaker de grenzen opzoekt. Tieners zijn in deze periode ook meer gevoelig voor beloning (en juist minder voor straf).

⇒ Benoem wat je tiener goed doet. Geef ‘m liever een compliment dan dat je ‘m straf geeft. Die boodschap komt niet alleen beduidend beter aan bij jouw tiener (en tieners in het algemeen), maar zorgt ook voor een fijnere sfeer in huis.

⇒ Je tiener kan zich nog niet zo goed in een ander verplaatsen en heeft daardoor niet altijd door dat hij/zij een ander met zijn/haar opmerking(en) kan kwetsen. Reageer in zo’n situatie niet direct heel emotioneel, maar leg je tiener uit dat die opmerking jou pijn gedaan heeft. Zo leert je tiener wat hij beter wel en niet kan zeggen.

⇒ Ook al wil je tiener steeds meer als volwassene behandeld worden, hij is het nog niet. Dat betekent ook dat jij als ouder de komende jaren nog zijn ‘prefrontale cortex’ bent en je tiener moet helpen bij het weerstaan van verleidingen, met sociale omgangsvormen, overzien van de consequenties van zijn gedrag (wat in praktijk kan betekenen dat hij iets nog niet mag doen), met gepaste verantwoordelijkheden ed.

⇒ Wat je als ouder nog meer kunt doen:
– Probeer je tiener te begrijpen: Alleen al begrip voor de ingrijpende veranderingen in het hoofd (en lichaam) van je tiener, zal helpen om de adolescentie samen en in goede harmonie door te komen.
– Bied structuur en veiligheid: De adolescentie is een verwarrende fase, waarin je tiener zich losmaakt en  tegelijkertijd een veilige plek en grenzen nodig heeft. Een veilige, stabiele basis helpt je tiener op weg naar volwassenheid.

 

(5) Emotionele ontwikkeling
meisje_tiener_verdrietig_moeder_troostDoor de ontwikkeling in het subcorticale deel van de hersenen van je tiener, merk je dat hij vaker emotioneel reageert en misschien zelfs vaker huilt. Maar dat is nog niet alles. Je merkt nu ook dat je tiener gevat uit de hoek kan komen of ineens chagrijnig, geïrriteerd of brutaal op je reageert. Ook stemmingswisselingen kunnen hun intrede doen.

Door zijn hersenontwikkeling merk je aan je tiener dat hij steeds beter leert om zijn emoties onder controle te hebben en te beheersen. Uiteraard gaat dat met vallen en opstaan.

⇒ Als ouder kun je je tiener hierin ondersteunen: 
– Laat zien dat je bij je tiener betrokken bent en dat je er voor hem bent.
– Laat zien dat je trots bent op hoe goed je tiener zijn best doet.
– Laat je tiener eens naar zichzelf kijken door hem te confronteren met zijn gedrag, gevoelens en drijfveren.
– Toon begrip en belangstelling voor de interesses en hobby’s van je tiener.

 


joyce_rosegrijs_staand_c

Wil je graag een thema-avond over opvoeden bijwonen?
Kijk dan in Joyce’ online Agenda voor een workshop, lezing of OpvoedParty bij jouw in de buurt.

Wil je Joyce graag uitnodigen om een thema-avond over opvoeden te geven?
Kijk dan hier voor mogelijke thema’s en/of neem contact met haar op.


 


(6) Het slaappatroon van je tiener verandert

meisje_tiener_met_telefoon_in_bedHet slaappatroon van je tiener verandert: het stofje dat voor het ‘slaperige gevoel’ zorgt (melatonine) wordt tijdens de adolescentie pas later op de dag aangemaakt. Daardoor is je tiener later moe en valt hij later in slaap. Toch heeft hij nog steeds voldoende slaap nodig (ong. 9-10 uur per dag) en zal hij ’s ochtends weer op tijd uit bed moeten komen om op tijd op school te zijn. Je kunt je voorstellen dat als je later in slaap valt het moeilijker is om ’s ochtends op tijd wakker te worden…
Ook het veranderende slaap- / waakpatroon komt door veranderingen in de hersenen, omdat het slaaphormoon (in de pijnappelklier) op een later tijdstip wordt afgegeven. 

⇒ Zorg ervoor dat je tiener op tijd naar bed gaat en voldoende uren slaapt. Leg je tiener al van jongs af aan uit dat het belangrijk is om op tijd naar bed te gaan; dat komt zijn humeur, concentratie, cijfers op school en lichamelijke groei alleen maar ten goede. Als je dat toen nog niet zo zeer hebt gedaan, kun je er ook nu nog gewoon mee beginnen.

⇒ Probeer regelmatige bedtijden aan te houden, zowel door de week als in het weekend. Vermijd vanaf een uur voor het slapen het gebruik van computers, tablets & smartphones, cafeïne en intensief sporten. Je kunt o.a. met je tiener afspreken dat zijn telefoon bij het slapen niet op zijn slaapkamer ligt.

 

(7) Cognitieve ontwikkeling & Schoolperikelen
Female Home Tutor Helping Boy With StudiesOok op cognitief gebied maken tieners een grote ontwikkeling door. Ze kunnen al duidelijk beter plannen en systematisch werken dan kinderen in de basisschoolleeftijd. Tieners kunnen beter van tevoren bedenken hoe ze iets het beste kunnen aanpakken; ze kunnen vooral goed plannen voor iets wat hier en nu moet gebeuren. Ze hebben echter nog moeite met plannen voor over een week of een maand. Ook dat heeft weer te maken met de hersenontwikkeling, met name de prefrontale cortex. Het plannen gaat dus wel al beter dan in de kindertijd, maar nog lang niet zoals een volwassene het zou aanpakken. Dus ook op dit gebied heeft je tiener af en toe nog jouw hulp nodig.

Huiswerk maken
Verstandig huiswerk maken betekent vooruit werken en niet pas een dag van tevoren beginnen met leren. Als tieners eenmaal aan het huiswerk beginnen, kunnen ze systematisch te werk gaan. Vaak beginnen ze echter te laat om de stof nog goed door te kunnen nemen. Daardoor kunnen ze in de knoei komen: ze halen onvoldoendes en/of raken gedemotiveerd.

De meeste scholieren hebben wel de intentie om het goed te doen op school en willen serieus omgaan met hun schoolwerk. Toch blijft het ook nu belangrijk om een oogje in het zeil te houden.

meisje_tiener_telefoon_stiekem_huiswerkVeel ouders ervaren dat hun tiener tijdens het huiswerk maken afgeleid wordt door de sociale media (via computer en mobiele telefoon), waardoor ze moeite hebben om zich te concentreren op hun huiswerk. Uit onderzoek blijkt dat de schoolresultaten door deze afleiding achteruit kunnen gaan.

⇒ Informeer regelmatig bij je tiener of het huiswerk af is (dat kan soms best lastig zijn, zeker als het niet goed gaat). Ook al laten ze het niet altijd merken, je tiener waardeert het toch wel als je aandacht voor hem hebt. Probeer een positief en begripvol standpunt in te nemen.

⇒ Spreek duidelijk met je tiener af wanneer hij huiswerk maakt en wanneer dat niet hoeft. Op die momenten kan hij dus andere dingen doen.

⇒ Ontdek samen met je tiener wat het beste voor hem werkt m.b.t. zijn telefoon. Voor de ene tiener werkt het beter om elk half uur 5 minuutjes op zijn telefoon te kijken; voor de andere is het beter om de telefoon weg te laten tot het huiswerk helemaal af is. Bijna alle tieners hebben hier hun ouders voor nodig; uit zichzelf kunnen ze zich nl. maar moeilijk beheersen.

 

(8) Ontwikkeling van zijn identiteit 
meisje_tiener_twee_gezichtenTieners zijn tijdens de adolescentie bezig om zichzelf en hun eigen identiteit te ontdekken. Ze kijken kritisch naar zichzelf, waardoor ze zich onzeker kunnen voelen en kwetsbaar zijn.

Ze gaan niet alleen op zoek naar het antwoord op de vraag ‘wie ben ik eigenlijk?’, maar ze ontdekken ook hun persoonlijke talenten en kwaliteiten op school, hun seksuele identiteit, hun culturele identiteit, hun religieuze identiteit, welk beroep ze later willen uitoefenen, hoe anderen tegen hen aankijken en ze moeten zichzelf (met alle veranderingen die nu optreden) leren accepteren. Ook de jeugdcultuur heeft op deze leeftijd veel invloed; tieners kijken op naar idolen en trendsetters en zien hen als voorbeeld.

Al met al kan deze zoektocht behoorlijk stressvol zijn en kan het het dagelijks functioneren van tieners beïnvloeden. Het ontwikkelen van een sterke identiteit is een complexe opgave, waar tieners dagelijks mee bezig kunnen zijn.
Op basis van onderzoek weten we dat tieners met een sterke identiteit sterke positieve relaties met vrienden en ouders hebben en dat ze minder kans hebben op het ontwikkelen van een depressie.

Tijdens de adolescentie merk je dat je tiener zichzelf steeds beter leert kennen, dat hij zich steeds beter kan inleven in anderen, dat hij steeds beter kan samenwerken, dat hij steeds beter luistert, beter kan doorzetten en dat hij beter ongeschreven regels oppikt.

⇒ Als het je als ouder lukt om onafhankelijk gedrag en initiatieven van je tiener aan te moedigen, dan verloopt de identiteitsontwikkeling soepeler.

 

Tot zover de bespreking van de 8 domeinen die bij jouw tiener in ontwikkeling zijn. Zoals je hebt kunnen lezen, gebeurt er dus behoorlijk wat. Geen wonder dat hij af en toe boos wordt, uit zijn slof schiet, erg moe is of alles vervelend vindt. Hopelijk heb je in dit artikel aanknopingspunten gevonden over hoe je op een positieve manier met het gedrag van je tiener kunt omgaan.
Hieronder vind je nog meer artikelen, die ik schreef over tieners. Wellicht zit daar nog eentje bij die je ook interessant vindt. 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 


Joyce gebruikte / las voor dit artikel o.a. de volgende bronnen

– Brochure ‘Puberhersenen in ontwikkeling’. Hersenstichting. Klik hier.
– ‘Een sterke identiteit geeft adolescenten mentale veerkracht’. Universiteit Utrecht. Klik hier.
– Keijsers, L. (2013). ‘Waarom tieners zo irritant kunnen zijn en hoe je daar als ouder mee kunt leren leven.’. Tielt: Uitgeverij Lannoo NV.
– Crone, E. (2019). ‘Waarom doen pubers zo vaak domme dingen?’. Universiteit van Nederland. Klik hier.
– Keijsers, L. (2018). Hoe worden we van irritante pubers leuke individuen?. Universiteit van Nederland. Klik hier.
– ‘Alles over het puberbrein.’ Ouders van Nu. Klik hier.
– ‘Puberteit’. Opvoedinformatie. Klik hier
– ‘Wat gebeurt er in de puberteit in je hersenen?’. SchoolTV. Klik hier.


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:

– ‘Hoe je in slechts 5 stappen de emotionele veerkracht van je kind of tiener stimuleert‘ [incl. korte test].
– ‘Waarom worden kinderen en tieners toch zo boos?‘.
– ‘Welke afspraken maak je met je kind of tiener over gamen en telefoongebruik?‘.
– ‘Sturing & verbinding: Waarom beide aspecten onmisbaar zijn in de opvoeding van jouw kind.
– ‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.

 

Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

logo_akse_coaching_klein_nieuw

 

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

 

Help, de klok gaat om! | Hoe je je kind binnen een week laat wennen aan de nieuwe tijd. [Zomertijd & Wintertijd]

zomertijd_wintertijd_rode_wekkersTwee keer per jaar gaat de klok om: in het najaar gaat de klok een uur achteruit, in het voorjaar een uur vooruit.
Kun je niet goed onthouden, wanneer de klok vooruit of achteruit moet? Bekijk dan dit leuke filmpje van het Klokhuis en dan vergeet je het nooit meer. 

Sommige kinderen (en volwassenen) moeten hier echt even aan wennen. Hoe je de overgang naar de nieuwe tijd voor je kind zo makkelijk en fijn mogelijk maakt, lees je in dit artikel.

 

Van zomertijd naar wintertijd (najaar)
In het laatste weekend van oktober zetten we allemaal de klok een uur achteruit. Dat betekent dat je in dat weekend van zaterdag op zondag een uurtje extra kunt slapen. Heerlijk! Alleen wordt het daardoor ’s avonds wel eerder donker…

Voor het slapen van je kind betekent dat het volgende: 
jongen_slaapt_bed_wekkerAls je kind normaalgesproken (bijv.) om 19.00 uur naar bed gaat, dan breng je je kind – vanaf het moment dat de wintertijd in gaat – eigenlijk al om 18.00 uur naar bed. Dat uur verschil is best groot, want je kind heeft voorlopig nog niet het gevoel dat het om 19u moe is (zijn lichaam is nl. nog ingesteld op 18u). Aangezien het belangrijk is voor kinderen om dagelijks op nagenoeg hetzelfde tijdstip naar bed te gaan, is het goed om in de dagen voordat de wintertijd ingaat de bedtijd van je kind stap voor stap aan te passen. Daar kun je het beste in de week ervoor mee beginnen. Je brengt je kind dan steeds wat vroeger naar bed.

 

Hieronder een voorbeeldschema (ervan uitgaande dat je kind om 19u naar bed gaat):
– Zondag: 19.00 uur
– Maandag: 18.45 uur
– Dinsdag: 18.45 uur
– Woensdag: 18.30 uur
– Donderdag: 18.30 uur
– Vrijdag: 18.15 uur
– Zaterdag: 18.15 uur
(Deze nacht gaat de klok een uur achteruit.)
– Zondag: je kind gaat nu om 18.00 uur oude tijd en dus om 19.00u nieuwe tijd naar bed.

Op deze manier is je kind vanaf de zondag dat de wintertijd ingaat al vrij goed gewend aan de nieuwe tijd. En dit tijdstip houd je vanaf nu weer gewoon aan.

jongen_slaapt_slaaptrainer’s Ochtends werkt het natuurlijk precies andersom: je kind kan nu een uurtje langer slapen, maar is ook dat nog niet meteen gewend. Je kind is dan waarschijnlijk eerder (nl. nog op z’n oude tijd) wakker. Het beste zou zijn om je kind in de week voordat de klok omgaat steeds wat langer te laten slapen (in hetzelfde tempo als ’s avonds), maar dan is helaas de kans groot dat je kind niet op tijd op school of de opvang komt. Dus dat is door de week vaak praktisch niet haalbaar. Probeer dat dan wel op de zaterdag en zondag te doen.

Hoe je ervoor zorgt dat je kind langer in bed blijft liggen, lees je in mijn artikel ‘Uitslapen als je kinderen hebt…?‘. 

 


joyce_grijs_aanjou_1
Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed slaapt, luistert of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?

Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 

 

Van wintertijd naar zomertijd (voorjaar)
In het laatste weekend van maart zetten we allemaal de klok een uur vooruit. Dat betekent dat je in dat weekend helaas een uurtje minder kunt slapen, maar wel dat de dagen langer worden en het steeds langer licht blijft. 

Voor het slapen van je kind betekent dat het volgende: 
meisje_gaapt_bed_wekkerAls je kind normaalgesproken (bijv.) om 19.00 uur naar bed gaat, dan breng je je kind – vanaf het moment dat de zomertijd in gaat – eigenlijk pas om 20.00 uur naar bed. Dat uur verschil is best groot, want je kind heeft al een uur eerder het gevoel dat het moe is en naar bed ‘wil’. Ook nu is het uiteraard belangrijk voor je kind om dagelijks op nagenoeg hetzelfde tijdstip naar bed te gaan; vandaar dat je in de dagen voordat de zomertijd ingaat de bedtijd van je kind iets gaat aanpassen. Daar kun je dus het beste al in de week ervoor mee beginnen. Je brengt je kind dan steeds wat later naar bed.

 

Hieronder een voorbeeldschema (ook weer ervan uitgaande dat je kind om 19u naar bed gaat): 
– Zondag: 19.00 uur
– Maandag: 19.15 uur
– Dinsdag: 19.15 uur
– Woensdag: 19.30 uur
– Donderdag: 19.30 uur
– Vrijdag: 19.45 uur
– Zaterdag: 19.45 uur
(Deze nacht gaat de klok een uur vooruit.
– Zondag: je kind gaat nu om 20.00 uur oude tijd en dus om 19.00u nieuwe tijd naar bed. 

Op deze manier is je kind vanaf de zondag dat de zomertijd ingaat al vrij goed gewend aan de nieuwe tijd. En dit tijdstip kun je vanaf nu ook weer blijven aanhouden. 

Als je merkt dat je kind al eerder echt moe is en omvalt van de slaap, dan breng je ‘m toch iets eerder naar bed. Dan weet je dat je bij de volgende keer dat de klok omgaat, je iets eerder moet beginnen met het aanpassen van het schema. Je kind heeft dan gewoon wat meer tijd nodig om aan de nieuwe tijd te wennen en baat bij een wat langere voorbereiding.

’s Ochtends werkt het natuurlijk weer precies andersom: je kind moet nu en uurtje eerder uit bed, maar is ook dat nog niet meteen gewend. Het beste zou zijn om je kind in de week voordat de klok omgaat steeds wat eerder wakker te maken (in hetzelfde tempo als ’s avonds). Dat is natuurlijk niet zo fijn (zeker in het weekend niet), omdat dat je misschien het gevoel hebt dat je je kind onnodig vroeg wakker maakt en van zijn slaap beroofd. Maar, in de week erna is je kind er wel blij mee; en jij waarschijnlijk ook…

 


joyce_rosegrijs_staand_c

Wil je graag een thema-avond over opvoeden bijwonen?
Kijk dan in Joyce’ online Agenda voor een workshop, lezing of OpvoedParty bij jouw in de buurt.

Wil je Joyce graag uitnodigen om een thema-avond over opvoeden te geven?
Kijk dan hier voor mogelijke thema’s en/of neem contact met haar op.


 

Extra tips 
Houd steeds jullie normale dagprogramma aan. Vanaf het moment dat je de klok omgezet hebt, ga je meteen mee in de nieuwe tijden. Je gaat dus ook direct vanaf het moment dat de zomer- of wintertijd is ingegaan op de nieuwe tijden opstaan, eten, naar bed etc. Je past je dus direct en helemaal aan aan de nieuwe tijden. Op die manier ben je zelf – net als je kind – het snelste aan de nieuwe tijd gewend.

 

Belangrijk voor kinderen, die vaker moeite hebben met slapen
meisje_slaapt_in_bedAls je kind een periode heeft, waarin het moeilijker slaapt, dan is het altijd belangrijk om extra aandacht te besteden aan de volgende punten:
– Je kind heeft overdag voldoende licht nodig, dus laat je kind lekker veel buiten spelen (min. 30 minuten per dag).
– Je kind heeft overdag voldoende beweging nodig, dus zorg voor actieve spelletjes (maar zorg juist voor rustige activiteiten vlak voor het slapengaan).
– Maak het in het uur voordat je kind gaat slapen al wat (schemer)donker in huis: gordijnen dicht, schemerlampje aan.
– Zorg voor een duidelijk bedritueel, dat jullie iedere avond – ongeacht de verandering in zomer- / wintertijd – in dezelfde volgorde doorlopen. Daarin mag een boek voorlezen natuurlijk niet ontbreken.
Je leest er o.a. meer over in m’n artikel ‘Zo slaapt je kind wél bij zomerse temperaturen!‘.  

 

De klok omzetten is echt geen drama 
O ja, en laten we er vooral niet te dramatisch over doen. Ik hoor bijv. ook best vaak dat ouders hun kind in het weekend wel eens een uurtje later naar bed laten gaan. En dan doe je natuurlijk precies hetzelfde. Het nadeel hiervan is wel meteen dat je kind dan ieder weekend een ‘jetlag’ heeft en daar in de dagen erna – dus door de week, als je kind naar school gaat – weer van moeten bijkomen. En net als het er weer van bijgekomen is, is het weekend en mag het weer een uurtje langer opblijven… 😉
Deze wekelijkse verandering van bedtijd is misschien nog wel vervelender dan dat 2x per jaar de klok ‘abrupt’ omgezet wordt (en waarna de tijd gewoon hetzelfde blijft). Je kind heeft op het gebied van slaap ontzettend veel profijt van een vaste bedtijd, dus ook in het weekend… Voorkom een wekelijkse jetlag en breng je kind ook in het weekend op hetzelfde tijdstip naar bed.

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij ook Joyce’ nieuwste OpvoedTips lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Lees meer artikelen van Joyce boordevol waardevolle OpvoedTips:
– ‘Zo slaapt je kind wél bij zomerse temperaturen!‘ [over: Makkelijker in slaap vallen als het warm is.]
– ‘Waarom mogen kinderen op vakantie langer opblijven? (+ 7 tips om ook op vakantie lekker in slaap te vallen)’. Klik hier.
– ‘Uitslapen als je kinderen hebt…?’ – Zorg er in 3 stappen voor dat je kind langer slaapt.’ Klik hier.
– ‘Waarom huilt mijn kindje toch zo? Over: Hoe je huilen bij baby’s vermindert.’ Klik hier.
– ”Slaap kindje slaap’ (over: Hoe een bedritueel je kind helpt om beter in slaap te laten vallen)’. Klik hier.
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

 

Joyce gebruikte de volgende berichten, artikelen of video’s voor dit artikel: 
– ‘Snapje? ft. Wouter Hamel – Zomertijd en Wintertijd | Het Klokhuis’. Klik hier.
– ‘Slaaptips voor de overgang naar de zomertijd en wintertijd’. Klik hier.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl. 

Heeft mijn kind autisme of niet? Wat je er als ouder en leerkracht over moet weten. [ Interview met orthopedagoge drs. Stephanie Voncken – Spierts ]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze experts interviewt over hun eigen onderzoek of werkveld. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, opvoeding en/of de ontwikkeling van kinderen (0-16 jaar). 


meisje_speelt_met_dinosVindt jouw kind het ook het fijnste om alles steeds zo veel mogelijk hetzelfde te houden?

Bijv. je kind wil het liefst altijd die ene broek aan of wil alleen maar uit die ene blauwe beker drinken.

Of is je kind wel eens helemaal uit zijn huisje als je van een bepaalde structuur afwijkt?
Bijv. Na het ontbijt gaat je kind niet naar school, zoals anders, maar naar de huisarts.

Of heeft je kind wel eens moeite om contact te maken met andere kinderen?
Bijv. Het heeft niet zoveel vriendjes en maakt best vaak ruzie met andere kinderen.

Of is je kind ook helemaal fan van één specifieke thema en wil hij met niks anders spelen dan met speelgoed dat binnen dat thema past?
Bijv. je kind is helemaal gek van dinosaurussen en precies welke naam bij welke dino hoort. Als hij ermee speelt, gaat hij er helemaal in op.

Dit zijn allemaal vragen over gedrag, die de meeste ouders (in meer of mindere mate) wel zullen herkennen van hun kind. Hier is ook eigenlijk helemaal niks mis mee; zowel ouders van een kind zonder autisme als met autisme zullen zich hierin herkennen. Je zou kunnen zeggen dat het gedrag, dat hierboven beschreven wordt, iets weg heeft van ‘autistisch trekjes’ en die hebben alle kinderen wel in bepaalde mate. Toch voldoen niet alle kinderen aan de kenmerken van autisme. Dat is o.a. afhankelijk van de mate waarin een kind aan bepaalde kenmerken voldoet, maar ook nog van andere factoren.

jongen_blokken_autismEn dat is precies waar dit artikel over gaat. Het gaat over de specifieke kenmerken van autisme bij kinderen – thuis en op school – en wat je als ouder of leerkracht kunt herkennen als een kind daadwerkelijk een vorm van autisme heeft (en wanneer dat niet het geval is).

Orthopedagoge drs. Stephanie Voncken – Spierts beantwoordt een aantal vragen over dit thema en legt het uitvoerig uit. Na het lezen van het artikel weet je wanneer je spreekt van ‘normaal’ gedrag, dat past bij de ontwikkeling van je kind en wanneer je kunt denken aan autisme. Ook lees je wat je thuis of op school kunt doen als je vermoedt dat je kind een vorm van autisme heeft en welke stappen je kunt ondernemen om je kind dan de juiste ondersteuning te bieden.

 


foto_stephanie_voncken_spierts_staandStephanie Voncken – Spierts heeft na haar universitaire opleiding ‘Pedagogische wetenschappen’ in Nijmegen gewerkt als intern begeleider, schoolconsultant en orthopedagoog. Ze volgde ook de opleiding tot orthopedagoog-generalist, rondde die met succes af en volgt sindsdien met regelmaat diverse nascholingscursussen en intervisiegroepen.

Op dit moment werkt ze als orthopedagoog / schoolconsultant bij vier reguliere basisscholen vanuit het bovenschools dienstencentrum van Stg. Mosalira (schoolbestuur in Limburg). Daarbij begeleidt ze voornamelijk leerkrachten en ouders in het vormgeven van passende zorg binnen school en thuis.

Stephanie is getrouwd en moeder van twee dochters: Julie (6) en Anne (4).


 


Je bent expert op het gebied van autisme bij kinderen. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan?

‘Via mijn eerste baan ben ik terecht gekomen als intern begeleider (IB-er) bij een school voor speciaal onderwijs. Op die school werkte ik met kinderen die autisme hadden. Ik vond het altijd al een interessante groep en heb er altijd affiniteit mee gehad. Later werkte ik er ook als orthopedagoog. Via die functie heb ik autisme goed leren kennen. Binnen mijn werk vind ik het een uitdaging om bij iedere persoon een passende aanpak te vinden.

Later werkte ik bij IRIS en deed daar diagnostiek en begeleiding bij de kinderen zelf. Door de begeleiding die je de kinderen geeft, zie je ze groeien. Dat is altijd heel mooi om te zien.

boek_geef_me_de_vijf_colette_de_bruinBij het werken met deze kinderen gebruikten we veelal een bepaalde basisaanpak; dat was de methodiek ‘Geef me de vijf’ (referentie vind je onderaan dit artikel). Met deze methode let je heel goed op een duidelijke communicatie met het kind; je zegt bijv. niet alleen maar wie wat gaat doen, maar ook waar, wanneer en hoe. We weten namelijk dat het voor kinderen met autisme belangrijk is om die informatie steeds compleet aangeboden te krijgen. Op die manier geef je dus heel duidelijk aan wat je van het kind verwacht. Het ene kind heeft meer behoefte aan deze aanpak dan het andere; je bekijkt dus per kind wat het nodig heeft.
Bijvoorbeeld: Het ene kind vindt het fijn om gesorteerde mapjes in zijn bureau te hebben, voor een ander kind kan het fijn zijn om aparte bakjes te hebben.

Er zit uiteraard wel overlap in. De basisprincipes komen iedere keer terug; de praktische uitvoering ervan kan per kind verschillen. Je houdt steeds goed in de gaten wat een kind op dit moment nodig heeft om goed te functioneren. Dat heeft ook te maken met de mate van autisme; het ene kind heeft meer sturing nodig dan het andere. In de begeleiding streef je er naar om een kind zo min mogelijk afhankelijk te maken van één leerkracht of begeleider. Je probeert te stimuleren dat ze de structuur van meerdere personen / leerkrachten kunnen accepteren.’

 

Je merkt dat er vaker gezegd wordt dat een kind ‘autistische trekjes’ heeft terwijl dat nog lang niet betekent dat het kind dan ook daadwerkelijk de diagnose ‘autisme(spectrumstoornis)’ heeft. Welke verschillen zie je tussen kinderen met autisme en kinderen zonder autisme?

‘Iedereen van ons heeft wel bepaalde ‘autistische trekjes’. Je kent vast wel een kind dat moeite heeft met veranderingen, dat een kind het lastig vindt om van de ene situatie over te gaan naar een andere situatie of volwassenen die graag zien dat voorwerpen netjes recht liggen. Maar als je alleen maar een paar trekjes hebt, die je wellicht ‘autistisch’ kunt noemen, dan wil dat nog niet zeggen dat je ook daadwerkelijk voldoet aan de diagnose ‘autisme(spectrumstoornis)’. Je zult dan aan meer kenmerken moeten voldoen dan alleen maar het hebben van een paar trekjes.

Je kunt autisme zien als een continuüm. Kinderen zonder autisme zitten dan links op het spectrum bij ‘geen of weinig autistische trekjes’ terwijl kinderen met autisme op hetzelfde spectrum zitten maar dan meer aan de rechterkant bij ‘veel autistische trekjes’. En binnen dat continuüm heb je nog behoorlijk veel verschillen en variatie.

Als er bij een kind daadwerkelijk sprake is van een vorm van autisme, dan ervaart dit kind (1) beperkingen in de sociale communicatie en interactie en ziet men (2) repetitief gedrag en specifieke interesses. Naar de praktijk vertaalt, ervaart een kind dan op de volgende gebieden duidelijk moeilijkheden:

 

1) Sociale contacten
jongen_eet_appel_zit_bij_boomKinderen met autisme hebben moeite met het aangaan, begrijpen en onderhouden van sociale contacten. Zowel in bekende als onbekende situaties vinden kinderen met autisme het lastiger om contacten aan te gaan. Als ze wel al contact gelegd hebben, dan zie je vaker dat ze graag de regie willen houden, ze willen veel zelf bepalen. Dat maakt hen minder handig in het samen spelen met andere kinderen. Ze kunnen zich ook moeilijker verplaatsen in de ander en/of ze vinden het lastig om naar hun eigen aandeel in een lastige situatie te kijken, bijv. als er iets fout gaat of als er ruzie ontstaat met een ander kind. Kinderen met autisme zijn vaak geneigd de schuld buiten zichzelf te leggen en vinden het lastig om te zien wat ze zelf verkeerd deden. Ze vinden het ook vaak lastig om in te schatten hoe de ander zich voelt. Je kunt een kind met autisme dan wel vragen wat ze zelf zouden voelen in die situatie.

Goed om te weten:
Bij jonge kinderen (bijv. bij peuters en kleuters) zonder een vorm van autisme is dit gedrag trouwens ook nog regelmatig zichtbaar. Op jonge leeftijd is het dan ook bijzonder moeilijk om een duidelijk onderscheid te maken tussen kinderen zonder en met autisme. Bij oudere kinderen (vanaf een jaar of 8 jaar) is dit verschil duidelijker waarneembaar.
Uiteraard is het altijd goed om als ouder en leerkracht alert te zijn op bepaalde signalen. Jonge kinderen ontwikkelen zich sowieso nog op deze gebieden, dus het wil niet altijd zeggen dat jonge kinderen, die moeite hebben op deze vlakken, ook daadwerkelijk een vorm van autisme hebben; het kan op deze jonge leeftijd echt nog binnen de normale ontwikkeling vallen. Als je bij leerlingen van groep 3-4 (7-8 jaar) sterke aanwijzingen hebt dat het gedrag niet meer terug te voeren is op de ontwikkeling, dan is het vanaf die leeftijd wel goed te onderzoeken en te diagnosticeren.

 

2) Communicatie
meisjes_praten_met_elkaar_op_grondKinderen met autisme laten vaak een beperkte wederkerige communicatie zien. Dit wil zeggen dat ze het lastiger vinden om een over-en-weer-gesprek te houden. Een gesprek met een kind met autisme voelt vaker als eenrichtingsverkeer aan; de ander moet het gesprek op gang houden. Een kind zonder een vorm van autisme zal zelf initiatieven nemen om een gesprek op gang te houden door zelf ook vragen te stellen of door nieuwe informatie aan het gesprek toe te voegen. Bijv. door te vertellen wat ze nog meer op een dag gedaan hebben als de ander vraagt hoe het in de speeltuin was.

Verder nemen kinderen met autisme taal vaak letterlijk. Ze vinden het lastiger om figuurlijk taalgebruik en grapjes te begrijpen en om de boodschap achter de boodschap te horen. Ook non-verbale tekens (bijv. gebaren of knipoog) kunnen zij lastiger begrijpen. Dat kan soms tot verwarring leiden.

 

3) Overzien van de omgeving
meisje_zit_omgedraaid_op_blokKinderen met autisme kunnen problemen hebben bij het overzien van hun omgeving. Ze kunnen moeilijker een situatie inschatten en vinden het lastiger om te weten hoe ze in een situatie kunnen handelen. Ze zijn geneigd om op details / deelaspecten te reageren en niet zo zeer op de situatie in zijn geheel.
Bijv. een kind met autisme zal in een groep met andere kinderen minder gericht zijn op de andere kinderen, maar juist wel op details (bijv. aandachtig kijken naar een sticker op het raam).

Naar aanleiding hiervan houden kinderen met autisme sterk vast aan bepaalde routines en vinden ze herhaling prettig. Doordat ze hun omgeving moeilijk kunnen overzien en begrijpen, zorgen vaste routines/patronen en herhaling (bijv. veelvuldig herhalen van hetzelfde spel, herhaling van bepaalde woorden en bewegingen) voor rust en voorspelbaarheid. Kinderen met autisme hebben dan ook vaak een aantal specifieke interessegebieden waar ze sterk op gericht zijn (zoals dinosaurussen, computerspellen etc.).

Kinderen zonder autisme kunnen uiteraard ook veel interesse hebben in één specifiek onderwerp; echter, kinderen zonder autisme hebben dan over het algemeen toch een bredere interesse en hebben de vaardigheid om snel van de ene naar de andere activiteit te switchen. Je ziet duidelijk meer variatie in waar ze zich mee bezig willen houden.

 

4) Gevoeligheid voor prikkels
Buckle ButtonsTot slot hebben kinderen met autisme in vergelijking met kinderen zonder autisme vaker een onder- en/of overgevoeligheid voor zintuiglijke prikkels. Zo kunnen zij bijv. overgevoelig zijn voor geluid of pijn.
Denk bijv. maar aan etiketten in kleding, die ze vervelend kunnen vinden of bepaalde kleding, die niet lekker zit (bijv. strakke broeken).

Qua ondergevoeligheid kun je denken aan kinderen, die hard vallen (en waarvan je het idee hebt dat ze zich echt pijn gedaan moeten hebben), maar niet gaan huilen. Of die juist prikkels gaan opzoeken, zoals hard op trommels slaan, rollen ed.

Soms zoeken kinderen met autisme ook specifieke zintuiglijke prikkels op. Zo kunnen ze het bijv. prettig vinden om frequent aan bepaalde voorwerpen te ruiken en te voelen.

Overigens, het is wel belangrijk om goed in het achterhoofd te houden dat het pas mogelijk is om daadwerkelijk de diagnose ‘autismespectrumstoornis’ te stellen als er zowel op school, thuis als in de vrije tijd op meerdere vlakken problemen worden gesignaleerd. Het is namelijk van invloed op alle leefgebieden; dus niet alleen thuis maar ook bij verenigingen zul je merken dat je kind met autisme anders op dingen of situaties reageert dan kinderen zonder autisme.

Als een kind maar één deelaspect laat zien (bijv. het kind is gevoelig voor zintuiglijke prikkels, maar is verder heel sociaal en laat een brede interesse zien), dan lijken er onvoldoende aanwijzingen om aan een vorm van autisme te denken. Doorgaans zie je bij kinderen met autisme dat ze kenmerken hebben die passen bij meerdere deelaspecten.
Bij twijfels is het echter altijd goed om verder naar het gedrag te kijken.’

 

Als orthopedagoog werkte je o.a. met kinderen op basisscholen. In een klas kunnen uiteraard ook kinderen zitten met (een lichte) vorm van autisme. Welke situaties op school zijn voor deze kinderen lastig? En zijn er ook situaties waarin deze kinderen juist voordelen hebben ten opzichte van kinderen zonder autisme?

kinderen_juffrouw_in_klas‘Als een kind de diagnose autisme krijgt, dan wordt eerst op de eigen reguliere basisschool alle begeleiding ingezet, die nodig is voor het kind. De expertise op de reguliere basisscholen groeit natuurlijk ook op dit gebied. Wel is de grootte van de groepen in het reguliere onderwijs vaak een probleem. Dit zorgt voor veel prikkels, die ondanks alle inzet van school, toch moeilijk zijn te reduceren. Verder merk je in de bovenbouw dat leerlingen met autisme het vaker moeilijker krijgen. Er wordt dan meer zelfstandigheid van de leerlingen verwacht, terwijl leerlingen met een vorm van autisme dit juist lastiger vinden. Extra ondersteuning op dit vlak is dan ook zeer wenselijk. Als een leerling, ondanks alle hulp op school, overvraagd blijft en in de knel komt, wordt bekeken of speciaal onderwijs een optie is.

Kinderen met autisme ervaren zowel voor- als nadelen in het reguliere basisonderwijs. De nadelen waar je aan kunt denken, zijn bijv.:

  • Ze zijn gevoeliger voor prikkels in hun omgeving en reageren op diverse prikkels. Dat komt omdat ze moeilijk onderscheid kunnen maken in welke prikkel belangrijk is en welke niet. Ze verliezen zich vaak in details of onbelangrijke prikkels. Hierdoor zijn kinderen met autisme niet altijd gericht op de instructie van de leerkracht of krijgen ze maar flarden van de instructie mee.kinderen_handen_voor_ogen_knipoogOok kunnen ze belemmeringen ervaren bij het begrijpen van de taal. Met name figuurlijke betekenissen of onderliggende betekenissen van taal vinden ze lastiger om te begrijpen. Dit geldt ook voor het begrijpen van grapjes en non-verbale gebaren (bijv. knipoog). Het is dus als leerkracht van belang om zo concreet en helder mogelijk in de communicatie te zijn. Wees kort en bondig en vermijd figuurlijk taalgebruik of grapjes. Zorg er verder voor dat het kind zich op de juiste prikkel richt (bijv. gerichte luisterhouding vragen, bijsturen bij afdwalen).
  • pictogrammen_schoolKinderen met autisme vinden plotselinge wijzigingen of veranderingen niet prettig. Ze willen graag weten wat er gaat gebeuren en wat er van hen verwacht wordt. Deze kinderen hebben baat bij een gevisualiseerd dagprogramma (bijv. door middel van pictogrammen) en zijn erbij gebaat als veranderingen op tijd worden aangekondigd. Voor sommige leerlingen is het voldoende om dat klassikaal te doen; andere leerlingen hebben er juist meer behoefte aan om het ook op hun bankje te zien. Dan kun je de planning m.b.v. plaatjes op het bankje plakken. Uiteraard is het belangrijk om ook bij het kind te checken of het begrijpt wat een specifieke afbeelding / picto betekent en wat er dan van hem verwacht wordt. Maak ook dan opnieuw duidelijk wat je concreet van het kind verwacht (wat gaat hij doen en waar, voor hoelang, met wie en hoe).Ook ‘lege momenten’ (bijv. als je klaar bent met je werk) zijn vaak lastig voor kinderen met autisme. Dit soort momenten geven namelijk een gevoel van onrust. Geef ook in dit soort situaties aan wat hij/zij concreet kan doen. Hoe concreter, hoe beter.
  • kinderen_pesten_jongenOok het sociale verkeer op school kan lastig zijn voor kinderen met autisme. Ze vinden het bijv. moeilijker om aansluiting met andere kinderen te vinden en lopen vaker alleen rond op het schoolplein. We zagen al dat wanneer deze kinderen wel contacten weten te leggen, dan vaker conflictsituaties met anderen ervaren, omdat ze het lastiger vinden om hun eigen spoor los te laten en rekening te houden met de ander. Ook zagen we al dat ze het lastiger vinden om naar hun eigen aandeel in een situatie te kijken, waardoor ze vaak de schuld buiten zichzelf leggen.Het kan deze kinderen goed helpen om sociale situaties voor hen voor te structureren (bijv. wat ga je doen tijdens het buitenspel, met wie ga je spelen, welke regels en afspraken). Daarnaast blijft het voortdurend van belang om kinderen met autisme inzicht en overzicht in sociale situaties te bieden. Bespreek en verwoord concreet de eigen gevoelens en de gevoelens van de ander; leer hen hoe ze in specifieke sociale situaties kunnen handelen. Een kind met autisme heeft hier nog meer oefening en herhaling in nodig dan andere kinderen.

 

Ook kunnen kinderen met autisme voordelen ervaren op school:

Ze hebben een sterk analytisch vermogen. Vanwege hun sterke detailwaarneming zien ze vaak zaken die kinderen zonder een vorm van autisme niet zo snel waarnemen.

meisje_steekt_vingen_op_klasZe beschikken vaak over een sterke feitenkennis. Echter, zodra er een beroep wordt gedaan op hun vermogen om samenhangen en verbanden te zien, kost dit kinderen met autisme vaak meer moeite. Vakken, zoals begrijpend lezen en rekenen (met name redactiesommen) zijn vaak lastiger voor kinderen met autisme. Als leerkracht is het dus van belang je van bovenstaand gegeven bewust te zijn en zaken – waar nodig – te verhelderen. Belangrijk is nog om te weten dat een hoge intelligentie een beschermende factor kan zijn. Maar ook dan merk je dat hoe complexer en minder eenduidig de informatie voor het kind is, hoe moeilijker het wordt, dus ook als deze leerling meer begaafd is.

De overstap van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs is natuurlijk een flinke overstap. Het is belangrijk dat leerlingen niet te afhankelijk zijn van een specifieke leerkracht, dat ze niet te veel beschermd zijn. Daar kun je gedurende de jaren op de basisschool gericht naar toe werken. Kinderen moeten namelijk ook zelf leren om structuur aan te brengen in hun werk, net als dat ze steeds zelfstandiger en zelfredzamer moeten (leren) worden.’

 

Het lijkt er vaak op dat kinderen met autisme duidelijk anders zijn dan andere kinderen, maar in de praktijk valt dat vaak nog helemaal niet zo op. Ook bestaat bijv. het idee dat een kind autisme heeft als het je niet of nauwelijks aankijkt. Bestaan er nog meer vooroordelen of mythes over autisme, die helemaal niet kloppen? En kun je aangeven hoe het dan wel zit?

jongen_voelt_aan_auto_autismeEr bestaan inderdaad vooroordelen rondom autisme (bijv. zeggen dat er sprake is van autisme als iemand je niet aankijkt of als hij/zij bepaalde herhaalde motorische bewegingen maakt, zoals heen en weer wiegen). Vaak komen dit soort gedragingen in meer of minder mate voor bij kinderen met autisme, maar een kind moet echt op meerdere vlakken en op alle leefgebieden opvallendheden laten zien (zie ook vraag 2 en 3) om aan autisme te kunnen denken. Het is dus altijd van belang om breed naar het gedrag van het kind te kijken en om te voorkomen dat je te veel inzoomt op enkele, specifieke gedragingen.
Bijv. Specifiek gedrag, zoals iemand niet aankijken, kan verschillende oorzaken hebben; denk maar aan angstproblematiek. 

‘Autisme ontstaat door een slechte opvoeding’
moeder_knuffelt_zoon_lachendWe weten van autisme dat er een grote erfelijkheidsfactor aan ten grondslag ligt, alleen is de biologische oorzaak op dit moment nog niet helemaal helder. Daar wordt wel uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Verder weten we dat de hersenen van kinderen met autisme anders functioneren en dat de omgeving weinig tot geen invloed heeft op het ontstaan ervan. Tenslotte weten we dat autisme niet komt door een verkeerde opvoeding komt; net zoals dat ook geldt voor andere ontwikkelingsstoornissen, zoals ADHD.

‘Kinderen met autisme zijn allemaal heel goed in één specifieke vaardigheid.’
meisje_speelt_met_dinosEr zijn inderdaad kinderen met autisme, die heel goed zijn in één ding, maar dat is absoluut geen prototype. Dat is dus niet het standaardbeeld van kinderen met autisme. Je ziet vaak dat kinderen met autisme sterke routines hebben, dat ze van herhaling houden en dat ze geboeid kunnen zijn door één ding.’

 

Er zijn natuurlijk ouders die zich op dit moment zorgen maken over hun kind en zich afvragen of het gedrag dat hun kind laat zien past binnen een ‘autismespectrumstoornis’. Wat is belangrijk voor deze ouders om te weten? Welke stappen kunnen ze ondernemen om er achter te komen of hun kind daadwerkelijk autisme heeft?

Als ouders het vermoeden hebben of erover twijfelen dat hun kind autisme heeft, dan is het belangrijk om dit met anderen te bespreken. Ouders kunnen bijv. contact leggen met de huisarts, de praktijkondersteuner of met maatschappelijk werk.

jongen_moeder_leerkracht_in_gesprek_schoolOok kunnen ouders het gesprek met school aangaan. Door gesprekken met leerkracht en/of IB-er te hebben, krijg je een goed beeld van hoe het kind op school functioneert. Als er tijdens deze gesprekken duidelijke signalen voor (of symptomen van) autisme zijn, dan kan via de huisarts, praktijkondersteuner, schoolarts of gemeente verwezen worden om verder onderzoek te laten doen en/of om meer begeleiding aan te vragen.

Bij hele jonge kinderen (0-4 jaar) is het uiteraard nog ontzettend moeilijk om te bepalen of specifiek gedrag wel of niet op een vorm van autisme wijst. Als er echter duidelijke signalen zijn (bijv. sterke zintuiglijke overgevoeligheid, zeer moeizaam om contact / communicatie met het kind te krijgen, sterke reacties op veranderingen), dan is het ook op die leeftijd aan te raden om dit op het consultatiebureau alvast te benoemen. Vervolgens kunnen ouders dan samen met de jeugdarts of verpleegkundige bekijken of vervolgstappen wenselijk zijn.’

 

Tenslotte, wat is het belangrijkste advies dat je aan alle ouders, die vermoeden dat hun kind autisme heeft, zou willen geven?

‘Ouders, die bij hun kind het vermoeden hebben van autisme, is mijn advies dit te bespreken en op basis van dat gesprek te bepalen of het wenselijk is om onderzoek te laten doen.

Qua aanpak kan ik de volgende zaken aanbevelen:

kinderen_bouwen_toren_blokken– Bied je kind een voorspelbare, overzichtelijke omgeving. Visualiseer het dagprogramma (m.b.v. pictogrammen), zodat het kind duidelijk weet wat er gaat gebeuren en wat er van hem verwacht wordt. Maak daarbij ook gebruik van de volgende 5 punten; benoem steeds wie het doet, wat hij doet, waar / wanneer / hoe hij het doet.
Bijvoorbeeld: je gaat nu 5 minuten hier op het kleed met je broertje met de blokken spelen, daarna gaan we eten.

Als je één van de 5 onderdelen niet duidelijk aangeeft, dan kan het kind toch iets anders gaan doen (zonder dat het echt snapt wat het dan verkeerd doet).
Leg het niet alleen auditief uit, maar maak het ook visueel. Blijf die aanpak steeds herhalen, ook bij situaties die er erg op lijken maar toch iets anders zijn. Kinderen zonder autisme vertalen dat makkelijker naar andere situaties dan kinderen met autisme.

ochtendritueel2Ook thuis kun je deze aanpak goed toepassen. Visualiseer bijv. het dagprogramma of een specifiekere situatie (zoals de stappen van het aankleden, het wc-gebruik of het tandenpoetsen). Oefen dat eerst samen, zodat je zeker weet dat je kind de picto’s begrijpt. Ook al zou je dezelfde picotgrammen gebruiken als op school, dan wil dat niet zeggen dat het voor een kind duidelijk is dat het thuis ook op die manier werkt. Of andersom: als je thuis goed geoefend hebt met je kind om naar de wc te gaan, dan wil dat niet zeggen dat je kind dat ook kan omzetten naar wc-gebruik op school.

– Voorkom plotselinge veranderingen. Uiteraard zullen er toch eens veranderingen voorkomen; kondig die dan tijdig aan. Geef dan ook opnieuw concreet aan wat er gaat gebeuren en wat je van het kind verwacht.

– Wees je ervan bewust dat je kind prikkelgevoelig kan zijn en op andere prikkels kan reageren dan je normaliter zou verwachten. Probeer prikkels waar het kind overgevoelig voor is te reduceren. Daar waar het kind geneigd is op minder belangrijke prikkels te reageren, kan het helpend zijn het kind te verhelderen welke prikkels belangrijk en welke minder belangrijk zijn in bepaalde situaties. Help het kind om zich op de juiste prikkels te richten.

Uiteraard ontkom je er niet aan om je kind toch eens iets te laten doen wat hij niet fijn vindt of waar hij stress door ervaart. Pak dat dan stap voor stap aan en neem je kind erin mee.
Bijv. als je kind alleen maar wijde joggingbroeken aan wil en jij zag graag dat hij ook eens een jeansbroek aandeed, dan is het goed om je kind in dat proces mee te nemen. Je gaat je kind dus niet van het ene moment op het andere dwingen om een jeansbroek aan te trekken, maar je laat je kind eerst zelf een (wijde) jeansbroek uitzoeken. Die kan hij thuis eerst eens heel even aantrekken, de volgende keer iets langer en zo verleng je dat stap voor stap. Zo’n verandering heeft dus tijd nodig.

– Wees alert op misverstanden in de communicatie en bied, indien nodig, extra uitleg en verheldering. Gebruik concrete en heldere taal. Voorkom ook dat je te veel in één keer vertelt, waardoor ze de kern niet meer uit de ‘woordenbrij’ kunnen halen. Wees dus kort en bondig en vermijd figuurlijk / abstract taalgebruik.

vader_praat_met_zoonOndersteun je kind bij het aangaan, begrijpen en onderhouden van sociale contacten. Bespreek en verwoord de gevoelens van het kind en de gevoelens van de ander en leer het kind hoe hij concreet in specifieke sociale situaties kan handelen. Hoe concreter, hoe beter.

– Probeer het aantal activiteiten van je kind uit te breiden door hem hier stap voor stap mee bekend te maken. Doe zaken voor en laat het kind stap voor stap meekijken en meedoen. Geef echter ook ruimte om de eigen voorkeuren / interesses te verkennen.

Het is ook goed om je als ouder of leerkracht te realiseren dat er geen eenduidige aanpak is. Ieder kind met autisme is uniek en bij ieder kind zal een passende aanpak gezocht dienen te worden. Samenwerking en afstemming met school kan hierin zeer helpend zijn.

Daarnaast is het van belang goed te kijken wat je kind wel en niet aankan. Ga zaken niet forceren en wees je ervan bewust dat je kind (mogelijk) anders is; blijf oog houden voor de eigenheid van je kind.

⇒ Blijf je ondanks deze tips vastlopen, trek dan aan de bel.’ 

 

Ben je op zoek naar aanvullende informatie over dit onderwerp?
– Kijk eens op de website van Balans of van de NVA (Nederlandse Vereniging voor Autisme)
– Het boek van Collete de Bruin geeft goede uitleg over autisme, incl. concrete tips aan ouders [de Bruin, C. (2009). Geef me de vijf. Graviant Educatieve Uitgaven].’

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend.
 Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Stephanie Voncken – Spierts gebruikte de volgende literatuur voor dit interview:
– American Psychiatric Association. (2013). Diagnostisc Statistical Manual of Mental Disorders, Fifth Edition.

 

Lees verder over gerelateerde thema’s:
– ‘Samen spelen, samen delen? – 5 tips om je kind te leren om met andere kinderen te spelen’. Klik hier
– ‘Sturing & verbinding: Waarom beide aspecten onmisbaar zijn in de opvoeding van jouw kind.’ Klik hier.
– ‘Laat dat nou! | 5 opvoedvalkuilen waar we allemaal intrappen én waardoor opvoeden onbedoeld lastiger wordt.’ Klik hier.
‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

Ruzie over de opvoeding: Zo los je het op!

Couple having dispute in front of their upset daughter sitting in kitchen at home‘Waren jullie het maar wat vaker eens over de opvoeding van jullie kinderen… Jullie kinderen zijn nu 12 en 9 jaar en al van jongs af aan lijken jullie het nergens over eens te worden. Als jij verzucht dat je graag wil dat ze wat beter naar je luisterden, dan zegt hij ‘ach, laat ze toch, het is belangrijk dat ze een eigen mening hebben.’. Als hij om 20.00 uur tegen de kinderen zegt: ‘zo, zullen we samen een film kijken?’ dan ontplof jij zo ongeveer, want jij hebt het liefst dat ze iedere avond lekker op tijd in bed liggen. ‘Het is toch vakantie…’, hoor je hem nog zeggen. Je loopt dan maar gauw even naar de keuken om te voorkomen dat jullie er weer woorden over krijgen. Je weet dat het niet goed is om ruzie te maken waar de kinderen bij zijn, maar het lijkt wel alsof je het steeds moeilijke kunt verkroppen. Het lijkt wel alsof jullie ideeën over de opvoeding steeds verder uit elkaar komen te liggen. Het zou zo fijn zijn als jullie op dit gebied wat meer op één lijn lagen!’


Alle ouders herkennen het wel: je partner en jij zijn het niet eens over bepaalde aspecten van de opvoeding.
Dat komt in elke relatie voor en dat is heel normaal.

Voor je kinderen is het ook niet erg als jullie het niet over alles eens zijn; dat begrijpen kinderen echt wel. Ze weten ook dat niet iedereen hetzelfde is en dat mensen anders over iets kunnen denken.

Echter, wat je echt graag wil voorkomen, is dat jullie heftige ruzies maken, waar de kinderen bij zijn. Als je merkt dat dat toch wel vaker op de loer ligt, dan is het goed om dat eens rustig met elkaar te bespreken. Alleen op die manier kun je meer begrip voor elkaars situatie krijgen, kun je verwachtingen naar elkaar uitspreken én kun je duidelijke afspraken met elkaar maken. Want dat heb je wel nodig als je ruzies over de opvoeding wil voorkomen.

 

⇒ In dit artikel geef ik je 5 stappen, die je de komende tijd vaker kunt doorlopen om meer overeenstemming en wederzijds begrip te krijgen in jullie manier(en) van opvoeding.

 

STAP 1: Denk na wat je zelf belangrijk vindt in jouw manier van opvoeden.
vrouw_schrijft_in_boekje_koffie_telefoonIedereen heeft ideeën over de opvoeding van zijn kind(eren). Sommige ideeën zijn heel duidelijk en bewust, andere liggen wat meer onder de oppervlakte. Maar die zijn er natuurlijk ook. Dat merk je bijvoorbeeld als je iemand anders ziet omgaan met zijn/haar kind. Als je zo’n situatie observeert, dan vind je er iets van, daar voel je iets bij. Soms kun je het daar helemaal mee eens zijn of zelfs denken ‘hoe doen ze dat toch?’ of ‘kon ik dat ook maar zo…’; in andere situaties zie je ouders op hun kind reageren op een manier waar je helemaal niet achter staat en zoals je zelf nooit met je kind om zou willen gaan. En dan heb je natuurlijk nog situaties waarin jezelf op je kind reageert, waarin je tevreden bent over jezelf óf waarin je totaal niet tevreden bent over jezelf…

⇒ Schrijf van al deze situaties eens een aantal voorbeelden op voor jezelf. Wanneer dacht je ‘kon ik dat ook maar’ (welke reacties van ouders op hun kind vind je fijn of effectief, kun je achter staan) en wanneer dacht je juist ‘die aanpak past niet bij mij’ (welke reacties van ouders op hun kind vond je onprettig of leken jouw ineffectief, kon je niet achter staan). Als je de voorbeelden voor jezelf hebt opgeschreven, loop je ze allemaal nog eens langs. Als je goed oplet, kun je er waarschijnlijk een rode draad in ontdekken. Benoem die rode draad en formuleer ‘m expliciet voor jezelf. Zo kun je er achterkomen wat je zelf belangrijk vindt in hoe jij het liefst je kinderen wil opvoeden. Je partner doorloopt deze aanpak natuurlijk ook.

Misschien kom je er zo wel achter dat je een heel andere opvoedstijl hebt dan je partner. Daar lees je in dit artikel meer over.

 


joyce_grijs_aanjou_1
Maak je je zorgen over je kind dat niet goed slaapt, eet of naar je luistert? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?

Neem dan contact met me op.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 

(2) Je kunt het niet altijd met elkaar eens zijn. 
man_vrouw_in_gesprekZoals je ook wel weet, kun je het niet altijd met elkaar eens zijn. Hoe graag je dat misschien wel zou willen, dat lukt je niet. Accepteer dat ook.
Het is dus echt niet erg om er andere ideeën over de opvoeding van je kind op na te houden dan je partner. Het is echter wel belangrijk om dat van elkaar te weten én om afspraken met elkaar te maken over hoe jullie daar mee om gaan.

Ondanks dat je het niet over alles eens kunt zijn, is het wel goed om het eens te worden over een aantal basisonderwerpen. Als je kind namelijk weet waar jullie als ouders voor staan en wat jullie belangrijk zijn dan geeft dat duidelijkheid, vertrouwen en een gevoel van veiligheid.

Dat zijn onderwerpen als:
–  Luisteren: Wat doen we als ons kind niet naar ons luistert? Praten we eerst met hem (zodat hij het opnieuw kan proberen), geven we hem meteen een waarschuwing (zodat hij weet wat er gebeurt als hij het nog eens doet) of geven we hem dan direct straf?
–  Slapen: Wat verwachten we van ons kind rondom het slapen? Hoe laat brengen we hem naar bed? Wat doen we als hij niet wil gaan slapen? Wat doen we als hij ons ’s avonds roept? Wat doen we als hij ’s nachts wakker wordt? Leggen we hem dan bij ons in bed of troosten we hem even maar blijft hij wel in zijn eigen bed?
–  Eten: Wat verwachten we van ons kind rondom het eten? Eten we allemaal samen? Eten we aan de eettafel of ergens anders? Hoe laat eten we ongeveer? Blijven we na het eten op elkaar wachten totdat iedereen klaar is of mag iedereen van tafel zodra hij zelf klaar is met eten?

⇒ Als je het over deze onderwerpen eens kunt worden en als je je er beiden goed aan houdt, dan scheelt dat dagelijks veel strubbelingen én levert het je kind veel duidelijkheid op.

 


(3) Ga op zoek naar jullie overeenkomsten.

gezin_pratend_op_bankAls ouders hebben jullie (min.) één gezamenlijk belang: jullie willen allebei het beste voor jullie kind(eren). Dat is meteen jullie grootste overeenkomst. Het is belangrijk om dat goed voor ogen te houden.

Als je van elkaar weet wat je belangrijk vindt in de opvoeding, dan kun je doorgaans ook beter begrip voor elkaar opbrengen. Je begrijpt dan waarom de ander zo reageert zoals hij/zij dat doet. Uiteraard is het wel belangrijk om elkaar te wíllen begrijpen en dat je je openstelt voor opvattingen die anders zijn dan die van jou. Meestal is het niet zo dat één van jullie 100% gelijk heeft; doorgaans ligt de waarheid in het midden…

Als je beiden op zoek gaat naar waar je het samen eens over kunt worden, waar je op de gulden middenweg uit kunt komen én waar je je moet aanpassen aan de wens van je partner, dan ben je al een heel eind. Ook in jullie opvoedaanpak zul je namelijk op sommige punten water bij de wijn moeten doen.

 


(4) Ga met elkaar in gesprek 

man_vrouw_koffieUiteraard is het belangrijk om onderwerpen zoals de opvoedaanpak goed met elkaar te bespreken. Soms doen ouders dat al voordat ze kinderen hebben, maar ook als je al kinderen hebt, is het verstandig om dit thema vaker de revue te laten passeren.

Ga daarom eens rustig tegen over elkaar zitten, pak een lekker kopje koffie / thee erbij en geef elkaar om de beurt de tijd om zijn/haar eigen verhaal te doen. Tijdens dit gesprek mag je aangeven wat je zelf belangrijk vindt in de opvoeding van jullie kinderen. Vertel eens over hoe je je eigen opvoeding ervaren hebt en wat je daar fijn of vervelend aan vond. Wat wil je graag van je eigen opvoeding overnemen en wat juist niet? Je kunt tijdens zo’n gesprek nog met elkaar bepreken hoe je je kind(eren) over 10 jaar voorstelt: wat zijn het dan voor personen geworden? En hoe zou jij er als ouder aan bij willen dragen dat ze de beste versie van zichzelf worden? Welke onderdelen in jullie opvoeding kunnen daar volgens jou aan bijdragen?

Bespreek tijdens jullie gesprek ook één situatie (per gesprek), die je zelf lastig of moeilijk vindt. Dus in welke situatie vind jij het zelf lastig om op een goede, positieve manier op je kind te reageren. Vraag aan je partner hoe hij in die situatie zou reageren en waarom hij het op die manier zou aanpakken.

Omdat het om een gevoelig onderwerp gaat en je graag wil voorkomen dat de emoties hoog oplopen, is het belangrijk om een duidelijke structuur aan te houden in het gesprek. Om elkaar steeds de tijd en ruimte te geven om je eigen verhaal te doen, kun je het beste werken met een timer. Die zet je bijv. steeds op 2 of 3 minuten per beurt. De een begint te praten; de ander stelt zich in die tijd alleen maar luisterend op. Zo lang de een vertelt, is de ander stil en reageert niet (in ieder geval niet inhoudelijk).

Dat betekent niet alleen dat je een luisterende houding aanneemt, je partner aankijkt en inhoudelijk niks zegt, maar ook dat je niet non-verbaal gaat reageren. Je gaat dus ook niet zuchten of met je ogen rollen als je iets hoort waar je het niet mee eens bent of waar je je al tijden aan ergert. Luister zo onbevangen en open mogelijk.

Tijdens zo’n gesprek is het belangrijk om je steeds te verplaatsen in je partner. Probeer de standpunten, ideeën en gedachten van je partner te begrijpen en veroordeel ze niet.

Zodra het belletje van de timer gaat, wisselen jullie van rol en is de ander aan de beurt om zijn verhaal te doen. Als jullie je beiden aan deze gespreksafspraken houden, dan heb ik er alle vertrouwen in dat het een prettig en leerzaam gesprek gaat worden.

 


joyce_rosegrijs_staand_c

Wil je graag een thema-avond over opvoeden bijwonen?
Kijk dan in Joyce’ online Agenda voor een workshop, lezing of OpvoedParty bij jouw in de buurt.

Wil je Joyce graag uitnodigen om een thema-avond over opvoeden te geven?
Kijk dan hier voor mogelijke thema’s en/of neem contact met haar op.


 

(5) Maak duidelijke afspraken met elkaar.
gezin_baby_mama_kijkt_papa_laptopOok als je het niet met elkaar eens bent over het omgaan van een specifieke opvoedsituatie, kun je duidelijke afspraken met elkaar maken. De afspraak moet duidelijk zijn voor jullie beiden; jullie moeten je er beiden aan kunnen houden.

Eén van de afspraken, die jullie samen kunnen maken, is dat wanneer één van jullie een lastige situatie heeft met jullie kind, dan handelt die persoon ook de situatie helemaal af. De ander komt er dus niet tussen en bemoeit zich er niet mee. Ook al ben je het op dat moment misschien totaal niet eens met de aanpak van je partner, je zegt er niks over, je reageert er niet op (ook nu weer niet non-verbaal). Je laat het dus helemaal aan je partner om de lastige opvoedsituatie op te lossen.

Als je het lastig vindt om op zo’n moment niet te reageren, loop dan rustig naar een andere ruimte. Zo kun je letterlijk afstand nemen van de situatie. Dat voorkomt dat je op dat moment onenigheid krijgt over de situatie en misschien wel over jullie verschillende opvoedaanpak waar de kinderen bij zijn. Dat wil je namelijk ten allen tijde voorkomen.

Uiteraard is het wel goed om er op een later (rustig) moment op terug te komen en het er dan wel samen over te hebben. Dat kun je bijv. doen als de kinderen in bed liggen of als ze niet thuis zijn. Doe dat dan ook op de manier zoals hierboven beschreven, zodat de kans op conflicten of een heftige ruzie klein is.

 


banner_joyce_coaching_verticaal⇒ Komen jullie er toch niet naar tevredenheid uit? Kunnen jullie samen onvoldoende overeenstemming bereiken
over jullie opvoedaanpak? En merk je dat de lastige opvoedsituatie blijft bestaan?
Dan kan dat een goede reden zijn om advies in te winnen bij een opvoedcoach. Een opvoedcoach zal o.a. navragen wat er precies gebeurt tijdens die lastige opvoedsituatie(s) waar jullie op dit moment samen niet uitkomen. Wellicht is één van jullie aanpakken inderdaad handiger dan de andere, of zijn aspecten van beide aanpakken goed om toe te passen of is er zelfs nog een hele andere manier waarop je het beste met die lastige opvoedsituatie(s) kunt omgaan. Misschien is het dus niet een kwestie van de ene of de andere aanpak volgen, maar juist om de aanpakken op een slimme manier te combineren of om een 3e aanpak – waar jullie je beiden in kunnen vinden – uit te rollen. Een opvoedcoach zal samen met jullie een plan van aanpak opstellen; een aanpak waar jullie je beiden grotendeels in kunnen vinden en achter kunnen staan. Dat laatste vind ik persoonlijk erg belangrijk; dat is m.i. namelijk een belangrijke voorwaarde om het plan van aanpak ook in praktijk / bij jullie thuis te laten slagen.

Wil je weten hoe ik je hierbij kan helpen? Klik dan hier.

 


Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij als eerste Joyce’ waardevolle OpvoedTips ontvangen? 
Helemaal gratis en vrijblijvend. Klik dan hier.

Cadeau: Kort na je aanmelding ontvang je het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’ als welkomstcadeau. Ook helemaal gratis en vrijblijvend.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

Joyce gebruikte o.a. onderstaande referenties voor dit artikel:
– ‘Ouders niet op één lijn‘. J/M Ouders.
– ‘Oneens over opvoeding: In een vaste bedtijd gelooft hij niet.’ RTLNieuws.


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:

– ‘Voorkom ongewenst gedrag: Geef je kind positieve aandacht.’ Klik hier.
– ‘Laat dat nou! | 5 opvoedvalkuilen waar we allemaal intrappen én waardoor opvoeden onbedoeld lastiger wordt.’ Klik hier.
– ‘Doorbreek het taboe: Opvoeden is niet altijd leuk en makkelijk.’ Klik hier.
– ‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier.
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

logo_akse_coaching_klein_nieuw

 

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

Als je kind moeilijk in slaapt valt op vakantie… | 7 praktische tips om dat snel te verbeteren (incl. BONUStips)

boek_welterusten_kleine_beerJe kent het wel: na een lange autorit of vliegreis zijn jullie eindelijk aangekomen op jullie vakantiebestemming. Jullie kwamen aan het eind van de middag aan en gingen al snel aan tafel om een hapje te eten. De kinderen hadden in de tussentijd wat tijd om het jullie huisje te verkennen en om met hun speelgoed te spelen. Na het avondeten breng je de kinderen toch al vrij snel naar bed. Je dacht nog: na zo’n reis, die toch best vermoeiend was voor ze, zullen ze lekker snel in slaap vallen…

boek_het_konijn_dat_in_slaap_wil_vallenAls je kinderen net in bed liggen, kun jij ook eindelijk op een heerlijke ligstoel neerploffen. Maar helaas! Nog geen minuut later hoor je het eerste stemmetje al. Je dochter roept: ‘mama, ik kan niet slapen’. Je gaat even kijken om haar een kus te geven en dan ga je weer terug. Maar je zit nog niet of je hoort je zoon: ‘mama, ik ben bang, mama, kom nou!’ Natuurlijk ga je ook even naar hem toe; ook hij heeft natuurlijk even je geruststelling nodig. Zo, nu terug naar je… Maar je bent nog niet weg bij je zoon of je dochter roept alweer. Je merkt dat je er een beetje kriegelig van begint te worden. Waarom gaan ze nou niet gewoon slapen? Ze zijn toch moe…? Thuis hebben ze hier nooit last van. Waarom nu wel ineens? Jij bent zelf ook doodop en wilt nu echt even kunnen zitten… 

 

boek_fien_milo_samen_op_stap

Heerlijk zo samen op vakantie: je gaat er lekker met z’n allen tussenuit om een beetje bij te komen van alle dagelijkse beslommeringen. Even in een andere omgeving, tot rust komen of juist lekker actief bezig zijn, maar wel echt even er uit. Dat gun je niet alleen je kinderen, maar ook jezelf. Ook jij hebt die dagen nodig om weer even bij te tanken en tot rust te komen. En daar hoort natuurlijk ook bij dat je wat tijd voor jezelf hebt.

boek_muis_gaat_op_vakantieOp zich is een vakantie daar bij uitstek geschikt voor. Alleen merk je juist dan hoe fijn kinderen de gewoontes en structuur van thuis vinden en hoe lastig het soms kan zijn als het anders gaat dan anders, juist bij het naar bed brengen. Op vakantie is dan ineens zoveel anders, vooral voor de kinderen. Ook wij merken dat soms nog wel; zo’n eerste nacht in een vreemd bed is toch altijd weer even wennen. En als wij er al last van hebben, dan is dat voor onze kinderen zeker wennen, om niet te zeggen dat het voor hen gewoon behoorlijk ingrijpend kan zijn.

 



boek_kleine_zevenslaper_kan_niet_slapenBONUS
In dit artikel vind je allerlei afbeeldingen van (prenten)boeken. Die gaan allemaal over thema’s, die te maken hebben met ‘(niet) slapen’, ‘vakantie’ en ‘reizen’.

Leuk, gezellig én ontspannend om samen met je kind te lezen! Een heerlijk één-op-één-moment met je kind, zeker voor het slapengaan. Gewoon doen, op vakantie én thuis.


 

Het ‘in slaap vallen’ op vakantie is voor de meeste kinderen echt wennen. Laten we eerst eens kijken naar de redenen waarom dat voor kinderen – vooral op vakantie – zo lastig kan zijn:

  • boek_pip_posy_lievelingsknuffelVeel dingen op vakantie zijn anders dan dat ze gewend zijn: ze liggen in een ander bed, in een andere kamer, er is een andere temperatuur, een andere geur, noem maar op.
  • Ze kunnen iets missen wat ze op vakantie niet hebben, maar thuis wel: ze missen bepaalde personen (bijv. opa, oma, vriendjes), bepaalde spullen (bijv. favoriete speelgoed) of ze missen gewoon het ‘thuis zijn’ (ze hebben last van heimwee).
  • boek_er_ligt_een_krokodil_onder_mijn_bedZe voelen zich niet helemaal prettig of zijn misschien ziek.
  • Ze hebben een actieve of vermoeiende dag gehad, waardoor ze nog een beetje hyper zijn en juist daarom de slaap niet kunnen vatten.
  • Vaak gaan kinderen op vakantie bijna iedere dag op een ander tijdstip naar bed en raken daardoor uit hun slaap-waakritme.

Op dat soort momenten zie je vaak dat kinderen ’s avonds gaan huilen en/of om hun ouders roepen. Dat kan gelukkig anders!

 



joyce_grijs_aanjou_1Maak je je zorgen over je kind dat niet goed slaapt (niet alleen op vakantie, maar ook thuis)? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?

Neem dan contact met me op.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 

In dit artikel geef ik je maar liefst 7 tips om je kind – ook op vakantie – lekker in slaap te te laten vallen:

 

boek_kas_bij_opa_en_oma(1) Laat je kind vooraf aan jullie vakantie alvast wennen aan ‘niet in het eigen bed slapen’.
Dat kun je doen door hem/haar vaker bij opa & oma, familie of misschien wel een vriendje te laten logeren. Voor je kind vaak een hele belevenis en echt een uitje om naar toe te leven én om met mooie verhalen van terug te komen.

 

boek_op_reis_met_de_auto(2) Bereid je kind goed voor op jullie vakantie:
Begin min. een week van te voren thuis alvast boekjes en verhaaltjes voor te lezen, die gaan over ‘op vakantie gaan’. Je kind weet dan beter wat hem/haar te wachten staat.
In de bibliotheek zijn er vaak veel boekjes voor alle leeftijden over dit onderwerp te vinden. Laat je kind ook zelf een paar spulletjes (zoals knuffels, pyjama) in het koffer doen.

TIP In de zomervakantie kun je zelfs GRATIS gebruik maken van de VakantieBieb. Op die manier kun je (online) boeken lezen voor kinderen en volwassenen. 

 

boek_ga_je_mee_op_reis(3) Maak een goede planning
Zorg dat je – als het even kan – ruim vóór bedtijd in je vakantiehuisje, camping, appartement of hotel bent. Dan ziet je kind waar hij gaat slapen en kan hij wennen aan zijn nieuwe slaapkamer. Laat je kind ook lekker rondlopen in jullie nieuwe ‘vakantievertrek’, zodat hij alles kan ontdekken.

 

boek_monkie.jpg(4) Bekend maakt bemind
Neem een aantal vertrouwde slaapspulletjes van thuis mee en laat je kind (evt. met jouw hulp) zijn ‘nieuwe’ slaapkamer inrichten: je kind kan al van jongs af aan zijn eigen pyjama en knuffels op bed leggen, hij kan zelfs helpen met de kleren in de kast te leggen etc. Ook kleine kinderen kunnen dat dus al heel goed doen samen met papa of mama.

 

boek_anna_gaat_slapen(5) Houd je vast aan jullie bedritueel
Als het bedtijd is, houd je zo veel mogelijk hetzelfde bedritueel aan als thuis. Handel dus ook op vakantie alle activiteiten, zoals naar de wc gaan,  tanden poetsen, pyjama aan doen, verhaaltje voorlezen etc., in dezelfde volgorde en op dezelfde manier af als thuis. Dat zorgt voor herkenning en vertrouwen bij je kind.

 

boek_pien_en_patrick_gaan_vliegen(6) Waar is mama / papa?
Als je kind slaapt, dan ben jij hoogstwaarschijnlijk niet op zijn kamer of bij zijn bed. Laat je kind daarom zien waar jij wél bent als hij slaapt. Geef ook duidelijk aan dat je gewoon in het huisje, de kamer of bij de caravan blijft. Zo weet je kind dat je niet helemaal weg bent als hij slaapt. Dat geeft je kind een veilig gevoel.

 

(7) Spreek af dat je weer terugkomt.
boek_slaap_kindje_slaapAls je kind gaat huilen zodra jij weg bent, spreek je af dat – zodra hij even rustig is en zonder te huilen in bed ligt – je hem een extra kusje komt geven (één kusje: niet meer, niet minder).
Wacht eerst even (10-30 sec.) vanaf het moment dat je kind niet meer huilt (of rustig is) en ga dan terug om dat ene kusje te geven. Houd je dus aan die afspraak, zodat je kind er echt op kan vertrouwen.
Ga daarna weer terug naar je kind, maar wel pas als je kind ietsje langer rustig bleef (bijv. één minuut). Bouw dat langzaam op en wacht dus steeds wat langer voordat je naar je kind teruggaat. Zodra je kind slaapt, hoef je natuurlijk niet meer terug te gaan.
Je kind krijgt op die manier het vertrouwen dat je in de buurt bent en dat je niet ineens verdwenen bent. Dit hele proces kan best even duren, zeker in het begin, maar uiteindelijk valt je kindje echt rustig in slaap.

TIP: Heb je pas een kindje gekregen? Dan kun je het boek ‘Slaap Kindje Slaap’ GRATIS aanvragen bij Lemniscaat (klik hier). 

 

Wil je graag reageren op dit artikel? Dat mag!
Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij als eerste Joyce’ waardevolle OpvoedTips ontvangen? 
Helemaal gratis en vrijblijvend. Klik dan hier.

Cadeau: Kort na je aanmelding van het e-zine ontvang je Joyce’ E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’ als cadeau. Dat is dus ook helemaal gratis en vrijblijvend. Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_c
Heb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 


K
lik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘10 basistips om je baby, kind of tiener lekker te laten slapen.
– ‘Slaap kindje slaap’ (over: Hoe een bedritueel je kind helpt om beter in slaap te laten vallen). Klik hier.
– Zo slaapt je kind wél bij zomerse temperaturen! [over: Makkelijker in slaap vallen als het warm is.]. Klik hier.
– ‘Uitslapen als je kinderen hebt…?’ – Zorg er in 3 stappen voor dat je kind langer slaapt. Klik hier.
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.