Agressief gedrag bij kinderen en tieners: Praktische tips (2 van 2)

Alle kinderen doen wel eens een ander kind pijn en maken wel eens iets stuk, van zichzelf of van een ander. Meestal gaat dat gepaard met heftige emoties: bijv. uit boosheid wordt een ander kind geduwd, geslagen of geschopt, uit frustratie wordt er met auto’s, poppen of blokken gegooid. Dat zijn vaak heel vervelende situaties, zowel voor het slachtoffer, voor jou als ouder en voor je kind. Als ouder wil je gewoon niet dat jouw kind een ander pijn doet of iets van een ander kapot maakt. Kortom, je wil niet dat jouw kind agressief reageert wanneer het ergens niet mee eens is, als het kind een ander onaardig vindt ed. => Maar hoe doe je dat? Hoe zorg je ervoor dat je kind niet agressief reageert? Wat kun jij dan beter wel of juist niet doen? En wat kan je kind anders doen? Dat leg ik je graag uit in dit artikel.

Dit artikel gaat over agressief gedrag bij kinderen en tieners en hoe je daar als ouder (of leerkracht) het beste mee om kunt gaan, zodat het agressieve gedrag langzaam maar zeker steeds minder wordt.
Wil je weten hoe agressief gedrag ontstaat en welke uitingsvormen het heeft? Lees dan mijn artikel Agressief gedrag bij kinderen en tieners: Uitingsvormen en oorzaken (1 van 2).

Wat was agressief gedrag ook alweer?
Zoals je in mijn eerste artikel over agressief gedrag kon lezen, gebruikte ik de definitie van van der Ploeg (2009): Agressie is gedrag waarbij – al dan niet opzettelijk – een ander fysieke en/of psychische schade wordt toegebracht en waarbij formele en/of informele regels worden geschonden.
Volgens deze definitie zijn alle mensen – kinderen én volwassenen – wel eens agressief, want we doen allemaal wel eens een ander pijn en we maken allemaal wel eens iets stuk dat van een ander is. Het gaat er dan niet om of dat met of zonder opzet gebeurt, het gaat er alleen om dát het gebeurt.

Goed om te weten
In mijn eerste artikel haalde ik het ook al aan: het is belangrijk om te weten dat alle kinderen wel eens agressief gedrag laten zien. Daar hoef je je als ouder of leerkracht dus niet meteen zorgen over te maken. De reden daarvoor is o.a. dat jonge kinderen hun impulsen nog niet zo goed kunnen beheersen; een vaardigheid die ze steeds beter onder de knie krijgen naarmate ze ouder worden. Dus ook het leren beheersen van impulsen is een leerproces en behoort tot de normale ontwikkeling van kinderen.

Daarnaast is het goed om je te realiseren dat het normaal is voor kinderen en tieners om zich af te zetten tegen volwassenen (zoals ouders en leerkrachten) in hun omgeving. Normaalgesproken zie je dat dat gedrag tijdens de adolescentie – dus naarmate ze ouder worden – afneemt, ze groeien er als het ware overheen. Kortom, agressief gedrag kun je – tot op zekere hoogte – dus als normaal en behorend bij de normale ontwikkeling van kinderen en adolescenten zien.

Hoe ga je om met agressief gedrag?
Als je als ouder of leerkracht wel eens te maken hebt met agressief gedrag van je kind of leerling, dan zijn dat nooit prettige situaties. Daar wil je het liefst vanaf; sterker nog, je wil ze het liefst voorkomen. Het is goed om te weten hoe je met agressief gedrag van kinderen en tieners kunt omgaan en in goede banen kunt leiden. Je wilt namelijk graag voorkómen dat het blijft voortduren of zelfs erger wordt. Vandaar dat ik je in dit artikel graag 8 waardevolle tips geef, die er samen voor zorgen dat je het agressieve gedrag van je kind of leerling in goede banen leidt en waardoor het langzaam maar zeker zal verminderen.

(1) Bied je kind duidelijkheid, structuur en maak afspraken.
Kinderen willen graag duidelijkheid, weten waar ze aan toe zijn en weten wat er van hen verwacht wordt. Het is belangrijk dat kinderen dat thuis en op school krijgen. Geef je kind dat ook. Daarbij is het belangrijk om afspraken te maken én om je kind eraan te houden. Wees daar consequent in.

Het is belangrijk om je óók aan die afspraken te houden als je kind als reactie een driftbui krijgt, gaat schreeuwen, schelden of heel erg boos op jou wordt. Ga je na zo’n heftige reactie van je kind namelijk de afspraak aanpassen aan de wens van je kind, dan heeft je kind (onbewust) geleerd dat het uiten van zijn negatieve gedrag of agressieve reactie een positief resultaat oplevert. De driftbui, het schreeuwen, schelden of boos worden heeft voor je kind dus een positief effect: je kind krijgt toch zijn zin ondanks dat jij eigenlijk iets anders wilde. Door de afspraak op zo’n moment toch te veranderen, houd je zijn ongewenste, agressieve reactie in stand. De kans is groot dat je kind de volgende keer, wanneer hij in eerste instantie wéér niet krijgt wat hij wil, opnieuw agressief op je reageert om er opnieuw voor te zorgen dat je jullie afspraak aanpast aan zijn wens. Je kunt hiermee in een vicieuze cirkel terechtkomen, waardoor het agressieve gedrag van kwaad tot erger wordt. Vandaar dat het zo belangrijk is om je aan jullie gemaakte afspraak te houden, juist als je kind dan gaat schreeuwen of boos op je reageert.

(2) Geef je kind voldoende positieve aandacht.
Ook als je kind vaker agressief gedrag vertoont, zal hij dat niet de hele dag door doen. Hij zal naast zijn negatieve gedrag ook positief gedrag laten zien (hoe klein ook). Als je er van doordrongen bent dat je kind alleen nog maar agressief lijkt te doen, dan is dat natuurlijk nog behoorlijk moeilijk te geloven of te zien. Je zult er dan actief naar op zoek moeten. Ga dus actief op zoek naar positief, gewenst gedrag van je kind en laat je kind weten dat je dat gedrag fijn vindt (zonder op dat moment iets te zeggen over zijn negatieve, ongewenste gedrag). Benoem zijn gewenste, positieve gedrag dus. De kans is daarna groter dat je kind dat gedrag vaker zal laten zien. Alle kinderen hebben namelijk behoefte aan positieve aandacht van de belangrijkste volwassenen om hen heen. Dat vinden ze niet alleen fijn; sterker nog, ze hebben het heel hard nodig. Zéker de kinderen die vaker ongewenst, agressief gedrag vertonen.
N.B. Het gaat hierbij dus om het benoemen van het (goede, fijne, gewenste) gedrag van je kind, niet je kind als persoon. Keur nooit je kind als persoon af.

(3) Uitlaatklep voor je kind
Als je merkt dat je kind periodes heeft waarin hij vaker agressief reageert, zorg dan voor een goede uitlaatklep, waarmee je kind zijn energie kwijt kan. Ik zeg met opzet energie en niet agressie. Ik heb het dan ook niet over rammen tegen een boksbal, iets kapot gooien of schreeuwen in een kussen (wat in deze situaties vaak gepropageerd wordt). Dat is juist niet de bedoeling. Je wil juist niet dat je kind zijn (negatieve) energie omzet in agressief gedrag. Dat is nou net het hele punt. Je wilt juist dat je kind leert om zijn (negatieve) energie op een andere manier te uiten. En dat kan op allerlei manieren, bijv. door te voetballen, fietsen, rennen, muziek maken, dansen, klimmen ed. Ga – samen met je kind – op zoek naar een activiteit, waarvan je weet dat je kind er zijn energie in kwijt kan én er achteraf een goed gevoel van krijgt.

(4) Boosheid onder controle krijgen
Het is belangrijk dat je kind zijn boosheid, dat vaak geuit wordt in agressief gedrag, zelf onder controle krijgt. Dat is niet altijd makkelijk. In mijn artikel Hoe je kind zijn emoties de baas wordt lees je meerdere strategieën die je kind dan zelf kan toepassen.

Als je kind weer gekalmeerd is, is het belangrijk om terug te komen op het voorval en om het dan samen te bespreken. Het heeft dus geen zin om dat gesprek te voeren op het moment dat je kind zich nog agressief gedraagt; doe dat pas op het moment waarop iedereen weer rustig is.

En als je kind iets gedaan heeft dat echt niet kon of mocht, dan hoort daar een passende consequentie bij. Het gaat daarbij absoluut niet om lange, harde straffen; dat werkt averechts. Ik denk bij passende consequenties dus niet aan huisarrest of een week zonder iPad / telefoon, want daar leert je kind bar weinig van en die hebben vaak helemaal niks met de situatie te maken.

Maar welke consequenties dan wel?
Het gaat er om dat je consequenties geeft die logisch voortvloeien uit of passen bij de situatie. Als je kind iets kapot gemaakt heeft, dan laat je je kind dat repareren. Indien het niet (meer) gerepareerd kan worden, dan kan je kind bijv. een nieuwe kopen. Heeft je kind daar het geld niet voor, dan kan je kind ervoor sparen of proberen om het op een andere manier goed te maken. Heeft je kind op een andere manier iets vervelends gedaan bij iemand anders, dan kan je kind het ook op een andere manier goedmaken.
Laat je kind ook vooral zelf met ideeën komen over hoe hij het met de ander kan goedmaken en oplossen. Dat zijn juist belangrijke leermomenten voor je kind. Als ouder is het dan alleen nog belangrijk om in de gaten te houden dat er wel een goede verhouding bestaat tussen wat je kind precies gedaan of gezegd heeft én wat je kind kan doen om het op te lossen. Dat moet te allen tijde redelijk blijven (hoe boos je ook op je kind bent over wat er gebeurd is).

(5) Zet je monitor aan.
Het is belangrijk om als ouder te weten waar je kind is (bijv. thuis / bij iemand anders thuis / buiten in het dorp of de stad), wat je kind doet (bijv. huiswerk maken, gamen, spelen, lezen) en met wie doet je kind dat (bijv. spreekt je kind af met klasgenootjes, leeftijdsgenootjes of met kinderen / jongeren die hij niet goed kent). Het gaat er niet om dat je dit als ouder steeds controleert, er continue bovenop zit of gaat verbieden, maar wel dat je weet waar je kind zich mee bezig houdt. Je blijft je kind dus monitoren. Voor kinderen in de basisschoolleeftijd is dit eigenlijk heel normaal om als ouder te doen. En dat blijft zeker ook relevant als je kind op de middelbare school zit, dus ook voor tieners blijft dit belangrijk. Blijf je kind dus monitoren; doe dat niet vanuit controle, maar veel meer vanuit interesse.

(6) Toon interesse.
En die interesse geldt niet alleen voor waar je kind wanneer is en met wie, maar ook voor wat je kind precies doet, waar je kind zich mee bezig houdt. Vraag eens na bij je kind welke films of tv-programma’s hij het liefst kijkt en welke games hij graag speelt. Of nog beter: ga samen kijken of samen spelen. Niet alleen leuk om één-op-één-tijd met je kind door te brengen en om je kind positieve aandacht te geven, maar ook om te weten wat je kind precies bezig houdt. Op die manier toon je interesse in én houd je toezicht op wat je kind doet.
De volgende stap is natuurlijk dat je erover gaat nadenken of je het fijn vindt waar je kind zijn tijd aan besteed. Ben je het eens met de films of tv-programma’s die hij kijkt, de games die hij speelt? Ga het je kind niet zomaar verbieden, maar blijf er samen het gesprek over voeren.

(7) Kijk eens in de spiegel.
Hoe reageer je zelf als je het ergens niet mee eens bent, als je gefrustreerd of boos bent? Wat doe je dan, wat zeg je dan? Begin je dan bijv. al snel te vloeken, sla je met je vuist op tafel, trap je wel eens ergens tegen aan, praat je met stemverheffing of ga je schreeuwen? Denk hierbij trouwens niet alleen aan de directe of open vormen van agressie; denk ook aan de indirecte en meer covert vormen van agressie. Bijv. zeg jij wel eens vervelende, gemene dingen over anderen (als je boos bent)? Roddel je wel eens over iemand (als je het idee hebt dat die ander vervelend tegen je doet)? Sluit je wel eens mensen (onbewust of ongemerkt) buiten (als je even geen zin hebt om met die persoon om te gaan)? Ook dat zijn allemaal voorbeelden die je je kind geeft. En vaak vinden we het heel vervelend als onze kinderen het doen, maar doen we het zelf ook wel eens. Toch is het goed om ook voor jouw eigen gedragingen en reacties eens goed in de spiegel te kijken. Ga er de komende tijd eens op letten en bekijk dan wat je aan je eigen gedrag kunt verbeteren, zodat je ook op dit vlak een goed voorbeeld voor je kind kunt zijn. Je kind leert namelijk niet alleen van wat jij zegt, maar ook – en misschien wel meer – van wat jij doet.

(8) Zoek zelf hulp.
Ga eerst consequent aan de slag met de punten uit dit artikel. Merk je na 3-4 weken consequent toepassen dat het te weinig vruchten afwerpt, dan is het belangrijk om actie te ondernemen. Er bestaan cursussen voor ouders, waarin je leert om met het agressieve gedrag van je kind om te gaan en om dat gedrag in goede banen te leiden. In een dergelijke cursus kom je o.a. ouders tegen die thuis soortgelijke situaties meemaken, waardoor jij minder het gevoel dat je de enige bent die hier tegen aan loopt (want dat is zeker niet het geval).

Tot zover mijn tips voor wat je kunt doen aan het agressieve gedrag van je kind of tiener. Ik hoop van harte dat mijn tips waardevol vond en dat je er thuis mee aan de slag gaat.

Wil je graag weten welke vormen er van agressief gedrag allemaal zijn en hoe agressief gedrag ontstaat? Lees dan mijn artikel Agressief gedrag bij kinderen en tieners: Uitingsvormen en oorzaken (1 van 2).

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Houd het dan wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Dankjewel alvast voor je reactie!

————————-
Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’. Je leest er hier meer over.
————————-

joyce_rosegrijs_staand_c

Heb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2021. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.


Literatuur & websites, gebruikt voor dit artikel:
– Akse, J. (2002). The development of personality and problem behaviour in adolescence. Utrecht University: Utrecht. Klik hier.
– Matthys & Boersma. (2016) Gedragsproblemen bij kinderen: Wegwijzer voor ouders van kinderen met brutaal, boos of agressief gedrag’. Uitgeverij Hogrefe: Amsterdam.
– Verhulst & Verheij. (2000). Kinder- en Jeugdpsychiatrie: Onderzoek en diagnostiek. Van Gorcum: Assen.
– van der Ploeg, J.D. (2009). Agressie: Ontstaan, ontwikkelingen en oplossingen. Klik hier.
– Ouders van Nu. (2020). Gedragsproblemen: Waar komt agressie bij kinderen vandaan en hoe ga je er mee om?. Klik hier.
– Centrum voor Jeugd en Gezin Leiden. Agressief gedrag. Klik hier.


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
Waarom worden kinderen en tieners toch zo boos?
Hoe je kind zijn emoties de baas wordt. [ Emotionele ontwikkeling ]
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter naar je te laten luisteren
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips).
– ‘10 basistips om je baby, kind of tiener lekker te laten slapen.
Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.



© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.



Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

logo_akse_coaching_groot_nieuw




Agressief gedrag bij kinderen en tieners: Uitingsvormen en oorzaken. (1 van 2)

Als je denkt aan agressie bij kinderen, dan denk je waarschijnlijk aan slaan en schoppen, aan anderen opzettelijk pijn doen of aan met opzet iets kapot maken. Toch kun je onder agressie nog veel meer verstaan. Je kunt ook denken aan brutaal zijn, een grote mond hebben, vaak ruzie maken met andere kinderen, andere kinderen beledigen, kleineren of pesten.

Het zal je dan ook niet verbazen dat er meerdere uitingsvormen van agressie bestaan. Die zet ik in dit artikel graag voor je uiteen. En misschien kom je er dan achter dat je kind of jijzelf inderdaad ook wel eens agressief is/bent. Sterker nog, de kans is groot dat we allemaal wel eens agressief zijn.

In dit artikel lees je niet alleen welke vormen er van agressief gedrag bestaan, maar ook hoe het kan ontstaan en welke verschillen er bestaan tussen jongens en meisjes.

Wil je graag weten hoe je als ouder of leerkracht met agressief gedrag van je kind of leerling kunt omgaan? Lees dan mijn artikel Agressief gedrag bij kinderen en tieners: Praktische tips (2 van 2).

Goed om te weten
Alle kinderen laten wel eens agressief gedrag zien. Jonge kinderen kunnen hun impulsen nog niet zo goed beheersen en leren dat steeds beter naarmate ze ouder worden. Dus ook het leren beheersen van impulsen is een leerproces en behoort tot de normale ontwikkeling van kinderen. Daarnaast is het goed om je te realiseren dat het normaal is voor kinderen en tieners om zich af te zetten tegen volwassenen (zoals ouders en leerkrachten) in hun omgeving; ook dat hoort dus bij een normale ontwikkeling.
En nogmaals: alle kinderen laten wel eens agressief gedrag zien. Normaalgesproken zie je ook dat dat gedrag tijdens de adolescentie – dus naarmate ze ouder worden – afneemt, ze groeien er als het ware weer overheen. Kortom, agressief gedrag kun je – tot op zekere hoogte – dus als normaal en behorend bij de normale ontwikkeling van kinderen en adolescenten zien.

Wat is agressief gedrag precies?
Het is nog best lastig om te beschrijven wat agressie precies is. Enerzijds zit er aan agressief gedrag een component van een ander met opzet schade toebrengen, bijv. door de ander fysiek pijn te doen of door over een ander te roddelen. Anderzijds heeft het te maken met het overschrijden van (on)geschreven regels van wat toegestaan is, hoe we met elkaar omgaan en in hoeverre anderen last hebben van het (agressieve) gedrag.

Hier volgt een definitie van agressief gedrag:
Agressie is gedrag waarbij – al dan niet opzettelijk – een ander fysieke en/of psychische schade wordt toegebracht en waarbij formele en/of informele regels worden geschonden. (van der Ploeg, 2009)


Agressief gedrag is een onderdeel van ‘externaliserend probleemgedrag’. Externaliserend probleemgedrag is gedrag dat naar buiten toe / op anderen gericht is.* Ook geweld en criminaliteit valt onder deze noemer.
*: Zo bestaat er ook ‘internaliserend probleemgedrag’; probleemgedrag dat naar binnen toe gericht is, zoals depressie of angst.

Agressie en geweld worden vaak door elkaar gebruikt. Er bestaat veel overlap tussen deze begrippen en ze liggen in elkaars verlengde. Toch is er een duidelijk verschil tussen agressie en geweld. Geweld kun je zien als een uitzonderlijk ernstige en heftige vorm van (fysieke) agressie.

————————————————-
Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat moeite heeft met luisteren, slapen, eten of zindelijk worden?
Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord op wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.
————————————————-


Agressief gedrag kan op diverse manieren beschreven, onderscheiden en ingedeeld worden. Tussen deze indelingen bestaat deels ook weer enige overlap. Ze zijn dus niet totaal verschillend, maar kunnen wel helpen bij het maken van een onderscheid in gedrag dat je ziet bij kinderen en helpen bij hoe je het agressieve gedrag van je kind kunt beoordelen. Hier volgen alvast 5 veelvoorkomende indelingen.

(A) Fysieke vs. Psychische agressie:
Bij deze indeling gaat het om het effect van het agressieve gedrag en dan meer specifiek om het toebrengen van letsel bij de ander. Bij fysieke agressie gaat het om het toebrengen van fysiek letsel, dus letsel aan het lichaam van een ander. Bijv. door een klap in het gezicht of het toebrengen van (ernstig / minder ernstig) letsel bij een ander (bijv. lichamelijke mishandeling). Bij psychische agressie gaat het om het toebrengen van psychisch letsel bij een ander (bijv. door bedreiging, onder druk zetten, pesten, beledigen).

(B) Incidentele vs. Structurele agressie:
Als je kind af en toe agressief is, dan spreek je van incidentele agressie. Je kind reageert dan een enkele keer agressief in een specifieke situatie, bijv. omdat een ander kind zijn speelgoed afpakte, bijt je kind het andere kind. Als je kind regelmatig agressief gedrag laat zien, dan lijkt het agressieve gedrag een gewoonte geworden. Dan spreken we van structurele of chronische agressie.

(D) Covert vs. Open agressie:
In het geval van open agressie hebben anderen direct last van het agressieve gedrag van het kind. Het is duidelijk zichtbaar en hoorbaar. De agressie kan zowel psychisch als fysiek van aard zijn. Bijv. het kind schreeuwt, scheldt, eist, driftig is, pest, slaat, bedreigt en/of vecht. Deze vorm wordt ook wel manifeste agressie genoemd.

In het geval van covert agressie speelt het agressieve gedrag zich stiekem af, dus bedekt voor anderen. Ook dit kan zowel fysiek als psychisch zijn. En hoewel het moeilijk tot niet zich- of hoorbaar is voor anderen, is het wel degelijk bedoeld om anderen schade toe te brengen.
Voorbeelden van covert agressie zijn kinderen, die liegen, die anderen buitensluiten, die kwaadspreken over een ander, die anderen opzetten tegen iemand. Deze vormen van coverte agressie wordt ook wel aangeduid met relationele agressie.
Ook hardnekkig liegen of aanhoudend tegendraads gedrag kan tot covert agressie gerekend worden, net als (latente) agressie tegen ouders en de maatschappij (bijv. diefstal of vernielen).

(E) Verbale vs. Non-verbale agressie:
De uitleg van deze twee agressievormen ligt voor de hand: bij verbale agressie worden woorden gebruikt, bij non-verbale agressie worden geen woorden gebruikt.
Bij verbale agressie kun je denken aan uitschelden, kwetsen, beledigen of intimideren; deze vorm van agressie komt veel voor. Bij non-verbale agressie kun je denken aan negeren, doodgezwegen of (stilzwijgend) dwarsgezeten worden. Deze vaak onopgemerkte variant van agressie kan ernstige vormen
aannemen en zelfs tot psychische mishandeling leiden.



En zeg eens eerlijk: heb jij bij deze omschrijvingen al iets herkend van wat jouw kind ook wel eens doet? Of van wat je misschien zelf wel eens doet?

Waarschijnlijk wel, want we maken ons allemaal wel eens schuldig aan (lichte vormen van) agressief gedrag. Toch willen we dat natuurlijk liever niet en zagen we het liefst dat het zo min mogelijk voorkwam. Vandaar dat ik je in m’n artikel Agressief gedrag bij kinderen en tieners: Praktische tips (2 van 2) tips geef over hoe je om kunt gaan met dit agressieve gedrag, zodat het langzaam maar zeker gaat verminderen. In dít artikel leg ik je hieronder nog kort uit wat de verschillen zijn tussen jongens en meisjes op het gebied van agressief gedrag en wat mogelijke oorzaken zijn waardoor agressief gedrag ontstaat.

————————————————-
Wil je mijn nieuwste, waardevolle OpvoedTips als eerste in je mailbox ontvangen?
Klik dan hier hoe je dat – heel eenvoudig – voor elkaar krijgt.
————————————————-

Verschillen tussen jongens en meisjes
We zijn geneigd om te zeggen dat jongens agressiever zijn dan meisjes. De verklaring voor dit verschil zou kunnen zijn dat jongens meer moeite hebben met zelfbeheersing of het beheersen van hun impulsen.
Toch is het in dit kader goed om te kijken naar welke vormen van agressie voorkomen bij jongens en meisjes. Dan zie je dat jongens vaker open, fysieke agressie (bijv. slaan, schoppen) laten zien en meisjes eerder de covert, relationele agressie (bijv. roddelen, buitensluiten). Hoewel fysieke agressie op het eerste gezicht wellicht erger lijkt, mn. voor de persoon tegen wie het gericht is, kan ook coverte agressie behoorlijk negatieve gevolgen hebben.
=> Het is belangrijk om kinderen en tieners te leren dat beide vormen van agressie onwenselijk zijn.

Oorzaken van agressief gedrag
Voor het ontstaan van agressief gedrag is niet slechts één factor aan te wijzen. Vaak gaat het om een combinatie van en interactie tussen meerdere factoren. Hieronder vind je een aantal mogelijke verklaringen, die doorgaans dus niet geïsoleerd, maar juist in combinatie met (één van de) andere factoren voorkomen.

* Algemeen:
In het algemeen kun je stellen dat agressief gedrag – heel basaal – kan voortkomen uit vermoeidheid, honger of een gevoel van drukte. Ook onderliggende emoties, zoals gevoelens van onmacht, frustratie, boosheid, onzekerheid of angst, maken de kans op agressief gedrag groter.

* Gedrag van anderen:
Kinderen leren van wat ze om hen heen zien (modelling), bijv. van ouders, broers en zussen, leeftijdsgenoten, van wat ze op tv zien en in games meemaken. Ze leren van anderen hoe ze met lastige situaties omgaan. Bijv. als kinderen bij hun ouders zien dat ze (verbaal of lichamelijke) agressief reageren als ze boos, gefrustreerd of teleurgesteld zijn, dan leren ze daarvan. Kinderen zullen die reactie en dat gedrag dan als normaal beschouwen, waardoor de kans groter wordt dat ze zelf ook op die manier gaan reageren. Ook erfelijkheid kan hierbij indirect een rol spelen.

* Opvoeding:
Kinderen, met wie van huis uit te weinig afspraken gemaakt worden, bij wie regels niet consequent nageleefd worden, die hard en inconsequent gestraft worden, bij wie opdrachten commanderend gegeven worden, die weinig direct toezicht hebben, die weinig positieve aandacht krijgen en betrokkenheid ervaren, hebben een grotere kans om agressief gedrag te ontwikkelen. Ook als ouders regels aanpassen naar de wens van hun kind, nádat het kind ongewenst, agressief gedrag vertoonde, werkt dat juist het voortduren van ongewenst, agressief gedrag in de hand.
De onderlinge reacties en gedragingen tussen ouder(s) en kind hangen enerzijds samen met de kenmerken van het kind zelf én met de eigenschappen van de ouders. Ook hier is dus weer sprake van een interactie.

* Kenmerken van het kind zelf:
Kinderen met specifieke persoonlijkheidskenmerken hebben een grotere kans om agressief gedrag te vertonen. Denk aan emotionele labiliteit, rusteloosheid, een korte aandachtspanne, negativisme en een lage impulscontrole. Ze zijn vaker egoïstischer ingesteld en kunnen zich moeilijker verplaatsen in de ander. Ook kinderen, die specifieke (gedrags)stoornissen hebben, laten vaker agressief gedrag zien; denk aan aandachtsstoornis met hyperactiviteit, een leesstoornis of -achterstand, een taalstoornis, een ontwikkelingsstoornis en zwakbegaafdheid.

————————-
Volg me nu ook op Facebook en/of Instagram voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie.
————————-

Wanneer is agressief gedrag echt een probleem?
Het is belangrijk om je te realiseren dat niet alle agressieve gedrag meteen een probleem is. Dat hangt af van een aantal factoren. Allereerst kijk je naar de aanleiding waarbij het agressieve gedrag voorkomt. Als iemand bij kleine gebeurtenissen al agressief reageert en wanneer dat ook nog regelmatig voorkomt, dan kan dat problematisch zijn.
=> Bij 10-20% van alle jeugdigen is agressie daadwerkelijk een probleem.

Wanneer het agressieve gedrag lang duurt en/of wanneer een kind in meerdere situaties en locaties agressief is, kan dat problematisch zijn. Tenslotte is het belangrijk om de gevolgen van het agressieve gedrag mee te nemen. Wanneer relaties – bijv. thuis of op school – verstoord raken, is ook dat een factor die bijdraagt aan het problematische karakter van de agressie.

Wanneer het agressieve gedrag zich langere tijd (>4 maanden) en herhaaldelijk blijft voordoen én het een ongunstige invloed heeft op het functioneren van het kind of de adolescent, dan kan er sprake zijn van een psychisch probleem of stoornis (bijv. ODD – Oppositional Defiant Disorder of CD – Conduct Disorder). Schakel in dat geval zeker hulp in van professionals en experts op dit gebied.

Tot zover mijn tips voor wat agressief gedrag bij kinderen en tieners is, welke vormen het kan aannemen en welke oorzaken het heeft. Ik hoop van harte dat m’n artikel je nieuwe inzichten heeft opgeleverd.

Wil je graag weten hoe je als ouder of leerkracht met agressief gedrag van je kind of leerling kunt omgaan? Lees dan mijn artikel Agressief gedrag bij kinderen en tieners: Praktische tips (2 van 2).

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Houd het dan wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Dankjewel alvast voor je reactie!

————————-
Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’. Je leest er hier meer over.
————————-

joyce_rosegrijs_staand_c

Heb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2021. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.


Literatuur & websites, gebruikt voor dit artikel:
– Akse, J. (2002). The development of personality and problem behaviour in adolescence. Utrecht University: Utrecht. Klik hier.
– Matthys & Boersma. (2016) Gedragsproblemen bij kinderen: Wegwijzer voor ouders van kinderen met brutaal, boos of agressief gedrag’. Uitgeverij Hogrefe: Amsterdam.
– Verhulst & Verheij. (2000). Kinder- en Jeugdpsychiatrie: Onderzoek en diagnostiek. Van Gorcum: Assen.
– van der Ploeg, J.D. (2009). Agressie: Ontstaan, ontwikkelingen en oplossingen. Klik hier.
– Ouders van Nu. (2020). Gedragsproblemen: Waar komt agressie bij kinderen vandaan en hoe ga je er mee om?. Klik hier.
– Centrum voor Jeugd en Gezin Leiden. Agressief gedrag. Klik hier.


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
Waarom worden kinderen en tieners toch zo boos?
Hoe je kind zijn emoties de baas wordt. [ Emotionele ontwikkeling ]
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter naar je te laten luisteren
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips).
– ‘10 basistips om je baby, kind of tiener lekker te laten slapen.
Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.



© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.



Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

logo_akse_coaching_groot_nieuw




Help, mijn kind gaat naar de brugklas! | Hoe je de overgang van basisschool naar brugklas makkelijker maakt.

Je kind gaat binnenkort naar de brugklas. Dat is vaak een grote stap. Je kind moet nu ineens een stuk fietsen (vaak enkele kilometers) om op school te komen, hij gaat nieuwe vrienden maken, hij moet zijn plek veroveren in zijn nieuwe klas, hij moet de route naar de lokalen leren in zijn nieuwe school, hij krijgt ineens veel meer huiswerk dan dat hij gewend was van op de basisschool, voor ieder vak een andere leerkracht en andere boeken en ga zo maar door. En van de ene kant weet je dat dat allemaal wel los zal lopen, maar van de andere kant zul je je – afhankelijk van je kind – ook best zorgen maken over hoe jouw kind omgaat met al die nieuwigheden. 

Let op: Voor kinderen, die binnenkort weer ‘back to school‘ (basisschool) gaan, schreef ik het artikel ‘Back to school: Dit mag je niet vergeten bij de start van het nieuwe schooljaar!’. Voor jonge kinderen, die binnenkort naar groep 1 gaan, heb ik het artikel ‘Van peuter naar kleuter: Klaar voor groep 1’ geschreven met specifieke informatie voor aanstaande kleuters. 

=> In dit artikel geef ik je 6 handige tips om de overgang van groep 8 naar de brugklas net weer een stukje gemakkelijker te maken. Hier komen ze. 

(1) Voorbereiding
Voordat je kind daadwerkelijk naar zijn nieuwe school gaat, is het goed om alvast een aantal dingen samen voor te bereiden.

* Samen naar school fietsen:
De kans is groot dat je kind een stuk verder moet gaan fietsen dan naar de basisschool. Dat is een nieuwe route met allemaal nieuwe verkeerssituaties. Het is goed als je kind die route vaker samen met jou kan verkennen. Fiets daarom voordat je kind naar school gaat een paar keer samen naar zijn nieuwe school. Dat zijn vaak ook goede momenten om het samen over de nieuwe schooltijd te hebben, over zijn ideeën, zijn verwachtingen. Ook nu is de informatie en steun die jij je kind geeft nog steeds erg belangrijk.

* Boeken kaften:
Je kind krijgt nu voor nagenoeg elk vak (nieuwe of tweedehands) boeken, o.a. leerboeken, werkboeken ed. Zeker voor de leerboeken is het fijn als ze gekaft worden. Dat kun je doen door ze te kaften met stevig kaftpapier, maar dat kan ook met rekbare kaften. Dit kan een leuk klusje zijn om samen met je kind te doen. Je kind leert hij van jou hoe hij het handig kan doen én jullie hebben weer een mooi momentje samen.

* Kamer functioneel inrichten:
Je kind zal nu vaker huiswerk krijgen, zowel maak- als leerwerk. Dan is het fijn als je kind een goede plek heeft om rustig zijn huiswerk te kunnen maken, bijv. op zijn eigen slaapkamer. Een bureau met een bureaustoel, waarop je kind goed kan zitten, zijn alvast een goed begin. Als het kan en als je er de ruimte voor hebt, is het fijn als je kind een bureau heeft waar hij naast zijn computer / laptop een boek / schrift kan leggen. Daarnaast heeft je kind een plek nodig waar hij zijn boeken en schriften in kan leggen, bijv. een kast of lade. Je kind neemt nl. niet elke dag al zijn boeken mee naar school; een deel van de boeken zal – afhankelijk van zijn rooster – thuis blijven.
En of je de slaapkamer dan ook meteen een fris likje verf of nieuwe gordijnen gaat geven, is helemaal aan jullie zelf.

————————————————-
Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat moeite heeft met luisteren, slapen, eten of zindelijk worden?
Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord op wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.
————————————————-

(2) Wat heeft je kind allemaal nodig op school?
Over het algemeen geeft de nieuwe school je kind vooraf aan het nieuwe schooljaar een duidelijk overzicht van wat je kind allemaal nodig heeft. Op die manier kan je kind zich – samen met jou – voorbereiden op de nieuwe school.

Wat je kind zeker nodig heeft, is:
– Een stevige rugzak
– Een broodtrommel en waterfles.
– Een agenda, handig om te kunnen (en leren) plannen.
– Etui met schrijfspullen (denk aan pennen, potloden, kleurpotloden, markeerstiften, gum, slijper, passer ed.)
– Een geodriehoek
– Schriften, collegeblokken, snelhechters en plastic hoezen met gaatjes
– Schoolboeken, liefst gekaft (m.b.v. papieren of elastische kaft)
– Apparaten: een laptop, rekenmachine en USB-stick
– Gymles: gymtas, gymshirt, gymbroekje, gymsokken en -schoenen, handdoek en douchegel.
– Gaat je kind op de fiets naar school? Check dan of de banden nog goed zijn, het licht het nog doet, de remmen het nog goed doen, er een slot op zit etc.*

Maar vraag zeker bij de school van jouw kind na wat je kind allemaal wel én niet nodig heeft.

*: Op de website van Veilig Verkeer Nederland kun je een handige fietscheck doen, zodat je zeker weet dat de fiets aan alle officiële verkeerseisen voldoet.

(3) Straal vertrouwen uit.
Je kind heeft er 8 jaar naar toe gewerkt om de basisschool af te ronden en nu naar de middelbare school te gaan. Hij heeft op de basisschool informatie gekregen en gesprekken gehad over zijn toekomst, hij is in groep 7 en/of 8 naar open dagen geweest, heeft misschien wel een kennismakingsdag bijgewoond op zijn nieuwe school etc. Samen met de leerkracht zijn jullie het eens geworden over het schoolniveau dat het beste bij je kind past. Kortom, al met al is je kind echt wel klaargestoomd om naar de nieuwe school te gaan. Dat ging echt niet over een nacht ijs. Heb dan ook het vertrouwen in je kind dat hij dit kan en straal dat vertrouwen uit. Als jij in je kind gelooft, gaat hij dat ook steeds meer over zichzelf geloven.

————————————————-
Wil je mijn nieuwste, waardevolle OpvoedTips als eerste in je mailbox ontvangen?
Klik dan hier hoe je dat – heel eenvoudig – voor elkaar krijgt.
————————————————-


(4) Als je kind de brugklas heel erg spannend vindt.
Ook al is je kind er de afgelopen tijd voor klaargestoomd om naar de middelbare school en de brugklas te gaan, toch vinden de meeste kinderen het spannend om uiteindelijk daadwerkelijk te gaan. Er staan allemaal nieuwe dingen te gebeuren, waarvan ze vooraf niet helemaal weten wat het inhoudt of hoe het gaat. Denk maar aan het fietsen naar school (Vind ik het gebouw wel in m’n eentje?), de weg vinden ín school (Weet ik wel waar ik precies moet zijn?), goed voorbereid zijn voor de lessen (Heb ik alles bij me? En zijn het wel de goede boeken, die ik in m’n tas heb gedaan?), heb ik leuke klasgenoten (Kan ik snel vrienden maken?), heb ik wel de goede kleren aan, hopelijk word ik niet gepest, wat gebeurt er als ik te laat kom op school of als ik m’n huiswerk niet af krijg en ga zo maar door. Die onzekerheid maakt het gewoon spannend. En jij als ouder kunt je kind vooraf met veel helpen en je kunt samen veel voorbereiden, maar je kunt niet meer samen met je kind naar school. Ín school zal je kind het vanaf nu echt zelf moeten doen. Je kunt je goed voorstellen dat dat – zeker in het begin – behoorlijk spannend kan zijn.

Als je merkt dat je kind met vragen zit of zich zorgen maakt, praat er dan samen over. Laat je kind vertellen waar hij mee zit en onderbreek hem dan niet. Zeg ook niet te snel ‘het komt wel goed’ of ‘stel je niet zo aan’. Voor je kind zijn het legitieme onzekerheden of zorgen en het is belangrijk dat hij die met jou kan delen. Geef je kind dan ook echt de mogelijkheid om zijn ei bij jou kwijt te kunnen, om zijn zorgen te uiten en om zijn vragen aan jou te stellen. Probeer te voorkomen dat je de oplossing steeds voorkauwt; vraag ook eens ‘hoe denk je dat je dat kunt oplossen?’. Op die manier leert je kind om in oplossingen te denken, want voor elk probleem is een oplossing. En als je kind er zelf echt nog niet uitkomt, dan doe je uiteraard zelf een voorstel en geef je aan hoe jij het zou aanpakken of oplossen. Op die manier wordt het gesprek steeds gelijkwaardiger, net zoals jullie relatie dat ook zal mettertijd worden. Toch zal je kind voorlopig echt nog jouw ideeën en adviezen nodig hebben (ook als hij dat niet direct zal toegeven).

TIP: Laat je kind afspreken met oud-klasgenoten van de basisschool, die ook naar dezelfde middelbare school gaan. Samen naar de nieuwe school fietsen of samen de school binnenlopen is toch fijner dan helemaal alleen.


(5) Blijf beschikbaar
Je kind lijkt nu ineens misschien een stuk groter dan toen hij nog op de basisschool zat, maar dat wil nog niet zeggen dat hij alles al weet. Je kind zal misschien minder geneigd zijn om jou om raad te vragen of om je dingen te vertellen, maar het blijft belangrijk om contact met je kind te houden. Blijf met je kind praten. Misschien heeft je kind daar niet altijd evenveel zin in; doe het dan vooral op de momenten dat het voor je kind prettig is. Dus niet als je kind net aan het bellen is met één van zijn vrienden of aan het gamen is, maar wel tijdens een autoritje, tijdens het uitlaten van de hond of vlak voordat je kind gaat slapen. Blijf ook in de gaten houden of je kind lekker in zijn vel zit. Kortom, blijf beschikbaar voor je kind, ook als je kind je het idee geeft dat dat echt niet meer nodig is.
Heb je het idee dat je kind alleen nog maar aan het gamen is of veel tijd kwijt is met social media? Dan wordt het tijd om samen goede afspraken te maken. Hoe je dat doet en welke afspraken je dan maakt, lees je in m’n artikel ‘Welke afspraken maak je met je kind of tiener over gamen en telefoongebruik?’.

————————-
Volg me nu ook op Facebook en/of Instagram voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie.
————————-

(6) Samen plannen.
Op de middelbare school krijgt je kind beduidend meer huiswerk dan op de basisschool. Hij moet vaker opdrachten maken in zijn werkboeken of leerstof leren uit zijn leerboeken. Dat kost tijd. En dar moet je kind aan wennen. Niet alleen aan het huiswerk maken en leren zelf, maar ook om het op een goede manier te plannen. En ook dat is een vaardigheid die de meeste brugklassers of tieners nog moeten leren.

Sterker nog, vaak zijn tieners / adolescenten daar nog helemaal niet zo goed in. Ze kunnen best al wat dingen plannen, maar ze kunnen nog niet altijd het grote geheel overzien of plannen het nog niet altijd even handig; ze kijken nog veel meer naar het effect op de korte termijn dan op de lange termijn. Daar kunnen ze dus echt nog wel jouw hulp bij gebruiken. Je kunt bijv. afspreken dat je – zeker tot aan de herfstvakantie – 1x per week (bijv. in het weekend) samen bekijkt wat het huiswerk voor de komende week is en wanneer je kind dat het beste kan maken. Daarbij houden jullie o.a. rekening met zijn andere activiteiten (zoals een training, repetitie of muziekles). Als je dat een tijdje samen doet, merkt je kind waar hij allemaal rekening moet houden en leert hij langzaam maar zeker steeds beter hoe hij zijn planning handig kan aanpakken.

Merk je dat je kind het goed onder de knie heeft en zich ook daadwerkelijk aan zijn planning houdt? Dan kun je het steeds meer aan je kind gaan overlaten. Blijf wel ter beschikking voor het geval je kind er nog vragen over heeft of als hij vast loopt.

Je merkt het al, je kind blijft je – ook op de middelbare school – nog echt nodig hebben. Hij wordt wel steeds ouder, maar het duurt nog even voordat hij volwassen is.
Wil je weten wat er nog meer met je kind gebeurt tijdens de adolescentie? Lees dan verder in m’n artikel ‘Wat gebeurt er allemaal met je kind tijdens de adolescentie? Van kindertijd naar jong volwassenheid. [Overzichtsartikel].

Tot zover mijn tips voor hoe je jouw kind kunt voorbereiden op de overgang van groep 8 naar de brugklas. Ik hoop van harte dat je ermee aan de slag gaat en je je kind op een goede manier kunt begeleiden.

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Houd het dan wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Dankjewel alvast voor je reactie!


=> Gaat jouw kind binnenkort naar groep 1 en wil je hem/haar daar graag op een positieve manier op voorbereiden?
Lees dan m’n artikel ‘Van peuter naar kleuter: Klaar voor groep 1.’.

=> Heeft jouw kind nu nog lekker zomervakantie en gaat hij binnenkort weer ‘back to school'(basisschool)?
Lees dan m’n artikel ‘Back to school: Dit mag je niet vergeten bij de start van het nieuwe schooljaar!’ met heel veel handige tips.

————————-
Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’. Je leest er hier meer over.
————————-

joyce_rosegrijs_staand_c

Heb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2021. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.


Literatuur & websites, gebruikt voor dit artikel:
– ‘Fietscheck’, Veilig Verkeer Nederland. Klik hier.


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
Waarom worden kinderen en tieners toch zo boos?
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter naar je te laten luisteren
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips).
– ‘10 basistips om je baby, kind of tiener lekker te laten slapen.
Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.



© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.



Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

logo_akse_coaching_groot_nieuw




Back to school: Dit mag je niet vergeten bij de start van het nieuwe schooljaar!

De zomervakantie is (bijna) achter de rug en het nieuwe schooljaar staat weer voor de deur. Je wil graag alles goed voorbereid en geregeld hebben, zodat je kind weer lekker onbezorgd naar school kan.

Daarom heb ik deze handige ‘checklist’ voor je samengesteld, zodat je zeker weet dat je niks vergeet en je kind weer heerlijk uitgerust naar school gaat. Helemaal klaar voor het nieuwe schooljaar!

Let op: Voor jonge kinderen, die binnenkort naar groep 1 gaan, heb ik het artikel ‘Van peuter naar kleuter: Klaar voor groep 1’ geschreven met specifieke informatie voor aanstaande kleuters. Speciaal voor brugklassers schreef ik het artikel ‘Help, mijn kind gaat naar de brugklas! | Hoe je de overgang van basisschool naar brugklas makkelijker maakt.’.

(1) Praktische zaken: Schoolspullen.
Je kind heeft op school en in de klas natuurlijk een aantal dingen nodig. Hieronder een handige lijst, zodat je alles bij elkaar hebt:

O Een schooltas / rugzak
O Twee broodtrommels (één voor het tussendoortje, één voor de lunch)
O Een drinkbeker of waterfles
O Gymtas, -schoenen en -kleren
O Etui (niet altijd nodig; afhankelijk van school en/of groep)
O Agenda (niet altijd nodig; afhankelijk van school en/of groep)
O Gaat je kind op de fiets naar school? Check dan of de banden nog goed zijn, het licht het nog doet, de remmen het nog goed doen, er een slot op zit etc.*

Voor je kind is het natuurlijk hartstikke leuk om samen nieuwe schoolspullen uit te zoeken. Voor oudere kinderen is dat vaak geen probleem; zij weten vaak al goed wat ze willen en wat ze nodig hebben. Voor jonge kinderen kan het aanbod zo overweldigend zijn dat ze geen idee meer hebben van wat ze zouden kiezen. Kijk in dat geval zelf eerst wat er aan keuze is, wat jij mooi / handig vindt, wat je betaalbaar vindt, wat jij bij jouw kind vindt passen en zorg dat je uiteindelijk twee opties over hebt; laat je kind uit die twee opties kiezen. Lekker overzichtelijk voor je kind en jij hebt er vervolgens ook nog maar weinig discussie over.

TIP: Zorg ervoor dat je op alle spullen, die je kind mee naar school neemt, duidelijk zijn/haar naam zet.

TIP: Gaat je kind na school naar de buitenschoolse opvang (BSO)? Meld je kind er dan op tijd voor aan.

*: Op de website van Veilig Verkeer Nederland kun je een handige fietscheck doen.

————————————————-
Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat moeite heeft met luisteren, slapen, eten of zindelijk worden?
Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord op wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.
————————————————-

(2) Pak jullie oude slaapritme weer op.
Wanneer school begint, zal je kind ’s ochtends waarschijnlijk eerder moeten opstaan dan dat hij in de vakantie deed. En dan moet je kind ook nog eens meteen aan de slag met aankleden, ontbijten, tas klaar maken ed. Het is fijn als je kind dat kan doen wanneer hij goed uitgeslapen is. Uiteraard is het ook fijn om uitgeslapen in de klas te zitten.

Om de overgang van vakantie naar school zo gemakkelijk mogelijk te maken, is het voor je kind het fijnst om (zeker) in de laatste week van de zomervakantie weer de normale bedtijden te hanteren. Dus als je kind vóór de zomervakantie (bijv.) om 19.00 uur naar bed ging, dan gaat hij in de laatste week ook weer op dat tijdstip.
O ja, en eigenlijk is het het fijnste om je kind de hele zomervakantie op zijn normale bedtijd naar bed te brengen. Waarom dat is, lees je in dit artikel.

Probeer in de laatste week van de zomervakantie ook ’s ochtends wat eerder op te staan, zodat je kind ook weer aan dat vroegere tijdstip went. (Ik weet het, geen fijn idee als je van uitslapen houdt…) Dan is de ‘jetlag’ aan het begin van het schooljaar ook wat dat betreft minder groot.

Aan het begin van het schooljaar merk je vaak dat kinderen echt weer even in het nieuwe ritme moeten komen. Zelfs als ze goed en voldoende slapen, kunnen de schooldagen best vermoeiend zijn. Het kost namelijk nog best veel energie om je de hele dag te concentreren, nieuwe informatie te leren, opdrachten te maken, met andere kinderen te spelen etc. Het is dan ook niet zo gek dat kinderen na die eerste schooldagen thuis hartstikke moe zijn. Jonge kinderen kunnen dan zelfs weer op de bank in slaap vallen of behoefte hebben aan een middagdutje. Ook voor oudere kinderen kan het fijn zijn om bij thuiskomst even met een boek op bed te gaan liggen om bij te komen en af te schakelen. Doe dus zeker in het begin van het nieuwe schooljaar rustig aan met allerlei (speel)afspraken, activiteiten ed. Dat komt allemaal wel weer als je kind het nieuwe ritme te pakken heeft.

(3) Pak jullie oude eetritme weer op.
Tijdens jullie vakantie zullen jullie eetmomenten wellicht minder regelmatig zijn. Voor een korte periode is dat niet zo’n probleem, maar als dat langer duurt helaas wel. Kortom, pak ook in de laatste week van jullie vakantie de regelmaat in jullie eetgewoontes weer op. Start de dag met een ontbijt. Het ontbijt is belangrijk omdat het je kind weer energie geeft na een lange nacht. Wanneer je kind goed ontbijt, is de kans kleiner dat het later op de ochtend gaat snoepen. Daarnaast geeft het ontbijt net als de lunch energie om de hele dag te leren en te spelen. Vandaar dat het belangrijk is om op schooldagen met regelmaat en gezond te eten.

Neem dus de tijd om ’s ochtends thuis samen te ontbijten, het liefst samen aan tafel. Lukt het ontbijten niet goed genoeg of eet je kind ’s ochtends te langzaam, zet dan de wekker een kwartiertje eerder, zodat ook voor het ontbijt wat meer tijd en rust is.

Geef je kind als tussendoortje op school vooral fruit of rauwe groente mee. Water is een goede en gezonde dorstlesser. Vraag ook eens na bij de school van je kind wat hun beleid is omtrent het meegeven van tussendoortjes en lunch.
Lees hier handige tips van het Voedingscentrum over wat je je kind als tussendoortje, lunch en drinken mee naar school kan geven.

TIP: Kinderen houden van structuur, regelmaat en duidelijkheid. Ze weten dan beter waar ze aan toe zijn en wat ze kunnen verwachten. Dat geeft hen een gevoel van veiligheid en vertrouwen. En dat kan zeker bij zo’n grote overgang van zomervakantie naar school extra fijn zijn. Gun je kind dat!

TIP: Plan in de laatste week van de vakantie een bezoekje aan de kapper. Zo kan je kind het schooljaar met een fris kapsel beginnen (en dan heb je daar de komende tijd ook even geen omkijken naar, want: druk!).

————————————————-
Wil je mijn nieuwste, waardevolle OpvoedTips als eerste in je mailbox ontvangen?
Klik dan hier hoe je dat – heel eenvoudig – voor elkaar krijgt.
————————————————-

(4) De laatste vakantiedag & Laatste voorbereidingen
Om de zomervakantie op een leuke manier af te sluiten, kun je op de allerlaatste vakantiedag nog iets speciaals gaan doen. Bijv. naar een leuk dagje uit, naar het strand, naar de bioscoop of een restaurant.

Daarnaast is het handig om al het een en ander voor te bereiden voor de eerste schooldag. Zoek alvast de kleren uit, die je kind gaat aantrekken, zet de broodtrommel en drinkbekers klaar, zet de schooltas in de gang en/of smeer alvast de boterhammen. Dat maakt het op de eerste ochtend voordat je kind naar school gaat allemaal net wat makkelijker en minder stressvol om weer in het oude ritme te komen.

TIP: Maak elk jaar een foto van je kind op zijn/haar eerste schooldag. Aan het eind van zijn/haar basisschooltijd kun je dan heel mooi zien hoe je kind zich heeft ontwikkeld van een lieve, schattige kleuter tot een heuse schoolverlater.

(5) Activiteiten voor ouders: Ouderavond.
Aan het begin van het schooljaar worden vaak voor alle groepen ouderavonden georganiseerd. Dat is een mooie gelegenheid om enerzijds de leerkracht en de ouders van de klasgenoten van je kind te leren kennen en anderzijds om informatie te krijgen over wat het komende schooljaar allemaal gaat gebeuren. Niet alleen op onderwijsgebied, maar ook qua activiteiten, ouderinzet ed. Een aanrader om bij te wonen, zodat je weet wat je kunt verwachten. Zodra je de datums weet, kun je ze maar het beste meteen in je agenda inplannen.

————————-
Volg me nu ook op Facebook en/of Instagram voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie.
————————-

(6) Alle andere activiteiten starten ook weer op!
Naast school heeft je kind waarschijnlijk ook nog hobby’s en allerlei activiteiten, die na de zomervakantie weer gaan opstarten. Misschien zit je kind op zwemles of heeft hij voetbaltraining of muziekles. Houd in ieder geval goed in de gaten of dat dezelfde dagen en tijden zijn als voor de zomervakantie of dat het toch nieuwe dagen en tijden worden (waarmee dus ook jouw planning verandert). Voor je het weet, zit je agenda weer boordevol en mag je weer lekker heen en weer taxiën… 😉

Tot zover mijn tips voor hoe je jouw kind kunt voorbereiden op een fijne eerste schooldag. Ik hoop van harte dat je ermee aan de slag gaat en je je kind op een goede manier kunt begeleiden.

Gaat jouw kind binnenkort naar groep 1 en wil je hem/haar daar graag op een positieve manier op voorbereiden?
Lees dan m’n artikel ‘Van peuter naar kleuter: Klaar voor groep 1.’.

Heeft jouw kind de basisschool afgerond en gaat het komend jaar naar de brugklas?
Lees dan m’n artikel ‘Help, mijn kind gaat naar de brugklas! | Hoe je de overgang van basisschool naar brugklas makkelijker maakt.’ met handige tips voor jouw brugklasser.

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Houd het dan wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Dankjewel alvast voor je reactie!


Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’. Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_c




Heb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2021. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.


Literatuur & websites, gebruikt voor dit artikel:
– ‘Alles over eten en drinken voor kinderen van 4-13 jaar’, Voedingscentrum. Klik hier.
– ‘Fietscheck’, Veilig Verkeer Nederland. Klik hier.


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
Hoe overleef je de laatste weken vóór de zomervakantie? [ met 9 thema’s, 9 praktische tips en 1 planner ]
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter naar je te laten luisteren
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips).
– ‘10 basistips om je baby, kind of tiener lekker te laten slapen.
Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.



© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.



Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

logo_akse_coaching_groot_nieuw

Van peuter naar kleuter: Klaar voor groep 1.

Het gaat nu toch echt gebeuren: je kind gaat bijna naar groep 1. Nu is je kind nog een peuter, maar over niet al te lange tijd is je kind toch echt een kleuter. Wat een stap. Wat een mijlpaal.

Hoewel kinderen officieel pas vanaf 5 jaar leerplichtig zijn, starten de meeste kinderen al in groep 1 als ze 4 jaar zijn. Voor je kind is het heel fijn om – voordat het naar groep 1 gaat – een beetje voorbereid te zijn. Met een goede voorbereiding weet je kind wat er allemaal gaat gebeuren en krijg jij langzaam maar zeker het gevoel dat je kindje het wel gaat redden op school.

LET OP: Zit je kind al in groep 2 of hoger? Lees dan m’n artikel ‘Back to school: Dit mag je niet vergeten bij de start van het nieuwe schooljaar!’. Gaat je kind binnenkort naar de brugklas? Lees dan m’n artikel ‘Help, mijn kind gaat naar de brugklas! | Hoe je de overgang van basisschool naar brugklas makkelijker maakt.’.

Die voorbereiding zit ‘m trouwens niet in schoolse vaardigheden. Je kind hoeft als startende kleuter nl. echt nog niet te kunnen lezen of schrijven; het hoeft in principe zelfs nog helemaal geen letters of cijfers te herkennen. Dat komt allemaal wel en daar gaan ze in groep 1 en 2 spelenderwijs aandacht aan besteden. Dus is je kindje bijna 4 jaar en is het daar nu nog niet zo mee bezig? Geen probleem! Dat komt wel. Daar gaan ze in de kleutergroepen stap voor stap mee aan de slag. 

Toch is het natuurlijk fijn als je kind wel een aantal andere dingen zelf kan. Op de basisschool wordt namelijk toch net wat meer zelfstandigheid van je kind verwacht dan bij een peuterspeelzaal of kinderopvang. Realiseer je dat de leerkracht zo’n 20-30 leerlingen heeft en niet bij iedere handeling (bijv. jas aan / uit, gymschoenen aan / uit, schoenveters strikken, naar de wc gaan etc.) alle kinderen individueel kan helpen. Je vindt hieronder een aantal vaardigheden waarvan ik je met klem wil aanraden om die vooraf thuis met je kind te gaan oefenen, zodat je kind die – op het moment dat het naar groep 1 gaat – goed zelf kan doen. 

O ja, en een stukje verderop in dit artikel vind je nog meer handige tips, die je als ouder moet weten, wanneer je kindje naar groep 1 gaat én hoe je je kindje goed kunt voorbereiden.  

Dit zijn vaardigheden, waarvan het heel handig is wanneer je (bijna) kleuter die vóór groep 1 onder de knie heeft: 

(1) Wennen aan de basisschool.
Het is fijn voor je kind om vooraf aan de eerste echte schooldag te weten waar het precies naar toe gaat. Je kunt vooraf aan die ‘grote dag’ al eens vaker naar de school toe lopen of fietsen of misschien zelfs binnen in school of in de klas een kijkje gaan nemen. Vaak vinden leerkrachten dat juist fijn, zodat je kind langzaam maar zeker vertrouwd raakt met de nieuwe plek. Dat maakt (o.a.) het afscheid nemen aan het begin van de dag ook weer wat makkelijker.

Vaak organiseren scholen wen- / oefendagen voor de nieuwe leerlingen in groep 1. Je kind kan dan een aantal dag(del)en meelopen om zo een indruk te krijgen van wat er allemaal gebeurt op school. Je kind ziet dan ook al eens kennismaken met alle nieuwe klasgenootjes.

(2) Overdag zindelijk zijn.
Als je kind naar groep 1 gaat, is het belangrijk dat je kind overdag zindelijk is voor plassen en poepen. De leerkracht van je kind kan nl. niet je kind helpen als het op de wc zit en kan ook geen luier verschonen (m.u.v. bijzondere situaties of noodgevallen). De leerkracht staat namelijk in de groep en heeft nog zo’n 20-30 andere leerlingen om op dat moment naar om te kijken. Daarbij is het natuurlijk ook goed, wanneer je kind zelf zijn billen kan afvegen. 
Je kind hoeft op deze leeftijd trouwens nog niet perse ’s nachts zindelijk te zijn. Dat komt wel, als je kind wat ouder is. 

TIP: Is je (aanstaande) kleuter nu nog niet zindelijk? Kijk dan eens of m’n cursus ‘Tijd voor Zindelijkheid’ iets voor je is; of spreek een intakegesprek met me af, zodat ik jullie persoonlijk kan helpen.  

(3) Zelf aankleden.
Een groot deel van het schooljaar zal je kind een jas aan hebben. Het is handig als je kind die zelf open & dicht en aan & uit kan doen, zodat de leerkracht daar niet aan te pas hoeft te komen. Oefen thuis dat je kind zijn jas zelf kan aan- en uitdoen, met een rits en/of knoopjes en dat je kind zijn jas zelf kan ophangen aan het haakje.

Vanaf groep 1 gaan de leerlingen ook gymmen, net als de oudere klassen. Het is handig als je kind dan zijn eigen schoenen én zijn gymschoenen uit & aan kan doen. Wellicht is het de bedoeling dat je kind gymkleren mee neemt, maar vaak is het al genoeg als je kind zijn trui of shirt kan uittrekken en in zijn onderhemd kan gymmen. Ook het uit- en aantrekken van een shirt of trui is dus goed om thuis te oefenen, zodat je kind dat op school helemaal zelf kan doen.

Heeft je kind veterschoenen? Dan is het goed om je kind te leren om zelf zijn veters te strikken. Dit is best lastig en tijdrovend voor jonge kinderen. Merk je dat je kind dat nog niet in de vingers heeft? Koop dan schoenen met klittenband (of ga het alsnog goed met je kind oefenen).

O ja, en dan heb je nog de zg. ‘bananenvoeten’, die je bij kleuters vaker voorbij ziet komen. 😉 Dan zit de schoen aan de verkeerde voet en meestal loopt dat toch net iets minder prettig. Om je kind hier een handje bij te helpen, kies je een grotere sticker uit, die je doormidden knipt. De ene helft plak je in de ene schoen (tegen de rand van schoen, op de plek waar de hak komt) en de andere helft in de andere schoen. Als je kind de schoenen aantrekt, hoeft hij nu alleen nog maar de sticker op de goede manier tegen elkaar aan te leggen. Zo ziet je kind heel duidelijk wat zijn linker- en rechterschoen is en is de kans groter dat de juiste schoen aan de juiste voet terecht komt.

————————————————-
Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat moeite heeft met luisteren, slapen, eten of zindelijk worden?
Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord op wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.
————————————————-

(4) Zelf eten.
In de klas zijn er 2 pauzes: één pauze om het fruit te eten en één pauze om de boterhammen te eten. Allereerst is het goed als je je kind leert hoe hij zelf zijn beker én zijn boterhammentrommel open (en goed dicht) kan maken. Vooral het sluiten van de drinkbeker kan wel eens problematisch zijn; zeker als je kind niet alles in één keer opdrinkt en nog een beetje in de beker laat zitten. Als de beker dan niet goed dicht is, heb je lekkage en zijn alle spullen nat.

Soms kan het nog best lastig zijn om fruit open te maken of zelf op te eten. Denk maar aan een banaan, mandarijn of kiwi. Als je kind het nog niet helemaal zelf kan, maak het dan op zo’n manier klaar dat je kind het wél zelf kan. Of geef je kind fruit mee dat het wel goed zelf kan openen en eten.

(5) Duidelijk communiceren & Samen spelen.
Als kinderen pas beginnen in groep 1 dan beginnen ze aan een heuse ontdekkingstocht. Alles en iedereen is nieuw, en alles (of heel veel) is interessant. Kinderen zijn van nature nieuwsgierig en gaan ontdekken wat er allemaal te doen is; in de klas en buiten op het schoolplein. Jonge kinderen kunnen ook nog niet zo lang hun aandacht bij één activiteit houden en fladderen / vlinderen dan van het ene naar het andere speelgoed.

Samen spelen is voor jonge kinderen, ook voor kleuters, soms nog best lastig. Op deze leeftijd gaan ze van vooral ‘naast elkaar’ spelen steeds meer naar ‘samen spelen’. Dat kan ook voor wat meer wrijving en ruzietjes zorgen. Je kent wel uitspraken als ‘ik had ‘m eerst’ of ‘je mag dat niet afpakken’. Kleuters moeten nog leren om rekening te houden met elkaar. Vaak wordt in de klas afgesproken op welke manier ze met elkaar kunnen omgaan en leren ze hoe ze in dergelijke situaties op elkaar kunnen reageren. Kinderen leren bijvoorbeeld dat ze moeten wachten op een speeltje totdat de ander ermee klaar is (en dat ze het dus niet zo maar mogen afpakken) en/of dat ze tegen een ander kindje – dat iets vervelends doet – kunnen zeggen ‘stop, hou op, ik vind het niet meer leuk’. Vaak spreekt de leerkracht ook af dat als ze er zelf niet uitkomen ze de leerkracht om hulp mogen vragen.

————————————————-
Wil je mijn nieuwste, waardevolle OpvoedTips als eerste in je mailbox ontvangen?
Klik dan hier hoe je dat – heel eenvoudig – voor elkaar krijgt.
————————————————-

(6) Heel praktisch: Schoolspullen.
In groep 1 heeft je kind nog niet zo veel verschillende spullen nodig. Bij de voorgaande punten heb je al een aantal spullen voorbij zien komen. De spullen, die je in het lijstje hieronder vindt, zijn vaak wel echt nodig.

O Schooltas
O Broodtrommel voor tussendoortje
O Broodtrommel voor lunch
O Drinkbeker
O Gymschoenen*

* Vaak zijn een gymtas en gymkleren voor kleuters nog niet nodig. De leerkracht verzamelt de gymschoenen van alle leerlingen in een grote mand of kist. Daarnaast zijn nog niet alle kinderen even handig met het aan- / uittrekken van hun kleren. Om te voorkomen dat het omkleden te lang duurt (en ze daardoor minder lang kunnen gymmen), kiezen ze er in groep 1 vaak voor om in de gewone kleren of het ondergoed te gymmen.

TIP: Zorg ervoor dat op alle losse onderdelen de naam van je kind duidelijk zichtbaar is.

————————-
Volg me nu ook op Facebook en/of Instagram voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie.
————————

(7) Aftellen naar de eerste schooldag.
Om je kind goed voor te bereiden op de eerste schooldag is het leuk om samen af te tellen naar die grote dag. Zo weet je kind nog beter wanneer het precies gaat gebeuren. Daar kun je een leuke aftelkalender voor gebruiken. Die kun je samen met je kind zelf maken of je kunt m’n aftelkalender ‘Yes, ik mag naar school!’ downloaden en uitprinten (klik op de link en scroll naar beneden). Zo’n aftelkalender geeft je kind ook weer meer duidelijkheid; hierdoor weet het beter wat het kan verwachten en krijgt het meer grip op de situatie.

(8) Stimuleer de ontwikkeling van je kind.
Ook al hoeft je kind aan het begin van groep 1 echt nog geen letters of cijfers te herkennen, het is toch fijn om je kind al enigszins te stimuleren. Op cognitief en spraak-/taalgebied kun je je kind goed stimuleren door regelmatig voor te lezen. Een ideaal moment om dat te doen, is om het voorlezen op te nemen als vast onderdeel van jullie bedritueel.
In m’n artikel ‘Ja, ik wil … voorlezen!’ geef ik je een mooi overzicht van allerlei voordelen van voorlezen.

Daarnaast kun je de grove motoriek stimuleren door je kind regelmatig buiten te laten spelen, samen naar speeltuintjes te gaan, te leren fietsen ed.
Als je kind niet zo van buitenspelen houdt en liever binnen speelt, dan kun je met de tips uit m’n artikel ‘Is het erg als kinderen niet buiten spelen?’ je kind stimuleren om meer naar buiten te gaan.

De fijne motoriek van je kind stimuleer je (o.a.) door je kind te laten tekenen, kleuren, kleien ed. Ook dat hoeft nog niet aan hoge eisen te voldoen, maar het is al fijn als je kind weet hoe het een potlood of pen kan vasthouden.
Vind je kind het lastig om te bedenken wat het (binnen) allemaal kan doen? Bekijk dan m’n video ‘Verveelt jouw kind zich wel eens?’, waarin ik je uitleg hoe je een AntiVerveelPot maakt en de verveling van je kind tegen kunt gaan.

(9) Naar school brengen.
En dan is het moment van de eerste schooldag eindelijk aangebroken: je kind gaat vandaag echt naar school. Soms is dat voor de ouder nog spannender dan voor het kind zelf (zeker als je je kind goed voorbereid hebt). Het is voor je kind het fijnste om het naar school brengen en het afscheid nemen steeds op (nagenoeg) dezelfde manier en met dezelfde stappen aan te pakken. Zo wordt die situatie voorspelbaar voor je kind, weet je kind beter waar het aan toe is en krijgt het grip op de situatie; dat zorgt allemaal voor een groter gevoel van veiligheid en vertrouwen.
Hoe je het naar school brengen én het afscheid nemen op een positieve manier aanpakt, lees je in m’n artikel ‘Help, mama gaat weg…!?’.

TIP: Maak een foto van je kind op zijn/haar eerste schooldag. Echt een mijlpaal om vast te leggen!

(10) Extra moe…?
Nu je kind naar school gaat, kan het na de schooldag thuis extra moe zijn. Het is ook niet niks om alle nieuwe dingen van de dag te verwerken. De eerste weken op school en in de nieuwe klas zijn dan ook echt vermoeiend. Soms zie je zelfs dat kleuters weer tijdelijk behoefte hebben aan hun middagdutje. Dat is helemaal niet erg. Juist tijdens het slapen verwerken ze wat ze allemaal hebben meegemaakt en kunnen ze goed bijtanken. Zorg ervoor dat het middagdutje niet te lang duurt, maar geef je kind wel de mogelijkheid om ’s middags even uit te rusten en bij te komen van de intensieve dag. Door de vermoeidheid merk je dat kinderen in deze periode ook meer prikkelbaar zijn, wat meer last kunnen krijgen van driftbuien, sneller boos of gefrustreerd zijn of eerder huilen. Ook dat hoort er voor nu even bij en gaat na een tijdje – als je kind goed gewend is op school -echt wel weer over.
Wil je weten hoe je op een positieve manier om kunt gaan met driftbuien van je kind? Lees dan m’n artikel ‘Mijn kind heeft vaker driftbuien! Wat nu?’ | Minder driftbuien in slechts 5 stappen.’.


Tot zover mijn tips voor hoe je jouw aanstaande kleuter kunt voorbereiden op een fijne eerste schooldag. Ik hoop van harte dat je ermee aan de slag gaat en je je kind op een goede manier kunt begeleiden.


Wil je meer weten over een goede voorbereiding om na de vakantie terug naar school te gaan voor je kind dat al op school zit? Lees dan m’n artikel ‘Back to school: Dit mag je niet vergeten bij de start van het nieuwe schooljaar!’.

Heeft jouw kind groep 8 (basisschool) afgerond en gaat het komend jaar naar de brugklas?
Lees dan m’n artikel ‘Help, mijn kind gaat naar de brugklas! | Hoe je de overgang van basisschool naar brugklas makkelijker maakt.’ met handige tips voor jouw aanstaande brugklasser.

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Houd het dan wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Dankjewel alvast voor je reactie!


Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’. Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_c




Heb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2021. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.





Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
Hoe overleef je de laatste weken vóór de zomervakantie? [ met 9 thema’s, 9 praktische tips en 1 planner ]
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter naar je te laten luisteren
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips).
– ‘10 basistips om je baby, kind of tiener lekker te laten slapen.
Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.



© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.



Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

logo_akse_coaching_groot_nieuw

Hoe je als ouder een fijn vakantiegevoel krijgt en lekker tot rust kunt komen. [Zomervakantie]

Verheug jij je ook zo op de zomervakantie? Of zie je er stiekem een beetje tegenop om 6 weken lang je kinderen thuis te hebben? Of vind je het heerlijk om je kinderen een hele tijd om je heen te hebben, maar weet je niet zo goed hoe je het samen leuk en gezellig houdt?

Zo’n zomervakantie van 6 weken kan behoorlijk lang zijn. Zeker als je zelf ook nog een paar weken moet werken, als je voor jezelf een lange ‘to do’-lijst hebt gemaakt (met allerlei klusjes die je nog graag wil doen) of als er vaker momenten zijn waarop je kinderen zich (of elkaar) vervelen. Dan kan het een lange vakantie worden…

Om er voor te zorgen dat niet alleen je kinderen, maar ook jij als ouder een fijne, ontspannen zomervakantie hebt, heb ik in dit artikel een aantal tips voor je verzameld, waarmee ook jij dat heerlijke vakantiegevoel krijgt. Hier komen ze…


(1) Eerst even wennen.
Het is voor iedereen best even wennen om van de ‘drukke schooltijd met allerlei activiteiten en verplichtingen’ om te schakelen naar 6 weken zonder dat alles. Gun je kinderen en jezelf die tijd. Het kan soms zelfs als één grote lege periode aanvoelen, waarin je het gevoel hebt dat je van alles moet doen. Dat hoeft natuurlijk helemaal niet.

Vraag je kinderen eens hoe zij hun vakantie voor zich zien en wat zij zelf leuk vinden om te gaan doen. Als ze dan met hele wilde ideeën aankomen, hoef je dat natuurlijk niet allemaal te doen, maar zo kun je wel hun verwachtingen peilen. En misschien merk je dan al snel dat ze helemaal niet door jou vermaakt willen worden, maar dat ze het liefst iedere dag met vriendjes buiten willen spelen, naar het zwembad willen gaan of lekker thuis op bed willen lezen.
Vinden jij en/of je kinderen het lastig om leuke, makkelijke activiteiten te verzinnen? Maak dan gebruik van mijn superleuke Zomer Bucket List, speciaal voor in de zomervakantie.

(2) Jouw eigen rustmomenten.
Niet alleen je kinderen hebben vakantie, jij ook. Daarom mag ook jij je eigen rustmomenten pakken. Doe dat wanneer het kan. Ideaal daarvoor zijn natuurlijk de avonduren wanneer de kinderen in bed liggen. Maar je kinderen zullen ook wel eens met andere kinderen gaan spelen: lekker buiten spelen of afspreken met klasgenootjes. Je kunt ook aan familie vragen of ze een dagje mogen komen spelen. Of regel een logeerpartijtje. Juist op dat soort momenten kun jij je eigen rustmomenten pakken.

Ga ook bij jezelf na op welke manier jij goed tot rust komt. Dat is niet alleen door te slapen, maar dat kan ook door een boek te lezen, door in bad te liggen, door naar je favoriete muziek te luisteren, met rust een kop koffie of thee te drinken, door een goede film te kijken etc. Hoe beter je voor jezelf duidelijk hebt hoe je echt tot rust komt, hoe beter je dat ook voor jezelf kunt plannen. En hoe meer jij ontspannen bent, hoe meer je van je vakantie én je kinderen kunt genieten.
Voel je je vaak gestresst? Lees dan hier wat stress precies is én hoe je jouw stressniveau kunt verlagen.

————————————————-
Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat moeite heeft met luisteren, slapen, eten of zindelijk worden?
Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord op wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.
————————————————-

(3) Je batterij opladen.
Je batterij opladen doe je niet alleen door voldoende rust te nemen en voldoende te ontspannen, maar ook door actief te zijn. Ga ook hiervoor bij jezelf te rade wat jij fijn vindt om te doen. Vind jij het fijn om te wandelen, om met vrienden af te spreken of om ergens naar toe te gaan? Het maakt niet uit wat het precies is, als jíj het maar leuk vindt.
Maak bijvoorbeeld iedere dag een ‘after lunch walk’ gewoon bij jou in de buurt. Neem je kinderen mee, dan zijn jullie allemaal even buiten. Dat is meteen een mooie onderbreking als je kinderen alleen maar ‘thuis willen hangen’.
Tijdens zo’n wandeling zou je je kinderen kunnen laten speuren naar allerlei zomerse (natuur)schatten m.b.v. m’n Zomer Speurtocht.

(4) Hou je dagelijkse ritme vast.
Je leest het vaker in mijn artikelen: kinderen houden van duidelijkheid, routine, vaste volgordes, structuur. Juist dan hebben ze het gevoel dat ze grip hebben op de situatie, ze kunnen dan beter voorspellen wat er gaat gebeuren, ze voelen zich veilig en zitten beter in hun vel. Als ze honger hebben of slaperig zijn, is de kans groter dat ze minder goed luisteren of ongewenst gedrag laten zien.

Vandaar dat het in de vakantie goed is om je ritme zo veel mogelijk vast te houden, o.a. wat betreft eettijden. Laat je kinderen in de vakantie op vaste momenten eten. Dat ritme heb je al snel te pakken door op (nagenoeg) dezelfde momenten te eten (ontbijt, lunch, avondeten, tussendoortjes) dan wanneer je dat buiten de vakanties doet.

Hetzelfde geldt overigens ook voor het slapen. Ook voor het slapen is het goed om zoveel als mogelijk het normale ritme aan te houden. Liefst met een duidelijk bedtijden en vaste bedtijden. Je leest er bij punt 7 meer over.
Vind je kind het moeilijk om in de vakantie of op vakantie in slaap te vallen? Lees dan m’n artikel ‘Als je kind moeilijk in slaapt valt op vakantie… | 7 praktische tips om dat snel te verbeteren (incl. BONUStips)’.

————————————————-
Wil je mijn nieuwste, waardevolle OpvoedTips als eerste in je mailbox ontvangen?
Klik dan hier hoe je dat – heel eenvoudig – voor elkaar krijgt.
————————————————-

(5) Samen én alleen.
Het is voor kinderen én volwassenen fijn om eens af en toe iets alleen te kunnen doen. Dat kan er makkelijk bij in schieten als je de hele dag je kinderen om je heen hebt. Je kunt best met je kind afspreken dat er momenten zijn waarop je kind jou even niet mag storen (m.u.v. noodgevallen natuurlijk…) en hij zelf / alleen kan spelen. Als je dat elke dag op een vast moment doet én je je daadwerkelijk niet laat storen, dan is je kind daar snel aan gewend. Vaak werkt het het beste om eerst even samen met je kinderen te spelen en om daarna een ‘me time’-momentje te pakken. Elke dag een half uurtje kan al – vooral voor jou – voldoende zijn.

(6) Laat je kinderen vrij.
Wellicht kijk je tegen de lange zomervakantie op, omdat je het gevoel hebt dat je je kinderen de hele tijd moet vermaken. Dat is helemaal niet nodig. Kinderen vinden het vaak heerlijk om helemaal zelf te kunnen bepalen waarmee ze spelen. Uiteraard is het goed om eens af en toe aan te sluiten bij wat je kind aan het doen is, dat zijn ideale momenten om je kind positieve aandacht te geven. Daar groeien kinderen van. Maar ‘meespelen’ hoeft echt niet de hele dag door. Een paar keer per dag en dan 5 minuten per keer is echt voldoende. Gun je kind ook zijn eigen vrije (speel)tijd.
Bekijk ook m’n video, waarin ik de opvoedvraag ‘Moet ik echt met mijn kind samen spelen?’ beantwoord en o.a. het belang van (kort) samen spelen bespreek.

(7) Hou vast aan duidelijke bedtijden.
Vaak hoor ik van ouders dat hun kinderen in de vakantie langer op mogen blijven. En hoe leuk en gezellig dat ook klinkt, in praktijk is het dat vaak helemaal niet. Als kinderen namelijk later naar bed gaan, zijn ze ’s avonds én overdag moe, kunnen ze minder hebben, zijn ze prikkelbaarder, huilen ze sneller, zijn ze eerder boos en ga zo maar door. Dit effect heb je al na één korte nacht (vergelijk het maar met een ‘jetlag’). O ja, ouders geven ook vaker aan dat wanneer kinderen ’s avonds later gaan slapen, ze ’s ochtends langer uitslapen; maar ook dat valt in praktijk helaas vaak tegen… Daarom is het dus belangrijk om ook in de vakanties vast te houden aan een vaste tijd, waarop je kind naar bed gaat.
Valt jouw kind in de zomer als het warm is moeilijker in slaap? Bekijk dan m’n video ‘Hoe laat je je kind slapen bij zomerse temperaturen?en gebruik de handige tips zodat je kind wél makkelijker in slaap valt.

Kijk vooral ook naar de voordelen die het ‘op tijd naar bed gaan’ jou en jouw vakantiegevoel biedt: je kinderen zijn overdag vrolijker, beter te genieten, fijner in de omgang, luisteren beter en kunnen zichzelf beter vermaken. En hoe vroeger je kinderen ’s avonds lekker in bed liggen, hoe eerder jouw vrije avond begint. Dit mes snijdt echt aan twee kanten. Gewoon doen!

————————-

Volg me nu ook op Facebook en/of Instagram voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie.

————————

(8) Maak afspraken over schermtijd.
Een lange zomervakantie betekent voor je kind een zee aan tijd. En in die tijd ga je dingen doen die je heel leuk vindt. Veel kinderen zullen dan aangeven dat ze het liefst allerlei spelletjes willen doen op hun telefoon, tablet of computer. Op zich niet erg om dat een bepaalde tijd per dag te doen, maar dan niet de hele dag door of uren achter elkaar. Het gaat hierbij echt om de afwisseling met andere activiteiten.

Maak daar samen goede afspraken over. Je kind mag dus best een tijdje online spelletjes doen, maar na een bepaalde tijd (bijv. na 1 uur) gaat hij/zij iets anders doen. Denk dan aan een bordspel, buiten spelen, een boek lezen, voetballen op een veldje in de buurt, een rondje fietsen, tekenen, proefjes doen, cupcakes bakken en ga zo maar door.
Wil je weten welke afspraken je precies met je kind kunt maken over zijn schermgebruik? Lees dan m’n artikel ‘Welke afspraken maak je met je kind of tiener over gamen en telefoongebruik?’.

(9) Als de verveling toeslaat…
Als het slecht weer is en je zit maar de hele tijd thuis, binnen, in huis en je kinderen kunnen niet even lekker naar buiten, dan kan de sfeer thuis ook al snel op een vervelende manier omslaan. Kinderen vervelen zich dan niet alleen, ze gaan ook al snel elkaar vervelen. Niet fijn! En hoe langer je thuis zit met je kinderen, hoe moeilijker het kan zijn om nieuwe activiteiten te verzinnen. Dan is het handig om ‘anti-verveeltips’ achter de hand te hebben en bijv. een AntiVerveelPot te maken, zodat je kind altijd ideeën krijgt om iets anders te gaan doen. Helemaal niet moeilijk, wel heel leuk én handig.
Bekijk deze video over hoe je thuis heel eenvoudig een ‘AntiVerveelPot’ maakt.

Maar zoals al eerder aangegeven, laat je kinderen ook gewoon afspreken met andere kinderen. Dat is misschien wat lastiger omdat in deze periode veel gezinnen op vakantie zijn, maar toch niet allemaal tegelijk en niet de héle vakantie. Ook logeerpartijtjes met neefjes en nichtjes kunnen in deze periode heel leuk en gezellig zijn.


fb_zomerboek_voor_ouders_2020

GRATIS Zomerboek voor Ouders
Ga goed voorbereid op vakantie en vraag in de zomermaanden het GRATISZomerboek voor Oudersbij me aan; je ontvangt het helemaal gratis en vrijblijvend.
Er zit o.a. een handige én uitgebreide vakantiechecklist in met allemaal items, die je nodig hebt als je met je kinderen op vakantie gaat.
Met deze checklist weet je zeker dat je alle onmisbare spullen bij je hebt.

Klik hier om te lezen hoe je dit Zomerboek GRATIS kunt aanvragen


(10) Lekker buiten, lekker bewegen.
Samen een stukje lopen bij jou in de buurt, samen picknicken of samen naar een speeltuin is natuurlijk heel leuk om in de zomer te doen. Dat zijn ideale momenten waarop je kind even zijn energie kwijt kan; bijv. buiten rennen, ravotten, klimmen, spelen, glijden, koprollen. Dat hebben kinderen dagelijks echt even nodig. En jij kunt natuurlijk naar hartenlust meedoen; of je neemt je boek of tijdschrift mee naar de speeltuin en leest zittend op een bankje. Ook helemaal goed!
Vind je kind het helemaal niet leuk om buiten te spelen, ook niet met mooi weer? Dan lees je hier hoe je je kind kunt stimuleren om toch lekker naar buiten te gaan.

(11) Bijna op vakantie.
Als jullie binnenkort op vakantie gaan, dan kan het leuk zijn om je kind jullie vakantie (deels) voor te laten bereiden. Zeker voor oudere kinderen is dat heel leuk om te doen. Laat ze in de bibliotheek leuke boeken of reisgidsen over het land / de streek opzoeken of op internet blogs lezen of video’s bekijken over jullie bestemming en aan de hand daarvan ideeën aandragen voor activiteiten of bezichtigingen tijdens jullie reis. Op die manier kan je kind nog met leuke, verrassende ideeën komen. Superleuk, toch?

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Houd het dan wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Dankjewel alvast voor je reactie!


Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’. Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_c




Heb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2021. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.





Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
Hoe overleef je de laatste weken vóór de zomervakantie? [ met 9 thema’s, 9 praktische tips en 1 planner ]
Hoe overleef je een vliegvakantie met je kind…? | Een ontspannen vlucht in 5 stappen.
Stop het gezeur, geruzie en gedoe op de achterbank – 4 handige tips voor onderweg.
Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.



© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.



Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

logo_akse_coaching_groot_nieuw

Als je kind het lastig vindt om onenigheid op te lossen… [Sociale ontwikkeling]

Komt jouw kind ook wel eens thuis met verhalen over andere kinderen, die vervelend deden? Bijv. dat jouw kind niet mee mocht spelen in de pauze op school, dat je kind zo maar werd geduwd, dat iemand iets vervelends tegen hem zei, dat iemand iets van hem had afgepakt of stuk gemaakt? Je kind zal er waarschijnlijk verdrietig, boos, gefrustreerd of teleurgesteld over zijn. Dat kun je je ook goed voorstellen, want dit zijn nou eenmaal geen leuke situaties…

Voor ons als ouders kan het natuurlijk heel vervelend zijn om deze verhalen te horen. Misschien herken je wel dat jou het gevoel bekruipt: ‘het lijkt wel alsof mijn kind geen vriendjes heeft’, ‘mijn kind heeft het helemaal niet leuk op school’ of ‘mijn kind wordt toch niet gepest?’. Waarschijnlijk vraag je je ook wel eens af waar dat toch aan kan liggen: ‘er is toch niks mis met mijn kind?’, ‘waarom zijn die andere kinderen toch zo vervelend?’, ‘waarom doet de leerkracht hier niks aan?’ en ‘wat kan ik doen om m’n kind hier bij te helpen?’.

Welke oorzaak er ook ten grondslag ligt aan deze vervelende situaties, het is altijd goed om je kind te leren hoe hij zélf op een fijne manier met andere kinderen om kan gaan en hoe hij op anderen kan reageren zonder dat dat resulteert in onenigheid, ruzie of andere vervelende situaties. Daar wil ik je in dit artikel graag meer informatie en praktische tips over geven. Als ouder kun je je kind namelijk goed begeleiden om deze ‘sociale problemen’ op te lossen.

=> In dit artikel vind je dan ook 9 waardevolle tips om je kind op een positieve manier met lastige sociale situaties te leren omgaan.

(1) Praat met je kind over zijn (school)dag.
Om te weten waar je kind op school of in zijn omgang met vriend(inn)en tegen aan loopt, is het goed om regelmatig met je kind te praten. Daar kun je het beste een vast moment op de dag voor kiezen, bijv. als je kind uit school komt, tijdens het avondeten of vlak voor het slapengaan. Vraag dan naar hoe zijn dag was, of hij nog iets nieuws geleerd heeft, met wie hij gespeeld heeft enz.

Sommige (vaak de wat oudere) kinderen vinden het niet prettig om samen over lastige onderwerpen praten; dan kan het goed werken om het tijdens een activiteit (zoals de afwas of een autoritje) te bespreken. Uiteraard hoeft dit specifieke thema niet dagelijks aan bod te komen; los daarvan is het goed om regelmatig met je kind over van alles en nog wat te praten.

Uiteraard vertellen niet alle kinderen even gemakkelijk over wat ze op een dag meemaken. Het ene kind is een echte prater en vertelt uit zichzelf al honderduit; het andere kind luistert liever naar anderen en/of vertelt niet graag over zijn eigen belevenissen. Ook kan het voor jou als ouder nog best lastig zijn om de juiste vragen te stellen. In het geval jij het zelf lastig vindt om dit thema aan te snijden of indien je merkt dat je kind het lastig vindt om erover te praten, maak dan gebruik van deze Kletskaartjes. Dan heb je een mooie, luchtige ingang voor jullie gesprek en zul je langzaam maar zeker steeds meer horen over hoe je kind het op school vergaat.

(2) Spreek af wat je kind wel en niet mag doen tijdens het spelen met andere kinderen.
Het is belangrijk dat kinderen weten wat ze wel en niet mogen; niet alleen in het algemeen, maar ook in de omgang met andere kinderen. Dat lijkt een open deur, maar vaak gaan we er zomaar van uit dat kinderen dat wel zullen weten. En dat is helaas niet altijd waar. Ook ‘samen spelen’ is iets dat kinderen gewoonweg moeten leren.

Wat je kind wél mag doen, is dat het altijd mag zeggen wat het wil. Dat doe je niet op een boze, bazige of schreeuwende manier, maar wel op een rustige, aardige manier. Zelfs als je het niet eens bent met een ander, kun je dat gewoon rustig tegen de ander zeggen. Je kunt dus altijd met de ander praten, overleggen en proberen om (samen) een oplossing te bedenken, om een compromis te sluiten (lees ook de tips hieronder). Als je kind er samen niet uitkomt, is het goed om een volwassene (bijv. vader, moeder, leerkracht, oppas) erbij te vragen om te helpen.

Wat je kind niet mag doen, is een ander pijn doen (bijv. door te slaan, schoppen, bijten, knijpen of schelden); ook niet als je het niet met elkaar eens wordt, als je boos bent op de ander of als je vindt dat de ander vervelend tegen jou doet. Merk je dat je het lastig vindt om rustig te blijven, vraag er ook dan een volwassene bij.
Wil je meer weten over hoe je je kind leert om om te gaan met zijn boosheid? Klik dan hier.

————————————————-
Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet?
Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.
————————————————-

(3) Leer je kind om een ‘ik boodschap’ te geven.
Leer je kind dat het fijn is om zg. ‘ik boodschappen’ te geven. Met behulp van ik boodschappen kun je heel goed je mening geven of laten weten dat je het ergens niet mee eens bent, maar dan zonder dat je jezelf gaat verdedigen of zonder de ander (verbaal) aan te vallen. Kijk maar eens naar de volgende twee voorbeelden.

Voorbeeld 1:
Iemand zegt iets tegen je, dat je niet fijn vindt. Je kunt dan in de verdediging schieten of de aanval inzetten door te vragen ‘waarom zeg je dat nou?’ of ‘wat bedoel je daar precies mee?’, maar een fijnere manier is om te reageren met ‘Ik vind het niet fijn dat je dat tegen me zegt’. Met deze reactie geef je duidelijk een grens aan over wat de ander wel / niet tegen je mag zeggen.

Voorbeeld 2:
Eén van de klasgenoten bepaalt regelmatig wat er gedaan wordt, bijv. bij het buiten spelen. Ze zegt ‘kom, we gaan verstoppertje spelen’. Als jouw kind geen zin heeft om verstoppertje te spelen of het niet fijn vindt dat de ander steeds bepaalt, dan is het beter om niet te reageren met ‘waarom moet ik altijd doen wat jij wil?’ of ‘waarom doe je nou nooit eens wat ik voorstel?’, maar wel met ‘ik wil graag gaan voetballen. Kom je mee?’. (en dat vervolgens ook gaan doen, onafhankelijk van of de ander wel / niet meekomt).

Kortom, door te werken met ‘ik boodschappen’ voorkom je dat je in de verdediging schiet of in de (tegen)aanval gaat. Als je je boodschap bij jezelf houdt door ‘ik’ te zeggen, komt je boodschap fijner over en zal de ander positiever op je reageren.

(4) Leg uit hoe ‘samen spelen’ werkt.
Voor jonge kinderen is het soms nog best lastig om ‘samen te spelen’ en om ‘samen te delen’. Als ouders zeggen we wel vaker ‘samen spelen, samen delen’ op het moment dat het tussen twee kinderen even niet zo lekker loopt (bijv. speelgoed afpakken). Voor (jonge) kinderen is meestal niet helemaal duidelijk wat dat zinnetje precies betekent óf hoe ze dat in praktijk moeten brengen. Vaak weten ze wel wat ‘spelen’ betekent, maar wat is ‘delen’ precies of wat betekent ‘samen’…? Samen spelen is dan ook echt weer een aparte vaardigheid, die je kind kan leren.
Voor meer uitleg hierover verwijs ik je graag naar m’n artikel ‘Samen spelen, samen delen? 5 tips om je kind te leren om met andere kinderen samen te spelen.‘.

De meeste oudere kinderen hebben vaak al wel geleerd dat ze niet zo maar iets kunnen afpakken waar een ander mee bezig is. Ze weten dat ze het kunnen vragen of dat ze zelf even moeten wachten totdat de ander ermee klaar is. En als iemand anders iets bij hen afpakt, weten ze waarschijnlijk ook al hoe ze duidelijk kunnen maken dat de ander nog niet aan de beurt is en nog even zal moeten wachten.

(5) Leer je kind om zijn grenzen aan te geven.
Bij punt 3 over het geven van ‘ik boodschappen’ gaf ik al aan dat dat een fijne, duidelijke manier is om je eigen grenzen aan te geven. Als je op tijd aangeeft dat je iets niet fijn vindt of dat je het ergens niet mee eens bent, dan ben je ook nog niet zo boos of gefrustreerd. Leer je kind dat het belangrijk is om niet te lang te wachten met zeggen wat je vindt, wil of voelt.

Voor jonge kinderen, die verbaal nog niet zo sterk zijn, is het handig om te leren om dan ‘stop, hou op, ik vind het niet meer leuk.’ te zeggen, evt. aangevuld met het omhoog houden van een hand. Zo maakt je kind niet alleen verbaal, maar ook visueel duidelijk dat een grens bereikt is.

Door te praten en uit te leggen wat je wel / niet wil, kan de ander beter rekening met je houden. En als jij duidelijk zegt wat jij wil, kan de ander ook duidelijk aangeven wat hij/zij wil. Zo komt er makkelijker een overleg tot stand.

Wederom: komen de kinderen er onderling nog niet helemaal (of echt niet) uit, dan is het belangrijk om een volwassene in te schakelen. Liefst dus nádat de kinderen zelf geprobeerd hebben om er samen uit te komen, maar nog vóórdat de gemoederen te hoog zijn opgelopen.

————————————————-
Wil je mijn nieuwste, waardevolle OpvoedTips als eerste in je mailbox ontvangen?
Klik dan hier hoe je dat – heel eenvoudig – voor elkaar krijgt.
————————————————-

(6) Probeer een probleem eerst samen op te lossen.
Als je een probleem hebt met iemand anders, dan is het goed om samen een oplossing voor dat probleem te bedenken. Voor kinderen kan dat nog best lastig zijn. Ze houden graag vast aan hun eigen idee en moeten nog leren om rekening te houden met de ander en/of om zich te verplaatsen in het perspectief van de ander (het ene kind kan dat natuurlijk al beter dan het andere).

Ook hierbij kun je je kind thuis helpen: als je van je kind hoort dat er een vervelende situatie op school, bij een training / repetitie of tijdens het spelen was, vraag dan wat er precies gebeurde én hoe je kind erop reageerde. Als je kind dat heeft uitgelegd, vraag je hoe hij het evt. op een andere manier had kunnen reageren. De reactie die hij heeft gegeven of de manier waarop het nu opgelost is, is nl. één reactie of één manier, maar er zijn altijd meerdere reacties / oplossingen mogelijk. Probeer je kind een of meerdere andere oplossingen te laten bedenken.

Denk maar eens aan oplossingen als:
– Om de beurt: Je doet eerst wat de ander voorstelde, daarna wat jij voorstelde (of andersom).
– Compromis: Je bedenkt een compromisvorm van wat jullie allebei leuk vinden. Bijv. als de één verstoppertje wil spelen in de gymzaal, maar de ander wil het liefst buiten spelen, dan kan het compromis zijn dat de kinderen buiten verstoppertje gaan spelen.
– Change of plans: je bedenkt iets heel anders, iets wat jullie wel allebei ook leuk vinden om te doen, maar dat totaal iets anders is dan wat jullie in eerste instantie hadden bedacht.
– Betrek iemand anders erbij: je vraagt een derde persoon (bijv. klasgenoot, broer / zus, ouder, leerkracht) om met jullie mee te denken. Leg het probleem aan de ander voor en vraag hoe die ander het zou oplossen.

Sommige oplossingen, die je kind bedenkt, zullen handig zijn, andere niet (of werken misschien zelfs averechts). Geef in ieder geval nog geen oordeel over de alternatieven die je kind geeft. Nadat je kind een aantal alternatieven heeft bedacht, kun je vragen hoe je kind de volgende keer zou reageren. Wellicht kiest hij dan een alternatief waardoor de situatie (nóg) beter of positiever uitpakte. Kiest je kind een manier, waardoor de situatie verder zou escaleren, dan is het uiteraard handig om die mogelijke gevolgen met je kind te bespreken (en hem vervolgens een andere optie te laten kiezen).

Met deze aanpak leer je je kind om te reflecteren op lastige situaties en om in oplossingen te denken.

(7) Leer je kind om anders naar het gedrag van anderen te kijken.
De reactie van je kind op het gedrag van een ander is afhankelijk van hoe je kind naar dat gedrag kijkt. Als je namelijk met een negatieve bril naar het gedrag van anderen kijkt, dan ga je sneller in de verdediging en dan zul je ook sneller negatief op de ander reageren, terwijl jouw negatieve interpretatie helemaal niet juist hoeft te zijn.

Bijvoorbeeld: Je kind wordt geduwd.
Laten we eens naar 3 mogelijke interpretaties van dit gedrag kijken. Je kind zou de duw op één van de volgende manieren kunnen interpreteren:
(1) ‘Oei, ik liep in de weg, waardoor de ander tegen me aan liep.’
(2) ‘De ander verloor even zijn evenwicht en kwam daardoor tegen me aan.’
(3) ‘De ander duwde me expres, gewoon om me te klieren.’

Realiseer je dat het gedrag (= de duw) bij alledrie exact hetzelfde is gebleven; daar is dus niks aan veranderd. Het enige dat veranderde, was de manier waarop je het gedrag interpreteerde. Aan de hand van dit voorbeeld kun je je goed voorstellen dat je met interpretatie 1 en 2 rustiger en positiever op de duw van de ander zult reageren dan met interpretatie 3.

Ook op dit gebied kun je je kind thuis goed helpen en ondersteunen. Als je kind jou over een vervelende situatie vertelt, is het belangrijk om samen met je kind alternatieve interpretaties te bedenken. In het voorbeeld van de duw kun je je kind vragen welke redenen de ander nog meer gehad kan hebben om te duwen. (Dit kun je ook toepassen in andere situaties, bijv. wanneer een ander kind een ‘vreemde’ opmerking heeft gemaakt of een ‘vreemd’ gezicht naar je kind heeft getrokken.) Hoe vaker je kind merkt dat zijn eerste (negatieve) reactie niet perse juist hoeft te zijn en dat er ook nog andere verklaringen mogelijk zijn, zal ervoor zorgen dat je kind in het vervolg steeds meer geneigd is om eerst na te denken over mogelijke interpretaties en pas daarna een reactie zal geven.

Kortom, ook bij lastige sociale situaties geldt: ‘Eerst denken, dan doen.’

(8) Laat je kind veel oefenen, zeker als je kind het moeilijk vindt.
Als je merkt dat je kind het lastig vindt om op een fijne manier met andere kinderen om te gaan en om sociale situaties op een positieve, handige manier op te lossen, blijf dan thuis regelmatig oefenen zodat je kind er langzaam maar zeker beter in wordt. Ik ben er nl. van overtuigd dat iedereen dit kan leren. Het is misschien niet voor iedereen even makkelijk, maar uiteindelijk zal het wel gaan lukken. Door deze situaties echter te gaan vermijden, dus om je kind niet meer te laten afspreken of niet meer naar een clubje te laten gaan, krijgt je kind juist minder kansen om te oefenen. En dat komt zijn sociale vaardigheden helaas niet ten goede…

Kortom: geef je kind de kans om vaak te oefenen. Niet alleen op school, maar ook op andere plekken, bijvoorbeeld bij een sportclub, muziekvereniging of met kinderen uit de buurt. Laat je kind dus regelmatig in contact komen met andere kinderen.

Vind je kind het lastig om klasgenootjes te vragen of om bij andere kinderen thuis te gaan spelen? Neem dan eerst zelf contact op met de ouders en probeer – zeker in het begin – de afspraken voor je kind te maken. Als je kind een beetje doorheeft hoe het werkt, dan zal je kind dat ook steeds meer zelf gaan oppakken.

————————-

Volg me nu ook op Facebook en/of Instagram voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie.

————————

(9) Lees samen boeken over sociale situaties, vriendschap en ruzie maken.
Er is niks – nou ja, weinig dan… 😉 – zo fijn als samen met je kind een boek te lezen. Veel ouders lezen hun jonge kind al voor en dat kan ik alleen maar van harte stimuleren. Ook voor oudere kinderen is het belangrijk om te blijven (voor)lezen. Misschien niet op de klassieke ‘voorleesmanier’ (= ik lees en jij luistert), maar je kunt wel om de beurt een regel of alinea lezen. Voor kinderen blijft het een fijn moment om samen met papa of mama één-op-één tijd door te brengen en daar is lezen ideaal voor.

Als je merkt dat je kind op bepaalde gebieden problemen heeft, dan kan het fijn zijn om juist over dat thema boeken te lezen. Ook over vriendschap en uiteenlopende sociale situaties zijn tal van boeken geschreven.

Ik heb er hier een aantal voor je op een rijtje gezet:
– Jip en Janneke (Annie M.G. Schmidt)
– Zullen we vriendjes zijn? (Sam McBratney)
– Kikker is mijn vriendje (Max Velthuijs)
– Niet slaan, Anna! (Kathlen Amant)
– Woezel & Pip: ‘Stop, hou op’ (Dromenjager)
– Serie ‘Superjuffie’ (Janneke Schotveld)
– Schoolseries als ‘Dagboek van een Muts’ (R.R. Russell) of ‘Leven van een Loser’ (Jeff Kinney)
– Vriendschap is alles (Stine Jensen)

Dit rijtje is slechts een héél klein topje van de ijsberg. In de bibliotheek zijn er nog legio andere mogelijkheden, alleen al over het thema vriendschap, sociale situaties of samen spelen. Ga naar de (website van de) bibliotheek en zoek daar het boek uit dat het beste bij jouw kind en zijn leeftijd / ontwikkelingsniveau past. Ik wens jullie alvast veel (samen)leesplezier!
Lees ook m’n artikel ‘Ja, ik wil … voorlezen!’ over waarom (samen) voorlezen de ontwikkeling van je kind stimuleert.

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Houd het dan wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Dankjewel alvast voor je reactie!


Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’. Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_c




Heb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2021. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.



Voor dit artikel gebruikte Joyce de volgende literatuur en websites:
– Matthys & Boersma. (2017). Gedragsproblemen bij kinderen: Wegwijzer voor ouders van kinderen met brutaal, boos of agressief gedrag. Uitgeverij Hogrefe: Amsterdam.
– Poster: Sociale vaardigheden 6 – 12 jaar. Apetrotse kinderen. Klik hier.
– Sociale vaardigheden aanleren aan je kinderen. Apetrotse kinderen. Klik hier.


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘Hoe je kind zijn emoties de baas wordt.‘ [ Emotionele ontwikkeling ].
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter naar je te laten luisteren
– ‘Omgaan met stress | 5 praktische tips om je stressgevoel aan te pakken.
– ‘Als je kind teleurgesteld is… | 5 stappen om je kind te leren met teleurstellingen om te gaan.
– ‘Ik mag hier ook nooit iets! | Hoe je je kind of tiener steeds wat meer vrijheid geeft.
– ‘Mijn kind is vaker bang. Heeft het nu een angststoornis?’ Interview met angstexpert dr. Ellin Simon.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.



© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.



Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

logo_akse_coaching_groot_nieuw

Hoe je kind zijn emoties de baas wordt. [ Emotionele ontwikkeling ]

Kinderen kunnen soms behoorlijk overmand raken door hun eigen emoties. Je kind is dan zó boos of verdrietig dat je bijna geen contact met hem krijgt. In dit artikel leg ik je uit wat emoties precies zijn en waarom we emoties hebben. Op basis van die informatie hoop ik dat je ze (nóg) beter gaat begrijpen.
Verderop in het artikel geef ik je 6 praktische tips om de heftige emoties van je kind in goede banen te leiden. Afsluitend vind je nog 10 handige tips om je kind te leren hoe hij zélf rustig kan worden na het ervaren van een heftige emotie.

Wat zijn emoties eigenlijk?
Emoties zijn een complexe set gedragingen, die ontstaan als reactie op een externe of interne gebeurtenis. Een externe gebeurtenis kan zo iets zijn als ‘je hebt onverwachts een onvoldoende voor een toets, daardoor voel je behoorlijk teleurgesteld’ of ‘iemand maakt een vervelende opmerking over je, waardoor je boos wordt’. Een voorbeeld van een interne gebeurtenis is ‘je wil graag iets nieuws leren, maar het lukt je maar niet; je raakt gefrustreerd’.

Een emotie bestaat uit 3 componenten. Ze bevatten een:
(1) Fysiologische reactie (zoals verhoogde ademhaling of hartslag);
(2) Expressieve component (zoals een bepaalde gezichtsuitdrukking);
(3) Ervaring: dat is het subjectieve gevoel of de cognitieve beoordeling dat je een emotie ervaart.

Hoe je een emotie of emotionele ervaring interpreteert en evalueert, hangt af van je cognitieve ontwikkeling en de ervaringen die je voorheen al hebt opgedaan. Kinderen hebben in vergelijking met volwassenen nog niet zo veel ervaringen op het gebied van emoties, dus voor hen is een juiste interpretatie en evaluatie vaak nog lastig. Om de emotie op een goede manier te interpreteren, begrijpen of labelen hebben ze ons als volwassenen nodig.

Primaire en secundaire emoties
Emoties kun je grofweg indelen in primaire (of lagere) en secundaire (of hogere) emoties. Primaire emoties worden automatisch en onbewust door prikkels uit de buitenwereld opgeroepen. Denk maar aan de emoties boos, blij, bang en bedroefd. Alle andere emoties zijn van de primaire emoties afgeleid.
De secundaire emoties gaan vaak gepaard met bewuste beleving of gevoelens. Deze emoties zijn ook meer afhankelijk van omgevingsinvloeden en cultuur. Denk hierbij aan emoties als ontroering, geluk, trots, jaloezie, afgunst, schuld, schaamte en medelijden.

Hoe we naar emoties en emotionele uitingen kijken, komt voort uit onze eigen overtuigingen, ideeën en veronderstellingen. Zo heb je misschien wel van je eigen ouders geleerd dat het slecht is om kwaad te zijn (‘doe eens rustig, als je zo tegen me praat, luister ik niet naar je’) of dat je beter niet kunt huilen (‘stop maar met huilen, daar ben je nu echt te groot voor’). Als je als volwassene toch nog een keer boos bent, kan dat een schuldgevoel bij je oproepen. Deze (vaak onbewuste) overtuigingen of veronderstellingen kunnen het jou als volwassene moeilijker maken om op een positieve manier met emoties om te gaan.
=> Je kunt je voorstellen dat die overtuigingen en veronderstellingen ook (onbewust) bepalen hoe jij met de emoties van je kind omgaat en hoe jij op zijn emoties reageert.

Realiseer je dat iedereen emoties heeft. Emoties zijn niet goed of fout. Ze horen erbij, zowel bij volwassenen als bij kinderen. Het is echter niet goed om zo maar alles te doen (= gedrag) als je een heftige emotie ervaart. Als je heel boos bent op iemand, ga je niet met spullen gooien of ga je niet iemand anders pijn doen. Als je heel erg verdrietig bent, ga je geen vervelende, pijnlijke opmerkingen maken tegen iemand anders. Het is dan ook belangrijk om als kind al te leren hoe je je emoties in goede banen kunt leiden.
Lees hieronder ook verder over ‘emotieregulatie’.


Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet?
Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


Waarom hebben we emoties? Wat is de functie van emoties?
Emoties zijn een vorm van communicatie. Door middel van je emoties communiceer je met anderen om je heen. Je laat met je emoties zien dat er iets aan de hand is en je geeft anderen de kans hierop te reageren (bijv. als je boos bent, geef je aan dat ze ergens mee moeten stoppen; als je verdrietig bent, geef je aan dat je getroost wil worden). Door het tonen van een emotie reageert een ander op jou; en vervolgens reageer jij daar weer op, evt. met een heftigere of een andere emotie. Dit noemen we een cyclisch emotieproces.

Kinderen leren emoties te herkennen en te begrijpen in de sociale interactie met anderen. Juist in de omgang met anderen maken we gebruik van onze emoties en proberen we de emotie van de ander te ‘lezen’. Door middel van taal kun je een groot deel van een situatie uitleggen. Als ouder leg je in een opvoedsituatie bijvoorbeeld uit wie wat gedaan heeft en waarom: ‘Jij pakte zijn speelgoed af, terwijl hij er nog mee speelde. Dat vond hij niet fijn. Daarom is hij nu boos op je.’. Door jouw uitleg over de situatie en het benoemen van de bijbehorende emoties leert je kind om een emotie aan een situatie te koppelen én leert hij om het effect ervan op andere kinderen (of volwassenen) te zien. Het gebruik van taal helpt dus niet alleen om emoties te herkennen of te leren, maar ook om te begrijpen wat er in anderen omgaat en waarom anderen op een bepaalde manier op jou reageren.


Emoties in ontwikkeling
Kinderen moeten nog leren om hun emoties te herkennen, te benoemen, te accepteren, op een gezonde manier te uiten en te verwerken. Hierbij kun je je kind helpen. Als ouder geldt je als voorbeeld voor je kind: je kind kijkt naar jou en naar hoe jíj omgaat met jouw emoties. Het is belangrijk om je daar als ouder bewust van te zijn.

De reden dat het belangrijk is dat ze zich emotioneel goed ontwikkelen, is dat we weten dat kinderen die zich emotioneel goed ontwikkelen, zichzelf goed kennen, zich goed kunnen inleven in anderen en goed kunnen samenwerken. Andere kenmerken van een goede emotionele ontwikkeling zijn zelfbeheersing, goed kunnen luisteren, doorzettingsvermogen hebben en het kunnen oppikken van ongeschreven regels.

Hoe jonger kinderen zijn, hoe meer ze nog moeten leren op dit gebied. Die ontwikkeling loopt nog best lang door, namelijk tot een jaar of 24. Dat heeft o.a. te maken met de hersenontwikkeling van kinderen en tieners. Je vindt hieronder een specificatie van de emotionele ontwikkeling bij peuters, kleuters & basisschoolkinderen en tieners.
Je leest hier meer over de hersenontwikkeling van tieners / adolescenten.


Emoties op verschillende leeftijden:
– Peuters:
In de peutertijd leert een kind dat het een eigen ‘ik’ / een eigen wil heeft. Een peuter bekijkt situaties alleen vanuit zijn eigen standpunt (‘egocentrisme’) en heeft niet door dat anderen ook iets willen. Een peuter kan duidelijke wensen hebben en die hij het liefst onmiddellijk bevredigd wil hebben; uiteraard kan dat niet altijd. Bovendien wil een peuter vaak meer dan hij of zij kan. Je herkent misschien wel dat jouw kind vaker zegt ‘zelluf doen’.
Lees hier welke 10 domeinen een peuter (samen met jou) leert te overwinnen.

Peuters hebben hun emoties vaak nog helemaal niet onder controle. Ze reageren nog heel primair. Ze kunnen heel boos of heel verdrietig worden. Vooral tussen 15 maanden en 3 jaar hebben de meeste kinderen last van ongecontroleerde uitbarstingen. Wat je dan aan je peuter merkt of ziet, is dat hij plots ongeduldig wordt, geen teleurstelling kan verdragen of geen ‘nee’ van jou kan horen. Met andere woorden: je peuter zou het liefst zijn eigen gang gaan, maar dat kan op dat moment niet. Als reactie barst je kindje in woede (of tranen) uit en gaat flink tegen je te keer. Sommige peuters gaan dan schreeuwen, krijsen, slaan, schoppen of houden een tijdje hun adem in (‘breath holding spells’). Realiseer je dat de meeste emoties slechts kort duren, vaak slechts enkele seconden tot minuten. Die emoties komen en gaan. Wees je daar van bewust als je peuter een heftige emotie doormaakt; ook een heftige emotie gaat weer over.
Lees hier hoe je op een positieve manier kunt omgaan met de driftbuien van je kind.

Je kind leert ook op jonge leeftijd steeds beter wat zijn emoties zijn. Hij gaat er – onbewust – steeds meer mee experimenteren. Hij zal meer momenten hebben van groot verdriet en heftig huilen; ook merk je in de peuterleeftijd dat je kind soms ineens heel bang kan zijn (denk aan bang voor honden, spoken, monsters, heksen etc.).


– Basisschoolkinderen
Een kleuter kan ook nog behoorlijk wat moeite hebben met het omgaan met emoties. Ze kunnen hun gevoel nog niet (altijd) even duidelijk onder woorden brengen. De ontwikkeling van hun hersenen, is nog niet zover dat ze impulsen en emoties kunnen beheersen.

Tijdens de kindertijd zet die ontwikkeling zich door en zie je dat kinderen hun emoties steeds beter leren beheersen. Oudere kinderen kunnen bijvoorbeeld wel al beter rustig worden in een emotioneel geladen situatie en ze gaan conflicten steeds beter oplossen zonder dat ze die lichamelijk op de ander afreageren. Toch gaat dat ook bij oudere kinderen nog niet vanzelf; ouders en leerkrachten blijven een belangrijke rol spelen in de begeleiding ervan. Zij leren het kind om het gedrag, dat uit een emotie kan voortvloeien, in goede banen te leiden; o.a. door te leren wat wel en niet acceptabel is om tijdens een (heftige) emotie te zeggen of te doen.
Lees hier wat je kunt doen als je kind vaak boos is.


– Tieners
Door de hersenontwikkeling van je tiener merk je dat hij vaker emotioneel reageert en misschien zelfs vaker huilt. Verder kan hij behoorlijk gevat uit de hoek komen of ineens chagrijnig, geïrriteerd of brutaal op je reageren. Ook stemmingswisselingen kunnen hun intrede doen. Door zijn ingrijpende hersenontwikkeling merk je dat hij steeds beter leert om zijn emoties onder controle te hebben en te beheersen. Uiteraard gaat dat met vallen en opstaan.
Lees hier verder over de ontwikkeling van tieners / adolescenten.

Emotieregulatie: Omgaan met emoties & Emoties in goede banen leiden.
Het is belangrijk voor kinderen om te leren hoe ze op een goede manier met hun – soms heftige – emoties kunnen omgaan, hoe ze ze in goede banen kunnen leiden. Het is niet erg om je emotie te laten zien, maar het is wel belangrijk om te weten wat je kunt doen binnen de geldende sociale (gedrags)normen of omgangsvormen. Om de soms heftige emoties in goede banen te leiden, heb je emotieregulatie nodig. Emotieregulatie is het onder controle houden van je emoties.

Er zijn 2 niveaus waarop emoties worden gereguleerd, namelijk op:

1. Cognitief / perceptueel niveau:
Op cognitief of perceptueel niveau gaat het om hoe sterk je kind de situatie ervaart, dus hoe je kind over een bepaalde situatie denkt of hoe je kind de situatie ziet / interpreteert. Eerdere ervaringen, die je kind heeft meegemaakt, zijn hierop van invloed. Bijvoorbeeld als een kind vaker gepest is, zal hij daarna waarschijnlijk sneller denken dat andere kinderen hem ook weer gaan pesten en daardoor sterker op bepaalde opmerkingen reageren.

2. Gedragsniveau.
Op gedragsniveau gaat het om hoe je de emotie, die je ervaart, gaat uiten, of je de emotie laat zien (of niet) en hoe je zult reageren. Als je heel teleurgesteld bent met een cadeau van een vriend kun je bijvoorbeeld proberen dit niet te laten zien omdat je je vriend niet wilt kwetsen. Je houdt dan de uiting van je emoties in bedwang.

De gevolgen van heftige emoties
Wat vervelend kan zijn aan de heftige emoties van je kind, is dat het gepaard kan gaan met moeilijk of agressief gedrag. Denk maar aan het gooien met speelgoed (of andere voorwerpen), schreeuwen, schelden, duwen, schoppen, slaan, bijten, krabben en ga zo maar door. Hoewel ik hierboven duidelijk aangaf dat het ervaren van emoties valide is, is dit gedrag natuurlijk niet toelaatbaar. Vandaar dat het ook belangrijk is om te weten hoe je als ouder wél om kunt gaan met de (heftige) emoties van je kind. Je leest hieronder 6 praktische tips.


Wat je als ouder kunt doen om ervoor te zorgen dat je kind zich emotioneel goed ontwikkelt:
(1) Neem de emotie van je kind serieus. Hoe jong je kind ook is, je kind ervaart emoties. En of jij de reden van het ontstaan van de emotie nou wel / niet begrijpt, is in principe helemaal niet van belang. Het gaat er om dat er op dat moment iets is dat belangrijk is voor je kind. (Dat is overigens niet hetzelfde als je kind zijn zin geven.)

(2) Wanneer je kind een heftige emotie ervaart, is het belangrijk om adequaat op je kind te reageren. Beschrijf wat je bij je kind ziet, benoem (je vermoeden van) zijn emotie, benoem (je vermoeden van) zijn wens. Check / vraag na bij je kind of jouw vermoedens kloppen. Door op deze manier op je kind te reageren, zal je kind zich gehoord en gezien voelen.

(3) Laat je kind weten dat het ok is om boos, verdrietig, gefrustreerd of teleurgesteld te zijn. Het is normaal om emoties te voelen, ook bij kinderen. De emotie van je kind is valide en hoeft dus niet weggestopt te worden.

(4) Vind je het lastig om met emoties om te gaan? Ga dan eens bij jezelf na hoe dat kan komen; wellicht vind je er een oorsprong van in je eigen opvoeding en ontwikkelingspad.

(5) Bedenk zelf wat je fijn vindt aan de reacties van anderen wanneer jij een bepaalde emotie ervaart. Waarschijnlijk vind je het niet fijn als iemand tegen je zegt dat je moet stoppen met huilen wanneer je verdrietig bent, maar vind je het wel fijn als iemand dan naar je luistert of je troost. Dat geldt voor kinderen net zo. Reageer daarom ook op een soortgelijke manier op je kind als je kind die emotie ervaart.

(6) Zorg ervoor dat je kind voldoende slaapt, gezond eet, voldoende beweegt en voldoende positieve aandacht van jou krijgt. Daardoor zit je kind beter in zijn vel en zal hij zijn emoties beter kunnen reguleren.


Het is niet alleen belangrijk dat jij weet hoe je op een goede manier met de emoties van je kind kunt omgaan, maar ook dat je kind zélf weet wat hij kan doen als hij een bepaalde emotie ervaart. Je kind kan dan één van de volgende strategieën toepassen. Door het toepassen van deze strategieën leert je kind wat het kan doen om rustig te worden, waardoor de heftige emotie uitdooft en naar de achtergrond verdwijnt. Dat is trouwens een echt leerproces en gaat niet van vandaag op morgen. Gun je kind de tijd om de strategieën aan te leren en om eraan te wennen.

Hieronder vind je een aantal strategieën, die je kind zelf kan toepassen om weer rustig te worden na een heftige emotie:

(1) Ik let op mijn ademhaling. Ik adem rustig in en ik adem weer rustig uit.

(2) Ik trek me even terug en ga naar een andere ruimte (bijv. m’n slaapkamer) en probeer daar te kalmeren (bijv. door een boek te gaan lezen, met een fidget toy te spelen, muziek te luisteren, m’n lievelingsknuffel te pakken, rustig op bed te liggen).

(3) Ik kan actief gaan bewegen (bijv. steppen, een rondje rennen / fietsen, voetballen, hardlopen) om de vervelende energie kwijt te raken.

(4) Ik ga iets doen waar ik normaalgesproken veel plezier aan beleef (bijv. tekenen, liedje zingen, muziek maken).

(5) Ik ga met iemand, die ik vertrouw, over mijn emoties praten.

(6) Ik vraag iemand, die ik goed ken, om me een knuffel te geven.

(7) Ik denk aan leuke dingen (bijv. een mooie vakantie, mijn beste vriend(in), een grappige gebeurtenis).

(8) Ik schrijf mijn vervelende emoties of gedachtes van me af (en zet ze op papier in m’n speciale schrift).

(9) Ik tel rustig tot 10.

(10) Ik drink een slokje water.


KLIK HIER om deze lijst met 10 strategieën uit te printen.


TIP: Print deze lijst uit en bespreek samen met je kind welke strategie je kind zelf het fijnste vindt. Dat is de eerste strategie die je kind – indien het een heftige emotie ervaart – kan gaan toepassen. Laat je kind die strategie een aantal keren toepassen. Evalueer daarna of de strategie goed bij je kind past en of deze voldoende voor je kind werkt.


Het is natuurlijk één ding om rustig te worden na het ervaren van een heftige emotie, het is iets anders om de situatie, waardoor de heftige emotie opkwam, het hoofd te bieden. Zodra je kind na het toepassen van een strategie weer rustig is, kan het gaan nadenken over hoe het die ene situatie zou kunnen oplossen én in de toekomst op een andere manier kan benaderen. Het is fijn als jij je kind helpt om dat voor elkaar te krijgen.

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Houd het dan wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Dankjewel alvast voor je reactie!


Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’. Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_c




Heb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2021. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.



Voor dit artikel gebruikte Joyce de volgende literatuur:
– Bukatko & Daehler. (1995). Child development: A theoretic approach. Houghton Mifflin Company: Boston.
– The crying game: Kate Nicholson at TEDxGoldenGatePark. Link.
– Emotionele ontwikkeling. Centrum voor Jeugd en Gezin Katwijk. Link.
– Kind en Emotie. Theoretische achtergrond psycho-educatie. Unit Developmental and Educational Psychology. Institute of Psychology, Leiden University. Link.
– Omgaan met emoties. Herstelwerkplaatsen. GGZ NHN. Link.
– Omgaan met angst, boosheid en heftige emoties. Triple P. Link.
– Emotie. Wikipedia. Link.


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘Als je kind teleurgesteld is… | 5 stappen om je kind te leren met teleurstellingen om te gaan.
– ‘Waarom huil je nu alweer?‘ (over: Hoe je ervoor zorgt dat je kind minder huilt.)
– ‘Mijn kind voelt zich vaak zo somber en neerslachtig. Dat zal toch geen depressie zijn?’ [ Interview met depressie-expert dr. Denise Bodden ]
– ‘Mijn kind is vaker bang. Heeft het nu een angststoornis?’ Interview met angstexpert dr. Ellin Simon.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.



© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.



Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

logo_akse_coaching_groot_nieuw

Hoe overleef je een kinderfeestje? | 4 onmisbare ingrediënten voor een geweldig feestje (en 10 extra tips)

verjaardagstaart_kaarsjesOnze kinderen zijn alle drie in het voorjaar jarig (1x april, 2x mei). En dat moet natuurlijk gevierd worden. En dan heb ik het naast de verjaardag zelf, niet alleen over het ‘grote mensen-feest’, maar vooral ook over de kinderfeestjes. O ja, en had ik al gezegd dat er tussen de verjaardagen van onze oudste en jongste slechts één dag zit… Je raadt het al: dat is op zeer korte tijd behoorlijk aanpoten.

Misschien is jouw kind binnenkort ook jarig en wil je ook graag een kinderfeestje gaan organiseren. Je kunt wellicht wel wat tips en inspiratie gebruiken. Inmiddels hebben we hier thuis al een aantal leuke kinderfeestjes achter de rug en zet ik m’n belangrijkste tips voor je op een rij in dit artikel. Ik hoop van harte dat je hier mee aan de slag kunt en ook een leuk kinderfeestje kunt organiseren.

Een kinderfeestje organiseren kan soms best een onderneming zijn. Het is heel leuk om te zien hoeveel plezier en voorpret kinderen aan hun kinderfeestje beleven. Maar voordat het zover is, kan het nog best wat voeten in aarde hebben. Ik heb voor jou als ouder een aantal belangrijke punten op een rijtje gezet om zo een makkelijk en overzichtelijk lijstje te hebben met waar je allemaal rekening mee kunt houden en/of op kunt letten. Uiteraard mag je alle tips naar eigen inzicht gebruiken en/of toepassen.

Om het feestje goed te kunnen voorbereiden, is het belangrijk om vooraf antwoord te krijgen op de volgende vragen:

Waar ga je het feestje houden?

– Wat ga je doen tijdens het kinderfeestje?

Hoeveel kinderen komen er op het feestje? Wie nodigt je kind uit?

– Wat ga je tijdens het kinderfeestje eten?

Die vragen probeer ik hieronder alvast voor je te beantwoorden. Daarnaast geef ik nog extra tips tussendoor om je kinderfeestje nog meer in goede banen te leiden. Als je zelf nog aanvullende tips hebt, dan hoor ik die heel graag in de comments onder dit artikel.

(1) Waar ga je het feestje houden?  meisje_blaast_kaarsjes_uit_taart Het is belangrijk om goed na te denken over waar je het feestje gaat houden. Wil je het feestje thuis houden of ga je liever ergens naar toe? Beide opties zijn natuurlijk helemaal prima. Ik zal je een aantal voor- en nadelen van beide opties op een rijtje zetten.

Voordelen van een feestje thuis:  – De kosten zijn doorgaans een stuk lager of in ieder geval beter in de hand te houden dan een feestje op locatie. Je kunt zelf spelletjes bedenken, omdat je veel zelf kunt maken en geen entree hoeft te betalen. – Je hoeft de kinderen nergens naar toe te brengen, je bent geen tijd kwijt aan reizen én je hebt geen benzinekosten. Ook nog eens beter voor het milieu. 😉

Nadelen van een feestje thuis: – Je hebt alle kinderen de hele tijd in huis en (zeker als het jonge kinderen zijn) kan dat een behoorlijke drukte met zich meebrengen. – Je moet zelf zorgen voor alle voorbereidingen, zoals eten, drinken, spelletjes verzinnen en uitvoeren etc.

(En voor feestjes buitenshuis zijn de voor- en nadelen vrijwel tegenovergesteld hieraan.)  TIP 1: Neem voldoende tijd om het kinderfeestje voor te bereiden. Mijn ervaring is dat er meer tijd en werk in gaat zeker – zeker als je het thuis houdt – dan je vooraf inschat. TIP 2: Houd je het feestje buitenshuis of ga je een activiteit buiten doen, plan dan genoeg tijd in voor wc-bezoek en om schoenen / jas aan te trekken. Met een groepje (jonge) kinderen kost dat al gauw 10-15 minuten.

(2) Wat ga je doen tijdens het kinderfeestje? kinderen_spelen_met_de_balNaast cadeautjes uitpakken, kaarsjes uitblazen en samen eten staan er vaak een aantal leuke activiteiten op het programma. En dan zijn de mogelijkheden haast oneindig. Om je alvast een beetje inspiratie te geven, doe ik je alvast een aantal ideeën aan de hand. Je kunt tijdens het feestje allemaal ludieke ‘oud Hollands’ spellen doen als zakdoekje leggen, verstoppertje spelen, eierlopen, zaklopen, koekhappen etc. Ook knutselactiviteiten, een speurtocht lopen, een dance battle of laser gamen zijn vaak erg leuk om te doen. Voor kinderen, die nog niet zo goed kunnen lezen, kun je een ‘bingo speur- / wandeltocht‘ te organiseren (i.p.v. een speurtocht).

Heb je een thema voor het kinderfeestje? Je kunt een thema gebruiken als kapstok om de activiteiten aan op te hangen. – Voor jonge kinderen zijn thema’s als prinsessen, K3, knutselen / sieraden maken, Pippi Langkous, heksen, boerderij / dieren, brandweer, politie, ridders, piraten, dinosaurussen, superhelden, Freek Vonk, jungle en sport vaak leuk. – Voor oudere kinderen kun je denken aan thema’s als Harry Potter, Wie is de Mol?, een escape room, Expeditie Robinson of een slaapfeestje.

Als je graag alle benodigdheden voor je themafeestje in één keer in huis wilt hebben, dan kun je online bij diverse organisaties een leuke themakist bestellen. Uiteraard heb je niet perse een thema nodig om een leuk feestje te geven. Je kunt er gebruik van maken, maar het hoeft niet.

O ja, en dan hebben we natuurlijk nog zo iets als het weer. Dat kan soms behoorlijk roet in het eten gooien. Als je een mooi buitenprogramma hebt samengesteld, is het toch raadzaam om ook serieus te kijken naar wat je kunt doen als het toch slechter weer is dan je had gedacht / gehoopt / verwacht.

TIP 3: Als je een activiteit buitenshuis hebt, dan is de kans groot dat je er met de auto naar toe gaat. Wie waar mag zitten, is nog wel eens voer voor discussie. Het liefst willen ze nl. allemaal naast de jarige zitten, allemaal voorin zitten etc. Om die discussie voor te zijn, maak ik vooraf aan het feestje lootjes met daarop de plekken in de auto (bijv. voorin, achterin midden, achterin links). Die lootjes deed ik in een zak of doos en alle kinderen konden om de beurt een lootje trekken. Ze bepaalde het lot wie waar kon zitten. Deze aanpak leverde beduidend minder discussie op. Voor de terugreis zou je opnieuw lootjes kunnen trekken, zodat iedereen weer op een andere plek kan gaan zitten.

(3) Wie mag je kind uitnodigen? Hoeveel kinderen komen er op het feestje?  kinderen_rennen_met_ballonnenVoor kinderen kan het soms nog best lastig zijn om te beslissen wie ze wel / niet voor hun kinderfeestje willen uitnodigen. Je kunt je kind helpen om een goede keuze te maken. Maak eerst eens een lijstje van kinderen met wie jouw kind graag speelt; dat kunnen kinderen zijn met wie hij in de klas of tijdens de pauze vaker speelt, met wie hij regelmatig afspreekt, kinderen uit de buurt, neefjes of nichtjes. Laat je kind zo veel mogelijk zélf antwoord geven. Komt je kind er zelf niet zo goed uit of vind je het lastig om te achterhalen met wie je kind veel speelt in de klas, informeer dan eens bij zijn leerkracht. Ik heb zelf een keer de fout gemaakt om alleen kinderen uit te nodigen, die vaker bij ons thuis kwamen spelen. Ik had nl. helemaal niet bedacht dat m’n kind ook heel goed bevriend kon zijn met een klasgenootje, waar ze vooral op school heel vaak én leuk mee speelde. Ze bleken toch echt goed bevriend te zijn, alleen had ik dat zelf dus helemaal niet door. Door mijn inschattingsfout kwam het kindje niet op haar kinderfeestje. Zo stom van mij! En hoewel het al een aantal jaar geleden is, kan ik me daar nu nog rot over voelen.   

TIP 4: Wist je dat er in een schoolklas altijd wel enkele kinderen zijn, die nooit uitgenodigd worden voor een kinderfeestje…? Om te voorkomen dat er op die manier (onbedoeld) kinderen buitengesloten worden, kun je in de plaats van een gewoon kinderfeestje ook eens een ‘klassenfeestje‘ organiseren. Hier vind je een gratis draaiboek om het organiseren van een klassenfeestje extra makkelijk te maken.

TIP 5: Ik ging er zelf trouwens altijd van uit dat wanneer je kind een vriendje of klasgenootje uitnodigt voor zijn/haar kinderfeestje, dat hij/zij dan ook wel een uitnodiging terug kon verwachten. Dat blijkt helaas niet (meer) zo te zijn. (Misschien is dat nog iets van vroeger? Ik weet het niet zo goed…) Dus mocht je dat idee ook nog hebben, dan is het wellicht goed om vooraf al je verwachtingen op dit gebied wat bij te stellen. (Laat me weten wat jouw verwachtingen op dit gebied zijn. Ik lees graag je reactie onder dit bericht.)

Uitnodigingen Ik vind het zelf altijd leuk om kinderen uit te nodigen met een heuse uitnodiging. Zeker voor jonge kinderen is dat echt een happening. Ik maak de uitnodiging meestal gewoon zelf, samen met de jarige. Ik probeer om de uitnodiging een week vóór het feestje in de brievenbus te laten vallen. Een tijdje daarvoor heb ik dan wel al de ouders, van wie het kind uitgenodigd werd, laten weten wat de datum van het feestje zou zijn, zodat ze die datum alvast vrij kunnen houden.

Aantal kinderen meisjes_gooien_ballonnen_omhoogKinderen kunnen zelf nog niet goed bepalen hoeveel kinderen ze kunnen uitnodigen. Het is goed om daar als ouder duidelijk in te zijn. Wij hadden zelf het criterium dat er niet meer kinderen uitgenodigd kunnen worden dan dat er in onze auto(‘s) passen (incl. wijzelf én onze eigen kinderen). Meer dan dat lukt gewoon niet, zeker niet als we een activiteit buitenshuis hadden. (Minder kinderen kan natuurlijk wel.) Ook het aantal stoelen dat rond de eettafel past, kan een criterium zijn. Uiteraard ben je helemaal vrij in het bepalen van het maximum aantal kinderen dat er op het feestje komt.

Broertjes & Zusjes Wij vinden het zelf altijd gezellig als broer en/of zus van de jarige ook bij het feestje aanwezig is. Zo kunnen we het feestje als gezin meemaken. Ik kan me echter voorstellen dat dat niet altijd even praktisch is. Soms is een kindje nog te jong om deel te nemen of heeft het nog veel verzorging nodig en kom je daardoor handen te kort tijdens het feestje (denk aan luiers verschonen, dutje doen ed.). Ook kan een kind het zelf écht niet leuk vinden om bij het feestje van zijn/haar broer of zus aanwezig te zijn. Dan kun je er natuurlijk voor kiezen om je andere kind(eren) vlak voor het feestje naar opa, oma, een vriendje of vriendinnetje (etc.) te brengen.

TIP 6: Uitnodigen: Jonge kinderen zijn vaak geneigd om al vrij snel tegen andere kinderen te zeggen ‘jij mag op mijn feestje komen’, terwijl er nog helemaal geen sprake is van een feestje. Dat kan dus al maanden of weken zijn voordat het kind jarig is… Meestal is het ook zo dat niet iedereen, tegen wie je kind dat zegt, daadwerkelijk zal/kan komen (bijv. omdat de groep dan veel te groot zou worden). Leg je kind daarom goed uit dat het dit niet zo maar tegen andere kinderen kan zeggen. Voor sommige kinderen is dat soms nog best een opgave.

TIP 7: Wat ik ook vaker hoor, is dat jonge kinderen onderling tegen elkaar zeggen: ‘als je dat en dat niet voor me doet (of als je niet doet wat ik wil), dan mag je niet op m’n feestje komen’. Het feestje wordt dan ingezet als een soort chantagemiddel. Dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn. Leg je kind uit dat ook dat niet leuk is om tegen een ander kindje te zeggen.

(4) Wat ga je eten tijdens het kinderfeestje? frietenEen onderdeel dat je tijdens het feestje vaak terug ziet komen, is natuurlijk het uitblazen van de kaarsjes. Het is leuk om dan een taart, cake of gebakjes te hebben, waar de kaarsjes op kunnen staan. Je kunt de taart, cake of het gebak zelf maken of kopen in de winkel. Ook op dit gebied is alles goed.

Je kunt het gebak dat je maakt / koopt aanpassen in het thema van het kinderfeestje en/of je kunt je kind laten kiezen wat hij/zij graag zou willen eten.

TIP 8: Als je frietjes gaat eten, is het leuk om de frietjes eens niet op borden, maar direct op de tafel te leggen (bijv. op aluminiumfolie). Datzelfde doe je met de sauzen. De kinderen mogen met hun handen én direct van de tafel eten. Dat doen ze niet iedere dag! Mooie bonus: je hoeft na het eten geen bordjes en bestek af te wassen.

TIP 9: Realiseer je dat er tijdens een kinderfeestje altijd wel een kindje is dat iets niet zo lekker vindt of niet wil eten. Het ene kind maakt dat duidelijker kenbaar dan het andere. Tijdens een feestje maak ik daar zelf nooit een probleem van. Kinderen willen soms liever niet eten, omdat ze het allemaal een beetje spannend vinden of omdat ze niet zo goed weten wat ze kunnen verwachten. Als kinderen iets niet mogen eten (bijv. voedselallergie), dan zullen ouders je dat doorgaans vooraf wel duidelijk doorgeven. Uiteraard is dat ook iets dat je vooraf aan de ouders kunt vragen.

TIP 10: Ga tijdens het feestje altijd even lekker naar buiten met de kinderen. Dat kun je in de vorm van een speurtocht of activiteit doen, maar ook verstoppertje, tikkertje of ‘Schipper, mag ik overvaren?’ zijn leuke, eenvoudige activiteiten om even wat energie kwijt te raken. Ben je op zoek naar activiteiten die je binnen kunt doen? Klik dan hier voor een artikel met handige ideeën en leuke inspiratie; onderaan het artikel vind je zelfs een lijst met activiteiten voor binnen.

Tot zover mijn tips. Nu ben ik natuurlijk heel benieuwd welke tips uit dit artikel je gaat gebruiken (of hebt gebruikt). Dat mag je me zeker nog laten weten.

Heb je zelf nog handige, praktische tips voor het organiseren van een kinderfeestje?  Laat me die dan onder dit bericht weten.

Ik wens jullie alvast heel veel voorpret bij het organiseren van jullie kinderfeestje!


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’. Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_c

Heb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet, Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2021. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook. Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips: – ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips).‘ – ‘10 basistips om je kind of tiener beter naar je te laten luisteren‘ – ‘10 basistips om je baby, kind of tiener lekker te laten slapen.‘ – ‘Sturing & verbinding: Waarom beide aspecten onmisbaar zijn in de opvoeding van jouw kind.Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie. Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

logo_akse_coaching_groot_nieuw

‘Mijn kind kan maar niet aan tafel blijven zitten.’ | In 9 stappen naar meer rust aan tafel.

‘Elke avond is het weer hetzelfde liedje: we zitten aan tafel voor het avondeten en onze dochter loopt om de haverklap weg. De ene keer wil ze even wat speelgoed pakken, de volgende keer ziet ze een pluisje op de grond liggen, dan wil ze even naar de wc. En zo gaat ze steeds weer met een ander smoesje van tafel. Het lijkt voor haar wel onmogelijk om rustig aan tafel te blijven zitten. Dat zorgt niet alleen voor onrust aan tafel, maar ook dat ze niet dooreet. Ze pakt tussendoor wel af en toe een hapje, maar een goede portie krijgt ze op deze manier niet binnen. We vinden het heel storend dat ze maar niet aan tafel blijft zitten. De onrust aan tafel vinden we ook echt niet fijn. En omdat wij ons er zo aan storen en er steeds wat van moeten zeggen, is het ook niet echt gezellig meer aan tafel. Wat kunnen we doen om de rust aan tafel terug te brengen?’

Deze lastige opvoedsituatie herken je misschien wel: je kind wil tijdens het eten maar niet aan tafel blijven zitten. Daardoor heeft je kind niet de rust om goed te eten en is het voor iedereen aan tafel erg onrustig. De gezelligheid is dan vaak ver te zoeken.

Hoe kun je er nou voor zorgen dat je kind wél aan tafel blijft zitten?
Dat gaat je lukken met de volgende 9 stappen. Ik leg ze je hieronder één voor één uit.

(1) Leg uit wat precies de bedoeling is aan tafel.
Hoewel je al (heel) vaak samen aan tafel gegeten hebt, hoeft niet voor iedereen precies duidelijk te zijn wat nou eigenlijk jouw bedoeling is. Daarom is het belangrijk om dat (nóg een keer) duidelijk aan je kind uit te leggen. Geef dan aan wat je van je kind verwacht. Zeg daarbij wat je kind wél kan doen. Zeg dus liever ‘tijdens het eten blijven we allemaal aan tafel zitten’ in plaats van ‘sta nou niet steeds op’. Je bedoelt hier natuurlijk hetzelfde mee, maar voor je kind is het belangrijk om te weten wat het wél kan doen.
Meer uitleg over het gebruik van de woorden ‘nee’ en ‘niet’ lees je hier.

Maak ook een duidelijke afspraak, zodat je kind weet tot wanneer het aan tafel moet blijven zitten. Je kunt bijv. afspreken dat je aan tafel blijft zitten tot dat iedereen klaar is met eten of totdat een bepaalde tijdsduur (bijv. 20 minuten) is verstreken. Pas als iedereen klaar is met eten óf de tijd om is, mag iedereen van tafel.


(2) Geef het goede voorbeeld.
De afspraak, die je bij stap 1 hebt gemaakt, geldt niet alleen voor het kind dat – nu nog – vaker van tafel gaat, maar die geldt voor iedereen die aan tafel zit. Het is belangrijk dat iedereen aan tafel zich aan die afspraak houdt. Dat betekent dus ook dat jij als ouder niet even opstaat om iets te pakken. Als er namelijk toch iemand van tafel opstaat, ontstaat er meteen onrust en is de kans groter dat je kind ook weer van tafel gaat.

Bereid daarom de tafel, voordat jullie aan tafel gaan, goed voor. Dan weet je zeker dat alles op tafel staat (bijv. servies, bestek, bekers, sausjes) van wat je nodig hebt voor deze maaltijd.


Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


(3) Stap voor stap langer aan tafel zitten.
Als het avondeten bij jullie thuis nu ong. 15 – 20 minuten duurt, dan kun je van je kind – zeker als je kind jong is – nog niet verwachten dat het die hele periode aan één stuk rustig op zijn stoel blijft zitten. Zorg er dus voor dat het eetmoment niet onnodig lang duurt.
Vanaf een jaar of 4, wanneer kinderen naar school gaan, merk je dat dat steeds beter gaat.

Je kunt je kind wel leren om langer op zijn stoel te blijven zitten. Begin voorzichtig en makkelijk, zodat het goed te doen is voor je kind. Zet een eierwekkertje (of timer op je telefoon) op één minuut en laat je kind één minuut aan één stuk aan tafel zitten. Als die minuut afgelopen is én je kind rustig is blijven zitten, dan mag je kind daarna even lopen. Je kind kan dan even een rondje om de tafel lopen of geef je kind een opdracht om te doen.

Gaat dat een paar dagen goed, dan maak je de intervallen wat langer, zodat je je kind steeds wat langer op z’n stoel zitten. Gaat je kind toch eerder van zijn stoel af, dan zet je je kind terug op zijn stoel en begint de tijd opnieuw te lopen.
Deze stap werkt het beste in combinatie met stap 6. Lees dus vooral nog even verder.


(4) Laat je kind voldoende bewegen.
Zorg dat je kind ’s middags (in de tijd voor het avondeten) even zijn energie kwijt kan. Laat hem buiten spelen, ga samen naar buiten, loop een blokje om, ga een rondje fietsen, ga naar een speeltuin in de buurt of laat samen de hond uit. Vind je het geen weer om naar buiten te gaan, maak dan een ‘beweegparcours’ in je woonkamer, waar je kind lekker kan springen, klauteren, kruipen ed. Dat hoeft allemaal niet lang te duren; vaak is een half uurtje al genoeg. En dat zou je mooi kunnen doen in het half uurtje voordat je gaat koken.

TIP: Laat je kind(eren) bijvoorbeeld ook eens ‘het Grote BewegingsSpel voor Binnen’ spelen.


(5) Zorg dat je kind genoeg slaapt.
Vaak worden kinderen onrustig als ze te weinig of niet goed slapen. Zeker aan het eind van de dag merk je dat ze dan ‘opgedraaid’, druk of extra onrustig zijn. Die onrust vertaalt zich dan o.a. in dat je kind niet rustig aan tafel kan blijven zitten. Je kind heeft het gevoel dat hij steeds moet bewegen. Dus ook het verbeteren van de nachtrust en ervoor zorgen dat je kind voldoende slaap krijgt, zorgen ervoor dat je kind de rust op kan brengen om lang genoeg aan tafel te blijven zitten.
Lees hier 10 basistips om je baby, kind of tiener beter te laten slapen.

(6) Benoem wat je kind goed doet.
Het is belangrijk om je kind steeds te laten merken én te benoemen wat hij goed doet, ook aan tafel. Uiteraard vind je het niet goed of fijn dat je kind steeds van tafel gaat, maar er zijn vast dingen die hij aan tafel wél goed doet. Hij eet bijvoorbeeld netjes met mes en vork, je ziet dat hij zijn aardappels, groente of pasta met smaak opeet, hij helpt zijn zusje met haar eten etc. Ga op zoek naar wat je kind goed doet en benoem dat. Dat is ontzettend belangrijk. Kinderen vinden het fijn om te horen wat ze goed doen en zijn dan eerder geneigd om dat nóg een keer te doen. Zo wordt de kans niet alleen groter dat je kind dat fijne gedrag nog eens laat zien, maar wordt de sfeer aan tafel ook fijner. Vergeet daarin ook de andere kinderen aan tafel niet. Ook zij moeten van jou horen wat ze goed doen.
Lees ook m’n artikel over waarom het belangrijk is om je kind positieve aandacht te geven.

(7) Maak het gezellig aan tafel.
Het is belangrijk dat het gezellig is aan tafel. Als kinderen merken dat het fijn is aan tafel, dan zullen ze er graag deel van willen uitmaken. Vandaar dat het belangrijk is dat het eetmoment een fijn moment is samen. Je kunt het eetmoment gebruiken om samen bij te praten, de dag door te nemen ed. Je kunt ook samen plannen maken voor jullie eerstvolgende vakantie, weekendje weg, uitstapje of verjaardagsfeestje. Zoek een onderwerp uit waar jullie samen graag over praten en laat iedereen deel uitmaken van het gesprek.

TIP: Gebruik ook eens m’n 100 Kletskaartjes om aan tafel samen de dag door te nemen.


(8) Negeer vervelend gedrag aan tafel.
Als je stappen 1 t/m 7 allemaal consequent en met overtuiging toepast, dan is het het beste om vervelend of negatief gedrag van je tafelgenoten te negeren. En negeren is dus er helemaal niet op te reageren; niet verbaal én niet non-verbaal. Dat doe je dus ook met je kind dat steeds van tafel gaat. Je laat het dus eigenlijk gebeuren. Dat doe je in de overtuiging dat je kind wel aan tafel komt als het daar maar leuk en gezellig genoeg is. Je kind wil er dan graag deel van uitmaken en komt vanzelf terug aan tafel. Negeren werkt overigens alléén als je heel goed oplet wat je kind goed doet én als je het goede gedrag consequent benoemt (zie stap 6).
Klik hier om meer te lezen over het ‘negeren’ van gedrag.

(9) Consequentie voor het opstaan en van tafel gaan.
Ondanks alle afspraken en voorbereidingen kan het natuurlijk toch voorkomen dat je kind de afspraak eens vergeet, zich vergist of gaat uitproberen wat er gebeurt als hij zich niet aan de afspraak houdt. Kortom, je kind zal toch nog wel eens van tafel gaan. Daarbij heb je nu al een tijd (ong. 2-3 weken) zijn vervelende gedrag genegeerd. Maar je merkt dat je kind nu helemaal niet meer uit zichzelf aan tafel komt en daardoor ook te weinig of gevarieerd eet.

Dan zit er niks anders op dan dat je toch een andere strategie gaat toepassen. Stappen 1 t/m 7 blijf je uiteraard toepassen, maar nu laat je stap 8 achterwege. Daarvoor komt stap 9 in de plaats.

Wanneer je kind zich nu niet aan de afspraak (‘we blijven allemaal aan tafel zitten totdat iedereen klaar is met eten’) houdt, dan volgt er een consequentie. Die consequentie geef je je kind, ongeacht de reden dat je kind van tafel gaat. Het is belangrijk dat je kind vooraf weet welke consequentie er volgt wanneer hij toch van tafel gaat.

Consequenties zijn natuurlijk nooit leuk; niet om te geven, niet om te krijgen. Toch is het belangrijk dat je kind leert dat hij zich aan jullie afspraken houdt. Met punten 1 t/m 7 doe je er in principe alles aan om je kind aan tafel te houden én om hem positief te benaderen. Realiseer je dat je kind eigenlijk steeds zelf de keuze maakt om aan tafel te blijven zitten of om toch – tegen beter weten in – van tafel te gaan. Dat gaat niet heel bewust, zeker niet als je kind gewend is om steeds van tafel te kunnen gaan, maar toch heeft hij geleerd dat het kan. Hij moet nu leren dat van tafel gaan echt niet meer kan.

Mogelijke consequenties kunnen in dit geval zijn: zijn stoel een stukje van tafel wegschuiven / omdraaien, in de hoek staan, op een aparte stoel gaan zitten, zijn bord wegzetten etc. Het gaat hierbij natuurlijk niet om de specifieke consequentie, het gaat om de boodschap, die je je kind geeft voordat hij de consequentie krijgt. Voordat je je kind bijv. op die extra stoel zet, leg je nog eens duidelijk (kalm & beheerst) uit waarom je kind daar moet gaan zitten.
Hier lees je meer over het geven van logische consequenties.

Toch nog even dit
Uiteraard is het belangrijk dat het in eerste instantie gewoon gezellig is aan tafel. In het algemeen kun je nl. stellen dat als het gezellig genoeg is aan tafel je kind daar graag deel van willen uitmaken en graag aan tafel blijft zitten. Het liefst wil je daarom ook geen consequenties geven, want zodra er consequenties volgen is het direct niet meer zo gezellig aan tafel. Het heeft in eerste instantie dus niet de voorkeur om consequenties in te zetten, maar soms kan het noodzakelijk zijn om je afspraak op deze manier toch wat ‘kracht’ bij te zetten.


Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!



tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_c




Heb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2021. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.



Voor dit artikel gebruikte Joyce de volgende websites:
– ‘De opvoedkwestie: mijn kind blijft niet aan tafel zitten’. RTL Nieuws. Klik hier.
– ‘Van tafel tijdens het eten: ja of nee?’, Ouders van Nu. Klik hier.


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips).
– ‘Mijn kind eet zo slecht. Moet ik me zorgen maken?’ [Interview met eetexpert drs. Eline de Haan]
– ‘Vind ik niet lekker!’ (Over jouw rol aan tafel en hoe jij er voor kunt zorgen dat je kind beter eet.)
– ‘Sturing & verbinding: Waarom beide aspecten onmisbaar zijn in de opvoeding van jouw kind.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.



© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.



Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

logo_akse_coaching_groot_nieuw