‘Mijn kind kan maar niet aan tafel blijven zitten.’ | In 9 stappen naar meer rust aan tafel.

‘Elke avond is het weer hetzelfde liedje: we zitten aan tafel voor het avondeten en onze dochter loopt om de haverklap weg. De ene keer wil ze even wat speelgoed pakken, de volgende keer ziet ze een pluisje op de grond liggen, dan wil ze even naar de wc. En zo gaat ze steeds weer met een ander smoesje van tafel. Het lijkt voor haar wel onmogelijk om rustig aan tafel te blijven zitten. Dat zorgt niet alleen voor onrust aan tafel, maar ook dat ze niet dooreet. Ze pakt tussendoor wel af en toe een hapje, maar een goede portie krijgt ze op deze manier niet binnen. We vinden het heel storend dat ze maar niet aan tafel blijft zitten. De onrust aan tafel vinden we ook echt niet fijn. En omdat wij ons er zo aan storen en er steeds wat van moeten zeggen, is het ook niet echt gezellig meer aan tafel. Wat kunnen we doen om de rust aan tafel terug te brengen?’

Deze lastige opvoedsituatie herken je misschien wel: je kind wil tijdens het eten maar niet aan tafel blijven zitten. Daardoor heeft je kind niet de rust om goed te eten en is het voor iedereen aan tafel erg onrustig. De gezelligheid is dan vaak ver te zoeken.

Hoe kun je er nou voor zorgen dat je kind wél aan tafel blijft zitten?
Dat gaat je lukken met de volgende 9 stappen. Ik leg ze je hieronder één voor één uit.

(1) Leg uit wat precies de bedoeling is aan tafel.
Hoewel je al (heel) vaak samen aan tafel gegeten hebt, hoeft niet voor iedereen precies duidelijk te zijn wat nou eigenlijk jouw bedoeling is. Daarom is het belangrijk om dat (nóg een keer) duidelijk aan je kind uit te leggen. Geef dan aan wat je van je kind verwacht. Zeg daarbij wat je kind wél kan doen. Zeg dus liever ‘tijdens het eten blijven we allemaal aan tafel zitten’ in plaats van ‘sta nou niet steeds op’. Je bedoelt hier natuurlijk hetzelfde mee, maar voor je kind is het belangrijk om te weten wat het wél kan doen.
Meer uitleg over het gebruik van de woorden ‘nee’ en ‘niet’ lees je hier.

Maak ook een duidelijke afspraak, zodat je kind weet tot wanneer het aan tafel moet blijven zitten. Je kunt bijv. afspreken dat je aan tafel blijft zitten tot dat iedereen klaar is met eten of totdat een bepaalde tijdsduur (bijv. 20 minuten) is verstreken. Pas als iedereen klaar is met eten óf de tijd om is, mag iedereen van tafel.


(2) Geef het goede voorbeeld.
De afspraak, die je bij stap 1 hebt gemaakt, geldt niet alleen voor het kind dat – nu nog – vaker van tafel gaat, maar die geldt voor iedereen die aan tafel zit. Het is belangrijk dat iedereen aan tafel zich aan die afspraak houdt. Dat betekent dus ook dat jullie als ouders niet even opstaan om iets te pakken. Als er namelijk toch iemand van tafel opstaat, ontstaat er meteen onrust en is de kans groter dat je kind ook weer van tafel gaat.

Bereid daarom de tafel, voordat jullie aan tafel gaan, goed voor. Dan weet je zeker dat alles op tafel staat (bijv. servies, bestek, bekers, sausjes) van wat je nodig hebt voor deze maaltijd.


Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


(3) Stap voor stap langer aan tafel zitten.
Als het avondeten bij jullie thuis nu ong. 15 – 20 minuten duurt, dan kun je van je kind – zeker als je kind jong is – nog niet verwachten dat het die hele periode aan één stuk rustig op zijn stoel blijft zitten. Zorg er dus voor dat het eetmoment niet onnodig lang duurt.
Vanaf een jaar of 4, wanneer kinderen naar school gaan, merk je dat dat steeds beter gaat.

Je kunt je kind wel leren om langer op zijn stoel te blijven zitten. Begin voorzichtig en makkelijk, zodat het goed te doen is voor je kind. Zet een eierwekkertje (of timer op je telefoon) op één minuut en laat je kind één minuut aan één stuk aan tafel zitten. Als die minuut afgelopen is én je kind rustig is blijven zitten, dan mag je kind daarna even lopen. Je kind kan dan even een rondje om de tafel lopen of geef je kind een opdracht om te doen.

Gaat dat een paar dagen goed, dan maak je de intervallen wat langer, zodat je je kind steeds wat langer op z’n stoel zitten. Gaat je kind toch eerder van zijn stoel af, dan zet je je kind terug op zijn stoel en begint de tijd opnieuw te lopen.
Deze stap werkt het beste in combinatie met stap 6. Lees dus vooral nog even verder.


(4) Laat je kind voldoende bewegen.
Zorg dat je kind ’s middags (in de tijd voor het avondeten) even zijn energie kwijt kan. Laat hem buiten spelen, ga samen naar buiten, loop een blokje om, ga een rondje fietsen, ga naar een speeltuin in de buurt of laat samen de hond uit. Vind je het geen weer om naar buiten te gaan, maak dan een ‘beweegparcours’ in je woonkamer, waar je kind lekker kan springen, klauteren, kruipen ed. Dat hoeft allemaal niet lang te duren; vaak is een half uurtje al genoeg. En dat zou je mooi kunnen doen in het half uurtje voordat je gaat koken.

TIP: Laat je kind(eren) bijvoorbeeld ook eens ‘het Grote BewegingsSpel voor Binnen’ spelen.


(5) Zorg dat je kind genoeg slaapt.
Vaak worden kinderen onrustig als ze te weinig of niet goed slapen. Zeker aan het eind van de dag merk je dat ze dan ‘opgedraaid’, druk of extra onrustig zijn. Die onrust vertaalt zich dan o.a. in dat je kind niet rustig aan tafel kan blijven zitten. Je kind heeft het gevoel dat hij steeds moet bewegen. Dus ook het verbeteren van de nachtrust en ervoor zorgen dat je kind voldoende slaap krijgt, zorgen ervoor dat je kind de rust op kan brengen om lang genoeg aan tafel te blijven zitten.
Lees hier 10 basistips om je baby, kind of tiener beter te laten slapen.

(6) Benoem wat je kind goed doet.
Het is belangrijk om je kind steeds te laten merken én te benoemen wat hij goed doet, ook aan tafel. Uiteraard vind je het niet goed of fijn dat je kind steeds van tafel gaat, maar er zijn vast dingen die hij aan tafel wél goed doet. Hij eet bijvoorbeeld netjes met mes en vork, je ziet dat hij zijn aardappels, groente of pasta met smaak opeet, hij helpt zijn zusje met haar eten etc. Ga op zoek naar wat je kind goed doet en benoem dat. Dat is ontzettend belangrijk. Kinderen vinden het fijn om te horen wat ze goed doen en zijn dan eerder geneigd om dat nog een keer te doen. Zo wordt de kans niet alleen groter dat je kind dat fijne gedrag nog eens laat zien, maar wordt de sfeer aan tafel ook fijner. Vergeet daarin ook de andere kinderen aan tafel niet. Ook zij moeten van jou horen wat ze goed doen.
Lees ook m’n artikel over waarom het belangrijk is om je kind positieve aandacht te geven.

(7) Maak het gezellig aan tafel.
Het is belangrijk dat het gezellig is aan tafel. Als kinderen merken dat het fijn is aan tafel, dan zullen ze er graag deel van willen uitmaken. Vandaar dat het belangrijk is dat het eetmoment een fijn moment is samen. Je kunt het eetmoment gebruiken om samen bij te praten, de dag door te nemen ed. Je kunt ook samen plannen maken voor jullie eerstvolgende vakantie, weekendje weg, uitstapje of verjaardagsfeestje. Zoek een onderwerp uit waar jullie samen graag over praten en laat iedereen deel uitmaken van het gesprek.

TIP: Gebruik ook eens m’n 100 Kletskaartjes om aan tafel samen de dag door te nemen.


(8) Negeer vervelend gedrag aan tafel.
Als je stappen 1 t/m 7 allemaal consequent en met overtuiging toepast, dan is het het beste om vervelend of negatief gedrag van je tafelgenoten te negeren. En negeren is dus er helemaal niet op te reageren; niet verbaal én niet non-verbaal. Dat doe je dus ook met je kind dat steeds van tafel gaat. Je laat het dus eigenlijk gebeuren. Dat doe je in de overtuiging dat je kind wel aan tafel komt als het daar maar leuk en gezellig genoeg is. Je kind wil er dan graag deel van uitmaken en komt vanzelf terug aan tafel. Negeren werkt overigens alléén als je heel goed oplet wat je kind goed doet én als je het goede gedrag consequent benoemt (zie stap 6).
Klik hier om meer te lezen over het ‘negeren’ van gedrag.

(9) Consequentie voor het opstaan en van tafel gaan.
Ondanks alle afspraken en voorbereidingen kan het natuurlijk toch voorkomen dat je kind de afspraak eens vergeet, zich vergist of gaat uitproberen wat er gebeurt als hij zich niet aan de afspraak houdt. Kortom, je kind zal toch nog wel eens van tafel gaan. Daarbij heb je nu al een tijd (ong. 2-3 weken) zijn vervelende gedrag genegeerd. Maar je merkt dat je kind nu helemaal niet meer uit zichzelf aan tafel komt en daardoor ook te weinig of gevarieerd eet.

Dan zit er niks anders op dan dat je toch een andere strategie gaat toepassen. Stappen 1 t/m 7 blijf je uiteraard toepassen, maar nu laat je stap 8 achterwege. Daarvoor komt stap 9 in de plaats.

Wanneer je kind zich nu niet aan de afspraak (‘we blijven allemaal aan tafel zitten totdat iedereen klaar is met eten’) houdt, dan volgt er een consequentie. Die consequentie geef je je kind, ongeacht de reden dat je kind van tafel gaat. Het is belangrijk dat je kind vooraf weet welke consequentie er volgt wanneer hij toch van tafel gaat.

Consequenties zijn natuurlijk nooit leuk; niet om te geven, niet om te krijgen. Toch is het belangrijk dat je kind leert dat hij zich aan jullie afspraken houdt. Met punten 1 t/m 7 doe je er in principe alles aan om je kind aan tafel te houden én om hem positief te benaderen. Realiseer je dat je kind eigenlijk steeds zelf de keuze maakt om aan tafel te blijven zitten of om toch – tegen beter weten in – van tafel te gaan. Dat gaat niet heel bewust, zeker niet als je kind gewend is om steeds van tafel te kunnen gaan, maar toch heeft hij geleerd dat het kan. Hij moet nu leren dat van tafel gaan echt niet meer kan.

Mogelijke consequenties kunnen in dit geval zijn: zijn stoel een stukje van tafel wegschuiven / omdraaien, in de hoek staan, op een aparte stoel gaan zitten, zijn bord wegzetten etc. Het gaat hierbij natuurlijk niet om de specifieke consequentie, het gaat om de boodschap, die je je kind geeft voordat hij de consequentie krijgt. Voordat je je kind bijv. op die extra stoel zet, leg je nog eens duidelijk (kalm & beheerst) uit waarom je kind daar moet gaan zitten.
Hier lees je meer over het geven van logische consequenties.

Toch nog even dit
Uiteraard is het belangrijk dat het in eerste instantie gewoon gezellig is aan tafel. In het algemeen kun je nl. stellen dat als het gezellig genoeg is aan tafel je kind daar graag deel van willen uitmaken en graag aan tafel blijft zitten. Het liefst wil je daarom ook geen consequenties geven, want zodra er consequenties volgen is het direct niet meer zo gezellig aan tafel. Het heeft in eerste instantie dus niet de voorkeur om consequenties in te zetten, maar soms kan het noodzakelijk zijn om je afspraak ‘kracht’ bij te zetten.


Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!



tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_c




Heb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2021. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.



Voor dit artikel gebruikte Joyce de volgende websites:
– ‘De opvoedkwestie: mijn kind blijft niet aan tafel zitten’. RTL Nieuws. Klik hier.
– ‘Van tafel tijdens het eten: ja of nee?’, Ouders van Nu. Klik hier.


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips).
– ‘Mijn kind eet zo slecht. Moet ik me zorgen maken?’ [Interview met eetexpert drs. Eline de Haan]
– ‘Vind ik niet lekker!’ (Over jouw rol aan tafel en hoe jij er voor kunt zorgen dat je kind beter eet.)
– ‘Sturing & verbinding: Waarom beide aspecten onmisbaar zijn in de opvoeding van jouw kind.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.



© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.



Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

logo_akse_coaching_groot_nieuw

‘Mijn kind is vaker bang. Heeft het nu een angststoornis?’ Interview met angstexpert dr. Ellin Simon.

Alle kinderen zijn wel eens bang; jouw kind of leerling vast ook. Denk maar eens aan die ene keer dat je zoon schrok van een hond of spin. Of toen het buiten onweerde en je dochter schrok van de harde knallen. Of misschien vindt je zoon het wel heel spannend om in een donkere kamer te slapen. Of vindt één van je leerlingen het superspannend om een spreekbeurt te houden; door al die ogen die op hem gericht zijn, wordt hij steevast ontzettend bibberig. Zelfs baby’s kunnen angstig zijn, bijvoorbeeld omdat jij als ouder even uit het zicht verdwijnt. Allemaal situaties, die je waarschijnlijk wel zult herkennen en die niet meteen heel zorgwekkend hoeven te zijn.

Gevoelens van angst komen bij iedereen voor en zijn dus eigenlijk heel normaal. Toch zijn er kinderen of leerlingen die té angstig zijn. Dan durven ze bijvoorbeeld niet meer op bezoek bij iemand die een hond heeft of durven ze niet meer naar school als ze hun spreekbeurt moeten houden. Als je merkt dat de angst van jouw kind of leerling groter is dan die van anderen, dan is het goed om er iets aan te doen. Maar wanneer is een angst eigenlijk te groot? En wát kun je dan het beste doen?

Dat heb ik allemaal gevraagd aan onderzoeker dr. Ellin Simon. Zij is expert op het gebied van angst bij kinderen. Je leest haar antwoorden op mijn vragen in dit artikel.


Je bent expert op het gebied van angst bij kinderen en jongeren. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan?
‘Ik wilde graag promoveren op een onderwerp, waarbij ik kinderen op psychologisch vlak kon helpen. Min of meer toevallig kwam ik uit bij het thema ‘angst’. Dat thema sprak me wel meteen heel erg aan. Ik ben me in het thema ‘angst’ gaan verdiepen en ik vind het nog steeds een fascinerend onderwerp. Het is één van de eerste stoornissen, die zich kan voordoen in de ontwikkeling van kinderen. Maar dat is nog niet alles, want het lijkt vaak ook nog een poort te zijn naar andere stoornissen, zoals depressie en middelenmisbruik. We weten ook dat kinderen, die angstig zijn, op latere leeftijd een grotere kans hebben om depressief te worden of middelen te misbruiken. Het is dus belangrijk om er vroeg bij te zijn.

Mijn fascinatie voor dit thema zit ‘m er vooral in dat de emotie, die bij angst past, voornamelijk naar binnen gericht is. Bij angstige kinderen zie je bijvoorbeeld dat ze geremd kunnen zijn, dat ze zich veel zorgen maken, dat ze veel analyseren en daar dan ook een angstig gevoel bij hebben. Die gevoelens en gedachten zijn nog best lastig op te merken voor buitenstaanders; ook voor ouders kan dit lastig zijn. Het is voor ons als onderzoekers dan ook belangrijk om na te denken over hoe je angstige kinderen vroegtijdig te pakken krijgt. Als je er namelijk op tijd bij bent, kun je ervoor zorgen dat het niet erger of chronisch wordt en dat het zich niet uitbreidt naar andere angsten of problematieken.

Bij ons project ‘Leer te durven’ gaan we met kinderen aan de slag, die zelf aangeven dat ze ergens bang voor zijn. Dat is een evidence-based project. Voorheen zagen we de kinderen dan vooral face-to-face, nu hebben we ook een online variant. We zien op dit moment al sterke effecten van de behandeling. We zien dat het een positief effect heeft op het angstniveau van het kind (het angstniveau wordt lager), we zien dat kinderen minder vermijdingsgedrag vertonen en minder negatieve gedachten hebben. Al met al zijn de eerste resultaten dus heel veelbelovend. (Dit zijn de eerste resultaten van dit onderzoeksproject, maar op het moment van het interview zijn die nog niet gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift. Dat komt nog.).’

dr. Ellin Simon is ontwikkelingspsycholoog en Universitair Docent ‘Klinische Kinder- en Jeugdpsychologie’ aan de Open Universiteit. Samen met prof. dr. Susan Bögels bracht zij de face-to-face variant van ‘Leer te Durven!’ uit (verkrijgbaar in de boekenwinkel) en onderzoekt momenteel de online variant van dit trainingsprogramma voor angstige kinderen (8 t/m 13 jaar).

Het onderzoek Leer te durven loopt nog tot in 2022.
Kinderen van 8 t/m 13 jaar kunnen zich nog steeds aanmelden om aan het project deel te nemen.
Klik hier om meer over dit project te lezen; je leest dan ook hoe je je kind er evt. voor kunt aanmelden.
…………………………………………..

Wat is ‘angst’ of een angststoornis bij kinderen precies? Hoe kunnen ouders of leerkrachten angst bij kinderen herkennen?
‘Angst is eigenlijk een gezonde emotie. Iedereen heeft angst nodig. Zonder angst kom je namelijk in de problemen, omdat je dan niet goed genoeg op dreigende signalen kunt reageren. Als je te weinig angst ervaart, kun je roekeloos of gewetenloos worden en dat is niet gezond. Je hebt dus echt een bepaalde mate van angst nodig om goed te kunnen functioneren.

In iedere fase van je ontwikkeling heb je een andere ‘soort’ angst, die op de voorgrond staat. Bij baby’s is dat bijvoorbeeld scheidingsangst. Het is heel normaal wanneer baby’s daar een bepaalde periode meer last van hebben. Op die leeftijd zien we dat als een functionele angst. Als je 10 jaar bent, is dat echter niet meer het geval en kan scheidingsangst zorgwekkender zijn.

Daarom is het belangrijk om de angst van een kind te vergelijken met de mate van angst, die je bij leeftijdsgenoten ziet. Je ziet dan goed of de mate van angst bij een kind hoger is dan je op basis van zijn of haar leeftijd mag verwachten.

Je kunt de mate van angst zien als een continuüm; die varieert van geen angst tot extreme angst. Angst kan grofweg in drie gradaties voorkomen: (1) geen angst, (2) normale angst, (3) hoge niveaus van angst.

Bij kinderen, die een extreme mate van angst hebben, kun je zeggen dat ze een angststoornis hebben. Vaak hebben kinderen met een angststoornis ernstigere en langdurigere symptomen dan andere kinderen. Je ziet dat de kwaliteit van hun dagelijks leven erg wordt gehinderd. Dat kan bijvoorbeeld invloed hebben op hoe het op school gaat, in de contacten met vriendjes of hoe ze zich lichamelijk voelen. Kinderen met een angststoornis vertonen veel vermijdingsgedrag; ze gaan bepaalde situaties uit de weg, die ze eigenlijk niet uit de weg zouden moeten gaan. Vooral als kinderen hoge niveaus van angst hebben, is het belangrijk om in te grijpen om zo grotere problemen te voorkomen.

Ik zal als voorbeeld de angst voor honden uitsplitsen voor de verschillende angstgradaties die er zijn.

Normale angst voor honden: Het is geen probleem om een bepaalde voorzichtigheid te hebben als je bij een hond bent. Iedereen heeft wel een bepaalde mate van alertheid voor honden. Je bekijkt of je de hond kunt vertrouwen. Als je ziet dat het een blije hond is, dan is het goed. Zo niet, dan houd je wat meer afstand.
Overmatige / abnormale angst: als de mate van angst voor honden groter is, dan zie je dat een kind zich verschuilt achter de ouder of dat het stokstijf stil staat als er toevallig een hond langskomt.
Angststoornis / -diagnose: bij de hoogste mate van angst zie je dat de angst grotere gevolgen heeft voor het kind. Het kind gaat bijvoorbeeld niet meer bij een vriendje spelen omdat die een hond heeft. Als je naar school loopt, wil je kind een bepaalde straat niet inlopen, omdat het bang is dat het daar weer een hond tegenkomt; je kind loopt dan liever een paar straten om om maar niet die hond tegen te komen. Dat vermijdingsgedrag hindert je kind in zijn dagelijkse leven. De ernst van de angst en de gevolgen ervan zijn veel heftiger. Je kind besluit bijvoorbeeld om niet alleen niet meer naar een vriendje te gaan, maar het gaat ook niet meer bij oma op bezoek, omdat ze een hond heeft. Je kind houdt steeds rekening met het wel / niet tegen kunnen komen van honden. Het gevoel van het kind is dan een heel intense emotie.
Geen angst: Er zijn ook kinderen, die absoluut geen angst kennen. In het geval van honden zouden ze dan bijv. bij iedere hond hun gezicht dicht in de buurt van de bek houden. Dat zou dan weer erg roekeloos zijn.

Iedere angstreactie – zowel een normale angstreactie als de angststoornis – bestaat uit 4 componenten:
1) Het bevat een gevoel, emotie en angstervaring. Dat zijn componenten, die als het ware in de angst zelf zitten.
2) Er is sprake van vermijdingsgedrag: de angstige situatie wordt vermeden waardoor de angst minder vaak voorkomt (bijv. het kind vermijdt de hond).
3) Er treedt een fysieke reactie op (bijv. er komt adrenaline vrij, de hartslag gaat omhoog).
4) Je gaat erover nadenken (bijv. over de angst of angstige situatie, piekeren).

Bij een angststoornis zijn deze componenten heel sterk aanwezig. En natuurlijk zie je bij verschillende mensen individuele verschillen in de mate, waarin deze 4 componenten aanwezig zijn. Ook zijn er verschillen in de aanwezigheid van deze componenten tussen verschillende soorten angst. Volwassenen hebben daarbij nog eens een uitgebreider, verfijnder repertoire om op een angst te reageren of om ermee om te gaan dan kinderen.’

Hoe ‘ontstaat’ angst eigenlijk?
Er zijn een aantal manieren waarop angsten of angststoornissen kunnen ontstaan. Ik zal er 4 uitleggen:

  1. Genetisch erfelijkheid: Het gaat dan om specifieke aspecten van het temperament van een persoon, zoals geremdheid.
  2. Reactie van ouders: Een geremd temperament van kinderen kan extra versterkt worden als een kind heel erg beschermd wordt door zijn ouders (overbescherming). Wanneer een kind te veel wordt beschermd, dan leert het kind niet om op een goede manier om te gaan met spannende situaties. Door de overbeschermende reactie van de ouders krijgt het kind zelfs juist het idee dat de situatie daadwerkelijk angstwekkend is. Een dergelijke overbeschermende reactie van ouders bevestigt het gevoel van het kind alleen maar: ‘ik ben zelf niet sterk genoeg om met die situatie om te gaan.’ Kortom, dergelijke reacties van ouders kunnen het angstige, geremde temperament van het kind versterken of verergeren.
  3. Een specifieke gebeurtenis: Als een kind iets heeft meegemaakt (bijv. het is gebeten door een hond), dan is die gebeurtenis een trigger om overmatig angstig te worden.
  4. Model-leren: Kinderen leren door te kijken naar hun ouders en hoe ouders met situaties omgaan. Ze zien hun ouders als rolmodel. Als ouders een overmatige angstreactie geven op een bepaalde situatie, dan is de kans groter dat het kind ook sneller die angstreactie geeft.’

Vanaf welke leeftijd kun je een angststoornis bij kinderen laten onderzoeken / vaststellen?
‘Op iedere leeftijd kunnen kinderen bang zijn. Vanaf een jaar of 4 jaar zou je voorzichtig een diagnose kunnen gaan stellen. Voor die tijd is een kind nog zo kneedbaar en beïnvloedbaar, dat je dan meestal nog geen diagnose gaat stellen. Je kunt op jonge leeftijd overigens wel vaststellen dat een baby wel / geen geremd temperament heeft. We weten dat baby’s met een geremd temperament een grotere kans hebben om later (in de kindertijd of op latere leeftijd) een angststoornis te ontwikkelen, mn. sociale angst.’

Waar wordt angst bij kinderen wel eens mee verward?
‘Angst wordt wel eens verward met een depressie. Er bestaat ook best wat overlap in de symptomen, die je ziet bij angst en depressie. Bijv. als een kind een negatieve stemming heeft en het daardoor geen zin heeft om bij een vriendje te gaan spelen, kan het aangeven dat het niet wil gaan omdat ‘het vriendje een hond heeft’. Je denkt dan wellicht eerder dat het kind bang is voor die hond dan dat het een negatieve stemming heeft. Zowel angst als depressie zijn beide internaliserende (naar binnen gerichte) probleemgedragingen of stoornissen; kinderen trekken zich terug in zichzelf. Soms is het dan ook niet noodzakelijk om een te strikt onderscheid te maken tussen angst en depressie.

Sommige angstige kinderen kunnen ook heel driftig worden. Dat is niet typisch gedrag voor angst, maar het komt in enkele gevallen wel voor. Als kinderen met angst driftig gedrag laten zien, dan kan juist dat gedrag het moeilijker maken om de diagnose ‘angst’ te stellen.

Van kinderen met autisme weten we dat zo’n 40% ook een angststoornis heeft. Dat wordt vaak over het hoofd gezien. Deze kinderen reageren dan anders in een bepaalde situatie, wat vervolgens geschaard wordt onder de brede noemer ‘autisme’. Het is echter juist goed om ook bij deze kinderen naar de angstcomponenten te kijken. Als je namelijk weet waar het kind precies bang voor is, kun je het beter en gerichter helpen. Angst is namelijk relatief makkelijk te behandelen. Het kind krijgt door die behandeling een mooie succeservaring en kan zo meer vertrouwen opbouwen voor andere therapieën of behandelingen.’

Alle kinderen zijn wel eens bang. Zou je angstige gevoelens bij kinderen eigenlijk al serieus moeten nemen?
‘Als de angst van een kind niet past bij zijn leeftijd of ontwikkelingsfase, dan is het goed om die angst serieus te nemen. Meestal gaat het vanzelf wel over, omdat een kind zelf een manier vindt om ermee om te gaan. Alleen, als het te lang duurt of als het echt erger is dan bij andere kinderen, dan is het goed om er wel iets aan doen. Doe je dat niet, dan wordt de angst namelijk alleen maar erger en dan versterkt de angst zichzelf. Uit onderzoek blijkt ook dat het niet behandelen van angst de chroniciteit van angst versterkt.’

Kunnen kinderen hun angstige gevoelens verdoezelen, waardoor het lastig wordt om het te herkennen voor ouders of leerkrachten?
‘Aangezien angst een emotie is, die vooral naar binnen gericht is (internaliseren), kan het lastig zijn om de angst te herkennen. Angstige kinderen zijn over het algemeen gevoeliger voor de mening van anderen, ze zijn eerder geremd, wat kan betekenen dat ze hun ouders niet met hun angst willen belasten of dat ze het idee hebben dat het toch geen zin heeft om het te vertellen. Als kinderen moedeloos worden of zich hulpeloos voelen door hun angst, dan kan dat effect hebben op hun stemming. Voor het kind kan het lastig zijn om zijn angst te uiten of onder woorden te brengen. Vandaar dat het voor ons als onderzoekers belangrijk is om goed na te denken over hoe je angst goed kunt opsporen en het kind er vervolgens mee kunt helpen. Als een kind er niet over praat, is de kans natuurlijk groter dat er niks aan gedaan wordt en dat de angst vervolgens alleen maar erger wordt. Het kind kan dan ander gedrag gaan vertonen om de angstgevoelens toch onder de aandacht te brengen. Het kind uit dan niet de angst, maar geeft met ander gedrag aan ‘ik ben in nood, ik kom er niet alleen uit’.

Het is goed om de angst, die je ervaart, aan te pakken en om ermee bezig te zijn. Het is goed om erover na te denken en om je omgeving te laten weten dat je ermee bezig bent. Het is het allerbelangrijkste dat de omgeving weet dat het kind ermee worstelt.’

Welke mythe bestaan er over angsten bij kinderen en welke zou je het liefst meteen willen ontkrachten?
‘De belangrijkste mythe, die er over angst bestaat, is het idee ‘Het gaat wel weer over.’ Als je namelijk wél aandacht voor de angst hebt, dan kun je het leven van een kind heel positief beïnvloeden. Je haalt de angst en de bijbehorende problemen weg. Wat je aangeleerd hebt tijdens een behandeling is iets dat iedereen kan gebruiken. Je kunt die informatie en vaardigheden ook gebruiken om om te gaan met andersoortige problemen. Daardoor geef je je kind juist een mooie bagage mee.’

Als ouders of leerkrachten het vermoeden hebben, dat hun kind of leerling (te) angstig is: wat kunnen ze dan doen? Welke stappen kunnen ze dan ondernemen?
‘Het belangrijkste voor het kind is dat de angst naar buiten komt. Laat je kind of leerling merken dat het erover kan praten. Dan kun je vervolgens beter inschatten of de angst tijdelijk is of juist heel ernstig. Daarna kun je inschatten of je er iets aan moet doen of dat het niet nodig is.

Als er inderdaad sprake blijkt te zijn van grotere angst, dan zijn er best wat leuke, laagdrempelige trainingen voorhanden (o.a. Leer te durven; voor kinderen van 8 jaar t/m 13 jaar), die je kind kan volgen. Door zo’n training leert je kind om beter op zichzelf te reflecteren. Het is ook goed als een kind zelf meedoet aan een training. De leeftijdscategorie 8 t/m 13 jaar is de leeftijd waarop angststoornissen zich het vaakst ontwikkelen.

Verder bestaan er online preventieve trainingen. Op de website van de Angst/dwang/fobie stichting staan leuke spelletjes voor kinderen met angst. Kijk maar eens op Angst of Fobie of Bibbers.nl. Indien je kind echt een ernstige angststoornis heeft, dan is het belangrijk om een specialistische angsttherapeut te raadplegen.’

Er bestaan ook veel leuke (prenten)boeken om samen met je kind te lezen over het thema ‘angst’ of ‘bang zijn’. Hier volgen enkele voorbeelden:
• ‘Suus en het grauwe stadje’ (Wendy van Groeninge)
• ‘Bang mannetje’ (Mathilde Stein?)
• ‘Gevoelens – Bang: Waar ben je bang voor en wat kun je eraan doen? (Jane Bingham)
• ‘Kikker is bang’ (Max Velthuijs)

Boekentips voor ouders om over ‘angsten bij kinderen’ te lezen:
– ‘Monsters onder het bed’ (P. Muris)’
– Werkboek ‘Leer te durven’ (E. Simon & S. Bögels)


Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig. Klik hier.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’. Je leest er hier meer over.




Heb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

joyce_rosegrijs_staand_c

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse


Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2021. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.


Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.



Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘Wist jij dit al over opvoeding en ouderschap…?‘ Uitgebreide interviews met toonaangevende experts.
– ‘Mijn kind voelt zich vaak zo somber en neerslachtig. Dat zal toch geen depressie zijn?
[ Interview met depressie-expert dr. Denise Bodden ]
– ‘Heeft mijn kind autisme of niet? Wat je er als ouder en leerkracht over moet weten.
[ Interview met orthopedagoge drs. Stephanie Voncken – Spierts ]
– ‘Hoe verbeter je het zelfvertrouwen van je kind?‘ (Over: 4 ingrediënten voor een gezonde dosis zelfvertrouwen.)
– ‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.



© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

logo_akse_coaching_groot_nieuw

Hoe zorg je ervoor dat je kind zich thuis goed concentreert tijdens zijn huiswerk?

Hij is er weer: de lockdown! En dat betekent dat we weer met frisse moed gaan proberen om ons eigen werk te doen op het moment dat onze kinderen hun schoolwerk moeten maken. Nou, ga er maar aanstaan. We hebben tijdens de eerste lockdown gemerkt dat dat nog niet zo makkelijk was… Want hoe doe je dat eigenlijk: hoe zorg je ervoor dat je kind zich goed kan concentreren op zijn eigen schoolwerk, dat hij zich langere tijd aan één stuk met hetzelfde kan bezighouden, zonder dat jij steeds in je eigen werk wordt onderbroken…? Als het namelijk lukt om je kind(eren) zich goed te laten concentreren en dat hij jou niet steeds onderbreekt, dan is dat niet alleen fijn voor je kind(eren), maar dat verhoogt ook meteen jouw productiviteit. En beide aspecten willen we de komende tijd natuurlijk dolgraag bereiken.

Ik kreeg in de afgelopen tijd al vaker vragen van ouders over dit specifieke thema, dus een uitgelezen kans om er een artikel over te schrijven. In dit artikel geef ik je handige, praktische tips om de komende lockdown – samen met je kind(eren) – productief te werken.

1. Maak duidelijke afspraken & een planning
Leg duidelijk aan je kind(eren) uit dat het de bedoeling is dat ze hun schoolwerk gaan maken én dat jij gaat werken. Maak een duidelijke dagindeling, zodat je kind(eren) nog beter weten waar ze aan toe zijn. Die indeling kan iedere dag hetzelfde zijn. Wel zo duidelijk voor je kind(eren), en daar houden ze van!
Klik hier om een duidelijke dagindeling (voor je kinderen) te downloaden.

Dat betekent dat je kind(eren)op sommige momenten echt even alleen gaan werken; leg dat duidelijk uit. Hoe ouder je kind is, hoe beter je kind dat ook daadwerkelijk (alleen) kan. Voor jongere kinderen is dat een stuk lastiger; zij hebben jou echt nodig om op te starten, om te lezen wat de opdrachten precies zijn enz. Ondersteun je kind(eren)daar in. Hoe beter je je kind(eren)op weg helpt, hoe langer jij daarna zelf kunt werken. Dus: eerst investeren in je kind(eren), dan pluk jij er daarna de vruchten van.
Uiteraard zullen je kind(eren) ook wel eens vragen hebben wanneer ze met hun werk bezig zijn. Dat is helemaal niet erg; dat gebeurt in de klas natuurlijk ook en dan heeft de leerkracht daar in principe tijd voor (maar ook niet altijd). Hoe je met vragen en onderbrekingen van je kind(eren) omgaat, lees je verderop in dit artikel.

Het is praktisch gezien handig om je eigen werkplek in de buurt van die van je kind(eren) te hebben. Dat scheelt o.a. dat je steeds naar je kind(eren) toe moet lopen, waardoor de onderbrekingen extra groot worden en jouw frustratie steeds verder oploopt. Dus pak je laptop en ga gezellig naast je kind(eren) aan de keukentafel zitten. Op die manier krijg je meer het idee van ‘samen werken’ / ‘samen aan de slag zijn’, wat jouw kind(eren) nog meer kan stimuleren om lekker door te werken.
Wil je meer weten over hoe je je kind(eren) zo goed mogelijk aan jullie nieuwe dagindeling / schema houdt? Lees dan ook m’n artikel ‘Zo wordt schoolwerk kinderspel!‘.

2. Afwisseling van taken.
Zorg dat je kind(eren) naast het serieuze schoolwerk ook andere activiteiten heeft. Op school wordt nl. ook niet alleen maar stil op een stoel gezeten en serieus nagedacht. 😉 Dat werk wordt o.a. afgewisseld met een pauze, buiten spelen, een tussendoortje of lunch eten, gymmen en ga zo maar door. Dat kun je thuis ook doen. Laat jonge kinderen na een half uurtje serieus werken even iets anders doen; oudere kinderen kunnen na 45-60 minuten even een pauze inlassen. Kijk goed waar jouw kind(eren) behoefte aan hebben en waar het het beste door werkt. Dat kan uiteraard per dag wat verschillen. Dit is dus echt maatwerk…

Vooral naar buiten gaan om te wandelen of buiten te spelen of gewoon even een klusje doen, is een handige onderbreking. Je kind(eren) gaan dan echt even iets anders doen en kan zich daarna weer beter concentreren op zijn schoolwerk. Een kwartiertje pauze is doorgaans voldoende.

Tijdens de 1e lockdown zaten we regelmatig samen aan de keukentafel te werken.

3. Je kind onderbreekt je (alweer…).
Het zal tijdens het ‘samen werken’ vaker voorkomen dat je kind je even onderbreekt. Hij kan namelijk even niet verder, het lukt hem niet, hij heeft een vraag of hij is klaar met zijn werk. Dat kan voor jou best vervelend zijn; misschien zit je net een belangrijke tekst of mail te lezen (of te schrijven) of heb je een opdracht die je echt het liefst aan één stuk af wil maken en moet je – voor je gevoel – na die onderbreking weer helemaal opnieuw beginnen. Om dit te voorkomen, is het belangrijk om duidelijk met je kind(eren) af te spreken wat ze kunnen doen als ze jou nodig hebben. Je kunt gaan werken met een ‘stoplicht’; daar werken ze op scholen vaak ook mee. De kleuren rood, oranje en groen van het stoplicht staan voor een code, waardoor kinderen weten wat ze dan wel / niet mogen doen. Dit stoplicht zou je thuis natuurlijk ook kunnen invoeren.
Schrik niet, want je hoeft nu echt niet meteen een stoplicht te gaan knutselen. Als je een vel papier, duploblokje of een ander voorwerp in de kleuren van het stoplicht bij jouw werkplek neerlegt, dan begrijpt je kind ook wel in welke ‘fase’ van het stoplicht je zit.

Dit betekenen de kleuren van het stoplicht (op school):
Rood: Je kind(eren) werken stil en alleen. Ze mogen niemand storen of helpen. Jij bent nu niet beschikbaar. Zorg dat deze fase steeds maar van korte duur is (max. 15 min. per keer) en dat het slechts enkele keren (max. 2x per dag) voorkomt.
Geel / oranje: Je kind(eren) werken rustig en stellen vragen aan iemand in zijn buurt (bijv. aan een oudere broer of zus). Ze fluisteren of praten zachtjes als ze een vraag stellen of als ze een ander helpen. Jij bent bij oranje dus ook nog niet beschikbaar. Ook fase oranje is uiteraard maar van korte duur (max. 15 min. per keer) en kan maar enkele keren (max. 2x per dag) ingezet worden; zeker bij jonge kinderen.
Groen: Je kind(eren) werken rustig en stellen vragen aan iemand in zijn buurt of aan jou als ouder. Ze praten zachtjes of fluisteren als ze een vraag stellen of als ze een ander helpen. Jij bent als ouder nu wél gewoon beschikbaar. Zorg dat het stoplicht tijdens jullie werkzaamheden de langste / meeste tijd ‘op groen staat’.

Leg deze indeling heel duidelijk uit aan je kind(eren). Alleen als je kind(eren) weten wat precies de bedoeling is, dan kunnen ze zich er ook goed aan houden.

Heb je meer dan één kind, die nu thuis aan zijn schoolwerk moet werken? Spreek dan voor deze situaties duidelijk af dat degene, die het eerst een vraag heeft of het eerst bij jou is, het eerst zijn vraag mag stellen. De ander moet dan gewoon even wachten. Ook dat komt in de klas op school namelijk gewoon voor (en is een héél belangrijke vaardigheid om te leren).

Extra tips bij oranje / geel:
(1) Laat je kind(eren) per dag 1x een ‘hulplijn’ bellen. Denk maar eens aan opa of oma (of iemand anders), die je kind(eren) waarschijnlijk best graag wil helpen. Bijkomend voordeel: zo hebben opa of oma en je kind(eren) tijdens de lockdown weer even elkaars stem gehoord of elkaars gezicht gezien.
(2) Mocht het nou toch eens voorkomen dat je één van je kinderen echt een heel dringende vraag heeft en jou – ondanks alle afspraken – echt even moet onderbreken? Spreek dan met je kind af dat hij in zo’n geval niet meteen tegen je begint te praten, maar dat hij rustig naar je toekomt en rustig zijn hand op jouw arm legt. Dan weet jij dat je kind iets aan je wil vragen, maar je kunt wel nog heel even afmaken waar je mee bezig bent. Zodra je dat (binnen heel korte tijd) af hebt, kun je je tot je kind wenden. Spreek af dat dit echt alleen voor noodgevallen is en alleen als het stoplicht op oranje / geel staat (bij rood mag dit dus nog steeds niet).
Ook deze aanpak zul je vooraf duidelijk aan je kind moeten uitleggen en misschien even samen moeten oefenen, zodat je zeker weet dat je kind het begrijpt en tijdens jullie werk kan toepassen.

Om deze indeling thuis goed toe te passen, is het belangrijk dat je goed kijkt naar de aard van je eigen werkzaamheden. (Daarover hieronder meer.) Zorg dat je na elke (korte) periode van rood of oranje altijd een langere groene periode inlast, waarin je beschikbaar bent voor je kind(eren).

Wat ook belangrijk is, is dat je kind(eren) van jou hoort dat hij goed bezig is. Laat je kind(eren) weten dat ze zich goed aan het nieuwe systeem / schema houden, dat je ziet dat ze moeite doen om zich eraan te houden, dat ze goed gewacht hebben en/of dat ze zo goed zelfstandig gewerkt hebben. Het is belangrijk dat je kind(eren) van jou horen wat ze goed doen (liefst zo snel mogelijk nadat ze iets goed gedaan hebben). Dat maakt de kans namelijk veel groter dat ze het erna opnieuw of zelfs vaker zullen gaan doen. En wie ontvangt er nou niet graag een complimentje…? 😉 Zeker doen dus!

MAAR: deze aanpak staat of valt bij hoe goed jíj je er zelf aan kunt houden. Als je je bijv. toch laat storen of onderbreken tijdens de rode fase, dan heeft de indeling weinig tot geen effect. Hoe beter jij je aan deze indeling houdt (met daarbij realistisch ingeschat wat jouw kind(eren) aankunnen), hoe beter het zal werken.

4. Verdeel de taken met je partner.
Wanneer je partner en jij allebei thuis moeten werken, is het goed om samen duidelijke afspraken te maken over jullie eigen werk, de begeleiding van de kinderen, het huishouden ed. Je kinderen hebben supervisie nodig van één van jullie en jullie zullen beide momenten hebben waarop je echt even ongestoord wilt werken, omdat je bijv. een (telefonische / online) afspraak of overleg hebt. Dat kun je mooi met elkaar afwisselen. Spreek daarom samen duidelijk af wie er ’s ochtends bij de kinderen is en dan ’s middags ongestoord kan werken; de ander heeft dan de omgekeerde ‘supervisie / dienst’. Dat kan natuurlijk per dag verschillen. Voor de kinderen is het met deze indeling belangrijk om te weten bij wie ze op welk moment terecht kunnen om hun vragen te stellen. Dat kan natuurlijk gewoon de ouder zijn, die op dat moment het dichtst bij is. Maak het voor iedereen zo makkelijk en duidelijk mogelijk.

5. Pas je eigen werkzaamheden aan
Wat er ook gebeurt op een dag, je zult aan het einde van de dag toch een aantal dingen bereikt moeten / willen hebben. Kijk daarom aan het begin van iedere dag wat je die dag écht gedaan wilt hebben. Doe dat met een zeer kritische blik. Wat moet er die dag echt gedaan worden, wat kan later gedaan worden, wat kan door iemand anders uitgevoerd worden etc.

Gebruik je voor de duidelijkheid naar je kind(eren) toe het stoplicht (zoals hierboven beschreven), dan kun je je werkzaamheden ook indelen aan de hand van die kleuren. Zodra het stoplicht op rood staat, kun jij een kwartiertje ongestoord werken. Staat het stoplicht op groen, dan kun je ieder moment gestoord worden en doe je werkzaamheden, waarbij onderbrekingen niet zo erg zijn.

Kijk ook eens kritisch naar de indeling van je eigen werkdag en wat je daar de komende tijd evt. aan kunt aanpassen. Wellicht is het mogelijk om je werkdag vroeger te beginnen (nog voordat iedereen wakker is) of kun je ’s avonds – wanneer je kinderen in bed liggen – nog een aantal belangrijke dingen, waar je je echt voor moet concentreren, doen. Probeer je eigen werkdag dus flexibel in te delen.

6. Realistische verwachtingen
Jonge kinderen hebben nou eenmaal nog niet zo’n lange aandachtspanne en kunnen zich dus ook nog niet zo lang – aan één stuk – concentreren of zich met één ding bezighouden. Uiteraard verschilt dat van kind tot kind. Verder is dit een geheel nieuwe manier van werken voor jullie thuis. Niemand is echt gewend om op deze manier tegelijkertijd aan iets te werken. Dit is dan ook niet een aanpak die je je zomaar in één dag eigen maakt. En het betekent ook niet dat – wanneer de aanpak na 1-2 dagen bij jou thuis nog niet goed genoeg werkt – je het weer over een andere boeg moet gooien. Geef het daarom een langere tijd de kans om te kunnen slagen. Geef jou én je kinderen de kans om hier aan te wennen en dan zul je zien dat het steeds beter gaat.

Tot zover mijn tips voor jou en je gezin. Ik wens jullie samen een productieve lockdown toe!

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_c

Heb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse


Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl


© 2021. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.


Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘Zo wordt schoolwerk kinderspel! [incl. GRATIS downloads]’
– ‘Omgaan met stress | 5 praktische tips om je stressgevoel aan te pakken.
– ‘Hoe kom je deze Corona-tijd op een positieve manier door…? Speciaal voor ouders en opvoeders.’
– ‘Je kind en het coronavirus: Hoe praat je samen over alle veranderingen?
– ‘Leuke, eenvoudige activiteiten voor in huis: Inspiratie voor jou en je kind
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

Gebruikte literatuur / artikelen voor dit artikel:
– ‘Zelfstandig werken met een stappenplan en stoplicht‘ (Juffrouw Femke).


© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

logo_akse_coaching_groot_nieuw

Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

De mooiste winter- en kerstfilms voor kinderen | Meer dan 25 titels.

Als gezin kijken we zelf graag naar films samen. Natuurlijk doen we dat niet iedere dag, maar regelmatig komt er weer een film voorbij die we graag samen willen kijken. En mama en papa kijken de kinderfilms gewoon mee. Gezellig met z’n allen, lekker knus en gezellig, samen op de bank. Zeker nu het buiten koud of guur is.

Speciaal voor ouders, die er ook van houden om samen met hun kinderen films te kijken, heb ik nu een mooie lijst voor je samengesteld. Hieronder vind je eerst een lijstje met films waarbij ‘winter & sneeuw’ belangrijke thema’s zijn. Daarna volgt een lijstje met films, die te maken hebben met kerst & de feestdagen. (Sommige films kunnen trouwens ook wel in beide categorieën vallen.) Ze staan in volgorde van ‘adviesleeftijd’.

EXTRA: Ik heb het leeftijdsadvies voor deze films voor je opgezocht en achter de filmtitel vermeld. Uiteraard mag je altijd zelf de afweging maken of de betreffende film wel of niet geschikt is voor jouw kind. 

Laat me hieronder weten welke kerst- of winterfilm jouw / jullie favoriet is. Mocht er trouwens nog een mooie kerst- of winterfilm aan deze lijstjes ontbreken, zet ze dan vooral onder dit artikel. 

Ik wens je alvast heel veel kijkplezier!

Vriendelijke groeten,
Joyce Akse

Films met Winter & Sneeuw als belangrijk thema:
1. De Gruffalo (deel 1) & Het kind van de Gruffalo (deel 2) – Alle leeftijden.
2. Bob de Bouwer Winterspecial – Alle leeftijden
3. Snoopy en de Peanuts film – Alle leeftijden.
4. De Reddertjes – Alle leeftijden.
5. De Prins en de Bedelknaap (Disney) – Alle leeftijden.
6. Frozen (deel 1 & 2) – Adviesleeftijd: 6 jaar.
7. Ice Age (deel 1 t/m 5) – Adviesleeftijd: 6 jaar.
8. Dolfje Weerwolfje – Adviesleeftijd: 6 jaar.
9. Brother Bear (Disney) – Adviesleeftijd: 6 jaar.
10. Paddington (deel 1 en 2) – Adviesleeftijd: 6 jaar.
11. Sjakie en de Chocoladefabriek – Adviesleeftijd: 6 jaar.
12. Annie – Adviesleeftijd: 6 jaar.
13. De Kronieken van Narnia | De leeuw, de heks en de kleerkast. – Adviesleeftijd: 12 jaar.
14. De Notenkraker (The Nutkracker and the four realms). – Adviesleeftijd: 12 jaar.

Denk ook eens aan Disneyfilms als ‘Belle & het Beest’ of ‘Mulan’. Als tekenfilm zijn ze geschikt voor alle leeftijden; als ‘life action movie’ worden ze geadviseerd voor 12 jaar en ouder. 

 


Natuurlijk kun je tegenwoordig via Netflix, Videoland of Ziggo heel veel films kijken en veel ervan zijn ook nog gratis. Maar wist je al dat je via de bibliotheek ook heel veel films kunt lenen? Dat is vooral heel handig voor de wat oudere films.



Films met ‘Kerst & Feestdagen’ als hoofdthema:

1. De Sneeuwman (deel 1) & De Sneeuwman en de Sneeuwhond (deel 2) – Alle leeftijden.
2. Kerstverhalen van Mickey en zijn vriendjes (Disney) – Alle leeftijden.
3. Het Kerstfeest van Mickey – Alle leeftijden.
4. The Polar Express – Alle leeftijden
5. Miracle on 34th Street – Alle leeftijden.
6. Home Alone – Alle leeftijden.
7. Niko en de Vliegende Brigade – Adviesleeftijd: 6 jaar.
8. De Ster – Adviesleeftijd: 6 jaar.
9. Ice Age Christmas Special – Adviesleeftijd: 6 jaar.
10. De Grinch (Illumination; 2019) – Adviesleeftijd: 6 jaar.
11. A Christmas Carol (Disney; 2019) – Adviesleeftijd: 9 jaar.


=> Welke film kijk jij het liefst? Welke is jouw favoriet? Of welke film is de eerstvolgende die je gaat kijken? Laat het me hieronder weten.

——————————————————-
Wil je meer weten over Joyce Akse?
Wil je graag haar OpvoedTips lezen, speciaal voor ouders van kinderen tussen 0-16 jaar?
Misschien wil je zelfs abonnee worden van haar GRATIS E-zine?
Dat kan! Klik op de betreffende links om verder te lezen.

Kerst 2020: Apart van elkaar, maar toch samen!

Deze kerst zal anders zijn dan alle andere. We hebben tijdens de laatste persconferentie gehoord dat er met de kerst geen versoepelingen komen en dat we tijdens de kerstdagen maar 3 personen (per dag) thuis mogen ontvangen. En dat zal voor velen anders zijn dan voorgaande jaren. Door deze beperkende factor merk je misschien wel dat je helemaal geen zin hebt in deze kerst, misschien zie je er wel ontzettend tegenop. De feestdagen zouden juist een tijd van samen en saamhorigheid moeten zijn en dat lijkt nu helemaal in het water te vallen.

Toch wil ik je in dit artikel laten zien dat je ook deze kerst – met al z’n beperkingen – nog steeds samen kunt vieren. Samen met je naasten, met je dierbaren. Het enige dat je nodig hebt, is (niet kijken naar wat je mist en wat er niet kan, maar) kijken naar wat je wél nog hebt en naar wat er wél nog kan.

Vergeet niet dat deze kerst je altijd zal bijblijven. Deze kerst zal speciaal zijn, bijzonder, apart, uniek. Deze vergeet je nooit meer. En dat geldt ook voor je kinderen, ook zij zullen deze kerst nooit vergeten. Dus waarom zou je er dan niet alles aan doen om er toch een hele mooie kerst van te maken…? Het enige dat je daarvoor nodig hebt, is je eigen flexibiliteit, je creativiteit en je vermogen tot ‘out of the box’ denken.

Er zijn echt een aantal manieren om deze kerst – ondanks alles – bijzonder, speciaal, gezellig, knus en fijn te laten zijn. O.a. door anderen te laten merken dat je aan hen denkt of om toch – weliswaar op afstand – af te spreken. Hoe je dat precies kunt doen, heb ik hieronder voor je op een rij gezet.
Sommige opties liggen misschien voor de hand, andere minder, maar dat maakt ze niet minder speciaal. Lees alle opties met een open blik en laat je inspireren. Je mag onder dit artikel laten weten welke optie jij hebt uitgekozen.

(1) Stuur een kerstkaartje.
De laatste jaren werd het versturen van kerstkaarten steeds minder populair. Er werden eenvoudigweg steeds minder kerstkaarten verstuurd. En dat terwijl het juist zo leuk is om een kerstkaartje te ontvangen!
Zie een kerstkaart als een kleine verrassing, een klein cadeautje op de deurmat. Bezorg de mensen, die je lief zijn, een kleine glimlach vlak voor de kerst, geef ze een teken van leven, laat ze weten dat je hen niet vergeten bent. Een wat uitgebreidere kerstgroet op de kaart zou natuurlijk helemaal geweldig zijn, maar ik realiseer me dat dat soms nog best lastig kan zijn.
Juist dit jaar kan ik me voorstellen dat het ontvangen van een kerstkaartje (of een lieve e-mail) extra fijn is. En of je er nou een extra kerstgroet in schrijft of niet, klim in je pen (of je computer) en stuur – juist dit jaar – weer ouderwets een kerstkaartje.

(2) Bel jouw familie of vriend.
Bel tijdens de kerst even naar dat ene familielid, die je normaalgesproken wel zou zien met kerst, maar die je nu even niet kunt zien. Bel even naar die ene vriend, die je al een tijdje niet gezien hebt of met wie je gewoon graag even wilt praten. Laat even persoonlijk van je horen. Je kunt natuurlijk spontaan bellen op het moment dat het jou uitkomt, maar je kunt ook een afspraak maken, zodat je weet dat de ander dan ook thuis en beschikbaar voor je is. Het is hartstikke fijn om met deze dagen even zijn / haar stem te horen en om – ook al is het maar kort – gewoon even bij te praten.

(3) Spreek toch met elkaar af (maar dan online).
Als je online afspreekt, hoor je elkaar niet alleen, maar zie je elkaar ook nog. Dat lijkt toch al heel erg op echt contact. Ik geef toe, dat is het nog steeds niet helemaal, maar het komt wel het dichtste in de buurt van wat er nu mogelijk is.
Op dit moment zijn er zoveel mogelijkheden om elkaar online te spreken én te zien. Denk maar eens aan alle online platforms, die nu voor kleine of grote groepen beschikbaar zijn (bijv. Skype, Teams, Zoom, What’s App, Facebook ed.). De mogelijkheden zijn legio. Je hoeft alleen nog maar voor een goede Wifi-verbinding te zorgen en je online afspraak loopt op rolletjes.

(4) Stuur cadeaus rond.
Stuur cadeautjes naar de personen, die je mist of met wie je (telefonisch / online) hebt afgesproken. Spreek af dat je de cadeaus, die je verstuurd hebt, uitpakt op het moment dat je contact met elkaar hebt. Op die manier kun jij toch even het gezicht zien op het moment dat de ontvanger je cadeau uitpakt. Ook dat kan jullie gevoel van saamhorigheid vergroten en bijdragen aan de feestvreugde.

(5) Een tijd van geven.
Om het kerstgevoel vroeger dan 25 december te laten beginnen (of om het na de kerst nog voort te laten duren), zou je – juist nu – kunnen denken aan anderen. Kerstmis is natuurlijk bij uitstek de tijd van geven! Denk dan vooral aan anderen, die jouw hulp goed kunnen gebruiken. Geef bijvoorbeeld lang houdbare voedingsproducten af bij de Voedselbank, doneer kleding en schoenen aan het Leger des Heils, breng speelgoed of spullen, die je zelf niet meer nodig hebt, naar de Kringloopwinkel, zet een aantal boeken in een Minibieb bij jou in de buurt en ga zo maar door. Er zijn zoveel mogelijkheden om anderen blij te maken. En dat geeft jou dan ook weer een heel fijn gevoel!
Vraag één van m’n ‘Adventskalenders Andersom’ aan voor nóg meer ideeën & inspiratie om met een klein gebaar anderen blij te maken (helemaal GRATIS & vrijblijvend).

(6) Doe samen een leuke activiteit.
Denk na over wat je samen met je familie of vrienden – op afstand – kunt doen. Denk aan tegelijkertijd eten, waarbij je vanuit meerdere locaties (tegelijkertijd) ‘met elkaar’ kunt gourmetten, fonduen, uitgebreid brunchen of je laat een heerlijk kerstdiner komen (waardoor je ook nog eens de horeca ondersteunt).
Of denk eens aan een leuk spel dat je tijdens de kerst met anderen (op afstand) kunt doen. Bingo of een clubquiz zijn leuke spellen om dan samen te spelen. Uiteraard vergt dat vooraf wat voorbereiding, maar dat valt in dezen in de categorie ‘voorpret’.
Vraag m’n speciale ‘Adventskalender voor Ouders’ aan, waarin je allerlei leuke, gezellige activiteiten vindt, die je de komende 24 dagen samen met je kind(eren) kunt doen (helemaal GRATIS & vrijblijvend).

(7) Dé kerst voor jouw gezin
Juist dit jaar zou het een kerst kunnen worden, die je bij uitstek met je eigen gezin kunt vieren. Het kan een kerst worden, waarin jullie quality time met elkaar als gezin kunnen hebben. Wat dat betreft kun je deze kerst ook als een geweldige kans zien! Je kunt samen onder de kerstboom zitten, genieten van elkaar, van de cadeautjes, van de blije snoetjes van je kinderen. Bedenk vooraf welke mooie kerstfilm jullie samen willen gaan kijken, welk gezelschapsspel jullie willen gaan spelen, wat jullie willen eten, welke wandeling (of misschien wel welke thema-speurtocht) jullie gaan doen en ga zo maar door. Maak het speciaal door het dit jaar thuis anders dan anders te doen, door samen nieuwe tradities te maken. Dan zullen je kinderen deze kerst nooit meer vergeten!

(8) Kijk ‘kerst vieren’ af bij anderen
Kijk eens om je heen hoe anderen kerst vieren en laat je daardoor inspireren. Je hoeft het niet direct bij je buren af te kijken, maar denk eens aan het ‘kerst vieren’ in het buitenland. Zo zorgen de Denen ervoor dat de kersttijd helemaal ‘hygge’ is, in Noorwegen verstoppen ze hun bezems en dweilen (zodat kwade geesten er niet mee aan de haal gaan) en geven ze elkaar in IJsland een boek, waar ze het liefst op kerstavond in gaan lezen. Of volg een Amerikaanse traditie door een ‘KerstBox’ samen te stellen; zoek een mooie tas of koffer uit en doe daar voor je kind(eren) een nieuwe pyjama in, voeg er een mooie DVD (kerstfilm), een zak popcorn en een pak chocomel aan toe (en alles wat je er zelf nog bij vindt passen) en je heerlijke kerstfilmavond kan beginnen!

(9) Vergeet je kinderen niet.
Niet alleen jij, maar ook je kinderen hebben kerst. Betrek hen dus ook in je plannen. Wat vinden je kinderen leuk? Met wie, van jullie familie of vrienden, zouden zij graag willen afspreken tijdens de kerstdagen? Wie willen zij graag zien en spreken? Wat zouden ze graag met jullie willen doen? Vraag het ze. Ze zullen vast met hele leuke ideeën komen. Hun ideeën zullen niet allemaal te realiseren zijn, maar wellicht – met een beetje fantasie en creativiteit – kom je toch al een heel eind.

(11) Verwachtingen over je kinderen.
Je hoeft niet van je kinderen te verwachten dat ze de hele tijd netjes bij het (telefonische of online) gesprek aanwezig zijn. Een heel gesprek kan echt te lang zijn voor kinderen. Zeker voor jonge kinderen is dat bijzonder lastig. Kinderen willen het liefst met hun (nieuwe) speelgoed of cadeaus spelen. En geef ze eens ongelijk… 😉 Ze mogen dus zeker meekijken tijdens het gesprek, zolang als ze willen, maar accepteer dat ze op een gegeven moment graag hun eigen plan trekken en willen gaan doen waar ze goed in zijn: spelen!

(12) Je kinderen kijken naar jou.
Realiseer je dat je kinderen het kerstgevoel niet krijgen door allerlei grote kerstcadeaus in ontvangst te nemen, maar wel door de sfeer die in huis hangt en hoe iedereen op elkaar reageert. Als jij als ouder uitstraalt dat je het een vervelende kerst vindt, dat je er eigenlijk helemaal geen zin in hebt, dan wordt de kerst ook navenant. Als je uitstraalt dat je er het beste van probeert te maken en je er een fijne kerst van probeert te maken, dan wordt de kerst al een stuk positiever. Voor iedereen. Probeer juist daarom – voor je kinderen – heel flexibel en creatief te zijn en maak er – samen met je hele gezin – een hele mooie kerst van. Het wordt in ieder geval een kerst, die ons allemaal zal bijblijven en één die we niet snel zullen vergeten. Maak er daarom een hele fijne en gezellige kerst van!

Ik hoop van harte dat ik je met deze tips heb kunnen inspireren om deze kerst tot een onvergetelijke te maken.
Let’s make it a december to remember.

Ik wens jou en iedereen, die je lief is, een hele fijne kerst.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse


Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl | Klik hier voor meer GRATIS OpvoedTips.

Bang voor Sinterklaas | Hoe je je kind toch van het Sinterklaasfeest laat genieten.

Sommige kinderen kunnen niet echt van het Sinterklaasfeest genieten. Ze zijn stiekem een beetje bang voor Sinterklaas of voor de Pieten die overal en nergens kunnen zijn. Ze worden onrustig van de spanning van het schoen zetten (zouden de Pieten er wel wat in doen?), ze vragen zich af of ze wel lief genoeg zijn geweest en ga zo maar door. In die kleine koppies gaat in de Sinterklaasperiode van alles om. Ze vragen zich van alles af en maken zich soms echt wel zorgen.
Is jouw kind ook wel eens bang tijdens de Sinterklaasperiode? Als je wil, mag je me onder dit artikel laten weten waar jouw kind precies bang voor is.

Die ‘kinderzorgen’ kunnen zich uiten in plotselinge veranderingen van gedrag. Denk maar eens aan…
– Slechter slapen (slechter in slaap vallen of ’s nachts vaker wakker worden)
– Minder eetlust (je kind eet slechter)
– Je kind heeft lichamelijke klachten (denk aan hoofdpijn of buikpijn).
– Je kind gedraagt zich drukker dan anders.
– Je kind heeft een korter lontje, is sneller geïrriteerd of zelfs agressief.
– Je kind begint weer met bedplassen, terwijl hij voorheen ’s nachts zindelijk was.
– Je kind kan zich minder goed concentreren en let minder goed op op school.

Die ‘regressie’ of terugval op het gebied van slapen, eten of zindelijkheid wordt in deze periode regelmatig bij jonge kinderen gezien. Ouders herkennen dat vaak ook en kunnen zich natuurlijk zorgen maken over hun kind.

Als ouder ben je misschien wel bang dat je kind vanaf nu weer langere tijd slecht zal slapen, slecht zal eten of iedere nacht in zijn bed zal plassen. Dat is geen fijne gedachte. Ter geruststelling: als je op een goede manier met het plots veranderende gedrag van je kind omgaat, dan zie je dat het na de Sinterklaasperiode (of misschien al wel tijdens) weer teruggaat naar hoe het ervóór was. Hoe je dat voor elkaar krijgt, lees je hieronder.

1. Gun je kind herkenbaarheid, regelmaat & structuur.
In de Sinterklaasperiode zijn er ineens allerlei dingen die normaalgesproken niet gebeuren. Denk maar eens aan het schoen zetten, een dagelijkse aflevering van het Sinterklaasjournaal, cadeautjes uitzoeken, op school staat ook veel in het teken van Sinterklaas, je kunt boeken lezen over Sinterklaas, als je in het dorp rondloopt zie je overal versieringen van Sinterklaas en zijn Pieten, je kunt op bezoek bij Sinterklaas of misschien komt hij wel op bezoek bij jou thuis en ga zo maar door. Dat is nogal wat. En het ene kind gaat daar beter mee om dan het andere. Dat is op zich ook niet erg. Alle kinderen zijn nou eenmaal anders.

Als je merkt dat jouw kind het Sinterklaasfeest best spannend vindt, dan is het belangrijk om zoveel mogelijk jullie eigen, vaste dagstructuur aan te houden. Een dagstructuur klinkt misschien heel star en strikt, maar ongemerkt heeft ieder gezin zijn eigen dagstructuur.

Enkele voorbeelden, die je misschien wel herkent van bij jou thuis:
Eetstructuur: je begint met een ontbijt, dan een tussendoortje, dan je lunch, dan evt. weer een tussendoortje en dan je avondeten.
Activiteiten: ’s Ochtends gaat je kind naar de opvang, peuterspeelzaal of school en ’s middags is je kind thuis. ’s Middags kan je kind lekker thuis spelen, afspreken met vriendjes of samen spelen met jou.
Slapen: Je kind doet ’s middags een dutje. ’s Avonds na het avondeten of na het Sinterklaasjournaal gaat je kind naar bed.
Bedritueel: Je kind gaat naar de wc, poetst zijn tanden, gaat douchen / wast zich, doet zijn pyjama aan, je leest hem een verhaaltje voor, je doet het licht uit en je kind gaat lekker slapen.
Zwemles / hobby’s: je kind heeft op een vaste dag in de week zwemles of een andere activiteit.

Probeer deze structuren / volgordes tijdens de Sinterklaasperiode zo goed mogelijk vast te houden. Dat geeft je kind een gevoel van vertrouwen en veiligheid. Die basis is heel belangrijk voor je kind. Als die basis namelijk goed zit, kan je kind beter omgaan met veranderingen en nieuwe situaties.

Laat je kind in deze periode ook niet onnodig laat naar bed gaan. Het fijnste is om juist nu steeds dezelfde bedtijden aan te houden en je vast te houden aan jullie eigen bedritueel. Dat zorgt er – zeker nu – voor dat je kind lekker en voldoende kan slapen. Ook dat zorgt er voor dat je kind goed uitgerust is en op een fijne(re) manier met alle gebeurtenissen rondom Sinterklaas kan omgaan.

2. Bereid je kind voor op wat er gaat gebeuren.
Zoals ik hierboven al aangaf, gebeuren er nu – naast jullie vaste activiteiten – ook nieuwe dingen. Je kind mag bijv. zijn schoen zetten of op bezoek gaan bij Sinterklaas. Het is goed om je kind voor te bereiden op wat er komen gaat. Leg je kind goed uit wat hij van die activiteit kan verwachten en wat hij dan wel/niet kan doen. Dat geeft je kind duidelijkheid. Die duidelijkheid zorgt weer voor een stukje rust bij je kind.

EXTRA TIP: Wat goed kan helpen bij het voorbereiden op al die nieuwe activiteiten of situaties is het ophangen van een aftelkalender. Daarmee telt je kind tijdens de hele Sinterklaasperiode af naar Pakjesavond. Hij doet dat door iedere dag een kruisje te zetten. Op sommige dagen staat er een extra plaatje, waardoor je kind ziet wanneer hij zijn schoen mag zetten of bij Sinterklaas op bezoek gaat etc. Zo ziet je kind heel duidelijk wanneer wat staat te gebeuren. Die duidelijkheid vinden kinderen heel fijn. Het geeft ze meer grip op de situatie.

GRATIS Sinterklaas Aftelkalender
Je kunt m’n vrolijke Sinterklaas Aftelkalender GRATIS bij me aanvragen. Stuur een mailtje naar info@aksecoaching.nl. Zet in het onderwerp van je e-mail ‘Sinterklaas Aftelkalender’; in de e-mail zelf zet je de naam / namen van je kind(eren). De rest volgt dan vanzelf.
Klik hier voor meer informatie over m’n Sinterklaas Aftelkalender.

————————————————————–

3. Neem je kind serieus.
Hoe jong je kind ook is, zijn gevoelens en emoties zijn echt. Neem die dus serieus. Ik hoor wel eens dat ouders in dergelijke situaties de angst van hun kind wegwuiven; ze zeggen dat hun kind zich aanstelt of om (negatieve) aandacht vraagt, maar dat is vaak helemaal niet het geval. Soms hebben kinderen nou eenmaal angsten, waar wij ons als volwassenen maar weinig bij kunnen voorstellen (lees hier over magisch denken). Zo ook voor Sinterklaas of zijn Pieten.

Het maakt eigenlijk niet uit waar je kind precies bang voor is*, feit is dat hij bang is. En die angst moet je als ouder echt serieus nemen.

Voorbeeld 1: Bang voor Sinterklaas
Als je kind het niet fijn vindt om Sinterklaas een handje te geven of om bij hem op schoot te gaan zitten, dan laat je dat achterwege. Het is prima om op een afstandje naar Sinterklaas te kijken. Je mag de grens op zich wel een klein beetje oprekken (bijv. op de arm bij mama een stukje dichterbij Sinterklaas gaan staan), maar probeer goed aan te voelen wanneer het echt te spannend wordt voor je kind. Je mag zijn grens dus wel iets oprekken, maar voorkom dat je je kind gaat dwingen om iets te doen wat hij echt niet fijn vindt. Dan maak je zijn angst of ongemak – onbedoeld – namelijk alleen maar groter.

Voorbeeld 2: Bang voor de Pieten op het dak of in huis.
Als je kind het erg spannend vindt dat de Pieten op het dak lopen of zomaar in huis komen, leg hem dan uit dat de Pieten dat alleen doen om schoenen te vullen. Ze gaan niet door het huis lopen of bij kindjes in de slaapkamer kijken. Daar hebben ze het echt veel te druk voor. En op andere momenten komen ze echt niet binnen; daar hebben ze ook helemaal geen tijd voor, want dan zijn ze natuurlijk bij andere kindjes. 😉
Vindt je kind het ondanks je uitleg toch nog te spannend? Laat je kind dan zijn schoen zetten op een plek die hij zelf fijn vindt (bijv. bij de voordeur of in de garage).
Probeer ook te voorkomen dat je het thuis te veel hebt over ‘luisterpieten’, die op iedere moment van de dag naar binnen kunnen kijken of horen wat je kind zegt. Dat kan namelijk voor onnodig ongemak bij je kind zorgen. Het is het fijnste voor je kind als hij lekker kan spelen en foutjes mag maken, zonder dat hij zich zorgen moet maken of de Pieten hem nu wel / niet in de gaten houden. Je kunt dit onderdeel van het Sinterklaasverhaal voor jouw kind dus gewoon helemaal achterwege laten.

* Voor het omgaan met angst maakt het niet echt uit waar je kind nou precies bang voor is. De aanpak is grosso modo hetzelfde. Voor jou als ouder is het natuurlijk wel goed om duidelijk te krijgen waar jóuw kind precies bang voor is. Doe dat door er over een rustig moment samen met je kind over te praten.


Joyce’ Opvoedcoaching
Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


4. Maak je kind niet onnodig bang.
Zorg ervoor dat je kind een goed gevoel heeft over Sinterklaas en zijn Pieten. Het zijn lieve mensen, die kinderen graag cadeautjes en snoepgoed geven.

Voorkom dat je je kind onnodig bang maakt door allerlei spookverhalen te vertellen over stoute kinderen die de roe krijgen of in de zak mee naar Spanje moeten. Dat maakt de angst van je kind alleen maar groter. Geef dat ook door aan andere volwassenen, die misschien graag zulke verhalen vertellen. Laat zulke opmerkingen – ook als ze als grapje bedoeld zijn – dus gewoon achterwege.

Doe in de plaats daarvan leuke dingen met je kind. Er zijn nl. vele leuke activiteiten, die je rondom het Sinterklaasfeest kunt doen, zonder dat je je kind daar bang mee maakt. Laat je kind mooie tekeningen maken of een kleurplaat inkleuren voor Sinterklaas, zing samen vrolijke Sinterklaasliedjes, laat je kind zich verkleden als Sinterklaas of Piet, lees leuke prentenboeken over Sinterklaas en zijn Pieten of kijk een grappige Sinterklaasfilm. Zoek iets uit wat jouw kind leuk vindt. Door juist die leuke activiteiten met je kind te doen, thuis in zijn vertrouwde omgeving, merkt je kind dat het Sinterklaasfeest ook hele leuke kanten heeft. Daardoor zie je je kind er ook steeds meer van genieten.

Een andere leuke activiteit om samen met je zoon / dochter te doen, is m’n Sinterklaas Speurtocht. Deze kun je gewoon bij jou in de buurt doen. Tijdens de wandeling zoeken jullie naar allerlei leuke dingen. Door buiten actief bezig te zijn, kan je kind zich lekker ontspannen. En heb je bij jullie ene wandeling niet alles gevonden, dan doe je ‘m over een tijdje nog een keer. Superleuk voor het hele gezin!
Je leest hier meer over de Sinterklaas Speurtocht.

=> Tot zover mijn 4 tips om ervoor te zorgen dat ook jouw kind een fijn Sinterklaasfeest beleeft. Laat me hieronder weten met welke tip(s) jij het eerste aan de slag gaat.

Ik wens jou en je gezin een hele fijne Sinterklaasperiode toe!

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_c

Heb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse


Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl


© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘De magie van Sinterklaas – Waarom je kind in Sinterklaas gelooft (of de kerstman, de paashaas, sprookjes…)’
– ‘Ik zat urenlang te denken, wat ik mijn kind nu weer zou schenken…‘ [ De 4-cadeautjesregel ]
– ‘Pakjesstress in de drukke Decembermaand‘ [Joyce te gast bij L1mburg Centraal]
– ‘Een surprise maken: Broodnodige inspiratie voor de last-minute knutselaars.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.



© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

logo_akse_coaching_groot_nieuw

Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Zo maak je je opvoeding echt leuker en makkelijker! [ FREE PRINTABLES ]

Op deze pagina vind je leuke, handige formulieren, die je thuis heel makkelijker kunt inzetten en gebruiken. Denk maar aan aftelkalenders, stickerkaarten, checklists of speurtochten voor het gezin. Met deze formulieren maak je het opvoeden nóg leuker en makkelijker! 

Kinderen weten graag waar ze aan toe zijn. Er gebeurt al zoveel om hen heen waar ze gewoon in mee gaan (of moeten). Terwijl ze juist zo van duidelijkheid houden en graag ook een beetje grip op hun eigen leventje willen hebben. Dat geeft hen namelijk een gevoel van veiligheid en vertrouwen.

Zo zijn nieuwe situaties soms best spannend. Een goede voorbereiding is dan het halve werk. Eén van de dingen waar je je kind goed mee kunt helpen én die kinderen ook nog eens hartstikke leuk vinden, is een aftelkalender. Hieronder vind je allerlei leuke aftelkalenders, bijv. aftellen naar je verjaardag, naar de eerste dag naar de peuteropvang of basisschool, naar het einde van het schooljaar of de zomervakantie, naar de eerste schooldag (na de vakantie) en ga zo maar door. 

Daarnaast vind je allerlei andere leuke ‘downloadables’ en ‘printables’, die je GRATIS mag gebruiken.  
=> Denk maar aan een formulier voor een superleuke thema-speurtocht, een dagschema voor als je kind hele dagen thuis is, een adventskalender om anderen blij te maken, een formulier om samen met de hele klas een origineel bedankje tegen aan zijn juffrouw of meester aan het einde van het schooljaar, checklists voor de zindelijkheid van je kindje of je eigen ‘vluchtkoffer‘ voor als je in het ziekenhuis gaat bevallen en nog veel meer…

Ik wens jou en je kind er alvast heel veel plezier mee!!

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse


Speurtochten voor het hele gezin (geheel Coronaproof):
Speurtocht ‘Herfst’ (met 3 niveaus & 4 spelopties).
Speurtocht ‘Halloween’ (met 3 niveaus & 4 spelopties).
Extra tips: Loop de speurtocht overdag of in het donker (neem dan ook een zaklamp mee). Je kunt je evt. verkleden en/of onderweg snoepjes uitdelen aan de deelnemers.
Speurtocht ‘Sinterklaas’ (met 3 niveaus & 4 spelopties).
Loop jij deze speurtocht ook in je mooiste Pieten- / Sinterklaaspak?
Speurtocht ‘Winter’ (met 3 niveaus & 4 spelopties).
Kleed je lekker warm aan – handschoenen aan, muts op, sjaal om – en lopen maar!
Speurtocht ‘Kerst’ (met 3 niveaus & 4 spelopties).
Ga samen op zoek naar allerlei onderwerpen, die te maken hebben met kerst en het kerstverhaal.
Speurtocht ‘Lente’ (met 3 niveaus & 4 spelopties).
Ga samen op zoek naar allerlei onderwerpen, die te maken hebben met de lente en het voorjaar.

Binnenkort vind je hier ook weer nieuwe thema-speurtochten.


Superleuk om SAMEN te doen!
NIEUW 100 Kletskaartjes: Speciaal voor kinderen, die thuis weinig vertellen over school én voor ouders die graag meer willen horen. Met deze Kletskaartjes kom je op een makkelijke én leuke manier meer te weten over wat je kind op school meemaakt. (Speciaal bedoeld voor schoolgaande kinderen; bij voorkeur bovenbouw basisschool of middelbare school.)
SpellenKampioen | Spelletjeswedstrijd voor het hele gezin. Doe samen met het hele gezin – of iedereen die wil – een heuse spellenwedstrijd thuis en ga samen op zoek naar jullie eigen SpellenKampioen. Voor alle leeftijden.
Het Grote Bewegingsspel voor Binnen. Hebben jij of je kind zin om binnen even lekker te bewegen? Dan is het Grote Bewegingsspel voor Binnen echt iets voor jou. Met dit spel kun je namelijk op een speelse, ongedwongen en laagdrempelige manier gaan bewegen. Thuis of in de klas. Dit spel duurt zo lang of kort als je zelf wil.


Abonneer je nu GRATIS op Joyce’ E-zine, boordevol waardevolle OpvoedTips.


Aftelkalenders: Aftellen naar die ene speciale dag! 
Yes, ik mag naar school! (Tel af naar de 1e schooldag van je kind.)
Ik ben bijna jarig! (Tel af naar de verjaardag van jouw kind.)
We gaan op vakantie! (Tel af naar jullie zomervakantie.)
– Voor het eerst naar de kinderopvang / peuterspeelzaal.
– Yes, ik mag gaan logeren!
Ook andere aftelkalenders vind je hier binnenkort.


Structuur & Duidelijkheid:
Dagschema ‘Samen aan de slag’ (Speciaal voor basisschoolleerlingen, die thuis schoolwerk doen).
Dagschema voor jonge kinderen. Zorg ervoor dat je dreumes of peuter een gevarieerde dag heeft (en voorkom o.a. te veel schermtijd).
Lees ook dit artikel voor meer uitleg.


Volg Joyce’ Facebookpagina voor je dagelijkse portie OpvoedInspiratie.

Juffendag & Meesterdag:
Dankjewel juf voor het fijne schooljaar.
Dankjewel meester voor het fijne schooljaar.


Handige checklists:
– Checklist Is je kindje er klaar voor om zindelijk te worden?.
– Checklist ‘Wat moet er in mijn vluchtkoffer?‘ (Zwangerschap & Bevalling). Lees ook dit artikel met extra uitleg.


Tijdelijk even niet beschikbaar:
– M’n vrolijke Sinterklaas Aftelkalender: Tel samen af naar Pakjesavond (en meer)! (tijdelijk niet beschikbaar) | Adventskalender ‘Andersom’ : De tijd van geven. Zet iedere dag een voedingsproduct apart voor de Voedselbank en geef jouw ‘Adventsbox’ nog vóór de kerst af. Mooi om te doen, voor jong & oud. Bekijk ook deze video. (tijdelijk niet beschikbaar) | Adventskalender ‘Andersom’ voor kinderen. Doe iedere dag iets aardigs (een kleine ‘goede daad’) voor een ander. (tijdelijk niet beschikbaar) | Adventskalender voor Ouders: Leef samen met je kind op een relaxte en ontspannen manier toe naar de feestdagen. (tijdelijk niet beschikbaar)


Onder het volgende blok vind je nog méér GRATIS artikelen, e-books ed.


‘Betaal Sociaal’
Je ontvangt deze formulieren helemaal GRATIS. Ik vind het hartstikke fijn om je al deze formulieren zo aan te bieden, zodat jij er op een snelle en makkelijke manier mee aan de slag kunt.
Ik zou het super vinden als je via jouw social media-kanaal (bijv. Facebook, Instagram, Twitter of LinkedIn) zou kunnen laten weten wat je van het formulier vond dat je hier gedownload hebt. Op die manier maken anderen ook kennis met deze formulieren en kunnen ze er wellicht ook eentje downloaden en uitprinten. Zo help je hen om hun opvoeding ook weer net een beetje leuker en makkelijker te maken. Dankjewel alvast!

TIP: Als je me in jouw social media-bericht tagt, dan zie ik jouw berichtje ook voorbijkomen (en kan ik ‘m evt. liken, delen of erop reageren).
—————————————————————————————————————

Waardevolle OpvoedTips (gratis):
– Lees mijn artikelen, boordevol waardevolle én praktische OpvoedTips.
O.a. over (leren) luisteren, eten, slapen en nog veel meer.
– Abonneer je op m’n (gratis) E-zine en ontvang 1x per maand mijn waardevolle OpvoedTips in je mailbox.

E-books over Opvoeden & Ouderschap (gratis):
– E-book ‘Geniet nóg meer van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’
– E-book ‘Eerlijk over opvoeden – 75x OpvoedInspiratie’
– E-book ‘Stop met Schreeuwen’
– Online cursus ‘Stop de strijd aan tafel’
Klik hier voor meer informatie en/of om een e-book aan te vragen.


Op Facebook geef ik je jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie. Neem een kijkje op m’n pagina en klik op de ‘Vind ik leuk’-knop.

Wil je graag meer weten over specifieke thema’s, zoals als ‘leren luisteren’, ‘stoppen met schreeuwen’ of ‘zindelijkheid’?
Dan kan ik je van harte m’n cursus ‘Help, mijn kind luistert niet?!’, m’n cursus ‘Stop met Schreeuwen’ en/of m’n cursus ‘Tijd voor Zindelijkheid’ aanbevelen. Je kunt met alledrie de cursussen zelfstandig thuis aan de slag en ze helemaal in je eigen tijd & tempo volgen.
Klik op de links hierboven voor meer info.

Heb je een opvoedvraag en wil je graag weten of mijn opvoedcoaching iets voor jou kan zijn? Lees dan hier op welke manier ik jou zou kunnen helpen.

Heel veel plezier met het formulier dat je hier downloadde!

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl | 06 – 11 107 102

‘Mijn kind voelt zich vaak zo somber en neerslachtig. Dat zal toch geen depressie zijn?’ [ Interview met depressie-expert dr. Denise Bodden ]

‘Mijn zoon zit het liefst alleen op zijn kamer. Hij luistert dan naar muziek of kijkt op zijn telefoon. Hij gaat gelukkig wel nog naar zijn sportclub; dat vond hij vroeger echt helemaal geweldig, maar ik heb het idee dat dat de laatste tijd niet meer zo van harte gaat. Ook zijn vrienden komen nog maar weinig over de vloer. Het is alsof hij nog maar weinig zin heeft om iets te ondernemen. Als ik vraag of er iets met hem aan de hand is, zegt hij dat er niks is. En als ik doorvraag, krijg ik al snel een grote mond. Misschien is er ook wel niks aan de hand, maar soms maak ik me toch wel een beetje zorgen. Doen alle jongens van zijn leeftijd dit? Zou hij misschien depressief zijn? Ik haal me vast alleen maar van alles in m’n hoofd. Het zal de puberteit wel zijn. Toch…?’

Het is vaak moeilijk voor ouders en leerkrachten om te zien wanneer een kind of jongere last heeft van negatieve of depressieve gevoelens. Het gedrag dat ze laten zien, past ook niet direct bij het standaardbeeld dat we vaak hebben van een depressie. Een depressie bij kinderen en jongeren kan zich namelijk op een andere manier uiten dan bij volwassenen. Ook bestaat de kans dat kinderen en jongeren hun negatieve of depressieve gevoelens verdoezelen, waardoor het extra moeilijk wordt om het goed in te schatten. Vandaar dat het zo belangrijk is om goed te weten wat een depressie precies is, op welke manieren het zich kan uiten bij kinderen en jongeren en hoe je er als ouder en leerkracht op een constructieve manier mee om kunt gaan.

Ik praatte over dit onderwerp met dr. Denise Bodden. Zij doet al jarenlang wetenschappelijk onderzoek naar depressie bij kinderen en jongeren. Daarnaast behandelt ze als psycholoog depressieve jongeren. Zij weet dan ook als geen ander mijn vragen over depressie bij kinderen en jongeren te beantwoorden.

Je bent expert op het gebied van depressie bij kinderen. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan?
‘Ik heb jaren onderzoek gedaan naar allerlei psychische problemen, zoals angst en gedragsproblemen. Een enkele keer zag ik een kind of jongere met een depressie en wat me daarbij opviel was de duidelijke lijdenslast* voor de kinderen. Het is steeds zo heftig voor het kind, het gezin en de omgeving. Daarbij komt ook nog eens het risico op suïcide.
De WHO berekent op basis van onderzoek de ziektelast van diverse lichamelijke en geestelijke ziektes. Depressie staat in de top 4 met de hoogste lijdenslast.

Het viel me op dat er maar weinig onderzoek was naar depressie bij kinderen en jongeren, terwijl dat wel hard nodig is. Er was trouwens wel wat onderzoek gedaan op preventiegebied, maar niet op het gebied van behandeling. Dat wilde ik heel graag gaan doen.

Inmiddels hebben collega’s en ik onderzoek gedaan naar depressie bij jongeren. Ik zal kort uitleggen wat we tot nu toe hebben gevonden:

Cognitieve gedragstherapie (CGT) is de meest gebruikte behandeling bij jongeren met een depressie. We wisten al dat deze therapie werkte bij Amerikaanse jongeren, maar nog niet of het ook zou aanslaan bij Nederlandse jongeren. Daar moest onderzoek naar komen en dat hebben we gedaan, specifiek bij 12 tot 21 jarigen. We zagen dat CGT ook bij Nederlandse jongeren werkte (samen met Yvonne Stikkelbroek).

Dat was niet het enige dat we vonden. We zagen echter ook dat niet iedereen voldoende opknapte na CGT. Vandaar dat we wilden kijken waar jongeren met een depressie nog meer baat bij zouden kunnen hebben. Eén van de mogelijkheden, die we onderzochten, was om de hulp bij depressie laagdrempeliger en toegankelijker te maken. Zo kwamen we uit op een online, blended variant, waarbij deze jongeren face-to-face contact hadden met een hulpverlener én contact hadden via de computer. Dat onderzoek loopt op dit moment nog steeds. Tot nu toe lijkt het er op dat het voor jongeren niet uitmaakt of ze een face-to-face behandeling krijgen of een behandeling via de computer (samen met Sanne Rasing en Yvonne Stikkelbroek).

Verder wilden we graag de cognitieve gedragstherapie bij jongeren verbeteren en nóg effectiever maken. We starten met een preventieonderzoek op middelbare scholen, waarin we 8600 jongeren screenden met een depressievragenlijst. De jongeren, die op basis van die lijst, hoog scoorden, kregen een programma aangeboden met behulp van CGT. Die therapie was in stukjes verdeeld, namelijk in 4 verschillende modules waar ze in 12 sessies mee aan de slag gingen. De modules gingen over (1) cognitieve herstructurering (negatieve gedachtes omzetten naar meer positieve gedachtes), (2) activering (leuke activiteiten gaan doen), (3) ontspanningsoefeningen en (4) probleem oplossen. We wilden weten of het uitmaakte welke module (van 3 sessies) de jongeren precies kregen en in welke volgorde de modules werden aangeboden. We vonden echter geen verschillen na één module en ook niet in de volgorde, waarin we de modules aanboden. We vonden wel dat de 4 modules als geheel – dus ongeacht de volgorde waarin ze aangeboden werden – wel werkte (samen met Marieke van den Heuvel). In vervolgonderzoek willen we graag onderzoeken of we de CGT meer gepersonaliseerd kunnen aanbieden, bijv. door – afhankelijk van het specifieke probleem – bepaalde modules uitgebreider aan te bieden.

Een andere vorm van therapie bij depressie is de Acceptance Commitment Therapy (ACT). Binnen deze therapie wordt op een andere manier naar problemen gekeken. Hulpverleners kijken samen met de jongere naar het leren accepteren (Acceptance) van alle negatieve gedachten en gevoelens, zodat Actie kan worden ondernomen richting (Committed) doelen, in plaats van te proberen deze negatieve gevoelens en gedachten zelf te beheersen of te vermijden. Het is namelijk belangrijk om – ondanks je problemen – toch te proberen om te doen wat je wil doen en om je leven optimaal te beleven. Deze therapie hebben we ontwikkeld voor jongeren (12-21 jaar) met chronische depressie. Dat zijn vaak jongeren met langdurige klachten, die doorgaans al veel behandelingen hebben gehad. Bij hen werkten cognitieve gedragstherapie en/of andere behandelingen niet (voldoende). We gingen onderzoeken wat ze dan nog wel konden doen, o.a. met het aanbieden van ACT.

We hebben nu een pilot gedaan om te kijken of ons idee klopte. We zagen inderdaad dat de depressieklachten afnamen en de kwaliteit van leven toenam. Dat waren alvast hoopgevende resultaten (samen met Denise Matthijssen en Jacquelijne Schraven). We willen dit onderzoek nu uitbreiden naar jongeren in het algemeen en naar jongeren met andere gedragsproblemen; denk bijvoorbeeld aan autisme spectrum stoornis (ASS), ADHD, angst etc.’


Dr. Denise Bodden

Dr. Denise Bodden is universitair docent bij de afdeling Pedagogiek van de Universiteit Utrecht. Zij doet onderzoek naar de (kosten)effectiviteit van preventieve en curatieve behandelingen (o.a. CGT, IPT en ACT), specifiek gericht op angst- en stemmingsstoornissen.
Daarnaast doceert zij op het gebied van effectonderzoek, angststoornissen en depressie. Tevens is zij werkzaam als psycholoog bij Altrecht Kinder en Jeugd (Utrecht).



Hoe ontstaat een depressie bij kinderen eigenlijk?
‘Een depressie ontstaat zowel bij kinderen als bij volwassenen niet door één oorzaak. Doorgaans spelen meerdere factoren een rol, die de kans op het ontstaan van een depressie groter maken. Er zijn meerdere theorieën over hoe een depressie kan ontstaan:

Het cognitieve model (door Aaron T. Beck): Beck zegt dat mensen met een depressie bepaalde vaste denkpatronen (schema’s) hebben. Ze interpreteren gebeurtenissen om hen heen doorgaans op een negatieve manier. Door deze gedachtes, die in diverse situaties terugkomen, kunnen mensen een depressie ontwikkelen.

Attributietheorie: deze theorie verklaart hoe mensen het gedrag van zichzelf en anderen proberen te verklaren en hoe ze oorzaak en gevolg aan elkaar koppelen. (Bijv. bij mensen met een depressie stemming liggen fouten, die ze gemaakt hebben, eerder aan henzelf dan aan anderen.)

Positieve interactie: Mensen, die weinig positieve interactie ervaren met hun omgeving, krijgen minder positieve bevestiging en hebben daardoor een grotere kans om een depressie te ontwikkelen.

Life-events: Mensen, die meer ingrijpende (negatieve) life-events hebben, hebben een grotere kans om een depressie ontwikkelen.

Erfelijkheid: Ook erfelijkheid speelt een rol. Depressies komen vaker in families voor; als je ouders of grootouders depressief waren, dan is de kans groter dat jij het ook kunt krijgen.

Hechting: Kinderen, die niet veilig gehecht zijn aan hun ouders, hebben een grotere kans om een depressie te ontwikkelen.

Opvoeding: Ook de manier van opvoeden kan bijdragen aan een grotere kans op depressie. Denk dan aan minder steunende ouders, kritische ouders, minder responsieve ouders, minder sensitieve ouders. Een opvoedstijl, waarin ouders niet consequent op hun kind reageren, veel psychologische controle uitoefenen, minder warm reageren, slecht of onduidelijk met hun kind communiceren, veel conflicten voorkomen (o.a. tussen ouders onderling, tussen ouder en kind) maken de kans op een depressie bij het kind groter.

Er is dus niet één theorie, die het ontstaan van depressie volledig verklaard. Het is dus niet één op één. Onderzoekers zijn het er dan ook wel over eens dat een combinatie van theorieën het ontstaan van een depressie het beste kan verklaren. Alle theorieën bij elkaar vormen dan ook een mooi, multifactorieel verklaringsmodel.’

Wat is een depressie bij kinderen precies? Hoe kunnen ouders het bij hun kind herkennen? Waarin kan een depressie bij kinderen verschillen van een depressie bij volwassenen?
‘Het belangrijkste dat bij een depressie aanwezig is, is de sombere of prikkelbare stemming. Vooral het gegeven dat een prikkelbare stemming bij een depressie kan horen, is nog vrij onbekend. Prikkelbaarheid komt juist bij jongens meer voor als symptoom van depressie. Prikkelbaarheid uit zich vaak in weinig stress kunnen verdragen. Wat er ook bij hoort, is dat kinderen vaak ineens geen plezier meer beleven aan dingen die ze eerst wel leuk vonden. Dat zie je dan niet alleen thuis, maar ook bij hobby’s en vrienden. Uiteraard spelen de duur en ernst van de klachten ook een belangrijke rol.

Verder komen een aantal (lichamelijke) klachten regelmatig voor bij kinderen (of jongeren) met een depressie. Ze ervaren problemen met (te veel / weinig) eten, slapen en/of moe zijn. Op cognitief gebied zie je dat ze zich meer schuldig of waardeloos voelen, dat ze concentratieproblemen ervaren of dat ze suïcidale gedachten hebben. Qua gedrag kunnen je ook veranderingen opvallen: kinderen kunnen traag of apathisch worden óf ze gedragen zich juist heel onrustig en friemelen veel.

Andere uitingsvormen kunnen nog zijn dat ze meer ruzie en meer (heftige) conflicten hebben. Ze kunnen zich meer terugtrekken, ze spijbelen vaker van school (schoolverzuim). Als je zelf gaat opzoeken waar deze symptomen bij kunnen horen, dan zou je misschien eerder uitkomen bij ADHD of een andere gedragsstoornis. Maar als je dan juist rekening gaat houden met de kernsymptomen, dan maakt dat juist dat je ze als depressief zou kenmerken.

Ouders denken vaak dat het wel overgaat en dat het bij de puberteit hoort. Bij normaal ‘tienergedrag’ kun je jongeren wel afleiden en uit hun negatieve stemming trekken, maar als er echt sprake is van een depressie dan lukt dat bijna niet.

Een depressie kan dus behoorlijk veel uitingsvormen hebben, waardoor het vaak niet herkend wordt. Niet alleen ouders en leerkrachten herkennen het heel moeilijk, ook voor jongeren zelf is het moeilijk.’

Kunnen kinderen hun depressieve / negatieve gevoelens verdoezelen, waardoor het voor hun omgeving lastig wordt om het te herkennen?
‘Kinderen en jongeren kunnen inderdaad hun negatieve gevoelens of hun depressie verdoezelen. Het gaat vaak om leerlingen, die geen problemen veroorzaken op school. Je denkt misschien wel dat ze gewoon wat rustiger zijn. Veel jongeren durven niet te vertellen hoe ze zich echt voelen of willen hun ouders er niet meer lastig vallen. Daardoor wordt het vaak niet door ouders of leerkrachten gezien.

In ons preventieonderzoek onder 8600 jongeren (zie hierboven) zagen we dat veel ouders aangeven dat ze niet weten dat hun kind negatieve of depressieve gevoelens heeft. Zelfs als hun kind suïcidaal is, weten ouders het doorgaans niet. Jongeren schamen zich voor hun negatieve gevoelens of suïcidale gedachten.

We zagen ook dat maar liefst 23% van die grote groep jongeren een verhoogde score had op depressie symptomen. De jongeren met een verhoogde score boden we een behandeling met de 4 CGT-modules aan. Slechts 14% werkten hier aan mee, helaas dus niet iedereen. Dit kan te maken hebben met schaamte. Sommige jongeren wisten wel van zichzelf dat ze die negatieve gevoelens hadden, anderen wisten dat niet. De laatste groep gaf aan dat ze dachten dat hun gevoelens normaal waren, dat het zo hoorde en dat iedereen zich zo voelde. Zij gingen vervolgens toch maar op stap, vooral omdat ze het idee hadden dat dat van hen verwacht werd; maar eigenlijk hadden ze totaal geen zin om mee te gaan.

Het herkennen en signaleren van deze depressieve gevoelens is wel erg belangrijk. De GGD screent jongeren bijvoorbeeld wel, maar dat gebeurt op dit moment nog niet in alle klassen en/of de metingen zijn nog niet zo sensitief als ze zouden moeten zijn. We weten dat zo’n 70% van de kinderen en adolescenten met angstige of depressieve klachten niet herkend worden en dus ook niet goed behandeld worden.’

Zou je depressieve gevoelens bij kinderen eigenlijk al serieus moeten nemen?
‘Veelal ontstaat een depressie rond de 14 jaar maar ook jongeren kinderen kunnen een depressie krijgen, zelfs kleuters. Als komt dat laatste wel heel weinig voor. Het is bij alle leeftijden belangrijk om de negatieve of depressieve gevoelens van het kind/de jongere serieus te nemen en om er echt iets mee te doen. We weten uit onderzoek dat als je niks met deze gevoelens doet het vaak erger wordt en zelfs uitmondt in een depressieve stoornis.

Allereerst is het belangrijk om preventief te werken, zodat je kunt voorkomen dat jongeren een klinische depressie ontwikkelen. Je probeert dus echt te voorkomen dat het erger wordt.

Als kinderen toch de diagnose ‘depressie’ krijgen en een behandeling ondergaan, dan is daarna de kans op terugval groot. Na 4 jaar zien we een terugval van 30%; na 20 jaar is dat zelfs 75% terugval. Dat kan overigens ook al een terugval zijn van een enkele episode.

We weten ook dat als kinderen een depressie hebben, ze een grote kans hebben op chroniciteit. Vandaar dat het bij jongeren belangrijk is om in te zetten op een betere coping, zodat het geen stoornis gaat worden. Vandaar dat ik ouders en leerkrachten – uiteraard ook de jongeren zelf – met klem wil adviseren dat ze meteen in actie komen als ze het vermoeden hebben dat de klachten iets weghebben van een depressie.’

Waar wordt een depressie bij kinderen wel eens mee verward? Wat is een depressie bij kinderen niet?
‘Negatieve of depressieve gevoelens bij kinderen of jongeren worden regelmatig verward met andere klachten. Bijvoorbeeld met:

Gedragsproblemen: denk maar aan druk gedrag, onrustig gedrag of concentratieproblemen.
Middelengebruik: soms wordt een depressie verhuld door drugs- en alcoholgebruik. De onderliggende depressie schuift dan naar de achtergrond.
Lichamelijke klachten: Sommige lichamelijke klachten of bijwerkingen van medicijnen kunnen ook voorkomen bij een depressie. Denk maar aan migraine, ongesteldheid, prikkelbare darmsyndroom, vitaminetekort, slaapproblemen.

Al deze klachten kunnen ook horen bij een depressie. Vandaar dat het zo belangrijk is om goed te differentiëren wat oorzaak en gevolg is.’

Welke mythes, onjuistheden of vooroordelen bestaan er over depressie bij kinderen? Welke zou je het liefst meteen willen ontkrachten?
‘Er bestaan helaas een aantal mythes of vooroordelen over depressies bij kinderen en jongeren, die gewoon onjuist zijn.

Mythe 1: Verkeerde stereotypen.
Er bestaat een soort stereotype beeld van hoe een depressieve jongere er uit zou zien. Vaak denken ouders of leerkrachten dat het dan om een gothic meisje gaat dat erg op zichzelf is en zich vaak terugtrekt. Dat beeld klopt helemaal niet. Een depressie komt bij jongeren best veel voor: 1 op 5 jongeren heeft depressieve symptomen / klachten en dat is vaker dan over het algemeen gedacht wordt. Het gaat dus gemiddeld genomen om ong. 5-6 leerlingen in een klas (voortgezet onderwijs). Verder kan een depressie zowel bij meisjes als bij jongens voorkomen. En dus niet alle gothics zijn depressief… 😉

Mythe 2: Een depressie kan alleen bij volwassenen voorkomen.
Ook deze mythe is hardnekkig en onjuist. Een depressie kan namelijk op elke leeftijd voorkomen. Zelfs kinderen kunnen het krijgen; we spreken dan wel eens van een ‘infant depression’ of ‘peuter depressie’.
Bij jonge kinderen zie je klachten als ontroostbaar huilen, ‘failure to thrive’ (= het lukt hen niet om de dingen te doen, die ze volgens mijlpalen wel echt zouden moeten kunnen), slaapproblemen, eetproblemen, ze kunnen een groeiachterstand ontwikkelen (of ze groeien niet meer). Ze ervaren geen plezier meer in dingen die ze voorheen heel leuk vonden, ze zijn niet meer speels.

Ook voor kinderen geldt dat er veel factoren samen moeten komen om uiteindelijk van een depressie te kunnen spreken. In praktijk wordt een depressie haast nooit op jonge leeftijd of in de basisschoolleeftijd vastgesteld. Doorgaans wordt er namelijk grote terughoudendheid toegepast om de diagnose bij (jonge) kinderen te stellen; depressie is nou eenmaal een heftig label met grote gevolgen. Vandaar dat er juist bij kinderen eerst goed gekeken wordt naar uiteenlopende stressfactoren (denk aan de scheiding van ouders, het functioneren op school, de hechting met ouders of verzorgers) en als blijkt dat dat allemaal stabiel of goed is, dan ga je kijken naar wat er nog over blijft en of er evt. sprake zou kunnen zijn van een depressie.

Mythe 3: ‘Ik voel me down / depressief.’
In de volksmond wordt al snel gezegd dat iemand zich down of depri voelt, maar dat is vaak bij lange niet hetzelfde als je echt depressief voelen. Als je je eens een dagje rot voelt, wat iedereen wel eens heeft, dan is dat zeker niet hetzelfde als depressief zijn. Om van een klinische depressieve episode te kunnen spreken, moet je twee weken forse depressieve klachten hebben.’

Als ouders het vermoeden hebben, dat hun kind depressief is: wat kunnen ze dan doen? En wat kunnen ouders beter achterwege laten?
‘Gelukkig kun je als ouder (of leerkracht) je kind ondersteunen en helpen om op een constructieve manier met zijn depressie om te gaan. Er is ook een aantal dingen, die je beter achterwege kunt laten.

Wat je wel kunt doen:
• Probeer goed aan te voelen wat je kind nodig heeft en wat je kind zelf wil. Probeer vooral steunend te zijn.
• Kijk vooral naar wat je kind nog wel kan. Benoem wat je kind nog wél doet en benader dat op een positieve, constructieve manier.
• Activeer je kind en probeer om je kind toch iets te laten doen. Dat kunnen (schijnbaar) kleine dingen zijn als de hond uitlaten, een wandelingetje maken of met vrienden afspreken. Het is belangrijk voor je kind om toch iets te blijven doen, zelfs kleine dingen kunnen al fijn zijn.
• Zorg ervoor dat je kind met iemand kan gaan praten. Soms is het voor kinderen of jongeren confronterend om met zijn ouders te praten. Praten kan natuurlijk ook met anderen, zoals met een goede vriend(in), de huisarts, een oom of tante. Laat je kind zelf bepalen met wie hij/zij het liefst zou willen praten.
• Laat je kind in eerst instantie starten met laagdrempelige zorg of laagdrempelige interventies. Denk daarbij aan de website ‘Grip op je dip’, waarbij je kind gebruik kan maken van de chatfunctie en kan praten met lotgenoten.
• Als dit onvoldoende helpt, zoek dan hulp. Via de huisarts kan je kind een afspraak maken met een psycholoog.

Wat je beter niet kunt doen:
• Stel je niet kritisch op ten aanzien van de gevoelens van je kind. Voorkom opmerkingen als ‘het komt door jou’ of ‘je doet je dit zelf aan’.
• Stel niet te veel of te hoge eisen aan je kind.
• Probeer te voorkomen dat je je te veel met je kind bemoeit. Soms is het juist goed om je kind wat meer met rust te laten.
• Voorkom dat je het negatieve of depressieve gevoel van je kind bagatelliseert. Opmerkingen als ‘het valt wel mee’ of ‘ik voel me ook wel eens een beetje depri’ zijn niet helpend, omdat de situatie voor de jongere in kwestie juist veel heftiger aanvoelt.
• Vermijd conflicten met je kind.’

Vanaf welke leeftijd kun je depressie bij kinderen laten onderzoeken of vaststellen? Welke stappen kunnen kinderen en jongeren zelf ondernemen?
‘Ook kinderen en jongeren zelf kunnen een aantal dingen doen waardoor ze zich beter kunnen gaan voelen. Het is goed om over hun (negatieve) gevoelens te praten. Ze kunnen bijvoorbeeld hun hart luchten bij een goede vriendin of de huisarts. Ook actief blijven is belangrijk. Probeer ondanks je negatieve gevoelens gewoon naar je hobby te gaan, dus ook als je er eigenlijk helemaal geen zin in hebt. En als je te lang met depressie blijft rondlopen; zoek hulp. Dit kan laagdrempelig zijn bv. online hulp zoals ‘Grip op je dip’ of naar de GGZ.’

Kun je van een depressie afkomen of genezen? Of is het een aandoening waar je de rest van je leven mee blijft zitten?
‘Je kunt inderdaad van een depressie afkomen. 50% van de kinderen en jongeren, die de diagnose depressie kregen, zijn die diagnose na behandeling kwijt. Dat is dus één op de twee kinderen; dat is dus al heel wat.

Zoals ik al eerder aangaf, is de kans op terugval helaas heel hoog. Er wordt op dit moment onderzoek gedaan naar methodes, die het beste werken om de kans op terugval zo klein mogelijk te maken (Stay Fine-onderzoek).
Wat hoopgevend is in dit kader is dat ‘geïndiceerde preventie’ goed werkt. Dat betekent dat als we kinderen of jongeren, die een hoge score hebben op screeningsvragenlijsten, hulp bieden, dat hun symptomen en klachten afnemen. Bij het inzetten van deze preventie zien we dat na de interventie bijna niemand meer een depressieve stoornis had. Dat betekent dus dat dit een curatief effect heeft. Dat geeft maar weer aan hoe belangrijk het is om er op tijd bij te zijn.’


Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig. Klik hier.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’. Je leest er hier meer over.




Heb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

joyce_rosegrijs_staand_c

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse


Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.


Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.



Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘Wist jij dit al over opvoeding en ouderschap…?‘ Uitgebreide interviews met toonaangevende experts.
– ‘Wat gebeurt er allemaal met je kind tijdens de adolescentie? Van kindertijd naar jong volwassenheid.’ [Overzichtsartikel]
– ‘Hoe verbeter je het zelfvertrouwen van je kind?‘ (Over: 4 ingrediënten voor een gezonde dosis zelfvertrouwen.)
– ‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.



© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

logo_akse_coaching_groot_nieuw



Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.






10 basistips om je kind of tiener beter naar je te laten luisteren

Alle kinderen luisteren wel eens niet naar hun ouders. Dat hoort erbij. Er kunnen allerlei redenen zijn waarom je kind niet naar je luistert. Je kind is bijvoorbeeld zo druk aan het spelen, zit helemaal in een game of gaat zo op in zijn boek dat hij je echt niet hoort. Hij heeft dan helemaal niet door dat je tegen hem praat. En dat is ook heel begrijpelijk. Sterker nog, het is eigenlijk helemaal niet zo erg, want je kunt je goed voorstellen dat je kind in zo’n situatie niet naar je luistert. Je kind doet het niet expres.

Het wordt pas vervelend als je het idee hebt dat je kind wél expres niet naar je luistert of als het niet luisteren te vaak gebeurt. Dan kan de frustratie bij jou als ouder langzaam maar zeker gaan oplopen. Uiteraard zou je heel graag zien dat je kind wél naar je luistert, zonder dat jij eerst gefrustreerd raakt, zonder dat jij je stem moet gaan verheffen of zonder dat jij moet gaan dreigen met allerlei consequenties of straffen. En dat kan!

⇒ In dit artikel geef ik je 10 basistips, die er samen voor gaan zorgen dat je kind beter naar je luistert. Het zijn misschien niet altijd de meest voordehand liggende tips, maar m.i. horen ze er wel allemaal bij. Hier komen ze:

1. Zorg voor duidelijke afspraken in huis. Family Sitting On Sofa In Lounge Next To Open Fire Eating Pizza
Duidelijkheid is een ontzettend belangrijk onderdeel van opvoeden. Kinderen vinden dat zo fijn. Uiteraard vinden ze dat niet bewust fijn, maar we weten uit onderzoek dat er wel bij varen als ze weten waar ze aan toe zijn. (Net als volwassenen eigenlijk.)

Zorg dat je vooral afspraken maakt over thema’s, die je zelf enorm belangrijk vindt. Dus als je kind zich er niet aan zou houden, dan gaan je haren recht overeind staan. Denk maar aan afspraken als ‘we doen elkaar geen pijn’ of ‘als we het ergens niet mee eens zijn, dan zeggen we dat op een rustige manier’ (we gaan dus niet schreeuwen, slaan ed.).

En als je een afspraak met je kind hebt gemaakt, dan is het natuurlijk belangrijk dat je je  kind eraan houdt. Dus denk goed na waar je precies afspraken over maakt. Vanaf het moment dat je de afspraak hebt gemaakt, moet je bereid zijn om je kind eraan te houden.
In dit kader helpt het principe ‘Zeg wat je doet, doe wat je zegt.’ erg goed. Als je niet bereid bent om te doen wat je zegt, dan kun je het ook beter niet zeggen of beter niet die afspraak maken.

Dit klinkt op zich natuurlijk ontzettend eenvoudig, maar in praktijk is dit vaak nog behoorlijk lastig. Neemt niet weg dat het voor je kind (en dus ook voor jou) belangrijk blijft om duidelijkheid te krijgen. Er zit alleen één addertje onder het gras: de afspraken die je met je kind maakt, gelden voor iedereen in het gezin, dus ook voor jou…

⇒ Kortom: gun je kind jouw duidelijkheid.

2. Pas consequenties toe
moeder_vinger_naar_dochter_armen_over_elkaarZoals je bij punt 1 las, is het belangrijk om je kind (en jezelf) aan de gemaakte afspraak te houden. Maar dat is nog niet alles. Als je kind zich er (herhaaldelijk) niet aan houdt, dan is het belangrijk dat je je kind een consequentie geeft. Uiteraard is het nu niet de bedoeling om je kind zo maar allerlei consequenties te geven. Een goede consequentie past bij de situatie, waarin je kind zich niet aan de afspraak hield.
Bijvoorbeeld: als je kind toch met de bal blijft spelen, terwijl je al 2x hebt gezegd dat dat binnen niet mag, dan mag je de bal best een tijdje wegnemen.

Dit voorbeeld is een consequentie die past bij de situatie en die je kind (zeker vanaf een jaar of 2) goed begrijpt. Houd de consequenties wel altijd passend, logisch, reëel en eerlijk. Het gaat echt niet om de intensiteit of duur van de straf maar om de boodschap, die je je kind wil geven. Daarbij pak je ook nooit zo maar iets weg of geef je je kind nooit zomaar ‘uit het niets’ een consequentie; je zorgt altijd voor een leermoment. Je legt je kind kort en bondig uit wat je doet én waarom.
Een consequentie als ‘zonder eten naar bed’ of een corrigerende / pedagogische tik is nooit passend, logisch of eerlijk. . 

⇒ Wees bereid om consequenties toe te passen als je kind zich niet aan jullie afspraak houdt.
Meer weten? Lees dan m’n artikel ‘Nee, niet doen, dat mag niet!’ over grenzen stellen zonder ‘nee’ of ‘niet’.


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


3. Voorkom dat je in een opvoedvalkuil trapt.
kind_winkel_kijkt_zielig_vragendIedere ouder trapt er wel eens in: een opvoedvalkuil. Je bent je er misschien niet echt bewust van, maar onbewust pak je dan een situatie onhandig aan, waardoor je kind juist niet leert om naar je te luisteren. Sterker nog, deze tactieken werken vaak averechts.

Ik geef je hieronder 3 voorbeelden:
– ‘Je wil dat je kind iets voor je doet en je vraagt het hem een paar keer. Je kind doet het echter niet. Pas op het moment dat je echt boos wordt en gaat schreeuwen, komt je kind  pas in actie.’
– Of: ‘Je geeft je kind een hele lange of juist vage instructie, waardoor het voor je kind helemaal niet duidelijk is wat je precies van hem verwacht. En jij je maar afvragen waarom je kind niet doet wat jij hem vraagt…’
– Of: ‘Jullie zijn in de winkel en je kind wil graag iets lekkers kopen. Jij geeft aan dat je dat niet wil kopen. Dan gaat je kind ineens heel hard huilen, schreeuwen en krijsen. Midden in de winkel. Gauw leg je het lekkers in het karretje. Dan houd je kind tenminste op met dat geschreeuw.’
⇒ Herken je misschien één van deze voorbeelden?

In deze voorbeelden leert je kind helaas niet om naar je te luisteren. Het leert wél om (1) pas in actie te komen op het moment dat jij boos wordt of gaat schreeuwen (dus niet als je het rustig vraagt), (2) je kind weet wel dat je iets van hem gevraagd hebt, maar begrijpt je instructie gewoon niet en kan het daardoor simpelweg niet doen, en (3) je kind leert dat hij door te gaan huilen, schreeuwen of krijsen toch krijgt wat hij wilde.

=> Kortom: voorkom dat je in deze opvoedvalkuilen trapt. Uit deze voorbeelden haal je dat (1) het belangrijk is van je kind te verwachten dat hij bij de 1e of 2e keer dat je het vraagt in actie komt (en niet pas na 10x vragen of nadat je boos bent geworden), dat (2) je een korte, duidelijke instructie geeft, die je kind kan begrijpen én uitvoeren, en dat (3) je je aan je afspraak houdt, dus als je gezegd hebt dat je kind iets niet mag of krijgt dan blijft dat zo, ongeacht het daaropvolgende gedrag of de reactie van je kind (zie ook punt 1 van dit artikel).
Je leest meer over dit thema in m’n artikel ‘Laat dat nou! | 5 opvoedvalkuilen waar we allemaal intrappen én waardoor opvoeden onbedoeld lastiger wordt.’.

TIP: Bekijk ook m’n video ‘Doe dit NIET als je wil dat je kind beter naar je luistert!’

4. Geef je kind voldoende positieve aandacht
vader_zoon_spelen_aan_zeeDit punt is eigenlijk het aller-, aller-, allerbelangrijkste in de opvoeding en mag dus absoluut niet ontbreken. Helaas gaat het nog wel eens mis, om de eenvoudige reden dat we als ouders soms bang zijn om onze kinderen te ‘verwennen’. We zijn bang om ons kind ‘te veel’ positieve aandacht te geven. Toch bestaat er niet zo iets als ‘te veel’ positieve aandacht geven. Verwennen is op deze manier dan ook echt niet mogelijk.

Stel het je als volgt voor: je kind begint iedere ochtend met een leeg rugzakje dat dagelijks met positieve aandacht gevuld moet worden. Die positieve aandacht geef je je kind o.a. door samen tijd door te brengen met je kind (ook één-op-één) en door regelmatig met je kind te spelen (sluit dan aan bij wat je kind aan het doen is). Verder is het belangrijk om je kind te laten weten wat hij goed doet en dat ook op dát moment specifiek en expliciet te benoemen.

=> Kortom: wees niet bang om je kind positieve aandacht te geven. Je kind heeft dat heel hard nodig.
Meer weten? Lees dan m’n artikel ‘Voorkom ongewenst gedrag: Geef je kind positieve aandacht’ over hoe je je kind voldoende positieve aandacht kunt geven. 

5. Zorg dat je kind zich gezien en gehoord voelt.
moeder_troost_zoonNog zo’n onmisbaar concept binnen (positief) opvoeden, waardoor je kind beter naar je gaat luisteren, is om er als ouder voor te zorgen dat je kind zich gezien en gehoord voelt. Het is zo belangrijk dat je kind zich door jou begrepen voelt.

Als er iets aan de hand is waardoor je kind van slag, verdrietig of misschien wel boos is, dan is het goed om te laten merken dat je graag wil weten wat er precies met je kind aan de hand is. Je gaat op zoek naar de emotie van je kind en je probeert die te benoemen: ‘ik zie dat je verdrietig / boos / teleurgesteld bent’. Je kind zal dan aangeven of dat klopt (of niet). Klopt je inschatting niet, dan zegt je kind zelf wat hoe hij zich wel voelt of – als je kind daar nog te jong voor is – dan benoem je zelf een andere emotie, die het evt. ook kan zijn. Daarna verplaats je je in je kind en benoem je dat je kunt invoelen waarom je kind zich inderdaad zo voelt.

Door deze aanpak voelt je kind zich echt gezien en gehoord. Je zult merken dat de eerst nog zo heftige reactie van je kind nu al een stuk minder is en dat je kind al veel rustiger is. Zodra dat gebeurd is, kun je het met je kind hebben over wat er wel en niet mag. Zo lang je kind nog in de heftige emotie zit, is je kind niet ontvankelijk voor jouw woorden of input.
O ja, opmerkingen als ‘stel je niet aan’, ‘waarom huil je nú alweer’ of ‘er is toch niks gebeurd’ doen nooit recht aan de emotie van je kind. Met dit soort opmerkingen wals je juist over de emoties van je kind heen en neem je zijn emoties niet serieus. 

⇒ Schenk eerst aandacht aan de emotie van je kind. Daardoor voelt je kind zich gezien en gehoord. Daarna is er ruimte om het over de situatie en zijn gedrag te hebben.
Als je meer wil lezen over dit thema, lees dan m’n artikel ‘4 manieren om je kind te helpen met lastige emoties (+ 3 BONUSTIPS)‘.


Autoritatief opvoeden
De eerste 5 tips gaan voornamelijk over ‘structuur, regelmaat en duidelijkheid’ (punten 1, 2 & 3; dimensie 1) enerzijds en over ‘warmte & betrokkenheid’ (punten 4 & 5; dimensie 2) anderzijds. Als beide dimensies in voldoende mate in de opvoeding aanwezig zijn, dan is er sprake van ‘autoritatief opvoeden’.
⇒ Uit onderzoek weten we dat kinderen, die autoritatief opgevoed worden, de grootste kans hebben om zich optimaal te ontwikkelen. Vandaar dat deze punten zo belangrijk zijn. In het belang van je kind mogen ze niet ontbreken in een positieve opvoeding.


6. Zorg dat je kind voldoende slaapt.
meisje_slaapt_met_knuffelIedere ouder heeft al wel eens ervaren dat te weinig slapen echt een flinke wissel op je kan trekken. Na een periode van slecht of weinig slapen, ben je overdag niet alleen ontzettend moe, maar kun je ook minder hebben van anderen om je heen, ben je prikkelbaarder, heb je een korter lontje, ben je sneller boos en gefrustreerd, kun je je minder goed concentreren, heb je minder energie, ben je sneller ziek en ga zo maar door. Dat geldt voor kinderen natuurlijk net zo; daarnaast hebben zij de slaap hard nodig voor hun groei en ontwikkeling. Je kunt je wel voorstellen dat kinderen, die goed en voldoende slapen, overdag beter naar hun ouders luisteren.

⇒ Kortom: een goede nachtrust en voldoende slaap zijn onmisbaar. Vandaar dat het zo belangrijk is dat je kind voldoende slaap krijgt.
Als je graag wil lezen hoe je ervoor zorgt dat je kind beter slaapt, lees dan m’n artikel ‘Lekker slapen! Praktische tips voor kinderen en hun ouders.’.


fb_cursus_help_mijn_kind_luistert_niet
Cursus ‘Help, mijn kind luistert niet!?’
Wil je graag weten hoe je ervoor zorgt dat je kind beter én sneller naar je luistert?
Op een positieve, liefdevolle en constructieve manier.

=> Dan is deze cursus precies wat je zoekt.
=> Vraag nu GRATIS Les 1 van deze cursus aan.

Lees hier wat je allemaal van deze cursus mag verwachten.


7. Zorg voor een gezonde leefstijl van je kind.
Dit is eigenlijk een zijspoortje, maar ik vind deze zo belangrijk dat ik ‘m toch in deze lijst opneem. Bij een positieve opvoeding hoort m.i. namelijk ook een gezonde leefstijl. Als je kind gezonde voeding binnenkrijgt, voldoende beweegt en veel buiten speelt, dan is de kans groot dat je kind lekker(der) in zijn vel zit en op een fijne manier door het leven gaat. Kinderen, die lekker in hun vel zitten, zijn eerder geneigd om naar hun ouders te luisteren.
In het artikel ‘Overgewicht bij kinderen: Wat is het precies en wat kun je er aan doen?‘ lees je wat het voor gevolgen voor kinderen kan hebben als ze overgewicht hebben en daardoor (vaak) niet optimaal in hun vel zitten. 

8. Samen opvoeden
man_vrouw_in_gesprekVoor partners kan het soms nog best een uitdaging zijn om qua opvoeding op één lijn te zitten. De verschillen in jullie aanpak kunnen komen doordat jullie zélf allebei een andere opvoedaanpak hebben genoten; en misschien wil je de aanpak, die je zelf  als kind kreeg, graag overnemen óf juist helemaal niet. Of jij hebt over specifieke opvoedtheorieën gelezen en wil die graag toepassen, maar je merkt dat je partner daar totaal niet achter staat.

Nou hoef je als partners echt niet altijd exact dezelfde opvoedaanpak te hanteren, maar het is voor je kind wel het fijnst als hij weet waar hij aan toe is en dat hij weet wat hij van jullie kan verwachten. Vandaar dat het fijn is als je het over een aantal basisthema’s eens kunt worden. Hoe meer jullie aanpak of ideeën uit elkaar liggen, hoe moeilijker het zal zijn om het met elkaar eens te worden. Dat lukt dus ook niet met één gesprekje. Neem daar de tijd voor en bespreek in alle eerlijkheid en openheid hoe jullie beiden over de opvoeding (en specifieke onderwerpen daarbinnen) denken en leg uit hoe dat komt. Pas als je weet waar de ideeën en redeneringen van de ander vandaan komen, kun je verder. Op die manier is de kans het grootst dat jullie over veel opvoedthema’s consensus bereiken.

⇒ Blijf in het belang van jullie kind open en eerlijk over jullie opvoedaanpak communiceren.
Lees meer over dit thema in m’n artikel ‘Ruzie over de opvoeding: Zo los je het op!’.

9. Zorg goed voor jezelf
gezin_op_de_fietsBij punten 6 en 7 gaf ik al aan dat het voor je kind belangrijk is om een gezonde leefstijl te hebben en om voldoende te slapen. Dat geldt voor jou als ouder natuurlijk net zo goed. Ook voor jou is het namelijk belangrijk om voldoende te slapen, gezond te eten en voldoende te bewegen. Misschien ken je de uitdrukking ook wel: ‘als je goed voor jezelf zorgt, dan kun je beter voor anderen zorgen’. En misschien komt er bij jou als volwassene nog wel bij dat je de mate van (chronische) stress probeert te beperken.

⇒ Zorg er voor dat je actief aandacht besteedt aan je eigen gezondheid. Ook daarin geef je je kind een belangrijk voorbeeld. En zeg nou zelf: als jij lekker in je vel zit, kun je de opvoeding van je kind weer net een stapje beter aan. Toch…?
Lees meer over dit thema in m’n artikel ‘3 Goede Voornemens voor Ouders (of: Hoe houd je het ouderschap goed vol?)’.

10. Last but not least: Blijf zelf rustig.
kinderen_apen_ouders_in_alles_naWelke lastige opvoedsituatie zich ook voordoet, het is altijd belangrijk dat jij als ouder rustig probeert te blijven. Jij geeft je kind altijd een voorbeeld van hoe je in leuke, fijne  of juist lastige situaties kunt reageren. Uiteraard heb je liever niet dat je kind gaat schreeuwen, schelden of tieren als hij boos, verdrietig, gefrustreerd of teleurgesteld is; doe dat dan zelf ook niet. Je kind ziet jou namelijk als voorbeeld. En vergis je niet: ook al zeg je nog zo vaak tegen je kind dat het belangrijk is om rustig te blijven, als je dat zelf niet doet, heeft je uitspraak weinig waarde. Je kent de volgende uitspraak misschien wel: ‘Je kind doet zoals jij doet, niet zoals je zegt’.
Als je meer wil lezen over hoe je zelf kunt stoppen met schreeuwen en wil leren hoe je op een positieve manier met je kind kunt communiceren, vraag dan GRATIS mijn e-book ‘Stop met Schreeuwen’ aan. 

Heb je het idee dat je de meeste van deze punten al toepast in jouw opvoeding, maar heb je het idee dat het gedrag van je kind nog steeds niet goed hanteerbaar is?
Neem dan contact met me op, zodat we samen kunnen kijken waar het mis gaat, wat er anders kan en hoe je de relatie met je kind (nóg) beter maakt.

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips).
– ‘10 basistips om je baby, kind of tiener lekker te laten slapen.
– ‘Peuterpuberteit: 10 domeinen om samen met je kind te overwinnen.
– ‘10 redenen waarom baby’s huilen (en wat je dan kunt doen).
– ‘Sturing & verbinding: Waarom beide aspecten onmisbaar zijn in de opvoeding van jouw kind.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

logo_akse_coaching_groot_nieuwGa (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Heeft mijn kind dyslexie of niet? Wat je er als ouder of leerkracht over moet weten. [ Interview met dyslexie-expert drs. Kim Huiskamp ]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze experts interviewt over hun eigen onderzoek of werkveld. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, opvoeding en/of de ontwikkeling van kinderen (0-16 jaar). 

 

jongen_schrijven_handen_in_haarZodra je kind naar school gaat, komt hij al snel in aanraking met taal. In de kleutergroepen wordt er voorzichtig aandacht aan besteed en vanaf groep 3 begint het echte werk. Bij de meeste kinderen verloopt de taalontwikkeling zonder veel problemen; bij sommige kinderen zie je echter dat het lezen en spellen moeizamer gaat. Dat komt vaak in groep 3 en 4 naar boven. Bij deze kinderen zou er sprake kunnen zijn van dyslexie.

Over het onderwerp ‘dyslexie’ interviewde ik drs. Kim Huiskamp. Zij werkt als diagnosticus en behandelaar bij het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) in Maastricht.

In dit artikel vertelt ze uitgebreid wat dyslexie precies is (en wat niet), hoe je dyslexie bij jouw kind kunt herkennen, waarom het belangrijk is om de taalontwikkeling van je kind goed in de gaten te houden en – indien nodig – op tijd te starten met behandeling. Daarnaast vertelt ze welke mythes en vooroordelen er soms nog bestaan over dyslexie, waar dyslexie wel eens mee verward wordt en wat je als ouder kunt doen om het leesplezier van je kind te stimuleren.

 

Je bent expert op het gebied van dyslexie en leesvaardigheid. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan? 
meisje_wil_niet_lezen‘Ik ben eigenlijk toevallig met dyslexie in aanraking gekomen. Aan het einde van mijn opleiding psychologie heeft mijn stagebegeleidster mij in contact gebracht met prof. dr. Leo Blomert, expert op het gebied van dyslexie. Hij zocht mensen om een vakgroep te vormen om het dyslexieprotocol op poten te krijgen en dat wilde ik graag doen. Op die manier kon ik dus bij toeval in zijn werkgroep aan de slag. Daardoor kwam ik ook in aanraking met wetenschappelijk onderzoek naar dyslexie. Het onderwerp trok mij erg aan, maar ik merkte dat ik liever in een klinische setting werkte dan in een wetenschappelijke. Via Leo Blomert werd ik toen voorgesteld aan Patty Gerretsen, toentertijd directeur wetenschap van het RID. Zo ben ik uiteindelijk bij het RID terechtgekomen en daar werk ik nu al 15 jaar. Wat ik zo prettig vind aan werken met mensen met dyslexie is dat je echt iets voor iemand kunt betekenen. Iedereen in onze maatschappij krijgt te maken met lezen en schrijven en als je dyslexie hebt, kun je flinke problemen ondervinden op school, op je werk of zelfs privé. Met een gerichte behandeling en concrete tools, kun je kinderen (en volwassenen) met dyslexie echt helpen hun situatie te verbeteren. Het geeft me enorm veel voldoening dat ik op deze manier iets kan betekenen voor de kinderen, die bij ons komen.’

 


Curriculum Vitae
kim_huiskamp_fotoDrs. Kim Huiskamp studeerde neuro– en ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Maastricht. Daarna werkte ze een jaar als psycholoog / onderzoeksassistent aan dezelfde universiteit. Vervolgens maakte ze de overstap naar het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) in Maastricht. Ze werkte er een tijd als hoofd behandeling en vestigingsmanager; momenteel als diagnosticus en behandelaar.


 

Kun je uitleggen wat dyslexie precies is?
hersenen_kwabben‘Als je dyslexie hebt, dan heb je moeite met lezen en/of spelling. Sommige kinderen hebben alleen moeite met lezen, andere alleen met spellen en weer andere met allebei. De grootste groep van de kinderen met dyslexie heeft moeite met allebei.

In onze maatschappij maken we gebruik van het alfabetische schrift. Onze woorden zijn opgebouwd uit klanken. Als je het woord wil leren lezen en schrijven, dan zul je het woord moeten opdelen in klanken. Je gaat dan als het ware de klankstructuur van woorden ontcijferen.

In de hersenen zit een gebiedje (temporaal kwab*) dat de klankstructuur van woorden verwerkt, het helpt je met het in stukjes hakken van woorden. Dat gaat automatisch, onbewust.
*: Meer specifiek, de superieure temporale sulcus (STS) en planum temporale (PT) zijn betrokken bij de integratie van de letter-klank-koppeling. De visual word form area (VWFA) is betrokken bij directe woordherkenning.

Bij dyslexie is dat gebiedje wat minder goed toegerust om de klankinformatie te ontwarren. Die informatie loopt dan een beetje door elkaar. Je spreekt woorden misschien soms net een beetje verkeerd uit.
Bijvoorbeeld: Je hebt het dan niet over ‘doelwit’ maar over ‘doellid’.

En dat is eigenlijk nog maar het begin. Kinderen (of volwassenen) met dyslexie hebben er dus moeite mee om de klanken van elkaar te onderscheiden. De volgende stap is dat je de klanken gaat koppelen aan een letter, dus de klanken van losse letters. In groep 3 begin je daarmee: je leert welke klank bij welke letter hoort (bijv. ‘Dit is de letter ‘L’ en die klinkt zo…’).

Die letter-klank-koppeling zit weer in een ander gebiedje van die temporaal kwab. Dat gebiedje koppelt als het ware de auditieve (klank, die je hoort) en visuele informatie (letter, die je ziet) aan elkaar. Dat ‘koppelproces’ duurt eigenlijk jaren. Van groep 3 naar groep 8 maken kinderen daarin een stijgende lijn door. Die integratie duurt dus echt jaren en kan alleen optreden met onderwijs. Pas daarna wordt het een automatisch proces. Op het moment dat het automatisch is, kun je het zien van een letter niet meer als niet-letter zien. Op latere leeftijd gebeurt dat zelfs met hele woorden. Maar daar heb je dus wel training voor nodig. Een beginnende lezer kan dat nog niet met hele woorden. Daarom begin je op school eerst met het leren van de letters met bijbehorende klanken.’

 

Hoe ‘ontstaat’ dyslexie? 
loesje_dyslexie‘Je wordt met dyslexie geboren; het ontstaat dus eigenlijk niet echt. Het is ook erfelijk, wat betekent dat het vaker binnen families voorkomt.

Bij dyslexie zijn twee vaardigheden of processen verstoord: aan de ene kant is dat de klankverwerking (fonologische verwerking), aan de andere kant is dat de letter-klankkoppeling.

In groep 3 leren kinderen om te ‘decoderen’ oftewel om te ‘hakken & plakken’.
Bijvoorbeeld: ze leren dat het woord ‘kip’ uit 3 klanken bestaat: k – i – p.

In de hersenen gaat dat dan nog niet automatisch. De kinderen zullen er energie in moeten steken om dat goed te leren. Ze hebben op dat moment ook nog minder bronnen om het woordbeeld in hun geheugen op te slaan.

Als je het hele proces van het lezen en spellen hebt doorlopen, dan is het eindstation dat je een heel woord ziet en herkent. Je herkent het omdat het opgeslagen is in het ‘mentaal lexicon’. Hoe meer je daarin opgeslagen hebt, hoe automatischer het lezen en spellen gaat. Dat automatisme kun je trouwens ook krijgen als je dyslexie hebt. Maar omdat de basis van het aanleren lastiger is, duurt het langer om bij dat eindstation te komen.’

 

Hoe kunnen ouders dyslexie bij hun kind herkennen? 
jongen_in_klas_juffrouw_geen_zin‘Je kunt dyslexie eigenlijk pas echt herkennen vanaf dat je kind een tijdje in groep 3 zit, dus als je kind echt onderwijs krijgt op het gebied van lezen en schrijven. Bij kleuters zie je ook al wel eens dat ze moeite hebben met klankverwerking. Ze hebben dan bijv. moeite met het leren / benoemen van de kleuren, met links en rechts, ze hebben moeite met rijmen, ze vinden het lastig om de namen van klasgenootjes te onthouden of ze vinden het moeilijk om nieuwe liedjes te leren. Dat zijn allemaal dingen waarbij ze iets moeten doen op het gebied van klankverwerking. Een deel van de kinderen, dat hier moeite mee heeft, kan later moeite krijgen met lezen en schrijven. Dat hoeft echter niet perse. Het zijn dus geen harde criteria, eerder een aanwijzing om het goed in de gaten te houden. Andersom geldt dat ook: als je kind hier als kleuter geen moeite mee heeft, dan wil dat niet zeggen dat hij geen dyslexie kan hebben. Het kan op dyslexie wijzen, maar dat is niet één op één.

In groep 3 kijk je of leerlingen moeite hebben met het leren van letters, met het hakken en plakken, met het op tempo lezen van woorden en of leerlingen fonetisch blijven schrijven (= letterlijk schrijven van wat je hoort).

Het mag dus duidelijk zijn dat je lezen en spellen echt moet leren. Wil je dyslexie kunnen aantonen, dan moet je dus onderwijs hebben gehad. Als school merkt dat een kind moeite heeft met lezen en spellen, dan moet het ook extra onderwijs en aandacht op dat gebied aanbieden. Halverwege groep 3 kom je er misschien achter dat een leerling zich wat trager ontwikkelt op het gebied van taal en spelling. Dan is het belangrijk om uit te filteren waar dat door komt; een probleem op het gebied van lezen en spelling hoeft nl. niet altijd op dyslexie te wijzen. Basisscholen hebben daar een protocol voor.
Als school bijvoorbeeld op basis van de citoscores (bij score D of E) merkt dat het lezen van een leerling achterblijft, dan wordt er extra aandacht aan die leerling gegeven; bijv. door de leerling in een apart groepje te zetten en/of extra aandacht te geven op het gebied van lezen en/of spelling. Als de leerling dat een half jaar of heel jaar heeft gehad en dat blijkt onvoldoende effect te hebben gehad, dan kun je pas echt gaan onderzoeken of dyslexie een mogelijke oorzaak is.

Het is belangrijk om na te gaan wat precies de oorzaak is van de problemen die een leerling heeft op het gebied van lezen en spellen. Juist om te weten of het dyslexie kan zijn of niet. Een leerling kan bijvoorbeeld ook een algemeen leerprobleem hebben of er speelt iets anders dat hem belemmert in zijn leerproces. Denk bijvoorbeeld aan een trauma in de familie (bv. echtscheiding en daardoor verlies van motivatie om te leren of goed mee te doen op school). Dan kan een kind dus wel moeite met lezen en/of spelling hebben, maar niet door een onderliggende dyslexie. Vandaar dat het enerzijds zo belangrijk is om goed te onderzoeken wat precies de reden is dat een kind moeite heeft met lezen en/of spelling. Anderzijds is het daarom goed om een breder leerprofiel mee te nemen en om te beoordelen of de één-op-één-hulp in de klas goed genoeg heeft gewerkt. Uiteraard kunnen de lees- en spelmoeilijkheden ook nog andere oorzaken hebben of samenhangen met andere stoornissen.’
Daarover bij een volgende vraag meer.

 


Heb je het idee dat kinderen hun dyslexie kunnen verdoezelen, waardoor het voor ouders of leerkrachten lastig wordt om het te herkennen? 
meisje_juffrouw_samen_lezen‘Eerlijkgezegd lijkt het me voor een kind bijna niet te doen om dyslexie te verdoezelen. Ze kunnen wel verschillende strategieën laten zien om met hun lezen of spelling om te gaan. Ze trappen bijvoorbeeld op de rem en gaan heel langzaam lezen. Of ze gaan juist heel snel lezen en raden dan wat er staat. Kinderen met dyslexie hebben moeite met het technische leesproces; dat betekent in dit geval dat het ten koste gaat van de snelheid of van de nauwkeurigheid van het lezen.

Bij kinderen met veel compensatiemogelijkheden zien we wel eens dat ze met tekst lezen een hoger niveau behalen dan met woordlezen. Ze hebben dan steun aan de semantiek van de tekst; de inhoud en betekenis van de tekst helpt hen om de woorden in tekstverband te lezen.

Bij hoog-functionerende volwassenen zien we wel eens dat ze vooral vastlopen bij het lezen van onzinwoorden. Zij hebben door de jaren heen al zoveel woorden geleerd en opgeslagen (in hun mentaal lexicon), dat ze al veel woorden en teksten gewoon goed kunnen lezen.

Bij de beoordeling of een kind dyslexie heeft, weegt het lezen trouwens zwaarder dan spelling of schrijven. Lezen is namelijk een ‘puurdere’ maat van dyslexie vanwege het automatische proces. Daarom geeft het lezen meer de doorslag bij de beoordeling van dyslexie. Bij spelling is altijd gerichte aandacht nodig en kunnen dus ook weer andere dingen spelen, waarom kinderen er moeite mee hebben (denk aan motivatie en taakgerichtheid).’

 

Vanaf welke leeftijd kun je dyslexie laten onderzoeken? 
jongen_vrouw_huiswerk_maken‘Vanaf de leeftijd van ongeveer 8 jaar, dus pas bij kinderen in groep 4, kun je dyslexie betrouwbaar onderzoeken. Dus nog niet echt vanaf groep 3. Je moet kinderen namelijk de kans geven om het lees- en spelproces op gang te laten komen.

Merk je dat het kind al last heeft op dit gebied vanaf de kleuterklas (zie hierboven), dan zou je een leerling van groep 3 eventueel wel al kunnen laten onderzoeken. Maar dat zijn eerlijkgezegd wel de uitzonderingen.’

 

Waarom is het belangrijk om het op jonge leeftijd te laten onderzoeken?
meisje_vrouw_schrijven‘Als je van groep 3 naar groep 8 kijkt, dan worden de normen steeds strenger. Als jij je op een trager tempo ontwikkelt vergeleken met je groepsgenoten, zal het verschil daarom steeds groter worden. Dan ga je dus steeds meer achterlopen ten opzichte van de andere kinderen.

In de hogere groepen wordt ook steeds meer gebruik gemaakt van taal. Zo heb je in groep 4 nog wel het ‘kale’ rekenen, maar vanaf groep 5 komen ook steeds vaker verhaaltjessommen aan bod. Dan is het ook bij vakken als rekenen belangrijk om goed te kunnen lezen. En bij de hogere groepen komt alleen nog maar meer (talige) informatie op de leerling af. Ze hebben dan een bepaald functioneel leesniveau nodig om alles op een goede manier te kunnen verwerken en te begrijpen. Dat is niet alleen nodig bij vakken als begrijpend lezen en redactiesommen, maar ook bij vakken als geschiedenis of aardrijkskunde.
Het is misschien goed om in dit kader te weten dat het onderdeel ‘begrijpend lezen’ één van de onderdelen is, waarop bepaald wordt welk niveau van voortgezet onderwijs je aankunt. Als jij het technisch leesniveau hebt van iemand van groep 3 en je moet lezen op het niveau van eind groep 7, dan is het lastiger om de inhoud van tekst er op een goede manier uit te pikken, zeker als je al zo worstelt met de tekst die je leest. (Als de tekst je voorgelezen wordt, kan het natuurlijk weer anders zijn.)

Om op een goede manier te kunnen laten zien, wat er aan vaardigheden en kennis in je zit, is het dus belangrijk dat het gat tussen je leesniveau en je vaardigheden niet te groot is. Als dat wel het geval is, dan wordt het een stuk lastiger om te laten zien wat je kunt.’

 

Kun je van dyslexie genezen? 
meisje_leest_boek_MLP‘Helaas kun je niet van dyslexie genezen. Je zult altijd meer moeite met lezen en spellen blijven hebben dan anderen zonder dyslexie.

Ondanks dat gegeven kun je het gebiedje in de hersenen wel trainen, waardoor het lezen en spellen beter gaat. Dyslexie is dus niet te genezen, maar je kunt je lees- en spelvaardigheden wel verbeteren. En dat is goed nieuws.

Het is goed om te accepteren dat het lezen en spellen moeilijk voor je is en zal blijven. Je ziet dat sommige kinderen heel opgelucht zijn met diagnose (‘gelukkig, ik kan er niks aan doen’); er valt een last van hun schouders. Andere kinderen voelen zich er juist vervelend door; ze krijgen het gevoel dat ze anders zijn dan anderen, dat ze niet normaal zijn of dat ze niet meer degene zijn die ze waren. Kinderen, die moeite hebben om te accepteren dat ze dyslexie hebben, kunnen baat hebben bij ‘psycho-educatie’. Bij het RID geven we hen o.a. een boekje mee dat ze samen met hun ouders kunnen lezen: ze gaan dan samen vragen beantwoorden, thema’s bespreken en ze kunnen wat meer gerustgesteld worden. De inhoud van dit boekje komt dan ook in de behandeling aan bod. Ook is het goed om te weten dat heel beroemde of intelligente mensen dyslexie hadden (denk maar eens aan Einstein). Door dyslexie zo positief mogelijk te benaderen, proberen we kinderen er een andere mind-set over te geven.

Nadat je een dyslexiebehandeling hebt gehad, kan de dyslexie toch weer de kop op steken, bijvoorbeeld als je een nieuwe taal gaat leren. Daar hebben leerlingen met dyslexie doorgaans meer moeite mee. Het blijft een zwakkere plek.’

 


EXTRA
Drs. Kim Huiskamp raadt de volgende boeken aan om (evt. samen met je kind) over dyslexie te lezen.

Informatieve boeken voor ouders:
boeken_MPL_dyslexie‘Kinderen met dyslexie, een gids voor ouders’ – T. Braams
‘Houvast bij leesproblemen en dyslexie op de basisschool, leidraad voor ouders’ – A. Paternotte en J. Buitelaar
‘Mijn kind & Dyslexie’ – R. Krijnen
‘Mijn kind heeft dyslexie’ – M. Ceyssens

Informatieve boeken voor kinderen: 
‘Dyslexie’ – Z. van Mersbergen (Informatiereeks 3, nummer 54)
‘Een 2 voor dictee. Een verhaal over dyslexie’ – J. Breeman
‘Letters op de snelweg. Boekje over dyslexie’ – K. Terlouw
‘Ik heb dyslexie, nou en!’ – L. de Groot

Leesboeken geschikt voor dyslectische kinderen:
http://www.makkelijklezenplein.nl (informatie over leesboeken voor dyslectici)
http://www.zwijsen.nl (serie Zoeklicht)
http://www.inktvis.nl (serie Kokkel-reeks)

Leesboeken over dyslexie voor kinderen: 
‘Ik ben niet bom!’- M. van de Coolwijk
‘Schatkasten’ – H. van der Werff
‘Pudding Tarzan’ – O.L. Kirkegaard
‘De smoezenkampioen’– C. Slee
‘Heksie. Hoe vang je een heks? – M. Snoeij


 

Waar wordt dyslexie wel eens mee verward? 
meisje_dromend_aan_tafel‘Als kinderen zich bij ons aanmelden om te onderzoeken of er sprake is van dyslexie, dan wordt er niet alleen gekeken naar hoe het met lezen en spelling gaat, maar we kijken ook naar andere schoolvakken. Kinderen kunnen namelijk in het algemeen moeite hebben om nieuwe vaardigheden aan te leren of ze kunnen een algemeen leerprobleem hebben. Dan heb je een heel andere benadering nodig om het kind verder te helpen.

Soms kunnen kinderen een taalontwikkelingsstoornis (TOS) hebben. Ze hebben dan moeite met taal in het algemeen; niet alleen moeite met lezen en schrijven, maar ook moeite met taalbegrip, met de taalproductie (uitspraak) en/of ze hebben een lage woordenschat. Bij kinderen met TOS is er dus meer aan de hand; ze hebben een breder taalprobleem.

Verder is het goed om aandacht te hebben voor andere stoornissen, zoals AD(H)D. Een kind dat bijvoorbeeld moeite heeft om de aandacht ergens bij te houden, kan daardoor in de klas informatie of instructie mislopen. Ook kan een kind met een aandachtsprobleem het ene vak wel leuk vinden en het andere niet; dan heeft het bijvoorbeeld minder aandacht voor taal en dus minder oefening om het goed te ontwikkelen. Dat wil echter nog niet zeggen dat er sprake is van dyslexie.

Sommige kinderen lopen een ‘didactische achterstand’ op: ze liggen achter op de groep, maar dat kan komen omdat ze minder effectief onderwijs hebben genoten dan andere kinderen. Ook dat hoeft dus niet door een mogelijk onderliggende dyslexie te komen.

Hier blijkt in ieder geval uit hoe complex het geheel kan zijn. Dyslexie kan ook nog eens samen voorkomen bij één van deze stoornissen (comorbiditeit), maar dat hoeft natuurlijk niet. Het is ook mogelijk dat de lees- en spelproblemen, die je opmerkt, door een ander onderliggend probleem veroorzaakt worden dan door dyslexie.’

 

Welke mythes, onjuistheden of vooroordelen bestaan er over dyslexie? 
meisje_leest_in_boek‘Er bestaan wel een aantal mythes of vooroordelen over dyslexie:

(1) Dyslexie ontstaat door een zuurstoftekort bij de geboorte of door slecht samenwerkende hersenhelften.
Vroeger werd wel gedacht dat dyslexie kwam door een zuurstoftekort bij de geboorte, maar we weten inmiddels dat dat niet zo is. Er werd ook wel gedacht dat de twee hersenhelften niet goed samenwerkten. Dan moesten de kinderen evenwichtsoefeningen doen, waardoor de helften wel beter gingen samenwerken. Beide ideeën zijn inmiddels ontkracht door wetenschappelijk onderzoek en niet waar gebleken.

(2) Kinderen met dyslexie kunnen niet goed zien of horen.  
Als je kijkt naar de gebieden in de hersenen die bij klankverwerking betrokken zijn, dan zitten die min of meer tussen de auditieve en visuele cortex in. De informatie die in de auditieve cortex terechtkomt (klank), wordt gecombineerd met de informatie die in de visuele cortex terecht komt (letter). Bij kinderen met dyslexie gaat die verwerking ervan moeizamer. Een kind met dyslexie kan dus zowel goed horen als zien, alleen het verwerken van de combinatie klank en letter gaat moeizamer. Je kunt dyslexie dus niet oplossen door een bril of een hoorapparaat te dragen.

(3) ‘Mijn kind heeft niet zo’n zin in lezen en spelling en moet gewoon wat beter zijn best doen.’ 
Ouders kunnen soms de overtuiging hebben dat hun kind niet gemotiveerd is en gewoon wat beter zijn best zou moeten doen. Maar ik leg dan altijd uit dat kinderen niet ongemotiveerd worden geboren; het kind beslist niet bewust of actief dat het geen zin heeft om te leren. Als een kind geen zin heeft om te lezen, om huiswerk te maken of om iets te doen voor school, dan komt dat door een bepaalde wisselwerking met iets anders. Dingen die je lastig vindt of waar je moeite mee hebt, vind je gewoon niet zo leuk om te doen. De berg wordt dan te hoog. Gelukkig kun je de berg lager maken, zodat het te behalen doel niet meer onbereikbaar lijkt. Het kind krijgt dan het gevoel dat hij het misschien toch kan.

We zien ook wel eens kinderen, die voordat ze bij ons komen, al een heel traject hebben afgelegd. Ze zijn dan al op zoveel plekken geweest en hebben al zoveel onderzoeken gehad, dat ze al bijna geen zin meer hebben om nóg een onderzoek of behandeling te ondergaan. Deze kinderen zou je ‘behandelmoe’ kunnen noemen. Dat wil echter niet zeggen dat ze niet geholpen kunnen worden; ook bij deze kinderen kan dyslexie vastgesteld worden en ook zij kunnen nog steeds geholpen worden.

(4) ‘Laat maar, er is toch niks aan te doen.’ 
Sommige ouders denken: ‘het is dyslexie, er is niks aan te doen’. Dat is echter niet het geval. Ook kinderen met dyslexie kun je met de juiste begeleiding beter laten lezen en spellen. Het is daarbij vooral belangrijk om voor ogen te houden wat je kind wel nog kan ontwikkelen en wat er nog wel mogelijk is. Ga na welk doel je kunt stellen. Daarbij is belangrijk om juist de inspanning, die je kind doet, te belonen (growth mindset) en niet het resultaat (fixed mindset).’

 

Wat kunnen ouders doen als ze het vermoeden hebben, dat hun kind dyslexie heeft? 
voorlezen_vader_dochter_lachend‘Als ouders vermoeden dat hun kind moeite heeft met lezen of spellen of zich er zorgen over maken, dan is het belangrijk om dat aan te kaarten bij de leerkracht. Het is goed om het zelf ook in de gaten te houden. Bespreek het, zodat de leerkracht er aandacht voor heeft.

School heeft dan – indien nodig – mogelijkheden om extra hulp aan leerlingen te bieden. Citotoetsen helpen bij het signaleren ervan. Daarna kan een leerling doorverwezen worden voor extra zorg; dat zou evt. naar het RID kunnen. Daar wordt onderzocht of er wel / geen sprake is van dyslexie en indien dat inderdaad het geval is, kan de dyslexiebehandeling plaatsvinden.

Over het algemeen is het belangrijk dat ouders met een kind met dyslexie een omgeving creëren, waarin lezen een plek heeft. Creëer een omgeving waarin regelmatig gelezen wordt en waarin dat ook beloond wordt. Denk dan in termen van ‘quality time’: lekker samen op de bank zitten en een boekje (voor)lezen. Maak (voor)lezen dus een normaal onderdeel van je eigen levenssituatie.

Uiteraard kan het voor ouders nog best lastig zijn om het lezen voor hun kind weer leuk te maken. Ga dan op zoek naar de intrinsieke motivatie van je kind. Dat kun je doen door vooral boeken uit te zoeken die je kind zelf heel leuk, interessant of boeiend vindt. Laat de boeken aansluiten op de belevingswereld en interesses van je kind. Als je kind bijvoorbeeld fan is van dinosaurussen, dan lees je daar samen boeken over. Bij drukke gezinnen kan zo’n één-op één-momentje, waarin je aan je kind (voor)leest, zelfs een uitkomst zijn. Door het samen te doen, wordt het lezen alleen maar leuker. Hiermee kun je de leesmotivatie en het leesplezier van je kind absoluut stimuleren.

Geef het dus niet op en ga vooral door met lezen. Lezen onder dwang, bijv. tot huilens toe, is natuurlijk het andere uiterste. Dat laatste vergroot alleen maar de weerstand bij je kind. In de plaats daarvan is het beter om je kind zelf zijn boeken uit te laten kiezen. Ga samen naar de bibliotheek en maak er daarna samen een gezellig leesmoment van.
Goed om nog te weten is ook dat het geen probleem is om kinderen naar luisterboeken te laten luisteren of om software te gebruiken om boeken te laten voorlezen. Het is dan wel belangrijk dat kinderen het boek erbij houden en zelf meelezen. In de bibliotheek heb je ook een Makkelijk Lezen Plein, waar je boeken kunt vinden voor kinderen die wat meer moeite hebben met lezen.

 


Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend.
 Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?
Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Lees verder over gerelateerde thema’s:
Wist jij dit al over opvoeding en ouderschap…? Uitgebreide interviews met toonaangevende experts.’ 
– ‘11 tips om samen (voor)lezen nóg leuker te maken.
– ”Nog een keer lezen, nog een keer’- 5 eenvoudige tips om samen (voor)lezen met je kind nóg leuker te maken.
– ‘Waarom worden kinderen en tieners toch zo boos?‘. 
‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.