Hoe je kind zijn emoties de baas wordt. [ Emotionele ontwikkeling ]

Kinderen kunnen soms behoorlijk overmand raken door hun eigen emoties. Je kind is dan zó boos of verdrietig dat je bijna geen contact met hem krijgt. In dit artikel leg ik je uit wat emoties precies zijn en waarom we emoties hebben. Op basis van die informatie hoop ik dat je ze (nóg) beter gaat begrijpen.
Verderop in het artikel geef ik je 6 praktische tips om de heftige emoties van je kind in goede banen te leiden. Afsluitend vind je nog 10 handige tips om je kind te leren hoe hij zélf rustig kan worden na het ervaren van een heftige emotie.

Wat zijn emoties eigenlijk?
Emoties zijn een complexe set gedragingen, die ontstaan als reactie op een externe of interne gebeurtenis. Een externe gebeurtenis kan zo iets zijn als ‘je hebt onverwachts een onvoldoende voor een toets, daardoor voel je behoorlijk teleurgesteld’ of ‘iemand maakt een vervelende opmerking over je, waardoor je boos wordt’. Een voorbeeld van een interne gebeurtenis is ‘je wil graag iets nieuws leren, maar het lukt je maar niet; je raakt gefrustreerd’.

Een emotie bestaat uit 3 componenten. Ze bevatten een:
(1) Fysiologische reactie (zoals verhoogde ademhaling of hartslag);
(2) Expressieve component (zoals een bepaalde gezichtsuitdrukking);
(3) Ervaring: dat is het subjectieve gevoel of de cognitieve beoordeling dat je een emotie ervaart.

Hoe je een emotie of emotionele ervaring interpreteert en evalueert, hangt af van je cognitieve ontwikkeling en de ervaringen die je voorheen al hebt opgedaan. Kinderen hebben in vergelijking met volwassenen nog niet zo veel ervaringen op het gebied van emoties, dus voor hen is een juiste interpretatie en evaluatie vaak nog lastig. Om de emotie op een goede manier te interpreteren, begrijpen of labelen hebben ze ons als volwassenen nodig.

Primaire en secundaire emoties
Emoties kun je grofweg indelen in primaire (of lagere) en secundaire (of hogere) emoties. Primaire emoties worden automatisch en onbewust door prikkels uit de buitenwereld opgeroepen. Denk maar aan de emoties boos, blij, bang en bedroefd. Alle andere emoties zijn van de primaire emoties afgeleid.
De secundaire emoties gaan vaak gepaard met bewuste beleving of gevoelens. Deze emoties zijn ook meer afhankelijk van omgevingsinvloeden en cultuur. Denk hierbij aan emoties als ontroering, geluk, trots, jaloezie, afgunst, schuld, schaamte en medelijden.

Hoe we naar emoties en emotionele uitingen kijken, komt voort uit onze eigen overtuigingen, ideeën en veronderstellingen. Zo heb je misschien wel van je eigen ouders geleerd dat het slecht is om kwaad te zijn (‘doe eens rustig, als je zo tegen me praat, luister ik niet naar je’) of dat je beter niet kunt huilen (‘stop maar met huilen, daar ben je nu echt te groot voor’). Als je als volwassene toch nog een keer boos bent, kan dat een schuldgevoel bij je oproepen. Deze (vaak onbewuste) overtuigingen of veronderstellingen kunnen het jou als volwassene moeilijker maken om op een positieve manier met emoties om te gaan.
=> Je kunt je voorstellen dat die overtuigingen en veronderstellingen ook (onbewust) bepalen hoe jij met de emoties van je kind omgaat en hoe jij op zijn emoties reageert.

Realiseer je dat iedereen emoties heeft. Emoties zijn niet goed of fout. Ze horen erbij, zowel bij volwassenen als bij kinderen. Het is echter niet goed om zo maar alles te doen (= gedrag) als je een heftige emotie ervaart. Als je heel boos bent op iemand, ga je niet met spullen gooien of ga je niet iemand anders pijn doen. Als je heel erg verdrietig bent, ga je geen vervelende, pijnlijke opmerkingen maken tegen iemand anders. Het is dan ook belangrijk om als kind al te leren hoe je je emoties in goede banen kunt leiden.
Lees hieronder ook verder over ‘emotieregulatie’.


Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet?
Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


Waarom hebben we emoties? Wat is de functie van emoties?
Emoties zijn een vorm van communicatie. Door middel van je emoties communiceer je met anderen om je heen. Je laat met je emoties zien dat er iets aan de hand is en je geeft anderen de kans hierop te reageren (bijv. als je boos bent, geef je aan dat ze ergens mee moeten stoppen; als je verdrietig bent, geef je aan dat je getroost wil worden). Door het tonen van een emotie reageert een ander op jou; en vervolgens reageer jij daar weer op, evt. met een heftigere of een andere emotie. Dit noemen we een cyclisch emotieproces.

Kinderen leren emoties te herkennen en te begrijpen in de sociale interactie met anderen. Juist in de omgang met anderen maken we gebruik van onze emoties en proberen we de emotie van de ander te ‘lezen’. Door middel van taal kun je een groot deel van een situatie uitleggen. Als ouder leg je in een opvoedsituatie bijvoorbeeld uit wie wat gedaan heeft en waarom: ‘Jij pakte zijn speelgoed af, terwijl hij er nog mee speelde. Dat vond hij niet fijn. Daarom is hij nu boos op je.’. Door jouw uitleg over de situatie en het benoemen van de bijbehorende emoties leert je kind om een emotie aan een situatie te koppelen én leert hij om het effect ervan op andere kinderen (of volwassenen) te zien. Het gebruik van taal helpt dus niet alleen om emoties te herkennen of te leren, maar ook om te begrijpen wat er in anderen omgaat en waarom anderen op een bepaalde manier op jou reageren.


Emoties in ontwikkeling
Kinderen moeten nog leren om hun emoties te herkennen, te benoemen, te accepteren, op een gezonde manier te uiten en te verwerken. Hierbij kun je je kind helpen. Als ouder geldt je als voorbeeld voor je kind: je kind kijkt naar jou en naar hoe jíj omgaat met jouw emoties. Het is belangrijk om je daar als ouder bewust van te zijn.

De reden dat het belangrijk is dat ze zich emotioneel goed ontwikkelen, is dat we weten dat kinderen die zich emotioneel goed ontwikkelen, zichzelf goed kennen, zich goed kunnen inleven in anderen en goed kunnen samenwerken. Andere kenmerken van een goede emotionele ontwikkeling zijn zelfbeheersing, goed kunnen luisteren, doorzettingsvermogen hebben en het kunnen oppikken van ongeschreven regels.

Hoe jonger kinderen zijn, hoe meer ze nog moeten leren op dit gebied. Die ontwikkeling loopt nog best lang door, namelijk tot een jaar of 24. Dat heeft o.a. te maken met de hersenontwikkeling van kinderen en tieners. Je vindt hieronder een specificatie van de emotionele ontwikkeling bij peuters, kleuters & basisschoolkinderen en tieners.
Je leest hier meer over de hersenontwikkeling van tieners / adolescenten.


Emoties op verschillende leeftijden:
– Peuters:
In de peutertijd leert een kind dat het een eigen ‘ik’ / een eigen wil heeft. Een peuter bekijkt situaties alleen vanuit zijn eigen standpunt (‘egocentrisme’) en heeft niet door dat anderen ook iets willen. Een peuter kan duidelijke wensen hebben en die hij het liefst onmiddellijk bevredigd wil hebben; uiteraard kan dat niet altijd. Bovendien wil een peuter vaak meer dan hij of zij kan. Je herkent misschien wel dat jouw kind vaker zegt ‘zelluf doen’.
Lees hier welke 10 domeinen een peuter (samen met jou) leert te overwinnen.

Peuters hebben hun emoties vaak nog helemaal niet onder controle. Ze reageren nog heel primair. Ze kunnen heel boos of heel verdrietig worden. Vooral tussen 15 maanden en 3 jaar hebben de meeste kinderen last van ongecontroleerde uitbarstingen. Wat je dan aan je peuter merkt of ziet, is dat hij plots ongeduldig wordt, geen teleurstelling kan verdragen of geen ‘nee’ van jou kan horen. Met andere woorden: je peuter zou het liefst zijn eigen gang gaan, maar dat kan op dat moment niet. Als reactie barst je kindje in woede (of tranen) uit en gaat flink tegen je te keer. Sommige peuters gaan dan schreeuwen, krijsen, slaan, schoppen of houden een tijdje hun adem in (‘breath holding spells’). Realiseer je dat de meeste emoties slechts kort duren, vaak slechts enkele seconden tot minuten. Die emoties komen en gaan. Wees je daar van bewust als je peuter een heftige emotie doormaakt; ook een heftige emotie gaat weer over.
Lees hier hoe je op een positieve manier kunt omgaan met de driftbuien van je kind.

Je kind leert ook op jonge leeftijd steeds beter wat zijn emoties zijn. Hij gaat er – onbewust – steeds meer mee experimenteren. Hij zal meer momenten hebben van groot verdriet en heftig huilen; ook merk je in de peuterleeftijd dat je kind soms ineens heel bang kan zijn (denk aan bang voor honden, spoken, monsters, heksen etc.).


– Basisschoolkinderen
Een kleuter kan ook nog behoorlijk wat moeite hebben met het omgaan met emoties. Ze kunnen hun gevoel nog niet (altijd) even duidelijk onder woorden brengen. De ontwikkeling van hun hersenen, is nog niet zover dat ze impulsen en emoties kunnen beheersen.

Tijdens de kindertijd zet die ontwikkeling zich door en zie je dat kinderen hun emoties steeds beter leren beheersen. Oudere kinderen kunnen bijvoorbeeld wel al beter rustig worden in een emotioneel geladen situatie en ze gaan conflicten steeds beter oplossen zonder dat ze die lichamelijk op de ander afreageren. Toch gaat dat ook bij oudere kinderen nog niet vanzelf; ouders en leerkrachten blijven een belangrijke rol spelen in de begeleiding ervan. Zij leren het kind om het gedrag, dat uit een emotie kan voortvloeien, in goede banen te leiden; o.a. door te leren wat wel en niet acceptabel is om tijdens een (heftige) emotie te zeggen of te doen.
Lees hier wat je kunt doen als je kind vaak boos is.


– Tieners
Door de hersenontwikkeling van je tiener merk je dat hij vaker emotioneel reageert en misschien zelfs vaker huilt. Verder kan hij behoorlijk gevat uit de hoek komen of ineens chagrijnig, geïrriteerd of brutaal op je reageren. Ook stemmingswisselingen kunnen hun intrede doen. Door zijn ingrijpende hersenontwikkeling merk je dat hij steeds beter leert om zijn emoties onder controle te hebben en te beheersen. Uiteraard gaat dat met vallen en opstaan.
Lees hier verder over de ontwikkeling van tieners / adolescenten.

Emotieregulatie: Omgaan met emoties & Emoties in goede banen leiden.
Het is belangrijk voor kinderen om te leren hoe ze op een goede manier met hun – soms heftige – emoties kunnen omgaan, hoe ze ze in goede banen kunnen leiden. Het is niet erg om je emotie te laten zien, maar het is wel belangrijk om te weten wat je kunt doen binnen de geldende sociale (gedrags)normen of omgangsvormen. Om de soms heftige emoties in goede banen te leiden, heb je emotieregulatie nodig. Emotieregulatie is het onder controle houden van je emoties.

Er zijn 2 niveaus waarop emoties worden gereguleerd, namelijk op:

1. Cognitief / perceptueel niveau:
Op cognitief of perceptueel niveau gaat het om hoe sterk je kind de situatie ervaart, dus hoe je kind over een bepaalde situatie denkt of hoe je kind de situatie ziet / interpreteert. Eerdere ervaringen, die je kind heeft meegemaakt, zijn hierop van invloed. Bijvoorbeeld als een kind vaker gepest is, zal hij daarna waarschijnlijk sneller denken dat andere kinderen hem ook weer gaan pesten en daardoor sterker op bepaalde opmerkingen reageren.

2. Gedragsniveau.
Op gedragsniveau gaat het om hoe je de emotie, die je ervaart, gaat uiten, of je de emotie laat zien (of niet) en hoe je zult reageren. Als je heel teleurgesteld bent met een cadeau van een vriend kun je bijvoorbeeld proberen dit niet te laten zien omdat je je vriend niet wilt kwetsen. Je houdt dan de uiting van je emoties in bedwang.

De gevolgen van heftige emoties
Wat vervelend kan zijn aan de heftige emoties van je kind, is dat het gepaard kan gaan met moeilijk of agressief gedrag. Denk maar aan het gooien met speelgoed (of andere voorwerpen), schreeuwen, schelden, duwen, schoppen, slaan, bijten, krabben en ga zo maar door. Hoewel ik hierboven duidelijk aangaf dat het ervaren van emoties valide is, is dit gedrag natuurlijk niet toelaatbaar. Vandaar dat het ook belangrijk is om te weten hoe je als ouder wél om kunt gaan met de (heftige) emoties van je kind. Je leest hieronder 6 praktische tips.


Wat je als ouder kunt doen om ervoor te zorgen dat je kind zich emotioneel goed ontwikkelt:
(1) Neem de emotie van je kind serieus. Hoe jong je kind ook is, je kind ervaart emoties. En of jij de reden van het ontstaan van de emotie nou wel / niet begrijpt, is in principe helemaal niet van belang. Het gaat er om dat er op dat moment iets is dat belangrijk is voor je kind. (Dat is overigens niet hetzelfde als je kind zijn zin geven.)

(2) Wanneer je kind een heftige emotie ervaart, is het belangrijk om adequaat op je kind te reageren. Beschrijf wat je bij je kind ziet, benoem (je vermoeden van) zijn emotie, benoem (je vermoeden van) zijn wens. Check / vraag na bij je kind of jouw vermoedens kloppen. Door op deze manier op je kind te reageren, zal je kind zich gehoord en gezien voelen.

(3) Laat je kind weten dat het ok is om boos, verdrietig, gefrustreerd of teleurgesteld te zijn. Het is normaal om emoties te voelen, ook bij kinderen. De emotie van je kind is valide en hoeft dus niet weggestopt te worden.

(4) Vind je het lastig om met emoties om te gaan? Ga dan eens bij jezelf na hoe dat kan komen; wellicht vind je er een oorsprong van in je eigen opvoeding en ontwikkelingspad.

(5) Bedenk zelf wat je fijn vindt aan de reacties van anderen wanneer jij een bepaalde emotie ervaart. Waarschijnlijk vind je het niet fijn als iemand tegen je zegt dat je moet stoppen met huilen wanneer je verdrietig bent, maar vind je het wel fijn als iemand dan naar je luistert of je troost. Dat geldt voor kinderen net zo. Reageer daarom ook op een soortgelijke manier op je kind als je kind die emotie ervaart.

(6) Zorg ervoor dat je kind voldoende slaapt, gezond eet, voldoende beweegt en voldoende positieve aandacht van jou krijgt. Daardoor zit je kind beter in zijn vel en zal hij zijn emoties beter kunnen reguleren.


Het is niet alleen belangrijk dat jij weet hoe je op een goede manier met de emoties van je kind kunt omgaan, maar ook dat je kind zélf weet wat hij kan doen als hij een bepaalde emotie ervaart. Je kind kan dan één van de volgende strategieën toepassen. Door het toepassen van deze strategieën leert je kind wat het kan doen om rustig te worden, waardoor de heftige emotie uitdooft en naar de achtergrond verdwijnt. Dat is trouwens een echt leerproces en gaat niet van vandaag op morgen. Gun je kind de tijd om de strategieën aan te leren en om eraan te wennen.

Hieronder vind je een aantal strategieën, die je kind zelf kan toepassen om weer rustig te worden na een heftige emotie:

(1) Ik let op mijn ademhaling. Ik adem rustig in en ik adem weer rustig uit.

(2) Ik trek me even terug en ga naar een andere ruimte (bijv. m’n slaapkamer) en probeer daar te kalmeren (bijv. door een boek te gaan lezen, met een fidget toy te spelen, muziek te luisteren, m’n lievelingsknuffel te pakken, rustig op bed te liggen).

(3) Ik kan actief gaan bewegen (bijv. steppen, een rondje rennen / fietsen, voetballen, hardlopen) om de vervelende energie kwijt te raken.

(4) Ik ga iets doen waar ik normaalgesproken veel plezier aan beleef (bijv. tekenen, liedje zingen, muziek maken).

(5) Ik ga met iemand, die ik vertrouw, over mijn emoties praten.

(6) Ik vraag iemand, die ik goed ken, om me een knuffel te geven.

(7) Ik denk aan leuke dingen (bijv. een mooie vakantie, mijn beste vriend(in), een grappige gebeurtenis).

(8) Ik schrijf mijn vervelende emoties of gedachtes van me af (en zet ze op papier in m’n speciale schrift).

(9) Ik tel rustig tot 10.

(10) Ik drink een slokje water.


KLIK HIER om deze lijst met 10 strategieën uit te printen.


TIP: Print deze lijst uit en bespreek samen met je kind welke strategie je kind zelf het fijnste vindt. Dat is de eerste strategie die je kind – indien het een heftige emotie ervaart – kan gaan toepassen. Laat je kind die strategie een aantal keren toepassen. Evalueer daarna of de strategie goed bij je kind past en of deze voldoende voor je kind werkt.


Het is natuurlijk één ding om rustig te worden na het ervaren van een heftige emotie, het is iets anders om de situatie, waardoor de heftige emotie opkwam, het hoofd te bieden. Zodra je kind na het toepassen van een strategie weer rustig is, kan het gaan nadenken over hoe het die ene situatie zou kunnen oplossen én in de toekomst op een andere manier kan benaderen. Het is fijn als jij je kind helpt om dat voor elkaar te krijgen.

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Houd het dan wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Dankjewel alvast voor je reactie!


Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’. Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_c




Heb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2021. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.



Voor dit artikel gebruikte Joyce de volgende literatuur:
– Bukatko & Daehler. (1995). Child development: A theoretic approach. Houghton Mifflin Company: Boston.
– The crying game: Kate Nicholson at TEDxGoldenGatePark. Link.
– Emotionele ontwikkeling. Centrum voor Jeugd en Gezin Katwijk. Link.
– Kind en Emotie. Theoretische achtergrond psycho-educatie. Unit Developmental and Educational Psychology. Institute of Psychology, Leiden University. Link.
– Omgaan met emoties. Herstelwerkplaatsen. GGZ NHN. Link.
– Omgaan met angst, boosheid en heftige emoties. Triple P. Link.
– Emotie. Wikipedia. Link.


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘Als je kind teleurgesteld is… | 5 stappen om je kind te leren met teleurstellingen om te gaan.
– ‘Waarom huil je nu alweer?‘ (over: Hoe je ervoor zorgt dat je kind minder huilt.)
– ‘Mijn kind voelt zich vaak zo somber en neerslachtig. Dat zal toch geen depressie zijn?’ [ Interview met depressie-expert dr. Denise Bodden ]
– ‘Mijn kind is vaker bang. Heeft het nu een angststoornis?’ Interview met angstexpert dr. Ellin Simon.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.



© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.



Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

logo_akse_coaching_groot_nieuw

Hoe overleef je een kinderfeestje? | 4 onmisbare ingrediënten voor een geweldig feestje (en 10 extra tips)

verjaardagstaart_kaarsjesOnze kinderen zijn alle drie in het voorjaar jarig (1x april, 2x mei). En dat moet natuurlijk gevierd worden. En dan heb ik het naast de verjaardag zelf, niet alleen over het ‘grote mensen-feest’, maar vooral ook over de kinderfeestjes. O ja, en had ik al gezegd dat er tussen de verjaardagen van onze oudste en jongste slechts één dag zit… Je raadt het al: dat is op zeer korte tijd behoorlijk aanpoten.

Misschien is jouw kind binnenkort ook jarig en wil je ook graag een kinderfeestje gaan organiseren. Je kunt wellicht wel wat tips en inspiratie gebruiken. Inmiddels hebben we hier thuis al een aantal leuke kinderfeestjes achter de rug en zet ik m’n belangrijkste tips voor je op een rij in dit artikel. Ik hoop van harte dat je hier mee aan de slag kunt en ook een leuk kinderfeestje kunt organiseren.

Een kinderfeestje organiseren kan soms best een onderneming zijn. Het is heel leuk om te zien hoeveel plezier en voorpret kinderen aan hun kinderfeestje beleven. Maar voordat het zover is, kan het nog best wat voeten in aarde hebben. Ik heb voor jou als ouder een aantal belangrijke punten op een rijtje gezet om zo een makkelijk en overzichtelijk lijstje te hebben met waar je allemaal rekening mee kunt houden en/of op kunt letten. Uiteraard mag je alle tips naar eigen inzicht gebruiken en/of toepassen.

Om het feestje goed te kunnen voorbereiden, is het belangrijk om vooraf antwoord te krijgen op de volgende vragen:

Waar ga je het feestje houden?

– Wat ga je doen tijdens het kinderfeestje?

Hoeveel kinderen komen er op het feestje? Wie nodigt je kind uit?

– Wat ga je tijdens het kinderfeestje eten?

Die vragen probeer ik hieronder alvast voor je te beantwoorden. Daarnaast geef ik nog extra tips tussendoor om je kinderfeestje nog meer in goede banen te leiden. Als je zelf nog aanvullende tips hebt, dan hoor ik die heel graag in de comments onder dit artikel.

(1) Waar ga je het feestje houden?  meisje_blaast_kaarsjes_uit_taartHet is belangrijk om goed na te denken over waar je het feestje gaat houden. Wil je het feestje thuis houden of ga je liever ergens naar toe? Beide opties zijn natuurlijk helemaal prima. Ik zal je een aantal voor- en nadelen van beide opties op een rijtje zetten.

Voordelen van een feestje thuis:  – De kosten zijn doorgaans een stuk lager of in ieder geval beter in de hand te houden dan een feestje op locatie. Je kunt zelf spelletjes bedenken, omdat je veel zelf kunt maken en geen entree hoeft te betalen. – Je hoeft de kinderen nergens naar toe te brengen, je bent geen tijd kwijt aan reizen én je hebt geen benzinekosten. Ook nog eens beter voor het milieu. 😉

Nadelen van een feestje thuis: – Je hebt alle kinderen de hele tijd in huis en (zeker als het jonge kinderen zijn) kan dat een behoorlijke drukte met zich meebrengen. – Je moet zelf zorgen voor alle voorbereidingen, zoals eten, drinken, spelletjes verzinnen en uitvoeren etc.

(En voor feestjes buitenshuis zijn de voor- en nadelen vrijwel tegenovergesteld hieraan.)  TIP 1: Neem voldoende tijd om het kinderfeestje voor te bereiden. Mijn ervaring is dat er meer tijd en werk in gaat zeker – zeker als je het thuis houdt – dan je vooraf inschat. TIP 2: Houd je het feestje buitenshuis of ga je een activiteit buiten doen, plan dan genoeg tijd in voor wc-bezoek en om schoenen / jas aan te trekken. Met een groepje (jonge) kinderen kost dat al gauw 10-15 minuten.

(2) Wat ga je doen tijdens het kinderfeestje? kinderen_spelen_met_de_balNaast cadeautjes uitpakken, kaarsjes uitblazen en samen eten staan er vaak een aantal leuke activiteiten op het programma. En dan zijn de mogelijkheden haast oneindig. Om je alvast een beetje inspiratie te geven, doe ik je alvast een aantal ideeën aan de hand. Je kunt tijdens het feestje allemaal ludieke ‘oud Hollands’ spellen doen als zakdoekje leggen, verstoppertje spelen, eierlopen, zaklopen, koekhappen etc. Ook knutselactiviteiten, een speurtocht lopen, een dance battle of laser gamen zijn vaak erg leuk om te doen. Voor kinderen, die nog niet zo goed kunnen lezen, kun je een ‘bingo speur- / wandeltocht‘ te organiseren (i.p.v. een speurtocht).

Heb je een thema voor het kinderfeestje? Je kunt een thema gebruiken als kapstok om de activiteiten aan op te hangen. – Voor jonge kinderen zijn thema’s als prinsessen, K3, knutselen / sieraden maken, Pippi Langkous, heksen, boerderij / dieren, brandweer, politie, ridders, piraten, dinosaurussen, superhelden, Freek Vonk, jungle en sport vaak leuk. – Voor oudere kinderen kun je denken aan thema’s als Harry Potter, Wie is de Mol?, een escape room, Expeditie Robinson of een slaapfeestje.

Als je graag alle benodigdheden voor je themafeestje in één keer in huis wilt hebben, dan kun je online bij diverse organisaties een leuke themakist bestellen. Uiteraard heb je niet perse een thema nodig om een leuk feestje te geven. Je kunt er gebruik van maken, maar het hoeft niet.

O ja, en dan hebben we natuurlijk nog zo iets als het weer. Dat kan soms behoorlijk roet in het eten gooien. Als je een mooi buitenprogramma hebt samengesteld, is het toch raadzaam om ook serieus te kijken naar wat je kunt doen als het toch slechter weer is dan je had gedacht / gehoopt / verwacht.

TIP 3: Als je een activiteit buitenshuis hebt, dan is de kans groot dat je er met de auto naar toe gaat. Wie waar mag zitten, is nog wel eens voer voor discussie. Het liefst willen ze nl. allemaal naast de jarige zitten, allemaal voorin zitten etc. Om die discussie voor te zijn, maak ik vooraf aan het feestje lootjes met daarop de plekken in de auto (bijv. voorin, achterin midden, achterin links). Die lootjes deed ik in een zak of doos en alle kinderen konden om de beurt een lootje trekken. Ze bepaalde het lot wie waar kon zitten. Deze aanpak leverde beduidend minder discussie op. Voor de terugreis zou je opnieuw lootjes kunnen trekken, zodat iedereen weer op een andere plek kan gaan zitten.

(3) Wie mag je kind uitnodigen? Hoeveel kinderen komen er op het feestje?  kinderen_rennen_met_ballonnenVoor kinderen kan het soms nog best lastig zijn om te beslissen wie ze wel / niet voor hun kinderfeestje willen uitnodigen. Je kunt je kind helpen om een goede keuze te maken. Maak eerst eens een lijstje van kinderen met wie jouw kind graag speelt; dat kunnen kinderen zijn met wie hij in de klas of tijdens de pauze vaker speelt, met wie hij regelmatig afspreekt, kinderen uit de buurt, neefjes of nichtjes. Laat je kind zo veel mogelijk zélf antwoord geven. Komt je kind er zelf niet zo goed uit of vind je het lastig om te achterhalen met wie je kind veel speelt in de klas, informeer dan eens bij zijn leerkracht. Ik heb zelf een keer de fout gemaakt om alleen kinderen uit te nodigen, die vaker bij ons thuis kwamen spelen. Ik had nl. helemaal niet bedacht dat m’n kind ook heel goed bevriend kon zijn met een klasgenootje, waar ze vooral op school heel vaak én leuk mee speelde. Ze bleken toch echt goed bevriend te zijn, alleen had ik dat zelf dus helemaal niet door. Door mijn inschattingsfout kwam het kindje niet op haar kinderfeestje. Zo stom van mij! En hoewel het al een aantal jaar geleden is, kan ik me daar nu nog rot over voelen.   

TIP 4: Wist je dat er in een schoolklas altijd wel enkele kinderen zijn, die nooit uitgenodigd worden voor een kinderfeestje…? Om te voorkomen dat er op die manier (onbedoeld) kinderen buitengesloten worden, kun je in de plaats van een gewoon kinderfeestje ook eens een ‘klassenfeestje‘ organiseren. Hier vind je een gratis draaiboek om het organiseren van een klassenfeestje extra makkelijk te maken.

TIP 5: Ik ging er zelf trouwens altijd van uit dat wanneer je kind een vriendje of klasgenootje uitnodigt voor zijn/haar kinderfeestje, dat hij/zij dan ook wel een uitnodiging terug kon verwachten. Dat blijkt helaas niet (meer) zo te zijn. (Misschien is dat nog iets van vroeger? Ik weet het niet zo goed…) Dus mocht je dat idee ook nog hebben, dan is het wellicht goed om vooraf al je verwachtingen op dit gebied wat bij te stellen. (Laat me weten wat jouw verwachtingen op dit gebied zijn. Ik lees graag je reactie onder dit bericht.)

Uitnodigingen Ik vind het zelf altijd leuk om kinderen uit te nodigen met een heuse uitnodiging. Zeker voor jonge kinderen is dat echt een happening. Ik maak de uitnodiging meestal gewoon zelf, samen met de jarige. Ik probeer om de uitnodiging een week vóór het feestje in de brievenbus te laten vallen. Een tijdje daarvoor heb ik dan wel al de ouders, van wie het kind uitgenodigd werd, laten weten wat de datum van het feestje zou zijn, zodat ze die datum alvast vrij kunnen houden.

Aantal kinderen meisjes_gooien_ballonnen_omhoogKinderen kunnen zelf nog niet goed bepalen hoeveel kinderen ze kunnen uitnodigen. Het is goed om daar als ouder duidelijk in te zijn. Wij hadden zelf het criterium dat er niet meer kinderen uitgenodigd kunnen worden dan dat er in onze auto(‘s) passen (incl. wijzelf én onze eigen kinderen). Meer dan dat lukt gewoon niet, zeker niet als we een activiteit buitenshuis hadden. (Minder kinderen kan natuurlijk wel.) Ook het aantal stoelen dat rond de eettafel past, kan een criterium zijn. Uiteraard ben je helemaal vrij in het bepalen van het maximum aantal kinderen dat er op het feestje komt.

Broertjes & Zusjes Wij vinden het zelf altijd gezellig als broer en/of zus van de jarige ook bij het feestje aanwezig is. Zo kunnen we het feestje als gezin meemaken. Ik kan me echter voorstellen dat dat niet altijd even praktisch is. Soms is een kindje nog te jong om deel te nemen of heeft het nog veel verzorging nodig en kom je daardoor handen te kort tijdens het feestje (denk aan luiers verschonen, dutje doen ed.). Ook kan een kind het zelf écht niet leuk vinden om bij het feestje van zijn/haar broer of zus aanwezig te zijn. Dan kun je er natuurlijk voor kiezen om je andere kind(eren) vlak voor het feestje naar opa, oma, een vriendje of vriendinnetje (etc.) te brengen.

TIP 6: Uitnodigen: Jonge kinderen zijn vaak geneigd om al vrij snel tegen andere kinderen te zeggen ‘jij mag op mijn feestje komen’, terwijl er nog helemaal geen sprake is van een feestje. Dat kan dus al maanden of weken zijn voordat het kind jarig is… Meestal is het ook zo dat niet iedereen, tegen wie je kind dat zegt, daadwerkelijk zal/kan komen (bijv. omdat de groep dan veel te groot zou worden). Leg je kind daarom goed uit dat het dit niet zo maar tegen andere kinderen kan zeggen. Voor sommige kinderen is dat soms nog best een opgave.

TIP 7: Wat ik ook vaker hoor, is dat jonge kinderen onderling tegen elkaar zeggen: ‘als je dat en dat niet voor me doet (of als je niet doet wat ik wil), dan mag je niet op m’n feestje komen’. Het feestje wordt dan ingezet als een soort chantagemiddel. Dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn. Leg je kind uit dat ook dat niet leuk is om tegen een ander kindje te zeggen.

(4) Wat ga je eten tijdens het kinderfeestje? frietenEen onderdeel dat je tijdens het feestje vaak terug ziet komen, is natuurlijk het uitblazen van de kaarsjes. Het is leuk om dan een taart, cake of gebakjes te hebben, waar de kaarsjes op kunnen staan. Je kunt de taart, cake of het gebak zelf maken of kopen in de winkel. Ook op dit gebied is alles goed.

Je kunt het gebak dat je maakt / koopt aanpassen in het thema van het kinderfeestje en/of je kunt je kind laten kiezen wat hij/zij graag zou willen eten.

TIP 8: Als je frietjes gaat eten, is het leuk om de frietjes eens niet op borden, maar direct op de tafel te leggen (bijv. op aluminiumfolie). Datzelfde doe je met de sauzen. De kinderen mogen met hun handen én direct van de tafel eten. Dat doen ze niet iedere dag! Mooie bonus: je hoeft na het eten geen bordjes en bestek af te wassen. 

TIP 9: Realiseer je dat er tijdens een kinderfeestje altijd wel een kindje is dat iets niet zo lekker vindt of niet wil eten. Het ene kind maakt dat duidelijker kenbaar dan het andere. Tijdens een feestje maak ik daar zelf nooit een probleem van. Kinderen willen soms liever niet eten, omdat ze het allemaal een beetje spannend vinden of omdat ze niet zo goed weten wat ze kunnen verwachten. Als kinderen iets niet mogen eten (bijv. voedselallergie), dan zullen ouders je dat doorgaans vooraf wel duidelijk doorgeven. Uiteraard is dat ook iets dat je vooraf aan de ouders kunt vragen.

TIP 10: Ga tijdens het feestje altijd even lekker naar buiten met de kinderen. Dat kun je in de vorm van een speurtocht of activiteit doen, maar ook verstoppertje, tikkertje of ‘Schipper, mag ik overvaren?’ zijn leuke, eenvoudige activiteiten om even wat energie kwijt te raken. Ben je op zoek naar activiteiten die je binnen kunt doen? Klik dan hier voor een artikel met handige ideeën en leuke inspiratie; onderaan het artikel vind je zelfs een lijst met activiteiten voor binnen.

Tot zover mijn tips. Nu ben ik natuurlijk heel benieuwd welke tips uit dit artikel je gaat gebruiken (of hebt gebruikt). Dat mag je me zeker nog laten weten.

Heb je zelf nog handige, praktische tips voor het organiseren van een kinderfeestje?  Laat me die dan onder dit bericht weten.

Ik wens jullie alvast heel veel voorpret bij het organiseren van jullie kinderfeestje!


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’. Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_c

Heb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet, Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2021. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook. Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips: – ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips).‘ – ‘10 basistips om je kind of tiener beter naar je te laten luisteren‘ – ‘10 basistips om je baby, kind of tiener lekker te laten slapen.‘ – ‘Sturing & verbinding: Waarom beide aspecten onmisbaar zijn in de opvoeding van jouw kind.Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie. Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

logo_akse_coaching_groot_nieuw

‘Mijn kind kan maar niet aan tafel blijven zitten.’ | In 9 stappen naar meer rust aan tafel.

‘Elke avond is het weer hetzelfde liedje: we zitten aan tafel voor het avondeten en onze dochter loopt om de haverklap weg. De ene keer wil ze even wat speelgoed pakken, de volgende keer ziet ze een pluisje op de grond liggen, dan wil ze even naar de wc. En zo gaat ze steeds weer met een ander smoesje van tafel. Het lijkt voor haar wel onmogelijk om rustig aan tafel te blijven zitten. Dat zorgt niet alleen voor onrust aan tafel, maar ook dat ze niet dooreet. Ze pakt tussendoor wel af en toe een hapje, maar een goede portie krijgt ze op deze manier niet binnen. We vinden het heel storend dat ze maar niet aan tafel blijft zitten. De onrust aan tafel vinden we ook echt niet fijn. En omdat wij ons er zo aan storen en er steeds wat van moeten zeggen, is het ook niet echt gezellig meer aan tafel. Wat kunnen we doen om de rust aan tafel terug te brengen?’

Deze lastige opvoedsituatie herken je misschien wel: je kind wil tijdens het eten maar niet aan tafel blijven zitten. Daardoor heeft je kind niet de rust om goed te eten en is het voor iedereen aan tafel erg onrustig. De gezelligheid is dan vaak ver te zoeken.

Hoe kun je er nou voor zorgen dat je kind wél aan tafel blijft zitten?
Dat gaat je lukken met de volgende 9 stappen. Ik leg ze je hieronder één voor één uit.

(1) Leg uit wat precies de bedoeling is aan tafel.
Hoewel je al (heel) vaak samen aan tafel gegeten hebt, hoeft niet voor iedereen precies duidelijk te zijn wat nou eigenlijk jouw bedoeling is. Daarom is het belangrijk om dat (nóg een keer) duidelijk aan je kind uit te leggen. Geef dan aan wat je van je kind verwacht. Zeg daarbij wat je kind wél kan doen. Zeg dus liever ‘tijdens het eten blijven we allemaal aan tafel zitten’ in plaats van ‘sta nou niet steeds op’. Je bedoelt hier natuurlijk hetzelfde mee, maar voor je kind is het belangrijk om te weten wat het wél kan doen.
Meer uitleg over het gebruik van de woorden ‘nee’ en ‘niet’ lees je hier.

Maak ook een duidelijke afspraak, zodat je kind weet tot wanneer het aan tafel moet blijven zitten. Je kunt bijv. afspreken dat je aan tafel blijft zitten tot dat iedereen klaar is met eten of totdat een bepaalde tijdsduur (bijv. 20 minuten) is verstreken. Pas als iedereen klaar is met eten óf de tijd om is, mag iedereen van tafel.


(2) Geef het goede voorbeeld.
De afspraak, die je bij stap 1 hebt gemaakt, geldt niet alleen voor het kind dat – nu nog – vaker van tafel gaat, maar die geldt voor iedereen die aan tafel zit. Het is belangrijk dat iedereen aan tafel zich aan die afspraak houdt. Dat betekent dus ook dat jij als ouder niet even opstaat om iets te pakken. Als er namelijk toch iemand van tafel opstaat, ontstaat er meteen onrust en is de kans groter dat je kind ook weer van tafel gaat.

Bereid daarom de tafel, voordat jullie aan tafel gaan, goed voor. Dan weet je zeker dat alles op tafel staat (bijv. servies, bestek, bekers, sausjes) van wat je nodig hebt voor deze maaltijd.


Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


(3) Stap voor stap langer aan tafel zitten.
Als het avondeten bij jullie thuis nu ong. 15 – 20 minuten duurt, dan kun je van je kind – zeker als je kind jong is – nog niet verwachten dat het die hele periode aan één stuk rustig op zijn stoel blijft zitten. Zorg er dus voor dat het eetmoment niet onnodig lang duurt.
Vanaf een jaar of 4, wanneer kinderen naar school gaan, merk je dat dat steeds beter gaat.

Je kunt je kind wel leren om langer op zijn stoel te blijven zitten. Begin voorzichtig en makkelijk, zodat het goed te doen is voor je kind. Zet een eierwekkertje (of timer op je telefoon) op één minuut en laat je kind één minuut aan één stuk aan tafel zitten. Als die minuut afgelopen is én je kind rustig is blijven zitten, dan mag je kind daarna even lopen. Je kind kan dan even een rondje om de tafel lopen of geef je kind een opdracht om te doen.

Gaat dat een paar dagen goed, dan maak je de intervallen wat langer, zodat je je kind steeds wat langer op z’n stoel zitten. Gaat je kind toch eerder van zijn stoel af, dan zet je je kind terug op zijn stoel en begint de tijd opnieuw te lopen.
Deze stap werkt het beste in combinatie met stap 6. Lees dus vooral nog even verder.


(4) Laat je kind voldoende bewegen.
Zorg dat je kind ’s middags (in de tijd voor het avondeten) even zijn energie kwijt kan. Laat hem buiten spelen, ga samen naar buiten, loop een blokje om, ga een rondje fietsen, ga naar een speeltuin in de buurt of laat samen de hond uit. Vind je het geen weer om naar buiten te gaan, maak dan een ‘beweegparcours’ in je woonkamer, waar je kind lekker kan springen, klauteren, kruipen ed. Dat hoeft allemaal niet lang te duren; vaak is een half uurtje al genoeg. En dat zou je mooi kunnen doen in het half uurtje voordat je gaat koken.

TIP: Laat je kind(eren) bijvoorbeeld ook eens ‘het Grote BewegingsSpel voor Binnen’ spelen.


(5) Zorg dat je kind genoeg slaapt.
Vaak worden kinderen onrustig als ze te weinig of niet goed slapen. Zeker aan het eind van de dag merk je dat ze dan ‘opgedraaid’, druk of extra onrustig zijn. Die onrust vertaalt zich dan o.a. in dat je kind niet rustig aan tafel kan blijven zitten. Je kind heeft het gevoel dat hij steeds moet bewegen. Dus ook het verbeteren van de nachtrust en ervoor zorgen dat je kind voldoende slaap krijgt, zorgen ervoor dat je kind de rust op kan brengen om lang genoeg aan tafel te blijven zitten.
Lees hier 10 basistips om je baby, kind of tiener beter te laten slapen.

(6) Benoem wat je kind goed doet.
Het is belangrijk om je kind steeds te laten merken én te benoemen wat hij goed doet, ook aan tafel. Uiteraard vind je het niet goed of fijn dat je kind steeds van tafel gaat, maar er zijn vast dingen die hij aan tafel wél goed doet. Hij eet bijvoorbeeld netjes met mes en vork, je ziet dat hij zijn aardappels, groente of pasta met smaak opeet, hij helpt zijn zusje met haar eten etc. Ga op zoek naar wat je kind goed doet en benoem dat. Dat is ontzettend belangrijk. Kinderen vinden het fijn om te horen wat ze goed doen en zijn dan eerder geneigd om dat nóg een keer te doen. Zo wordt de kans niet alleen groter dat je kind dat fijne gedrag nog eens laat zien, maar wordt de sfeer aan tafel ook fijner. Vergeet daarin ook de andere kinderen aan tafel niet. Ook zij moeten van jou horen wat ze goed doen.
Lees ook m’n artikel over waarom het belangrijk is om je kind positieve aandacht te geven.

(7) Maak het gezellig aan tafel.
Het is belangrijk dat het gezellig is aan tafel. Als kinderen merken dat het fijn is aan tafel, dan zullen ze er graag deel van willen uitmaken. Vandaar dat het belangrijk is dat het eetmoment een fijn moment is samen. Je kunt het eetmoment gebruiken om samen bij te praten, de dag door te nemen ed. Je kunt ook samen plannen maken voor jullie eerstvolgende vakantie, weekendje weg, uitstapje of verjaardagsfeestje. Zoek een onderwerp uit waar jullie samen graag over praten en laat iedereen deel uitmaken van het gesprek.

TIP: Gebruik ook eens m’n 100 Kletskaartjes om aan tafel samen de dag door te nemen.


(8) Negeer vervelend gedrag aan tafel.
Als je stappen 1 t/m 7 allemaal consequent en met overtuiging toepast, dan is het het beste om vervelend of negatief gedrag van je tafelgenoten te negeren. En negeren is dus er helemaal niet op te reageren; niet verbaal én niet non-verbaal. Dat doe je dus ook met je kind dat steeds van tafel gaat. Je laat het dus eigenlijk gebeuren. Dat doe je in de overtuiging dat je kind wel aan tafel komt als het daar maar leuk en gezellig genoeg is. Je kind wil er dan graag deel van uitmaken en komt vanzelf terug aan tafel. Negeren werkt overigens alléén als je heel goed oplet wat je kind goed doet én als je het goede gedrag consequent benoemt (zie stap 6).
Klik hier om meer te lezen over het ‘negeren’ van gedrag.

(9) Consequentie voor het opstaan en van tafel gaan.
Ondanks alle afspraken en voorbereidingen kan het natuurlijk toch voorkomen dat je kind de afspraak eens vergeet, zich vergist of gaat uitproberen wat er gebeurt als hij zich niet aan de afspraak houdt. Kortom, je kind zal toch nog wel eens van tafel gaan. Daarbij heb je nu al een tijd (ong. 2-3 weken) zijn vervelende gedrag genegeerd. Maar je merkt dat je kind nu helemaal niet meer uit zichzelf aan tafel komt en daardoor ook te weinig of gevarieerd eet.

Dan zit er niks anders op dan dat je toch een andere strategie gaat toepassen. Stappen 1 t/m 7 blijf je uiteraard toepassen, maar nu laat je stap 8 achterwege. Daarvoor komt stap 9 in de plaats.

Wanneer je kind zich nu niet aan de afspraak (‘we blijven allemaal aan tafel zitten totdat iedereen klaar is met eten’) houdt, dan volgt er een consequentie. Die consequentie geef je je kind, ongeacht de reden dat je kind van tafel gaat. Het is belangrijk dat je kind vooraf weet welke consequentie er volgt wanneer hij toch van tafel gaat.

Consequenties zijn natuurlijk nooit leuk; niet om te geven, niet om te krijgen. Toch is het belangrijk dat je kind leert dat hij zich aan jullie afspraken houdt. Met punten 1 t/m 7 doe je er in principe alles aan om je kind aan tafel te houden én om hem positief te benaderen. Realiseer je dat je kind eigenlijk steeds zelf de keuze maakt om aan tafel te blijven zitten of om toch – tegen beter weten in – van tafel te gaan. Dat gaat niet heel bewust, zeker niet als je kind gewend is om steeds van tafel te kunnen gaan, maar toch heeft hij geleerd dat het kan. Hij moet nu leren dat van tafel gaan echt niet meer kan.

Mogelijke consequenties kunnen in dit geval zijn: zijn stoel een stukje van tafel wegschuiven / omdraaien, in de hoek staan, op een aparte stoel gaan zitten, zijn bord wegzetten etc. Het gaat hierbij natuurlijk niet om de specifieke consequentie, het gaat om de boodschap, die je je kind geeft voordat hij de consequentie krijgt. Voordat je je kind bijv. op die extra stoel zet, leg je nog eens duidelijk (kalm & beheerst) uit waarom je kind daar moet gaan zitten.
Hier lees je meer over het geven van logische consequenties.

Toch nog even dit
Uiteraard is het belangrijk dat het in eerste instantie gewoon gezellig is aan tafel. In het algemeen kun je nl. stellen dat als het gezellig genoeg is aan tafel je kind daar graag deel van willen uitmaken en graag aan tafel blijft zitten. Het liefst wil je daarom ook geen consequenties geven, want zodra er consequenties volgen is het direct niet meer zo gezellig aan tafel. Het heeft in eerste instantie dus niet de voorkeur om consequenties in te zetten, maar soms kan het noodzakelijk zijn om je afspraak op deze manier toch wat ‘kracht’ bij te zetten.


Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!



tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_c




Heb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2021. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.



Voor dit artikel gebruikte Joyce de volgende websites:
– ‘De opvoedkwestie: mijn kind blijft niet aan tafel zitten’. RTL Nieuws. Klik hier.
– ‘Van tafel tijdens het eten: ja of nee?’, Ouders van Nu. Klik hier.


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips).
– ‘Mijn kind eet zo slecht. Moet ik me zorgen maken?’ [Interview met eetexpert drs. Eline de Haan]
– ‘Vind ik niet lekker!’ (Over jouw rol aan tafel en hoe jij er voor kunt zorgen dat je kind beter eet.)
– ‘Sturing & verbinding: Waarom beide aspecten onmisbaar zijn in de opvoeding van jouw kind.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.



© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.



Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

logo_akse_coaching_groot_nieuw

‘Mijn kind is vaker bang. Heeft het nu een angststoornis?’ Interview met angstexpert dr. Ellin Simon.

Alle kinderen zijn wel eens bang; jouw kind of leerling vast ook. Denk maar eens aan die ene keer dat je zoon schrok van een hond of spin. Of toen het buiten onweerde en je dochter schrok van de harde knallen. Of misschien vindt je zoon het wel heel spannend om in een donkere kamer te slapen. Of vindt één van je leerlingen het superspannend om een spreekbeurt te houden; door al die ogen die op hem gericht zijn, wordt hij steevast ontzettend bibberig. Zelfs baby’s kunnen angstig zijn, bijvoorbeeld omdat jij als ouder even uit het zicht verdwijnt. Allemaal situaties, die je waarschijnlijk wel zult herkennen en die niet meteen heel zorgwekkend hoeven te zijn.

Gevoelens van angst komen bij iedereen voor en zijn dus eigenlijk heel normaal. Toch zijn er kinderen of leerlingen die té angstig zijn. Dan durven ze bijvoorbeeld niet meer op bezoek bij iemand die een hond heeft of durven ze niet meer naar school als ze hun spreekbeurt moeten houden. Als je merkt dat de angst van jouw kind of leerling groter is dan die van anderen, dan is het goed om er iets aan te doen. Maar wanneer is een angst eigenlijk te groot? En wát kun je dan het beste doen?

Dat heb ik allemaal gevraagd aan onderzoeker dr. Ellin Simon. Zij is expert op het gebied van angst bij kinderen. Je leest haar antwoorden op mijn vragen in dit artikel.


Je bent expert op het gebied van angst bij kinderen en jongeren. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan?
‘Ik wilde graag promoveren op een onderwerp, waarbij ik kinderen op psychologisch vlak kon helpen. Min of meer toevallig kwam ik uit bij het thema ‘angst’. Dat thema sprak me wel meteen heel erg aan. Ik ben me in het thema ‘angst’ gaan verdiepen en ik vind het nog steeds een fascinerend onderwerp. Het is één van de eerste stoornissen, die zich kan voordoen in de ontwikkeling van kinderen. Maar dat is nog niet alles, want het lijkt vaak ook nog een poort te zijn naar andere stoornissen, zoals depressie en middelenmisbruik. We weten ook dat kinderen, die angstig zijn, op latere leeftijd een grotere kans hebben om depressief te worden of middelen te misbruiken. Het is dus belangrijk om er vroeg bij te zijn.

Mijn fascinatie voor dit thema zit ‘m er vooral in dat de emotie, die bij angst past, voornamelijk naar binnen gericht is. Bij angstige kinderen zie je bijvoorbeeld dat ze geremd kunnen zijn, dat ze zich veel zorgen maken, dat ze veel analyseren en daar dan ook een angstig gevoel bij hebben. Die gevoelens en gedachten zijn nog best lastig op te merken voor buitenstaanders; ook voor ouders kan dit lastig zijn. Het is voor ons als onderzoekers dan ook belangrijk om na te denken over hoe je angstige kinderen vroegtijdig te pakken krijgt. Als je er namelijk op tijd bij bent, kun je ervoor zorgen dat het niet erger of chronisch wordt en dat het zich niet uitbreidt naar andere angsten of problematieken.

Bij ons project ‘Leer te durven’ gaan we met kinderen aan de slag, die zelf aangeven dat ze ergens bang voor zijn. Dat is een evidence-based project. Voorheen zagen we de kinderen dan vooral face-to-face, nu hebben we ook een online variant. We zien op dit moment al sterke effecten van de behandeling. We zien dat het een positief effect heeft op het angstniveau van het kind (het angstniveau wordt lager), we zien dat kinderen minder vermijdingsgedrag vertonen en minder negatieve gedachten hebben. Al met al zijn de eerste resultaten dus heel veelbelovend. (Dit zijn de eerste resultaten van dit onderzoeksproject, maar op het moment van het interview zijn die nog niet gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift. Dat komt nog.).’

dr. Ellin Simon is ontwikkelingspsycholoog en Universitair Docent ‘Klinische Kinder- en Jeugdpsychologie’ aan de Open Universiteit. Samen met prof. dr. Susan Bögels bracht zij de face-to-face variant van ‘Leer te Durven!’ uit (verkrijgbaar in de boekenwinkel) en onderzoekt momenteel de online variant van dit trainingsprogramma voor angstige kinderen (8 t/m 13 jaar).

Het onderzoek Leer te durven loopt nog tot in 2022.
Kinderen van 8 t/m 13 jaar kunnen zich nog steeds aanmelden om aan het project deel te nemen.
Klik hier om meer over dit project te lezen; je leest dan ook hoe je je kind er evt. voor kunt aanmelden.
…………………………………………..

Wat is ‘angst’ of een angststoornis bij kinderen precies? Hoe kunnen ouders of leerkrachten angst bij kinderen herkennen?
‘Angst is eigenlijk een gezonde emotie. Iedereen heeft angst nodig. Zonder angst kom je namelijk in de problemen, omdat je dan niet goed genoeg op dreigende signalen kunt reageren. Als je te weinig angst ervaart, kun je roekeloos of gewetenloos worden en dat is niet gezond. Je hebt dus echt een bepaalde mate van angst nodig om goed te kunnen functioneren.

In iedere fase van je ontwikkeling heb je een andere ‘soort’ angst, die op de voorgrond staat. Bij baby’s is dat bijvoorbeeld scheidingsangst. Het is heel normaal wanneer baby’s daar een bepaalde periode meer last van hebben. Op die leeftijd zien we dat als een functionele angst. Als je 10 jaar bent, is dat echter niet meer het geval en kan scheidingsangst zorgwekkender zijn.

Daarom is het belangrijk om de angst van een kind te vergelijken met de mate van angst, die je bij leeftijdsgenoten ziet. Je ziet dan goed of de mate van angst bij een kind hoger is dan je op basis van zijn of haar leeftijd mag verwachten.

Je kunt de mate van angst zien als een continuüm; die varieert van geen angst tot extreme angst. Angst kan grofweg in drie gradaties voorkomen: (1) geen angst, (2) normale angst, (3) hoge niveaus van angst.

Bij kinderen, die een extreme mate van angst hebben, kun je zeggen dat ze een angststoornis hebben. Vaak hebben kinderen met een angststoornis ernstigere en langdurigere symptomen dan andere kinderen. Je ziet dat de kwaliteit van hun dagelijks leven erg wordt gehinderd. Dat kan bijvoorbeeld invloed hebben op hoe het op school gaat, in de contacten met vriendjes of hoe ze zich lichamelijk voelen. Kinderen met een angststoornis vertonen veel vermijdingsgedrag; ze gaan bepaalde situaties uit de weg, die ze eigenlijk niet uit de weg zouden moeten gaan. Vooral als kinderen hoge niveaus van angst hebben, is het belangrijk om in te grijpen om zo grotere problemen te voorkomen.

Ik zal als voorbeeld de angst voor honden uitsplitsen voor de verschillende angstgradaties die er zijn.

Normale angst voor honden: Het is geen probleem om een bepaalde voorzichtigheid te hebben als je bij een hond bent. Iedereen heeft wel een bepaalde mate van alertheid voor honden. Je bekijkt of je de hond kunt vertrouwen. Als je ziet dat het een blije hond is, dan is het goed. Zo niet, dan houd je wat meer afstand.
Overmatige / abnormale angst: als de mate van angst voor honden groter is, dan zie je dat een kind zich verschuilt achter de ouder of dat het stokstijf stil staat als er toevallig een hond langskomt.
Angststoornis / -diagnose: bij de hoogste mate van angst zie je dat de angst grotere gevolgen heeft voor het kind. Het kind gaat bijvoorbeeld niet meer bij een vriendje spelen omdat die een hond heeft. Als je naar school loopt, wil je kind een bepaalde straat niet inlopen, omdat het bang is dat het daar weer een hond tegenkomt; je kind loopt dan liever een paar straten om om maar niet die hond tegen te komen. Dat vermijdingsgedrag hindert je kind in zijn dagelijkse leven. De ernst van de angst en de gevolgen ervan zijn veel heftiger. Je kind besluit bijvoorbeeld om niet alleen niet meer naar een vriendje te gaan, maar het gaat ook niet meer bij oma op bezoek, omdat ze een hond heeft. Je kind houdt steeds rekening met het wel / niet tegen kunnen komen van honden. Het gevoel van het kind is dan een heel intense emotie.
Geen angst: Er zijn ook kinderen, die absoluut geen angst kennen. In het geval van honden zouden ze dan bijv. bij iedere hond hun gezicht dicht in de buurt van de bek houden. Dat zou dan weer erg roekeloos zijn.

Iedere angstreactie – zowel een normale angstreactie als de angststoornis – bestaat uit 4 componenten:
1) Het bevat een gevoel, emotie en angstervaring. Dat zijn componenten, die als het ware in de angst zelf zitten.
2) Er is sprake van vermijdingsgedrag: de angstige situatie wordt vermeden waardoor de angst minder vaak voorkomt (bijv. het kind vermijdt de hond).
3) Er treedt een fysieke reactie op (bijv. er komt adrenaline vrij, de hartslag gaat omhoog).
4) Je gaat erover nadenken (bijv. over de angst of angstige situatie, piekeren).

Bij een angststoornis zijn deze componenten heel sterk aanwezig. En natuurlijk zie je bij verschillende mensen individuele verschillen in de mate, waarin deze 4 componenten aanwezig zijn. Ook zijn er verschillen in de aanwezigheid van deze componenten tussen verschillende soorten angst. Volwassenen hebben daarbij nog eens een uitgebreider, verfijnder repertoire om op een angst te reageren of om ermee om te gaan dan kinderen.’

Hoe ‘ontstaat’ angst eigenlijk?
Er zijn een aantal manieren waarop angsten of angststoornissen kunnen ontstaan. Ik zal er 4 uitleggen:

  1. Genetisch erfelijkheid: Het gaat dan om specifieke aspecten van het temperament van een persoon, zoals geremdheid.
  2. Reactie van ouders: Een geremd temperament van kinderen kan extra versterkt worden als een kind heel erg beschermd wordt door zijn ouders (overbescherming). Wanneer een kind te veel wordt beschermd, dan leert het kind niet om op een goede manier om te gaan met spannende situaties. Door de overbeschermende reactie van de ouders krijgt het kind zelfs juist het idee dat de situatie daadwerkelijk angstwekkend is. Een dergelijke overbeschermende reactie van ouders bevestigt het gevoel van het kind alleen maar: ‘ik ben zelf niet sterk genoeg om met die situatie om te gaan.’ Kortom, dergelijke reacties van ouders kunnen het angstige, geremde temperament van het kind versterken of verergeren.
  3. Een specifieke gebeurtenis: Als een kind iets heeft meegemaakt (bijv. het is gebeten door een hond), dan is die gebeurtenis een trigger om overmatig angstig te worden.
  4. Model-leren: Kinderen leren door te kijken naar hun ouders en hoe ouders met situaties omgaan. Ze zien hun ouders als rolmodel. Als ouders een overmatige angstreactie geven op een bepaalde situatie, dan is de kans groter dat het kind ook sneller die angstreactie geeft.’

Vanaf welke leeftijd kun je een angststoornis bij kinderen laten onderzoeken / vaststellen?
‘Op iedere leeftijd kunnen kinderen bang zijn. Vanaf een jaar of 4 jaar zou je voorzichtig een diagnose kunnen gaan stellen. Voor die tijd is een kind nog zo kneedbaar en beïnvloedbaar, dat je dan meestal nog geen diagnose gaat stellen. Je kunt op jonge leeftijd overigens wel vaststellen dat een baby wel / geen geremd temperament heeft. We weten dat baby’s met een geremd temperament een grotere kans hebben om later (in de kindertijd of op latere leeftijd) een angststoornis te ontwikkelen, mn. sociale angst.’

Waar wordt angst bij kinderen wel eens mee verward?
‘Angst wordt wel eens verward met een depressie. Er bestaat ook best wat overlap in de symptomen, die je ziet bij angst en depressie. Bijv. als een kind een negatieve stemming heeft en het daardoor geen zin heeft om bij een vriendje te gaan spelen, kan het aangeven dat het niet wil gaan omdat ‘het vriendje een hond heeft’. Je denkt dan wellicht eerder dat het kind bang is voor die hond dan dat het een negatieve stemming heeft. Zowel angst als depressie zijn beide internaliserende (naar binnen gerichte) probleemgedragingen of stoornissen; kinderen trekken zich terug in zichzelf. Soms is het dan ook niet noodzakelijk om een te strikt onderscheid te maken tussen angst en depressie.

Sommige angstige kinderen kunnen ook heel driftig worden. Dat is niet typisch gedrag voor angst, maar het komt in enkele gevallen wel voor. Als kinderen met angst driftig gedrag laten zien, dan kan juist dat gedrag het moeilijker maken om de diagnose ‘angst’ te stellen.

Van kinderen met autisme weten we dat zo’n 40% ook een angststoornis heeft. Dat wordt vaak over het hoofd gezien. Deze kinderen reageren dan anders in een bepaalde situatie, wat vervolgens geschaard wordt onder de brede noemer ‘autisme’. Het is echter juist goed om ook bij deze kinderen naar de angstcomponenten te kijken. Als je namelijk weet waar het kind precies bang voor is, kun je het beter en gerichter helpen. Angst is namelijk relatief makkelijk te behandelen. Het kind krijgt door die behandeling een mooie succeservaring en kan zo meer vertrouwen opbouwen voor andere therapieën of behandelingen.’

Alle kinderen zijn wel eens bang. Zou je angstige gevoelens bij kinderen eigenlijk al serieus moeten nemen?
‘Als de angst van een kind niet past bij zijn leeftijd of ontwikkelingsfase, dan is het goed om die angst serieus te nemen. Meestal gaat het vanzelf wel over, omdat een kind zelf een manier vindt om ermee om te gaan. Alleen, als het te lang duurt of als het echt erger is dan bij andere kinderen, dan is het goed om er wel iets aan doen. Doe je dat niet, dan wordt de angst namelijk alleen maar erger en dan versterkt de angst zichzelf. Uit onderzoek blijkt ook dat het niet behandelen van angst de chroniciteit van angst versterkt.’

Kunnen kinderen hun angstige gevoelens verdoezelen, waardoor het lastig wordt om het te herkennen voor ouders of leerkrachten?
‘Aangezien angst een emotie is, die vooral naar binnen gericht is (internaliseren), kan het lastig zijn om de angst te herkennen. Angstige kinderen zijn over het algemeen gevoeliger voor de mening van anderen, ze zijn eerder geremd, wat kan betekenen dat ze hun ouders niet met hun angst willen belasten of dat ze het idee hebben dat het toch geen zin heeft om het te vertellen. Als kinderen moedeloos worden of zich hulpeloos voelen door hun angst, dan kan dat effect hebben op hun stemming. Voor het kind kan het lastig zijn om zijn angst te uiten of onder woorden te brengen. Vandaar dat het voor ons als onderzoekers belangrijk is om goed na te denken over hoe je angst goed kunt opsporen en het kind er vervolgens mee kunt helpen. Als een kind er niet over praat, is de kans natuurlijk groter dat er niks aan gedaan wordt en dat de angst vervolgens alleen maar erger wordt. Het kind kan dan ander gedrag gaan vertonen om de angstgevoelens toch onder de aandacht te brengen. Het kind uit dan niet de angst, maar geeft met ander gedrag aan ‘ik ben in nood, ik kom er niet alleen uit’.

Het is goed om de angst, die je ervaart, aan te pakken en om ermee bezig te zijn. Het is goed om erover na te denken en om je omgeving te laten weten dat je ermee bezig bent. Het is het allerbelangrijkste dat de omgeving weet dat het kind ermee worstelt.’

Welke mythe bestaan er over angsten bij kinderen en welke zou je het liefst meteen willen ontkrachten?
‘De belangrijkste mythe, die er over angst bestaat, is het idee ‘Het gaat wel weer over.’ Als je namelijk wél aandacht voor de angst hebt, dan kun je het leven van een kind heel positief beïnvloeden. Je haalt de angst en de bijbehorende problemen weg. Wat je aangeleerd hebt tijdens een behandeling is iets dat iedereen kan gebruiken. Je kunt die informatie en vaardigheden ook gebruiken om om te gaan met andersoortige problemen. Daardoor geef je je kind juist een mooie bagage mee.’

Als ouders of leerkrachten het vermoeden hebben, dat hun kind of leerling (te) angstig is: wat kunnen ze dan doen? Welke stappen kunnen ze dan ondernemen?
‘Het belangrijkste voor het kind is dat de angst naar buiten komt. Laat je kind of leerling merken dat het erover kan praten. Dan kun je vervolgens beter inschatten of de angst tijdelijk is of juist heel ernstig. Daarna kun je inschatten of je er iets aan moet doen of dat het niet nodig is.

Als er inderdaad sprake blijkt te zijn van grotere angst, dan zijn er best wat leuke, laagdrempelige trainingen voorhanden (o.a. Leer te durven; voor kinderen van 8 jaar t/m 13 jaar), die je kind kan volgen. Door zo’n training leert je kind om beter op zichzelf te reflecteren. Het is ook goed als een kind zelf meedoet aan een training. De leeftijdscategorie 8 t/m 13 jaar is de leeftijd waarop angststoornissen zich het vaakst ontwikkelen.

Verder bestaan er online preventieve trainingen. Op de website van de Angst/dwang/fobie stichting staan leuke spelletjes voor kinderen met angst. Kijk maar eens op Angst of Fobie of Bibbers.nl. Indien je kind echt een ernstige angststoornis heeft, dan is het belangrijk om een specialistische angsttherapeut te raadplegen.’

Er bestaan ook veel leuke (prenten)boeken om samen met je kind te lezen over het thema ‘angst’ of ‘bang zijn’. Hier volgen enkele voorbeelden:
• ‘Suus en het grauwe stadje’ (Wendy van Groeninge)
• ‘Bang mannetje’ (Mathilde Stein?)
• ‘Gevoelens – Bang: Waar ben je bang voor en wat kun je eraan doen? (Jane Bingham)
• ‘Kikker is bang’ (Max Velthuijs)

Boekentips voor ouders om over ‘angsten bij kinderen’ te lezen:
– ‘Monsters onder het bed’ (P. Muris)’
– Werkboek ‘Leer te durven’ (E. Simon & S. Bögels)


Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig. Klik hier.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’. Je leest er hier meer over.




Heb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

joyce_rosegrijs_staand_c

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse


Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2021. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.


Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.



Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘Wist jij dit al over opvoeding en ouderschap…?‘ Uitgebreide interviews met toonaangevende experts.
– ‘Mijn kind voelt zich vaak zo somber en neerslachtig. Dat zal toch geen depressie zijn?
[ Interview met depressie-expert dr. Denise Bodden ]
– ‘Heeft mijn kind autisme of niet? Wat je er als ouder en leerkracht over moet weten.
[ Interview met orthopedagoge drs. Stephanie Voncken – Spierts ]
– ‘Hoe verbeter je het zelfvertrouwen van je kind?‘ (Over: 4 ingrediënten voor een gezonde dosis zelfvertrouwen.)
– ‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.



© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

logo_akse_coaching_groot_nieuw

Hoe zorg je ervoor dat je kind zich thuis goed concentreert tijdens zijn huiswerk?

Hij is er weer: de lockdown! En dat betekent dat we weer met frisse moed gaan proberen om ons eigen werk te doen op het moment dat onze kinderen hun schoolwerk moeten maken. Nou, ga er maar aanstaan. We hebben tijdens de eerste lockdown gemerkt dat dat nog niet zo makkelijk was… Want hoe doe je dat eigenlijk: hoe zorg je ervoor dat je kind zich goed kan concentreren op zijn eigen schoolwerk, dat hij zich langere tijd aan één stuk met hetzelfde kan bezighouden, zonder dat jij steeds in je eigen werk wordt onderbroken…? Als het namelijk lukt om je kind(eren) zich goed te laten concentreren en dat hij jou niet steeds onderbreekt, dan is dat niet alleen fijn voor je kind(eren), maar dat verhoogt ook meteen jouw productiviteit. En beide aspecten willen we de komende tijd natuurlijk dolgraag bereiken.

Ik kreeg in de afgelopen tijd al vaker vragen van ouders over dit specifieke thema, dus een uitgelezen kans om er een artikel over te schrijven. In dit artikel geef ik je handige, praktische tips om de komende lockdown – samen met je kind(eren) – productief te werken.

1. Maak duidelijke afspraken & een planning
Leg duidelijk aan je kind(eren) uit dat het de bedoeling is dat ze hun schoolwerk gaan maken én dat jij gaat werken. Maak een duidelijke dagindeling, zodat je kind(eren) nog beter weten waar ze aan toe zijn. Die indeling kan iedere dag hetzelfde zijn. Wel zo duidelijk voor je kind(eren), en daar houden ze van!
Klik hier om een duidelijke dagindeling (voor je kinderen) te downloaden.

Dat betekent dat je kind(eren)op sommige momenten echt even alleen gaan werken; leg dat duidelijk uit. Hoe ouder je kind is, hoe beter je kind dat ook daadwerkelijk (alleen) kan. Voor jongere kinderen is dat een stuk lastiger; zij hebben jou echt nodig om op te starten, om te lezen wat de opdrachten precies zijn enz. Ondersteun je kind(eren)daar in. Hoe beter je je kind(eren)op weg helpt, hoe langer jij daarna zelf kunt werken. Dus: eerst investeren in je kind(eren), dan pluk jij er daarna de vruchten van.
Uiteraard zullen je kind(eren) ook wel eens vragen hebben wanneer ze met hun werk bezig zijn. Dat is helemaal niet erg; dat gebeurt in de klas natuurlijk ook en dan heeft de leerkracht daar in principe tijd voor (maar ook niet altijd). Hoe je met vragen en onderbrekingen van je kind(eren) omgaat, lees je verderop in dit artikel.

Het is praktisch gezien handig om je eigen werkplek in de buurt van die van je kind(eren) te hebben. Dat scheelt o.a. dat je steeds naar je kind(eren) toe moet lopen, waardoor de onderbrekingen extra groot worden en jouw frustratie steeds verder oploopt. Dus pak je laptop en ga gezellig naast je kind(eren) aan de keukentafel zitten. Op die manier krijg je meer het idee van ‘samen werken’ / ‘samen aan de slag zijn’, wat jouw kind(eren) nog meer kan stimuleren om lekker door te werken.
Wil je meer weten over hoe je je kind(eren) zo goed mogelijk aan jullie nieuwe dagindeling / schema houdt? Lees dan ook m’n artikel ‘Zo wordt schoolwerk kinderspel!‘.

2. Afwisseling van taken.
Zorg dat je kind(eren) naast het serieuze schoolwerk ook andere activiteiten heeft. Op school wordt nl. ook niet alleen maar stil op een stoel gezeten en serieus nagedacht. 😉 Dat werk wordt o.a. afgewisseld met een pauze, buiten spelen, een tussendoortje of lunch eten, gymmen en ga zo maar door. Dat kun je thuis ook doen. Laat jonge kinderen na een half uurtje serieus werken even iets anders doen; oudere kinderen kunnen na 45-60 minuten even een pauze inlassen. Kijk goed waar jouw kind(eren) behoefte aan hebben en waar het het beste door werkt. Dat kan uiteraard per dag wat verschillen. Dit is dus echt maatwerk…

Vooral naar buiten gaan om te wandelen of buiten te spelen of gewoon even een klusje doen, is een handige onderbreking. Je kind(eren) gaan dan echt even iets anders doen en kan zich daarna weer beter concentreren op zijn schoolwerk. Een kwartiertje pauze is doorgaans voldoende.

Tijdens de 1e lockdown zaten we regelmatig samen aan de keukentafel te werken.

3. Je kind onderbreekt je (alweer…).
Het zal tijdens het ‘samen werken’ vaker voorkomen dat je kind je even onderbreekt. Hij kan namelijk even niet verder, het lukt hem niet, hij heeft een vraag of hij is klaar met zijn werk. Dat kan voor jou best vervelend zijn; misschien zit je net een belangrijke tekst of mail te lezen (of te schrijven) of heb je een opdracht die je echt het liefst aan één stuk af wil maken en moet je – voor je gevoel – na die onderbreking weer helemaal opnieuw beginnen. Om dit te voorkomen, is het belangrijk om duidelijk met je kind(eren) af te spreken wat ze kunnen doen als ze jou nodig hebben. Je kunt gaan werken met een ‘stoplicht’; daar werken ze op scholen vaak ook mee. De kleuren rood, oranje en groen van het stoplicht staan voor een code, waardoor kinderen weten wat ze dan wel / niet mogen doen. Dit stoplicht zou je thuis natuurlijk ook kunnen invoeren.
Schrik niet, want je hoeft nu echt niet meteen een stoplicht te gaan knutselen. Als je een vel papier, duploblokje of een ander voorwerp in de kleuren van het stoplicht bij jouw werkplek neerlegt, dan begrijpt je kind ook wel in welke ‘fase’ van het stoplicht je zit.

Dit betekenen de kleuren van het stoplicht (op school):
Rood: Je kind(eren) werken stil en alleen. Ze mogen niemand storen of helpen. Jij bent nu niet beschikbaar. Zorg dat deze fase steeds maar van korte duur is (max. 15 min. per keer) en dat het slechts enkele keren (max. 2x per dag) voorkomt.
Geel / oranje: Je kind(eren) werken rustig en stellen vragen aan iemand in zijn buurt (bijv. aan een oudere broer of zus). Ze fluisteren of praten zachtjes als ze een vraag stellen of als ze een ander helpen. Jij bent bij oranje dus ook nog niet beschikbaar. Ook fase oranje is uiteraard maar van korte duur (max. 15 min. per keer) en kan maar enkele keren (max. 2x per dag) ingezet worden; zeker bij jonge kinderen.
Groen: Je kind(eren) werken rustig en stellen vragen aan iemand in zijn buurt of aan jou als ouder. Ze praten zachtjes of fluisteren als ze een vraag stellen of als ze een ander helpen. Jij bent als ouder nu wél gewoon beschikbaar. Zorg dat het stoplicht tijdens jullie werkzaamheden de langste / meeste tijd ‘op groen staat’.

Leg deze indeling heel duidelijk uit aan je kind(eren). Alleen als je kind(eren) weten wat precies de bedoeling is, dan kunnen ze zich er ook goed aan houden.

Heb je meer dan één kind, die nu thuis aan zijn schoolwerk moet werken? Spreek dan voor deze situaties duidelijk af dat degene, die het eerst een vraag heeft of het eerst bij jou is, het eerst zijn vraag mag stellen. De ander moet dan gewoon even wachten. Ook dat komt in de klas op school namelijk gewoon voor (en is een héél belangrijke vaardigheid om te leren).

Extra tips bij oranje / geel:
(1) Laat je kind(eren) per dag 1x een ‘hulplijn’ bellen. Denk maar eens aan opa of oma (of iemand anders), die je kind(eren) waarschijnlijk best graag wil helpen. Bijkomend voordeel: zo hebben opa of oma en je kind(eren) tijdens de lockdown weer even elkaars stem gehoord of elkaars gezicht gezien.
(2) Mocht het nou toch eens voorkomen dat je één van je kinderen echt een heel dringende vraag heeft en jou – ondanks alle afspraken – echt even moet onderbreken? Spreek dan met je kind af dat hij in zo’n geval niet meteen tegen je begint te praten, maar dat hij rustig naar je toekomt en rustig zijn hand op jouw arm legt. Dan weet jij dat je kind iets aan je wil vragen, maar je kunt wel nog heel even afmaken waar je mee bezig bent. Zodra je dat (binnen heel korte tijd) af hebt, kun je je tot je kind wenden. Spreek af dat dit echt alleen voor noodgevallen is en alleen als het stoplicht op oranje / geel staat (bij rood mag dit dus nog steeds niet).
Ook deze aanpak zul je vooraf duidelijk aan je kind moeten uitleggen en misschien even samen moeten oefenen, zodat je zeker weet dat je kind het begrijpt en tijdens jullie werk kan toepassen.

Om deze indeling thuis goed toe te passen, is het belangrijk dat je goed kijkt naar de aard van je eigen werkzaamheden. (Daarover hieronder meer.) Zorg dat je na elke (korte) periode van rood of oranje altijd een langere groene periode inlast, waarin je beschikbaar bent voor je kind(eren).

Wat ook belangrijk is, is dat je kind(eren) van jou hoort dat hij goed bezig is. Laat je kind(eren) weten dat ze zich goed aan het nieuwe systeem / schema houden, dat je ziet dat ze moeite doen om zich eraan te houden, dat ze goed gewacht hebben en/of dat ze zo goed zelfstandig gewerkt hebben. Het is belangrijk dat je kind(eren) van jou horen wat ze goed doen (liefst zo snel mogelijk nadat ze iets goed gedaan hebben). Dat maakt de kans namelijk veel groter dat ze het erna opnieuw of zelfs vaker zullen gaan doen. En wie ontvangt er nou niet graag een complimentje…? 😉 Zeker doen dus!

MAAR: deze aanpak staat of valt bij hoe goed jíj je er zelf aan kunt houden. Als je je bijv. toch laat storen of onderbreken tijdens de rode fase, dan heeft de indeling weinig tot geen effect. Hoe beter jij je aan deze indeling houdt (met daarbij realistisch ingeschat wat jouw kind(eren) aankunnen), hoe beter het zal werken.

4. Verdeel de taken met je partner.
Wanneer je partner en jij allebei thuis moeten werken, is het goed om samen duidelijke afspraken te maken over jullie eigen werk, de begeleiding van de kinderen, het huishouden ed. Je kinderen hebben supervisie nodig van één van jullie en jullie zullen beide momenten hebben waarop je echt even ongestoord wilt werken, omdat je bijv. een (telefonische / online) afspraak of overleg hebt. Dat kun je mooi met elkaar afwisselen. Spreek daarom samen duidelijk af wie er ’s ochtends bij de kinderen is en dan ’s middags ongestoord kan werken; de ander heeft dan de omgekeerde ‘supervisie / dienst’. Dat kan natuurlijk per dag verschillen. Voor de kinderen is het met deze indeling belangrijk om te weten bij wie ze op welk moment terecht kunnen om hun vragen te stellen. Dat kan natuurlijk gewoon de ouder zijn, die op dat moment het dichtst bij is. Maak het voor iedereen zo makkelijk en duidelijk mogelijk.

5. Pas je eigen werkzaamheden aan
Wat er ook gebeurt op een dag, je zult aan het einde van de dag toch een aantal dingen bereikt moeten / willen hebben. Kijk daarom aan het begin van iedere dag wat je die dag écht gedaan wilt hebben. Doe dat met een zeer kritische blik. Wat moet er die dag echt gedaan worden, wat kan later gedaan worden, wat kan door iemand anders uitgevoerd worden etc.

Gebruik je voor de duidelijkheid naar je kind(eren) toe het stoplicht (zoals hierboven beschreven), dan kun je je werkzaamheden ook indelen aan de hand van die kleuren. Zodra het stoplicht op rood staat, kun jij een kwartiertje ongestoord werken. Staat het stoplicht op groen, dan kun je ieder moment gestoord worden en doe je werkzaamheden, waarbij onderbrekingen niet zo erg zijn.

Kijk ook eens kritisch naar de indeling van je eigen werkdag en wat je daar de komende tijd evt. aan kunt aanpassen. Wellicht is het mogelijk om je werkdag vroeger te beginnen (nog voordat iedereen wakker is) of kun je ’s avonds – wanneer je kinderen in bed liggen – nog een aantal belangrijke dingen, waar je je echt voor moet concentreren, doen. Probeer je eigen werkdag dus flexibel in te delen.

6. Realistische verwachtingen
Jonge kinderen hebben nou eenmaal nog niet zo’n lange aandachtspanne en kunnen zich dus ook nog niet zo lang – aan één stuk – concentreren of zich met één ding bezighouden. Uiteraard verschilt dat van kind tot kind. Verder is dit een geheel nieuwe manier van werken voor jullie thuis. Niemand is echt gewend om op deze manier tegelijkertijd aan iets te werken. Dit is dan ook niet een aanpak die je je zomaar in één dag eigen maakt. En het betekent ook niet dat – wanneer de aanpak na 1-2 dagen bij jou thuis nog niet goed genoeg werkt – je het weer over een andere boeg moet gooien. Geef het daarom een langere tijd de kans om te kunnen slagen. Geef jou én je kinderen de kans om hier aan te wennen en dan zul je zien dat het steeds beter gaat.

Tot zover mijn tips voor jou en je gezin. Ik wens jullie samen een productieve lockdown toe!

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_c

Heb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse


Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl


© 2021. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.


Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘Zo wordt schoolwerk kinderspel! [incl. GRATIS downloads]’
– ‘Omgaan met stress | 5 praktische tips om je stressgevoel aan te pakken.
– ‘Hoe kom je deze Corona-tijd op een positieve manier door…? Speciaal voor ouders en opvoeders.’
– ‘Je kind en het coronavirus: Hoe praat je samen over alle veranderingen?
– ‘Leuke, eenvoudige activiteiten voor in huis: Inspiratie voor jou en je kind
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

Gebruikte literatuur / artikelen voor dit artikel:
– ‘Zelfstandig werken met een stappenplan en stoplicht‘ (Juffrouw Femke).


© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

logo_akse_coaching_groot_nieuw

Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

De mooiste winter- en kerstfilms voor kinderen | Meer dan 25 titels.

Als gezin kijken we zelf graag naar films samen. Natuurlijk doen we dat niet iedere dag, maar regelmatig komt er weer een film voorbij die we graag samen willen kijken. En mama en papa kijken de kinderfilms gewoon mee. Gezellig met z’n allen, lekker knus en gezellig, samen op de bank. Zeker nu het buiten koud of guur is.

Speciaal voor ouders, die er ook van houden om samen met hun kinderen films te kijken, heb ik nu een mooie lijst voor je samengesteld. Hieronder vind je eerst een lijstje met films waarbij ‘winter & sneeuw’ belangrijke thema’s zijn. Daarna volgt een lijstje met films, die te maken hebben met kerst & de feestdagen. (Sommige films kunnen trouwens ook wel in beide categorieën vallen.) Ze staan in volgorde van ‘adviesleeftijd’.

EXTRA: Ik heb het leeftijdsadvies voor deze films voor je opgezocht en achter de filmtitel vermeld. Uiteraard mag je altijd zelf de afweging maken of de betreffende film wel of niet geschikt is voor jouw kind. 

Laat me hieronder weten welke kerst- of winterfilm jouw / jullie favoriet is. Mocht er trouwens nog een mooie kerst- of winterfilm aan deze lijstjes ontbreken, zet ze dan vooral onder dit artikel. 

Ik wens je alvast heel veel kijkplezier!

Vriendelijke groeten,
Joyce Akse

Films met Winter & Sneeuw als belangrijk thema:
1. De Gruffalo (deel 1) & Het kind van de Gruffalo (deel 2) – Alle leeftijden.
2. Bob de Bouwer Winterspecial – Alle leeftijden
3. Snoopy en de Peanuts film – Alle leeftijden.
4. De Reddertjes – Alle leeftijden.
5. De Prins en de Bedelknaap (Disney) – Alle leeftijden.
6. Frozen (deel 1 & 2) – Adviesleeftijd: 6 jaar.
7. Ice Age (deel 1 t/m 5) – Adviesleeftijd: 6 jaar.
8. Dolfje Weerwolfje – Adviesleeftijd: 6 jaar.
9. Brother Bear (Disney) – Adviesleeftijd: 6 jaar.
10. Paddington (deel 1 en 2) – Adviesleeftijd: 6 jaar.
11. Sjakie en de Chocoladefabriek – Adviesleeftijd: 6 jaar.
12. Annie – Adviesleeftijd: 6 jaar.
13. De Kronieken van Narnia | De leeuw, de heks en de kleerkast. – Adviesleeftijd: 12 jaar.
14. De Notenkraker (The Nutkracker and the four realms). – Adviesleeftijd: 12 jaar.

Denk ook eens aan Disneyfilms als ‘Belle & het Beest’ of ‘Mulan’. Als tekenfilm zijn ze geschikt voor alle leeftijden; als ‘life action movie’ worden ze geadviseerd voor 12 jaar en ouder. 

 


Natuurlijk kun je tegenwoordig via Netflix, Videoland of Ziggo heel veel films kijken en veel ervan zijn ook nog gratis. Maar wist je al dat je via de bibliotheek ook heel veel films kunt lenen? Dat is vooral heel handig voor de wat oudere films.



Films met ‘Kerst & Feestdagen’ als hoofdthema:

1. De Sneeuwman (deel 1) & De Sneeuwman en de Sneeuwhond (deel 2) – Alle leeftijden.
2. Kerstverhalen van Mickey en zijn vriendjes (Disney) – Alle leeftijden.
3. Het Kerstfeest van Mickey – Alle leeftijden.
4. The Polar Express – Alle leeftijden
5. Miracle on 34th Street – Alle leeftijden.
6. Home Alone – Alle leeftijden.
7. Niko en de Vliegende Brigade – Adviesleeftijd: 6 jaar.
8. De Ster – Adviesleeftijd: 6 jaar.
9. Ice Age Christmas Special – Adviesleeftijd: 6 jaar.
10. De Grinch (Illumination; 2019) – Adviesleeftijd: 6 jaar.
11. A Christmas Carol (Disney; 2019) – Adviesleeftijd: 9 jaar.


=> Welke film kijk jij het liefst? Welke is jouw favoriet? Of welke film is de eerstvolgende die je gaat kijken? Laat het me hieronder weten.

——————————————————-
Wil je meer weten over Joyce Akse?
Wil je graag haar OpvoedTips lezen, speciaal voor ouders van kinderen tussen 0-16 jaar?
Misschien wil je zelfs abonnee worden van haar GRATIS E-zine?
Dat kan! Klik op de betreffende links om verder te lezen.

Kerst 2020: Apart van elkaar, maar toch samen!

Deze kerst zal anders zijn dan alle andere. We hebben tijdens de laatste persconferentie gehoord dat er met de kerst geen versoepelingen komen en dat we tijdens de kerstdagen maar 3 personen (per dag) thuis mogen ontvangen. En dat zal voor velen anders zijn dan voorgaande jaren. Door deze beperkende factor merk je misschien wel dat je helemaal geen zin hebt in deze kerst, misschien zie je er wel ontzettend tegenop. De feestdagen zouden juist een tijd van samen en saamhorigheid moeten zijn en dat lijkt nu helemaal in het water te vallen.

Toch wil ik je in dit artikel laten zien dat je ook deze kerst – met al z’n beperkingen – nog steeds samen kunt vieren. Samen met je naasten, met je dierbaren. Het enige dat je nodig hebt, is (niet kijken naar wat je mist en wat er niet kan, maar) kijken naar wat je wél nog hebt en naar wat er wél nog kan.

Vergeet niet dat deze kerst je altijd zal bijblijven. Deze kerst zal speciaal zijn, bijzonder, apart, uniek. Deze vergeet je nooit meer. En dat geldt ook voor je kinderen, ook zij zullen deze kerst nooit vergeten. Dus waarom zou je er dan niet alles aan doen om er toch een hele mooie kerst van te maken…? Het enige dat je daarvoor nodig hebt, is je eigen flexibiliteit, je creativiteit en je vermogen tot ‘out of the box’ denken.

Er zijn echt een aantal manieren om deze kerst – ondanks alles – bijzonder, speciaal, gezellig, knus en fijn te laten zijn. O.a. door anderen te laten merken dat je aan hen denkt of om toch – weliswaar op afstand – af te spreken. Hoe je dat precies kunt doen, heb ik hieronder voor je op een rij gezet.
Sommige opties liggen misschien voor de hand, andere minder, maar dat maakt ze niet minder speciaal. Lees alle opties met een open blik en laat je inspireren. Je mag onder dit artikel laten weten welke optie jij hebt uitgekozen.

(1) Stuur een kerstkaartje.
De laatste jaren werd het versturen van kerstkaarten steeds minder populair. Er werden eenvoudigweg steeds minder kerstkaarten verstuurd. En dat terwijl het juist zo leuk is om een kerstkaartje te ontvangen!
Zie een kerstkaart als een kleine verrassing, een klein cadeautje op de deurmat. Bezorg de mensen, die je lief zijn, een kleine glimlach vlak voor de kerst, geef ze een teken van leven, laat ze weten dat je hen niet vergeten bent. Een wat uitgebreidere kerstgroet op de kaart zou natuurlijk helemaal geweldig zijn, maar ik realiseer me dat dat soms nog best lastig kan zijn.
Juist dit jaar kan ik me voorstellen dat het ontvangen van een kerstkaartje (of een lieve e-mail) extra fijn is. En of je er nou een extra kerstgroet in schrijft of niet, klim in je pen (of je computer) en stuur – juist dit jaar – weer ouderwets een kerstkaartje.

(2) Bel jouw familie of vriend.
Bel tijdens de kerst even naar dat ene familielid, die je normaalgesproken wel zou zien met kerst, maar die je nu even niet kunt zien. Bel even naar die ene vriend, die je al een tijdje niet gezien hebt of met wie je gewoon graag even wilt praten. Laat even persoonlijk van je horen. Je kunt natuurlijk spontaan bellen op het moment dat het jou uitkomt, maar je kunt ook een afspraak maken, zodat je weet dat de ander dan ook thuis en beschikbaar voor je is. Het is hartstikke fijn om met deze dagen even zijn / haar stem te horen en om – ook al is het maar kort – gewoon even bij te praten.

(3) Spreek toch met elkaar af (maar dan online).
Als je online afspreekt, hoor je elkaar niet alleen, maar zie je elkaar ook nog. Dat lijkt toch al heel erg op echt contact. Ik geef toe, dat is het nog steeds niet helemaal, maar het komt wel het dichtste in de buurt van wat er nu mogelijk is.
Op dit moment zijn er zoveel mogelijkheden om elkaar online te spreken én te zien. Denk maar eens aan alle online platforms, die nu voor kleine of grote groepen beschikbaar zijn (bijv. Skype, Teams, Zoom, What’s App, Facebook ed.). De mogelijkheden zijn legio. Je hoeft alleen nog maar voor een goede Wifi-verbinding te zorgen en je online afspraak loopt op rolletjes.

(4) Stuur cadeaus rond.
Stuur cadeautjes naar de personen, die je mist of met wie je (telefonisch / online) hebt afgesproken. Spreek af dat je de cadeaus, die je verstuurd hebt, uitpakt op het moment dat je contact met elkaar hebt. Op die manier kun jij toch even het gezicht zien op het moment dat de ontvanger je cadeau uitpakt. Ook dat kan jullie gevoel van saamhorigheid vergroten en bijdragen aan de feestvreugde.

(5) Een tijd van geven.
Om het kerstgevoel vroeger dan 25 december te laten beginnen (of om het na de kerst nog voort te laten duren), zou je – juist nu – kunnen denken aan anderen. Kerstmis is natuurlijk bij uitstek de tijd van geven! Denk dan vooral aan anderen, die jouw hulp goed kunnen gebruiken. Geef bijvoorbeeld lang houdbare voedingsproducten af bij de Voedselbank, doneer kleding en schoenen aan het Leger des Heils, breng speelgoed of spullen, die je zelf niet meer nodig hebt, naar de Kringloopwinkel, zet een aantal boeken in een Minibieb bij jou in de buurt en ga zo maar door. Er zijn zoveel mogelijkheden om anderen blij te maken. En dat geeft jou dan ook weer een heel fijn gevoel!
Vraag één van m’n ‘Adventskalenders Andersom’ aan voor nóg meer ideeën & inspiratie om met een klein gebaar anderen blij te maken (helemaal GRATIS & vrijblijvend).

(6) Doe samen een leuke activiteit.
Denk na over wat je samen met je familie of vrienden – op afstand – kunt doen. Denk aan tegelijkertijd eten, waarbij je vanuit meerdere locaties (tegelijkertijd) ‘met elkaar’ kunt gourmetten, fonduen, uitgebreid brunchen of je laat een heerlijk kerstdiner komen (waardoor je ook nog eens de horeca ondersteunt).
Of denk eens aan een leuk spel dat je tijdens de kerst met anderen (op afstand) kunt doen. Bingo of een clubquiz zijn leuke spellen om dan samen te spelen. Uiteraard vergt dat vooraf wat voorbereiding, maar dat valt in dezen in de categorie ‘voorpret’.
Vraag m’n speciale ‘Adventskalender voor Ouders’ aan, waarin je allerlei leuke, gezellige activiteiten vindt, die je de komende 24 dagen samen met je kind(eren) kunt doen (helemaal GRATIS & vrijblijvend).

(7) Dé kerst voor jouw gezin
Juist dit jaar zou het een kerst kunnen worden, die je bij uitstek met je eigen gezin kunt vieren. Het kan een kerst worden, waarin jullie quality time met elkaar als gezin kunnen hebben. Wat dat betreft kun je deze kerst ook als een geweldige kans zien! Je kunt samen onder de kerstboom zitten, genieten van elkaar, van de cadeautjes, van de blije snoetjes van je kinderen. Bedenk vooraf welke mooie kerstfilm jullie samen willen gaan kijken, welk gezelschapsspel jullie willen gaan spelen, wat jullie willen eten, welke wandeling (of misschien wel welke thema-speurtocht) jullie gaan doen en ga zo maar door. Maak het speciaal door het dit jaar thuis anders dan anders te doen, door samen nieuwe tradities te maken. Dan zullen je kinderen deze kerst nooit meer vergeten!

(8) Kijk ‘kerst vieren’ af bij anderen
Kijk eens om je heen hoe anderen kerst vieren en laat je daardoor inspireren. Je hoeft het niet direct bij je buren af te kijken, maar denk eens aan het ‘kerst vieren’ in het buitenland. Zo zorgen de Denen ervoor dat de kersttijd helemaal ‘hygge’ is, in Noorwegen verstoppen ze hun bezems en dweilen (zodat kwade geesten er niet mee aan de haal gaan) en geven ze elkaar in IJsland een boek, waar ze het liefst op kerstavond in gaan lezen. Of volg een Amerikaanse traditie door een ‘KerstBox’ samen te stellen; zoek een mooie tas of koffer uit en doe daar voor je kind(eren) een nieuwe pyjama in, voeg er een mooie DVD (kerstfilm), een zak popcorn en een pak chocomel aan toe (en alles wat je er zelf nog bij vindt passen) en je heerlijke kerstfilmavond kan beginnen!

(9) Vergeet je kinderen niet.
Niet alleen jij, maar ook je kinderen hebben kerst. Betrek hen dus ook in je plannen. Wat vinden je kinderen leuk? Met wie, van jullie familie of vrienden, zouden zij graag willen afspreken tijdens de kerstdagen? Wie willen zij graag zien en spreken? Wat zouden ze graag met jullie willen doen? Vraag het ze. Ze zullen vast met hele leuke ideeën komen. Hun ideeën zullen niet allemaal te realiseren zijn, maar wellicht – met een beetje fantasie en creativiteit – kom je toch al een heel eind.

(11) Verwachtingen over je kinderen.
Je hoeft niet van je kinderen te verwachten dat ze de hele tijd netjes bij het (telefonische of online) gesprek aanwezig zijn. Een heel gesprek kan echt te lang zijn voor kinderen. Zeker voor jonge kinderen is dat bijzonder lastig. Kinderen willen het liefst met hun (nieuwe) speelgoed of cadeaus spelen. En geef ze eens ongelijk… 😉 Ze mogen dus zeker meekijken tijdens het gesprek, zolang als ze willen, maar accepteer dat ze op een gegeven moment graag hun eigen plan trekken en willen gaan doen waar ze goed in zijn: spelen!

(12) Je kinderen kijken naar jou.
Realiseer je dat je kinderen het kerstgevoel niet krijgen door allerlei grote kerstcadeaus in ontvangst te nemen, maar wel door de sfeer die in huis hangt en hoe iedereen op elkaar reageert. Als jij als ouder uitstraalt dat je het een vervelende kerst vindt, dat je er eigenlijk helemaal geen zin in hebt, dan wordt de kerst ook navenant. Als je uitstraalt dat je er het beste van probeert te maken en je er een fijne kerst van probeert te maken, dan wordt de kerst al een stuk positiever. Voor iedereen. Probeer juist daarom – voor je kinderen – heel flexibel en creatief te zijn en maak er – samen met je hele gezin – een hele mooie kerst van. Het wordt in ieder geval een kerst, die ons allemaal zal bijblijven en één die we niet snel zullen vergeten. Maak er daarom een hele fijne en gezellige kerst van!

Ik hoop van harte dat ik je met deze tips heb kunnen inspireren om deze kerst tot een onvergetelijke te maken.
Let’s make it a december to remember.

Ik wens jou en iedereen, die je lief is, een hele fijne kerst.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse


Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl | Klik hier voor meer GRATIS OpvoedTips.

Bang voor Sinterklaas | Hoe je je kind toch van het Sinterklaasfeest laat genieten.

Sommige kinderen kunnen niet echt van het Sinterklaasfeest genieten. Ze zijn stiekem een beetje bang voor Sinterklaas of voor de Pieten die overal en nergens kunnen zijn. Ze worden onrustig van de spanning van het schoen zetten (zouden de Pieten er wel wat in doen?), ze vragen zich af of ze wel lief genoeg zijn geweest en ga zo maar door. In die kleine koppies gaat in de Sinterklaasperiode van alles om. Ze vragen zich van alles af en maken zich soms echt wel zorgen.
Is jouw kind ook wel eens bang tijdens de Sinterklaasperiode? Als je wil, mag je me onder dit artikel laten weten waar jouw kind precies bang voor is.

Die ‘kinderzorgen’ kunnen zich uiten in plotselinge veranderingen van gedrag. Denk maar eens aan…
– Slechter slapen (slechter in slaap vallen of ’s nachts vaker wakker worden)
– Minder eetlust (je kind eet slechter)
– Je kind heeft lichamelijke klachten (denk aan hoofdpijn of buikpijn).
– Je kind gedraagt zich drukker dan anders.
– Je kind heeft een korter lontje, is sneller geïrriteerd of zelfs agressief.
– Je kind begint weer met bedplassen, terwijl hij voorheen ’s nachts zindelijk was.
– Je kind kan zich minder goed concentreren en let minder goed op op school.

Die ‘regressie’ of terugval op het gebied van slapen, eten of zindelijkheid wordt in deze periode regelmatig bij jonge kinderen gezien. Ouders herkennen dat vaak ook en kunnen zich natuurlijk zorgen maken over hun kind.

Als ouder ben je misschien wel bang dat je kind vanaf nu weer langere tijd slecht zal slapen, slecht zal eten of iedere nacht in zijn bed zal plassen. Dat is geen fijne gedachte. Ter geruststelling: als je op een goede manier met het plots veranderende gedrag van je kind omgaat, dan zie je dat het na de Sinterklaasperiode (of misschien al wel tijdens) weer teruggaat naar hoe het ervóór was. Hoe je dat voor elkaar krijgt, lees je hieronder.

1. Gun je kind herkenbaarheid, regelmaat & structuur.
In de Sinterklaasperiode zijn er ineens allerlei dingen die normaalgesproken niet gebeuren. Denk maar eens aan het schoen zetten, een dagelijkse aflevering van het Sinterklaasjournaal, cadeautjes uitzoeken, op school staat ook veel in het teken van Sinterklaas, je kunt boeken lezen over Sinterklaas, als je in het dorp rondloopt zie je overal versieringen van Sinterklaas en zijn Pieten, je kunt op bezoek bij Sinterklaas of misschien komt hij wel op bezoek bij jou thuis en ga zo maar door. Dat is nogal wat. En het ene kind gaat daar beter mee om dan het andere. Dat is op zich ook niet erg. Alle kinderen zijn nou eenmaal anders.

Als je merkt dat jouw kind het Sinterklaasfeest best spannend vindt, dan is het belangrijk om zoveel mogelijk jullie eigen, vaste dagstructuur aan te houden. Een dagstructuur klinkt misschien heel star en strikt, maar ongemerkt heeft ieder gezin zijn eigen dagstructuur.

Enkele voorbeelden, die je misschien wel herkent van bij jou thuis:
Eetstructuur: je begint met een ontbijt, dan een tussendoortje, dan je lunch, dan evt. weer een tussendoortje en dan je avondeten.
Activiteiten: ’s Ochtends gaat je kind naar de opvang, peuterspeelzaal of school en ’s middags is je kind thuis. ’s Middags kan je kind lekker thuis spelen, afspreken met vriendjes of samen spelen met jou.
Slapen: Je kind doet ’s middags een dutje. ’s Avonds na het avondeten of na het Sinterklaasjournaal gaat je kind naar bed.
Bedritueel: Je kind gaat naar de wc, poetst zijn tanden, gaat douchen / wast zich, doet zijn pyjama aan, je leest hem een verhaaltje voor, je doet het licht uit en je kind gaat lekker slapen.
Zwemles / hobby’s: je kind heeft op een vaste dag in de week zwemles of een andere activiteit.

Probeer deze structuren / volgordes tijdens de Sinterklaasperiode zo goed mogelijk vast te houden. Dat geeft je kind een gevoel van vertrouwen en veiligheid. Die basis is heel belangrijk voor je kind. Als die basis namelijk goed zit, kan je kind beter omgaan met veranderingen en nieuwe situaties.

Laat je kind in deze periode ook niet onnodig laat naar bed gaan. Het fijnste is om juist nu steeds dezelfde bedtijden aan te houden en je vast te houden aan jullie eigen bedritueel. Dat zorgt er – zeker nu – voor dat je kind lekker en voldoende kan slapen. Ook dat zorgt er voor dat je kind goed uitgerust is en op een fijne(re) manier met alle gebeurtenissen rondom Sinterklaas kan omgaan.

2. Bereid je kind voor op wat er gaat gebeuren.
Zoals ik hierboven al aangaf, gebeuren er nu – naast jullie vaste activiteiten – ook nieuwe dingen. Je kind mag bijv. zijn schoen zetten of op bezoek gaan bij Sinterklaas. Het is goed om je kind voor te bereiden op wat er komen gaat. Leg je kind goed uit wat hij van die activiteit kan verwachten en wat hij dan wel/niet kan doen. Dat geeft je kind duidelijkheid. Die duidelijkheid zorgt weer voor een stukje rust bij je kind.

EXTRA TIP: Wat goed kan helpen bij het voorbereiden op al die nieuwe activiteiten of situaties is het ophangen van een aftelkalender. Daarmee telt je kind tijdens de hele Sinterklaasperiode af naar Pakjesavond. Hij doet dat door iedere dag een kruisje te zetten. Op sommige dagen staat er een extra plaatje, waardoor je kind ziet wanneer hij zijn schoen mag zetten of bij Sinterklaas op bezoek gaat etc. Zo ziet je kind heel duidelijk wanneer wat staat te gebeuren. Die duidelijkheid vinden kinderen heel fijn. Het geeft ze meer grip op de situatie.

GRATIS Sinterklaas Aftelkalender
Je kunt m’n vrolijke Sinterklaas Aftelkalender GRATIS bij me aanvragen. Stuur een mailtje naar info@aksecoaching.nl. Zet in het onderwerp van je e-mail ‘Sinterklaas Aftelkalender’; in de e-mail zelf zet je de naam / namen van je kind(eren). De rest volgt dan vanzelf.
Klik hier voor meer informatie over m’n Sinterklaas Aftelkalender.

————————————————————–

3. Neem je kind serieus.
Hoe jong je kind ook is, zijn gevoelens en emoties zijn echt. Neem die dus serieus. Ik hoor wel eens dat ouders in dergelijke situaties de angst van hun kind wegwuiven; ze zeggen dat hun kind zich aanstelt of om (negatieve) aandacht vraagt, maar dat is vaak helemaal niet het geval. Soms hebben kinderen nou eenmaal angsten, waar wij ons als volwassenen maar weinig bij kunnen voorstellen (lees hier over magisch denken). Zo ook voor Sinterklaas of zijn Pieten.

Het maakt eigenlijk niet uit waar je kind precies bang voor is*, feit is dat hij bang is. En die angst moet je als ouder echt serieus nemen.

Voorbeeld 1: Bang voor Sinterklaas
Als je kind het niet fijn vindt om Sinterklaas een handje te geven of om bij hem op schoot te gaan zitten, dan laat je dat achterwege. Het is prima om op een afstandje naar Sinterklaas te kijken. Je mag de grens op zich wel een klein beetje oprekken (bijv. op de arm bij mama een stukje dichterbij Sinterklaas gaan staan), maar probeer goed aan te voelen wanneer het echt te spannend wordt voor je kind. Je mag zijn grens dus wel iets oprekken, maar voorkom dat je je kind gaat dwingen om iets te doen wat hij echt niet fijn vindt. Dan maak je zijn angst of ongemak – onbedoeld – namelijk alleen maar groter.

Voorbeeld 2: Bang voor de Pieten op het dak of in huis.
Als je kind het erg spannend vindt dat de Pieten op het dak lopen of zomaar in huis komen, leg hem dan uit dat de Pieten dat alleen doen om schoenen te vullen. Ze gaan niet door het huis lopen of bij kindjes in de slaapkamer kijken. Daar hebben ze het echt veel te druk voor. En op andere momenten komen ze echt niet binnen; daar hebben ze ook helemaal geen tijd voor, want dan zijn ze natuurlijk bij andere kindjes. 😉
Vindt je kind het ondanks je uitleg toch nog te spannend? Laat je kind dan zijn schoen zetten op een plek die hij zelf fijn vindt (bijv. bij de voordeur of in de garage).
Probeer ook te voorkomen dat je het thuis te veel hebt over ‘luisterpieten’, die op iedere moment van de dag naar binnen kunnen kijken of horen wat je kind zegt. Dat kan namelijk voor onnodig ongemak bij je kind zorgen. Het is het fijnste voor je kind als hij lekker kan spelen en foutjes mag maken, zonder dat hij zich zorgen moet maken of de Pieten hem nu wel / niet in de gaten houden. Je kunt dit onderdeel van het Sinterklaasverhaal voor jouw kind dus gewoon helemaal achterwege laten.

* Voor het omgaan met angst maakt het niet echt uit waar je kind nou precies bang voor is. De aanpak is grosso modo hetzelfde. Voor jou als ouder is het natuurlijk wel goed om duidelijk te krijgen waar jóuw kind precies bang voor is. Doe dat door er over een rustig moment samen met je kind over te praten.


Joyce’ Opvoedcoaching
Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


4. Maak je kind niet onnodig bang.
Zorg ervoor dat je kind een goed gevoel heeft over Sinterklaas en zijn Pieten. Het zijn lieve mensen, die kinderen graag cadeautjes en snoepgoed geven.

Voorkom dat je je kind onnodig bang maakt door allerlei spookverhalen te vertellen over stoute kinderen die de roe krijgen of in de zak mee naar Spanje moeten. Dat maakt de angst van je kind alleen maar groter. Geef dat ook door aan andere volwassenen, die misschien graag zulke verhalen vertellen. Laat zulke opmerkingen – ook als ze als grapje bedoeld zijn – dus gewoon achterwege.

Doe in de plaats daarvan leuke dingen met je kind. Er zijn nl. vele leuke activiteiten, die je rondom het Sinterklaasfeest kunt doen, zonder dat je je kind daar bang mee maakt. Laat je kind mooie tekeningen maken of een kleurplaat inkleuren voor Sinterklaas, zing samen vrolijke Sinterklaasliedjes, laat je kind zich verkleden als Sinterklaas of Piet, lees leuke prentenboeken over Sinterklaas en zijn Pieten of kijk een grappige Sinterklaasfilm. Zoek iets uit wat jouw kind leuk vindt. Door juist die leuke activiteiten met je kind te doen, thuis in zijn vertrouwde omgeving, merkt je kind dat het Sinterklaasfeest ook hele leuke kanten heeft. Daardoor zie je je kind er ook steeds meer van genieten.

Een andere leuke activiteit om samen met je zoon / dochter te doen, is m’n Sinterklaas Speurtocht. Deze kun je gewoon bij jou in de buurt doen. Tijdens de wandeling zoeken jullie naar allerlei leuke dingen. Door buiten actief bezig te zijn, kan je kind zich lekker ontspannen. En heb je bij jullie ene wandeling niet alles gevonden, dan doe je ‘m over een tijdje nog een keer. Superleuk voor het hele gezin!
Je leest hier meer over de Sinterklaas Speurtocht.

=> Tot zover mijn 4 tips om ervoor te zorgen dat ook jouw kind een fijn Sinterklaasfeest beleeft. Laat me hieronder weten met welke tip(s) jij het eerste aan de slag gaat.

Ik wens jou en je gezin een hele fijne Sinterklaasperiode toe!

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_c

Heb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse


Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl


© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘De magie van Sinterklaas – Waarom je kind in Sinterklaas gelooft (of de kerstman, de paashaas, sprookjes…)’
– ‘Ik zat urenlang te denken, wat ik mijn kind nu weer zou schenken…‘ [ De 4-cadeautjesregel ]
– ‘Pakjesstress in de drukke Decembermaand‘ [Joyce te gast bij L1mburg Centraal]
– ‘Een surprise maken: Broodnodige inspiratie voor de last-minute knutselaars.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.



© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

logo_akse_coaching_groot_nieuw

Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Zo maak je je opvoeding echt leuker en makkelijker! [ FREE PRINTABLES ]

Op deze pagina vind je leuke, handige formulieren, die je thuis heel makkelijker kunt inzetten en gebruiken. Denk maar aan aftelkalenders, stickerkaarten, checklists of speurtochten voor het gezin. Met deze formulieren maak je het opvoeden nóg leuker en makkelijker! 

Kinderen weten graag waar ze aan toe zijn. Er gebeurt al zoveel om hen heen waar ze gewoon in mee gaan (of moeten). Terwijl ze juist zo van duidelijkheid houden en graag ook een beetje grip op hun eigen leventje willen hebben. Dat geeft hen namelijk een gevoel van veiligheid en vertrouwen.

Zo zijn nieuwe situaties soms best spannend. Een goede voorbereiding is dan het halve werk. Eén van de dingen waar je je kind goed mee kunt helpen én die kinderen ook nog eens hartstikke leuk vinden, is een aftelkalender. Hieronder vind je allerlei leuke aftelkalenders, bijv. aftellen naar je verjaardag, naar de eerste dag naar de peuteropvang of basisschool, naar het einde van het schooljaar of de zomervakantie, naar de eerste schooldag (na de vakantie) en ga zo maar door. 

Daarnaast vind je allerlei andere leuke ‘downloadables’ en ‘printables’, die je GRATIS mag gebruiken.  
=> Denk maar aan een formulier voor een superleuke thema-speurtocht, een dagschema voor als je kind hele dagen thuis is, een adventskalender om anderen blij te maken, een formulier om samen met de hele klas een origineel bedankje tegen aan zijn juffrouw of meester aan het einde van het schooljaar, checklists voor de zindelijkheid van je kindje of je eigen ‘vluchtkoffer‘ voor als je in het ziekenhuis gaat bevallen en nog veel meer…

Ik wens jou en je kind er alvast heel veel plezier mee!!

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse


Speurtochten voor het hele gezin (geheel Coronaproof):
Speurtocht ‘Herfst’ (met 3 niveaus & 4 spelopties).
Ga samen op zoek naar allerlei onderwerpen en natuurschatten, die te maken hebben met de herfst.

Speurtocht ‘Halloween’ (met 3 niveaus & 4 spelopties).
Extra tips: Loop de speurtocht overdag of in het donker (neem dan ook een zaklamp mee). Je kunt je evt. verkleden en/of onderweg snoepjes uitdelen aan de deelnemers.

Speurtocht ‘Sinterklaas’ (met 3 niveaus & 4 spelopties).
Loop jij deze speurtocht in je mooiste Pieten- / Sinterklaaspak?

Speurtocht ‘Winter’ (met 3 niveaus & 4 spelopties).
Kleed je lekker warm aan – handschoenen aan, muts op, sjaal om – en lopen maar!

Speurtocht ‘Kerst’ (met 3 niveaus & 4 spelopties).
Ga samen op zoek naar allerlei onderwerpen, die te maken hebben met kerst en het kerstverhaal.

Speurtocht ‘Lente’ (met 3 niveaus & 4 spelopties).
Ga samen op zoek naar allerlei onderwerpen en natuurschatten , die te maken hebben met de lente en het voorjaar.

NIEUW Speurtocht ‘Zomer’ (met 3 niveaus & 4 spelopties).
Ga samen op zoek naar allerlei onderwerpen en natuurschatten, die te maken hebben met de zomer.


Volg Joyce’ Facebookpagina voor je dagelijkse portie OpvoedInspiratie.


LeesBingo – Samen (voor)lezen of alleen
NIEUW LeesBingo Gekke Plekken. Ga lekker lezen op al deze Gekke Plekken. Heb je op één van deze plekken gelezen? Streep ‘m af en zoek een nieuwe Gekke Plek uit om verder te lezen.
NIEUW LeesBingo Speciaal voor in de Zomer. Ga lekker lezen op allerlei verschillende manieren en plekken, die met de zomer te maken hebben. Heb je op één van deze plekken gelezen? Streep ‘m af en zoek een nieuwe zomerse plek uit om verder te lezen.


Superleuk om SAMEN te doen!
NIEUW 100 Kletskaartjes: Speciaal voor kinderen, die thuis weinig vertellen over school én voor ouders die graag meer willen horen. Met deze Kletskaartjes kom je op een makkelijke én leuke manier meer te weten over wat je kind op school meemaakt. (Speciaal bedoeld voor schoolgaande kinderen; bij voorkeur bovenbouw basisschool of middelbare school.)

SpellenKampioen | Spelletjeswedstrijd voor het hele gezin. Doe samen met het hele gezin – of iedereen die wil – een heuse spellenwedstrijd thuis en ga samen op zoek naar jullie eigen SpellenKampioen. Voor alle leeftijden.

Het Grote Bewegingsspel voor Binnen. Hebben jij of je kind zin om binnen even lekker te bewegen? Dan is het Grote Bewegingsspel voor Binnen echt iets voor jou. Met dit spel kun je namelijk op een speelse, ongedwongen en laagdrempelige manier gaan bewegen. Thuis of in de klas. Dit spel duurt zo lang of kort als je zelf wil.


Abonneer je nu GRATIS op Joyce’ E-zine, boordevol waardevolle OpvoedTips.


Aftelkalenders: Aftellen naar die ene speciale dag! 
Yes, ik mag naar school! (Tel af naar de 1e schooldag van je kind.)
Ik ben bijna jarig! (Tel af naar de verjaardag van jouw kind.)
We gaan op vakantie! (Tel af naar jullie zomervakantie.)
– Voor het eerst naar de kinderopvang / peuterspeelzaal.
– Yes, ik mag gaan logeren!
Ook andere aftelkalenders vind je hier binnenkort.


Structuur & Duidelijkheid:
Dagschema ‘Samen aan de slag’ (Speciaal voor basisschoolleerlingen, die thuis schoolwerk doen).
Dagschema voor jonge kinderen. Zorg ervoor dat je dreumes of peuter een gevarieerde dag heeft (en voorkom o.a. te veel schermtijd).
Lees ook dit artikel voor meer uitleg.


Volg Joyce’ Facebookpagina voor je dagelijkse portie OpvoedInspiratie.


Kinderfeestjes:
– ‘Hoe overleef je een kinderfeestje? | 4 onmisbare ingrediënten voor een geweldig feestje‘.
Basisdraaiboek om de leukste kinderfeestjes te organiseren.

Juffendag & Meesterdag:
Dankjewel juf voor het fijne schooljaar.
Dankjewel meester voor het fijne schooljaar.
Lees ook m’n artikel ‘Hoe overleef je de laatste weken vóór de zomervakantie?’ met allerlei handige Tips & Trics.


Heftige emoties:
Lijst met 10 strategieën om je kind rustig & kalm te laten worden. Print deze lijst met strategieën uit, zodat je kind leert hoe hij er zelf voor kan zorgen dat hij weer rustig en kalm kan worden.
Lees ook m’n artikel ‘Hoe je kind zijn emoties de baas wordt. [ Emotionele ontwikkeling ]’.


Handige checklists:
– Checklist Is je kindje er klaar voor om zindelijk te worden?.
– Checklist ‘Wat moet er in mijn vluchtkoffer?‘ (Zwangerschap & Bevalling). Lees ook dit artikel met extra uitleg.


Tijdelijk even niet beschikbaar:
– M’n vrolijke Sinterklaas Aftelkalender: Tel samen af naar Pakjesavond (en meer)! (tijdelijk niet beschikbaar) | Adventskalender ‘Andersom’ : De tijd van geven. Zet iedere dag een voedingsproduct apart voor de Voedselbank en geef jouw ‘Adventsbox’ nog vóór de kerst af. Mooi om te doen, voor jong & oud. Bekijk ook deze video. (tijdelijk niet beschikbaar) | Adventskalender ‘Andersom’ voor kinderen. Doe iedere dag iets aardigs (een kleine ‘goede daad’) voor een ander. (tijdelijk niet beschikbaar) | Adventskalender voor Ouders: Leef samen met je kind op een relaxte en ontspannen manier toe naar de feestdagen. (tijdelijk niet beschikbaar) | Zomerboek voor Ouders.
Deze OpvoedProducten zijn steeds een bepaalde termijn beschikbaar, maar niet het hele jaar door.


Onder het volgende blok vind je nog méér GRATIS artikelen, e-books ed.


‘Betaal Sociaal’
Je ontvangt deze formulieren helemaal GRATIS. Ik vind het hartstikke fijn om je al deze formulieren zo aan te bieden, zodat jij er op een snelle en makkelijke manier mee aan de slag kunt.
Ik zou het super vinden als je via jouw social media-kanaal (bijv. Facebook, Instagram, Twitter of LinkedIn) zou kunnen laten weten wat je van het formulier vond dat je hier gedownload hebt. Op die manier maken anderen ook kennis met deze formulieren en kunnen ze er wellicht ook eentje downloaden en uitprinten. Zo help je hen om hun opvoeding ook weer net een beetje leuker en makkelijker te maken. Dankjewel alvast!

TIP: Als je me in jouw social media-bericht tagt, dan zie ik jouw berichtje ook voorbijkomen (en kan ik ‘m evt. liken, delen of erop reageren).
—————————————————————————————————————

Waardevolle OpvoedTips (gratis):
– Lees mijn artikelen, boordevol waardevolle én praktische OpvoedTips.
O.a. over (leren) luisteren, eten, slapen en nog veel meer.
– Abonneer je op m’n (gratis) E-zine en ontvang 1x per maand mijn waardevolle OpvoedTips in je mailbox.

E-books over Opvoeden & Ouderschap (gratis):
– E-book ‘Geniet nóg meer van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’
– E-book ‘Eerlijk over opvoeden – 75x OpvoedInspiratie’
– E-book ‘Stop met Schreeuwen’
– Online cursus ‘Stop de strijd aan tafel’
Klik hier voor meer informatie en/of om een e-book aan te vragen.


Op Facebook geef ik je jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie. Neem een kijkje op m’n pagina en klik op de ‘Vind ik leuk’-knop.

Wil je graag meer weten over specifieke thema’s, zoals als ‘leren luisteren’, ‘stoppen met schreeuwen’ of ‘zindelijkheid’?
Dan kan ik je van harte m’n cursus ‘Help, mijn kind luistert niet?!’, m’n cursus ‘Stop met Schreeuwen’ en/of m’n cursus ‘Tijd voor Zindelijkheid’ aanbevelen. Je kunt met alledrie de cursussen zelfstandig thuis aan de slag en ze helemaal in je eigen tijd & tempo volgen.
Klik op de links hierboven voor meer info.

Heb je een opvoedvraag en wil je graag weten of mijn opvoedcoaching iets voor jou kan zijn? Lees dan hier op welke manier ik jou zou kunnen helpen.

Heel veel plezier met het formulier dat je hier downloadde!

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl | 06 – 11 107 102

‘Mijn kind voelt zich vaak zo somber en neerslachtig. Dat zal toch geen depressie zijn?’ [ Interview met depressie-expert dr. Denise Bodden ]

‘Mijn zoon zit het liefst alleen op zijn kamer. Hij luistert dan naar muziek of kijkt op zijn telefoon. Hij gaat gelukkig wel nog naar zijn sportclub; dat vond hij vroeger echt helemaal geweldig, maar ik heb het idee dat dat de laatste tijd niet meer zo van harte gaat. Ook zijn vrienden komen nog maar weinig over de vloer. Het is alsof hij nog maar weinig zin heeft om iets te ondernemen. Als ik vraag of er iets met hem aan de hand is, zegt hij dat er niks is. En als ik doorvraag, krijg ik al snel een grote mond. Misschien is er ook wel niks aan de hand, maar soms maak ik me toch wel een beetje zorgen. Doen alle jongens van zijn leeftijd dit? Zou hij misschien depressief zijn? Ik haal me vast alleen maar van alles in m’n hoofd. Het zal de puberteit wel zijn. Toch…?’

Het is vaak moeilijk voor ouders en leerkrachten om te zien wanneer een kind of jongere last heeft van negatieve of depressieve gevoelens. Het gedrag dat ze laten zien, past ook niet direct bij het standaardbeeld dat we vaak hebben van een depressie. Een depressie bij kinderen en jongeren kan zich namelijk op een andere manier uiten dan bij volwassenen. Ook bestaat de kans dat kinderen en jongeren hun negatieve of depressieve gevoelens verdoezelen, waardoor het extra moeilijk wordt om het goed in te schatten. Vandaar dat het zo belangrijk is om goed te weten wat een depressie precies is, op welke manieren het zich kan uiten bij kinderen en jongeren en hoe je er als ouder en leerkracht op een constructieve manier mee om kunt gaan.

Ik praatte over dit onderwerp met dr. Denise Bodden. Zij doet al jarenlang wetenschappelijk onderzoek naar depressie bij kinderen en jongeren. Daarnaast behandelt ze als psycholoog depressieve jongeren. Zij weet dan ook als geen ander mijn vragen over depressie bij kinderen en jongeren te beantwoorden.

Je bent expert op het gebied van depressie bij kinderen. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan?
‘Ik heb jaren onderzoek gedaan naar allerlei psychische problemen, zoals angst en gedragsproblemen. Een enkele keer zag ik een kind of jongere met een depressie en wat me daarbij opviel was de duidelijke lijdenslast* voor de kinderen. Het is steeds zo heftig voor het kind, het gezin en de omgeving. Daarbij komt ook nog eens het risico op suïcide.
De WHO berekent op basis van onderzoek de ziektelast van diverse lichamelijke en geestelijke ziektes. Depressie staat in de top 4 met de hoogste lijdenslast.

Het viel me op dat er maar weinig onderzoek was naar depressie bij kinderen en jongeren, terwijl dat wel hard nodig is. Er was trouwens wel wat onderzoek gedaan op preventiegebied, maar niet op het gebied van behandeling. Dat wilde ik heel graag gaan doen.

Inmiddels hebben collega’s en ik onderzoek gedaan naar depressie bij jongeren. Ik zal kort uitleggen wat we tot nu toe hebben gevonden:

Cognitieve gedragstherapie (CGT) is de meest gebruikte behandeling bij jongeren met een depressie. We wisten al dat deze therapie werkte bij Amerikaanse jongeren, maar nog niet of het ook zou aanslaan bij Nederlandse jongeren. Daar moest onderzoek naar komen en dat hebben we gedaan, specifiek bij 12 tot 21 jarigen. We zagen dat CGT ook bij Nederlandse jongeren werkte (samen met Yvonne Stikkelbroek).

Dat was niet het enige dat we vonden. We zagen echter ook dat niet iedereen voldoende opknapte na CGT. Vandaar dat we wilden kijken waar jongeren met een depressie nog meer baat bij zouden kunnen hebben. Eén van de mogelijkheden, die we onderzochten, was om de hulp bij depressie laagdrempeliger en toegankelijker te maken. Zo kwamen we uit op een online, blended variant, waarbij deze jongeren face-to-face contact hadden met een hulpverlener én contact hadden via de computer. Dat onderzoek loopt op dit moment nog steeds. Tot nu toe lijkt het er op dat het voor jongeren niet uitmaakt of ze een face-to-face behandeling krijgen of een behandeling via de computer (samen met Sanne Rasing en Yvonne Stikkelbroek).

Verder wilden we graag de cognitieve gedragstherapie bij jongeren verbeteren en nóg effectiever maken. We starten met een preventieonderzoek op middelbare scholen, waarin we 8600 jongeren screenden met een depressievragenlijst. De jongeren, die op basis van die lijst, hoog scoorden, kregen een programma aangeboden met behulp van CGT. Die therapie was in stukjes verdeeld, namelijk in 4 verschillende modules waar ze in 12 sessies mee aan de slag gingen. De modules gingen over (1) cognitieve herstructurering (negatieve gedachtes omzetten naar meer positieve gedachtes), (2) activering (leuke activiteiten gaan doen), (3) ontspanningsoefeningen en (4) probleem oplossen. We wilden weten of het uitmaakte welke module (van 3 sessies) de jongeren precies kregen en in welke volgorde de modules werden aangeboden. We vonden echter geen verschillen na één module en ook niet in de volgorde, waarin we de modules aanboden. We vonden wel dat de 4 modules als geheel – dus ongeacht de volgorde waarin ze aangeboden werden – wel werkte (samen met Marieke van den Heuvel). In vervolgonderzoek willen we graag onderzoeken of we de CGT meer gepersonaliseerd kunnen aanbieden, bijv. door – afhankelijk van het specifieke probleem – bepaalde modules uitgebreider aan te bieden.

Een andere vorm van therapie bij depressie is de Acceptance Commitment Therapy (ACT). Binnen deze therapie wordt op een andere manier naar problemen gekeken. Hulpverleners kijken samen met de jongere naar het leren accepteren (Acceptance) van alle negatieve gedachten en gevoelens, zodat Actie kan worden ondernomen richting (Committed) doelen, in plaats van te proberen deze negatieve gevoelens en gedachten zelf te beheersen of te vermijden. Het is namelijk belangrijk om – ondanks je problemen – toch te proberen om te doen wat je wil doen en om je leven optimaal te beleven. Deze therapie hebben we ontwikkeld voor jongeren (12-21 jaar) met chronische depressie. Dat zijn vaak jongeren met langdurige klachten, die doorgaans al veel behandelingen hebben gehad. Bij hen werkten cognitieve gedragstherapie en/of andere behandelingen niet (voldoende). We gingen onderzoeken wat ze dan nog wel konden doen, o.a. met het aanbieden van ACT.

We hebben nu een pilot gedaan om te kijken of ons idee klopte. We zagen inderdaad dat de depressieklachten afnamen en de kwaliteit van leven toenam. Dat waren alvast hoopgevende resultaten (samen met Denise Matthijssen en Jacquelijne Schraven). We willen dit onderzoek nu uitbreiden naar jongeren in het algemeen en naar jongeren met andere gedragsproblemen; denk bijvoorbeeld aan autisme spectrum stoornis (ASS), ADHD, angst etc.’


Dr. Denise Bodden

Dr. Denise Bodden is universitair docent bij de afdeling Pedagogiek van de Universiteit Utrecht. Zij doet onderzoek naar de (kosten)effectiviteit van preventieve en curatieve behandelingen (o.a. CGT, IPT en ACT), specifiek gericht op angst- en stemmingsstoornissen.
Daarnaast doceert zij op het gebied van effectonderzoek, angststoornissen en depressie. Tevens is zij werkzaam als psycholoog bij Altrecht Kinder en Jeugd (Utrecht).



Hoe ontstaat een depressie bij kinderen eigenlijk?
‘Een depressie ontstaat zowel bij kinderen als bij volwassenen niet door één oorzaak. Doorgaans spelen meerdere factoren een rol, die de kans op het ontstaan van een depressie groter maken. Er zijn meerdere theorieën over hoe een depressie kan ontstaan:

Het cognitieve model (door Aaron T. Beck): Beck zegt dat mensen met een depressie bepaalde vaste denkpatronen (schema’s) hebben. Ze interpreteren gebeurtenissen om hen heen doorgaans op een negatieve manier. Door deze gedachtes, die in diverse situaties terugkomen, kunnen mensen een depressie ontwikkelen.

Attributietheorie: deze theorie verklaart hoe mensen het gedrag van zichzelf en anderen proberen te verklaren en hoe ze oorzaak en gevolg aan elkaar koppelen. (Bijv. bij mensen met een depressie stemming liggen fouten, die ze gemaakt hebben, eerder aan henzelf dan aan anderen.)

Positieve interactie: Mensen, die weinig positieve interactie ervaren met hun omgeving, krijgen minder positieve bevestiging en hebben daardoor een grotere kans om een depressie te ontwikkelen.

Life-events: Mensen, die meer ingrijpende (negatieve) life-events hebben, hebben een grotere kans om een depressie ontwikkelen.

Erfelijkheid: Ook erfelijkheid speelt een rol. Depressies komen vaker in families voor; als je ouders of grootouders depressief waren, dan is de kans groter dat jij het ook kunt krijgen.

Hechting: Kinderen, die niet veilig gehecht zijn aan hun ouders, hebben een grotere kans om een depressie te ontwikkelen.

Opvoeding: Ook de manier van opvoeden kan bijdragen aan een grotere kans op depressie. Denk dan aan minder steunende ouders, kritische ouders, minder responsieve ouders, minder sensitieve ouders. Een opvoedstijl, waarin ouders niet consequent op hun kind reageren, veel psychologische controle uitoefenen, minder warm reageren, slecht of onduidelijk met hun kind communiceren, veel conflicten voorkomen (o.a. tussen ouders onderling, tussen ouder en kind) maken de kans op een depressie bij het kind groter.

Er is dus niet één theorie, die het ontstaan van depressie volledig verklaard. Het is dus niet één op één. Onderzoekers zijn het er dan ook wel over eens dat een combinatie van theorieën het ontstaan van een depressie het beste kan verklaren. Alle theorieën bij elkaar vormen dan ook een mooi, multifactorieel verklaringsmodel.’

Wat is een depressie bij kinderen precies? Hoe kunnen ouders het bij hun kind herkennen? Waarin kan een depressie bij kinderen verschillen van een depressie bij volwassenen?
‘Het belangrijkste dat bij een depressie aanwezig is, is de sombere of prikkelbare stemming. Vooral het gegeven dat een prikkelbare stemming bij een depressie kan horen, is nog vrij onbekend. Prikkelbaarheid komt juist bij jongens meer voor als symptoom van depressie. Prikkelbaarheid uit zich vaak in weinig stress kunnen verdragen. Wat er ook bij hoort, is dat kinderen vaak ineens geen plezier meer beleven aan dingen die ze eerst wel leuk vonden. Dat zie je dan niet alleen thuis, maar ook bij hobby’s en vrienden. Uiteraard spelen de duur en ernst van de klachten ook een belangrijke rol.

Verder komen een aantal (lichamelijke) klachten regelmatig voor bij kinderen (of jongeren) met een depressie. Ze ervaren problemen met (te veel / weinig) eten, slapen en/of moe zijn. Op cognitief gebied zie je dat ze zich meer schuldig of waardeloos voelen, dat ze concentratieproblemen ervaren of dat ze suïcidale gedachten hebben. Qua gedrag kunnen je ook veranderingen opvallen: kinderen kunnen traag of apathisch worden óf ze gedragen zich juist heel onrustig en friemelen veel.

Andere uitingsvormen kunnen nog zijn dat ze meer ruzie en meer (heftige) conflicten hebben. Ze kunnen zich meer terugtrekken, ze spijbelen vaker van school (schoolverzuim). Als je zelf gaat opzoeken waar deze symptomen bij kunnen horen, dan zou je misschien eerder uitkomen bij ADHD of een andere gedragsstoornis. Maar als je dan juist rekening gaat houden met de kernsymptomen, dan maakt dat juist dat je ze als depressief zou kenmerken.

Ouders denken vaak dat het wel overgaat en dat het bij de puberteit hoort. Bij normaal ‘tienergedrag’ kun je jongeren wel afleiden en uit hun negatieve stemming trekken, maar als er echt sprake is van een depressie dan lukt dat bijna niet.

Een depressie kan dus behoorlijk veel uitingsvormen hebben, waardoor het vaak niet herkend wordt. Niet alleen ouders en leerkrachten herkennen het heel moeilijk, ook voor jongeren zelf is het moeilijk.’

Kunnen kinderen hun depressieve / negatieve gevoelens verdoezelen, waardoor het voor hun omgeving lastig wordt om het te herkennen?
‘Kinderen en jongeren kunnen inderdaad hun negatieve gevoelens of hun depressie verdoezelen. Het gaat vaak om leerlingen, die geen problemen veroorzaken op school. Je denkt misschien wel dat ze gewoon wat rustiger zijn. Veel jongeren durven niet te vertellen hoe ze zich echt voelen of willen hun ouders er niet meer lastig vallen. Daardoor wordt het vaak niet door ouders of leerkrachten gezien.

In ons preventieonderzoek onder 8600 jongeren (zie hierboven) zagen we dat veel ouders aangeven dat ze niet weten dat hun kind negatieve of depressieve gevoelens heeft. Zelfs als hun kind suïcidaal is, weten ouders het doorgaans niet. Jongeren schamen zich voor hun negatieve gevoelens of suïcidale gedachten.

We zagen ook dat maar liefst 23% van die grote groep jongeren een verhoogde score had op depressie symptomen. De jongeren met een verhoogde score boden we een behandeling met de 4 CGT-modules aan. Slechts 14% werkten hier aan mee, helaas dus niet iedereen. Dit kan te maken hebben met schaamte. Sommige jongeren wisten wel van zichzelf dat ze die negatieve gevoelens hadden, anderen wisten dat niet. De laatste groep gaf aan dat ze dachten dat hun gevoelens normaal waren, dat het zo hoorde en dat iedereen zich zo voelde. Zij gingen vervolgens toch maar op stap, vooral omdat ze het idee hadden dat dat van hen verwacht werd; maar eigenlijk hadden ze totaal geen zin om mee te gaan.

Het herkennen en signaleren van deze depressieve gevoelens is wel erg belangrijk. De GGD screent jongeren bijvoorbeeld wel, maar dat gebeurt op dit moment nog niet in alle klassen en/of de metingen zijn nog niet zo sensitief als ze zouden moeten zijn. We weten dat zo’n 70% van de kinderen en adolescenten met angstige of depressieve klachten niet herkend worden en dus ook niet goed behandeld worden.’

Zou je depressieve gevoelens bij kinderen eigenlijk al serieus moeten nemen?
‘Veelal ontstaat een depressie rond de 14 jaar maar ook jongeren kinderen kunnen een depressie krijgen, zelfs kleuters. Als komt dat laatste wel heel weinig voor. Het is bij alle leeftijden belangrijk om de negatieve of depressieve gevoelens van het kind/de jongere serieus te nemen en om er echt iets mee te doen. We weten uit onderzoek dat als je niks met deze gevoelens doet het vaak erger wordt en zelfs uitmondt in een depressieve stoornis.

Allereerst is het belangrijk om preventief te werken, zodat je kunt voorkomen dat jongeren een klinische depressie ontwikkelen. Je probeert dus echt te voorkomen dat het erger wordt.

Als kinderen toch de diagnose ‘depressie’ krijgen en een behandeling ondergaan, dan is daarna de kans op terugval groot. Na 4 jaar zien we een terugval van 30%; na 20 jaar is dat zelfs 75% terugval. Dat kan overigens ook al een terugval zijn van een enkele episode.

We weten ook dat als kinderen een depressie hebben, ze een grote kans hebben op chroniciteit. Vandaar dat het bij jongeren belangrijk is om in te zetten op een betere coping, zodat het geen stoornis gaat worden. Vandaar dat ik ouders en leerkrachten – uiteraard ook de jongeren zelf – met klem wil adviseren dat ze meteen in actie komen als ze het vermoeden hebben dat de klachten iets weghebben van een depressie.’

Waar wordt een depressie bij kinderen wel eens mee verward? Wat is een depressie bij kinderen niet?
‘Negatieve of depressieve gevoelens bij kinderen of jongeren worden regelmatig verward met andere klachten. Bijvoorbeeld met:

Gedragsproblemen: denk maar aan druk gedrag, onrustig gedrag of concentratieproblemen.
Middelengebruik: soms wordt een depressie verhuld door drugs- en alcoholgebruik. De onderliggende depressie schuift dan naar de achtergrond.
Lichamelijke klachten: Sommige lichamelijke klachten of bijwerkingen van medicijnen kunnen ook voorkomen bij een depressie. Denk maar aan migraine, ongesteldheid, prikkelbare darmsyndroom, vitaminetekort, slaapproblemen.

Al deze klachten kunnen ook horen bij een depressie. Vandaar dat het zo belangrijk is om goed te differentiëren wat oorzaak en gevolg is.’

Welke mythes, onjuistheden of vooroordelen bestaan er over depressie bij kinderen? Welke zou je het liefst meteen willen ontkrachten?
‘Er bestaan helaas een aantal mythes of vooroordelen over depressies bij kinderen en jongeren, die gewoon onjuist zijn.

Mythe 1: Verkeerde stereotypen.
Er bestaat een soort stereotype beeld van hoe een depressieve jongere er uit zou zien. Vaak denken ouders of leerkrachten dat het dan om een gothic meisje gaat dat erg op zichzelf is en zich vaak terugtrekt. Dat beeld klopt helemaal niet. Een depressie komt bij jongeren best veel voor: 1 op 5 jongeren heeft depressieve symptomen / klachten en dat is vaker dan over het algemeen gedacht wordt. Het gaat dus gemiddeld genomen om ong. 5-6 leerlingen in een klas (voortgezet onderwijs). Verder kan een depressie zowel bij meisjes als bij jongens voorkomen. En dus niet alle gothics zijn depressief… 😉

Mythe 2: Een depressie kan alleen bij volwassenen voorkomen.
Ook deze mythe is hardnekkig en onjuist. Een depressie kan namelijk op elke leeftijd voorkomen. Zelfs kinderen kunnen het krijgen; we spreken dan wel eens van een ‘infant depression’ of ‘peuter depressie’.
Bij jonge kinderen zie je klachten als ontroostbaar huilen, ‘failure to thrive’ (= het lukt hen niet om de dingen te doen, die ze volgens mijlpalen wel echt zouden moeten kunnen), slaapproblemen, eetproblemen, ze kunnen een groeiachterstand ontwikkelen (of ze groeien niet meer). Ze ervaren geen plezier meer in dingen die ze voorheen heel leuk vonden, ze zijn niet meer speels.

Ook voor kinderen geldt dat er veel factoren samen moeten komen om uiteindelijk van een depressie te kunnen spreken. In praktijk wordt een depressie haast nooit op jonge leeftijd of in de basisschoolleeftijd vastgesteld. Doorgaans wordt er namelijk grote terughoudendheid toegepast om de diagnose bij (jonge) kinderen te stellen; depressie is nou eenmaal een heftig label met grote gevolgen. Vandaar dat er juist bij kinderen eerst goed gekeken wordt naar uiteenlopende stressfactoren (denk aan de scheiding van ouders, het functioneren op school, de hechting met ouders of verzorgers) en als blijkt dat dat allemaal stabiel of goed is, dan ga je kijken naar wat er nog over blijft en of er evt. sprake zou kunnen zijn van een depressie.

Mythe 3: ‘Ik voel me down / depressief.’
In de volksmond wordt al snel gezegd dat iemand zich down of depri voelt, maar dat is vaak bij lange niet hetzelfde als je echt depressief voelen. Als je je eens een dagje rot voelt, wat iedereen wel eens heeft, dan is dat zeker niet hetzelfde als depressief zijn. Om van een klinische depressieve episode te kunnen spreken, moet je twee weken forse depressieve klachten hebben.’

Als ouders het vermoeden hebben, dat hun kind depressief is: wat kunnen ze dan doen? En wat kunnen ouders beter achterwege laten?
‘Gelukkig kun je als ouder (of leerkracht) je kind ondersteunen en helpen om op een constructieve manier met zijn depressie om te gaan. Er is ook een aantal dingen, die je beter achterwege kunt laten.

Wat je wel kunt doen:
• Probeer goed aan te voelen wat je kind nodig heeft en wat je kind zelf wil. Probeer vooral steunend te zijn.
• Kijk vooral naar wat je kind nog wel kan. Benoem wat je kind nog wél doet en benader dat op een positieve, constructieve manier.
• Activeer je kind en probeer om je kind toch iets te laten doen. Dat kunnen (schijnbaar) kleine dingen zijn als de hond uitlaten, een wandelingetje maken of met vrienden afspreken. Het is belangrijk voor je kind om toch iets te blijven doen, zelfs kleine dingen kunnen al fijn zijn.
• Zorg ervoor dat je kind met iemand kan gaan praten. Soms is het voor kinderen of jongeren confronterend om met zijn ouders te praten. Praten kan natuurlijk ook met anderen, zoals met een goede vriend(in), de huisarts, een oom of tante. Laat je kind zelf bepalen met wie hij/zij het liefst zou willen praten.
• Laat je kind in eerst instantie starten met laagdrempelige zorg of laagdrempelige interventies. Denk daarbij aan de website ‘Grip op je dip’, waarbij je kind gebruik kan maken van de chatfunctie en kan praten met lotgenoten.
• Als dit onvoldoende helpt, zoek dan hulp. Via de huisarts kan je kind een afspraak maken met een psycholoog.

Wat je beter niet kunt doen:
• Stel je niet kritisch op ten aanzien van de gevoelens van je kind. Voorkom opmerkingen als ‘het komt door jou’ of ‘je doet je dit zelf aan’.
• Stel niet te veel of te hoge eisen aan je kind.
• Probeer te voorkomen dat je je te veel met je kind bemoeit. Soms is het juist goed om je kind wat meer met rust te laten.
• Voorkom dat je het negatieve of depressieve gevoel van je kind bagatelliseert. Opmerkingen als ‘het valt wel mee’ of ‘ik voel me ook wel eens een beetje depri’ zijn niet helpend, omdat de situatie voor de jongere in kwestie juist veel heftiger aanvoelt.
• Vermijd conflicten met je kind.’

Vanaf welke leeftijd kun je depressie bij kinderen laten onderzoeken of vaststellen? Welke stappen kunnen kinderen en jongeren zelf ondernemen?
‘Ook kinderen en jongeren zelf kunnen een aantal dingen doen waardoor ze zich beter kunnen gaan voelen. Het is goed om over hun (negatieve) gevoelens te praten. Ze kunnen bijvoorbeeld hun hart luchten bij een goede vriendin of de huisarts. Ook actief blijven is belangrijk. Probeer ondanks je negatieve gevoelens gewoon naar je hobby te gaan, dus ook als je er eigenlijk helemaal geen zin in hebt. En als je te lang met depressie blijft rondlopen; zoek hulp. Dit kan laagdrempelig zijn bv. online hulp zoals ‘Grip op je dip’ of naar de GGZ.’

Kun je van een depressie afkomen of genezen? Of is het een aandoening waar je de rest van je leven mee blijft zitten?
‘Je kunt inderdaad van een depressie afkomen. 50% van de kinderen en jongeren, die de diagnose depressie kregen, zijn die diagnose na behandeling kwijt. Dat is dus één op de twee kinderen; dat is dus al heel wat.

Zoals ik al eerder aangaf, is de kans op terugval helaas heel hoog. Er wordt op dit moment onderzoek gedaan naar methodes, die het beste werken om de kans op terugval zo klein mogelijk te maken (Stay Fine-onderzoek).
Wat hoopgevend is in dit kader is dat ‘geïndiceerde preventie’ goed werkt. Dat betekent dat als we kinderen of jongeren, die een hoge score hebben op screeningsvragenlijsten, hulp bieden, dat hun symptomen en klachten afnemen. Bij het inzetten van deze preventie zien we dat na de interventie bijna niemand meer een depressieve stoornis had. Dat betekent dus dat dit een curatief effect heeft. Dat geeft maar weer aan hoe belangrijk het is om er op tijd bij te zijn.’


Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig. Klik hier.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’. Je leest er hier meer over.




Heb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

joyce_rosegrijs_staand_c

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse


Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.


Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.



Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘Wist jij dit al over opvoeding en ouderschap…?‘ Uitgebreide interviews met toonaangevende experts.
– ‘Wat gebeurt er allemaal met je kind tijdens de adolescentie? Van kindertijd naar jong volwassenheid.’ [Overzichtsartikel]
– ‘Hoe verbeter je het zelfvertrouwen van je kind?‘ (Over: 4 ingrediënten voor een gezonde dosis zelfvertrouwen.)
– ‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.



© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

logo_akse_coaching_groot_nieuw



Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.