Heeft mijn kind dyslexie of niet? Wat je er als ouder of leerkracht over moet weten. [ Interview met dyslexie-expert drs. Kim Huiskamp ]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze experts interviewt over hun eigen onderzoek of werkveld. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, opvoeding en/of de ontwikkeling van kinderen (0-16 jaar). 

 

jongen_schrijven_handen_in_haarZodra je kind naar school gaat, komt hij al snel in aanraking met taal. In de kleutergroepen wordt er voorzichtig aandacht aan besteed en vanaf groep 3 begint het echte werk. Bij de meeste kinderen verloopt de taalontwikkeling zonder veel problemen; bij sommige kinderen zie je echter dat het lezen en spellen moeizamer gaat. Dat komt vaak in groep 3 en 4 naar boven. Bij deze kinderen zou er sprake kunnen zijn van dyslexie.

Over het onderwerp ‘dyslexie’ interviewde ik drs. Kim Huiskamp. Zij werkt als diagnosticus en behandelaar bij het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) in Maastricht.

In dit artikel vertelt ze uitgebreid wat dyslexie precies is (en wat niet), hoe je dyslexie bij jouw kind kunt herkennen, waarom het belangrijk is om de taalontwikkeling van je kind goed in de gaten te houden en – indien nodig – op tijd te starten met behandeling. Daarnaast vertelt ze welke mythes en vooroordelen er soms nog bestaan over dyslexie, waar dyslexie wel eens mee verward wordt en wat je als ouder kunt doen om het leesplezier van je kind te stimuleren.

 

Je bent expert op het gebied van dyslexie en leesvaardigheid. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan? 
meisje_wil_niet_lezen‘Ik ben eigenlijk toevallig met dyslexie in aanraking gekomen. Aan het einde van mijn opleiding psychologie heeft mijn stagebegeleidster mij in contact gebracht met prof. dr. Leo Blomert, expert op het gebied van dyslexie. Hij zocht mensen om een vakgroep te vormen om het dyslexieprotocol op poten te krijgen en dat wilde ik graag doen. Op die manier kon ik dus bij toeval in zijn werkgroep aan de slag. Daardoor kwam ik ook in aanraking met wetenschappelijk onderzoek naar dyslexie. Het onderwerp trok mij erg aan, maar ik merkte dat ik liever in een klinische setting werkte dan in een wetenschappelijke. Via Leo Blomert werd ik toen voorgesteld aan Patty Gerretsen, toentertijd directeur wetenschap van het RID. Zo ben ik uiteindelijk bij het RID terechtgekomen en daar werk ik nu al 15 jaar. Wat ik zo prettig vind aan werken met mensen met dyslexie is dat je echt iets voor iemand kunt betekenen. Iedereen in onze maatschappij krijgt te maken met lezen en schrijven en als je dyslexie hebt, kun je flinke problemen ondervinden op school, op je werk of zelfs privé. Met een gerichte behandeling en concrete tools, kun je kinderen (en volwassenen) met dyslexie echt helpen hun situatie te verbeteren. Het geeft me enorm veel voldoening dat ik op deze manier iets kan betekenen voor de kinderen, die bij ons komen.’

 


Curriculum Vitae
kim_huiskamp_fotoDrs. Kim Huiskamp studeerde neuro– en ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Maastricht. Daarna werkte ze een jaar als psycholoog / onderzoeksassistent aan dezelfde universiteit. Vervolgens maakte ze de overstap naar het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) in Maastricht. Ze werkte er een tijd als hoofd behandeling en vestigingsmanager; momenteel als diagnosticus en behandelaar.


 

Kun je uitleggen wat dyslexie precies is?
hersenen_kwabben‘Als je dyslexie hebt, dan heb je moeite met lezen en/of spelling. Sommige kinderen hebben alleen moeite met lezen, andere alleen met spellen en weer andere met allebei. De grootste groep van de kinderen met dyslexie heeft moeite met allebei.

In onze maatschappij maken we gebruik van het alfabetische schrift. Onze woorden zijn opgebouwd uit klanken. Als je het woord wil leren lezen en schrijven, dan zul je het woord moeten opdelen in klanken. Je gaat dan als het ware de klankstructuur van woorden ontcijferen.

In de hersenen zit een gebiedje (temporaal kwab*) dat de klankstructuur van woorden verwerkt, het helpt je met het in stukjes hakken van woorden. Dat gaat automatisch, onbewust.
*: Meer specifiek, de superieure temporale sulcus (STS) en planum temporale (PT) zijn betrokken bij de integratie van de letter-klank-koppeling. De visual word form area (VWFA) is betrokken bij directe woordherkenning.

Bij dyslexie is dat gebiedje wat minder goed toegerust om de klankinformatie te ontwarren. Die informatie loopt dan een beetje door elkaar. Je spreekt woorden misschien soms net een beetje verkeerd uit.
Bijvoorbeeld: Je hebt het dan niet over ‘doelwit’ maar over ‘doellid’.

En dat is eigenlijk nog maar het begin. Kinderen (of volwassenen) met dyslexie hebben er dus moeite mee om de klanken van elkaar te onderscheiden. De volgende stap is dat je de klanken gaat koppelen aan een letter, dus de klanken van losse letters. In groep 3 begin je daarmee: je leert welke klank bij welke letter hoort (bijv. ‘Dit is de letter ‘L’ en die klinkt zo…’).

Die letter-klank-koppeling zit weer in een ander gebiedje van die temporaal kwab. Dat gebiedje koppelt als het ware de auditieve (klank, die je hoort) en visuele informatie (letter, die je ziet) aan elkaar. Dat ‘koppelproces’ duurt eigenlijk jaren. Van groep 3 naar groep 8 maken kinderen daarin een stijgende lijn door. Die integratie duurt dus echt jaren en kan alleen optreden met onderwijs. Pas daarna wordt het een automatisch proces. Op het moment dat het automatisch is, kun je het zien van een letter niet meer als niet-letter zien. Op latere leeftijd gebeurt dat zelfs met hele woorden. Maar daar heb je dus wel training voor nodig. Een beginnende lezer kan dat nog niet met hele woorden. Daarom begin je op school eerst met het leren van de letters met bijbehorende klanken.’

 

Hoe ‘ontstaat’ dyslexie? 
loesje_dyslexie‘Je wordt met dyslexie geboren; het ontstaat dus eigenlijk niet echt. Het is ook erfelijk, wat betekent dat het vaker binnen families voorkomt.

Bij dyslexie zijn twee vaardigheden of processen verstoord: aan de ene kant is dat de klankverwerking (fonologische verwerking), aan de andere kant is dat de letter-klankkoppeling.

In groep 3 leren kinderen om te ‘decoderen’ oftewel om te ‘hakken & plakken’.
Bijvoorbeeld: ze leren dat het woord ‘kip’ uit 3 klanken bestaat: k – i – p.

In de hersenen gaat dat dan nog niet automatisch. De kinderen zullen er energie in moeten steken om dat goed te leren. Ze hebben op dat moment ook nog minder bronnen om het woordbeeld in hun geheugen op te slaan.

Als je het hele proces van het lezen en spellen hebt doorlopen, dan is het eindstation dat je een heel woord ziet en herkent. Je herkent het omdat het opgeslagen is in het ‘mentaal lexicon’. Hoe meer je daarin opgeslagen hebt, hoe automatischer het lezen en spellen gaat. Dat automatisme kun je trouwens ook krijgen als je dyslexie hebt. Maar omdat de basis van het aanleren lastiger is, duurt het langer om bij dat eindstation te komen.’

 

Hoe kunnen ouders dyslexie bij hun kind herkennen? 
jongen_in_klas_juffrouw_geen_zin‘Je kunt dyslexie eigenlijk pas echt herkennen vanaf dat je kind een tijdje in groep 3 zit, dus als je kind echt onderwijs krijgt op het gebied van lezen en schrijven. Bij kleuters zie je ook al wel eens dat ze moeite hebben met klankverwerking. Ze hebben dan bijv. moeite met het leren / benoemen van de kleuren, met links en rechts, ze hebben moeite met rijmen, ze vinden het lastig om de namen van klasgenootjes te onthouden of ze vinden het moeilijk om nieuwe liedjes te leren. Dat zijn allemaal dingen waarbij ze iets moeten doen op het gebied van klankverwerking. Een deel van de kinderen, dat hier moeite mee heeft, kan later moeite krijgen met lezen en schrijven. Dat hoeft echter niet perse. Het zijn dus geen harde criteria, eerder een aanwijzing om het goed in de gaten te houden. Andersom geldt dat ook: als je kind hier als kleuter geen moeite mee heeft, dan wil dat niet zeggen dat hij geen dyslexie kan hebben. Het kan op dyslexie wijzen, maar dat is niet één op één.

In groep 3 kijk je of leerlingen moeite hebben met het leren van letters, met het hakken en plakken, met het op tempo lezen van woorden en of leerlingen fonetisch blijven schrijven (= letterlijk schrijven van wat je hoort).

Het mag dus duidelijk zijn dat je lezen en spellen echt moet leren. Wil je dyslexie kunnen aantonen, dan moet je dus onderwijs hebben gehad. Als school merkt dat een kind moeite heeft met lezen en spellen, dan moet het ook extra onderwijs en aandacht op dat gebied aanbieden. Halverwege groep 3 kom je er misschien achter dat een leerling zich wat trager ontwikkelt op het gebied van taal en spelling. Dan is het belangrijk om uit te filteren waar dat door komt; een probleem op het gebied van lezen en spelling hoeft nl. niet altijd op dyslexie te wijzen. Basisscholen hebben daar een protocol voor.
Als school bijvoorbeeld op basis van de citoscores (bij score D of E) merkt dat het lezen van een leerling achterblijft, dan wordt er extra aandacht aan die leerling gegeven; bijv. door de leerling in een apart groepje te zetten en/of extra aandacht te geven op het gebied van lezen en/of spelling. Als de leerling dat een half jaar of heel jaar heeft gehad en dat blijkt onvoldoende effect te hebben gehad, dan kun je pas echt gaan onderzoeken of dyslexie een mogelijke oorzaak is.

Het is belangrijk om na te gaan wat precies de oorzaak is van de problemen die een leerling heeft op het gebied van lezen en spellen. Juist om te weten of het dyslexie kan zijn of niet. Een leerling kan bijvoorbeeld ook een algemeen leerprobleem hebben of er speelt iets anders dat hem belemmert in zijn leerproces. Denk bijvoorbeeld aan een trauma in de familie (bv. echtscheiding en daardoor verlies van motivatie om te leren of goed mee te doen op school). Dan kan een kind dus wel moeite met lezen en/of spelling hebben, maar niet door een onderliggende dyslexie. Vandaar dat het enerzijds zo belangrijk is om goed te onderzoeken wat precies de reden is dat een kind moeite heeft met lezen en/of spelling. Anderzijds is het daarom goed om een breder leerprofiel mee te nemen en om te beoordelen of de één-op-één-hulp in de klas goed genoeg heeft gewerkt. Uiteraard kunnen de lees- en spelmoeilijkheden ook nog andere oorzaken hebben of samenhangen met andere stoornissen.’
Daarover bij een volgende vraag meer.

 


Heb je het idee dat kinderen hun dyslexie kunnen verdoezelen, waardoor het voor ouders of leerkrachten lastig wordt om het te herkennen? 
meisje_juffrouw_samen_lezen‘Eerlijkgezegd lijkt het me voor een kind bijna niet te doen om dyslexie te verdoezelen. Ze kunnen wel verschillende strategieën laten zien om met hun lezen of spelling om te gaan. Ze trappen bijvoorbeeld op de rem en gaan heel langzaam lezen. Of ze gaan juist heel snel lezen en raden dan wat er staat. Kinderen met dyslexie hebben moeite met het technische leesproces; dat betekent in dit geval dat het ten koste gaat van de snelheid of van de nauwkeurigheid van het lezen.

Bij kinderen met veel compensatiemogelijkheden zien we wel eens dat ze met tekst lezen een hoger niveau behalen dan met woordlezen. Ze hebben dan steun aan de semantiek van de tekst; de inhoud en betekenis van de tekst helpt hen om de woorden in tekstverband te lezen.

Bij hoog-functionerende volwassenen zien we wel eens dat ze vooral vastlopen bij het lezen van onzinwoorden. Zij hebben door de jaren heen al zoveel woorden geleerd en opgeslagen (in hun mentaal lexicon), dat ze al veel woorden en teksten gewoon goed kunnen lezen.

Bij de beoordeling of een kind dyslexie heeft, weegt het lezen trouwens zwaarder dan spelling of schrijven. Lezen is namelijk een ‘puurdere’ maat van dyslexie vanwege het automatische proces. Daarom geeft het lezen meer de doorslag bij de beoordeling van dyslexie. Bij spelling is altijd gerichte aandacht nodig en kunnen dus ook weer andere dingen spelen, waarom kinderen er moeite mee hebben (denk aan motivatie en taakgerichtheid).’

 

Vanaf welke leeftijd kun je dyslexie laten onderzoeken? 
jongen_vrouw_huiswerk_maken‘Vanaf de leeftijd van ongeveer 8 jaar, dus pas bij kinderen in groep 4, kun je dyslexie betrouwbaar onderzoeken. Dus nog niet echt vanaf groep 3. Je moet kinderen namelijk de kans geven om het lees- en spelproces op gang te laten komen.

Merk je dat het kind al last heeft op dit gebied vanaf de kleuterklas (zie hierboven), dan zou je een leerling van groep 3 eventueel wel al kunnen laten onderzoeken. Maar dat zijn eerlijkgezegd wel de uitzonderingen.’

 

Waarom is het belangrijk om het op jonge leeftijd te laten onderzoeken?
meisje_vrouw_schrijven‘Als je van groep 3 naar groep 8 kijkt, dan worden de normen steeds strenger. Als jij je op een trager tempo ontwikkelt vergeleken met je groepsgenoten, zal het verschil daarom steeds groter worden. Dan ga je dus steeds meer achterlopen ten opzichte van de andere kinderen.

In de hogere groepen wordt ook steeds meer gebruik gemaakt van taal. Zo heb je in groep 4 nog wel het ‘kale’ rekenen, maar vanaf groep 5 komen ook steeds vaker verhaaltjessommen aan bod. Dan is het ook bij vakken als rekenen belangrijk om goed te kunnen lezen. En bij de hogere groepen komt alleen nog maar meer (talige) informatie op de leerling af. Ze hebben dan een bepaald functioneel leesniveau nodig om alles op een goede manier te kunnen verwerken en te begrijpen. Dat is niet alleen nodig bij vakken als begrijpend lezen en redactiesommen, maar ook bij vakken als geschiedenis of aardrijkskunde.
Het is misschien goed om in dit kader te weten dat het onderdeel ‘begrijpend lezen’ één van de onderdelen is, waarop bepaald wordt welk niveau van voortgezet onderwijs je aankunt. Als jij het technisch leesniveau hebt van iemand van groep 3 en je moet lezen op het niveau van eind groep 7, dan is het lastiger om de inhoud van tekst er op een goede manier uit te pikken, zeker als je al zo worstelt met de tekst die je leest. (Als de tekst je voorgelezen wordt, kan het natuurlijk weer anders zijn.)

Om op een goede manier te kunnen laten zien, wat er aan vaardigheden en kennis in je zit, is het dus belangrijk dat het gat tussen je leesniveau en je vaardigheden niet te groot is. Als dat wel het geval is, dan wordt het een stuk lastiger om te laten zien wat je kunt.’

 

Kun je van dyslexie genezen? 
meisje_leest_boek_MLP‘Helaas kun je niet van dyslexie genezen. Je zult altijd meer moeite met lezen en spellen blijven hebben dan anderen zonder dyslexie.

Ondanks dat gegeven kun je het gebiedje in de hersenen wel trainen, waardoor het lezen en spellen beter gaat. Dyslexie is dus niet te genezen, maar je kunt je lees- en spelvaardigheden wel verbeteren. En dat is goed nieuws.

Het is goed om te accepteren dat het lezen en spellen moeilijk voor je is en zal blijven. Je ziet dat sommige kinderen heel opgelucht zijn met diagnose (‘gelukkig, ik kan er niks aan doen’); er valt een last van hun schouders. Andere kinderen voelen zich er juist vervelend door; ze krijgen het gevoel dat ze anders zijn dan anderen, dat ze niet normaal zijn of dat ze niet meer degene zijn die ze waren. Kinderen, die moeite hebben om te accepteren dat ze dyslexie hebben, kunnen baat hebben bij ‘psycho-educatie’. Bij het RID geven we hen o.a. een boekje mee dat ze samen met hun ouders kunnen lezen: ze gaan dan samen vragen beantwoorden, thema’s bespreken en ze kunnen wat meer gerustgesteld worden. De inhoud van dit boekje komt dan ook in de behandeling aan bod. Ook is het goed om te weten dat heel beroemde of intelligente mensen dyslexie hadden (denk maar eens aan Einstein). Door dyslexie zo positief mogelijk te benaderen, proberen we kinderen er een andere mind-set over te geven.

Nadat je een dyslexiebehandeling hebt gehad, kan de dyslexie toch weer de kop op steken, bijvoorbeeld als je een nieuwe taal gaat leren. Daar hebben leerlingen met dyslexie doorgaans meer moeite mee. Het blijft een zwakkere plek.’

 


EXTRA
Drs. Kim Huiskamp raadt de volgende boeken aan om (evt. samen met je kind) over dyslexie te lezen.

Informatieve boeken voor ouders:
boeken_MPL_dyslexie‘Kinderen met dyslexie, een gids voor ouders’ – T. Braams
‘Houvast bij leesproblemen en dyslexie op de basisschool, leidraad voor ouders’ – A. Paternotte en J. Buitelaar
‘Mijn kind & Dyslexie’ – R. Krijnen
‘Mijn kind heeft dyslexie’ – M. Ceyssens

Informatieve boeken voor kinderen: 
‘Dyslexie’ – Z. van Mersbergen (Informatiereeks 3, nummer 54)
‘Een 2 voor dictee. Een verhaal over dyslexie’ – J. Breeman
‘Letters op de snelweg. Boekje over dyslexie’ – K. Terlouw
‘Ik heb dyslexie, nou en!’ – L. de Groot

Leesboeken geschikt voor dyslectische kinderen:
http://www.makkelijklezenplein.nl (informatie over leesboeken voor dyslectici)
http://www.zwijsen.nl (serie Zoeklicht)
http://www.inktvis.nl (serie Kokkel-reeks)

Leesboeken over dyslexie voor kinderen: 
‘Ik ben niet bom!’- M. van de Coolwijk
‘Schatkasten’ – H. van der Werff
‘Pudding Tarzan’ – O.L. Kirkegaard
‘De smoezenkampioen’– C. Slee
‘Heksie. Hoe vang je een heks? – M. Snoeij


 

Waar wordt dyslexie wel eens mee verward? 
meisje_dromend_aan_tafel‘Als kinderen zich bij ons aanmelden om te onderzoeken of er sprake is van dyslexie, dan wordt er niet alleen gekeken naar hoe het met lezen en spelling gaat, maar we kijken ook naar andere schoolvakken. Kinderen kunnen namelijk in het algemeen moeite hebben om nieuwe vaardigheden aan te leren of ze kunnen een algemeen leerprobleem hebben. Dan heb je een heel andere benadering nodig om het kind verder te helpen.

Soms kunnen kinderen een taalontwikkelingsstoornis (TOS) hebben. Ze hebben dan moeite met taal in het algemeen; niet alleen moeite met lezen en schrijven, maar ook moeite met taalbegrip, met de taalproductie (uitspraak) en/of ze hebben een lage woordenschat. Bij kinderen met TOS is er dus meer aan de hand; ze hebben een breder taalprobleem.

Verder is het goed om aandacht te hebben voor andere stoornissen, zoals AD(H)D. Een kind dat bijvoorbeeld moeite heeft om de aandacht ergens bij te houden, kan daardoor in de klas informatie of instructie mislopen. Ook kan een kind met een aandachtsprobleem het ene vak wel leuk vinden en het andere niet; dan heeft het bijvoorbeeld minder aandacht voor taal en dus minder oefening om het goed te ontwikkelen. Dat wil echter nog niet zeggen dat er sprake is van dyslexie.

Sommige kinderen lopen een ‘didactische achterstand’ op: ze liggen achter op de groep, maar dat kan komen omdat ze minder effectief onderwijs hebben genoten dan andere kinderen. Ook dat hoeft dus niet door een mogelijk onderliggende dyslexie te komen.

Hier blijkt in ieder geval uit hoe complex het geheel kan zijn. Dyslexie kan ook nog eens samen voorkomen bij één van deze stoornissen (comorbiditeit), maar dat hoeft natuurlijk niet. Het is ook mogelijk dat de lees- en spelproblemen, die je opmerkt, door een ander onderliggend probleem veroorzaakt worden dan door dyslexie.’

 

Welke mythes, onjuistheden of vooroordelen bestaan er over dyslexie? 
meisje_leest_in_boek‘Er bestaan wel een aantal mythes of vooroordelen over dyslexie:

(1) Dyslexie ontstaat door een zuurstoftekort bij de geboorte of door slecht samenwerkende hersenhelften.
Vroeger werd wel gedacht dat dyslexie kwam door een zuurstoftekort bij de geboorte, maar we weten inmiddels dat dat niet zo is. Er werd ook wel gedacht dat de twee hersenhelften niet goed samenwerkten. Dan moesten de kinderen evenwichtsoefeningen doen, waardoor de helften wel beter gingen samenwerken. Beide ideeën zijn inmiddels ontkracht door wetenschappelijk onderzoek en niet waar gebleken.

(2) Kinderen met dyslexie kunnen niet goed zien of horen.  
Als je kijkt naar de gebieden in de hersenen die bij klankverwerking betrokken zijn, dan zitten die min of meer tussen de auditieve en visuele cortex in. De informatie die in de auditieve cortex terechtkomt (klank), wordt gecombineerd met de informatie die in de visuele cortex terecht komt (letter). Bij kinderen met dyslexie gaat die verwerking ervan moeizamer. Een kind met dyslexie kan dus zowel goed horen als zien, alleen het verwerken van de combinatie klank en letter gaat moeizamer. Je kunt dyslexie dus niet oplossen door een bril of een hoorapparaat te dragen.

(3) ‘Mijn kind heeft niet zo’n zin in lezen en spelling en moet gewoon wat beter zijn best doen.’ 
Ouders kunnen soms de overtuiging hebben dat hun kind niet gemotiveerd is en gewoon wat beter zijn best zou moeten doen. Maar ik leg dan altijd uit dat kinderen niet ongemotiveerd worden geboren; het kind beslist niet bewust of actief dat het geen zin heeft om te leren. Als een kind geen zin heeft om te lezen, om huiswerk te maken of om iets te doen voor school, dan komt dat door een bepaalde wisselwerking met iets anders. Dingen die je lastig vindt of waar je moeite mee hebt, vind je gewoon niet zo leuk om te doen. De berg wordt dan te hoog. Gelukkig kun je de berg lager maken, zodat het te behalen doel niet meer onbereikbaar lijkt. Het kind krijgt dan het gevoel dat hij het misschien toch kan.

We zien ook wel eens kinderen, die voordat ze bij ons komen, al een heel traject hebben afgelegd. Ze zijn dan al op zoveel plekken geweest en hebben al zoveel onderzoeken gehad, dat ze al bijna geen zin meer hebben om nóg een onderzoek of behandeling te ondergaan. Deze kinderen zou je ‘behandelmoe’ kunnen noemen. Dat wil echter niet zeggen dat ze niet geholpen kunnen worden; ook bij deze kinderen kan dyslexie vastgesteld worden en ook zij kunnen nog steeds geholpen worden.

(4) ‘Laat maar, er is toch niks aan te doen.’ 
Sommige ouders denken: ‘het is dyslexie, er is niks aan te doen’. Dat is echter niet het geval. Ook kinderen met dyslexie kun je met de juiste begeleiding beter laten lezen en spellen. Het is daarbij vooral belangrijk om voor ogen te houden wat je kind wel nog kan ontwikkelen en wat er nog wel mogelijk is. Ga na welk doel je kunt stellen. Daarbij is belangrijk om juist de inspanning, die je kind doet, te belonen (growth mindset) en niet het resultaat (fixed mindset).’

 

Wat kunnen ouders doen als ze het vermoeden hebben, dat hun kind dyslexie heeft? 
voorlezen_vader_dochter_lachend‘Als ouders vermoeden dat hun kind moeite heeft met lezen of spellen of zich er zorgen over maken, dan is het belangrijk om dat aan te kaarten bij de leerkracht. Het is goed om het zelf ook in de gaten te houden. Bespreek het, zodat de leerkracht er aandacht voor heeft.

School heeft dan – indien nodig – mogelijkheden om extra hulp aan leerlingen te bieden. Citotoetsen helpen bij het signaleren ervan. Daarna kan een leerling doorverwezen worden voor extra zorg; dat zou evt. naar het RID kunnen. Daar wordt onderzocht of er wel / geen sprake is van dyslexie en indien dat inderdaad het geval is, kan de dyslexiebehandeling plaatsvinden.

Over het algemeen is het belangrijk dat ouders met een kind met dyslexie een omgeving creëren, waarin lezen een plek heeft. Creëer een omgeving waarin regelmatig gelezen wordt en waarin dat ook beloond wordt. Denk dan in termen van ‘quality time’: lekker samen op de bank zitten en een boekje (voor)lezen. Maak (voor)lezen dus een normaal onderdeel van je eigen levenssituatie.

Uiteraard kan het voor ouders nog best lastig zijn om het lezen voor hun kind weer leuk te maken. Ga dan op zoek naar de intrinsieke motivatie van je kind. Dat kun je doen door vooral boeken uit te zoeken die je kind zelf heel leuk, interessant of boeiend vindt. Laat de boeken aansluiten op de belevingswereld en interesses van je kind. Als je kind bijvoorbeeld fan is van dinosaurussen, dan lees je daar samen boeken over. Bij drukke gezinnen kan zo’n één-op één-momentje, waarin je aan je kind (voor)leest, zelfs een uitkomst zijn. Door het samen te doen, wordt het lezen alleen maar leuker. Hiermee kun je de leesmotivatie en het leesplezier van je kind absoluut stimuleren.

Geef het dus niet op en ga vooral door met lezen. Lezen onder dwang, bijv. tot huilens toe, is natuurlijk het andere uiterste. Dat laatste vergroot alleen maar de weerstand bij je kind. In de plaats daarvan is het beter om je kind zelf zijn boeken uit te laten kiezen. Ga samen naar de bibliotheek en maak er daarna samen een gezellig leesmoment van.
Goed om nog te weten is ook dat het geen probleem is om kinderen naar luisterboeken te laten luisteren of om software te gebruiken om boeken te laten voorlezen. Het is dan wel belangrijk dat kinderen het boek erbij houden en zelf meelezen. In de bibliotheek heb je ook een Makkelijk Lezen Plein, waar je boeken kunt vinden voor kinderen die wat meer moeite hebben met lezen.

 


Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend.
 Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?
Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Lees verder over gerelateerde thema’s:
Wist jij dit al over opvoeding en ouderschap…? Uitgebreide interviews met toonaangevende experts.’ 
– ‘11 tips om samen (voor)lezen nóg leuker te maken.
– ”Nog een keer lezen, nog een keer’- 5 eenvoudige tips om samen (voor)lezen met je kind nóg leuker te maken.
– ‘Waarom worden kinderen en tieners toch zo boos?‘. 
‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl. 

Hoe overleef je de laatste weken vóór de zomervakantie?

Laatste schooldag voor zomervakantieVoordat de zomervakantie begint, moet er ineens van alles gebeuren. Als moeder vind ik dat persoonlijk één van de meest hectische periodes van het jaar (de week voor kerst staat trouwens met stip op één, maar dat even terzijde… 😉 ). De eerste jaren dat m’n oudste op de basisschool zat, overviel die periode me een beetje. Er kwam ineens zoveel voorbij; daar was ik me vooraf helemaal niet bewust van.

Zo kan er ineens een juffen- / meesterdag georganiseerd worden, waar je (samen met je kind) een knutselwerkje voor maakte (of een financiële bijdrage aan leverde i.v.m. een gezamenlijk cadeau van de klas), een cadeautje voor de leerkracht wil geven op de laatste schooldag (evt. met knutsel van je kind), een leuke jaarafsluiting van de clubjes waar je kinderen lid van zijn, je wil graag je eigen vakantie voorbereiden (koffers inpakken en zo), je wil je eigen werk zo goed mogelijk afronden en ga zo maar door. En zo is er vlak voor de zomervakantie ineens van alles dat er nog moet gebeuren… Help!

Inmiddels heb ik gelukkig wel een beetje door wat er zo voor het eind van het schooljaar allemaal gaat gebeuren (en zelfs dan kan het me nog wat overvallen, want momenteel heb ik 3 kinderen op de basisschool; dus dat is alle extra activiteiten maal 3…).

⇒ In dit artikel zet ik graag alles voor jou op een rijtje, zodat het jou niet (of in ieder geval wat minder) overvalt, je (kind) goed beslagen ten ijs komt en relaxt aan je zomervakantie kunt beginnen. Daar komen ze…

 

(1) Juffendag of Meesterdag: 
blond_hiep_hiep_hoera_vrouwDeze dag wordt steeds vaker op scholen georganiseerd en is min of meer in het leven geroepen om te voorkomen dat alle leerkrachten van een klas apart hun verjaardagen vieren. De kinderen gaan op zo’n dag samen met hun juffrouw of meester iets leuks doen; ze spelen spelletjes in de klas, gaan naar een speeltuin in de buurt of iets dergelijks. Vaak wordt er dan ook georganiseerd dat de kinderen samen iets leuks maken voor de leerkracht(en) of dat er geld bij elkaar wordt gelegd voor een gezamenlijk cadeau namens de klas.

⇒ Dat betekent voor jou als ouder dat je er aan moet denken om voor je kind(eren) op tijd het afgesproken bedrag over te maken naar de betreffende ouder óf dat je samen met je kind aan het knutselwerkje gaat werken. En dat klinkt misschien wel als een open deur en op zich is het best eenvoudig, maar als je dat op verschillende dagen voor verschillende kinderen moet doen (met de rest van al je activiteiten, zie ook hieronder), dan kan dat stiekem nog best een uitdaging zijn… 😉

Misschien wordt er op de school van jouw kinderen geen Juffen- of Meesterdag georganiseerd, maar wel een gezamenlijk cadeau geregeld voor bijv. de laatste schooldag. Of er wordt geen gezamenlijk cadeau geregeld en regelen alle ouders zelf iets voor de leerkracht. Of er is duidelijk afgesproken dat er geen cadeaus gegeven worden. Alle opties zijn helemaal goed! Kijk gewoon even wat precies de bedoeling is op de school van jouw kind. 

 


IDEE: Een gezamenlijk cadeau voor de juffrouw of meester.
bedankt_jufLaat alle leerlingen uit de klas van je kind dit formulier (A4-tje) invullen en bundel het tot een mooi persoonlijk afscheidscadeau van de klas. Iedereen doet zijn bijdrage, het is niet duur, maar het is wél een hele mooie én persoonlijke herinnering voor de leerkracht.

KLIK HIER om de A4-tjes GRATIS te downloaden en/of uit te printen:
A4-tje voor de juffrouwA4-tje voor de meester.




(2) Op school & in de klas: Het laatje opruimen
bureautjes_in_klas_schoolVoordat de vakantie begint, worden de klassen al enigszins opgeruimd. Alle kinderen maken beetje bij beetje hun laatjes (van hun eigen bureau) leeg en dus komen er met en met allemaal ‘spulletjes & prulletjes’ mee naar huis. Hier thuis waren dat soms een paar kleine dingen, die m’n kinderen bijvoorbeeld door het jaar mee naar school hadden genomen, en van de andere kant kwamen er allerlei volgeschreven werkboeken en mooie knutselwerkjes mee naar huis. Allemaal dingen die je kind(eren) aan het eind van het schooljaar mee naar huis mag nemen.

TIP: Doe standaard een plastic zak in de tas van je kind. Dan heeft je kind altijd een tas  bij zich om deze spulletjes mee naar huis te nemen. Zeker als de schooltas / rugzak van je kind niet zo groot is en er doorgaans al spullen als broodtrommel(s) en beker(s) in zitten.


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 

(3) De laatste schooldag (voor de zomervakantie): 
happy_last_day_of_schoolMeestal wordt er op de laatste schooldag echt geen les meer gegeven en mogen je kinderen van alles mee naar school nemen. Dat kan een gezelschapsspel zijn om samen spelletjes te doen, maar soms wordt er ook een heuse pyjamadag of picknick georganiseerd. Heel leuk natuurlijk, maar dat betekent wel dat jij (samen met je kind) nog gauw even van alles bij elkaar moet zoeken.
Dus houd er rekening mee dat je dan nog een pyjama, een picknickkleed, een spel en ga zo maar door bij elkaar moet gaan verzamelen. Ik kan me er dan zelf best nog zorgen over maken over of op zo’n laatste dag van het jaar ook weer alles terugkomt; ook dat houd ik in m’n achterhoofd als ik – samen met de kinderen – iets uitzoek om mee te nemen. 

Daarnaast is het leuk (maar zeker niet verplicht) om de leerkracht van je kind op de laatste schooldag een kleinigheidje te geven. Ik moet eerlijk zeggen dat ik daar altijd wel een beetje over twijfel: ik gun het de leerkracht zeker, maar in principe is daar ook de juffendag voor bedoeld (dacht ik…?), dus dan wordt het dubbelop…?
Maar goed, om het zekere voor het onzekere te nemen, geef ik mijn kinderen ook op de laatste schooldag iets mee. Inmiddels zitten ze dus alle drie op de basisschool en hebben ze alle drie 2 leerkrachten; dat betekent dus 6 presentjes. En probeer dan ieder jaar maar eens wat leuks, origineels, liefs te verzinnen… 😉

Pinterest is voor mij op zulke momenten echt een ‘life saver’. Daar vind je zulke leuke, originele dingen op. Ik heb zelf Pinterest-borden aangemaakt, waar ik leuke zelfgemaakte cadeautjes en  makkelijke (kinder)tractaties op bewaar. Het nadeel is alleen dat Pinterest best een beetje verslavend kan zijn en dat komt op zulke drukke momenten nou eenmaal niet zo goed uit. Dus zodra je iets gevonden hebt dat je goed kunt gebruiken, kun je het beste Pinterest maar meteen weer uitzetten… 😉 En dan gauw weer door!

 

(4) Clubjes ronden het jaar af. 
kinderen_hoorn_muziek_lesAls je oudere kinderen hebt, dan zijn ze misschien wel lid van een leuke sport- of muziekvereniging. De lessen, trainingen of repetities worden vlak voor de zomervakantie meestal wel afgerond, maar toch willen verenigingen graag aan het eind van het schooljaar iets extra’s organiseren. Misschien wordt er dus ook voor jouw kind(eren) in deze periode nog wel een extra datum geprikt om samen op pad te gaan of samen een gezellige middag / avond te houden.

=> TIP: Probeer de dagen voor de zomervakantie wat minder in te plannen. Jouw agenda vult zich namelijk ‘als vanzelf’ met allerlei extra activiteiten. 😉


(5) Je eigen werk afronden: 

De meeste mensen willen voor hun vakantie graag alles – voor zover mogelijk – afronden om zo met een fijn gevoel de vakantie te kunnen starten. Als jij dat ook het liefste doet, dan is de kans groot dat daar toch een gevoel van stress bij komt kijken. En nou is (kortdurende) stress op zich niet zo erg en juist goed om lekker aan de slag te gaan, maar als het te veel wordt of als je het gevoel hebt dat het allemaal niet gaat lukken, dan is dat niet fijn.
In m’n artikel ‘Omgaan met stress | 5 praktische tips om je stressgevoel aan te pakken.‘ lees je wat je kunt doen om langdurige stress te voorkomen en/of ermee om te gaan. 

TIP: Het is handig om in de laatste werkweek voor je vakantie steeds minder (tot geen) afspraken in te plannen. Misschien lukt het je zelfs om de afspraken (bijv. op de laatste twee werkdagen) helemaal achterwege te laten. Op die manier heb jij voldoende ruimte en tijd om je eigen werk rustig afronden. Stel op je laatste werkdag je ‘afwezigheidsassistent’ al in, zodat je vanaf dat moment niet meer de druk voelt om nog op binnenkomende mails, vragen of opdrachten te reageren.


(6) Je eigen vakantie voorbereiden: 

vrouw_zit_op_kofferAls je meteen aan de start van de zomervakantie op vakantie gaat, dan ben je waarschijnlijk tijdens de laatste schoolweek al aan het pakken. Wat moet er allemaal mee, wat heb je perse nodig (en wat niet) en wat past er überhaupt nog allemaal in het koffer. Ook dat is doorgaans niet de meest rustgevende activiteit…

=> TIP: Maak ruim voordat je op vakantie gaat een handige vakantiechecklist, zodat je zeker weet dat je niks vergeet mee te nemen.

fb_zomerboek_voor_ouders_2020Ga goed voorbereid op vakantie en vraag nu het ‘Zomerboek voor Ouders‘ bij me aan; je ontvangt het helemaal gratis en vrijblijvend. Er zit o.a. een handige én uitgebreide vakantiechecklist in met allemaal items, die je nodig hebt als je met je kinderen op vakantie gaat. Met deze checklist weet je zeker dat je alle onmisbare spullen bij je hebt.
Klik hier om te lezen hoe je dit Zomerboek GRATIS kunt aanvragen

⇒ Ben ik in dit artikel nog iets vergeten te noemen, dat ook vaak ‘nog even’ moet in de laatste weken voor de zomervakantie? 
Laat me dat dan hieronder weten. Ik hoor dus graag van jou wat dat is en wat dus zeker niet aan dit lijstje mag ontbreken. Dankjewel alvast!

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Referenties van gebruikte literatuur voor dit artikel:
– ‘Tips tegen vakantiestress’. Gezond Idee. Gezond leven. MUMC+. Klik hier.

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle opvoedTips:
– ‘Als je kind moeilijk in slaapt valt op vakantie… | 7 praktische tips om dat snel te verbeteren (incl. BONUStips)
– ‘Hoe overleef je een vliegvakantie met je kind…? | Een ontspannen vlucht in 5 stappen.
– ‘Stop het gezeur, geruzie en gedoe op de achterbank – 4 handige tips voor onderweg.
– ‘Zo slaapt je kind wél bij zomerse temperaturen! [over: Makkelijker in slaap vallen als het warm is.]
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

logo_akse_coaching_groot_nieuwGa (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Je kind en het coronavirus: Hoe praat je samen over alle veranderingen?

gezin_dochter_bed_neus_snuitenZo maar ineens zitten we allemaal binnen, in huis. We werken thuis, onze kinderen gaan niet meer (of slechts deels) naar school, alle activiteiten zijn stopgezet, je kunt geen bezoek meer ontvangen, er zijn allerlei voorzorgsmaatregelen getroffen en ga zo maar door.
Gelukkig worden de maatregelen wel langzaamaan steeds meer versoepeld, maar het is toch nog steeds niet helemaal zoals het was…

Lekker rustig, zou je zeggen. Ja, in theorie. Maar in praktijk voelt dat heel anders. Omdat dat onzichtbare virus daar buiten ergens rondwaart, zorgt dat voor stress, voor zorgen, voor angst, misschien wel voor paniek. Het fijne, ontspannen en vertrouwde gevoel dat je normaalgesproken hebt, is nu een stuk minder aanwezig.

Onze kinderen krijgen het net zo goed mee als wij. Tenminste, afhankelijk van hun leeftijd weten ze wel / niet zo goed wat er speelt, maar ze weten wel dát er iets aan de hand is. Ze horen allemaal dat er iets is met een ‘Coronavirus’, dat je er ziek van kunt worden, dat sommigen er zelfs aan dood gaan. Mijn dochtertje zei deze week zelfs huilend tegen me: ‘Mama, ik ben bang dat je dood gaat.’.

En het vervelende is dat je die angst niet helemaal weg kunt nemen. Misschien herken je die angst van je kind zelf ook wel. Je weet dat de kans heel klein is, maar je hoort er zoveel over. Je krijgt de hele dag door updates met nieuwe besmettingen, een nieuw aantal doden; in China, in Italië, in Nederland. Dat is gewoon beangstigend. En als het dat voor ons als volwassenen al zo is, hoe moet dat dan zijn voor onze kinderen…? Voor kinderen, die ook ineens alles om zich heen zien veranderen. Hoe praat je daar eigenlijk over met je kind, over deze situatie, over het Coronavirus, wat vertel je wel en wat niet, hoe voorkom je dat je kind (te) bang wordt…

⇒ Dat heb ik allemaal voor je op een rijtje gezet. In dit artikel lees je dan ook op welke manier je het beste met je kind over dit onderwerp kunt praten en hoe je ervoor zorgt dat je kind niet onnodig bang wordt. Dat kun je al in slechts 5 stappen aanpakken. Je leest ze hieronder.

 

(1) Wees open en eerlijk tegen je kind.
moeder_praat_met_zoonWees reëel over het gevaar; gebruik daar dan wel uitsluitend goede informatiebronnen voor. Baseer je uitspraken alleen op basis van informatie, die afkomstig is van virologen, epidemiologen, artsen en wetenschappers op dit vlak.

⇒ Voor jezelf en voor tieners is het goed om de informatie van het RIVM aan te houden.

⇒ Voor kinderen, die jonger zijn (basisschoolleeftijd) kun je dagelijks – liefst samen – het Jeugdjournaal kijken. De informatie, die daarin gegeven wordt, wordt al goed aangepast aan wat kinderen kunnen behappen en willen weten. Naar aanleiding van het (samen) kijken kan je kind natuurlijk vragen hebben; bespreek die het liefst direct na het kijken van het programma.

Probeer de komende tijd – als het even kan – na het Jeugdjournaal kort even iets anders te doen, iets luchtigers, zodat je kind ook weer op andere gedachten komt. Het is zeker niet erg om het er dagelijks even over te hebben en om het nieuws erover te volgen, maar dat hoeft natuurlijk niet de hele dag door. En zeker niet vlak voor het slapengaan…
Komt je kind moeilijk in slaap? Lees dan m’n artikel ‘10 basistips om je kind of tiener lekker te laten slapen‘. 

Sluit daarom de dag met je kind op een fijne manier af; lees een boek voor, lees samen een boek (bijv. om en om een regel) en/of vraag wat zijn 3 fijnste momenten van de dag waren. Op die manier valt je kind in slaap zonder al die berichten over het Coronavirus op zijn netvlies.

TIP: Wil je voorkomen dat je kind de hele dag ondergedompeld wordt in ‘coronanieuws’, maar wil je wel graag dat het toch een beetje op de hoogte blijft?
Kijk dan alleen – samen – naar het Jeugdjournaal in de ochtend.

⇒ Dus: over het algemeen is het belangrijk om je nu extra goed aan de feiten te houden. Maak er geen ander verhaal van, bagatelliseer het probleem niet (voorkom uitspraken als ‘het valt wel mee’ of ‘er is niks aan de hand’) én blaas het niet onnodig op (voorkom opmerkingen als ‘opa en oma gaan er misschien wel dood aan.’).

 

 

(2) Leer je kind wat het zelf kan doen om de kans op ziekte te verkleinen.
meisje_wast_haar_handenZoals je weet, is het ontzettend belangrijk om nu alle voorzorgsmaatregelen serieus te nemen en goed uit te voeren. Dat kun je kinderen heel goed leren, ook jonge kinderen. Neem eventuele ongerustheid bij je kind weg door de nieuwe maatregelen als een nieuw, vast ritueel in te voegen. Pak het dan zo veel mogelijk op een leuke, speelse manier aan, die goed bij jouw kind past.

– Handen wassen
Het is belangrijk om regelmatig je handen te wassen; per keer duurt dat bij voorkeur min. 20 tellen. Dat is waarschijnlijk langer dan dat jij of je kind het voorheen zou doen. Zing de komende tijd steeds een leuk liedje als je samen met je kind je handen wast. Spreek af dat jullie je handen blijven wassen, zolang het liedje duurt. Dat kan steeds hetzelfde liedje zijn of elke keer een ander; kijk maar wat je kind het fijnste vindt. Je kunt natuurlijk ook een timer zetten, die je vooraf aan het handen wassen aanzet.
⇒ Zorg dat je kind op vaste momenten zijn handen wast (bijv. altijd voor het eten, na het toiletbezoek, na het buitenspelen). Dan wordt het veel eerder en gemakkelijker een gewoonte en denkt je kind er ook eerder uit zichzelf aan.

– Hoesten & Niezen
Iedereen hoest of niest voortaan in z’n elleboogplooi. Ook dat kun je je kind goed leren. In plaats van ‘hand voor je mond’ zeg je nu ‘hoest / nies in je elleboog’.

– Snottebellen 
Als je kind verkouden is en vaker een snottebel heeft, dan is het belangrijk om daar nu een papieren zakdoekje voor te gebruiken. Na één keer snuiten gooi je het zakdoekje meteen in de prullenbak. Als je dan per ongeluk nog snot aan je handen hebt, is het goed om je handen te wassen.

– Afstand houden
Hoewel het virus bij kinderen doorgaans weinig ziekteverschijnselen veroorzaakt, weten deskundigen nog niet precies hoe het virus zich verspreidt. Vandaar dat het belangrijk is dat ook kinderen afstand houden van elkaar (min. 1,5 meter).
Het lastige is alleen dat wanneer je kind lekker aan het spelen is, het niet bezig is om afstand van andere kinderen te houden. Vandaar dat het nu niet handig is om je kind in een volle speeltuin te laten spelen. Ook weet je niet zeker of de andere kinderen, die er spelen, wel/geen klachten hebben. Voorlopig geldt hiervoor dan ook: ‘better safe than sorry…’.

– Goed voorbeeld doet goed volgen
Als jij je vanaf nu ook netjes aan alle voorzorgsmaatregelen houdt, dan zal je kind dat makkelijker van je overnemen en toepassen. Kinderen leren nl. heel goed van wat jij doet, misschien wel meer dan van wat je zegt. Ze krijgen eerder een gevoel van ‘zo doen we dat hier / zo is dat gebruikelijk’. Vandaar dat jouw voorbeeld hierin zo belangrijk is.

 


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 

(3) Maak je kind niet onnodig bang. 
jongen_bang_handen_voor_hoofdBij punt 1 gaf ik aan dat het belangrijk is om eerlijk en open te zijn tegen je kind. Het gevaar zit ‘m er alleen in dat je je kind te veel informatie geeft (en wellicht is dat informatie, die het nog niet goed kan behappen), waardoor je kind (te) bang wordt. Vooral jonge kinderen weten nog niet precies wanneer iets werkelijkheid en wanneer iets fantasie is en kunnen heel makkelijk hun ‘eigen werkelijkheid’ maken; de mogelijkheid bestaat dat die heel anders of misschien wel veel heftiger is dan de werkelijke situatie.
Misschien heeft jouw kind ook al wel huilend tegen jou gezegd dat het bang is dat je dood gaat…?

Luister dus goed naar de vraag van je kind en geef alleen antwoord op die vraag. Voorkom dat je vervolgens te veel gaat uitweiden of onderwerpen aandraagt, waar je kind misschien nog helemaal niet aan gedacht heeft. Als je kind doorvraagt, mag je uiteraard gewoon antwoord blijven geven. Je kind mag weten wat er speelt, maar pas je informatie aan aan wat je kind – gezien zijn leeftijd, ontwikkelingsniveau en gevoelsleven – nog goed aankan.

Verder is het belangrijk om de gevoelens en emoties van je kind serieus te nemen. Het is nou eenmaal een onbekende, onzekere tijd met veel veranderingen, waar iedereen anders op reageert. Ook je kind heeft zijn eigen gevoelens en emoties; het is goed om er serieus mee om te gaan.
Wil je weten hoe je omgaat met lastige emoties van je kind? Klik dan hier.

Probeer ook te voorkomen dat je je eigen zorgen te vaak bespreekt waar je kind bij is. Als je merkt dat je kind zich grote zorgen maakt (of misschien is jouw kind sowieso een kind dat sneller bang is of zich sneller zorgen maakt), bespreek dan je eigen zorgen alleen met je partner of met andere volwassenen; liefst op een moment waarop je kind er niet bij is of in bed ligt.

 


coron_coronas_op_gezinsvakantie_elineclaeysEXTRA TIP
Bekijk dit korte filmpje (gemaakt door Eline Claeys) over de familie Corona. Hierin wordt op een begrijpelijke manier uitgelegd hoe het coronavirus zich heeft verspreid én wat je kind kan doen om te ‘helpen’.


 

(4) Zorg voor voldoende contact, beweging & ontspanning. 
kinderen_spelen_ninja_touwenVoor je kind verandert er nu ontzettend veel. Hij kan niet meer naar school, waardoor hij z’n klasgenootjes, vriendjes en leerkracht(en) minder ziet. Hij mag niet meer naar opa & oma toe gaan én opa & oma mogen niet meer langskomen voor een bezoekje of voor hun vaste oppasdag. Alle vaste activiteiten, zoals de voetbaltraining, de muziekles, het zwemmen (etc.) zijn weggevallen. Dat is echt een ingrijpende verandering en dan ook nog eens van de één op de andere dag. Gelukkig gaan de meeste kinderen daar flexibel mee om.

Toch blijft het belangrijk om het contact, beweging en ontspanning in de dag van je kind op te nemen.
– Neem de tijd om met anderen te beeld- / videobellen; denk aan opa & oma, klasgenootjes, vriendjes, klasgenootjes. Prik een datum en tijd en laat je kind even bijkletsen.

– Waarschijnlijk heeft je kind nu ook schoolwerk om thuis te maken, maar ook bij je kind kan de boog niet de hele dag gespannen staan. Hij heeft ontspanning en beweging nodig. Laat je kind iedere dag buiten spelen, ga naar het bos om te wandelen of maak een fietstochtje door je eigen omgeving. (Uiteraard probeer je dan wel het directe contact met anderen zoveel mogelijk te vermijden.)
In dit artikel lees je hoe je je kind kunt stimuleren om (meer) buiten te spelen.

– Niet alleen volwassenen maar ook kinderen hebben tijd nodig om te ontspannen. Dat doen kinderen al bijna automatisch op allerlei manieren: gewoon even lekker vrij spelen, een boekje lezen, buiten spelen. Even lekker kunnen doen wat je zelf wil; zonder dagschema, zonder opdrachten.

– Daarnaast heb je misschien nog wat tijd om samen met je kind andere dingen te doen. Vraag ook je kind eens wat hij leuk zou vinden om – thuis, samen met jou – te doen.
Wil je weten hoe je o.a. deze componenten – naast het schoolwerk – in je dag kunt verwerken? Klik dan hier

⇒ Als je deze 3 componenten in de dag van je kind kunt verwerken, dan merk je dat je kind zich de rest van de dag prettig(er) voelt en lekker(der) in z’n vel zit. 

 


(5) Let op de helpers en alle mooie acties. 

rogers_look_for_the_helpersAls je weet dat je kind zich snel zorgen maakt over of bang wordt van wat het op tv ziet, dan zeg tegen je kind dat het vanaf nu gaat letten op alle positieve aspecten, die voorbij komen. Er zijn namelijk altijd wel mensen te zien, die anderen willen helpen. Bij al het slechte nieuws is er dus ook altijd iets positiefs te zien. Help je kind om daar naar op zoek te gaan.

Denk maar eens aan het landelijke applaus dat alle zorgverleners kregen, aan de tekeningen en kaartjes die naar ouderen gestuurd worden, aan alle hulp die ouderen krijgen aangeboden, aan het voedsel dat door restaurants aan voedselbanken geschonken wordt en ga zo maar door.

⇒ Zo blijft je kind wel op de hoogte van wat er speelt, maar kijkt het door een heel andere bril. Op die manier houdt je kind er – ondanks alle onzekerheid en narigheid – toch een fijner gevoel aan over.

⇒ Wanneer je deze 5 stappen in acht neemt, dan weet ik zeker dat je het er thuis met je kind(eren) op een fijne manier over het coronavirus kunt hebben én dat je kind zich al gauw minder zorgen zal maken. 

 


Merk je dat je het lastig vindt om je kind of tiener naar je te laten luisteren, dat hij minder goed eet of slaapt?

Neem dan contact met me op. Ik heb meerdere manieren om ervoor te zorgen dat jouw opvoedaanpak weer positief, fijn én effectief wordt én dat jouw kind binnen enkele weken al beter naar je luistert, beter eet en/of beter slaapt. Je leest er hier meer over.


Wil je graag reageren op dit artikel?

Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

Referenties, gebruikte website en/of artikelen:
– Vis & Leclaire. (2020). ‘Hoe je met je kinderen over het coronavirus praat.’. NRC.nl. Klik hier
– ‘Zo praat je met je kind over coronavirus: ‘Benadruk wat het zelf kan doen’. (2020). Nu.nl. Klik hier
– ‘Omgaan met de gevolgen van het coronavirus.’ (2020). NJi. Klik hier.

 

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘Ik mag hier ook nooit iets!‘ | Hoe je je kind of tiener steeds wat meer vrijheid geeft.
– ‘Boos zijn kun je leren!‘ | 6 stappen om je kind te leren zijn boosheid te beheersen.
‘Ik moet het mijn kind eerst 10x vragen…‘ – Hoe je je kind in 5 stappen leert om beter naar je te luisteren.
– ‘Welke afspraken maak je met je kind of tiener over gamen en telefoongebruik?
– ‘Stop met schreeuwen!‘ (Over: Hoe je in 5 stappen minder schreeuwt tegen je kind)
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

logo_akse_coaching_groot_nieuwGa (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Zo wordt schoolwerk kinderspel! [incl. GRATIS downloads]

moeder_zoon_werk_schoolwerkNou ja, kinderspel wordt het misschien niet, maar je kunt het jezelf wel makkelijker maken. O.a. door een dagschema* voor je kind te gebruiken.
* Of dagstructuur, dagindeling, dagprogramma. Je snapt wel wat ik bedoel… 😉

He bah, een dagschema, denk je misschien… Wellicht ben jij één van de ouders, die totaal niet van de structuur is. Je hebt liever de vrijheid om te zien wat er gebeurt en daar kun je doorgaans goed op inspelen. En dat mag!
Voor de ouders, die structuur van nature al fijn vinden: dit is helemaal je ding.


Toch weten we uit onderzoek dat alle kinderen baat hebben bij structuur en duidelijkheid.
Dat geldt voor kinderen van alle leeftijden, dus zowel voor basisschoolleerlingen, voor tieners in het voortgezet onderwijs als voor kinderen die nog niet naar school gaan.En zeker nu de normale dagstructuur van naar school of de opvang gaan, weggevallen is én ze wellicht hier en daar ook de onzekerheid meekrijgen over het corona-virus, is het belangrijk om thuis een duidelijke structuur aan te brengen.

Als kinderen namelijk weten waar ze aan toe zijn, dan heeft dat niet alleen als voordeel dat ze zich vertrouwd en veilig voelen, maar ook dat je thuis minder discussies hebt over wat ze wanneer mogen doen.
gezin_eet_ontbijt_samen

Waarschijnlijk heb je vast al wel een bepaalde structuur in huis. Denk maar eens aan de eetmomenten. Doorgaans zul jij ook wel de volgende eetmomenten aanhouden: ontbijt, tussendoortje (’s ochtends), lunch, tussendoortje (’s middags) en avondeten.

Je kind is waarschijnlijk goed gewend aan deze vaste eetmomenten, zeker op de dagen dat het naar school gaat. Dus ook in deze situatie, waarin je kind zijn schoolwerk niet op school maar thuis maakt, is het goed om deze vaste momenten aan te blijven houden.

Tussen de eetmomenten door kun je natuurlijk heel goed allerlei andere activiteiten inplannen. Normaalgesproken doe je dat waarschijnlijk wat meer ‘uit de losse pols’, maar nu is het handig om de tijden beter in de gaten te houden. Op die manier zorg je er namelijk voor dat er voldoende afwisseling zit in de dagindeling van je kind. Zo heeft je kind niet alleen voldoende tijd om zijn schoolwerk te maken, maar heeft hij ook voldoende tijd om te bewegen en te spelen. Want ook die laatste twee componenten blijven belangrijk.

Laten we nu eens kijken naar hoe zo’n dagschema er precies uit kan zien. Hieronder zie je een voorbeeld van een dagschema voor basisschoolleerlingen.

Dagschema voor basisschoolleerlingen:

  • 08.00u: Ontbijt
  • 08.30u: Schoolwerk (bijv. boek lezen, taal, rekenen)
  • 10.00u: Tussendoortje
  • 10.15u: Samen bewegen / Buiten spelen
  • 10.30u: Schoolwerk (bijv. spelling, schrijven) en/of klusjes doen
  • 12.00u: Lunch
  • 13.00u: Samen bewegen / buitenspelen
  • 13.30u: Schoolwerk (bijv. nieuwsbegrip, wereldoriëntatie, Engels) en/of klusjes doen
  • 15.00u: Tussendoortje
  • 15.30u: Vrij spelen
  • 17.30u: Avondeten
  • Vanaf 18.00u: Avondprogramma & Naar bed

 


PRINT dit dagschema uit.fb_houd_je_kind_aan_een_duidelijk_dagritme

Dit dagschema heb ik speciaal voor jou in een mooi jasje gegoten en kun je nu ook downloaden. Hang het vervolgens op op een duidelijk zichtbare plek (bijv. in de keuken, in de woonkamer), in ieder geval op de plek waar je kind meestal zijn schoolwerk doet. Zo ziet je kind zelf ook precies wanneer hij wat gaat doen.

Dit schema vergroot op die manier niet alleen zijn zelfstandigheid (hij kan de planning nl. al enigszins zelf in de gaten houden), maar hij weet daardoor ook beter waar hij precies aan toe is.

Klik hier om het dagschema te downloaden, zodat je het thuis kunt gebruiken.


 


Schoolwerk: De vakken & onderwerpen

Probeer er achter te komen wat de dagindeling op school is, dus in welke volgorde de vakken op school aangeboden worden. Kinderen weten dat vaak wel, dus vraag het gewoon aan je kind. Als je die dagindeling weet, dan kun je die thuis ook aanhouden. Dat is waarschijnlijk alleen maar fijn voor je kind. Zo is je kind ook niet de hele tijd met hetzelfde bezig en kan het de vakken regelmatig afwisselen.
Op het schema dat je hierboven ziet, heb ik de indeling van de vakken aangehouden zoals m’n eigen kinderen ze nu – min of meer – in hun eigen klas aanhouden (groep 4 en 6).

Klusjes
gezin_huishoudelijke_klusjes_samenWaarschijnlijk zal het schoolwerk minder tijd in beslag nemen dan de tijd dat je kind op school is. Je kind zal dus dagelijks best wat tijd over hebben. Die tijd kan je kind goed besteden aan klusjes; denk dan aan z’n eigen bed opmaken, pyjama / vuile kleding opruimen, slaapkamer opruimen, tafel dekken (en afruimen), vaatwasser inruimen (of uitruimen), een kamer afstoffen etc. Bij het uitkiezen van de klusjes kijk je uiteraard wel goed naar wat je kind redelijkerwijs op een goede manier kan uitvoeren.
Het is prima om je kind klusjes in huis te laten doen; kinderen vinden het vaak fijn om een handje mee te helpen in huis. Als klusjes echter echt te moeilijk zijn, dan werkt dat alleen maar (onnodige) frustraties in de hand en die wil je graag voorkomen.

 


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 


Spelen & Bewegen
gezin_werk_prive_balansJe ziet dat het schoolwerk in dit schema regelmatig afgewisseld wordt met bewegen & buiten spelen. Dat is ook hard nodig. Je mag nl. niet van je kind verwachten dat hij/zij de hele tijd stil op een stoel blijft zetten en rustig aan één stuk door al zijn werk maakt. Dat is echt niet realistisch! Sterker nog, dat gebeurt op school ook niet. Vandaar ook dat het heel belangrijk is om het ‘denkwerk’ af te wisselen met beweging en (buiten) spelen.

Avondprogramma
Na het avondeten heb ik het dagschema ‘los gelaten’. Uiteraard geldt dat eigenlijk ook al voor het tijdstip waarop jullie ’s avonds gaan eten. Dat mag je uiteraard helemaal zelf weten.
Het verdere avondprogramma – na het avondeten – zal vooral afhankelijk zijn van de leeftijd van je kind(eren). Jonge kinderen gaan doorgaans vlak na het eten naar bed; kinderen op de basisschool zullen nog even iets anders kunnen doen en gaan dus wat later naar bed. Uiteraard zullen tieners na het avondeten nóg meer tijd hebben om andere dingen te doen voordat ze daadwerkelijk gaan slapen. Vandaar dat ik het deel na het avondeten verder niet heb gespecificeerd.

Voor tieners
meisje_moe_denkt_aan_bed_tieerVoor tieners verandert het slaappatroon heel duidelijk. Dat kun je dus al merken vanaf groep 6-7. Daardoor zijn ze in de avond later moe en – logischerwijs – ’s ochtends later wakker of – als ze toch bijtijds uit bed moeten – gewoon moe. Het is dan ook niet zo vreemd om met je tiener af te spreken dat zijn dagschema een uurtje later start en dat hij dus een uurtje later aan zijn schoolwerk mag beginnen. Uiteraard gaat het schema dan ook een uurtje langer door.
Kijk even of dat realistisch gezien mogelijk / haalbaar is. Als dit onenigheid met de andere kinderen in huis in de hand werkt of als er andere onoverkomelijke problemen door ontstaan, dan kun je deze optie beter achterwege laten en de gewone schooltijden aanhouden.
Ook de vakken, die ik in het voorbeeld-dagschema hierboven noemde, gelden natuurlijk niet meer voor tieners. Aangezien zij al iets beter – dan basisschoolleerlingen – hun planning kunnen maken, kunnen zij best hun eigen vakken in dit schema inpassen; maar ook dan kan het nog steeds fijn zijn als jij als ouder om af en toe een handje hulp biedt.
In dit artikel lees je meer over (o.a.) het veranderende slaappatroon van tieners.

fb_zo_voorkom_je_dat_je_kind_de_hele_dag

Jonge kinderen
Net als oudere kinderen gaan ook baby’s, dreumesen en peuters nog steeds niet naar de kinder- of peuteropvang of naar hun gastouder. Jouw kindje waarschijnlijk ook niet…

Daarbij komt nog dat jij (en/of je partner) waarschijnlijk thuis moeten werken. En dat terwijl je kindje veel aandacht van je vraagt.

Misschien ben je wel geneigd om je kindje wat langer – dan je eigenlijk lief is – tv te laten kijken. Of misschien wil jouw kindje nu zelf wel heel graag tv kijken of een computerspelletje doen, terwijl jij weet dat er heel veel ander speelgoed is waar je kindje leuk mee kan spelen.

Uiteraard is het niet erg als je kindje per dag even tv kijkt of even een computerspelletje speelt. Dat mag best! Het is alleen belangrijk dat het niet te lang aan één stuk is én dat het goed afgewisseld wordt met andere activiteiten.
Om ervoor te zorgen dat er voldoende afwisseling in de dag van jouw kleintje zit, kun je het schema aanhouden dat ik bij deze alinea heb geplaatst.
KLIK HIER om de ‘kindversie’ van dit schema GRATIS te downloaden.

Hoe je dat verder precies met je dreumes of peuter aanpakt, lees je hier
.

jongens_dreumes_spelen_afpakken


O ja: en is je kind eerder klaar met zijn schoolwerk dan het dagschema aangeeft?

Dan mag daar natuurlijk meteen ‘vrij spelen’ – of iets anders dat je kind leuk vindt – voor in de plaats komen. 😉


Merk je dat je het lastig vindt om je kind of tiener naar je te laten luisteren?

Neem dan contact met me op. Ik heb meerdere manieren om ervoor te zorgen dat jouw opvoedaanpak weer positief, fijn én effectief wordt. Je leest er hier meer over.


Wil je graag reageren op dit artikel?

Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:

– ‘Ik mag hier ook nooit iets!‘ | Hoe je je kind of tiener steeds wat meer vrijheid geeft.
– ‘Boos zijn kun je leren!‘ | 6 stappen om je kind te leren zijn boosheid te beheersen.
‘Ik moet het mijn kind eerst 10x vragen…‘ – Hoe je je kind in 5 stappen leert om beter naar je te luisteren.
– ‘Welke afspraken maak je met je kind of tiener over gamen en telefoongebruik?
– ‘Stop met schreeuwen!‘ (Over: Hoe je in 5 stappen minder schreeuwt tegen je kind)
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

logo_akse_coaching_groot_nieuw

Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Wist jij dit al over opvoeding en ouderschap…? Uitgebreide interviews met toonaangevende experts.

Er wordt al jarenlang veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar opvoeding, ouderschap en kinderen. Het is natuurlijk ontzettend belangrijk dat dat gedaan wordt, want ondanks dat we al veel over deze thema’s weten, is er ook nog veel dat we niet weten.

Ik vind het persoonlijk erg belangrijk om in mijn werk als opvoedcoach & psycholoog uit te gaan van informatie, die gebaseerd is op wetenschappelijk onderzoek. Daardoor weet ik dat de adviezen, die ik ouders geef, goed werken als ze naar behoren worden uitgevoerd.

Daarnaast zie ik helaas nog te veel adviezen, die misschien wel goed aanvoelen (zg. ‘opvoedmythes’), maar waarvan niet aangetoond is dat ze daadwerkelijk werken op de manier zoals ouders graag zagen dat ze werken. Je wil heel graag voorkomen dat dergelijke adviezen averechts uitpakken, waardoor je als ouder nog verder van huis bent…

Ik zag dan ook graag dat de informatie uit wetenschappelijk onderzoek zo veel als mogelijk bij de ouders zelf terechtkwam. Hier draag ik dan ook graag mijn steentje aan bij. Dat doe ik o.a. aan de hand van het interviewen van onderzoekers en experts; dat zijn allemaal professionals met een universitaire achtergrond. In de interviews vraag ik de professionals niet alleen naar uitgebreide achtergrondinformatie, maar ook naar praktische tips, die je als ouder thuis meteen kunt toepassen. In 2019 ben ik gestart met het interviewen van onderzoekers en experts.

Om je er een mooi overzicht van te geven, heb ik nu alle interviews voor je in deze blogpost verzameld. Zo zie je in één oogopslag welk artikel voor jou het meest relevant is. Zodra ik weer een nieuw interview heb gehouden, zal ik deze post uiteraard updaten. ⇒ Dus scroll snel naar beneden om het artikel met dat thema uit te zoeken, waar jij graag meer over wilt weten.

Ik wens je veel leesplezier en natuurlijk veel mooie inzichten!

Met vriendelijke groet,
dr. Joyce Akse

P.s.: Ondersteun jij ook het idee om zo veel mogelijke wetenschappelijke kennis en inzichten over opvoeding & ouderschap bij ouders ‘thuis’ te krijgen?
⇒ Deel dan dit artikel, zodat ook de ouders en opvoeders uit jouw vriendenkring deze informatie kunnen lezen én er thuis mee aan de slag kunnen gaan. Alvast ontzettend bedankt hiervoor! 


.

meisje_leest_in_boek(9) NIEUWHeeft mijn kind dyslexie of niet? Wat je er als ouder of leerkracht over moet weten‘ (1-8-2020)
Interview met drs. Kim Huiskamp; Regionaal Instituut Dyslexie.

(8) ‘Overgewicht bij kinderen: Wat is het precies en wat kun je er aan doen?‘ (1-7-2020)
Interview met dr. Jessica Gubbels; Universiteit Maastricht.

vader_praat_met_zoon(7) ‘Heeft mijn kind autisme of niet? Wat je er als ouder of leerkracht over moet weten.‘ (1-10-2019)
Interview met drs. Stephanie Voncken – Spierts; MosaLira.

(6)Wat je echt moet weten over het huilen, troosten en slapen van baby’s.‘ (1-9-2019) 
Interview met dr. Roos Rodenburg; Universiteit van Amsterdam.

(5)Samen opvoeden na scheiding: Hoe doe je dat?‘ (1-8-2019) 
Interview met dr. Inge van der Valk; Universiteit Utrecht.

(4)Als je de balans kwijt raakt. | Hoe houd je alle ballen in de lucht zonder stress?‘ (1-7-2019) 
Interview met drs. Agathe Hania-Akse; Expeditie Werkplezier.

moeder_dochter_lachend_bij_elkaar(3) ‘Mijn kind eet zo slecht. Moet ik me zorgen maken?‘ (1-6-2019) 
Interview met drs. Eline de Haan; SeysCentra.

(2) ‘Wat vertel je je kind als het een dierbare verliest?‘ (1-5-2019)
Interview met dr. Mariken Spuij; Universiteit Utrecht

(1) ‘Ruzie tussen broers en zussen: Zo los je het op!‘ (1-4-2019)
Interview met dr. Kirsten Buist; Universiteit Utrecht

 


Ken jij een onderzoeker of professional, expert op een gebied binnen opvoeding & ouderschap, die ik echt zou moeten interviewen?
Laat me dat dan weten. Je kunt via deze link contact met me opnemen


 

 

joyce_rosegrijs_staand_cOpvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie (Facebook).


Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

logo_akse_coaching_klein_nieuw
Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

 

 

Yes, mijn kind is introvert! (En waarom dat helemaal niet erg is.)

Heeft jouw kind dit ook wel eens…?
Je bent jarig en je hebt een paar familieleden uitgenodigd om samen met jullie je verjaardag te vieren. Eén voor één bellen ze aan. Je zoon (4) loopt met je mee om de deur open te maken. Opa en oma komen als eersten. Ze feliciteren jou en willen daarna meteen je zoontje een knuffel geven, maar hij kruipt gauw achter je benen. Zo kan oma niet meer bij hem komen. Pas als opa & oma een tijdje bij jullie op bezoek zijn, gaat hij naar hen toe om hen een knuffel te geven.

Of: Terwijl je jongste twee kinderen lekker samen spelen, gaat je oudste (8) naar zijn kamer om daar in alle rust een boek te lezen. Hij vindt lezen hartstikke leuk, soms zelfs leuker dan met andere kinderen spelen.

Of: Je hebt van de juffrouw gehoord dat je dochter (10) in de klas heel rustig is. Ze luistert aandachtig als de juffrouw aan het woord is en ze maakt netjes de opdrachten als de juf dat aangeeft. De juffrouw spoort haar regelmatig aan om vaker haar zegje te doen in de klas. Zodra je kind thuis is, is ze hartstikke moe, huilerig en kan ze nog maar weinig hebben.

⇒ Dit zouden zo maar eens beschrijvingen kunnen zijn van drie introverte kinderen.


Is jouw kind misschien ook introvert…?

jongen_leest_boek_op_bedMisschien weet je het nu nog niet zeker, maar na het lezen van dit artikel weet je het vast wel. In dit artikel ga ik je namelijk uitleggen wat ‘introversie’ precies is. Uiteraard houd ik het niet bij een definitie, want er is nog veel meer over dit onderwerp te vertellen. Ik geef ook aan welke vooroordelen er bestaan over introverte kinderen, welke voor- en nadelen er voor je kind aan zitten om introvert te zijn en wat het verschil is tussen introversie en verlegenheid. Tenslotte geef ik je handige tips voor als je het idee hebt dat je kind het behoorlijk lastig vindt om introvert te zijn.


Vooroordelen over introverte kinderen

Voordat ik je uitleg wat introversie precies is, ga ik je eerst uit de doeken doen welke vooroordelen er zoal bestaan over kinderen die introvert zijn. Je vindt de vooroordelen in het volgende rijtje.

meisje_speelt_niet_met_andere_kinderenIntroverte kinderen… 
– zijn onzeker.
– praten niet graag.
– vinden het eng om een kamer binnen te stappen, waar andere kinderen of volwassenen zijn.
– zijn stille en saaie muurbloempjes.
– zijn verlegen of antisociaal.
– zijn altijd ‘eenkennig’ gebleven.
– hebben een psychologische aandoening, die wat weg heeft van sociale angst.
– zijn kinderen zonder gevoel voor humor.

⇒ Gelukkig zijn vooroordelen doorgaans niet waar en dat is nu ook het geval. In de juiste omstandigheden zijn introverte kinderen namelijk helemaal niet onzeker over zichzelf, praten ze honderduit, hebben ze diepgaande gesprekken met anderen, gaan ze zonder problemen af op een groep mensen, vinden ze het fijn om activiteiten met een ander te ondernemen en hebben ze een geweldig gevoel voor humor.

Deze omschrijvingen passen dus niet per definitie bij introverte kinderen en kunnen we dan ook gauw naar het land der fabelen verwijzen… 😉

 

Maar wat is introversie dan wel? Dat lees je hieronder.


joyce_grijs_aanjou_1
Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?

Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 


Maar wat is introversie dan wél…?

meisjes_lachen_op_stoepjeIntroversie is een aspect van je persoonlijkheid. Je kent misschien ook wel andere persoonlijkheidskenmerken, als extraversie (tegenovergestelde van introversie), vriendelijkheid, zorgvuldigheid, emotionele stabiliteit en openheid voor nieuwe ervaringen; de zg. Big Five-persoonlijkheidfactoren. De persoonlijkheid van jouw kind (of van jou zelf) is een specifieke combinatie van deze persoonlijkheidskenmerken / -factoren.

Introverte kinderen zijn kinderen, die over het algemeen de voorkeur geven aan een rustige omgeving met weinig prikkels. Ze zijn graag op zichzelf en denken graag veel en goed na. Ze krijgen energie van alleen zijn of van spelen met een klein groepje kinderen. Ze vinden het echter niet erg om bij andere kinderen te zijn, maar het kost hen wel energie. Een drukke sociale situatie kan voor een introvert kind vermoeiend zijn en het kan er sneller overprikkeld door raken.

Zoals je hierboven al las, is extraversie een andere persoonlijkheidseigenschap en wel het tegenovergestelde van introversie. Kinderen, die extravert zijn, vinden sociale situaties en het bijzijn van andere kinderen juist heerlijk. Extraverte kinderen halen juist energie uit de omgang met en het bijzijn van anderen.

 

Kortom: een introvert kind raakt geleidelijk aan energie kwijt tijdens sociaal contact (en zoekt daarna de stilte op om die energie bij te tanken), terwijl een extravert kind juist energie krijgt van sociaal contact.

 


Wist je dat zo’n 30% van alle mensen introvert is…?


 


Verschil tussen introverte en verlegen kinderen

meisje_verlegen_naast_boomSoms worden de termen ‘verlegenheid’ en ‘introversie’ als synoniem gebruikt, maar ze betekenen toch echt iets anders. Ik zal het verschil hieronder voor je uiteenzetten.

Het gedrag dat je bij een verlegen kind ziet, komt vaak voort uit angst. Een verlegen kind is bang om veroordeeld of beoordeeld te worden en het is nerveuzer van aard. Het zou het liefst uitbundiger willen zijn, maar kan dat niet opbrengen. Een verlegen kind schaamt zich voor zichzelf en denkt bij voorbaat al dat alles wat hij/zij zegt of doet (in het bijzijn van anderen) vervelend of stom is.

Introverte kinderen zijn op zich helemaal niet bang aangelegd. Ze zijn stil en op zichzelf, omdat ze merken dat ze dat fijn vinden. Ze kiezen er zelf voor om zich terug te trekken en die keuze is niet gebaseerd op angst; ze houden eenvoudigweg van alleen zijn. Tegelijkertijd hechten ze niet al te veel waarde aan de mening van anderen en zijn niet bang om hun eigen mening uit te drukken. Sociale situaties hoeven ook niet problematisch te zijn, want ze kunnen net zo goed een goed gesprek hebben met goede vrienden; het gesprek gaat dan alleen niet over koetjes en kalfjes, maar veel meer over diepgaande thema’s.

Introversie is ook geen psychologische of psychiatrische aandoening (zoals sociale fobie / angst wel is) of een ‘uit de kluiten gewassen’ eenkennigheid. 

 


Wist je dat er ook veel beroemde personen introvert zijn?
Denk maar eens aan Abraham Lincoln, Albert Einstein, Rosa Parks,
Mahadma Gandhi,  Bill Gates, Meryl Streep, J.K. Rowling,


 

 

De voordelen van introvert zijn
Je zou kunnen stellen dat de maatschappij over het algemeen meer gericht is op extraverte kinderen dan introverte kinderen. Er wordt bijv. van jongs af aan verwacht dat kinderen met andere kinderen spelen, dat kinderen assertief zijn en voor zichzelf opkomen. Terwijl een introvert kind er soms juist voor kiest om even niet met andere kinderen te spelen of om even niks te zeggen.

Sterker nog, kinderen die introvert zijn, hebben hele mooie eigenschappen en sterke kanten.

 

Hieronder vind je een overzicht van waar jouw introverte kind allemaal goed in is:

jongen_ligt_op_grond_vliegtuigje

– Hij vindt het niet erg om alleen te zijn en kan zichzelf goed vermaken / bezighouden. Hij verveelt zich niet snel.

– Hij kiest ervoor om wat meer op zichzelf te zijn. Hij is ingetogen en niet bang om buiten de boot te vallen.

– Hij heeft waarschijnlijk geen grote vriendengroep, maar met de vrienden die hij heeft, heeft hij wel een hechte band. Ze kunnen samen diepgaande gesprekken voeren.

– Hij is zelfstandig en onafhankelijk. Als hij een probleem heeft, dan probeert hij het eerst zelf op te lossen.

– Hij is van het kaliber ‘eerst denken, dan doen’. Dat betekent dus eerst observeren, dan informatie verzamelen, dan nadenken over de gevolgen en dan pas doen.

– Hij kan goed reflecteren op zichzelf. Hij is aanvankelijk misschien niet heel open over zijn gevoelens, maar zodra je zijn vertrouwen hebt gewonnen, is hij goed in staat om zijn gevoelens te uiten.

– Hij is bedachtzamer en stiller dan extraverte kinderen; hij zal dan ook niet snel primair reageren. Echter, als hij iets zegt, dan is het wel van belang. Dat maakt een introvert ook communicatief sterk, omdat hij goed luistert en nadenkt voordat hij iets zegt.

– Hij hoeft niet in het middelpunt van de belangstelling te staan en zal dan ook niet de aandacht van anderen trekken.

TIP: Bekijk deze mooie TED-lezing van Susan Cain over
‘De kracht van Introversie
‘.

 


joyce_rosegrijs_staand_c

Wil je graag een thema-avond over opvoeden bijwonen?
Kijk dan in Joyce’ online Agenda voor een workshop, lezing of OpvoedParty bij jouw in de buurt.

Wil je Joyce graag uitnodigen om een thema-avond over opvoeden te geven?
Kijk dan hier voor mogelijke thema’s en/of neem contact met haar op.


 

Uiteraard zijn er ook nadelen, die introverte kinderen kunnen ervaren. Die vind je hieronder:

meisje_in_klas_saai– Ze kunnen het gevoel hebben dat ze zich anders moeten gedragen dan dat ze uit zichzelf doen (bijv. ze horen dat ze meer met andere kinderen moeten spelen of meer van zich moeten laten horen) of ze krijgen opmerkingen over hun gedrag (bijv. Wat ben je maar stil?, Ben je je tong verloren?). Hierdoor kunnen ze het gevoel krijgen dat ze anders dan anders of niet goed genoeg zijn.

– Alle kinderen gaan naar school en dat is per definitie een ‘sociaal gebeuren’. Je hebt dan een groot deel van de dag met anderen (zoals klasgenoten en leerkracht) te maken. En nou is dat op zich geen probleem voor introverte kinderen, maar we zagen wel al dat sociale situaties voor introverte kinderen energie kosten. Ze hebben dus ook op school tijd nodig om zich soms even terug te trekken of om alleen te kunnen werken.

=> In dit kader is het goed om groepsopdrachten wat meer te beperken en voldoende af te wisselen met individuele opdrachten.

=> Als je kind thuis komt van school kan een momentje rust of alleen zijn al fijn zijn om zijn batterij weer op te laden.

 

Maar – ook al zijn er bij iedere persoonlijkheidseigenschap nadelen te benoemen – over het algemeen is het helemaal niet erg als je kind introvert is. 

 

Als je kind last heeft van zijn eigen introversie… 
Het wordt natuurlijk een heel ander verhaal als je merkt dat je kind zelf last heeft van zijn introversie en zich daardoor anders gaat voordoen of misschien wel bepaalde situaties of personen gaat vermijden. Dan is het goed om je kind te helpen en te ondersteunen.
Bijv. je kind is vaker verdrietig omdat hij het gevoel heeft dat hij meer vriendjes zou moeten hebben. Of: hij gaat liever niet meer naar school omdat er maar steeds op gehamerd wordt dat hij in de klas vaker van zich moet laten horen. 

 

Hoe kun je je kind of leerling hierbij helpen?

boek_matilda_dahl(1) Neem je kind serieus en accepteer hem zoals hij is. 
Je kind moet weten dat hij goed is zoals hij is en dat hij zich niet anders voor hoeft te doen dan dat hij is. Bespreek met je kind wie er nog meer introvert is, wellicht een naaste, en bespreek samen hoe die persoon met bepaalde situaties omgaan.
Boekentip: Laat je kind het boek ‘Mathilda’ van Roald Dahl lezen (of lees het voor). 

Als je merkt dat je kind bepaalde situaties lastig vindt, dan kun je die samen voorbereiden. Als je kind het bijvoorbeeld lastig vindt om naar een feestje te gaan (Met wie moet ik dan spelen? Wat kunnen we dan doen? En als het andere kind dan iets anders wil doen?), dan kun je vooraf samen bedenken hoe je kind die situatie kan aanpakken. Je kind wil de situatie misschien eerst even observeren; dat kunnen jullie ook samen doen. Bespreek wat je ziet en wat je kind allemaal kan gaan doen. Je kunt aangeven dat je kind niet de hele tijd met andere kinderen hoeft te spelen; het mag best even alleen spelen, een boekje lezen of rustig bij jou komen zitten. Op die manier kan hij ook weer even zijn batterij opladen, zodat hij daarna terug kan gaan om weer met de andere kinderen te gaan spelen.

(2) Bespreek de momenten of situaties die lastig zijn voor je kind. 
In het verlengde van tip 1 is het goed om te weten wat je kind lastig vindt, bijv. in sociale situaties. Vindt je kind het lastig om de hele tijd met een ander kind te spelen (zoals hierboven) of heeft het eerder last van de drukte? Afhankelijk van het antwoord van je kind kun je samen bedenken hoe je kind er op een fijne manier mee om kan gaan.
Als je kind dan bijv. toch met een ander kind speelt, terwijl hij aangaf dat hij daar best wel tegenop zag, benoem dat dan en laat weten dat je het knap vindt dat je kind het toch gedaan heeft. Dat geeft je kind vertrouwen in eigen kunnen en zal maken dat die stap de volgende keer weer wat kleiner is.
Blijf wel steeds voor ogen houden dat je kind kleine stappen kan zetten om soms iets te doen wat het niet prettig vindt, maar het hoeft natuurlijk niet totaal te veranderen. 


(3) Bespreek de persoonlijkheid van je kind met zijn leerkracht. 

Het is goed om de leerkracht van je kind te laten weten dat je kind introvert is. In een klas met veel leerlingen kan een leerkracht een introvert kind (onverhoopt) verkeerd inschatten en wellicht labelen als lui, ongeïnteresseerd of zelfs arrogant. Nou vind ik het persoonlijk sowieso niet wenselijk om een kind te labelen (bijv. als ‘introvert’), maar het is niet verkeerd om een ander, die veel met je kind te maken heeft, inzicht te geven in het karakter van je kind.

 

Tot slot
kinderen_lachen_samenMet dit artikel heb ik duidelijk willen maken dat er helemaal niks mis is met kinderen, die introvert zijn. Het is dan ook voor introverte kinderen helemaal prima om te zijn wie ze zijn. De ene persoonlijkheidseigenschap is nou eenmaal niet beter dan de andere; het maakt dus helemaal niks uit of je kind nou introvert of extravert is. 

⇒ Dit is dan ook meteen een pleidooi voor iedereen om zichzelf te accepteren zoals ze zijn en om zich niet anders voor te doen dan ze zijn. Je hoeft je als introvert dus niet extravert(er) te gaan gedragen; andersom ook niet. Je bent goed zoals je bent!


Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Joyce gebruikte o.a. onderstaande referenties voor dit artikel:
– ‘Wanneer is iemand introvert?’. Klik hier
– ‘Verlegen zijn heeft twee kanten’. Klik hier
– ‘9x waarom een introvert kind bijzonder is’. Klik hier
– ‘Ik ben niet verlegen’. Klik hier.
– ’10 tips voor ouders van een introvert kind’. Klik hier

 


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:

– ‘4 manieren om je kind te helpen met lastige emoties (+ 3 BONUSTIPS)’. Klik hier.
– ‘Waarom huil je nu alweer?’ (over: Hoe je ervoor zorgt dat je kind minder huilt.). Klik hier.
– ‘Voorkom ongewenst gedrag: Geef je kind positieve aandacht.’ Klik hier.
– ‘Hoe leer je je kind om rekening te houden met anderen? (Over: 5 tips | Sociale vaardigheden).’ Klik hier.
– ‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl. 

 

 

Heeft mijn kind autisme of niet? Wat je er als ouder en leerkracht over moet weten. [ Interview met orthopedagoge drs. Stephanie Voncken – Spierts ]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze experts interviewt over hun eigen onderzoek of werkveld. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, opvoeding en/of de ontwikkeling van kinderen (0-16 jaar). 


meisje_speelt_met_dinosVindt jouw kind het ook het fijnste om alles steeds zo veel mogelijk hetzelfde te houden?

Bijv. je kind wil het liefst altijd die ene broek aan of wil alleen maar uit die ene blauwe beker drinken.

Of is je kind wel eens helemaal uit zijn huisje als je van een bepaalde structuur afwijkt?
Bijv. Na het ontbijt gaat je kind niet naar school, zoals anders, maar naar de huisarts.

Of heeft je kind wel eens moeite om contact te maken met andere kinderen?
Bijv. Het heeft niet zoveel vriendjes en maakt best vaak ruzie met andere kinderen.

Of is je kind ook helemaal fan van één specifieke thema en wil hij met niks anders spelen dan met speelgoed dat binnen dat thema past?
Bijv. je kind is helemaal gek van dinosaurussen en precies welke naam bij welke dino hoort. Als hij ermee speelt, gaat hij er helemaal in op.

Dit zijn allemaal vragen over gedrag, die de meeste ouders (in meer of mindere mate) wel zullen herkennen van hun kind. Hier is ook eigenlijk helemaal niks mis mee; zowel ouders van een kind zonder autisme als met autisme zullen zich hierin herkennen. Je zou kunnen zeggen dat het gedrag, dat hierboven beschreven wordt, iets weg heeft van ‘autistisch trekjes’ en die hebben alle kinderen wel in bepaalde mate. Toch voldoen niet alle kinderen aan de kenmerken van autisme. Dat is o.a. afhankelijk van de mate waarin een kind aan bepaalde kenmerken voldoet, maar ook nog van andere factoren.

jongen_blokken_autismEn dat is precies waar dit artikel over gaat. Het gaat over de specifieke kenmerken van autisme bij kinderen – thuis en op school – en wat je als ouder of leerkracht kunt herkennen als een kind daadwerkelijk een vorm van autisme heeft (en wanneer dat niet het geval is).

Orthopedagoge drs. Stephanie Voncken – Spierts beantwoordt een aantal vragen over dit thema en legt het uitvoerig uit. Na het lezen van het artikel weet je wanneer je spreekt van ‘normaal’ gedrag, dat past bij de ontwikkeling van je kind en wanneer je kunt denken aan autisme. Ook lees je wat je thuis of op school kunt doen als je vermoedt dat je kind een vorm van autisme heeft en welke stappen je kunt ondernemen om je kind dan de juiste ondersteuning te bieden.

 


foto_stephanie_voncken_spierts_staandStephanie Voncken – Spierts heeft na haar universitaire opleiding ‘Pedagogische wetenschappen’ in Nijmegen gewerkt als intern begeleider, schoolconsultant en orthopedagoog. Ze volgde ook de opleiding tot orthopedagoog-generalist, rondde die met succes af en volgt sindsdien met regelmaat diverse nascholingscursussen en intervisiegroepen.

Op dit moment werkt ze als orthopedagoog / schoolconsultant bij vier reguliere basisscholen vanuit het bovenschools dienstencentrum van Stg. Mosalira (schoolbestuur in Limburg). Daarbij begeleidt ze voornamelijk leerkrachten en ouders in het vormgeven van passende zorg binnen school en thuis.

Stephanie is getrouwd en moeder van twee dochters: Julie (6) en Anne (4).


 


Je bent expert op het gebied van autisme bij kinderen. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan?

‘Via mijn eerste baan ben ik terecht gekomen als intern begeleider (IB-er) bij een school voor speciaal onderwijs. Op die school werkte ik met kinderen die autisme hadden. Ik vond het altijd al een interessante groep en heb er altijd affiniteit mee gehad. Later werkte ik er ook als orthopedagoog. Via die functie heb ik autisme goed leren kennen. Binnen mijn werk vind ik het een uitdaging om bij iedere persoon een passende aanpak te vinden.

Later werkte ik bij IRIS en deed daar diagnostiek en begeleiding bij de kinderen zelf. Door de begeleiding die je de kinderen geeft, zie je ze groeien. Dat is altijd heel mooi om te zien.

boek_geef_me_de_vijf_colette_de_bruinBij het werken met deze kinderen gebruikten we veelal een bepaalde basisaanpak; dat was de methodiek ‘Geef me de vijf’ (referentie vind je onderaan dit artikel). Met deze methode let je heel goed op een duidelijke communicatie met het kind; je zegt bijv. niet alleen maar wie wat gaat doen, maar ook waar, wanneer en hoe. We weten namelijk dat het voor kinderen met autisme belangrijk is om die informatie steeds compleet aangeboden te krijgen. Op die manier geef je dus heel duidelijk aan wat je van het kind verwacht. Het ene kind heeft meer behoefte aan deze aanpak dan het andere; je bekijkt dus per kind wat het nodig heeft.
Bijvoorbeeld: Het ene kind vindt het fijn om gesorteerde mapjes in zijn bureau te hebben, voor een ander kind kan het fijn zijn om aparte bakjes te hebben.

Er zit uiteraard wel overlap in. De basisprincipes komen iedere keer terug; de praktische uitvoering ervan kan per kind verschillen. Je houdt steeds goed in de gaten wat een kind op dit moment nodig heeft om goed te functioneren. Dat heeft ook te maken met de mate van autisme; het ene kind heeft meer sturing nodig dan het andere. In de begeleiding streef je er naar om een kind zo min mogelijk afhankelijk te maken van één leerkracht of begeleider. Je probeert te stimuleren dat ze de structuur van meerdere personen / leerkrachten kunnen accepteren.’

 

Je merkt dat er vaker gezegd wordt dat een kind ‘autistische trekjes’ heeft terwijl dat nog lang niet betekent dat het kind dan ook daadwerkelijk de diagnose ‘autisme(spectrumstoornis)’ heeft. Welke verschillen zie je tussen kinderen met autisme en kinderen zonder autisme?

‘Iedereen van ons heeft wel bepaalde ‘autistische trekjes’. Je kent vast wel een kind dat moeite heeft met veranderingen, dat een kind het lastig vindt om van de ene situatie over te gaan naar een andere situatie of volwassenen die graag zien dat voorwerpen netjes recht liggen. Maar als je alleen maar een paar trekjes hebt, die je wellicht ‘autistisch’ kunt noemen, dan wil dat nog niet zeggen dat je ook daadwerkelijk voldoet aan de diagnose ‘autisme(spectrumstoornis)’. Je zult dan aan meer kenmerken moeten voldoen dan alleen maar het hebben van een paar trekjes.

Je kunt autisme zien als een continuüm. Kinderen zonder autisme zitten dan links op het spectrum bij ‘geen of weinig autistische trekjes’ terwijl kinderen met autisme op hetzelfde spectrum zitten maar dan meer aan de rechterkant bij ‘veel autistische trekjes’. En binnen dat continuüm heb je nog behoorlijk veel verschillen en variatie.

Als er bij een kind daadwerkelijk sprake is van een vorm van autisme, dan ervaart dit kind (1) beperkingen in de sociale communicatie en interactie en ziet men (2) repetitief gedrag en specifieke interesses. Naar de praktijk vertaalt, ervaart een kind dan op de volgende gebieden duidelijk moeilijkheden:

 

1) Sociale contacten
jongen_eet_appel_zit_bij_boomKinderen met autisme hebben moeite met het aangaan, begrijpen en onderhouden van sociale contacten. Zowel in bekende als onbekende situaties vinden kinderen met autisme het lastiger om contacten aan te gaan. Als ze wel al contact gelegd hebben, dan zie je vaker dat ze graag de regie willen houden, ze willen veel zelf bepalen. Dat maakt hen minder handig in het samen spelen met andere kinderen. Ze kunnen zich ook moeilijker verplaatsen in de ander en/of ze vinden het lastig om naar hun eigen aandeel in een lastige situatie te kijken, bijv. als er iets fout gaat of als er ruzie ontstaat met een ander kind. Kinderen met autisme zijn vaak geneigd de schuld buiten zichzelf te leggen en vinden het lastig om te zien wat ze zelf verkeerd deden. Ze vinden het ook vaak lastig om in te schatten hoe de ander zich voelt. Je kunt een kind met autisme dan wel vragen wat ze zelf zouden voelen in die situatie.

Goed om te weten:
Bij jonge kinderen (bijv. bij peuters en kleuters) zonder een vorm van autisme is dit gedrag trouwens ook nog regelmatig zichtbaar. Op jonge leeftijd is het dan ook bijzonder moeilijk om een duidelijk onderscheid te maken tussen kinderen zonder en met autisme. Bij oudere kinderen (vanaf een jaar of 8 jaar) is dit verschil duidelijker waarneembaar.
Uiteraard is het altijd goed om als ouder en leerkracht alert te zijn op bepaalde signalen. Jonge kinderen ontwikkelen zich sowieso nog op deze gebieden, dus het wil niet altijd zeggen dat jonge kinderen, die moeite hebben op deze vlakken, ook daadwerkelijk een vorm van autisme hebben; het kan op deze jonge leeftijd echt nog binnen de normale ontwikkeling vallen. Als je bij leerlingen van groep 3-4 (7-8 jaar) sterke aanwijzingen hebt dat het gedrag niet meer terug te voeren is op de ontwikkeling, dan is het vanaf die leeftijd wel goed te onderzoeken en te diagnosticeren.

 

2) Communicatie
meisjes_praten_met_elkaar_op_grondKinderen met autisme laten vaak een beperkte wederkerige communicatie zien. Dit wil zeggen dat ze het lastiger vinden om een over-en-weer-gesprek te houden. Een gesprek met een kind met autisme voelt vaker als eenrichtingsverkeer aan; de ander moet het gesprek op gang houden. Een kind zonder een vorm van autisme zal zelf initiatieven nemen om een gesprek op gang te houden door zelf ook vragen te stellen of door nieuwe informatie aan het gesprek toe te voegen. Bijv. door te vertellen wat ze nog meer op een dag gedaan hebben als de ander vraagt hoe het in de speeltuin was.

Verder nemen kinderen met autisme taal vaak letterlijk. Ze vinden het lastiger om figuurlijk taalgebruik en grapjes te begrijpen en om de boodschap achter de boodschap te horen. Ook non-verbale tekens (bijv. gebaren of knipoog) kunnen zij lastiger begrijpen. Dat kan soms tot verwarring leiden.

 

3) Overzien van de omgeving
meisje_zit_omgedraaid_op_blokKinderen met autisme kunnen problemen hebben bij het overzien van hun omgeving. Ze kunnen moeilijker een situatie inschatten en vinden het lastiger om te weten hoe ze in een situatie kunnen handelen. Ze zijn geneigd om op details / deelaspecten te reageren en niet zo zeer op de situatie in zijn geheel.
Bijv. een kind met autisme zal in een groep met andere kinderen minder gericht zijn op de andere kinderen, maar juist wel op details (bijv. aandachtig kijken naar een sticker op het raam).

Naar aanleiding hiervan houden kinderen met autisme sterk vast aan bepaalde routines en vinden ze herhaling prettig. Doordat ze hun omgeving moeilijk kunnen overzien en begrijpen, zorgen vaste routines/patronen en herhaling (bijv. veelvuldig herhalen van hetzelfde spel, herhaling van bepaalde woorden en bewegingen) voor rust en voorspelbaarheid. Kinderen met autisme hebben dan ook vaak een aantal specifieke interessegebieden waar ze sterk op gericht zijn (zoals dinosaurussen, computerspellen etc.).

Kinderen zonder autisme kunnen uiteraard ook veel interesse hebben in één specifiek onderwerp; echter, kinderen zonder autisme hebben dan over het algemeen toch een bredere interesse en hebben de vaardigheid om snel van de ene naar de andere activiteit te switchen. Je ziet duidelijk meer variatie in waar ze zich mee bezig willen houden.

 

4) Gevoeligheid voor prikkels
Buckle ButtonsTot slot hebben kinderen met autisme in vergelijking met kinderen zonder autisme vaker een onder- en/of overgevoeligheid voor zintuiglijke prikkels. Zo kunnen zij bijv. overgevoelig zijn voor geluid of pijn.
Denk bijv. maar aan etiketten in kleding, die ze vervelend kunnen vinden of bepaalde kleding, die niet lekker zit (bijv. strakke broeken).

Qua ondergevoeligheid kun je denken aan kinderen, die hard vallen (en waarvan je het idee hebt dat ze zich echt pijn gedaan moeten hebben), maar niet gaan huilen. Of die juist prikkels gaan opzoeken, zoals hard op trommels slaan, rollen ed.

Soms zoeken kinderen met autisme ook specifieke zintuiglijke prikkels op. Zo kunnen ze het bijv. prettig vinden om frequent aan bepaalde voorwerpen te ruiken en te voelen.

Overigens, het is wel belangrijk om goed in het achterhoofd te houden dat het pas mogelijk is om daadwerkelijk de diagnose ‘autismespectrumstoornis’ te stellen als er zowel op school, thuis als in de vrije tijd op meerdere vlakken problemen worden gesignaleerd. Het is namelijk van invloed op alle leefgebieden; dus niet alleen thuis maar ook bij verenigingen zul je merken dat je kind met autisme anders op dingen of situaties reageert dan kinderen zonder autisme.

Als een kind maar één deelaspect laat zien (bijv. het kind is gevoelig voor zintuiglijke prikkels, maar is verder heel sociaal en laat een brede interesse zien), dan lijken er onvoldoende aanwijzingen om aan een vorm van autisme te denken. Doorgaans zie je bij kinderen met autisme dat ze kenmerken hebben die passen bij meerdere deelaspecten.
Bij twijfels is het echter altijd goed om verder naar het gedrag te kijken.’

 

Als orthopedagoog werkte je o.a. met kinderen op basisscholen. In een klas kunnen uiteraard ook kinderen zitten met (een lichte) vorm van autisme. Welke situaties op school zijn voor deze kinderen lastig? En zijn er ook situaties waarin deze kinderen juist voordelen hebben ten opzichte van kinderen zonder autisme?

kinderen_juffrouw_in_klas‘Als een kind de diagnose autisme krijgt, dan wordt eerst op de eigen reguliere basisschool alle begeleiding ingezet, die nodig is voor het kind. De expertise op de reguliere basisscholen groeit natuurlijk ook op dit gebied. Wel is de grootte van de groepen in het reguliere onderwijs vaak een probleem. Dit zorgt voor veel prikkels, die ondanks alle inzet van school, toch moeilijk zijn te reduceren. Verder merk je in de bovenbouw dat leerlingen met autisme het vaker moeilijker krijgen. Er wordt dan meer zelfstandigheid van de leerlingen verwacht, terwijl leerlingen met een vorm van autisme dit juist lastiger vinden. Extra ondersteuning op dit vlak is dan ook zeer wenselijk. Als een leerling, ondanks alle hulp op school, overvraagd blijft en in de knel komt, wordt bekeken of speciaal onderwijs een optie is.

Kinderen met autisme ervaren zowel voor- als nadelen in het reguliere basisonderwijs. De nadelen waar je aan kunt denken, zijn bijv.:

  • Ze zijn gevoeliger voor prikkels in hun omgeving en reageren op diverse prikkels. Dat komt omdat ze moeilijk onderscheid kunnen maken in welke prikkel belangrijk is en welke niet. Ze verliezen zich vaak in details of onbelangrijke prikkels. Hierdoor zijn kinderen met autisme niet altijd gericht op de instructie van de leerkracht of krijgen ze maar flarden van de instructie mee.kinderen_handen_voor_ogen_knipoogOok kunnen ze belemmeringen ervaren bij het begrijpen van de taal. Met name figuurlijke betekenissen of onderliggende betekenissen van taal vinden ze lastiger om te begrijpen. Dit geldt ook voor het begrijpen van grapjes en non-verbale gebaren (bijv. knipoog). Het is dus als leerkracht van belang om zo concreet en helder mogelijk in de communicatie te zijn. Wees kort en bondig en vermijd figuurlijk taalgebruik of grapjes. Zorg er verder voor dat het kind zich op de juiste prikkel richt (bijv. gerichte luisterhouding vragen, bijsturen bij afdwalen).
  • pictogrammen_schoolKinderen met autisme vinden plotselinge wijzigingen of veranderingen niet prettig. Ze willen graag weten wat er gaat gebeuren en wat er van hen verwacht wordt. Deze kinderen hebben baat bij een gevisualiseerd dagprogramma (bijv. door middel van pictogrammen) en zijn erbij gebaat als veranderingen op tijd worden aangekondigd. Voor sommige leerlingen is het voldoende om dat klassikaal te doen; andere leerlingen hebben er juist meer behoefte aan om het ook op hun bankje te zien. Dan kun je de planning m.b.v. plaatjes op het bankje plakken. Uiteraard is het belangrijk om ook bij het kind te checken of het begrijpt wat een specifieke afbeelding / picto betekent en wat er dan van hem verwacht wordt. Maak ook dan opnieuw duidelijk wat je concreet van het kind verwacht (wat gaat hij doen en waar, voor hoelang, met wie en hoe).Ook ‘lege momenten’ (bijv. als je klaar bent met je werk) zijn vaak lastig voor kinderen met autisme. Dit soort momenten geven namelijk een gevoel van onrust. Geef ook in dit soort situaties aan wat hij/zij concreet kan doen. Hoe concreter, hoe beter.
  • kinderen_pesten_jongenOok het sociale verkeer op school kan lastig zijn voor kinderen met autisme. Ze vinden het bijv. moeilijker om aansluiting met andere kinderen te vinden en lopen vaker alleen rond op het schoolplein. We zagen al dat wanneer deze kinderen wel contacten weten te leggen, dan vaker conflictsituaties met anderen ervaren, omdat ze het lastiger vinden om hun eigen spoor los te laten en rekening te houden met de ander. Ook zagen we al dat ze het lastiger vinden om naar hun eigen aandeel in een situatie te kijken, waardoor ze vaak de schuld buiten zichzelf leggen.Het kan deze kinderen goed helpen om sociale situaties voor hen voor te structureren (bijv. wat ga je doen tijdens het buitenspel, met wie ga je spelen, welke regels en afspraken). Daarnaast blijft het voortdurend van belang om kinderen met autisme inzicht en overzicht in sociale situaties te bieden. Bespreek en verwoord concreet de eigen gevoelens en de gevoelens van de ander; leer hen hoe ze in specifieke sociale situaties kunnen handelen. Een kind met autisme heeft hier nog meer oefening en herhaling in nodig dan andere kinderen.

 

Ook kunnen kinderen met autisme voordelen ervaren op school:

Ze hebben een sterk analytisch vermogen. Vanwege hun sterke detailwaarneming zien ze vaak zaken die kinderen zonder een vorm van autisme niet zo snel waarnemen.

meisje_steekt_vingen_op_klasZe beschikken vaak over een sterke feitenkennis. Echter, zodra er een beroep wordt gedaan op hun vermogen om samenhangen en verbanden te zien, kost dit kinderen met autisme vaak meer moeite. Vakken, zoals begrijpend lezen en rekenen (met name redactiesommen) zijn vaak lastiger voor kinderen met autisme. Als leerkracht is het dus van belang je van bovenstaand gegeven bewust te zijn en zaken – waar nodig – te verhelderen. Belangrijk is nog om te weten dat een hoge intelligentie een beschermende factor kan zijn. Maar ook dan merk je dat hoe complexer en minder eenduidig de informatie voor het kind is, hoe moeilijker het wordt, dus ook als deze leerling meer begaafd is.

De overstap van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs is natuurlijk een flinke overstap. Het is belangrijk dat leerlingen niet te afhankelijk zijn van een specifieke leerkracht, dat ze niet te veel beschermd zijn. Daar kun je gedurende de jaren op de basisschool gericht naar toe werken. Kinderen moeten namelijk ook zelf leren om structuur aan te brengen in hun werk, net als dat ze steeds zelfstandiger en zelfredzamer moeten (leren) worden.’

 

Het lijkt er vaak op dat kinderen met autisme duidelijk anders zijn dan andere kinderen, maar in de praktijk valt dat vaak nog helemaal niet zo op. Ook bestaat bijv. het idee dat een kind autisme heeft als het je niet of nauwelijks aankijkt. Bestaan er nog meer vooroordelen of mythes over autisme, die helemaal niet kloppen? En kun je aangeven hoe het dan wel zit?

jongen_voelt_aan_auto_autismeEr bestaan inderdaad vooroordelen rondom autisme (bijv. zeggen dat er sprake is van autisme als iemand je niet aankijkt of als hij/zij bepaalde herhaalde motorische bewegingen maakt, zoals heen en weer wiegen). Vaak komen dit soort gedragingen in meer of minder mate voor bij kinderen met autisme, maar een kind moet echt op meerdere vlakken en op alle leefgebieden opvallendheden laten zien (zie ook vraag 2 en 3) om aan autisme te kunnen denken. Het is dus altijd van belang om breed naar het gedrag van het kind te kijken en om te voorkomen dat je te veel inzoomt op enkele, specifieke gedragingen.
Bijv. Specifiek gedrag, zoals iemand niet aankijken, kan verschillende oorzaken hebben; denk maar aan angstproblematiek. 

‘Autisme ontstaat door een slechte opvoeding’
moeder_knuffelt_zoon_lachendWe weten van autisme dat er een grote erfelijkheidsfactor aan ten grondslag ligt, alleen is de biologische oorzaak op dit moment nog niet helemaal helder. Daar wordt wel uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Verder weten we dat de hersenen van kinderen met autisme anders functioneren en dat de omgeving weinig tot geen invloed heeft op het ontstaan ervan. Tenslotte weten we dat autisme niet komt door een verkeerde opvoeding komt; net zoals dat ook geldt voor andere ontwikkelingsstoornissen, zoals ADHD.

‘Kinderen met autisme zijn allemaal heel goed in één specifieke vaardigheid.’
meisje_speelt_met_dinosEr zijn inderdaad kinderen met autisme, die heel goed zijn in één ding, maar dat is absoluut geen prototype. Dat is dus niet het standaardbeeld van kinderen met autisme. Je ziet vaak dat kinderen met autisme sterke routines hebben, dat ze van herhaling houden en dat ze geboeid kunnen zijn door één ding.’

 

Er zijn natuurlijk ouders die zich op dit moment zorgen maken over hun kind en zich afvragen of het gedrag dat hun kind laat zien past binnen een ‘autismespectrumstoornis’. Wat is belangrijk voor deze ouders om te weten? Welke stappen kunnen ze ondernemen om er achter te komen of hun kind daadwerkelijk autisme heeft?

Als ouders het vermoeden hebben of erover twijfelen dat hun kind autisme heeft, dan is het belangrijk om dit met anderen te bespreken. Ouders kunnen bijv. contact leggen met de huisarts, de praktijkondersteuner of met maatschappelijk werk.

jongen_moeder_leerkracht_in_gesprek_schoolOok kunnen ouders het gesprek met school aangaan. Door gesprekken met leerkracht en/of IB-er te hebben, krijg je een goed beeld van hoe het kind op school functioneert. Als er tijdens deze gesprekken duidelijke signalen voor (of symptomen van) autisme zijn, dan kan via de huisarts, praktijkondersteuner, schoolarts of gemeente verwezen worden om verder onderzoek te laten doen en/of om meer begeleiding aan te vragen.

Bij hele jonge kinderen (0-4 jaar) is het uiteraard nog ontzettend moeilijk om te bepalen of specifiek gedrag wel of niet op een vorm van autisme wijst. Als er echter duidelijke signalen zijn (bijv. sterke zintuiglijke overgevoeligheid, zeer moeizaam om contact / communicatie met het kind te krijgen, sterke reacties op veranderingen), dan is het ook op die leeftijd aan te raden om dit op het consultatiebureau alvast te benoemen. Vervolgens kunnen ouders dan samen met de jeugdarts of verpleegkundige bekijken of vervolgstappen wenselijk zijn.’

 

Tenslotte, wat is het belangrijkste advies dat je aan alle ouders, die vermoeden dat hun kind autisme heeft, zou willen geven?

‘Ouders, die bij hun kind het vermoeden hebben van autisme, is mijn advies dit te bespreken en op basis van dat gesprek te bepalen of het wenselijk is om onderzoek te laten doen.

Qua aanpak kan ik de volgende zaken aanbevelen:

kinderen_bouwen_toren_blokken– Bied je kind een voorspelbare, overzichtelijke omgeving. Visualiseer het dagprogramma (m.b.v. pictogrammen), zodat het kind duidelijk weet wat er gaat gebeuren en wat er van hem verwacht wordt. Maak daarbij ook gebruik van de volgende 5 punten; benoem steeds wie het doet, wat hij doet, waar / wanneer / hoe hij het doet.
Bijvoorbeeld: je gaat nu 5 minuten hier op het kleed met je broertje met de blokken spelen, daarna gaan we eten.

Als je één van de 5 onderdelen niet duidelijk aangeeft, dan kan het kind toch iets anders gaan doen (zonder dat het echt snapt wat het dan verkeerd doet).
Leg het niet alleen auditief uit, maar maak het ook visueel. Blijf die aanpak steeds herhalen, ook bij situaties die er erg op lijken maar toch iets anders zijn. Kinderen zonder autisme vertalen dat makkelijker naar andere situaties dan kinderen met autisme.

ochtendritueel2Ook thuis kun je deze aanpak goed toepassen. Visualiseer bijv. het dagprogramma of een specifiekere situatie (zoals de stappen van het aankleden, het wc-gebruik of het tandenpoetsen). Oefen dat eerst samen, zodat je zeker weet dat je kind de picto’s begrijpt. Ook al zou je dezelfde picotgrammen gebruiken als op school, dan wil dat niet zeggen dat het voor een kind duidelijk is dat het thuis ook op die manier werkt. Of andersom: als je thuis goed geoefend hebt met je kind om naar de wc te gaan, dan wil dat niet zeggen dat je kind dat ook kan omzetten naar wc-gebruik op school.

– Voorkom plotselinge veranderingen. Uiteraard zullen er toch eens veranderingen voorkomen; kondig die dan tijdig aan. Geef dan ook opnieuw concreet aan wat er gaat gebeuren en wat je van het kind verwacht.

– Wees je ervan bewust dat je kind prikkelgevoelig kan zijn en op andere prikkels kan reageren dan je normaliter zou verwachten. Probeer prikkels waar het kind overgevoelig voor is te reduceren. Daar waar het kind geneigd is op minder belangrijke prikkels te reageren, kan het helpend zijn het kind te verhelderen welke prikkels belangrijk en welke minder belangrijk zijn in bepaalde situaties. Help het kind om zich op de juiste prikkels te richten.

Uiteraard ontkom je er niet aan om je kind toch eens iets te laten doen wat hij niet fijn vindt of waar hij stress door ervaart. Pak dat dan stap voor stap aan en neem je kind erin mee.
Bijv. als je kind alleen maar wijde joggingbroeken aan wil en jij zag graag dat hij ook eens een jeansbroek aandeed, dan is het goed om je kind in dat proces mee te nemen. Je gaat je kind dus niet van het ene moment op het andere dwingen om een jeansbroek aan te trekken, maar je laat je kind eerst zelf een (wijde) jeansbroek uitzoeken. Die kan hij thuis eerst eens heel even aantrekken, de volgende keer iets langer en zo verleng je dat stap voor stap. Zo’n verandering heeft dus tijd nodig.

– Wees alert op misverstanden in de communicatie en bied, indien nodig, extra uitleg en verheldering. Gebruik concrete en heldere taal. Voorkom ook dat je te veel in één keer vertelt, waardoor ze de kern niet meer uit de ‘woordenbrij’ kunnen halen. Wees dus kort en bondig en vermijd figuurlijk / abstract taalgebruik.

vader_praat_met_zoonOndersteun je kind bij het aangaan, begrijpen en onderhouden van sociale contacten. Bespreek en verwoord de gevoelens van het kind en de gevoelens van de ander en leer het kind hoe hij concreet in specifieke sociale situaties kan handelen. Hoe concreter, hoe beter.

– Probeer het aantal activiteiten van je kind uit te breiden door hem hier stap voor stap mee bekend te maken. Doe zaken voor en laat het kind stap voor stap meekijken en meedoen. Geef echter ook ruimte om de eigen voorkeuren / interesses te verkennen.

Het is ook goed om je als ouder of leerkracht te realiseren dat er geen eenduidige aanpak is. Ieder kind met autisme is uniek en bij ieder kind zal een passende aanpak gezocht dienen te worden. Samenwerking en afstemming met school kan hierin zeer helpend zijn.

Daarnaast is het van belang goed te kijken wat je kind wel en niet aankan. Ga zaken niet forceren en wees je ervan bewust dat je kind (mogelijk) anders is; blijf oog houden voor de eigenheid van je kind.

⇒ Blijf je ondanks deze tips vastlopen, trek dan aan de bel.’ 

 

Ben je op zoek naar aanvullende informatie over dit onderwerp?
– Kijk eens op de website van Balans of van de NVA (Nederlandse Vereniging voor Autisme)
– Het boek van Collete de Bruin geeft goede uitleg over autisme, incl. concrete tips aan ouders [de Bruin, C. (2009). Geef me de vijf. Graviant Educatieve Uitgaven].’

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend.
 Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Stephanie Voncken – Spierts gebruikte de volgende literatuur voor dit interview:
– American Psychiatric Association. (2013). Diagnostisc Statistical Manual of Mental Disorders, Fifth Edition.

 

Lees verder over gerelateerde thema’s:
– ‘Samen spelen, samen delen? – 5 tips om je kind te leren om met andere kinderen te spelen’. Klik hier
– ‘Sturing & verbinding: Waarom beide aspecten onmisbaar zijn in de opvoeding van jouw kind.’ Klik hier.
– ‘Laat dat nou! | 5 opvoedvalkuilen waar we allemaal intrappen én waardoor opvoeden onbedoeld lastiger wordt.’ Klik hier.
‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

Kerstdiner op school: 10 eenvoudige tips voor smakelijke kinderhapjes

kerstdiner_klasTijdens alle voorbereidingen, die je voor de feestdagen al allemaal hebt, heeft je kind (4-12 jaar) waarschijnlijk ook nog kerstdiner op school… Dat is natuurlijk ontzettend gezellig en voor je kind zeker een speciale gelegenheid, alleen wordt er dan meestal ook van de ouders enige hulp verwacht. Nou zijn de meeste ouders echt wel bereid om dan een handje te helpen, maar aangezien het in de laatste werkweek van het jaar toch al zo druk is, vindt jij het als ouder misschien wel fijn om ook wat hulp te krijgen…


V
andaar dat ik je graag help met een aantal tips voor een lekker en ‘niet te ingewikkeld’ kerstdiner. Ik ben zelf namelijk absoluut geen ‘sterrenkok’ ;-), dus ik houd het op dit gebied graag simpel. Ik ga dan ook op zoek naar eenvoudige hapjes, die je makkelijk en snel kunt maken. Ik let er ook nog wel een beetje op dat de hapjes enigszins gezond zijn  (of in ieder geval niet al té ongezond) en natuurlijk mogen ze gewoon lekker & smakelijk zijn. O ja, en – last but not least – ik zoek ook hapjes, die de kinderen eventueel zélf zouden kunnen maken. Dus ook om de laatste reden mogen ze wat mij betreft niet te ingewikkeld worden…

Laat je me in de reacties hieronder weten of je één van deze ideeën gaat maken? Je mag ook je eigen tips toevoegen. Ik ben heel benieuwd naar jouw reactie!

 


Dit waren ‘onze’ smakelijke creaties voor het kerstdiner op school: 
kerstdiner_op_school_2018
(Gemaakt door 3 leerlingen van groep 3 én 3 leerlingen van groep 5.)


 

Goed om te weten: 
– Satéprikkers (van klein tot groot) zijn vaak een uitkomst om voor deze kleine hapjes te gebruiken. Het is handig om de satéprikkers in een blok van schuim te steken. Als je het schuimblok dan ook nog eens met aluminiumfolie of kerstservetten inpakt, krijg je een extra feestelijk effect.
Uiteraard kun je de hapjes ook op een bord leggen. Alles kan, alles mag! 😉 Wat jij het fijnste vindt!
– Ik haal mijn inspiratie en ideeën voor lekkere hapjes vooral van Pinterest. Misschien wil je daar ook een kijkje nemen voor nóg meer inspiratie.

 


Hieronder vind je een 5-tal voorbeelden van hartige én zoete hapjes: 

 

HARTIG

 

(1) Fleurige spiesjes van groente & fruit.
kerstdiner_spies_groente
Wat heb je nodig?
– langere satéprikkers
– kaas / worst
– Groente: snoeptomaten (evt. in verschillende kleuren)
– Fruit: aardbeien, druiven
TIP: snij de kaas of worst in leuke vormen.

 

 


(2) Schattige paddenstoelen ‘Rood met witte stippen’

kerstdiner_paddestoelen
Wat heb je nodig? 
– langere satéprikkers of een lege eierdoos
– eieren
– tomaten
– tuinkers / peterselie
– mayonaise / slasaus

 

(3) Overheerlijke kerstpizza’s in allerlei vormen

kerstdiner_pizza_ster          kerstdiner_pizza_kerstboom

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat heb je nodig?
– pizzadeeg (snij deze in de vorm(en), die jij / je kind leuk vindt)
– tomatensaus
– (geraspte) kaas
– tomaat in schuiven / gehalveerde snoeptomaatjes
– Evt. andere ingrediënten, die jij / je kind lekker vinden op de pizza…

 


(4) Sfeervolle kaarsen

kerstdiner_kaarsen          kerstdiner_kaarsen2
 
Wat heb je nodig?
– meloen (in schijven; in stervorm)
– kaas in langwerpige blokjes
– zilveruitjes
– satéprikkers

 

 

(5) Kleurrijke kerstballen
kerstdiner_kerstballen
Wat heb je nodig?
– een half broodje of een snee brood (in een ronde vorm gesneden)
– luchtige smeerkaas, neutraal van smaak (denk aan Philadelphia)
– paprika in verschillende kleuren; gesneden in stukjes of reepjes
– tomaat in stukjes
– ui in reepjes
– komkommer in stukjes of reepjes
– satéprikkers
– Evt. andere ingrediënten, die jij / je kind verder lekker vinden…

 

 


jongen_eet_niet_welIs jouw kind een ‘lastige’ eter? Vindt hij/zij maar weinig lekker? Eet hij/zij het liefst veel van hetzelfde? Eet hij/zij vaak te weinig (of juist te veel)?
Lees dan m’n (gratis) OpvoedTips eens en ga zelf aan de slag om je kind gezond, gevarieerd en genoeg te laten eten.
Kom je er zelf toch niet helemaal uit? Lees dan hier hoe ik jou kan helpen.


 

ZOET

 

(1) Fleurige spies met fruit & poffertjes
kerstdiner_spies_fruit_poffertjes
Wat heb je nodig?
– Poffertjes
– Fruit (bijv. aardbei, kiwi, ananas, banaan)
– Poedersuiker
– Satéprikkers
– Evt. ander fruit, dat jij / je kind lekker vindt…

TIP: prik de satéprikkers op een schuimblok (evt. ingepakt met aluminiumfolie) voor een extra feestelijk effect.

 

 

(2) Schattige sneeuwpoppen
kerstdiner_sneeuwpop
Wat heb je nodig?
– Slagroomsoesjes
– Aardbeien (gesneden)
– Witte, ronde spekjes
– Poedersuiker
– Hagelslag (voor ogen & neus)
– Eetbare stift (voor mond)
– Satéprikkers

 

(3) Kleurrijke boterhammen – kerstboom 
kerstdiner_kerstboom
Wat heb je nodig?
– Sneeën (wit)brood; in driehoeken gesneden
– Smeerboter
– Gekleurde hagelslag

 

 

 

(4) Zoete ontbijtkoek – kerstbomen  
kerstdiner_kerstboom_peperkoek
Wat heb je nodig?
– Ontbijtkoek (evt. met minder suiker)
– Icing voor op cupcakes
– Versiering en sprinklers voor op cupcakes, gekleurde hagelslag.
– Lange satéprikkers

TIP: prik de satéprikkers met kerstbomen op een schuimblok (evt. ingepakt met aluminiumfolie). Dat geeft een extra feestelijk effect.

 

(5) Kerstpannenkoeken

kerstdiner_pannekoek_vormen          kerstdiner_pannekoek_ster

Wat heb je nodig? 

– Pannenkoekenbeslag (evt. kant en klaar)
– Vormpjes (bijv. ster, poppetje, kerstboom, want, kerstbal ed.)
– Evt. poedersuiker
– Evt. andere ingrediënten, die jij / je kind verder lekker vinden..

 

Laat je me in de reacties hieronder weten of je één van deze ideeën gaat maken? Je mag ook je eigen tips & ideeën toevoegen. Ik ben heel benieuwd!

 



tip_gezinWil jij ook Joyce’ waardevolle opvoedtips ontvangen?
Helemaal gratis en vrijblijvend. Klik dan hier.

Cadeau: Kort na je aanmelding van het e-zine ontvang je Joyce’ E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’ als cadeau. Dat is dus ook helemaal gratis en vrijblijvend. Je leest er hier meer over. 


 

 

Wil je graag reageren op dit artikel? Dat mag!

kerstdiner_klas2Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!
Heb je vragen over ‘niet willen eten’, wil je meer weten over dat onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Ik wens iedereen in ieder geval fijne en gezellige feestdagen toe zonder stress en drukte en met heerlijke hapjes!

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

joyce_rosegrijs_staand_c

 

http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2018-2019. Joyce Akse/Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor je dagelijkse portie OpvoedInspiratie.

Kijk ook eens op Pinterest voor meer overheerlijke inspiratie. 

 

Lees ook andere artikelen van Joyce over ‘SinterKerstenNieuw’ boordevol waardevolle opvoedtips: 
– De magie van Sinterklaas (over: Waarom je kind in Sinterklaas gelooft; of de kerstman, de Paashaas, sprookjes…). Klik hier.
– De decembermaand: Gezellig met het hele gezin en toch niet duur?!. Klik hier.
– Pakjesstress in de drukke Decembermaand [Joyce te gast bij L1mburg Centraal]. Klik hier.
– Druk, druk, druk…? (Praktische adviezen over hoe je tijdens drukke periodes rust én overzicht houdt.). Klik hier. 
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

 

cropped-logo_akse_coaching_groot_nieuw.pngGa (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

‘Ik wil bij jou blijven!’ (over: hoe je afscheid nemen gemakkelijker maakt voor jou én je kind; 7-12 jaar)

jongen_inklas_klamptzichvastaanmammaWat zou het toch fijn zijn: ‘Je brengt je dochter naar school, je zegt haar gedag (evt. met een knuffel en kus) en je gaat naar huis. Je kind gaat lekker aan de slag met de andere kinderen in de klas. De les begint.’


Helaas is de praktijk voor jou en je kind vaak anders…
Je kind vindt het nog best lastig om afscheid te nemen als jij de klas uit (of nu: het schoolplein af) loopt. Misschien had je kind daar een paar jaar geleden ook al wel last van, maar je had gedacht dat hij daar wel overheen zou groeien. Of misschien verliep het voorheen juist altijd zonder problemen en heeft je kind er nu ineens veel last van.


dreumes_huilt_in_boxZoals je in één van m’n andere artikelen al kon lezen, maken veel kinderen regelmatig kortere of langere periodes door, waarin het afscheid nemen van mama of papa (of een ander vertrouwd persoon) erg moeilijk is. We kennen allemaal wel de eenkennigheid van kindjes als ze ong. 8 maanden zijn. Zodra je ook maar uit het gezichtsveld van je kindje bent verdwenen, gaat hij hartverscheurend huilen…



Ook voor oudere kinderen kan het soms nog moeilijk zijn om afscheid te nemen
, bijv. als ze naar school of naar de oppas gaan. En net als je denkt dat je kind erover heen gegroeid is, komt het weer terug, in alle hevigheid… 


Er kunnen één of meerdere redenen zijn waarom kinderen (ineens) moeite hebben met afscheid nemen: 

– Je kind komt voor het eerst in een nieuwe omgeving met nieuwe mensen, nieuwe kinderen ed. Het voelt zich even ongemakkelijk en heeft tijd nodig om aan de nieuwe situatie te wennen.
– Je kind vindt het onprettig of is bang om papa of mama uit het oog te verliezen.
– Je kind is bang dat mama of papa niet meer terugkomt of dat er iets ergs met mama of papa gebeurt.
– Je kind slaapt en/of eet al een tijdje (erg) weinig of voelt zich niet lekker en is daardoor sneller uit het veld geslagen. 
– Er zijn stressvolle situaties met een gezinslid of thuis in het algemeen, zoals een verhuizing, langdurige of ernstige ziekte, problemen op het werk of werkeloosheid van één van de ouders, relatieproblemen tussen ouders of een scheiding.
Let op: moeite met afscheid nemen kan ook ineens ontstaan in een situatie die in principe al heel vertrouwd is voor je kind. 

 


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 

sad girl sitting and  thinking in the classroomEen bepaalde mate van scheidingsangst hoort bij een normale ontwikkeling van kinderen. Je kunt het dus ook als een goed teken zien dat je kind soms moeite heeft met afscheid nemen. Toch betekent dat niet dat je niks aan dit moeilijke moment kunt doen.


V
aak is het niet alleen voor je kind onprettig om afscheid te nemen, maar ook voor jou als ouder wordt het steeds meer beladen om je kind weg te brengen. Je kunt zelfs gaan twijfelen of je je kind nog wel kunt wegbrengen of dat je partner dat beter kan doen of dat je misschien minder moet gaan werken zodat je kind je meer ziet etc. 


Je kind heeft in dit soort lastige situaties veel baat bij voorspelbaarheid en vaste gewoontes.
Dat geeft je kind houvast en herkenning. Daar houden kinderen van en daar varen ze wel bij. Zeker in situaties, waarin ze zich niet helemaal op hun gemak voelen of die ze spannend vinden.


Hoe kun je nou op een positieve manier afscheid nemen van je kind, waardoor het voor je kind (én voor jou ) gemakkelijker wordt? 

 


1. Praat met je kind over de lastige situatie.
Anders dan toen je kind nog een dreumes of peuter was, dochter_moeder_pratenkan je kind jou nu goed uitleggen wat het lastig of vervelend vindt aan die ene situatie, waarin jullie afscheid nemen. Vraag je kind daar naar.


Neem er echt de tijd voor om dit met je kind te bespreken,
zodat je kind merkt dat hij het jou in alle rust kan vertellen. Probeer goed te luisteren naar wat je kind je vertelt en voorkom dat je gaat pushen of te veel gaat ‘invullen’. Voorkom ook dat je de gevoelens, die je kind uit, gaat bagatelliseren, zoals ‘och, dat valt toch wel mee’, ‘zo erg is dat toch niet’ of ‘stel je niet zo aan’; dan zal je kind zich namelijk niet begrepen voelen en de neiging hebben om minder open te zijn. Zo wordt het dus lastiger om samen het probleem op te lossen.


Als je kind jou – voor je gevoel – alles heeft vertelt, vraag dan hoe jij hem/haar kan helpen
, zodat jullie op een fijne manier afscheid van elkaar kunnen nemen. Vraag bijv.: ‘Hoe zou je graag willen dat ons afscheid op school verloopt?’.
Waarschijnlijk komt je kind dan met allerlei ideeën en diverse opties. Schrijf die allemaal op een vel papier. Niet alle ideeën of opties, die je kind oppert, zullen in praktijk mogelijk zijn. Denk bijv. maar aan opties als ‘ik ga niet meer naar school’ of ‘mama gaat niet meer werken’. Schrijf ze in eerste instantie toch maar op; doe dat met het idee van ‘de ideale situatie voor je kind’ in het achterhoofd. Als je kind en jij alle opties hebben genoemd, ga je alle opties opnieuw na en geven jullie samen aan welke opties praktisch haalbaar of realistisch zijn en welke niet.


Laat je kind op zo’n moment vooral zélf met ideeën en oplossingen komen en pas vooral die ideeën (indien mogelijk) toe.
Zeg niet te snel ‘maar dat kan toch helemaal niet!’. Vraag je kind dan eerst maar eens hoe hij dat zelf in de klas zou willen invoeren. Kinderen kunnen soms met hele creatieve oplossingen komen, waar wij als volwassenen nog helemaal niet aan gedacht hebben. Als je kind er niet uitkomt, mag je uiteraard gewoon helpen. Het is het fijnste als jullie er samen jullie plan van maken, waar jullie alle twee achter kunnen staan.

 


2. Bereid je kind goed voor op de lastige situatie.

moeder_zoon_naar_school_lachendBereid je kind én jezelf goed voor op de lastige situatie. Om de situatie voor je kind op een voorspelbare manier te laten verlopen (want daar houden kinderen van!), is het goed dat je kind precies weet wat er gaat gebeuren.


Breek de situatie op in kleine onderdelen en maak er daarna een vaste volgorde van.
Zo weten jullie allebei – maar vooral je kind – wat er precies gebeurt bij het afscheid nemen en wat hij/zij van jou kan verwachten. Indien je partner, opa of oma je kind ook wel eens naar school brengt, dan is het belangrijk dat zij ook weten op welke manier het afscheid nemen vanaf nu gaat. Voor je kind is het het fijnste als dat vanaf nu – zeker in het begin – op dezelfde manier gaat. 
Een voorbeeld van de vaste volgorde: als je school binnenloopt, loop je meteen naar je klas, je hangt je jas op, je legt je tas weg, je geeft papa of mama een knuffel en je gaat de klas in.


Spreek ook met je kind af wat hij/zij gaat doen meteen nádat jullie afscheid hebben genomen.
Je kind heeft dan een heel concreet ‘plan van aanpak’ voor het moment waarop jij weggaat. Dat kunnen dingen zijn als: een boek lezen, een puzzelboekje pakken om een puzzel te maken, een spelletje doen met een klasgenootje, naar een vriend(in) toelopen om te kletsen etc. Laat ook dit weer door je kind kiezen; het is het fijnste als het iets is dat je kind leuk of plezierig vindt om te doen.

 


3. Laat je kind iedere dag kort vertellen wat hij het leukst vond op school.
kinderen_met_juf_lachend_op_school
Zorg ervoor dat je kind een fijn gevoel heeft over school. Je kunt bijv. vlak voor het slapengaan even met je kind de dag doornemen en dan (o.a.) vragen wat hij het leukst vond op school.
Vergeet niet dat er iedere dag wel iets leuks, fijns of positiefs gebeurt. Leer je kind om naar die fijne situaties, gebeurtenissen, personen of dingen te kijken. 


Als dat één van de laatste dingen is die jullie samen met elkaar bespreken,
dan gaat je kind met een fijn gevoel en met fijne herinneringen aan school slapen. Als je dat regelmatig laat terugkomen, zal je kind sneller een fijn gevoel ontwikkelen en met een fijn gevoel aan school denken dan wanneer je dat niet doet. Dat zal er ook voor zorgen dat je kind met een fijn gevoel naar school gaat en het afscheid fijner verloopt.

 


4. Voorkom ochtendstress.

jongen_ligt_op_grond_huilend_vrouwAls jullie voor vertrek naar school al een bepaalde mate van stress hebben en misschien daardoor wel onenigheid met elkaar hebben, dan komt dat het fijne afscheid op school niet ten goede. Plan daarom allereerst voldoende tijd in om jullie voor school klaar te maken. Dat voorkomt haasten, onnodige stress en eventuele ergernissen of ruzies.


Een duidelijk en overzichtelijk ochtendritueel kan je daarbij helpen.
Alle activiteiten, die ’s ochtends thuis gedaan moeten worden, worden dan steeds zo veel mogelijk in dezelfde volgorde doet. Bijv. opstaan, naar de WC gaan, aankleden, ontbijten, tanden poetsen, tussendoortje in de tas doen, schoenen aan, jas aan, tas pakken en vertrekken.


EXTRA TIP:
Je kunt je kind zelf een lijstje laten maken, waarop alle activiteiten staan. Hang die lijst op een plek waar jullie vaak zijn of vaker langslopen. Het kan ook in de buurt van de gang of de laatste plek waar je komt voordat jullie vertrekken, zodat je kind daar nog eens kan checken of hij/zij alles heeft.
Hierdoor geef je je kind – los van de ochtendstress – ook nog eens een stukje eigen verantwoordelijkheid, wat hij op deze leeftijd best kan hebben. Je kind kan met zo’n overzicht goed zien wat hij al allemaal gedaan heeft en wat hij evt. nog moet doen. 

 


fb_cursus_help_mijn_kind_luistert_niet
Cursus ‘Help, mijn kind luistert niet!?’
Wil je graag weten hoe je ervoor zorgt dat je kind beter én sneller naar je luistert? Natuurlijk op een positieve, liefdevolle en constructieve manier.

=> Dan is deze cursus precies wat je zoekt.
=> Vraag nu GRATIS Les 1 van deze cursus aan.

Lees hier wat je allemaal van deze cursus mag verwachten.


 

5. Betrek de leerkracht bij het afscheid.
Bespreek het probleem van het afscheid nemen kort met de leerkracht van je kind. Waarschijnlijk heeft de leerkracht zelf ook al opgemerkt dat deze situatie vaker moeizaam verloopt en lastig is voor je kind.
Vraag bijv. eens aan de leerkracht hoe zij met deze situatie zou omgaan en geef aan wat jullie daarin zelf prettig vinden. Maak samen (dus: leerkracht, ouder, kind) afspraken over hoe jullie met deze situatie om willen gaan.

 


6. Neem afscheid

jongen_geeft_vrouw_high_five_klasAls je bovenstaande stappen hebt doorlopen, komt natuurlijk het moment van afscheid nemen aan bod. Dat is onvermijdelijk en als het goed is, weet niet alleen jij dat, maar je kind ook. Het is belangrijk om duidelijk afscheid van elkaar te nemen; doe dat op een liefdevolle manier, maar houd het kort.
Zeg bijv. tegen je kind dat hij nu een fijne dag op school heeft, lekker kan spelen (leren?) met de andere kinderen in de klas en dat jij nu naar huis gaat of dat je gaat werken. Geef je kind een knuffel, geef aan wanneer jullie elkaar weer zien, geef aan waar hij na school naar toe gaat en loop vervolgens rustig maar vastberaden weg.


Stel je er op in dat je kind het nu moeilijk kan gaan krijgen.
Het is alleen belangrijk om daar op dit moment niet meer op te reageren. Als je alle stappen van hierboven hebt doorlopen, je op een fijne, liefdevolle manier afscheid hebt genomen, dan heb je het op een constructieve manier aangepakt. Het is nu belangrijk – hoe rot dat ook kan voelen! – dat je doorzet. In praktijk betekent dat: doorlopen en niet omdraaien.


Ga er van uit dat de leerkracht – juist op dit soort momenten – er voor je kind is
(hij/zij weet er immers van af) en je kind zal helpen en – indien nodig – zal troosten. Heb er vertrouwen in dat je kind al na enkele minuten weer lekker aan de slag is; je kind weet immers heel concreet wat het kan gaan doen.


Als je pas korte tijd met deze tips aan de slag bent gegaan, zal het afscheid nemen nog best een tijdje lastig zijn en nog een aantal moeilijke momenten kosten.
Dat hoort erbij. Na een paar keer weet je kind al precies waar het aan toe is, waardoor het afscheid nemen steeds fijner én gemakkelijker voor jullie allebei zal verlopen.

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

Lees verder over gerelateerde thema’s:
– ‘Help, mamma gaat weg…!?’ (over: hoe je afscheid nemen gemakkelijker maakt voor jou én je kind; 1-6 jaar)’. Klik hier.
– ‘4 manieren om je kind te helpen met lastige emoties (+ 3 BONUSTIPS)’. Klik hier.
– ‘Hoe leer je je kind om rekening te houden met anderen? (Over: 5 tips | Sociale vaardigheden)’. Klik hier.

Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.