Peuterpuberteit: 10 domeinen om samen met je kind te overwinnen.

meisje_lachend_peuterToen je kindje nog een baby (0-1 jaar) was, ging het allemaal eigenlijk heel gemakkelijk.  Af en toe waren er wel wat dingetjes waar je even wat mee moest, zoals de hapjes die je baby niet meteen wilde eten of het doorslapen dat niet meteen wilde lukken, maar over het algemeen viel het reuze mee. Ook als dreumes (1-2 jaar) had je weinig met je kindje te stellen. Je kindje deed over het algemeen wel wat je zei, hij vond het fijn om je te helpen, om met je te kletsen, om me je te spelen en hij knuffelde je graag. Het was echt een lieverd!

Nu je kindje echter de peuterleeftijd (2-3 jaar) heeft bereikt, lijkt alles ineens heel anders. Natuurlijk is je kindje nu ook nog wel lief, maar sommige situaties zijn echt een stuk lastiger. Het is niet vanzelfsprekend meer dat je kindje meteen naar je luistert. Hij kan ook soms om onverklaarbare redenen een driftbui krijgen. Hij huilt soms heel hard, terwijl je niet goed begrijpt wat er nou aan vooraf ging. Verder wil hij op de gekste momenten van alles ‘zelluf’ doen, terwijl hij dat nog helemaal niet kan. Als je aanbiedt om te helpen, dan mag dat echt niet. Maar ondertussen is hij wel enorm gefrustreerd als het hem inderdaad niet lukt. Wat is er toch met hem aan de hand…?

De kans is groot dat je kind midden in de peuterpuberteit zit.

Op deze jonge leeftijd gebeurt er ontzettend veel met je kindje en daar staan we als ouder vaak helemaal niet bij stil. Je kindje ontwikkelt zich op allerlei gebieden en dat gaat in rap tempo. Je kunt je misschien wel voorstellen dat het voor je kindje ook niet allemaal even makkelijk is.

⇒ Hieronder vind je een overzicht van wat je kindje allemaal leert en wat daar voor je kindje (en jou) lastig aan is. Per domein geef ik je steeds één praktische tip om direct thuis toe te passen én geef ik je één leestip voor als je verder wil lezen over dat specifieke onderwerp. Onderaan het artikel geef ik je nog 5 extra opvoedtips. Op basis van deze informatie én tips leer je je peuter en zijn frustratie, boosheid en emoties niet alleen beter begrijpen, maar kun je er ook op een positieve manier op reageren. Daar komen ze…

 

(1) De sociale ontwikkeling van je peuter:
kinderen_spelen_op_grond_leidstersKinderen vinden het doorgaans heel fijn om met andere kinderen te spelen. Bij jonge peuters is dat vaak nog niet echt ‘samen’ spelen, maar eerder naast elkaar spelen. Naarmate je kindje ouder wordt, zal hij ook steeds meer echt samen spelen met andere kindjes.
Kinderen leren van het omgaan met anderen, van volwassenen én van andere kinderen.  Kinderen kijken naar elkaar, imiteren elkaar en leren zo nieuwe vaardigheden of nieuwe spelletjes. Vandaar dat het voor de sociale ontwikkeling van je kind belangrijk is om hem van jongs af aan met andere kinderen te laten spelen.

TIP: Wacht niet om je kindje met andere kinderen te laten spelen totdat hij naar de basisschool gaat. Spreek nu al regelmatig af met ouders van jonge kinderen uit de buurt, met vrienden die zelf ook jonge kinderen hebben of meld je kind aan voor de kinder- of peuteropvang. Op die manier krijgt je kindje de kans om te leren samen spelen.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘Hoe leer je je kind om rekening te houden met anderen?‘.

 

(2) Egocentrisme: Je peuter is bijzonder egocentrisch ingesteld.
kinderen_maken_ruzie_om_xylofoon_ouders_op_bankJonge kinderen zien de wereld vooral vanuit hun eigen standpunt. Ze zijn heel erg egocentrisch ingesteld en kunnen zich nog niet verplaatsen in het standpunt van een ander. Voor je peuter betekent dat wanneer hij iets wil, hij dat onmiddellijk wil. Hij houdt er geen rekening mee of het op dat moment kan en of jij dat als ouder wel goed vindt. Hij wil het hebben (of doen) en hij wil het nu!
Je kindje kan ook nog niet inschatten dat een ander iets zou ‘kunnen willen’. Je peuter denkt echt alleen nog maar vanuit zichzelf: ‘ik wil dat speeltje nu’ en houdt er geen rekening mee dat het andere kindje al een tijdje heel leuk met dat speeltje aan het spelen is en het vervelend kan vinden dat hij het van hem afpakt. Met alle gevolgen van dien…

TIP: Ga bij je kindje zitten als het samen met een ander kindje speelt  en leg uit wat er gebeurt; ‘ondertitel’ het, als het ware. Leg uit dat je kind niet zo maar iets mag afpakken, maar dat hij het wel eerst kan vragen. Als het kindje het dan afgeeft, dan mag hij het hebben. Zo niet, dan moet hij wachten totdat het kindje ermee klaar is. Doe voor wat ‘om de beurt’ is en wat ‘samen spelen’ precies inhoudt.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘Samen spelen, samen delen‘.

 

(3) Je peuter wordt langzaam maar zeker zindelijk. 
jongen_zit_op_potje_02Veel kinderen worden als peuter zindelijk. Dat betekent dat ze actieve controle krijgen over hun eigen blaas en darmen. Natuurlijk gebeuren er ook wel eens ongelukjes, die tot frustratie en boosheid kunnen leiden; niet alleen bij je kind, maar ook bij jou als ouder. Realiseer je dat alle kinderen in hun eigen tempo zindelijk worden. Het is nergens voor nodig om het te overhaasten. Ook jouw kindje zal na verloop van tijd zindelijk zijn.

TIP: Stel je tijdens en na de zindelijkheidstraining in op ongelukjes. Ga er van uit dat ze gaan gebeuren. Dat is helemaal niet erg en ze horen er echt bij. Het ene kind heeft er meer last van dan het andere. Zorg er voor dat je als ouder niet boos, maar er juist rustig op reageert. Bij een ontspannen aanpak zonder strijd leert je kindje op een fijne manier om zijn blaas en darmen te beheersen en om op zichzelf te vertrouwen.

Verder lezen: Wil je graag checken of je kindje wel / niet klaar is om zindelijk te worden? Klik dan hier om een korte test te doen.
Wil je graag starten met het stimuleren van de zindelijkheid van je kind of merk je dat het nog best moeilijk is om je kindje zindelijk te maken (of te houden)? Lees dan meer over mijn cursus ‘Tijd voor Zindelijkheid’.

 


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 


(4) De spraak- / taalontwikkeling van je peuter: 

peuter8Gemiddeld genomen zeggen kinderen rond hun eerste jaar hun eerste woordje. Meestal is dat ‘papa’ of ‘mama’. Ze leren daarna steeds meer woordjes. Je ziet dat ze op deze leeftijd ook nog regelmatig gebruik maken van non-verbale communicatie; door te wijzen of een bepaalde gezichtsuitdrukking weet je als ouder vaak al wat je kindje bedoelt.

TIP: Om de taal- / spraakontwikkeling van je kindje te stimuleren kun je bijvoorbeeld steeds benoemen wat je doet, benoemen wat je pakt of benoemen wat je aan je kindje geeft. Op die manier leert je kind steeds beter wat de klanken die hij van jou hoort betekenen en koppelt hij ze aan voorwerpen, kleuren, vormen ed. Daarna zal hij het ook steeds vaker zelf proberen te zeggen.

Verder lezen: Lees het artikel ‘5 tips om nóg beter met je baby, dreumes en peuter te communiceren‘ (gastbijdrage van Esther Sluijsmans).

 

(5) Motorische ontwikkeling van je peuter: Lekker bewegen.
Werk in opdrachtOok op dit gebied zet je kindje letterlijk en figuurlijk grote stappen. Hij begint met een paar losse stapjes en dat worden er langzaam maar zeker steeds meer. Hij leert ook te springen, te rennen, met een bal te gooien en te vangen, tegen een bal te schoppen of zijn evenwicht te bewaren. Als je kindje wat ouder is, leert hij ook te hinkelen, huppelen of koprollen. Je kunt hem op dit gebied doorgaans goed stimuleren en aanmoedigen. Kijk wat je kindje kan / wil doen en probeer hem er – indien nodig – bij te helpen of doe het hem vaker voor.

TIP: Geef je kindje de mogelijkheid om veel te bewegen en om lekker actief te spelen. Juist door te doen, leert je kindje op deze leeftijd enorm veel. Laat je kindje ook dagelijks buitenspelen (bij voorkeur 2 uur per dag). Dat kan in je eigen tuin of in een speeltuin bij jou in de buurt. Aangezien peuters nog geen gevaar zien, is het wel belangrijk om een oogje in het zeil te houden.

Verder lezen: Lees ook m’n artikel ‘Is het erg als kinderen niet buiten spelen? (Interview op L1 Radio)‘.

 

(6) Emotionele ontwikkeling van je peuter: Driftbuien. 
jongen_driftbui_achteroverJe kind leert steeds beter wat zijn emoties zijn. Hij gaat er ook – onbewust – steeds meer mee experimenteren. Hij zal meer momenten hebben van groot verdriet en heftig huilen; ook merk je nu dat je kind soms ineens heel bang kan zijn (denk aan bang voor honden, spoken, monsters, heksen etc.).
Ook boosheid kan op deze leeftijd in alle heftigheid voorbijkomen. Vooral tussen 15 maanden en 3 jaar hebben de meeste kinderen last van ongecontroleerde uitbarstingen, de zg. driftbuien. Wat je dan aan je peuter merkt of ziet, is dat hij plots ongeduldig wordt, geen teleurstelling kan verdragen of geen ‘nee’ van jou kan horen. Met andere woorden: je peuter zou het liefst zijn eigen gang gaan, maar dat kan op dat moment niet. Als reactie barst je kindje in woede (of tranen) uit en gaat flink tegen je te keer. Sommige peuters gaan dan schreeuwen, krijsen, slaan, schoppen of houden een tijdje hun adem in (‘breath holding spells’).

TIP: Op het moment van een driftbui heeft je kind jou nodig om zijn emoties onder controle te krijgen en om tot bedaren te komen. Daarom is het ontzettend belangrijk dat jij rustig blijft op het moment dat je kind een driftbui heeft. Houd hem dan in de gaten (evt. op een afstandje), zodat hij zichzelf niet (onbedoeld) pijn gaat doen.

Verder lezen: In m’n  artikel ‘M’n kind heeft vaker driftbuien. Wat nu?’ lees je meer praktische tips over hoe je met een driftbui omgaat.

 

(7) Eten: Bang voor nieuwe dingen
peuter3Jonge kinderen kunnen soms bang zijn / worden voor nieuwe dingen; dat noemen we ‘neofobie’. Ze willen dan ineens niet meer eten; ze weigeren dan bijvoorbeeld om iets te eten dat ze niet kennen. Als je daar als ouder te veel in meegaat of als je je kind niet op een positieve manier stimuleert, dan zie je vaak dat kinderen steeds meer eten gaan weigeren. De maaltijd mondt uit in een machtsstrijd tussen ouder en kind. De gezelligheid aan tafel is dan ver te zoeken.

TIP: Voorkom dat je je kind gaat dwingen om toch iets te eten. Dwingen werkt helaas averechts. Houd oog voor wat je kind wél goed doet aan tafel en benoem dat. Als je kind weet wat hij goed doet, dan is de kans groter dat hij dat opnieuw of vaker zal gaan doen.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips)’.

 


fb_cursus_help_mijn_kind_luistert_niet
Cursus ‘Help, mijn kind luistert niet!?’
Wil je graag weten hoe je ervoor zorgt dat je kind beter én sneller naar je luistert?
Op een positieve, liefdevolle en constructieve manier.

=> Dan is deze cursus precies wat je zoekt.
=> Vraag nu GRATIS Les 1 van deze cursus aan.

Lees hier wat je allemaal van deze cursus mag verwachten.


 


(8) Slapen: Dutjes & monsters

meisje_huilend_uit_bedSlapen is op alle leeftijden heel belangrijk, dus ook voor je peuter. Ook op dit gebied van slaap verandert er van alles voor je kind: je jonge peuter gaat van twee naar één dutje en je oudere peuter gaat van één naar geen middagslaapje. Kort na zo’n verandering zal je kindje eraan moeten wennen dat hij wat minder slaap krijgt. Dat betekent niet alleen dat je kindje sneller of vroeger moe is, maar ook dat je kindje minder kan verdragen of prikkelbaarder is. Een mogelijk gevolg is dat een drift- of huilbui sneller kan optreden.
Daarbij is het voor je peuter nog bijna onmogelijk om feit en fictie uit elkaar te halen. Het heeft nog zo’n levendige fantasie dat het echt gelooft dat er een krokodil onder zijn bed ligt of dat er monsters / heksen op zijn kamer zijn. Je kind kan daar echt heel erg bang van worden.

TIP: Het heeft geen zin om te zeggen dat je kind zich ‘niet moet aanstellen’ of dat monsters / heksen niet bestaan. Voor je kindje bestaan ze namelijk wel en zijn ze echt. Hij gelooft er echt in (‘magisch denken‘). Neem daarom de zorgen van je peuter serieus, ga echter niet mee in zijn angst en stel hem uiteraard gerust. Kijk bijvoorbeeld samen onder zijn bed, zodat hij zeker weet dat daar niks ligt of jaag alle monsters met speciale ‘Monsterspray’ zijn kamer uit.

Verder lezen: In m’n artikel ‘Het middagdutje: Wanneer kan mijn kind het dutje ’s middags overslaan? (Incl. checklist)‘ lees je of je peuter er klaar voor is om het middagdutje over te slaan en hoe je dat kunt aanpakken. In m’n artikel ‘Ga nou toch lekker slapen, liefje! – 5 tips om je kind te leren slapen‘ lees je hoe je er voor zorgt dat je kindje ’s avonds rustig in slaap valt.

 

(9) Cognitieve ontwikkeling van je peuter: 
voorlezen_moeder_kind_op_bedMet de cognitieve ontwikkeling van je peuter bedoel ik zijn leervermogen. Hij leert allerlei nieuwe vaardigheden: hij leert steeds beter te begrijpen wat er om hem heen gebeurt, hij kan zijn geheugen steeds beter gebruiken en leert om kleine problemen aan te pakken en op te lossen. Ook kan hij steeds langer ergens zijn aandacht bij houden en zich langer op een taakje concentreren.

TIP: Om de cognitieve ontwikkeling van je peuter te stimuleren is het goed om dagelijks met je kindje te lezen. In de bibliotheek vind je allerlei (prenten)boeken, die uitermate geschikt zijn voor jonge kinderen. De thema’s in deze boeken sluiten vaak heel mooi aan op de belevingswereld van je kindje. Daarbij is samen lezen een mooie, gezellige één-op-één-activiteit, die kinderen doorgaans heel fijn vinden om samen met papa of mama te doen. Samen lezen vergroot ook nog eens zijn aandachtspanne en concentratievermogen en stimuleert zijn taal- / spraakontwikkeling. Dus door regelmatig voor te lezen, sla je heel makkelijk een aantal vliegen in één klap.

Verder lezen: Lees ook m’n artikel ‘Nog een keer lezen, nog een keer’- 5 eenvoudige tips om samen (voor)lezen met je kind nóg leuker te maken‘.

 

(10) Grote zus of broer worden: 
ouderschap_zwangere_buik_oudste_dochter2Veel kinderen worden op deze leeftijd ineens grote broer of grote zus. Dat is voor henzelf een grote omslag. Ineens moeten ze de aandacht, die ze altijd van papa en mama kregen, delen met een ander kindje. Het ene kindje gaat makkelijker met deze verandering om dan het andere.

TIP: Bereid je peuter goed voor op de komst van zijn broertje of zusje. Laat hem waar mogelijk helpen met de veranderingen in huis. Als hij bijvoorbeeld in een andere kamer gaat slapen, kan hij zelf zijn knuffels naar de nieuwe kamer verhuizen. Als hij in een ander (groter) bed gaat slapen, dan kan hij zelf een mooi dekbedovertrek uitzoeken. Laat je peuter ook helpen met de inrichting van de babykamer. Als de baby er eenmaal is, kun je je kindje een cadeautje geven ‘namens de baby’.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘Hoera, er komt een kindje bij! – 5 tips over hoe je je oudste voorbereidt op een broertje of zusje.‘.

 

Wat kun je nog meer doen als ouder om de frustraties, boosheid en heftige emoties van je peuter het hoofd te bieden? 

[A] Bewaar je rust, ook in uitdagende opvoedsituaties. 
moeder_meisje_lachend_bosProbeer zo veel als mogelijk rustig op je kindje te reageren, ook tijdens een pittige of heftige opvoedsituatie. Je kindje mag best aan jou merken dat een grens is bereikt en dat je niet altijd zo maar meegaat in wat je kindje wil. Het is belangrijk om hem dat op een rustige manier duidelijk te maken.

[B] Geef je kind duidelijkheid: ‘zeg wat je doet, doe wat je zegt’. 
Als je in allerlei situaties op dezelfde manier op je kindje reageert, dan weet hij steeds beter wat hij van jou kan verwachten en wat de bedoeling is. Dat vinden kinderen fijn; dat geeft hen rust en vertrouwen. Houd je vast aan de uitdrukking ‘zeg wat je doet, doe wat je zegt’: leg uit wat je gaat doen of wat je van je kindje verwacht en zorg er – op een fijne, liefdevolle manier voor – dat dat ook gebeurt.

[C] Geef je kind voldoende positieve aandacht. 
Speel met je kind, zodat je je kind voldoende positieve aandacht kunt geven. Alle kinderen hebben dat nodig. Probeer dan aan te sluiten bij wat je kind op dat moment aan het doen is. Uiteraard is dat ook een mooie gelegenheid om je kind iets nieuws te leren. Als je kind met de duplo aan het spelen is, kun je samen een ‘superhoge’ toren; zo hoog mogelijk (totdat hij omvalt). Of je probeert samen een puzzel te maken; eerst eentje die past bij zijn leeftijd en dan – afhankelijk van hoe het je kindje afgaat – maak je de puzzel wat makkelijker of juist wat moeilijker. Zo kun je je peuter stimuleren, op een manier en op het niveau dat goed bij hem past.
Ook als iets bij het spelen niet meteen lukt of als het je kindje niet zo leuk lijkt te vinden, hoeft dat niet te betekenen dat hij dat nooit meer gaat doen. Juist door het toch nog eens klaar te leggen, door het vaker te doen of door het regelmatig samen te oefenen, gaat het hem steeds beter af én is de kans groot dat hij het steeds leuker gaat vinden.

[D] Accepteer dat het de ene dag beter gaat dan de andere. De peuterpuberteit kan voor ouders best een heftige periode zijn. Onderschat het niet. Maar wees ook realistisch: er zijn niet alleen dagen waarop het niet lekker loopt, er zitten ook hele fijne dagen tussen. En bedenk: liep het vandaag niet zo lekker? Begin dan morgen weer met frisse moed en een schone lei.

[E] Vergeet niet dat je kindje nog altijd heel lief kan zijn en op momenten heel fijn is in de omgang. Ook als hij nu regelmatig een driftbui heeft of veel huilt, zijn er nog altijd momenten waarop je veel plezier aan hem beleeft en hij jou veel liefde geeft. Geniet van deze momenten. Laat die fijne momenten niet overschaduwen door de lastige(re) opvoedmomenten.

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

Referenties van gebruikte literatuur voor dit artikel: 
– Voorkom myopie bij jouw kind, met het gratis myopie-pakket. [ Klik hier. ]
– Woolfson, R. (2001). De pientere peuter. Uitgeverij Cantecleer: Baarn.

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips).
– ‘10 basistips om je baby, kind of tiener lekker te laten slapen.
– ‘Het middagdutje: Wanneer kan mijn kind het dutje ’s middags overslaan? (Incl. checklist)
– ‘Boos zijn kun je leren! | 6 stappen om je kind te leren zijn boosheid te beheersen.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

logo_akse_coaching_groot_nieuwGa (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Boos zijn kun je leren! | 6 stappen om je kind te leren zijn boosheid te beheersen.

moeder_boos_op_dochterBoosheid is een emotie die erbij hoort, zowel voor kinderen als voor volwassenen. Wat kinderen echter moeten leren, is dat je niet zomaar alles kunt zeggen of doen als je boos bent. Ze moeten nog leren hoe ze hun boosheid in goede banen kunnen leiden. Wij als volwassenen spelen daarbij een belangrijke rol. In dit artikel deel ik 6 stappen waarmee je je kind kunt leren z’n boosheid te beheersen om zo woedeaanvallen te voorkomen! 

 

Stap 1: Bespreek met je kind het verschil tussen ‘boos zijn’ en ‘boos doen’.
Het is belangrijk dat je kind weet dat er een verschil bestaat tussen emotie en gedrag. Oftewel het verschil tussen ‘boos zijn’ en ‘boos doen’. Leg op een manier, die bij de leeftijd en leefwereld van je kind past, uit dat je niet zomaar alles kunt zeggen of doen als je boos bent, zoals schelden, schoppen, slaan of met speelgoed of de deuren gooien. Bespreek ook samen wat de gevolgen voor je kind kunnen zijn als het z’n boosheid wel afreageert op een ‘onwenselijke’ manier. Het is belangrijk dat je kind zich realiseert dat het weliswaar het gevoel kan hebben dat het gelijk heeft of in z’n recht staat, maar dat zijn manier van reageren er toch toe kan leiden dat het een standje of straf krijgt of dat er ruzie ontstaat. Laat je kind inzien dat het veel meer oplevert als het lukt om ondanks de boosheid toch rustig te reageren.

 

Stap 2: Maak je kind bewust dat het een keuze heeft
vader_troost_dochterHet is ook belangrijk dat je kind leert inzien dat het zelf kan kiezen hoe het naar een situatie kijkt en hoe het met zijn boosheid omgaat. Dit kun je doen door je kind eens te laten nadenken over een situatie, waarin het nog niet zo lang geleden boos werd. Schrijf op wat het toen allemaal deed, voelde en dacht. Vraag je kind hoe het op een andere, meer positieve manier tegen die situatie aan zou kunnen kijken. Je kind kan bijvoorbeeld opnieuw nadenken over de opmerking die over hem gemaakt werd, waar het zo boos over werd (bijv. het was als grapje bedoeld) of de duw die hij kreeg (bijv. de ander struikelde en viel per ongeluk tegen hem aan).

Probeer vervolgens samen met je kind te bedenken hoe het anders had kunnen reageren. Voor jonge kinderen is dat nog best lastig; dat kun je hem best uitleggen en voorzeggen. Een ouder kind kun je vragen om zich eens te verplaatsen in de ander en vanuit dat standpunt te beredeneren waarom de ander zo reageerde en wat er nodig zou zijn geweest om de situatie niet te laten escaleren. Het doel van dit soort gesprekken is om je kind meer inzicht te laten krijgen in dit soort situaties, zodat het er steeds bewuster mee om kan gaan.

 


joyce_grijs_aanjou_1
Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?

Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 


Stap 3: Maak afspraken over wat je kind wel en niet mag doen als het boos is.

Meestal weten kinderen vrij snel wat ze eigenlijk niet mogen doen als ze boos zijn. Denk aan uitschelden of kwetsen, pijn doen en spullen kapot maken. Wat we als volwassenen nogal eens vergeten, is hen ook te leren wat ze wél kunnen doen als ze boos zijn. Als je kind weet hoe het een lastige situatie kan aanpakken, dan geeft dat een gevoel van ‘controle’. Het weet dan beter wat het kan doen en welke stappen het kan zetten.

Hieronder een opsomming van dingen die je kind wel kan doen als het boos is:
jongen_hand_omhoog_stop– Zeggen ‘stop, hou op, ik vind het niet meer leuk’ (voor jongere kinderen).
– In je hoofd tot tien tellen.
– Aan een persoon denken die – in de ogen van je kind – altijd rustig reageert in lastige situaties.
– Op tijd aangeven dat je iets niet leuk of fijn vindt (bijv. omdat iemand een nare opmerking maakt). Als de ander dan toch doorgaat, dan kun je nogmaals aangeven dat je wil dat hij ermee stopt. Als de ander dan nog steeds doorgaat, haal je er een volwassene bij (bijv. de ouder of leerkracht).
– Aangeven dat je even weggaat om rustig te worden en er later op terug wilt komen. Je kind neemt even een time out om te voorkomen dat hij op dat moment dingen gaat zeggen of doen waar hij later spijt van heeft. Het is belangrijk dat je kind zich ook aan die afspraak houdt en na een tijdje terugkomt om het uit te praten.

Let op: er wordt vaak geadviseerd om een kind tegen een boksbal te laten slaan of in een kussen te laten schreeuwen als hij boos is. Dat is m.i. echter juist niet de bedoeling. Je wilt namelijk dat je kind zijn agressie op dat moment niet gaat uiten, maar dat hij zijn boosheid op tijd opmerkt en die op een rustige, positieve manier kanaliseert.

Lees ook: Waarom worden kinderen en tieners toch zo boos?

 

Stap 4: Kom er regelmatig even op terug
moeder_dochter_gesprek_aan_tafelAls je weet dat je kind het moeilijk vindt om zijn boosheid in goede banen te leiden, dan is het belangrijk om er regelmatig kort op terug te komen. Vraag je kind tussen neus en lippen door: ‘Ben je vandaag nog boos geweest?’. Als dit zo is, kun je je kind vragen uit te leggen wat er gebeurde, wat je kind wilde doen, hoe het heeft gereageerd en hoe het afliep.

Als je merkt dat je kind toch nog boos gereageerd heeft (wat zeker in het begin nog zal gebeuren), bespreek dan wat het anders had kunnen doen. Probeer dit zo te doen dat je kind het zelf zegt, zodat je als ouder een indruk krijgt van wat je kind weet. Het is goed om het op een rustige, ontspannen manier met je kind te bespreken. Kinderen hebben deze terugkoppeling echt nog nodig. Door de herhaling beklijft het beter en kunnen ze het ook steeds beter toepassen.

Als je hoort dat je kind – ondanks zijn boosheid – inderdaad rustig is gebleven en heeft toegepast wat jullie hebben afgesproken, geef je een welgemeend compliment en laat je je kind weten dat je vindt dat het goed bezig is. Vraag je kind wat het opleverde om zo te reageren of te handelen en of het misschien nog iets anders had willen of kunnen doen. Ook als je kind steeds beter met zijn boosheid omgaat, is het goed om er nog regelmatig even op terug te komen.

 

Stap 5: Reageer adequaat als je kind boos wordt…
Op het moment dat je kind boos is, is het belangrijk om hier goed als ouder op te reageren.

Dat doe je door de volgende stappen te doorlopen:
moeder_zit_met_boze_jongen1. Verplaats je in het probleem of de lastige situatie van je kind. Luister goed en aandachtig naar wat je kind zegt en veroordeel je kind niet.
2. Reageer met ‘ik-boodschappen’ en vraag dan of je constatering klopt. Je benoemt expliciet de boosheid van je kind. Je kind zal dan aangeven dat het inderdaad boos is (of juist niet) en vaak komt dan ook de reden van de boosheid naar boven. Bijv.: ‘Ik zie dat je boos wordt als ik dat zeg. Klopt dat?’
3. Geef aan dat je je goed kunt voorstellen (vanuit het perspectief van je kind) dat je kind om die reden boos werd.
4. Benoem dan wat je kind goed gedaan heeft in die situatie (bijv. ‘Wat goed dat je naar me toe bent gekomen, zodat ik je kan helpen’ of ‘Wat goed dat je me dit zo rustig uitlegt, terwijl ik zie dat je nog boos bent’). Ook als je kind toch dingen gedaan heeft die niet goed waren, moet het horen wat het wel goed gedaan heeft, ook al is het maar iets kleins.

Wat je kunt doen als je kind uit boosheid iets gedaan heeft wat niet past bij wat jullie hebben afgesproken, lees je hieronder. 

 


Goed om te weten
Vaak zie je dat je kind – nadat het boos was – verdrietig wordt en gaat huilen. Ook dat is normaal en niet erg. Je kunt je kind dan gewoon troosten. Je kind mag weten dat jij er voor hem bent.


 


Stap 6: Als je kind jullie afspraken niet nakomt…

Uiteraard mogen er consequenties volgen als je kind zich niet aan jullie afspraken heeft gehouden over wat wel en niet acceptabel gedrag is bij boosheid. Leg je kind goed uit dat er geen consequentie volgt vanwege het feit dat het zich boos voelde, maar vanwege de dingen die je kind niet meer mocht doen in z’n boosheid, zoals uitschelden, pijn doen of spullen kapot maken.

* Consequentie voor jonge kinderen
jongen_zit_op_stoelAls je kind zich niet aan de afspraken houdt en in zijn boosheid toch ontoelaatbaar gedrag vertoont, dan mag er een consequentie volgen. Denk dan aan een consequentie als even stil zitten op een stoeltje of in de hoek staan.

Goed om te weten
Deze consequenties kun je alleen toepassen als je dit volgens een aantal duidelijke regels doet. Dat houdt o.a. in dat de consequentie van korte duur is, dat je vooraf én achteraf duidelijk aangeeft waarom je kind die consequentie krijgt, dat je het na de consequentie weer goedmaakt met elkaar en dat je je kind zelf laat bedenken wat het in het vervolg anders kan doen. 

* Consequentie voor tieners
meisje_tiener_ligt_op_bed_slaapkamerBij tieners kun je op het moment van (dreigende) heftige boosheid een time out instellen. Op die manier neem je even letterlijk afstand van elkaar om allebei rustig te worden. Als je daarna weer met elkaar gaat praten, dan is het goed om de stappen te doorlopen zoals beschreven bij tip 5. Spreek af hoe jullie in het vervolg met deze situatie omgaan en op elkaar willen reageren. Eventueel herhaal je de gemaakte afspraken, voeg je nieuwe afspraken toe en bespreek je de consequentie(s). Je tiener kan daar natuurlijk in meedenken. Bij tieners houd je als ouder of leerkracht wel de regie, maar je manier van communiceren wordt steeds meer gelijkwaardig.

 


joyce_rosegrijs_staand_c

Wil je graag een thema-avond over opvoeden bijwonen?
Kijk dan in Joyce’ online Agenda voor een workshop, lezing of OpvoedParty bij jouw in de buurt.

Wil je Joyce graag uitnodigen om een thema-avond over opvoeden te geven?
Kijk dan hier voor mogelijke thema’s en/of neem contact met haar op.


 


Ten slotte…

De crux van deze aanpak zit hem erin dat je bovenstaande stappen consequent blijft toepassen. Hoe langer je met deze totale aanpak aan de slag gaat, hoe duidelijker het voor je kind wordt, hoe beter je kind zijn boosheid leert hanteren. Dat zorgt er overigens ook voor dat stap 6 steeds minder nodig is en uiteindelijk overbodig wordt.

Last but not least: Kijk eens wat vaker in de spiegel…
Kinderen van alle leeftijden leren veel van wat ze van anderen zien, dus ook hoe anderen omgaan met lastige situaties. Zo zullen ze ook van jou als ouder of leerkracht leren (en overnemen) hoe jíj reageert als je boos bent. Dat betekent dat jij je aan precies dezelfde afspraken zult moeten houden als die je voor je kind hebt gemaakt. Ook jij gaat dus niet iemand uitschelden, kwetsen, pijn doen of met voorwerpen gooien als je boos bent. Kortom, laat je kind zien hoe het op een goede manier boos kan zijn door het zelf ook zo aan te pakken. Wees op díe manier boos, zoals je graag ziet dat je kind het ook zou doen.

Lees ook het artikel: ‘Waarom worden kinderen en tieners toch zo boos?‘.


Dit artikel heb ik geschreven in opdracht van het CJG043.

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Joyce gebruikte voor dit artikel de volgende bronnen:
Psychogoed.nl
– Ouders.nl
– JMouders.nl

 

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘4 manieren om je kind te helpen met lastige emoties (+ 3 BONUSTIPS)’. Klik hier.
– ‘Waarom huil je nu alweer?’ (over: Hoe je ervoor zorgt dat je kind minder huilt.). Klik hier.
– ‘Voorkom ongewenst gedrag: Geef je kind positieve aandacht.’ Klik hier.
– ‘De time out: Hoe werkt die eigenlijk?’ (over: De time out in 5 stappen). Klik hier.
– ‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

logo_akse_coaching_klein_nieuw

 

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl. 

Waarom worden kinderen en tieners toch zo boos?

meisje_zit_boos_op_grond_orenIedereen wordt wel eens boos; niet alleen volwassenen, ook kinderen. Dat wordt vaak goed duidelijk vanaf het moment dat de peuterpuberteit haar intrede doet. Ook oudere kinderen en pubers kunnen behoorlijk boos worden met heftige discussies tot gevolg. Boosheid komt dus voor op iedere leeftijd. Er zijn uiteenlopende redenen waardoor je kind boos kan worden.

⇒ Maar wat is boosheid eigenlijk en in hoeverre hoort het bij de normale ontwikkeling van kinderen? Dat lees je in dit artikel.

Waarom kinderen boos worden
Er kunnen tal van redenen zijn waarom je kind zich boos voelt. Soms volledig invoelbaar voor ons als volwassenen en soms wat minder. Ik noem er een aantal, waarschijnlijk herken je er wel een paar.

Je kind kan boos worden omdat…
– het iets doet wat het nog niet helemaal kan of wat nog niet goed lukt. Je kind kan nog te jong zijn om de handeling uit te voeren of het heeft gewoon nog wat meer oefening nodig. Je kind wordt boos uit frustratie;
– er grenzen opgelegd worden, waar je kind het niet mee eens is;
– iemand iets over hem/haar gezegd heeft, waardoor hij zich gekwetst, beledigd, afgewezen of gekleineerd voelt;
– het zich niet serieus genomen voelt;
– het nare gedachten over zichzelf heeft;
– iemand hem pijn doet;
– iemand plotseling iets van hem afpakt;
– hem iets beloofd is, maar wat door omstandigheden niet doorgaat. Je kind voelt zich teleurgesteld of verontwaardigd. (etc.)

Als je kind boos wordt, dan is de kans groot dat jij dat als ouder of leerkracht als één van de eersten merkt. Je kind reageert het bijvoorbeeld op jou af door te schreeuwen, schelden, slaan of door met iets te gooien. Dat kunnen behoorlijk heftige situaties zijn. Gelukkig zijn er een 6-tal stappen, die je als ouder of leerkracht kunt zetten om zulke heftige reacties te voorkómen en om je kind te leren om met zijn boosheid om te gaan.


joyce_grijs_aanjou_1
Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?

Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


Wat is boosheid eigenlijk? 
jongen_kijkt_boosBoosheid is één van onze 4 basisemoties, net als vreugde, verdriet en angst. Iedereen kent deze emoties wel en ervaart ze dagelijks (in meer of mindere mate). Boosheid is een ‘oerinstinct’, dat ervoor zorgt dat je tijdig voor jezelf opkomt als er gevaar dreigt of als je onrecht wordt aangedaan. Je lichaam wordt dan klaargemaakt om te ‘vechten’ of te ‘vluchten’. Vroeger was deze reactie nodig om te overleven. Als er gevaar dreigde, had je alle energie nodig om te vluchten. In feite reageert ons lichaam (dus ook dat van je kind) bij stress nu nog steeds alsof het moet ‘vechten of vluchten’. Er komt dan energie vrij om snel te reageren.

Wat gebeurt er in het lichaam van je kind als het boos is?
Als je kind boos is, gebeurt er dus van alles in zijn lichaam. Er worden bepaalde stofjes in de hersenen aangemaakt, waardoor de bloeddruk oploopt en het hart sneller gaat kloppen. Door de verhoogde bloeddruk wordt het gezicht rood en spannen de spieren. Als je kind boos is, zie je bijvoorbeeld dat het zijn wenkbrauwen fronst, zijn kaken op elkaar zet of zijn vuisten balt. Dit heeft allemaal te maken met dat ‘oerinstinct’ waarmee je lichaam klaargemaakt wordt om te vechten of te vluchten.

Boosheid is normaal
Het is dus heel normaal dat je kind af en toe boos wordt en dat dit heftige reacties bij je kind teweeg brengt. Wat goed is om je als ouder te realiseren, is dat er op zich niets mis is met deze emotie. Kinderen mogen best boos zijn. Wat echter belangrijk is, is dat je kind leert dat het in z’n boosheid niet alles kan doen. Je kunt namelijk niet zomaar alle gedrag vertonen dat tijdens je boosheid in je opkomt. Je kind zal dus moeten leren hoe het op een goede manier kan omgaan met deze emotie en hoe het de bijbehorende lichamelijke reacties en impulsen kan beheersen.


joyce_rosegrijs_staand_c

Wil je graag een thema-avond over opvoeden bijwonen?
Kijk dan in Joyce’ online Agenda voor een workshop, lezing of OpvoedParty bij jouw in de buurt.

Wil je Joyce graag uitnodigen om een thema-avond over opvoeden te geven?
Kijk dan hier voor mogelijke thema’s en/of neem contact met haar op.


 


Leren omgaan met boosheid

meisje_boos_stoom_uit_orenHet leren omgaan met boosheid is een proces dat hoort bij de normale ontwikkeling van kinderen. Die ontwikkeling wordt ongeveer ingezet vanaf de peuterleeftijd en gaat nog door tot in de jong volwassenheid (+/- 24 jaar). Denk ook maar aan executieve functies, als impulsbeheersing/-controle en zelf-/emotieregulatie, die zich nog tot rond het 24e levensjaar blijven ontwikkelen. Hoe beter een kind zijn impulsen kan beheersen, hoe minder hij zijn boosheid zal afreageren op anderen door hen pijn te doen of door te schelden.

Bij kleuters zie je bijvoorbeeld al dat ze dankzij hun steeds beter wordende taal-/spraakvaardigheid beter kunnen vertellen welke emoties ze ervaren. Dat stelt hen ook steeds weer een beetje beter in staat om hun emoties – en het gedrag dat daaruit voortvloeit – te reguleren. Je ziet op deze leeftijd ook dat ze langzaam maar zeker minder ‘primair’ op lastige situaties gaan reageren.

Tijdens de kindertijd zet die ontwikkeling zich door en zie je dat kinderen hun emoties steeds beter leren beheersen. Oudere kinderen kunnen bijvoorbeeld wel al beter rustig worden in een emotioneel geladen situatie en ze gaan conflicten steeds beter oplossen zonder dat er fysiek geweld aan te pas komt. Toch gaat dat ook bij de oudere kinderen nog niet vanzelf. Ouders, leerkrachten en andere volwassenen in de omgeving van het kind blijven er een belangrijke rol bij spelen. Zij leren het kind om het gedrag dat uit de emotie ‘boosheid’ kan voortvloeien in goede banen te leiden en wat wel en niet acceptabel is om tijdens boosheid te zeggen of te doen. De begeleiding van volwassenen bij de boosheid van kinderen blijft dus onmisbaar.

Lees ook het artikel: ‘Boos zijn kun je leren! | 6 stappen om je kind te leren zijn boosheid te beheersen’. Beide artikelen schreef ik in opdracht van het CJG043.

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!


tip_gezinWil jij ook de nieuwe OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_c

Heb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

Joyce gebruikte o.a. onderstaande referenties voor dit artikel:
– Psychogoed.nl
– Ouders.nl
– Jmouders.nl
https://www.jellejolles.nl/over-zelfregulatie-een-wiki/
https://www.jellejolles.nl/over-impulscontrole-een-wiki/

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘4 manieren om je kind te helpen met lastige emoties (+ 3 BONUSTIPS)’. Klik hier.
– ‘Waarom huil je nu alweer?’ (over: Hoe je ervoor zorgt dat je kind minder huilt.). Klik hier.
– ‘Voorkom ongewenst gedrag: Geef je kind positieve aandacht.’ Klik hier.
– ‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl. 

‘Mijn kind heeft vaker driftbuien! Wat nu?’ | Minder driftbuien in slechts 5 stappen.

‘Je vraagt je kind wat hij wil drinken. Hij geeft aan dat hij graag sap wil drinken en je geeft hem dat in zijn blauwe beker; de beker waar hij gisteren zo graag uit dronk. Maar zodra je kind de beker ziet, wordt hij ineens heel boos en schreeuwt het uit: ‘nee, nee, nee!’. Hij laat zich op de grond vallen en bonkt met zijn hoofd op de grond, ondertussen heel hard huilend. Je snapt niet wat er aan de hand is. Je geeft hem toch wat hij gevraagd heeft…? Wanneer je kind na een tijdje uitgeraasd is, zegt hij ineens, nog zachtjes nasnikkend: ‘roene beke’. Hij wilde sap drinken uit zijn groene beker…’

jongen_driftbui_achteroverHierboven las je een voorbeeld van een kind dat – zo maar uit het niets – een driftbui krijgt. Alle kinderen tussen 1 en 4 jaar hebben wel eens een driftbui. Dat komt bij veel jonge kinderen voor en is dus eigenlijk heel normaal. Deze periode wordt ook wel de ‘peuterpuberteit’ genoemd. Als jouw kind het wel eens heeft, hoe je je er dus ook niet meteen zorgen om te maken. Natuurlijk verschilt per kind wel hoe heftig de driftbui is, wat hij tijdens een driftbui precies doet en hoe lang een driftbui duurt.
Na deze leeftijd komen driftbuien trouwens ook nog wel eens voor, maar dan minder vaak of minder heftig.

Toch zijn er ook veel overeenkomsten in de driftbuien. Kijk maar eens naar de redenen waarom kinderen een driftbui kunnen krijgen:
– Je kind wil iets zelf kunnen beslissen (bijv. ik wil niet de blauwe maar de groene beker).
– Je kind wil dat er iets gebeurt (bijv. tv kijken), maar dat kan op dat moment niet (want hij gaat naar bed).
– Je kind wil iets krijgen / hebben (bijv. een snoepje of een koekje), maar dat kan op dat moment niet (want jullie gaan zo eten).
– Je kind wil iets ZELF doen (bijv. schoenen dichtmaken), maar dat lukt nog niet.

Dit zijn allemaal situaties, waarin je kind te maken krijgt met een gevoel van frustratie, boosheid, teleurstelling en/of onmacht. Het is voor jonge kinderen nog heel lastig om met deze situaties om te gaan.

Een aantal redenen, waarom jonge kinderen (1-3 jaar) dat zo lastig vinden, zijn o.a.: 
– Jonge kinderen beginnen nu de eerste stappen te zetten richting zelfstandig worden en onafhankelijk zijn. Natuurlijk kan dat nog lang niet helemaal, maar op deze leeftijd proberen ze wel uit wat ze zelf kunnen doen en wat niet.
– Je kind bekijkt de situaties, waarmee hij te maken krijgt, nog helemaal vanuit zijn eigen standpunt. Hij is nog ‘egocentrisch’ ingesteld en begrijpt niet dat jij het anders kunt zien of er anders over kunt denken.
– Jonge kinderen vinden het lastig om te wachten of om iets uit te stellen. Ze willen het nu.

⇒ Allemaal aspecten, die horen bij deze leeftijd en ontwikkelingsfase, maar die het voor je kind (en jou) soms behoorlijk lastig maken.

Een driftbui kan behoorlijk heftig zijn, niet alleen voor je kind maar ook voor jou. Je kind gaat bijvoorbeeld…
meisje_huilend_uit_bed– Schreeuwen, krijsen of huilen
– Jou pijn doen (bijv. slaan, schoppen, bijten, krabben)
– Met speelgoed of voorwerpen gooien.
– Zichzelf pijn doen (bijv. krabben, haren uittrekken, hoofdbonken)
– Adem inhouden (zg. ‘breath holding spells’) tot flauwvallen aan toe.

En hoewel nagenoeg alle kinderen een periode hebben, waarin ze vaker een driftbui krijgen, heeft je kind jou nodig om de heftige emoties in die situaties te leren beheersen.

⇒ Hieronder lees je wat jij kunt doen als je kind een driftbui heeft en met 5 welke stappen je dan het beste kunt beginnen. Onderaan het artikel geef ik je ook nog eens 3 bonustips.

Wat kun jij doen als je kind een driftbui heeft?

(1) Probeer zelf rustig te blijven. 
jongen_ligt_op_grond_huilend_vrouwHet is belangrijk om niet in de heftige emotie van je kind mee te gaan. Als je boos wordt of zelf gefrustreerd raakt, is de kans groot dat die emotie overslaat op je kind en de situatie alleen maar heftiger wordt. Als jij rustig blijft, is de kans groot dat je kind ook eerder rustig wordt. Realiseer je dat jouw emotie ‘aanstekelijk’ werkt en door je kind overgenomen kan worden; dat geldt zowel voor de positieve als de negatieve emoties.

Verder is het voor jou makkelijker – als je rustig bent – om te kijken of je je kind kunt afleiden. Afleiden lukt het beste op het moment dat je kind nog geen driftbui heeft. Je kent je kind natuurlijk als geen ander en kunt daardoor goed inschatten wanneer hij een driftbui zou kunnen krijgen. Probeer je kind dan af te leiden of op andere gedachten te brengen. Voorkom echter dat je je kind zijn zin gaat geven om te voorkomen dat hij een driftbui krijgt; dat werkt namelijk averechts en zorgt juist voor meer driftbuien (daarover hieronder meer).

(2) Blijf bij je kind in de buurt en laat je kind uitrazen.
jongen_ligt_op_de_grond_huilendHierboven las je al dat sommige kinderen zich pijn kunnen gaan doen tijdens een driftbui. Dat wil je natuurlijk graag voorkomen. Daarom is het belangrijk dat je in de buurt van je kind blijft tijdens een driftbui, zodat je kunt voorkomen dat hij ergens tegen aan valt of zich op een andere manier bezeert.

Voor sommige kinderen kan het tijdens een driftbui helpen als je vraagt ‘wil je een knuffel?’ of ‘zal ik je een knuffel geven?’. Als je kind dan ‘ja’ zegt, dan kun je hem een knuffel geven. Als je kind ‘nee’ zegt, zeg dan: ‘Kom dan een knuffel bij me halen als je er klaar voor bent.’ Je kind weet dan dat hij bij je terecht kan op het moment dat hij er zelf aan toe is. Je kunt dan bij hem weggaan en de kans is groot dat je kind dan binnen niet al te lange tijd zijn knuffel bij je komt halen.

Houd wel goed in de gaten dat je tijdens een driftbui niet te lang door blijft gaan met vragen stellen of dat je te veel aandacht aan je kind blijft schenken. Dat werkt doorgaans averechts, waardoor de driftbui juist langer kan duren…

Je merkt al dat het omgaan met driftbuien behoorlijk maatwerk is. Het is belangrijk om de juiste balans te vinden in hoe je op je kind reageert.


joyce_grijs_aanjou_1
Maak je je zorgen over de driftbuien van je kind? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?

Neem dan contact met me op.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


(3) Accepteer dat je nu geen contact kunt maken met je kind.  
meisje_huilend_moeder_handeninhaarSommige kinderen laten zich tijdens een driftbui vrij goed kalmeren als je rustig tegen ze praat. Jouw rust kalmeert hen dan (zoals bij punt 2).

Bij andere kinderen werkt dit echter niet of onvoldoende. Zij blijven dan in de driftbui hangen. Het enige dat je dan kunt doen, is accepteren dat je op dat moment geen contact krijgt met je kind. Ga dan niet door met praten en blijf vooral niet aandringen op knuffelen etc. Neem wat afstand en laat je kind uitrazen.

Uiteraard blijf je ook nu nog steeds in de buurt om in de gaten te houden dat je kind zich niet bezeert (zie punt 2).

(4) Maak het weer goed met elkaar. 
vader_dochter_knuffelDe driftbui is na een tijdje gelukkig ten einde. Je kind is nu wat rustiger en snikt nog wat na.

Realiseer je dat je kind net in een heftige situatie zat en waarschijnlijk niet precies weet wat er met hem gebeurde. Sommige kinderen worden zelf ook overvallen door de driftbui, alle emoties en de heftigheid ervan. Ze moeten nog leren hoe ze de situatie anders aan kunnen pakken of hoe ze kunnen voorkomen dat er een driftbui ontstaat.

Vaak eindigt een driftbui in huilen. Je kind is dan oprecht verdrietig. En hoewel jij dan misschien nog boos op je kind bent of gefrustreerd door de situatie, is het prima om je kind dan te troosten (dus ook als dat voor jou op dat moment tegenstrijdig voelt).

(5) Praat kort na over wat er gebeurd is. 
moeder_praat_dochterAls de driftbui ten einde is en je je kind getroost hebt, dan laat je je kind even iets anders doen. Gewoon even lekker spelen. Zodra jullie – na een tijdje – allebei gekalmeerd zijn, is het goed om kort met elkaar te bespreken wat er gebeurde. Neem je kind gezellig bij je op schoot en vraag nog eens aan je kind waarom hij zo boos, gefrustreerd of verdrietig werd, hoe hij het de volgende keer anders kan aanpakken en hoe jij hem daarbij kunt helpen.

Uiteraard is je kind nog jong en de kans is groot dat hij het zelf niet goed weet en/of het je niet goed kan vertellen. Help je kind dan en probeer het voor hem te ‘ondertitelen’. Dat heeft je kind nodig om de situatie beter te leren begrijpen. Uiteraard is het voor deze jonge kinderen nodig om dit iedere keer dat het voorkomt kort te herhalen.

Hieronder lees je ook nog 3 mooie BONUStips. Lees dus gauw verder.


joyce_rosegrijs_staand_c

Wil je graag een thema-avond over opvoeden bijwonen?
Kijk dan in Joyce’ online Agenda voor een workshop, lezing of OpvoedParty bij jouw in de buurt.

Wil je Joyce graag uitnodigen om een thema-avond over opvoeden te geven?
Kijk dan hier voor mogelijke thema’s en/of neem contact met haar op.


Maar dat was nog niet alles! Hier volgen nog 3 handige BONUStips:

(1) Geef je kind niet zijn zin.
jongen_huilt_moeder_tilt_hem_opJe kind heeft behoefte aan duidelijke afspraken en aan het naleven van die afspraken. Het maakt dan eigenlijk niet zo veel uit of je vóór de driftbui ‘ja’ of ‘nee’ hebt gezegd, als je antwoord ná de driftbui maar hetzelfde is als ervoor. Als je je antwoord na de driftbui namelijk verandert, dan leert je kind (onbewust) dat het door een driftbui zijn zin krijgt. Dat zorgt er weer voor dat zijn driftbuien vaker zullen voorkomen en dat wil je natuurlijk niet. Houd je dus aan de afspraken, die je (vooraf aan de driftbui) met je kind gemaakt hebt.

(2) Wees voorspelbaar voor je kind.
vader_praat_met_zoon.jpgAls je kind weet wat er gaat gebeuren, als hij weet wat je van hem verwacht en als je duidelijk genoeg bent, dan kan je kind voorspellen wat er gaat gebeuren. Daar houden kinderen van. Daardoor krijgen ze meer grip op de wereld en op wat er om hen heen gebeurt. Die grip en duidelijkheid zorgen voor een fijn en veilig gevoel.

Dat betekent ook dat het fijn is als je veel aan je kind uitlegt, bijv. wat jullie die dag gaan doen. Zo weet je kind bijv. dat hij even kan gaan spelen, maar dat jullie daarna ergens naar toe gaan.

(3) Geef je kind veel positieve aandacht. 
moeder_helpt_zoonAlle kinderen hebben behoefte aan positieve aandacht van hun ouders. Dat kun je o.a. doen door elke dag een paar keer kort met je kind te spelen. Sluit dan aan bij wat je kind aan het doen is.

In periodes waarin je kind vaker driftbuien heeft, kan het voor jou misschien moeilijker zijn om positief op je kind te reageren en om leuk met je kind te spelen. Probeer dat juist in die periode toch te doen; je kind heeft het dan namelijk extra hard nodig. Als je vaker leuk met je kind kunt spelen, merk dat je kind niet alleen maar driftbuien heeft en ‘moeilijk doet’,  maar ook nog steeds heel lief, aardig en vriendelijk kan zijn. Vergeet niet dat je kind namelijk ook heel veel momenten heeft waarop hij rustig en lief speelt en dus helemaal geen driftbuien heeft.

⇒ Met deze aanpak merk je dat de driftbui binnen een aantal minuten voorbij zal zijn.

 

Wil je graag reageren op dit artikel? Dat mag!
Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking! 

 


Wil jij ook Joyce’ waardevolle opvoedtips ontvangen? tip_gezinHelemaal gratis en vrijblijvend. Klik dan hier.

Cadeau: Kort na je aanmelding van het e-zine ontvang je Joyce’ E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’ als cadeau. Dat is dus ook helemaal gratis en vrijblijvend. Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op. Je vindt m’n contactgegevens hieronder.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.
Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle opvoedtips: 
– ‘Positief opvoeden: Start je opvoeding goed met deze 5 stappen.’ Klik hier.
– ‘Laat dat nou!’ (over: 5 opvoedvalkuilen waar we allemaal intrappen én waardoor opvoeden onbedoeld lastiger wordt). Klik hier.
– ‘Stop met schreeuwen!’ (over: Hoe je in 5 stappen minder schreeuwt tegen je kind.)Klik hier. Klik hier.
– ‘Ach, het is maar een fase.’ (over: Hoe jouw verwachtingen over je kind je opvoeding in de weg kunnen zitten.). Klik hier.
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.


Gebruikte literatuur voor dit artikel: 

– Marx, Westpalm van Hoorn & Molenaar (2007). Je peuter. Houten: Het Spectrum.
– Schiet, M. (2007). Opvoedencyclopedie. Vianen/Antwerpen: The House of Books.
– Woolfson, R.C. (2001). De pientere peuter. Baarn: Cantecleer.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

Als jouw wolk niet rose is, maar grijs of zwart… (Over: kraamtranen, postpartum depressie en bevalangst.)

Je had je zo verheugd op die mooie tijd: je bent net ouderschap_moeder_baby_starendmoeder geworden en je verwachtte dat de periode met je nieuwe baby’tje helemaal geweldig zou zijn. Je zou genieten van je pasgeboren kindje, van samen knuffelen, van je baby’tje voor het eerst in bad doen, samen met je partner naar je kindje kijken en bewonderen hoe klein zijn vingertjes, voetjes, het neusje, zijn oortjes zijn. Je keek zo uit naar die mooie tijd, die rose wolk.

Maar nu je kindje geboren is, is jouw wolk helemaal niet rose; soms lijkt de wolk wel grijs of zelfs helemaal zwart. Zo had je je de kraamtijd of de weken na de bevalling toch echt niet voorgesteld. Gaat dit ooit nog weg? Wordt dit ooit nog beter?

Gelukkig is het antwoord op die vragen: ‘ja’. De negatieve gevoelens, die kunnen ontstaan na je bevalling, zijn tijdelijk. Ze gaan ook weer weg. Soms vanzelf, soms met hulp. Bij de één kunnen die gevoelens langer duren en heftiger zijn dan bij de ander, maar ze kunnen met de juiste zorg doorgaans goed verholpen worden.

Hoewel we in tijdschriften en op internet lezen over hoe mooi het is om een kindje te verwachten of om een baby’tje in huis te hebben, zullen niet alle kersverse mama’s (en papa’s) dat gevoel kunnen delen. Het begint al vanaf de eerste paar dagen na de bevalling, waarop je ineens om alles en om niks kunt huilen. Dat zijn de kraamtranen, de ‘babyblues’.
Hieronder lees je wat dat inhoudt en wat je ervan mag verwachten. 

ouderschap_mama_baby_ontmoedigd2Als de kraamtranen langer aanhouden en niet vanzelf ophouden, zou je te maken kunnen hebben met een postpartum depressie. Ook daarvan lees je hieronder wat dat precies is; je leest ook op welke manier het wezenlijk anders is dan de kraamtranen.

Weer andere vrouwen krijgen na hun bevalling te maken met een posttraumatische stressstoornis (PTSS). De ervaring van hun bevalling is dan zo heftig geweest, dat ze er nog steeds herbelevingen of nachtmerries over hebben. Ze willen het liefst niet meer aan de bevalling denken en proberen dat onderwerp dan ook zo veel mogelijk te vermijden. Soms is deze PTSS zelfs zo heftig dat de moeders er alles aan doen om te voorkomen om weer zwanger te worden, zodat ze niet weer zo’n heftige bevalling hoeven te doorstaan.



Hieronder lees je welke effecten deze drie ‘stoornissen’ op je kunnen hebben, wat ze inhouden en wat je ervan kunt verwachten. 

– Kraamtranen of Babyblues
baby_slaapt_tegen_mama_aanDe kraamtranen of de babyblues noemen we de huildagen, die moeders de eerste dagen na hun bevalling kunnen hebben. Dit is natuurlijk geen psychische stoornis, maar een gevolg van hormonale veranderingen na je bevalling. De kraamtranen beginnen op (grofweg) de 3e dag na de bevalling en zijn doorgaans na ong. 10-14 dagen weer over. Ze komen vaak voor; bij ong. 50-70% van de kraamvrouwen.

Het zijn plotselinge, kortdurende en onverwachte stemmingsveranderingen, waarbij de moeder ineens in huilen uitbarst, terwijl ze zelf niet goed begrijpt waarom dat gebeurt.

Verschijnselen die kunnen passen bij de kraamtranen zijn: snelle stemmingswisselingen, met huilbuien en sombere gevoelens, soms ook korte overdreven vrolijke stemmingen, prikkelbaarheid, geïrriteerdheid, slaapproblemen, nachtmerries, hoofdpijn, concentratieproblemen, vergeetachtigheid en lichte verwardheid.

In de meeste gevallen stoppen de kraamtranen na een aantal dagen weer vanzelf. In principe verwachten we dat ze na twee weken weer weg zijn. Omdat ze vanzelf weer weggaan, hoeven ze niet behandeld te worden.
Bekijk dit filmpje [vanaf 2:07 tot 3:20] over dames, die het met elkaar hebben over de kraamtranen. 

Als de klachten echter langer blijven bestaan en er ook sprake is van blijvende somberheid, niet kunnen genieten of juist veel negatieve gedachten, dan is er mogelijk sprake van een postpartum depressie. Daar lees je hieronder meer over.

 


ouderschap_baby04Heb jij vragen over je baby of je prille ouderschap?
Lijkt je baby vaker ontroostbaar of slaapt je baby weinig? Wil je leren welke signalen je baby je allemaal geeft, zodat je goed op zijn behoeftes kunt aansluiten? Heb je andere vragen over je baby of je ouderschap, waar je graag persoonlijk advies van Joyce over zou willen krijgen?
Lees dan hier op welke manier Joyce jou zou kunnen helpen.

Wil je regelmatig nieuws en (realistische) tips ontvangen over zwangerschap, baby’s, de kraamtijd en meer?
Volg dan ‘Blije baby Blije ouders’  op Facebook.


 

 

– Postpartum depressie
ouderschap_baby_slaapt_moeder_bedenkelijk_moeEen postpartum depressie is een depressie, die start in de weken tot maanden na de bevalling. Ongeveer 10-20% van de vrouwen heeft depressieve klachten tijdens de zwangerschap of in de eerste 3 maanden na de bevalling. De kans om voor het eerst of opnieuw depressief te worden is wel het grootst in het kraambed. Ook vrouwen die een miskraam of abortus hebben gehad, kunnen daarna depressief worden.

Wat weinig mensen weten, is dat er net zoveel vrouwen depressief zijn tijdens de zwangerschap als na de bevalling. Depressief zijn tijdens de zwangerschap vergroot de kans op het krijgen van een depressie na de bevalling. Het zou daarom beter zijn net zoveel aandacht te besteden aan depressieve klachten tijdens de zwangerschap als na de bevalling.

De meest voorkomende verschijnselen van een postpartum depressie zijn dat je je somber en verdrietig voelt, dat je meer huilt dan gewoonlijk, je hebt een leeg gevoel, je hebt nergens zin in, je voelt je heel vermoeid, je bent snel geïrriteerd of je reageert agressief. Je kunt je minder goed concentreren, je bent verward of vergeetachtig, je hebt
weinig (of juist veel) eetlust, je kunt niet slapen of je wil juist alleen maar slapen. Ook klachten als hoofdpijn, misselijkheid en duizeligheid kunnen bij een postpartum depressie vaker voorkomen.

Ten opzichte van de baby kun je bezorgd zijn dat je niet goed genoeg voor de baby kunt zorgen, dat je niet van de baby kunt genieten, dat je heftige gevoelens van afkeer t.o.v. de baby hebt of dat je bang bent dat je de baby iets aan doet.

moeder_kijkt_weg_baby_op_armDaarbij kunnen ook nog eens schuldgevoelens ontstaan. Sommige moeders ervaren weinig tot geen moedergevoelens (je weet dat je eigenlijk blij zou moeten zijn met je kind, maar je voelt het niet), ze hebben het gevoel niks waard te zijn en niet geschikt voor het moederschap. Ze voelen zich angstig of wanhopig. Sommige moeders denken ook aan zelfmoord.

Een depressie na de bevalling of een postpartumdepressie is eigenlijk net als een gewone depressie: het is iets dat langer duurt en waar je hulp bij nodig hebt.

Een extra moeilijkheid, die vrouwen met depressieve klachten vaak ervaren, is dat de buitenwereld meestal erg positief reageert op de zwangerschap en op het krijgen van een kind. Dit kan er toe leiden dat het voor de moeder extra moeilijk is om te bespreken dat zij niet echt blij is met haar zwangerschap of met haar kindje. Als ook de omgeving niet helpt deze moeilijke gevoelens bespreekbaar te maken, kan ze zich steeds eenzamer gaan voelen. Eenzaamheid versterkt op zichzelf weer de depressieve klachten, waardoor ze in een negatieve spiraal kan raken. Het is dan ook belangrijk om op tijd professionele hulp te vragen als je je erg somber voelt en/of als je partner zich steeds vaker gaat terugtrekken.
Bekijk ook de documentaire ‘Roze wolk’, waarin vier moeders op een openhartige en intieme manier vertellen wat ze met hun jonge gezin en partner hebben meegemaakt of waar ze nog middenin zitten.

Wat kun je doen als je last hebt van een postpartumdepressie?
– Hoewel je tijdens een depressie het idee kunt hebben dat je nooit meer beter wordt en het leven niet meer de moeite waard is, is een postpartumdepressie doorgaans goed te behandelen. Maak daarom een afspraak met je huisarts; hij/zij zal je doorverwijzen naar de juiste hulpverleners. Wacht daar dus niet mee totdat je klachten erger worden.
– Praat met mensen in je omgeving over je gevoel en de zorgen, die je hebt.
– Probeer je niet schuldig te voelen over je eigen gevoelens en gedachten. Ze horen bij de depressie en gaan weer over als de depressie behandeld wordt.
– Vraag eventueel aan anderen uit je omgeving of ze je willen helpen bij de verzorging van je kindje.
– Zorg voor tijd en rust voor uzelf.

Naast depressieve gevoelens die kunnen optreden na een bevalling kunnen er ook angstgevoelens ontstaan. Die kunnen ontstaan als de moeder de bevalling als zeer heftig heeft ervaren. Je leest er hieronder meer over.

 


baby_ingbakerd_hydrofiele_doekWorkshop ‘Blije baby & Blije ouders’
Joyce geeft regelmatig workshops, waarin ze je leert hoe je op een positieve en fijne manier omgaat met je baby en dan vooral als je baby’tje moeilijk slaapt en/of veel huilt. Deze workshops heten ‘Blije baby & Blije ouders’.

Je leest hier of Joyce deze workshop binnenkort ook bij jou in de buurt geeft. 


 


– Bevalangst of Posttraumatische stressstoornis (PTSS) na de bevalling
ouderschap_heftige_bevalling_ziekenhuisVoor sommige vrouwen is (de periode rondom) de bevalling zo traumatisch dat zij een posttraumatische stress stoornis (PTSS) ontwikkelen. PTSS is een aandoening, die wordt gekenmerkt door het ervaren van 4 soorten symptomen na het meemaken van een zeer ingrijpende gebeurtenis:
(1) herbelevingen (bijv. nachtmerries, hartkloppingen wanneer je langs het ziekenhuis rijdt),
(2) vermijding (niet over de bevalling willen praten, niet meer zwanger durven worden),
(3) negatieve gedachten en stemming (schuldgevoel, angst, boosheid, desinteresse), en
(4) overmatige waakzaamheid en prikkelbaarheid.

Ongeveer 10-30 % van de vrouwen vindt de bevalling een traumatische ervaring. De kans dat vrouwen na de bevalling PTSS krijgen, is 1-3%. Een groter percentage vrouwen ervaart wel een of meerdere van de onderstaande klachten, maar niet alle (of niet in die mate dat zij hierdoor in haar dagelijks functioneren wordt beperkt).

PTSS na de bevalling heeft niet alleen consequenties voor de vrouw zelf, maar vaak ook op de band tussen moeder en kind en op de relatie met de partner. Sommige vrouwen voelen zich schuldig en zijn overmatig beschermend naar hun kind toe; andere vrouwen worstelen zo met hun eigen ervaring en klachten dat het voor hen moeilijk is om zich (voldoende) op hun baby te richten. Voor partners is het vaak lastig om helemaal te begrijpen waarom de bevalling een traumatische ervaring is geweest. Sommige partners hebben zelf een heel nare ervaring gehad tijdens haar bevalling. Vaak heeft de bevallingservaring, soms in combinatie met angst om weer zwanger te worden of fysieke klachten (pijn), ook invloed op de seksuele relatie.

ouderschap_moeder_baby_hand_voor_ogenGelukkig ontwikkelen niet alle vrouwen, die de bevalling traumatisch vonden, ook PTSS. Voor de meeste mensen geldt dat als zij iets ingrijpends hebben meegemaakt, het goed helpt om daar veel over te praten met een of meerdere mensen uit hun naaste omgeving met wie zij een vertrouwensband hebben. Voor veel vrouwen helpt het daarnaast in de verwerking om hun ervaringen, angsten, vragen en eventuele grieven ten aanzien van de bevalling te bespreken met degene die de bevalling heeft begeleid. Wanneer er sprake is van de eerdergenoemde PTSS-symptomen en die na enkele weken niet minder worden, dan is het goed om professionele hulp in te schakelen.

Er bestaan goede behandelingen voor PTSS. De meest effectieve behandelingen zijn
EMDR (eye movement desensitization and reprocessing) en CGT (cognitieve gedragstherapie.

Bekijk dit filmpje over een moeder, die openhartig vertelt over haar eigen postpartum depressie. Ze maakt een heftige periode door, maar ze is er gelukkig weer goed bovenop gekomen. 

Er zijn ook nog andere psychische stoornissen, die je mogelijk na de bevalling zou kunnen ontwikkelen. Het voert echter te ver om die allemaal in dit artikel te noemen. Daarvoor verwijs ik dan ook graag naar de links van de artikelen, die ik voor het samenstellen van dit artikel heb gebruikt.

 

Heb je vragen over dit artikel of over dit thema? Maak je je zorgen over iemand uit jouw omgeving of herken je punten uit jouw eigen situatie?
Neem dan contact met me op. Je kunt mailen naar blijebaby@aksecoaching.nl of op een andere manier contact met me opnemen.

joyce_rosegrijs_staand_cMet vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

http://www.aksecoaching.nl | blijebaby@aksecoaching.nl

 

© 2018. Joyce Akse/Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies.
Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – logo_akse_coaching_groot_nieuwOpvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Lees meer artikelen van Joyce over gerelateerde thema’s:
– ‘Waarom huilt mijn kindje toch zo? Over: Hoe je huilen bij baby’s vermindert.’ Klik hier.
– ‘Hoe overleef je je kraamweek? 5 tips die ik zelf nooit had willen missen.’ Klik hier.
– ‘Wat zit er in je verzorgingstas? Lijst met onmisbare dingen voor als je met je baby de deur uit gaat.’ Klik hier.
– ‘Borstvoeding geven, kolven en werken: Hoe was dat voor mij? (Een persoonlijk verhaal)’. Klik hier..
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

Voor het samenstellen van dit artikel, gebruikte Joyce de volgende referenties:
– https://www.thuisarts.nl/postnatale-depressie/ik-heb-depressie-na-bevalling
– http://www.lkpz.nl/index.php
– https://www.psychischegezondheid.nl/action/psychowijzer/28/postpartum_depressie.html

© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

 


fb_omslagfoto_mamaclubEen goede voorbereiding is het halve werk.’
Wil je je graag extra goed voorbereiden op je zwangerschap, je kraamtijd, je bevalling of je baby’tje? Kom dan naar de MamaClub.

De MamaClub is speciaal bedoeld voor aanstaande en kersverse mama’s, die graag meer willen weten over specifieke thema’s, die horen bij deze bijzondere periode in hun leven.

Wil je weten waar de volgende MamaClub-avond over gaat? Klik dan hier

Waarom krijgt zij altijd meer dan ik…? (over: 5 tips om je kind te helpen om met zijn jaloezie om te gaan.)

jongen_alleen_bij_gezinIedereen is wel eens jaloers. Op zo’n moment heb je het idee of het gevoel dat je zelf op de een of andere manier achtergesteld wordt ten opzichte van iemand anders. Die onprettige gevoelens komen net zo goed voor bij volwassenen als bij (de wat oudere) kinderen.

Jonge kinderen kennen nog geen jaloezie: ze zijn nog heel egocentrisch en daardoor heel erg op zichzelf gericht. Vanaf de basisschoolleeftijd worden kinderen zich steeds meer bewust van anderen om zich heen, waardoor ze merken dat anderen ook iets hebben, willen of kunnen. Naarmate kinderen ouder worden, gaan ze zichzelf ook steeds meer vergelijken met anderen. Ze zien dat anderen iets leuks of moois hebben dat ze zelf niet hebben, maar wel graag zouden willen.

Vaak ligt er aan gevoelens van jaloezie een negatief zelfbeeld ten grondslag. Bij kinderen met een goed gevoel van eigenwaarde zie je over het algemeen minder jaloezie. Natuurlijk zijn deze kinderen ook wel eens jaloers, maar ze zijn er niet zo erg door uit het veld geslagen. Ze kunnen de gevoelens van jaloezie weer gemakkelijker loslaten. Een kind met een goed gevoel van eigenwaarde voelt zich minder snel achtergesteld dan kinderen met een lage eigenwaarde of met minder zelfvertrouwen.

Voor kinderen is jaloezie trouwens nog best een moeilijk te begrijpen emotie. Verdriet, boosheid, blijdschap en angst zijn duidelijke gevoelens, die een kind goed kan begrijpen. Bij jaloezie komen echter meerdere emoties samen: verdriet over wat het kind niet heeft, boosheid over wat een ander wel heeft en angst dat een ander liever gevonden wordt. Dit maakt het een complexe emotie waar kinderen niet altijd goed raad mee weten en niet altijd goed van weten hoe ze die kunnen uiten.

jongens_vechten_met_elkaar_bankKinderen kunnen hun jaloezie op verschillende manieren uiten. Hieronder lees je op welke manieren ze dat kunnen doen:
– Ze laten agressief gedrag zien (fysiek of verbaal): ze gaan gillen, slaan, schelden of schreeuwen.
– Ze maken ruzie.
– Ze pakken spullen van hun broertje of zusje af (of gaan zelfs stelen).
– Ze gaan huilen als een ander kind aan hun spullen komt.
– Ze trekken zich zwijgend terug.
– Ze eisen (extra) aandacht op op andere (lastige) momenten.
– Ze vallen terug in een vroeger ontwikkelingsstadium.

 


joyce_grijs_aanjou_1
Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?

Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


Positieve kanten aan jaloezie
Door op een goede manier om te gaan met jaloezie leert je kind om voor zichzelf op te komen. Soms zijn gevoelens van onrecht misschien wel terecht en is er inderdaad iets oneerlijk verdeeld. Op zo’n moment is het dan ook goed dat je kind voor zichzelf opkomt en om zijn gevoelens of gedachtes kenbaar te maken. Anderzijds leert je kind juist om rekening te houden met een ander en te begrijpen waarom een ander soms iets wel heeft of mag, wat je kind op dat moment zelf niet heeft of niet mag.

Hieronder lees je maar liefst 5 dingen, die je kunt doen als je kind jaloers is. 

 

moeder_geeft_dochter_een_kus1. Praat met je kind over jaloezie, over wat het is en hoe je je er door kunt voelen.
Toon begrip voor de jaloerse gevoelens van je kind en leg uit dat iedereen wel eens jaloers is. Het is dus heel normaal om die gevoelens wel eens te hebben.

Leg je kind ook uit dat als jij iets positiefs tegen je ene kind zegt je dan niet automatisch iets negatiefs over je andere kind bedoelt. Dus: als je tegen je ene kind zegt ‘ik vind jou lief’, dan betekent dat niet dat je je andere kind niet lief vindt.

Het is belangrijk om tijdens zo’n gesprek een duidelijk verschil te maken tussen het hebben van jaloerse gevoelens en het omgaan met of het uiten van de jaloezie. Sommige reacties of gedragingen, zoals schelden of agressief reageren, zijn natuurlijk niet toegestaan.

 

2. Leer je kind om over zijn gevoelens te praten en dus om onder woorden te brengen wat hij voelt. Het is belangrijk om te kunnen zeggen waar je mee zit, zodat je je gevoelens niet opkropt of op een andere manier gaat uiten. Leg je kind uit dat het beter is om te vertellen waar je mee zit dan om er zelf mee te blijven rondlopen. Anderen kunnen nou eenmaal niet in je hoofd kijken of aanvoelen wat er met je aan de hand is. Als je kind jou als ouder vertelt waar hij mee zit, kunnen jullie met hem meedenken en kunnen jullie samen nadenken over een oplossing. Soms is alleen het er over praten zelfs al genoeg…

 

3. Probeer er op het moment dat je merkt dat je kind jaloers gaat reageren niet te emotioneel of te heftig te reageren. Houd de sfeer luchtig, probeer in zulke situaties ook eens humor te gebruiken.

Bijv. Als je kind er op toeziet dat iedereen exact evenveel krijgt, dan zou je de M&M’s of chips uit een zak allemaal een voor een kunnen gaan verdelen; waarschijnlijk geeft je kind dan wel aan dat dat nou ook weer niet de bedoeling is. Je kind realiseert zich dan dat ongeveer evenveel ook ok is.

 


joyce_rosegrijs_staand_c

Wil je graag een thema-avond over opvoeden bijwonen?
Kijk dan in Joyce’ online Agenda voor een workshop, lezing of OpvoedParty bij jouw in de buurt.

Wil je Joyce graag uitnodigen om een thema-avond over opvoeden te geven?
Kijk dan hier voor mogelijke thema’s en/of neem contact met haar op.


 

 

moeder_geeft_dochter_een_high_five4. Reageer positief als je kind zijn broertje of zusje wèl iets geeft of gunt. 
Op het moment dat je kind zijn broer of zus wel iets gunt of zo maar een keer iets geeft, geef dan meteen aan dat je het fijn vindt dat je kind dat deelt, geeft of dat hij een ander ergens mee laat spelen. Het is belangrijk dat je kind hoort wanneer hij iets goed doet, vooral als hij daar vaker moeite mee heeft. Dit zal er namelijk voor zorgen dat hij dat fijne gedrag vaker zal laten zien.

Probeer er dus ook op te letten dat je kind iets met een ander deelt en benoem dat dus. Dat zorgt er o.a. voor dat je zelf minder focust op het jaloerse gedrag van je kind en juist meer ziet dat hij ook niet-jaloers gedrag vertoont.

 

jongens_spelen_samen_kapla.jpg5. Laat beide kinderen regelmatig samen spelen of samen iets ondernemen.
Laat ze iets doen waarbij ze echt moeten samenwerken en waarbij ze een gemeenschappelijk doel hebben. Ze leren dan dat ze elkaar nodig hebben en samen meer kunnen bereiken dan alleen. Op zo’n momenten ervaren ze even geen concurrentie en merken ze dat ze op een fijne manier tijd met elkaar kunnen doorbrengen.

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Lees verder over gerelateerde thema’s:
– ‘4 manieren om je kind te helpen met lastige emoties (+ 3 BONUSTIPS)’. Lees het artikel hier.
– ‘Help, mijn kind liegt. Wat nu? (Over: Hoe je je kind leert om eerlijk tegen je te zijn.). Lees het artikel hier.
– ‘Voorkom ongewenst gedrag: Geef je kind positieve aandacht.’ Lees het artikel hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

Joyce gebruikte o.a. onderstaande referenties voor dit artikel:
– de Vos – van der Hoeven, T. Jaloezie. Lees het artikel.
– Jaloers. J/M Ouders. Lees het artikel.
– Jaloezie bij kinderen. Mamaplaats. Lees het artikel.
– Keus. Geef jaloers kind positieve aandacht. Reformatorisch Dagblad.  Lees het artikel.

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.