10 basistips om je kind of tiener beter naar je te laten luisteren

Alle kinderen luisteren wel eens niet naar hun ouders. Dat hoort erbij. Er kunnen allerlei redenen zijn waarom je kind niet naar je luistert. Je kind is bijvoorbeeld zo druk aan het spelen, zit helemaal in een game of gaat zo op in zijn boek dat hij je echt niet hoort. Hij heeft dan helemaal niet door dat je tegen hem praat. En dat is ook heel begrijpelijk. Sterker nog, het is eigenlijk helemaal niet zo erg, want je kunt je goed voorstellen dat je kind in zo’n situatie niet naar je luistert. Je kind doet het niet expres.

Het wordt pas vervelend als je het idee hebt dat je kind wél expres niet naar je luistert of als het niet luisteren te vaak gebeurt. Dan kan de frustratie bij jou als ouder langzaam maar zeker gaan oplopen. Uiteraard zou je heel graag zien dat je kind wél naar je luistert, zonder dat jij eerst gefrustreerd raakt, zonder dat jij je stem moet gaan verheffen of zonder dat jij moet gaan dreigen met allerlei consequenties of straffen. En dat kan!

⇒ In dit artikel geef ik je 10 basistips, die er samen voor gaan zorgen dat je kind beter naar je luistert. Het zijn misschien niet altijd de meest voordehand liggende tips, maar m.i. horen ze er wel allemaal bij. Hier komen ze:

 

1. Zorg voor duidelijke afspraken in huis. Family Sitting On Sofa In Lounge Next To Open Fire Eating Pizza
Duidelijkheid is een ontzettend belangrijk onderdeel van opvoeden. Kinderen vinden dat zo fijn. Uiteraard vinden ze dat niet bewust fijn, maar we weten uit onderzoek dat er wel bij varen als ze weten waar ze aan toe zijn. (Net als volwassenen eigenlijk.)

Zorg dat je vooral afspraken maakt over thema’s, die je zelf enorm belangrijk vindt. Dus als je kind zich er niet aan zou houden, dan gaan je haren recht overeind staan. Denk maar aan afspraken als ‘we doen elkaar geen pijn’ of ‘als we het ergens niet mee eens zijn, dan zeggen we dat op een rustige manier’ (we gaan dus niet schreeuwen, slaan ed.).

En als je een afspraak met je kind hebt gemaakt, dan is het natuurlijk belangrijk dat je je  kind eraan houdt. Dus denk goed na waar je precies afspraken over maakt. Vanaf het moment dat je de afspraak hebt gemaakt, moet je bereid zijn om je kind eraan te houden.
In dit kader helpt het principe ‘Zeg wat je doet, doe wat je zegt.’ erg goed. Als je niet bereid bent om te doen wat je zegt, dan kun je het ook beter niet zeggen of beter niet die afspraak maken.

Dit klinkt op zich natuurlijk ontzettend eenvoudig, maar in praktijk is dit vaak nog behoorlijk lastig. Neemt niet weg dat het voor je kind (en dus ook voor jou) belangrijk blijft om duidelijkheid te krijgen. Er zit alleen één addertje onder het gras: de afspraken die je met je kind maakt, gelden voor iedereen in het gezin, dus ook voor jou…

⇒ Kortom: gun je kind jouw duidelijkheid.

 

2. Pas consequenties toe
moeder_vinger_naar_dochter_armen_over_elkaarZoals je bij punt 1 las, is het belangrijk om je kind (en jezelf) aan de gemaakte afspraak te houden. Maar dat is nog niet alles. Als je kind zich er (herhaaldelijk) niet aan houdt, dan is het belangrijk dat je je kind een consequentie geeft. Uiteraard is het nu niet de bedoeling om je kind zo maar allerlei consequenties te geven. Een goede consequentie past bij de situatie, waarin je kind zich niet aan de afspraak hield.
Bijvoorbeeld: als je kind toch met de bal blijft spelen, terwijl je al 2x hebt gezegd dat dat binnen niet mag, dan mag je de bal best een tijdje wegnemen.

Dit voorbeeld is een consequentie die past bij de situatie en die je kind (zeker vanaf een jaar of 2) goed begrijpt. Houd de consequenties wel altijd passend, logisch, reëel en eerlijk. Het gaat echt niet om de intensiteit of duur van de straf maar om de boodschap, die je je kind wil geven. Daarbij pak je ook nooit zo maar iets weg of geef je je kind nooit zomaar ‘uit het niets’ een consequentie; je zorgt altijd voor een leermoment. Je legt je kind kort en bondig uit wat je doet én waarom.
Een consequentie als ‘zonder eten naar bed’ is dus nooit passend, logisch of eerlijk.

⇒ Wees bereid om consequenties toe te passen als je kind zich niet aan jullie afspraak houdt.
Meer weten? Lees dan m’n artikel ‘Nee, niet doen, dat mag niet!’ over grenzen stellen zonder ‘nee’ of ‘niet’.

 

 


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 

3. Voorkom dat je in een opvoedvalkuil trapt.
kind_winkel_kijkt_zielig_vragendIedere ouder trapt er wel eens in: een opvoedvalkuil. Je bent je er misschien niet echt bewust van, maar onbewust pak je dan een situatie onhandig aan, waardoor je kind juist niet leert om naar je te luisteren. Sterker nog, deze tactieken werken vaak averechts.

Ik geef je hieronder 3 voorbeelden:
– ‘Je wil dat je kind iets voor je doet en je vraagt het hem een paar keer. Je kind doet het echter niet. Pas op het moment dat je echt boos wordt en gaat schreeuwen, komt je kind  pas in actie.’
– Of: ‘Je geeft je kind een hele lange of juist vage instructie, waardoor het voor je kind helemaal niet duidelijk is wat je precies van hem verwacht. En jij je maar afvragen waarom je kind niet doet wat jij hem vraagt…’
– Of: ‘Jullie zijn in de winkel en je kind wil graag iets lekkers kopen. Jij geeft aan dat je dat niet wil kopen. Dan gaat je kind ineens heel hard huilen, schreeuwen en krijsen. Midden in de winkel. Gauw leg je het lekkers in het karretje. Dan houd je kind tenminste op met dat geschreeuw.’
⇒ Herken je misschien één van deze voorbeelden?

In deze voorbeelden leert je kind helaas niet om naar je te luisteren. Het leert wél om (1) pas in actie te komen op het moment dat jij boos wordt of gaat schreeuwen (dus niet als je het rustig vraagt), (2) je kind weet wel dat je iets van hem gevraagd hebt, maar begrijpt je instructie gewoon niet en kan het daardoor simpelweg niet doen, en (3) je kind leert dat hij door te gaan huilen, schreeuwen of krijsen toch krijgt wat hij wilde.

=> Kortom: voorkom dat je in deze opvoedvalkuilen trapt. Uit deze voorbeelden haal je dat (1) het belangrijk is van je kind te verwachten dat hij bij de 1e of 2e keer dat je het vraagt in actie komt (en niet pas na 10x vragen of nadat je boos bent geworden), dat (2) je een korte, duidelijke instructie geeft, die je kind kan begrijpen én uitvoeren, en dat (3) je je aan je afspraak houdt, dus als je gezegd hebt dat je kind iets niet mag of krijgt dan blijft dat zo, ongeacht het daaropvolgende gedrag of de reactie van je kind (zie ook punt 1 van dit artikel).
Je leest meer over dit thema in m’n artikel ‘Laat dat nou! | 5 opvoedvalkuilen waar we allemaal intrappen én waardoor opvoeden onbedoeld lastiger wordt.’.

 

4. Geef je kind voldoende positieve aandacht
vader_zoon_spelen_aan_zeeDit punt is eigenlijk het aller-, aller-, allerbelangrijkste in de opvoeding en mag dus absoluut niet ontbreken. Helaas gaat het nog wel eens mis, om de eenvoudige reden dat we als ouders soms bang zijn om onze kinderen te ‘verwennen’. We zijn bang om ons kind ‘te veel’ positieve aandacht te geven. Toch bestaat er niet zo iets als ‘te veel’ positieve aandacht geven. Verwennen is op deze manier dan ook echt niet mogelijk.

Stel het je als volgt voor: je kind begint iedere ochtend met een leeg rugzakje dat dagelijks met positieve aandacht gevuld moet worden. Die positieve aandacht geef je je kind o.a. door samen tijd door te brengen met je kind (ook één-op-één) en door regelmatig met je kind te spelen (sluit dan aan bij wat je kind aan het doen is). Verder is het belangrijk om je kind te laten weten wat hij goed doet en dat ook op dát moment specifiek en expliciet te benoemen.

=> Kortom: wees niet bang om je kind positieve aandacht te geven. Je kind heeft dat heel hard nodig.
Meer weten? Lees dan m’n artikel ‘Voorkom ongewenst gedrag: Geef je kind positieve aandacht’ over hoe je je kind voldoende positieve aandacht kunt geven. 

5. Zorg dat je kind zich gezien en gehoord voelt.
moeder_troost_zoonNog zo’n onmisbaar concept binnen (positief) opvoeden, waardoor je kind beter naar je gaat luisteren, is om er als ouder voor te zorgen dat je kind zich gezien en gehoord voelt. Het is zo belangrijk dat je kind zich door jou begrepen voelt.

Als er iets aan de hand is waardoor je kind van slag, verdrietig of misschien wel boos is, dan is het goed om te laten merken dat je graag wil weten wat er precies met je kind aan de hand is. Je gaat op zoek naar de emotie van je kind en je probeert die te benoemen: ‘ik zie dat je verdrietig / boos / teleurgesteld bent’. Je kind zal dan aangeven of dat klopt (of niet). Klopt je inschatting niet, dan zegt je kind zelf wat hoe hij zich wel voelt of – als je kind daar nog te jong voor is – dan benoem je zelf een andere emotie, die het evt. ook kan zijn. Daarna verplaats je je in je kind en benoem je dat je kunt invoelen waarom je kind zich inderdaad zo voelt.

Door deze aanpak voelt je kind zich echt gezien en gehoord. Je zult merken dat de eerst nog zo heftige reactie van je kind nu al een stuk minder is en dat je kind al veel rustiger is. Zodra dat gebeurd is, kun je het met je kind hebben over wat er wel en niet mag. Zo lang je kind nog in de heftige emotie zit, is je kind niet ontvankelijk voor jouw woorden of input.
O ja, opmerkingen als ‘stel je niet aan’, ‘waarom huil je nú alweer’ of ‘er is toch niks gebeurd’ doen nooit recht aan de emotie van je kind. Met dit soort opmerkingen wals je juist over de emoties van je kind heen en neem je zijn emoties niet serieus. 

⇒ Schenk eerst aandacht aan de emotie van je kind. Daardoor voelt je kind zich gezien en gehoord. Daarna is er ruimte om het over de situatie en zijn gedrag te hebben.
Als je meer wil lezen over dit thema, lees dan m’n artikel ‘4 manieren om je kind te helpen met lastige emoties (+ 3 BONUSTIPS)‘.

 

 


Autoritatief opvoeden
De eerste 5 tips gaan voornamelijk over ‘structuur, regelmaat en duidelijkheid’ (punten 1, 2 & 3; dimensie 1) enerzijds en over ‘warmte & betrokkenheid’ (punten 4 & 5; dimensie 2) anderzijds. Als beide dimensies in voldoende mate in de opvoeding aanwezig zijn, dan is er sprake van ‘autoritatief opvoeden’.
⇒ Uit onderzoek weten we dat kinderen, die autoritatief opgevoed worden, de grootste kans hebben om zich optimaal te ontwikkelen. Vandaar dat deze punten zo belangrijk zijn. In het belang van je kind mogen ze niet ontbreken in een positieve opvoeding.


 

6. Zorg dat je kind voldoende slaapt.
meisje_slaapt_met_knuffelIedere ouder heeft al wel eens ervaren dat te weinig slapen echt een flinke wissel op je kan trekken. Na een periode van slecht of weinig slapen, ben je overdag niet alleen ontzettend moe, maar kun je ook minder hebben van anderen om je heen, ben je prikkelbaarder, heb je een korter lontje, ben je sneller boos en gefrustreerd, kun je je minder goed concentreren, heb je minder energie, ben je sneller ziek en ga zo maar door. Dat geldt voor kinderen natuurlijk net zo; daarnaast hebben zij de slaap hard nodig voor hun groei en ontwikkeling. Je kunt je wel voorstellen dat kinderen, die goed en voldoende slapen, overdag beter naar hun ouders luisteren.

⇒ Kortom: een goede nachtrust en voldoende slaap zijn onmisbaar. Vandaar dat het zo belangrijk is dat je kind voldoende slaap krijgt.
Als je graag wil lezen hoe je ervoor zorgt dat je kind beter slaapt, lees dan m’n artikel ‘Lekker slapen! Praktische tips voor kinderen en hun ouders.’.

 

 


fb_cursus_help_mijn_kind_luistert_niet
Cursus ‘Help, mijn kind luistert niet!?’
Wil je graag weten hoe je ervoor zorgt dat je kind beter én sneller naar je luistert?
Op een positieve, liefdevolle en constructieve manier.

=> Dan is deze cursus precies wat je zoekt.
=> Vraag nu GRATIS Les 1 van deze cursus aan.

Lees hier wat je allemaal van deze cursus mag verwachten.


 

7. Zorg voor een gezonde leefstijl van je kind.
Dit is eigenlijk een zijspoortje, maar ik vind deze zo belangrijk dat ik ‘m toch in deze lijst opneem. Bij een positieve opvoeding hoort m.i. namelijk ook een gezonde leefstijl. Als je kind gezonde voeding binnenkrijgt, voldoende beweegt en veel buiten speelt, dan is de kans groot dat je kind lekker(der) in zijn vel zit en op een fijne manier door het leven gaat. Kinderen, die lekker in hun vel zitten, zijn eerder geneigd om naar hun ouders te luisteren.
In het artikel ‘Overgewicht bij kinderen: Wat is het precies en wat kun je er aan doen?‘ lees je wat het voor gevolgen voor kinderen kan hebben als ze overgewicht hebben en daardoor (vaak) niet optimaal in hun vel zitten. 

8. Samen opvoeden
man_vrouw_in_gesprekVoor partners kan het soms nog best een uitdaging zijn om qua opvoeding op één lijn te zitten. De verschillen in jullie aanpak kunnen komen doordat jullie zélf allebei een andere opvoedaanpak hebben genoten; en misschien wil je de aanpak, die je zelf  als kind kreeg, graag overnemen óf juist helemaal niet. Of jij hebt over specifieke opvoedtheorieën gelezen en wil die graag toepassen, maar je merkt dat je partner daar totaal niet achter staat.

Nou hoef je als partners echt niet altijd exact dezelfde opvoedaanpak te hanteren, maar het is voor je kind wel het fijnst als hij weet waar hij aan toe is en dat hij weet wat hij van jullie kan verwachten. Vandaar dat het fijn is als je het over een aantal basisthema’s eens kunt worden. Hoe meer jullie aanpak of ideeën uit elkaar liggen, hoe moeilijker het zal zijn om het met elkaar eens te worden. Dat lukt dus ook niet met één gesprekje. Neem daar de tijd voor en bespreek in alle eerlijkheid en openheid hoe jullie beiden over de opvoeding (en specifieke onderwerpen daarbinnen) denken en leg uit hoe dat komt. Pas als je weet waar de ideeën en redeneringen van de ander vandaan komen, kun je verder. Op die manier is de kans het grootst dat jullie over veel opvoedthema’s consensus bereiken.

⇒ Blijf in het belang van jullie kind open en eerlijk over jullie opvoedaanpak communiceren.
Lees meer over dit thema in m’n artikel ‘Ruzie over de opvoeding: Zo los je het op!’.

 

 

9. Zorg goed voor jezelf
gezin_op_de_fietsBij punten 6 en 7 gaf ik al aan dat het voor je kind belangrijk is om een gezonde leefstijl te hebben en om voldoende te slapen. Dat geldt voor jou als ouder natuurlijk net zo goed. Ook voor jou is het namelijk belangrijk om voldoende te slapen, gezond te eten en voldoende te bewegen. Misschien ken je de uitdrukking ook wel: ‘als je goed voor jezelf zorgt, dan kun je beter voor anderen zorgen’. En misschien komt er bij jou als volwassene nog wel bij dat je de mate van (chronische) stress probeert te beperken.

⇒ Zorg er voor dat je actief aandacht besteedt aan je eigen gezondheid. Ook daarin geef je je kind een belangrijk voorbeeld. En zeg nou zelf: als jij lekker in je vel zit, kun je de opvoeding van je kind weer net een stapje beter aan. Toch…?
Lees meer over dit thema in m’n artikel ‘3 Goede Voornemens voor Ouders (of: Hoe houd je het ouderschap goed vol?)’.

 

 

10. Last but not least: Blijf zelf rustig.
kinderen_apen_ouders_in_alles_naWelke lastige opvoedsituatie zich ook voordoet, het is altijd belangrijk dat jij als ouder rustig probeert te blijven. Jij geeft je kind altijd een voorbeeld van hoe je in leuke, fijne  of juist lastige situaties kunt reageren. Uiteraard heb je liever niet dat je kind gaat schreeuwen, schelden of tieren als hij boos, verdrietig, gefrustreerd of teleurgesteld is; doe dat dan zelf ook niet. Je kind ziet jou namelijk als voorbeeld. En vergis je niet: ook al zeg je nog zo vaak tegen je kind dat het belangrijk is om rustig te blijven, als je dat zelf niet doet, heeft je uitspraak weinig waarde. Je kent de volgende uitspraak misschien wel: ‘Je kind doet zoals jij doet, niet zoals je zegt’.
Als je meer wil lezen over hoe je zelf kunt stoppen met schreeuwen en wil leren hoe je op een positieve manier met je kind kunt communiceren, vraag dan GRATIS mijn e-book ‘Stop met Schreeuwen’ aan. 

Heb je het idee dat je de meeste van deze punten al toepast in jouw opvoeding, maar heb je het idee dat het gedrag van je kind nog steeds niet goed hanteerbaar is?
Neem dan contact met me op, zodat we samen kunnen kijken waar het mis gaat, wat er anders kan en hoe je de relatie met je kind (nóg) beter maakt.

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips).
– ‘10 basistips om je baby, kind of tiener lekker te laten slapen.
– ‘Peuterpuberteit: 10 domeinen om samen met je kind te overwinnen.
– ‘10 redenen waarom baby’s huilen (en wat je dan kunt doen).
– ‘Sturing & verbinding: Waarom beide aspecten onmisbaar zijn in de opvoeding van jouw kind.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

logo_akse_coaching_groot_nieuwGa (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Heeft mijn kind dyslexie of niet? Wat je er als ouder of leerkracht over moet weten. [ Interview met dyslexie-expert drs. Kim Huiskamp ]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze experts interviewt over hun eigen onderzoek of werkveld. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, opvoeding en/of de ontwikkeling van kinderen (0-16 jaar). 

 

jongen_schrijven_handen_in_haarZodra je kind naar school gaat, komt hij al snel in aanraking met taal. In de kleutergroepen wordt er voorzichtig aandacht aan besteed en vanaf groep 3 begint het echte werk. Bij de meeste kinderen verloopt de taalontwikkeling zonder veel problemen; bij sommige kinderen zie je echter dat het lezen en spellen moeizamer gaat. Dat komt vaak in groep 3 en 4 naar boven. Bij deze kinderen zou er sprake kunnen zijn van dyslexie.

Over het onderwerp ‘dyslexie’ interviewde ik drs. Kim Huiskamp. Zij werkt als diagnosticus en behandelaar bij het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) in Maastricht.

In dit artikel vertelt ze uitgebreid wat dyslexie precies is (en wat niet), hoe je dyslexie bij jouw kind kunt herkennen, waarom het belangrijk is om de taalontwikkeling van je kind goed in de gaten te houden en – indien nodig – op tijd te starten met behandeling. Daarnaast vertelt ze welke mythes en vooroordelen er soms nog bestaan over dyslexie, waar dyslexie wel eens mee verward wordt en wat je als ouder kunt doen om het leesplezier van je kind te stimuleren.

 

Je bent expert op het gebied van dyslexie en leesvaardigheid. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan? 
meisje_wil_niet_lezen‘Ik ben eigenlijk toevallig met dyslexie in aanraking gekomen. Aan het einde van mijn opleiding psychologie heeft mijn stagebegeleidster mij in contact gebracht met prof. dr. Leo Blomert, expert op het gebied van dyslexie. Hij zocht mensen om een vakgroep te vormen om het dyslexieprotocol op poten te krijgen en dat wilde ik graag doen. Op die manier kon ik dus bij toeval in zijn werkgroep aan de slag. Daardoor kwam ik ook in aanraking met wetenschappelijk onderzoek naar dyslexie. Het onderwerp trok mij erg aan, maar ik merkte dat ik liever in een klinische setting werkte dan in een wetenschappelijke. Via Leo Blomert werd ik toen voorgesteld aan Patty Gerretsen, toentertijd directeur wetenschap van het RID. Zo ben ik uiteindelijk bij het RID terechtgekomen en daar werk ik nu al 15 jaar. Wat ik zo prettig vind aan werken met mensen met dyslexie is dat je echt iets voor iemand kunt betekenen. Iedereen in onze maatschappij krijgt te maken met lezen en schrijven en als je dyslexie hebt, kun je flinke problemen ondervinden op school, op je werk of zelfs privé. Met een gerichte behandeling en concrete tools, kun je kinderen (en volwassenen) met dyslexie echt helpen hun situatie te verbeteren. Het geeft me enorm veel voldoening dat ik op deze manier iets kan betekenen voor de kinderen, die bij ons komen.’

 


Curriculum Vitae
kim_huiskamp_fotoDrs. Kim Huiskamp studeerde neuro– en ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Maastricht. Daarna werkte ze een jaar als psycholoog / onderzoeksassistent aan dezelfde universiteit. Vervolgens maakte ze de overstap naar het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) in Maastricht. Ze werkte er een tijd als hoofd behandeling en vestigingsmanager; momenteel als diagnosticus en behandelaar.


 

Kun je uitleggen wat dyslexie precies is?
hersenen_kwabben‘Als je dyslexie hebt, dan heb je moeite met lezen en/of spelling. Sommige kinderen hebben alleen moeite met lezen, andere alleen met spellen en weer andere met allebei. De grootste groep van de kinderen met dyslexie heeft moeite met allebei.

In onze maatschappij maken we gebruik van het alfabetische schrift. Onze woorden zijn opgebouwd uit klanken. Als je het woord wil leren lezen en schrijven, dan zul je het woord moeten opdelen in klanken. Je gaat dan als het ware de klankstructuur van woorden ontcijferen.

In de hersenen zit een gebiedje (temporaal kwab*) dat de klankstructuur van woorden verwerkt, het helpt je met het in stukjes hakken van woorden. Dat gaat automatisch, onbewust.
*: Meer specifiek, de superieure temporale sulcus (STS) en planum temporale (PT) zijn betrokken bij de integratie van de letter-klank-koppeling. De visual word form area (VWFA) is betrokken bij directe woordherkenning.

Bij dyslexie is dat gebiedje wat minder goed toegerust om de klankinformatie te ontwarren. Die informatie loopt dan een beetje door elkaar. Je spreekt woorden misschien soms net een beetje verkeerd uit.
Bijvoorbeeld: Je hebt het dan niet over ‘doelwit’ maar over ‘doellid’.

En dat is eigenlijk nog maar het begin. Kinderen (of volwassenen) met dyslexie hebben er dus moeite mee om de klanken van elkaar te onderscheiden. De volgende stap is dat je de klanken gaat koppelen aan een letter, dus de klanken van losse letters. In groep 3 begin je daarmee: je leert welke klank bij welke letter hoort (bijv. ‘Dit is de letter ‘L’ en die klinkt zo…’).

Die letter-klank-koppeling zit weer in een ander gebiedje van die temporaal kwab. Dat gebiedje koppelt als het ware de auditieve (klank, die je hoort) en visuele informatie (letter, die je ziet) aan elkaar. Dat ‘koppelproces’ duurt eigenlijk jaren. Van groep 3 naar groep 8 maken kinderen daarin een stijgende lijn door. Die integratie duurt dus echt jaren en kan alleen optreden met onderwijs. Pas daarna wordt het een automatisch proces. Op het moment dat het automatisch is, kun je het zien van een letter niet meer als niet-letter zien. Op latere leeftijd gebeurt dat zelfs met hele woorden. Maar daar heb je dus wel training voor nodig. Een beginnende lezer kan dat nog niet met hele woorden. Daarom begin je op school eerst met het leren van de letters met bijbehorende klanken.’

 

Hoe ‘ontstaat’ dyslexie? 
loesje_dyslexie‘Je wordt met dyslexie geboren; het ontstaat dus eigenlijk niet echt. Het is ook erfelijk, wat betekent dat het vaker binnen families voorkomt.

Bij dyslexie zijn twee vaardigheden of processen verstoord: aan de ene kant is dat de klankverwerking (fonologische verwerking), aan de andere kant is dat de letter-klankkoppeling.

In groep 3 leren kinderen om te ‘decoderen’ oftewel om te ‘hakken & plakken’.
Bijvoorbeeld: ze leren dat het woord ‘kip’ uit 3 klanken bestaat: k – i – p.

In de hersenen gaat dat dan nog niet automatisch. De kinderen zullen er energie in moeten steken om dat goed te leren. Ze hebben op dat moment ook nog minder bronnen om het woordbeeld in hun geheugen op te slaan.

Als je het hele proces van het lezen en spellen hebt doorlopen, dan is het eindstation dat je een heel woord ziet en herkent. Je herkent het omdat het opgeslagen is in het ‘mentaal lexicon’. Hoe meer je daarin opgeslagen hebt, hoe automatischer het lezen en spellen gaat. Dat automatisme kun je trouwens ook krijgen als je dyslexie hebt. Maar omdat de basis van het aanleren lastiger is, duurt het langer om bij dat eindstation te komen.’

 

Hoe kunnen ouders dyslexie bij hun kind herkennen? 
jongen_in_klas_juffrouw_geen_zin‘Je kunt dyslexie eigenlijk pas echt herkennen vanaf dat je kind een tijdje in groep 3 zit, dus als je kind echt onderwijs krijgt op het gebied van lezen en schrijven. Bij kleuters zie je ook al wel eens dat ze moeite hebben met klankverwerking. Ze hebben dan bijv. moeite met het leren / benoemen van de kleuren, met links en rechts, ze hebben moeite met rijmen, ze vinden het lastig om de namen van klasgenootjes te onthouden of ze vinden het moeilijk om nieuwe liedjes te leren. Dat zijn allemaal dingen waarbij ze iets moeten doen op het gebied van klankverwerking. Een deel van de kinderen, dat hier moeite mee heeft, kan later moeite krijgen met lezen en schrijven. Dat hoeft echter niet perse. Het zijn dus geen harde criteria, eerder een aanwijzing om het goed in de gaten te houden. Andersom geldt dat ook: als je kind hier als kleuter geen moeite mee heeft, dan wil dat niet zeggen dat hij geen dyslexie kan hebben. Het kan op dyslexie wijzen, maar dat is niet één op één.

In groep 3 kijk je of leerlingen moeite hebben met het leren van letters, met het hakken en plakken, met het op tempo lezen van woorden en of leerlingen fonetisch blijven schrijven (= letterlijk schrijven van wat je hoort).

Het mag dus duidelijk zijn dat je lezen en spellen echt moet leren. Wil je dyslexie kunnen aantonen, dan moet je dus onderwijs hebben gehad. Als school merkt dat een kind moeite heeft met lezen en spellen, dan moet het ook extra onderwijs en aandacht op dat gebied aanbieden. Halverwege groep 3 kom je er misschien achter dat een leerling zich wat trager ontwikkelt op het gebied van taal en spelling. Dan is het belangrijk om uit te filteren waar dat door komt; een probleem op het gebied van lezen en spelling hoeft nl. niet altijd op dyslexie te wijzen. Basisscholen hebben daar een protocol voor.
Als school bijvoorbeeld op basis van de citoscores (bij score D of E) merkt dat het lezen van een leerling achterblijft, dan wordt er extra aandacht aan die leerling gegeven; bijv. door de leerling in een apart groepje te zetten en/of extra aandacht te geven op het gebied van lezen en/of spelling. Als de leerling dat een half jaar of heel jaar heeft gehad en dat blijkt onvoldoende effect te hebben gehad, dan kun je pas echt gaan onderzoeken of dyslexie een mogelijke oorzaak is.

Het is belangrijk om na te gaan wat precies de oorzaak is van de problemen die een leerling heeft op het gebied van lezen en spellen. Juist om te weten of het dyslexie kan zijn of niet. Een leerling kan bijvoorbeeld ook een algemeen leerprobleem hebben of er speelt iets anders dat hem belemmert in zijn leerproces. Denk bijvoorbeeld aan een trauma in de familie (bv. echtscheiding en daardoor verlies van motivatie om te leren of goed mee te doen op school). Dan kan een kind dus wel moeite met lezen en/of spelling hebben, maar niet door een onderliggende dyslexie. Vandaar dat het enerzijds zo belangrijk is om goed te onderzoeken wat precies de reden is dat een kind moeite heeft met lezen en/of spelling. Anderzijds is het daarom goed om een breder leerprofiel mee te nemen en om te beoordelen of de één-op-één-hulp in de klas goed genoeg heeft gewerkt. Uiteraard kunnen de lees- en spelmoeilijkheden ook nog andere oorzaken hebben of samenhangen met andere stoornissen.’
Daarover bij een volgende vraag meer.

 


Heb je het idee dat kinderen hun dyslexie kunnen verdoezelen, waardoor het voor ouders of leerkrachten lastig wordt om het te herkennen? 
meisje_juffrouw_samen_lezen‘Eerlijkgezegd lijkt het me voor een kind bijna niet te doen om dyslexie te verdoezelen. Ze kunnen wel verschillende strategieën laten zien om met hun lezen of spelling om te gaan. Ze trappen bijvoorbeeld op de rem en gaan heel langzaam lezen. Of ze gaan juist heel snel lezen en raden dan wat er staat. Kinderen met dyslexie hebben moeite met het technische leesproces; dat betekent in dit geval dat het ten koste gaat van de snelheid of van de nauwkeurigheid van het lezen.

Bij kinderen met veel compensatiemogelijkheden zien we wel eens dat ze met tekst lezen een hoger niveau behalen dan met woordlezen. Ze hebben dan steun aan de semantiek van de tekst; de inhoud en betekenis van de tekst helpt hen om de woorden in tekstverband te lezen.

Bij hoog-functionerende volwassenen zien we wel eens dat ze vooral vastlopen bij het lezen van onzinwoorden. Zij hebben door de jaren heen al zoveel woorden geleerd en opgeslagen (in hun mentaal lexicon), dat ze al veel woorden en teksten gewoon goed kunnen lezen.

Bij de beoordeling of een kind dyslexie heeft, weegt het lezen trouwens zwaarder dan spelling of schrijven. Lezen is namelijk een ‘puurdere’ maat van dyslexie vanwege het automatische proces. Daarom geeft het lezen meer de doorslag bij de beoordeling van dyslexie. Bij spelling is altijd gerichte aandacht nodig en kunnen dus ook weer andere dingen spelen, waarom kinderen er moeite mee hebben (denk aan motivatie en taakgerichtheid).’

 

Vanaf welke leeftijd kun je dyslexie laten onderzoeken? 
jongen_vrouw_huiswerk_maken‘Vanaf de leeftijd van ongeveer 8 jaar, dus pas bij kinderen in groep 4, kun je dyslexie betrouwbaar onderzoeken. Dus nog niet echt vanaf groep 3. Je moet kinderen namelijk de kans geven om het lees- en spelproces op gang te laten komen.

Merk je dat het kind al last heeft op dit gebied vanaf de kleuterklas (zie hierboven), dan zou je een leerling van groep 3 eventueel wel al kunnen laten onderzoeken. Maar dat zijn eerlijkgezegd wel de uitzonderingen.’

 

Waarom is het belangrijk om het op jonge leeftijd te laten onderzoeken?
meisje_vrouw_schrijven‘Als je van groep 3 naar groep 8 kijkt, dan worden de normen steeds strenger. Als jij je op een trager tempo ontwikkelt vergeleken met je groepsgenoten, zal het verschil daarom steeds groter worden. Dan ga je dus steeds meer achterlopen ten opzichte van de andere kinderen.

In de hogere groepen wordt ook steeds meer gebruik gemaakt van taal. Zo heb je in groep 4 nog wel het ‘kale’ rekenen, maar vanaf groep 5 komen ook steeds vaker verhaaltjessommen aan bod. Dan is het ook bij vakken als rekenen belangrijk om goed te kunnen lezen. En bij de hogere groepen komt alleen nog maar meer (talige) informatie op de leerling af. Ze hebben dan een bepaald functioneel leesniveau nodig om alles op een goede manier te kunnen verwerken en te begrijpen. Dat is niet alleen nodig bij vakken als begrijpend lezen en redactiesommen, maar ook bij vakken als geschiedenis of aardrijkskunde.
Het is misschien goed om in dit kader te weten dat het onderdeel ‘begrijpend lezen’ één van de onderdelen is, waarop bepaald wordt welk niveau van voortgezet onderwijs je aankunt. Als jij het technisch leesniveau hebt van iemand van groep 3 en je moet lezen op het niveau van eind groep 7, dan is het lastiger om de inhoud van tekst er op een goede manier uit te pikken, zeker als je al zo worstelt met de tekst die je leest. (Als de tekst je voorgelezen wordt, kan het natuurlijk weer anders zijn.)

Om op een goede manier te kunnen laten zien, wat er aan vaardigheden en kennis in je zit, is het dus belangrijk dat het gat tussen je leesniveau en je vaardigheden niet te groot is. Als dat wel het geval is, dan wordt het een stuk lastiger om te laten zien wat je kunt.’

 

Kun je van dyslexie genezen? 
meisje_leest_boek_MLP‘Helaas kun je niet van dyslexie genezen. Je zult altijd meer moeite met lezen en spellen blijven hebben dan anderen zonder dyslexie.

Ondanks dat gegeven kun je het gebiedje in de hersenen wel trainen, waardoor het lezen en spellen beter gaat. Dyslexie is dus niet te genezen, maar je kunt je lees- en spelvaardigheden wel verbeteren. En dat is goed nieuws.

Het is goed om te accepteren dat het lezen en spellen moeilijk voor je is en zal blijven. Je ziet dat sommige kinderen heel opgelucht zijn met diagnose (‘gelukkig, ik kan er niks aan doen’); er valt een last van hun schouders. Andere kinderen voelen zich er juist vervelend door; ze krijgen het gevoel dat ze anders zijn dan anderen, dat ze niet normaal zijn of dat ze niet meer degene zijn die ze waren. Kinderen, die moeite hebben om te accepteren dat ze dyslexie hebben, kunnen baat hebben bij ‘psycho-educatie’. Bij het RID geven we hen o.a. een boekje mee dat ze samen met hun ouders kunnen lezen: ze gaan dan samen vragen beantwoorden, thema’s bespreken en ze kunnen wat meer gerustgesteld worden. De inhoud van dit boekje komt dan ook in de behandeling aan bod. Ook is het goed om te weten dat heel beroemde of intelligente mensen dyslexie hadden (denk maar eens aan Einstein). Door dyslexie zo positief mogelijk te benaderen, proberen we kinderen er een andere mind-set over te geven.

Nadat je een dyslexiebehandeling hebt gehad, kan de dyslexie toch weer de kop op steken, bijvoorbeeld als je een nieuwe taal gaat leren. Daar hebben leerlingen met dyslexie doorgaans meer moeite mee. Het blijft een zwakkere plek.’

 


EXTRA
Drs. Kim Huiskamp raadt de volgende boeken aan om (evt. samen met je kind) over dyslexie te lezen.

Informatieve boeken voor ouders:
boeken_MPL_dyslexie‘Kinderen met dyslexie, een gids voor ouders’ – T. Braams
‘Houvast bij leesproblemen en dyslexie op de basisschool, leidraad voor ouders’ – A. Paternotte en J. Buitelaar
‘Mijn kind & Dyslexie’ – R. Krijnen
‘Mijn kind heeft dyslexie’ – M. Ceyssens

Informatieve boeken voor kinderen: 
‘Dyslexie’ – Z. van Mersbergen (Informatiereeks 3, nummer 54)
‘Een 2 voor dictee. Een verhaal over dyslexie’ – J. Breeman
‘Letters op de snelweg. Boekje over dyslexie’ – K. Terlouw
‘Ik heb dyslexie, nou en!’ – L. de Groot

Leesboeken geschikt voor dyslectische kinderen:
http://www.makkelijklezenplein.nl (informatie over leesboeken voor dyslectici)
http://www.zwijsen.nl (serie Zoeklicht)
http://www.inktvis.nl (serie Kokkel-reeks)

Leesboeken over dyslexie voor kinderen: 
‘Ik ben niet bom!’- M. van de Coolwijk
‘Schatkasten’ – H. van der Werff
‘Pudding Tarzan’ – O.L. Kirkegaard
‘De smoezenkampioen’– C. Slee
‘Heksie. Hoe vang je een heks? – M. Snoeij


 

Waar wordt dyslexie wel eens mee verward? 
meisje_dromend_aan_tafel‘Als kinderen zich bij ons aanmelden om te onderzoeken of er sprake is van dyslexie, dan wordt er niet alleen gekeken naar hoe het met lezen en spelling gaat, maar we kijken ook naar andere schoolvakken. Kinderen kunnen namelijk in het algemeen moeite hebben om nieuwe vaardigheden aan te leren of ze kunnen een algemeen leerprobleem hebben. Dan heb je een heel andere benadering nodig om het kind verder te helpen.

Soms kunnen kinderen een taalontwikkelingsstoornis (TOS) hebben. Ze hebben dan moeite met taal in het algemeen; niet alleen moeite met lezen en schrijven, maar ook moeite met taalbegrip, met de taalproductie (uitspraak) en/of ze hebben een lage woordenschat. Bij kinderen met TOS is er dus meer aan de hand; ze hebben een breder taalprobleem.

Verder is het goed om aandacht te hebben voor andere stoornissen, zoals AD(H)D. Een kind dat bijvoorbeeld moeite heeft om de aandacht ergens bij te houden, kan daardoor in de klas informatie of instructie mislopen. Ook kan een kind met een aandachtsprobleem het ene vak wel leuk vinden en het andere niet; dan heeft het bijvoorbeeld minder aandacht voor taal en dus minder oefening om het goed te ontwikkelen. Dat wil echter nog niet zeggen dat er sprake is van dyslexie.

Sommige kinderen lopen een ‘didactische achterstand’ op: ze liggen achter op de groep, maar dat kan komen omdat ze minder effectief onderwijs hebben genoten dan andere kinderen. Ook dat hoeft dus niet door een mogelijk onderliggende dyslexie te komen.

Hier blijkt in ieder geval uit hoe complex het geheel kan zijn. Dyslexie kan ook nog eens samen voorkomen bij één van deze stoornissen (comorbiditeit), maar dat hoeft natuurlijk niet. Het is ook mogelijk dat de lees- en spelproblemen, die je opmerkt, door een ander onderliggend probleem veroorzaakt worden dan door dyslexie.’

 

Welke mythes, onjuistheden of vooroordelen bestaan er over dyslexie? 
meisje_leest_in_boek‘Er bestaan wel een aantal mythes of vooroordelen over dyslexie:

(1) Dyslexie ontstaat door een zuurstoftekort bij de geboorte of door slecht samenwerkende hersenhelften.
Vroeger werd wel gedacht dat dyslexie kwam door een zuurstoftekort bij de geboorte, maar we weten inmiddels dat dat niet zo is. Er werd ook wel gedacht dat de twee hersenhelften niet goed samenwerkten. Dan moesten de kinderen evenwichtsoefeningen doen, waardoor de helften wel beter gingen samenwerken. Beide ideeën zijn inmiddels ontkracht door wetenschappelijk onderzoek en niet waar gebleken.

(2) Kinderen met dyslexie kunnen niet goed zien of horen.  
Als je kijkt naar de gebieden in de hersenen die bij klankverwerking betrokken zijn, dan zitten die min of meer tussen de auditieve en visuele cortex in. De informatie die in de auditieve cortex terechtkomt (klank), wordt gecombineerd met de informatie die in de visuele cortex terecht komt (letter). Bij kinderen met dyslexie gaat die verwerking ervan moeizamer. Een kind met dyslexie kan dus zowel goed horen als zien, alleen het verwerken van de combinatie klank en letter gaat moeizamer. Je kunt dyslexie dus niet oplossen door een bril of een hoorapparaat te dragen.

(3) ‘Mijn kind heeft niet zo’n zin in lezen en spelling en moet gewoon wat beter zijn best doen.’ 
Ouders kunnen soms de overtuiging hebben dat hun kind niet gemotiveerd is en gewoon wat beter zijn best zou moeten doen. Maar ik leg dan altijd uit dat kinderen niet ongemotiveerd worden geboren; het kind beslist niet bewust of actief dat het geen zin heeft om te leren. Als een kind geen zin heeft om te lezen, om huiswerk te maken of om iets te doen voor school, dan komt dat door een bepaalde wisselwerking met iets anders. Dingen die je lastig vindt of waar je moeite mee hebt, vind je gewoon niet zo leuk om te doen. De berg wordt dan te hoog. Gelukkig kun je de berg lager maken, zodat het te behalen doel niet meer onbereikbaar lijkt. Het kind krijgt dan het gevoel dat hij het misschien toch kan.

We zien ook wel eens kinderen, die voordat ze bij ons komen, al een heel traject hebben afgelegd. Ze zijn dan al op zoveel plekken geweest en hebben al zoveel onderzoeken gehad, dat ze al bijna geen zin meer hebben om nóg een onderzoek of behandeling te ondergaan. Deze kinderen zou je ‘behandelmoe’ kunnen noemen. Dat wil echter niet zeggen dat ze niet geholpen kunnen worden; ook bij deze kinderen kan dyslexie vastgesteld worden en ook zij kunnen nog steeds geholpen worden.

(4) ‘Laat maar, er is toch niks aan te doen.’ 
Sommige ouders denken: ‘het is dyslexie, er is niks aan te doen’. Dat is echter niet het geval. Ook kinderen met dyslexie kun je met de juiste begeleiding beter laten lezen en spellen. Het is daarbij vooral belangrijk om voor ogen te houden wat je kind wel nog kan ontwikkelen en wat er nog wel mogelijk is. Ga na welk doel je kunt stellen. Daarbij is belangrijk om juist de inspanning, die je kind doet, te belonen (growth mindset) en niet het resultaat (fixed mindset).’

 

Wat kunnen ouders doen als ze het vermoeden hebben, dat hun kind dyslexie heeft? 
voorlezen_vader_dochter_lachend‘Als ouders vermoeden dat hun kind moeite heeft met lezen of spellen of zich er zorgen over maken, dan is het belangrijk om dat aan te kaarten bij de leerkracht. Het is goed om het zelf ook in de gaten te houden. Bespreek het, zodat de leerkracht er aandacht voor heeft.

School heeft dan – indien nodig – mogelijkheden om extra hulp aan leerlingen te bieden. Citotoetsen helpen bij het signaleren ervan. Daarna kan een leerling doorverwezen worden voor extra zorg; dat zou evt. naar het RID kunnen. Daar wordt onderzocht of er wel / geen sprake is van dyslexie en indien dat inderdaad het geval is, kan de dyslexiebehandeling plaatsvinden.

Over het algemeen is het belangrijk dat ouders met een kind met dyslexie een omgeving creëren, waarin lezen een plek heeft. Creëer een omgeving waarin regelmatig gelezen wordt en waarin dat ook beloond wordt. Denk dan in termen van ‘quality time’: lekker samen op de bank zitten en een boekje (voor)lezen. Maak (voor)lezen dus een normaal onderdeel van je eigen levenssituatie.

Uiteraard kan het voor ouders nog best lastig zijn om het lezen voor hun kind weer leuk te maken. Ga dan op zoek naar de intrinsieke motivatie van je kind. Dat kun je doen door vooral boeken uit te zoeken die je kind zelf heel leuk, interessant of boeiend vindt. Laat de boeken aansluiten op de belevingswereld en interesses van je kind. Als je kind bijvoorbeeld fan is van dinosaurussen, dan lees je daar samen boeken over. Bij drukke gezinnen kan zo’n één-op één-momentje, waarin je aan je kind (voor)leest, zelfs een uitkomst zijn. Door het samen te doen, wordt het lezen alleen maar leuker. Hiermee kun je de leesmotivatie en het leesplezier van je kind absoluut stimuleren.

Geef het dus niet op en ga vooral door met lezen. Lezen onder dwang, bijv. tot huilens toe, is natuurlijk het andere uiterste. Dat laatste vergroot alleen maar de weerstand bij je kind. In de plaats daarvan is het beter om je kind zelf zijn boeken uit te laten kiezen. Ga samen naar de bibliotheek en maak er daarna samen een gezellig leesmoment van.
Goed om nog te weten is ook dat het geen probleem is om kinderen naar luisterboeken te laten luisteren of om software te gebruiken om boeken te laten voorlezen. Het is dan wel belangrijk dat kinderen het boek erbij houden en zelf meelezen. In de bibliotheek heb je ook een Makkelijk Lezen Plein, waar je boeken kunt vinden voor kinderen die wat meer moeite hebben met lezen.

 


Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend.
 Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?
Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Lees verder over gerelateerde thema’s:
Wist jij dit al over opvoeding en ouderschap…? Uitgebreide interviews met toonaangevende experts.’ 
– ‘11 tips om samen (voor)lezen nóg leuker te maken.
– ”Nog een keer lezen, nog een keer’- 5 eenvoudige tips om samen (voor)lezen met je kind nóg leuker te maken.
– ‘Waarom worden kinderen en tieners toch zo boos?‘. 
‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl. 

Peuterpuberteit: 10 domeinen om samen met je kind te overwinnen.

meisje_lachend_peuterToen je kindje nog een baby (0-1 jaar) was, ging het allemaal eigenlijk heel gemakkelijk.  Af en toe waren er wel wat dingetjes waar je even wat mee moest, zoals de hapjes die je baby niet meteen wilde eten of het doorslapen dat niet meteen wilde lukken, maar over het algemeen viel het reuze mee. Ook als dreumes (1-2 jaar) had je weinig met je kindje te stellen. Je kindje deed over het algemeen wel wat je zei, hij vond het fijn om je te helpen, om met je te kletsen, om me je te spelen en hij knuffelde je graag. Het was echt een lieverd!

Nu je kindje echter de peuterleeftijd (2-3 jaar) heeft bereikt, lijkt alles ineens heel anders. Natuurlijk is je kindje nu ook nog wel lief, maar sommige situaties zijn echt een stuk lastiger. Het is niet vanzelfsprekend meer dat je kindje meteen naar je luistert. Hij kan ook soms om onverklaarbare redenen een driftbui krijgen. Hij huilt soms heel hard, terwijl je niet goed begrijpt wat er nou aan vooraf ging. Verder wil hij op de gekste momenten van alles ‘zelluf’ doen, terwijl hij dat nog helemaal niet kan. Als je aanbiedt om te helpen, dan mag dat echt niet. Maar ondertussen is hij wel enorm gefrustreerd als het hem inderdaad niet lukt. Wat is er toch met hem aan de hand…?

De kans is groot dat je kind midden in de peuterpuberteit zit.

Op deze jonge leeftijd gebeurt er ontzettend veel met je kindje en daar staan we als ouder vaak helemaal niet bij stil. Je kindje ontwikkelt zich op allerlei gebieden en dat gaat in rap tempo. Je kunt je misschien wel voorstellen dat het voor je kindje ook niet allemaal even makkelijk is.

⇒ Hieronder vind je een overzicht van wat je kindje allemaal leert en wat daar voor je kindje (en jou) lastig aan is. Per domein geef ik je steeds één praktische tip om direct thuis toe te passen én geef ik je één leestip voor als je verder wil lezen over dat specifieke onderwerp. Onderaan het artikel geef ik je nog 5 extra opvoedtips. Op basis van deze informatie én tips leer je je peuter en zijn frustratie, boosheid en emoties niet alleen beter begrijpen, maar kun je er ook op een positieve manier op reageren. Daar komen ze…

 

(1) De sociale ontwikkeling van je peuter:
kinderen_spelen_op_grond_leidstersKinderen vinden het doorgaans heel fijn om met andere kinderen te spelen. Bij jonge peuters is dat vaak nog niet echt ‘samen’ spelen, maar eerder naast elkaar spelen. Naarmate je kindje ouder wordt, zal hij ook steeds meer echt samen spelen met andere kindjes.
Kinderen leren van het omgaan met anderen, van volwassenen én van andere kinderen.  Kinderen kijken naar elkaar, imiteren elkaar en leren zo nieuwe vaardigheden of nieuwe spelletjes. Vandaar dat het voor de sociale ontwikkeling van je kind belangrijk is om hem van jongs af aan met andere kinderen te laten spelen.

TIP: Wacht niet om je kindje met andere kinderen te laten spelen totdat hij naar de basisschool gaat. Spreek nu al regelmatig af met ouders van jonge kinderen uit de buurt, met vrienden die zelf ook jonge kinderen hebben of meld je kind aan voor de kinder- of peuteropvang. Op die manier krijgt je kindje de kans om te leren samen spelen.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘Hoe leer je je kind om rekening te houden met anderen?‘.

 

(2) Egocentrisme: Je peuter is bijzonder egocentrisch ingesteld.
kinderen_maken_ruzie_om_xylofoon_ouders_op_bankJonge kinderen zien de wereld vooral vanuit hun eigen standpunt. Ze zijn heel erg egocentrisch ingesteld en kunnen zich nog niet verplaatsen in het standpunt van een ander. Voor je peuter betekent dat wanneer hij iets wil, hij dat onmiddellijk wil. Hij houdt er geen rekening mee of het op dat moment kan en of jij dat als ouder wel goed vindt. Hij wil het hebben (of doen) en hij wil het nu!
Je kindje kan ook nog niet inschatten dat een ander iets zou ‘kunnen willen’. Je peuter denkt echt alleen nog maar vanuit zichzelf: ‘ik wil dat speeltje nu’ en houdt er geen rekening mee dat het andere kindje al een tijdje heel leuk met dat speeltje aan het spelen is en het vervelend kan vinden dat hij het van hem afpakt. Met alle gevolgen van dien…

TIP: Ga bij je kindje zitten als het samen met een ander kindje speelt  en leg uit wat er gebeurt; ‘ondertitel’ het, als het ware. Leg uit dat je kind niet zo maar iets mag afpakken, maar dat hij het wel eerst kan vragen. Als het kindje het dan afgeeft, dan mag hij het hebben. Zo niet, dan moet hij wachten totdat het kindje ermee klaar is. Doe voor wat ‘om de beurt’ is en wat ‘samen spelen’ precies inhoudt.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘Samen spelen, samen delen‘.

 

(3) Je peuter wordt langzaam maar zeker zindelijk. 
jongen_zit_op_potje_02Veel kinderen worden als peuter zindelijk. Dat betekent dat ze actieve controle krijgen over hun eigen blaas en darmen. Natuurlijk gebeuren er ook wel eens ongelukjes, die tot frustratie en boosheid kunnen leiden; niet alleen bij je kind, maar ook bij jou als ouder. Realiseer je dat alle kinderen in hun eigen tempo zindelijk worden. Het is nergens voor nodig om het te overhaasten. Ook jouw kindje zal na verloop van tijd zindelijk zijn.

TIP: Stel je tijdens en na de zindelijkheidstraining in op ongelukjes. Ga er van uit dat ze gaan gebeuren. Dat is helemaal niet erg en ze horen er echt bij. Het ene kind heeft er meer last van dan het andere. Zorg er voor dat je als ouder niet boos, maar er juist rustig op reageert. Bij een ontspannen aanpak zonder strijd leert je kindje op een fijne manier om zijn blaas en darmen te beheersen en om op zichzelf te vertrouwen.

Verder lezen: Wil je graag checken of je kindje wel / niet klaar is om zindelijk te worden? Klik dan hier om een korte test te doen.
Wil je graag starten met het stimuleren van de zindelijkheid van je kind of merk je dat het nog best moeilijk is om je kindje zindelijk te maken (of te houden)? Lees dan meer over mijn cursus ‘Tijd voor Zindelijkheid’.

 


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 


(4) De spraak- / taalontwikkeling van je peuter: 

peuter8Gemiddeld genomen zeggen kinderen rond hun eerste jaar hun eerste woordje. Meestal is dat ‘papa’ of ‘mama’. Ze leren daarna steeds meer woordjes. Je ziet dat ze op deze leeftijd ook nog regelmatig gebruik maken van non-verbale communicatie; door te wijzen of een bepaalde gezichtsuitdrukking weet je als ouder vaak al wat je kindje bedoelt.

TIP: Om de taal- / spraakontwikkeling van je kindje te stimuleren kun je bijvoorbeeld steeds benoemen wat je doet, benoemen wat je pakt of benoemen wat je aan je kindje geeft. Op die manier leert je kind steeds beter wat de klanken die hij van jou hoort betekenen en koppelt hij ze aan voorwerpen, kleuren, vormen ed. Daarna zal hij het ook steeds vaker zelf proberen te zeggen.

Verder lezen: Lees het artikel ‘5 tips om nóg beter met je baby, dreumes en peuter te communiceren‘ (gastbijdrage van Esther Sluijsmans).

 

(5) Motorische ontwikkeling van je peuter: Lekker bewegen.
Werk in opdrachtOok op dit gebied zet je kindje letterlijk en figuurlijk grote stappen. Hij begint met een paar losse stapjes en dat worden er langzaam maar zeker steeds meer. Hij leert ook te springen, te rennen, met een bal te gooien en te vangen, tegen een bal te schoppen of zijn evenwicht te bewaren. Als je kindje wat ouder is, leert hij ook te hinkelen, huppelen of koprollen. Je kunt hem op dit gebied doorgaans goed stimuleren en aanmoedigen. Kijk wat je kindje kan / wil doen en probeer hem er – indien nodig – bij te helpen of doe het hem vaker voor.

TIP: Geef je kindje de mogelijkheid om veel te bewegen en om lekker actief te spelen. Juist door te doen, leert je kindje op deze leeftijd enorm veel. Laat je kindje ook dagelijks buitenspelen (bij voorkeur 2 uur per dag). Dat kan in je eigen tuin of in een speeltuin bij jou in de buurt. Aangezien peuters nog geen gevaar zien, is het wel belangrijk om een oogje in het zeil te houden.

Verder lezen: Lees ook m’n artikel ‘Is het erg als kinderen niet buiten spelen? (Interview op L1 Radio)‘.

 

(6) Emotionele ontwikkeling van je peuter: Driftbuien. 
jongen_driftbui_achteroverJe kind leert steeds beter wat zijn emoties zijn. Hij gaat er ook – onbewust – steeds meer mee experimenteren. Hij zal meer momenten hebben van groot verdriet en heftig huilen; ook merk je nu dat je kind soms ineens heel bang kan zijn (denk aan bang voor honden, spoken, monsters, heksen etc.).
Ook boosheid kan op deze leeftijd in alle heftigheid voorbijkomen. Vooral tussen 15 maanden en 3 jaar hebben de meeste kinderen last van ongecontroleerde uitbarstingen, de zg. driftbuien. Wat je dan aan je peuter merkt of ziet, is dat hij plots ongeduldig wordt, geen teleurstelling kan verdragen of geen ‘nee’ van jou kan horen. Met andere woorden: je peuter zou het liefst zijn eigen gang gaan, maar dat kan op dat moment niet. Als reactie barst je kindje in woede (of tranen) uit en gaat flink tegen je te keer. Sommige peuters gaan dan schreeuwen, krijsen, slaan, schoppen of houden een tijdje hun adem in (‘breath holding spells’).

TIP: Op het moment van een driftbui heeft je kind jou nodig om zijn emoties onder controle te krijgen en om tot bedaren te komen. Daarom is het ontzettend belangrijk dat jij rustig blijft op het moment dat je kind een driftbui heeft. Houd hem dan in de gaten (evt. op een afstandje), zodat hij zichzelf niet (onbedoeld) pijn gaat doen.

Verder lezen: In m’n  artikel ‘M’n kind heeft vaker driftbuien. Wat nu?’ lees je meer praktische tips over hoe je met een driftbui omgaat.

 

(7) Eten: Bang voor nieuwe dingen
peuter3Jonge kinderen kunnen soms bang zijn / worden voor nieuwe dingen; dat noemen we ‘neofobie’. Ze willen dan ineens niet meer eten; ze weigeren dan bijvoorbeeld om iets te eten dat ze niet kennen. Als je daar als ouder te veel in meegaat of als je je kind niet op een positieve manier stimuleert, dan zie je vaak dat kinderen steeds meer eten gaan weigeren. De maaltijd mondt uit in een machtsstrijd tussen ouder en kind. De gezelligheid aan tafel is dan ver te zoeken.

TIP: Voorkom dat je je kind gaat dwingen om toch iets te eten. Dwingen werkt helaas averechts. Houd oog voor wat je kind wél goed doet aan tafel en benoem dat. Als je kind weet wat hij goed doet, dan is de kans groter dat hij dat opnieuw of vaker zal gaan doen.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips)’.

 


fb_cursus_help_mijn_kind_luistert_niet
Cursus ‘Help, mijn kind luistert niet!?’
Wil je graag weten hoe je ervoor zorgt dat je kind beter én sneller naar je luistert?
Op een positieve, liefdevolle en constructieve manier.

=> Dan is deze cursus precies wat je zoekt.
=> Vraag nu GRATIS Les 1 van deze cursus aan.

Lees hier wat je allemaal van deze cursus mag verwachten.


 


(8) Slapen: Dutjes & monsters

meisje_huilend_uit_bedSlapen is op alle leeftijden heel belangrijk, dus ook voor je peuter. Ook op dit gebied van slaap verandert er van alles voor je kind: je jonge peuter gaat van twee naar één dutje en je oudere peuter gaat van één naar geen middagslaapje. Kort na zo’n verandering zal je kindje eraan moeten wennen dat hij wat minder slaap krijgt. Dat betekent niet alleen dat je kindje sneller of vroeger moe is, maar ook dat je kindje minder kan verdragen of prikkelbaarder is. Een mogelijk gevolg is dat een drift- of huilbui sneller kan optreden.
Daarbij is het voor je peuter nog bijna onmogelijk om feit en fictie uit elkaar te halen. Het heeft nog zo’n levendige fantasie dat het echt gelooft dat er een krokodil onder zijn bed ligt of dat er monsters / heksen op zijn kamer zijn. Je kind kan daar echt heel erg bang van worden.

TIP: Het heeft geen zin om te zeggen dat je kind zich ‘niet moet aanstellen’ of dat monsters / heksen niet bestaan. Voor je kindje bestaan ze namelijk wel en zijn ze echt. Hij gelooft er echt in (‘magisch denken‘). Neem daarom de zorgen van je peuter serieus, ga echter niet mee in zijn angst en stel hem uiteraard gerust. Kijk bijvoorbeeld samen onder zijn bed, zodat hij zeker weet dat daar niks ligt of jaag alle monsters met speciale ‘Monsterspray’ zijn kamer uit.

Verder lezen: In m’n artikel ‘Het middagdutje: Wanneer kan mijn kind het dutje ’s middags overslaan? (Incl. checklist)‘ lees je of je peuter er klaar voor is om het middagdutje over te slaan en hoe je dat kunt aanpakken. In m’n artikel ‘Ga nou toch lekker slapen, liefje! – 5 tips om je kind te leren slapen‘ lees je hoe je er voor zorgt dat je kindje ’s avonds rustig in slaap valt.

 

(9) Cognitieve ontwikkeling van je peuter: 
voorlezen_moeder_kind_op_bedMet de cognitieve ontwikkeling van je peuter bedoel ik zijn leervermogen. Hij leert allerlei nieuwe vaardigheden: hij leert steeds beter te begrijpen wat er om hem heen gebeurt, hij kan zijn geheugen steeds beter gebruiken en leert om kleine problemen aan te pakken en op te lossen. Ook kan hij steeds langer ergens zijn aandacht bij houden en zich langer op een taakje concentreren.

TIP: Om de cognitieve ontwikkeling van je peuter te stimuleren is het goed om dagelijks met je kindje te lezen. In de bibliotheek vind je allerlei (prenten)boeken, die uitermate geschikt zijn voor jonge kinderen. De thema’s in deze boeken sluiten vaak heel mooi aan op de belevingswereld van je kindje. Daarbij is samen lezen een mooie, gezellige één-op-één-activiteit, die kinderen doorgaans heel fijn vinden om samen met papa of mama te doen. Samen lezen vergroot ook nog eens zijn aandachtspanne en concentratievermogen en stimuleert zijn taal- / spraakontwikkeling. Dus door regelmatig voor te lezen, sla je heel makkelijk een aantal vliegen in één klap.

Verder lezen: Lees ook m’n artikel ‘Nog een keer lezen, nog een keer’- 5 eenvoudige tips om samen (voor)lezen met je kind nóg leuker te maken‘.

 

(10) Grote zus of broer worden: 
ouderschap_zwangere_buik_oudste_dochter2Veel kinderen worden op deze leeftijd ineens grote broer of grote zus. Dat is voor henzelf een grote omslag. Ineens moeten ze de aandacht, die ze altijd van papa en mama kregen, delen met een ander kindje. Het ene kindje gaat makkelijker met deze verandering om dan het andere.

TIP: Bereid je peuter goed voor op de komst van zijn broertje of zusje. Laat hem waar mogelijk helpen met de veranderingen in huis. Als hij bijvoorbeeld in een andere kamer gaat slapen, kan hij zelf zijn knuffels naar de nieuwe kamer verhuizen. Als hij in een ander (groter) bed gaat slapen, dan kan hij zelf een mooi dekbedovertrek uitzoeken. Laat je peuter ook helpen met de inrichting van de babykamer. Als de baby er eenmaal is, kun je je kindje een cadeautje geven ‘namens de baby’.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘Hoera, er komt een kindje bij! – 5 tips over hoe je je oudste voorbereidt op een broertje of zusje.‘.

 

Wat kun je nog meer doen als ouder om de frustraties, boosheid en heftige emoties van je peuter het hoofd te bieden? 

[A] Bewaar je rust, ook in uitdagende opvoedsituaties. 
moeder_meisje_lachend_bosProbeer zo veel als mogelijk rustig op je kindje te reageren, ook tijdens een pittige of heftige opvoedsituatie. Je kindje mag best aan jou merken dat een grens is bereikt en dat je niet altijd zo maar meegaat in wat je kindje wil. Het is belangrijk om hem dat op een rustige manier duidelijk te maken.

[B] Geef je kind duidelijkheid: ‘zeg wat je doet, doe wat je zegt’. 
Als je in allerlei situaties op dezelfde manier op je kindje reageert, dan weet hij steeds beter wat hij van jou kan verwachten en wat de bedoeling is. Dat vinden kinderen fijn; dat geeft hen rust en vertrouwen. Houd je vast aan de uitdrukking ‘zeg wat je doet, doe wat je zegt’: leg uit wat je gaat doen of wat je van je kindje verwacht en zorg er – op een fijne, liefdevolle manier voor – dat dat ook gebeurt.

[C] Geef je kind voldoende positieve aandacht. 
Speel met je kind, zodat je je kind voldoende positieve aandacht kunt geven. Alle kinderen hebben dat nodig. Probeer dan aan te sluiten bij wat je kind op dat moment aan het doen is. Uiteraard is dat ook een mooie gelegenheid om je kind iets nieuws te leren. Als je kind met de duplo aan het spelen is, kun je samen een ‘superhoge’ toren; zo hoog mogelijk (totdat hij omvalt). Of je probeert samen een puzzel te maken; eerst eentje die past bij zijn leeftijd en dan – afhankelijk van hoe het je kindje afgaat – maak je de puzzel wat makkelijker of juist wat moeilijker. Zo kun je je peuter stimuleren, op een manier en op het niveau dat goed bij hem past.
Ook als iets bij het spelen niet meteen lukt of als het je kindje niet zo leuk lijkt te vinden, hoeft dat niet te betekenen dat hij dat nooit meer gaat doen. Juist door het toch nog eens klaar te leggen, door het vaker te doen of door het regelmatig samen te oefenen, gaat het hem steeds beter af én is de kans groot dat hij het steeds leuker gaat vinden.

[D] Accepteer dat het de ene dag beter gaat dan de andere. De peuterpuberteit kan voor ouders best een heftige periode zijn. Onderschat het niet. Maar wees ook realistisch: er zijn niet alleen dagen waarop het niet lekker loopt, er zitten ook hele fijne dagen tussen. En bedenk: liep het vandaag niet zo lekker? Begin dan morgen weer met frisse moed en een schone lei.

[E] Vergeet niet dat je kindje nog altijd heel lief kan zijn en op momenten heel fijn is in de omgang. Ook als hij nu regelmatig een driftbui heeft of veel huilt, zijn er nog altijd momenten waarop je veel plezier aan hem beleeft en hij jou veel liefde geeft. Geniet van deze momenten. Laat die fijne momenten niet overschaduwen door de lastige(re) opvoedmomenten.

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

Referenties van gebruikte literatuur voor dit artikel: 
– Voorkom myopie bij jouw kind, met het gratis myopie-pakket. [ Klik hier. ]
– Woolfson, R. (2001). De pientere peuter. Uitgeverij Cantecleer: Baarn.

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips).
– ‘10 basistips om je baby, kind of tiener lekker te laten slapen.
– ‘Het middagdutje: Wanneer kan mijn kind het dutje ’s middags overslaan? (Incl. checklist)
– ‘Boos zijn kun je leren! | 6 stappen om je kind te leren zijn boosheid te beheersen.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

logo_akse_coaching_groot_nieuwGa (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Overgewicht bij kinderen: Wat is het precies en wat kun je er aan doen? [ Interview met expert gezondheidsbevordering dr. Jessica Gubbels ]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze experts interviewt over hun eigen onderzoek of werkveld. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, opvoeding en/of de ontwikkeling van kinderen (0-16 jaar). 


kinderen_eten_pizzaAls ouder wil je niets liever dan dat je kind goed in zijn vel zit.
Voor kinderen met overgewicht kan dat best lastig zijn. De kans is groot dat ze dagelijks de lichamelijke én mentale gevolgen van hun overgewicht ervaren. Vandaar dat het ontzettend belangrijk is om je kind te helpen om van zijn overgewicht af te komen. Maar hoe doe je dat…?

Ik praatte erover met gezondheidswetenschapper dr. Jessica Gubbels en legde haar een aantal vragen over dit thema voor. In dit interview lees je dan ook veel informatie en praktische tips waar jij als ouder thuis mee aan de slag kunt.

Na het lezen van dit artikel weet je wat overgewicht precies is, welke gevolgen kinderen er zelf van kunnen ervaren en wat je als ouder wel én niet kunt doen om het overgewicht van je kind aan te pakken. Daarnaast lees je hoe je het thuis op een positieve manier met je kind over zijn overgewicht kunt hebben, welke mythes er rondom dit onderwerp bestaan en voor welke valkuilen je als ouder moet oppassen.

 

Je bent expert op het gebied van gezondheidsbevordering van jonge kinderen en hun families. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan?
kinderen_spelen_buiten_vergrootglas‘Ik ben zelf al sinds mijn jeugd bezig geweest met kinderen en hun ontwikkeling. Ik deed vrijwilligerswerk bij de scouting en kindervakantiewerk bij ons in het dorp. Als promovendus ben ik gestart bij het KOALA geboorte cohort; dat was een onderzoek waarbij we kinderen over de tijd volgden. Bij mijn promotieonderzoek richtte ik me op de invloed die de thuissituatie van kinderen kan hebben op hun overgewicht en dan specifiek op de regels die ouders hanteren op het gebied van voeding en eten. Zo wilde ik o.a. weten welke regels ze precies in huis hadden, welke kinderen vaker of juist minder vaak overgewicht hebben, welke kinderen meer of juist minder bewegen.

jongens_bank_gamen_zitten_overgewichtIk ontdekte een aantal patronen; bijvoorbeeld dat kinderen die veel tv kijken vaak ook een ongezond eetpatroon hebben. Deze kinderen lopen dus eigenlijk een dubbel risico om overgewicht te krijgen. Het omgekeerde zagen we ook: kinderen, die meer bewegen, eten gezonder. We zagen dus dat specifieke gedragingen ‘clusteren’, ze hangen met elkaar samen. Naar aanleiding daarvan wisten we dus ook dat je bij de aanpak van overgewicht niet alleen naar het eetpatroon moet kijken maar ook naar andere factoren zoals beweging, tv kijken ed. Dit onderzoek hebben we vervolgens uitgebreid naar andere instellingen waar gezinnen veel mee te maken hebben, zoals de kinderopvang, peuterspeelzalen, scholen; ook onderzoeken we nu naar wat ouders al kunnen doen tijdens de zwangerschap om te zorgen dat hun kinderen gezond en fit worden.

Ik ben me er tijdens mijn studie en eigen onderzoek steeds meer bewust van geworden dat de kinder- en jeugdtijd een heel belangrijke periode is. In die tijd wordt bij uitstek een routekaart uitgestippeld voor de rest van je leven. We weten uit onderzoek dat het op latere leeftijd lastig is om los te weken van ongezonde gewoontes en patronen, die je in de kindertijd opdoet.

We weten ook uit onderzoek dat wanneer kinderen overgewicht hebben ze een grote kans hebben om op latere leeftijd overgewicht te hebben. De leeftijd van 2-6 jaar blijkt daarbij de belangrijkste periode. Het gewicht in de peuter- en kleuterleeftijd is dus een belangrijke voorspeller van het gewicht als volwassene.

In praktijk heeft dat te maken met het gedrag dat op die jonge leeftijd wordt aangeleerd. Je leert op die leeftijd natuurlijk ontzettend veel, niet alleen op het gebied van spraak, taal en motoriek maar ook op het gebied van voeding en eten, zoals het leren kennen van smaken. Wanneer je bepaalde smaken in je kinder- en jeugdtijd niet hebt leren kennen, dan kan het lastig zijn om die later in je te leven te leren waarderen.

Dat lijkt misschien een sombere boodschap, maar het is vooral ook hoopgevend: juist in de kindertijd kun je dus veel invloed uitoefenen op gezonde eet- en leefpatronen, waar kinderen later in hun leven nog veel plezier aan kunnen beleven. In die periode leer je gewoontes en patronen aan, die je vaak je hele leven houdt. Vandaar dat het belangrijk is om de basis voor een gezonde leefstijl al in de kinder- en jeugdtijd te leggen.’

 


pasfoto_jessica_gubbelsJessica Gubbels is universitair docent en onderzoeker bij de afdeling Gezondheidsbevordering van de Universiteit Maastricht. Na haar bacheloropleiding Gezondheidswetenschappen, volgde ze de master Health Education and Promotion in Maastricht.
Vervolgens deed ze een promotieonderzoek op basis van het KOALA geboortecohort onderzoek, waarin het gedrag en de gezondheid van kinderen langdurig gevolgd worden. Na haar promotie bleef ze werkzaam aan de Universiteit Maastricht. Ze geeft les in diverse bachelor en master programma’s aan de faculteit Health, Medicine and Life sciences. Haar onderzoek richt zich met name op de leefstijl en gezondheid van kinderen en hun gezin. Ze begeleidt diverse onderzoekers in binnen- en buitenland, waaronder Libanon, Uganda en Sudan. Daarnaast is ze lid van adviescommissies over bewegen bij kinderen en voeding bij zwangere vrouwen binnen de Gezondheidsraad.

Jessica is getrouwd en moeder van vier kinderen: Jasmijn (9), Fenna (8), Emmie (6) en Willem (3).


 


Wat is overgewicht bij kinderen precies?

jongen_staat_voor_groeimeter‘Strikt genomen bedoelen we met ‘overgewicht’ dat een kind te zwaar is ten opzichte van zijn lengte; het gaat daarbij dus altijd om de verhouding tussen de lengte en het gewicht van een kind (Body Mass Index; BMI). Daar kleven wel een aantal nadelen aan. Kinderen groeien bijvoorbeeld altijd met ‘horten en stoten’, dus soms zijn ze een tijdje wat zwaarder ten opzichte van hun lengte, dan weer wat lichter en dan is de verhouding weer in orde. Het meten van het gewicht is ook gevoelig voor ‘foutjes’: het maakt – zeker bij jonge kinderen – uit of hij pas gegeten heeft of net een volle luier heeft. Daarbij heeft ieder kind een andere lichaamsbouw met meer of minder spier- of vetmassa.

Het is goed om je te realiseren dat er deels een genetische component kan meespelen bij overgewicht. Die genetische component heeft niet alleen effect op de lichaamsbouw, het gewicht en het makkelijk krijgen van overgewicht, maar ook op gedrag. We weten bijvoorbeeld dat het voor sommige mensen moeilijker is om met specifiek gedrag te stoppen dan voor andere en dat het voor sommige mensen fijner is om te bewegen dan voor anderen. Er zit zelfs een erfelijke component in sportief gedrag; voor sommigen gaat sporten veel gemakkelijker dan voor anderen. Zij worden bijvoorbeeld beloond in hun lijf, terwijl anderen het eerder als straf ervaren.

Het is belangrijk om met al deze factoren rekening te houden wanneer je het gewicht van een kind beoordeeld. Je kunt dus niet zo maar alle kinderen met elkaar vergelijken; het gaat echt om individuele kinderen. Het is belangrijk om het gewicht van kinderen over een langere periode in de gaten te houden (bijvoorbeeld een paar maanden), zodat je geen verregaande conclusies trekt op basis van een momentopname. Ook heel snelle stijgingen of dalingen in gewicht zijn belangrijk om in de gaten te houden, dan kan er namelijk iets ernstigers aan de hand zijn dan ‘gewoon’ aankomen of iets lichter worden.’

 

Wanneer spreek je van overgewicht en wanneer heb je het over obesitas (bij kinderen)?
jongens_gewicht_overgewicht‘Je hebt verschillende gradaties in overgewicht; we spreken van overgewicht en ernstig overgewicht (oftewel obesitas). Bij volwassenen komt ook ‘morbide obesitas’ voor, maar bij kinderen gelukkig bijna niet.
Je bepaalt het overgewicht op basis van de BMI. Dat is makkelijk te bepalen, maar helaas is dat een vrij onnauwkeurige maat. Bovendien verschilt het bij kinderen en jongeren per leeftijd en ook tussen jongens en meisjes, wat een gezond BMI is. Vandaar dat het belangrijk is om dan vooral verder te gaan kijken: wat is er thuis precies aan de hand en waar komt het overgewicht door. Houd verder ook goed in de gaten hoe het met het kind zelf gaat, of het lekker in zijn vel zit en hoe het zich ontwikkelt.’

 

Wat merk je of zie je aan een kind met overgewicht?
jongen_overgewicht_buikomvang_meten‘Aan de buitenkant zie je dat kinderen dikker zijn en dat hun kleding niet goed meer past. Kinderen met ernstig overgewicht kunnen soms ook al lichamelijke klachten krijgen, waar soms zelfs al medicatie voor nodig is. Dat betekent dat kinderen echt duidelijk ziek kunnen worden van hun overgewicht. Zelfs ziektes, gerelateerd aan overgewicht, die vroeger aangeduid werden als ‘ouderdomsziekte’ (zoals diabetes type 2) komen nu al voor bij kinderen. Op lange termijn zie je dat kinderen met overgewicht later grotere kans hebben op hart- en vaatziektes, hoge bloeddruk, kanker, verminderd functioneren van allerlei organen (o.a. de lever) en eerder overlijden.

Er zijn trouwens ook andere ziektes, waar kinderen overgewicht door kunnen krijgen. Dat zijn bepaalde erfelijke, aangeboren ziektes, die een hele andere achtergrond hebben. Hun overgewicht hoort dan eigenlijk bij het onderliggende ziektebeeld. Dat komt dan vaak niet door wat ze eten of door te weinig bewegen, maar wel door hun stofwisseling en andere factoren. Vaak hebben kinderen met een dergelijke ziekte ook nog andere lichamelijke of mentale klachten en zitten dan al in een intensief medisch traject. Dat zijn overigens ziektes die veel minder vaak voorkomen.

De uiterlijke en lichamelijke gevolgen zijn eigenlijk maar een deel van de gevolgen van overgewicht voor een kind. Het kind kan ook op andere manieren last hebben van zijn overgewicht. Het merkt bijvoorbeeld dat het minder goed mee kan doen tijdens de gymles of tijdens het spelen met vriendjes. Kinderen met overgewicht zitten vaak niet zo goed in hun vel, worden vaker gepest, trekken zich meer terug en kunnen zelfs een negatieve stemming of depressieachtige klachten ontwikkelen. Ook weten we dat kinderen met overgewicht vaker last hebben van depressieve klachten. Ook op de lange termijn zijn er vaak negatieve gevolgen voor de mentale gezondheid.

Gelukkig kun je veel ongedaan maken. Dat doe je o.a. door de bepaalde gewoontes om te buigen en door meer te bewegen. Dan is er gelukkig nog veel te redden. Al is dat wel makkelijker gezegd dan gedaan, zodra patronen eenmaal ingesleten zijn.’

 

Hoe vaak komt overgewicht voor bij kinderen?
meisje_overgewicht_bij_dokter‘Hoe vaak overgewicht voorkomt, is afhankelijk van de leeftijd, van bepaalde regio’s waar kinderen wonen en van bepaalde landen. Gemiddeld genomen zie je bij ongeveer 10-15% van alle kinderen in Nederland overgewicht en neemt het percentage toe met de leeftijd. Obesitas komt doorgaans voor bij minder dan 5% van alle kinderen; ook dat loopt sterk op met de leeftijd, dus de kans op obesitas wordt groter naarmate je ouder wordt. Tegenwoordig zie je dat overgewicht en obesitas over de algehele populatie toeneemt, dus zelfs bij kinderen.’

 

Wat zijn volgens jou de meestvoorkomende redenen dat het voor ouders nog best lastig is om hun kind een gezond eetpatroon aan te leren?
meisje_overgewicht_eet_toetje‘Wat ouders tijdens het eten doen, dus de regels die ze hebben of wat ze tijdens het eten tegen hun kind zeggen, zijn vaak vaste gewoontes of patronen. Daar spelen ook factoren als stress, tijdsdruk en hun eigen opvoeding in mee. Soms weten ouders ook wel dat ze het beter anders kunnen aanpakken, maar dan vervallen ze toch in een patroon van dingen die minder goed zijn. Je ziet ook dat ouders soms in een vicieuze cirkel met hun kind terechtkomen: het kind doet iets dat niet gewenst is (bijv. het kind kijkt veel tv) en ouders gaan dat verbieden of beperken. Dat maakt dat het kind het juist meer wil gaan doen. Dat is lastig om te doorbreken. We weten dat een negatieve aanpak vaak niet goed werkt. Stimuleren van wat wél goed gaat, werkt veel beter, weten we uit onderzoek.

Ouders kunnen ook andere dingen doen om ervoor te zorgen dat hun kind een gezonde leefstijl of gezond eetpatroon ontwikkelt. Denk maar eens aan samen bewegen, samen gezond eten, samen activiteiten ondernemen, het goede voorbeeld geven en een compliment geven als kinderen iets nieuws proeven. Betrek je kind bij het proces van eten: samen boodschappen doen, samen koken, samen de maaltijd voorbereiden.

Het is goed om met je kind te praten over waarom je bepaalde keuzes maakt, waarom je het belangrijk vindt dat er groente gegeten wordt (bijv. je wordt er sterk / fit / gezond van). Als je alleen tegen je kind zegt dat hij het moet eten omdat het gezond is, dan is dat niet voldoende. Dat komt neer op ‘omdat ik het zeg’ en dat is te dwingend. Het is belangrijk om je kind meer uitleg te geven. Sluit bijvoorbeeld aan bij de belevingswereld van je kind: ‘wat zou jouw idool of superheld eten om gezond of fit te blijven?’.

Praat er al van jongs af aan over met je kind; zelfs met peuters is dat al belangrijk. Als je je kind hierbij helpt, over voeding praat, dan heeft dat een positief effect op wat je kind eet. Als je kind ouder is, kun je je kind steeds meer bij het proces van voorbereiden en koken laten helpen. Tieners kunnen bijvoorbeeld zelf een recept uitzoeken of zelfstandig koken. Op die manier maak je er voor je kind iets positiefs van in plaats van iets dat moet.

Ouders kunnen ook bepaalde valkuilen tegenkomen. Als je kind niet goed eet, dan kun je je daar zorgen over maken. Je bent bang dat je kind te weinig eet en te weinig gezonde voeding binnenkrijgt. Als het kind bij het avondeten niet goed gegeten heeft, dan bieden ouders vaak erna nog wat anders aan, bijvoorbeeld een boterham. Het kind is natuurlijk ook niet gek en weet tijdens het avondeten: ‘zo meteen komt er iets beters, dus ik ga het warme eten nu echt niet eten’.

Het is goed om je te realiseren dat het tijd kost om bepaalde dingen te leren eten. Je moet soms wel 10-15 keer iets proeven om het te leren eten. Gezonde gewoontes aanleren kost nou eenmaal tijd.

Vaak zeggen ouders tegen hun kind ‘eet je bordje leeg’, maar ook dat kun je beter achterwege laten. Als ouder bepaal je namelijk wél wat en wanneer er gegeten wordt, maar het kind bepaalt zelf hoeveel het eet. Daarmee luistert je kind naar zijn eigen honger- en verzadigingsgevoel. Als je kind dat namelijk niet doet, leert je kind niet wanneer het genoeg gegeten heeft. Veel mensen houden daar hun hele leven last van, dat ze niet eten omdat ze honger hebben, maar doorgaan tot het op is.

Het is goed om te weten dat je op verschillende manieren controle kunt uitoefenen op het gedrag van je kind. Dat kan o.a. door middel van ‘overt control’ en ‘covert control’. Overt control is de controle die je expliciet uit en die je kind merkt; als ouder verbied of beperk je je kind om iets te doen. Bij covert control is dat veel minder het geval. Uit onderzoek weten we dat covert control beter werkt; overt control werkt soms niet zo goed. Een voorbeeld hiervan is dat je je kind expliciet verbiedt om niet meer te snoepen (overt control) of dat je het snoep niet in huis haalt, zodat je kind thuis niet kán snoepen (covert control). Het effect is hetzelfde (‘je kind krijgt geen snoep’), maar de aanpak is duidelijk anders, en de resultaten op lange termijn vaak ook.

Het is ook af te raden om eten als straf of beloning te gebruiken. Bijvoorbeeld: ‘als je nu niet naar me luistert, krijg je straks geen toetje’ of ‘als je niet zeurt in de winkel, geef ik je thuis een snoepje’. Met een dergelijke aanpak leg je onbedoeld een relatie tussen emotie en eten en koppel je het eten los van het honger- en verzadigingsgevoel. Hierdoor gaan kinderen toch eten wanneer ze slecht in hun vel zitten, terwijl ze eigenlijk geen honger hebben. Op latere leeftijd zijn dit vaak de stress-eters: zodra mensen stress hebben grijpen ze naar de chips of andere ongezonde dingen.’

 

Wat kunnen ouders concreet doen om hun kind een gezonde leefstijl te bieden? 
meisjes_buiten_sporten‘We weten uit onderzoek dat een vaste structuur aanhouden het makkelijker maakt om nieuwe gewoontes aan te leren. Zo kun je dus het beste een vast moment op de dag aanhouden om fruit te eten en om samen te bewegen. Kinderen varen wel bij structuur; die duidelijkheid vinden ze fijn. Dat maakt het makkelijker om te doen en vol te houden.

Zorg dat je gezond gedrag van je kind stimuleert. Geef je kind bijvoorbeeld een compliment wanneer het iets nieuws proeft. Dan zie je je kind als het ware ‘groeien’.
Je kind eet natuurlijk niet alleen thuis, maar ook op andere plekken, zoals school, opvang, bij opa en oma tijdens het oppassen. Vaak zie je dat in elke context andere afspraken of eetgewoontes gelden. Als de verschillen in aanpak ongunstig voor het kind uitpakken, dan zal het er op de plek waar iets niet mag er tegenin gaan. Voor het kind is het gewoon moeilijker te begrijpen dat het op de ene plek wel en op de andere plek niet mag. Ook voor ouders onderling is het belangrijk om zo veel mogelijk op één lijn te zitten: als het kind van de ene ouder zijn bord moet leeg eten en van de andere ouder hoeft dat niet, dan ondermijn je elkaars gezag en is het voor je kind erg onduidelijk wat nu precies de bedoeling is. Dat werkt niet.

We weten ook uit onderzoek dat wanneer de opvang en ouders qua eetgewoontes niet op een lijn zitten, het kind over het algemeen ongezonder eet. Probeer daarom de gezonde eetgewoontes ook af te stemmen op de andere plekken waar je kind regelmatig is. Dat is in praktijk natuurlijk best lastig, maar wel belangrijk voor je kind. Ga erover in gesprek en probeer op één lijn te komen.

Verder is het natuurlijk belangrijk om het goede voorbeeld te geven. Eet als ouder zelf gezond en zorg dat je voldoende beweegt.

Blijf deze tips volhouden. Het is echt een weg van de lange adem. En wees mild voor jezelf. Niemand maakt altijd alleen maar verantwoorde keuzes, dat hoeft ook niet. Het is als ouder echt niet altijd makkelijk, en het laatste wat je wilt is dat het een obsessie voor jou of je kind wordt.’

 

In de media wordt tegenwoordig regelmatig aandacht geschonken aan gezondheid, leefstijl, overgewicht en je kunt op internet veel tips over dit onderwerp vinden. Zit daar ook wel eens verkeerde informatie tussen?
dieten_diversen‘De eerste mythe, die ik vaak tegenkom, heeft te maken met wat een gezond voedingspatroon precies is. Vooral in de social media komt verkeerde informatie veel voor. Daar is ineens iedereen expert. Er zijn bijvoorbeeld verschillende meningen over hoe je gezond kunt blijven; die worden op social media ineens gepresenteerd als dé waarheid, terwijl dat niet op wetenschappelijk onderzoek gebaseerd is. Dat geldt o.a. voor allerlei diëten en diverse aanpakken. Er is nou eenmaal niet één makkelijke oplossing die voor iedereen werkt. Als dat wel zo was, dan bestond er geen probleem meer op het gebied van overgewicht. Het is goed om kritisch te kijken naar wat er precies gezegd wordt.

Voor professionals is het belangrijk om te blijven kijken naar wat werkt bij dit kind en dit gezin. Er is geen magische of simpele oplossing.

Voor ouders is het belangrijk dat ze zich realiseren dat het gevaarlijk kan zijn om op basis van bepaalde diëten specifieke voedingswaarden weg te laten. Zeker kinderen in de groei hebben nou eenmaal een uitgebreid palet aan voedingsstoffen nodig. Als ze die niet of onvoldoende binnenkrijgen, kunnen ze bepaalde tekorten oplopen waar ze ziek van worden. Alle dieet-hypes, die voorbijkomen, kunnen dan gevaarlijk zijn.
Bijvoorbeeld: als je een specifiek dieet volgt, dan ga je bepaalde voedingsstoffen weglaten. Bij een veganistisch eetpatroon zijn dat bijvoorbeeld zuivelproducten en bij het paleo-dieet eet je zo min mogelijk koolhydraten. Kinderen, die veganistisch of vegetarisch eten kunnen bijvoorbeeld een tekort aan vitamine B12 krijgen; deze vitamine is essentieel voor de aanleg van het zenuwstelsel.

Voor kinderen zul je dus goed moet kijken waar je de ontbrekende voedingsstof mee gaat vervangen. Kijk daar heel goed naar, want alle voedingsstoffen zijn nodig voor kinderen in de groei. Als je iets weglaat, moet je ze vervangen door een ander voedingsmiddel of heb je soms zelfs supplementen nodig om hun voeding op een goede, verantwoorde manier aan te vullen.

Ongeacht het dieet waar je je kind aan wilt houden, zul je dagelijks heel bewust moeten kijken of je kind wel voldoende van alle voedingsstoffen binnenkrijgt. Als je kind geen vlees eet, kun je dat bijvoorbeeld aanvullen met peulvruchten en noten. Een diëtist kan helpen met kijken hoe je kind toch alles binnen krijgt.

Maar vergis je niet: we hebben het nu vooral over de bekende ‘specifieke’ diëten, die veel in de media terechtkomen en waar over het algemeen veel aandacht aan wordt besteed. Daarbij mogen we echter één groep niet vergeten, namelijk de groep mensen die weinig groente en/of veel ongezonde voedingsmiddelen eet. Ook zij missen namelijk een deel van de gezonde voeding. En dat is op dit moment een behoorlijk grote groep. Deze groep haalt de aanbevolen dagelijks hoeveelheid vezels, groente fruit ook niet en missen dus ook belangrijke voedingsstoffen. Het Voedingscentrum adviseert o.a. 250 gram groente per dag, maar dat haalt bijna niemand. Slechts 16% van alle volwassenen eet voldoende groenten en maar 13% procent eet voldoende fruit. Dat advies komt trouwens niet zo maar uit de lucht vallen; dat is gebaseerd op advies van de Gezondheidsraad én wetenschappelijk onderzoek.

kind_overgewichtWat je ook vaak tegen komt, is dat mensen een verkeerd beeld hebben van wat overgewicht precies is en of hun eigen kind overgewicht heeft. Ouders weten soms niet wat een realistisch beeld is van wat het gewicht van een kind zou moeten zijn. Zelfs als hun kind te zwaar is, ziet de meerderheid van de ouders dat niet en ondernemen ze geen actie, met alle gevolgen van dien. Dat zie je vooral bij ouders van jongere kinderen. Bij oudere kinderen zie je soms het omgekeerde: ouders denken dat het kind te zwaar is terwijl dit niet het geval is. Beiden situaties zijn uiteraard zorgelijk.

In het verlengde daarvan zie je ook dat kinderen zelf niet goed weten wat een gezond gewicht is. Zowel jongens als meisjes denken bijvoorbeeld dat ze te dik zijn; dat zie je vooral bij tieners, maar ook al bij leerlingen uit de bovenbouw van de basisschool. Kinderen en tieners zijn al bezig met hun gewicht, met dik zijn en met diëten. De media spelen daar wel een rol in: op basis van filmpjes in de social media of beelden op tv krijgen ze een idee van hoe ze eruit zouden moeten zien. Ze kunnen niet goed inschatten of dat realistisch of zelfs gezond is (of niet).’

 

Wat kun je ouders, die twijfelen over het gewicht van hun kind, adviseren? Welke concrete stappen kunnen zij ondernemen om hun kind te helpen om evt. overgewicht te verminderen? 
‘Als ouders het vermoeden hebben dat hun kind overgewicht heeft, dan kunnen ze een aantal stappen zetten, afhankelijk van de leeftijd van hun kind en de situatie:

vader_geeft_dochter_high_fiveOuders kunnen natuurlijk starten met het toepassen van de tips uit dit artikel. Ze kunnen een begin maken met ‘niet meer verbieden’. Je moet als ouder zeker grenzen stellen, maar het is belangrijk om dat op een positieve manier in te steken. Maar vaak zijn gezinnen als er sprake van overgewicht is dit punt al gepasseerd, en zitten ze in die negatieve spiraal. Het kan dan goed zijn om hulp te zoeken.

Ouders kunnen bij diverse hulpverleners aan de bel trekken. Dat is absoluut geen teken van zwakte; het is juist sterk als je hulp inschakelt wanneer je merkt dat het je zelf niet lukt om de situatie te veranderen. Het consultatiebureau en jeugdgezondheidsarts houden bijvoorbeeld de groei van je kind in de gaten en kan je op dit gebied verder helpen. Ook kun je terecht bij je huisarts, een leefstijlcoach of het CJG.Er zijn dus meerdere mogelijkheden, afhankelijk van de specifieke vraag die je als ouder hebt over je kind.

Realiseer je dat je kind er zélf weinig aan kan doen dat het overgewicht heeft. Op dit moment is het hebben van overgewicht eigenlijk een normale reactie op de omgeving waar we met zijn allen in zitten. Er wordt veel reclame gemaakt voor ongezond eten en we bewegen met z’n allen te weinig. De hele omgeving stuurt dus als het ware in de richting van overgewicht. Dat maakt het ook moeilijk voor een kind om uit zichzelf gezond te eten en genoeg te bewegen. Daar kun je het kind dus niet de schuld van geven, maar je kunt hem wel hulp bieden.’

 

En hoe kunnen ouders dat het beste met hun kind bespreken? 
gezin_dochter_op_bed_chips‘Als je hulp gaat zoeken voor je kind, dan is het goed om dat op een positieve manier met je kind te bespreken. Het is vooral belangrijk om de nadruk te leggen op hoe belangrijk het is om lekker in je vel zitten, om je fijn te voelen in je eigen lijf en om sterk en fit te zijn. Bespreek met je kind hoe jullie er samen voor kunnen zorgen dat je kind weer lekker in zijn vel zit. Dan heb je een heel ander gesprek dan wanneer je aangeeft dat je kind te dik is en daar wat aan moet doen, of dat je kind niet mag gamen of juist moet gaan sporten omdat hij te dik is. Kritiek van je ouders op je gewicht en daardoor een verstoorde relatie heeft op de langere termijn misschien veel negatievere gevolgen dan die paar kilo te veel.

Voorkom dus dat je ingaat op het uiterlijk van je kind. Voor kinderen is dat namelijk absoluut niet fijn. Ze zijn zich er vaak al bewust van omdat ze bijvoorbeeld gepest worden of er opmerkingen van vriendjes over krijgen. Als je er als ouder dan ook nog eens over begint, dan is dat extra vervelend.

Ga er dus wel over in gesprek, ga het onderwerp niet uit de weg, laat het geen taboe zijn, maar let op de formulering die je in de gesprekken met je kind hierover gebruikt. Het is enerzijds belangrijk om het samen te bespreken en anderzijds dat je kind zich niet bekritiseerd voelt. Ga vervolgens samen kijken hoe het weer de goede kant op gaat. Blijf in gesprek met je kind, zonder je kind verwijten te maken en zonder dat je kind het gevoel heeft zich te moeten verdedigen.’

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend.
 Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?
Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Lees verder over gerelateerde thema’s:
Wist jij dit al over opvoeding en ouderschap…? Uitgebreide interviews met toonaangevende experts.’ 
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips).
Vind ik niet lekker!‘ (Over jouw rol aan tafel en hoe jij er voor kunt zorgen dat je kind beter eet.)
Ik huil, dus ik snoep‘ – 5 tips om te voorkómen dat je kind een ‘emotie-eter’ wordt.
‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl. 

10 redenen waarom baby’s huilen (en wat je dan kunt doen).

baby_huilt_mamma_troostBaby’s kunnen natuurlijk nog niet met ons praten, maar gelukkig kunnen ze wel met ons communiceren. Dat doen ze door middel van huilen. Het huilen van baby’s heeft een duidelijke signaalfunctie, waarmee ze aangeven ‘er is iets aan de hand’. Het is dan ook belangrijk om op het huilen van je baby te reageren. Zo leert hij dat je er voor hem bent als er iets met hem aan de hand is.

Soms is het nog best lastig om te ontdekken waarom je baby precies huilt. Dat kan dan best een puzzel zijn. Toch zijn het gelukkig niet oneindig veel mogelijkheden en kun je ze in ong. 10 categorieën verdelen. De 10 veelvoorkomende redenen voor het huilen van baby’s heb ik hier voor je op een rijtje gezet. Een aantal van deze redenen ken je vast al, maar ongetwijfeld staan er ook redenen tussen waar jij nog niet bij stil gestaan hebt. Deze lijst kun je heel goed gebruiken om te beoordelen waarom je baby huilt.

⇒ Hier volgen 10 veelvoorkomende redenen waarom baby’s huilen:

 

1. Je baby is moe.
baby_wrijft_in_oogjeWanneer je baby moe is, gaat hij in z’n oogjes wrijven, misschien ook wel gapen. Voorkom dat je baby te moe wordt, let goed op zijn signalen en leg ‘m in z’n bedje, zodat hij lekker in slaap kan vallen. Als je baby te lang huilt als hij moe is, raakt hij steeds meer overstuur en wordt het lastiger om ‘m rustig in slaap te laten vallen.

 

2. Je baby heeft honger.
Four months old babyWanneer je baby honger heeft, maakt hij o.a. kleine smakgeluidjes of gaat hij op z’n knuistjes sabbelen. Je ziet dat hij met zijn mondje gaat ‘zoeken’. Wanneer je dat bij je kindje ziet, weet je dat je baby honger heeft en dat het moment is aangebroken om hem te voeden.

 

3. Je baby is overprikkeld en heeft te veel prikkels gehad.
Als je een drukke, onrustige dag hebt gehad, kan je baby overprikkeld raken. Dat wil niet persé zeggen dat hij op te veel plekken is geweest of te veel mensen heeft gezien, maar meer dat hij er allerlei dingen zijn gebeurd, die hij niet kon voorspellen.
Uiteraard zie je hier duidelijke verschillen tussen baby’s; de ene baby gaat hier beter mee om dan de andere.
⇒ Als je merkt dat je baby onrustig is geworden door het te veel aan prikkels, zorg dan voor meer voorspelbaarheid en regelmaat.

Hieronder lees je ook nog dat je baby kan huilen omdat hij onderprikkeld is, een regeldag heeft, 6-8 weken oud is of huidhonger heeft. Lees gauw verder om precies te weten wat ik hiermee bedoel.

 


ouderschap_baby04

Heb jij vragen over je baby of je prille ouderschap?
Lijkt je baby vaker ontroostbaar of slaapt je baby weinig? Wil je leren welke signalen je baby je allemaal geeft, zodat je goed op zijn behoeftes kunt aansluiten? Heb je andere vragen over je baby of je ouderschap, waar je graag persoonlijk advies van Joyce over zou willen krijgen?
Lees dan hier op welke manier Joyce jou zou kunnen helpen.

Wil je regelmatig nieuws en (realistische) tips ontvangen over zwangerschap, baby’s, de kraamtijd en meer?
Volg dan ‘Blije baby Blije ouders’ op Facebook.


 


4. Je baby is ‘onderprikkeld’ en heeft te weinig prikkels.
baby_huilend_ligt_alleen_in_bed
Stel: Je baby heeft net geslapen, hij ligt nu wakker in zijn bedje en er gebeurt niks. Hij hoort niks en hij ziet niet zoveel. Er is niemand in de buurt om met hem te knuffelen. Dat is een behoorlijk saaie omgeving. Ook baby’s die ontzettend veel in de box liggen (en met wie maar weinig gespeeld wordt), kunnen onderprikkeld raken.

Je baby is vanuit de buik gewend om steeds geluiden te horen, bijv. het kloppen van je hart, het ruisen van het bloed door je aderen en het rommelen van je maag. Vandaar dat een stille ruimte eigenlijk een heel vreemde gewaarwording is voor je baby. Uiteraard zie je ook op dit gebied duidelijke verschillen tussen baby’s; de ene baby gaat hier beter mee om dan de andere.
Vandaar dat je baby ook kan gaan huilen door onderprikkeling.

 

 

5. Je baby heeft een regeldag.
baby_huilend_3
Net als je denkt dat je samen met je baby een mooi ritme hebt opgebouwd, is je baby zomaar ineens onrustig, huilerig en wil hij alleen maar drinken of bij je zijn. Dat zijn momenten waarop je kindje ‘groeit’ en zich ontwikkelt; dat kan een lichamelijk groei zijn, maar ook een mentale. Dat wordt ook wel een ‘regeldag’ genoemd.

Het is normaal dat je kindje op een regeldag meer wil drinken; het heeft dan gewoon meer energie nodig. Als je borstvoeding geeft, gaat je lichaam bij die hogere vraag ‘automatisch’ meer melk aanmaken.
Regeldagen komen op ‘vaste’ momenten na de geboorte voor: rond 9-10 dagen, rond 3-4 weken, rond 3 maanden en rond 6 maanden.

 

6. Je baby heeft pijn.
Je baby huilt wanneer hij pijn heeft. Dan heeft huilen een heel duidelijke signaalfunctie. Je baby geeft dan aan: ‘help me, ik heb pijn, zorg dat de pijn stopt’. Die pijn kan natuurlijk heel divers zijn: het kan variëren van iets onschuldigs (zoals een windje dat dwarszit) tot echte pijn (zoals misknippen bij nageltjes knippen).

 

7. Je baby wil graag bij jou zijn.
baby_bij_mama_huid_op_huid2
Baby’s hebben behoefte aan aanraking en lichamelijk contact. Dat wordt ook wel ‘huidhonger’ genoemd. Daarom wordt zeker kort na de bevalling aangeraden om je baby dagelijks op jouw blote huid te leggen (zg. ‘kangaroeën’).

Ook als je baby wat ouder is, blijft het belangrijk om je baby vaak bij je te pakken en met hem te knuffelen. Dat lichamelijke contact is zelfs essentieel voor een goede ontwikkeling van je kindje. Aangezien de behoefte aan contact van baby’s zo groot is, gaan ze er ook om huilen als ze er behoefte aan hebben. Pak je baby daarom gewoon op en knuffel ‘m. Je hoeft ook niet bang te zijn dat je je baby hierdoor zou verwennen, want dat kan op deze jonge leeftijd nog helemaal niet.

⇒ Je kunt je kind in ieder geval niet verwennen door ‘te veel’ te knuffelen, dus doe dat gerust!

 


baby_ingbakerd_hydrofiele_doek

Workshop ‘Blije baby & Blije ouders’
Joyce geeft regelmatig workshops, waarin ze je leert hoe je op een positieve en fijne manier omgaat met je baby en dan vooral als je baby’tje moeilijk slaapt en/of veel huilt. Deze workshops heten ‘Blije baby & Blije ouders’.

Je leest hier of Joyce deze workshop binnenkort ook bij jou in de buurt geeft.


 

 

8. Je baby is 6-8 weken oud en zit in zijn huilpiek.
baby_huilen_grafiekWat veel ouders niet weten, is dat baby’s na hun geboorte steeds meer gaan huilen. De piek van het huilen is dan rond 6-8 weken na de geboorte (na de ‘uitgerekende datum’ om preciezer te zijn). Na die piek wordt het huilen ook weer geleidelijk aan minder. Dat is het normale verloop van huilen bij baby’s.

 

9. Je baby is geschrokken.
Als je baby plotseling een hard geluid hoort of wanneer je je baby te plots oppakt, dan kan je kindje schrikken. Ook van de schrik kan je kindje gaan huilen.

 

10. Je baby is ziek.
baby_slaapt_bij_mam_op_schouder
Als je baby koorts heeft of als het ziek is, dan voelt het zich niet prettig en gaat het huilen. Ook dan geeft het op die manier aan jou aan dat het je nodig heeft. Als je kindje ziek is, is het goed om ‘m veel bij je te pakken. Het heeft jou dan echt nodig.

 

Je kunt vast ook nog wel andere redenen bedenken waarom je baby huilt, zoals wanneer je baby het te warm of juist te koud heeft. Mijn advies aan ouders is om altijd – in ieder geval even – bij je baby te gaan kijken wanneer hij huilt, al is het alleen maar om te zien of alles in orde is. Zoals uit dit artikel duidelijk mag worden, is er eigenlijk altijd wel een reden voor het huilen van je baby en ben jíj nou eenmaal degene die het probleem voor je baby kan oplossen. Bijkomend voordeel hiervan is dat je baby leert dat jij er voor hem bent en dat jij probeert om hem te helpen. Hij leert dat hij op je kan rekenen als er iets aan de hand is.

 

Heb je het gevoel dat je baby best veel huilt en vrij weinig slaapt?
Lees dan m’n artikel ‘Hoe je in 5 stappen het huilen van je baby vermindert. ‘ met waardevolle achtergrondinformatie en praktische tips over hoe je je baby effectief troost, beter laat slapen en minder laat huilen.

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies‘.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Websites of literatuur, die Joyce gebruikte voor het schrijven van dit artikel:
– Wat zijn regeldagen?. Ouders van Nu. Klik hier.

 

Lees meer artikelen van Joyce over gerelateerde thema’s:
– ‘Waarom huilt mijn kindje toch zo? Over: Hoe je huilen bij baby’s vermindert.’ Klik hier.
– ‘Wat je echt moet weten over het huilen, troosten en slapen van baby’s.‘ [Interview met onderzoeker dr. Roos Rodenburg.]
– ‘Wat ze je vooraf niet vertellen over je zwangerschap, bevalling en kraamtijd…‘.
– ‘Ode aan de hydrofiele doek – Waarom juist deze doek zo onmisbaar is als je jonge kinderen hebt.
– ‘Wat zit er in je kolftas?’ – Lijst met onmisbare dingen voor als je buitenshuis gaat kolven.’ Klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.
© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

 

logo_akse_coaching_groot_nieuwGa (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Wat gebeurt er allemaal met je kind tijdens de adolescentie? Van kindertijd naar jong volwassenheid. [Overzichtsartikel]

kinderen_jongeren_lachend_op_bankVanaf het moment dat je kind / tiener gaat ‘puberen’ verandert er veel; niet alleen voor je tiener, maar ook voor jou als ouder. In dit ‘overzichtsartikel’ wil ik je een samenvatting geven van wat er in deze periode allemaal voor je tiener verandert. Zoals je zult lezen, is dat echt ontzettend veel: op maar liefst 8 domeinen maakt je tiener een enorme ontwikkeling door.
Je begrijpt dat ik in dit artikel niet alle domeinen even uitgebreid zal bespreken, maar daar zal ik in latere artikelen nog wel eens op terugkomen.

Mijn doel van dit artikel is om jou als ouder een overzicht te geven van wat er op dit moment allemaal met jouw tiener gebeurt en waarom hij/zij zich soms – maar lang niet altijd – zo lastig / vervelend / moeilijk kan gedragen. Ik hoop van harte dat dit artikel bijdraagt aan een groter begrip. Uiteraard mag je ook in dit artikel weer mooie praktische tips verwachten, zodat je weet hoe je met sommige lastige opvoedsituaties kunt omgaan.
In de toekomst zal ik over de onderdelen, die je in dit artikel leest, nog meer artikelen schrijven en dan losse thema’s verder uitdiepen.

Pubers, Tieners & Adolescenten
In de volksmond wordt er vaak over ‘pubers’ gesproken. De puberteit gaat strikt genomen alleen over de hormonale veranderingen, die kinderen van deze leeftijd ondergaan. Dat doet echter onvoldoende recht aan álle veranderingen, die er bij je kind gaan spelen. Vandaar dat ik deze term zo veel mogelijk probeer te vermijden.
De officiële en meer adequate term, die voor deze leeftijdsgroep gebruikt wordt, is ‘adolescent’. Ook het woord ‘tiener’ zal ik in dit artikel gebruiken voor kinderen in de leeftijd van 10 t/m 19 jaar.

Leeftijd van adolescenten
Vaak wordt gedacht dat de adolescentieperiode loopt van 12 t/m 18 jaar. Voordat je kind 13 jaar oud is, zit hij nog op de basisschool en zie je hem waarschijnlijk nog als kind. Vanaf 18 jaar mag je kind o.a. officieel gaan stemmen en auto rijden en wordt hij geacht zich te gedragen als een volwassene.

Toch weten we uit onderzoek dat (o.a.) de hersenontwikkeling van adolescenten op de leeftijd van 18 jaar nog niet voltooid is. Sterker nog, de hersenontwikkeling loopt nog tot een jaar of 25 (je leest er hieronder meer over). Dat betekent voor jou als ouder dat ook je ‘jong volwassen’ kind af en toe nog wel wat hulp kan gebruiken. Dus ook op die leeftijd ben je als ouder echt nog niet overbodig. 😉

 

De adolescentie begint dus al eerder dan 12 jaar en eindigt later dan 18 jaar. Grofweg kun je de adolescentieperiode indelen in 4 stadia of fasen. Elke fase heeft z’n eigen kenmerken, die ik hieronder kort voor je uiteenzet.

(1) Vroege adolescentie (10 – 14 jaar): 
meisjes_tablet_lachendHet gedrag van je tiener wordt op deze leeftijd beïnvloed door hormonen én door het proces van de hersenrijping. Daardoor is hij emotioneler en reageert hij gevoeliger op allerlei dingen. Tegelijkertijd denken tieners minder goed (of beter gezegd: ‘anders’) na, waardoor ze impulsief kunnen handelen. Ook is hij in deze fase erg gericht op het bevredigen van directe behoeftes. Als je tiener ergens zin in heeft, dan wil hij dat het liefst direct, meteen, onmiddellijk. Ook het proces van losmaking van  de ouders hoort bij deze vroege fase.

(2) Midden adolescentie (14 – 16 jaar): 
kinderen_tieners_groep_op_bankJe tiener is nu – meer dan anders – geneigd om risico’s te nemen. Het draait allemaal om het krijgen van kicks en om experimenteren. Het probleem daarbij is dat hij op deze leeftijd nog niet de consequenties van zijn gedrag kan overzien. Desgevraagd kan hij de mogelijke risico’s wel benoemen, maar dat roept nu (nog) geen emoties op; dus ondanks dat hij de risico’s (in theorie) kent, wil dat niet zeggen dat hij het risicovolle gedrag (in praktijk) achterwege zal laten. Ook emoties voeren in deze fase nog steeds de boventoon.

(3) Late adolescentie (16 – 22 jaar) 
kinderen_tieners_staand_in_park_rokenJe tiener krijgt steeds meer grip op zijn eigen handelen en zijn gedrag. Hij is in staat om weloverwogen keuzes te maken, zijn gedrag te evalueren en zich aan te passen aan sociale situaties. Je merkt dat het gedrag van je tiener in een betere balans raakt en je ziet dat hij zich steeds zelfstandiger en onafhankelijker gaat gedragen. Er worden meer weloverwogen beslissingen genomen, omdat ze nu ook steeds beter de langetermijneffecten van hun gedrag in overweging nemen.

(4) Jong volwassenheid (18 – 25 jaar)
studenten_lachen_papierenJongvolwassenen groeien toe naar zelfstandigheid. Ze zijn met zichzelf bezig en gaan door met ontdekken wie ze zijn; de ontwikkeling van hun eigen identiteit gaat nog door. Jongeren kijken soms nog kritisch naar zichzelf: wat kan ik, hoe zie ik eruit? Toch zijn ze als jong volwassene minder onzeker en kwetsbaar dan in de adolescentie. Op deze leeftijd worden hun vriendschappen nog hechter en wordt de invloed van hun vriendenkring groter dan die van hun ouders. Ze worden zelfstandig, gaan misschien studeren, op kamers wonen en/of gaan werken.

 

Hieronder vind je een overzicht van alle veranderingen, die je tiener tijdens de adolescentie gaat doormaken. Uiteraard komen deze veranderingen niet voor alle tieners op hetzelfde moment of op dezelfde manier voor; bij sommige tieners zul je van het ene domein meer ‘last’ hebben en van het andere merk je nagenoeg niks. Die individuele verschillen zijn er zeker en hoeven niet direct problematisch te zijn.

 

(1) Lichamelijke veranderingen & Groei
ive_had_to_reprogram_my_voice_recognitionHet meest opvallende aan de adolescentie is misschien nog wel de groeispurt; daardoor groeien ze ineens ontzettend hard (soms wel 10 cm per jaar) en neemt hun gewicht toe. Op sommige momenten heb je het idee dat het eten niet aan te slepen is en dat de koelkast nooit lang vol is. Je tiener heeft voor zijn groei brandstof nodig en dat merk je ook als ouder op deze manier heel duidelijk.
Meisjes beginnen gemiddeld genomen eerder met de groeispurt dan jongens.

Het lichaam van je tiener raakt tijdens de adolescentie onder invloed van hormonen. Hij/zij krijgt niet alleen puisten, maar begint ook naar zweet te ruiken, krijgt meer lichaamsbeharing en wordt geslachtsrijp. Meisjes worden o.a. voor het eerst ongesteld, krijgen borstvorming en rondere vormen; jongens krijgen o.a. een zwaardere stem, een ander postuur, meer spiermassa, hun eerste ochtenderectie en natte dromen.

Rond de leeftijd van 18 jaar zijn de meeste tieners uitgegroeid en is de lichamelijke ontwikkeling grotendeels ten einde; de hersenontwikkeling gaat dan nog wel een tijdje door.

⇒ Je tiener kan met periodes enorm veel groeien. Zorg ervoor dat hij juist dan gezonde voeding binnenkrijgt. Dat stimuleert niet alleen een gezonde groei, maar ook gezonde eetgewoonten en een gezonde leefstijl. Daar heeft je tiener niet alleen nu, maar ook als volwassene nog veel profijt van.
Eet jouw tiener op dit moment (nog) niet goed? Lees dan het artikel ‘‘Vind ik niet lekker!’ (Over jouw rol aan tafel en hoe jij er voor kunt zorgen dat je kind beter eet.)‘. 


(2) Verandering in de ouder-kind relatie

jongen_tiener_luistert_niet_naar_oudersDe relatie tussen jou en je tiener verandert van een ‘verticale’ relatie naar een meer ‘horizontale’ relatie. Als je kind de adolescentiefase nog niet bereikt heeft, ben jij als ouder gezaghebbend: jij beslist uiteindelijk wat er wel of niet gebeurt en wat je kind wel of niet mag (liefst natuurlijk met een positieve opvoedaanpak). Jullie relatie is dan ‘verticaal’; jij staat als ouder qua gezag ‘boven’ je kind.

Jullie relatie en onderlinge verhoudingen veranderen naarmate je kind een adolescent wordt. Formeel heb je natuurlijk ook nog het gezag over je kind en ben je nog steeds verantwoordelijk voor je kind, je tiener zal nu steeds vaker zijn eigen stem laten gelden en misschien wel tegen je in protest komen. Je merkt dat je steeds meer naar de mening van je tiener gaat luisteren en steeds vaker water bij de wijn gaat doen (wat iets anders is dan je tiener steeds zijn zin geven of hem alles laten doen wat hij wil). Jullie relatie wordt steeds meer ‘horizontaal’; jullie staan steeds meer op gelijk niveau.
Uiteraard merk je dat bij iedere tiener op een andere manier en in meer of mindere mate. 

Deze verandering, die jullie relatie ondergaat, is belangrijk voor de ontwikkeling van je tiener. Op deze manier maakt hij zich steeds wat meer van je los om later – als hij nog weer een paar jaar ouder is – op eigen benen te kunnen staan. Het proces dat daarvoor nodig is, vindt plaats tijdens de adolescentie.

Het is normaal dat tieners zich soms terugtrekken en je nog maar weinig vertellen; dit hoort bij het volwassen worden. In tegenstelling tot wat veel wordt gedacht, zijn dit geen bedreigingen voor een goede relatie met ouders, maar zijn het juist signalen dat je tiener op weg is naar volwassenheid.

Juist bij tieners is het belangrijk om een veilige omgeving te creëren en steun te bieden, zodat je tiener zich volledig kan ontwikkelen. Bovendien ben je als ouder van belang voor de gezondheid van je kind, mn. als het gaat om sporten, gezond eten en mediagebruik.

⇒ Je tiener heeft jou als ouder nog steeds nodig. Jij bent enerzijds ontzettend belangrijk voor je tiener om steun, emotionele warmte en liefde te geven en anderzijds om duidelijke regels op te stellen (evt. in samenspraak met je tiener), waar je tiener zich aan dient te houden.
Ook in de ogen van je tiener is de steun van ouders belangrijk. Ze vinden het doorgaans meer dan gewoon dat ouders regels hebben en afspraken maken. Kernwoorden hierin zijn duidelijke communicatie, begrip, aandacht en positieve feedback.

Om verantwoord gedrag te ontwikkelen, moet je tiener verantwoordelijkheid krijgen.  Je kunt je tiener geleidelijk aan meer vrijheid geven, uiteraard alleen als hij laat zien dat hij die vrijheid aankan.

meisje_tiener_moeder_lachend_op_bank

⇒ Ook al wil je tiener steeds meer een eigen leven gaan leiden, hij is nog lang geen volwassen. We weten dat tieners, van wie de ouders weten waar ze zijn, minder in de problemen komen. Zorg er dus voor dat je weet waar en met wie je tiener is en spreek af dat hij je op tijd iets laat weten indien er iets verandert.

⇒  Blijf met je tiener praten. Soms lijkt dat wel een onmogelijke opgave, maar kies er je momenten voor uit. Bijv. tijdens het avondeten, een autoritje, tijdens het afwassen of vlak voor het slapengaan.

⇒ Wat je nog meer kunt doen:
Blijf dingen samen doen met je tiener: denk dan aan een stukje fietsen, naar het zwembad of naar de bioscoop gaan. Blijf betrokken bij je tiener: ga naar wedstrijden of uitvoeringen van je kind. Kijk samen tv of een video en praat erover. Betrek je tiener ook bij regelzaken in huis: laat je tiener bijv. meedenken over jullie vakantie. Vraag je tiener om hulp, bijvoorbeeld met je computer of je mobiele telefoon. Kook samen; laat je tiener bedenken wat je gaat eten.

Kortom, het is normaal dat je tiener je van zich afduwt, maar vergeet niet dat hij je ook nu nog heel hard nodig heeft.

 

 


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 


(3) Vrienden vs. Ouders

kinderen_tieners_lachend_zittend_op_grondNu je tiener ouder wordt, merk je dat hij steeds minder thuis is en steeds meer naar zijn vrienden trekt. Hij is nog best wel eens thuis, maar vooral om te eten, te slapen en voor de schone was. 😉 En als hij dan eens thuis is, brengt hij het meest van zijn tijd door – liefst alleen – op zijn slaapkamer. Je mag ook niet zo maar meer zijn kamer binnenkomen; hij heeft een briefje met ‘verboden voor ouders en zusjes’ op de deur gehangen. De privacy van je tiener wordt belangrijker voor hem.

Je merkt ook dat je steeds minder weet van je kind; hij komt niet meer als eerste naar jou, maar bespreekt zijn beslommeringen nu eerder met zijn vrienden. Sterker nog, hij heeft zelfs dingen die hij het liefst geheim houdt en helemaal niet met jou bespreekt.

Het contact met vrienden, klasgenoten of leeftijdgenoten wordt steeds belangrijker voor je tiener. Ook dat is een opvallende verandering in deze periode. Daarom is het ook niet vreemd dat je tiener niet zonder zijn telefoon lijkt te kunnen. Dat is namelijk zijn directe ‘life line’ met zijn vrienden. En natuurlijk kleven er ook nadelen aan deze apparaten, maar je weet vast nog wel dat je zelf vroeger urenlang aan de telefoon hing en met een van je vriend(inn)en aan het bellen was (en je eigen moeder ook niet begreep waar het hele gesprek nou alweer over ging. ‘Jullie hebben elkaar toch net nog op school gezien?’).

Vooral het communiceren met vrienden geeft je tiener een positief gevoel. Het nadeel ervan is dat ze ook teleurgesteld en afgewezen kunnen worden door hun vrienden. Tieners zijn juist daar extra gevoelig voor. Dit heeft te maken met de onzekerheid over hun zelfbeeld, de drang om ergens bij te horen en om vooral niet op te vallen.
Bij heftige en/of herhaalde afwijzingen is er sprake van pesten. Juist omdat pubers graag ergens bij willen horen, gaan ze onder groepsdruk ook zelf pesten. Met name cyberpesten is een toenemend  probleem onder tieners. 

⇒ Maar vergis je niet: als ouder blijf je ook nu nog heel belangrijk voor je tiener. Jouw mening en goedkeuring doet er nog steeds toe, ook al laat je tiener dat niet zo merken. Blijf dus ook nu jouw mening, overwegingen en ideeën met je tiener delen, zodat hij die hoort en in zijn beslissingen mee kan nemen.

⇒ Maak duidelijke afspraken over het telefoongebruik van je tiener. Verbieden is geen optie, dat komt jullie relatie namelijk absoluut niet ten goede. Duidelijke afspraken zijn echter onmisbaar; denk daarbij aan ‘geen apparaten tijdens het eten’ en ‘geen apparaten op de slaapkamer’.
Wil je graag weten hoe je dat thuis aanpakt? Lees dan m’n artikel ‘Welke afspraken maak je met je kind of tiener over gamen en telefoongebruik?‘.

 

hersenstichting_vereenvoudigde_versie_anatomie_hersenen

(4) Hersenontwikkeling: 
Tijdens de adolescentie maakt de hersenontwikkeling een cruciale fase door. Deze ontwikkeling loopt vanaf de geboorte tot de leeftijd van 25/26 jaar*. En dan hebben we het vooral over de ‘prefrontale cortex’; het voorste deel van je brein (het deel dat grofweg achter je voorhoofd ligt).
* Ook na die leeftijd blijven de hersenen nog veranderen, maar niet meer zo ingrijpend als tijdens de adolescentie.

In deze fase is de communicatie tussen verschillende hersengebieden nog niet in balans. Tijdens de  vroege adolescentie zijn de hersenen volop in verbouwing: ‘overbodige’ hersencellen worden afgevoerd (volgens het ‘use it or lose it’-principe) en verbindingen tussen de overblijvende hersencellen worden steeds sterker. Door dit proces wordt de communicatie tussen de hersencellen geoptimaliseerd. Deze optimalisatie verloopt niet in alle hersengebieden tegelijkertijd; de prefrontale cortex is bijvoorbeeld als laatste aan de beurt.

Tijdens de adolescentie vinden er ontwikkelingen in de hersenen plaats op drie niveaus: cognitief, emotioneel en sociaal. De cognitieve ontwikkeling zorgt ervoor dat je kunt denken, leren en rationeel redeneren (prefrontale cortex). De emotionele ontwikkeling zorgt ervoor dat je intense emoties beter kunt controleren (o.a. subcorticale gebieden). En de sociale ontwikkeling zorgt voor meer inzicht in jezelf en anderen (o.a. prefrontale cortex. De ontwikkeling op deze drie niveaus wordt aangestuurd door enerzijds de emotionele en anderzijds de rationele  hersengebieden.
Verderop in dit artikel lees je hier meer over.

Deze ontwikkelingen treden dus allemaal op tijdens de adolescentie en hebben tijd nodig. Hierdoor zie je aan je tiener dat hij meer risicovol gedrag vertoont, waarvan hij de consequenties nog niet kan overzien (zeker niet op de lange termijn) en dat hij vaker de grenzen opzoekt. Tieners zijn in deze periode ook meer gevoelig voor beloning (en juist minder voor straf).

⇒ Benoem wat je tiener goed doet. Geef ‘m liever een compliment dan dat je ‘m straf geeft. Die boodschap komt niet alleen beduidend beter aan bij jouw tiener (en tieners in het algemeen), maar zorgt ook voor een fijnere sfeer in huis.

⇒ Je tiener kan zich nog niet zo goed in een ander verplaatsen en heeft daardoor niet altijd door dat hij/zij een ander met zijn/haar opmerking(en) kan kwetsen. Reageer in zo’n situatie niet direct heel emotioneel, maar leg je tiener uit dat die opmerking jou pijn gedaan heeft. Zo leert je tiener wat hij beter wel en niet kan zeggen.

⇒ Ook al wil je tiener steeds meer als volwassene behandeld worden, hij is het nog niet. Dat betekent ook dat jij als ouder de komende jaren nog zijn ‘prefrontale cortex’ bent en je tiener moet helpen bij het weerstaan van verleidingen, met sociale omgangsvormen, overzien van de consequenties van zijn gedrag (wat in praktijk kan betekenen dat hij iets nog niet mag doen), met gepaste verantwoordelijkheden ed.

⇒ Wat je als ouder nog meer kunt doen:
– Probeer je tiener te begrijpen: Alleen al begrip voor de ingrijpende veranderingen in het hoofd (en lichaam) van je tiener, zal helpen om de adolescentie samen en in goede harmonie door te komen.
– Bied structuur en veiligheid: De adolescentie is een verwarrende fase, waarin je tiener zich losmaakt en  tegelijkertijd een veilige plek en grenzen nodig heeft. Een veilige, stabiele basis helpt je tiener op weg naar volwassenheid.

 

(5) Emotionele ontwikkeling
meisje_tiener_verdrietig_moeder_troostDoor de ontwikkeling in het subcorticale deel van de hersenen van je tiener, merk je dat hij vaker emotioneel reageert en misschien zelfs vaker huilt. Maar dat is nog niet alles. Je merkt nu ook dat je tiener gevat uit de hoek kan komen of ineens chagrijnig, geïrriteerd of brutaal op je reageert. Ook stemmingswisselingen kunnen hun intrede doen.

Door zijn hersenontwikkeling merk je aan je tiener dat hij steeds beter leert om zijn emoties onder controle te hebben en te beheersen. Uiteraard gaat dat met vallen en opstaan.

⇒ Als ouder kun je je tiener hierin ondersteunen: 
– Laat zien dat je bij je tiener betrokken bent en dat je er voor hem bent.
– Laat zien dat je trots bent op hoe goed je tiener zijn best doet.
– Laat je tiener eens naar zichzelf kijken door hem te confronteren met zijn gedrag, gevoelens en drijfveren.
– Toon begrip en belangstelling voor de interesses en hobby’s van je tiener.

 


joyce_rosegrijs_staand_c

Wil je graag een thema-avond over opvoeden bijwonen?
Kijk dan in Joyce’ online Agenda voor een workshop, lezing of OpvoedParty bij jouw in de buurt.

Wil je Joyce graag uitnodigen om een thema-avond over opvoeden te geven?
Kijk dan hier voor mogelijke thema’s en/of neem contact met haar op.


 


(6) Het slaappatroon van je tiener verandert

meisje_tiener_met_telefoon_in_bedHet slaappatroon van je tiener verandert: het stofje dat voor het ‘slaperige gevoel’ zorgt (melatonine) wordt tijdens de adolescentie pas later op de dag aangemaakt. Daardoor is je tiener later moe en valt hij later in slaap. Toch heeft hij nog steeds voldoende slaap nodig (ong. 9-10 uur per dag) en zal hij ’s ochtends weer op tijd uit bed moeten komen om op tijd op school te zijn. Je kunt je voorstellen dat als je later in slaap valt het moeilijker is om ’s ochtends op tijd wakker te worden…
Ook het veranderende slaap- / waakpatroon komt door veranderingen in de hersenen, omdat het slaaphormoon (in de pijnappelklier) op een later tijdstip wordt afgegeven. 

⇒ Zorg ervoor dat je tiener op tijd naar bed gaat en voldoende uren slaapt. Leg je tiener al van jongs af aan uit dat het belangrijk is om op tijd naar bed te gaan; dat komt zijn humeur, concentratie, cijfers op school en lichamelijke groei alleen maar ten goede. Als je dat toen nog niet zo zeer hebt gedaan, kun je er ook nu nog gewoon mee beginnen.

⇒ Probeer regelmatige bedtijden aan te houden, zowel door de week als in het weekend. Vermijd vanaf een uur voor het slapen het gebruik van computers, tablets & smartphones, cafeïne en intensief sporten. Je kunt o.a. met je tiener afspreken dat zijn telefoon bij het slapen niet op zijn slaapkamer ligt.

 

(7) Cognitieve ontwikkeling & Schoolperikelen
Female Home Tutor Helping Boy With StudiesOok op cognitief gebied maken tieners een grote ontwikkeling door. Ze kunnen al duidelijk beter plannen en systematisch werken dan kinderen in de basisschoolleeftijd. Tieners kunnen beter van tevoren bedenken hoe ze iets het beste kunnen aanpakken; ze kunnen vooral goed plannen voor iets wat hier en nu moet gebeuren. Ze hebben echter nog moeite met plannen voor over een week of een maand. Ook dat heeft weer te maken met de hersenontwikkeling, met name de prefrontale cortex. Het plannen gaat dus wel al beter dan in de kindertijd, maar nog lang niet zoals een volwassene het zou aanpakken. Dus ook op dit gebied heeft je tiener af en toe nog jouw hulp nodig.

Huiswerk maken
Verstandig huiswerk maken betekent vooruit werken en niet pas een dag van tevoren beginnen met leren. Als tieners eenmaal aan het huiswerk beginnen, kunnen ze systematisch te werk gaan. Vaak beginnen ze echter te laat om de stof nog goed door te kunnen nemen. Daardoor kunnen ze in de knoei komen: ze halen onvoldoendes en/of raken gedemotiveerd.

De meeste scholieren hebben wel de intentie om het goed te doen op school en willen serieus omgaan met hun schoolwerk. Toch blijft het ook nu belangrijk om een oogje in het zeil te houden.

meisje_tiener_telefoon_stiekem_huiswerkVeel ouders ervaren dat hun tiener tijdens het huiswerk maken afgeleid wordt door de sociale media (via computer en mobiele telefoon), waardoor ze moeite hebben om zich te concentreren op hun huiswerk. Uit onderzoek blijkt dat de schoolresultaten door deze afleiding achteruit kunnen gaan.

⇒ Informeer regelmatig bij je tiener of het huiswerk af is (dat kan soms best lastig zijn, zeker als het niet goed gaat). Ook al laten ze het niet altijd merken, je tiener waardeert het toch wel als je aandacht voor hem hebt. Probeer een positief en begripvol standpunt in te nemen.

⇒ Spreek duidelijk met je tiener af wanneer hij huiswerk maakt en wanneer dat niet hoeft. Op die momenten kan hij dus andere dingen doen.

⇒ Ontdek samen met je tiener wat het beste voor hem werkt m.b.t. zijn telefoon. Voor de ene tiener werkt het beter om elk half uur 5 minuutjes op zijn telefoon te kijken; voor de andere is het beter om de telefoon weg te laten tot het huiswerk helemaal af is. Bijna alle tieners hebben hier hun ouders voor nodig; uit zichzelf kunnen ze zich nl. maar moeilijk beheersen.

 

(8) Ontwikkeling van zijn identiteit 
meisje_tiener_twee_gezichtenTieners zijn tijdens de adolescentie bezig om zichzelf en hun eigen identiteit te ontdekken. Ze kijken kritisch naar zichzelf, waardoor ze zich onzeker kunnen voelen en kwetsbaar zijn.

Ze gaan niet alleen op zoek naar het antwoord op de vraag ‘wie ben ik eigenlijk?’, maar ze ontdekken ook hun persoonlijke talenten en kwaliteiten op school, hun seksuele identiteit, hun culturele identiteit, hun religieuze identiteit, welk beroep ze later willen uitoefenen, hoe anderen tegen hen aankijken en ze moeten zichzelf (met alle veranderingen die nu optreden) leren accepteren. Ook de jeugdcultuur heeft op deze leeftijd veel invloed; tieners kijken op naar idolen en trendsetters en zien hen als voorbeeld.

Al met al kan deze zoektocht behoorlijk stressvol zijn en kan het het dagelijks functioneren van tieners beïnvloeden. Het ontwikkelen van een sterke identiteit is een complexe opgave, waar tieners dagelijks mee bezig kunnen zijn.
Op basis van onderzoek weten we dat tieners met een sterke identiteit sterke positieve relaties met vrienden en ouders hebben en dat ze minder kans hebben op het ontwikkelen van een depressie.

Tijdens de adolescentie merk je dat je tiener zichzelf steeds beter leert kennen, dat hij zich steeds beter kan inleven in anderen, dat hij steeds beter kan samenwerken, dat hij steeds beter luistert, beter kan doorzetten en dat hij beter ongeschreven regels oppikt.

⇒ Als het je als ouder lukt om onafhankelijk gedrag en initiatieven van je tiener aan te moedigen, dan verloopt de identiteitsontwikkeling soepeler.

 

Tot zover de bespreking van de 8 domeinen die bij jouw tiener in ontwikkeling zijn. Zoals je hebt kunnen lezen, gebeurt er dus behoorlijk wat. Geen wonder dat hij af en toe boos wordt, uit zijn slof schiet, erg moe is of alles vervelend vindt. Hopelijk heb je in dit artikel aanknopingspunten gevonden over hoe je op een positieve manier met het gedrag van je tiener kunt omgaan.
Hieronder vind je nog meer artikelen, die ik schreef over tieners. Wellicht zit daar nog eentje bij die je ook interessant vindt. 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 


Joyce gebruikte / las voor dit artikel o.a. de volgende bronnen

– Brochure ‘Puberhersenen in ontwikkeling’. Hersenstichting. Klik hier.
– ‘Een sterke identiteit geeft adolescenten mentale veerkracht’. Universiteit Utrecht. Klik hier.
– Keijsers, L. (2013). ‘Waarom tieners zo irritant kunnen zijn en hoe je daar als ouder mee kunt leren leven.’. Tielt: Uitgeverij Lannoo NV.
– Crone, E. (2019). ‘Waarom doen pubers zo vaak domme dingen?’. Universiteit van Nederland. Klik hier.
– Keijsers, L. (2018). Hoe worden we van irritante pubers leuke individuen?. Universiteit van Nederland. Klik hier.
– ‘Alles over het puberbrein.’ Ouders van Nu. Klik hier.
– ‘Puberteit’. Opvoedinformatie. Klik hier
– ‘Wat gebeurt er in de puberteit in je hersenen?’. SchoolTV. Klik hier.


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:

– ‘Hoe je in slechts 5 stappen de emotionele veerkracht van je kind of tiener stimuleert‘ [incl. korte test].
– ‘Waarom worden kinderen en tieners toch zo boos?‘.
– ‘Welke afspraken maak je met je kind of tiener over gamen en telefoongebruik?‘.
– ‘Sturing & verbinding: Waarom beide aspecten onmisbaar zijn in de opvoeding van jouw kind.
– ‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.

 

Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

logo_akse_coaching_klein_nieuw

 

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

 

Stereotype of genderneutraal speelgoed: Laat je kind spelen met speelgoed dat zij/hij zelf het leukste vindt. [OPINIE]

Je hebt net weer een baby’tje gekregen. Je oudste vindt het helemaal super om nu grote broer te zijn. Hij is hartstikke trots en ontzettend lief voor zijn kleine broertje. Hij vindt niets fijner dan om jou te helpen met het verzorgen van de baby. Het liefst zou hij hem de hele dag voor zichzelf hebben, zo graag wil hij hem knuffelen en kusjes geven. Je zou hem dat ook graag gunnen. Je hebt er al eens aan gedacht om hem een pop te geven, zodat hij die kon verschonen, aankleden, voeren en in bad kon doen, maar toen je dat idee opperde bij je man vond hij dat maar een vreemd idee. Je geeft een jongen toch geen pop…

 

Zodra je een kind hebt, moet je ineens ontzettend veel keuzes maken. En – net als alle andere ouders – wil je natuurlijk steeds de goede – zo niet de beste – keuze voor je kind maken. Denk maar eens aan beslissingen, die je moet nemen, op het gebied van je werk (hoeveel ga je werken als je kind er is?), de opvang (hoe regel je de opvang van je kind als jullie gaan werken?), naar welke opvang gaat je kind, naar welke school gaat je kind, wanneer moet je hem daar voor aanmelden etc. Dat zijn allemaal best grote en belangrijke vragen.

jongens_doen_pop_in_bad

Andere vragen kunnen je echter ook hoofdbrekens bezorgen. Denk maar eens aan onderwerpen als ‘welke kleren wil ik dat mijn kind draagt?’ of ‘met welk speelgoed wil ik dat mijn kind speelt?’. Als je tv kijkt, in de folders van speelgoedwinkels kijkt of rondloopt in de winkels, dan zie je ontzettend veel speelgoed.
En misschien valt je ook wel eens op dat er best vaak op een stereotype manier reclame gemaakt wordt over speelgoed. Hieronder vind je twee voorbeelden van stereotype reclame voor / over kinderen.

Stereotype reclame waar veel ophef over ontstond:

ik_help_je_wel_even_mee_hoor

– ‘Zo goed zijn als mama, dat wil je ook!’
Kun je je de Bart Smit-folder (2013) nog herinneren, waarin een meisje een speelgoedstofzuiger in haar handen had met de tekst: ‘Zo goed zijn als mama, dat wil je ook!’…? Een jaar later zag de Bart Smit-folder er gelukkig al anders uit (zie afbeelding hiernaast).

– ‘Laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn?’ (SIRE, 2017).
SIRE wilde met deze campagne graag alle Nederlandse opvoeders aan het denken zetten over hun gedrag ten aanzien van jongens. Ze beoogden met deze campagne ervoor te zorgen dat jongens de ruimte zouden krijgen om zich te ontwikkelen op de manier die bij hen past. In het filmpje zag je jongens die vooral avontuurlijk, stoer en beweeglijk neergezet werden. Er ontstond vrij veel ophef over deze campagne, o.a. omdat er voor een eenzijdige kant van jongens was gekozen en veel meisjes ook die eigenschappen bezitten.
(De links naar deze reclamecampagnes of websites vind je onder aan het artikel.)

⇒ Je begrijpt dat er een enorme ophef ontstond toen deze reclames naar buiten kwamen. Nederland was er – op z’n zachtst gezegd – nogal verbolgen over. Deze reclames konden in deze tijd toch niet meer gemaakt worden!


Wat zijn stereotypen eigenlijk?
Een stereotype is een ‘vaststaand beeld‘ volgens de Van Dale.

genderstereotypen_man_vrouw

Stereotypen zijn algemene beelden van groepen mensen. Wanneer je een onbekend persoon ontmoet herken je bepaalde eigenschappen (bijv. geslacht, afkomst, leeftijd, religieuze kenmerken). Deze kenmerken koppel je aan een bepaald hokje in je hoofd. Je kent de term hokjes-denken vast wel. Bij dit hokje heb je een algemeen beeld van een groep mensen.
(Bron: Meldpunt Discriminatie)


Het nadeel van deze reclamefolders en van de reclames op tv in het algemeen is dat kinderen ze ook zien. Daardoor krijgen ze langzaam maar zeker het idee dat wat ze zien normaal is, dat het zo hoort. Kinderen willen er natuurlijk – net als volwassenen – het liefst bij horen, we zijn nou eenmaal ‘kuddedieren’. Mocht je het dan toch anders willen doen, dan moet je stevig in je schoenen staan om je eigen weg te volgen. Dat doe je als kind niet zo maar even of houd je misschien niet zo lang vol…
Ken jij toevallig wetenschappelijk onderzoek over (andere) effecten van stereotypering in de media op de ontwikkeling van kinderen? Dan houd ik me van harte aanbevolen. Wil je dan ajb contact met me opnemen?

Iedereen doet aan stereotypering
Wellicht denk je wel: ‘ach, het valt best mee met de stereotypering. Ik ga er echt niet van uit dat alle meisjes rose moeten dragen en fan zijn van prinsessen, net zo min als dat ik verwacht dat alle jongens van auto’s en voetbal houden.’ Toch?

Maar helaas maken we ons allemaal schuldig aan stereotypering, zelfs als we het helemaal niet willen…

bbc_the_experiment_toys_for_girls_boys

Kijk maar eens naar het experiment van de BBC, waarin vrijwilligers / volwassenen met jonge kinderen speelden. Er lag allemaal speelgoed op de grond, waar de kinderen naar eigen believen mee konden spelen. De volwassenen speelden mee en boden het kind speelgoed aan. De volwassenen wisten alleen niet dat het jongetje meisjeskleren aan had (en dus uitzag als een meisje) en het meisje jongenskleren aan had (en dus uitzag als een jongetje).

Wat was er nou zo opvallend aan dit experiment: de volwassenen reikten allemaal jongensspeelgoed aan aan het kindje van wie ze dachten dat het een jongetje was; ze gaven het kindje van wie ze dachten dat het een meisje was allemaal meisjesspeelgoed. Dat deden ze onbewust. Sterker nog, achteraf gaven ze aan dat ze nooit van zichzelf hadden verwacht dat ze dat zo zouden doen…

Uiteraard kun je van alles afdingen op de video en het experiment. Het wordt niet duidelijk hoeveel volwassenen precies aan dit experiment hebben meegedaan, of ze goed hebben bijgehouden hoe vaak de volwassenen welk speelgoed aangeboden hebben (en of er dan een significant verschil te zien was), wat de exacte instructie voor de volwassenen was etc. Maar ik hoop dat je voor nu even mee wil gaan in de beoogde intentie van de video. 😉

⇒ Uit dit experiment kun je afleiden dat de kans groot is dat jij ook (onbewust) een jongen stimuleert om met jongensspeelgoed te spelen en een meisje met meisjesspeelgoed. Zelfs als je dat vanuit je eigen overtuiging of ideeën helemaal niet wil…

Stereotypering in het buitenland
In Zweden hebben ze een wet tegen stereotypering; daar is het dus al bij wet verboden om jongens en meisjes op basis van hun sekse in te delen. Vanaf 2020 komt er ook in Frankrijk een wet op dit gebied. Er mag dan niet meer specifiek voor jongens of meisjes geadverteerd worden en winkeliers mogen niet meer vragen of het voor een jongen of meisje is. Het bedrijfsleven mag ook geen speelgoed meer fabriceren dat discrimineert. Ook in Engeland zijn ze bezig (geweest) met een dergelijke wet, omdat ook daar opviel dat veel reclames de ‘ouderwetse’ stereotypes in stand hielden.
Helaas heb ik (nog) niet kunnen achterhalen of de wet in Engeland is goedgekeurd of niet. Weet jij het wel? Laat het me dan ajb even weten.

De Verenigde Naties én grote bedrijven zetten zich al in tegen stereotypering
barbie_mattel_neutrale_pop
Sinds 2017 bestaat er een ‘Unstereotype Alliance’ vanuit de Verenigde Naties (VN). Deze alliantie gaat de strijd aan tegen seksistische stereotypen in de reclame. Bedrijven, die zich hierbij hebben aangesloten, zijn o.a. Facebook, Google, Microsoft, Twitter en Unilever.

Een voorbeeld
Mattel (bedrijf dat o.a. Barbiepoppen maakt) heeft aangegeven om de Barbiepoppen, die we goed kennen, aan te vullen met poppen die meer divers zijn. Ze gaan nu ook poppen maken, waarbij de kledingstukken en accessoires uitwisselbaar zijn en waarbij verschillende soorten huidskleuren, haarstijlen en meer realistische lichaamsbouw voorkomen. Helemaal niks mis mee. Toch?

In de media worden deze poppen overigens ‘genderneutraal’ genoemd, maar ik denk dat een omschrijving als ‘divers’ goed genoeg past. Deze poppen zullen m.i. namelijk een betere afspiegeling geven van alle mensen, die er ook maar bestaan. De wereld bestaat nou eenmaal niet alleen uit slanke, blonde dames met een wespentaille… 😉

 

Stereotypering in Nederlandmeisje_wetenschap_proefjes
Minister van Emancipatie, mw. Ingrid van Engelshoven, heeft pas geleden aangegeven zich te kunnen vinden in de plannen van Frankrijk en roept naar aanleiding daarvan speelgoedfabrikanten op om rolbevestigend speelgoed in hun collectie ‘onder de loep te nemen’. Ook voert ze gesprekken over stereotypering met de uitgevers van schoolboeken.
Uit de berichten, die ik over dit onderwerp m.b.t. de uitspraken van minister van Engelshoven lees, heeft ze het bij mijn weten nog niet gehad over een wetsvoorstel op dit gebied; zo ver is het m.i. dan ook nog niet…

Nadat haar uitspraak in dezen in het Algemeen Dagblad bekend werd gemaakt, ontving ze echter maar weinig bijval. Die bijval had ik eerlijkgezegd wél verwacht, aangezien er nog niet zo lang geleden veel ophef was ontstaan over andere stereotyperingen in de media (zie ook de tekst bij ‘Stereotype reclame waar veel ophef over ontstond’ hierboven). Er ontstond dus opnieuw commotie, maar nu de andere kant op… Ouders begrepen o.a. niet waar de minister zich mee bemoeide en wilden niet gedwongen worden om hun kind ander speelgoed te kopen.

Ik vraag me persoonlij af wat er nog meer ten grondslag kan liggen aan een dergelijke commotie. Is dat misschien dat ouders bang zijn dat hun kind geen meisje of jongen meer mag zijn? Of dat ze zichzelf niet meer thuis mogen voelen in de rol van ‘vrouw’ of man’? Of krijgen ze misschien het idee dat het de bedoeling is dat iedereen genderneutraal door het leven moet? Het moge duidelijk zijn dat deze zorgen ongegrond zijn; dat is helemaal niet aan de orde.

⇒ En was dat überhaupt wel wat de minister gezegd had…?

 


Mw. van Engelshoven gaf een TED-talk over
de emancipatie van vrouwen: ‘Free will is free of gender.’


 

Angst van ouders
vrouw_donker_kijkend
Ouders waren na de uitspraak van de minister dus bang dat ze niet meer zelf mochten bepalen welk speelgoed ze voor hun dochter of zoon in huis mochten halen. Dat had de minister echter nooit gezegd. Sterker nog, minister van Engelshoven reageerde zelfs met een bericht naar aanleiding van alle commotie:

‘Geen paniek! Ik kom geen pop of auto afpakken. Ik reageer in het AD op het Franse plan en zou het mooi vinden als we stereotypering in NL ook weten te doorbreken. En door.’ (Twitter, dd. 26-9-’19).

Daarmee geeft ze dus aan dat ze graag zag dat de stereotypering (die o.a. zichtbaar is bij speelgoedreclames en -verkoop) ook in Nederland doorbroken wordt. Ze geeft dus niet aan dat ze nu gaat bepalen welk speelgoed ouders voor hun zoon of dochter moeten aanschaffen. Ze geeft ook niet aan dat meisjes geen meisjesspeelgoed meer mogen hebben en of dat je voor jongens geen jongensspeelgoed meer mag kopen. De angst, die bij sommige ouders leeft, blijkt dus ongegrond.

 

Kinderen zijn van nature nieuwsgierig, ontdekken, onderzoeken, exploreren.
In dit artikel zou ik graag een lans willen breken voor het Zweedse of Franse idee om de stereotypering te verminderen (of zelfs bij wet te verbieden). Ik zal je uitleggen waarom.

baby_speelt_met_paarse_octopus

We weten dat kinderen van nature nieuwsgierig zijn. Ze gaan van nature op ontdekkingstocht uit. Ze willen dingen ontdekken, onderzoeken, exploreren. Dat doen in principe alle kinderen. Het is ook belangrijk dat ze de kans krijgen om dat te doen, daar leren ze van. Jonge kinderen leren o.a. door hun zintuigen te gebruiken; ze voelen, proeven, ruiken, zien en horen. Zo ontdekken ze de wereld om hen heen en kunnen ‘m steeds beter begrijpen.

Kinderen zijn daardoor ook van nature geïnteresseerd in uiteenlopend speelgoed. Ze willen het gewoon eens proberen, kijken wat het is, wat het doet, hoe het aanvoelt, hoe het ruikt, uitziet en klinkt. Maar als je dan de helft van het speelgoed al wegneemt, omdat je het idee / gevoel hebt dat dat niet bij hem / haar zou passen, dan ontneem je hem / haar de kans om ook ander speelgoed te ontdekken. Op die manier kunnen kinderen dus ook maar beperkt hun interesses ontwikkelen.

⇒ Vandaar dat het belangrijk is om jonge kinderen een zo breed mogelijk scala aan speelgoed aan te bieden.
Wat overigens niet hetzelfde is als veel speelgoed aanbieden, maar dat even terzijde

 

moeder_dochter_spelen_met_blokkenUiteraard krijgen kinderen ook hun eigen voorkeuren en hebben ze periodes, waarin ze het liefst steeds met hetzelfde speelgoed spelen. Dan spelen ze het liefst de hele dag met een pop, dan met het keukentje, dan zijn de autootjes favoriet en dan weer de dino’s. Je kind bepaalt op die manier zélf waar het mee wil spelen. Laat je kind dat vooral ook zélf bepalen. Kinderen weten heel goed welk speelgoed ze willen ontdekken en leuk vinden (en welk niet).

⇒ Let dus goed op de interesses van je kind en ga daar – als het even kan – in mee. Ga niet opleggen dat je dochter toch beter met die pop kan spelen (en de autootjes maar moet laten voor wat ze zijn) en je zoon met de dino’s (terwijl hij net een boek over prinsessen aan het lezen was).

⇒ Maar goed, waar hebben we het eigenlijk over als we praten over genderspecifiek of genderneutraal speelgoed.

 

Wat is genderspecifiek speelgoed?
kind_speelt_met_auto
Genderspecifiek speelgoed is speelgoed dat speciaal bedoeld is voor meisjes óf jongens. In reclamefolders of op tv zie je dan vooral dat meisjes óf jongens het speelgoed aanprijzen, erbij op de foto staan of ermee spelen. Je hebt vast wel een idee bij specifiek meisjes- of jongensspeelgoed, dus die ga ik hier niet allemaal benoemen.

Misschien passeren nu ook een aantal speelgoeditems bij jou de revue, waarvoor het onderscheid nog helemaal niet zo duidelijk is. Vraag je dan maar eens af: ‘zou ik dit meisjesspeelgoed – zonder blikken of blozen – voor mijn zoon kopen?’ of ‘zou ik dit jongensspeelgoed – zonder blikken of blozen – voor mijn dochter kopen?’. En als het je dan inderdaad niks uit zou maken, dan denk je misschien wel aan speelgoed dat zowel door meisjes als door jongens leuk gevonden wordt. Want dat speelgoed bestaat namelijk ook!

 

Genderneutraal speelgoed bestaat allang.
Er bestaat al lang speelgoed dat voor meisjes én jongens bedoeld is. Waarschijnlijk ken je het wel. In de media hebben ze het nu misschien over ‘genderneutraal’ speelgoed, terwijl het speelgoed is dat we al sinds jaar en dag kennen. Hieronder heb ik een voorbeelden voor je.

Speelgoed speciaal bedoeld voor meisjes én jongens:
lego_city_house
Denk maar eens aan knuffels, poppenkastpoppen, speelgoed-muziekinstrumenten, kapla, klei, (kleur)potloden, rages (bijv. loombandjes maken), muziek (bijv. Kinderen voor Kinderen), boeken / luistercd’s beluisteren, educatief speelgoed, gezelschapsspelletjes, Duplo, Lego en Playmobil*.
Heb je nog aanvullingen voor deze lijst? Geef ze dan vooral aan me door.

Ook bij Lego en Playmobil maken ze dozen, die meer bedoeld zijn voor meisjes (bijv. Lego Friends) of juist meer voor jongens (Lego Technik), maar ze maken ook genoeg dozen die ‘neutraler’ zijn en die beide groepen aanspreken.

 


genderneutraal_bord

Wat is het verschil tussen sekse en gender?
– Sekse (= geslacht): het man- óf vrouw-zijn.
Gender: geslacht, waarvan iemand het gevoel heeft, deel uit te maken.

Wat is genderneutraal?
Genderneutraal betekent dat je geen onderscheid maakt tussen de seksen en de daaraan toegeschreven eigenschappen, gedragingen en voorkeuren.
(Bron: Van Dale)


 

Niet alleen op het gebied van speelgoed, waar dit artikel natuurlijk over gaat, wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen jongens en meisjes, ook op andere gebieden komt het voor. Denk maar eens aan typische jongens- of meisjessporten, boeken of muziekinstrumenten. Ook op die gebieden zie je vaak dat meisjes een andere sport of instrument kiezen dan waar jongens voor zouden gaan. Denk maar eens aan judo vs. ballet, Dagboek van een Muts vs. Het leven van een Loser of dwarsfluit vs. tuba. Het ligt er niet altijd heel dik bovenop, maar het onderscheid is er wel.

 

⇒ De vraag is dan: is dat erg…?

 

meisjes_voetballen

Nee, naar mijn idee is het helemaal niet erg dat dat onderscheid er is. Als je ziet dat een groep jongens het leuk vindt om te gaan voetballen en meisjes het juist fijn vinden om te gaan dansen, helemaal niks mis mee! Laat ze dat lekker doen.

Maar: geef de meisjes, die voetbal leuk vinden én jongens die dansen leuk vinden, ook de ruimte om dat te doen. Ook zij moeten kunnen doen waar hun grootste, persoonlijke interesse ligt.

Daarmee zeg ik nu dus ook niet dat ineens alle meisjes alleen nog maar mogen voetballen of nooit meer een rose jurkje aan mogen en dat alle jongens alleen nog maar op ballet of dans mogen en nooit meer met auto’s mogen spelen. Nee!

⇒ Waar het mij hier om gaat is dat alle kinderen hun eigen interesse moeten kunnen volgen en dat die niet de kop in wordt gedrukt door wat maatschappelijk ‘normaal’ gevonden wordt. Als dat namelijk wel gebeurt, dan schiet het stereotype denken zijn doel helemaal voorbij.

 

Wat kun je hier nou mee als ouder…? (Concrete tips voor ouders)
Als je graag wil dat je kind vrije keuzes kan maken en dus kan kiezen waar haar / zijn interesses liggen, dan kun je daar thuis gelukkig al veel aan doen. Je leest hieronder een aantal tips om direct thuis toe te passen.

 

(1) Let goed op als je speelgoed koopt.
meisje_in_speelgoedwinkel
Als je speelgoed uitzoekt voor je kind, dan is het belangrijk om vooral te kijken naar de interesses van je kind (en evt. naar de leeftijd / het ontwikkelingsniveau van je kind). Als je kind geïnteresseerd is in bepaald speelgoed, dan is de kans groot dat zij/hij daar ook daadwerkelijk mee gaat spelen. Op die manier heb je ook meer waar voor je geld dan wanneer je iets voor je kind koopt dat jíj leuk vindt voor haar/hem, maar waar je kind misschien maar weinig interesse in heeft… 😉
⇒ Valt je ook op dat – als je het zo bekijkt – de sekse van je kind eigenlijk helemaal geen rol speelt in het uitzoeken van speelgoed?

 

(2) Zet je eigen vooroordelen aan de kant.
meisje_spiderman_op_fiets
Geef je kind de kans om zelf te bepalen wat zij/hij leuk vindt. Als je kind divers speelgoed heeft, dan kan zij/hij dagelijks zelf bepalen waar zij/hij mee speelt. Het enige dat je daarvoor hoeft te doen is om jouw eigen voorkeuren (of vooroordelen, zo je wil) op dit gebied aan de kant te zetten, zodat je kind de ruimte krijgt om zijn eigen voorkeuren en interesses te bepalen.

Stuur de keuze van je kind ook niet (of in ieder geval zo min mogelijk). Maak er geen quasi-grappige opmerkingen over als ‘vind je dat écht leuk?’ of ‘je bent toch geen meisje?’. Kinderen voelen dan haarfijn aan dat het vreemd is om met dat speelgoed te spelen. En aangezien kinderen ook het liefst ‘normaal’ gevonden en geaccepteerd willen worden, zullen ze het speelgoed dan toch eerder links laten liggen. Zonde!
O ja, en instrueer familie, die bij de verjaardag, met Pakjesavond of tijdens de kerst meekijkt ook maa meteen even

 

(3) Geef het goede voorbeeld.
gezin_poetst_keuken
Eigenlijk geef je je kind altijd een voorbeeld. Het leert ontzettend veel van jou door wat je doet, wat je zegt en hoe je op dingen reageert. En daar is helemaal niks mis mee. Als je echter graag wil dat je kind het anders aanpakt dan dat jij het nu doet, dan is het goed om dat bij je zelf – indien haalbaar – te gaan veranderen.
Dus: hebben jullie nu wellicht de rolverdeling thuis dat mama vooral de huishoudelijke taken doet en papa vooral buitenshuis werkt én je zou dat voor je kind liever anders zien? Dan is het goed om dat nu ook al bij jou thuis te veranderen. Of – als dat om wat voor reden dan ook niet haalbaar is – het in ieder geval met je kind te bespreken.

Uiteraard geldt hierbij ook dat als je het prima vindt zoals het nu bij jullie thuis gaat en je je kind dat ook op die manier gunt, dan hoef je helemaal niks te veranderen.

⇒ Het gaat er bij dit punt alleen maar om dat je je even bewust bent van het voorbeeld dat je op dit moment aan je kind geeft.

 

(4) Maak gebruik van de mogelijkheden die dit extra speelgoed biedt.
speelgoed_meisjes_jongens
Nu fabrikanten aangezet worden om het speelgoed niet alleen maar in de kleuren rose of blauw aan te bieden (ik overdrijf het een beetje…), krijgt je kind meer keuzemogelijkheden. Niet alle meisjes vinden namelijk rose mooi, niet alle jongens vinden blauw mooi. De kans wordt dus alleen maar groter dat het favoriete speelgoed van je kind beschikbaar komt in de favoriete kleur van je kind. Je kind zal dat helemaal geweldig vinden!

DUS:
– Houd jouw dochter van poppen én van rose? Yes!
Houd jouw dochter wel van poppen maar niet van rose? Yes!
– Houd jouw zoon van auto’s én van blauw? Yes!
– Houd jouw zoon wel van auto’s, maar niet van blauw? Yes!
– Heeft je dochter altijd al graag een Barbie-pop willen hebben, die op haar leek? Yes!
– Heeft jouw zoon altijd al graag een pop willen hebben, waar hij voor kon zorgen? Yes!
Etc. Etc. Etc.

 

Conclusie: Geen paniek. Het valt allemaal wel mee.
Je mag jouw dochter dus nog steeds een pop cadeau doen (als zij dat leuk vindt) en je mag je zoon nog steeds een auto cadeau doen (als hij dat leuk vindt). Je hoeft dus echt niet ineens alleen maar ‘genderneutraal’ speelgoed te kopen, laat staan genderneutraal op te voeden.

jongen_speelt_met_pop

Door de veranderingen, die er mogelijk op het gebied van speelgoed aankomen, is het m.i. juist fijn dat je nóg meer rekening kunt houden met de interesses van je kind. Dus als je zoon een pop wil, dan kan dat. Als je dochter een auto wil, dan kan dat. Dat was trouwens altijd al zo, maar die weg wordt nu alleen maar makkelijker gemaakt. Dus ondanks behoorlijk wat commotie verandert er eigenlijk helemaal niet zo gek veel.

⇒ En jouw zoon, die net een nieuw broertje heeft gekregen, kan jou en je partner lekker imiteren met zijn eigen pop. Heerlijk toch! 

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Dr. Joyce Akse

 

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Joyce gebruikte de volgende artikelen voor dit artikel:
– ‘Free choice is free of gender‘ | Ingrid van Engelshoven | TEDxAmsterdamWomen [ ]
– ‘Girl toys vs boy toys: The experiment – BBC Stories’.
– ‘Huisvrouw in de dop: geef je kleine meid een roze stofzuiger’.
– ‘Nu wel: meisje én jongetje met stofzuiger in reclamefolder‘.
– ‘Frankrijk bant Bob de Bouwer‘.
– ‘Minister: Weg met seksistisch speelgoed‘.
– ‘Laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn?.’
-‘Stereotypen: Wat zijn dat?‘.

 

Lees meer artikelen van Joyce, die passen bij dit thema:
– ‘Laat jij jouw meisje wel genoeg meisje zijn?’ (Nieuwste SIRE-campagne…). Klik hier.
– Sturing & verbinding: Waarom beide aspecten onmisbaar zijn in de opvoeding van jouw kind. Klik hier.
– Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt. Klik hier.
– Doorbreek het taboe: Opvoeden is niet altijd leuk en makkelijk. Klik hier.
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

logo_akse_coaching_klein_nieuw

 

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

Samen opvoeden na scheiding: Hoe doe je dat? [Interview met scheidingsexpert dr. Inge van der Valk]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze experts interviewt over hun eigen onderzoek of werkveld. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, opvoeding en/of de ontwikkeling van kinderen (0-16 jaar).

 

Opvoeden is niet altijd makkelijk. Het kan al lastig zijn als je een goede relatie hebt met je partner en als je het over het algemeen met elkaar eens bent over de opvoeding van jullie kinderen.

moeder_brengt_kind_naar_vaderMaar wat kun je doen als je het niet meer goed met elkaar kunt vinden en als je merkt dat je relatie steeds slechter wordt? Wellicht denk je op dit moment zelfs al na over de mogelijkheid om te gaan scheiden. Je denkt misschien wel dat je je na een scheiding vast fijner en gelukkiger voelt. En is het niet zo dat als jíj goed in je vel zit dat dat ook beter is voor je kind…? Of werkt dat zo helemaal niet…?

En als je inderdaad zou gaan scheiden, wat heeft dat dan voor effect op je kind(eren)? En hoe blijf je op een goede manier samen opvoeden: je bent dan wel geen partner meer van elkaar maar jullie zullen toch contact met elkaar moeten onderhouden om alles rondom de kinderen goed te kunnen regelen. Hoe gaat dat dan?

⇒ In dit artikel geeft dr. Inge van der Valk – onderzoeker en expert op het gebied van scheiding & opvoeding – alle antwoorden op deze vragen.

 

Je bent expert op het gebied van scheidingen en het effect ervan op kinderen. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan?

‘Grappig dat je dat vraagt, want bij sociale wetenschappers zoals ik vraagt men zich vaker af wat het onderwerp dat ze bestuderen te maken heeft met wat ze zelf meegemaakt hebben. Voor mij had de keuze van dit onderwerp eigenlijk twee redenen:

Scheiding en kinderen vond ik – nu nog steeds trouwens – een heel interessant onderwerp, omdat er zoveel aspecten bij komen kijken. Denk maar aan de onderlinge ouderlijke relatie, de opvoeding en de ouder-kind-relatie.

moeder_dochter_buiten_in_gesprekEen andere reden waarom ik dit onderwerp zo interessant vond, had te maken met wat ik in mijn eigen jeugd om me heen zag gebeuren. We woonden vroeger in een leuke straat; het was een jonge buurt, het was er gezellig en de buren werden vaak kennissen van elkaar. Er werden ook regelmatig feestjes gegeven. Die bleken soms iets te gezellig, waardoor onderling nieuwe relaties ontstonden. Dat resulteerde helaas ook in scheidingen en ‘losse’ ouders, die overbleven in onze straat. Dat kreeg ik als kind natuurlijk allemaal niet zo mee, maar wat me toen wél opviel, was dat de kinderen met wie ik speelde zo maar ineens weg waren. Die verhuisden dan uit het niets ergens anders heen, samen met hun moeder. In die tijd begon ik me al af te vragen hoe dat precies zat: waarom gingen sommige ouders uit elkaar en waarom konden ze niet bij elkaar blijven? Waarom lukte dat andere ouders wel? Wat deden zij anders dan de ouders die scheidden?’

 


inge_van_der_valkDr. Inge van der Valk werkt bij de onderzoeksgroep Jeugd & Gezin van de Universiteit Utrecht en heeft als expertise kinderen & scheiding. Zij studeerde psychologie en promoveerde op een langlopend onderzoek naar de samenhang tussen ouderlijke conflicten, echtscheiding en het functioneren van jongeren.

Zij werkt samen met andere onderzoekers binnen de sociale wetenschappen, met onderzoekers familierecht en met professionals uit de praktijk. Daarnaast heeft zij meegewerkt aan de Richtlijn Scheiding en problemen van jeugdigen en aan de Wegwijzer ondersteuning scheidingskinderen (NJi). Momenteel is zij bezig met een groot onderzoek naar het thuisgevoel van kinderen na scheiding.
Kijk voor meer informatie over dit onderzoek op http://www.uu.nl/waarhoorikthuis. 


 


Wat zijn volgens jou de meestvoorkomende redenen dat ouders gaan scheiden? Zitten daar ook wel eens redenen tussen, die met de opvoeding van de kinderen te maken hebben? En is een scheiding ook wel eens te voorkómen?

gezin_kijkt_verveeld

‘De meest voorkomende redenen, die ouders zelf noemen om te gaan scheiden, zijn dat ze op elkaar uitgekeken waren (vooral als ze eerst hadden samengewoond), dat ze geen vertrouwen meer in elkaar hadden (vaak na overspel; ook dat kwam vaker voor als ze eerst hadden samengewoond) en dat hun karakters te veel botsten.
Deze redenen komen op nagenoeg dezelfde manier voor bij mannen als bij vrouwen. Uiteraard kunnen deze redenen in sommige gezinnen overlappen en samen voorkomen.

In het kader van partnerkeuzen en relaties wordt vaak gezegd dat ‘opposites attract’ (= tegenpolen trekken elkaar aan), maar dat blijkt in het dagelijks leven toch niet zo handig te zijn. Vooral als je samen een huishouden runt of een kind gaat opvoeden, blijkt het beter te gaan als je meer op elkaar lijkt. Dan heb je minder onenigheid over deze zaken en loopt het binnen het gezin gewoon soepeler.

De opvoeding van kinderen wordt door ouders dus zelf niet expliciet als reden voor hun scheiding genoemd. Ook op basis van onderzoek kan ik niet zeggen dat alleen ‘de opvoeding’ een oorzaak is voor een scheiding. Je kunt je echter wel voorstellen dat de manier van opvoeden te maken heeft met een grotere, onderliggende factor, zoals de botsende karakters, die ik al eerder noemde, of zoals de sociaalculturele verschillen tussen ouders. De oorzaak van de scheiding is dan vaak een optelsom van meerdere oorzaken.

Ouderschap kan ook een bijkomende stressfactor zijn en op die manier drukken op de relatie. Dat zie je vaker gebeuren bij gezinnen, waarin er iets met een kind aan de hand is, zoals een autismespectrumstoornis (ASS) of als een kind ernstig ziek is. Dan wordt er ontzettend veel gevraagd van het gezamenlijke ouderschap. Als je dan als ouder – om wat voor reden dan ook – niet kunt voldoen aan die vraag dan wordt de kans op een scheiding groter.

man_vrouw_relatietherapieJe vraagt ook of een scheiding wel eens te voorkómen is: dat is zeker zo. Je wordt namelijk niet op een ochtend wakker met een slecht huwelijk. Relatie-ondersteuning kan heel zinvol zijn, zeker wanneer je dat in een vroeg stadium inzet. Ook wanneer partners uiteindelijk toch beslissen om te scheiden, is het goed om samen met een onafhankelijke derde stil te staan bij de relatiegeschiedenis, bij onderlinge patronen en bij communicatiestijlen.

Uit onderzoek weten we ook dat ouders meestal niet gelukkiger worden door een scheiding. Het geluksniveau blijft na een scheiding eigenlijk redelijk stabiel. Dat heeft ermee te maken dat je na een scheiding wel minder contact hebt met je partner, maar je neemt nog steeds jezelf mee.

Daarbij wordt het gezamenlijk opvoeden van de kinderen na een scheiding gewoon complexer. Daar vergissen ouders zich vaak enorm in. Een scheiding blijkt dan ook meestal geen oplossing te zijn voor de onderlinge conflicten; die gaan erna nog gewoon door. Soms verergeren de conflicten dan zelfs. De onderlinge tegenstellingen tussen de (ex-)partners worden na een scheiding nog meer aangezet.

Dat zijn dan ook allemaal redenen om relatieondersteuning te zoeken op het moment dat je relatie niet lekker loopt, ook als je later toch besluit om te gaan scheiden. Dan leer je namelijk hoe je beter met elkaar kunt communiceren. Dat is erg belangrijk voor gezamenlijk ouderschap na jullie scheiding. Hoe beter je met elkaar kunt blijven communiceren, hoe minder conflicten je hebt.’


Wat is over het algemeen het effect op kinderen als hun ouders gaan scheiden? Wat merk je dan bij kinderen? En het lijkt vaak alsof een scheiding alleen maar negatief kan uitpakken voor kinderen, maar is dat eigenlijk wel zo? Zijn er situaties waarin een scheiding ook positieve aspecten kent voor kinderen?

gezin_pratend_op_bank‘Als ouders relatieproblemen hebben, dan zien we dat jonge kinderen vaker slaapproblemen hebben, (weer) in bed gaan plassen of op hun duim gaan zuigen of dat ze zelfs opstandig / oppositioneel gedrag vertonen. Oudere kinderen zijn in een dergelijke situatie vaker opstandig of boos (externaliserend probleemgedrag) of zijn verdrietig of trekken zich meer terug (internaliserend probleemgedrag). Het externaliserende gedrag zien we vaker bij jongens, het internaliserende juist meer bij meisjes.

In onderzoek zien we dat op korte termijn een scheiding vaak een effect heeft op kinderen, maar dat is dan wel afhankelijk van een aantal factoren. De leeftijd van de kinderen speelt o.a. mee, net als de mate waarin de kinderen het zelf zagen aankomen en de manier waarop het hen verteld wordt.

Over het algemeen zie je (op korte termijn) vooral veel emoties, zoals stress, boosheid en verdriet. Sommige kinderen richten die emoties vooral naar binnen (internaliserend), andere juist naar buiten (externaliserend); soms zijn ze vooral boos op één van de twee ouders en soms op beide. Ze ervaren vaak ook meer onrust, die te maken kan hebben met alle veranderingen die door de scheiding op stapel staan.

Meestal gaat het na ongeveer 2 jaar weer ‘goed’ met kinderen van wie de ouders gescheiden zijn (bij ong. 87% van de kinderen met gescheiden ouders). Ze doen het dan weer net zo goed als kinderen uit intacte gezinnen.

Een kleiner deel van de kinderen (ong. 15 a 20%) vertoont echter ook nog op langere termijn problemen. Deze kinderen gaan dan bijv. externaliserend of juist internaliserend probleemgedrag vertonen, ze hebben een lager zelfbeeld, lagere schoolprestaties en/of een lager schoolniveau en hebben minder goede relaties met anderen (vrienden of romantische relaties).

Vaak hebben dit soort gevolgen te maken met het oudersysteem. Ouders blijven dan conflicten met elkaar hebben, juridische procedures blijven doorgaan en ouders betrekken hun kind(eren) veel bij hun onderlinge conflicten. Juist dat soort gedragingen van ouders zorgt voor een groter risico op problemen bij de kinderen, zoals loyaliteitsproblemen (= kinderen voelen zich dan tussen de ouders instaan), parentificatie (= kinderen nemen een deel van de ouderrol op zich) en ouder-kind-allianties (= kinderen hebben dan met de ene ouder een veel sterkere band dan met de andere, wat soms de vorm van een ‘verbond’ aanneemt).

Het effect van een scheiding is voor kinderen haast nooit positief. De meeste kinderen willen gewoon het liefst dat hun ouders bij elkaar blijven of – zelfs jaren later nog – weer bij elkaar komen. Realiseer je ook dat we uit onderzoek weten dat kinderen al tevreden zijn als hun ouders een ‘middelmatig’ huwelijk hebben (‘good enough marriage’); kinderen houden nou eenmaal van stabiliteit en veiligheid.

ouders_vechten_kind_oren_dichtDe enige uitzondering op deze regel is een klein percentage kinderen, bij wie er echt sprake was van grote problematiek binnen het gezin en een groot gevoel van onveiligheid. In zulke gezinnen was dan vaak sprake van langdurig hevige conflicten, geweld, verslaving of misbruik. Dan kan scheiding een opluchting zijn en kan het kind zelfs meer rust geven. Maar dit zijn echt de uitzonderingen en komen waarschijnlijk bij minder dan 5% van de gezinnen / kinderen voor.

Daarbij komt nog dat conflicten tussen ouders meestal niet ophouden na een scheiding, ze verergeren vaak nog en ook dat kan langdurig het geval zijn. Bij complexe scheidingen, waarbij sprake is van veel conflicten en vaak ook juridische procedures, zie je vaak dat de ene ouder de ander gaat diskwalificeren om zelf als ‘betere’ ouder over te komen. Ze proberen zichzelf min of meer goed te praten door hun eigen kant positief te benoemen, maar dan wel ten koste van hun ex-partner. Dat komt vaak voort uit onverwerkte emoties rondom de scheiding.

Kinderen en jongeren noemen zelf wel eens wat oppervlakkige voordelen van de scheiding, bijv. dat ze twee slaapkamers hebben, dat ze 2x cadeaus krijgen voor hun verjaardag en kerst, dat ze 2x op vakantie gaan etc. Maar je kunt je voorstellen dat dit alleen een voordeel is bij ‘harmonieuze’ scheidingen, dus wanneer ouders nog goed met elkaar kunnen communiceren. Deze ‘voordelen’ hebben ook weer behoorlijk sterke keerzijdes en ook deze kinderen geven vaak aan dat ze nog steeds het liefst zagen dat hun ouders weer bij elkaar waren. Vandaar dat er niet echt voordelen van een scheiding te noemen zijn.

Neemt niet weg dat ouders er wel zoveel mogelijk voor kunnen zorgen dat de situatie voor hun kind(eren) in elk geval niet negatief is. En dit hebben ze voor een groot deel zelf in de hand, mn. door samen goed ouders te blijven en weinig conflicten te hebben.’

 


In de media wordt vrij veel aandacht geschonken aan scheidingen, co-ouderschap, mediatie ed. Je kunt er dus best veel over opzoeken en lezen. Zit daar ook wel eens verkeerde informatie tussen? Bestaan er zg. ‘mythes’ over scheidingen, co-ouderschap, mediatie ed., die je graag zou willen ontkrachten / doorbreken?

ouders_ruzie_dochters_ongelukkig‘Wat het verhaal over scheidingen lastig maakt, is dat er niet maar één soort scheiding is; het zijn allemaal verschillende situaties. En dat geldt vooral voor complexe scheidingen. Dat betekent ook meteen dat het moeilijk is om algemeen geldende informatie te geven. Met name bij veel ouderlijke conflicten is het maatwerk. Er is helaas nog veel handelingsverlegenheid bij professionals rondom de meest complexe scheidingen. Daarbij komt nog eens dat er een gebrek is aan multidisciplinaire samenwerking. Soms bestaat er wederzijds wantrouwen vanuit disciplines. De transitie en transformatie in de jeugdzorg hebben voor onrust gezorgd en dat heeft weer versnippering in de hand gewerkt. En er is minder aandacht voor preventie.’

 

Er is een aantal mythes dat ik regelmatig voorbij zie komen:

 

(1) ‘Als ik als ouder gelukkiger ben door een scheiding, dan is dat ook beter voor mijn kind(eren)’.
Mother and daughter in forest together‘Deze gedachte klopt helaas niet. Vergeet niet dat een scheiding een rigoureuze beslissing is. Als een huwelijk middelmatig is, dan is dat voor de kinderen prima. Dat wil zeggen: in onderzoek zien we dat het welbevinden* van deze kinderen net zo hoog is als de kinderen van wie de ouders een gelukkig huwelijk hebben.
* Concreet betekent dat deze kinderen net zo weinig internaliserend en externaliserend probleemgedrag laten zien, dat hun zelfbeeld, schoolprestaties en schoolniveau even hoog zijn en hun relaties met anderen net zo goed zijn als kinderen uit gelukkige gezinnen.’

 

(2) ‘Scheiden is een oplossing’.
ex_ouders_bestaan_niet‘Ook dat is een mythe. Scheiden lijkt een eindpunt, maar je kunt het eerder zien als een nieuwe manier van samen verder gaan. Ouders vergissen zich nl. vaak in hoe lastig het is om na scheiding nog samen goed ouders te zijn. Als je geen partners meer bent maar nog wel ouders dan is het samen opvoeden juist lastig, omdat je eerder tegenstellingen tegenkomt; die worden juist na een scheiding vaak uitvergroot. En je moet na een scheiding nog veel meer dingen met elkaar gaan overleggen, die eerst min of meer vanzelfsprekend waren: wanneer ga je met de kinderen op vakantie, wanneer zie je de kinderen met feestdagen, wat doe je bij belangrijke beslissingen of bij problemen van je kind, wat doen jullie als er een nieuwe partner bij komt, hoe hou je elkaar op de hoogte van de dagelijkse beslommeringen of belangrijke ontwikkelingen. Dat blijft ook na een scheiding doorgaan. Ouders denken er vaak te makkelijk over.’

 

(3) ‘Co-ouderschap is beter voor kinderen’ (d.w.z. 50-50% verdeling over ouders)
vader_loopt_met_kinderen_op_stoep‘Dat is een lastige mythe. Het lijkt er namelijk op dat we dat inderdaad zo terugvinden in onderzoek. Maar, het onderzoek waarin dat naar voren komt, is een onderzoek waarbij ouders dat zélf aangaven. Je kunt je voorstellen dat je juist bij ouders, die goed met elkaar communiceren, hoort dat het co-ouderschap goed gaat. Als je goed met elkaar kunt communiceren, kun je ook beter alles op elkaar afstemmen en is de kans van slagen van co-ouderschap veel groter. Dus co-ouderschap zou wel eens alleen goed kunnen werken als ouders goed met elkaar communiceren. We weten echter niet hoe het zit bij ouders die niet of moeizaam met elkaar communiceren.

Als je het aan de kinderen zelf vraagt, dan zou je zelfs op andere conclusies uitkomen. Zij zijn namelijk degenen die wekelijks van het ene naar het andere huis gaan. Zij zitten juist met vragen als ‘waar hoor ik thuis?’. Het is belangrijk om uit te zoeken hoe kinderen zelf het co-ouderschap van hun ouders ervaren en – als dat toch niet ideaal zou zijn – wat zij zelf fijner vinden of wat zij zelf denken dat beter voor hen zou werken. Er zijn ook wel gezinnen bekend waarbij de kinderen steeds in hetzelfde huis blijven wonen en waar de ouders wisselen, maar daarvan is niet bekend wat dat voor effect heeft op de kinderen of de ouders.

Om te weten op welke manier co-ouderschap positief is voor de kinderen, maar ook bij ouders die moeizaam met elkaar communiceren, hebben we dus echt nog meer onderzoek nodig.’

 

(4) ‘Je moet niet gaan scheiden, want dat is slecht voor de kinderen.’
jongen_tussen_vader_moeder‘Dat is vaak een maatschappelijke opvatting, die niet perse klopt. In ong. 80% van de kinderen gaat het na verloop van tijd weer net zo goed als kinderen van intacte gezinnen. Slechts bij 15-20% van de kinderen gaat het langere tijd niet goed.

In dit kader is er wel nog een ding dat me dwarszit en dat zit ‘m in de term ‘vechtscheiding’. Dat is een term die in de media veelvuldig voorkomt. Ik begrijp wel dat de media graag de excessen benoemen en de grootste probleemgevallen eruit pikken. Dat is voor hen uiteraard het interessantst!

Maar, deze negatieve berichtgeving heeft vaak een negatieve uitwerking op de ouders. Het lijkt daardoor alsof we als maatschappij zeggen dat een scheiding zo negatief is voor de betrokken kinderen, dat straalt af op de ouders, zij gaan zich schuldig voelen, dat heeft een negatief effect op hun manier van opvoeden en dus een negatief effect op de ontwikkeling van het kind. Zelfs de ouders, die het relatief goed doen, hebben hierdoor last van schuldgevoelens. Die eenzijdige informatie in de media kan dus behoorlijk polariserend werken.

Ik vind het dan ook belangrijk om te benadrukken dat de overgrote meerderheid van de ouders heel goed met de scheiding omgaat en redelijk in staat is tot constructieve, respectvolle co-parenting.’

 


Stel er zijn ouders, die dit interview lezen, die al een tijdje overwegen om te gaan scheiden. Wat zou je deze ouders willen adviseren? Welke stappen kunnen ze zetten om tot een gedegen beslissing te komen? En als ze dan inderdaad beslissen om te gaan scheiden: wat is dan belangrijk om tegen de kinderen te zeggen (en wat juist niet)? Welke boodschap werkt in zo’n situatie het beste voor de kinderen?

man_vrouw_relatietherapie2‘Voor ouders is het vooral belangrijk dat ze gaan praten: met elkaar, met vrienden, familie, noem maar op. Ga samen met je partner naar een relatietherapeut, een mediator of een andere deskundige. Probeer dit via de huisarts te doen, zodat je het misschien vergoed kunt krijgen. Zoek informatie op, o.a. van de Rijksoverheid en het juridisch loket, zodat je weet wat er allemaal bij een scheiding komt kijken.
Onder aan dit artikel vind je een lijst met aanvullende mogelijkheden om gedegen informatie te verzamelen.

Als je het je kinderen gaat vertellen, dan is het belangrijk om het gesprek in een bekende en veilige omgeving te houden. Zoek een rustig moment uit en voer het gesprek bij voorkeur samen met je partner. Geef een korte uitleg over de situatie en zorg dat het een eenduidig verhaal is. Houd daarbij natuurlijk rekening met de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van je kind. Benadruk tijdens het gesprek dat je kind geen enkele schuld heeft aan de scheiding, dat de liefde voor je kind blijft bestaan en dat jullie ervoor gaan zorgen dat jullie beiden de kinderen blijven zien.

ouders_praten_met_kinderenGeef je kind daarna zeker twee dagen de tijd om de boodschap aan te laten komen. Het ene kind heeft daar meer tijd voor nodig dan het andere. Zorg dat je in de tijd erna aanwezig en beschikbaar bent voor je kind, zodat hij zijn vragen kan stellen en evt. zorgen kan uiten. Luister naar je kind, hoe is het voor hem / haar, erken zijn emoties, zorg dat hij ruimte krijgt om zijn mening te geven of zijn gevoel te uiten. Geef je kind ook een stem in de nieuwe situatie. Je kind hoeft niet over zaken mee te beslissen, maar je kunt wel rekening houden met wat voor je kind het prettigst of minst vervelend is. Geef je kind de tijd en ruimte voor elke verandering, die staat te gebeuren.

Verder is het voor je kind fijn om een steunfiguur te hebben bij wie hij – naast zijn ouders – terecht kan. Bespreek samen met je kind wie dat kan zijn, daar kun je als ouder vooraf al over nadenken, het liefst natuurlijk iemand die je kind goed kent.

Licht ook de school in (en belangrijke anderen). Ga samen in gesprek over hoe je kind het aan de klas wil gaan vertellen. Stem het goed af met de leerkracht, zodat hij/zij ook weet hoe je kind het graag zou willen, bijv. samen met de leerkracht. Door zo’n gesprek in de klas weten ook de klasgenoten wat er met je kind aan de hand is; zeker in de oudere groepen realiseren kinderen zich dat dit lastig is.’

 


Ook als je van elkaar gescheiden bent, blijf je samen ‘ouder’ van je kinderen. Hoe kun je ervoor zorgen dat je dat op een goede manier samen blijft doen? Zijn er dan onderwerpen die je met elkaar moet bespreken en waar je het eens over moet worden? Op welke manier betrek je de kinderen er bij? En wat kun je doen als het ‘co-ouderschap’ niet prettig verloopt?

vader_kinderen_gesprek• ‘De beste voorspeller voor goede co-ouderschap na de scheiding is hoe goed je samen opvoedde voor de scheiding. Maar realiseer je ook dat je kunt leren om op een positieve manier met elkaar te communiceren. Ga daar het liefst voor de scheiding al mee aan de slag.

• Ga op een respectvolle manier met elkaar om. Net als bij een goede relatie geldt: wees coulant en ruimhartig, slik onbelangrijke ergernissen in. Prent jezelf in dat je dan weliswaar geen partners meer bent, maar dat je samen wel nog altijd goede ouders kunt zijn. En daar zijn niet alleen de kinderen maar ook jij en je ex-partner bij gebaat.

• Gun je kind een goede band met de andere ouder. Betrek je kind niet in de eventuele onderlinge problemen. Probeer ten allen tijde te voorkomen dat er kampen ontstaan; daar is vooral je kind niet bij gebaat.

• Zolang er nog veel emoties spelen, is het belangrijk om er ruimte aan te geven; geef jezelf die ruimte en werk eraan. Laat de onderlinge problemen niet de boventoon voeren, maar ga er juist mee aan de slag. Voorkom dat de kinderen betrokken worden bij jullie onderlinge problemen.

• Zorg goed voor jezelf.

• Vergeet niet dat je ook na een scheiding een rouwproces moet doorlopen. Neem daar voldoende tijd voor, anders kan het je nog jarenlang blijven achtervolgen. Door dit proces goed te doorlopen kun je na verloop van tijd goed afscheid nemen van de periode met je partner.’

 


Tot slot: wat is jouws inziens het belangrijkste dat ouders op het gebied van scheiding moeten weten?

ouders_kind_coparenting‘Er is bijna geen kind dat blij is wanneer de ouders uit elkaar gaan. Voor jouzelf maar zeker ook voor je kind is een scheiding lastig: de personen, die geacht worden om zijn/haar leven lang voor een fijn, liefdevol en veilig klimaat te zorgen, lijken nu ineens alles overhoop te gooien.

De meeste ouders kunnen na een scheiding nog prima samen opvoeders zijn en afzonderlijk van elkaar een goed en veilig thuis bieden voor hun kinderen. Het is belangrijk om ‘schuldenvrij’ te denken. Dus: een ‘goede’ scheiding is absoluut mogelijk. Je kinderen verdienen dit; jij en je ex-partner trouwens ook. Er valt op dit gebied wel nog veel te winnen. Voorkom dat het kind tussen jullie als ouders in komt te staan.

Mocht een ‘goede’ scheiding onverhoopt toch niet vanzelf gaan, dan kun je daar ondersteuning bij zoeken. Dat is bijzonder zinvol; doe het op tijd, dus liefst voordat het een conflictueuze scheiding wordt.’

 

Aanvullende informatie over dit onderwerp:
– Neem een kijkje op de site van Villa Pinedo; daar vind je vragen van ouders met antwoorden van jongeren en de verhalen van jongeren zelf. Dan zie je waar jongeren en andere ouders tegen aan lopen. Dat kan jou als ouder helpen om onnodige valkuilen en problemen te voorkomen.
– Wat betreft de hulp kun je o.a. denken aan buurtteams, aan Wegwijzer ‘Kind en Scheiding of aan ‘Ouderschap blijft’. Op http://www.nji.nl vind je een overzicht van allerlei programma’s ter ondersteuning van kinderen en ouders.
– Het Platform ‘Scheiding zonder schade’ (o.l. André Rouvoet) besteedt veel aandacht aan het ondersteunen van gescheiden ouders in hun ouderschap en in hun relatie.
– Een ander initiatief, dat momenteel wordt opgezet, is het ‘Besluit met Muisjes’; dat gaat zich vooral bezig houden met ouderschap en stress na een scheiding.
– Vraag ook je huisarts om raad; hij/zij kent het lokale aanbod en kan je daarin goed adviseren.’

 

Wil je graag reageren op dit artikel? Dat mag!
Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij als eerste Joyce’ waardevolle OpvoedTips ontvangen? 
Helemaal gratis en vrijblijvend. Klik dan hier.

Cadeau: Kort na je aanmelding van het e-zine ontvang je Joyce’ E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’ als cadeau. Dat is dus ook helemaal gratis en vrijblijvend. Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_c
Heb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.


K
lik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘3 Goede Voornemens voor Ouders (of: Hoe houd je het ouderschap goed vol?)’. Klik hier.
– ‘Als je de balans kwijt raakt…’ | Hoe houd je alle ballen in de lucht zonder stress. [Gastbijdrage van drs. Agathe Hania-Akse]. Klik hier.
– ‘Doorbreek het taboe: Opvoeden is niet altijd leuk en makkelijk.’ Klik hier.
– ‘Positief opvoeden: Start je opvoeding goed met deze 5 stappen.’ Klik hier.
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

logo_akse_coaching_klein_nieuw
Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

Sturing & verbinding: Waarom beide aspecten onmisbaar zijn in de opvoeding van jouw kind.

kinderen_droom_beroepAls vader of moeder wil je niets liever dan dat je kind op een fijne manier opgroeit. Je ziet waarschijnlijk het liefst dat je kind zich goed ontwikkelt, dat het sociaal vaardig, gelukkig, veerkrachtig, emotioneel evenwichtig is en ga zo maar door. Dat zijn behoorlijk wat eisen, maar je wenst je kind nou eenmaal het allerbeste toe.

Als ouder doe je er dan ook alles aan wat binnen je macht ligt om dat mooie doel voor je kind te bereiken. Gelukkig weten we uit onderzoek dat je daar als ouder inderdaad een positieve bijdrage aan kunt leveren. Dat doe je o.a.  door thuis een veilig, warm en positief klimaat te creëren, bijvoorbeeld door jouw manier van opvoeden.

⇒ De vraag is alleen: HOE doe je dat? Hoe zou je je kind dan moeten opvoeden? En bestaat er eigenlijk wel een optimale manier van opvoeden? 

Om daar achter te komen is het goed om te weten van welke aspecten we weten dat ze belangrijk zijn binnen de opvoeding. Kortom: wat is ‘goed opvoeden’ eigenlijk? En kun je dat ‘goed opvoeden’ eigenlijk wel benoemen of ontleden?

moeder_boos_vinger_kindAls je aan ouders vraagt wat ze verstaan onder ‘goed opvoeden’, dan hoor je termen als consequent zijn, afspraken maken (en nakomen), regels opstellen (en handhaven), grenzen aangeven, duidelijkheid geven, structuur bieden en ga zo maar door. En uiteraard zijn dat stuk voor stuk hele belangrijke onderdelen van een goede opvoeding.
Misschien herken je wel dat vaak deze aspecten aangedragen worden als oplossing voor kinderen die niet goed luisteren, brutaal zijn of vervelend gedrag vertonen… 

Toch is dat niet het hele verhaal en ontbreekt er een belangrijke component aan deze onderdelen. Naast het bieden van regels en structuur (sturing) is het belangrijk om je kind warmte te geven en om betrokken te zijn bij je kind, om in verbinding te blijven met je kind.

Een opvoeding, die er op gericht is om een kind zich goed te laten ontwikkelen, sociaal vaardig en veerkrachtig te zijn, bestaat dan ook niet alleen uit sturing maar ook uit verbinding. Beide componenten zijn noodzakelijk en onmisbaar binnen een ‘goede opvoeding’. Hieronder zal ik beide componenten uitleggen, zodat je voor ogen hebt wat ik ermee bedoel.

(1) Sturing: Duidelijke afspraken & structuur
De sturing, die je als ouder aan je kind geeft, gaat over afspraken maken en nakomen, structuur bieden, regels en grenzen stellen, bereidheid om consequenties te verbinden aan negatief of lastig gedrag en over de mate van controle die je uitoefent. Het is belangrijk om dat je kind te bieden.

moeder_praat_met_zoonUit onderzoeken weten we dat kinderen, die opgroeien met eerlijke, duidelijke grenzen, later meer zelfvertrouwen hebben dan kinderen die vrij hun gang kunnen gaan. Kinderen, die geen grenzen ervaren, krijgen vanzelf een onveilig gevoel.
Kinderen willen graag weten waar ze aan toe zijn; dat geeft hen een gevoel van veiligheid en zo krijgen ze meer grip op de wereld om hen heen. Als ouder heb je dan ook de belangrijke taak om aan die behoefte van duidelijkheid te voldoen.

 


joyce_grijs_aanjou_1
Maak je je zorgen over je kind dat niet goed eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?

Neem dan contact met me op.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 

(2) Verbinding: Warmte & betrokkenheid
De verbondenheid tussen ouder en kind houdt in dat je als ouder je kind de emotionele ondersteuning en ruimte geeft om zijn eigen initiatieven te ontplooien. Daarbij zijn ook aspecten als warmte en betrokkenheid bieden belangrijk.

vader_dochter_kleuren_samenHet is als ouder natuurlijk belangrijk (en fijn!) om een positieve relatie met je kind te hebben. Je wil bijv. op een leuke manier met je kind kunnen omgaan, spelen, ravotten en praten. Je wil ook rekening kunnen houden met wat je kind wil, vindt of voelt, zodat hij zich als een eigen individu kan ontwikkelen. Je wilt graag dat je kind jou in vertrouwen neemt als hij ergens mee zit of als hij niet goed weet hoe hij met een bepaalde situatie moet omgaan. Daarnaast vind je het prettig om met je kind te knuffelen, hem een kus, aai over de bol of schouderklopje te geven. Je wilt dat je kind weet dat jij trots op hem bent en dat je van hem houdt. Bij het aspect van verbinding hoort ook ‘betrokkenheid ‘: je weet waar je kind is, wat hij doet en met wie, als jullie thuis zijn en als je kind niet thuis is.

Uiteraard gaan alle ouders anders om met deze componenten; geen enkele ouder voedt zijn kind op exact dezelfde manier op als een andere ouder. Zo zullen sommige ouders veel sturing bieden aan hun kind en andere ouders zoeken het juist meer in de verbinding met hun kind. Het omgekeerde is uiteraard ook mogelijk.

Echter, zoals ik hierboven al aangaf, is niet één van deze componenten belangrijk, maar beide. Om te kijken naar de manier van opvoeden (= opvoedstijl) is het dan ook belangrijk om beide componenten tegelijkertijd mee te nemen.
Bijv.: ben jij een ouder, die zijn kind weinig stuurt, maar in hoge mate in verbinding staat met zijn kind? Dan hanteer je een duidelijk andere opvoedstijl dan ouders die hun kind veel sturen en weinig in verbinding staan met hun kind. 

De componenten ‘sturing’ en ‘verbinding’ kun je dan ook zien als dimensies, die je tegen elkaar af kunt zetten. Je krijgt een kwadrant, waarbij je op beide opvoeddimensies hoog of laag kunt scoren (zie figuur ‘Sturing vs Verbinding’ hieronder).

opvoedstijlen_kwadrantenJe kunt zo op beide dimensies hoog scoren, je kunt op beide dimensies laag scoren, of juist op de één hoog en op de andere laag (en dat laatste kan 2 kanten op).
⇒ Dat zorgt voor 4 mogelijke uitkomsten oftewel: 4 opvoedstijlen.

Iedere opvoedstijl heeft dus zijn eigen combinatie van de beide opvoeddimensies en heeft daardoor z’n eigen ‘stijl’, invulling of aanpak. Die opvoedstijlen leg ik je hieronder één voor één uit.
Deze indeling wordt overigens al jarenlang in wetenschappelijk onderzoek gehanteerd en werd voor het eerst beschreven door psychologe Diana Baumrind. Zelfs huidig onderzoek neemt deze indeling vaak als uitgangspunt.


De vier verschillende opvoedstijlen zien er dan als volgt uit: 

(1) Permissieve opvoedstijl (blauw):
→ Ouders met deze stijl laten veel verbinding, maar weinig sturing zien.
Als een kind te weinig structuur van zijn ouders krijgt en als zijn ouders alles goed vinden van wat hij doet, dan is het kind genoodzaakt om zelf uit te zoeken wat wel / niet kan. Een kind heeft zijn ouders echter nodig om hem duidelijkheid te geven. Dat is dus zelfs het geval bij kinderen met ouders die op een warme en betrokken manier met hem omgaan. Alleen in verbinding staan met je kind (zonder sturing) is dus niet voldoende voor een positieve ontwikkeling van een kind.

(2) Laissez-faire / verwaarlozende opvoedstijl (groen):
→ Ouders met deze stijl laten weinig verbinding en weinig sturing zien.
Als een kind niet alleen te weinig sturing maar ook te weinig in verbinding staat met zijn ouders, dan moet het kind niet alleen zelf uitzoeken wat wel / niet kan, maar mist het ook nog eens de warme band met en betrokkenheid van zijn ouders. Het ontbreken van beide opvoedaspecten is nadelig voor de ontwikkeling van een kind.

(3) Autoritaire opvoedstijl (geel):
→ Ouders met deze stijl laten weinig verbinding en veel sturing zien.
Als een kind echter te veel regels, structuur en controle opgelegd krijgen en als daarbij de verbinding, warmte en betrokkenheid ontbreken, dan krijgt een kind geen tot weinig kans om zijn eigen mening te vormen en om zijn eigen ideeën te ontplooien. Alleen sturing bieden aan je kind (zonder verbinding) is dus niet voldoende voor een positieve ontwikkeling van een kind.

 


joyce_rosegrijs_staand_c

Wil je graag een thema-avond over opvoeden bijwonen?
Kijk dan in Joyce’ online Agenda voor een workshop, lezing of OpvoedParty bij jouw in de buurt.

Wil je Joyce graag uitnodigen om een thema-avond over opvoeden te geven?
Kijk dan hier voor mogelijke thema’s en/of neem contact met haar op.


 


(4) Autoritatieve of democratische opvoedstijl
(rood):
→ Ouders met deze stijl laten veel verbinding en veel sturing zien.
Zodra er een goede balans bestaat tussen sturing en verbinding en deze dimensies dus beide aanwezig zijn binnen de opvoeding, dan kan een kind zich op een goede en positieve manier ontwikkelen. De ouders met deze opvoedstijl weten op de juiste momenten warm & betrokken te zijn en op de juiste momenten voor regels en structuur te zorgen.

⇒ De autoritatieve opvoedstijl heeft daarom absoluut de voorkeur boven de andere 3 opvoedstijlen. De combinatie van verbinding én sturing zorgt er voor dat een kind zich het beste kan ontwikkelen. 


Jouw manier van opvoeden heeft gevolgen voor je kind

Hoe jij je kind opvoedt, is niet voor niks zo belangrijk. Het kan namelijk grote gevolgen hebben voor hoe je kind zich ontwikkelt en in het leven staat.

jongen_bij_bord_spierballenOnderzoek wijst uit dat kinderen, die autoritatief opgevoed worden, later in hun leven de beste ‘uitkomsten’ hebben. Deze opvoedstijl leidt over het algemeen tot (o.a.) competente, onafhankelijke kinderen met een hoog gevoel van eigenwaarde en een hoog ontwikkeld gevoel voor sociale verantwoordelijkheid.
Lees ook eens over de gevolgen die de autoritaire, verwaarlozende en permissieve opvoedstijlen kunnen hebben. Die kunnen op langere termijn bijzonder negatief zijn voor kinderen.


⇒ Ook hieruit blijkt maar weer hoe belangrijk het is om niet alleen in verbinding te staan met je kind, maar ook om je kind sturing te geven.

Als autoritatief opvoeden op dit moment niet jouw niet jouw opvoedstijl is… 
Gelukkig is het mogelijk om een andere manier van opvoeden aan te leren. Je kunt dus leren hoe je op een andere manier kunt opvoeden dan dat je nu doet. Je kunt leren hoe je ervoor zorgt dat de dimensies ‘verbinding, warmte & betrokkenheid’ en ‘sturing, afspraken maken & structuur’ met elkaar in balans zijn.

⇒ Neem daarom in het belang van de ontwikkeling van je kind jouw manier van opvoeden serieus en pak het vooral op een autoritatieve manier aan! 

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij als eerste Joyce’ waardevolle OpvoedTips ontvangen? 
Helemaal gratis en vrijblijvend. Klik dan hier.

Cadeau: Kort na je aanmelding van het e-zine ontvang je Joyce’ E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’ als cadeau. Dat is dus ook helemaal gratis en vrijblijvend. Je leest er hier meer over.


joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 


K
lik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Joyce gebruikte o.a. onderstaande referenties voor dit artikel:
– Gouwerok, M. (2004). Hét peuter-opvoedboek over: Slapen, eten en luisteren. Kinderen/Jonge gezinnen BV: Alphen aan de Rijn.
– Marx, H., Westpalm van Hoorn, M., & Molenaar, H. (2007). Je peuter. Het Spectrum BV: Houten.
– Nederlands Jeugdinstituut (NJi). Opvoedstijlen.
– Sanders, M.R., Markie-Dadds, C., & Turner, K.M.T. (2007). Triple P: Positief Pedagogisch Programma. The University of Queensland: Australia.

 

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘Voorkom ongewenst gedrag: Geef je kind positieve aandacht.’ Klik hier.
– ‘Laat dat nou! | 5 opvoedvalkuilen waar we allemaal intrappen én waardoor opvoeden onbedoeld lastiger wordt.’ Klik hier.
– ‘Doorbreek het taboe: Opvoeden is niet altijd leuk en makkelijk.’ Klik hier.
– ‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier.
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

logo_akse_coaching_klein_nieuw

 

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

‘Waarom huil je nu alweer?’ (over: Hoe je ervoor zorgt dat je kind minder huilt.)

Iedereen doet het wel eens: huilen. Volwassenen doen het, kinderen natuurlijk ook.

kind_verdrietig_huilt_bij_mama

Als je kind jong is, vind je het waarschijnlijk niet zo erg als hij begint te huilen. Als je kind ouder wordt, is de kans groter dat je het huilen van je kind steeds minder accepteert.

Van baby’s weten we natuurlijk wel dat ze het huilen nodig hebben om iets aan te geven; dat is hun manier van communiceren, dus dat accepteren we wel. Maar accepteren we het ook nog als een jongen van 8 jaar gaat huilen…? En waarom zit daar eigenlijk een verschil in? Op welke leeftijd accepteren we het ineens niet meer (of duidelijk minder) en hoe komt dat? Verdriet is toch een hele normale emotie en mag toch geuit worden. Waarom vinden we ‘huilen’ dan toch nog best lastig om te accepteren…?

In onze maatschappij hebben we – onbewust – vrij sterke ideeën over wie mag huilen en wanneer het wel/niet mag. Je vindt het misschien vervelend als je kind te lang huilt of als het huilen van je kind te vaak voorkomt; je ergert je aan het gehuil als je het idee hebt dat je kind zich aanstelt of als er in jouw ogen geen reden (meer) is om te huilen. Of misschien vind je het wel vervelend als je kind huilt omdat je bang bent dat anderen je kind een huilebalk vinden…?

Vaak zie je op het gebied van huilen een duidelijk verschil tussen jongens en meisjes. Als een kind valt en pijn heeft dan zeg je als het een jongen is al eerder ‘stop maar met huilen, je bent toch een grote jongen’, terwijl als het een meisje is je haar in die situatie gewoon troost. Het zal dan langer duren voordat je aangeeft dat ze moet stoppen met huilen.

man_vrouw_ondergaande_zon_zeeDat verschil zie je ook nog bij volwassenen terug: als vrouwen huilen is het eigenlijk niet zo erg, maar als mannen huilen wordt dat eerder gezien als teken van zwakte. Van mannen verwacht onze maatschappij veel meer dat ze niet huilen en dat zij hun emoties goed kunnen beheersen…
Wat mannen ook altijd goed afgaat; kijk maar eens bij een voetbalwedstrijd… 😉 #grapje

Terug naar onze kinderen. Het ene kind huilt eerder of vaker dan het andere. Het ene kind laat zijn tranen vrij gemakkelijk de vrije loop, terwijl het andere het liefst nooit wil huilen en zich zo lang mogelijk verbijt. En weer een ander is er niet zo mee bezig en huilt alleen wanneer het ‘nodig’ is.

Uiteraard is de reden waarom of de situatie waarin je kind huilt niet altijd hetzelfde. Er kunnen diverse redenen zijn waarom je kind gaat huilen. Hieronder vind je er een overzicht van.

 

 


joyce_grijs_aanjou_1
Maak je je zorgen over je kind dat veel huilt? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?

Neem dan contact met me op.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 

 


R
edenen waarom je kind kan gaan huilen: 
jongen_huilt_op_bankje– Hij heeft pijn (bijv. hij heeft net zijn hoofd gestoten).
– Hij is teleurgesteld (bijv. je hebt beloofd dat jullie naar de speeltuin zouden gaan, maar ineens regent het pijpenstelen, dus dat tripje gaat niet door).
– Hij is boos (bijv. zijn broer heeft speelgoed van hem afgepakt).
– Hij is gefrustreerd (bijv. hij probeert al een tijdje om iets in elkaar te zetten, maar het lukt steeds maar niet).
– Hij voelt zich niet lekker (bijv. hij heeft een griepje onder de leden).
– Hij is geschrokken of bang (bijv. er reed net een motor langs en die maakte een hard geluid).
– Hij ervaart stress (bijv. volgende week moet hij een spreekbeurt geven en dat vindt hij ontzettend spannend).
– Hij zit niet lekker in z’n vel (bijv. hij heeft ’s ochtends op school straf gekregen of een klasgenootje deed gemeen tegen hem).
– Hij heeft honger (bijv. hij heeft op school zijn lunch niet gegeten en heeft nu echt een hongergevoel).
– Hij is moe (bijv. hij is vannacht vaker wakker geworden en heeft daardoor niet goed geslapen).
– Hij heeft jouw aandacht nodig (bijv. je bent de afgelopen week veel weggeweest voor je werk of je hebt in huis veel klusjes gedaan, waardoor je weinig tijd had voor je kind).
– Hij heeft verdriet (bijv. zijn liefste opa of huisdier is overleden en hij mist hem enorm).
En misschien zijn er nog wel andere redenen die je kunt bedenken waarom jouw kind huilt. 

Heb je een baby (0-1 jaar), die veel huilt? Lees dan hier hoe je huilen bij baby’s vermindert. 

 

Is huilen goed of fout? 
Je mag je afvragen of het wel zo verkeerd is dat je kind huilt. Een kind reageert namelijk vrij primair op wat er om hem heen gebeurt. Bijvoorbeeld: Als je kind boos is, kan het gaan schreeuwen; als het gefrustreerd is, kan het met iets gaan gooien; als het verdrietig is, kan het gaan huilen. Dat is niet zo gek. Alleen wil je natuurlijk wel dat je kind adequaat op de situatie reageert en niet ineens onnodig heftig.
⇒ Je ziet dus het liefst dat de reactie van je kind past bij de situatie en bij wat er daarvoor is gebeurd.

meisje_huilt_moeder_troost_dokterIn sommige situaties heeft huilen trouwens een duidelijke signaalfunctie: bijv. als je je kind plotseling hard hoort huilen, zul je waarschijnlijk sneller naar hem toe gaan dan wanneer je kind je rustig vraagt: ‘mama, kom eens even’. Bij plotseling huilen ga je onmiddellijk kijken wat er aan de hand is. Je ziet dan al snel dat je kind zich bezeert heeft na een val of dat het zich pijn heeft gedaan omdat het zich gestoten heeft. Daardoor ga je – indien nodig – ook sneller over tot actie door bijv. te koelen of de huisarts te bellen. Huilen kan juist dan ook heel belangrijk en positief zijn.

Maar goed, ook bij de andere situaties, die hierboven in de lijst staan, is het lastig om te zeggen dat huilen perse slecht is. Ik hoop dat je het met me eens bent dat dat namelijk niet het geval is. Soms is het zelfs belangrijk om te huilen, zodat anderen er op kunnen reageren.
Hieronder lees je ook wat je kind eigenlijk met het huilen wil aangeven.

meisje_beteutert_wrijft_in_oogAlleen wordt het natuurlijk wel vervelender of lastiger als de mate van verdriet of het huilen niet goed past bij de situatie. Dus als je kind te hard of te lang blijft huilen als er eigenlijk niks meer aan de hand is. En dat laatste komt natuurlijk wel eens voor. Misschien is dat ook bij jou wel een bron van ergernis…? Hieronder lees je wat je kunt doen om je kind dan minder te laten huilen.

 

⇒ Lees hoe je in 5 stappen het huilen van je kind vermindert (of zijn reactie beter laat aansluiten op de situatie). 

 

(1) Blijf zelf rustig. 
moeder_dochter_praten_in_gras.jpgIk kan me goed voorstellen dat het voor jou ontzettend vervelend is als je kind voor de zoveelste keer die dag of die week huilt. Ik hoor ouders vaak verzuchten ‘Ben je nou weer aan het huilen?’, ‘Waarom huil je nú weer?’ of ‘Wat ben je je nu alweer aan het aanstellen…?’.

Als je op die manier reageert, komt de nadruk automatisch op het huilen te liggen. En dat wil je graag voorkómen. Kinderen gaan doorgaans niet huilen om jou te pesten, maar daar ligt vaak een heel andere reden aan ten grondslag.

Verder is het belangrijk om jouw irritatie niet door te laten schemeren. Dat helpt je kind namelijk niet. Als het je lukt om zelf rustig te blijven, zal je kind ook eerder rustig worden en jou beter kunnen vertellen wat er aan de hand is. Daardoor kun je ook eerder naar een oplossing toewerken.

Belangrijk is dus om zelf rustig te blijven, geen vervelende opmerkingen te maken over het huilen en om op zoek te gaan naar de oorzaak (zie hieronder bij punt 2 hoe je dat aanpakt).

 

(2) Probeer de oorzaak te achterhalen. 
Zoals je hierboven hebt kunnen lezen, kunnen er best veel oorzaken zijn waarom je kind gaat huilen. Het zijn ook situaties waar je kind gewoon op mag reageren, omdat ze allemaal niet leuk voor hem zijn. Alleen hoeft zijn reactie niet per se ‘huilen’ te zijn. Je kunt je kind goed leren om op een andere manier te reageren dan dat je kind nu doet.

De eerste stap daarin is om te achterhalen waarom je kind huilt. Ook als je kind vaker op een dag huilt, kan de reden iedere keer anders zijn. Daarbij is het belangrijk dat je je in de situatie van je kind verplaatst, dat je benoemt wat je ziet en dat je geen oordeel velt.

gezin_speelt_met_duploDat kan als volgt:
– Ouder: ‘Ik zie dat je huilt. Wat is er gebeurt?’
– Kind: ‘Lukt niet.’
– Ouder: ‘Je bent met de blokken aan het spelen, maar het lukt niet.’
– Kind: ‘Nee. Toren valt steeds om.’
– Ouder: ‘Oei, dat is vervelend. Hoe kun je dat oplossen?’
– Kind: ‘Ik weet het niet.’
– Ouder: ‘Zullen we samen proberen om de toren wat steviger te maken?’
– Kind: ‘Ja, dat is goed.’
– Ouder: ‘Prima, dan help ik je even.’
*** Jullie maken samen de toren steviger. ***
– Ouder: ‘Kijk eens wat we samen voor een stevige toren hebben gebouwd. Dat is een hele mooie geworden. Goed gedaan! Dan kun jij nu weer verder gaan bouwen en dan ga ik weer even verder met … Als er weer iets niet lukt, dan kom je maar naar me toe. Dan bedenken we samen weer een oplossing. Ok?’
– Kind: ‘Ok.’

In dit voorbeeld van een jonger kind merk je dat je eigenlijk niks over het huilen zegt, behalve dat je benoemt dat je ziet dat je huilt. Je probeert eerst te achterhalen wat er aan de hand is en laat merken dat je begrijpt dat dat niet leuk is voor je kind.

Zodra je weet wat er aan de hand is, kun je samen naar een oplossing zoeken. Jonge kinderen zullen zelf nog niet zo snel een oplossing kunnen bedenken en hebben daar meer hulp bij nodig. Als je merkt dat je kind het zelf niet weet, dan help je er wat meer bij of opper je zelf een idee. Oudere kinderen kunnen – samen met jou – al beter een oplossing bedenken.

Aan het eind geef je nog aan hoe je kind het de volgende keer kan oplossen. Dat zal de kans kleiner maken dat je kind weer snel gaat huilen. Dat is ook helemaal niet nodig, want hij weet nu hoe hij het anders kan aanpakken.
Uiteraard vergt dit van beide kanten oefening en geduld.

 

 


joyce_rosegrijs_staand_c

Wil je graag een thema-avond over opvoeden bijwonen?
Kijk dan in Joyce’ online Agenda voor een workshop, lezing of OpvoedParty bij jouw in de buurt.

Wil je Joyce graag uitnodigen om een thema-avond over opvoeden te geven?
Kijk dan hier voor mogelijke thema’s en/of neem contact met haar op.


 


(3) Wat huilen eigenlijk betekent.
meisje_huilt_tranenJe mag het huilen bij je kind zien als: ‘Ik weet het zelf even niet meer. Ik kan wel wat hulp gebruiken’.
Huilen gaat dus van de ene kant gepaard met een gevoel van hulpeloosheid en van de andere kant hoort er ook bij dat je kind ‘hulp nodig heeft’. Dus niet alleen je baby maar ook je kind communiceert daarmee dat het jou nodig heeft om iets (samen met hem) op te lossen.
En is dat niet ook dezelfde reden waarom je als volwassene nog wel eens huilt? Je weet het even niet meer, je ziet het even niet meer zitten, je ziet even geen oplossing voor je probleem en je zou wel wat steun of hulp van een ander kunnen gebruiken.

Daarmee kunnen we ook voor een deel afleiden waarom kinderen vaker huilen dan volwassenen: volwassenen hebben in de loop der jaren al beter geleerd hoe ze uiteenlopende lastige situaties kunnen oplossen; kinderen komen die lastige situaties nu pas voor het eerst tegen. En uiteraard gaat het niet meteen na de eerste keer goed. Ook het oplossen van en reageren op lastige situaties vergt oefening. Maar troost je: oefening baart kunst!

Kinderen moeten natuurlijk ook nog gewoon leren om hun emoties te beheersen. Ze reageren als ze jong zijn nog vaak primair, maar dat is natuurlijk lang niet altijd even handig of gepast. Ze moeten dus leren hoe ze kunnen reageren als ze boos, gefrustreerd of teleurgesteld zijn en dat er andere reacties mogelijk zijn dan huilen. Dat hoort allemaal binnen de sociaal-emotionele ontwikkeling, die alle kinderen doormaken.  En daar kun jij als ouder je kind goed bij helpen.

 

(4) Neem het gevoel van je kind serieus
vader_zoon_arm_om_hem_heenHet is belangrijk om het gevoel van je kind serieus te nemen. Dus ook al kun je je niet helemaal (of totaal niet) voorstellen dat je kind ergens verdrietig, boos of gefrustreerd om is, je kind is het op dat moment wél. Hij heeft er dan niks aan als jij zegt ‘ach, je hoeft niet te huilen’ of ‘ik snap echt niet waarom je nu zo moet huilen’. Je kind zal zich dan niet serieus genomen voelen. Het gevoel dat hij heeft is echt, ook als jij zijn probleem niet helemaal begrijpt.

De kunst is juist om je op zo’n moment in je kind te verplaatsen en om te laten horen dat je ziet dat iets voor hem niet fijn is (waardoor hij dus boos, gefrustreerd of verdrietig is geworden). Daardoor voelt je kind zich gehoord en serieus genomen. Dat betekent dus ook dat je je kind best mag troosten als het aan het huilen is.

Probeer je nog even voor te stellen dat iemand – op het moment dat jij aan het huilen bent – tegen jou zegt: ‘En nu stop je met huilen!’. Je voelt je op zijn minst onbegrepen en ongehoord en je vindt waarschijnlijk ook dat de ander nogal bot en niet empathisch op je reageerde. Waarom reageren ouders dan toch nog vaak zo op kinderen…?

 

 

(5) Praat met je kind over het huilen.
moeder_knuffelt_zoon2Als je vindt dat je kind snel huilt en je dat lastig vindt, dan is het natuurlijk goed om (naast het toepassen van de bovengenoemde punten) er ook met je kind over te praten.  Ga ook dan samen op zoek naar de oorzaak van het huilen. Weet je kind in welke situatie het sneller huilt en waarom is dat dan precies? Wat gebeurt er in die situatie waardoor je kind gaat huilen? Waar heeft je kind dan precies moeite mee? Je kunt misschien samen met je kind voor een week een dagboekje bijhouden, waarin je dagelijks samen deze vragen beantwoord.

Uiteraard is het dan ook nog belangrijk om samen met je kind na te denken over oplossingen. Wat kan je kind (zelf) doen om de situatie te veranderen of wat kan je kind zeggen zodat er anders op hem gereageerd wordt? Houd ook de momenten bij, waarop je kind niet huilde in die situaties die voor je kind lastig zijn en die hij goed oploste; daardoor word je kind zich bewust van zijn eigen ‘succesverhalen’ en krijgt door dat hij steeds meer grip krijgt op dergelijke situaties. Dat is een belangrijk leermoment voor je kind!

Een mooi startpunt om het met je kind over dit thema te hebben, is om er eerst samen een boek over te lezen. Voor alle leeftijden zijn er wel boeken die over ‘huilen’ gaan. Hieronder vind je alvast een lijstje met leessuggesties:

boek_alles_wat_ik_voel_stine_jensen– ‘Nijntje huilt’ (Dick Bruna)
‘Gevoelens… Verdrietig’ (J. Bingham)
– ‘Het tri-tra-tranenboek’ (I. Lammertink & L. Georger)
– ‘Ik en al mijn gevoelens’ (H. Kreul)
– ‘Zo voel ik mij’ (P. Winters & E van Lindenhuizen; serie ‘Willewete’)
– ‘Alles wat ik voel’ (Stine Jensen)

 

 


tip_gezinWil jij als eerste Joyce’ waardevolle OpvoedTips ontvangen? 
Helemaal gratis en vrijblijvend. Klik dan hier.

Cadeau: Kort na je aanmelding van het e-zine ontvang je Joyce’ E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’ als cadeau. Dat is dus ook helemaal gratis en vrijblijvend. Je leest er hier meer over.


 

 


Wil je graag reageren op dit artikel? Dat mag!

Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!
joyce_rosegrijs_staand_c
Heb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 


K
lik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle opvoedtips: 

– ‘4 manieren om je kind te helpen met lastige emoties (+ 3 BONUSTIPS)’. Klik hier.
– ‘Wat vertel je je kind als het een dierbare verliest? [Gastbijdrage van onderzoeker Mariken Spuij]’. Klik hier.
– ‘Positief opvoeden: Start je opvoeding goed met deze 5 stappen.’ Klik hier.
– ‘Laat dat nou!’ (over: 5 opvoedvalkuilen waar we allemaal intrappen én waardoor opvoeden onbedoeld lastiger wordt). Klik hier.
– ‘Ach, het is maar een fase.’ (over: Hoe jouw verwachtingen over je kind je opvoeding in de weg kunnen zitten.). Klik hier.
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

 


Voor dit artikel liet ik me inspireren door de volgende artikelen: 

– ‘Snel huilen: Wat doe je eraan?’. Ouders van Nu. Klik hier.
– ‘7 Peuterproblemen & Oplossingen’. Mama en Zo. Klik hier.
– ‘De wetenschap achter waarom je kind zoveel huilt’. Famme. Klik hier.
– ‘Waarom mensen huilen’. DokterDokter. Klik hier.
– ‘Mijn kind huilt bijna de hele dag. Wat moet ik doen?’. Ouders Online. Klik hier.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.