Heeft mijn kind dyslexie of niet? Wat je er als ouder of leerkracht over moet weten. [ Interview met dyslexie-expert drs. Kim Huiskamp ]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze experts interviewt over hun eigen onderzoek of werkveld. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, opvoeding en/of de ontwikkeling van kinderen (0-16 jaar). 

 

jongen_schrijven_handen_in_haarZodra je kind naar school gaat, komt hij al snel in aanraking met taal. In de kleutergroepen wordt er voorzichtig aandacht aan besteed en vanaf groep 3 begint het echte werk. Bij de meeste kinderen verloopt de taalontwikkeling zonder veel problemen; bij sommige kinderen zie je echter dat het lezen en spellen moeizamer gaat. Dat komt vaak in groep 3 en 4 naar boven. Bij deze kinderen zou er sprake kunnen zijn van dyslexie.

Over het onderwerp ‘dyslexie’ interviewde ik drs. Kim Huiskamp. Zij werkt als diagnosticus en behandelaar bij het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) in Maastricht.

In dit artikel vertelt ze uitgebreid wat dyslexie precies is (en wat niet), hoe je dyslexie bij jouw kind kunt herkennen, waarom het belangrijk is om de taalontwikkeling van je kind goed in de gaten te houden en – indien nodig – op tijd te starten met behandeling. Daarnaast vertelt ze welke mythes en vooroordelen er soms nog bestaan over dyslexie, waar dyslexie wel eens mee verward wordt en wat je als ouder kunt doen om het leesplezier van je kind te stimuleren.

 

Je bent expert op het gebied van dyslexie en leesvaardigheid. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan? 
meisje_wil_niet_lezen‘Ik ben eigenlijk toevallig met dyslexie in aanraking gekomen. Aan het einde van mijn opleiding psychologie heeft mijn stagebegeleidster mij in contact gebracht met prof. dr. Leo Blomert, expert op het gebied van dyslexie. Hij zocht mensen om een vakgroep te vormen om het dyslexieprotocol op poten te krijgen en dat wilde ik graag doen. Op die manier kon ik dus bij toeval in zijn werkgroep aan de slag. Daardoor kwam ik ook in aanraking met wetenschappelijk onderzoek naar dyslexie. Het onderwerp trok mij erg aan, maar ik merkte dat ik liever in een klinische setting werkte dan in een wetenschappelijke. Via Leo Blomert werd ik toen voorgesteld aan Patty Gerretsen, toentertijd directeur wetenschap van het RID. Zo ben ik uiteindelijk bij het RID terechtgekomen en daar werk ik nu al 15 jaar. Wat ik zo prettig vind aan werken met mensen met dyslexie is dat je echt iets voor iemand kunt betekenen. Iedereen in onze maatschappij krijgt te maken met lezen en schrijven en als je dyslexie hebt, kun je flinke problemen ondervinden op school, op je werk of zelfs privé. Met een gerichte behandeling en concrete tools, kun je kinderen (en volwassenen) met dyslexie echt helpen hun situatie te verbeteren. Het geeft me enorm veel voldoening dat ik op deze manier iets kan betekenen voor de kinderen, die bij ons komen.’

 


Curriculum Vitae
kim_huiskamp_fotoDrs. Kim Huiskamp studeerde neuro– en ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Maastricht. Daarna werkte ze een jaar als psycholoog / onderzoeksassistent aan dezelfde universiteit. Vervolgens maakte ze de overstap naar het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) in Maastricht. Ze werkte er een tijd als hoofd behandeling en vestigingsmanager; momenteel als diagnosticus en behandelaar.


 

Kun je uitleggen wat dyslexie precies is?
hersenen_kwabben‘Als je dyslexie hebt, dan heb je moeite met lezen en/of spelling. Sommige kinderen hebben alleen moeite met lezen, andere alleen met spellen en weer andere met allebei. De grootste groep van de kinderen met dyslexie heeft moeite met allebei.

In onze maatschappij maken we gebruik van het alfabetische schrift. Onze woorden zijn opgebouwd uit klanken. Als je het woord wil leren lezen en schrijven, dan zul je het woord moeten opdelen in klanken. Je gaat dan als het ware de klankstructuur van woorden ontcijferen.

In de hersenen zit een gebiedje (temporaal kwab*) dat de klankstructuur van woorden verwerkt, het helpt je met het in stukjes hakken van woorden. Dat gaat automatisch, onbewust.
*: Meer specifiek, de superieure temporale sulcus (STS) en planum temporale (PT) zijn betrokken bij de integratie van de letter-klank-koppeling. De visual word form area (VWFA) is betrokken bij directe woordherkenning.

Bij dyslexie is dat gebiedje wat minder goed toegerust om de klankinformatie te ontwarren. Die informatie loopt dan een beetje door elkaar. Je spreekt woorden misschien soms net een beetje verkeerd uit.
Bijvoorbeeld: Je hebt het dan niet over ‘doelwit’ maar over ‘doellid’.

En dat is eigenlijk nog maar het begin. Kinderen (of volwassenen) met dyslexie hebben er dus moeite mee om de klanken van elkaar te onderscheiden. De volgende stap is dat je de klanken gaat koppelen aan een letter, dus de klanken van losse letters. In groep 3 begin je daarmee: je leert welke klank bij welke letter hoort (bijv. ‘Dit is de letter ‘L’ en die klinkt zo…’).

Die letter-klank-koppeling zit weer in een ander gebiedje van die temporaal kwab. Dat gebiedje koppelt als het ware de auditieve (klank, die je hoort) en visuele informatie (letter, die je ziet) aan elkaar. Dat ‘koppelproces’ duurt eigenlijk jaren. Van groep 3 naar groep 8 maken kinderen daarin een stijgende lijn door. Die integratie duurt dus echt jaren en kan alleen optreden met onderwijs. Pas daarna wordt het een automatisch proces. Op het moment dat het automatisch is, kun je het zien van een letter niet meer als niet-letter zien. Op latere leeftijd gebeurt dat zelfs met hele woorden. Maar daar heb je dus wel training voor nodig. Een beginnende lezer kan dat nog niet met hele woorden. Daarom begin je op school eerst met het leren van de letters met bijbehorende klanken.’

 

Hoe ‘ontstaat’ dyslexie? 
loesje_dyslexie‘Je wordt met dyslexie geboren; het ontstaat dus eigenlijk niet echt. Het is ook erfelijk, wat betekent dat het vaker binnen families voorkomt.

Bij dyslexie zijn twee vaardigheden of processen verstoord: aan de ene kant is dat de klankverwerking (fonologische verwerking), aan de andere kant is dat de letter-klankkoppeling.

In groep 3 leren kinderen om te ‘decoderen’ oftewel om te ‘hakken & plakken’.
Bijvoorbeeld: ze leren dat het woord ‘kip’ uit 3 klanken bestaat: k – i – p.

In de hersenen gaat dat dan nog niet automatisch. De kinderen zullen er energie in moeten steken om dat goed te leren. Ze hebben op dat moment ook nog minder bronnen om het woordbeeld in hun geheugen op te slaan.

Als je het hele proces van het lezen en spellen hebt doorlopen, dan is het eindstation dat je een heel woord ziet en herkent. Je herkent het omdat het opgeslagen is in het ‘mentaal lexicon’. Hoe meer je daarin opgeslagen hebt, hoe automatischer het lezen en spellen gaat. Dat automatisme kun je trouwens ook krijgen als je dyslexie hebt. Maar omdat de basis van het aanleren lastiger is, duurt het langer om bij dat eindstation te komen.’

 

Hoe kunnen ouders dyslexie bij hun kind herkennen? 
jongen_in_klas_juffrouw_geen_zin‘Je kunt dyslexie eigenlijk pas echt herkennen vanaf dat je kind een tijdje in groep 3 zit, dus als je kind echt onderwijs krijgt op het gebied van lezen en schrijven. Bij kleuters zie je ook al wel eens dat ze moeite hebben met klankverwerking. Ze hebben dan bijv. moeite met het leren / benoemen van de kleuren, met links en rechts, ze hebben moeite met rijmen, ze vinden het lastig om de namen van klasgenootjes te onthouden of ze vinden het moeilijk om nieuwe liedjes te leren. Dat zijn allemaal dingen waarbij ze iets moeten doen op het gebied van klankverwerking. Een deel van de kinderen, dat hier moeite mee heeft, kan later moeite krijgen met lezen en schrijven. Dat hoeft echter niet perse. Het zijn dus geen harde criteria, eerder een aanwijzing om het goed in de gaten te houden. Andersom geldt dat ook: als je kind hier als kleuter geen moeite mee heeft, dan wil dat niet zeggen dat hij geen dyslexie kan hebben. Het kan op dyslexie wijzen, maar dat is niet één op één.

In groep 3 kijk je of leerlingen moeite hebben met het leren van letters, met het hakken en plakken, met het op tempo lezen van woorden en of leerlingen fonetisch blijven schrijven (= letterlijk schrijven van wat je hoort).

Het mag dus duidelijk zijn dat je lezen en spellen echt moet leren. Wil je dyslexie kunnen aantonen, dan moet je dus onderwijs hebben gehad. Als school merkt dat een kind moeite heeft met lezen en spellen, dan moet het ook extra onderwijs en aandacht op dat gebied aanbieden. Halverwege groep 3 kom je er misschien achter dat een leerling zich wat trager ontwikkelt op het gebied van taal en spelling. Dan is het belangrijk om uit te filteren waar dat door komt; een probleem op het gebied van lezen en spelling hoeft nl. niet altijd op dyslexie te wijzen. Basisscholen hebben daar een protocol voor.
Als school bijvoorbeeld op basis van de citoscores (bij score D of E) merkt dat het lezen van een leerling achterblijft, dan wordt er extra aandacht aan die leerling gegeven; bijv. door de leerling in een apart groepje te zetten en/of extra aandacht te geven op het gebied van lezen en/of spelling. Als de leerling dat een half jaar of heel jaar heeft gehad en dat blijkt onvoldoende effect te hebben gehad, dan kun je pas echt gaan onderzoeken of dyslexie een mogelijke oorzaak is.

Het is belangrijk om na te gaan wat precies de oorzaak is van de problemen die een leerling heeft op het gebied van lezen en spellen. Juist om te weten of het dyslexie kan zijn of niet. Een leerling kan bijvoorbeeld ook een algemeen leerprobleem hebben of er speelt iets anders dat hem belemmert in zijn leerproces. Denk bijvoorbeeld aan een trauma in de familie (bv. echtscheiding en daardoor verlies van motivatie om te leren of goed mee te doen op school). Dan kan een kind dus wel moeite met lezen en/of spelling hebben, maar niet door een onderliggende dyslexie. Vandaar dat het enerzijds zo belangrijk is om goed te onderzoeken wat precies de reden is dat een kind moeite heeft met lezen en/of spelling. Anderzijds is het daarom goed om een breder leerprofiel mee te nemen en om te beoordelen of de één-op-één-hulp in de klas goed genoeg heeft gewerkt. Uiteraard kunnen de lees- en spelmoeilijkheden ook nog andere oorzaken hebben of samenhangen met andere stoornissen.’
Daarover bij een volgende vraag meer.

 


Heb je het idee dat kinderen hun dyslexie kunnen verdoezelen, waardoor het voor ouders of leerkrachten lastig wordt om het te herkennen? 
meisje_juffrouw_samen_lezen‘Eerlijkgezegd lijkt het me voor een kind bijna niet te doen om dyslexie te verdoezelen. Ze kunnen wel verschillende strategieën laten zien om met hun lezen of spelling om te gaan. Ze trappen bijvoorbeeld op de rem en gaan heel langzaam lezen. Of ze gaan juist heel snel lezen en raden dan wat er staat. Kinderen met dyslexie hebben moeite met het technische leesproces; dat betekent in dit geval dat het ten koste gaat van de snelheid of van de nauwkeurigheid van het lezen.

Bij kinderen met veel compensatiemogelijkheden zien we wel eens dat ze met tekst lezen een hoger niveau behalen dan met woordlezen. Ze hebben dan steun aan de semantiek van de tekst; de inhoud en betekenis van de tekst helpt hen om de woorden in tekstverband te lezen.

Bij hoog-functionerende volwassenen zien we wel eens dat ze vooral vastlopen bij het lezen van onzinwoorden. Zij hebben door de jaren heen al zoveel woorden geleerd en opgeslagen (in hun mentaal lexicon), dat ze al veel woorden en teksten gewoon goed kunnen lezen.

Bij de beoordeling of een kind dyslexie heeft, weegt het lezen trouwens zwaarder dan spelling of schrijven. Lezen is namelijk een ‘puurdere’ maat van dyslexie vanwege het automatische proces. Daarom geeft het lezen meer de doorslag bij de beoordeling van dyslexie. Bij spelling is altijd gerichte aandacht nodig en kunnen dus ook weer andere dingen spelen, waarom kinderen er moeite mee hebben (denk aan motivatie en taakgerichtheid).’

 

Vanaf welke leeftijd kun je dyslexie laten onderzoeken? 
jongen_vrouw_huiswerk_maken‘Vanaf de leeftijd van ongeveer 8 jaar, dus pas bij kinderen in groep 4, kun je dyslexie betrouwbaar onderzoeken. Dus nog niet echt vanaf groep 3. Je moet kinderen namelijk de kans geven om het lees- en spelproces op gang te laten komen.

Merk je dat het kind al last heeft op dit gebied vanaf de kleuterklas (zie hierboven), dan zou je een leerling van groep 3 eventueel wel al kunnen laten onderzoeken. Maar dat zijn eerlijkgezegd wel de uitzonderingen.’

 

Waarom is het belangrijk om het op jonge leeftijd te laten onderzoeken?
meisje_vrouw_schrijven‘Als je van groep 3 naar groep 8 kijkt, dan worden de normen steeds strenger. Als jij je op een trager tempo ontwikkelt vergeleken met je groepsgenoten, zal het verschil daarom steeds groter worden. Dan ga je dus steeds meer achterlopen ten opzichte van de andere kinderen.

In de hogere groepen wordt ook steeds meer gebruik gemaakt van taal. Zo heb je in groep 4 nog wel het ‘kale’ rekenen, maar vanaf groep 5 komen ook steeds vaker verhaaltjessommen aan bod. Dan is het ook bij vakken als rekenen belangrijk om goed te kunnen lezen. En bij de hogere groepen komt alleen nog maar meer (talige) informatie op de leerling af. Ze hebben dan een bepaald functioneel leesniveau nodig om alles op een goede manier te kunnen verwerken en te begrijpen. Dat is niet alleen nodig bij vakken als begrijpend lezen en redactiesommen, maar ook bij vakken als geschiedenis of aardrijkskunde.
Het is misschien goed om in dit kader te weten dat het onderdeel ‘begrijpend lezen’ één van de onderdelen is, waarop bepaald wordt welk niveau van voortgezet onderwijs je aankunt. Als jij het technisch leesniveau hebt van iemand van groep 3 en je moet lezen op het niveau van eind groep 7, dan is het lastiger om de inhoud van tekst er op een goede manier uit te pikken, zeker als je al zo worstelt met de tekst die je leest. (Als de tekst je voorgelezen wordt, kan het natuurlijk weer anders zijn.)

Om op een goede manier te kunnen laten zien, wat er aan vaardigheden en kennis in je zit, is het dus belangrijk dat het gat tussen je leesniveau en je vaardigheden niet te groot is. Als dat wel het geval is, dan wordt het een stuk lastiger om te laten zien wat je kunt.’

 

Kun je van dyslexie genezen? 
meisje_leest_boek_MLP‘Helaas kun je niet van dyslexie genezen. Je zult altijd meer moeite met lezen en spellen blijven hebben dan anderen zonder dyslexie.

Ondanks dat gegeven kun je het gebiedje in de hersenen wel trainen, waardoor het lezen en spellen beter gaat. Dyslexie is dus niet te genezen, maar je kunt je lees- en spelvaardigheden wel verbeteren. En dat is goed nieuws.

Het is goed om te accepteren dat het lezen en spellen moeilijk voor je is en zal blijven. Je ziet dat sommige kinderen heel opgelucht zijn met diagnose (‘gelukkig, ik kan er niks aan doen’); er valt een last van hun schouders. Andere kinderen voelen zich er juist vervelend door; ze krijgen het gevoel dat ze anders zijn dan anderen, dat ze niet normaal zijn of dat ze niet meer degene zijn die ze waren. Kinderen, die moeite hebben om te accepteren dat ze dyslexie hebben, kunnen baat hebben bij ‘psycho-educatie’. Bij het RID geven we hen o.a. een boekje mee dat ze samen met hun ouders kunnen lezen: ze gaan dan samen vragen beantwoorden, thema’s bespreken en ze kunnen wat meer gerustgesteld worden. De inhoud van dit boekje komt dan ook in de behandeling aan bod. Ook is het goed om te weten dat heel beroemde of intelligente mensen dyslexie hadden (denk maar eens aan Einstein). Door dyslexie zo positief mogelijk te benaderen, proberen we kinderen er een andere mind-set over te geven.

Nadat je een dyslexiebehandeling hebt gehad, kan de dyslexie toch weer de kop op steken, bijvoorbeeld als je een nieuwe taal gaat leren. Daar hebben leerlingen met dyslexie doorgaans meer moeite mee. Het blijft een zwakkere plek.’

 


EXTRA
Drs. Kim Huiskamp raadt de volgende boeken aan om (evt. samen met je kind) over dyslexie te lezen.

Informatieve boeken voor ouders:
boeken_MPL_dyslexie‘Kinderen met dyslexie, een gids voor ouders’ – T. Braams
‘Houvast bij leesproblemen en dyslexie op de basisschool, leidraad voor ouders’ – A. Paternotte en J. Buitelaar
‘Mijn kind & Dyslexie’ – R. Krijnen
‘Mijn kind heeft dyslexie’ – M. Ceyssens

Informatieve boeken voor kinderen: 
‘Dyslexie’ – Z. van Mersbergen (Informatiereeks 3, nummer 54)
‘Een 2 voor dictee. Een verhaal over dyslexie’ – J. Breeman
‘Letters op de snelweg. Boekje over dyslexie’ – K. Terlouw
‘Ik heb dyslexie, nou en!’ – L. de Groot

Leesboeken geschikt voor dyslectische kinderen:
http://www.makkelijklezenplein.nl (informatie over leesboeken voor dyslectici)
http://www.zwijsen.nl (serie Zoeklicht)
http://www.inktvis.nl (serie Kokkel-reeks)

Leesboeken over dyslexie voor kinderen: 
‘Ik ben niet bom!’- M. van de Coolwijk
‘Schatkasten’ – H. van der Werff
‘Pudding Tarzan’ – O.L. Kirkegaard
‘De smoezenkampioen’– C. Slee
‘Heksie. Hoe vang je een heks? – M. Snoeij


 

Waar wordt dyslexie wel eens mee verward? 
meisje_dromend_aan_tafel‘Als kinderen zich bij ons aanmelden om te onderzoeken of er sprake is van dyslexie, dan wordt er niet alleen gekeken naar hoe het met lezen en spelling gaat, maar we kijken ook naar andere schoolvakken. Kinderen kunnen namelijk in het algemeen moeite hebben om nieuwe vaardigheden aan te leren of ze kunnen een algemeen leerprobleem hebben. Dan heb je een heel andere benadering nodig om het kind verder te helpen.

Soms kunnen kinderen een taalontwikkelingsstoornis (TOS) hebben. Ze hebben dan moeite met taal in het algemeen; niet alleen moeite met lezen en schrijven, maar ook moeite met taalbegrip, met de taalproductie (uitspraak) en/of ze hebben een lage woordenschat. Bij kinderen met TOS is er dus meer aan de hand; ze hebben een breder taalprobleem.

Verder is het goed om aandacht te hebben voor andere stoornissen, zoals AD(H)D. Een kind dat bijvoorbeeld moeite heeft om de aandacht ergens bij te houden, kan daardoor in de klas informatie of instructie mislopen. Ook kan een kind met een aandachtsprobleem het ene vak wel leuk vinden en het andere niet; dan heeft het bijvoorbeeld minder aandacht voor taal en dus minder oefening om het goed te ontwikkelen. Dat wil echter nog niet zeggen dat er sprake is van dyslexie.

Sommige kinderen lopen een ‘didactische achterstand’ op: ze liggen achter op de groep, maar dat kan komen omdat ze minder effectief onderwijs hebben genoten dan andere kinderen. Ook dat hoeft dus niet door een mogelijk onderliggende dyslexie te komen.

Hier blijkt in ieder geval uit hoe complex het geheel kan zijn. Dyslexie kan ook nog eens samen voorkomen bij één van deze stoornissen (comorbiditeit), maar dat hoeft natuurlijk niet. Het is ook mogelijk dat de lees- en spelproblemen, die je opmerkt, door een ander onderliggend probleem veroorzaakt worden dan door dyslexie.’

 

Welke mythes, onjuistheden of vooroordelen bestaan er over dyslexie? 
meisje_leest_in_boek‘Er bestaan wel een aantal mythes of vooroordelen over dyslexie:

(1) Dyslexie ontstaat door een zuurstoftekort bij de geboorte of door slecht samenwerkende hersenhelften.
Vroeger werd wel gedacht dat dyslexie kwam door een zuurstoftekort bij de geboorte, maar we weten inmiddels dat dat niet zo is. Er werd ook wel gedacht dat de twee hersenhelften niet goed samenwerkten. Dan moesten de kinderen evenwichtsoefeningen doen, waardoor de helften wel beter gingen samenwerken. Beide ideeën zijn inmiddels ontkracht door wetenschappelijk onderzoek en niet waar gebleken.

(2) Kinderen met dyslexie kunnen niet goed zien of horen.  
Als je kijkt naar de gebieden in de hersenen die bij klankverwerking betrokken zijn, dan zitten die min of meer tussen de auditieve en visuele cortex in. De informatie die in de auditieve cortex terechtkomt (klank), wordt gecombineerd met de informatie die in de visuele cortex terecht komt (letter). Bij kinderen met dyslexie gaat die verwerking ervan moeizamer. Een kind met dyslexie kan dus zowel goed horen als zien, alleen het verwerken van de combinatie klank en letter gaat moeizamer. Je kunt dyslexie dus niet oplossen door een bril of een hoorapparaat te dragen.

(3) ‘Mijn kind heeft niet zo’n zin in lezen en spelling en moet gewoon wat beter zijn best doen.’ 
Ouders kunnen soms de overtuiging hebben dat hun kind niet gemotiveerd is en gewoon wat beter zijn best zou moeten doen. Maar ik leg dan altijd uit dat kinderen niet ongemotiveerd worden geboren; het kind beslist niet bewust of actief dat het geen zin heeft om te leren. Als een kind geen zin heeft om te lezen, om huiswerk te maken of om iets te doen voor school, dan komt dat door een bepaalde wisselwerking met iets anders. Dingen die je lastig vindt of waar je moeite mee hebt, vind je gewoon niet zo leuk om te doen. De berg wordt dan te hoog. Gelukkig kun je de berg lager maken, zodat het te behalen doel niet meer onbereikbaar lijkt. Het kind krijgt dan het gevoel dat hij het misschien toch kan.

We zien ook wel eens kinderen, die voordat ze bij ons komen, al een heel traject hebben afgelegd. Ze zijn dan al op zoveel plekken geweest en hebben al zoveel onderzoeken gehad, dat ze al bijna geen zin meer hebben om nóg een onderzoek of behandeling te ondergaan. Deze kinderen zou je ‘behandelmoe’ kunnen noemen. Dat wil echter niet zeggen dat ze niet geholpen kunnen worden; ook bij deze kinderen kan dyslexie vastgesteld worden en ook zij kunnen nog steeds geholpen worden.

(4) ‘Laat maar, er is toch niks aan te doen.’ 
Sommige ouders denken: ‘het is dyslexie, er is niks aan te doen’. Dat is echter niet het geval. Ook kinderen met dyslexie kun je met de juiste begeleiding beter laten lezen en spellen. Het is daarbij vooral belangrijk om voor ogen te houden wat je kind wel nog kan ontwikkelen en wat er nog wel mogelijk is. Ga na welk doel je kunt stellen. Daarbij is belangrijk om juist de inspanning, die je kind doet, te belonen (growth mindset) en niet het resultaat (fixed mindset).’

 

Wat kunnen ouders doen als ze het vermoeden hebben, dat hun kind dyslexie heeft? 
voorlezen_vader_dochter_lachend‘Als ouders vermoeden dat hun kind moeite heeft met lezen of spellen of zich er zorgen over maken, dan is het belangrijk om dat aan te kaarten bij de leerkracht. Het is goed om het zelf ook in de gaten te houden. Bespreek het, zodat de leerkracht er aandacht voor heeft.

School heeft dan – indien nodig – mogelijkheden om extra hulp aan leerlingen te bieden. Citotoetsen helpen bij het signaleren ervan. Daarna kan een leerling doorverwezen worden voor extra zorg; dat zou evt. naar het RID kunnen. Daar wordt onderzocht of er wel / geen sprake is van dyslexie en indien dat inderdaad het geval is, kan de dyslexiebehandeling plaatsvinden.

Over het algemeen is het belangrijk dat ouders met een kind met dyslexie een omgeving creëren, waarin lezen een plek heeft. Creëer een omgeving waarin regelmatig gelezen wordt en waarin dat ook beloond wordt. Denk dan in termen van ‘quality time’: lekker samen op de bank zitten en een boekje (voor)lezen. Maak (voor)lezen dus een normaal onderdeel van je eigen levenssituatie.

Uiteraard kan het voor ouders nog best lastig zijn om het lezen voor hun kind weer leuk te maken. Ga dan op zoek naar de intrinsieke motivatie van je kind. Dat kun je doen door vooral boeken uit te zoeken die je kind zelf heel leuk, interessant of boeiend vindt. Laat de boeken aansluiten op de belevingswereld en interesses van je kind. Als je kind bijvoorbeeld fan is van dinosaurussen, dan lees je daar samen boeken over. Bij drukke gezinnen kan zo’n één-op één-momentje, waarin je aan je kind (voor)leest, zelfs een uitkomst zijn. Door het samen te doen, wordt het lezen alleen maar leuker. Hiermee kun je de leesmotivatie en het leesplezier van je kind absoluut stimuleren.

Geef het dus niet op en ga vooral door met lezen. Lezen onder dwang, bijv. tot huilens toe, is natuurlijk het andere uiterste. Dat laatste vergroot alleen maar de weerstand bij je kind. In de plaats daarvan is het beter om je kind zelf zijn boeken uit te laten kiezen. Ga samen naar de bibliotheek en maak er daarna samen een gezellig leesmoment van.
Goed om nog te weten is ook dat het geen probleem is om kinderen naar luisterboeken te laten luisteren of om software te gebruiken om boeken te laten voorlezen. Het is dan wel belangrijk dat kinderen het boek erbij houden en zelf meelezen. In de bibliotheek heb je ook een Makkelijk Lezen Plein, waar je boeken kunt vinden voor kinderen die wat meer moeite hebben met lezen.

 


Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend.
 Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?
Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Lees verder over gerelateerde thema’s:
Wist jij dit al over opvoeding en ouderschap…? Uitgebreide interviews met toonaangevende experts.’ 
– ‘11 tips om samen (voor)lezen nóg leuker te maken.
– ”Nog een keer lezen, nog een keer’- 5 eenvoudige tips om samen (voor)lezen met je kind nóg leuker te maken.
– ‘Waarom worden kinderen en tieners toch zo boos?‘. 
‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl. 

Overgewicht bij kinderen: Wat is het precies en wat kun je er aan doen? [ Interview met expert gezondheidsbevordering dr. Jessica Gubbels ]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze experts interviewt over hun eigen onderzoek of werkveld. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, opvoeding en/of de ontwikkeling van kinderen (0-16 jaar). 


kinderen_eten_pizzaAls ouder wil je niets liever dan dat je kind goed in zijn vel zit.
Voor kinderen met overgewicht kan dat best lastig zijn. De kans is groot dat ze dagelijks de lichamelijke én mentale gevolgen van hun overgewicht ervaren. Vandaar dat het ontzettend belangrijk is om je kind te helpen om van zijn overgewicht af te komen. Maar hoe doe je dat…?

Ik praatte erover met gezondheidswetenschapper dr. Jessica Gubbels en legde haar een aantal vragen over dit thema voor. In dit interview lees je dan ook veel informatie en praktische tips waar jij als ouder thuis mee aan de slag kunt.

Na het lezen van dit artikel weet je wat overgewicht precies is, welke gevolgen kinderen er zelf van kunnen ervaren en wat je als ouder wel én niet kunt doen om het overgewicht van je kind aan te pakken. Daarnaast lees je hoe je het thuis op een positieve manier met je kind over zijn overgewicht kunt hebben, welke mythes er rondom dit onderwerp bestaan en voor welke valkuilen je als ouder moet oppassen.

 

Je bent expert op het gebied van gezondheidsbevordering van jonge kinderen en hun families. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan?
kinderen_spelen_buiten_vergrootglas‘Ik ben zelf al sinds mijn jeugd bezig geweest met kinderen en hun ontwikkeling. Ik deed vrijwilligerswerk bij de scouting en kindervakantiewerk bij ons in het dorp. Als promovendus ben ik gestart bij het KOALA geboorte cohort; dat was een onderzoek waarbij we kinderen over de tijd volgden. Bij mijn promotieonderzoek richtte ik me op de invloed die de thuissituatie van kinderen kan hebben op hun overgewicht en dan specifiek op de regels die ouders hanteren op het gebied van voeding en eten. Zo wilde ik o.a. weten welke regels ze precies in huis hadden, welke kinderen vaker of juist minder vaak overgewicht hebben, welke kinderen meer of juist minder bewegen.

jongens_bank_gamen_zitten_overgewichtIk ontdekte een aantal patronen; bijvoorbeeld dat kinderen die veel tv kijken vaak ook een ongezond eetpatroon hebben. Deze kinderen lopen dus eigenlijk een dubbel risico om overgewicht te krijgen. Het omgekeerde zagen we ook: kinderen, die meer bewegen, eten gezonder. We zagen dus dat specifieke gedragingen ‘clusteren’, ze hangen met elkaar samen. Naar aanleiding daarvan wisten we dus ook dat je bij de aanpak van overgewicht niet alleen naar het eetpatroon moet kijken maar ook naar andere factoren zoals beweging, tv kijken ed. Dit onderzoek hebben we vervolgens uitgebreid naar andere instellingen waar gezinnen veel mee te maken hebben, zoals de kinderopvang, peuterspeelzalen, scholen; ook onderzoeken we nu naar wat ouders al kunnen doen tijdens de zwangerschap om te zorgen dat hun kinderen gezond en fit worden.

Ik ben me er tijdens mijn studie en eigen onderzoek steeds meer bewust van geworden dat de kinder- en jeugdtijd een heel belangrijke periode is. In die tijd wordt bij uitstek een routekaart uitgestippeld voor de rest van je leven. We weten uit onderzoek dat het op latere leeftijd lastig is om los te weken van ongezonde gewoontes en patronen, die je in de kindertijd opdoet.

We weten ook uit onderzoek dat wanneer kinderen overgewicht hebben ze een grote kans hebben om op latere leeftijd overgewicht te hebben. De leeftijd van 2-6 jaar blijkt daarbij de belangrijkste periode. Het gewicht in de peuter- en kleuterleeftijd is dus een belangrijke voorspeller van het gewicht als volwassene.

In praktijk heeft dat te maken met het gedrag dat op die jonge leeftijd wordt aangeleerd. Je leert op die leeftijd natuurlijk ontzettend veel, niet alleen op het gebied van spraak, taal en motoriek maar ook op het gebied van voeding en eten, zoals het leren kennen van smaken. Wanneer je bepaalde smaken in je kinder- en jeugdtijd niet hebt leren kennen, dan kan het lastig zijn om die later in je te leven te leren waarderen.

Dat lijkt misschien een sombere boodschap, maar het is vooral ook hoopgevend: juist in de kindertijd kun je dus veel invloed uitoefenen op gezonde eet- en leefpatronen, waar kinderen later in hun leven nog veel plezier aan kunnen beleven. In die periode leer je gewoontes en patronen aan, die je vaak je hele leven houdt. Vandaar dat het belangrijk is om de basis voor een gezonde leefstijl al in de kinder- en jeugdtijd te leggen.’

 


pasfoto_jessica_gubbelsJessica Gubbels is universitair docent en onderzoeker bij de afdeling Gezondheidsbevordering van de Universiteit Maastricht. Na haar bacheloropleiding Gezondheidswetenschappen, volgde ze de master Health Education and Promotion in Maastricht.
Vervolgens deed ze een promotieonderzoek op basis van het KOALA geboortecohort onderzoek, waarin het gedrag en de gezondheid van kinderen langdurig gevolgd worden. Na haar promotie bleef ze werkzaam aan de Universiteit Maastricht. Ze geeft les in diverse bachelor en master programma’s aan de faculteit Health, Medicine and Life sciences. Haar onderzoek richt zich met name op de leefstijl en gezondheid van kinderen en hun gezin. Ze begeleidt diverse onderzoekers in binnen- en buitenland, waaronder Libanon, Uganda en Sudan. Daarnaast is ze lid van adviescommissies over bewegen bij kinderen en voeding bij zwangere vrouwen binnen de Gezondheidsraad.

Jessica is getrouwd en moeder van vier kinderen: Jasmijn (9), Fenna (8), Emmie (6) en Willem (3).


 


Wat is overgewicht bij kinderen precies?

jongen_staat_voor_groeimeter‘Strikt genomen bedoelen we met ‘overgewicht’ dat een kind te zwaar is ten opzichte van zijn lengte; het gaat daarbij dus altijd om de verhouding tussen de lengte en het gewicht van een kind (Body Mass Index; BMI). Daar kleven wel een aantal nadelen aan. Kinderen groeien bijvoorbeeld altijd met ‘horten en stoten’, dus soms zijn ze een tijdje wat zwaarder ten opzichte van hun lengte, dan weer wat lichter en dan is de verhouding weer in orde. Het meten van het gewicht is ook gevoelig voor ‘foutjes’: het maakt – zeker bij jonge kinderen – uit of hij pas gegeten heeft of net een volle luier heeft. Daarbij heeft ieder kind een andere lichaamsbouw met meer of minder spier- of vetmassa.

Het is goed om je te realiseren dat er deels een genetische component kan meespelen bij overgewicht. Die genetische component heeft niet alleen effect op de lichaamsbouw, het gewicht en het makkelijk krijgen van overgewicht, maar ook op gedrag. We weten bijvoorbeeld dat het voor sommige mensen moeilijker is om met specifiek gedrag te stoppen dan voor andere en dat het voor sommige mensen fijner is om te bewegen dan voor anderen. Er zit zelfs een erfelijke component in sportief gedrag; voor sommigen gaat sporten veel gemakkelijker dan voor anderen. Zij worden bijvoorbeeld beloond in hun lijf, terwijl anderen het eerder als straf ervaren.

Het is belangrijk om met al deze factoren rekening te houden wanneer je het gewicht van een kind beoordeeld. Je kunt dus niet zo maar alle kinderen met elkaar vergelijken; het gaat echt om individuele kinderen. Het is belangrijk om het gewicht van kinderen over een langere periode in de gaten te houden (bijvoorbeeld een paar maanden), zodat je geen verregaande conclusies trekt op basis van een momentopname. Ook heel snelle stijgingen of dalingen in gewicht zijn belangrijk om in de gaten te houden, dan kan er namelijk iets ernstigers aan de hand zijn dan ‘gewoon’ aankomen of iets lichter worden.’

 

Wanneer spreek je van overgewicht en wanneer heb je het over obesitas (bij kinderen)?
jongens_gewicht_overgewicht‘Je hebt verschillende gradaties in overgewicht; we spreken van overgewicht en ernstig overgewicht (oftewel obesitas). Bij volwassenen komt ook ‘morbide obesitas’ voor, maar bij kinderen gelukkig bijna niet.
Je bepaalt het overgewicht op basis van de BMI. Dat is makkelijk te bepalen, maar helaas is dat een vrij onnauwkeurige maat. Bovendien verschilt het bij kinderen en jongeren per leeftijd en ook tussen jongens en meisjes, wat een gezond BMI is. Vandaar dat het belangrijk is om dan vooral verder te gaan kijken: wat is er thuis precies aan de hand en waar komt het overgewicht door. Houd verder ook goed in de gaten hoe het met het kind zelf gaat, of het lekker in zijn vel zit en hoe het zich ontwikkelt.’

 

Wat merk je of zie je aan een kind met overgewicht?
jongen_overgewicht_buikomvang_meten‘Aan de buitenkant zie je dat kinderen dikker zijn en dat hun kleding niet goed meer past. Kinderen met ernstig overgewicht kunnen soms ook al lichamelijke klachten krijgen, waar soms zelfs al medicatie voor nodig is. Dat betekent dat kinderen echt duidelijk ziek kunnen worden van hun overgewicht. Zelfs ziektes, gerelateerd aan overgewicht, die vroeger aangeduid werden als ‘ouderdomsziekte’ (zoals diabetes type 2) komen nu al voor bij kinderen. Op lange termijn zie je dat kinderen met overgewicht later grotere kans hebben op hart- en vaatziektes, hoge bloeddruk, kanker, verminderd functioneren van allerlei organen (o.a. de lever) en eerder overlijden.

Er zijn trouwens ook andere ziektes, waar kinderen overgewicht door kunnen krijgen. Dat zijn bepaalde erfelijke, aangeboren ziektes, die een hele andere achtergrond hebben. Hun overgewicht hoort dan eigenlijk bij het onderliggende ziektebeeld. Dat komt dan vaak niet door wat ze eten of door te weinig bewegen, maar wel door hun stofwisseling en andere factoren. Vaak hebben kinderen met een dergelijke ziekte ook nog andere lichamelijke of mentale klachten en zitten dan al in een intensief medisch traject. Dat zijn overigens ziektes die veel minder vaak voorkomen.

De uiterlijke en lichamelijke gevolgen zijn eigenlijk maar een deel van de gevolgen van overgewicht voor een kind. Het kind kan ook op andere manieren last hebben van zijn overgewicht. Het merkt bijvoorbeeld dat het minder goed mee kan doen tijdens de gymles of tijdens het spelen met vriendjes. Kinderen met overgewicht zitten vaak niet zo goed in hun vel, worden vaker gepest, trekken zich meer terug en kunnen zelfs een negatieve stemming of depressieachtige klachten ontwikkelen. Ook weten we dat kinderen met overgewicht vaker last hebben van depressieve klachten. Ook op de lange termijn zijn er vaak negatieve gevolgen voor de mentale gezondheid.

Gelukkig kun je veel ongedaan maken. Dat doe je o.a. door de bepaalde gewoontes om te buigen en door meer te bewegen. Dan is er gelukkig nog veel te redden. Al is dat wel makkelijker gezegd dan gedaan, zodra patronen eenmaal ingesleten zijn.’

 

Hoe vaak komt overgewicht voor bij kinderen?
meisje_overgewicht_bij_dokter‘Hoe vaak overgewicht voorkomt, is afhankelijk van de leeftijd, van bepaalde regio’s waar kinderen wonen en van bepaalde landen. Gemiddeld genomen zie je bij ongeveer 10-15% van alle kinderen in Nederland overgewicht en neemt het percentage toe met de leeftijd. Obesitas komt doorgaans voor bij minder dan 5% van alle kinderen; ook dat loopt sterk op met de leeftijd, dus de kans op obesitas wordt groter naarmate je ouder wordt. Tegenwoordig zie je dat overgewicht en obesitas over de algehele populatie toeneemt, dus zelfs bij kinderen.’

 

Wat zijn volgens jou de meestvoorkomende redenen dat het voor ouders nog best lastig is om hun kind een gezond eetpatroon aan te leren?
meisje_overgewicht_eet_toetje‘Wat ouders tijdens het eten doen, dus de regels die ze hebben of wat ze tijdens het eten tegen hun kind zeggen, zijn vaak vaste gewoontes of patronen. Daar spelen ook factoren als stress, tijdsdruk en hun eigen opvoeding in mee. Soms weten ouders ook wel dat ze het beter anders kunnen aanpakken, maar dan vervallen ze toch in een patroon van dingen die minder goed zijn. Je ziet ook dat ouders soms in een vicieuze cirkel met hun kind terechtkomen: het kind doet iets dat niet gewenst is (bijv. het kind kijkt veel tv) en ouders gaan dat verbieden of beperken. Dat maakt dat het kind het juist meer wil gaan doen. Dat is lastig om te doorbreken. We weten dat een negatieve aanpak vaak niet goed werkt. Stimuleren van wat wél goed gaat, werkt veel beter, weten we uit onderzoek.

Ouders kunnen ook andere dingen doen om ervoor te zorgen dat hun kind een gezonde leefstijl of gezond eetpatroon ontwikkelt. Denk maar eens aan samen bewegen, samen gezond eten, samen activiteiten ondernemen, het goede voorbeeld geven en een compliment geven als kinderen iets nieuws proeven. Betrek je kind bij het proces van eten: samen boodschappen doen, samen koken, samen de maaltijd voorbereiden.

Het is goed om met je kind te praten over waarom je bepaalde keuzes maakt, waarom je het belangrijk vindt dat er groente gegeten wordt (bijv. je wordt er sterk / fit / gezond van). Als je alleen tegen je kind zegt dat hij het moet eten omdat het gezond is, dan is dat niet voldoende. Dat komt neer op ‘omdat ik het zeg’ en dat is te dwingend. Het is belangrijk om je kind meer uitleg te geven. Sluit bijvoorbeeld aan bij de belevingswereld van je kind: ‘wat zou jouw idool of superheld eten om gezond of fit te blijven?’.

Praat er al van jongs af aan over met je kind; zelfs met peuters is dat al belangrijk. Als je je kind hierbij helpt, over voeding praat, dan heeft dat een positief effect op wat je kind eet. Als je kind ouder is, kun je je kind steeds meer bij het proces van voorbereiden en koken laten helpen. Tieners kunnen bijvoorbeeld zelf een recept uitzoeken of zelfstandig koken. Op die manier maak je er voor je kind iets positiefs van in plaats van iets dat moet.

Ouders kunnen ook bepaalde valkuilen tegenkomen. Als je kind niet goed eet, dan kun je je daar zorgen over maken. Je bent bang dat je kind te weinig eet en te weinig gezonde voeding binnenkrijgt. Als het kind bij het avondeten niet goed gegeten heeft, dan bieden ouders vaak erna nog wat anders aan, bijvoorbeeld een boterham. Het kind is natuurlijk ook niet gek en weet tijdens het avondeten: ‘zo meteen komt er iets beters, dus ik ga het warme eten nu echt niet eten’.

Het is goed om je te realiseren dat het tijd kost om bepaalde dingen te leren eten. Je moet soms wel 10-15 keer iets proeven om het te leren eten. Gezonde gewoontes aanleren kost nou eenmaal tijd.

Vaak zeggen ouders tegen hun kind ‘eet je bordje leeg’, maar ook dat kun je beter achterwege laten. Als ouder bepaal je namelijk wél wat en wanneer er gegeten wordt, maar het kind bepaalt zelf hoeveel het eet. Daarmee luistert je kind naar zijn eigen honger- en verzadigingsgevoel. Als je kind dat namelijk niet doet, leert je kind niet wanneer het genoeg gegeten heeft. Veel mensen houden daar hun hele leven last van, dat ze niet eten omdat ze honger hebben, maar doorgaan tot het op is.

Het is goed om te weten dat je op verschillende manieren controle kunt uitoefenen op het gedrag van je kind. Dat kan o.a. door middel van ‘overt control’ en ‘covert control’. Overt control is de controle die je expliciet uit en die je kind merkt; als ouder verbied of beperk je je kind om iets te doen. Bij covert control is dat veel minder het geval. Uit onderzoek weten we dat covert control beter werkt; overt control werkt soms niet zo goed. Een voorbeeld hiervan is dat je je kind expliciet verbiedt om niet meer te snoepen (overt control) of dat je het snoep niet in huis haalt, zodat je kind thuis niet kán snoepen (covert control). Het effect is hetzelfde (‘je kind krijgt geen snoep’), maar de aanpak is duidelijk anders, en de resultaten op lange termijn vaak ook.

Het is ook af te raden om eten als straf of beloning te gebruiken. Bijvoorbeeld: ‘als je nu niet naar me luistert, krijg je straks geen toetje’ of ‘als je niet zeurt in de winkel, geef ik je thuis een snoepje’. Met een dergelijke aanpak leg je onbedoeld een relatie tussen emotie en eten en koppel je het eten los van het honger- en verzadigingsgevoel. Hierdoor gaan kinderen toch eten wanneer ze slecht in hun vel zitten, terwijl ze eigenlijk geen honger hebben. Op latere leeftijd zijn dit vaak de stress-eters: zodra mensen stress hebben grijpen ze naar de chips of andere ongezonde dingen.’

 

Wat kunnen ouders concreet doen om hun kind een gezonde leefstijl te bieden? 
meisjes_buiten_sporten‘We weten uit onderzoek dat een vaste structuur aanhouden het makkelijker maakt om nieuwe gewoontes aan te leren. Zo kun je dus het beste een vast moment op de dag aanhouden om fruit te eten en om samen te bewegen. Kinderen varen wel bij structuur; die duidelijkheid vinden ze fijn. Dat maakt het makkelijker om te doen en vol te houden.

Zorg dat je gezond gedrag van je kind stimuleert. Geef je kind bijvoorbeeld een compliment wanneer het iets nieuws proeft. Dan zie je je kind als het ware ‘groeien’.
Je kind eet natuurlijk niet alleen thuis, maar ook op andere plekken, zoals school, opvang, bij opa en oma tijdens het oppassen. Vaak zie je dat in elke context andere afspraken of eetgewoontes gelden. Als de verschillen in aanpak ongunstig voor het kind uitpakken, dan zal het er op de plek waar iets niet mag er tegenin gaan. Voor het kind is het gewoon moeilijker te begrijpen dat het op de ene plek wel en op de andere plek niet mag. Ook voor ouders onderling is het belangrijk om zo veel mogelijk op één lijn te zitten: als het kind van de ene ouder zijn bord moet leeg eten en van de andere ouder hoeft dat niet, dan ondermijn je elkaars gezag en is het voor je kind erg onduidelijk wat nu precies de bedoeling is. Dat werkt niet.

We weten ook uit onderzoek dat wanneer de opvang en ouders qua eetgewoontes niet op een lijn zitten, het kind over het algemeen ongezonder eet. Probeer daarom de gezonde eetgewoontes ook af te stemmen op de andere plekken waar je kind regelmatig is. Dat is in praktijk natuurlijk best lastig, maar wel belangrijk voor je kind. Ga erover in gesprek en probeer op één lijn te komen.

Verder is het natuurlijk belangrijk om het goede voorbeeld te geven. Eet als ouder zelf gezond en zorg dat je voldoende beweegt.

Blijf deze tips volhouden. Het is echt een weg van de lange adem. En wees mild voor jezelf. Niemand maakt altijd alleen maar verantwoorde keuzes, dat hoeft ook niet. Het is als ouder echt niet altijd makkelijk, en het laatste wat je wilt is dat het een obsessie voor jou of je kind wordt.’

 

In de media wordt tegenwoordig regelmatig aandacht geschonken aan gezondheid, leefstijl, overgewicht en je kunt op internet veel tips over dit onderwerp vinden. Zit daar ook wel eens verkeerde informatie tussen?
dieten_diversen‘De eerste mythe, die ik vaak tegenkom, heeft te maken met wat een gezond voedingspatroon precies is. Vooral in de social media komt verkeerde informatie veel voor. Daar is ineens iedereen expert. Er zijn bijvoorbeeld verschillende meningen over hoe je gezond kunt blijven; die worden op social media ineens gepresenteerd als dé waarheid, terwijl dat niet op wetenschappelijk onderzoek gebaseerd is. Dat geldt o.a. voor allerlei diëten en diverse aanpakken. Er is nou eenmaal niet één makkelijke oplossing die voor iedereen werkt. Als dat wel zo was, dan bestond er geen probleem meer op het gebied van overgewicht. Het is goed om kritisch te kijken naar wat er precies gezegd wordt.

Voor professionals is het belangrijk om te blijven kijken naar wat werkt bij dit kind en dit gezin. Er is geen magische of simpele oplossing.

Voor ouders is het belangrijk dat ze zich realiseren dat het gevaarlijk kan zijn om op basis van bepaalde diëten specifieke voedingswaarden weg te laten. Zeker kinderen in de groei hebben nou eenmaal een uitgebreid palet aan voedingsstoffen nodig. Als ze die niet of onvoldoende binnenkrijgen, kunnen ze bepaalde tekorten oplopen waar ze ziek van worden. Alle dieet-hypes, die voorbijkomen, kunnen dan gevaarlijk zijn.
Bijvoorbeeld: als je een specifiek dieet volgt, dan ga je bepaalde voedingsstoffen weglaten. Bij een veganistisch eetpatroon zijn dat bijvoorbeeld zuivelproducten en bij het paleo-dieet eet je zo min mogelijk koolhydraten. Kinderen, die veganistisch of vegetarisch eten kunnen bijvoorbeeld een tekort aan vitamine B12 krijgen; deze vitamine is essentieel voor de aanleg van het zenuwstelsel.

Voor kinderen zul je dus goed moet kijken waar je de ontbrekende voedingsstof mee gaat vervangen. Kijk daar heel goed naar, want alle voedingsstoffen zijn nodig voor kinderen in de groei. Als je iets weglaat, moet je ze vervangen door een ander voedingsmiddel of heb je soms zelfs supplementen nodig om hun voeding op een goede, verantwoorde manier aan te vullen.

Ongeacht het dieet waar je je kind aan wilt houden, zul je dagelijks heel bewust moeten kijken of je kind wel voldoende van alle voedingsstoffen binnenkrijgt. Als je kind geen vlees eet, kun je dat bijvoorbeeld aanvullen met peulvruchten en noten. Een diëtist kan helpen met kijken hoe je kind toch alles binnen krijgt.

Maar vergis je niet: we hebben het nu vooral over de bekende ‘specifieke’ diëten, die veel in de media terechtkomen en waar over het algemeen veel aandacht aan wordt besteed. Daarbij mogen we echter één groep niet vergeten, namelijk de groep mensen die weinig groente en/of veel ongezonde voedingsmiddelen eet. Ook zij missen namelijk een deel van de gezonde voeding. En dat is op dit moment een behoorlijk grote groep. Deze groep haalt de aanbevolen dagelijks hoeveelheid vezels, groente fruit ook niet en missen dus ook belangrijke voedingsstoffen. Het Voedingscentrum adviseert o.a. 250 gram groente per dag, maar dat haalt bijna niemand. Slechts 16% van alle volwassenen eet voldoende groenten en maar 13% procent eet voldoende fruit. Dat advies komt trouwens niet zo maar uit de lucht vallen; dat is gebaseerd op advies van de Gezondheidsraad én wetenschappelijk onderzoek.

kind_overgewichtWat je ook vaak tegen komt, is dat mensen een verkeerd beeld hebben van wat overgewicht precies is en of hun eigen kind overgewicht heeft. Ouders weten soms niet wat een realistisch beeld is van wat het gewicht van een kind zou moeten zijn. Zelfs als hun kind te zwaar is, ziet de meerderheid van de ouders dat niet en ondernemen ze geen actie, met alle gevolgen van dien. Dat zie je vooral bij ouders van jongere kinderen. Bij oudere kinderen zie je soms het omgekeerde: ouders denken dat het kind te zwaar is terwijl dit niet het geval is. Beiden situaties zijn uiteraard zorgelijk.

In het verlengde daarvan zie je ook dat kinderen zelf niet goed weten wat een gezond gewicht is. Zowel jongens als meisjes denken bijvoorbeeld dat ze te dik zijn; dat zie je vooral bij tieners, maar ook al bij leerlingen uit de bovenbouw van de basisschool. Kinderen en tieners zijn al bezig met hun gewicht, met dik zijn en met diëten. De media spelen daar wel een rol in: op basis van filmpjes in de social media of beelden op tv krijgen ze een idee van hoe ze eruit zouden moeten zien. Ze kunnen niet goed inschatten of dat realistisch of zelfs gezond is (of niet).’

 

Wat kun je ouders, die twijfelen over het gewicht van hun kind, adviseren? Welke concrete stappen kunnen zij ondernemen om hun kind te helpen om evt. overgewicht te verminderen? 
‘Als ouders het vermoeden hebben dat hun kind overgewicht heeft, dan kunnen ze een aantal stappen zetten, afhankelijk van de leeftijd van hun kind en de situatie:

vader_geeft_dochter_high_fiveOuders kunnen natuurlijk starten met het toepassen van de tips uit dit artikel. Ze kunnen een begin maken met ‘niet meer verbieden’. Je moet als ouder zeker grenzen stellen, maar het is belangrijk om dat op een positieve manier in te steken. Maar vaak zijn gezinnen als er sprake van overgewicht is dit punt al gepasseerd, en zitten ze in die negatieve spiraal. Het kan dan goed zijn om hulp te zoeken.

Ouders kunnen bij diverse hulpverleners aan de bel trekken. Dat is absoluut geen teken van zwakte; het is juist sterk als je hulp inschakelt wanneer je merkt dat het je zelf niet lukt om de situatie te veranderen. Het consultatiebureau en jeugdgezondheidsarts houden bijvoorbeeld de groei van je kind in de gaten en kan je op dit gebied verder helpen. Ook kun je terecht bij je huisarts, een leefstijlcoach of het CJG.Er zijn dus meerdere mogelijkheden, afhankelijk van de specifieke vraag die je als ouder hebt over je kind.

Realiseer je dat je kind er zélf weinig aan kan doen dat het overgewicht heeft. Op dit moment is het hebben van overgewicht eigenlijk een normale reactie op de omgeving waar we met zijn allen in zitten. Er wordt veel reclame gemaakt voor ongezond eten en we bewegen met z’n allen te weinig. De hele omgeving stuurt dus als het ware in de richting van overgewicht. Dat maakt het ook moeilijk voor een kind om uit zichzelf gezond te eten en genoeg te bewegen. Daar kun je het kind dus niet de schuld van geven, maar je kunt hem wel hulp bieden.’

 

En hoe kunnen ouders dat het beste met hun kind bespreken? 
gezin_dochter_op_bed_chips‘Als je hulp gaat zoeken voor je kind, dan is het goed om dat op een positieve manier met je kind te bespreken. Het is vooral belangrijk om de nadruk te leggen op hoe belangrijk het is om lekker in je vel zitten, om je fijn te voelen in je eigen lijf en om sterk en fit te zijn. Bespreek met je kind hoe jullie er samen voor kunnen zorgen dat je kind weer lekker in zijn vel zit. Dan heb je een heel ander gesprek dan wanneer je aangeeft dat je kind te dik is en daar wat aan moet doen, of dat je kind niet mag gamen of juist moet gaan sporten omdat hij te dik is. Kritiek van je ouders op je gewicht en daardoor een verstoorde relatie heeft op de langere termijn misschien veel negatievere gevolgen dan die paar kilo te veel.

Voorkom dus dat je ingaat op het uiterlijk van je kind. Voor kinderen is dat namelijk absoluut niet fijn. Ze zijn zich er vaak al bewust van omdat ze bijvoorbeeld gepest worden of er opmerkingen van vriendjes over krijgen. Als je er als ouder dan ook nog eens over begint, dan is dat extra vervelend.

Ga er dus wel over in gesprek, ga het onderwerp niet uit de weg, laat het geen taboe zijn, maar let op de formulering die je in de gesprekken met je kind hierover gebruikt. Het is enerzijds belangrijk om het samen te bespreken en anderzijds dat je kind zich niet bekritiseerd voelt. Ga vervolgens samen kijken hoe het weer de goede kant op gaat. Blijf in gesprek met je kind, zonder je kind verwijten te maken en zonder dat je kind het gevoel heeft zich te moeten verdedigen.’

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend.
 Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?
Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Lees verder over gerelateerde thema’s:
Wist jij dit al over opvoeding en ouderschap…? Uitgebreide interviews met toonaangevende experts.’ 
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips).
Vind ik niet lekker!‘ (Over jouw rol aan tafel en hoe jij er voor kunt zorgen dat je kind beter eet.)
Ik huil, dus ik snoep‘ – 5 tips om te voorkómen dat je kind een ‘emotie-eter’ wordt.
‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl. 

Wist jij dit al over opvoeding en ouderschap…? Uitgebreide interviews met toonaangevende experts.

Er wordt al jarenlang veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar opvoeding, ouderschap en kinderen. Het is natuurlijk ontzettend belangrijk dat dat gedaan wordt, want ondanks dat we al veel over deze thema’s weten, is er ook nog veel dat we niet weten.

Ik vind het persoonlijk erg belangrijk om in mijn werk als opvoedcoach & psycholoog uit te gaan van informatie, die gebaseerd is op wetenschappelijk onderzoek. Daardoor weet ik dat de adviezen, die ik ouders geef, goed werken als ze naar behoren worden uitgevoerd.

Daarnaast zie ik helaas nog te veel adviezen, die misschien wel goed aanvoelen (zg. ‘opvoedmythes’), maar waarvan niet aangetoond is dat ze daadwerkelijk werken op de manier zoals ouders graag zagen dat ze werken. Je wil heel graag voorkomen dat dergelijke adviezen averechts uitpakken, waardoor je als ouder nog verder van huis bent…

Ik zag dan ook graag dat de informatie uit wetenschappelijk onderzoek zo veel als mogelijk bij de ouders zelf terechtkwam. Hier draag ik dan ook graag mijn steentje aan bij. Dat doe ik o.a. aan de hand van het interviewen van onderzoekers en experts; dat zijn allemaal professionals met een universitaire achtergrond. In de interviews vraag ik de professionals niet alleen naar uitgebreide achtergrondinformatie, maar ook naar praktische tips, die je als ouder thuis meteen kunt toepassen. In 2019 ben ik gestart met het interviewen van onderzoekers en experts.

Om je er een mooi overzicht van te geven, heb ik nu alle interviews voor je in deze blogpost verzameld. Zo zie je in één oogopslag welk artikel voor jou het meest relevant is. Zodra ik weer een nieuw interview heb gehouden, zal ik deze post uiteraard updaten. ⇒ Dus scroll snel naar beneden om het artikel met dat thema uit te zoeken, waar jij graag meer over wilt weten.

Ik wens je veel leesplezier en natuurlijk veel mooie inzichten!

Met vriendelijke groet,
dr. Joyce Akse

P.s.: Ondersteun jij ook het idee om zo veel mogelijke wetenschappelijke kennis en inzichten over opvoeding & ouderschap bij ouders ‘thuis’ te krijgen?
⇒ Deel dan dit artikel, zodat ook de ouders en opvoeders uit jouw vriendenkring deze informatie kunnen lezen én er thuis mee aan de slag kunnen gaan. Alvast ontzettend bedankt hiervoor! 


.

meisje_leest_in_boek(9) NIEUWHeeft mijn kind dyslexie of niet? Wat je er als ouder of leerkracht over moet weten‘ (1-8-2020)
Interview met drs. Kim Huiskamp; Regionaal Instituut Dyslexie.

(8) ‘Overgewicht bij kinderen: Wat is het precies en wat kun je er aan doen?‘ (1-7-2020)
Interview met dr. Jessica Gubbels; Universiteit Maastricht.

vader_praat_met_zoon(7) ‘Heeft mijn kind autisme of niet? Wat je er als ouder of leerkracht over moet weten.‘ (1-10-2019)
Interview met drs. Stephanie Voncken – Spierts; MosaLira.

(6)Wat je echt moet weten over het huilen, troosten en slapen van baby’s.‘ (1-9-2019) 
Interview met dr. Roos Rodenburg; Universiteit van Amsterdam.

(5)Samen opvoeden na scheiding: Hoe doe je dat?‘ (1-8-2019) 
Interview met dr. Inge van der Valk; Universiteit Utrecht.

(4)Als je de balans kwijt raakt. | Hoe houd je alle ballen in de lucht zonder stress?‘ (1-7-2019) 
Interview met drs. Agathe Hania-Akse; Expeditie Werkplezier.

moeder_dochter_lachend_bij_elkaar(3) ‘Mijn kind eet zo slecht. Moet ik me zorgen maken?‘ (1-6-2019) 
Interview met drs. Eline de Haan; SeysCentra.

(2) ‘Wat vertel je je kind als het een dierbare verliest?‘ (1-5-2019)
Interview met dr. Mariken Spuij; Universiteit Utrecht

(1) ‘Ruzie tussen broers en zussen: Zo los je het op!‘ (1-4-2019)
Interview met dr. Kirsten Buist; Universiteit Utrecht

 


Ken jij een onderzoeker of professional, expert op een gebied binnen opvoeding & ouderschap, die ik echt zou moeten interviewen?
Laat me dat dan weten. Je kunt via deze link contact met me opnemen


 

 

joyce_rosegrijs_staand_cOpvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie (Facebook).


Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

logo_akse_coaching_klein_nieuw
Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

 

 

Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.

Op de vraag ‘wat doet een opvoedcoach eigenlijk?’ kan ik je kort antwoord geven:

‘Als opvoedcoach help ik jou als ouder om de opvoeding van je kind positief, liefdevol en constructief aan te pakken. Ik help jou om heel gericht en specifiek naar het gedrag van je kind te kijken en laat je zien hoe jij er als ouder effectief op kunt reageren, zodat lastig gedrag van je kind minimaal wordt.’

banner_niet_luisteren_eten_slapen4

Deze omschrijving is misschien niet voor alle opvoedcoaches hetzelfde, maar voor mij geldt deze helemaal. Toch is dat korte antwoord niet voldoende om te beschrijven wat ik in m’n werk allemaal doe en voor ouders wil betekenen. Ik zal me hieronder dan ook eerst kort aan je voorstellen en daarna uitleggen wat ik precies met de omschrijving van hierboven bedoel.

 


joyce_02

Wat leuk om kennis met je te maken!

Mijn naam is Joyce Akse.
Ze noemen me ook wel eens ‘de Limburgse Supernanny’.

In het kort: Ik ben opvoedcoach & psycholoog én ik ben moeder van 3 kinderen. Bij mij vind je dan ook een combinatie van gedegen kennis en een schat aan ervaring.
Onderaan deze pagina lees je meer over hoe ik mijn eigen moederschap probeer in te vullen en vind je mijn CV in het kort.


 

Hierboven las je al in twee zinnen wat ik als opvoedcoach voor jou als ouder kan betekenen.

Hieronder leg ik het nog wat specifieker uit, zodat je een nóg beter idee krijgt van hoe ik tegen de opvoeding van kinderen en mijn werk als opvoedcoach & psycholoog aankijk.

Daarnaast geef ik je een inkijkje in hoe ik mijn eigen moederschap zie én vind je mijn verkorte CV helemaal onderaan deze pagina.

 

Hoe ik als opvoedcoach & psycholoog naar Opvoeding & Ouderschap kijk…

 

Opvoeding & Ouderschap

Het is doorgaans oprecht geweldig om kinderen te hebben en vaak haal je daar ontzettend veel plezier en liefde uit. Toch is het opvoeden van je kind(eren) niet altijd leuk en makkelijk.

Opvoeden gaat dan ook met vallen en opstaan; de ene dag loopt het beter dan de andere. Dat geldt voor nagenoeg alle ouders en daar ben ik me terdege van bewust.

Ik ben ervan overtuigd dat alle lastige opvoedsituaties omgebogen kunnen worden naar makkelijke(re) opvoedsituaties. Als je niks aan je aanpak verandert, blijf je tegen die lastige situatie(s) aanlopen, soms wel maandenlang. Als je echter met de juiste aanpak aan de slag gaat om die lastige opvoedsituaties op te lossen, dan verdwijnt die doorgaans al binnen enkele weken als sneeuw voor de zon.

Tijdens de opvoedcoaching, die ik ouders geef, kijk ik zowel naar aspecten, die al goed gaan in jullie opvoedaanpak (en dus niet hoeven te veranderen) als aspecten die anders kunnen (en waar we tijdens de coaching aan gaan werken).

Mijn expertise als opvoedcoach & psycholoog ligt op het vlak van ‘leren luisteren’, ‘leren eten’ en ‘leren slapen’. Als jouw opvoedvraag te maken heeft met luisteren, eten of slapen, dan kan ik jou daar dus absoluut mee helpen.
Uiteraard vallen onder deze onderwerpen diverse specifieke opvoedthema’s.

 

 

Positief, liefdevol & constructief opvoeden

Dit zijn 3 belangrijke pijlers, die ik steeds voor ogen houdt tijdens het coachen van ouders. Als opvoedcoach leer ik jou dan ook heel graag hoe je je kind op een positieve, liefdevolle en constructieve manier kunt opvoeden.

gezin_kijkt_verveeld

Positief opvoeden zorgt ervoor dat je je kind een veilige en stimulerende omgeving biedt, dat je leert hoe je je kind voldoende positieve aandacht geeft, dat je weet welke afspraken je met je kind kunt maken (en welke weinig zin hebben), dat je weet wat je wel/niet van je kind mag verwachten en – niet te vergeten! – dat je goed voor jezelf zorgt.

Liefdevol opvoeden: de manier waarop je situaties aanpakt, is van doorslaggevend belang voor de reactie van je kind. Als je een situatie namelijk net verkeerd aanpakt, dan kan het effect tegenovergesteld zijn van wat je eigenlijk wilde. Door bepaalde aspecten aan je manier van opvoeden toe te voegen of weg te laten, merk je al gauw dat je kind zich meer voor jou openstelt. Jouw boodschap komt dan eerder of beter aan. Door een duidelijke, maar liefdevolle opvoedaanpak te gebruiken, merk je dat de lastige opvoedsituatie verbetert, dat de band met je kind verbetert, dat de sfeer in huis prettiger wordt en dat je (weer) meer van je kind gaat genieten.

Constructief opvoeden: opvoeden is niet alleen lief en aardig zijn tegen je kind, maar ook duidelijk en consequent. Je kind moet weten wat hij van jou kan verwachten én wat jij van hem verwacht. Je kind houdt van duidelijkheid (dat lijkt misschien niet zo, maar dat is in praktijk wel zo) en ik leer je hoe je die kunt geven. Uiteraard leer ik je ook wanneer je met je kind mee kunt veren en wanneer dat juist niet handig is. Dat pakken we steeds op een opbouwende manier aan, zonder je kind het gevoel te geven dat je hem afvalt.

De opvoedaanpak, die ik jou leer, past het beste binnen een ‘autoritatieve opvoedingsaanpak’. Binnen deze aanpak staat de dimensie ‘warmte & betrokkenheid‘ in een juiste balans met de dimensie ‘duidelijkheid & structuur‘. Beide dimensies zijn namelijk absoluut onmisbaar voor een positieve opvoeding van je kind.

Wat ik graag met mijn coaching wil bereiken, is dat je binnen enkele opvoedconsulten al merkt dat je (o.a. in lastige opvoedsituaties) weer op een fijne manier met je kind omgaat. Je merkt bijvoorbeeld dat je kind beter en sneller naar je luistert, beter eet en/of beter slaapt. Daarnaast merk je dat de band met je kind verbetert en dat je weer meer van je kind kunt genieten. Door jullie fijne onderlinge band en de positieve manier van opvoeden ontwikkelt je kind zich tot een veerkrachtig en gelukkig persoon. En dat is natuurlijk wat je als ouder het liefste ziet. Toch?

 


tip_gezin

Wil je alvast een voorproefje van Joyce’ OpvoedTips?
Vraag dan nu haar GRATIS E-zine, boordevol waardevolle OpvoedTips aan.

Na aanmelding ontvang je 1x p. mnd. haar OpvoedTips in je mailbox. Helemaal GRATIS én vrijblijvend.


 


Ouders | Opvoeders

gezin_blij_duimen_omhoog– Ik werk met ouders, die één of meerdere kinderen hebben in de leeftijd van 0 t/m 16 jaar.

– Ze hebben kleine of grote vragen over de opvoeding van hun kind.

– Die vragen kunnen gaan over één kind of meerdere kinderen uit het gezin.

– Mogelijke vragen waar ouders mee kunnen zitten:
* ‘Mijn kind luistert niet goed naar me en dat frustreert me’;
* ‘Mijn kind heeft regelmatig heftige driftbuien en ik weet niet hoe ik er het beste mee om kan gaan’,
* ‘Ik maak me zorgen over m’n kind omdat hij zo slecht eet’,
* ‘Mijn kind slaapt slecht, waardoor we allemaal ontzettend moe zijn’, en/of
* ‘Mijn kinderen maken onderling veel ruzie, terwijl ik zo graag zou willen zien dat ze het leuk hebben met elkaar’.

– Tijdens de coaching houd ik zo veel als mogelijk rekening met jouw ideeën en overtuigingen op het gebied van opvoeding en probeer daar goed bij aan te sluiten. Ik werk dan ook het liefst ‘op maat’. Geen enkel opvoedcoachingstraject is dan ook hetzelfde.

 


Kind

gezin_blij_3kids_buitenIk help ouders met een kind in de leeftijd van 0 t/m 16 jaar. Dat is dus het hele spectrum van baby, dreumes, peuter, kleuter, schoolkind, mini-puber‘ en tieners.

Aangezien kinderen zich steeds ontwikkelen, zijn er voor elke leeftijdsgroep specifieke handvaten nodig.

Een baby benader je anders dan een kleuter, een dreumes anders dan een schoolkind, een peuter anders dan een tiener. Die handvaten geef ik je graag tijdens mijn coaching.

 


Opvoedcoaching: Praktisch

– Mijn opvoedcoaching start altijd met een intake- / kennismakingsgesprek. Dat kun je heel eenvoudig met me afspreken door een mailtje te sturen naar joyce@aksecoaching.nl. De rest volgt dan vanzelf.

– Tijdens dat intake- / kennismakingsgesprek geef ik je uitgebreid de kans om me te vertellen wat jullie opvoedvraag is. Als jullie opvoedvraag bij mijn expertise past én als ik als coach bij jullie pas, dan spreken we een opvoedcoachingstraject af. Tijdens zo’n traject, dat gemiddeld slechts 6-10 weken duurt, leer ik je ontzettend veel over jullie opvoedvraag. Je krijgt dan niet alleen een schat aan achtergrondinformatie, maar we gaan ook aan de slag met een praktisch ‘plan van aanpak’, dat we samen opstellen. Door dat plan van aanpak weet je hoe je de lastige situatie kunt aanpakken (en waarom), hoe je positief gedrag van je kind stimuleert én hoe je lastig gedrag van je kind voorkómt.

– Na een traject merken ouders duidelijk het verschil met de situatie van voor het traject en verzuchten dan vaak: ‘waarom hebben we dit niet eerder gedaan…’ en ‘ik zou het iedereen aanraden’.

 


Hier lees je wat andere ouders, die ik heb mogen coachen,
van m’n opvoedcoaching vonden.


 

banner_joyce_sed_02Hoe ik tegen mijn eigen moederschap aankijk…

Zelf ben ik moeder van 3 kinderen. Je ziet ze op de foto hiernaast.

Als moeder vind ik het belangrijk dat m’n 3 kinderen op een fijne, veilige en liefdevolle manier opgroeien. Ik probeer hen dagelijks te laten merken hoe blij ik met hen ben door hen te knuffelen, aandacht te geven en er ‘gewoon’ voor hen te zijn. Ik ben dan ook ontzettend blij dat ze er zijn en heb ze ook heel graag om me heen.

Dat klinkt natuurlijk allemaal heel mooi en ideaal, maar ook ik heb ervaren dat opvoeden niet altijd leuk en makkelijk is. Ook ik kende dagen, waarop opvoeden veeleisend en zwaar aanvoelt. Dat gevoel had ik vooral op dagen, waarop ik zelf te weinig geslapen had, moe was, stress ervoer, veel dingen tegelijk moest doen ed. Op die dagen was ik prikkelbaarder, reageerde ik eerder kortaf en schoot ik sneller uit mijn slof. Allemaal reacties waar ik zeker niet trots op ben en waar ik al gauw spijt van had. En dat terwijl ik als geen ander weet hoe belangrijk het is om rustig te blijven als je je boos of gefrustreerd voelt… Nou kan ik natuurlijk zeggen dat ik als opvoedcoach ook maar een mens ben, maar als ik me in zo’n situatie bevond, voelde ik me er achteraf altijd behoorlijk vervelend en schuldig over…

Gelukkig heb ik inmiddels geleerd hoe ik deze reacties doorgaans kan voorkómen én hoe ik op de rem kan trappen, als het toch nog eens gebeurt. Dat maakt namelijk dat ik sneller weer op een meer positieve en liefdevolle manier kan reageren. Want ik weet als geen ander dat als ík rustig blijf zij ook eerder rustig worden en eerder voor rede vatbaar zijn.

⇒ Wil je ook leren hoe je rustig blijft tijdens lastige opvoedsituaties?
Loop jij thuis tegen één of meerdere lastige opvoedsituaties aan en/of maak je je zorgen over je kind?
Heb je kleine of grote opvoedvragen op het gebied van (niet) luisteren, eten of slapen?
Wil jij je kind ook het liefst op een positieve, liefdevolle en constructieve manier opvoeden?

Klik dan hier om te lezen hoe ik je daarmee kan helpen.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

banner_niet_luisteren_eten_slapen_horizontaal


Joyce’ CV – In het kort…

joyce_lichtblauw_staand
Joyce Akse heeft psychologie gestudeerd aan de universiteit Maastricht (UM) en is gepromoveerd in de Pedagogiek aan de Universiteit Utrecht (UU). Haar promotieonderzoek ging over de ontwikkeling van persoonlijkheid en probleemgedrag bij jongeren.

Na haar promotie heeft ze gewerkt als onderzoeker in de Pedagogiek (UU), als docent bij de opleidingen Psychologie en Geestelijke Gezondheidkunde, als onderzoeker bij Centrum Brein en Leren en als onderzoeksmanager bij een grootschalig onderzoeksproject in Maastricht (UM). Ze is in het bezit van haar BKO (Basiskwalificatie Onderwijs).

In 2013 heeft ze haar bedrijf ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies‘ opgericht en sindsdien werkt ze met veel plezier en enthousiasme als opvoedcoach. Joyce coacht ouders met kleine of grote opvoedvragen en heeft in die hoedanigheid meegewerkt aan diverse projecten, zoals Peuter-Pret en MOVeBaby (i.s.m. MUMC+).

Joyce is PSYCHOLOOG NIP. Daarnaast is ze o.a. officieel geaccrediteerd om opvoedingsondersteuning volgens Triple P te mogen geven. Ze heeft de training voor het geven van OpvoedParty’s met succes afgerond (incl. Terugkom-, Inspiratie- en Opfrisbijeenkomst; Lunamare).

In 2018 volgde ze de cursussen ‘Adviseren over veilig slapen’ (VeiligheidNL) en ‘Signaleren postpartum depressie’ (Trimbos-instituut) met succes afgerond. Binnenkort rondt ze de opleiding ‘The Happiest Baby’ (Happiest Baby Educator Certification Program) van kinderarts Harvey Karp, MD af.

Naast haar werk is Joyce moeder van een zoon (9), een dochter (7) en een zoon (3). In haar vrije tijd heeft ze zich tot voor kort jarenlang ingezet in het verenigingsleven (harmonieorkest) als muzikant en als actief bestuurs- en commissielid. Ook was ze lid van de MIK OuderCommissie Eijsden. Momenteel werkt ze als vrijwilliger in de Heuvelland Bibliotheek Eijsden, waar ze o.a. vaker voorleest aan jonge kinderen, ook aan kinderen wiens moedertaal niet de Nederlandse is.

 

cropped-logo_akse_coaching_groot_nieuw.png

Neem ook eens een kijkje op mijn website.

Ruzie tussen broers en zussen: Zo los je het op! [Interview met onderzoeker dr. Kirsten Buist]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze onderzoekers interviewt over hun eigen onderzoek. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, met opvoeding en/of met de ontwikkeling van kinderen (0-12 jaar).

meisje_jongen_boos_op_bedLeek het jou ook zo leuk om je oudste kind een broertje of zusje te geven, zodat het niet meer alleen was en altijd een speelkameraadje in de buurt had?

Nu je kinderen hebt, lijkt het wel alsof ze elkaar steeds vaker in de weg zitten. Op het ene moment spelen ze ontzettend leuk met elkaar en het andere moment vliegen ze elkaar in de haren. Die ruzies kunnen ook om ‘niks’ gaan; soms lijkt het ‘verkeerd ademen’ of ‘net even wat te lang kijken’ van de één al een onwijs groot probleem voor de ander.

Als ouder wil je niets liever dan dat je kinderen een fijne band met elkaar hebben en goed met elkaar kunnen omgaan. Natuurlijk hoeven ze het niet altijd met elkaar eens te zijn en mogen ze ook best eens wat kibbelen, maar die grote ruzies zou je het liefst willen voorkómen.

 

⇒ In dit artikel vertelt onderzoeker dr. Kirsten Buist hoe je dat als ouder op een goede manier kunt aanpakken.


Kirsten, jij bent expert op het gebied van de relatie tussen broers en zussen. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan?

jongen_meisje_steken_tong_uit‘In mijn promotieonderzoek was ik bezig met het gezin in z’n geheel, waaronder de relatie tussen broers en zussen. Toen ik bij de Universiteit Utrecht kwam werken, kreeg ik de vraag om een reeks colleges te bedenken over onderwerpen die verder in de studie Pedagogische Wetenschappen nog niet aan bod kwamen.

Tot mijn stomme verbazing kwam ik erachter dat onze studenten nog helemaal niets leerden over broertjes en zusjes. Gezien het feit dat het zo’n veelvoorkomende en invloedrijke relatie is en ik ook uit eigen ervaring weet hoe belangrijk die relatie kan zijn voor hoe het met je gaat, hoe je in het leven staat en hoe je met anderen omgaat, vond ik het hoog tijd om daar meer aandacht aan te besteden.

Door me heel goed in het onderwerp te verdiepen, kwam ik er ook achter dat dit een algemeen beeld is: vergeleken met bijvoorbeeld de relatie tussen ouders en de ouder-kindrelatie is er veel minder onderzoek gedaan naar de broer/zus-relatie. Ik hoop daar met mijn werk een steentje aan bij te dragen, zodat dat een beetje ingehaald wordt.’

 


Kirsten BuistIn het artikel ‘Ruzie tussen broers en zussen: Zo los je het op!’ is onderzoeker Kirsten Buist aan het woord. Ze is gepromoveerd op de ontwikkeling van gezinsrelaties tijdens de adolescentie en het verband met internaliserend en externaliserend probleemgedrag.

Momenteel werkt ze als universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht en doet ze (o.a.) onderzoek naar het gezinssysteem, broer- / zusrelaties en probleemgedrag.

Kirsten heeft zelf twee kinderen: Thijs (12) en Anouk (9).


 

Je hebt het boek ‘Broertjes & Zusjes’ geschreven over hoe ouders de relatie tussen hun eigen kinderen goed kunnen houden of kunnen verbeteren. Wat was voor jou de belangrijkste aanleiding of motivatie om dit boek te schrijven? Wat is één van de belangrijkste boodschappen uit je boek? 

jongen_meisje_samen_rails_buiten‘De uitgeverij van het boek heeft mijn co-auteur Sheila van Berkel benaderd om over dit onderwerp een toegankelijk boekje te schrijven voor ouders, die een tweede kind hebben of verwachten. Zij wilde graag dat ik zou meeschrijven, waarop ik uiteraard ‘ja’ heb gezegd.

Als wetenschappers zijn we veel bezig met wetenschappelijke artikelen schrijven voor collega-onderzoekers, terwijl er zoveel mensen zijn die zouden kunnen profiteren van de kennis die er al is over dit soort onderwerpen. Voor mij was dat de voornaamste reden om enthousiast te zijn over het schrijven van dit boek.

Ik vind het belangrijk dat kennis terechtkomt bij iedereen die er wat aan kan hebben. En voor mezelf was het een hele goede oefening om in niet-wetenschappelijke, toegankelijke taal te beschrijven wat we weten uit wetenschappelijk onderzoek.

Eén van de belangrijkste boodschappen uit ons boek is dat ruzie tussen broertjes en zusjes er weliswaar bij hoort, maar dat je als ouder wel kunt helpen voorkómen dat het uit de hand loopt en je kinderen kunt helpen om ruzies op een goede manier op te lossen.’


Alle ouders maken wel eens mee dat hun kinderen elkaar flink in de haren vliegen. Waar merk je dat ouders zelf het meest mee zitten of tegen aan lopen als dat bij hun kinderen gebeurt? Wat vinden ouders in zo’n situatie het lastigste of moeilijkste? Zijn er ook dingen die ouders – onbewust– ‘verkeerd’ aanpakken, waardoor ze onbedoeld de kans groter maken dat de kinderen ruzie blijven maken. 

moeder_bij_ruzie_dochters‘Ouders twijfelen vaak of en wanneer ze moeten ingrijpen bij een ruzie tussen hun kinderen. Het is belangrijk om bij het begin van een conflict te beoordelen of kinderen er zelf uit kunnen komen. Zo ja, laat ze maar even hun gang gaan. Als je meteen al merkt dat dat niks wordt, is het belangrijk om vrij snel tussenbeide te komen.

Het is voor ouders belangrijk om te weten dat ze hun kinderen zo min mogelijk met elkaar moeten vergelijken, zeker hardop. Op die manier versterk je namelijk gevoelens van competitie, wat een sterke bron van ruzie kan zijn tussen kinderen. Elk kind heeft zijn/haar eigen kwaliteiten, dus focus daarop in plaats van die vergelijking te maken.’

 


Voorkant boekKirsten Buist schreef samen met Sheila van Berkel het boek ‘Broertjes & Zusjes: Zo stimuleer je een warme band tussen je kinderen’. 

Een hechte band tussen broers en zussen heeft positieve gevolgen die de rest van het leven merkbaar zijn. Als ouder wil je dus niets liever dan dat je kinderen een fijne, warme band met elkaar ontwikkelen. Maar kun je daar wel invloed op uitoefenen? Jazeker!

In Broertjes & Zusjes lees je wat je van je kinderen kunt verwachten én hoe jij daarop in kunt spelen. Hoe bereid je de oudste voor op de komst van een broertje of zusje? Wat zijn de bekende verschillen tussen het oudste en het jongste kind? Hoe leg je ruzies bij en hoe leer je eerlijk delen? Al vanaf het moment dat je zwanger bent van de tweede, maar ook daarna, kun je kinderen vaardigheden leren die van grote invloed zijn op hun verdere leven.

Klik hier om meer over dit boek te lezen.


 


Ik heb 3 voorbeelden voor je van situaties, die in een gezin kunnen voorkomen. Zou je bij elk voorbeeld kunnen aangeven hoe ouders die situatie het beste kunnen aanpakken?

Gezin 1.
Sinds de geboorte van je zoontje (je 2e kindje) is de oudste (van 2 jaar) niet meer te genieten. Ze vindt er niks aan dat er nu een baby in huis is; sterker nog, het is alsof ze de baby zelf hartstikke stom vindt. Ze zegt allemaal onaardige dingen tegen hem; soms knijpt ze hem zelfs. Wat kun je als ouder doen om de relatie tussen deze jonge kinderen te verbeteren?

baby_meisjes_lachend_knuffelen‘Het is belangrijk om je te realiseren dat deze reactie voor jou (en de baby) weliswaar heel vervelend is, maar het is een legitiem gevoel. Je peuter vertellen dat zij zich niet zo moet voelen, zal waarschijnlijk niet het gewenste effect hebben: zij voelt het nou eenmaal zo. Het is beter om dat gevoel te benoemen en accepteren dat dat zo is. Knijpen en pijn doen mag natuurlijk niet, daarover moet je duidelijk zijn.

Heel veel kinderen reageren de eerste periode nogal negatief op de geboorte van een broertje of zusje. Voor vrijwel alle kinderen is dit een tijdelijke reactie, die vanzelf over gaat. Zoals altijd geldt: zo min mogelijk aandacht geven aan negatieve manieren van aandacht vragen en juist positieve manieren van aandacht vragen belonen, met name met jouw waardering. Dus als je peuter wél lief tegen de baby is, laat je heel duidelijk zien hoe fijn je dat vindt.

Wat ook altijd goed werkt is om – ook al heb je het druk met een baby er bij – één op één tijd in te plannen met je oudste. Veel kinderen vinden dat heel fijn, even iets doen met alleen papa of mama.’

Gezin 2.
Hoewel je twee kinderen (5 en 7 jaar) het altijd vrij goed met elkaar konden vinden, lijkt het er de laatste paar weken op dat ze niks meer van elkaar kunnen hebben. Ze vliegen elkaar om de kleinste dingen in de haren. Je hoort opmerkingen als ‘kijk niet zo naar me’ of ‘blijf van m’n spullen af’ en dat ontaardt binnen no time in een fikse ruzie. Wat kun je als ouder doen om deze ruzies op te lossen, te beperken en het liefst natuurlijk te voorkómen?

jongens_vechten_met_elkaar_bank‘Als het eerst wel goed ging, en nu ineens niet meer, is het goed om te proberen te achterhalen of er een aanleiding is voor deze verandering. Let ook op of er specifieke momenten zijn waarop het risico op bonje het grootst is, bijvoorbeeld rond bedtijd of etenstijd. Als die specifieke momenten er inderdaad zijn, kun je er voor proberen te zorgen dat ze op dat soort momenten apart van elkaar iets leuks doen. Zorg er dan ook voor dat ze op tijd kunnen eten of kunnen gaan slapen.

Als je kinderen ruzie maken kun je als ouder natuurlijk voor scheidsrechter of politieagent spelen maar handiger (en leuker voor jou) is het om te kijken of je ze kunt helpen om samen tot een oplossing te komen. Vooral als er onderwerpen zijn waar steevast ruzie over komt (bijvoorbeeld omdat ze allebei met jullie enige iPad willen spelen) kun je ze laten overleggen over wat een eerlijke oplossing zou zijn. Het voordeel is namelijk dat een oplossing waar ze zelf mee komen voor allebei veel bevredigender is dan een oplossing die jij als ouder ‘van hogerop’ oplegt.’

Gezin 3.
Je drie kinderen hebben ieder hun eigen kwaliteiten. Alleen merk je dat je middelste (9 jaar) het lastig vindt als het weer gaat over hoe goed de oudste (11 jaar) gevoetbald heeft of een goed cijfer had op zijn rapport. Dan kan hij het niet laten om een vervelende opmerking te maken. En dat terwijl ook hij geprezen wordt om zijn eigen rapport of sportprestaties. Hoe kun je als ouder het beste met deze vervelende opmerkingen onderling omgaan?

moeder_praat_met_kinderen‘Praten met je kinderen is enorm belangrijk. Het ene kind is gevoeliger voor jaloezie en voelt zich misschien wat sneller achtergesteld of “minder goed” dan broer of zus. Ga daarom het gesprek aan: waarom zegt het kind deze dingen, waar komt het gevoel van jaloezie vandaan, maakt iemand anders zulke opmerkingen ook, hoe zou het kind zich voelen als dat zo was?

Kinderen zijn zich nog niet altijd bewust van de emotionele reactie die ze bij iemand anders kunnen oproepen dus daar kun je ze als ouder bij helpen.

En natuurlijk geef je als ouder het goede voorbeeld: jij vergelijkt je kinderen niet nadrukkelijk met elkaar, anders werk je dit soort competitie in de hand.’

 


Tenslotte, wat is het allerbelangrijkste dat je als ouder voor je kinderen (0-12 jaar) kunt doen om de relatie onderling goed te houden?

‘Er zijn een aantal dingen, die bij me op komen:

gezin_blij_duimen_omhoog(1) Elk kind op waarde schatten en zo min mogelijk vergelijken.
(2) Bepraat gevoelens en gedachten.
(3) Laat je kinderen hun onderlinge ruzies waar mogelijk zelf oplossen.
(4) Probeer uit te zoeken welke dingen je kinderen leuk vinden om samen te doen en stimuleer dat (ook al vind je ’t zelf niks; indoor-speelparadijzen bijvoorbeeld…). Zo rem je niet alleen ruzie af, maar stimuleer je ook positieve gevoelens en spel.’

 

Wil je graag reageren op dit artikel? Dat mag!
Zet jouw reactie dan onder dit bericht of op m’n Facebook-pagina. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij als eerste Joyce’ waardevolle OpvoedTips ontvangen?
Helemaal GRATIS en vrijblijvend. Klik dan hier.

Cadeau: Kort na je aanmelding van het e-zine ontvang je Joyce’ E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’ als cadeau. Dat is dus ook helemaal gratis en vrijblijvend. Je leest er hier meer over.


 

Heb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?
joyce_rosegrijs_staand_c
Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

 

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.
Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle opvoedtips:
– ‘Samen spelen, samen delen? – 5 tips om je kind te leren om met andere kinderen te spelen’. Klik hier.
– ‘Positief opvoeden: Start je opvoeding goed met deze 5 stappen.’ Klik hier.
– ‘Laat dat nou!’ (over: 5 opvoedvalkuilen waar we allemaal intrappen én waardoor opvoeden onbedoeld lastiger wordt). Klik hier.
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

logo_akse_coaching_klein_nieuw

 

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.