Heeft mijn kind dyslexie of niet? Wat je er als ouder of leerkracht over moet weten. [ Interview met dyslexie-expert drs. Kim Huiskamp ]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze experts interviewt over hun eigen onderzoek of werkveld. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, opvoeding en/of de ontwikkeling van kinderen (0-16 jaar). 

 

jongen_schrijven_handen_in_haarZodra je kind naar school gaat, komt hij al snel in aanraking met taal. In de kleutergroepen wordt er voorzichtig aandacht aan besteed en vanaf groep 3 begint het echte werk. Bij de meeste kinderen verloopt de taalontwikkeling zonder veel problemen; bij sommige kinderen zie je echter dat het lezen en spellen moeizamer gaat. Dat komt vaak in groep 3 en 4 naar boven. Bij deze kinderen zou er sprake kunnen zijn van dyslexie.

Over het onderwerp ‘dyslexie’ interviewde ik drs. Kim Huiskamp. Zij werkt als diagnosticus en behandelaar bij het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) in Maastricht.

In dit artikel vertelt ze uitgebreid wat dyslexie precies is (en wat niet), hoe je dyslexie bij jouw kind kunt herkennen, waarom het belangrijk is om de taalontwikkeling van je kind goed in de gaten te houden en – indien nodig – op tijd te starten met behandeling. Daarnaast vertelt ze welke mythes en vooroordelen er soms nog bestaan over dyslexie, waar dyslexie wel eens mee verward wordt en wat je als ouder kunt doen om het leesplezier van je kind te stimuleren.

 

Je bent expert op het gebied van dyslexie en leesvaardigheid. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan? 
meisje_wil_niet_lezen‘Ik ben eigenlijk toevallig met dyslexie in aanraking gekomen. Aan het einde van mijn opleiding psychologie heeft mijn stagebegeleidster mij in contact gebracht met prof. dr. Leo Blomert, expert op het gebied van dyslexie. Hij zocht mensen om een vakgroep te vormen om het dyslexieprotocol op poten te krijgen en dat wilde ik graag doen. Op die manier kon ik dus bij toeval in zijn werkgroep aan de slag. Daardoor kwam ik ook in aanraking met wetenschappelijk onderzoek naar dyslexie. Het onderwerp trok mij erg aan, maar ik merkte dat ik liever in een klinische setting werkte dan in een wetenschappelijke. Via Leo Blomert werd ik toen voorgesteld aan Patty Gerretsen, toentertijd directeur wetenschap van het RID. Zo ben ik uiteindelijk bij het RID terechtgekomen en daar werk ik nu al 15 jaar. Wat ik zo prettig vind aan werken met mensen met dyslexie is dat je echt iets voor iemand kunt betekenen. Iedereen in onze maatschappij krijgt te maken met lezen en schrijven en als je dyslexie hebt, kun je flinke problemen ondervinden op school, op je werk of zelfs privé. Met een gerichte behandeling en concrete tools, kun je kinderen (en volwassenen) met dyslexie echt helpen hun situatie te verbeteren. Het geeft me enorm veel voldoening dat ik op deze manier iets kan betekenen voor de kinderen, die bij ons komen.’

 


Curriculum Vitae
kim_huiskamp_fotoDrs. Kim Huiskamp studeerde neuro– en ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Maastricht. Daarna werkte ze een jaar als psycholoog / onderzoeksassistent aan dezelfde universiteit. Vervolgens maakte ze de overstap naar het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) in Maastricht. Ze werkte er een tijd als hoofd behandeling en vestigingsmanager; momenteel als diagnosticus en behandelaar.


 

Kun je uitleggen wat dyslexie precies is?
hersenen_kwabben‘Als je dyslexie hebt, dan heb je moeite met lezen en/of spelling. Sommige kinderen hebben alleen moeite met lezen, andere alleen met spellen en weer andere met allebei. De grootste groep van de kinderen met dyslexie heeft moeite met allebei.

In onze maatschappij maken we gebruik van het alfabetische schrift. Onze woorden zijn opgebouwd uit klanken. Als je het woord wil leren lezen en schrijven, dan zul je het woord moeten opdelen in klanken. Je gaat dan als het ware de klankstructuur van woorden ontcijferen.

In de hersenen zit een gebiedje (temporaal kwab*) dat de klankstructuur van woorden verwerkt, het helpt je met het in stukjes hakken van woorden. Dat gaat automatisch, onbewust.
*: Meer specifiek, de superieure temporale sulcus (STS) en planum temporale (PT) zijn betrokken bij de integratie van de letter-klank-koppeling. De visual word form area (VWFA) is betrokken bij directe woordherkenning.

Bij dyslexie is dat gebiedje wat minder goed toegerust om de klankinformatie te ontwarren. Die informatie loopt dan een beetje door elkaar. Je spreekt woorden misschien soms net een beetje verkeerd uit.
Bijvoorbeeld: Je hebt het dan niet over ‘doelwit’ maar over ‘doellid’.

En dat is eigenlijk nog maar het begin. Kinderen (of volwassenen) met dyslexie hebben er dus moeite mee om de klanken van elkaar te onderscheiden. De volgende stap is dat je de klanken gaat koppelen aan een letter, dus de klanken van losse letters. In groep 3 begin je daarmee: je leert welke klank bij welke letter hoort (bijv. ‘Dit is de letter ‘L’ en die klinkt zo…’).

Die letter-klank-koppeling zit weer in een ander gebiedje van die temporaal kwab. Dat gebiedje koppelt als het ware de auditieve (klank, die je hoort) en visuele informatie (letter, die je ziet) aan elkaar. Dat ‘koppelproces’ duurt eigenlijk jaren. Van groep 3 naar groep 8 maken kinderen daarin een stijgende lijn door. Die integratie duurt dus echt jaren en kan alleen optreden met onderwijs. Pas daarna wordt het een automatisch proces. Op het moment dat het automatisch is, kun je het zien van een letter niet meer als niet-letter zien. Op latere leeftijd gebeurt dat zelfs met hele woorden. Maar daar heb je dus wel training voor nodig. Een beginnende lezer kan dat nog niet met hele woorden. Daarom begin je op school eerst met het leren van de letters met bijbehorende klanken.’

 

Hoe ‘ontstaat’ dyslexie? 
loesje_dyslexie‘Je wordt met dyslexie geboren; het ontstaat dus eigenlijk niet echt. Het is ook erfelijk, wat betekent dat het vaker binnen families voorkomt.

Bij dyslexie zijn twee vaardigheden of processen verstoord: aan de ene kant is dat de klankverwerking (fonologische verwerking), aan de andere kant is dat de letter-klankkoppeling.

In groep 3 leren kinderen om te ‘decoderen’ oftewel om te ‘hakken & plakken’.
Bijvoorbeeld: ze leren dat het woord ‘kip’ uit 3 klanken bestaat: k – i – p.

In de hersenen gaat dat dan nog niet automatisch. De kinderen zullen er energie in moeten steken om dat goed te leren. Ze hebben op dat moment ook nog minder bronnen om het woordbeeld in hun geheugen op te slaan.

Als je het hele proces van het lezen en spellen hebt doorlopen, dan is het eindstation dat je een heel woord ziet en herkent. Je herkent het omdat het opgeslagen is in het ‘mentaal lexicon’. Hoe meer je daarin opgeslagen hebt, hoe automatischer het lezen en spellen gaat. Dat automatisme kun je trouwens ook krijgen als je dyslexie hebt. Maar omdat de basis van het aanleren lastiger is, duurt het langer om bij dat eindstation te komen.’

 

Hoe kunnen ouders dyslexie bij hun kind herkennen? 
jongen_in_klas_juffrouw_geen_zin‘Je kunt dyslexie eigenlijk pas echt herkennen vanaf dat je kind een tijdje in groep 3 zit, dus als je kind echt onderwijs krijgt op het gebied van lezen en schrijven. Bij kleuters zie je ook al wel eens dat ze moeite hebben met klankverwerking. Ze hebben dan bijv. moeite met het leren / benoemen van de kleuren, met links en rechts, ze hebben moeite met rijmen, ze vinden het lastig om de namen van klasgenootjes te onthouden of ze vinden het moeilijk om nieuwe liedjes te leren. Dat zijn allemaal dingen waarbij ze iets moeten doen op het gebied van klankverwerking. Een deel van de kinderen, dat hier moeite mee heeft, kan later moeite krijgen met lezen en schrijven. Dat hoeft echter niet perse. Het zijn dus geen harde criteria, eerder een aanwijzing om het goed in de gaten te houden. Andersom geldt dat ook: als je kind hier als kleuter geen moeite mee heeft, dan wil dat niet zeggen dat hij geen dyslexie kan hebben. Het kan op dyslexie wijzen, maar dat is niet één op één.

In groep 3 kijk je of leerlingen moeite hebben met het leren van letters, met het hakken en plakken, met het op tempo lezen van woorden en of leerlingen fonetisch blijven schrijven (= letterlijk schrijven van wat je hoort).

Het mag dus duidelijk zijn dat je lezen en spellen echt moet leren. Wil je dyslexie kunnen aantonen, dan moet je dus onderwijs hebben gehad. Als school merkt dat een kind moeite heeft met lezen en spellen, dan moet het ook extra onderwijs en aandacht op dat gebied aanbieden. Halverwege groep 3 kom je er misschien achter dat een leerling zich wat trager ontwikkelt op het gebied van taal en spelling. Dan is het belangrijk om uit te filteren waar dat door komt; een probleem op het gebied van lezen en spelling hoeft nl. niet altijd op dyslexie te wijzen. Basisscholen hebben daar een protocol voor.
Als school bijvoorbeeld op basis van de citoscores (bij score D of E) merkt dat het lezen van een leerling achterblijft, dan wordt er extra aandacht aan die leerling gegeven; bijv. door de leerling in een apart groepje te zetten en/of extra aandacht te geven op het gebied van lezen en/of spelling. Als de leerling dat een half jaar of heel jaar heeft gehad en dat blijkt onvoldoende effect te hebben gehad, dan kun je pas echt gaan onderzoeken of dyslexie een mogelijke oorzaak is.

Het is belangrijk om na te gaan wat precies de oorzaak is van de problemen die een leerling heeft op het gebied van lezen en spellen. Juist om te weten of het dyslexie kan zijn of niet. Een leerling kan bijvoorbeeld ook een algemeen leerprobleem hebben of er speelt iets anders dat hem belemmert in zijn leerproces. Denk bijvoorbeeld aan een trauma in de familie (bv. echtscheiding en daardoor verlies van motivatie om te leren of goed mee te doen op school). Dan kan een kind dus wel moeite met lezen en/of spelling hebben, maar niet door een onderliggende dyslexie. Vandaar dat het enerzijds zo belangrijk is om goed te onderzoeken wat precies de reden is dat een kind moeite heeft met lezen en/of spelling. Anderzijds is het daarom goed om een breder leerprofiel mee te nemen en om te beoordelen of de één-op-één-hulp in de klas goed genoeg heeft gewerkt. Uiteraard kunnen de lees- en spelmoeilijkheden ook nog andere oorzaken hebben of samenhangen met andere stoornissen.’
Daarover bij een volgende vraag meer.

 


Heb je het idee dat kinderen hun dyslexie kunnen verdoezelen, waardoor het voor ouders of leerkrachten lastig wordt om het te herkennen? 
meisje_juffrouw_samen_lezen‘Eerlijkgezegd lijkt het me voor een kind bijna niet te doen om dyslexie te verdoezelen. Ze kunnen wel verschillende strategieën laten zien om met hun lezen of spelling om te gaan. Ze trappen bijvoorbeeld op de rem en gaan heel langzaam lezen. Of ze gaan juist heel snel lezen en raden dan wat er staat. Kinderen met dyslexie hebben moeite met het technische leesproces; dat betekent in dit geval dat het ten koste gaat van de snelheid of van de nauwkeurigheid van het lezen.

Bij kinderen met veel compensatiemogelijkheden zien we wel eens dat ze met tekst lezen een hoger niveau behalen dan met woordlezen. Ze hebben dan steun aan de semantiek van de tekst; de inhoud en betekenis van de tekst helpt hen om de woorden in tekstverband te lezen.

Bij hoog-functionerende volwassenen zien we wel eens dat ze vooral vastlopen bij het lezen van onzinwoorden. Zij hebben door de jaren heen al zoveel woorden geleerd en opgeslagen (in hun mentaal lexicon), dat ze al veel woorden en teksten gewoon goed kunnen lezen.

Bij de beoordeling of een kind dyslexie heeft, weegt het lezen trouwens zwaarder dan spelling of schrijven. Lezen is namelijk een ‘puurdere’ maat van dyslexie vanwege het automatische proces. Daarom geeft het lezen meer de doorslag bij de beoordeling van dyslexie. Bij spelling is altijd gerichte aandacht nodig en kunnen dus ook weer andere dingen spelen, waarom kinderen er moeite mee hebben (denk aan motivatie en taakgerichtheid).’

 

Vanaf welke leeftijd kun je dyslexie laten onderzoeken? 
jongen_vrouw_huiswerk_maken‘Vanaf de leeftijd van ongeveer 8 jaar, dus pas bij kinderen in groep 4, kun je dyslexie betrouwbaar onderzoeken. Dus nog niet echt vanaf groep 3. Je moet kinderen namelijk de kans geven om het lees- en spelproces op gang te laten komen.

Merk je dat het kind al last heeft op dit gebied vanaf de kleuterklas (zie hierboven), dan zou je een leerling van groep 3 eventueel wel al kunnen laten onderzoeken. Maar dat zijn eerlijkgezegd wel de uitzonderingen.’

 

Waarom is het belangrijk om het op jonge leeftijd te laten onderzoeken?
meisje_vrouw_schrijven‘Als je van groep 3 naar groep 8 kijkt, dan worden de normen steeds strenger. Als jij je op een trager tempo ontwikkelt vergeleken met je groepsgenoten, zal het verschil daarom steeds groter worden. Dan ga je dus steeds meer achterlopen ten opzichte van de andere kinderen.

In de hogere groepen wordt ook steeds meer gebruik gemaakt van taal. Zo heb je in groep 4 nog wel het ‘kale’ rekenen, maar vanaf groep 5 komen ook steeds vaker verhaaltjessommen aan bod. Dan is het ook bij vakken als rekenen belangrijk om goed te kunnen lezen. En bij de hogere groepen komt alleen nog maar meer (talige) informatie op de leerling af. Ze hebben dan een bepaald functioneel leesniveau nodig om alles op een goede manier te kunnen verwerken en te begrijpen. Dat is niet alleen nodig bij vakken als begrijpend lezen en redactiesommen, maar ook bij vakken als geschiedenis of aardrijkskunde.
Het is misschien goed om in dit kader te weten dat het onderdeel ‘begrijpend lezen’ één van de onderdelen is, waarop bepaald wordt welk niveau van voortgezet onderwijs je aankunt. Als jij het technisch leesniveau hebt van iemand van groep 3 en je moet lezen op het niveau van eind groep 7, dan is het lastiger om de inhoud van tekst er op een goede manier uit te pikken, zeker als je al zo worstelt met de tekst die je leest. (Als de tekst je voorgelezen wordt, kan het natuurlijk weer anders zijn.)

Om op een goede manier te kunnen laten zien, wat er aan vaardigheden en kennis in je zit, is het dus belangrijk dat het gat tussen je leesniveau en je vaardigheden niet te groot is. Als dat wel het geval is, dan wordt het een stuk lastiger om te laten zien wat je kunt.’

 

Kun je van dyslexie genezen? 
meisje_leest_boek_MLP‘Helaas kun je niet van dyslexie genezen. Je zult altijd meer moeite met lezen en spellen blijven hebben dan anderen zonder dyslexie.

Ondanks dat gegeven kun je het gebiedje in de hersenen wel trainen, waardoor het lezen en spellen beter gaat. Dyslexie is dus niet te genezen, maar je kunt je lees- en spelvaardigheden wel verbeteren. En dat is goed nieuws.

Het is goed om te accepteren dat het lezen en spellen moeilijk voor je is en zal blijven. Je ziet dat sommige kinderen heel opgelucht zijn met diagnose (‘gelukkig, ik kan er niks aan doen’); er valt een last van hun schouders. Andere kinderen voelen zich er juist vervelend door; ze krijgen het gevoel dat ze anders zijn dan anderen, dat ze niet normaal zijn of dat ze niet meer degene zijn die ze waren. Kinderen, die moeite hebben om te accepteren dat ze dyslexie hebben, kunnen baat hebben bij ‘psycho-educatie’. Bij het RID geven we hen o.a. een boekje mee dat ze samen met hun ouders kunnen lezen: ze gaan dan samen vragen beantwoorden, thema’s bespreken en ze kunnen wat meer gerustgesteld worden. De inhoud van dit boekje komt dan ook in de behandeling aan bod. Ook is het goed om te weten dat heel beroemde of intelligente mensen dyslexie hadden (denk maar eens aan Einstein). Door dyslexie zo positief mogelijk te benaderen, proberen we kinderen er een andere mind-set over te geven.

Nadat je een dyslexiebehandeling hebt gehad, kan de dyslexie toch weer de kop op steken, bijvoorbeeld als je een nieuwe taal gaat leren. Daar hebben leerlingen met dyslexie doorgaans meer moeite mee. Het blijft een zwakkere plek.’

 


EXTRA
Drs. Kim Huiskamp raadt de volgende boeken aan om (evt. samen met je kind) over dyslexie te lezen.

Informatieve boeken voor ouders:
boeken_MPL_dyslexie‘Kinderen met dyslexie, een gids voor ouders’ – T. Braams
‘Houvast bij leesproblemen en dyslexie op de basisschool, leidraad voor ouders’ – A. Paternotte en J. Buitelaar
‘Mijn kind & Dyslexie’ – R. Krijnen
‘Mijn kind heeft dyslexie’ – M. Ceyssens

Informatieve boeken voor kinderen: 
‘Dyslexie’ – Z. van Mersbergen (Informatiereeks 3, nummer 54)
‘Een 2 voor dictee. Een verhaal over dyslexie’ – J. Breeman
‘Letters op de snelweg. Boekje over dyslexie’ – K. Terlouw
‘Ik heb dyslexie, nou en!’ – L. de Groot

Leesboeken geschikt voor dyslectische kinderen:
http://www.makkelijklezenplein.nl (informatie over leesboeken voor dyslectici)
http://www.zwijsen.nl (serie Zoeklicht)
http://www.inktvis.nl (serie Kokkel-reeks)

Leesboeken over dyslexie voor kinderen: 
‘Ik ben niet bom!’- M. van de Coolwijk
‘Schatkasten’ – H. van der Werff
‘Pudding Tarzan’ – O.L. Kirkegaard
‘De smoezenkampioen’– C. Slee
‘Heksie. Hoe vang je een heks? – M. Snoeij


 

Waar wordt dyslexie wel eens mee verward? 
meisje_dromend_aan_tafel‘Als kinderen zich bij ons aanmelden om te onderzoeken of er sprake is van dyslexie, dan wordt er niet alleen gekeken naar hoe het met lezen en spelling gaat, maar we kijken ook naar andere schoolvakken. Kinderen kunnen namelijk in het algemeen moeite hebben om nieuwe vaardigheden aan te leren of ze kunnen een algemeen leerprobleem hebben. Dan heb je een heel andere benadering nodig om het kind verder te helpen.

Soms kunnen kinderen een taalontwikkelingsstoornis (TOS) hebben. Ze hebben dan moeite met taal in het algemeen; niet alleen moeite met lezen en schrijven, maar ook moeite met taalbegrip, met de taalproductie (uitspraak) en/of ze hebben een lage woordenschat. Bij kinderen met TOS is er dus meer aan de hand; ze hebben een breder taalprobleem.

Verder is het goed om aandacht te hebben voor andere stoornissen, zoals AD(H)D. Een kind dat bijvoorbeeld moeite heeft om de aandacht ergens bij te houden, kan daardoor in de klas informatie of instructie mislopen. Ook kan een kind met een aandachtsprobleem het ene vak wel leuk vinden en het andere niet; dan heeft het bijvoorbeeld minder aandacht voor taal en dus minder oefening om het goed te ontwikkelen. Dat wil echter nog niet zeggen dat er sprake is van dyslexie.

Sommige kinderen lopen een ‘didactische achterstand’ op: ze liggen achter op de groep, maar dat kan komen omdat ze minder effectief onderwijs hebben genoten dan andere kinderen. Ook dat hoeft dus niet door een mogelijk onderliggende dyslexie te komen.

Hier blijkt in ieder geval uit hoe complex het geheel kan zijn. Dyslexie kan ook nog eens samen voorkomen bij één van deze stoornissen (comorbiditeit), maar dat hoeft natuurlijk niet. Het is ook mogelijk dat de lees- en spelproblemen, die je opmerkt, door een ander onderliggend probleem veroorzaakt worden dan door dyslexie.’

 

Welke mythes, onjuistheden of vooroordelen bestaan er over dyslexie? 
meisje_leest_in_boek‘Er bestaan wel een aantal mythes of vooroordelen over dyslexie:

(1) Dyslexie ontstaat door een zuurstoftekort bij de geboorte of door slecht samenwerkende hersenhelften.
Vroeger werd wel gedacht dat dyslexie kwam door een zuurstoftekort bij de geboorte, maar we weten inmiddels dat dat niet zo is. Er werd ook wel gedacht dat de twee hersenhelften niet goed samenwerkten. Dan moesten de kinderen evenwichtsoefeningen doen, waardoor de helften wel beter gingen samenwerken. Beide ideeën zijn inmiddels ontkracht door wetenschappelijk onderzoek en niet waar gebleken.

(2) Kinderen met dyslexie kunnen niet goed zien of horen.  
Als je kijkt naar de gebieden in de hersenen die bij klankverwerking betrokken zijn, dan zitten die min of meer tussen de auditieve en visuele cortex in. De informatie die in de auditieve cortex terechtkomt (klank), wordt gecombineerd met de informatie die in de visuele cortex terecht komt (letter). Bij kinderen met dyslexie gaat die verwerking ervan moeizamer. Een kind met dyslexie kan dus zowel goed horen als zien, alleen het verwerken van de combinatie klank en letter gaat moeizamer. Je kunt dyslexie dus niet oplossen door een bril of een hoorapparaat te dragen.

(3) ‘Mijn kind heeft niet zo’n zin in lezen en spelling en moet gewoon wat beter zijn best doen.’ 
Ouders kunnen soms de overtuiging hebben dat hun kind niet gemotiveerd is en gewoon wat beter zijn best zou moeten doen. Maar ik leg dan altijd uit dat kinderen niet ongemotiveerd worden geboren; het kind beslist niet bewust of actief dat het geen zin heeft om te leren. Als een kind geen zin heeft om te lezen, om huiswerk te maken of om iets te doen voor school, dan komt dat door een bepaalde wisselwerking met iets anders. Dingen die je lastig vindt of waar je moeite mee hebt, vind je gewoon niet zo leuk om te doen. De berg wordt dan te hoog. Gelukkig kun je de berg lager maken, zodat het te behalen doel niet meer onbereikbaar lijkt. Het kind krijgt dan het gevoel dat hij het misschien toch kan.

We zien ook wel eens kinderen, die voordat ze bij ons komen, al een heel traject hebben afgelegd. Ze zijn dan al op zoveel plekken geweest en hebben al zoveel onderzoeken gehad, dat ze al bijna geen zin meer hebben om nóg een onderzoek of behandeling te ondergaan. Deze kinderen zou je ‘behandelmoe’ kunnen noemen. Dat wil echter niet zeggen dat ze niet geholpen kunnen worden; ook bij deze kinderen kan dyslexie vastgesteld worden en ook zij kunnen nog steeds geholpen worden.

(4) ‘Laat maar, er is toch niks aan te doen.’ 
Sommige ouders denken: ‘het is dyslexie, er is niks aan te doen’. Dat is echter niet het geval. Ook kinderen met dyslexie kun je met de juiste begeleiding beter laten lezen en spellen. Het is daarbij vooral belangrijk om voor ogen te houden wat je kind wel nog kan ontwikkelen en wat er nog wel mogelijk is. Ga na welk doel je kunt stellen. Daarbij is belangrijk om juist de inspanning, die je kind doet, te belonen (growth mindset) en niet het resultaat (fixed mindset).’

 

Wat kunnen ouders doen als ze het vermoeden hebben, dat hun kind dyslexie heeft? 
voorlezen_vader_dochter_lachend‘Als ouders vermoeden dat hun kind moeite heeft met lezen of spellen of zich er zorgen over maken, dan is het belangrijk om dat aan te kaarten bij de leerkracht. Het is goed om het zelf ook in de gaten te houden. Bespreek het, zodat de leerkracht er aandacht voor heeft.

School heeft dan – indien nodig – mogelijkheden om extra hulp aan leerlingen te bieden. Citotoetsen helpen bij het signaleren ervan. Daarna kan een leerling doorverwezen worden voor extra zorg; dat zou evt. naar het RID kunnen. Daar wordt onderzocht of er wel / geen sprake is van dyslexie en indien dat inderdaad het geval is, kan de dyslexiebehandeling plaatsvinden.

Over het algemeen is het belangrijk dat ouders met een kind met dyslexie een omgeving creëren, waarin lezen een plek heeft. Creëer een omgeving waarin regelmatig gelezen wordt en waarin dat ook beloond wordt. Denk dan in termen van ‘quality time’: lekker samen op de bank zitten en een boekje (voor)lezen. Maak (voor)lezen dus een normaal onderdeel van je eigen levenssituatie.

Uiteraard kan het voor ouders nog best lastig zijn om het lezen voor hun kind weer leuk te maken. Ga dan op zoek naar de intrinsieke motivatie van je kind. Dat kun je doen door vooral boeken uit te zoeken die je kind zelf heel leuk, interessant of boeiend vindt. Laat de boeken aansluiten op de belevingswereld en interesses van je kind. Als je kind bijvoorbeeld fan is van dinosaurussen, dan lees je daar samen boeken over. Bij drukke gezinnen kan zo’n één-op één-momentje, waarin je aan je kind (voor)leest, zelfs een uitkomst zijn. Door het samen te doen, wordt het lezen alleen maar leuker. Hiermee kun je de leesmotivatie en het leesplezier van je kind absoluut stimuleren.

Geef het dus niet op en ga vooral door met lezen. Lezen onder dwang, bijv. tot huilens toe, is natuurlijk het andere uiterste. Dat laatste vergroot alleen maar de weerstand bij je kind. In de plaats daarvan is het beter om je kind zelf zijn boeken uit te laten kiezen. Ga samen naar de bibliotheek en maak er daarna samen een gezellig leesmoment van.
Goed om nog te weten is ook dat het geen probleem is om kinderen naar luisterboeken te laten luisteren of om software te gebruiken om boeken te laten voorlezen. Het is dan wel belangrijk dat kinderen het boek erbij houden en zelf meelezen. In de bibliotheek heb je ook een Makkelijk Lezen Plein, waar je boeken kunt vinden voor kinderen die wat meer moeite hebben met lezen.

 


Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend.
 Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?
Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Lees verder over gerelateerde thema’s:
Wist jij dit al over opvoeding en ouderschap…? Uitgebreide interviews met toonaangevende experts.’ 
– ‘11 tips om samen (voor)lezen nóg leuker te maken.
– ”Nog een keer lezen, nog een keer’- 5 eenvoudige tips om samen (voor)lezen met je kind nóg leuker te maken.
– ‘Waarom worden kinderen en tieners toch zo boos?‘. 
‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl. 

Wist jij dit al over opvoeding en ouderschap…? Uitgebreide interviews met toonaangevende experts.

Er wordt al jarenlang veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar opvoeding, ouderschap en kinderen. Het is natuurlijk ontzettend belangrijk dat dat gedaan wordt, want ondanks dat we al veel over deze thema’s weten, is er ook nog veel dat we niet weten.

Ik vind het persoonlijk erg belangrijk om in mijn werk als opvoedcoach & psycholoog uit te gaan van informatie, die gebaseerd is op wetenschappelijk onderzoek. Daardoor weet ik dat de adviezen, die ik ouders geef, goed werken als ze naar behoren worden uitgevoerd.

Daarnaast zie ik helaas nog te veel adviezen, die misschien wel goed aanvoelen (zg. ‘opvoedmythes’), maar waarvan niet aangetoond is dat ze daadwerkelijk werken op de manier zoals ouders graag zagen dat ze werken. Je wil heel graag voorkomen dat dergelijke adviezen averechts uitpakken, waardoor je als ouder nog verder van huis bent…

Ik zag dan ook graag dat de informatie uit wetenschappelijk onderzoek zo veel als mogelijk bij de ouders zelf terechtkwam. Hier draag ik dan ook graag mijn steentje aan bij. Dat doe ik o.a. aan de hand van het interviewen van onderzoekers en experts; dat zijn allemaal professionals met een universitaire achtergrond. In de interviews vraag ik de professionals niet alleen naar uitgebreide achtergrondinformatie, maar ook naar praktische tips, die je als ouder thuis meteen kunt toepassen. In 2019 ben ik gestart met het interviewen van onderzoekers en experts.

Om je er een mooi overzicht van te geven, heb ik nu alle interviews voor je in deze blogpost verzameld. Zo zie je in één oogopslag welk artikel voor jou het meest relevant is. Zodra ik weer een nieuw interview heb gehouden, zal ik deze post uiteraard updaten. ⇒ Dus scroll snel naar beneden om het artikel met dat thema uit te zoeken, waar jij graag meer over wilt weten.

Ik wens je veel leesplezier en natuurlijk veel mooie inzichten!

Met vriendelijke groet,
dr. Joyce Akse

P.s.: Ondersteun jij ook het idee om zo veel mogelijke wetenschappelijke kennis en inzichten over opvoeding & ouderschap bij ouders ‘thuis’ te krijgen?
⇒ Deel dan dit artikel, zodat ook de ouders en opvoeders uit jouw vriendenkring deze informatie kunnen lezen én er thuis mee aan de slag kunnen gaan. Alvast ontzettend bedankt hiervoor! 


.

meisje_leest_in_boek(9) NIEUWHeeft mijn kind dyslexie of niet? Wat je er als ouder of leerkracht over moet weten‘ (1-8-2020)
Interview met drs. Kim Huiskamp; Regionaal Instituut Dyslexie.

(8) ‘Overgewicht bij kinderen: Wat is het precies en wat kun je er aan doen?‘ (1-7-2020)
Interview met dr. Jessica Gubbels; Universiteit Maastricht.

vader_praat_met_zoon(7) ‘Heeft mijn kind autisme of niet? Wat je er als ouder of leerkracht over moet weten.‘ (1-10-2019)
Interview met drs. Stephanie Voncken – Spierts; MosaLira.

(6)Wat je echt moet weten over het huilen, troosten en slapen van baby’s.‘ (1-9-2019) 
Interview met dr. Roos Rodenburg; Universiteit van Amsterdam.

(5)Samen opvoeden na scheiding: Hoe doe je dat?‘ (1-8-2019) 
Interview met dr. Inge van der Valk; Universiteit Utrecht.

(4)Als je de balans kwijt raakt. | Hoe houd je alle ballen in de lucht zonder stress?‘ (1-7-2019) 
Interview met drs. Agathe Hania-Akse; Expeditie Werkplezier.

moeder_dochter_lachend_bij_elkaar(3) ‘Mijn kind eet zo slecht. Moet ik me zorgen maken?‘ (1-6-2019) 
Interview met drs. Eline de Haan; SeysCentra.

(2) ‘Wat vertel je je kind als het een dierbare verliest?‘ (1-5-2019)
Interview met dr. Mariken Spuij; Universiteit Utrecht

(1) ‘Ruzie tussen broers en zussen: Zo los je het op!‘ (1-4-2019)
Interview met dr. Kirsten Buist; Universiteit Utrecht

 


Ken jij een onderzoeker of professional, expert op een gebied binnen opvoeding & ouderschap, die ik echt zou moeten interviewen?
Laat me dat dan weten. Je kunt via deze link contact met me opnemen


 

 

joyce_rosegrijs_staand_cOpvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie (Facebook).


Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

logo_akse_coaching_klein_nieuw
Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

 

 

Wat je echt moet weten over het huilen, troosten en slapen van baby’s. [Interview met onderzoeker dr. Roos Rodenburg.]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze experts interviewt over hun eigen onderzoek of werkveld. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, opvoeding en/of de ontwikkeling van kinderen (0-16 jaar). 

 

baby_ouders_pasgeboren_thuisAls kersverse ouder wil je natuurlijk niets liever dan heerlijk genieten van je baby. Je hebt 9 maanden toegeleefd naar de komst van je kleintje en je keek er naar uit om lekker samen te knuffelen en te tutten, om samen te wandelen, om liedjes voor je baby te zingen, noem maar op. Natuurlijk weet je ook wel dat je baby eens af en toe gaat huilen en dat je hem dan kunt troosten.

Nu merk je alleen dat je baby best vaak huilt. Je hebt gehoord dat dat kan komen door darmkrampjes of door te veel prikkels, maar is dat wel zo…? En je ervaart nu ook dat je baby niet alleen overdag huilt, maar ook ’s nachts; en dat niet 1x, maar een paar keer. Natuurlijk ben je ontzettend blij met je baby, maar je had niet verwacht dat die eerste periode zo vermoeiend zou zijn…

Hoe komt het eigenlijk dat je baby zo huilt? Is dat erg voor je baby? Kun je er als ouder wat aan doen of moet je het huilen maar accepteren en wachten tot het over gaat? En is het eigenlijk mogelijk om je baby (en jezelf) beter te laten slapen?

Deze en andere vragen stelde ik aan dr. Roos Rodenburg. Zij is orthopedagoog en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en Expertisecentrum voor epilepsie en slaapgeneeskunde Sein. Zij bestudeerd o.a. de Happy Baby-methode, die beoogt baby’s, die veel huilen, babyvriendelijk en effectief te troosten en beter te laten slapen.


(1) Je bent (o.a.) expert op het gebied van het huilen en slapen bij baby’s. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan?
ouderschap_mama_baby_huilend.jpg‘Als orthopedagoog en onderzoeker was ik altijd al geïnteresseerd in kinderen, ouders en het gezin. Daarnaast ben ik zelf moeder van 3 kinderen. Toen mijn 2e baby werd geboren, begon ze een aantal weken na de geboorte heel veel te huilen. Ik wilde er natuurlijk voor haar zijn, ik wilde haar helpen en troosten, maar dat lukte me niet goed. En dat terwijl ik daar bij onze oudste nooit moeite mee had gehad. Ik werd er heel moe van en kreeg sombere gevoelens. Ik begon zelfs aan mezelf als moeder te twijfelen. Ik deed het toch niet anders dan bij m’n oudste; waarom lukte het me nu niet om haar te troosten? Wat deed ik fout?

Deze gevoelens en twijfels zorgden ervoor dat ik van alles ging uitproberen. Misschien had ze last van krampjes, dus gaf ik haar druppeltjes. Misschien zat er iets vast in haar nekje, dus ging ik met haar naar de kinderfysiotherapeut. Kortom, ik probeerde van alles, maar het loste het huilen niet op.

karp_harvey_holding_babyOp een gegeven moment was ik alleen thuis met m’n dochtertje, toen m’n oog op de krant viel. Daar stond een titel als ‘Zij krijgt alle baby’s stil’. Mijn aandacht was natuurlijk direct getrokken. Het was een interview met Carole Lasham, kinderarts in het Tergooi Ziekenhuis. Zij was naar een congres geweest in Amerika, waar ze Harvey Karp, kinderarts en ontwikkelaar van de Happiest Baby methode, voor zag doen op welke manier hij nagenoeg alle huilende baby’s rustig kreeg. Lasham was er helemaal van onder de indruk. Ze ging de methode toepassen in haar werk als kinderarts en merkte ook daar dat de methode bijzonder effectief was. Ze realiseerde zich dat je dus niet lijdzaam hoeft toe te zien dat jouw gezonde baby veel huilt en dat er dus een manier is om ouders met een praktische methode te leren hoe je je baby kunt troosten.

In het krantenartikel stonden ook de 5 stappen waarmee Karp aangaf dat je de baarmoeder nabootste en de baby rustig werd. Ik voerde op dat moment meteen die 5 stappen uit en mijn dochtertje werd stil. Ik was erg onder de indruk!

De Happiest Baby Methode: de 5 S-en van kinderarts Harvey Karp
1. Swaddling: Baker je baby in.
2. Side or Stomach position: Leg je baby op zijn zij / buik op jouw arm of schoot*.
3. Sush: Sus je baby door het geluid ‘shshshsh’ te maken bij het oortje van je baby.
4. Swing: Wiebel of wieg het hoofdje van je baby heel zachtjes heen en weer.**
5. Suck: Laat je baby op een speen of op je pink zuigen.
* Doe dit alleen als je baby wakker is. Als je baby slaapt, leg je hem op de rug.
** Doe dit voorzichtig en met gevoel. Ondersteun altijd het hoofdje en het nekje.
KLIK HIER aan de hand van een video met kinderarts Karp om te zien hoe het werkt.


Als moeder vond ik het natuurlijk heerlijk dat deze methode zo goed werkte.
Het gaf me weer een beter gevoel over mezelf en ik kreeg meer zelfvertrouwen, omdat ik nu in staat was om mijn dochtertje te kalmeren. Ik kon haar niet alleen beter en sneller troosten, maar ze ging ook nog eens beter slapen.
Ik ben me verder gaan verdiepen in de Happiest Baby-aanpak en ben Happiest Baby Educator geworden. Daarna organiseerde ik ook start ups voor professionals.

De onderzoeker in mij werd natuurlijk ook getriggerd; ik wilde graag weten hoe dit kon en hoe het precies werkte. Door m’n eigen ervaringen verwachtte ik dat het zou werken, maar als onderzoeker moest ik een open mind houden. Verder was er in Nederland nog maar weinig over deze aanpak bekend, terwijl deze in Amerika door miljoenen ouders wordt omarmd. Ik wilde graag betekenisvol kunnen zijn voor ouders en professionals in Nederland en startte daarom deze onderzoekslijn.

Op basis van ons onderzoek (met Eline Möller) in het BabyLab (Universiteit van Amsterdam) weet ik nu dat deze aanpak effectief is bij Nederlandse baby’s en ouders. Bij kleinschalig onderzoek behaalden we al veelbelovende resultaten: we volgden 24 baby’s, waarin ouders 3 weken lang dagelijks de Happiest Baby-methode toepasten en een dagboekje bijhielden. We zagen dat het huilen van de baby significant afnam en dat de slaap van baby én ouders significant toenam.
Dit onderzoek werd gedaan m.b.v. een single subject design, waarbij je het veranderproces binnen personen over tijd bestudeerd.

baby_moeder_troost_knuffelt.jpgNog kort even terug naar de periode, waarin ik mijn dochter moeilijk kon troosten: ik merkte dat de boodschap voor ouders vaak was dat het huilen na een tijdje wel minder zou worden en dat je niet veel anders kon doen dan dat te accepteren en af te wachten. De geijkte tips* worden natuurlijk wel gegeven, maar ook als je die toepast kan je baby nog veel huilen. Ouders weten gewoon niet wat ze nog meer kunnen doen.
*: Zorg voor regelmaat en structuur, knuffel je baby, geef je baby jouw nabijheid, voed je baby op tijd ed.

Daarbij komt nog eens dat ouders vaak het gevoel blijven houden dat er toch iets met hun baby aan de hand is en gaan op zoek naar allerlei mogelijke verklaringen en oplossingen. Ze bezoeken bijv. een osteopaat (terwijl we weten dat sommige baby’s na een dergelijke behandeling in ademnood kwamen; er is zelfs een baby aan een dergelijke behandeling overleden), een magnetiseur of doen aan bloesemtherapie. Van deze therapieën weten we dat ze niet werken (of zelfs schadelijk effecten kunnen hebben).

Vaak hebben ouders wel het idee of het gevoel dat een dergelijke therapie werkt, maar dat kan ook heel goed een placebo-effect zijn: alleen al omdat ouders in een bepaalde therapie geloven of omdat ze hun verhaal kunnen doen, er naar hen geluisterd wordt en hun probleem onderkend wordt, zien ze een positief effect bij hun baby. Dat zijn natuurlijk allemaal waardevolle aspecten, maar die maken de therapie an sich nog niet effectief. Door deze therapie toch te volgen gaan ouders vaak al anders (positiever, hoopvoller) naar hun probleem kijken, reageren daardoor anders op hun baby, waardoor hun baby weer anders op hun reageert etc. Dat maakt dat ouders dan wel een positieve ervaring hebben.

Op basis van Amerikaans onderzoek, ons eigen onderzoek en de ervaringen in de praktijk weten we dat veel ouders zich geholpen voelen met de Happiest Baby-methode. Deze methode kunnen ouders op een liefdevolle manier thuis toepassen en zorgt er daadwerkelijk voor dat hun baby significant minder huilt, beter slaapt en waardoor ook de ouders meer nachtrust krijgen.

 


roos_rodenburg.jpgRoos Rodenburg studeerde orthopedagogiek aan de UvA. Ze promoveerde in 2006 op de relatie tussen gezinsfactoren en psychopathologie bij kinderen met epilepsie. Sinds 2011 werkt zij als universitair docent bij de UvA en werkt zij als hoofdonderzoeker bij SEIN, expertisecentrum voor epilepsie en slaapgeneeskunde. Zij onderzoekt de impact van epilepsie op het gezin, enerzijds op kinderen en hun gezinnen onderzoekt, anderzijds ook op moeders met epilepsie en hun kinderen.
Haar onderzoek richt ze eveneens op huil- en slaapproblemen bij jonge kinderen waarbij ze samenwerkt met dr. Eline Moller. Momenteel doen zij beiden onderzoek naar de effectiviteit van The Happiest Baby methode en gebruik van een slim bedje dat reageert op het huilen van de baby.
Daarnaast is ze betrokken bij een onderzoek van Yield van de UvA naar de vroege determinanten van zelfregulatie bij baby’s. Roos verricht voornamelijk onderzoek met behulp van single case experimentele onderzoeks-designs (SCED). SCED helpt haar om de kloof tussen wetenschap en de klinische praktijk te dichten. Patiënten hebben daar direct profijt van. Haar studenten leidt ze graag in deze traditie op.

Lees ook dit artikel van Roos Rodenburg en haar collega’s: ‘Infant crying and the calming response‘.

(Foto van Roos Rodenburg is gemaakt door Marina Haringsma.)


 


(2) Waarom huilen baby’s eigenlijk? En is het een probleem dat baby’s huilen? Wat doet het eigenlijk met de baby zelf als het aan het huilen is?
baby_huilt_in_bedje2Uiteraard wil iedereen graag weten waarom baby’s huilen en is iedereen op zoek naar de oorzaak. Alleen denk ik dat we die waarschijnlijk moeilijk of niet zullen vinden, omdat iedere baby anders is. Afhankelijk van de baby kun je wel zeggen dat je beter de ene strategie kunt toepassen of juist de andere.

Daarbij komt dat het eigenlijk geen probleem is dat een baby huilt. Dat is zijn manier van communiceren; daarmee geeft de baby aan dat er iets aan de hand is. Het probleem ontstaat vaak pas als het je als ouder niet lukt om de baby te troosten. Daarbij komt ook dat de ene ouder het huilen van de baby beter kan verdragen dan een andere ouder. Uiteraard moet je de zorgen en vragen van ouders erover wel altijd serieus nemen. Daardoor kun je de ouder helpen binnen zijn/haar eigen behoefte.

We willen graag nog veel meer te weten komen over wat er precies bij baby’s gebeurt als ze huilen. We zien dat als baby’s huilen ze vaak weer weer in de foetale houding kruipen. De hartslag neemt toe bij baby’s, die onrustig zijn en huilen, zelfs al voordat ze beginnen met huilen. Onderzoekers zien huilen als een indicatie van verhoogde stress bij de baby. Als baby’s beter in staat zijn zichzelf te reguleren, ong. rond 4 maanden en baby’s huilen dan nog veel, dan kan dat een mogelijke indicatie zijn voor latere emotionele en gedragsproblemen.

Op het moment dat de baby huilt, gebeurt er ook van alles bij de ouder:
baby_huilt_moeder_hoofd_tegen_babyHet huilen van de baby grijpt aan op het hele zenuwstelsel van de ouder(s): ze krijgen zweet in hun handen, hun hartslag gaat omhoog en hun motorcortex komt in actie. Vooral dat laatste is een indicatie dat ze iets willen gaan doen, ze willen actie ondernemen. En daar komt dan ook vooral het gevoel van onbehagen bij de ouders vandaan op het moment dat de baby huilt: ze willen fysiek wat gaan doen, ze willen hun baby troosten, alleen merken ze vaak dat wat ze doen niet goed of voldoende helpt. Dat kan stress en onmacht bij de ouder geven, en op de langere termijn, uitputting, een gevoel niet goed voor de baby te kunnen zorgen of sombere gevoelens.

Juist omdat ouders zo’n natuurlijke behoefte hebben om hun baby te troosten, is het belangrijk om dit gevoel serieus te nemen. De mens is nou eenmaal een sociaal dier; het voelt belangrijk om je baby te troosten en om het een gevoel van veiligheid te kunnen geven. Dat is een reden voor ons om bij te dragen aan het onderzoek naar nieuwe interventies voor het troosten van de baby: dat ouders extra middelen tot hun beschikking hebben om het huilen te kalmeren.

Je kunt je wel voorstellen dat het huilen voor de baby onveilig voelt. Er zijn ook andere gevolgen: de baby kan door het huilen niet goed slapen, is meer vermoeid en drinkt daardoor slechter. Hierdoor kan een vicieuze cirkel ontstaan waardoor meer onbehagen bij de baby kan bijdragen aan meer huilen en daarop weer aan een meer machteloos gevoel bij de ouder.

baby_huilend_ligt_alleen_in_bedDus als je je baby hoort huilen, dan wil je in actie komen, bijv. om je baby het gevoel van veiligheid te geven. Je kunt je alleen wel nog afvragen of de baby zich wel echt veilig voelt als het – ondanks dat het in jouw armen ligt – maar door blijft huilen. Ook dan zou de baby namelijk nog steeds een gevoel van onveiligheid kunnen ervaren (niet door de ouder, maar door het ongemak of het blijven huilen an sich). Of dat laatste daadwerkelijk zo is, is op dit moment nog onbekend. In ons onderzoek zagen we echter wel dat wanneer baby’s bij hun moeder op schoot zaten, de baby’s al signalen van onrust gaven, zoals jengelgeluidjes, maar ook een relatief hoge hartslag. Naast de nabijheid van de ouder lijkt er dus ook nog iets anders nodig om de baby te kalmeren. Baby’s die door hun ouder werden gewiegd en gesust waren minder onrustig en hadden een lagere hartslag dan als ze bij hun moeder op schoot zaten zonder dat de moeder wiegde en suste. De moeder moest de baby dus niet alleen tegen zich aanhouden, maar ook op een andere manier in actie komen, bijv. door te wiegen of te sussen. Het lijkt er dus op dat troostende stimuli als kalmerende susgeluiden en wiegen belangrijk zijn in het verminderen van ‘ongemak’ bij de baby.

Kortom, er zijn dus echt meer stappen en handelingen nodig om ervoor te zorgen dat de baby zich prettig voelt en zich laat troosten. Die stappen vind je allemaal terug in de Happiest Baby-methode.

Als baby’s huilen, maken ouders zich vaak zorgen dat er iets aan de hand is met de baby. Bij slechts 5% is er een lichamelijke oorzaak, zoals reflux of koemelkeiwitallergie. Om uit te sluiten of er bij jouw baby een lichamelijke oorzaak is, is het belangrijk dat de huisarts of kinderarts lichamelijk onderzoek doet. Bij 95% van de baby’s is er geen oorzaak voor het huilen.
Twijfel je, zoek dan altijd contact met de huis- of kinderarts.

Er bestaan meerdere verklaringen voor het feit dat (gezonde) baby’s huilen. Ik zal uitleggen wat wel/niet aan die verklaringen klopt.

1. Baby’s huilen omdat ze last hebben van darmkrampjes.
baby_huilt_liggend_op_buik_op_armOuders denken vaak dat hun baby huilt omdat het last heeft van darmkrampjes, maar daar is geen wetenschappelijk bewijs voor. Er wordt wel onderzocht of er bij deze baby’s sprake is van slechtere darmflora, maar daar is op dit moment nog geen consensus over.
Goed om te weten: Ouders geven hun baby om deze reden wel eens probiotica en daarvan weten we dat ze vooral goed werken op het moment dat het baby borstvoeding krijgt; bij flesvoeding hebben probiotica nagenoeg geen effect op het huilen. Vaak geven ouders de probiotica echter pas als ze al gestopt zijn met borstvoeding, maar dan is het dus niet meer effectief.

2. Baby’s huilen omdat ze overprikkeld zijn.
baby_huilt_in_bedje3Ouders horen vaak dat hun baby huilt omdat het te veel prikkels of een te druk programma heeft gehad. Daardoor is het overprikkeld geraakt en heeft het vervolgens tijd nodig om af te schakelen. De oplossing die dan wordt aangedragen is prikkelreductie, bijv. wakker wegleggen op een stille plek.

Echter, de oorzaak van het huilen kan ook een tegenovergestelde reden hebben. De baby voelde zich misschien juist wel fijn in het rumoer (bijv. rustig pratende stemmen, geruis van verkeer in de verte, de bomen in het park) en was daardoor rustig (in de buik was het ook absoluut niet stil). Nu het op een rustige, stille plek in huis wordt gelegd, gaat het huilen. De baby reageert dan juist met huilen op ‘onderprikkeling’ van stimuli, omdat bijv. achtergrondgeluid en de nabijheid van de ouder ontbreken.

We weten ook dat baby’s ritme en voorspelbaarheid fijn vinden. Ze gaan patronen herkennen: als ik honger heb, dan krijg ik eten; als ik slaperig ben, dan wiegt mijn ouder me. Die patronen gaan de baby conditioneren; voorspelbaarheid daarin is erg belangrijk.

Het is dan ook belangrijk dat een baby stimuli krijgt, die hij prettig vindt. Dat zijn bijvoorbeeld stimuli als ouderlijke nabijheid, wiegen, zingen of luisteren naar ‘white noise’ (= witte ruis). Deze stimuli zorgen voor een prettig gevoel bij de baby, o.a. omdat de baby die zal herkennen uit de baarmoeder. Van deze stimuli weten we dat ze behalve voor troost ook juist helpend kunnen zijn bij het in slaap vallen van de baby.

3. Andere theorieën:
Andere theorieën die proberen te verklaren dat baby’s veel huilen, gaan o.a. over de mismatch tussen de reactie van ouder en baby of over depressieve gevoelens van de ouder. Voor deze punten is zowel bewijs voor als tegen gevonden en daar kunnen we op dit moment dus geen eenduidige uitspraken over doen.

Toekomstig onderzoek
Voortbordurend op mogelijke gevolgen van baby’s, die veel huilen en waarvan ouders het lastig vinden om ze te troosten, hadden we als onderzoekers het idee dat als de baby’s op een wat oudere leeftijd nog steeds onrustig blijven, ze wellicht een minder goede zelfregulatie hebben. Mocht dat inderdaad het geval zijn, dan zouden ze op een wat latere leeftijd wellicht ook meer problematisch gedrag laten zien. Daarom willen we graag weten of het effectief leren troosten van baby’s door hun ouders latere zelfregulatieproblemen bij het baby kan voorkomen. Dat gaan we binnenkort onderzoeken.

 


ouderschap_baby04Heb jij vragen over je baby of je prille ouderschap?
Lijkt je baby vaker ontroostbaar of slaapt je baby weinig? Wil je leren welke signalen je baby je allemaal geeft, zodat je goed op zijn behoeftes kunt aansluiten? Heb je andere vragen over je baby of je ouderschap, waar je graag persoonlijk advies van Joyce over zou willen krijgen?
Lees dan hier op welke manier Joyce jou zou kunnen helpen.

Wil je regelmatig nieuws en (realistische) tips ontvangen over zwangerschap, baby’s, de kraamtijd en meer?
Volg dan ‘Blije baby Blije ouders’  op Facebook.


 

(3) Wat kun je als ouder het beste doen als je baby huilt? Waar heeft je baby op dat moment de meeste behoefte aan? Hoe zorg je ervoor dat je baby weer lekker gaat slapen?
‘Helaas is hier ook niet een kort en eenduidig antwoord op te geven. Voor ouders is het vooral belangrijk om hun intuïtie en hart te volgen en een aanpak te kiezen, die bij hen en de baby past om op die manier hun baby te troosten.

Dat houdt o.a. in dat je vanaf de geboorte goed in de gaten moet houden welke signalen je baby je bij een specifieke behoefte geeft, welke signalen je baby je geeft bij honger, bij moeheid etc. Probeer je baby dus te kennen en te lezen. Wees je er overigens ook bewust van dat die signalen weer kunnen veranderen. Er zijn op dit gebied allerlei dingen die goed kunnen helpen; ouders doen dat ook wel intuïtief. Denk dan aan oppakken, bewegen, wiegen, dragen of zingen. Mocht dat voor je baby niet genoeg zijn, dan kun je de 5 stappen van kinderarts Harvey Karp inzetten.

baby_lacht_ingebakerdVoor het troosten van je baby kun je de 5 stappen goed gebruiken, ook als je baby niet zo veel huilt. Als je je baby in een draagdoek wil doen, dan is het goed om – zeker in het begin – je baby eerst op een andere manier te kalmeren (bijv. door de 5 stappen) en daarna pas je baby in de draagdoek te doen. Op die manier krijgt je baby een positieve associatie met de draagdoek. Dat zorgt ook voor een andere beleving van de draagdoek door jouzelf, want dan wordt het geen middel om maar steeds het huilen tegen te gaan. Je kunt een draagdoek gebruiken als je ‘m fijn vindt. Maar het is dus wel belangrijk om je baby eerst te kalmeren en daarna in de doek kalm te houden en zich prettig te (blijven) laten voelen.

Als je je baby troost met de 5 S-en, dan zie je duidelijk dat je baby er kalm en alert van wordt. Indien je baby moe is, dan zal hij erdoor in slaap vallen. Een mooi advies is om dan de slaap- / waaktechniek toe te passen bij je baby. Je maakt dan je baby ervan bewust dat, ook al is hij in slaap gevallen, dat je hem in bedje legt; dat doe je bijv. door even over de handjes of over het voorhoofdje te wrijven. Je kan dan bijv. waarnemen dat je baby even met het neusje fronst of de oogjes lodderig opent. Zo stimuleer je je baby om zelf in slaap te vallen. Ook daardoor creëer je weer een mate van voorspelbaarheid (‘ik word nu in bed gelegd, dus ik kan gaan slapen’) én het haakt in op zelfregulatie bij in slaap vallen. De baby hoeft dus niet wakker- en huilend – een veelvoorkomend probleem – naar bed.

baby_knuffelen_met_papa_in _bedSoms merk je dat je baby lastig in slaap valt in zijn eigen bedje. Ook dan kun je je baby nog steeds kalmeren met 5 stappen, maar eerst buiten het bedje. Als je je baby in zijn bedje gaat leggen, dan buig je eerst voorover in het bedje. Dan leg je hem eerst op zijn zij in bed en daarna pas rustig op zijn rug. Als je baby bij het op de rug leggen toch weer wat onrustig reageert, dan blijf je voorovergebogen over je baby hangen en leg je hem terug op zijn zij. Je legt je onderarmen dan aan weerszijden van je baby, wiegt je baby al liggend zachtjes heen en weer met je armen en ‘sust’ in zijn oor. Zodra je baby gekalmeerd is, kun je hem rustig op zijn rug leggen. Deze vaste stappen en duidelijke aanpak zorgen ook weer voor voorspelbaarheid bij je baby. Ook op deze manier kun je je baby dus gewoon in zijn eigen bedje laten slapen.

Baby’s worden natuurlijk ook wel eens ’s middags tijdens het dutje of ’s nachts wakker. Probeer dan eerst even ‘op je handen’ te gaan zitten. Wacht dus eerst even – 10-20 sec. – om te zien of je baby zichzelf weer in slaap kan brengen. Als je merkt dat je baby toch blijft huilen, dan reageer je er natuurlijk op, door bijv. eerst weer even in het bedje te troosten. Uit onderzoek weten we namelijk dat te snel op je baby reageren meer problematisch slapen in de hand werkt. Gun je baby daarom de kans om zelf weer in slaap te vallen. Lukt het zelf in slaap vallen nog niet, dan ga je wel naar je baby toe en kun je evt. de 5 stappen toepassen om je baby weer in slaap te laten vallen. Overigens, als je baby dan andere signalen geeft (bijv. honger) dan is het belangrijk om adequaat op die andere signalen te reageren.

 


baby_ingbakerd_hydrofiele_doekWorkshop ‘Blije baby & Blije ouders’
Joyce geeft regelmatig workshops, waarin ze je leert hoe je op een positieve en fijne manier omgaat met je baby, vooral als je baby’tje moeilijk slaapt en/of veel huilt. De 5 stappen van de Happiest Baby Methode komen uitgebreid aan bod.

Je leest hier of Joyce deze workshop binnenkort ook bij jou in de buurt geeft. 


 

(4) In de media wordt regelmatig aandacht besteed aan baby’s, het huilen, het (niet) slapen en aan de gebroken / slapeloze nachten van jonge ouders. Je kunt dus van alles over dit thema lezen en te weten komen. Daar zitten uiteraard goede tips bij, maar er zal ook informatie tussen zitten die niet (helemaal) klopt. Bestaan er zg. ‘mythes’ rondom het huilen en slapen van baby’s, die je graag zou willen ontkrachten / doorbreken?

 

Mythe 1: Ouders moeten dag en nacht bij hun baby zijn. Alleen op die manier kun je adequaat op je baby reageren.
Adorable newborn baby boy in hospital cotDit thema ligt vaak heel gevoelig. Ouders hebben door deze opvattingen namelijk het gevoel dat ze geen goede ouder zijn als ze niet 24/7 klaar staan. Het lijkt wel een ‘alles of niets’-situatie, terwijl dat niet zo hoeft te zijn. Het komt er juist op aan dat je overdag goed op elkaar kunt reageren. Het is dus niet zo dat je als ouder alleen maar door dag en nacht bij je baby te zijn de voorwaarde is om adequaat op hem te reageren.

De 5 stappen helpen je baby om beter te slapen. Als je baby beter slaapt, dan zorgt dat ervoor dat iedereen beter is uitgerust. En juist dat komt de hechting echt ten goede omdat je dan adequater, sensitiever en warmer op je baby kunt reageren. Op de momenten dat je wakker bent en op een sensitieve manier contact met elkaar kunt maken, ben je beter beschikbaar voor je baby.

Bedenk je ook maar eens dat als je het gevoel hebt dat je 24 uur per dag voor je baby beschikbaar moet zijn of als het goed zou zijn om je baby in je bed te hebben liggen (terwijl je eigen nachtrust daar hinder van heeft) je daar eigenlijk het tegenovergestelde mee bereikt. Door minder te kunnen slapen, reageer je kribbiger naar je baby en/of kun je somber raken; dan reageer je minder sensitief op je baby. Vermoeide ouders kunnen kribbig raken en minder alert reageren. Chronisch slaaptekort heeft hetzelfde effect op je aandacht als dat je dronken bent.

Goed uitgerust zijn is dus niet alleen een belangrijke voorwaarde om zo sensitief mogelijk op je baby te kunnen reageren, maar ook van belang voor je lichamelijke en mentale gezondheid. Uit onderzoek weten we dat de 5 S-en daar zowel ouder als baby bij helpen.

Mythe 2: Baby’s kunnen niet doorslapen.
baby_voeding_nacht_moederVaak wordt gedacht dat baby’s niet kunnen of mogen doorslapen, omdat ze ’s nachts of om de 3-5 uur een voeding nodig hebben. Dat geldt echter niet voor alle baby’s.

Het is inderdaad niet de bedoeling om meteen vanaf de geboorte te werken aan doorslapen, maar sommige baby’s kunnen dat wel. Sommige baby’s van 8-9 weken oud kunnen al flink aan een stuk doorslapen. Op het moment dat de biologische klok op gang begint te komen, dan zie je dat sommige baby’s al hun maximale slaapduur gaan opbouwen. Sommige baby’s doen dat dan al en het is niet verkeerd om daar als ouder aan bij te dragen, door bijv. je baby de kans te geven om zelf weer in slaap te vallen. Je hoeft het doorslapen natuurlijk niet af te dwingen, dat is weer het andere uiterste, maar geef je baby wel de kans om weer lekker verder te slapen. Als je baby, die goed groeit en goed aankomt, dus ’s nachts wat langer aan een stuk slaapt, dan is dat helemaal niet verkeerd. Je hoeft hem dan niet wakker te maken, want hij kan nou eenmaal langer zonder voeding.
Goed om te weten: deze baby’s tanken bij eerste ochtendvoeding flink bij. Zij krijgen over een hele dag genomen namelijk evenveel voeding binnen als baby’s, die ’s nachts niet doorslapen.

 

 


fb_omslagfoto_mamaclubEen goede voorbereiding is het halve werk.’
Wil je je graag extra goed voorbereiden op je zwangerschap, je kraamtijd, je bevalling of je baby’tje? Kom dan naar de MamaClub.

De MamaClub is speciaal bedoeld voor aanstaande en kersverse mama’s, die graag meer willen weten over specifieke thema’s, die horen bij deze bijzondere periode in hun leven.

Wil je weten waar de volgende MamaClub-avond over gaat? Klik dan hier.


 


(5) Stel dat dit interview gelezen wordt door ouders, die een baby hebben die veel huilt. Wat zou je hen willen adviseren? Welke stappen kunnen ze het beste zetten om ervoor te zorgen dat hun baby minder huilt? En wanneer kunnen ouders het beste externe hulp inschakelen?
baby_slaapt_bij_mam_op_schouderWe weten uit onderzoek (én vele ervaringen van kersverse ouders) dat de Happiest Baby Methode goed werkt. We moedigen je aan deze 5 stappen dus ook bij jouw baby toe te passen. Daarnaast is het belangrijk om voor voorspelbaarheid voor je baby te zorgen. Daar dragen deze stappen natuurlijk ook aan bij, omdat je ze steeds op dezelfde manier en in dezelfde volgorde gaat uitvoeren. Hou daarbij echter de signalen, die je baby je steeds geeft, in de gaten.

Praat over het huilen (en jouw gevoelens over het huilen) met andere ouders, familieleden, vrienden. Zorg dat anderen je kunnen helpen, ook om zelf op adem te komen. Zorg dus goed voor jezelf. Als uitgeruste ouder kun je er beter zijn voor je baby.

Maak je je zorgen over je baby, bijv. omdat je het gevoel hebt dat je baby niet goed gedijt of groeit, niet goed in z’n vel zit, ga dan naar de huis- of kinderarts en bespreek je zorgen.

Als je Post Partum Depressie (PPD) hebt of vermoed dat je dat hebt, zoek dan zeker hulp. Dan kan het ook heel fijn zijn om de 5 stappen te gebruiken, zodat het huilen geen extra stressfactor meer voor je vormt. Als je dan beter uitgerust raakt, omdat je baby beter gaat slapen (en jij ook), dan kun je de hulp voor PPD beter verdragen. Dan heb je daar ook weer meer ruimte voor en ben je er meer ontvankelijk voor. Alleen inzetten op depressie heeft bij een veel-huilende-baby weinig zin; het is dus ook belangrijk om aandacht te hebben voor het huilen van de baby.

 

(6) Wat is wat jou betreft het belangrijkste dat ouders met een veel huilende baby moeten weten of doen? Wat is jouw allerbelangrijkste tip voor jonge ouders?

Voor aanstaande ouders:
ouderschap_koppel_echo_fotoHet is heel belangrijk om te weten hoe het is om een baby te hebben en wat er dan op je af kan komen. Alle baby’s huilen, maar de mate waarin ze dat doen verschilt per baby. Maar realiseer je dat zelfs als je baby niet voldoet aan de officiële richtlijnen voor een huilbaby (3 uur per dag, 3 dagen per week, 3 weken lang) het ook dan te veel voor je kan zijn. Zorg tijdens je zwangerschap al voor een goede voorbereiding op wat je als ouder kunt doen als je baby (veel) huilt; weet wat je dan kunt doen. Het is goed om te weten hoe je je baby kunt troosten en te weten hoe dat werkt met het slapen van je baby. Als je het pas bij het consultatiebureau gaat hebben over slapen en huilen, dan ben je al een paar weken met je baby onderweg en dan kun je al afgegleden zijn van huilen naar slaaptekort en dan is het leed al geleden. Als je je goed voorbereid en weet wat je kunt doen, dan is dat gelukkig vaak goed te voorkomen!

Voor kersverse ouders
ouderschap_baby_ouders_in_bed_ogen_dichtZorg ervoor dat je je baby in de kraamweek goed leert kennen. Ga op zoek naar de signalen die je baby je geeft als hij honger of slaap heeft. Deze signalen kunnen wel veranderen naarmate je baby ouder wordt. Zorg niet alleen tijdens de kraamperiode maar ook erna voor veel huid-op-huid-contact. Dat helpt je baby om zich prettig te voelen. Kies bijv. één voeding uit waarbij je je baby helemaal bloot op je buik legt (zowel bij borst- als flesvoeding).

Op het moment dat je baby slaapt, aarzel dan niet om een bakerzakje aan te trekken. Zeker na de eerste kraamweek. We zien vaak dat dat baby’s dat prettig vinden. Daarmee voorkom je al veel onrust en dat ze zichzelf wakker maken door met armpjes en beentjes te slaan. Ook dit draagt bij aan een wat rustigere slaap, zowel voor baby als voor ouder.

Neem je baby sowieso eens wat vaker in de zijpositie of op zijn buik bij jou op schoot of op je arm. Dat vinden veel baby’s prettig, prettiger dan op hun rugje in je armen. Geef dat ook eens als tip aan het kraambezoek!

Extra tips
Wil je meer lezen over dit onderwerp?
Lees dan bijvoorbeeld het boek ‘Inbakeren’ of ‘De Karp Methode’ van Carole Lasham.
Lasham, C. (2016) . Inbakeren. Kosmos uitgevers, Utrecht/Antwerpen
Lasham, C. (2014). De Karp-methode. Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen
Bekijk hier hoe de Happiest Baby Methode werkt aan de hand van een video met kinderarts Harvey Karp. Meer informatie over deze methode vind je ook op www.happiestbaby.com.


Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend.
 Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

 

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Lees verder over gerelateerde thema’s:
– ‘Waarom huilt mijn kindje toch zo? Over: Hoe je huilen bij baby’s vermindert.’ Klik hier.
– ‘Hoe overleef je je kraamweek? 5 tips die je nooit had willen missen.’ Klik hier.
– ‘Als jouw wolk niet rose is, maar grijs of zwart… (Over: kraamtranen, postpartum depressie en bevalangst.)’ Klik hier.
– ‘Borstvoeding geven, kolven en werken: Hoe was dat voor mij? (Een persoonlijk verhaal)’. Klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

Samen opvoeden na scheiding: Hoe doe je dat? [Interview met scheidingsexpert dr. Inge van der Valk]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze experts interviewt over hun eigen onderzoek of werkveld. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, opvoeding en/of de ontwikkeling van kinderen (0-16 jaar).

 

Opvoeden is niet altijd makkelijk. Het kan al lastig zijn als je een goede relatie hebt met je partner en als je het over het algemeen met elkaar eens bent over de opvoeding van jullie kinderen.

moeder_brengt_kind_naar_vaderMaar wat kun je doen als je het niet meer goed met elkaar kunt vinden en als je merkt dat je relatie steeds slechter wordt? Wellicht denk je op dit moment zelfs al na over de mogelijkheid om te gaan scheiden. Je denkt misschien wel dat je je na een scheiding vast fijner en gelukkiger voelt. En is het niet zo dat als jíj goed in je vel zit dat dat ook beter is voor je kind…? Of werkt dat zo helemaal niet…?

En als je inderdaad zou gaan scheiden, wat heeft dat dan voor effect op je kind(eren)? En hoe blijf je op een goede manier samen opvoeden: je bent dan wel geen partner meer van elkaar maar jullie zullen toch contact met elkaar moeten onderhouden om alles rondom de kinderen goed te kunnen regelen. Hoe gaat dat dan?

⇒ In dit artikel geeft dr. Inge van der Valk – onderzoeker en expert op het gebied van scheiding & opvoeding – alle antwoorden op deze vragen.

 

Je bent expert op het gebied van scheidingen en het effect ervan op kinderen. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan?

‘Grappig dat je dat vraagt, want bij sociale wetenschappers zoals ik vraagt men zich vaker af wat het onderwerp dat ze bestuderen te maken heeft met wat ze zelf meegemaakt hebben. Voor mij had de keuze van dit onderwerp eigenlijk twee redenen:

Scheiding en kinderen vond ik – nu nog steeds trouwens – een heel interessant onderwerp, omdat er zoveel aspecten bij komen kijken. Denk maar aan de onderlinge ouderlijke relatie, de opvoeding en de ouder-kind-relatie.

moeder_dochter_buiten_in_gesprekEen andere reden waarom ik dit onderwerp zo interessant vond, had te maken met wat ik in mijn eigen jeugd om me heen zag gebeuren. We woonden vroeger in een leuke straat; het was een jonge buurt, het was er gezellig en de buren werden vaak kennissen van elkaar. Er werden ook regelmatig feestjes gegeven. Die bleken soms iets te gezellig, waardoor onderling nieuwe relaties ontstonden. Dat resulteerde helaas ook in scheidingen en ‘losse’ ouders, die overbleven in onze straat. Dat kreeg ik als kind natuurlijk allemaal niet zo mee, maar wat me toen wél opviel, was dat de kinderen met wie ik speelde zo maar ineens weg waren. Die verhuisden dan uit het niets ergens anders heen, samen met hun moeder. In die tijd begon ik me al af te vragen hoe dat precies zat: waarom gingen sommige ouders uit elkaar en waarom konden ze niet bij elkaar blijven? Waarom lukte dat andere ouders wel? Wat deden zij anders dan de ouders die scheidden?’

 


inge_van_der_valkDr. Inge van der Valk werkt bij de onderzoeksgroep Jeugd & Gezin van de Universiteit Utrecht en heeft als expertise kinderen & scheiding. Zij studeerde psychologie en promoveerde op een langlopend onderzoek naar de samenhang tussen ouderlijke conflicten, echtscheiding en het functioneren van jongeren.

Zij werkt samen met andere onderzoekers binnen de sociale wetenschappen, met onderzoekers familierecht en met professionals uit de praktijk. Daarnaast heeft zij meegewerkt aan de Richtlijn Scheiding en problemen van jeugdigen en aan de Wegwijzer ondersteuning scheidingskinderen (NJi). Momenteel is zij bezig met een groot onderzoek naar het thuisgevoel van kinderen na scheiding.
Kijk voor meer informatie over dit onderzoek op http://www.uu.nl/waarhoorikthuis. 


 


Wat zijn volgens jou de meestvoorkomende redenen dat ouders gaan scheiden? Zitten daar ook wel eens redenen tussen, die met de opvoeding van de kinderen te maken hebben? En is een scheiding ook wel eens te voorkómen?

gezin_kijkt_verveeld

‘De meest voorkomende redenen, die ouders zelf noemen om te gaan scheiden, zijn dat ze op elkaar uitgekeken waren (vooral als ze eerst hadden samengewoond), dat ze geen vertrouwen meer in elkaar hadden (vaak na overspel; ook dat kwam vaker voor als ze eerst hadden samengewoond) en dat hun karakters te veel botsten.
Deze redenen komen op nagenoeg dezelfde manier voor bij mannen als bij vrouwen. Uiteraard kunnen deze redenen in sommige gezinnen overlappen en samen voorkomen.

In het kader van partnerkeuzen en relaties wordt vaak gezegd dat ‘opposites attract’ (= tegenpolen trekken elkaar aan), maar dat blijkt in het dagelijks leven toch niet zo handig te zijn. Vooral als je samen een huishouden runt of een kind gaat opvoeden, blijkt het beter te gaan als je meer op elkaar lijkt. Dan heb je minder onenigheid over deze zaken en loopt het binnen het gezin gewoon soepeler.

De opvoeding van kinderen wordt door ouders dus zelf niet expliciet als reden voor hun scheiding genoemd. Ook op basis van onderzoek kan ik niet zeggen dat alleen ‘de opvoeding’ een oorzaak is voor een scheiding. Je kunt je echter wel voorstellen dat de manier van opvoeden te maken heeft met een grotere, onderliggende factor, zoals de botsende karakters, die ik al eerder noemde, of zoals de sociaalculturele verschillen tussen ouders. De oorzaak van de scheiding is dan vaak een optelsom van meerdere oorzaken.

Ouderschap kan ook een bijkomende stressfactor zijn en op die manier drukken op de relatie. Dat zie je vaker gebeuren bij gezinnen, waarin er iets met een kind aan de hand is, zoals een autismespectrumstoornis (ASS) of als een kind ernstig ziek is. Dan wordt er ontzettend veel gevraagd van het gezamenlijke ouderschap. Als je dan als ouder – om wat voor reden dan ook – niet kunt voldoen aan die vraag dan wordt de kans op een scheiding groter.

man_vrouw_relatietherapieJe vraagt ook of een scheiding wel eens te voorkómen is: dat is zeker zo. Je wordt namelijk niet op een ochtend wakker met een slecht huwelijk. Relatie-ondersteuning kan heel zinvol zijn, zeker wanneer je dat in een vroeg stadium inzet. Ook wanneer partners uiteindelijk toch beslissen om te scheiden, is het goed om samen met een onafhankelijke derde stil te staan bij de relatiegeschiedenis, bij onderlinge patronen en bij communicatiestijlen.

Uit onderzoek weten we ook dat ouders meestal niet gelukkiger worden door een scheiding. Het geluksniveau blijft na een scheiding eigenlijk redelijk stabiel. Dat heeft ermee te maken dat je na een scheiding wel minder contact hebt met je partner, maar je neemt nog steeds jezelf mee.

Daarbij wordt het gezamenlijk opvoeden van de kinderen na een scheiding gewoon complexer. Daar vergissen ouders zich vaak enorm in. Een scheiding blijkt dan ook meestal geen oplossing te zijn voor de onderlinge conflicten; die gaan erna nog gewoon door. Soms verergeren de conflicten dan zelfs. De onderlinge tegenstellingen tussen de (ex-)partners worden na een scheiding nog meer aangezet.

Dat zijn dan ook allemaal redenen om relatieondersteuning te zoeken op het moment dat je relatie niet lekker loopt, ook als je later toch besluit om te gaan scheiden. Dan leer je namelijk hoe je beter met elkaar kunt communiceren. Dat is erg belangrijk voor gezamenlijk ouderschap na jullie scheiding. Hoe beter je met elkaar kunt blijven communiceren, hoe minder conflicten je hebt.’


Wat is over het algemeen het effect op kinderen als hun ouders gaan scheiden? Wat merk je dan bij kinderen? En het lijkt vaak alsof een scheiding alleen maar negatief kan uitpakken voor kinderen, maar is dat eigenlijk wel zo? Zijn er situaties waarin een scheiding ook positieve aspecten kent voor kinderen?

gezin_pratend_op_bank‘Als ouders relatieproblemen hebben, dan zien we dat jonge kinderen vaker slaapproblemen hebben, (weer) in bed gaan plassen of op hun duim gaan zuigen of dat ze zelfs opstandig / oppositioneel gedrag vertonen. Oudere kinderen zijn in een dergelijke situatie vaker opstandig of boos (externaliserend probleemgedrag) of zijn verdrietig of trekken zich meer terug (internaliserend probleemgedrag). Het externaliserende gedrag zien we vaker bij jongens, het internaliserende juist meer bij meisjes.

In onderzoek zien we dat op korte termijn een scheiding vaak een effect heeft op kinderen, maar dat is dan wel afhankelijk van een aantal factoren. De leeftijd van de kinderen speelt o.a. mee, net als de mate waarin de kinderen het zelf zagen aankomen en de manier waarop het hen verteld wordt.

Over het algemeen zie je (op korte termijn) vooral veel emoties, zoals stress, boosheid en verdriet. Sommige kinderen richten die emoties vooral naar binnen (internaliserend), andere juist naar buiten (externaliserend); soms zijn ze vooral boos op één van de twee ouders en soms op beide. Ze ervaren vaak ook meer onrust, die te maken kan hebben met alle veranderingen die door de scheiding op stapel staan.

Meestal gaat het na ongeveer 2 jaar weer ‘goed’ met kinderen van wie de ouders gescheiden zijn (bij ong. 87% van de kinderen met gescheiden ouders). Ze doen het dan weer net zo goed als kinderen uit intacte gezinnen.

Een kleiner deel van de kinderen (ong. 15 a 20%) vertoont echter ook nog op langere termijn problemen. Deze kinderen gaan dan bijv. externaliserend of juist internaliserend probleemgedrag vertonen, ze hebben een lager zelfbeeld, lagere schoolprestaties en/of een lager schoolniveau en hebben minder goede relaties met anderen (vrienden of romantische relaties).

Vaak hebben dit soort gevolgen te maken met het oudersysteem. Ouders blijven dan conflicten met elkaar hebben, juridische procedures blijven doorgaan en ouders betrekken hun kind(eren) veel bij hun onderlinge conflicten. Juist dat soort gedragingen van ouders zorgt voor een groter risico op problemen bij de kinderen, zoals loyaliteitsproblemen (= kinderen voelen zich dan tussen de ouders instaan), parentificatie (= kinderen nemen een deel van de ouderrol op zich) en ouder-kind-allianties (= kinderen hebben dan met de ene ouder een veel sterkere band dan met de andere, wat soms de vorm van een ‘verbond’ aanneemt).

Het effect van een scheiding is voor kinderen haast nooit positief. De meeste kinderen willen gewoon het liefst dat hun ouders bij elkaar blijven of – zelfs jaren later nog – weer bij elkaar komen. Realiseer je ook dat we uit onderzoek weten dat kinderen al tevreden zijn als hun ouders een ‘middelmatig’ huwelijk hebben (‘good enough marriage’); kinderen houden nou eenmaal van stabiliteit en veiligheid.

ouders_vechten_kind_oren_dichtDe enige uitzondering op deze regel is een klein percentage kinderen, bij wie er echt sprake was van grote problematiek binnen het gezin en een groot gevoel van onveiligheid. In zulke gezinnen was dan vaak sprake van langdurig hevige conflicten, geweld, verslaving of misbruik. Dan kan scheiding een opluchting zijn en kan het kind zelfs meer rust geven. Maar dit zijn echt de uitzonderingen en komen waarschijnlijk bij minder dan 5% van de gezinnen / kinderen voor.

Daarbij komt nog dat conflicten tussen ouders meestal niet ophouden na een scheiding, ze verergeren vaak nog en ook dat kan langdurig het geval zijn. Bij complexe scheidingen, waarbij sprake is van veel conflicten en vaak ook juridische procedures, zie je vaak dat de ene ouder de ander gaat diskwalificeren om zelf als ‘betere’ ouder over te komen. Ze proberen zichzelf min of meer goed te praten door hun eigen kant positief te benoemen, maar dan wel ten koste van hun ex-partner. Dat komt vaak voort uit onverwerkte emoties rondom de scheiding.

Kinderen en jongeren noemen zelf wel eens wat oppervlakkige voordelen van de scheiding, bijv. dat ze twee slaapkamers hebben, dat ze 2x cadeaus krijgen voor hun verjaardag en kerst, dat ze 2x op vakantie gaan etc. Maar je kunt je voorstellen dat dit alleen een voordeel is bij ‘harmonieuze’ scheidingen, dus wanneer ouders nog goed met elkaar kunnen communiceren. Deze ‘voordelen’ hebben ook weer behoorlijk sterke keerzijdes en ook deze kinderen geven vaak aan dat ze nog steeds het liefst zagen dat hun ouders weer bij elkaar waren. Vandaar dat er niet echt voordelen van een scheiding te noemen zijn.

Neemt niet weg dat ouders er wel zoveel mogelijk voor kunnen zorgen dat de situatie voor hun kind(eren) in elk geval niet negatief is. En dit hebben ze voor een groot deel zelf in de hand, mn. door samen goed ouders te blijven en weinig conflicten te hebben.’

 


In de media wordt vrij veel aandacht geschonken aan scheidingen, co-ouderschap, mediatie ed. Je kunt er dus best veel over opzoeken en lezen. Zit daar ook wel eens verkeerde informatie tussen? Bestaan er zg. ‘mythes’ over scheidingen, co-ouderschap, mediatie ed., die je graag zou willen ontkrachten / doorbreken?

ouders_ruzie_dochters_ongelukkig‘Wat het verhaal over scheidingen lastig maakt, is dat er niet maar één soort scheiding is; het zijn allemaal verschillende situaties. En dat geldt vooral voor complexe scheidingen. Dat betekent ook meteen dat het moeilijk is om algemeen geldende informatie te geven. Met name bij veel ouderlijke conflicten is het maatwerk. Er is helaas nog veel handelingsverlegenheid bij professionals rondom de meest complexe scheidingen. Daarbij komt nog eens dat er een gebrek is aan multidisciplinaire samenwerking. Soms bestaat er wederzijds wantrouwen vanuit disciplines. De transitie en transformatie in de jeugdzorg hebben voor onrust gezorgd en dat heeft weer versnippering in de hand gewerkt. En er is minder aandacht voor preventie.’

 

Er is een aantal mythes dat ik regelmatig voorbij zie komen:

 

(1) ‘Als ik als ouder gelukkiger ben door een scheiding, dan is dat ook beter voor mijn kind(eren)’.
Mother and daughter in forest together‘Deze gedachte klopt helaas niet. Vergeet niet dat een scheiding een rigoureuze beslissing is. Als een huwelijk middelmatig is, dan is dat voor de kinderen prima. Dat wil zeggen: in onderzoek zien we dat het welbevinden* van deze kinderen net zo hoog is als de kinderen van wie de ouders een gelukkig huwelijk hebben.
* Concreet betekent dat deze kinderen net zo weinig internaliserend en externaliserend probleemgedrag laten zien, dat hun zelfbeeld, schoolprestaties en schoolniveau even hoog zijn en hun relaties met anderen net zo goed zijn als kinderen uit gelukkige gezinnen.’

 

(2) ‘Scheiden is een oplossing’.
ex_ouders_bestaan_niet‘Ook dat is een mythe. Scheiden lijkt een eindpunt, maar je kunt het eerder zien als een nieuwe manier van samen verder gaan. Ouders vergissen zich nl. vaak in hoe lastig het is om na scheiding nog samen goed ouders te zijn. Als je geen partners meer bent maar nog wel ouders dan is het samen opvoeden juist lastig, omdat je eerder tegenstellingen tegenkomt; die worden juist na een scheiding vaak uitvergroot. En je moet na een scheiding nog veel meer dingen met elkaar gaan overleggen, die eerst min of meer vanzelfsprekend waren: wanneer ga je met de kinderen op vakantie, wanneer zie je de kinderen met feestdagen, wat doe je bij belangrijke beslissingen of bij problemen van je kind, wat doen jullie als er een nieuwe partner bij komt, hoe hou je elkaar op de hoogte van de dagelijkse beslommeringen of belangrijke ontwikkelingen. Dat blijft ook na een scheiding doorgaan. Ouders denken er vaak te makkelijk over.’

 

(3) ‘Co-ouderschap is beter voor kinderen’ (d.w.z. 50-50% verdeling over ouders)
vader_loopt_met_kinderen_op_stoep‘Dat is een lastige mythe. Het lijkt er namelijk op dat we dat inderdaad zo terugvinden in onderzoek. Maar, het onderzoek waarin dat naar voren komt, is een onderzoek waarbij ouders dat zélf aangaven. Je kunt je voorstellen dat je juist bij ouders, die goed met elkaar communiceren, hoort dat het co-ouderschap goed gaat. Als je goed met elkaar kunt communiceren, kun je ook beter alles op elkaar afstemmen en is de kans van slagen van co-ouderschap veel groter. Dus co-ouderschap zou wel eens alleen goed kunnen werken als ouders goed met elkaar communiceren. We weten echter niet hoe het zit bij ouders die niet of moeizaam met elkaar communiceren.

Als je het aan de kinderen zelf vraagt, dan zou je zelfs op andere conclusies uitkomen. Zij zijn namelijk degenen die wekelijks van het ene naar het andere huis gaan. Zij zitten juist met vragen als ‘waar hoor ik thuis?’. Het is belangrijk om uit te zoeken hoe kinderen zelf het co-ouderschap van hun ouders ervaren en – als dat toch niet ideaal zou zijn – wat zij zelf fijner vinden of wat zij zelf denken dat beter voor hen zou werken. Er zijn ook wel gezinnen bekend waarbij de kinderen steeds in hetzelfde huis blijven wonen en waar de ouders wisselen, maar daarvan is niet bekend wat dat voor effect heeft op de kinderen of de ouders.

Om te weten op welke manier co-ouderschap positief is voor de kinderen, maar ook bij ouders die moeizaam met elkaar communiceren, hebben we dus echt nog meer onderzoek nodig.’

 

(4) ‘Je moet niet gaan scheiden, want dat is slecht voor de kinderen.’
jongen_tussen_vader_moeder‘Dat is vaak een maatschappelijke opvatting, die niet perse klopt. In ong. 80% van de kinderen gaat het na verloop van tijd weer net zo goed als kinderen van intacte gezinnen. Slechts bij 15-20% van de kinderen gaat het langere tijd niet goed.

In dit kader is er wel nog een ding dat me dwarszit en dat zit ‘m in de term ‘vechtscheiding’. Dat is een term die in de media veelvuldig voorkomt. Ik begrijp wel dat de media graag de excessen benoemen en de grootste probleemgevallen eruit pikken. Dat is voor hen uiteraard het interessantst!

Maar, deze negatieve berichtgeving heeft vaak een negatieve uitwerking op de ouders. Het lijkt daardoor alsof we als maatschappij zeggen dat een scheiding zo negatief is voor de betrokken kinderen, dat straalt af op de ouders, zij gaan zich schuldig voelen, dat heeft een negatief effect op hun manier van opvoeden en dus een negatief effect op de ontwikkeling van het kind. Zelfs de ouders, die het relatief goed doen, hebben hierdoor last van schuldgevoelens. Die eenzijdige informatie in de media kan dus behoorlijk polariserend werken.

Ik vind het dan ook belangrijk om te benadrukken dat de overgrote meerderheid van de ouders heel goed met de scheiding omgaat en redelijk in staat is tot constructieve, respectvolle co-parenting.’

 


Stel er zijn ouders, die dit interview lezen, die al een tijdje overwegen om te gaan scheiden. Wat zou je deze ouders willen adviseren? Welke stappen kunnen ze zetten om tot een gedegen beslissing te komen? En als ze dan inderdaad beslissen om te gaan scheiden: wat is dan belangrijk om tegen de kinderen te zeggen (en wat juist niet)? Welke boodschap werkt in zo’n situatie het beste voor de kinderen?

man_vrouw_relatietherapie2‘Voor ouders is het vooral belangrijk dat ze gaan praten: met elkaar, met vrienden, familie, noem maar op. Ga samen met je partner naar een relatietherapeut, een mediator of een andere deskundige. Probeer dit via de huisarts te doen, zodat je het misschien vergoed kunt krijgen. Zoek informatie op, o.a. van de Rijksoverheid en het juridisch loket, zodat je weet wat er allemaal bij een scheiding komt kijken.
Onder aan dit artikel vind je een lijst met aanvullende mogelijkheden om gedegen informatie te verzamelen.

Als je het je kinderen gaat vertellen, dan is het belangrijk om het gesprek in een bekende en veilige omgeving te houden. Zoek een rustig moment uit en voer het gesprek bij voorkeur samen met je partner. Geef een korte uitleg over de situatie en zorg dat het een eenduidig verhaal is. Houd daarbij natuurlijk rekening met de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van je kind. Benadruk tijdens het gesprek dat je kind geen enkele schuld heeft aan de scheiding, dat de liefde voor je kind blijft bestaan en dat jullie ervoor gaan zorgen dat jullie beiden de kinderen blijven zien.

ouders_praten_met_kinderenGeef je kind daarna zeker twee dagen de tijd om de boodschap aan te laten komen. Het ene kind heeft daar meer tijd voor nodig dan het andere. Zorg dat je in de tijd erna aanwezig en beschikbaar bent voor je kind, zodat hij zijn vragen kan stellen en evt. zorgen kan uiten. Luister naar je kind, hoe is het voor hem / haar, erken zijn emoties, zorg dat hij ruimte krijgt om zijn mening te geven of zijn gevoel te uiten. Geef je kind ook een stem in de nieuwe situatie. Je kind hoeft niet over zaken mee te beslissen, maar je kunt wel rekening houden met wat voor je kind het prettigst of minst vervelend is. Geef je kind de tijd en ruimte voor elke verandering, die staat te gebeuren.

Verder is het voor je kind fijn om een steunfiguur te hebben bij wie hij – naast zijn ouders – terecht kan. Bespreek samen met je kind wie dat kan zijn, daar kun je als ouder vooraf al over nadenken, het liefst natuurlijk iemand die je kind goed kent.

Licht ook de school in (en belangrijke anderen). Ga samen in gesprek over hoe je kind het aan de klas wil gaan vertellen. Stem het goed af met de leerkracht, zodat hij/zij ook weet hoe je kind het graag zou willen, bijv. samen met de leerkracht. Door zo’n gesprek in de klas weten ook de klasgenoten wat er met je kind aan de hand is; zeker in de oudere groepen realiseren kinderen zich dat dit lastig is.’

 


Ook als je van elkaar gescheiden bent, blijf je samen ‘ouder’ van je kinderen. Hoe kun je ervoor zorgen dat je dat op een goede manier samen blijft doen? Zijn er dan onderwerpen die je met elkaar moet bespreken en waar je het eens over moet worden? Op welke manier betrek je de kinderen er bij? En wat kun je doen als het ‘co-ouderschap’ niet prettig verloopt?

vader_kinderen_gesprek• ‘De beste voorspeller voor goede co-ouderschap na de scheiding is hoe goed je samen opvoedde voor de scheiding. Maar realiseer je ook dat je kunt leren om op een positieve manier met elkaar te communiceren. Ga daar het liefst voor de scheiding al mee aan de slag.

• Ga op een respectvolle manier met elkaar om. Net als bij een goede relatie geldt: wees coulant en ruimhartig, slik onbelangrijke ergernissen in. Prent jezelf in dat je dan weliswaar geen partners meer bent, maar dat je samen wel nog altijd goede ouders kunt zijn. En daar zijn niet alleen de kinderen maar ook jij en je ex-partner bij gebaat.

• Gun je kind een goede band met de andere ouder. Betrek je kind niet in de eventuele onderlinge problemen. Probeer ten allen tijde te voorkomen dat er kampen ontstaan; daar is vooral je kind niet bij gebaat.

• Zolang er nog veel emoties spelen, is het belangrijk om er ruimte aan te geven; geef jezelf die ruimte en werk eraan. Laat de onderlinge problemen niet de boventoon voeren, maar ga er juist mee aan de slag. Voorkom dat de kinderen betrokken worden bij jullie onderlinge problemen.

• Zorg goed voor jezelf.

• Vergeet niet dat je ook na een scheiding een rouwproces moet doorlopen. Neem daar voldoende tijd voor, anders kan het je nog jarenlang blijven achtervolgen. Door dit proces goed te doorlopen kun je na verloop van tijd goed afscheid nemen van de periode met je partner.’

 


Tot slot: wat is jouws inziens het belangrijkste dat ouders op het gebied van scheiding moeten weten?

ouders_kind_coparenting‘Er is bijna geen kind dat blij is wanneer de ouders uit elkaar gaan. Voor jouzelf maar zeker ook voor je kind is een scheiding lastig: de personen, die geacht worden om zijn/haar leven lang voor een fijn, liefdevol en veilig klimaat te zorgen, lijken nu ineens alles overhoop te gooien.

De meeste ouders kunnen na een scheiding nog prima samen opvoeders zijn en afzonderlijk van elkaar een goed en veilig thuis bieden voor hun kinderen. Het is belangrijk om ‘schuldenvrij’ te denken. Dus: een ‘goede’ scheiding is absoluut mogelijk. Je kinderen verdienen dit; jij en je ex-partner trouwens ook. Er valt op dit gebied wel nog veel te winnen. Voorkom dat het kind tussen jullie als ouders in komt te staan.

Mocht een ‘goede’ scheiding onverhoopt toch niet vanzelf gaan, dan kun je daar ondersteuning bij zoeken. Dat is bijzonder zinvol; doe het op tijd, dus liefst voordat het een conflictueuze scheiding wordt.’

 

Aanvullende informatie over dit onderwerp:
– Neem een kijkje op de site van Villa Pinedo; daar vind je vragen van ouders met antwoorden van jongeren en de verhalen van jongeren zelf. Dan zie je waar jongeren en andere ouders tegen aan lopen. Dat kan jou als ouder helpen om onnodige valkuilen en problemen te voorkomen.
– Wat betreft de hulp kun je o.a. denken aan buurtteams, aan Wegwijzer ‘Kind en Scheiding of aan ‘Ouderschap blijft’. Op http://www.nji.nl vind je een overzicht van allerlei programma’s ter ondersteuning van kinderen en ouders.
– Het Platform ‘Scheiding zonder schade’ (o.l. André Rouvoet) besteedt veel aandacht aan het ondersteunen van gescheiden ouders in hun ouderschap en in hun relatie.
– Een ander initiatief, dat momenteel wordt opgezet, is het ‘Besluit met Muisjes’; dat gaat zich vooral bezig houden met ouderschap en stress na een scheiding.
– Vraag ook je huisarts om raad; hij/zij kent het lokale aanbod en kan je daarin goed adviseren.’

 

Wil je graag reageren op dit artikel? Dat mag!
Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij als eerste Joyce’ waardevolle OpvoedTips ontvangen? 
Helemaal gratis en vrijblijvend. Klik dan hier.

Cadeau: Kort na je aanmelding van het e-zine ontvang je Joyce’ E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’ als cadeau. Dat is dus ook helemaal gratis en vrijblijvend. Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_c
Heb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.


K
lik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘3 Goede Voornemens voor Ouders (of: Hoe houd je het ouderschap goed vol?)’. Klik hier.
– ‘Als je de balans kwijt raakt…’ | Hoe houd je alle ballen in de lucht zonder stress. [Gastbijdrage van drs. Agathe Hania-Akse]. Klik hier.
– ‘Doorbreek het taboe: Opvoeden is niet altijd leuk en makkelijk.’ Klik hier.
– ‘Positief opvoeden: Start je opvoeding goed met deze 5 stappen.’ Klik hier.
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

logo_akse_coaching_klein_nieuw
Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

Wat vertel je je kind als het een dierbare verliest? [Interview met rouwexpert dr. Mariken Spuij]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze onderzoekers interviewt over hun eigen onderzoek. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, met opvoeding en/of met de ontwikkeling van kinderen (0-12 jaar).

 

kinderen_moeder_knuffel_verdrietigIedereen maakt het helaas wel eens mee: het verlies van een dierbare. Je hoopt natuurlijk dat iedereen, die je lief is, zo lang mogelijk bij je blijft; maar dat er ooit een naaste zal overlijden, is helaas onvermijdelijk. Je weet dat zo’n overlijden zorgt voor groot verdriet, voor gemis, misschien ook wel voor boosheid of bijna fysieke pijn. Allemaal gevoelens, die je je kind het liefst wil besparen.

Toch kan ook je kind er mee te maken krijgen. Je wil het natuurlijk niet, maar het zal een keer gaan gebeuren. En dan is het goed om te weten hoe je als ouder op een goede manier met het verdriet en het gemis van je kind om kunt gaan. Waar doe je goed aan? Wat kun je doen of zeggen en wat beter niet?

In dit artikel vertelt dr. Mariken Spuij (orthopedagoog, Klinisch Psycholoog / Psychotherapeut en onderzoeker) hoe je met zo’n verdrietige situatie om kunt gaan en wat jij als ouder kunt doen om het verdriet en gemis voor je kind draaglijk(er) te maken.

 

Mariken, je bent expert op het gebied van verliesverwerking bij kinderen & jongeren. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er zo in aan?

wat_je_in_je_hart_bewaart‘Ik ben al lang gefascineerd door hoe mensen met angst, depressie en trauma behandeld kunnen worden. Ik vind met name de vraag hoe mensen heel verschillend, allemaal op hun eigen manier met ingrijpende gebeurtenissen, zoals een verlies, omgaan. Waardoor komen deze verschillen en hoe kunnen we de groep, die vastloopt, helpen? Aangezien ik van origine orthopedagoog ben, gaat mijn onderzoek over kinderen en jongeren, maar in mijn praktijk zie ik ook veel volwassenen.

Verder was het voor mij een logisch onderzoeksgebied. Bij Klinische Psychologie in Utrecht zit een belangrijke onderzoeksgroep op dit gebied (o.a. Prof. Dr. Paul Boelen, dr. Maggy Stroebe, dr. Henk Schut, Prof. dr. Jan van den Bout). Met onder andere Paul Boelen werkte ik destijds veel samen op het gebied van cliëntenzorg. De stap naar onderzoek was daarom snel gelegd.’

 

 


mariken_spuijIn het artikel ‘Wat vertel je je kind als iemand overlijdt?’ is orthopedagoog, klinisch psycholoog / therapeut & onderzoeker Mariken Spuij aan het woord. Ze is gepromoveerd op het thema ‘Gecompliceerde rouw bij kinderen en adolescenten’.

Momenteel werkt ze als orthopedagoog binnen haar eigen praktijk TOPP-Zorg waar ze kinderen, jongeren en volwassenen met traumatische rouw, angst en depressie behandelt. Daarnaast is ze en als universitair docent verbonden aan bij de opleiding Pedagogische Wetenschappen (Universiteit Utrecht) waar ze o.a. onderzoek doet naar rouw en verliesverwerking bij kinderen en jongeren. Tot slot is Mariken als docent en supervisor verbonden aan diverse post-academische opleiding (o.a. GZ-psycholoog, Psychotherapeut, Cognitief Gedragstherapeut en Orthopedagoog-Generalist).

Mariken heeft zelf drie kinderen: Marleen (16 jaar), Rogier (14 jaar) en Jildau (12 jaar).
In haar vrije tijd bezoekt ze graag (pop)concerten en festivals.


 

 


Je hebt je boek ‘Rouw bij kinderen en jongeren’ geschreven over het begeleiden van verliesverwerking. Wat was voor jou de belangrijkste aanleiding of motivatie om dit boek te schrijven? Wat is één van de belangrijkste boodschappen uit je boek?

‘Ik ben in 2014 gepromoveerd op de diagnostiek en behandeling van rouw, die stagneert, bij kinderen en jongeren (in de DSM-5 ‘persisterende complexe rouw stoornis’ geheten; in ICD-11 ‘prolongeer grief disorder’). Het boek was een logisch vervolg daarop. Een proefschrift is echter voor een beperkte groep. Ik wilde graag dat mijn kennis en ervaring voor meer mensen toegankelijk werd, geloof ik. Het was overigens ook toevallig dat het er kwam. Uitgeverij Nieuwezijds benaderde mij. Als ze dat niet hadden gedaan, was het er misschien wel nooit geweest.’

 

Iedereen maakt wel eens een periode van rouw mee in zijn leven; kinderen ook. Waar merk je dat ouders het meest mee zitten of tegen aan lopen als hun kind een periode van rouw doormaakt? Wat vinden ouders in zo’n periode het lastigste of moeilijkste? Zijn er ook dingen die ouders – onbewust of onbedoeld – ‘verkeerd’ aanpakken?

6108-06167207‘Ik vind het lastig om in het algemeen iets te zeggen. Iedere situatie is toch ook erg uniek. Tegelijkertijd zie ik wel vaak dat ouders hun kinderen willen beschermen tegen de pijn. Volstrekt logisch overigens… En dat kinderen andersom precies hetzelfde doen.

Het gevolg daarvan kan zijn dat er steeds meer verwijdering komt. Het tegenovergestelde van wat mensen willen gebeurt dan. Ooit las ik ergens dat een puber had gezegd: ‘Ben je bang om mij verdrietig te maken en zeg je daarom niets? Dat kan niet. Ik ben het al.’

Kortom, de pijn is er toch wel. Je kunt er naar vragen of gewoon iemand een knuffel geven. Het lastige is vaak dat mensen het gevoel hebben dat ze het moeten oplossen voor de ander. Dat kan (natuurlijk) niet.’

 

 


Mariken Spuij schreef het boek ‘Rouw bij kinderen en jongeren: Over het begeleiden van verliesverwerking’.

boek_rouw_bij_kinderen_en_jongeren‘Een dierbare verliezen is een ingrijpende gebeurtenis, zeker als je nog jong bent. Kan een kind het intense verdriet van een verlies wel aan en blijft het niet voor altijd in negatieve zin getekend?

Gelukkig blijken de meeste kinderen met de juiste steun uit hun omgeving het verlies van een dierbare goed te kunnen verwerken. Dit betekent niet dat verliesverwerking een eenvoudige opgave is, zeker niet omdat volwassenen in de omgeving van het kind zelf meestal ook in de rouw zijn. Dit boek biedt handreikingen om kinderen en jongeren te steunen bij het rouwproces.’

Klik hier om meer over het boek ‘Rouw bij kinderen en jongeren’ te lezen.


 

 


Ik heb een aantal verschillende gezinssituaties voor je. Zou je bij elke situatie kort kunnen aangeven hoe ouders die het beste kunnen aanpakken? Wat kunnen ze beter wel of beter niet doen?

(1) Jullie hond is vorige week overleden en je zoon is er helemaal door van slag. Hij eet slecht, slaapt weinig en trekt zich het liefst de hele dag terug op zijn slaapkamer. Je begint je langzaam zorgen over hem te maken. Wat kun je als ouder doen?

meisje_tekent_hond_krijt‘Het verlies van een huisdier kan heel ingrijpend voelen voor een kind. Voor jonge kinderen is het vaak het eerste verlies waarmee ze geconfronteerd worden. Hoe gek misschien ook, het is een goede gelegenheid om het over verlies en de dood te hebben. Wat is dat eigenlijk dood? Wanneer ga je dood? En wat gebeurt er met je lichaam als je dood bent? Er zijn, zeker voor jonge kinderen, allerlei boekjes die kunnen helpen, bijv. om de juiste woorden te vinden.’
Leessuggesties: ‘Lieve oma Pluis’ (Dick Bruna); ‘Rikki en de eekhoorn’ (Guido van Genechten); Kikker en het vogeltje’ (Max Velthuijs); ‘Anna’s moemoe is dood’ (Kathleen Amant); ‘ ‘Ik had je nog zoveel willen zeggen’ (Martine van Nieuwenhyzen); ‘Doodgewoon’ (Bette Westera); ‘Code Kattenkruid’ (Jacques Vriens); ‘Achtste groepers huilen niet’ (Jacques Vriens)‘.

‘Je kunt als ouder de gevoelens normaliseren. Het is normaal als je je boos, bang en verdrietig voelt. Ook kan het zijn dat je je een beetje opgelucht voelt. Bijvoorbeeld omdat de hond na een ziekte of ouderdom geen pijn meer heeft.

Vaak is het belangrijk om ook weer leuke dingen te doen. Kinderen vinden het fijn om even iets anders te doen. Voor de één is dat voetballen en voor de ander is dat een tekening maken. Ook kun je samen fijne herinneringen ophalen aan de hond.

Kortom, heb het er over. Soms is gewoon even zijn naam noemen al genoeg. Of zeggen dat het zo gek voelt nu hij niet meer in huis rondloopt… Of dat het stiekem ook wel fijn is dat je hem niet meer hoeft uit te laten. Niet dat je het fijn vindt dat hij dood is. Natuurlijk niet! Maar dat uitlaten in de regen…’


(2) Je hebt net gehoord dat je eigen moeder plotseling is overleden. Je bent er helemaal kapot van. Na een tijdje raap je alle moed bij elkaar om het je kinderen te vertellen. Maar hoe vertel je hen eigenlijk dat oma is overleden? Waar begin je? Wat zeg je? Wat doe je?

moeder_zoon_omhelzing3‘Ook hier geldt dat je het gewoon kunt vertellen. Je past je taal aan aan het kind. Houd de boodschap kort. Check hoe kinderen reageren en reageer daar dan weer op. Oudere kinderen zullen misschien vragen hebben, die je niet verwacht had.

Probeer zo open en onbevooroordeeld te luisteren naar de vragen van je kind(eren). Vaak is de vraag achter de vraag belangrijker om te bespreken dan de initiële vraag. Hiermee bedoel ik dat kinderen niet voor niets deze vraag op dit moment stellen. Probeer je te bedenken waar de vraag vandaan komt en pas je antwoord hierop aan.’

 

(3) Een tijdje geleden is je vader overleden en niet alleen jij maar ook je dochter heeft het daar erg moeilijk mee. Zij mist haar opa enorm. Jullie hebben beiden een groot verdriet. Je wil tijd en ruimte hebben voor je eigen verdriet, maar je wil er ook zijn voor je kind. Hoe vind je daar een goede balans in? Waar moet je dan rekening mee houden?

Mother and daughter in forest together‘Dat is natuurlijk heel lastig. Ik zie vaak dat ouders hun kind(eren) willen beschermen en tegelijkertijd dat kind(eren) hun ouder(s) willen beschermen. Het gevolg is dan vaak dat ze pijnlijke onderwerpen vermijden en het er niet meer over hebben. Het gevaar is dat gezinsleden steeds verder van elkaar verwijderd raken.

Rouwen heeft in feite twee kanten. Enerzijds is er de verliesgerelateerde kant en aan de andere kant is er de meer herstelgeoriënteerde kant. Ik vergelijk het vaak met een roeiboot: je moet aan beide riemen trekken om vooruit te komen. Als je vooral met een roeispaan bezig bent, draai je rondjes of lig je stil.

Bij gezinnen in rouw helpt deze metafoor om te bedenken dat rouwen betekent dat je enerzijds ruimte en tijd neemt om stil te staan bij de pijnlijke emoties (zoals verdriet, boosheid, angst) en anderzijds om weer leuke en plezierige dingen met elkaar te ondernemen.’

 

Tenslotte, wat is het allerbelangrijkste dat je als ouder voor je kind kunt doen als je kind een periode van rouw doormaakt?

vader_troost_dochter‘Dat is een goede en interessante vraag. Tegelijkertijd is hij erg moeilijk te beantwoorden. Want ieder verlies is anders, maar ieder kind is dat ook. Het is dus lastig om in algemeenheden te spreken.

Misschien is het het belangrijkst om je als ouder te realiseren dat kinderen vaak ‘herrouwen’. Daarmee bedoel ik dat het verwerken van een verlies vaak op een latere leeftijd als het ware opnieuw wordt doorgewerkt.

Dit heeft vaak te maken met het feit dat kinderen meer gaan begrijpen of andere vragen krijgen. Bijvoorbeeld kinderen die toen ze peuter of kleuter waren een dierbare hebben verloren, zullen zich misschien op latere leeftijd gaan afvragen wie die ander nu werkelijk was. Zelf hebben ze vaak nauwelijks herinneringen aan hem of haar. Dat is soms pijnlijk, maar het kan ook verwarrend zijn en vragen oproepen. Wat heb ik van hem of haar? Of wat zou hij of zij gedaan hebben in deze situatie? enzovoort.

Het blijft natuurlijk belangrijk om met elkaar in contact te blijven. Soms is dat heel lastig. Zeker als er veel (emotionele) pijn ervaren wordt. Het kan dan fijn zijn om juist dingen samen te doen. Denk aan praktische dingen, die makkelijk te organiseren zijn, zoals een potje voetballen of iets knutselen. Soms zullen er dan ook gesprekjes ontstaan over dingen die aan het verlies raken. Bijvoorbeeld ‘papa hield ook zo van hard tegen de bal aan trappen’ of ‘het is fijn om te kleuren als je je verdrietig voelt’. Gesprekjes over de dierbare en het verlies komen dan meestal gaandeweg ‘vanzelf’.’

 


tip_gezinWil jij als eerste Joyce’ waardevolle OpvoedTips ontvangen?
Helemaal GRATIS en vrijblijvend. Klik dan hier.

Cadeau: Kort na je aanmelding van het e-zine ontvang je Joyce’ E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’ als cadeau. Dat is dus ook helemaal gratis en vrijblijvend. Je leest er hier meer over.


 

Wil je graag reageren op dit artikel? Dat mag!
Zet jouw reactie dan onder dit bericht of op m’n Facebook-pagina. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

Heb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?
joyce_rosegrijs_staand_c
Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle opvoedtips:
– ‘4 manieren om je kind te helpen met lastige emoties (+ 3 BONUSTIPS)’. Klik hier.
‘Waarom huil je nu alweer?’ (over: Hoe je ervoor zorgt dat je kind minder huilt.)’. Klik hier.
– ‘Positief opvoeden: Start je opvoeding goed met deze 5 stappen.’ Klik hier.
– ‘Laat dat nou!’ (over: 5 opvoedvalkuilen waar we allemaal intrappen én waardoor opvoeden onbedoeld lastiger wordt). Klik hier.
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl. 

Ruzie tussen broers en zussen: Zo los je het op! [Interview met onderzoeker dr. Kirsten Buist]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze onderzoekers interviewt over hun eigen onderzoek. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, met opvoeding en/of met de ontwikkeling van kinderen (0-12 jaar).

meisje_jongen_boos_op_bedLeek het jou ook zo leuk om je oudste kind een broertje of zusje te geven, zodat het niet meer alleen was en altijd een speelkameraadje in de buurt had?

Nu je kinderen hebt, lijkt het wel alsof ze elkaar steeds vaker in de weg zitten. Op het ene moment spelen ze ontzettend leuk met elkaar en het andere moment vliegen ze elkaar in de haren. Die ruzies kunnen ook om ‘niks’ gaan; soms lijkt het ‘verkeerd ademen’ of ‘net even wat te lang kijken’ van de één al een onwijs groot probleem voor de ander.

Als ouder wil je niets liever dan dat je kinderen een fijne band met elkaar hebben en goed met elkaar kunnen omgaan. Natuurlijk hoeven ze het niet altijd met elkaar eens te zijn en mogen ze ook best eens wat kibbelen, maar die grote ruzies zou je het liefst willen voorkómen.

 

⇒ In dit artikel vertelt onderzoeker dr. Kirsten Buist hoe je dat als ouder op een goede manier kunt aanpakken.


Kirsten, jij bent expert op het gebied van de relatie tussen broers en zussen. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan?

jongen_meisje_steken_tong_uit‘In mijn promotieonderzoek was ik bezig met het gezin in z’n geheel, waaronder de relatie tussen broers en zussen. Toen ik bij de Universiteit Utrecht kwam werken, kreeg ik de vraag om een reeks colleges te bedenken over onderwerpen die verder in de studie Pedagogische Wetenschappen nog niet aan bod kwamen.

Tot mijn stomme verbazing kwam ik erachter dat onze studenten nog helemaal niets leerden over broertjes en zusjes. Gezien het feit dat het zo’n veelvoorkomende en invloedrijke relatie is en ik ook uit eigen ervaring weet hoe belangrijk die relatie kan zijn voor hoe het met je gaat, hoe je in het leven staat en hoe je met anderen omgaat, vond ik het hoog tijd om daar meer aandacht aan te besteden.

Door me heel goed in het onderwerp te verdiepen, kwam ik er ook achter dat dit een algemeen beeld is: vergeleken met bijvoorbeeld de relatie tussen ouders en de ouder-kindrelatie is er veel minder onderzoek gedaan naar de broer/zus-relatie. Ik hoop daar met mijn werk een steentje aan bij te dragen, zodat dat een beetje ingehaald wordt.’

 


Kirsten BuistIn het artikel ‘Ruzie tussen broers en zussen: Zo los je het op!’ is onderzoeker Kirsten Buist aan het woord. Ze is gepromoveerd op de ontwikkeling van gezinsrelaties tijdens de adolescentie en het verband met internaliserend en externaliserend probleemgedrag.

Momenteel werkt ze als universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht en doet ze (o.a.) onderzoek naar het gezinssysteem, broer- / zusrelaties en probleemgedrag.

Kirsten heeft zelf twee kinderen: Thijs (12) en Anouk (9).


 

Je hebt het boek ‘Broertjes & Zusjes’ geschreven over hoe ouders de relatie tussen hun eigen kinderen goed kunnen houden of kunnen verbeteren. Wat was voor jou de belangrijkste aanleiding of motivatie om dit boek te schrijven? Wat is één van de belangrijkste boodschappen uit je boek? 

jongen_meisje_samen_rails_buiten‘De uitgeverij van het boek heeft mijn co-auteur Sheila van Berkel benaderd om over dit onderwerp een toegankelijk boekje te schrijven voor ouders, die een tweede kind hebben of verwachten. Zij wilde graag dat ik zou meeschrijven, waarop ik uiteraard ‘ja’ heb gezegd.

Als wetenschappers zijn we veel bezig met wetenschappelijke artikelen schrijven voor collega-onderzoekers, terwijl er zoveel mensen zijn die zouden kunnen profiteren van de kennis die er al is over dit soort onderwerpen. Voor mij was dat de voornaamste reden om enthousiast te zijn over het schrijven van dit boek.

Ik vind het belangrijk dat kennis terechtkomt bij iedereen die er wat aan kan hebben. En voor mezelf was het een hele goede oefening om in niet-wetenschappelijke, toegankelijke taal te beschrijven wat we weten uit wetenschappelijk onderzoek.

Eén van de belangrijkste boodschappen uit ons boek is dat ruzie tussen broertjes en zusjes er weliswaar bij hoort, maar dat je als ouder wel kunt helpen voorkómen dat het uit de hand loopt en je kinderen kunt helpen om ruzies op een goede manier op te lossen.’


Alle ouders maken wel eens mee dat hun kinderen elkaar flink in de haren vliegen. Waar merk je dat ouders zelf het meest mee zitten of tegen aan lopen als dat bij hun kinderen gebeurt? Wat vinden ouders in zo’n situatie het lastigste of moeilijkste? Zijn er ook dingen die ouders – onbewust– ‘verkeerd’ aanpakken, waardoor ze onbedoeld de kans groter maken dat de kinderen ruzie blijven maken. 

moeder_bij_ruzie_dochters‘Ouders twijfelen vaak of en wanneer ze moeten ingrijpen bij een ruzie tussen hun kinderen. Het is belangrijk om bij het begin van een conflict te beoordelen of kinderen er zelf uit kunnen komen. Zo ja, laat ze maar even hun gang gaan. Als je meteen al merkt dat dat niks wordt, is het belangrijk om vrij snel tussenbeide te komen.

Het is voor ouders belangrijk om te weten dat ze hun kinderen zo min mogelijk met elkaar moeten vergelijken, zeker hardop. Op die manier versterk je namelijk gevoelens van competitie, wat een sterke bron van ruzie kan zijn tussen kinderen. Elk kind heeft zijn/haar eigen kwaliteiten, dus focus daarop in plaats van die vergelijking te maken.’

 


Voorkant boekKirsten Buist schreef samen met Sheila van Berkel het boek ‘Broertjes & Zusjes: Zo stimuleer je een warme band tussen je kinderen’. 

Een hechte band tussen broers en zussen heeft positieve gevolgen die de rest van het leven merkbaar zijn. Als ouder wil je dus niets liever dan dat je kinderen een fijne, warme band met elkaar ontwikkelen. Maar kun je daar wel invloed op uitoefenen? Jazeker!

In Broertjes & Zusjes lees je wat je van je kinderen kunt verwachten én hoe jij daarop in kunt spelen. Hoe bereid je de oudste voor op de komst van een broertje of zusje? Wat zijn de bekende verschillen tussen het oudste en het jongste kind? Hoe leg je ruzies bij en hoe leer je eerlijk delen? Al vanaf het moment dat je zwanger bent van de tweede, maar ook daarna, kun je kinderen vaardigheden leren die van grote invloed zijn op hun verdere leven.

Klik hier om meer over dit boek te lezen.


 


Ik heb 3 voorbeelden voor je van situaties, die in een gezin kunnen voorkomen. Zou je bij elk voorbeeld kunnen aangeven hoe ouders die situatie het beste kunnen aanpakken?

Gezin 1.
Sinds de geboorte van je zoontje (je 2e kindje) is de oudste (van 2 jaar) niet meer te genieten. Ze vindt er niks aan dat er nu een baby in huis is; sterker nog, het is alsof ze de baby zelf hartstikke stom vindt. Ze zegt allemaal onaardige dingen tegen hem; soms knijpt ze hem zelfs. Wat kun je als ouder doen om de relatie tussen deze jonge kinderen te verbeteren?

baby_meisjes_lachend_knuffelen‘Het is belangrijk om je te realiseren dat deze reactie voor jou (en de baby) weliswaar heel vervelend is, maar het is een legitiem gevoel. Je peuter vertellen dat zij zich niet zo moet voelen, zal waarschijnlijk niet het gewenste effect hebben: zij voelt het nou eenmaal zo. Het is beter om dat gevoel te benoemen en accepteren dat dat zo is. Knijpen en pijn doen mag natuurlijk niet, daarover moet je duidelijk zijn.

Heel veel kinderen reageren de eerste periode nogal negatief op de geboorte van een broertje of zusje. Voor vrijwel alle kinderen is dit een tijdelijke reactie, die vanzelf over gaat. Zoals altijd geldt: zo min mogelijk aandacht geven aan negatieve manieren van aandacht vragen en juist positieve manieren van aandacht vragen belonen, met name met jouw waardering. Dus als je peuter wél lief tegen de baby is, laat je heel duidelijk zien hoe fijn je dat vindt.

Wat ook altijd goed werkt is om – ook al heb je het druk met een baby er bij – één op één tijd in te plannen met je oudste. Veel kinderen vinden dat heel fijn, even iets doen met alleen papa of mama.’

Gezin 2.
Hoewel je twee kinderen (5 en 7 jaar) het altijd vrij goed met elkaar konden vinden, lijkt het er de laatste paar weken op dat ze niks meer van elkaar kunnen hebben. Ze vliegen elkaar om de kleinste dingen in de haren. Je hoort opmerkingen als ‘kijk niet zo naar me’ of ‘blijf van m’n spullen af’ en dat ontaardt binnen no time in een fikse ruzie. Wat kun je als ouder doen om deze ruzies op te lossen, te beperken en het liefst natuurlijk te voorkómen?

jongens_vechten_met_elkaar_bank‘Als het eerst wel goed ging, en nu ineens niet meer, is het goed om te proberen te achterhalen of er een aanleiding is voor deze verandering. Let ook op of er specifieke momenten zijn waarop het risico op bonje het grootst is, bijvoorbeeld rond bedtijd of etenstijd. Als die specifieke momenten er inderdaad zijn, kun je er voor proberen te zorgen dat ze op dat soort momenten apart van elkaar iets leuks doen. Zorg er dan ook voor dat ze op tijd kunnen eten of kunnen gaan slapen.

Als je kinderen ruzie maken kun je als ouder natuurlijk voor scheidsrechter of politieagent spelen maar handiger (en leuker voor jou) is het om te kijken of je ze kunt helpen om samen tot een oplossing te komen. Vooral als er onderwerpen zijn waar steevast ruzie over komt (bijvoorbeeld omdat ze allebei met jullie enige iPad willen spelen) kun je ze laten overleggen over wat een eerlijke oplossing zou zijn. Het voordeel is namelijk dat een oplossing waar ze zelf mee komen voor allebei veel bevredigender is dan een oplossing die jij als ouder ‘van hogerop’ oplegt.’

Gezin 3.
Je drie kinderen hebben ieder hun eigen kwaliteiten. Alleen merk je dat je middelste (9 jaar) het lastig vindt als het weer gaat over hoe goed de oudste (11 jaar) gevoetbald heeft of een goed cijfer had op zijn rapport. Dan kan hij het niet laten om een vervelende opmerking te maken. En dat terwijl ook hij geprezen wordt om zijn eigen rapport of sportprestaties. Hoe kun je als ouder het beste met deze vervelende opmerkingen onderling omgaan?

moeder_praat_met_kinderen‘Praten met je kinderen is enorm belangrijk. Het ene kind is gevoeliger voor jaloezie en voelt zich misschien wat sneller achtergesteld of “minder goed” dan broer of zus. Ga daarom het gesprek aan: waarom zegt het kind deze dingen, waar komt het gevoel van jaloezie vandaan, maakt iemand anders zulke opmerkingen ook, hoe zou het kind zich voelen als dat zo was?

Kinderen zijn zich nog niet altijd bewust van de emotionele reactie die ze bij iemand anders kunnen oproepen dus daar kun je ze als ouder bij helpen.

En natuurlijk geef je als ouder het goede voorbeeld: jij vergelijkt je kinderen niet nadrukkelijk met elkaar, anders werk je dit soort competitie in de hand.’

 


Tenslotte, wat is het allerbelangrijkste dat je als ouder voor je kinderen (0-12 jaar) kunt doen om de relatie onderling goed te houden?

‘Er zijn een aantal dingen, die bij me op komen:

gezin_blij_duimen_omhoog(1) Elk kind op waarde schatten en zo min mogelijk vergelijken.
(2) Bepraat gevoelens en gedachten.
(3) Laat je kinderen hun onderlinge ruzies waar mogelijk zelf oplossen.
(4) Probeer uit te zoeken welke dingen je kinderen leuk vinden om samen te doen en stimuleer dat (ook al vind je ’t zelf niks; indoor-speelparadijzen bijvoorbeeld…). Zo rem je niet alleen ruzie af, maar stimuleer je ook positieve gevoelens en spel.’

 

Wil je graag reageren op dit artikel? Dat mag!
Zet jouw reactie dan onder dit bericht of op m’n Facebook-pagina. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezinWil jij als eerste Joyce’ waardevolle OpvoedTips ontvangen?
Helemaal GRATIS en vrijblijvend. Klik dan hier.

Cadeau: Kort na je aanmelding van het e-zine ontvang je Joyce’ E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’ als cadeau. Dat is dus ook helemaal gratis en vrijblijvend. Je leest er hier meer over.


 

Heb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?
joyce_rosegrijs_staand_c
Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

 

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.
Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle opvoedtips:
– ‘Samen spelen, samen delen? – 5 tips om je kind te leren om met andere kinderen te spelen’. Klik hier.
– ‘Positief opvoeden: Start je opvoeding goed met deze 5 stappen.’ Klik hier.
– ‘Laat dat nou!’ (over: 5 opvoedvalkuilen waar we allemaal intrappen én waardoor opvoeden onbedoeld lastiger wordt). Klik hier.
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

logo_akse_coaching_klein_nieuw

 

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.