Peuterpuberteit: 10 domeinen om samen met je kind te overwinnen.

meisje_lachend_peuterToen je kindje nog een baby (0-1 jaar) was, ging het allemaal eigenlijk heel gemakkelijk.  Af en toe waren er wel wat dingetjes waar je even wat mee moest, zoals de hapjes die je baby niet meteen wilde eten of het doorslapen dat niet meteen wilde lukken, maar over het algemeen viel het reuze mee. Ook als dreumes (1-2 jaar) had je weinig met je kindje te stellen. Je kindje deed over het algemeen wel wat je zei, hij vond het fijn om je te helpen, om met je te kletsen, om me je te spelen en hij knuffelde je graag. Het was echt een lieverd!

Nu je kindje echter de peuterleeftijd (2-3 jaar) heeft bereikt, lijkt alles ineens heel anders. Natuurlijk is je kindje nu ook nog wel lief, maar sommige situaties zijn echt een stuk lastiger. Het is niet vanzelfsprekend meer dat je kindje meteen naar je luistert. Hij kan ook soms om onverklaarbare redenen een driftbui krijgen. Hij huilt soms heel hard, terwijl je niet goed begrijpt wat er nou aan vooraf ging. Verder wil hij op de gekste momenten van alles ‘zelluf’ doen, terwijl hij dat nog helemaal niet kan. Als je aanbiedt om te helpen, dan mag dat echt niet. Maar ondertussen is hij wel enorm gefrustreerd als het hem inderdaad niet lukt. Wat is er toch met hem aan de hand…?

De kans is groot dat je kind midden in de peuterpuberteit zit.

Op deze jonge leeftijd gebeurt er ontzettend veel met je kindje en daar staan we als ouder vaak helemaal niet bij stil. Je kindje ontwikkelt zich op allerlei gebieden en dat gaat in rap tempo. Je kunt je misschien wel voorstellen dat het voor je kindje ook niet allemaal even makkelijk is.

⇒ Hieronder vind je een overzicht van wat je kindje allemaal leert en wat daar voor je kindje (en jou) lastig aan is. Per domein geef ik je steeds één praktische tip om direct thuis toe te passen én geef ik je één leestip voor als je verder wil lezen over dat specifieke onderwerp. Onderaan het artikel geef ik je nog 5 extra opvoedtips. Op basis van deze informatie én tips leer je je peuter en zijn frustratie, boosheid en emoties niet alleen beter begrijpen, maar kun je er ook op een positieve manier op reageren. Daar komen ze…

 

(1) De sociale ontwikkeling van je peuter:
kinderen_spelen_op_grond_leidstersKinderen vinden het doorgaans heel fijn om met andere kinderen te spelen. Bij jonge peuters is dat vaak nog niet echt ‘samen’ spelen, maar eerder naast elkaar spelen. Naarmate je kindje ouder wordt, zal hij ook steeds meer echt samen spelen met andere kindjes.
Kinderen leren van het omgaan met anderen, van volwassenen én van andere kinderen.  Kinderen kijken naar elkaar, imiteren elkaar en leren zo nieuwe vaardigheden of nieuwe spelletjes. Vandaar dat het voor de sociale ontwikkeling van je kind belangrijk is om hem van jongs af aan met andere kinderen te laten spelen.

TIP: Wacht niet om je kindje met andere kinderen te laten spelen totdat hij naar de basisschool gaat. Spreek nu al regelmatig af met ouders van jonge kinderen uit de buurt, met vrienden die zelf ook jonge kinderen hebben of meld je kind aan voor de kinder- of peuteropvang. Op die manier krijgt je kindje de kans om te leren samen spelen.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘Hoe leer je je kind om rekening te houden met anderen?‘.

 

(2) Egocentrisme: Je peuter is bijzonder egocentrisch ingesteld.
kinderen_maken_ruzie_om_xylofoon_ouders_op_bankJonge kinderen zien de wereld vooral vanuit hun eigen standpunt. Ze zijn heel erg egocentrisch ingesteld en kunnen zich nog niet verplaatsen in het standpunt van een ander. Voor je peuter betekent dat wanneer hij iets wil, hij dat onmiddellijk wil. Hij houdt er geen rekening mee of het op dat moment kan en of jij dat als ouder wel goed vindt. Hij wil het hebben (of doen) en hij wil het nu!
Je kindje kan ook nog niet inschatten dat een ander iets zou ‘kunnen willen’. Je peuter denkt echt alleen nog maar vanuit zichzelf: ‘ik wil dat speeltje nu’ en houdt er geen rekening mee dat het andere kindje al een tijdje heel leuk met dat speeltje aan het spelen is en het vervelend kan vinden dat hij het van hem afpakt. Met alle gevolgen van dien…

TIP: Ga bij je kindje zitten als het samen met een ander kindje speelt  en leg uit wat er gebeurt; ‘ondertitel’ het, als het ware. Leg uit dat je kind niet zo maar iets mag afpakken, maar dat hij het wel eerst kan vragen. Als het kindje het dan afgeeft, dan mag hij het hebben. Zo niet, dan moet hij wachten totdat het kindje ermee klaar is. Doe voor wat ‘om de beurt’ is en wat ‘samen spelen’ precies inhoudt.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘Samen spelen, samen delen‘.

 

(3) Je peuter wordt langzaam maar zeker zindelijk. 
jongen_zit_op_potje_02Veel kinderen worden als peuter zindelijk. Dat betekent dat ze actieve controle krijgen over hun eigen blaas en darmen. Natuurlijk gebeuren er ook wel eens ongelukjes, die tot frustratie en boosheid kunnen leiden; niet alleen bij je kind, maar ook bij jou als ouder. Realiseer je dat alle kinderen in hun eigen tempo zindelijk worden. Het is nergens voor nodig om het te overhaasten. Ook jouw kindje zal na verloop van tijd zindelijk zijn.

TIP: Stel je tijdens en na de zindelijkheidstraining in op ongelukjes. Ga er van uit dat ze gaan gebeuren. Dat is helemaal niet erg en ze horen er echt bij. Het ene kind heeft er meer last van dan het andere. Zorg er voor dat je als ouder niet boos, maar er juist rustig op reageert. Bij een ontspannen aanpak zonder strijd leert je kindje op een fijne manier om zijn blaas en darmen te beheersen en om op zichzelf te vertrouwen.

Verder lezen: Wil je graag checken of je kindje wel / niet klaar is om zindelijk te worden? Klik dan hier om een korte test te doen.
Wil je graag starten met het stimuleren van de zindelijkheid van je kind of merk je dat het nog best moeilijk is om je kindje zindelijk te maken (of te houden)? Lees dan meer over mijn cursus ‘Tijd voor Zindelijkheid’.

 


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 


(4) De spraak- / taalontwikkeling van je peuter: 

peuter8Gemiddeld genomen zeggen kinderen rond hun eerste jaar hun eerste woordje. Meestal is dat ‘papa’ of ‘mama’. Ze leren daarna steeds meer woordjes. Je ziet dat ze op deze leeftijd ook nog regelmatig gebruik maken van non-verbale communicatie; door te wijzen of een bepaalde gezichtsuitdrukking weet je als ouder vaak al wat je kindje bedoelt.

TIP: Om de taal- / spraakontwikkeling van je kindje te stimuleren kun je bijvoorbeeld steeds benoemen wat je doet, benoemen wat je pakt of benoemen wat je aan je kindje geeft. Op die manier leert je kind steeds beter wat de klanken die hij van jou hoort betekenen en koppelt hij ze aan voorwerpen, kleuren, vormen ed. Daarna zal hij het ook steeds vaker zelf proberen te zeggen.

Verder lezen: Lees het artikel ‘5 tips om nóg beter met je baby, dreumes en peuter te communiceren‘ (gastbijdrage van Esther Sluijsmans).

 

(5) Motorische ontwikkeling van je peuter: Lekker bewegen.
Werk in opdrachtOok op dit gebied zet je kindje letterlijk en figuurlijk grote stappen. Hij begint met een paar losse stapjes en dat worden er langzaam maar zeker steeds meer. Hij leert ook te springen, te rennen, met een bal te gooien en te vangen, tegen een bal te schoppen of zijn evenwicht te bewaren. Als je kindje wat ouder is, leert hij ook te hinkelen, huppelen of koprollen. Je kunt hem op dit gebied doorgaans goed stimuleren en aanmoedigen. Kijk wat je kindje kan / wil doen en probeer hem er – indien nodig – bij te helpen of doe het hem vaker voor.

TIP: Geef je kindje de mogelijkheid om veel te bewegen en om lekker actief te spelen. Juist door te doen, leert je kindje op deze leeftijd enorm veel. Laat je kindje ook dagelijks buitenspelen (bij voorkeur 2 uur per dag). Dat kan in je eigen tuin of in een speeltuin bij jou in de buurt. Aangezien peuters nog geen gevaar zien, is het wel belangrijk om een oogje in het zeil te houden.

Verder lezen: Lees ook m’n artikel ‘Is het erg als kinderen niet buiten spelen? (Interview op L1 Radio)‘.

 

(6) Emotionele ontwikkeling van je peuter: Driftbuien. 
jongen_driftbui_achteroverJe kind leert steeds beter wat zijn emoties zijn. Hij gaat er ook – onbewust – steeds meer mee experimenteren. Hij zal meer momenten hebben van groot verdriet en heftig huilen; ook merk je nu dat je kind soms ineens heel bang kan zijn (denk aan bang voor honden, spoken, monsters, heksen etc.).
Ook boosheid kan op deze leeftijd in alle heftigheid voorbijkomen. Vooral tussen 15 maanden en 3 jaar hebben de meeste kinderen last van ongecontroleerde uitbarstingen, de zg. driftbuien. Wat je dan aan je peuter merkt of ziet, is dat hij plots ongeduldig wordt, geen teleurstelling kan verdragen of geen ‘nee’ van jou kan horen. Met andere woorden: je peuter zou het liefst zijn eigen gang gaan, maar dat kan op dat moment niet. Als reactie barst je kindje in woede (of tranen) uit en gaat flink tegen je te keer. Sommige peuters gaan dan schreeuwen, krijsen, slaan, schoppen of houden een tijdje hun adem in (‘breath holding spells’).

TIP: Op het moment van een driftbui heeft je kind jou nodig om zijn emoties onder controle te krijgen en om tot bedaren te komen. Daarom is het ontzettend belangrijk dat jij rustig blijft op het moment dat je kind een driftbui heeft. Houd hem dan in de gaten (evt. op een afstandje), zodat hij zichzelf niet (onbedoeld) pijn gaat doen.

Verder lezen: In m’n  artikel ‘M’n kind heeft vaker driftbuien. Wat nu?’ lees je meer praktische tips over hoe je met een driftbui omgaat.

 

(7) Eten: Bang voor nieuwe dingen
peuter3Jonge kinderen kunnen soms bang zijn / worden voor nieuwe dingen; dat noemen we ‘neofobie’. Ze willen dan ineens niet meer eten; ze weigeren dan bijvoorbeeld om iets te eten dat ze niet kennen. Als je daar als ouder te veel in meegaat of als je je kind niet op een positieve manier stimuleert, dan zie je vaak dat kinderen steeds meer eten gaan weigeren. De maaltijd mondt uit in een machtsstrijd tussen ouder en kind. De gezelligheid aan tafel is dan ver te zoeken.

TIP: Voorkom dat je je kind gaat dwingen om toch iets te eten. Dwingen werkt helaas averechts. Houd oog voor wat je kind wél goed doet aan tafel en benoem dat. Als je kind weet wat hij goed doet, dan is de kans groter dat hij dat opnieuw of vaker zal gaan doen.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips)’.

 


fb_cursus_help_mijn_kind_luistert_niet
Cursus ‘Help, mijn kind luistert niet!?’
Wil je graag weten hoe je ervoor zorgt dat je kind beter én sneller naar je luistert?
Op een positieve, liefdevolle en constructieve manier.

=> Dan is deze cursus precies wat je zoekt.
=> Vraag nu GRATIS Les 1 van deze cursus aan.

Lees hier wat je allemaal van deze cursus mag verwachten.


 


(8) Slapen: Dutjes & monsters

meisje_huilend_uit_bedSlapen is op alle leeftijden heel belangrijk, dus ook voor je peuter. Ook op dit gebied van slaap verandert er van alles voor je kind: je jonge peuter gaat van twee naar één dutje en je oudere peuter gaat van één naar geen middagslaapje. Kort na zo’n verandering zal je kindje eraan moeten wennen dat hij wat minder slaap krijgt. Dat betekent niet alleen dat je kindje sneller of vroeger moe is, maar ook dat je kindje minder kan verdragen of prikkelbaarder is. Een mogelijk gevolg is dat een drift- of huilbui sneller kan optreden.
Daarbij is het voor je peuter nog bijna onmogelijk om feit en fictie uit elkaar te halen. Het heeft nog zo’n levendige fantasie dat het echt gelooft dat er een krokodil onder zijn bed ligt of dat er monsters / heksen op zijn kamer zijn. Je kind kan daar echt heel erg bang van worden.

TIP: Het heeft geen zin om te zeggen dat je kind zich ‘niet moet aanstellen’ of dat monsters / heksen niet bestaan. Voor je kindje bestaan ze namelijk wel en zijn ze echt. Hij gelooft er echt in (‘magisch denken‘). Neem daarom de zorgen van je peuter serieus, ga echter niet mee in zijn angst en stel hem uiteraard gerust. Kijk bijvoorbeeld samen onder zijn bed, zodat hij zeker weet dat daar niks ligt of jaag alle monsters met speciale ‘Monsterspray’ zijn kamer uit.

Verder lezen: In m’n artikel ‘Het middagdutje: Wanneer kan mijn kind het dutje ’s middags overslaan? (Incl. checklist)‘ lees je of je peuter er klaar voor is om het middagdutje over te slaan en hoe je dat kunt aanpakken. In m’n artikel ‘Ga nou toch lekker slapen, liefje! – 5 tips om je kind te leren slapen‘ lees je hoe je er voor zorgt dat je kindje ’s avonds rustig in slaap valt.

 

(9) Cognitieve ontwikkeling van je peuter: 
voorlezen_moeder_kind_op_bedMet de cognitieve ontwikkeling van je peuter bedoel ik zijn leervermogen. Hij leert allerlei nieuwe vaardigheden: hij leert steeds beter te begrijpen wat er om hem heen gebeurt, hij kan zijn geheugen steeds beter gebruiken en leert om kleine problemen aan te pakken en op te lossen. Ook kan hij steeds langer ergens zijn aandacht bij houden en zich langer op een taakje concentreren.

TIP: Om de cognitieve ontwikkeling van je peuter te stimuleren is het goed om dagelijks met je kindje te lezen. In de bibliotheek vind je allerlei (prenten)boeken, die uitermate geschikt zijn voor jonge kinderen. De thema’s in deze boeken sluiten vaak heel mooi aan op de belevingswereld van je kindje. Daarbij is samen lezen een mooie, gezellige één-op-één-activiteit, die kinderen doorgaans heel fijn vinden om samen met papa of mama te doen. Samen lezen vergroot ook nog eens zijn aandachtspanne en concentratievermogen en stimuleert zijn taal- / spraakontwikkeling. Dus door regelmatig voor te lezen, sla je heel makkelijk een aantal vliegen in één klap.

Verder lezen: Lees ook m’n artikel ‘Nog een keer lezen, nog een keer’- 5 eenvoudige tips om samen (voor)lezen met je kind nóg leuker te maken‘.

 

(10) Grote zus of broer worden: 
ouderschap_zwangere_buik_oudste_dochter2Veel kinderen worden op deze leeftijd ineens grote broer of grote zus. Dat is voor henzelf een grote omslag. Ineens moeten ze de aandacht, die ze altijd van papa en mama kregen, delen met een ander kindje. Het ene kindje gaat makkelijker met deze verandering om dan het andere.

TIP: Bereid je peuter goed voor op de komst van zijn broertje of zusje. Laat hem waar mogelijk helpen met de veranderingen in huis. Als hij bijvoorbeeld in een andere kamer gaat slapen, kan hij zelf zijn knuffels naar de nieuwe kamer verhuizen. Als hij in een ander (groter) bed gaat slapen, dan kan hij zelf een mooi dekbedovertrek uitzoeken. Laat je peuter ook helpen met de inrichting van de babykamer. Als de baby er eenmaal is, kun je je kindje een cadeautje geven ‘namens de baby’.

Verder lezen: Lees m’n artikel ‘Hoera, er komt een kindje bij! – 5 tips over hoe je je oudste voorbereidt op een broertje of zusje.‘.

 

Wat kun je nog meer doen als ouder om de frustraties, boosheid en heftige emoties van je peuter het hoofd te bieden? 

[A] Bewaar je rust, ook in uitdagende opvoedsituaties. 
moeder_meisje_lachend_bosProbeer zo veel als mogelijk rustig op je kindje te reageren, ook tijdens een pittige of heftige opvoedsituatie. Je kindje mag best aan jou merken dat een grens is bereikt en dat je niet altijd zo maar meegaat in wat je kindje wil. Het is belangrijk om hem dat op een rustige manier duidelijk te maken.

[B] Geef je kind duidelijkheid: ‘zeg wat je doet, doe wat je zegt’. 
Als je in allerlei situaties op dezelfde manier op je kindje reageert, dan weet hij steeds beter wat hij van jou kan verwachten en wat de bedoeling is. Dat vinden kinderen fijn; dat geeft hen rust en vertrouwen. Houd je vast aan de uitdrukking ‘zeg wat je doet, doe wat je zegt’: leg uit wat je gaat doen of wat je van je kindje verwacht en zorg er – op een fijne, liefdevolle manier voor – dat dat ook gebeurt.

[C] Geef je kind voldoende positieve aandacht. 
Speel met je kind, zodat je je kind voldoende positieve aandacht kunt geven. Alle kinderen hebben dat nodig. Probeer dan aan te sluiten bij wat je kind op dat moment aan het doen is. Uiteraard is dat ook een mooie gelegenheid om je kind iets nieuws te leren. Als je kind met de duplo aan het spelen is, kun je samen een ‘superhoge’ toren; zo hoog mogelijk (totdat hij omvalt). Of je probeert samen een puzzel te maken; eerst eentje die past bij zijn leeftijd en dan – afhankelijk van hoe het je kindje afgaat – maak je de puzzel wat makkelijker of juist wat moeilijker. Zo kun je je peuter stimuleren, op een manier en op het niveau dat goed bij hem past.
Ook als iets bij het spelen niet meteen lukt of als het je kindje niet zo leuk lijkt te vinden, hoeft dat niet te betekenen dat hij dat nooit meer gaat doen. Juist door het toch nog eens klaar te leggen, door het vaker te doen of door het regelmatig samen te oefenen, gaat het hem steeds beter af én is de kans groot dat hij het steeds leuker gaat vinden.

[D] Accepteer dat het de ene dag beter gaat dan de andere. De peuterpuberteit kan voor ouders best een heftige periode zijn. Onderschat het niet. Maar wees ook realistisch: er zijn niet alleen dagen waarop het niet lekker loopt, er zitten ook hele fijne dagen tussen. En bedenk: liep het vandaag niet zo lekker? Begin dan morgen weer met frisse moed en een schone lei.

[E] Vergeet niet dat je kindje nog altijd heel lief kan zijn en op momenten heel fijn is in de omgang. Ook als hij nu regelmatig een driftbui heeft of veel huilt, zijn er nog altijd momenten waarop je veel plezier aan hem beleeft en hij jou veel liefde geeft. Geniet van deze momenten. Laat die fijne momenten niet overschaduwen door de lastige(re) opvoedmomenten.

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

Referenties van gebruikte literatuur voor dit artikel: 
– Voorkom myopie bij jouw kind, met het gratis myopie-pakket. [ Klik hier. ]
– Woolfson, R. (2001). De pientere peuter. Uitgeverij Cantecleer: Baarn.

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips).
– ‘10 basistips om je baby, kind of tiener lekker te laten slapen.
– ‘Het middagdutje: Wanneer kan mijn kind het dutje ’s middags overslaan? (Incl. checklist)
– ‘Boos zijn kun je leren! | 6 stappen om je kind te leren zijn boosheid te beheersen.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

logo_akse_coaching_groot_nieuwGa (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Overgewicht bij kinderen: Wat is het precies en wat kun je er aan doen? [ Interview met expert gezondheidsbevordering dr. Jessica Gubbels ]

Joyce Akse maakt een serie artikelen, waarin ze experts interviewt over hun eigen onderzoek of werkveld. Het doel van deze serie is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar praktische tips voor ouders, waar ze thuis direct mee aan de slag kunnen. Deze thema’s hebben natuurlijk te maken met het ouderschap, opvoeding en/of de ontwikkeling van kinderen (0-16 jaar). 


kinderen_eten_pizzaAls ouder wil je niets liever dan dat je kind goed in zijn vel zit.
Voor kinderen met overgewicht kan dat best lastig zijn. De kans is groot dat ze dagelijks de lichamelijke én mentale gevolgen van hun overgewicht ervaren. Vandaar dat het ontzettend belangrijk is om je kind te helpen om van zijn overgewicht af te komen. Maar hoe doe je dat…?

Ik praatte erover met gezondheidswetenschapper dr. Jessica Gubbels en legde haar een aantal vragen over dit thema voor. In dit interview lees je dan ook veel informatie en praktische tips waar jij als ouder thuis mee aan de slag kunt.

Na het lezen van dit artikel weet je wat overgewicht precies is, welke gevolgen kinderen er zelf van kunnen ervaren en wat je als ouder wel én niet kunt doen om het overgewicht van je kind aan te pakken. Daarnaast lees je hoe je het thuis op een positieve manier met je kind over zijn overgewicht kunt hebben, welke mythes er rondom dit onderwerp bestaan en voor welke valkuilen je als ouder moet oppassen.

 

Je bent expert op het gebied van gezondheidsbevordering van jonge kinderen en hun families. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan?
kinderen_spelen_buiten_vergrootglas‘Ik ben zelf al sinds mijn jeugd bezig geweest met kinderen en hun ontwikkeling. Ik deed vrijwilligerswerk bij de scouting en kindervakantiewerk bij ons in het dorp. Als promovendus ben ik gestart bij het KOALA geboorte cohort; dat was een onderzoek waarbij we kinderen over de tijd volgden. Bij mijn promotieonderzoek richtte ik me op de invloed die de thuissituatie van kinderen kan hebben op hun overgewicht en dan specifiek op de regels die ouders hanteren op het gebied van voeding en eten. Zo wilde ik o.a. weten welke regels ze precies in huis hadden, welke kinderen vaker of juist minder vaak overgewicht hebben, welke kinderen meer of juist minder bewegen.

jongens_bank_gamen_zitten_overgewichtIk ontdekte een aantal patronen; bijvoorbeeld dat kinderen die veel tv kijken vaak ook een ongezond eetpatroon hebben. Deze kinderen lopen dus eigenlijk een dubbel risico om overgewicht te krijgen. Het omgekeerde zagen we ook: kinderen, die meer bewegen, eten gezonder. We zagen dus dat specifieke gedragingen ‘clusteren’, ze hangen met elkaar samen. Naar aanleiding daarvan wisten we dus ook dat je bij de aanpak van overgewicht niet alleen naar het eetpatroon moet kijken maar ook naar andere factoren zoals beweging, tv kijken ed. Dit onderzoek hebben we vervolgens uitgebreid naar andere instellingen waar gezinnen veel mee te maken hebben, zoals de kinderopvang, peuterspeelzalen, scholen; ook onderzoeken we nu naar wat ouders al kunnen doen tijdens de zwangerschap om te zorgen dat hun kinderen gezond en fit worden.

Ik ben me er tijdens mijn studie en eigen onderzoek steeds meer bewust van geworden dat de kinder- en jeugdtijd een heel belangrijke periode is. In die tijd wordt bij uitstek een routekaart uitgestippeld voor de rest van je leven. We weten uit onderzoek dat het op latere leeftijd lastig is om los te weken van ongezonde gewoontes en patronen, die je in de kindertijd opdoet.

We weten ook uit onderzoek dat wanneer kinderen overgewicht hebben ze een grote kans hebben om op latere leeftijd overgewicht te hebben. De leeftijd van 2-6 jaar blijkt daarbij de belangrijkste periode. Het gewicht in de peuter- en kleuterleeftijd is dus een belangrijke voorspeller van het gewicht als volwassene.

In praktijk heeft dat te maken met het gedrag dat op die jonge leeftijd wordt aangeleerd. Je leert op die leeftijd natuurlijk ontzettend veel, niet alleen op het gebied van spraak, taal en motoriek maar ook op het gebied van voeding en eten, zoals het leren kennen van smaken. Wanneer je bepaalde smaken in je kinder- en jeugdtijd niet hebt leren kennen, dan kan het lastig zijn om die later in je te leven te leren waarderen.

Dat lijkt misschien een sombere boodschap, maar het is vooral ook hoopgevend: juist in de kindertijd kun je dus veel invloed uitoefenen op gezonde eet- en leefpatronen, waar kinderen later in hun leven nog veel plezier aan kunnen beleven. In die periode leer je gewoontes en patronen aan, die je vaak je hele leven houdt. Vandaar dat het belangrijk is om de basis voor een gezonde leefstijl al in de kinder- en jeugdtijd te leggen.’

 


pasfoto_jessica_gubbelsJessica Gubbels is universitair docent en onderzoeker bij de afdeling Gezondheidsbevordering van de Universiteit Maastricht. Na haar bacheloropleiding Gezondheidswetenschappen, volgde ze de master Health Education and Promotion in Maastricht.
Vervolgens deed ze een promotieonderzoek op basis van het KOALA geboortecohort onderzoek, waarin het gedrag en de gezondheid van kinderen langdurig gevolgd worden. Na haar promotie bleef ze werkzaam aan de Universiteit Maastricht. Ze geeft les in diverse bachelor en master programma’s aan de faculteit Health, Medicine and Life sciences. Haar onderzoek richt zich met name op de leefstijl en gezondheid van kinderen en hun gezin. Ze begeleidt diverse onderzoekers in binnen- en buitenland, waaronder Libanon, Uganda en Sudan. Daarnaast is ze lid van adviescommissies over bewegen bij kinderen en voeding bij zwangere vrouwen binnen de Gezondheidsraad.

Jessica is getrouwd en moeder van vier kinderen: Jasmijn (9), Fenna (8), Emmie (6) en Willem (3).


 


Wat is overgewicht bij kinderen precies?

jongen_staat_voor_groeimeter‘Strikt genomen bedoelen we met ‘overgewicht’ dat een kind te zwaar is ten opzichte van zijn lengte; het gaat daarbij dus altijd om de verhouding tussen de lengte en het gewicht van een kind (Body Mass Index; BMI). Daar kleven wel een aantal nadelen aan. Kinderen groeien bijvoorbeeld altijd met ‘horten en stoten’, dus soms zijn ze een tijdje wat zwaarder ten opzichte van hun lengte, dan weer wat lichter en dan is de verhouding weer in orde. Het meten van het gewicht is ook gevoelig voor ‘foutjes’: het maakt – zeker bij jonge kinderen – uit of hij pas gegeten heeft of net een volle luier heeft. Daarbij heeft ieder kind een andere lichaamsbouw met meer of minder spier- of vetmassa.

Het is goed om je te realiseren dat er deels een genetische component kan meespelen bij overgewicht. Die genetische component heeft niet alleen effect op de lichaamsbouw, het gewicht en het makkelijk krijgen van overgewicht, maar ook op gedrag. We weten bijvoorbeeld dat het voor sommige mensen moeilijker is om met specifiek gedrag te stoppen dan voor andere en dat het voor sommige mensen fijner is om te bewegen dan voor anderen. Er zit zelfs een erfelijke component in sportief gedrag; voor sommigen gaat sporten veel gemakkelijker dan voor anderen. Zij worden bijvoorbeeld beloond in hun lijf, terwijl anderen het eerder als straf ervaren.

Het is belangrijk om met al deze factoren rekening te houden wanneer je het gewicht van een kind beoordeeld. Je kunt dus niet zo maar alle kinderen met elkaar vergelijken; het gaat echt om individuele kinderen. Het is belangrijk om het gewicht van kinderen over een langere periode in de gaten te houden (bijvoorbeeld een paar maanden), zodat je geen verregaande conclusies trekt op basis van een momentopname. Ook heel snelle stijgingen of dalingen in gewicht zijn belangrijk om in de gaten te houden, dan kan er namelijk iets ernstigers aan de hand zijn dan ‘gewoon’ aankomen of iets lichter worden.’

 

Wanneer spreek je van overgewicht en wanneer heb je het over obesitas (bij kinderen)?
jongens_gewicht_overgewicht‘Je hebt verschillende gradaties in overgewicht; we spreken van overgewicht en ernstig overgewicht (oftewel obesitas). Bij volwassenen komt ook ‘morbide obesitas’ voor, maar bij kinderen gelukkig bijna niet.
Je bepaalt het overgewicht op basis van de BMI. Dat is makkelijk te bepalen, maar helaas is dat een vrij onnauwkeurige maat. Bovendien verschilt het bij kinderen en jongeren per leeftijd en ook tussen jongens en meisjes, wat een gezond BMI is. Vandaar dat het belangrijk is om dan vooral verder te gaan kijken: wat is er thuis precies aan de hand en waar komt het overgewicht door. Houd verder ook goed in de gaten hoe het met het kind zelf gaat, of het lekker in zijn vel zit en hoe het zich ontwikkelt.’

 

Wat merk je of zie je aan een kind met overgewicht?
jongen_overgewicht_buikomvang_meten‘Aan de buitenkant zie je dat kinderen dikker zijn en dat hun kleding niet goed meer past. Kinderen met ernstig overgewicht kunnen soms ook al lichamelijke klachten krijgen, waar soms zelfs al medicatie voor nodig is. Dat betekent dat kinderen echt duidelijk ziek kunnen worden van hun overgewicht. Zelfs ziektes, gerelateerd aan overgewicht, die vroeger aangeduid werden als ‘ouderdomsziekte’ (zoals diabetes type 2) komen nu al voor bij kinderen. Op lange termijn zie je dat kinderen met overgewicht later grotere kans hebben op hart- en vaatziektes, hoge bloeddruk, kanker, verminderd functioneren van allerlei organen (o.a. de lever) en eerder overlijden.

Er zijn trouwens ook andere ziektes, waar kinderen overgewicht door kunnen krijgen. Dat zijn bepaalde erfelijke, aangeboren ziektes, die een hele andere achtergrond hebben. Hun overgewicht hoort dan eigenlijk bij het onderliggende ziektebeeld. Dat komt dan vaak niet door wat ze eten of door te weinig bewegen, maar wel door hun stofwisseling en andere factoren. Vaak hebben kinderen met een dergelijke ziekte ook nog andere lichamelijke of mentale klachten en zitten dan al in een intensief medisch traject. Dat zijn overigens ziektes die veel minder vaak voorkomen.

De uiterlijke en lichamelijke gevolgen zijn eigenlijk maar een deel van de gevolgen van overgewicht voor een kind. Het kind kan ook op andere manieren last hebben van zijn overgewicht. Het merkt bijvoorbeeld dat het minder goed mee kan doen tijdens de gymles of tijdens het spelen met vriendjes. Kinderen met overgewicht zitten vaak niet zo goed in hun vel, worden vaker gepest, trekken zich meer terug en kunnen zelfs een negatieve stemming of depressieachtige klachten ontwikkelen. Ook weten we dat kinderen met overgewicht vaker last hebben van depressieve klachten. Ook op de lange termijn zijn er vaak negatieve gevolgen voor de mentale gezondheid.

Gelukkig kun je veel ongedaan maken. Dat doe je o.a. door de bepaalde gewoontes om te buigen en door meer te bewegen. Dan is er gelukkig nog veel te redden. Al is dat wel makkelijker gezegd dan gedaan, zodra patronen eenmaal ingesleten zijn.’

 

Hoe vaak komt overgewicht voor bij kinderen?
meisje_overgewicht_bij_dokter‘Hoe vaak overgewicht voorkomt, is afhankelijk van de leeftijd, van bepaalde regio’s waar kinderen wonen en van bepaalde landen. Gemiddeld genomen zie je bij ongeveer 10-15% van alle kinderen in Nederland overgewicht en neemt het percentage toe met de leeftijd. Obesitas komt doorgaans voor bij minder dan 5% van alle kinderen; ook dat loopt sterk op met de leeftijd, dus de kans op obesitas wordt groter naarmate je ouder wordt. Tegenwoordig zie je dat overgewicht en obesitas over de algehele populatie toeneemt, dus zelfs bij kinderen.’

 

Wat zijn volgens jou de meestvoorkomende redenen dat het voor ouders nog best lastig is om hun kind een gezond eetpatroon aan te leren?
meisje_overgewicht_eet_toetje‘Wat ouders tijdens het eten doen, dus de regels die ze hebben of wat ze tijdens het eten tegen hun kind zeggen, zijn vaak vaste gewoontes of patronen. Daar spelen ook factoren als stress, tijdsdruk en hun eigen opvoeding in mee. Soms weten ouders ook wel dat ze het beter anders kunnen aanpakken, maar dan vervallen ze toch in een patroon van dingen die minder goed zijn. Je ziet ook dat ouders soms in een vicieuze cirkel met hun kind terechtkomen: het kind doet iets dat niet gewenst is (bijv. het kind kijkt veel tv) en ouders gaan dat verbieden of beperken. Dat maakt dat het kind het juist meer wil gaan doen. Dat is lastig om te doorbreken. We weten dat een negatieve aanpak vaak niet goed werkt. Stimuleren van wat wél goed gaat, werkt veel beter, weten we uit onderzoek.

Ouders kunnen ook andere dingen doen om ervoor te zorgen dat hun kind een gezonde leefstijl of gezond eetpatroon ontwikkelt. Denk maar eens aan samen bewegen, samen gezond eten, samen activiteiten ondernemen, het goede voorbeeld geven en een compliment geven als kinderen iets nieuws proeven. Betrek je kind bij het proces van eten: samen boodschappen doen, samen koken, samen de maaltijd voorbereiden.

Het is goed om met je kind te praten over waarom je bepaalde keuzes maakt, waarom je het belangrijk vindt dat er groente gegeten wordt (bijv. je wordt er sterk / fit / gezond van). Als je alleen tegen je kind zegt dat hij het moet eten omdat het gezond is, dan is dat niet voldoende. Dat komt neer op ‘omdat ik het zeg’ en dat is te dwingend. Het is belangrijk om je kind meer uitleg te geven. Sluit bijvoorbeeld aan bij de belevingswereld van je kind: ‘wat zou jouw idool of superheld eten om gezond of fit te blijven?’.

Praat er al van jongs af aan over met je kind; zelfs met peuters is dat al belangrijk. Als je je kind hierbij helpt, over voeding praat, dan heeft dat een positief effect op wat je kind eet. Als je kind ouder is, kun je je kind steeds meer bij het proces van voorbereiden en koken laten helpen. Tieners kunnen bijvoorbeeld zelf een recept uitzoeken of zelfstandig koken. Op die manier maak je er voor je kind iets positiefs van in plaats van iets dat moet.

Ouders kunnen ook bepaalde valkuilen tegenkomen. Als je kind niet goed eet, dan kun je je daar zorgen over maken. Je bent bang dat je kind te weinig eet en te weinig gezonde voeding binnenkrijgt. Als het kind bij het avondeten niet goed gegeten heeft, dan bieden ouders vaak erna nog wat anders aan, bijvoorbeeld een boterham. Het kind is natuurlijk ook niet gek en weet tijdens het avondeten: ‘zo meteen komt er iets beters, dus ik ga het warme eten nu echt niet eten’.

Het is goed om je te realiseren dat het tijd kost om bepaalde dingen te leren eten. Je moet soms wel 10-15 keer iets proeven om het te leren eten. Gezonde gewoontes aanleren kost nou eenmaal tijd.

Vaak zeggen ouders tegen hun kind ‘eet je bordje leeg’, maar ook dat kun je beter achterwege laten. Als ouder bepaal je namelijk wél wat en wanneer er gegeten wordt, maar het kind bepaalt zelf hoeveel het eet. Daarmee luistert je kind naar zijn eigen honger- en verzadigingsgevoel. Als je kind dat namelijk niet doet, leert je kind niet wanneer het genoeg gegeten heeft. Veel mensen houden daar hun hele leven last van, dat ze niet eten omdat ze honger hebben, maar doorgaan tot het op is.

Het is goed om te weten dat je op verschillende manieren controle kunt uitoefenen op het gedrag van je kind. Dat kan o.a. door middel van ‘overt control’ en ‘covert control’. Overt control is de controle die je expliciet uit en die je kind merkt; als ouder verbied of beperk je je kind om iets te doen. Bij covert control is dat veel minder het geval. Uit onderzoek weten we dat covert control beter werkt; overt control werkt soms niet zo goed. Een voorbeeld hiervan is dat je je kind expliciet verbiedt om niet meer te snoepen (overt control) of dat je het snoep niet in huis haalt, zodat je kind thuis niet kán snoepen (covert control). Het effect is hetzelfde (‘je kind krijgt geen snoep’), maar de aanpak is duidelijk anders, en de resultaten op lange termijn vaak ook.

Het is ook af te raden om eten als straf of beloning te gebruiken. Bijvoorbeeld: ‘als je nu niet naar me luistert, krijg je straks geen toetje’ of ‘als je niet zeurt in de winkel, geef ik je thuis een snoepje’. Met een dergelijke aanpak leg je onbedoeld een relatie tussen emotie en eten en koppel je het eten los van het honger- en verzadigingsgevoel. Hierdoor gaan kinderen toch eten wanneer ze slecht in hun vel zitten, terwijl ze eigenlijk geen honger hebben. Op latere leeftijd zijn dit vaak de stress-eters: zodra mensen stress hebben grijpen ze naar de chips of andere ongezonde dingen.’

 

Wat kunnen ouders concreet doen om hun kind een gezonde leefstijl te bieden? 
meisjes_buiten_sporten‘We weten uit onderzoek dat een vaste structuur aanhouden het makkelijker maakt om nieuwe gewoontes aan te leren. Zo kun je dus het beste een vast moment op de dag aanhouden om fruit te eten en om samen te bewegen. Kinderen varen wel bij structuur; die duidelijkheid vinden ze fijn. Dat maakt het makkelijker om te doen en vol te houden.

Zorg dat je gezond gedrag van je kind stimuleert. Geef je kind bijvoorbeeld een compliment wanneer het iets nieuws proeft. Dan zie je je kind als het ware ‘groeien’.
Je kind eet natuurlijk niet alleen thuis, maar ook op andere plekken, zoals school, opvang, bij opa en oma tijdens het oppassen. Vaak zie je dat in elke context andere afspraken of eetgewoontes gelden. Als de verschillen in aanpak ongunstig voor het kind uitpakken, dan zal het er op de plek waar iets niet mag er tegenin gaan. Voor het kind is het gewoon moeilijker te begrijpen dat het op de ene plek wel en op de andere plek niet mag. Ook voor ouders onderling is het belangrijk om zo veel mogelijk op één lijn te zitten: als het kind van de ene ouder zijn bord moet leeg eten en van de andere ouder hoeft dat niet, dan ondermijn je elkaars gezag en is het voor je kind erg onduidelijk wat nu precies de bedoeling is. Dat werkt niet.

We weten ook uit onderzoek dat wanneer de opvang en ouders qua eetgewoontes niet op een lijn zitten, het kind over het algemeen ongezonder eet. Probeer daarom de gezonde eetgewoontes ook af te stemmen op de andere plekken waar je kind regelmatig is. Dat is in praktijk natuurlijk best lastig, maar wel belangrijk voor je kind. Ga erover in gesprek en probeer op één lijn te komen.

Verder is het natuurlijk belangrijk om het goede voorbeeld te geven. Eet als ouder zelf gezond en zorg dat je voldoende beweegt.

Blijf deze tips volhouden. Het is echt een weg van de lange adem. En wees mild voor jezelf. Niemand maakt altijd alleen maar verantwoorde keuzes, dat hoeft ook niet. Het is als ouder echt niet altijd makkelijk, en het laatste wat je wilt is dat het een obsessie voor jou of je kind wordt.’

 

In de media wordt tegenwoordig regelmatig aandacht geschonken aan gezondheid, leefstijl, overgewicht en je kunt op internet veel tips over dit onderwerp vinden. Zit daar ook wel eens verkeerde informatie tussen?
dieten_diversen‘De eerste mythe, die ik vaak tegenkom, heeft te maken met wat een gezond voedingspatroon precies is. Vooral in de social media komt verkeerde informatie veel voor. Daar is ineens iedereen expert. Er zijn bijvoorbeeld verschillende meningen over hoe je gezond kunt blijven; die worden op social media ineens gepresenteerd als dé waarheid, terwijl dat niet op wetenschappelijk onderzoek gebaseerd is. Dat geldt o.a. voor allerlei diëten en diverse aanpakken. Er is nou eenmaal niet één makkelijke oplossing die voor iedereen werkt. Als dat wel zo was, dan bestond er geen probleem meer op het gebied van overgewicht. Het is goed om kritisch te kijken naar wat er precies gezegd wordt.

Voor professionals is het belangrijk om te blijven kijken naar wat werkt bij dit kind en dit gezin. Er is geen magische of simpele oplossing.

Voor ouders is het belangrijk dat ze zich realiseren dat het gevaarlijk kan zijn om op basis van bepaalde diëten specifieke voedingswaarden weg te laten. Zeker kinderen in de groei hebben nou eenmaal een uitgebreid palet aan voedingsstoffen nodig. Als ze die niet of onvoldoende binnenkrijgen, kunnen ze bepaalde tekorten oplopen waar ze ziek van worden. Alle dieet-hypes, die voorbijkomen, kunnen dan gevaarlijk zijn.
Bijvoorbeeld: als je een specifiek dieet volgt, dan ga je bepaalde voedingsstoffen weglaten. Bij een veganistisch eetpatroon zijn dat bijvoorbeeld zuivelproducten en bij het paleo-dieet eet je zo min mogelijk koolhydraten. Kinderen, die veganistisch of vegetarisch eten kunnen bijvoorbeeld een tekort aan vitamine B12 krijgen; deze vitamine is essentieel voor de aanleg van het zenuwstelsel.

Voor kinderen zul je dus goed moet kijken waar je de ontbrekende voedingsstof mee gaat vervangen. Kijk daar heel goed naar, want alle voedingsstoffen zijn nodig voor kinderen in de groei. Als je iets weglaat, moet je ze vervangen door een ander voedingsmiddel of heb je soms zelfs supplementen nodig om hun voeding op een goede, verantwoorde manier aan te vullen.

Ongeacht het dieet waar je je kind aan wilt houden, zul je dagelijks heel bewust moeten kijken of je kind wel voldoende van alle voedingsstoffen binnenkrijgt. Als je kind geen vlees eet, kun je dat bijvoorbeeld aanvullen met peulvruchten en noten. Een diëtist kan helpen met kijken hoe je kind toch alles binnen krijgt.

Maar vergis je niet: we hebben het nu vooral over de bekende ‘specifieke’ diëten, die veel in de media terechtkomen en waar over het algemeen veel aandacht aan wordt besteed. Daarbij mogen we echter één groep niet vergeten, namelijk de groep mensen die weinig groente en/of veel ongezonde voedingsmiddelen eet. Ook zij missen namelijk een deel van de gezonde voeding. En dat is op dit moment een behoorlijk grote groep. Deze groep haalt de aanbevolen dagelijks hoeveelheid vezels, groente fruit ook niet en missen dus ook belangrijke voedingsstoffen. Het Voedingscentrum adviseert o.a. 250 gram groente per dag, maar dat haalt bijna niemand. Slechts 16% van alle volwassenen eet voldoende groenten en maar 13% procent eet voldoende fruit. Dat advies komt trouwens niet zo maar uit de lucht vallen; dat is gebaseerd op advies van de Gezondheidsraad én wetenschappelijk onderzoek.

kind_overgewichtWat je ook vaak tegen komt, is dat mensen een verkeerd beeld hebben van wat overgewicht precies is en of hun eigen kind overgewicht heeft. Ouders weten soms niet wat een realistisch beeld is van wat het gewicht van een kind zou moeten zijn. Zelfs als hun kind te zwaar is, ziet de meerderheid van de ouders dat niet en ondernemen ze geen actie, met alle gevolgen van dien. Dat zie je vooral bij ouders van jongere kinderen. Bij oudere kinderen zie je soms het omgekeerde: ouders denken dat het kind te zwaar is terwijl dit niet het geval is. Beiden situaties zijn uiteraard zorgelijk.

In het verlengde daarvan zie je ook dat kinderen zelf niet goed weten wat een gezond gewicht is. Zowel jongens als meisjes denken bijvoorbeeld dat ze te dik zijn; dat zie je vooral bij tieners, maar ook al bij leerlingen uit de bovenbouw van de basisschool. Kinderen en tieners zijn al bezig met hun gewicht, met dik zijn en met diëten. De media spelen daar wel een rol in: op basis van filmpjes in de social media of beelden op tv krijgen ze een idee van hoe ze eruit zouden moeten zien. Ze kunnen niet goed inschatten of dat realistisch of zelfs gezond is (of niet).’

 

Wat kun je ouders, die twijfelen over het gewicht van hun kind, adviseren? Welke concrete stappen kunnen zij ondernemen om hun kind te helpen om evt. overgewicht te verminderen? 
‘Als ouders het vermoeden hebben dat hun kind overgewicht heeft, dan kunnen ze een aantal stappen zetten, afhankelijk van de leeftijd van hun kind en de situatie:

vader_geeft_dochter_high_fiveOuders kunnen natuurlijk starten met het toepassen van de tips uit dit artikel. Ze kunnen een begin maken met ‘niet meer verbieden’. Je moet als ouder zeker grenzen stellen, maar het is belangrijk om dat op een positieve manier in te steken. Maar vaak zijn gezinnen als er sprake van overgewicht is dit punt al gepasseerd, en zitten ze in die negatieve spiraal. Het kan dan goed zijn om hulp te zoeken.

Ouders kunnen bij diverse hulpverleners aan de bel trekken. Dat is absoluut geen teken van zwakte; het is juist sterk als je hulp inschakelt wanneer je merkt dat het je zelf niet lukt om de situatie te veranderen. Het consultatiebureau en jeugdgezondheidsarts houden bijvoorbeeld de groei van je kind in de gaten en kan je op dit gebied verder helpen. Ook kun je terecht bij je huisarts, een leefstijlcoach of het CJG.Er zijn dus meerdere mogelijkheden, afhankelijk van de specifieke vraag die je als ouder hebt over je kind.

Realiseer je dat je kind er zélf weinig aan kan doen dat het overgewicht heeft. Op dit moment is het hebben van overgewicht eigenlijk een normale reactie op de omgeving waar we met zijn allen in zitten. Er wordt veel reclame gemaakt voor ongezond eten en we bewegen met z’n allen te weinig. De hele omgeving stuurt dus als het ware in de richting van overgewicht. Dat maakt het ook moeilijk voor een kind om uit zichzelf gezond te eten en genoeg te bewegen. Daar kun je het kind dus niet de schuld van geven, maar je kunt hem wel hulp bieden.’

 

En hoe kunnen ouders dat het beste met hun kind bespreken? 
gezin_dochter_op_bed_chips‘Als je hulp gaat zoeken voor je kind, dan is het goed om dat op een positieve manier met je kind te bespreken. Het is vooral belangrijk om de nadruk te leggen op hoe belangrijk het is om lekker in je vel zitten, om je fijn te voelen in je eigen lijf en om sterk en fit te zijn. Bespreek met je kind hoe jullie er samen voor kunnen zorgen dat je kind weer lekker in zijn vel zit. Dan heb je een heel ander gesprek dan wanneer je aangeeft dat je kind te dik is en daar wat aan moet doen, of dat je kind niet mag gamen of juist moet gaan sporten omdat hij te dik is. Kritiek van je ouders op je gewicht en daardoor een verstoorde relatie heeft op de langere termijn misschien veel negatievere gevolgen dan die paar kilo te veel.

Voorkom dus dat je ingaat op het uiterlijk van je kind. Voor kinderen is dat namelijk absoluut niet fijn. Ze zijn zich er vaak al bewust van omdat ze bijvoorbeeld gepest worden of er opmerkingen van vriendjes over krijgen. Als je er als ouder dan ook nog eens over begint, dan is dat extra vervelend.

Ga er dus wel over in gesprek, ga het onderwerp niet uit de weg, laat het geen taboe zijn, maar let op de formulering die je in de gesprekken met je kind hierover gebruikt. Het is enerzijds belangrijk om het samen te bespreken en anderzijds dat je kind zich niet bekritiseerd voelt. Ga vervolgens samen kijken hoe het weer de goede kant op gaat. Blijf in gesprek met je kind, zonder je kind verwijten te maken en zonder dat je kind het gevoel heeft zich te moeten verdedigen.’

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 

 


tip_gezinWil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen? 
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend.
 Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?
Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Lees verder over gerelateerde thema’s:
Wist jij dit al over opvoeding en ouderschap…? Uitgebreide interviews met toonaangevende experts.’ 
– ‘10 basistips om je kind of tiener beter te laten eten (incl. praktische tips).
Vind ik niet lekker!‘ (Over jouw rol aan tafel en hoe jij er voor kunt zorgen dat je kind beter eet.)
Ik huil, dus ik snoep‘ – 5 tips om te voorkómen dat je kind een ‘emotie-eter’ wordt.
‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.’ Klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl. 

Omgaan met stress | 5 praktische tips om je stressgevoel aan te pakken.

moeder_werken_met_kinderenWe hebben allemaal wel eens een gevoel van stress: jijzelf, je partner, je familie, je vrienden. Iedereen herkent dat wel. En dat is helemaal niet erg. Stress hoort nou eenmaal bij het leven.
Dat geldt natuurlijk niet alleen voor volwassenen, maar ook voor kinderen. In dit artikel zal ik me vooral concentreren op de stress bij volwassenen, meer specifiek nog bij ouders.

⇒ In dit artikel leg ik je uit wat stress precies is, hoe het ontstaat, hoe je bij jezelf kunt merken of je wel / geen last hebt van stress en geef ik je praktische tips om je stressgevoelens te verminderen. Want dat kan!

Nu het Coronavirus rondwaart, kan dat extra stressgevoelens bij je oproepen. Dus dat je nu stress ervaart, is echt niet vreemd. Je hele leven – en het leven van iedereen om je heen – staat als het ware ‘op zijn kop’. Je normale ritme is verstoord. Je werkt nu misschien nog thuis (en dus niet in je normale werkomgeving) en je hebt er waarschijnlijk andere taken bij gekregen. Denk maar eens aan het helpen van je kinderen met hun schoolwerk. Verder verlopen je sociale contacten nu op een andere manier; niet meer door persoonlijk contact door bezoekjes over en weer, maar via beeldbellen of tekstberichtjes.Al met al gaat het om enorme veranderingen. Als je daar dan ook nog een eventuele dreiging bij ervaart (‘als ik maar niet ziek word’ of ‘als ik maar voldoende inkomen houd’), dan kan dat samengaan met stress. Je hebt (veel) minder controle over jouw eigen situatie en dat kan je een hopeloos of angstig gevoel geven.

⇒ Realiseer je dat het normaal is om juist nu stress te ervaren. Angst, bezorgdheid en onzekerheid over je gezondheid, je eigen (financiële) situatie of die van mensen in je omgeving is normaal en hoort erbij.

Uiteraard is het coronavirus, de maatregelen met alle bijbehorende veranderingen niet de enige reden om op dit moment stress te ervaren. Er zijn nog veel andere redenen of oorzaken, die bij jou stress kunnen opleveren. Je leest er hieronder meer over.

Wat is stress eigenlijk? 
vrouw_handen_voor_ogenEen beetje gestresst zijn of een beetje spanning voelen is trouwens helemaal niet erg. Sterker nog, dat is op bepaalde momenten heel normaal en juist positief. Veel mensen zijn bijv. gespannen als ze een presentatie moeten geven, wanneer ze een examen hebben of voordat ze op vakantie gaan. Je bent dan extra alert, je let goed op en je kunt snel reageren. Zodra de spannende situatie voorbij is, zakt het gespannen gevoel weer.

Soms kan het gestresste gevoel ook te veel worden of te lang duren. Bijvoorbeeld op momenten dat er te veel van je gevraagd wordt, als je problemen hebt (thuis of op je werk), als je je grote zorgen maakt of als je te weinig steun ervaart uit je omgeving. Zulke situaties geven extra spanning of geven gevoelens van stress, die langere tijd duren.

 


Een stressreactie is een normale reactie op buitengewone omstandigheden, zeker als het om onverwachte gebeurtenissen gaat, die ook nog eens ingrijpend zijn.


 


Welke factoren kunnen bij jou stress veroorzaken? 

man_zit_op_bed_handen_voor_ogenStress heeft invloed op je manier van denken, je emoties (gevoelens), je lichaam en je gedrag. Het is belangrijk om erop te letten of je stress ervaart, zodat je er iets aan kunt doen.

Er zijn heel wat factoren of situaties, die stress kunnen veroorzaken. Ik geef je er hier een kort overzicht van:

Onzekerheid: Je voelt je onzeker en/of je maakt je zorgen over je huidige situatie (bijv. over je gezondheid, de gezondheid van mensen in je omgeving, je werk, je contract, je financiële situatie).
Nare gebeurtenissen: Je maakt op dit moment iets naars mee of hebt dat in het verleden meegemaakt (zoals relatieproblemen, huiselijk geweld / mishandeling, een scheiding, overlijden, ongeluk, beroving, inbraak, aanranding).
Ziekte: Jij of één van je naasten is ziek.
Gebrek aan steun / hulp: Je ervaart weinig steun van anderen en/of je bent alleenstaande ouder.

Het is lastig te voorspellen welke factor of situatie voor jou het meest stressvol zal zijn. Iedereen reageert namelijk anders op deze specifieke factoren en situaties.

⇒ Herken je één of meerdere factoren, die bij jou op dit moment vooral stress opleveren?

 

 


Stress in je lichaam

Wat gebeurt er in je lichaam als je gestresst bent?
sympathisch_zeuwstelselAls je gestresst bent, nemen je hartslag, bloeddruk, ademhaling en spierspanning toe, je spijsvertering vertraagt en je pupillen worden wijder: je lichaam komt in een staat van paraatheid. Hierdoor kun je spannende situaties beter aan.

Het sympathisch zenuwstelsel zorgt bijna onmiddellijk voor de ‘vecht- of vluchtreactie’, die ons lichaam klaarstoomt voor actie. Onze spieren spannen zich aan en onze bloeddruk en hartslag gaan omhoog, waardoor je je hart voelt bonzen in je borstkas. De pupillen verwijden zich. Het bloed wordt onttrokken aan onze organen en naar de spieren gestuurd. De spijsvertering gaat op een laag pitje. We beginnen te zweten, zodat het lichaam na explosieve actie weer afkoelt. Het systeem is zo afgesteld dat het liever te vaak afgaat dan één keer te weinig. We schrikken dus liever tien keer van een tuinslang in het gras dan dat we één keer te laks reageren op een echte slang.

Wat gebeurt er in je hersenen als je gestresst bent?
– De HPA-as: 
hpa-asDe Hypothalamus-hypofyse-bijnier-as (Hypothalamic-Pituitary-Adrenal axis’ in het Engels)  speelt een belangrijke rol in de stressrespons. Het geeft een langzame respons op stress: het duurt ongeveer 30 minuten voordat cortisol in het bloed gemeten kan worden.
De HPA-as werkt als volgt: Na een stressvolle gebeurtenis scheidt de hypothalamus een hormoon (CRH) uit, dat er op zijn beurt voor zorgt dat de hypofyse een ander hormoon (ACTH of corticotropine) uitscheidt. Deze stof zorgt er vervolgens voor dat de bijnieren (o.a.) cortisol produceren. 

Hoewel cortisol als stresshormoon een slechte naam heeft, is het wel degelijk nuttig. Het laat de bloedsuikerspiegel stijgen en de stofwisseling een tandje bijzetten. Daardoor komt er meer energie vrij om met de stressvolle situatie om te gaan.

hersenen_limbisch_systeem– De hippocampus: 
De hippocampus is een hersengebied dat belangrijk is voor leren, onthouden en navigeren. Het functioneert normaalgesproken als een ‘uitknop’ voor de stressreactie. Het gebiedje merkt verhoogde cortisolspiegels op en schroeft de aanmaak van dat hormoon vervolgens terug. Chronische stress beschadigt de hippocampus echter, waardoor het cortisolniveau hoog blijft, waardoor de hippocampus nog meer beschadigt; een vicieuze cirkel, waardoor o.a. je geheugen slechter gaat functioneren.

– De amygdala: 
De amygdala is een hersengebied dat continu een oogje in het zeil houdt voor gevaar. Het is verantwoordelijk voor het sturen en verwerken van emoties en staat in verbinding met de hippocampus. Eén van de belangrijkste emoties, die de amygdala reguleert, is angst. De manier waarop we emoties en stress beleven in het dagelijks leven wordt hierin opgeslagen.

De hippocampus en amygdala maken deel uit van een belangrijk systeem dat emoties reguleert; het zg. ‘limbische systeem’. Dit systeem is bijzonder nuttig, omdat het ons in staat stelt om in noodsituaties adequaat te handelen. Het reageert niet alleen op levensbedreigende situaties, maar   ook op bedreigingen van meer psychische aard.


 

 

Langdurige stress
Als jouw gevoel van stress langere tijd aanhoudt, dan kan dat behoorlijke gevolgen hebben. Je lichaam geeft je als het ware ‘waarschuwingssignalen’, waardoor je kunt herkennen dt je last hebt van stress.Deze signalen kunnen erop wijzen dat je last hebt van stress:
vader_piekert_kinderen_op_bankDenken: je bent sneller afgeleid, je hebt moeite om je te concentreren, je bent vergeetachtig(er), je piekert veel.- Emoties: je kunt je moeilijk(er) ontspannen, je reageert sneller emotioneel (sneller prikkelbaar of geïrriteerd, boos of huilen), en/of je hebt gevoelens van somberheid en angst.- Lichaam: je voelt je vermoeid(er) of juist heel energiek; je hebt een gespannen gevoel; je voelt rusteloos; je zweet meer; je schrikt sneller; je hebt meer last van hoofdpijn, maagklachten, nek- of rugklachten; je eetlust is veranderd; je hebt moeite met slapen; je hebt minder weerstand (je bent sneller verkouden of grieperig); je hebt verhoogde spierspanning; en/of je hebt pijn op de borst en/of hartkloppingen.- Gedrag: je zondert je meer af, je hebt meer moeite om taken af te maken, je raakt vaker / sneller betrokken in ruzies of discussies, je kunt minder (of niet meer) genieten van de mooie dingen in je leven.

Stress is ongezond als het lang aanhoudt of hevig is en het je niet lukt om ervan te herstellen. Van chronische en hevige stress kun je psychisch en lichamelijk ziek worden.
Door stress gaan mensen ook vaak ongezonder leven: meer (of opnieuw starten met) roken, ongezonder eten, meer alcohol drinken of minder bewegen. Langdurige stress kan leiden tot een burn-out en verhoogt de kans op hart- en vaatziekten.
Stress & Opvoeden: Geen goede combinatie.

moeder_druk_in_huis_kinderenJe kunt je voorstellen dat ook opvoeden en gevoelens van stress niet goed samengaan. Als jij als ouder niet goed in vel zit, omdat je je langere tijd gestresst voelt, dan werkt dat door in jouw manier van opvoeden.

Een aantal voorbeelden: 
– Je bent sneller geïrriteerd, je kunt minder van je kind(eren) hebben en je reageert sneller boos, kwaad of gefrustreerd op je kind.
– Je hebt minder energie, waardoor je minder zin hebt om leuke activiteiten met je kind te ondernemen.
– Je piekert meer, waardoor het je minder goed lukt om met je volledige aandacht bij je kind te zijn.

Vandaar dat het niet alleen voor jezelf, maar ook voor je kind(eren) belangrijk is om je stressniveau te verbeteren.

Opvoeden zelf kan ook stress opleveren. Bijvoorbeeld als je het idee hebt dat je kind zich steeds maar vervelend of lastig gedraagt en je dat zelf niet kunt veranderen, als je het idee hebt dat je kind niet naar je luistert of jou niet serieus neemt, als je kind brutaal tegen je is of jou pijn doet (door te slaan of door kwetsende opmerkingen te maken), als je kind al langere tijd slecht eet en jij je zorgen maakt over zijn groei en ontwikkeling, als je kind al een tijdje slecht slaapt en dat niet alleen een wissel trekt op je kind zelf, maar ook op jou of andere leden van het gezin. En ga zo maar door.
Dit zijn overigens allemaal onderwerpen, die je goed met opvoedcoaching aan kunt pakken en die je binnen relatief korte tijd op kunt lossen. Deze ‘opvoedstress’ kun je gelukkig snel en makkelijk aanpakken. Je leest er hier meer over.

 

Vandaar dat het – zeker voor ouders – zo belangrijk is om goed om te gaan met jouw eigen stressgevoelens.

 

⇒ In dit artikel geef ik je 5 tips om beter om jouw huidige stressgevoelens aan te pakken en om ze te verminderen. Onderaan dit artikel vind je ook nog een mooie BONUSTIP. Hier komen ze.

 

(1) Zorg goed voor jezelf.
man_ligt_op_grond_ontspannenAls je veel gevoelens van stress ervaart, dan is het belangrijk om goed voor jezelf te zorgen. Zeker als ouder is dat erg belangrijk, want je weet: ‘als je goed voor jezelf zorgt, kun je ook beter voor anderen, voor je kinderen, zorgen’.

Om goed voor jezelf te zorgen is het belangrijk dat je voldoende slaapt, voldoende rust neemt, (extra) gezond eet, voldoende beweegt (dagelijks 30 min. actief bewegen) en voldoende momenten van ontspanning creëert.

Zoek een manier op die er voor zorgt dat jij ontspant. Dat is natuurlijk voor iedereen anders. Enkele mogelijkheden zijn: naar (rustige, ontspannende) muziek luisteren, een boek lezen, je hobby beoefenen, wandelen, sporten, douchen of rustig in bad liggen, puzzelen, de tijd nemen om rustig te koken etc.

Val je moeilijk in slaap (omdat je meer piekert of door je stressgevoelens) of slaap je zeer onrustig, lees dan voordat je gaat slapen een ontspannend boek of doe een rustige activiteit. Schakel ook voor het slapen op tijd af: lees vlak voordat je gaat slapen geen nieuwsberichten meer en drink dan het liefst geen alcohol en koffie. Juist op het gebied van slapen is regelmaat erg belangrijk: sta op vaste tijden op en ga op vaste tijden naar bed.

Voordelen voor je kind
Je kind heeft er daadwerkelijk baat bij als jij goed voor jezelf zorgt. Jij kunt daardoor namelijk met meer rust op je kind reageren, je kind meer onverdeelde aandacht geven en consequenter op je kind reageren. Neem dus ook jouw rust- en ontspanningsmomenten serieus en plan ze in. Niet alleen voor jezelf, maar ook voor het welbevinden van je kind.

 


joyce_grijs_aanjou_1

Maak je je zorgen over je kind (0-16 jaar) dat niet goed luistert, slaapt of eet? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?
Lees dan hier wat ik voor je kan doen om dat op te lossen.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 

 

(2) Bedenk wat de oorzaak is van jouw stressgevoel én denk na over oplossingen.
vrouw_zit_rustig_op_bankUiteraard is het niet genoeg om de oorzaak van je stressgevoel te weten. De problemen lossen zich nou eenmaal niet vanzelf op. Vandaar dat het ook belangrijk is om na te denken over oplossingen en om daarmee aan de slag te gaan. Bedenk wat je allemaal zélf kunt doen om de stressvolle situatie op te lossen of op een andere manier aan te pakken.

Vraag jezelf gedurende de dag vaker af wat je op dat moment kunt doen om je leven op dat moment – hoe klein ook – voor jezelf te verbeteren en fijner te maken.

Verder is het belangrijk om de emoties of gevoelens van stress, die je voelt te benoemen en te erkennen. Je hebt er niks aan om ze weg te wuiven; sta er juist bij stil. Je kunt jezelf helpen door een troostende gedachte toe te voegen, zoals:
Het is okay om deze gevoelens te ervaren. Ik ben niet de enige. Veel mensen ervaren deze gevoelens op dit moment.
En vervolgens: ‘Ik doe wat ik kan in mijn leven, ik heb geen invloed op zaken waar ik geen controle op heb.
Bedenk dat ook heel nare emoties te verdragen zijn en weer over zullen gaan.

Uiteraard is (meer) roken en/of alcohol- / drugsgebruik géén goede manier om met je stressgevoelens om te gaan. Merk je dat je de neiging hebt om toch naar deze middelen te grijpen? Neem dan direct contact op met je huisarts of met een andere, vertrouwde professional.

EXTRA TIP: Schrijf aan het einde van de dag 3 dingen, situaties of momenten op waar je (oprecht) dankbaar voor bent, waar je blij van werd, wat lekker liep, waar je tevreden over was. Door op die manier naar je dag te kijken, merk je dat alle dagen – hoe moeilijk ze ook kunnen zijn – ook mooie, fijne en positieve momenten in zich hebben. Dat zal jou al na enkele dagen een beter gevoel over je leven van dit moment geven.

 

(3) Houd vast aan je dagelijkse routines, je regelmaat en je structuur. 
vrouw_man_gezond_eten

Er is op dit moment misschien best veel waar je voor je gevoel minder of geen grip op hebt. Kijk dan waar je nog wél grip op hebt; dat geldt o.a. voor je eigen structuur en je eigen handelingen. Dat kan vertrouwen geven in je huidige manier van leven en het geeft je hoop.

 

Vandaar dat het vasthouden aan je dagelijkse routines en gewoontes belangrijk voor je kunnen zijn. Denk dan aan opstaan op vaste tijden, eten op vaste momenten op de dag, je werktijden plannen, op een vast tijdstip naar bed gaan ed.

 

Maak een planning van hoe je dag er uit ziet en zorg voor afwisseling in je planning. Wissel je actieve momenten af met momenten van ontspanning.


Zorg dat er ook momenten tussen zitten, waarop je positieve aandacht kunt geven aan je kind(eren). Je kinderen hebben jou ook nodig en ze vinden het doorgaans geweldig om met jou samen te spelen of om samen iets te doen.
Wil je graag weten hoe je je kind meer positieve aandacht kunt geven? Lees dan m’n artikel ‘Voorkom ongewenst gedrag: Geef je kind positieve aandacht..

vrouw_man_kijken_op_telefoon_verschriktLet trouwens op dat je die afwisseling niet te veel zoekt in de social media. Het is heel verleidelijk om even je telefoon erbij te pakken op de momenten dat je rust neemt, maar juist dan zul je berichten over het coronavirus of andere (negatieve) nieuwsberichten tegenkomen. Als je merkt dat die berichten een negatief effect hebben op jouw stemming of je stressgevoel verhogen, dan is het beter om het lezen van die berichten te beperken. Uiteraard mag je zeker nog het nieuws volgen, maar beperk dat tot max. 1x per dag.

 

(4) Praat erover.
vriendinnen__hartje_zonnebloemenPraat over je situatie met iemand die je vertrouwt en met wie je goed kunt praten. Dat helpt jou om alles goed op een rijtje te zetten, om je zorgen te bespreken of om bepaalde gebeurtenissen beter te verwerken.

Heb je op dit moment niemand in je omgeving met wie je jouw gevoelens wilt/kunt delen?
Schrijf dan op waar je mee zit en waar je tegen aanloopt. Ook dat helpt je om je gedachtes op een rijtje te zetten. Je kunt dat in een dagboek doen en iedere dag op een vast moment de gevoelens van dat moment of die dag noteren.

Pieker je veel over jouw lastige situatie?
Geef jezelf dan 1x per dag de mogelijkheid om bijv. 15 minuten over de situatie na te denken. Stop er daarna mee en ga iets doen dat je fijn vindt.

Daarnaast is het goed om juist nu het contact met je vrienden te onderhouden en om gewoon even bij te kletsen. Je kunt daarvoor al heel makkelijk samen een afspraak maken om bijvoorbeeld even bij te kletsen tijdens beeldbellen. Stuur ook af en toe gewoon eens een appje met een kort berichtje of vraag hoe het met de ander gaat.

 


fb_opvoedcursus_stop_met_schreeuwenCursus ‘Stop met Schreeuwen’
In deze cursus voor ouders leer je hoe je binnen korte tijd minder gaat schreeuwen tegen je kind.

Je krijgt o.a. inzicht in / je leert:
– waarom je tegen je kind schreeuwt
– hoe je dat kunt verminderen
– hoe je kunt voorkómen dat je gaat schreeuwen
– hoe je op een andere manier met je kind kunt communiceren
– én nog veel meer…

Lees hier meer over m’n cursus ‘Stop met Schreeuwen’.


 

 

(5) Leer je kind hoe het met stress om kan gaan door het goede voorbeeld te geven.
vader_zoon_gesprek_op_bankJe kind merkt aan jou dat er iets anders is. Het zal alleen vaak niet begrijpen wat dat dan precies is. Probeer het je kind zo goed mogelijk uit te leggen, natuurlijk op een manier die past bij zijn leeftijd of ontwikkelingsniveau. Maak het probleem niet groter dan het is (maar voorkom dat je het bagatelliseert). Wees eerlijk en realistisch in je uitleg, die je je kind geeft. Je wil namelijk graag voorkomen dat je kind onnodig bang wordt en zich ook grote zorgen gaat maken.

Het helpt kinderen als je als ouder het goede voorbeeld geeft in moeilijke situaties. Laat zien dat je de lastige, spannende of stressvolle situatie met zelfvertrouwen en op een verstandige manier aangaat. Ook dat is belangrijk om aan je kind uit te leggen: zeg tegen je kind wat je allemaal doet om de stressvolle situatie zo goed mogelijk aan te pakken.

Maakt je kind zich ook wel eens zorgen, bijvoorbeeld over het coronavirus, of heeft het er regelmatig vragen over? Dan lees je in m’n artikel ‘Je kind en het coronavirus: Hoe praat je samen over alle veranderingen?‘ hoe je e.e.a. samen bespreekt.

 

BONUSTIP:
Heb je het idee dat iemand anders het op dit moment moeilijk heeft of veel stress ervaart?
vrouwen_praten_serieus_gesprekVraag er dan naar en geef aan dat je je zorgen over hem/haar maakt. Luister goed als de ander vertelt waar hij mee zit. Vraag wat hij nodig heeft of waar je mee kunt helpen. Vaak is luisteren al genoeg; soms is concrete hulp bijzonder welkom. Denk dan aan hulp bij een taak of klusje in huis, boodschappen halen, de kinderen een middagje opvangen, een maaltijd koken ed.

⇒ Heb jij op dit moment – in meer of mindere mate – last van stressgevoelens? Waar zou jij zelf het meest mee geholpen zijn?

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

 

joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 

Gebruikte literatuur, websites ed. voor het schrijven van dit artikel:
– ‘Ik wil beter omgaan met stress’. Thuisdokter. Klik hier.
– ‘Wat doet stress met je lichaam en brein?’.  Psychologie Magazine. Klik hier.
– ‘Stress’. Psychologie Magazine. Klik hier.
– ‘Stress’. CJG Zuidplas. Klik hier.
– ‘Omgaan met stress door het Coronavirus (Covid-19)’. MUMC+. (Dit betreft een pdf-document. Selecteer en kopieer de titel naar uw browser om het document op te zoeken.)
– ‘Tips omgaan met stress door het coronavirus’. Gezond Idee. Gezond leven. MUMC+. Klik hier.
– ‘It is normal to feel sad, stressed, confused, scared or angry during a crisis.
Talking to people you trust can help. Contact your friends and family.’ Klik hier.
– ‘Piekeren: hippocampus, amygdala en prefrontale cortex’.  Mens en Samenleving. Klik hier.
– ‘Hypothalamus-hypofyse-bijnier-as’. Wikipedia. Klik hier.

Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘Hoe kom je deze Corona-tijd op een positieve manier door…? Speciaal voor ouders en opvoeders.
– ‘Als je kind teleurgesteld is… | 5 stappen om je kind te leren met teleurstellingen om te gaan.
– ‘Als je de balans kwijt raakt…’ | Hoe houd je alle ballen in de lucht zonder stress. [Interview met burn-outexpert drs. Agathe Hania-Akse]
– ‘Stop met schreeuwen! (Over: Hoe je in 5 stappen minder schreeuwt tegen je kind)‘.
– ‘Heb je het druk? Zet jezelf op je to do-lijstje.

Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

 

logo_akse_coaching_groot_nieuwGa (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

Wat ze je vooraf niet vertellen over je zwangerschap, bevalling en kraamtijd…

zwanger_buik_rood_schoentjesZodra je zwanger bent, gaat er ineens een hele nieuwe wereld voor je open. Je hebt natuurlijk al vaker zwangere vrouwen gezien en misschien al een paar ervaringen van hen gehoord, maar hoe het nou echt is om zwanger te zijn, dat ervaar je pas als je het zelf bent. En pas dan kom je er achter dat er behoorlijk wat dingen zijn, die je van te voren echt niet wist of waar je nog nooit bij stil gestaan hebt…

Ik heb een aantal mama’s gevraagd, waar zij tijdens hun zwangerschap, bevalling of kraamtijd zelf zo verbaasd over waren. Iets wat ze vooraf niet wisten… Iets wat hen vooraf niet verteld was… Naar aanleiding van die vraag kwamen ze allemaal met hun eigen leuke, grappige, ludieke, maar ook serieuze en vervelende ervaringen. Die heb ik voor jou onder elkaar gezet en kun je in dit artikel lezen.

Uiteraard is de kans heel klein dat dit allemaal bij jou gebeurt, maar je krijgt wel een idee van wat er zoal kan gebeuren. En zo weet je ook dat het best normaal is dat het gebeurt. Soms zijn het echt heel vreemde dingen, maar horen ze er wel bij. Ik hoop van harte dat ik je met dit artikel wat kan geruststellen, dat je nóg beter voorbereid bent op wat er allemaal staat te gebeuren en dat er af en toe een glimlach op je gezicht verschijnt van al die ludieke situaties, waar je als aanstaande of kersverse mama zomaar in verzeild kunt raken. Je bent in ieder geval echt niet de enige mama, die het overkomt…

⇒ Laat je me weten welke ervaringen jij herkent of wat jij uit jouw eigen ervaringen nog zou willen toevoegen…? Ik hoor het heel graag.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 


Wat ze me vooraf niet verteld hebben over de zwangerschap…

the_seven_dwarfs_of_pregnancy

– Ik had niet verwacht dat er best wel veel kwaaltjes zijn, waar ik voor m’n zwangerschap het bestaan niet eens van wist.
De mama’s noemden o.a. grote vermoeidheid, kramp in de benen, rusteloze benen tijdens het in slaap vallen, brandend maagzuur, veel meer afscheiding dan anders, schimmelinfectie (vagina), misselijkheid ’s nachts, een zwangerschapsmasker, bandenpijn.

Dat er zoveel mensen ongevraagd aan m’n buik zouden zitten. Waarom doen mensen dat? Je kunt het op z’n minst even vragen…

Dat ik aan het begin van m’n zwangerschap al last had van ‘nesteldrang’. Ik vond het ineens heel nodig dat de plastic plantjes, die we in huis hadden, afgestoft en schoongemaakt werden. Niet iets wat ik normaalgesproken erg belangrijk vind… 😉 Uiteindelijk kwam er nog heel veel meer op m’n ‘to do’-lijstje; en dat moest (!) natuurlijk allemaal af voordat de baby er was. Vond ik toen…

Dat je tijdens je zwangerschap behoorlijk veel last kunt hebben van ‘flatulentie’: windjes laten…

Dat de zwangerschapsmisselijkheid ook ’s avonds kon optreden. Ik dacht dat dat echt alleen ’s ochtends was…

– Dat de zwangerschap niet alleen maar rozengeur en maneschijn is; dat dacht ik van te voren eerlijkgezegd wel, afgaande op alle verhalen en tijdschriften. Je emoties gaan bijvoorbeeld alle kanten op. Je wordt boos of geirriteerd om niks. En als iemand daar iets over zei…

– Dat ik soms emotioneel kon worden zonder reden. Gewoon huilen als je kittens, puppy’s of een kindje op tv voorbij zag komen…

– Dat ik me – na de kwaaltjes van de eerste paar weken – me zo goed zou voelen en lekker in m’n vel zou zitten. Ik was heel blij met mijn mooie, groeiende zwangere buik en kreeg ook veel complimentjes van anderen dat ik er zo goed uitzag en straalde.

– Dat ik discussies kreeg met andere mama’s over wat ik wel en niet kon eten tijdens m’n zwangerschap. Iemand zei dan dat ik iets best kon eten: ‘toen ik zwanger was, heb ik dat gewoon gegeten’ of ‘de alcohol is eruit als het verhit is geweest’. Dat vond ik niet zo fijn…

– Dat het uiteten tijdens m’n zwangerschap niet altijd even handig was. Ik had het idee dat ik steeds alert moest zijn op wat me voorgeschoteld werd. Ik heb zelf steeds trouw de richtlijnen van het Voedingscentrum gevolgd. Thuis eten viel dan weer heel erg mee, want dan maakten we gewoon gerechten die ik met een gerust hart kon eten.

– Dat ik tijdens m’n zwangerschap (maar ook na m’n bevalling) van iedereen tips kreeg. Ook heel ouderwetse: ‘wij deden dat vroeger zo…’. Het was soms nog best lastig om gewoon de adviezen van de verloskundige aan te houden en om me niet te laten leiden door de (goedbedoelde) adviezen van anderen…

zwanger_echo_ziekenhuis

– Dat je bij een (zwangerschaps)echo bij de verloskundige / in het ziekenhuis soms moet springen om de baby goed in beeld te laten komen… Ha, ha!

– Dat de placenta aan de voorkant (in je buik) kan liggen en dat je daardoor de baby helaas niet zo goed voelt bewegen. Ook de vlindertjes, die je helemaal aan het begin kunt voelen (als de baby in je buik beweegt), voelde ik pas veel later… Dat was wel jammer.

– Dat ik soms kon vergeten dat ik zwanger was. Toen ik zwanger was van de 3e, had ik al 2 kinderen rondlopen. Ik kon soms dus – zeker in het begin, maar zelfs nog toen de buik al duidelijk zichtbaar was – helemaal vergeten dat ik zwanger was en dat er nu weer een kindje in m’n buik groeide. Echt raar!

– Dat ik vergat om de auto op een ruimere plek te parkeren, zodat ik – als ik het portier opende – er toch nog enigszins uitkwam… Die inschattingsfoutjes maakte ik ook wel vaker in een smal gangpad of als ik achter iemand aanliep. Gewoon vergeten dat die buik er zat…

– Dat je tijdens de zwangerschap al zoveel voor je kindje moest regelen, zoals wat je allemaal nodig hebt voor de baby, de kraamzorg en de kinderopvang. Je moet daar dan ook samen over nadenken en het er eens over worden. Je moet dingen geregeld hebben op je werk, evt. met je ouders als ze een dagje gaan oppassen. Er komt wat dat betreft best veel op je af.

– Dat ik – naarmate de zwangerschap vorderde – steeds makkelijker werd in het uittrekken van m’n broek of shirt waar anderen bij waren. En dat terwijl ik van mezelf vind dat ik eigenlijk best wel ‘preuts’ ben. Op een gegeven moment maakte me dat gewoon niks meer uit…

– Dat ik met m’n ‘zwangerschapsdementie’ te laat was om me aan te melden voor ‘Moeders voor Moeders’. Ik wist duidelijk dat ik graag mee wilde doen aan ‘Moeders voor Moeders’, maar ik wist niet dat de termijn om je aan te melden ruim vóór 12 weken lag. Bij m’n eerste zwangerschap was ik daardoor helaas te laat. Stom van mij! Dat heb ik bij m’n andere zwangerschappen gelukkig weer ‘ingehaald’.

– Dat je tijdens een zwangerschap heel veel kilo’s kon aankomen… Toen ik ruim 25 kilo was aangekomen, ben ik gewoon gestopt met mezelf wegen. Ik wist nu wel dat ik heel veel was aangekomen… 😉

zwanger_buik_handen

– Dat ik m’n andere kinderen op een gegeven moment niet meer mocht optillen. Ze waren toen 5 en 3 jaar, dus ze waren niet heel klein meer, maar toch nog heel knuffelbaar. Ook even lekker op schoot zitten werd steeds moeilijker naarmate m’n buik groter werd. Ik merkte dat ik dat steeds meer ging missen, want dat ‘even optillen’ of ‘even op schoot zitten’ was voor mij toch even een kort knuffelmomentje.

– Dat zo iets als je ‘glucose’ te hoog kan zijn en dat dat gevaarlijk kan zijn voor je baby. Bij m’n 3e zwangerschap was m’n glucosewaarde te hoog en moest ik – na een ‘heerlijke’ (lees: afschuwelijke) suikertest – m’n suikerinname drastisch verminderen. Daar kon ik me gelukkig vrij goed aan houden – alles voor het goede doel natuurlijk – maar het was niet makkelijk. Ik ben nl. een echte zoetekauw…

– Dat je tijdens je zwangerschap ook ’s nachts vaker naar de wc moet. Je slaapt al niet zo goed met zo’n dikke buik, maar als je dan ook nog eens er uit moet om te plassen, is dat voor je slaap en rust niet zo bevorderlijk.

– Dat er zoveel ‘standaard’ opmerkingen zijn, die ik steeds maar weer van anderen hoorde. Zoals ‘er is er nog nooit een blijven zitten’, ‘geniet er maar van’, ‘hoe is het, nog rond en gezond?’, ‘zit ‘ie nog hoog en droog?’ en ‘weet je al wat het wordt?’. Ik kon er niet altijd meer even vriendelijk en spontaan op reageren…

– Dat mensen heel vriendelijk aan me vroegen hoe het met de baby (in de buik) ging, maar ‘vergaten’ te vragen hoe het met mij ging. Daardoor voelde ik me soms een broedmachine op benen…

– Dat het nog best lastig was om zwangerschapskleren te kopen. Ik had me er op verheugd om samen met m’n moeder gezellig een dagje te gaan shoppen, maar het aantal ‘fysieke’ winkels dat zwangerschapskleding verkoopt, viel echt wel tegen. Bij ons in de buurt was dat alleen de Noppies, H&M en Prenatal. De rest kon ik alleen via internet kopen. Helaas toch minder gezellig om samen te doen…

– Dat het kopen van zwangerschapskleren voor lange mensen echt een ‘crime’ kan zijn. Ik ben zelf vrij lang en ik merkte dat het voor mij best lastig was om goed passende zwangerschapskleren te kopen. Ik heb broeken moeten verlengen; skinnies pasten me gewoon niet. Ook de shirts waren vaak te kort in de rug. Als ik dan een zwangerschapsbroek droeg met een grijze band eraan, leek het net alsof ik ‘oma-ondergoed’ droeg onder m’n ‘te korte’ shirt…

– Dat zo’n klein hummeltje al zoveel spullen nodig heeft. En die staan al allemaal klaar nog voordat ‘ie geboren is.

– Dat alle (nieuwe) babyspulletjes zo duur waren. Net als met het trouwen werd er overal met een ‘factor 2’ gerekend. Dat had ik me vooraf niet gerealiseerd… Dan is het wel heel fijn als je spullen via familie, vrienden of Marktplaats kunt krijgen.

zwanger_buik_streep

– Dat je tijdens je zwangerschap een streep over je buik (boven en/of onder je navel) kunt krijgen. Geen idee dat dat kon gebeuren en dat dat normaal was…
– Dat kussens heel belangrijk voor me waren. Tijdens het slapen gebruikte ik ze op een gegeven moment best veel. En als ik me dan moest omdraaien, moesten al die kussens ook weer opnieuw gerangschikt worden…

– Dat je tijdens je zwangerschap veel last kunt hebben van vocht in je benen en handen, zeker op het eind. Dat voelde voor mij best zwaar aan en leek veel druk te geven. Het advies was dan ook om steunkousen aan te trekken. Nou, probeer dat maar eens met een dikke buik… 😉

– Dat – als je zwangerschap wat verder gevorderd is – je echt niet meer op een normale manier je benen kunt scheren. De buik zit dan gewoon te veel in de weg…

– Dat je buik op een gegeven moment ook in de weg zit als je gewoon iets van de grond wil oprapen. Dan moet je dus helemaal door je knieën. Ik vroeg ook wel vaker m’n kinderen om me even te helpen; gelukkig wilden ze dat meestal wel graag doen.

– Dat je ook echt wel een beetje last kunt krijgen van ‘zwangerschapsdementie’: ik las een heel boek voor de 2e keer, terwijl ik dat totaal niet doorhad. Er was tijdens het lezen geen enkel moment van herkenning…

– Dat je door je verloskundige voor een controle (gewoon voor de zekerheid) naar het ziekenhuis wordt gestuurd en dat je daar dan echt moet blijven. Je hebt geen verzorgingsspulletjes bij je, je hebt je vluchtkoffer nog niet ingepakt, je bent nog totaal niet voorbereid op een bevalling (kleertjes waren nog niet gewassen, geboortekaartjes nog niet uitgezocht, geen afscheid genomen van de huisdieren ed.). Dat was even schrikken…

– Dat het niet altijd handig is om je uitgerekende datum tegen anderen te zeggen. Ik had dat wel gewoon gedaan en kreeg dus op een gegeven moment allemaal berichtjes met de vraag of de baby er nog niet was, of ze nog weg konden in het weekend of ze zeiden: ‘het duurt nu wel lang, he’ of ‘het wordt nu wel heel spanend, he’.

 


ouderschap_baby04

Heb jij vragen over je baby of je prille ouderschap?
Lijkt je baby vaker ontroostbaar of slaapt je baby weinig? Wil je leren welke signalen je baby je allemaal geeft, zodat je goed op zijn behoeftes kunt aansluiten? Heb je andere vragen over je baby of je ouderschap, waar je graag persoonlijk advies van Joyce over zou willen krijgen?
Lees dan hier op welke manier Joyce jou zou kunnen helpen.

Wil je regelmatig nieuws en (realistische) tips ontvangen over zwangerschap, baby’s, de kraamtijd en meer? Volg dan ‘Blije baby Blije ouders’ op Facebook.


 

Wat ze me vooraf niet verteld hebben over de bevalling…

ouders_bevalling_ziekenhuis_arts

– Ik had niet verwacht dat m’n eigen bevalling zo onvoorspelbaar kon zijn. Op zich had ik wel een vermoeden dat een bevalling anders zou verlopen dan in films, maar hoe het dan wél ging, daar kon ik me maar moeilijk een voorstelling van maken. Als het je eerste bevalling is, kun je je er eigenlijk ook niet echt op voorbereiden. Je weet niet hoe je er zelf op reageert, je weet niet hoe je partner reageert, je weet niet precies wat er allemaal om je heen gaat gebeuren. Ik merkte rondom de bevalling dat ik de controle echt uit handen moest geven.

– Dat het gevoel dat je moet poepen betekent dat de baby er aan komt.

– Dat het normaal is om ook echt te poepen tijdens de bevalling.

– Dat het nog best lastig bevallen is als je oor dichtzit… Vlak voor m’n bevalling had ik ineens één oor dicht zitten. Dat had verder niks met m’n bevalling te maken, maar tijdens m’n bevalling had ik dat ook nog, waardoor ik echt minder goed hoorde en harder praatte. M’n man zei achteraf dat de verloskundige tegen iedereen uitlegde wat er aan de hand was. Blijkbaar praatte ik wel heel erg hard…

– Dat het inknippen tijdens je bevalling best mee kan vallen. Ik werd tijdens één van m’n bevallingen ingeknipt. Ik las overal dat dat je daar achteraf veel last van kon hebben, maar dat was helemaal niet het geval. De pijn viel reuzemee, het is netjes geheeld en weer helemaal goed gekomen.

baby_pas_geboren

– Dat je na je bevalling nog niet klaar bent met ‘bevallen’… Toen m’n baby’tje net geboren was, moest natuurlijk ook nog de nageboorte eruit. En dat voelde ik nog best behoorlijk. Ik dacht eigenlijk dat ik klaar was, moest ik toch nog gaan persen… Auw!

– Dat ik ineens klaar was met bevallen, terwijl m’n baby er nog niet was… Vlak voordat m’n kindje geboren werd, wilde ik niet meer. Het ging ineens allemaal zo snel. Ik blokkeerde zo ongeveer. Heel gek! Zeker omdat het niet m’n eerste bevalling was; ik wist toch wat er ging gebeuren…? Toen heeft de gynaecologe echt even op me in moeten praten om vooral toch door te gaan. Gelukkig ging het daarna weer en werd m’n zoontje snel geboren.

– Dat ik kort na de geboorte even aan m’n baby moest wennen. Ik vond m’n baby zo kort na de geboorte helemaal niet zo mooi of schattig. Ik vond het echt een verfrommeld wezentje met allemaal viezigheid en bloed op zich. Toen m’n baby’tje wat meer ‘uit de plooi’ was en lekker schoon, vond ik het al snel de schattigste baby ter wereld. 😉 Maar dus echt niet meteen vanaf het begin…

– Dat je van het ziekenhuis ineens met z’n drietjes naar huis rijdt en dat je tegen je partner zegt: ‘We kregen ‘m gewoon mee naar huis.’ Toen realiseerde ik me pas echt dat ik mama geworden was…

– Dat je na de bevalling met je kersverse kindje in de auto naar huis rijdt en dat jij ineens – à la Hyacinth Bucket – overal voetgangers ziet oversteken (‘mind that pedestrian, dear…’) en je je partner iedere seconde maant om nu toch echt eens wat rustiger te rijden. Het angstzweet klotste in m’n oksels. Ik was zo bang dat we onderweg een ongeluk of zo zouden krijgen. Dat korte, allereerste ritje naar huis was zo ongeveer het meeste spannende ritje dat ik ooit in onze eigen auto heb beleefd…

 


baby_ingbakerd_hydrofiele_doek

Workshop ‘Blije baby & Blije ouders’
Joyce geeft regelmatig workshops, waarin ze je leert hoe je op een positieve en fijne manier omgaat met je baby en dan vooral als je baby’tje moeilijk slaapt en/of veel huilt. Deze workshops heten ‘Blije baby & Blije ouders’.

Klik hier om te lezen of Joyce binnenkort een workshop bij jou in de buurt geeft.


 


Wat ze me vooraf niet verteld hebben over de kraamtijd…

ouders_baby_kraamverzorgster_kraamtijd

– Dat de eerste paar nachten, waarin je je baby moet voeden, qua vermoeidheid eigenlijk best te doen waren. Maar daarna – aangezien de baby best een lange tijd ’s nachts gevoed wil worden – is het zo ontzettend vermoeiend. ‘Moe zijn’ was echt even een andere dimensie. Dat had ik me niet gerealiseerd!

– Dat het belangrijk is om te rusten tijdens de kraamtijd. Tenminste, dat advies kreeg ik natuurlijk van alle kanten. Alleen: Hoe dan? Wanneer dan…? Er is op zich natuurlijk niks mis met het advies, maar in praktijk – zeker in de weken na de kraamtijd – is het behoorlijk lastig op te volgen.

– Dat je met een duf hoofd omdraait in de slaapkamer en dat je schrikt dat daar een baby’tje ligt. En dat dat van jou is!

– Dat je borsten al beginnen te lekken (of spuiten!) nog voordat je je baby aangelegd hebt.

– Dat als je tijdens je bevalling te veel bloed hebt verloren, je dan nog meerdere dagen erna heel rustig aan moet doen. Ik moest verplicht heel rustig aan doen van m’n kraamverzorgster; zo min mogelijk traplopen en zo veel mogelijk in bed blijven. Naar de badkamer lopen was al een ware uitputtingsslag. In het begin vroeg ik ook aan m’n kraamverzorgster of ze er voor de zekerheid bij kon blijven als ik ging douchen, voor het geval ik van m’n stokje zou gaan…

– Dat je de kraamtijd niet perse rozengeur en maneschijn is. Voordat ik ging bevallen, had ik een heel rooskleurig idee over hoe het zou zijn wanneer de baby er was. Als je echter te vroeg bevalt, als er tijdens de bevalling iets gebeurt of als je kindje te licht (of te groot) is bij de geboorte, dan gebeurt er daarna van alles met jou en je kindje dat je niet echt kunt voorzien. Dat kan soms best heftig en beangstigend zijn. Daardoor was de kraamtijd voor mij helaas niet echt een rose wolk…

– Dat we minder met ons baby’tje konden knuffelen dan we vooraf hadden gedacht. Onze baby werd te vroeg geboren en moest dus in de couveuse liggen. Dat betekende ook dat we ons kindje (relatief) heel weinig mochten vasthouden. Uiteraard in het belang van haar, maar dat stel je je van te voren toch heel anders voor.

– Dat je – zodra het kindje er eenmaal is – zo weinig tijd hebt in een dag.

– Dat je verwacht na de bevalling weer ineens je onafhankelijke, fitte zelf te zijn. Oh boy, was I wrong! Na een week moest ik een klein stukje naar de stad rijden en terug; daar moest ik serieus de rest van de dag van bijkomen…

– Dat je vaker ’s nachts wakker wordt, badend in het zweet. Zo erg, dat je het liefst meteen het hele bed wil verschonen. (Dit wordt trouwens ‘nachtzweten’ genoemd.)

moeder_baby_borstvoeding

– Dat de borstvoeding in het begin – tijdens de eerste paar dagen – echt heel erg pijnlijk aanvoelde bij het aanhappen. Ik moest dan ong. een minuut op m’n tanden bijten, rustig uitademen en dan was het weer over. Jeetje, wat was dat een vervelend gevoel, zeg! Gelukkig werd dat ook weer minder en was dat na een tijdje helemaal weg.

– Dat het ook mogelijk is om geen kraamtranen te krijgen na de bevalling. Ik wist dat je kraamtranen kon krijgen na de bevalling. Bij alle drie m’n kinderen zat ik er dan ook op te wachten (en de kraamverzorgende met mij), maar ze zijn totaal niet gekomen. Ik vond het zo opmerkelijk om te ervaren dat ik dus geen kraamtranen heb gehad. Ik wist niet dat dat óók kon.

– Dat er zo iets bestaat als ‘kraamwanen’ (*): je staat onder de douche en je hoort je baby’tje huilen. Zodra je het water uitzet, is het huilen ‘spontaan’ voorbij. Heel gek! 😉
(*) Nee hoor, niet echt, want dit is geen officiële term; maar door dit zo te noemen weet je wel wat ik ongeveer bedoel… Je hoort iets dat er helemaal niet is.

baby_poep_in_luier

– Dat je baby echt al heel behoorlijk kan poepen, ook als ze nog heel klein zijn. En als ze dan flink poepen, kan het zo maar eens voorkomen dat ze gewoon overal poep hebben, zelfs tot in hun nek. En dan is het handig dat je weet dat je een romper naar beneden kunt uittrekken, en dat het dus helemaal niet over het hoofdje uit hoeft…

– Dat je het gevoel krijgt dat je geleefd wordt door allerlei instanties. Mijn agenda was nog nooit zo vol met afspraken met de gynaecoloog, kinderarts, consultatiebureau, verloskundige, bloedprikken. En daar kwamen ook nog regeldingetjes bij als verzekering, geboortekaartjes etc. O ja, en je hebt ook nog een huishouden en er komt allerlei kraamvisite. Dan zijn de dagen met de kraamhulp ineens heel snel voorbij…

– Dat je soms het gevoel hebt dat de muren op je afkomen en dat je blij bent dat je weer eens naar buiten kunt.

– Dat je bang kunt zijn om te poepen. Ik was in de dagen na m’n bevalling heel bang om te poepen. Ik had een totaalruptuur gehad en was bang dat ik alle hechtingen – door alle extra druk – kapot zou duwen. Gelukkig kreeg ik extra vezels zodat de ontlasting niet te hard werd. Maar het heeft echt even geduurd voordat ik weer zonder vrees kon poepen…

– Dat je zo gewend bent aan je dikke buik, dat je ook na de bevalling nog steeds zo beweegt alsof je baby er nog zit. Ook nu je buik steeds kleiner wordt, kun je af en toe nog raar zitten om je sokken en schoenen aan te trekken. Oh wacht, nu kan het weer op een gewone manier…

– Dat je na je bevalling na veel nabloedingen kunt hebben. Die worden – als het goed is – natuurlijk steeds minder. Maar om het bloed goed op te vangen, heb je wel speciaal maandverband. Gewoon maandverband is te klein of te snel vol door die hoeveelheid bloed, die je nu verliest. Dus ook al denk je van te voren: ‘dat kraamverband doe ik écht niet om’… Je merkt al gauw dat het toch gewoon handiger is om het maar wel om te doen… En dan heb je ook nog eens zo’n mooi ‘netbroekje’ erbij om aan te doen. Charmant! 😉

 

En nog een paar andere dingen in de categorie ‘dat hebben ze me van te voren niet verteld…’:

moeder_baby_zittend_laptop

– Dat je begrijpt waar het gezegde ‘zo zacht als een babyhuidje’ vandaan komt.

– Dat de belangstelling van de buitenwereld per kind afneemt. Bij het eerste kindje is iedereen heel benieuwd, krijg je veel kaartjes en veel kraamvisite. Naarmate je meer kinderen krijgt, wordt dat steeds minder. Raar, maar (helaas) waar…

– Dat je op één arm je kindje vasthoudt om te wiegen of te voeden en dat je met je andere hand probeert je warme – nou ja, zeg maar lauwe – eten probeert op te eten…

– Dat je iets in je armen houdt en dat je er – op de automatische piloot – mee staat te wiegen. Maar dat je baby dus in de box ligt…

– Dat een traphekje vaak handig is, maar niet altijd. Op een avond had ik m’n handen vol met allerlei dingen én had ik m’n baby vast. Ik moest naar beneden om snel een paar spullen te gaan halen (er was er nl. eentje ziek geworden), maar toen kreeg ik het traphekje niet open…

– Dat je ENORM trots kunt zijn op zo’n klein kindje, bijvoorbeeld als je baby’tje voor het eerst zelf het speentje in de mond doet.

– Dat je het leuk vindt om naar de supermarkt te gaan, alleen al om met je baby te pronken.

– Dat het echt moeilijk is om de eerste kleertjes, die te klein geworden zijn, weg te doen.

– Dat je naar je werk gaat en er ineens ‘onverklaarbare’ witte vlekken op je shirt of trui zitten… En die ontdek je natuurlijk pas vlak voor of tijdens die ene belangrijke vergadering…

– Dat je pas op je werk ontdekt dat je – in alle hectiek van de ochtend – maar één oog hebt opgemaakt…

– Dat je baby al veel sneller kan omrollen dan jij denkt. En dan rollen ze dus ook zo maar ineens van het bed af… (Help!!)

– Dat de eerste keer seks na de bevalling best spanend is. Ik had nog altijd wel het idee dat m’n ‘onderkant’ moest herstellen. Dat was niet heel fijn dus. Ik moest er echt weer even aan wennen.

– Dat je je kindje ’s nachts gevoed hebt en je hem teruglegt in zijn bedje. Oei, daar ligt al een baby. O ja, je hebt een tweeling…

moeder_kolven_ontspannen_benen_omhoog

– Dat ‘melk kolven op je werk’ voor collega’s best een dingetje kan zijn. Toen ik na m’n verlof weer aan het werk ging, moest ik de melk voor m’n zoontje kolven. Sommige collega’s trokken echt vieze gezichten wanneer ze de gekolfde melk in de koelkast zagen staan (de melk moet nou eenmaal gekoeld bewaard worden). Terwijl ik de melk in goed afsluitbare potjes deed en die dan ook nog eens in een aparte plastic bak bewaarde. Er kon dus absoluut niemand in aanraking komen met die melk en lekken was nagenoeg onmogelijk. Toch was het idee alleen al vrij lastig voor sommigen om mee om te gaan…

– Dat als je een nieuwe bril gaat kopen, ze je die liever niet verkopen omdat de sterkte van de bril niet goed te bepalen is binnen 9 maanden na de bevalling…

– Dat het gezegde ‘9 maanden op, 9 maanden af’ niet echt opgaat. Maak er maar 15 maanden van. Of 23…

– Dat het – ook een hele tijd na de bevalling – nog altijd niet handig is om te niezen op het moment dat je heel erg naar de wc moet…

moeders_babys_picknicken

Dankjewel aan alle mama’s, die met me mee dachten over dit thema. Samen hebben we behoorlijk wat ludieke en serieuze onderwerpen in de categorie ‘dat zeggen ze je van te voren niet’ bij elkaar verzameld.


Ontbreken er volgens jou nog thema’s, die echt onder deze categorie vallen?

Laat me dat dan vooral weten. Zet jouw bijdrage onder deze post of zet het in een mailtje (info@aksecoaching.nl), dan voeg ik het anoniem voor jou toe.

 

Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!

 


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’.
Je leest er hier meer over.


 

 
joyce_rosegrijs_staand_cHeb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 

Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 


Lees meer artikelen van Joyce over gerelateerde thema’s:

– ‘Waarom huilt mijn kindje toch zo? Over: Hoe je huilen bij baby’s vermindert.’ Klik hier.
– ‘Wat je echt moet weten over het huilen, troosten en slapen van baby’s.‘ [Interview met onderzoeker dr. Roos Rodenburg.]
– ‘Ik ga in het ziekenhuis bevallen en neem mee…?’ Een lijst met onmisbare dingen voor in je vluchtkoffer.‘.
– ‘Ode aan de hydrofiele doek – Waarom juist deze doek zo onmisbaar is als je jonge kinderen hebt.
– ‘Wat zit er in je kolftas?’ – Lijst met onmisbare dingen voor als je buitenshuis gaat kolven.’ Klik hier.
– ‘Borstvoeding geven, kolven en werken: Hoe was dat voor mij? (Een persoonlijk verhaal)’. Klik hier.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.

 
© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

 

logo_akse_coaching_groot_nieuwGa (terug) naar de website van ‘Akse Coaching –Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.


‘Waarom huil je nu alweer?’ (over: Hoe je ervoor zorgt dat je kind minder huilt.)

Iedereen doet het wel eens: huilen. Volwassenen doen het, kinderen natuurlijk ook.

kind_verdrietig_huilt_bij_mama

Als je kind jong is, vind je het waarschijnlijk niet zo erg als hij begint te huilen. Als je kind ouder wordt, is de kans groter dat je het huilen van je kind steeds minder accepteert.

Van baby’s weten we natuurlijk wel dat ze het huilen nodig hebben om iets aan te geven; dat is hun manier van communiceren, dus dat accepteren we wel. Maar accepteren we het ook nog als een jongen van 8 jaar gaat huilen…? En waarom zit daar eigenlijk een verschil in? Op welke leeftijd accepteren we het ineens niet meer (of duidelijk minder) en hoe komt dat? Verdriet is toch een hele normale emotie en mag toch geuit worden. Waarom vinden we ‘huilen’ dan toch nog best lastig om te accepteren…?

In onze maatschappij hebben we – onbewust – vrij sterke ideeën over wie mag huilen en wanneer het wel/niet mag. Je vindt het misschien vervelend als je kind te lang huilt of als het huilen van je kind te vaak voorkomt; je ergert je aan het gehuil als je het idee hebt dat je kind zich aanstelt of als er in jouw ogen geen reden (meer) is om te huilen. Of misschien vind je het wel vervelend als je kind huilt omdat je bang bent dat anderen je kind een huilebalk vinden…?

Vaak zie je op het gebied van huilen een duidelijk verschil tussen jongens en meisjes. Als een kind valt en pijn heeft dan zeg je als het een jongen is al eerder ‘stop maar met huilen, je bent toch een grote jongen’, terwijl als het een meisje is je haar in die situatie gewoon troost. Het zal dan langer duren voordat je aangeeft dat ze moet stoppen met huilen.

man_vrouw_ondergaande_zon_zeeDat verschil zie je ook nog bij volwassenen terug: als vrouwen huilen is het eigenlijk niet zo erg, maar als mannen huilen wordt dat eerder gezien als teken van zwakte. Van mannen verwacht onze maatschappij veel meer dat ze niet huilen en dat zij hun emoties goed kunnen beheersen…
Wat mannen ook altijd goed afgaat; kijk maar eens bij een voetbalwedstrijd… 😉 #grapje

Terug naar onze kinderen. Het ene kind huilt eerder of vaker dan het andere. Het ene kind laat zijn tranen vrij gemakkelijk de vrije loop, terwijl het andere het liefst nooit wil huilen en zich zo lang mogelijk verbijt. En weer een ander is er niet zo mee bezig en huilt alleen wanneer het ‘nodig’ is.

Uiteraard is de reden waarom of de situatie waarin je kind huilt niet altijd hetzelfde. Er kunnen diverse redenen zijn waarom je kind gaat huilen. Hieronder vind je er een overzicht van.

 

 


joyce_grijs_aanjou_1
Maak je je zorgen over je kind dat veel huilt? Of heb je een andere opvoedvraag, waar je graag een antwoord of oplossing voor wil?

Neem dan contact met me op.

Wil je eerst meer over mij en m’n bedrijf weten?
Lees dan hier meer over m’n achtergrond.


 

 


R
edenen waarom je kind kan gaan huilen: 
jongen_huilt_op_bankje– Hij heeft pijn (bijv. hij heeft net zijn hoofd gestoten).
– Hij is teleurgesteld (bijv. je hebt beloofd dat jullie naar de speeltuin zouden gaan, maar ineens regent het pijpenstelen, dus dat tripje gaat niet door).
– Hij is boos (bijv. zijn broer heeft speelgoed van hem afgepakt).
– Hij is gefrustreerd (bijv. hij probeert al een tijdje om iets in elkaar te zetten, maar het lukt steeds maar niet).
– Hij voelt zich niet lekker (bijv. hij heeft een griepje onder de leden).
– Hij is geschrokken of bang (bijv. er reed net een motor langs en die maakte een hard geluid).
– Hij ervaart stress (bijv. volgende week moet hij een spreekbeurt geven en dat vindt hij ontzettend spannend).
– Hij zit niet lekker in z’n vel (bijv. hij heeft ’s ochtends op school straf gekregen of een klasgenootje deed gemeen tegen hem).
– Hij heeft honger (bijv. hij heeft op school zijn lunch niet gegeten en heeft nu echt een hongergevoel).
– Hij is moe (bijv. hij is vannacht vaker wakker geworden en heeft daardoor niet goed geslapen).
– Hij heeft jouw aandacht nodig (bijv. je bent de afgelopen week veel weggeweest voor je werk of je hebt in huis veel klusjes gedaan, waardoor je weinig tijd had voor je kind).
– Hij heeft verdriet (bijv. zijn liefste opa of huisdier is overleden en hij mist hem enorm).
En misschien zijn er nog wel andere redenen die je kunt bedenken waarom jouw kind huilt. 

Heb je een baby (0-1 jaar), die veel huilt? Lees dan hier hoe je huilen bij baby’s vermindert. 

 

Is huilen goed of fout? 
Je mag je afvragen of het wel zo verkeerd is dat je kind huilt. Een kind reageert namelijk vrij primair op wat er om hem heen gebeurt. Bijvoorbeeld: Als je kind boos is, kan het gaan schreeuwen; als het gefrustreerd is, kan het met iets gaan gooien; als het verdrietig is, kan het gaan huilen. Dat is niet zo gek. Alleen wil je natuurlijk wel dat je kind adequaat op de situatie reageert en niet ineens onnodig heftig.
⇒ Je ziet dus het liefst dat de reactie van je kind past bij de situatie en bij wat er daarvoor is gebeurd.

meisje_huilt_moeder_troost_dokterIn sommige situaties heeft huilen trouwens een duidelijke signaalfunctie: bijv. als je je kind plotseling hard hoort huilen, zul je waarschijnlijk sneller naar hem toe gaan dan wanneer je kind je rustig vraagt: ‘mama, kom eens even’. Bij plotseling huilen ga je onmiddellijk kijken wat er aan de hand is. Je ziet dan al snel dat je kind zich bezeert heeft na een val of dat het zich pijn heeft gedaan omdat het zich gestoten heeft. Daardoor ga je – indien nodig – ook sneller over tot actie door bijv. te koelen of de huisarts te bellen. Huilen kan juist dan ook heel belangrijk en positief zijn.

Maar goed, ook bij de andere situaties, die hierboven in de lijst staan, is het lastig om te zeggen dat huilen perse slecht is. Ik hoop dat je het met me eens bent dat dat namelijk niet het geval is. Soms is het zelfs belangrijk om te huilen, zodat anderen er op kunnen reageren.
Hieronder lees je ook wat je kind eigenlijk met het huilen wil aangeven.

meisje_beteutert_wrijft_in_oogAlleen wordt het natuurlijk wel vervelender of lastiger als de mate van verdriet of het huilen niet goed past bij de situatie. Dus als je kind te hard of te lang blijft huilen als er eigenlijk niks meer aan de hand is. En dat laatste komt natuurlijk wel eens voor. Misschien is dat ook bij jou wel een bron van ergernis…? Hieronder lees je wat je kunt doen om je kind dan minder te laten huilen.

 

⇒ Lees hoe je in 5 stappen het huilen van je kind vermindert (of zijn reactie beter laat aansluiten op de situatie). 

 

(1) Blijf zelf rustig. 
moeder_dochter_praten_in_gras.jpgIk kan me goed voorstellen dat het voor jou ontzettend vervelend is als je kind voor de zoveelste keer die dag of die week huilt. Ik hoor ouders vaak verzuchten ‘Ben je nou weer aan het huilen?’, ‘Waarom huil je nú weer?’ of ‘Wat ben je je nu alweer aan het aanstellen…?’.

Als je op die manier reageert, komt de nadruk automatisch op het huilen te liggen. En dat wil je graag voorkómen. Kinderen gaan doorgaans niet huilen om jou te pesten, maar daar ligt vaak een heel andere reden aan ten grondslag.

Verder is het belangrijk om jouw irritatie niet door te laten schemeren. Dat helpt je kind namelijk niet. Als het je lukt om zelf rustig te blijven, zal je kind ook eerder rustig worden en jou beter kunnen vertellen wat er aan de hand is. Daardoor kun je ook eerder naar een oplossing toewerken.

Belangrijk is dus om zelf rustig te blijven, geen vervelende opmerkingen te maken over het huilen en om op zoek te gaan naar de oorzaak (zie hieronder bij punt 2 hoe je dat aanpakt).

 

(2) Probeer de oorzaak te achterhalen. 
Zoals je hierboven hebt kunnen lezen, kunnen er best veel oorzaken zijn waarom je kind gaat huilen. Het zijn ook situaties waar je kind gewoon op mag reageren, omdat ze allemaal niet leuk voor hem zijn. Alleen hoeft zijn reactie niet per se ‘huilen’ te zijn. Je kunt je kind goed leren om op een andere manier te reageren dan dat je kind nu doet.

De eerste stap daarin is om te achterhalen waarom je kind huilt. Ook als je kind vaker op een dag huilt, kan de reden iedere keer anders zijn. Daarbij is het belangrijk dat je je in de situatie van je kind verplaatst, dat je benoemt wat je ziet en dat je geen oordeel velt.

gezin_speelt_met_duploDat kan als volgt:
– Ouder: ‘Ik zie dat je huilt. Wat is er gebeurt?’
– Kind: ‘Lukt niet.’
– Ouder: ‘Je bent met de blokken aan het spelen, maar het lukt niet.’
– Kind: ‘Nee. Toren valt steeds om.’
– Ouder: ‘Oei, dat is vervelend. Hoe kun je dat oplossen?’
– Kind: ‘Ik weet het niet.’
– Ouder: ‘Zullen we samen proberen om de toren wat steviger te maken?’
– Kind: ‘Ja, dat is goed.’
– Ouder: ‘Prima, dan help ik je even.’
*** Jullie maken samen de toren steviger. ***
– Ouder: ‘Kijk eens wat we samen voor een stevige toren hebben gebouwd. Dat is een hele mooie geworden. Goed gedaan! Dan kun jij nu weer verder gaan bouwen en dan ga ik weer even verder met … Als er weer iets niet lukt, dan kom je maar naar me toe. Dan bedenken we samen weer een oplossing. Ok?’
– Kind: ‘Ok.’

In dit voorbeeld van een jonger kind merk je dat je eigenlijk niks over het huilen zegt, behalve dat je benoemt dat je ziet dat je huilt. Je probeert eerst te achterhalen wat er aan de hand is en laat merken dat je begrijpt dat dat niet leuk is voor je kind.

Zodra je weet wat er aan de hand is, kun je samen naar een oplossing zoeken. Jonge kinderen zullen zelf nog niet zo snel een oplossing kunnen bedenken en hebben daar meer hulp bij nodig. Als je merkt dat je kind het zelf niet weet, dan help je er wat meer bij of opper je zelf een idee. Oudere kinderen kunnen – samen met jou – al beter een oplossing bedenken.

Aan het eind geef je nog aan hoe je kind het de volgende keer kan oplossen. Dat zal de kans kleiner maken dat je kind weer snel gaat huilen. Dat is ook helemaal niet nodig, want hij weet nu hoe hij het anders kan aanpakken.
Uiteraard vergt dit van beide kanten oefening en geduld.

 

 


joyce_rosegrijs_staand_c

Wil je graag een thema-avond over opvoeden bijwonen?
Kijk dan in Joyce’ online Agenda voor een workshop, lezing of OpvoedParty bij jouw in de buurt.

Wil je Joyce graag uitnodigen om een thema-avond over opvoeden te geven?
Kijk dan hier voor mogelijke thema’s en/of neem contact met haar op.


 


(3) Wat huilen eigenlijk betekent.
meisje_huilt_tranenJe mag het huilen bij je kind zien als: ‘Ik weet het zelf even niet meer. Ik kan wel wat hulp gebruiken’.
Huilen gaat dus van de ene kant gepaard met een gevoel van hulpeloosheid en van de andere kant hoort er ook bij dat je kind ‘hulp nodig heeft’. Dus niet alleen je baby maar ook je kind communiceert daarmee dat het jou nodig heeft om iets (samen met hem) op te lossen.
En is dat niet ook dezelfde reden waarom je als volwassene nog wel eens huilt? Je weet het even niet meer, je ziet het even niet meer zitten, je ziet even geen oplossing voor je probleem en je zou wel wat steun of hulp van een ander kunnen gebruiken.

Daarmee kunnen we ook voor een deel afleiden waarom kinderen vaker huilen dan volwassenen: volwassenen hebben in de loop der jaren al beter geleerd hoe ze uiteenlopende lastige situaties kunnen oplossen; kinderen komen die lastige situaties nu pas voor het eerst tegen. En uiteraard gaat het niet meteen na de eerste keer goed. Ook het oplossen van en reageren op lastige situaties vergt oefening. Maar troost je: oefening baart kunst!

Kinderen moeten natuurlijk ook nog gewoon leren om hun emoties te beheersen. Ze reageren als ze jong zijn nog vaak primair, maar dat is natuurlijk lang niet altijd even handig of gepast. Ze moeten dus leren hoe ze kunnen reageren als ze boos, gefrustreerd of teleurgesteld zijn en dat er andere reacties mogelijk zijn dan huilen. Dat hoort allemaal binnen de sociaal-emotionele ontwikkeling, die alle kinderen doormaken.  En daar kun jij als ouder je kind goed bij helpen.

 

(4) Neem het gevoel van je kind serieus
vader_zoon_arm_om_hem_heenHet is belangrijk om het gevoel van je kind serieus te nemen. Dus ook al kun je je niet helemaal (of totaal niet) voorstellen dat je kind ergens verdrietig, boos of gefrustreerd om is, je kind is het op dat moment wél. Hij heeft er dan niks aan als jij zegt ‘ach, je hoeft niet te huilen’ of ‘ik snap echt niet waarom je nu zo moet huilen’. Je kind zal zich dan niet serieus genomen voelen. Het gevoel dat hij heeft is echt, ook als jij zijn probleem niet helemaal begrijpt.

De kunst is juist om je op zo’n moment in je kind te verplaatsen en om te laten horen dat je ziet dat iets voor hem niet fijn is (waardoor hij dus boos, gefrustreerd of verdrietig is geworden). Daardoor voelt je kind zich gehoord en serieus genomen. Dat betekent dus ook dat je je kind best mag troosten als het aan het huilen is.

Probeer je nog even voor te stellen dat iemand – op het moment dat jij aan het huilen bent – tegen jou zegt: ‘En nu stop je met huilen!’. Je voelt je op zijn minst onbegrepen en ongehoord en je vindt waarschijnlijk ook dat de ander nogal bot en niet empathisch op je reageerde. Waarom reageren ouders dan toch nog vaak zo op kinderen…?

 

 

(5) Praat met je kind over het huilen.
moeder_knuffelt_zoon2Als je vindt dat je kind snel huilt en je dat lastig vindt, dan is het natuurlijk goed om (naast het toepassen van de bovengenoemde punten) er ook met je kind over te praten.  Ga ook dan samen op zoek naar de oorzaak van het huilen. Weet je kind in welke situatie het sneller huilt en waarom is dat dan precies? Wat gebeurt er in die situatie waardoor je kind gaat huilen? Waar heeft je kind dan precies moeite mee? Je kunt misschien samen met je kind voor een week een dagboekje bijhouden, waarin je dagelijks samen deze vragen beantwoord.

Uiteraard is het dan ook nog belangrijk om samen met je kind na te denken over oplossingen. Wat kan je kind (zelf) doen om de situatie te veranderen of wat kan je kind zeggen zodat er anders op hem gereageerd wordt? Houd ook de momenten bij, waarop je kind niet huilde in die situaties die voor je kind lastig zijn en die hij goed oploste; daardoor word je kind zich bewust van zijn eigen ‘succesverhalen’ en krijgt door dat hij steeds meer grip krijgt op dergelijke situaties. Dat is een belangrijk leermoment voor je kind!

Een mooi startpunt om het met je kind over dit thema te hebben, is om er eerst samen een boek over te lezen. Voor alle leeftijden zijn er wel boeken die over ‘huilen’ gaan. Hieronder vind je alvast een lijstje met leessuggesties:

boek_alles_wat_ik_voel_stine_jensen– ‘Nijntje huilt’ (Dick Bruna)
‘Gevoelens… Verdrietig’ (J. Bingham)
– ‘Het tri-tra-tranenboek’ (I. Lammertink & L. Georger)
– ‘Ik en al mijn gevoelens’ (H. Kreul)
– ‘Zo voel ik mij’ (P. Winters & E van Lindenhuizen; serie ‘Willewete’)
– ‘Alles wat ik voel’ (Stine Jensen)

 

 


tip_gezinWil jij als eerste Joyce’ waardevolle OpvoedTips ontvangen? 
Helemaal gratis en vrijblijvend. Klik dan hier.

Cadeau: Kort na je aanmelding van het e-zine ontvang je Joyce’ E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’ als cadeau. Dat is dus ook helemaal gratis en vrijblijvend. Je leest er hier meer over.


 

 


Wil je graag reageren op dit artikel? Dat mag!

Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!
joyce_rosegrijs_staand_c
Heb je vragen over dit thema, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag? Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

 

Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2019. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.

Geschreven door Joyce Akse van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.

 


K
lik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.

 


Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle opvoedtips: 

– ‘4 manieren om je kind te helpen met lastige emoties (+ 3 BONUSTIPS)’. Klik hier.
– ‘Wat vertel je je kind als het een dierbare verliest? [Gastbijdrage van onderzoeker Mariken Spuij]’. Klik hier.
– ‘Positief opvoeden: Start je opvoeding goed met deze 5 stappen.’ Klik hier.
– ‘Laat dat nou!’ (over: 5 opvoedvalkuilen waar we allemaal intrappen én waardoor opvoeden onbedoeld lastiger wordt). Klik hier.
– ‘Ach, het is maar een fase.’ (over: Hoe jouw verwachtingen over je kind je opvoeding in de weg kunnen zitten.). Klik hier.
Klik hier voor meer waardevolle opvoedtips van Joyce, bijv. over (niet) willen luisteren, slapen of eten ed.

 


Voor dit artikel liet ik me inspireren door de volgende artikelen: 

– ‘Snel huilen: Wat doe je eraan?’. Ouders van Nu. Klik hier.
– ‘7 Peuterproblemen & Oplossingen’. Mama en Zo. Klik hier.
– ‘De wetenschap achter waarom je kind zoveel huilt’. Famme. Klik hier.
– ‘Waarom mensen huilen’. DokterDokter. Klik hier.
– ‘Mijn kind huilt bijna de hele dag. Wat moet ik doen?’. Ouders Online. Klik hier.

 

logo_akse_coaching_klein_nieuw

Ga (terug) naar de website van Akse Coaching: http://www.aksecoaching.nl.

‘Nee, niet doen, dat mag niet!’ (Over: Grenzen stellen zonder ‘nee’ en ‘niet’)

vader_zoon_bank_zittend_leuningHoe vaak zeg jij per dag ‘nee’ of ‘niet’ tegen je zoon/dochter?
Wat denk je: 5x, 10x, 20x, 30x, 40x…?
Verderop in dit artikel lees je hoe vaak per dag ouders gemiddeld ‘nee zeggen’ tegen hun kind. Schrik niet…

Sommige ouders vinden ‘nee’ of ‘niet’ zeggen tegen hun kind heel lastig; andere ouders hebben er totaal geen moeite mee en gebruiken het regelmatig. Als je deze woorden gebruikt, dan wil je je kind natuurlijk iets duidelijk maken: er mag of kan iets niet (bijv.: je mag niet op de bank springen; je kunt nu niet buiten spelen) of je kind moet ergens op letten omdat het anders gevaarlijk wordt (bijv. je mag niet op straat lopen). Allemaal hele gewone zinnen, die jij als ouder vast wel eens gebruikt. Alleen heb je als ouder – als je vaak ‘nee’ en ‘niet’ zegt – soms het gevoel dat je politieagent aan het spelen bent in je eigen huis. En dat moet toch anders kunnen…

meisje_jongen_schreeuwendWist je al dat het woordje ‘niet’ lastig is om te verwerken, helemaal voor kinderen? (maar vaak ook voor volwassenen) Dat merk je eigenlijk meteen als je het woord gebruikt, bijv. ‘niet rennen in de woonkamer’, ‘niet aan die vaas komen’, ‘je mag je broertje niet slaan’ etc. Want wat doet je kind dan? Het gaat vlak daarna toch weer rennen, het komt toch nog even aan die vaas of het slaat z’n broertje toch. En dat terwijl je net gezegd hebt dat hij het niet zou doen!

Je denkt op zo’n moment misschien wel: m’n kind luistert gewoon niet naar me, hij doet het expres, hij daagt me uit. Niets is echter minder waar! Hij probeert op dat moment juist goed naar je te luisteren. Juist omdat het woordje ‘niet’ moeilijk te verwerken is, duurt het langer om er iets mee te kunnen doen. De andere woorden in die zinnen – ‘rennen’, ‘aankomen’, ‘slaan’ – begrijpt je kind wel snel en kan hij goed uitvoeren. Vandaar z’n reactie. Hij heeft dus wel degelijk gehoord wat je zei…

En daarbij komt nog eens dat we zeggen ‘niet rennen’, terwijl we eigenlijk bedoelen ‘rustig lopen’. We gebruiken dus in zo’n geval een negatieve uitdrukking om iets anders voor elkaar te krijgen. En we gaan er van uit dat ons kind onze bedoeling wel begrijpt, aanvoelt, ruikt…? 😉
Wil je hier meer over lezen? Zoek dan eens op ‘negation bias’, want zo wordt dit fenomeen genoemd.

vader_zoon_vinger_boosIk zie je al denken: dat is vreemd, dat heb ik nog nooit gehoord, dat kan toch niet…? En natuurlijk ook: wat moet ik dan? Hoe maak ik m’n kind dan duidelijk dat iets niet mag? Mag ik nooit meer ‘nee’ of ‘niet’ zeggen?

We hebben als ouders vaak het gevoel dat als we maar duidelijk ‘nee’ of ‘dat mag niet’ zeggen we dan blijk geven van goed ouderschap. Goede ouders kunnen namelijk heel goed grenzen stellen, laten niet over zich heen lopen, hebben hun kinderen goed onder controle en geven straf als hun kind niet heeft geluisterd etc. En als we niet vaak genoeg (of soms hard genoeg) ‘nee’ tegen ons kind zeggen, dan zijn we geen goede ouders, zijn we te soft, te aardig, laten we over ons heen lopen, krijgen onze kinderen altijd maar hun zin, worden ze verwend en ga zo maar door. Beide gedachtes kloppen wat mij betreft niet.

Hieronder  leg ik je 5 manieren uit waarmee je te vaak ‘nee’ en ‘niet’ zeggen kunt voorkómen.

meisje_knuffelt_vrouwOm je kind op een goede manier op te voeden, is het niet alleen belangrijk om grenzen te stellen en consequent te zijn. Er is nl. nóg een aspect noodzakelijk in de opvoeding.
Aan de ene kant is het nodig dat je grenzen stelt, afspraken maakt, duidelijkheid geeft, controle houdt, regelmaat biedt en structuur hanteert; aan de andere kant zijn warmte en betrokkenheid ontzettend belangrijk. Deze 2 ‘dimensies’ van grenzen & duidelijkheid aan de ene kant en warmte & betrokkenheid aan de andere kant moeten met elkaar in balans zijn. Als je deze 2 aspecten in een goede balans in je opvoeding weet te verweven, dan voed je je kind ‘autoritatief’ op. ‘Autoritatief opvoeden’ is één van vier verschillende opvoedstijlen. Kenmerkend voor deze opvoedstijl is o.a. een hoge mate van betrokkenheid, gevoeligheid, ouderlijke verzorging, overleg op basis van redeneren, controle uitoefenen en de stimulering van de autonomie van het kind.

Happy friendsOnderzoek wijst uit dat kinderen, die autoritatief opgevoed worden, later in hun leven de beste ‘uitkomsten’ hebben. Deze opvoedstijl leidt over het algemeen namelijk tot (o.a.) competente, onafhankelijke kinderen met een hoog gevoel van eigenwaarde en een hoog ontwikkeld gevoel voor sociale verantwoordelijkheid.
Lees ook eens over andere opvoedstijlen als autoritair, verwaarlozend en permissief. Op termijn kunnen deze opvoedstijlen bijzonder negatieve gevolgen hebben voor kinderen.

Goed opvoeden van je kind gaat dus niet alleen maar over grenzen stellen, ‘nee’ zeggen of je kind iets verbieden (d.m.v. ‘niet’); ook warmte en betrokkenheid zijn ontzettend belangrijk. En juist dat laatste aspect kan ondergesneeuwd raken als je voor je gevoel veel ‘nee’ en ‘niet’ zegt; denk ook maar weer terug aan je ‘politieagent-gevoel’. Gelukkig zijn er alternatieven om ‘nee’ en ‘niet’ (nagenoeg) uit je vocabulaire te halen. Die lees je hieronder.

 

Hieronder volgen 5 manieren waarmee je voorkomt om onnodig vaak ‘nee’ en ‘niet’ te zeggen:

(1) Zeg wat je bedoelt.
moeder_praat_met_zoonAls je gewend bent om te zeggen ‘niet rennen’ probeer dat dan te vervangen door ‘rustig lopen’ of ‘langzaam lopen’. Laat het woordje ‘niet’ zo veel mogelijk weg en zeg wat je eigenlijk bedoelt. Zeg dus wat je wilt dat je kind doet in plaats van wat hij niet zou moeten doen.

Hieronder volgen een aantal voorbeelden:

Uitspraken met ‘niet’: Uitspraken zonder ‘niet’:
* Niet aankomen Afblijven
* Niet schreeuwen Zachtjes praten / Rustig praten / Met je normale stem praten.
* Niet met je vingers eten Eet met je mes & vork / lepel / bestek.
* Niet op straat lopen / fietsen. Op de stoep lopen / fietsen.
* Niet met de bal gooien. (in huis) Je mag met de bal over de grond rollen.

 

(2) Probeer ‘nee’ zo veel mogelijk te voorkómen.
Laat je kind op veilige plekken spelen. Pas je huis zo aan aan je kind dat je niet 100% van de tijd op je kind hoeft te letten én niet steeds hoeft te zeggen dat hij ergens van af moet blijven omdat het kapot kan gaan of omdat hij zich er pijn aan kan doen. Dat geeft jou een rustiger gevoel en op die manier kan je kind zelf ook fijner spelen.

Houd in de gaten wat je kind spannend vindt of wat z’n aandacht trekt. Als het iets is waar hij zich pijn aan kan doen of wat hij kapot kan maken, leid ‘m dan af door iets anders te gaan doen.
Uiteraard is het altijd belangrijk om te weten wat je kind precies doet en om regelmatig een oogje in het zeil te houden.
jongen_snoep
Als je kind je vraagt om een snoepje (terwijl je weet dat hij al genoeg gesnoept heeft) dan hoef je dat uiteraard niet te geven. Geef je kind dan evt. wel een alternatief of een andere keuze. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: ‘Je hebt net al een snoepje gehad. Als je echt nog iets wilt eten, dan mag je nu druiven of een banaan. Wat kies je?’ Je houdt je natuurlijk aan je eigen voorstel, ook als je kind gaat protesteren.

 

(3) Maak niet overal een punt van.
Zorg dat je een aantal duidelijke regels en afspraken hebt (die ook duidelijk zijn voor je kind) waar je kind zich aan moet houden en probeer de rest – waar mogelijk – wat losser te laten. Als je kind een keer een (voor jou) vreemde combinatie kleren of 2 verschillende sokken aan wil naar school, laat dat dan gewoon eens gebeuren. Of laat je kind zich eens lekker vies maken door in de modder of op een grasveld te spelen; de wasmachine haalt de meeste vlekken wel weer uit de kleren… 😉

 

(4) Geef aan wanneer wél kan wat je kind wil.
meisje_paraplu_in_plassen_stampenUiteraard is het niet handig als je kind op weg naar school uitgebreid in plassen gaat stampen, zo z’n kleren nat maakt en de hele dag met natte kleren op school zit. Soms kan het dus gewoon niet wat je kind wil.
Leg in zo’n geval rustig en duidelijk aan je kind uit waarom het op dat moment niet kan. Geef je kind een andere optie of geef aan wanneer het wél kan (en houd je aan die afspraak). Bijv.: je kunt nu niet in de plassen stampen, want dan worden je kleren nat en zit je de hele dag met natte kleren op school. Dat is niet prettig. Als ik je straks weer kom halen, dan neem ik laarzen voor je mee en dan mag je op de terugweg in de plassen stampen.’

 

(5) Toch nog wel eens ‘nee’ zeggen.
Uiteraard zul je toch nog wel eens ‘nee’ moeten zeggen. Beperk ‘nee zeggen’ dan wel tot situaties waarin het echt niet anders kan en je kind naar je moet luisteren omdat het anders te gevaarlijk is of waarin je snel én duidelijk moet handelen. Bijv. als je kind de straat op dreigt te rennen, als je kind z’n vingers in het stopcontact steekt etc.

Als je het aantal keren dat je ‘nee’ en ‘niet’ zegt drastisch vermindert, dan blijft het z’n effect behouden en is de kans veel groter dat je kind er op dat moment meteen naar luistert. Je zult merken dat je ‘politieagent- gevoel’ sterk afneemt en dat je manier van opvoeden een stuk positiever wordt.

 

vrouw_donker_kijkendVind je het lastig om ‘nee’ te zeggen tegen je kind? Heb je het gevoel dat je het te weinig tegen je kind zegt en dat je kind het eigenlijk vaker van je zou moeten horen? Heb je het gevoel dat je kind gewoon niet naar je luistert en dat hij haast over je heen loopt? Wil je leren hoe je op een positieve manier grenzen kunt stellen aan het gedrag van je kind zonder tekort te doen aan de warmte en betrokkenheid, die je je kind wilt bieden?

Of vind je het juist helemaal niet lastig om ‘nee’ tegen je kind te zeggen, maar heb je het vermoeden dat het eigenlijk wel wat minder kan? Wil je je kind vaker een alternatief kunnen bieden, zonder dat je je eigen ideeën en opvattingen aan de kant zet? Wil je leren hoe je op een positieve manier grenzen kunt stellen aan het gedrag van je kind zonder tekort te doen aan de duidelijkheid, controle en structuur, die je je kind wilt bieden?

Denk vooral niet dat je niet op een andere manier kunt opvoeden dan dat je nu doet. Er zijn meerdere manieren om kinderen op te voeden, ook binnen de autoritatieve opvoedstijl. Het is belangrijk voor de ontwikkeling en ontplooiing van je kind dat het die opvoeding krijgt waarbij de dimensies ‘warmte & betrokkenheid’ en ‘grenzen stellen & duidelijkheid’ met elkaar in balans zijn. Neem de opvoeding van je kind dan ook serieus, want het is ontzettend belangrijk voor zijn/haar ontwikkeling om het op een positieve manier aan te pakken!

contactOm op een positieve manier op te voeden, heb je hierboven een aantal basale tips gelezen. Hiermee kun je alvast aan de slag om de opvoeding van je kind aan te pakken. Daarnaast zijn er natuurlijk nog andere manieren om de opvoeding van je kind aan te pakken. Wil je graag weten welke manieren er nog meer zijn of wil je weten welke manier het best past jou en je kind past?
Neem dan contact met me op (via joyce@aksecoaching.nl of +31-6-11107102), zodat ik er – samen met jou – voor kan zorgen dat jouw kind de opvoeding krijgt die het verdient en die bij jou, je kind en je gezin past.

Wil je reageren op dit artikel of dit thema?

Wil je graag meer tips over leren luisteren en positief opvoeden?
moeder_praat_dochterKom dan eens naar een lezing of workshop, die ik over dit thema houd. Klik hier om te zien wanneer de volgende thema-avond gepland staat en/of stuur een e-mail naar info@aksecoaching.nl om er een samen met mij te organiseren.
Het is natuurlijk ook mogelijk om ‘op maat’ adviezen te krijgen in een gesprek één-op-één; we plannen dan samen een kennismakingsgesprek (dat kan o.a. bij mij op kantoor of via Skype).

Ik hoop van harte dat je op basis van deze tips op een leuke manier aan de slag kunt met jouw manier van opvoeden én dat je minder ‘nee’ en ‘niet’ tegen je kind zult zeggen. Ik wens jullie veel mooie momenten samen!

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse

Naast deze tips stuurt Joyce maandelijks praktische opvoedtips rond naar al haar abonnees. Haar abonnees ontvangen haar opvoedtips helemaal GRATIS én vrijblijvend. Als je je er nu via haar website voor aanmeldt, ontvang je ook Joyce’ GRATIS Mini E-boek ‘5×5 OpvoedTips – Nóg meer genieten van opvoeden’ bij; eveneens helemaal GRATIS én vrijblijvend.

logo_akse_coaching_klein_nieuwGa (terug) naar de website van Akse Coaching.

Joyce heeft voor dit artikel de volgende referenties en/of websites gebruikt:

– Groot de, I., (2014). Ouders zeggen 27 keer ‘nee’ per dag. Lees hier het artikel.
– Mama en Zo. 6 alternatieven voor nee zeggen. Lees hier het artikel.
– Marx, H., Westpalm van Hoorn, M., & Molenaar, H. (2007). Je peuter. Het Spectrum BV: Houten.
– Mies, J. (2013). Zeg niet wat je niet wilt – Over de onbedoelde kracht van de ontkenning. Lees hier het artikel.
– Nederlands Jeugdinstituut (NJi). Opvoedstijlen. Lees hier het artikel.