‘Mijn kind voelt zich vaak zo somber en neerslachtig. Dat zal toch geen depressie zijn?’ [ Interview met depressie-expert dr. Denise Bodden ]

‘Mijn zoon zit het liefst alleen op zijn kamer. Hij luistert dan naar muziek of kijkt op zijn telefoon. Hij gaat gelukkig wel nog naar zijn sportclub; dat vond hij vroeger echt helemaal geweldig, maar ik heb het idee dat dat de laatste tijd niet meer zo van harte gaat. Ook zijn vrienden komen nog maar weinig over de vloer. Het is alsof hij nog maar weinig zin heeft om iets te ondernemen. Als ik vraag of er iets met hem aan de hand is, zegt hij dat er niks is. En als ik doorvraag, krijg ik al snel een grote mond. Misschien is er ook wel niks aan de hand, maar soms maak ik me toch wel een beetje zorgen. Doen alle jongens van zijn leeftijd dit? Zou hij misschien depressief zijn? Ik haal me vast alleen maar van alles in m’n hoofd. Het zal de puberteit wel zijn. Toch…?’

Het is vaak moeilijk voor ouders en leerkrachten om te zien wanneer een kind of jongere last heeft van negatieve of depressieve gevoelens. Het gedrag dat ze laten zien, past ook niet direct bij het standaardbeeld dat we vaak hebben van een depressie. Een depressie bij kinderen en jongeren kan zich namelijk op een andere manier uiten dan bij volwassenen. Ook bestaat de kans dat kinderen en jongeren hun negatieve of depressieve gevoelens verdoezelen, waardoor het extra moeilijk wordt om het goed in te schatten. Vandaar dat het zo belangrijk is om goed te weten wat een depressie precies is, op welke manieren het zich kan uiten bij kinderen en jongeren en hoe je er als ouder en leerkracht op een constructieve manier mee om kunt gaan.

Ik praatte over dit onderwerp met dr. Denise Bodden. Zij doet al jarenlang wetenschappelijk onderzoek naar depressie bij kinderen en jongeren. Daarnaast behandelt ze als psycholoog depressieve jongeren. Zij weet dan ook als geen ander mijn vragen over depressie bij kinderen en jongeren te beantwoorden.

Je bent expert op het gebied van depressie bij kinderen. Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen en wat spreekt jou er persoonlijk zo in aan?
‘Ik heb jaren onderzoek gedaan naar allerlei psychische problemen, zoals angst en gedragsproblemen. Een enkele keer zag ik een kind of jongere met een depressie en wat me daarbij opviel was de duidelijke lijdenslast* voor de kinderen. Het is steeds zo heftig voor het kind, het gezin en de omgeving. Daarbij komt ook nog eens het risico op suïcide.
De WHO berekent op basis van onderzoek de ziektelast van diverse lichamelijke en geestelijke ziektes. Depressie staat in de top 4 met de hoogste lijdenslast.

Het viel me op dat er maar weinig onderzoek was naar depressie bij kinderen en jongeren, terwijl dat wel hard nodig is. Er was trouwens wel wat onderzoek gedaan op preventiegebied, maar niet op het gebied van behandeling. Dat wilde ik heel graag gaan doen.

Inmiddels hebben collega’s en ik onderzoek gedaan naar depressie bij jongeren. Ik zal kort uitleggen wat we tot nu toe hebben gevonden:

Cognitieve gedragstherapie (CGT) is de meest gebruikte behandeling bij jongeren met een depressie. We wisten al dat deze therapie werkte bij Amerikaanse jongeren, maar nog niet of het ook zou aanslaan bij Nederlandse jongeren. Daar moest onderzoek naar komen en dat hebben we gedaan, specifiek bij 12 tot 21 jarigen. We zagen dat CGT ook bij Nederlandse jongeren werkte (samen met Yvonne Stikkelbroek).

Dat was niet het enige dat we vonden. We zagen echter ook dat niet iedereen voldoende opknapte na CGT. Vandaar dat we wilden kijken waar jongeren met een depressie nog meer baat bij zouden kunnen hebben. Eén van de mogelijkheden, die we onderzochten, was om de hulp bij depressie laagdrempeliger en toegankelijker te maken. Zo kwamen we uit op een online, blended variant, waarbij deze jongeren face-to-face contact hadden met een hulpverlener én contact hadden via de computer. Dat onderzoek loopt op dit moment nog steeds. Tot nu toe lijkt het er op dat het voor jongeren niet uitmaakt of ze een face-to-face behandeling krijgen of een behandeling via de computer (samen met Sanne Rasing en Yvonne Stikkelbroek).

Verder wilden we graag de cognitieve gedragstherapie bij jongeren verbeteren en nóg effectiever maken. We starten met een preventieonderzoek op middelbare scholen, waarin we 8600 jongeren screenden met een depressievragenlijst. De jongeren, die op basis van die lijst, hoog scoorden, kregen een programma aangeboden met behulp van CGT. Die therapie was in stukjes verdeeld, namelijk in 4 verschillende modules waar ze in 12 sessies mee aan de slag gingen. De modules gingen over (1) cognitieve herstructurering (negatieve gedachtes omzetten naar meer positieve gedachtes), (2) activering (leuke activiteiten gaan doen), (3) ontspanningsoefeningen en (4) probleem oplossen. We wilden weten of het uitmaakte welke module (van 3 sessies) de jongeren precies kregen en in welke volgorde de modules werden aangeboden. We vonden echter geen verschillen na één module en ook niet in de volgorde, waarin we de modules aanboden. We vonden wel dat de 4 modules als geheel – dus ongeacht de volgorde waarin ze aangeboden werden – wel werkte (samen met Marieke van den Heuvel). In vervolgonderzoek willen we graag onderzoeken of we de CGT meer gepersonaliseerd kunnen aanbieden, bijv. door – afhankelijk van het specifieke probleem – bepaalde modules uitgebreider aan te bieden.

Een andere vorm van therapie bij depressie is de Acceptance Commitment Therapy (ACT). Binnen deze therapie wordt op een andere manier naar problemen gekeken. Hulpverleners kijken samen met de jongere naar het leren accepteren (Acceptance) van alle negatieve gedachten en gevoelens, zodat Actie kan worden ondernomen richting (Committed) doelen, in plaats van te proberen deze negatieve gevoelens en gedachten zelf te beheersen of te vermijden. Het is namelijk belangrijk om – ondanks je problemen – toch te proberen om te doen wat je wil doen en om je leven optimaal te beleven. Deze therapie hebben we ontwikkeld voor jongeren (12-21 jaar) met chronische depressie. Dat zijn vaak jongeren met langdurige klachten, die doorgaans al veel behandelingen hebben gehad. Bij hen werkten cognitieve gedragstherapie en/of andere behandelingen niet (voldoende). We gingen onderzoeken wat ze dan nog wel konden doen, o.a. met het aanbieden van ACT.

We hebben nu een pilot gedaan om te kijken of ons idee klopte. We zagen inderdaad dat de depressieklachten afnamen en de kwaliteit van leven toenam. Dat waren alvast hoopgevende resultaten (samen met Denise Matthijssen en Jacquelijne Schraven). We willen dit onderzoek nu uitbreiden naar jongeren in het algemeen en naar jongeren met andere gedragsproblemen; denk bijvoorbeeld aan autisme spectrum stoornis (ASS), ADHD, angst etc.’


Dr. Denise Bodden

Dr. Denise Bodden is universitair docent bij de afdeling Pedagogiek van de Universiteit Utrecht. Zij doet onderzoek naar de (kosten)effectiviteit van preventieve en curatieve behandelingen (o.a. CGT, IPT en ACT), specifiek gericht op angst- en stemmingsstoornissen.
Daarnaast doceert zij op het gebied van effectonderzoek, angststoornissen en depressie. Tevens is zij werkzaam als psycholoog bij Altrecht Kinder en Jeugd (Utrecht).



Hoe ontstaat een depressie bij kinderen eigenlijk?
‘Een depressie ontstaat zowel bij kinderen als bij volwassenen niet door één oorzaak. Doorgaans spelen meerdere factoren een rol, die de kans op het ontstaan van een depressie groter maken. Er zijn meerdere theorieën over hoe een depressie kan ontstaan:

Het cognitieve model (door Aaron T. Beck): Beck zegt dat mensen met een depressie bepaalde vaste denkpatronen (schema’s) hebben. Ze interpreteren gebeurtenissen om hen heen doorgaans op een negatieve manier. Door deze gedachtes, die in diverse situaties terugkomen, kunnen mensen een depressie ontwikkelen.

Attributietheorie: deze theorie verklaart hoe mensen het gedrag van zichzelf en anderen proberen te verklaren en hoe ze oorzaak en gevolg aan elkaar koppelen. (Bijv. bij mensen met een depressie stemming liggen fouten, die ze gemaakt hebben, eerder aan henzelf dan aan anderen.)

Positieve interactie: Mensen, die weinig positieve interactie ervaren met hun omgeving, krijgen minder positieve bevestiging en hebben daardoor een grotere kans om een depressie te ontwikkelen.

Life-events: Mensen, die meer ingrijpende (negatieve) life-events hebben, hebben een grotere kans om een depressie ontwikkelen.

Erfelijkheid: Ook erfelijkheid speelt een rol. Depressies komen vaker in families voor; als je ouders of grootouders depressief waren, dan is de kans groter dat jij het ook kunt krijgen.

Hechting: Kinderen, die niet veilig gehecht zijn aan hun ouders, hebben een grotere kans om een depressie te ontwikkelen.

Opvoeding: Ook de manier van opvoeden kan bijdragen aan een grotere kans op depressie. Denk dan aan minder steunende ouders, kritische ouders, minder responsieve ouders, minder sensitieve ouders. Een opvoedstijl, waarin ouders niet consequent op hun kind reageren, veel psychologische controle uitoefenen, minder warm reageren, slecht of onduidelijk met hun kind communiceren, veel conflicten voorkomen (o.a. tussen ouders onderling, tussen ouder en kind) maken de kans op een depressie bij het kind groter.

Er is dus niet één theorie, die het ontstaan van depressie volledig verklaard. Het is dus niet één op één. Onderzoekers zijn het er dan ook wel over eens dat een combinatie van theorieën het ontstaan van een depressie het beste kan verklaren. Alle theorieën bij elkaar vormen dan ook een mooi, multifactorieel verklaringsmodel.’

Wat is een depressie bij kinderen precies? Hoe kunnen ouders het bij hun kind herkennen? Waarin kan een depressie bij kinderen verschillen van een depressie bij volwassenen?
‘Het belangrijkste dat bij een depressie aanwezig is, is de sombere of prikkelbare stemming. Vooral het gegeven dat een prikkelbare stemming bij een depressie kan horen, is nog vrij onbekend. Prikkelbaarheid komt juist bij jongens meer voor als symptoom van depressie. Prikkelbaarheid uit zich vaak in weinig stress kunnen verdragen. Wat er ook bij hoort, is dat kinderen vaak ineens geen plezier meer beleven aan dingen die ze eerst wel leuk vonden. Dat zie je dan niet alleen thuis, maar ook bij hobby’s en vrienden. Uiteraard spelen de duur en ernst van de klachten ook een belangrijke rol.

Verder komen een aantal (lichamelijke) klachten regelmatig voor bij kinderen (of jongeren) met een depressie. Ze ervaren problemen met (te veel / weinig) eten, slapen en/of moe zijn. Op cognitief gebied zie je dat ze zich meer schuldig of waardeloos voelen, dat ze concentratieproblemen ervaren of dat ze suïcidale gedachten hebben. Qua gedrag kunnen je ook veranderingen opvallen: kinderen kunnen traag of apathisch worden óf ze gedragen zich juist heel onrustig en friemelen veel.

Andere uitingsvormen kunnen nog zijn dat ze meer ruzie en meer (heftige) conflicten hebben. Ze kunnen zich meer terugtrekken, ze spijbelen vaker van school (schoolverzuim). Als je zelf gaat opzoeken waar deze symptomen bij kunnen horen, dan zou je misschien eerder uitkomen bij ADHD of een andere gedragsstoornis. Maar als je dan juist rekening gaat houden met de kernsymptomen, dan maakt dat juist dat je ze als depressief zou kenmerken.

Ouders denken vaak dat het wel overgaat en dat het bij de puberteit hoort. Bij normaal ‘tienergedrag’ kun je jongeren wel afleiden en uit hun negatieve stemming trekken, maar als er echt sprake is van een depressie dan lukt dat bijna niet.

Een depressie kan dus behoorlijk veel uitingsvormen hebben, waardoor het vaak niet herkend wordt. Niet alleen ouders en leerkrachten herkennen het heel moeilijk, ook voor jongeren zelf is het moeilijk.’

Kunnen kinderen hun depressieve / negatieve gevoelens verdoezelen, waardoor het voor hun omgeving lastig wordt om het te herkennen?
‘Kinderen en jongeren kunnen inderdaad hun negatieve gevoelens of hun depressie verdoezelen. Het gaat vaak om leerlingen, die geen problemen veroorzaken op school. Je denkt misschien wel dat ze gewoon wat rustiger zijn. Veel jongeren durven niet te vertellen hoe ze zich echt voelen of willen hun ouders er niet meer lastig vallen. Daardoor wordt het vaak niet door ouders of leerkrachten gezien.

In ons preventieonderzoek onder 8600 jongeren (zie hierboven) zagen we dat veel ouders aangeven dat ze niet weten dat hun kind negatieve of depressieve gevoelens heeft. Zelfs als hun kind suïcidaal is, weten ouders het doorgaans niet. Jongeren schamen zich voor hun negatieve gevoelens of suïcidale gedachten.

We zagen ook dat maar liefst 23% van die grote groep jongeren een verhoogde score had op depressie symptomen. De jongeren met een verhoogde score boden we een behandeling met de 4 CGT-modules aan. Slechts 14% werkten hier aan mee, helaas dus niet iedereen. Dit kan te maken hebben met schaamte. Sommige jongeren wisten wel van zichzelf dat ze die negatieve gevoelens hadden, anderen wisten dat niet. De laatste groep gaf aan dat ze dachten dat hun gevoelens normaal waren, dat het zo hoorde en dat iedereen zich zo voelde. Zij gingen vervolgens toch maar op stap, vooral omdat ze het idee hadden dat dat van hen verwacht werd; maar eigenlijk hadden ze totaal geen zin om mee te gaan.

Het herkennen en signaleren van deze depressieve gevoelens is wel erg belangrijk. De GGD screent jongeren bijvoorbeeld wel, maar dat gebeurt op dit moment nog niet in alle klassen en/of de metingen zijn nog niet zo sensitief als ze zouden moeten zijn. We weten dat zo’n 70% van de kinderen en adolescenten met angstige of depressieve klachten niet herkend worden en dus ook niet goed behandeld worden.’

Zou je depressieve gevoelens bij kinderen eigenlijk al serieus moeten nemen?
‘Veelal ontstaat een depressie rond de 14 jaar maar ook jongeren kinderen kunnen een depressie krijgen, zelfs kleuters. Als komt dat laatste wel heel weinig voor. Het is bij alle leeftijden belangrijk om de negatieve of depressieve gevoelens van het kind/de jongere serieus te nemen en om er echt iets mee te doen. We weten uit onderzoek dat als je niks met deze gevoelens doet het vaak erger wordt en zelfs uitmondt in een depressieve stoornis.

Allereerst is het belangrijk om preventief te werken, zodat je kunt voorkomen dat jongeren een klinische depressie ontwikkelen. Je probeert dus echt te voorkomen dat het erger wordt.

Als kinderen toch de diagnose ‘depressie’ krijgen en een behandeling ondergaan, dan is daarna de kans op terugval groot. Na 4 jaar zien we een terugval van 30%; na 20 jaar is dat zelfs 75% terugval. Dat kan overigens ook al een terugval zijn van een enkele episode.

We weten ook dat als kinderen een depressie hebben, ze een grote kans hebben op chroniciteit. Vandaar dat het bij jongeren belangrijk is om in te zetten op een betere coping, zodat het geen stoornis gaat worden. Vandaar dat ik ouders en leerkrachten – uiteraard ook de jongeren zelf – met klem wil adviseren dat ze meteen in actie komen als ze het vermoeden hebben dat de klachten iets weghebben van een depressie.’

Waar wordt een depressie bij kinderen wel eens mee verward? Wat is een depressie bij kinderen niet?
‘Negatieve of depressieve gevoelens bij kinderen of jongeren worden regelmatig verward met andere klachten. Bijvoorbeeld met:

Gedragsproblemen: denk maar aan druk gedrag, onrustig gedrag of concentratieproblemen.
Middelengebruik: soms wordt een depressie verhuld door drugs- en alcoholgebruik. De onderliggende depressie schuift dan naar de achtergrond.
Lichamelijke klachten: Sommige lichamelijke klachten of bijwerkingen van medicijnen kunnen ook voorkomen bij een depressie. Denk maar aan migraine, ongesteldheid, prikkelbare darmsyndroom, vitaminetekort, slaapproblemen.

Al deze klachten kunnen ook horen bij een depressie. Vandaar dat het zo belangrijk is om goed te differentiëren wat oorzaak en gevolg is.’

Welke mythes, onjuistheden of vooroordelen bestaan er over depressie bij kinderen? Welke zou je het liefst meteen willen ontkrachten?
‘Er bestaan helaas een aantal mythes of vooroordelen over depressies bij kinderen en jongeren, die gewoon onjuist zijn.

Mythe 1: Verkeerde stereotypen.
Er bestaat een soort stereotype beeld van hoe een depressieve jongere er uit zou zien. Vaak denken ouders of leerkrachten dat het dan om een gothic meisje gaat dat erg op zichzelf is en zich vaak terugtrekt. Dat beeld klopt helemaal niet. Een depressie komt bij jongeren best veel voor: 1 op 5 jongeren heeft depressieve symptomen / klachten en dat is vaker dan over het algemeen gedacht wordt. Het gaat dus gemiddeld genomen om ong. 5-6 leerlingen in een klas (voortgezet onderwijs). Verder kan een depressie zowel bij meisjes als bij jongens voorkomen. En dus niet alle gothics zijn depressief… 😉

Mythe 2: Een depressie kan alleen bij volwassenen voorkomen.
Ook deze mythe is hardnekkig en onjuist. Een depressie kan namelijk op elke leeftijd voorkomen. Zelfs kinderen kunnen het krijgen; we spreken dan wel eens van een ‘infant depression’ of ‘peuter depressie’.
Bij jonge kinderen zie je klachten als ontroostbaar huilen, ‘failure to thrive’ (= het lukt hen niet om de dingen te doen, die ze volgens mijlpalen wel echt zouden moeten kunnen), slaapproblemen, eetproblemen, ze kunnen een groeiachterstand ontwikkelen (of ze groeien niet meer). Ze ervaren geen plezier meer in dingen die ze voorheen heel leuk vonden, ze zijn niet meer speels.

Ook voor kinderen geldt dat er veel factoren samen moeten komen om uiteindelijk van een depressie te kunnen spreken. In praktijk wordt een depressie haast nooit op jonge leeftijd of in de basisschoolleeftijd vastgesteld. Doorgaans wordt er namelijk grote terughoudendheid toegepast om de diagnose bij (jonge) kinderen te stellen; depressie is nou eenmaal een heftig label met grote gevolgen. Vandaar dat er juist bij kinderen eerst goed gekeken wordt naar uiteenlopende stressfactoren (denk aan de scheiding van ouders, het functioneren op school, de hechting met ouders of verzorgers) en als blijkt dat dat allemaal stabiel of goed is, dan ga je kijken naar wat er nog over blijft en of er evt. sprake zou kunnen zijn van een depressie.

Mythe 3: ‘Ik voel me down / depressief.’
In de volksmond wordt al snel gezegd dat iemand zich down of depri voelt, maar dat is vaak bij lange niet hetzelfde als je echt depressief voelen. Als je je eens een dagje rot voelt, wat iedereen wel eens heeft, dan is dat zeker niet hetzelfde als depressief zijn. Om van een klinische depressieve episode te kunnen spreken, moet je twee weken forse depressieve klachten hebben.’

Als ouders het vermoeden hebben, dat hun kind depressief is: wat kunnen ze dan doen? En wat kunnen ouders beter achterwege laten?
‘Gelukkig kun je als ouder (of leerkracht) je kind ondersteunen en helpen om op een constructieve manier met zijn depressie om te gaan. Er is ook een aantal dingen, die je beter achterwege kunt laten.

Wat je wel kunt doen:
• Probeer goed aan te voelen wat je kind nodig heeft en wat je kind zelf wil. Probeer vooral steunend te zijn.
• Kijk vooral naar wat je kind nog wel kan. Benoem wat je kind nog wél doet en benader dat op een positieve, constructieve manier.
• Activeer je kind en probeer om je kind toch iets te laten doen. Dat kunnen (schijnbaar) kleine dingen zijn als de hond uitlaten, een wandelingetje maken of met vrienden afspreken. Het is belangrijk voor je kind om toch iets te blijven doen, zelfs kleine dingen kunnen al fijn zijn.
• Zorg ervoor dat je kind met iemand kan gaan praten. Soms is het voor kinderen of jongeren confronterend om met zijn ouders te praten. Praten kan natuurlijk ook met anderen, zoals met een goede vriend(in), de huisarts, een oom of tante. Laat je kind zelf bepalen met wie hij/zij het liefst zou willen praten.
• Laat je kind in eerst instantie starten met laagdrempelige zorg of laagdrempelige interventies. Denk daarbij aan de website ‘Grip op je dip’, waarbij je kind gebruik kan maken van de chatfunctie en kan praten met lotgenoten.
• Als dit onvoldoende helpt, zoek dan hulp. Via de huisarts kan je kind een afspraak maken met een psycholoog.

Wat je beter niet kunt doen:
• Stel je niet kritisch op ten aanzien van de gevoelens van je kind. Voorkom opmerkingen als ‘het komt door jou’ of ‘je doet je dit zelf aan’.
• Stel niet te veel of te hoge eisen aan je kind.
• Probeer te voorkomen dat je je te veel met je kind bemoeit. Soms is het juist goed om je kind wat meer met rust te laten.
• Voorkom dat je het negatieve of depressieve gevoel van je kind bagatelliseert. Opmerkingen als ‘het valt wel mee’ of ‘ik voel me ook wel eens een beetje depri’ zijn niet helpend, omdat de situatie voor de jongere in kwestie juist veel heftiger aanvoelt.
• Vermijd conflicten met je kind.’

Vanaf welke leeftijd kun je depressie bij kinderen laten onderzoeken of vaststellen? Welke stappen kunnen kinderen en jongeren zelf ondernemen?
‘Ook kinderen en jongeren zelf kunnen een aantal dingen doen waardoor ze zich beter kunnen gaan voelen. Het is goed om over hun (negatieve) gevoelens te praten. Ze kunnen bijvoorbeeld hun hart luchten bij een goede vriendin of de huisarts. Ook actief blijven is belangrijk. Probeer ondanks je negatieve gevoelens gewoon naar je hobby te gaan, dus ook als je er eigenlijk helemaal geen zin in hebt. En als je te lang met depressie blijft rondlopen; zoek hulp. Dit kan laagdrempelig zijn bv. online hulp zoals ‘Grip op je dip’ of naar de GGZ.’

Kun je van een depressie afkomen of genezen? Of is het een aandoening waar je de rest van je leven mee blijft zitten?
‘Je kunt inderdaad van een depressie afkomen. 50% van de kinderen en jongeren, die de diagnose depressie kregen, zijn die diagnose na behandeling kwijt. Dat is dus één op de twee kinderen; dat is dus al heel wat.

Zoals ik al eerder aangaf, is de kans op terugval helaas heel hoog. Er wordt op dit moment onderzoek gedaan naar methodes, die het beste werken om de kans op terugval zo klein mogelijk te maken (Stay Fine-onderzoek).
Wat hoopgevend is in dit kader is dat ‘geïndiceerde preventie’ goed werkt. Dat betekent dat als we kinderen of jongeren, die een hoge score hebben op screeningsvragenlijsten, hulp bieden, dat hun symptomen en klachten afnemen. Bij het inzetten van deze preventie zien we dat na de interventie bijna niemand meer een depressieve stoornis had. Dat betekent dus dat dit een curatief effect heeft. Dat geeft maar weer aan hoe belangrijk het is om er op tijd bij te zijn.’


Wil je graag reageren op dit artikel?
Dat mag! Zet jouw reactie dan onder dit bericht. Houd het wel constructief, liefst in de vorm van ‘Tips & Tops’. Dankjewel voor je medewerking!


tip_gezin

Wil jij meer OpvoedTips van Joyce lezen én ze als eerste in je mailbox ontvangen?
Dat kan! Helemaal gratis en vrijblijvend. Aanmelden is heel eenvoudig. Klik hier.

Cadeau: Als welkomstcadeau ontvang je meteen na je aanmelding het E-book ‘Nóg meer genieten van je kind – 5 x 5 OpvoedTips’. Je leest er hier meer over.




Heb je vragen over één van deze thema’s, wil je meer weten over het onderwerp of heb je een andere opvoedvraag?

joyce_rosegrijs_staand_c

Neem dan contact met me op.

Met vriendelijke groet,
Joyce Akse


Opvoedcoach & Psycholoog | http://www.aksecoaching.nl | info@aksecoaching.nl

© 2020. Joyce Akse / Akse Coaching, alle rechten voorbehouden.


Klik hier voor jouw dagelijkse portie OpvoedInspiratie op Facebook.



Lees ook andere artikelen van Joyce met waardevolle OpvoedTips:
– ‘Wist jij dit al over opvoeding en ouderschap…?‘ Uitgebreide interviews met toonaangevende experts.
– ‘Wat gebeurt er allemaal met je kind tijdens de adolescentie? Van kindertijd naar jong volwassenheid.’ [Overzichtsartikel]
– ‘Hoe verbeter je het zelfvertrouwen van je kind?‘ (Over: 4 ingrediënten voor een gezonde dosis zelfvertrouwen.)
– ‘Wat doet een opvoedcoach eigenlijk? | Joyce Akse vertelt.
Klik hier voor andere opvoedtips, bijv. over voeding, media, beweging ed.



© De foto van Joyce Akse is gemaakt door Ilona Tychon Fotografie.

logo_akse_coaching_groot_nieuw



Ga (terug) naar de website van ‘Akse Coaching – Opvoedcoaching & Opvoedadvies’.






Een gedachte over “‘Mijn kind voelt zich vaak zo somber en neerslachtig. Dat zal toch geen depressie zijn?’ [ Interview met depressie-expert dr. Denise Bodden ]

  1. Pingback: Wist jij dit al over opvoeding en ouderschap…? Uitgebreide interviews met toonaangevende experts. | Akse Coaching

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s